EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52010XC1216(02)

Mededeling van de Commissie — EU-richtsnoeren betreffende de beste praktijken voor vrijwillige certificeringsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

OJ C 341, 16.12.2010, p. 5–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

16.12.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 341/5


Mededeling van de Commissie — EU-richtsnoeren betreffende de beste praktijken voor vrijwillige certificeringsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen

2010/C 341/04

1.   INLEIDING

De voorbije jaren is het aantal vrijwillige certificeringsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen aanzienlijk toegenomen. Een in 2010 in opdracht van de Commissie opgemaakte inventaris (1) biedt een overzicht van meer dan 440 verschillende regelingen, waarvan de meeste tijdens de laatste tien jaar zijn ingesteld.

Certificeringsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen garanderen (via een certificeringmechanisme) dat een product, de toegepaste productiemethode of het toegepaste productiesysteem de in de specificaties vastgestelde kenmerken of eigenschappen vertonen. Bij deze regelingen gaat het over een breed spectrum aan uiteenlopende initiatieven die worden uitgevoerd in verschillende stadia van de voedselvoorzieningsketen (voor of na het verlaten van het landbouwbedrijf; in de hele voedselvoorzieningsketen of in een deel daarvan; in alle sectoren of slechts in één marktsegment, enz.). Zij worden toegepast op het „business-to-business”-niveau (B2B) (waar de supermarkt of de verwerkende bedrijven de beoogde uiteindelijke ontvangers van de informatie zijn) of op het „business-to-consumer”-niveau (B2C). Deze regelingen kunnen gebruik maken van logo’s, maar vele daarvan, vooral de B2B-regelingen, doen dat niet.

Terwijl certificeringsregelingen per definitie gebruik maken van attestering door derden, bestaan er op de markt andere regelingen die werken met labels of logo’s (vaak geregistreerd als handelsmerk) zonder dat er een certificeringsmechanisme aan te pas komt. Deelname aan deze regelingen gebeurt door overlegging van een zelfverklaring of via selectie door de eigenaar van de regeling. Overeenkomstig de in punt 2 omschreven definities worden deze regelingen „zelfverklaringsregelingen” genoemd. De toepassing van certificering is het meest geschikt als de verbintenissen complex zijn, in gedetailleerde specificaties zijn vastgesteld en regelmatig worden gecontroleerd. Zelfverklaring is beter geschikt voor vrij ongecompliceerde (enkelvoudige) claims.

Dat steeds meer certificeringsregelingen worden opgesteld, heeft vooral te maken met factoren zoals enerzijds de vraag in de samenleving naar bepaalde kenmerken (2) van een product of een productiemethode (vooral voor B2C-regelingen) en anderzijds de wens van de marktdeelnemers om te garanderen dat hun leveranciers voldoen aan de gestelde eisen (vooral voor B2B-regelingen). Met betrekking tot de voedselveiligheid is in Verordening (EG) nr. 178/2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving (3) bepaald dat het in de eerste plaats aan de exploitanten van levensmiddelenbedrijven en diervoederbedrijven is om ervoor te zorgen dat de levensmiddelen en diervoeders aan de voorschriften van de levensmiddelenwetgeving voldoen en om te controleren of deze voorschriften worden nageleefd. Vooral grote spelers in de voedselvoorzieningsketen vertrouwen vaak op certificeringsregelingen om zich ervan te verzekeren dat het product aan de voorschriften voldoet en om bij een voedselveiligheidsincident hun reputatie te beschermen en zich van aansprakelijkheid te vrijwaren.

Vanzelfsprekend is het, om duidelijk te maken dat de wettelijke voorschriften worden nageleefd, niet noodzakelijk om particuliere certificering toe te passen. Elke particuliere certificeringsregeling voor de landbouw- en levensmiddelensector moet op vrijwilligheid gebaseerd blijven. Marktdeelnemers gebruiken de certificering van de naleving van de basisvereisten weliswaar om transacties met andere actoren in de voedselketen te vergemakkelijken, maar het weze duidelijk dat deze praktijk niet kan worden aangewend om producten op de markt te differentiëren.

Certificeringsregelingen kunnen ten goede komen aan:

de intermediaire actoren in de voedselvoorzieningsketen; er wordt namelijk gegarandeerd dat de normen worden nageleefd en zo wordt de aansprakelijkheid en de reputatie van deze actoren met betrekking tot productclaims of in de etikettering vermelde claims beschermd;

de producenten; zij krijgen namelijk een betere markttoegang, een groter marktaandeel en ruimere productmarges voor gecertificeerde producten; voorts leiden deze regelingen mogelijk tot meer efficiëntie en lagere transactiekosten, en

de consumenten; zij krijgen namelijk geloofwaardige en betrouwbare informatie over de eigenschappen van het product en de procedés.

