EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52005PC0712

Proposal for a Council Decision of extending the period of application of Decision 82/530/EEC authorising the United Kingdom to permit the Isle of Man authorities to apply a system of special import licences to sheepmeat and beef and veal

52005PC0712




NL

Brussel, 9.1.2006

COM(2005) 712 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD

over de toepassing van de beschikking van de Raad waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN DE RAAD

tot verlenging van de geldigheidsduur van Beschikking 82/530/EEG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man

toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen

voor schapenvlees en rundvlees

(door de Commissie ingediend)

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD

over de toepassing van de beschikking van de Raad waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees

Inleiding

Dit verslag is opgesteld ter uitvoering van artikel 2 van Beschikking 83/530/EEG van de Raad [1]. Deze beschikking machtigt het Verenigd Koninkrijk om de regering van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor producten van de sectoren schapen- en rundvlees. Dit stelsel moet op zodanige wijze worden toegepast dat een gelijke behandeling van alle producten, ongeacht de herkomst ervan, en van alle importeurs en exporteurs van vlees is gewaarborgd en daarbij tevens de traditionele handelspatronen zoveel mogelijk in stand worden gehouden en de communautaire veterinaire voorschriften worden nageleefd.

Basisregeling

Het eiland Man, dat in de Ierse Zee ligt, maakt geen deel uit van het Verenigd Koninkrijk, maar is een van de Britse Kroon afhankelijk gebied met intern zelfbestuur. Het eiland Man is geen lidstaat van de EU, maar onderhoudt er bijzondere betrekkingen mee die zijn omschreven in Protocol nr. 3 bij het Toetredingsverdrag [2]. In het kader van die bijzondere betrekkingen stemt het eiland Man in met het vrije verkeer van goederen, maar draagt het niet bij aan communautaire fondsen en kan het evenmin een beroep op dergelijke fondsen doen. Het eiland is financieel autonoom en zijn steunmaatregelen voor de landbouw worden door zijn regering gefinancierd uit lokale belastingen.

Op grond van Protocol nr. 3 heeft de Raad Verordening (EEG) nr. 706/73 van 12 maart 1973 betreffende de communautaire regeling voor de Kanaaleilanden en het eiland Man inzake het handelsverkeer in landbouwproducten [3] vastgesteld.

Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Protocol nr. 3 en Verordening (EEG) nr. 706/73 heeft de Raad in Beschikking 82/530/EEG bepaald dat de regering van het eiland Man een bijzonder invoerstelsel voor schapen- en rundvlees van oorsprong uit derde landen en uit de lidstaten van de Gemeenschap mag toepassen om de productie en het landbouwsysteem van het eiland te beschermen.

Sinds de inwerkingtreding in 1982 van de afwijkende regeling voor invoer in het eiland Man die bij de bovengenoemde beschikking is ingesteld, is de geldigheidsduur van die regeling herhaaldelijk op tijdelijke basis verlengd. De meest recente verlenging is vastgesteld bij Beschikking 2000/665/EG van de Raad [4]. De regering van het eiland Man heeft verzocht om een verdere verlenging van de geldigheidsduur van de afwijkende regeling.

Marktsituatie en marktordening voor landbouwproducten

Ongeveer 2% van de beroepsbevolking op het eiland Man is werkzaam in de landbouw. Circa 80% van de totale oppervlakte van het eiland is in gebruik bij de landbouw. De bodems zijn niet van een bijzonder goede kwaliteit. Het klimaat is mild maar nat, al zijn er belangrijke lokale verschillen en is het op de noordelijke vlakte doorgaans droger.

De landbouw placht van een gemengd type op brede basis te zijn, maar onder commerciële druk zijn bedrijven zich in de loop der jaren sterker gaan specialiseren. Meestal worden niet-intensieve landbouwmethoden toegepast. Op het eiland Man zijn er drie belangrijke bedrijfstypen: mestvee (runderen en schapen), melkvee en granen.

