Válassza ki azokat a kísérleti funkciókat, amelyeket ki szeretne próbálni

Ez a dokumentum az EUR-Lex webhelyről származik.

Dokumentum 32005R0489

Verordening (EG) nr. 489/2005 van de Commissie van 29 maart 2005 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad met betrekking tot de vaststelling van de interventiecentra en de overname van padie door de interventiebureaus

PB L 81 van 30.3.2005., 26–37. o. (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
PB L 306M van 15.11.2008., 164–175. o. (MT)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (BG, RO)

A dokumentum hatályossági állapota Már nem hatályos, Érvényesség vége: 31/08/2009; opgeheven door 32009R0670

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/489/oj

30.3.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 81/26


VERORDENING (EG) Nr. 489/2005 VAN DE COMMISSIE

van 29 maart 2005

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad met betrekking tot de vaststelling van de interventiecentra en de overname van padie door de interventiebureaus

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1785/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (1), en met name op artikel 6, lid 3, en artikel 7, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De standaardkwaliteit padie waarvoor de interventieprijs wordt vastgesteld, is gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1785/2003.

(2)

Om de productie van kwaliteitsrijst te bevorderen, moeten de interventiecriteria worden verscherpt. Wil men op een efficiënte manier de productie van kwaliteitsrijst bevorderen en de kwaliteit van de door de interventiebureaus opgeslagen rijst waarborgen, dan dient het rendement bij de bewerking te worden verhoogd en de tolerantie die wordt toegepast wanneer het rendement afwijkt van het basisrendement, tegelijk te worden verlaagd. Tegelijkertijd moeten in onbruik geraakte rassen worden geschrapt in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 708/98 van de Commissie van 30 maart 1998 betreffende de overname van padie door de interventiebureaus en houdende vaststelling van de toe te passen correctiebedragen, toeslagen en kortingen (2).

(3)

Voor een deugdelijk beheer van de interventieregeling moet voor elke aanbieding een minimumhoeveelheid worden vastgesteld. Om rekening te houden met de in bepaalde lidstaten heersende omstandigheden en gebruiken bij de groothandel, moet echter de mogelijkheid worden ingeruimd om een hogere minimumhoeveelheid vast te stellen.

(4)

Bij interventie mag geen padie worden aanvaard die, vanwege de kwaliteit, niet meer kan worden gebruikt en niet behoorlijk kan worden opgeslagen. Bij de vaststelling van de minimumkwaliteit moet met name rekening worden gehouden met de klimaatomstandigheden in de productiegebieden van de Gemeenschap. Met het oog op de overname van tamelijk homogene partijen moet worden bepaald dat alle rijst van een partij van hetzelfde ras moet zijn.

(5)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1785/2003 wordt de interventieprijs vastgesteld voor padie van een bepaalde standaardkwaliteit en wordt de interventieprijs aan de hand van prijsverhogingen of -verlagingen aangepast indien de kwaliteit van de voor interventie aangeboden padie afwijkt van deze standaardkwaliteit.

(6)

Voor de bepaling van de prijsverhogingen en -verlagingen moeten, met het oog op een objectieve beoordeling van de kwaliteit, de voornaamste kenmerken van padie in aanmerking worden genomen; aan deze eis wordt voldoende tegemoetgekomen door met eenvoudige en doeltreffende methoden het vochtgehalte, het rendement bij de bewerking en de onvolkomenheden van de korrels te bepalen.

(7)

Bij Verordening (EG) nr. 1785/2003 zijn de hoeveelheden die de interventiebureaus mogen aankopen, beperkt tot 75 000 ton per verkoopseizoen. Om deze hoeveelheid billijk te verdelen, moeten de hoeveelheden per producerende lidstaat worden vastgesteld, met inachtneming van de nationale basisarealen die zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (3), en met inachtneming van de in bijlage VII van die verordening opgenomen gemiddelde opbrengst.

(8)

Om de interventieregeling zo eenvoudig en doeltreffend mogelijk te laten functioneren, moet worden bepaald dat een aanbieding betrekking moet hebben op het dichtst bij de opslagplaats van het product gelegen interventiecentrum, en moeten voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de vervoerkosten tot de opslagplaats waar de overname door het interventiebureau plaatsvindt.

(9)

Er moet nauwkeurig worden aangegeven welke controles moeten worden verricht om na te gaan of de voorschriften betreffende het gewicht en de kwaliteit van de aangeboden producten in acht zijn genomen. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de aanvaarding van het aangeboden product na controle van de hoeveelheid en van de inachtneming van de voorschriften betreffende de minimumkwaliteit en anderzijds de vaststelling van de aan de aanbieder te betalen prijs na uitvoering van de nodige analyses om de precieze kenmerken van elke partij op basis van representatieve steekproeven te bepalen.