Sommige belanghebbenden hebben naar voren gebracht dat certificeringsregelingen nadelen kunnen hebben:

bedreigingen voor de eengemaakte markt (4);

vragen omtrent de transparantie van de in het kader van de regelingen gestelde eisen en de geloofwaardigheid van de claims, met name in het geval van regelingen waarbij de naleving van basisvereisten wordt gecertificeerd;

mogelijke misleiding van de consument;

kosten en lasten voor de landbouwers, vooral als zij aan verschillende regelingen moeten deelnemen om aan de vraag van hun kopers te voldoen;

het risico dat producenten die niet aan de belangrijkste certificeringsregelingen deelnemen, uit de markt worden gerangeerd, en

effecten op de internationale handel, vooral die met ontwikkelingslanden (5).

De Commissie heeft geconstateerd dat het probleem van de verwarring die bij de consument ontstaat door het bestaan van verschillende regelingen met vergelijkbare doelstellingen, reeds is opgepikt door particuliere initiatieven (6) die erop gericht zijn „gedragscodes” op te stellen voor organisaties welke, vooral op maatschappelijk en ecologisch gebied, particuliere normen vaststellen. Voorts hebben sommige verdedigers van bestaande regelingen reeds stappen ondernomen om de voorschriften op die van soortgelijke regelingen af te stemmen en zijn sommige bestaande certificeringsregelingen (vooral op het B2B-niveau) ontstaan uit de harmonisering van diverse afzonderlijke normen.

1.1.   Soorten regelingen

De regelingen zijn zeer divers wat betreft toepassingsgebied, doelstellingen, structuur en operationele methoden. Zoals reeds gezegd, kan tussen deze regelingen een belangrijk onderscheid worden gemaakt naargelang de regelingen al dan niet op attestering door derden gebaseerd zijn; zo is er enerzijds de groep van de zelfverklaringsregelingen en anderzijds die van de certificeringsregelingen. De certificeringsregelingen kunnen verder worden onderverdeeld naargelang zij op het business-to-business-niveau (B2B) worden toegepast, dan wel bedoeld zijn om informatie uit de handelsketen aan de consument te verstrekken (B2C).

Een ander belangrijk indelingscriterium gaat uit van de vraag of het systeem producten en procedés beoordeelt (vooral B2C), dan wel beheersystemen (vooral B2B). Wat de gestelde eisen betreft, kan in het kader van de regelingen worden geattesteerd dat de door de overheidsinstanties vastgestelde voorschriften worden nageleefd (basislijn) of kunnen criteria worden toegevoegd die verder gaan dan de wettelijke voorschriften (boven de basislijn). Het onderscheid tussen beide is niet altijd zo gemakkelijk: enerzijds combineren regelingen vaak basislijncriteria op sommige gebieden met hogere vereisten op andere; anderzijds zijn sommige basisvereisten, vooral wat milieu en landbouw betreft, van die aard dat de marktdeelnemers „goede en beste praktijken” moeten toepassen en waardeoordelen over de vereiste zorgvuldigheid moeten vellen, zodat de concrete acties die moeten worden ondernomen, naargelang van de actoren en de lidstaten kunnen verschillen. Marktdeelnemers gebruiken de technische vereisten van sommige certificeringsregelingen namelijk om deze algemene verplichtingen te interpreteren en te concretiseren.

De onderstaande tabel illustreert deze indeling:

Indeling van de regelingen

Soort attestering:

Zelfverklaring

Certificering (attestering door derden)

Doelgroep:

B2C

B2C

B2B

Voorwerp van de gestelde eisen:

producten en procedés

vooral producten (met inbegrip van diensten) en procedés

vooral beheersystemen

Inhoud van de eisen:

meestal boven de basislijn

meestal boven de basislijn

basislijn en boven de basislijn

De richtsnoeren zijn vooral gericht op de certificeringsregelingen die zich rechts in deze tabel bevinden.

