EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62013CJ0134

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 12 februari 2015.
Raytek GmbH en Fluke Europe BV tegen Commissioners for Her Majesty's Revenue and Customs.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: First-tier Tribunal (Tax Chamber) - Verenigd Koninkrijk.
Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk douanetarief - Tariefindeling - Gecombineerde nomenclatuur - Infraroodwarmtecamera’s.
Zaak C-134/13.

Court reports – general

ECLI identifier: ECLI:EU:C:2015:82

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer)

12 februari 2015 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing — Gemeenschappelijk douanetarief — Tariefindeling — Gecombineerde nomenclatuur — Infraroodwarmtecamera’s”

In zaak C‑134/13,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het First-tier Tribunal (Tax Chamber) (Verenigd Koninkrijk) bij beslissing van 7 maart 2013, ingekomen bij het Hof op 18 maart 2013, in de procedure

Raytek GmbH,

Fluke Europe BV

tegen

Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs,

wijst

HET HOF (Vijfde kamer),

samengesteld als volgt: T. von Danwitz, kamerpresident, C. Vajda, A. Rosas, E. Juhász en D. Šváby (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: P. Cruz Villalón,

griffier: L. Carrasco Marco, administrateur,

gezien de stukken en na de terechtzitting op 26 november 2014,

gelet op de opmerkingen van:

Raytek GmbH en Fluke Europe BV, vertegenwoordigd door I. Humby, consultant, en V. Sloane, barrister,

de regering van het Verenigd Koninkrijk, vertegenwoordigd door J. Beeko als gemachtigde, bijgestaan door R. Hill, barrister,

de Europese Commissie, vertegenwoordigd door B.‑R. Killmann en L. Flynn als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de geldigheid van verordening (EU) nr. 314/2011 van de Commissie van 30 maart 2011 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB L 86, blz. 57).

2

Dit verzoek is ingediend in het kader van beroepen die Raytek GmbH en Fluke Europe BV (hierna: „Raytek” respectievelijk „Fluke”) hebben ingesteld tegen besluiten van de Commissioners for Her Majesty’s Revenue and Customs (hierna: „Commissioners”) betreffende de tariefindeling van infraroodwarmtecamera’s.

Toepasselijke bepalingen

Internationaal recht

3

Het op 14 juni 1983 te Brussel gesloten Internationale Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”), alsmede het daarbij behorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 (hierna: „GS-Verdrag”), zijn namens de Europese Economische Gemeenschap goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB L 198, blz. 1).

4

Krachtens artikel 3, lid 1, van het GS-Verdrag verbindt elke verdragsluitende partij zich ertoe om haar tariefnomenclatuur en haar statistieknomenclaturen in overeenstemming te doen zijn met het GS, om alle posten en onderverdelingen van het GS, zonder enige toevoeging of wijziging, alsmede de daarop betrekking hebbende numerieke codes te gebruiken, en om de volgorde van nummering van dit systeem in acht te nemen. Dezelfde bepaling verplicht elke verdragsluitende partij tevens om de algemene regels voor de interpretatie van het GS (hierna: „algemene GS-regels”), alsmede alle aantekeningen op de afdelingen, de hoofdstukken en de onderverdelingen van het GS toe te passen en de draagwijdte van die afdelingen, hoofdstukken of onderverdelingen niet te wijzigen.

5

De Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie (WDO), die is ingesteld bij het op 15 december 1950 te Brussel ondertekende verdrag houdende oprichting van deze raad, keurt onder de in artikel 8 van het GS-Verdrag vastgelegde voorwaarden de toelichtingen goed die worden vastgesteld door het comité voor het GS, waarvan de organisatie door artikel 6 van dat verdrag wordt geregeld (hierna: „GS-toelichtingen”).

6

De toelichting op de derde algemene GS-regel luidt als volgt:

„[...]

Regel 3 a)

[...]

IV)

Het is niet mogelijk scherp omlijnde beginselen te formuleren, aan de hand waarvan kan worden nagegaan of een bepaalde post een meer specifieke omschrijving geeft van de goederen dan een andere. In het algemeen kan echter het volgende worden gezegd:

a)

een post waarin een bepaald product met naam is genoemd, geeft een meer specifieke omschrijving dan een post die een groep van artikelen omvat; zo worden scheerapparaten en tondeuses met een ingebouwde elektromotor ingedeeld onder post 8510 en niet onder post 8467 (handgereedschap met ingebouwde elektromotor), noch onder post 8509 (elektromechanische toestellen voor huishoudelijk gebruik, met ingebouwde elektromotor);

b)

als post met de meest specifieke omschrijving moet worden aangemerkt de post die van de goederen de meest nauwkeurige en uitvoerige beschrijving geeft, aan de hand waarvan die goederen het best kunnen worden geïdentificeerd.