(10)

Er moeten bijzondere bepalingen worden vastgesteld voor gevallen waarin het product in de opslagplaats van de aanbieder wordt overgenomen. Met name de gegevens van de voorraadboekhouding van de aanbieder moeten in aanmerking worden genomen, met dien verstande dat deze moeten worden gestaafd door aanvullende controles waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor overname van het product door het interventiebureau is voldaan.

(11)

Verordening (EG) nr. 708/98 en Verordening (EG) nr. 549/2000 van de Commissie van 14 maart 2000 houdende vaststelling van de interventiecentra voor rijst (4) worden ingetrokken en vervangen door de onderhavige verordening.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Interventiecentra

De lijst van de in artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1785/2003 bedoelde interventiecentra is opgenomen in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Aankoop door het interventiebureau

1.   Gedurende de in artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1785/2003 vastgestelde aankoopperiode mag iedere houder van een partij van minimaal 20 ton in de Gemeenschap geoogste padie, deze partij voor aankoop aan het interventiebureau aanbieden.

De partij moet uit rijst van hetzelfde ras bestaan.

De lidstaten mogen voor de partijen een minimumhoeveelheid vaststellen die groter is dan de in de eerste alinea vermelde hoeveelheid.

2.   Bij levering van een partij in verscheidene gedeelten (per vrachtwagen, binnenschip, spoorwegwagon, enz.) moet elke deellevering voldoen aan de in artikel 3 voorgeschreven minimumkenmerken, onverminderd artikel 12.

Artikel 3

Minimumkenmerken

1.   Om voor interventie in aanmerking te komen, moet de padie van gezonde handelskwaliteit zijn.

2.   Padie is van gezonde handelskwaliteit, indien

a)

hij een gezonde reuk heeft en vrij van levende insecten is,

b)

hij een vochtgehalte heeft van ten hoogste 14,5 %;

c)

het rendement bij de bewerking niet meer dan 5 punten lager is dan de in bijlage II, deel A, genoemde basisrendementen;

d)

het percentage diverse onzuiverheden, het percentage rijstkorrels van andere rassen en het percentage korrels die niet van onberispelijke kwaliteit zijn in de zin van bijlage III van Verordening (EG) nr. 1785/2003, de maximumpercentages die in bijlage III van de onderhavige verordening voor elk type zijn vastgesteld, niet overschrijden;

e)

de radioactiviteit de in de communautaire regelgeving vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus niet overschrijdt.

3.   Voor de toepassing van deze verordening bedoelt men met „diverse onzuiverheden” materiaal dat normaal niet in rijst voorkomt.

Artikel 4

Prijsverlagingen en prijsverhogingen

De in artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1785/2003 bedoelde prijsverlagingen en -verhogingen die worden toegepast op de interventieprijs van voor interventie aangeboden padie, worden vastgesteld door die interventieprijs te vermenigvuldigen met de som van de hieronder bedoelde verlagings- en verhogingspercentages:

a)

wanneer het vochtgehalte van de padie meer dan 13 % bedraagt, is het percentage waarmee de interventieprijs wordt verlaagd, gelijk aan het verschil tussen het tot op één decimaal nauwkeurig gemeten vochtigheidspercentage van de voor interventie aangeboden padie en 13 %;

b)

wanneer het rendement bij de bewerking afwijkt van het in bijlage II, deel A, voor het betrokken ras vermelde basisrendement bij de bewerking, worden de in bijlage II, deel B, voor elk ras vastgestelde verhogings en -verlagingspercentages toegepast;

c)

wanneer het percentage onvolkomen padierijstkorrels hoger ligt dan de voor de standaardkwaliteit padie vastgestelde tolerantie, wordt het in bijlage IV voor elk type rijst vastgestelde verlagingspercentage op de interventieprijs toegepast;

d)

wanneer het percentage diverse onzuiverheden van de padie hoger ligt dan 0,1 %, wordt bij aankoop voor interventie voor elke 0,01 % boven die waarde een verlagingspercentage van 0,02 % op de interventieprijs toegepast;

e)

wanneer een partij padie van een bepaald ras voor interventie wordt aangeboden die meer dan 3 % korrels van een ander rijstras bevat, wordt bij aankoop voor interventie van die partij voor elke 0,1 % boven die waarde een verlagingspercentage van 0,1 % op de interventieprijs toegepast.

Artikel 5

Voor interventie in aanmerking komende hoeveelheden

Met ingang van het verkoopseizoen 2004/2005 worden de hoeveelheden padie die elk verkoopseizoen voor interventie in aanmerking komen, verdeeld in specifiek voor elke producerende lidstaat bestemde tranches (tranche 1), die zijn vastgesteld in bijlage V, en een gemeenschappelijke tranche voor de hele Gemeenschap (tranche 2), die de niet-toegewezen hoeveelheden van tranche 1 omvat.