1.2.   Doel van de richtsnoeren

In haar mededeling over het kwaliteitsbeleid ten aanzien van landbouwproducten (7) heeft de Commissie laten weten dat het in het licht van de ontwikkelingen en de initiatieven in de particuliere sector niet verantwoord was om op dat ogenblik de mogelijke nadelen van certificeringsregelingen via wetgevende maatregelen aan te pakken (8). In de plaats daarvan heeft de Commissie zich ertoe verbonden om, voortbouwend op de opmerkingen van de belanghebbenden, in overleg met de Raadgevende groep Kwaliteit van de landbouwproductie (9) richtsnoeren voor kwaliteitscertificeringsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen op te stellen.

Doel van deze richtsnoeren is het bestaande rechtskader te beschrijven en bij te dragen tot het verhogen van de transparantie, de geloofwaardigheid en de doeltreffendheid van de vrijwillige certificeringsregelingen; voorts moeten zij helpen garanderen dat die regelingen niet strijdig zijn met de wettelijke voorschriften. Zij laten de beste praktijken voor de werking van die regelingen zien en vormen zo een leidraad om:

verwarring bij de consument te voorkomen en de in het kader van de regeling gestelde eisen transparanter en duidelijker te maken;

de administratieve en financiële lasten voor de landbouwers en de producenten, waaronder ook die in ontwikkelingslanden, te verminderen, en

te garanderen dat aan de regels van de interne markt en de beginselen inzake certificering van de EU wordt voldaan.

Deze richtsnoeren zijn vooral bedoeld voor opstellers van regelingen en voor marktdeelnemers.

De naleving van deze richtsnoeren is vrijwillig. Als deze richtsnoeren worden toegepast, betekent dit nog niet dat de Commissie de in het kader van de betrokken regelingen gestelde eisen heeft goedgekeurd. Deze richtsnoeren hebben geen wettelijke status in de EU en zijn evenmin bedoeld om de voorschriften van de EU-regelgeving te wijzigen.

Tot slot mogen deze richtsnoeren niet als een juridische interpretatie van de EU-regelgeving worden beschouwd. Voor dergelijke interpretaties is uitsluitend het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd.

2.   TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

2.1.   Toepassingsgebied

De richtsnoeren zijn van toepassing op vrijwillige certificeringsregelingen voor:

landbouwproducten, al dan niet bestemd voor menselijke consumptie (met inbegrip van diervoeders);

levensmiddelen die onder artikel 2 van Verordening (EG) nr. 178/2002 vallen, en

procedés en beheersystemen die verband houden met de productie en de verwerking van landbouwproducten en levensmiddelen.

De richtsnoeren gelden niet voor officiële controles door overheidsinstanties.

2.2.   Begripsomschrijving  (10)

1.   Gestelde eis: omschreven behoefte of verwachting.

2.   Conformiteitsbeoordeling: bewijsvoering waaruit blijkt of is voldaan aan de met betrekking tot een product, een procedé, een systeem, een persoon of een instantie gestelde eisen.

3.   Beoordeling: verificatie van de geschiktheid, adequaatheid en doeltreffendheid van de selectie- en determinatie-activiteiten, en de resultaten van die activiteiten wat de naleving van de gestelde eisen betreft.

4.   Attestering: afgifte van een attest, op basis van een na een beoordeling genomen besluit, waarin wordt bevestigd dat is aangetoond dat aan de gestelde eisen is voldaan.

5.   Verklaring: attestering door de eerste partij. Voor de toepassing van deze richtsnoeren wordt het begrip „zelfverklaringsregelingen” gebruikt voor collectieve regelingen en in de etikettering vermelde claims die niet gecertificeerd zijn, maar op een door de producent zelf opgestelde verklaring berusten.

6.   Certificering: attestering door derden met betrekking tot producten, procedés, systemen of personen.

7.   Accreditatie: attestering door derden betreffende een instantie waarin formeel wordt bevestigd dat die instantie over de vaardigheden beschikt om specifieke taken uit te voeren. In de EU (11) wordt onder „accreditatie” verstaan een attestering door een nationale accreditatie-instantie dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen die zijn bepaald door geharmoniseerde normen, en, indien van toepassing, aanvullende eisen, zoals die welke zijn opgenomen in de relevante sectorale regelingen, om een specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteit te verrichten.

8.   Inspectie: onderzoek van een productontwerp, een product, een procedé of een installatie en vaststelling of die in overeenstemming zijn met specifieke eisen of, op basis van een professioneel oordeel, met de algemene voorschriften.

9.   Audit: een systematisch, onafhankelijk en gedocumenteerd proces in het kader waarvan opgetekende gegevens, constateringen van feiten of andere relevante informatie worden verkregen en objectief worden beoordeeld met het oog op het bepalen van de mate waarin aan de gestelde eisen is voldaan.

