Beschikking van de President van het Hof van 19 juli 2012 –
Akhras/Raad

[Zaak C-110/12 P(R)]

„Hogere voorziening – Kort geding – Beperkende maatregelen tegen Syrië – Bevriezing van tegoeden en financiële middelen – Verzoek om opschorting van tenuitvoerlegging en om voorlopige maatregelen – Geen spoedeisendheid – Geen ernstige en onherstelbare schade”

1.                     Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Voorwaarden voor toekenning – Fumus boni juris – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Cumulatieve voorwaarden – Volgorde van onderzoek en wijze van toetsing – Beoordelingsbevoegdheid van rechter in kort geding (Art. 278 VWEU en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2) (cf. punten 21-23)

2.                     Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Voorwaarden voor toekenning – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Verzoek om opschorting gebaseerd op bepaling die voorschrijft dat gevolgen van arrest houdende nietigverklaring van verordening vanaf afwijzing van hogere voorziening in aanmerking moeten worden genomen – Verzoek ongegrond indien geen sprake is van dergelijke schade (Art. 278 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 60, tweede alinea) (cf. punten 27-28)

3.                     Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 33-34)

4.                     Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Voorwaarden voor toekenning – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Bewijslast – Schade veroorzaakt door bevriezing van tegoeden en financiële middelen – Elementen die deze schade kunnen aantonen (Art. 278 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2) (cf. punten 42-51)

5.                     Kort geding – Voorwaarden voor ontvankelijkheid – Verzoekschrift – Vormvereisten – Uiteenzetting van middelen op grond waarvan toekenning van gevorderde maatregelen aanvankelijk gerechtvaardigd voorkomt (Art. 278 VWEU en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2) (cf. punten 55-56)

6.                     Kort geding – Procedure – Wenselijkheid van horen van partijen – Beoordelingsbevoegdheid van rechter in kort geding (Art. 278 VWEU en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 105, lid 2) (cf. punten 57-59)

Voorwerp

Hogere voorziening tegen de beschikking van de president van het Gerecht van 12 december 2011, Akhras/Raad (T-579/11 R), houdende afwijzing het verzoek om voorlopige maatregelen en om opschorting van de tenuitvoerlegging van besluit 2011/522/GBVB van de Raad van 2 september 2011 houdende wijziging van besluit 2011/273/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB L 228, blz. 16), verordening (EU) nr. 878/2011 van de Raad van 2 september 2011 tot wijziging van verordening (EU) nr. 442/2011 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB L 228, blz. 1), van besluit 2011/628/GBVB van de Raad van 23 september 2011 houdende wijziging van besluit 2011/273/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB L 247, blz. 17) en van verordening (EU) nr. 1011/2011 van de Raad van 13 oktober 2011 tot wijziging van verordening (EU) nr. 442/2011 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (PB L 269, blz. 18), voor zover deze teksten betrekking hebben op rekwirant

Dictum

1)

De hogere voorziening wordt afgewezen.

2)

T. Akhras wordt verwezen in de kosten.