Artikel 6

Door de marktdeelnemers ingediende aanbiedingen tot verkoop

1.   Voor elke aanbieding tot verkoop moet, bijvoorbeeld via elektronische weg, een schriftelijk verzoek bij een interventiebureau worden ingediend aan de hand van een door dit bureau ter beschikking gesteld formulier.

De aanbiedingen voor tranche 1 en tranche 2 zijn slechts ontvankelijk indien ze respectievelijk van 1 tot en met 9 april en van 1 tot en met 9 juni worden ingediend.

2.   In de aanbieding moeten de volgende gegevens worden vermeld:

a)

de naam van de aanbieder,

b)

de opslagplaats van de aangeboden rijst,

c)

de overeenkomstig artikel 2 aangeboden hoeveelheid,

d)

het ras,

e)

de belangrijkste kenmerken, inclusief het totaalrendement en het rendement aan hele korrels bij de bewerking,

f)

het oogstjaar,

g)

de minimumhoeveelheid van de aanbieding, beneden dewelke de aanbieding als niet-ingediend wordt beschouwd,

h)

het interventiecentrum waarvoor de rijst wordt aangeboden,

i)

het bewijs dat de aanbieder een zekerheid van 50 EUR per ton padie heeft gesteld; de zekerheid wordt verlaagd tot 20 EUR per ton padie voor de producenten of producentengroeperingen die voldoen aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1709/2003 van de Commissie (5),

j)

de verklaring dat het product van oorsprong uit de Gemeenschap is, met vermelding van het productiegebied,

k)

de toegepaste fytosanitaire behandelingen, met opgave van de gebruikte doses.

3.   Elke aanbieding moet worden ingediend bij het interventiebureau van de producerende lidstaat en moet betrekking hebben op het interventiecentrum van deze lidstaat dat het dichtst gelegen is bij de plaats waar de padie zich bij de indiening van de aanbieding bevindt. Voor de toepassing van deze verordening bedoelt men met het dichtstbij gelegen interventiecentrum het in de producerende lidstaat gelegen centrum waarnaar de padie tegen de laagste kosten kan worden vervoerd.

4.   Ingediende aanbiedingen kunnen niet meer worden gewijzigd of ingetrokken.

5.   Wanneer de aanbieding niet aanvaard is, deelt het interventiebureau dit binnen tien werkdagen na de indiening ervan aan de betrokken marktdeelnemer mee.

Artikel 7

Toewijzing van de hoeveelheden

1.   Uiterlijk op de eerste werkdag van de maand mei gaat de bevoegde autoriteit van de lidstaat na of de totale aangeboden hoeveelheid van tranche 1 de beschikbare hoeveelheid al dan niet overschrijdt. In geval van overschrijding berekent zij een op de aangeboden hoeveelheden toe te passen toewijzingscoëfficiënt met zes decimalen. Deze coëfficiënt is de hoogst mogelijke coëfficiënt bij toepassing waarvan de totale toegewezen hoeveelheid, rekening houdend met de minimumhoeveelheid van elke aanbieding, lager ligt dan of gelijk is aan de beschikbare hoeveelheid. Is de beschikbare hoeveelheid niet overschreden, dan is de toewijzingscoëfficiënt gelijk aan 1.

In voorkomend geval wordt de niet-gebruikte hoeveelheid, dat wil zeggen het verschil tussen de beschikbare hoeveelheid en de totale toegewezen hoeveelheid, bij de voor tranche 2 vastgestelde hoeveelheid gevoegd.

Uiterlijk op de dag na de in de eerste alinea aangegeven datum stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat de Commissie in kennis van de hoogte van de toewijzingscoëfficiënt, de totale toegewezen hoeveelheid en de niet-gebruikte, naar tranche 2 overgedragen hoeveelheid. De Commissie maakt deze informatie zo snel mogelijk toegankelijk voor het publiek via haar website.

Uiterlijk op de tweede dag na de in de eerste alinea aangegeven datum deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat de aanbieder mee dat zijn aanbieding is geaccepteerd voor een toegewezen hoeveelheid die gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid vermenigvuldigd met de toewijzingscoëfficiënt. Wanneer deze hoeveelheid lager ligt dan de in de aanbieding aangegeven minimumhoeveelheid, wordt deze hoeveelheid vastgesteld op 0.