3.   BESTAANDE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN OP EU-NIVEAU

3.1.   Voorschriften betreffende de werking van de regelingen

In de EU toegepaste certificeringsregelingen vallen onder de volgende basisbepalingen van de EU:

de regels betreffende de interne markt. Voor certificeringsdienstverleners geldt de vrijheid van vestiging en de vrijheid van het verrichten van diensten als vastgesteld in de artikelen 49 en 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de van toepassing zijnde bepalingen van de dienstenrichtlijn (12). Als die dienstverleners zich in een andere lidstaat vestigen, mogen hun geen ongerechtvaardigde beperkingen worden opgelegd. Ook mogen zij geen ongerechtvaardigde belemmeringen ondervinden als zij diensten verlenen over de grenzen. Voorts mogen certificeringsregelingen niet leiden tot de-factobelemmeringen voor de handel in goederen op de interne markt;

de regels betreffende betrokkenheid van de staat bij regelingen. Certificeringsregelingen die door overheidsinstanties, zoals regionale of nationale autoriteiten, worden gesteund, mogen niet resulteren in beperkingen op basis van de nationale herkomst van de producenten en mogen de eengemaakte markt ook anderszins niet belemmeren. Elke steun voor certificeringsregelingen die door een lidstaat of via staatsmiddelen wordt verleend in de zin van artikel 107 VWEU, moet beantwoorden aan de regels inzake staatssteun;

de mededingingsregels. Certificeringsregelingen mogen niet leiden tot concurrentieverstorende gedragingen en met name niet tot (niet-exhaustieve opsomming):

horizontale of verticale overeenkomsten die de concurrentie beperken,

de uitsluiting van concurrerende ondernemingen door een of meer ondernemingen met een aanmerkelijke macht op de markt (bijv. verhinderen dat concurrerende kopers zich kunnen bevoorraden en/of concurrerende leveranciers gebruik kunnen maken van de distributiekanalen),

het ontzeggen van de toegang tot een certificeringsregeling aan marktdeelnemers die aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoen,

het beletten dat partijen bij een regeling of andere derden alternatieve producten ontwikkelen, vervaardigen en verhandelen die niet aan de in de regeling vastgestelde specificaties voldoen;

de voorschriften inzake consumentenvoorlichting en etikettering (13). De etikettering van, de reclame voor en de presentatie van de levensmiddelen mogen de koper niet kunnen misleiden, onder meer:

ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel en met name van de aard, identiteit, hoedanigheden, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of verkrijging,

door aan het levensmiddel effecten of eigenschappen toe te schrijven die het niet bezit,

door hem te suggereren dat het levensmiddel bijzondere kenmerken vertoont, hoewel alle soortgelijke levensmiddelen dezelfde kenmerken bezitten.

Regelingen in het kader waarvan slechts de naleving van wettelijke voorschriften wordt gecertificeerd, mogen op geen enkele wijze suggereren dat de gecertificeerde producten speciale kenmerken bezitten die van de kenmerken van soortgelijke producten verschillen. De regelingen mogen ook andere op de markt aanwezige producten of de geloofwaardigheid van de officiële controles niet in discrediet brengen en evenmin daartoe strekken.

Voorts mag de etikettering en de presentatie van de levensmiddelen en de daarvoor gemaakte reclame niet van die aard zijn dat de consumenten kunnen worden misleid in de zin van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken (14);

Als de EU in een bepaalde regelgevingstekst een conformiteitsbeoordelingsprocedure instelt, houdt zij rekening met haar internationale verplichtingen, en met name met de vereisten van de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.

3.2.   Voorschriften betreffende de inhoud van de regelingen

Daarnaast bestaat er specifieke regelgeving over tal van onderwerpen waarop de eisen van de certificeringsregelingen betrekking hebben (bijv. voorschriften inzake voedselveiligheid en hygiëne (15), biologische landbouw, dierenwelzijn, milieubescherming en handelsnormen voor specifieke producten).

Op gebieden waar reeds ter zake relevante normen en regelgeving bestaan, moet daarmee rekening worden gehouden in de claims, moeten de claims met die normen en voorschriften consistent zijn en moet in de specificaties daarnaar worden verwezen (bijv. als in een regeling een of ander wordt geclaimd op het gebied van biologische landbouw, moet dat gebaseerd zijn op Verordening (EG) nr. 834/2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten (16); gaan de claims over voeding en gezondheid, dan moeten zij in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 1924/2006 (17) en wetenschappelijk worden beoordeeld door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid).