De regering van het eiland Man stelt zich tot doel de landbouwers op het eiland landbouwsteun te verlenen die qua niveau overeenkomt met de steun die via het GLB wordt verleend aan de landbouwers in de EU. De steunmaatregelen zijn niet noodzakelijk dezelfde als die welke in het Verenigd Koninkrijk worden toegepast, maar zijn bedoeld om de producenten voordelen van een vergelijkbaar niveau te garanderen. Deze maatregelen worden volledig door de regering van het eiland Man gefinancierd. Momenteel is een aantal door de regering van het eiland Man ontworpen en toegepaste subsidieregelingen van kracht (zie bijlage II).

In de afgelopen vijf jaar, d.w.z. sinds de vorige verlenging van de geldigheidsduur van de bijzondere afwijkende invoerregeling, heeft de mestveehouderij op het eiland geen belangrijke veranderingen ondergaan. Het aantal schapen en runderen is stabiel gebleven, wat heeft geleid tot eenzelfde beeld bij de vleesproductie. De zelfvoorzieningsgraad is zeer hoog: bijna 200% voor rundvlees en bijna 400% voor schapenvlees. In de jaren 2003 en 2004 werden in beide sectoren tweemaal zoveel levende dieren uitgevoerd als in de voorgaande jaren, maar het gaat nog steeds om een bescheiden hoeveelheid. In dezelfde periode was de gemiddelde producentenprijs voor schapenvlees 15% en voor rundvlees 10,5% hoger dan in de voorafgaande drie jaren (zie bijlage I).

De landbouwers verkopen hun producten aan officieel erkende afzetverenigingen. De in het kader van de mestveeregeling opgerichte vereniging is de Fatstock Marketing Association (FMA) van het eiland Man en de producenten staan onder contract bij deze vereniging, die alle dieren moet afnemen die haar worden aangeboden door de producenten met wie zij een contract heeft gesloten. De FMA huurt het vleesbedrijf op het eiland, dat het eigendom is van de regering.

Op grond van de landbouwwet van de regering van het eiland Man mogen landbouwhuisdieren voor de slacht uitsluitend worden verkocht aan het lokale slachthuis. Daardoor is dat slachthuis de enige leverancier van vlees op het eiland Man. De realisering van andere slachtcapaciteit lijkt aan beperkingen onderhevig te zijn en niet te worden bevorderd.

De regering van het eiland Man verzoekt om een verlenging van de geldigheidsduur van de afwijkende invoerregeling met als hoofdmotief dat er genoeg tijd moet zijn om het slachthuis doelmatiger te maken. Uit de feitelijke gegevens lijkt te mogen worden opgemaakt dat deze producent van rood vlees als gevolg van de door de afwijkende regeling geboden “bescherming” relatief minder concurrerend is geworden vergeleken met bedrijven die onder minder beschermende omstandigheden werken.

Wat de detailhandel op het eiland betreft, zijn er momenteel vijf supermarkten. Het betreft één supermarkt met lokale verankering en vier vestigingen van ketens uit het Verenigd Koninkrijk. Deze situatie leidt tot enige overcapaciteit en concurrentie tussen de supermarkten. Er zijn nog slechts 14 kleine zelfstandige slagers. Ten tijde van het vorige verzoek om verlenging van de geldigheidsduur van de afwijkende regeling waren dat er nog 20.

De regering van het eiland Man voert de afwijkende invoerregeling als volgt uit:

1. Er wordt geen invoer van schapenvlees toegestaan.

2. Voor rundvlees is er een invoercontingent dat overeenkomt met 20% van het geschatte interne verbruik op het eiland.

De door het bestuur van het eiland Man vastgestelde uitvoervoorschriften beperken de uitvoer van levende dieren. Tot de opgeworpen belemmeringen behoren de intrekking of verlaging van rechtstreekse subsidies voor de landbouwer, hoge veterinaire kosten, administratieve kosten en onbetaalbare tarieven voor het vervoer over zee (er vaart slecht één veerboot).

Beoordeling van de huidige regeling

De wens om de invoer te beperken in sectoren waar tweemaal (rundvlees) tot viermaal (schapenvlees) zoveel wordt geproduceerd als de voor het interne verbruik benodigde hoeveelheden, is begrijpelijk. Verscheidene marktdeelnemers, en vooral kleine slagers en handelaren, hebben echter melding gemaakt van tekorten in het voor de detailhandel beschikbare aanbod en te weinig keus voor de consument als gevolg van de opgelegde invoerbeperkingen.