2.   Voor tranche 2 delen de lidstaten de Commissie uiterlijk op de eerste werkdag van de maand juli de aangeboden hoeveelheden mee met, in voorkomend geval, de gespecificeerde minimumhoeveelheden. Deze mededeling gebeurt elektronisch aan de hand van het in bijlage VI opgenomen model. Deze gegevens moeten worden meegedeeld, zelfs indien geen hoeveelheid is aangeboden.

De Commissie verzamelt alle in de lidstaten ingediende aanbiedingen en gaat na of de totale aangeboden hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid al dan niet overschrijdt. In geval van overschrijding past zij op de aangeboden hoeveelheden een toewijzingscoëfficiënt met zes decimalen toe. Deze coëfficiënt is de hoogst mogelijke coëfficiënt bij toepassing waarvan de totale toegewezen hoeveelheid, rekening houdend met de minimumhoeveelheid van elke aanbieding, lager ligt dan of gelijk is aan de beschikbare hoeveelheid. Is de beschikbare hoeveelheid niet overschreden, dan is de toewijzingscoëfficiënt gelijk aan 1.

Uiterlijk drie werkdagen na de bekendmaking van deze toewijzingscoëfficiënt in het Publicatieblad van de Europese Unie deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat de aanbieder mee dat zijn aanbod is aanvaard voor een toegewezen hoeveelheid die gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid vermenigvuldigd met de toewijzingscoëfficiënt. Wanneer deze hoeveelheid lager ligt dan de in de aanbieding aangegeven minimumhoeveelheid, wordt deze hoeveelheid vastgesteld op 0.

3.   De in artikel 6, lid 2, onder i), bedoelde zekerheid wordt vrijgegeven naar rato van de aangeboden, doch niet-toegewezen hoeveelheid. Voor de toegewezen hoeveelheid wordt zij volledig vrijgegeven wanneer 95 % van deze hoeveelheid is geleverd overeenkomstig artikel 9.

Artikel 8

Vervoerkosten

1.   De vervoerkosten vanaf de opslagplaats waar het product zich bij de indiening van de aanbieding bevindt, tot het dichtstbij gelegen interventiecentrum zijn voor rekening van de aanbieder.

2.   Als het interventiebureau de padie niet overneemt in het dichtstbij gelegen interventiecentrum, zijn de extra vervoerkosten voor rekening van het interventiebureau.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde kosten worden vastgesteld door het interventiebureau.

Artikel 9

Levering

1.   Het interventiebureau bepaalt op welke datum en in welk interventiecentrum de levering plaatsvindt en deelt deze gegevens zo spoedig mogelijk aan de aanbieder mee. Eventueel bezwaar hiertegen moet binnen twee werkdagen na ontvangst van de mededeling worden ingediend.

2.   De padie wordt uiterlijk aan het einde van de derde maand na de maand van ontvangst van de aanbieding geleverd, doch in geen geval later dan 31 augustus van het lopende verkoopseizoen.

Bij levering in gedeelten wordt het laatste gedeelte van de partij geleverd overeenkomstig het bepaalde in de eerste alinea.

3.   Het interventiebureau neemt de levering in ontvangst in het bijzijn van de aanbieder of diens naar behoren gemachtigde vertegenwoordiger.

Artikel 10

Overname door het interventiebureau

1.   Het interventiebureau neemt de aangeboden rijst over nadat het bureau of zijn vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 12 na levering in de interventieopslagplaats de hoeveelheid heeft geconstateerd en heeft vastgesteld dat aan de in de artikelen 2 en 3 vastgestelde minimumeisen is voldaan.

2.   De geleverde hoeveelheid wordt geconstateerd door weging in het bijzijn van de aanbieder en een vertegenwoordiger van het interventiebureau die onafhankelijk staat ten opzichte van de aanbieder. De vertegenwoordiger van het interventiebureau kan ook de opslaghouder zijn.

3.   Wanneer de opslaghouder voor het interventiebureau optreedt, voert het interventiebureau binnen 30 dagen na de laatste levering zelf een controle uit waarbij minstens het gewicht via volumemeting wordt geverifieerd.

Indien het gewicht dat is berekend aan de hand van de in de eerste alinea vermelde methode, niet meer dan 6 % lager is dan de in de voorraadboekhouding van de opslaghouder aangegeven hoeveelheid, neemt deze alle kosten voor zijn rekening die betrekking hebben op de hoeveelheden die bij een weging achteraf blijken te ontbreken ten opzichte van het bij de overname in de boekhouding geregistreerde gewicht.

Indien het gewicht dat is berekend aan de hand van de in de eerste alinea vermelde methode, meer dan 6 % lager is dan de in de voorraadboekhouding van de opslaghouder geregistreerde hoeveelheid, wordt het product onmiddellijk gewogen. De wegingskosten zijn voor rekening van de opslaghouder, wanneer het gewicht lager blijkt te zijn dan het in de voorraadboekhouding aangegeven gewicht; anders zijn de wegingskosten voor rekening van het interventiebureau.

