EUR-Lex Resultaten van de zoekactie

Terug naar de EUR-Lex homepage

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

Zoekresultaten

2

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 24 juli 2023.
Strafzaak tegen C.I. e.a.
Verzoek van de Curte de Apel Braşov om een prejudiciële beslissing.
Prejudiciële verwijzing – Bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie – Artikel 325, lid 1, VWEU – ,BFB’-overeenkomst – Artikel 2, lid 1 – Verplichting om fraude waardoor de belangen van de Unie worden geschaad, te bestrijden met afschrikkende en doeltreffende maatregelen – Verplichting om te voorzien in strafrechtelijke sancties – Belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Ernstige btw-fraude – Verjaringstermijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid – Arrest van een grondwettelijk hof waarbij een nationale bepaling over de gronden voor stuiting van die termijn ongeldig is verklaard – Systemisch risico op straffeloosheid – Bescherming van de grondrechten – Artikel 49, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Legaliteitsbeginsel inzake delicten en straffen – Vereisten van voorzienbaarheid en nauwkeurigheid van de strafwet – Beginsel dat de meest gunstige strafwet (lex mitior) met terugwerkende kracht wordt toegepast – Rechtszekerheidsbeginsel – Nationale norm voor de bescherming van de grondrechten – Verplichting voor de rechterlijke instanties van een lidstaat om met het Unierecht strijdige uitspraken van het grondwettelijk hof en/of de hoogste rechterlijke instantie van die lidstaat buiten toepassing te laten – Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van rechters voor de niet-eerbiediging van die uitspraken – Beginsel van voorrang van het Unierecht.
Zaak C-107/23 PPU.

ECLI-code: ECLI:EU:C:2023:606

Celex-nummer:
62023CJ0107
Vorm:
Arrest
Auteur:
Hof van Justitie
Datum document:
24/07/2023

Conclusie van advocaat-generaal M. Campos Sánchez-Bordona van 29 juni 2023.
Strafzaak tegen C.I. e.a.
Verzoek van de Curte de Apel Braşov om een prejudiciële beslissing.
Prejudiciële verwijzing – Bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie – Artikel 325, lid 1, VWEU – ,BFB’-overeenkomst – Artikel 2, lid 1 – Verplichting om fraude waardoor de belangen van de Unie worden geschaad, te bestrijden met afschrikkende en doeltreffende maatregelen – Verplichting om te voorzien in strafrechtelijke sancties – Belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Ernstige btw-fraude – Verjaringstermijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid – Arrest van een grondwettelijk hof waarbij een nationale bepaling over de gronden voor stuiting van die termijn ongeldig is verklaard – Systemisch risico op straffeloosheid – Bescherming van de grondrechten – Artikel 49, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Legaliteitsbeginsel inzake delicten en straffen – Vereisten van voorzienbaarheid en nauwkeurigheid van de strafwet – Beginsel dat de meest gunstige strafwet (lex mitior) met terugwerkende kracht wordt toegepast – Rechtszekerheidsbeginsel – Nationale norm voor de bescherming van de grondrechten – Verplichting voor de rechterlijke instanties van een lidstaat om met het Unierecht strijdige uitspraken van het grondwettelijk hof en/of de hoogste rechterlijke instantie van die lidstaat buiten toepassing te laten – Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van rechters voor de niet-eerbiediging van die uitspraken – Beginsel van voorrang van het Unierecht.
Zaak C-107/23 PPU.

ECLI-code: ECLI:EU:C:2023:532

Celex-nummer:
62023CC0107
Vorm:
Conclusie van de advocaat-generaal
Auteur:
Hof van Justitie
Datum document:
29/06/2023
2
Subdomein: Jurisprudentie, Aangehaalde besluiten: 12007P049, Taal: Nederlands, Ook samenvattingen van de rechtspraak: Ja