Met name geldt met betrekking tot voedselveiligheid en hygiëne het volgende:

de regelingen mogen geen afbreuk doen aan of erop gericht zijn de plaats in te nemen van bestaande officiële normen en/of eisen en mogen niet pretenderen de officiële controles te vervangen die de bevoegde autoriteiten verrichten met het oog op de officiële controle van de naleving van de officiële verplichte normen en eisen;

voor producten die worden verhandeld in het kader van regelingen die veiligheids- en hygiënenormen opleggen welke verder gaan dan de wettelijke voorschriften, mag geen reclame of promotie worden gevoerd op een wijze die de veiligheid van andere op de markt aanwezige producten of de geloofwaardigheid van de officiële controles in discrediet brengt of daartoe strekt.

3.3.   Voorschriften betreffende de conformiteitsbeoordeling, de certificering en de accreditatie

Bij Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn voorschriften vastgesteld met betrekking tot de organisatie en werking van de accreditatie van instanties die in het gereguleerde gebied conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uitvoeren. In deze verordening is niet bepaald dat conformiteitsbeoordelingsinstanties geaccrediteerd moeten worden, maar deze vereiste is wel opgenomen in andere EU-voorschriften (18).

Voorts zijn de internationaal erkende voorschriften voor de werking van regelingen voor de certificering van producten/procedés of systemen vastgesteld in respectievelijk (ISO) Guide 65 (EN 45011) of ISO 17021 (ISO = International Standards Organisation — Internationale Organisatie voor Normalisatie). Terwijl regelingen voor de certificering van producten/procedés of systemen vrijwillige initiatieven zijn, moeten certificeringsinstanties die geaccrediteerde certificaten voor producten/procedés of systemen willen afgeven, geaccrediteerd zijn volgens EN 45011/ISO 65 of ISO 17021.

Het bovenstaande doet evenwel niets af aan alle geldende bepalingen van de levensmiddelenwetgeving van de EU, waaronder de algemene doelstellingen die in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 zijn vastgesteld:

„De levensmiddelenwetgeving streeft een of meer van de algemene doelstellingen van een hoog niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van de mens, de bescherming van de belangen van de consument, inclusief eerlijke praktijken in de levensmiddelenhandel na, indien van toepassing rekening houdend met de bescherming van de gezondheid en het welzijn van dieren, de gezondheid van planten en het milieu.”.

In deze context bevat Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (19) bepaalde regels voor het delegeren door de bevoegde autoriteiten van officiële controletaken aan onafhankelijke derden (waaronder accreditatie- en verslagleggingsverplichtingen).

De in het kader van de officiële controleactiviteiten geboden garanties zijn de basis waarop vrijwillige specifieke certificeringsregelingen kunnen worden geënt, er rekening mee houdend dat elke inbreuk onder de levensmiddelenwetgeving valt. De beoordeling in het kader van certificeringsregelingen of een en ander met de basisvoorschriften strookt, ontslaat de officiële controleautoriteiten niet van hun verantwoordelijkheid.

4.   AANBEVELINGEN BETREFFENDE DEELNAME AAN EN ONTWIKKELING VAN REGELINGEN

1.

De regelingen moeten op basis van transparante en niet-discriminerende criteria openstaan voor alle deelnemers die bereid en in staat zijn om aan de specificaties te voldoen.

2.

De regelingen moeten beschikken over een toezichtstructuur die het voor alle betrokken belanghebbenden in de voedselketen (naargelang van het geval landbouwers en hun organisaties (20), handelaren in landbouwproducten en agrivoeding, levensmiddelenbedrijven, groothandelaren, detailhandelaren en consumenten) mogelijk maakt om op een representatieve en evenwichtige wijze bij te dragen tot de ontwikkeling van de regeling en tot de besluitvorming. De mechanismen voor participatie van de belanghebbenden en de daarbij betrokken organisaties moeten schriftelijk worden vastgelegd, en deze gegevens moeten algemeen beschikbaar zijn.

3.

De beheerders van regelingen die in verschillende landen en regio’s worden toegepast, moeten de deelname van alle betrokken belanghebbenden van die regio’s aan de ontwikkeling van die regelingen vergemakkelijken.

4.

De eisen in het kader van een regeling moeten worden opgesteld door technische comités van deskundigen en voor input aan een bredere groep van belanghebbenden worden voorgelegd.

5.

De regelingbeheerders moeten ervoor zorgen dat de betrokken belanghebbenden deelnemen aan de opstelling van de inspectiecriteria en de checklisten en aan de uitwerking van sancties en de bepaling van de drempels daarvoor.

