This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Hedgefondsen, participatiefondsen — voorschriften voor beheerders
Richtlijn 2011/61/EU inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen
De richtlijn is niet van toepassing op:
Beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerders) kunnen “paspoorten” voor hun dienstverlening in verschillende lidstaten van de EU verlenen op basis van één enkele vergunning. Dit betekent dat wanneer een abi-beheerder een vergunning heeft in een lidstaat en voldoet aan de voorschriften van de richtlijn, deze bevoegd is om in de hele EU fondsen te beheren of aan professionele beleggers te verhandelen.
Om in de EU te mogen werken, moeten abi-beheerders een vergunning verkrijgen van de bevoegde autoriteit van hun lidstaat van herkomst. Om deze vergunning te verkrijgen, moeten abi-beheerders een minimumkapitaalniveau hebben in de vorm van liquide middelen of kortlopende activa.
Abi-beheerders moeten ervoor zorgen dat de fondsen die zij beheren een onafhankelijk bewaarder aanstellen. Dit kan bijvoorbeeld een bank of beleggingsonderneming zijn die verantwoordelijk is voor het toezicht op de activiteiten van het fonds en die ervoor moet zorgen dat de activa van het fonds adequaat worden beschermd.
Abi-beheerders moeten de bevoegde autoriteit kunnen overtuigen van de soliditeit van de interne organisatie wat betreft risicobeheer.
Dit omvat onder meer de vereiste om regelmatig informatie te verstrekken over de voornaamste markten en instrumenten waarin zij handelen, hun voornaamste posities en hun risicoconcentratie.
Om beleggers aan te zetten tot zorgvuldigheid moeten abi-beheerders een duidelijke beschrijving geven van hun beleggingsbeleid, met inbegrip van de soorten activa en het gebruik van hefboomfinanciering. Op verzoek moet een jaarverslag voor ieder boekjaar beschikbaar zijn voor beleggers.
De richtlijn bevat specifieke vereisten met betrekking tot hefboomfinanciering, d.w.z. het gebruik van schulden om investeringen te financieren. Bevoegde autoriteiten kunnen beperkingen voor hefboomfinanciering vaststellen om de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen.
Wanneer een abi zeggenschap verwerft over een niet-beursgenoteerde onderneming of een uitgevende instelling, is de abi-beheerder onderworpen aan maatregelen tegen asset stripping. De abi-beheerder moet gedurende een periode van twee jaar optreden tegen iedere uitkering, kapitaalvermindering, terugbetaling van aandelen of verwerving van eigen aandelen door de onderneming.
Behoudens de in de richtlijn uiteengezette voorwaarden kan het “paspoort” worden uitgebreid naar niet-EU-abi-beheerders en naar de verhandeling van niet-EU-fondsen die worden beheerd door EU- of niet-EU-abi-beheerders.
De Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) speelt een actieve rol bij het opbouwen van een gemeenschappelijke toezichtcultuur, met name door richtsnoeren uit te vaardigen voor een goed beloningsbeleid en technische normen te ontwikkelen om de soorten abi-beheerders te bepalen.
Lidstaten kunnen ervoor kiezen de richtlijn niet toe te passen op kleinere abi-beheerders, d.w.z. fondsen met beheerde activa van minder dan 100 miljoen euro indien zij gebruikmaken van hefboomfinanciering, en met activa van minder dan 500 miljoen euro indien zij daar geen gebruik van maken. Kleinere fondsen zijn echter onderworpen aan minimale registratie- en rapportagevereisten.
Richtlijn (EU) 2016/2341 betreffende instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (IBPV’s) (zie de samenvatting) introduceert de volgende twee aanvullende regels.
De lidstaten mogen niet:
Verordening (EU) 2017/2402, die een algemeen kader voor securitisatie vastlegt (zie de samenvatting), voert een regel in die vereist dat wanneer abi-beheerders worden blootgesteld aan een securitisatie die niet langer aan de daarin vastgelegde vereisten voldoet, zij in het belang van de beleggers in de betrokken abi’s moeten optreden en indien nodig corrigerende maatregelen moeten nemen.
Richtlijn (EU) 2019/1160 bevat verschillende wijzigingen.
Wijzigingen die zijn ingevoerd bij Richtlijn (EU) 2019/2034 zorgen ervoor dat het eigen vermogen van de abi-beheerder ten minste een kwart van de vaste overheadkosten van het voorgaande jaar moet bedragen. Beleggingsondernemingen moeten cijfers gebruiken die het resultaat zijn van het toepasselijke boekhoudkundige kader.
Wijzigingsrichtlijn (EU) 2022/2556 brengt de bepalingen van de richtlijn en verschillende andere verwante richtlijnen in overeenstemming met de vereisten inzake ICT-risico’s voor financiële entiteiten in de verordening betreffende digitale operationele weerbaarheid van de financiële sector (DORA), Verordening (EU) 2022/2254 (zie de samenvatting).
De Commissie heeft verschillende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vastgesteld.
Richtlijn 2011/61/EU wijzigde de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010.
Richtlijn 2011/61/EU moest uiterlijk in nationaal recht zijn omgezet. Deze regels zijn sinds die datum van toepassing.
Zie voor meer informatie:
Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van , blz. 1-73)
Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2011/61/EG werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
laatste bijwerking