EUR-Lex De toegang tot het recht van de Europese Unie

Terug naar de EUR-Lex homepage

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

Fraude en corruptie

Werkgelegenheids- en sociaal beleid

Fraude en corruptie vormen een ernstige bedreiging van de veiligheid en de financiële belangen van de Europese Unie (EU). De EU geeft de strijd tegen fraude en corruptie daarom prioriteit, enerzijds omdat zij het geld van de belastingbetaler optimaal wil besteden, anderzijds omdat zij de georganiseerde misdaad en het terrorisme zo een vruchtbare voedingsbodem wil ontnemen.

De rechtsgrondslag voor de corruptie- en fraudebestrijding op Europees niveau is artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), dat de EU en haar lidstaten opdraagt de financiële belangen van de EU te beschermen.

Op EU-niveau is die strijd toevertrouwd aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), dat:

  • onafhankelijk administratief onderzoek doet naar fraude, corruptie en alle andere illegale activiteiten met EU-middelen of -inkomsten, om erop toe te zien dat het geld van de Europese belastingbetaler bij nuttige projecten terechtkomt
  • ernstig wangedrag van EU-personeel en leden van EU-instellingen onderzoekt, en zo helpt het vertrouwen van het publiek in deze instellingen te versterken
  • het EU-fraudebestrijdingsbeleid ontwikkelt

Het Europees Openbaar Ministerie, dat op grond van Verordening 2017/1939 zal worden opgericht, wordt het eerste EU-orgaan zijn dat ook bevoegd is om strafrechtelijk onderzoek uit te voeren, en fraude en corruptie die de financiële belangen van de EU schaden, ook strafrechtelijk te vervolgen.

De Europese Commissie pakt corruptie in de EU en op internationaal niveau aan via haar directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken (DG HOME).

Corruptie leidt tot onzekerheid voor het bedrijfsleven, lagere investeringen en schaadt de interne markt. Maar nog belangrijker is dat corruptie het vertrouwen in overheden, openbare instanties en de democratie ondermijnt.

De EU-instellingen streven ernaar om:

  • de wetgeving tegen corruptie te stroomlijnen en te moderniseren
  • de ontwikkelingen in de strijd tegen corruptie in de EU-landen te monitoren in het kader van het Europees semester
  • de uitvoering van nationale anticorruptiemaatregelen te steunen door middel van financiering, technische hulp en het uitwisselen van ervaringen

Artikel 83, lid 1, VWEU beschouwt corruptie als “euro-crime” (Europees misdrijf), waardoor het op hetzelfde niveau wordt gesteld als andere ernstige strafbare feiten met een grensoverschrijdende dimensie.