Artikel 11

Overname in de opslagplaats van de aanbieder

1.   Het interventiebureau kan de padie overnemen op de plaats waar deze bij de indiening van de aanbieding is opgeslagen, in plaats van in het door de aanbieder aangewezen interventiecentrum. In dat geval moeten de overgenomen producten gescheiden van de andere worden opgeslagen.

Als overnamedatum geldt de in het overnamebewijs als bedoeld in artikel 14 vermelde datum waarop is geconstateerd dat het product de minimumkenmerken vertoont.

2.   Bij overname overeenkomstig lid 1 kan de hoeveelheid worden geconstateerd op basis van de voorraadboekhouding, die moet worden opgesteld conform de professionele normen en de door het interventiebureau vastgestelde normen, met dien verstande bovendien dat:

a)

in de voorraadboekhouding melding wordt gemaakt van:

het gewicht dat is geconstateerd bij een weging die niet langer dan tien maanden geleden mag hebben plaatsgevonden,

de bij de weging vastgestelde kwaliteitskenmerken, met name het vochtgehalte,

eventuele overbrengingen naar een andere silo, en

toegepaste behandelingen;

b)

de opslaghouder verklaart dat de aangeboden partij op alle punten beantwoordt aan de in de voorraadboekhouding opgenomen gegevens.

Het in aanmerking te nemen gewicht is het gewicht dat is aangegeven in de voorraadboekhouding, eventueel aangepast om rekening te houden met een verschil tussen het bij de weging vastgestelde vochtgehalte en dat van de representatieve steekproef.

Het interventiebureau voert evenwel binnen 30 dagen na de dag van de overname van de producten een controlemeting van het volume uit. Het eventuele verschil tussen de gewogen hoeveelheid en de met de volumemeting berekende hoeveelheid mag niet groter zijn dan 6 %.

Indien het gewicht dat is berekend aan de hand van de in de derde alinea vermelde volumemeting, niet meer dan 6 % lager is dan de in de voorraadboekhouding van de opslaghouder aangegeven hoeveelheid, neemt deze alle kosten voor zijn rekening die betrekking hebben op de hoeveelheden die bij een weging achteraf blijken te ontbreken ten opzichte van het bij de overname in de boekhouding geregistreerde gewicht.

Indien het gewicht dat is berekend aan de hand van de in de derde alinea vermelde volumemeting, meer dan 6 % lager is dan de in de voorraadboekhouding van de opslaghouder aangegeven hoeveelheid, wordt de rijst onmiddellijk gewogen door de opslaghouder. De wegingskosten zijn voor rekening van de opslaghouder wanneer het gewicht lager blijkt te zijn dan het geregistreerde gewicht, of voor rekening van het EOGFL in het andere geval.

Artikel 12

Controle van de kwaliteitseisen

1.   Om na te gaan of aan de voor de aanvaarding van het product voor interventie vastgestelde kwaliteitseisen van artikel 3 is voldaan, neemt het interventiebureau monsters, in het bijzijn van de aanbieder of diens naar behoren gemachtigde vertegenwoordiger.

Er worden drie representatieve steekproeven genomen met een minimumgewicht van 1 kilogram elk. Deze zijn respectievelijk bestemd voor:

a)

de aanbieder,

b)

de opslagplaats waar de overname plaatsvindt,

c)

het interventiebureau.

Om representatieve steekproeven te verkrijgen, wordt het aantal uit te voeren monsternemingen bepaald door de hoeveelheid van de aangeboden partij te delen door 10 ton. Alle monsters hebben hetzelfde gewicht. Een representatieve steekproef bestaat uit één derde van het totale aantal monsternemingen.

De controle waarbij wordt nagegaan of aan de kwaliteitseisen is voldaan, wordt uitgevoerd op de representatieve steekproef die bestemd is voor de opslagplaats waar de overname plaatsvindt.

2.   Indien het product buiten de opslagplaats van de aanbieder wordt overgenomen, wordt voor elke deellevering (per vrachtwagen, binnenschip, spoorwegwagon) een representatieve steekproef samengesteld overeenkomstig lid 1.

Bij deelleveringen hoeft men, vóór de inslag in de interventieopslagplaats, slechts het vochtgehalte, het gehalte aan onzuiverheden en de afwezigheid van levende insecten te controleren. Wanneer een deellevering echter later op grond van het eindresultaat van de controle niet in overeenstemming met de minimumkwaliteitseisen blijkt te zijn, wordt de overname van de partij geweigerd. De gehele partij moet dan worden teruggenomen. De daaraan verbonden kosten komen voor rekening van de aanbieder.