6.

De regelingbeheerders moeten een aanpak van permanente ontwikkeling volgen, waarbij wordt gewerkt met feedbackmechanismen die tot een regelmatige, participatieve beoordeling van de voorschriften en eisen leiden. Met name moeten de deelnemers aan een regeling bij de verdere ontwikkeling van de regeling worden betrokken.

7.

Om onnodige aanpassingskosten voor de deelnemers aan een regeling te voorkomen, mogen in de eisen van de regeling slechts wijzigingen worden aangebracht als die verantwoord zijn. Deelnemers aan een regeling moeten op passende wijze in kennis worden gesteld van eventuele wijzigingen in de in het kader van de regeling gestelde eisen.

8.

In alle documenten die op een regeling betrekking hebben (waaronder die op een website) moeten contactgegevens worden vermeld en de regelingen moeten voorzien in een procedure voor het ontvangen en beantwoorden van op die regeling gemaakte opmerkingen.

5.   AANBEVELINGEN BETREFFENDE IN HET KADER VAN DE REGELINGEN GESTELDE EISEN EN DE BIJBEHORENDE CLAIMS

5.1.   Duidelijkheid en transparantie van eisen en claims in het kader van regelingen

1.

In de regelingen moeten de maatschappelijke, ecologische, economische en/of juridische doelstellingen duidelijk worden aangegeven.

2.

De claims en de eisen moeten duidelijk verband houden met de doelstellingen van de regeling.

3.

Het toepassingsgebied van de regeling met betrekking tot de producten en/of de procedés moet duidelijk worden omschreven.

4.

De specificaties van de regeling, met inbegrip van een openbare samenvatting daarvan, moeten gratis beschikbaar zijn (bijv. op een website) (21).

5.

Voor regelingen die in verschillende landen worden toegepast, moeten de specificaties worden vertaald als potentiële deelnemers of certificeringsinstanties daartoe een naar behoren gemotiveerd verzoek indienen.

6.

De specificaties van de regelingen moeten duidelijk, voldoende gedetailleerd en gemakkelijk te begrijpen zijn.

7.

Als bij een regeling gebruik wordt gemaakt van logo’s of labels, moet op de verpakking van het product of in het verkooppunt worden meegedeeld waar de consumenten nadere gegevens over de regeling kunnen vinden, bijv. een websiteadres.

8.

In het kader van de regelingen moet duidelijk worden vermeld (bijv. op de website ervan) dat certificering door een onafhankelijke instantie vereist is en moeten de contactgegevens worden vermeld van de certificeringsinstanties die deze dienst verlenen.

5.2.   Stukken ter staving van claims en eisen in het kader van regelingen

1.

Alle claims moeten gebaseerd zijn op objectieve en controleerbare feiten en op wetenschappelijk verantwoord documentatiemateriaal. Deze bescheiden moet gratis beschikbaar zijn, bijv. op een website (22).

2.

Bij regelingen die in verschillende landen en regio’s worden toegepast, moeten de eisen worden aangepast aan de desbetreffende lokale agro-ecologische, sociaaleconomische en juridische voorwaarden en landbouwpraktijken, maar moet tegelijk worden toegezien op de consistentie van de resultaten in de verschillende contexten.

3.

De regelingen moeten duidelijk vermelden (bijv. op een website) of, waar en in welke mate hun specificaties verdergaan dan de betrokken wettelijke voorschriften, waaronder die inzake verslaglegging en inspectie, indien van toepassing.

6.   AANBEVELINGEN BETREFFENDE CERTIFICERING EN INSPECTIES

6.1.   Onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de certificering

1.

De naleving van de in het kader van de regeling gestelde eisen moet worden gecertificeerd door een onafhankelijke instantie die geaccrediteerd is:

door de nationale accreditatie-instantie die de lidstaten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 hebben aangewezen; voor deze accreditatie gelden de desbetreffende Europese of internationale normen, alsmede de gidsen met algemene voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen,

door een accreditatie-instantie die de multilaterale erkenningsovereenkomst op het gebied van productcertificering van het „International Accreditation Forum” (IAF) heeft ondertekend.

2.

De regelingen moeten openstaan voor certificering door om het even welke gekwalificeerde en geaccrediteerde certificeringsinstantie, zonder dat er geografische beperkingen worden opgelegd.