Het feit dat de consumentenprijzen relatief hoog zijn, terwijl de producentenprijzen daarentegen relatief laag zijn, lijkt te duiden op een ondoelmatig functioneren in de vleessector en de detailhandel, waarschijnlijk door een gebrek aan concurrentie.

Blijkens de hoge zelfvoorzieningsgraad voor producten van de sectoren schapen- en rundvlees is de veeteelt op het eiland gehandhaafd. De afwijkende invoerregeling draagt echter een tijdelijk karakter en heeft zoals gezegd een aantal nadelen.

Het is de bedoeling dat het verkeer van goederen tussen het eiland Man en andere delen van de eengemaakte markt voordelen oplevert, met name wat zakelijke kansen en de tevredenheid van de consument betreft; de huidige feitelijke handelsbeperkingen kunnen daar echter in belangrijke mate afbreuk aan doen. Bovendien is het beleid op EU- en internationaal niveau aan het verschuiven in de richting van een meer marktgestuurde landbouw, niet alleen om beter in de behoeften van de consument te kunnen voorzien, maar ook om voor de landbouwers een vrije keuze mogelijk te maken.

Door het huidige systeem dreigen de landbouwers op het eiland Man extra marktkansen (uitvoer naar de EU) mis te lopen. Zij zijn gevangenen van het systeem. Het gebrek aan concurrentie zou de noodzakelijke herstructurering van de betrokken sectoren kunnen belemmeren. Daar staat tegenover dat de huidige regeling het de landbouwers op het eiland Man mogelijk heeft gemaakt de productie van schapen- en rundvlees te handhaven en bij te dragen tot de economie van het eiland.

Conclusies

De landbouw in het algemeen, en de veeteelt in het bijzonder, is zeer belangrijk voor de levensvatbaarheid en het voortbestaan van de plattelandsgemeenschappen op het eiland Man.

Om duurzaamheid op lange termijn te kunnen garanderen zal het eiland Man zich moeten aanpassen aan de ontwikkelingen die plaatsvinden in de landbouwsector van de EU. Marktgerichtheid is een zeer belangrijk kenmerk van de recente hervormingen.

De op het eiland Man bestaande invoerbeperkingen voor schapen- en rundvlees, gecombineerd met monopolistische tendensen in de vlees- en de vervoerssector, lijken te leiden tot een ondoelmatig functioneren, dat relatief hoge consumentenprijzen en lage producentenprijzen tot gevolg heeft. Dit spoort niet met de ontwikkelingen in de EU en dreigt op langere termijn onhoudbaar te worden.

Op grond van een zorgvuldige afweging van de verschillende in dit verslag genoemde elementen is de Commissie van mening dat het niet aan te bevelen is de geldigheidsduur van de bijzondere regeling eindeloos te verlengen. De belanghebbenden in de betrokken sectoren dienen zich in te spannen om het concurrentievermogen op middellange termijn te vergroten.

Bijgevolg stelt de Commissie voor de geldigheidsduur van de huidige tijdelijke bijzondere invoerregeling nog een laatste maal te verlengen tot en met 31 december 2010 om een ordelijke herstructurering van de sectoren schapen- en rundvlees mogelijk te maken.

Verwacht wordt dat de verlenging van de geldigheidsduur van de afwijkende regeling zal helpen bij de pogingen de sector rood vlees van het eiland Man concurrerender te maken om in de toekomst in de context van de concurrentie op de eengemaakte markt van de EU te kunnen overleven zonder dat een verdere verlenging van die geldigheidsduur nodig is.

In dit verband zou de Commissie de regering van het eiland Man willen verzoeken passende maatregelen te nemen om de betrokken sectoren bij hun herstructureringsproces te ondersteunen.