Wanneer het interventiebureau in een lidstaat de mogelijkheid heeft om vóór de inslag na te gaan of elke deellevering aan alle minimumkwaliteitseisen voldoet, moet dat interventiebureau de overname van deelleveringen die niet aan deze eisen beantwoorden, weigeren.

3.   Indien het product overeenkomstig artikel 11 in de opslagplaats van de aanbieder wordt overgenomen, wordt de controle overeenkomstig lid 1 uitgevoerd op een representatieve steekproef van de aangeboden partij.

Uit de controle moet blijken dat het product aan de minimumkwaliteitseisen voldoet. Zo niet, wordt de overname van de partij geweigerd.

Artikel 13

Bepaling van de kenmerken van het product

1.   Wanneer het product na de overeenkomstig artikel 12 uitgevoerde controle wordt aanvaard, worden de kenmerken ervan nauwkeurig bepaald om de aan de aanbieder te betalen prijs te kunnen berekenen. Deze prijs wordt voor de aangeboden partij berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de analyseresultaten voor de in artikel 12 omschreven representatieve steekproeven.

De analyseresultaten worden de aanbieder via het in artikel 14 bedoelde overnamebewijs meegedeeld.

2.   Wanneer de aanbieder het resultaat van de overeenkomstig lid 1 voor de berekening van de prijs uitgevoerde analyse aanvecht, verricht een door de bevoegde autoriteiten erkend laboratorium een nieuwe nauwkeurige analyse van de kenmerken van het product op basis van een nieuwe representatieve steekproef die gelijkelijk uit de door de aanbieder en de door het interventiebureau bewaarde representatieve steekproef bestaat. In geval van deelleveringen wordt het resultaat verkregen door het gewogen gemiddelde van de analyseresultaten voor deze nieuwe representatieve steekproeven voor alle deelleveringen te berekenen.

De uitkomst van de laatstgenoemde analyses bepaalt de aan de aanbieder te betalen prijs. De kosten van deze nieuwe analyses zijn voor rekening van de verliezende partij.

Artikel 14

Overnamebewijs

Het interventiebureau stelt voor iedere partij een overnamebewijs op. De aanbieder of zijn vertegenwoordiger mogen bij de opstelling van dit bewijs aanwezig zijn.

In het overnamebewijs worden minstens vermeld:

a)

de datum waarop de hoeveelheid en de inachtneming van de minimumkenmerken zijn gecontroleerd;

b)

het ras en het geleverde gewicht;

c)

het aantal monsters dat is getrokken voor de samenstelling van de representatieve steekproef;

d)

de geconstateerde fysieke en kwaliteitskenmerken.

Artikel 15

Vaststelling en betaling van de aan de aanbieder te betalen prijs

1.   De aan de aanbieder te betalen prijs is de overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1785/2003 bepaalde prijs voor een niet-gelost, franco opslagplaats geleverd product die geldt op de dag die als eerste leveringsdag is vastgesteld, waarbij voorts rekening is gehouden met de in artikel 4 van de onderhavige verordening bedoelde prijsverhogingen en -verlagingen en met de in artikel 8 van de onderhavige verordening vastgestelde bepalingen.

Bij overname in de opslagplaats van de aanbieder overeenkomstig artikel 11 wordt de te betalen prijs bepaald op basis van de op de dag van aanvaarding van de aanbieding geldende interventieprijs, aangepast met de toe te passen prijsverhogingen en –verlagingen en verlaagd met de gunstigste vervoerkosten vanaf de plaats van overname van de padie tot het dichtstbij gelegen interventiecentrum, alsmede met de uitslagkosten. Deze kosten worden door het interventiebureau bepaald.

2.   De betaling vindt plaats tussen de tweeëndertigste en de zevenendertigste dag na de dag van de in artikel 10, lid 1, of in artikel 11, lid 1, bedoelde overname.

Bij toepassing van artikel 13, lid 2, vindt de betaling zo snel mogelijk plaats nadat de resultaten van de laatste analyse aan de aanbieder zijn meegedeeld.

Wanneer overlegging van een factuur door de aanbieder als voorwaarde voor de betaling geldt en deze factuur niet binnen de in de eerste alinea voorgeschreven termijn wordt overgelegd, vindt de betaling plaats uiterlijk op de vijfde werkdag na de datum waarop de factuur daadwerkelijk wordt overgelegd.

Artikel 16

Toezicht op het opgeslagen product

Iedere marktdeelnemer die aangekochte producten opslaat voor rekening van het interventiebureau, controleert regelmatig de aanwezigheid en de toestand van deze producten en waarschuwt het interventiebureau onmiddellijk wanneer zich terzake een probleem voordoet.