Als voorbeelden van deze laatste groep kunnen worden genoemd:

1)

getufte tapijten van textiel, herkenbaar voor het gebruik in motorvoertuigen. Deze mogen niet als toebehoren van motorvoertuigen onder post 8708 worden ingedeeld, maar moeten onder post 5703 worden ingedeeld, waar zij meer specifiek genoemd zijn.

2)

niet-ingelijst veiligheidsglas, bestaande uit geharde glasplaten (hardglas) of uit opeengekitte glasplaten, in vorm gebracht en herkenbaar voor gebruik als voorruit voor vliegtuigen. Dit glas mag niet als een onderdeel van toestellen van de posten 8801 en 8802 onder post 8803 worden ingedeeld, maar moet onder post 7007 worden ingedeeld, waar het meer specifiek genoemd is.

V)

Indien echter twee of meer posten ieder afzonderlijk betrekking hebben op slechts een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld, dan wel op een gedeelte van de artikelen van een stel of assortiment opgemaakt van de verkoop in het klein, moeten deze posten, ten aanzien van dit mengsel, dit goed of dit assortiment, steeds als even specifiek worden beschouwd, zelfs indien een van de posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft. In dat geval zal de indeling van de goederen worden bepaald door de toepassing van regel 3 b) of 3 c).

Regel 3 b)

[...]

VI)

Deze tweede methode van indeling heeft alleen betrekking op:

1)

mengsels;

2)

werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen;

3)

werken die zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen;

4)

goederen opgemaakt in stellen voor de verkoop in het klein.

Zij wordt enkel toegepast als regel 3 a) geen oplossing biedt.

VII)

In al deze gevallen moet worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels of de werken hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald.

VIII)

De factor die doorslaggevend is bij het bepalen van het wezenlijke karakter kan verschillen van de ene soort van goederen tot de andere. De goederen kunnen hun wezenlijk karakter ontlenen aan de stof waaruit zij bestaan, aan de artikelen waaruit zij zijn samengesteld, aan de omvang, de hoeveelheid, het gewicht en de waarde daarvan, ofwel aan de belangrijkheid van de samenstellende stoffen ten opzichte van het gebruik dat van de goederen zal worden gemaakt.

[...]”

Unierecht

Verordening (EEG) nr. 2658/87

7

De gecombineerde nomenclatuur, die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief‑ en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 861/2010 van de Commissie van 5 oktober 2010 (PB L 284, blz. 1; hierna: „GN”), bevat in het eerste deel, onder titel I, afdeling A, een aantal algemene regels voor de interpretatie van deze nomenclatuur (hierna: „algemene GN-regels”). Deze afdeling bepaalt:

„Voor de indeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur gelden de volgende bepalingen.

1.

De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels.

[...]

3.

Indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2 b) of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt:

a)

de post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die posten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van [die posten] daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft;

b)

mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3 a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald;

c)

in de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3 a) en 3 b) niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.

[...]

6.

Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”

8

In het tweede deel van de GN, met het opschrift „Tabel der rechten”, is een hoofdstuk 85 opgenomen, dat betrekking heeft op „[e]lektrische machines, apparaten, uitrustingsstukken, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, toestellen voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen”. Onder dit hoofdstuk valt post 8525, die als volgt luidt:

„Zendtoestellen voor radio-omroep of televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel of toestel voor het opnemen of het weergeven van geluid; televisiecamera’s, digitale fototoestellen en videocamera-opnametoestellen”.

9

In de mededeling van de Europese Commissie inzake de toelichtingen op de GN (2011/C 137/01) is gepreciseerd dat deze post warmtebeeldcamera’s met infraroodbeeldopnemers omvat, die warmtestraling registreren en deze omzetten in beelden die de temperaturen van individuele oppervlakken of objecten in verschillende grijstinten of kleuren weergeven, maar die geen temperaturen kunnen meten en de meetgegevens niet in cijfers kunnen uitdrukken.

