EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020R0283

Verordening (EU) 2020/283 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking om btw-fraude te bestrijden

ST/14128/2019/INIT

PB L 62 van 02/03/2020, p. 1–6 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/283/oj

2.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 62/1


VERORDENING (EU) 2020/283 VAN DE RAAD

van 18 februari 2020

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking om btw-fraude te bestrijden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 113,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad (3) worden onder meer regels vastgesteld betreffende de opslag en uitwisseling langs elektronische weg van specifieke inlichtingen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (btw).

(2)

De groei van elektronische handel (“e-handel”) bevordert de grensoverschrijdende verkoop van goederen en diensten aan eindverbruikers in de lidstaten. In dat verband wordt met grensoverschrijdende e-handel bedoeld, leveringen en diensten waarover de btw in een lidstaat is verschuldigd en waarbij de leverancier in een andere lidstaat, in een derdelandsgebied of in een derde land is gevestigd. Frauderende bedrijven die in een lidstaat, in een derdelandsgebied of in een derde land zijn gevestigd, maken echter misbruik van e-handelmogelijkheden om zichzelf oneerlijke marktvoordelen toe te eigenen door zich aan hun btw-verplichtingen te onttrekken. Wanneer het beginsel van belastingheffing op de plaats van bestemming van toepassing is, hebben, aangezien consumenten geen boekhoudkundige verplichtingen hebben, de lidstaten van verbruik passende instrumenten nodig om dergelijke frauderende bedrijven op te sporen en te controleren. De bestrijding van grensoverschrijdende btw-fraude die wordt veroorzaakt door het frauduleuze gedrag van sommige bedrijven op het gebied van de grensoverschrijdende e-handel, is van groot belang.

(3)

Momenteel is de samenwerking tussen de belastingdiensten van de lidstaten (de “belastingdiensten”) om btw-fraude te bestrijden meestal gebaseerd op gegevens die in het bezit zijn van bedrijven die rechtstreeks bij de belastbare handeling zijn betrokken. In het geval van grensoverschrijdende handelingen van bedrijven aan consumenten, die zo typisch zijn in de sector van de e-handel, zijn deze inlichtingen misschien niet direct beschikbaar. Derhalve hebben belastingdiensten nieuwe instrumenten nodig om btw-fraude doeltreffend te kunnen bestrijden.

(4)

Voor de overgrote meerderheid van de grensoverschrijdende onlineaankopen door consumenten in de Unie verlopen de betalingen via betalingsdienstaanbieders. Om betalingsdiensten te kunnen verrichten beschikt een betalingsdienstaanbieder over specifieke inlichtingen om de ontvanger, of begunstigde, van die grensoverschrijdende betaling te identificeren, alsmede over nadere gegevens over de datum, het bedrag en de lidstaat van oorsprong van de betaling. De belastingdiensten hebben deze inlichtingen nodig om hun kerntaken inzake het opsporen van frauderende bedrijven en het vaststellen van de btw-verplichtingen met betrekking tot grensoverschrijdende leveringen van bedrijven aan consumenten te kunnen uitvoeren. Het is derhalve noodzakelijk en evenredig dat de voor de btw relevante inlichtingen die in het bezit zijn van betalingsdienstaanbieders, beschikbaar worden gesteld aan de lidstaten en dat de lidstaten deze inlichtingen in hun nationale elektronische systemen kunnen opslaan en doorgeven aan een centraal elektronisch betalingsinlichtingensysteem om grensoverschrijdende btw-fraude te kunnen vaststellen en bestrijden, met name bij leveringen van bedrijven aan consumenten.

(5)

Lidstaten de instrumenten verschaffen voor het verzamelen, opslaan en doorgeven van de door de betalingsdienstaanbieders verstrekte inlichtingen, en het verlenen van toegang aan Eurofisc-verbindingsambtenaren van de lidstaten tot deze inlichtingen wanneer zij in verband staan met een onderzoek naar vermoede btw-fraude of om btw-fraude te kunnen opsporen, is een noodzakelijke en evenredige maatregel om btw-fraude doeltreffend te bestrijden. Deze instrumenten zijn van essentieel belang omdat de belastingdiensten deze inlichtingen nodig hebben voor btw-controles, om de overheidsontvangsten, maar ook bonafide bedrijven in de lidstaten te beschermen, hetgeen dan weer de werkgelegenheid en de burgers van de Unie bescherming biedt.

(6)

Het is van belang dat de verwerking door de lidstaten van inlichtingen met betrekking tot betalingen evenredig is aan de doelstelling van het bestrijden van btw-fraude. Daarom zouden de lidstaten geen inlichtingen moeten verzamelen, opslaan of doorgeven over consumenten of betalers en over betalingen die waarschijnlijk geen verband houden met economische activiteiten.