Het interventiebureau vergewist zich minstens eenmaal per jaar van de kwaliteit van het opgeslagen product. Daartoe kunnen monsters worden genomen bij de in Verordening (EG) nr. 2148/96 van de Commissie (6) bedoelde jaarlijkse voorraadopneming.

Artikel 17

Controle van het radioactiviteitsniveau

Het radioactiviteitsniveau van de rijst wordt alleen gecontroleerd als de situatie dat vereist en zolang dat nodig is. De geldigheidsduur en de werkingssfeer van de controlemaatregelen worden zo nodig vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1785/2003 bedoelde procedure.

Artikel 18

Nationale regels

De interventiebureaus stellen, in verband met bijzondere omstandigheden in de lidstaat waaronder zij ressorteren, zo nodig aanvullende procedures en voorwaarden voor overname vast die verenigbaar zijn met de bepalingen van deze verordening.

Artikel 19

Intrekking

De Verordeningen (EG) nr. 708/98 en (EG) nr. 549/2000 worden ingetrokken.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 april 2005.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 maart 2005.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 96.

(2)  PB L 98 van 31.3.1998, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1107/2004 (PB L 211 van 12.6.2004, blz. 14).

(3)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1187/2005 van de Commissie (PB L 24 van 27.1.2005, blz. 15).

(4)  PB L 67 van 15.3.2000, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1091/2004 (PB L 209 van 11.6.2004, blz. 8).

(5)  PB L 243 van 27.9.2003, blz. 92.

(6)  PB L 288 van 9.11.1996, blz. 6.


BIJLAGE I

INTERVENTIECENTRA

1.   Griekenland

Regio's

Centra

Centraal Griekenland

Volos

Lamia

Messolongi

Larissa

Elassona

Macedonië

Skotoysa

Drymos

Platy

Provatas

Pyrgos

Thessaloniki

Yannitsa

Peloponnesos

Messini


2.   Spanje

Regio’s

Centra

Aragon

Ejea de los Caballeros

Grañén

Catalonië

Aldea-Tortosa

Valencia

Albal-Silla

Sueca

Cullera

Murcia

Calasparra

Extremadura

Don Benito

Montijo

Madrigalejo

Andalusië

Coria del Río

Las Cabezas de San Juan

La Puebla del Río

Los Palacios

Véjer de la Frontera

Navarra

Tudela


3.   Frankrijk

Departementen

Centra

Bouches-du-Rhône

Arles

Port-Saint-Louis-du-Rhône

Gard

Beaucaire

Saint-Gilles

Guyane

Mana (Saint-Laurent-du-Maroni)


4.   Italië

Regio’s

Centra

Piemonte

Vercelli

Novara

Cuneo

Torino

Alessandria

Biella

Veneto

Rovigo

Lombardije

Pavia

Mantova

Milano

Lodi

Emilia Romagna

Piacenza

Parma

Ferrara

Bologna

Ravenna

Reggio Emilia

Sardinië

Oristano

Cagliari


5.   Hongarije

Regio’s

Centra

Noordelijke Grote Laagvlakte

Karcag

Zuidelijke Grote Laagvlakte

Szarvas


6.   Portugal

Regio’s

Centra

Beira Litoral

Granja do Ulmeiro

Ribatejo

Mora

Fronteira

Alentejo

Cuba

Évora


BIJLAGE II

A.   BASISRENDEMENT BIJ DE BEWERKING

Ras

Rendement in hele korrels

(in %)

Totaalrendement

(in %)

Argo, Selenio, Couachi

66

73

Alpe, Arco, Balilla, Balilla GG, Balilla Sollana, Bomba, Bombon, Colina, Elio, Flipper, Frances, Lido, Riso, Matusaka, Monticili, Pegonil, Sara, Strella, Thainato, Thaiperla, Ticinese, Veta, Leda, Mareny, Clot, Albada, Guadiamar

65

73

Ispaniki A, Makedonia

64

73

Bravo, Europa, Loto, Riva, Rosa Marchetti, Savio, Veneria

63

72

Tolima

63

71

Inca

63

70

Alfa, Ariete, Bahia, Carola, Cigalon, Corallo, Cripto, Cristal, Drago, Eolo, Girona, Gladio, Graldo, Indio, Italico, Jucar, Koral, Lago, Lemont, Mercurio, Miara, Molo, Navile, Niva, Onda, Padano, Panda, Pierina, Marchetti, Ribe, Ringo, Rio, S. Andrea, Saturno, Senia, Sequial, Smeraldo, Star, Stirpe, Vela, Vitro, Calca, Dion, Zeus

62

72

Strymonas

62

71

Anseatico, Baldo, Belgioioso, Betis, Euribe, Italpatna, Marathon, Redi, Ribello, Rizzotto, Rocca, Roma, Romanico, Romeo, Tebre, Volano