10

Hoofdstuk 90 van de GN, „Optische instrumenten, apparaten en toestellen; instrumenten, apparaten en toestellen voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle‑ en precisie-instrumenten, -apparaten en ‑toestellen; medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen; delen en toebehoren van deze instrumenten, apparaten en toestellen”, bevat met name de posten 9025 en 9027.

11

Volgens aantekening 3 op hoofdstuk 90 is het bepaalde in de aantekeningen 3 en 4 op afdeling XVI eveneens van toepassing op dit hoofdstuk. Aantekening 3 op die afdeling luidt:

„Voor zover niet anders is bepaald, worden combinaties van machines van verschillende soorten, die bestemd zijn om gezamenlijk te functioneren en die een geheel vormen, alsmede machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies, ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex.”

12

GN-post 9025 luidt als volgt en heeft de volgende structuur:

„9025

Densimeters, areometers, vochtwegers en dergelijke drijvende instrumenten, thermometers, pyrometers, barometers, hygrometers en psychrometers, ook indien zelfregistrerend; combinaties van deze instrumenten:

 

– thermometers en pyrometers, niet gecombineerd met andere instrumenten:

9025 11

– – gevuld met vloeistof, met rechtstreekse aflezing:

[...]

 

9025 19

– – andere:

9025 19 20

– – – elektronische

9025 19 80

– – – andere

[...]

[...]”

13

In de Franse taalversie luidt post 9027 van de GN als volgt en heeft hij de volgende structuur:

„9027

Instruments et appareils pour analyses physiques ou chimiques (polarimètres, réfractomètres, spectromètres, analyseurs de gaz ou de fumées, par exemple); instruments et appareils pour essais de viscosité, de porosité, de dilatation, de tension superficielle ou similaires ou pour mesures calorimétriques, acoustiques ou photométriques (y compris les indicateurs de temps de pose); microtomes:

[In de Nederlandse taalversie: ‚Instrumenten, apparaten en toestellen voor natuurkundige of scheikundige analyse (bijvoorbeeld polarimeters, refractometers, spectrometers, analysetoestellen voor gassen of voor rook); instrumenten, apparaten en toestellen voor het meten of het verifiëren van de viscositeit, de poreusheid, de uitzetting, de oppervlaktespanning en dergelijke; instrumenten, apparaten en toestellen voor het meten of het verifiëren van hoeveelheden warmte, geluid of licht (belichtingsmeters daaronder begrepen); microtomen’]

[...]

 

9027 30 00

Spectromètres, spectrophotomètres et spectrographes utilisant les rayonnements optiques (UV, visibles, IR)

[In de Nederlandse taalversie: ‚spectrometers, spectrofotometers en spectrografen, die gebruikmaken van optische stralen (UV, zichtbare, IR)’]

9027 50 00

– autres instruments et appareils utilisant les rayonnements optiques (UV, visibles, IR)

[In de Nederlandse taalversie: ‚andere instrumenten, apparaten en toestellen, die gebruikmaken van optische stralen (UV, zichtbare, IR)’]

[...]

[...]”

14

De bewoordingen „instruments or apparatus for measuring or checking of quantities of heat” in de Engelse taalversie van deze tariefpost stemmen overeen met de bewoordingen „instruments et appareils [...] pour mesures calorimétriques” in de Franse taalversie van deze post [in de Nederlandse taalversie: „instrumenten, apparaten en toestellen voor het meten of het verifiëren van hoeveelheden warmte”].

15

Volgens de GS-toelichting op post 9027 vallen met name „[d]ensimeters, areometers, thermometers, hygrometers en andere apparaten en toestellen bedoeld bij post 9025, ook indien voor laboratoriumgebruik”, niet onder post 9027.

16

Het douanerecht bij invoer bedraagt 3,2 % voor goederen die onder postonderverdeling 9025 19 20 vallen, terwijl voor goederen die vallen onder postonderverdeling 9027 50 00 een vrijstelling van dit invoerrecht geldt.

Verordening nr. 314/2011

17

Verordening nr. 314/2011 is op 21 april 2011 in werking getreden. Bij deze verordening zijn infraroodwarmtecamera’s ingedeeld onder GN‑code 9025 19 20 als thermometers.

18

In de bijlage bij die verordening zijn de betrokken apparaten als volgt beschreven:

„Een apparaat (zogenoemde ‚infraroodwarmtecamera’) voor het vastleggen van beelden van infrarode straling door middel van een microbolometer en het weergeven van dergelijke beelden in kleuren die verschillende temperaturen voorstellen, met afmetingen van ongeveer 26 x 8 x 11 cm.