(7)

Om de doelstelling van de bestrijding van btw-fraude doeltreffender te verwezenlijken, moet een centraal elektronisch betalingsinlichtingensysteem (“central electronic system of payment information — CESOP”) worden ingesteld, waaraan lidstaten de betalingsinlichtingen doorgeven die zij op nationaal niveau verzamelen en kunnen opslaan. In CESOP zouden, met betrekking tot individuele begunstigden, alle voor de btw relevante inlichtingen over betalingen die door de lidstaten zijn doorgeven, worden opgeslagen, geaggregeerd en geanalyseerd. CESOP moet het mogelijk maken een volledig overzicht te verkrijgen van de betalingen die begunstigden hebben ontvangen van in de lidstaten gevestigde betalers, en zou de resultaten van specifieke analyses ter beschikking van de Eurofisc-verbindingsambtenaren moeten stellen. CESOP zou meerdere registraties van dezelfde betaling moeten kunnen herkennen, bijvoorbeeld wanneer eenzelfde betaling zowel door de bank als door de kaartuitgever van een bepaalde betaler wordt gemeld, zou de van de lidstaten ontvangen inlichtingen moeten kunnen opschonen, bijvoorbeeld door het verwijderen van dubbele items en het corrigeren van fouten in gegevens, en zou Eurofisc-verbindingsambtenaren de mogelijkheid moeten bieden kruiscontroles uit te voeren van betalingsinlichtingen en btw-inlichtingen waarover zij beschikken, om opzoekingen te doen voor onderzoeken naar vermoedelijke btw-fraude of voor het opsporen van btw-fraude, en om aanvullende inlichtingen toe te voegen.

(8)

Belastingheffing is een belangrijke doelstelling van algemeen openbaar belang van de Unie en van de lidstaten en dit is ook erkend met betrekking tot de restricties die kunnen worden opgelegd ten aanzien van de rechten en plichten waarin Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (5) voorzien. Restricties ten aanzien van rechten inzake gegevensbescherming zijn noodzakelijk gezien de aard en het volume van de inlichtingen die afkomstig zijn van betalingsdienstaanbieders, en moeten zijn gebaseerd op de specifieke voorwaarden die in Richtlijn (EU) 2020/284 van de Raad (6) zijn vastgesteld. Aangezien betalingsinlichtingen bijzonder gevoelig zijn, moet in alle stadia van de gegevensverwerking duidelijk zijn wie de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker is overeenkomstig Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725.

(9)

Daarom moeten restricties op de rechten van betrokkenen worden toegepast overeenkomstig Verordening (EU) nr. 904/2010. De onverkorte toepassing van de rechten en plichten van betrokkenen zou namelijk de doelstelling van het doeltreffend bestrijden van btw-fraude sterk aantasten en zou de betrokkenen mogelijk de kans geven om lopende analyses en onderzoeken te dwarsbomen door de omvangrijke hoeveelheid inlichtingen die betalingsdienstaanbieders zenden en de mogelijk stortvloed aan verzoeken die betrokkenen aan de lidstaten en/of de Commissie richten. Een en ander zou een hinderpaal zijn voor de mogelijkheden van de belastingdiensten om de doelstelling van deze verordening na te streven, doordat opzoekingen, analyses, onderzoeken en procedures die in overeenstemming met deze verordening verlopen, in het gedrang komen. Daarom moeten er restricties op de rechten van betrokkenen gelden bij het verwerken van inlichtingen overeenkomstig deze verordening. De doelstelling van het bestrijden van btw-fraude niet worden verwezenlijkt door minder restrictieve maatregelen met dezelfde doeltreffendheid.

(10)

Alleen de Eurofisc-verbindingsambtenaren mogen toegang hebben tot de betalingsinlichtingen die in CESOP zijn opgeslagen, en uitsluitend ten behoeve van het bestrijden van btw-fraude. Deze inlichtingen kunnen niet alleen worden gebruikt voor de vaststelling van de btw, maar ook voor de vaststelling van andere heffingen, rechten en belastingen, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 904/2010. Deze inlichtingen mogen niet worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals commerciële doeleinden.

(11)

Bij de verwerking van de betalingsinlichtingen overeenkomstig deze verordening moet elke lidstaat binnen de grenzen blijven van wat evenredig en noodzakelijk is om vermoedelijke btw-fraude te onderzoeken of om btw-fraude op te sporen.

(12)

Om de rechten en plichten uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 veilig te stellen, is het van belang dat inlichtingen over betalingen niet worden gebruikt voor geautomatiseerde individuele besluitvorming en dus steeds moeten worden afgetoetst aan andere fiscale inlichtingen waarover de belastingdiensten de beschikking hebben.

(13)

Om de lidstaten te helpen bij de bestrijding van belastingfraude en het opsporen van fraudeurs, is het noodzakelijk en evenredig dat betalingsdienstaanbieders registers met de inlichtingen over begunstigde en betalingen die verband houden met de betalingsdiensten die zij verstrekken gedurende drie kalenderjaren bewaren. Deze periode biedt de lidstaten voldoende tijd om doeltreffend controles uit te voeren en om onderzoek te voeren naar vermoedelijke btw-fraude of om btw-fraude op te sporen, en is ook evenredig met het oog op het omvangrijke volume betalingsinlichtingen en het gevoelige karakter ervan in termen van bescherming van persoonsgegevens.