61

72

Bonnet Bell, Rita, Silla, Thaibonnet, L 202, Puntal

60

72

Evropi, Melas

60

70

Arborio, Blue Belle, Blue Belle „E”, Blue Bonnet, Calendal, Razza 82, Rea

58

72

Maratelli, Precoce Rossi

58

70

Carnaroli, Elba, Vialone Nano

57

72

Axios

57

67

Roxani

57

66

Pygmalion

52

71

Overige rassen

64

72

B.   PRIJSVERHOGINGEN EN -VERLAGINGEN IN VERBAND MET HET RENDEMENT BIJ DE BEWERKING

Rendement bij de bewerking van padie tot volwitte rijst, in hele korrels

Prijsverhogingen en –verlagingen per punt rendement

Hoger dan het basisrendement

Prijsverhoging van 0,75 %

Lager dan het basisrendement

Prijsverlaging van 1 %


Totaalrendement bij de bewerking van padie tot volwitte rijst

Prijsverhogingen en –verlagingen per punt rendement

Hoger dan het basisrendement

Prijsverhoging van 0,60 %

Lager dan het basisrendement

Prijsverlaging van 0,80 %


BIJLAGE III

IN ARTIKEL 3, LID 2, ONDER D), BEDOELDE MAXIMUMPERCENTAGES

Onvolkomenheden van de korrels

Rondkorrelige rijst

GN-code 1006 10 92

Halflangkorrelige en langkorrelige rijst A

GN-codes 1006 10 94 en 1006 10 96

Langkorrelige rijst B

GN-code 1006 10 98

Krijtachtige korrels

6

4

4

Roodgestreepte korrels

10

5

5

Gevlekte en gespikkelde korrels

4

2,75

2,75

Barnsteenkleurige korrels

1

0,50

0,50

Gele korrels

0,175

0,175

0,175

Andere onzuiverheden

1

1

1

Rijstkorrels van andere rassen

5

5

5


BIJLAGE IV

PRIJSVERLAGINGEN IN VERBAND MET ONVOLKOMENHEDEN VAN DE KORRELS

Onvolkomenheden van de korrels

Percentage onvolkomen korrels dat leidt tot een verlaging van de interventieprijs

Verlagingspercentage (1) dat wordt toegepast in verband met extra afwijkingen t.o.v. de laagste grenswaarde

Rondkorrelige rijst

GN-code 1006 10 92

Halflang-korrelige en langkorrelige rijst A

GN-codes 1006 10 94 en 1006 10 96

Langkorrelige rijst B

GN-code 1006 10 98

Krijtachtige korrels

van 2 tot en met 6 %

van 2 tot en met 4 %

van 1,5 tot en met 4 %

1 % voor elke extra afwijking van 0,5 %

Roodgestreepte korrels

van 1 tot en met 10 %

van 1 tot en met 5 %

van 1 tot en met 5 %

1 % voor elke extra afwijking van 1 %

Gevlekte en gespikkelde korrels

van 0,50 tot en met 4 %

van 0,50 tot en met 2,75 %

van 0,50 tot en met 2,75 %

0,8 % voor elke extra afwijking van 0,25 %

Barnsteenkleurige korrels

van 0,05 tot en met 1 %

van 0,05 tot en met 0,50 %

van 0,05 tot en met 0,50 %

1,25 % voor elke extra afwijking van 0,25 %

Gele korrels

van 0,02 tot en met 0,175 %

van 0,02 tot en met 0,175 %

van 0,02 tot en met 0,175 %

6 % voor elke extra afwijking van 0,125 %


(1)  Voor de berekening van de afwijking wordt rekening gehouden met de cijfers tot twee cijfers na de komma van het percentage onvolkomen korrels.


BIJLAGE V

DE IN ARTIKEL 5 BEDOELDE TRANCHE 1

Lidstaat

Tranche 1

Griekenland

4 674 t

Spanje

20 487 t

Frankrijk

4 181 t

Italië

40 764 t

Hongarije

307 t

Portugal

4 587 t


BIJLAGE VI

GEGEVENS DIE MOETEN WORDEN OPGENOMEN IN DE IN ARTIKEL 7, LID 2, BEDOELDE MEDEDELING

Lidstaat: ….

Nummer van de aanbieding

Aangeboden hoeveelheid (t)

Minimumhoeveelheid (t)

1

 

 

2

 

 

3

 

 

4

 

 

5

 

 

6

 

 

7

 

 

8

 

 

enz.

 

 

Elektronisch adres voor de verzending van de gegevens overeenkomstig artikel 7, lid 2: AGRI-INTERV-RICE@CEC.EU.INT


Az oldal tetejére