Het apparaat bevat:

een afneembare lens,

een microbolometer met een resolutie van 160 x 120 pixels, die temperaturen kan meten binnen een bereik van -20 °C tot 250 °C,

een kleurenbeeldscherm met vloeibare kristallen (lcd) met een resolutie van 320 x 240 pixels en een diagonaal van het beeldscherm van ongeveer 7 cm (2,5 inches), en

een geheugen dat tot 200 beelden in JPEG-formaat kan opslaan.

De microbolometer – een warmtesensor die gebruikt wordt als detector in de camera – biedt 19200 pixels in elk beeld, waarbij iedere pixel het resultaat weergeeft van een temperatuurmeting.

Het beeld wordt in verschillende kleuren weergegeven die de verschillende gemeten temperaturen voorstellen, samen met een verticale schaal die de temperatuur weergeeft boven‑ en onderaan het gekozen temperatuurbereik en het kleurengamma van boven naar onderen.

Het apparaat kan ook de temperatuur van een specifiek punt meten en het resultaat op een temperatuurschaal weergeven.

Het apparaat wordt gebruikt bij preventief onderhoud om constructie‑ of isolatiefouten en warmtelekken op te sporen.”

19

In deze bijlage wordt de indeling van de betrokken toestellen onder GN‑code 9025 19 20 als volgt gemotiveerd:

„De indeling is vastgesteld op basis van de algemene [GN-]regels 1 en 6 [...] en de tekst van de GN-codes 9025, 9025 19 en 9025 19 20.

Omdat het apparaat temperaturen kan meten en de gemeten waarden in cijfers kan weergeven, hetgeen een functie is die wordt genoemd onder post 9025, is indeling onder post 8525 als een camera uitgesloten (zie ook de GN-toelichtingen op post 8525).

Omdat het doel van het apparaat niet het meten of verifiëren van hoeveelheden warmte is maar wel het opsporen van het niveau van infrarode straling (temperatuurmeting), is indeling onder post 9027 uitgesloten.

Gezien zijn kenmerken moet het apparaat worden ingedeeld onder GN‑code 9025 19 20 als een thermometer.”

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

20

Raytek en Fluke importeren infraroodwarmtecamera’s in het Verenigd Koninkrijk.

21

Met betrekking tot de eigenschappen van deze camera’s preciseert de verwijzende rechter dat deze camera’s met name zijn samengesteld uit een beeldlens, die de door het doelobject uitgestraalde infrarode energie verzamelt en op een infrarooddetector concentreert. De infrarode straling leidt tot een meetbare respons van de detector, die elektronisch wordt verwerkt binnen de warmtecamera teneinde een thermogram of een infraroodbeeld te produceren, waarin verschillende kleurschakeringen corresponderen met de verdeling van infrarode straling over het oppervlak van het doelobject. Deze rechter voegt eraan toe dat door middel van bedieningsfuncties, waarmee parameters als het temperatuurbereik, de warmtespanwijdte, het warmteniveau, het kleurenpalet en de mengeling van zichtbare en infrarode beelden kunnen worden geregeld, elektronische aanpassingen kunnen worden doorgevoerd teneinde het warmtebeeld op het scherm te verbeteren.

22

Wat het gebruik van deze camera’s betreft, geeft de verwijzende rechter aan dat zij hoofdzakelijk bestemd zijn om gebrekkige elektrische contacten, door elektrische overbelasting veroorzaakte overmatige warmte, constructiefouten, isolatiegebreken en lucht‑ en waterlekken op te sporen en te lokaliseren.

23

Naar aanleiding van de bekendmaking van verordening nr. 314/2011 hebben de Commissioners Raytek en Fluke bij brief van 14 april 2011 meegedeeld dat de bindende tariefinlichtingen die hun voordien waren verstrekt in verband met de tariefindeling van de toestellen die zij importeerden onder post 9027, niet langer geldig waren.

24

Raytek en Fluke hebben tegen de in die brieven vervatte besluiten beroep ingesteld, waarmee zij aanvoeren dat verordening nr. 314/2011, gelet op de daadwerkelijke draagwijdte van de tariefposten 9025 19 20 en 9027 50 00, ongeldig is.

25

In die omstandigheden heeft het First-tier Tribunal (Tax Chamber) de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:

„Is verordening [nr. 314/2011] geldig voor zover zij infraroodwarmtecamera’s indeelt onder GN-code 9025 19 20?”