BIJLAGE I

VOORZIENINGSBALANSEN VOOR SCHAPEN- EN RUNDVLEES – EILAND MAN

(in april 2005 gemaakte schattingen)

SCHAPENVLEES | eenheid | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 |

Aantal schapen in juni | 1000 stuks | 176 | 169 | 171 | 169 | 171 |

Bruto eigen productie | ton | 1 417 | 1 401 | 1 291 | 1 419 | 1 362 |

Invoer van levende dieren | ton | 9 | 9 | 9 | 13 | 14 |

Uitvoer van levende dieren | ton | 119 | 114 | 103 | 267 | 234 |

Geslachte dieren | ton | 1 308 | 1 297 | 1 197 | 1 165 | 1 141 |

Invoer van vlees | ton | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 |

Uitvoer van vlees | ton | 962 | 982 | 846 | 832 | 798 |

Verbruik | ton | 347 | 316 | 353 | 334 | 344 |

Verbruik per inwoner | kg | 4,6 | 4,2 | 4,6 | 4,4 | 4,5 |

Zelfvoorzieningsgraad | % | 409 | 443 | 366 | 425 | 396 |

Prijs per 100 kg egg | EUR | 283 | 286 | 281 | 334 | 317 |

RUNDVLEES | eenheid | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 |

Aantal runderen in juni | 1000 stuks | 14 | 14 | 15 | 15 | 16 |

Bruto eigen productie | ton | 1 630 | 1 676 | 1 726 | 1 767 | 1 989 |

Invoer van levende dieren | ton | 59 | 78 | 85 | 114 | 124 |

Uitvoer van levende dieren | ton | 86 | 90 | 90 | 180 | 252 |

Geslachte dieren | ton | 1 604 | 1 664 | 1 721 | 1 701 | 1 861 |

Invoer van vlees | ton | 165 | 204 | 222 | 238 | 196 |

Uitvoer van vlees | ton | 792 | 830 | 828 | 1 074 | 995 |

Verbruik | ton | 977 | 1 038 | 1 115 | 865 | 1 062 |

Verbruik per inwoner | kg | 12,9 | 13,7 | 14,7 | 11,4 | 14,0 |

Zelfvoorzieningsgraad | % | 167 | 161 | 155 | 204 | 187 |

Prijs per 100 kg egg | EUR | 221 | 225 | 226 | 241 | 254 |

Bronnen: DAFF, Fatstock Marketing Association, jaarlijkse telling |

egg – equivalent geslacht gewichtde invoer van levende dieren is in geslacht gewicht omgerekend op basis van 45 kg per diervoor de omrekening in euro’s is de vaste wisselkoers 70p/€ gebruikt. |

BIJLAGE II

BEKNOPT OVERZICHT VAN DE SUBSIDIEREGELINGEN – EILAND MAN

Premieregeling voor schapen (Sheep Premium Scheme)

Het gaat om steun voor subsidiabele dieren die worden geslacht in de Meat Plant (slachthuis). Het betaalde bedrag is afhankelijk van de indeling naar kwaliteit van het karkas om te bevorderen dat het aanbod beter wordt afgestemd op de marktbehoeften. De steun bestaat uit een vast element dat voor elk subsidiabel dier wordt betaald, en een variabele premie die wekelijks wordt berekend als een percentage van de gemiddelde marktprijs in het Verenigd Koninkrijk.

Regeling voor het houden van schapen in heuvelland (Hill Sheep Scheme)

De steun wordt verleend voor het onder natuurlijke omstandigheden in goedgekeurd heuvelland houden van een bepaald aantal fokooien. Het is de bedoeling om bij het beheer van de zeldzame hooggelegen heidegronden de invloed van de begrazing te reguleren door een nauwkeurige beheersing van de veebezetting, die minder dient te zijn dan één ooi per twee acres (0,8 ha).

Premieregeling voor koeien voor de rundvleesproductie (Beef Cow Premium Scheme)

Het gaat om steun voor koeien die een vleeskalf produceren en grootbrengen dat geschikt is om te worden opgefokt voor de rundvleesproductie. De regeling heeft tot doel de productie te bevorderen van kalveren die geschikt zijn om te worden opgefokt voor de rundvleesproductie, en daarom zijn melkrassen uitgesloten. Een toeslag kan worden verleend voor koeien die worden gehouden op marginale grond.

Slachtveepremieregeling (Beef Headage Scheme)

Het betreft steun voor subsidiabele afgemeste runderen die worden geslacht in de Meat Plant. Het bedrag varieert naar gelang van de indeling naar kwaliteit van het karkas en het seizoen waarin het dier wordt aangeboden voor de slacht, om te bevorderen dat het aanbod beter wordt afgestemd op de marktbehoeften.