6.2.   Inspecties

In de regel moeten de inspecties doeltreffend, duidelijk en transparant zijn, gebaseerd zijn op gedocumenteerde procedures en betrekking hebben op verifieerbare criteria die de grondslag vormen voor de in het kader van de certificeringsregeling gemaakte claims. Onbevredigende inspectieresultaten moeten tot passende actie leiden.

1.

Bij de deelnemers aan de regeling moeten regelmatig inspecties worden verricht. Bij deze inspecties moeten duidelijke en gedocumenteerde procedures worden gevolgd, die onder meer betrekking hebben op de frequentie, de bemonstering en de laboratoriumtests of analytische tests die worden verricht op basis van parameters welke verband houden met het toepassingsgebied van de certificeringsregeling.

2.

Bij de frequentie van de inspecties moet rekening worden gehouden met voorgaande inspectieresultaten, inherente risico’s van het product, procedé of beheersysteem en met de vraag of in collectieve producentenorganisaties al dan niet interne audits worden verricht die de inspecties door derden kunnen aanvullen. De supervisor van de regeling moet voor alle deelnemers aan de regeling een minimumfrequentie voor de inspecties vaststellen.

3.

De resultaten van de inspecties moeten systematisch worden geëvalueerd.

4.

Over het algemeen moeten de inspecties onaangekondigd zijn of mogen zij slechts kort tevoren worden aangekondigd (bijv. niet meer dan 48 uur van tevoren).

5.

De inspecties en audits moeten gebaseerd zijn op algemeen beschikbare richtsnoeren, checklisten en plannen. De inspectiecriteria moeten nauw verband houden met de in het kader van de regeling gestelde eisen en de overeenkomstige claims.

6.

Er moeten duidelijke en gedocumenteerde procedures worden ingesteld voor de aanpak van gevallen van niet-naleving en die procedures moeten daadwerkelijk worden toegepast. Daarnaast moeten knock-outcriteria worden opgesteld die ertoe kunnen leiden dat:

een certificaat niet wordt afgegeven of wordt ingetrokken,

een lidmaatschap wordt ingetrokken, of

verslag wordt uitgebracht aan de betrokken officiële handhavingsinstantie.

Deze knock-outcriteria moeten minstens gelden voor de niet-naleving van fundamentele wettelijke voorschriften op het onder de certificering vallende gebied. Gevallen waarin niet-naleving negatieve gevolgen voor de bescherming van de gezondheid heeft, moeten overeenkomstig de wettelijke voorschriften aan de betrokken autoriteiten worden gemeld.

7.

Bij de inspecties moet de aandacht vooral gaan naar het analyseren van de verifieerbare criteria die de grondslag vormen van de in het kader van de certificeringsregelingen gemaakte claims.

6.3.   Kosten

1.

De regelingbeheerders moeten de lidmaatschapsbijdrage (als die bestaat) algemeen bekendmaken en van hun certificeringsinstanties eisen dat zij de certificerings- en inspectiekosten die voor de verschillende soorten deelnemers aan de regeling gelden, publiceren.

2.

Als aan verschillende deelnemers aan een regeling verschillende bijdragen worden aangerekend, moeten die verschillen worden gerechtvaardigd en moeten zij proportioneel zijn. Die verschillen mogen niet worden aangewend om bepaalde groepen potentiële deelnemers, bijv. uit andere landen, ervan te weerhouden bij de regeling aan te sluiten.

3.

Alle besparingen die voortvloeien uit wederzijdse erkenning en benchmarking, moeten worden doorgerekend aan de marktdeelnemers bij wie inspecties en audits worden uitgevoerd.

6.4.   Kwalificatie van auditeurs en inspecteurs

In de regel moeten auditeurs en inspecteurs onpartijdig, gekwalificeerd en vakbekwaam zijn.

Auditeurs die certificeringsaudits verrichten, moeten beschikken over relevante kennis over de specifieke sector en moeten werken voor certificeringsinstanties die zijn geaccrediteerd volgens de desbetreffende Europese of internationale normen en gidsen voor regelingen voor productcertificering en voor regelingen voor de certificering van beheersystemen. De van de auditeurs geëiste vaardigheden moeten in de specificaties van de regeling worden beschreven.

6.5.   Bepalingen voor kleinschalige producenten

In de regelingen moeten bepalingen worden opgenomen die kleinschalige producenten (met name, indien van toepassing, uit ontwikkelingslanden) in staat stellen en ertoe aanzetten aan de regeling deel te nemen.

7.   AANBEVELINGEN BETREFFENDE WEDERZIJDSE ERKENNING EN BENCHMARKING/OVERLAPPING MET ANDERE REGELINGEN

1.