Procesverloop voor het Hof

26

Bij beslissing van 14 januari 2014 heeft het Hof de onderhavige zaak toegewezen aan de Tiende kamer, heeft het besloten deze zaak zonder conclusie te berechten, en heeft het de partijen opgeroepen voor een terechtzitting. Na deze terechtzitting, die op 6 maart 2014 is gehouden, is de mondelinge behandeling gesloten.

27

De Tiende kamer heeft op 2 oktober 2014 besloten deze zaak terug te verwijzen naar het Hof om ze krachtens artikel 60, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof opnieuw te laten toewijzen, ditmaal aan een grotere rechtsprekende formatie. Daarop heeft het Hof besloten de zaak toe te wijzen aan de Vijfde kamer.

28

Bij beschikking van 4 november 2014 heeft het Hof de heropening van de mondelinge behandeling gelast en partijen opgeroepen voor een nieuwe terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 november 2014.

Beantwoording van de prejudiciële vraag

29

Met het oog op de beantwoording van de prejudiciële vraag moet worden opgemerkt dat de Raad van de Europese Unie, met betrekking tot de toepassing van de GN, aan de Commissie – die in dit verband samenwerkt met de douanedeskundigen van de lidstaten – een ruime beoordelingsbevoegdheid heeft toegekend om de inhoud te verduidelijken van de tariefposten die voor de indeling van een bepaald goed in aanmerking komen. De bevoegdheid van de Commissie om de in artikel 9, lid 1, onder a), van verordening nr. 2658/87 bedoelde maatregelen vast te stellen, zoals maatregelen ter indeling van goederen, machtigt haar evenwel niet om de inhoud te wijzigen van de tariefposten die zijn vastgesteld op basis van het bij het GS-Verdrag ingevoerde GS, ten aanzien waarvan de Europese Unie zich bij artikel 3 van dit verdrag heeft verbonden om de draagwijdte niet te wijzigen (zie in die zin arresten Frankrijk/Commissie, C‑267/94, EU:C:1995:453, punten 19 en 20; Kawasaki Motors Europe, C‑15/05, EU:C:2006:259, punt 35, en Dinter en Europol Frost-Food, C‑522/07 en C‑65/08, EU:C:2009:663, punt 32).

30

In casu moet dus worden onderzocht of de Commissie de inhoud van de tariefposten 9025 19 en 9027 50 van de GN heeft gewijzigd door de goederen die in kolom 1 van de bijlage bij verordening nr. 314/2011 zijn beschreven in te delen onder post 9025 19 van de GN en niet onder post 9027 50 daarvan.

31

Volgens vaste rechtspraak moet in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken zijn omschreven (arresten Kawasaki Motors Europe, EU:C:2006:259, punt 38; Dinter en Europol Frost-Food, EU:C:2009:663, punt 29, en Premis Medical, C‑273/09, EU:C:2010:809, punt 42).

32

Luidens de beschrijving die in kolom 1 van de bijlage bij verordening nr. 314/2011 is gegeven, heeft deze verordening betrekking op „[apparaten] (zogenoemde ‚infraroodwarmtecamera[’s]’) voor het vastleggen van beelden van infrarode straling door middel van een microbolometer en het weergeven van dergelijke beelden in kleuren die verschillende temperaturen voorstellen”. De beelden worden vastgelegd door een microbolometer „die temperaturen kan meten binnen een bereik van -20 °C tot 250 °C”, „waarbij iedere pixel [van het gevormde beeld] het resultaat weergeeft van een temperatuurmeting” en het „beeld wordt [weergegeven] in verschillende kleuren die de verschillende gemeten temperaturen voorstellen, samen met een verticale schaal die [...] het kleurengamma van boven naar onderen [weergeeft]”. Tot slot kan het „apparaat [...] ook de temperatuur van een specifiek punt meten en het resultaat op een temperatuurschaal weergeven”.

33

Uit deze beschrijving blijkt dat de in verordening nr. 314/2011 bedoelde apparaten de infrarode straling van het doelobject opvangen en op basis daarvan een beeld van dat object construeren waarin de temperaturen – die worden afgeleid uit de opgevangen infrarode straling – met kleuren worden weergegeven. Met deze apparaten kan ook de temperatuur van een specifiek punt van het doelobject worden bepaald, eveneens aan de hand van de opgevangen infrarode straling.