TOELICHTING

Het verslag van de Commissie aan de Raad is opgesteld ter uitvoering van artikel 2 van Beschikking 82/530/EEG van de Raad en mede naar aanleiding van een verzoek van de regering van het eiland Man de geldigheidsduur van de bijzondere afwijkende invoerregeling te verlengen. Doel van het verslag is het effect van de afwijkende invoerregeling op de sectoren rund- en schapenvlees van het eiland Man te evalueren en op basis daarvan een voorstel voor de verdere regelgeving op dit gebied te doen.

Het verslag geeft een overzicht van de basisvoorschriften terzake, behandelt de ordening van de betrokken landbouwmarkt en bevat een evaluatie van de situatie. Enerzijds is de bedrijvigheid in de schapen- en de rundveehouderij gehandhaafd en zijn deze bedrijfstakken een belangrijk onderdeel van de economie van het eiland gebleven gedurende de toepassing van de afwijkende invoerregeling. Anderzijds kunnen echter vraagtekens worden geplaatst bij de doelmatigheid en de marktgerichtheid van de sector vlees aangezien sprake is van monopolistische tendensen die relatief hoge consumentenprijzen en lage producentenprijzen tot gevolg hebben. Gevreesd wordt dat dit niet spoort met de ontwikkeling van het GLB en op langere termijn onhoudbaar zou kunnen blijken.

Daarom is de Commissie van mening dat de geldigheidsduur van de bijzondere regeling niet eindeloos dient te worden verlengd. Bijgevolg stelt zij voor de geldigheidsduur van de huidige tijdelijke bijzondere invoerregeling nog een laatste maal te verlengen tot en met 31 december 2010 om een ordelijke herstructurering van de sectoren schapen- en rundvlees op het eiland Man mogelijk te maken.

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN DE RAAD

tot verlenging van de geldigheidsduur van Beschikking 82/530/EEG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man

toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen

voor schapenvlees en rundvlees

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Protocol nr. 3 bij de Toetredingsakte van 1972, en met name op artikel 1 en artikel 5, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De communautaire voorschriften inzake de handel met derde landen in landbouwproducten die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen, gelden voor het eiland Man op grond van artikel 1, lid 2, van Protocol nr. 3 bij de Toetredingsakte van 1972 en op grond van Verordening (EEG) nr. 706/73 van de Raad van 12 maart 1973 betreffende de communautaire regeling voor de Kanaaleilanden en het eiland Man inzake het handelsverkeer in landbouwproducten [5].

(2) Veeteelt wordt van oudsher op het eiland Man bedreven en vervult er een centrale rol in de landbouw.

(3) In het kader van de regeling voor het handelsverkeer met bepaalde derde landen zoals ingesteld krachtens de voor het eiland Man geldende gemeenschappelijke marktordening was het, onder voorbehoud van de communautaire bepalingen inzake de betrekkingen tussen het eiland en de Gemeenschap, wenselijk de autoriteiten van het eiland toe te staan bepaalde maatregelen te treffen om hun eigen productie en de werking van hun eigen steunregeling voor de landbouw te beschermen.

(4) Daarom werd het Verenigd Koninkrijk bij Beschikking 82/530/EEG van de Raad [6] gemachtigd de regering van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees van oorsprong uit derde landen en uit de lidstaten van de Gemeenschap, onverminderd de maatregelen inzake de handel met derde landen zoals vervat in Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees [7] en Verordening (EG) nr. 2529/2001 van de Raad van 19 december 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen- en geitenvlees [8]. Deze machtiging werd verleend voor een periode die op 31 december 2005 afloopt.

(5) Gedurende de toepassing van het stelsel is de bedrijvigheid in de schapen- en de rundveehouderij op het eiland Man gehandhaafd. De Commissie heeft de Raad evenwel in een verslag meegedeeld dat structurele problemen in deze bedrijfstakken de duurzaamheid op lange termijn van de veeteelt op het eiland in de weg kunnen staan. Daarom wordt de geldigheidsduur van het huidige stelsel voor de laatste maal verlengd om de herstructurering van de sectoren schapen- en rundvlees op het eiland Man mogelijk te maken.