Als in een nieuwe sector een regeling worden ingevoerd en/of als het toepassingsgebied van een regeling wordt uitgebreid, moet de behoefte aan die regeling worden gemotiveerd. Voor zover mogelijk moeten regelingbeheerders uitdrukkelijk verwijzen (bijv. op hun website) naar andere relevante regelingen die in dezelfde sector, hetzelfde beleidsdomein of hetzelfde geografische gebied worden toegepast, en aangeven waar de benaderingen convergeren en met elkaar overeenstemmen. Zij moeten voor alle in het kader van de regeling gestelde eisen of voor delen daarvan actief nagaan welke mogelijkheden voor wederzijdse erkenning er bestaan.

2.

Als wordt geconstateerd dat regelingen op bepaalde gebieden gedeeltelijk of volledig samenvallen met in het kader van andere regelingen gestelde eisen, moeten de regelingen voorzien in een erkenning of een gedeeltelijke of volledige aanvaarding van de inspecties en audits die reeds in het kader van die andere regelingen zijn uitgevoerd (met de bedoeling dat dezelfde eisen niet opnieuw worden doorgelicht).

3.

Als wederzijdse aanvaarding niet mogelijk is, moeten de regelingbeheerders streven naar gecombineerde audits die op gecombineerde auditchecklisten gebaseerd zijn (d.i. één gecombineerde checklist en één gecombineerde audit voor twee of meer verschillende regelingen).

4.

De beheerders van regelingen waarvan de eisen met die van andere regelingen samenvallen, moeten ook, voor zover dit praktisch en juridisch mogelijk is, hun auditprotocols en documentatievereisten harmoniseren.


(1)  Een studie die Areté voor DG AGRI heeft uitgevoerd; zie http://ec.europa.eu/agriculture/quality/index_en.htm

(2)  Bijvoorbeeld dierenwelzijn, duurzaamheid van het milieu en eerlijke handel.

(3)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(4)  In haar mededeling „Een beter werkende voedselvoorzieningsketen in Europa” (COM(2009) 591) heeft de Commissie haar voornemen bekendgemaakt om een selectie van milieunormen en regelingen voor oorsprongsetikettering die de grensoverschrijdende handel kunnen belemmeren, te onderzoeken.

(5)  De kwestie van de particuliere normen is besproken in het Comité voor sanitaire en fytosanitaire normen van de Wereldhandelsorganisatie.

(6)  Bijv. de ISEAL Alliance (http://www.isealalliance.org).

(7)  COM(2009) 234.

(8)  Deze conclusie was gebaseerd op een grondige effectbeoordeling waarin verschillende opties voor de toekomst werden onderzocht (zie „Certification schemes for agricultural products and foodstuffs”; http://ec.europa.eu/agriculture/quality/policy/com2009_234/ia_annex_d_en.pdf).

(9)  De „Raadgevende groep Kwaliteit van de landbouwproductie”, als ingesteld bij Besluit 2004/391/EG van de Commissie; PB L 120 van 24.4.2004, blz. 50.

(10)  Gebaseerd op EN ISO/IEC 17000 „Conformity assessment — Vocabulary and general principles”.

(11)  Artikel 2, punt 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten; PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30.

(12)  Richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt; PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.

(13)  Artikel 2, lid 1, onder a), van Richtlijn 2000/13/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame; PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.

(14)  Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt; PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22 en de richtsnoeren voor de uitvoering daarvan: SEC(2009) 1666.

(15)  Verordening (EG) nr. 852/2004 van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne; Verordening (EG) nr. 853/2004 van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong en Verordening (EG) nr. 854/2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong; PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1.

(16)  PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

(17)  PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9.

(18)  Bijv. is in artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 510/2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen het volgende bepaald: „De in de leden 1 en 2 bedoelde organen voor productcertificering dienen te voldoen aan, en vanaf 1 mei 2010 te zijn geaccrediteerd volgens, de Europese norm EN 45011 of ISO/IEC Guide 65 (Algemene voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen).”.

(19)  PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(20)  Bijv. coöperaties.

(21)  Het kan nodig zijn hierop een uitzondering te maken wanneer de specificaties van de regeling gebaseerd zijn op normen die niet gratis beschikbaar zijn (bijv. ISO- en EN-normen).

(22)  Hierop moet een uitzondering worden gemaakt voor vertrouwelijke of geoctrooieerde informatie; deze uitzondering moet duidelijk worden aangegeven.


Top