34

Op basis van deze beschrijving mocht de Commissie besluiten dat het betrokken apparaat, zoals zij heeft uiteengezet in de motivering van kolom 3 van de voornoemde bijlage, „moet [...] worden ingedeeld onder GN-code 9025 19 20 als een thermometer”, „[o]mdat het [...] temperaturen kan meten en de gemeten waarden in cijfers kan weergeven, hetgeen een functie is die wordt genoemd onder post 9025” en „[o]mdat het doel van het apparaat niet het meten of verifiëren van hoeveelheden warmte is maar wel het opsporen van het niveau van infrarode straling (temperatuurmeting)”. Postonderverdeling 9025 19 20 betreft immers elektronische thermometers en pyrometers die niet zijn gecombineerd met andere instrumenten van dezelfde post.

35

Wat post 9027 van de GN betreft, waaronder de Commissie de bedoelde apparaten volgens verzoeksters in het hoofdgeding had moeten indelen, dient te worden opgemerkt dat deze post met name „[i]nstrumenten, apparaten en toestellen voor natuurkundige [...] analyse” betreft en dat postonderverdeling 9027 50 00 betrekking heeft op „instrumenten, apparaten en toestellen, die gebruikmaken van optische stralen”, waaronder infrarode straling. De toestellen die zijn beschreven in de bijlage bij verordening nr. 314/2011 kunnen, gelet op hun objectieve kenmerken en eigenschappen, evenwel niet onder deze post worden ingedeeld. Zij geven immers weliswaar het resultaat van een temperatuurmeting weer, maar voeren behalve die meting geen andere natuurkundige analyses uit. Aangezien temperatuurmeting, als specifiekere eigenschap, reeds in post 9025 van de GN wordt genoemd, is die laatste post krachtens algemene GN‑regel 3 a) van toepassing.

36

Dat de betrokken apparaten onder post 9025 moeten worden ingedeeld blijkt overigens ook uit de GS-toelichting op post 9027, volgens welke met name „[d]ensimeters, areometers, thermometers, hygrometers en andere apparaten en toestellen bedoeld bij post 9025” niet onder post 9027 vallen.

37

Hieruit volgt dat de Commissie de inhoud van de tariefposten 9025 19 en 9027 50 niet heeft gewijzigd door de in de bijlage bij verordening nr. 314/2011 beschreven apparaten in te delen onder postonderverdeling 9025 19 20 van de GN. Het onderzoek van verordening nr. 314/2011 voert dus niet tot de conclusie dat deze verordening ongeldig is.

38

Om de verwijzende rechter een nuttig antwoord te geven, moet er echter ook op worden gewezen dat er, gelet op de in de verwijzingsbeslissing en in punt 21 van het onderhavige arrest gegeven beschrijving van de apparaten die in het hoofdgeding aan de orde zijn, aanwijzingen bestaan dat deze apparaten niet noodzakelijk overeenstemmen met de apparaten die in verordening nr. 314/2011 zijn bedoeld.

39

Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of de door Raytek en Fluke ingevoerde infraroodwarmtecamera’s corresponderen met de in verordening nr. 314/2011 beschreven apparaten en meer in het bijzonder of het opvangen en meten van de infrarode straling op het oppervlak van een doelobject en het weergeven van een beeld dat de verdeling van deze straling voorstelt, een in post 9027 van de GN bedoelde functie kan zijn, waarbij wordt gebruikgemaakt van optische straling, waaronder infrarode straling, die verder gaat dan een loutere temperatuurmeting.

40

In dat geval moet ook rekening worden gehouden met het door verzoeksters in het hoofdgeding erkende feit dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde apparaten ook temperaturen kunnen meten, zodat zij dus tevens als thermometer kunnen worden gebruikt.

41

Overeenkomstig aantekening 3 op afdeling XVI van de GN, die op grond van algemene GN-regel 1 een dwingende regel voor de indeling van goederen vormt, moeten deze toestellen, als machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies, dus worden ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het geheel.

42

Derhalve moet op de gestelde prejudiciële vraag worden geantwoord dat bij het onderzoek ervan niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van verordening nr. 314/2011 kunnen aantasten.

Kosten

43

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Het Hof (Vijfde kamer) verklaart voor recht:

 

Bij het onderzoek van de prejudiciële vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid kunnen aantasten van verordening (EU) nr. 314/2011 van de Commissie van 30 maart 2011 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur.

 

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Engels.

Top