(6) Voor een ononderbroken toepassing van het stelsel na 31 december 2005 dient de datum waarop deze beschikking van toepassing wordt, te worden vastgesteld op 1 januari 2006.

(7) Beschikking 82/530/EEG moet dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 2 van Beschikking 82/530/EEG wordt vervangen door:

“Deze beschikking is van toepassing tot en met 31 december 2010.”.

Artikel 2

Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 2006.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM | |

| |

1. | BEGROTINGSPOST:Artikel 05 02 14 Schapen- en geitenvlees Hoofdstuk 10 Landbouwrechten | KREDIETEN:p.m. (VOB 2006) 763,5 mln EUR |

2. | TITEL VAN DE MAATREGEL: Voorstel voor een beschikking van de Raad tot verlenging van de geldigheidsduur van Beschikking 82/530/EEG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees. |

3. | RECHTSGRONDSLAG:Protocol nr. 3 bij de Toetredingsakte van 1972, en met name artikel 1 en artikel 5, tweede alinea Verordening (EG) nr. 706/73 van de Raad van 12 maart 1973 betreffende de communautaire regeling voor de Kanaaleilanden en het eiland Man inzake het handelsverkeer in landbouwproducten. |

4. | DOEL VAN DE MAATREGEL:De voorgestelde beschikking heeft tot doel om (zonder wijzigingen) de geldigheidsduur te verlengen van de aan het Verenigd Koninkrijk verleende machtiging een bijzonder stelsel van invoervergunningen toe te staan voor schapenvlees en rundvlees die in het eiland Man worden ingevoerd uit het Verenigd Koninkrijk of andere landen. Voorgesteld wordt de geldigheidsduur van de machtiging te verlengen tot en met 31 december 2010. |

5. | FINANCIËLE CONSEQUENTIES | PERIODE 12 MAANDEN (mln EUR) | LOPEND BEGROTINGSJAAR 2005 (mln EUR) | VOLGEND BEGROTINGSJAAR 2006 (mln EUR) |

5.0 | UITGAVEN TEN LASTE VAN – DE BEGROTING EG (RESTITUTIES/INTERVENTIES) – NAT. BEGROTINGEN – ANDERE | – | – | – |

5.1 | ONTVANGSTEN – EIGEN MIDDELEN EG (HEFFINGEN/DOUANERECHTEN) – OP NATIONAAL VLAK | – | – | – |

| | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 |

5.0.1 | RAMING VAN DE UITGAVEN | – | – | – | – |

5.1.1 | RAMING VAN DE ONTVANGSTEN | – | – | – | – |

5.2 | BEREKENINGSMETHODE: |

6.0 | FINANCIERING MOGELIJK UIT KREDIETEN DIE IN HET BETROKKEN HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING ZIJN OPGEVOERD? | n.v.t. |

6.1 | FINANCIERING MOGELIJK DOOR OVERSCHRIJVING VAN EEN HOOFDSTUK NAAR EEN ANDER HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING? | n.v.t. |

6.2 | AANVULLENDE BEGROTING NODIG? | NEEN |

6.3 | MOETEN OP DE VOLGENDE BEGROTING KREDIETEN WORDEN OPGEVOERD? | NEEN |

OPMERKINGEN:De voorgestelde maatregel is niet van invloed op de begrotingsuitgaven en evenmin op de begrotingsontvangsten. |

[1] Beschikking 82/530/EEG van de Raad van 19 juli 1982 waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees (PB L 234 van 9.8.1982, blz. 7).

[2] PB L 73 van 27.3.1972, blz. 1.

[3] PB L 68 van 15.3.1973, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1174/86 (PB L 167 van 24.4.1986, blz. 1).

[4] Beschikking 2000/665/EG van de Raad van 23 oktober 2000 houdende verlenging van de geldigheidsduur van Beschikking 82/530/EEG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees (PB L 278 van 31.10.2000, blz. 25).

[5] PB L 68 van 15.3.1973, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1174/86 (PB L 167 van 24.4.1986, blz. 1).

[6] PB L 234 van 9.8.1982, blz. 7. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2000/665/EG (PB L 278 van 31.10.2000, blz. 25).

[7] PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).

[8] PB L 341 van 22.12.2001, blz. 3. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1).

--------------------------------------------------

Top