(14)

Terwijl de Eurofisc-verbindingsambtenaren van elke lidstaat toegang moeten kunnen krijgen tot de in CESOP opgeslagen betalingsinlichtingen ten behoeve van de strijd tegen btw-fraude, mogen naar behoren gemachtigde personen van de Commissie slechts toegang kunnen hebben tot deze inlichtingen voor zover zulks noodzakelijk is voor de ontwikkeling en het onderhoud van CESOP. Alle personen die toegang hebben tot die inlichtingen zijn gebonden door de in Verordening (EU) nr. 904/2010 vastgestelde vertrouwelijkheidsregels.

(15)

Aangezien de implementatie van CESOP nieuwe technologische ontwikkelingen vergt, moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld om lidstaten en de Commissie in de gelegenheid te stellen deze technologieën te ontwikkelen.

(16)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de technische maatregelen voor het instellen en onderhouden van CESOP, de taken van de Commissie voor het technische beheer van CESOP, de technische bijzonderheden die de verbinding en de algehele interoperabiliteit tussen de nationale elektronische systemen en CESOP waarborgen, de elektronische standaardformulieren voor het verzamelen van inlichtingen van de betalingsdienstaanbieders, de technische en andere bijzonderheden betreffende de toegang tot inlichtingen door de Eurofisc-verbindingsambtenaren, de praktische regelingen voor het aanwijzen van de Eurofisc-verbindingsambtenaren die toegang hebben tot CESOP, de procedures die het vaststellen van de gepaste technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen voor de ontwikkeling en de werking van CESOP mogelijk maken, de rol en de verantwoordelijkheden van de lidstaten en de Commissie wanneer zij optreden als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker in het kader van de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725, en met betrekking tot de procedurele regelingen ten aanzien van Eurofisc. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (7).

(17)

Btw-fraude is een gemeenschappelijk probleem voor alle lidstaten. Individuele lidstaten beschikken niet over de nodige inlichtingen om de btw-regels betreffende grensoverschrijdende e-handel correct te doen toepassen of om btw-fraude in grensoverschrijdende e-handel te bestrijden. Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de bestrijding van btw-fraude, in het geval van grensoverschrijdende e-handel niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar beter, vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden, op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in datzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(18)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens. In dat verband wordt de hoeveelheid persoonsgegevens die aan de lidstaten beschikbaar zullen worden gesteld, door deze verordening strikt beperkt. De verwerking van betalingsinlichtingen overeenkomstig deze verordening mag alleen plaatsvinden om btw-fraude te bestrijden.

(19)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op 14 maart 2019 advies (8) uitgebracht.

(20)

Verordening (EU) nr. 904/2010 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 worden de volgende punten toegevoegd:

“s)

“betalingsdienstaanbieder”: een van de categorieën van betalingsdienstaanbieders als vermeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met d), van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad (*1), of een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie op grond van artikel 32 van die richtlijn een vrijstelling is verleend;

t)

“betaling ”: behoudens de uitsluitingen in artikel 3 van Richtlijn (EU) 2015/2366, een “betalingstransactie” als gedefinieerd in van artikel 4, punt 5 van die richtlijn of een “geldtransfer” als gedefinieerd in artikel 4, punt 22 van die richtlijn;

u)

“betaler”: een “betaler” als gedefinieerd in artikel 4, punt 8, van Richtlijn (EU) 2015/2366;

v)

“begunstigde”: een “begunstigde” als gedefinieerd in artikel 4, punt 9, van Richtlijn (EU) 2015/2366.

(*1)  Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 35).”;"

2)

Hoofdstuk V wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel van hoofdstuk V wordt vervangen door:

VERZAMELING, OPSLAG EN UITWISSELING VAN SPECIFIEKE INLICHTINGEN”;

b)

de volgende titel wordt ingevoegd voor artikel 17:

“AFDELING 1

Geautomatiseerde toegang tot in nationale elektronische systemen opgeslagen specifieke inlichtingen”;

c)

de volgende afdeling wordt ingevoegd na artikel 24:

AFDELING 2

Het centraal elektronisch systeem van betalingsinlichtingen

Artikel 24 bis

De Commissie ontwikkelt, onderhoudt, host en zorgt voor het technisch beheer van een centraal elektronisch systeem met betalingsinlichtingen (hierna “CESOP” genoemd) ten behoeve van onderzoeken naar vermoedelijke btw-fraude of om btw-fraude op te sporen.

Artikel 24 ter

1.   Elke lidstaat verzamelt de in artikel 243 ter van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde inlichtingen over de begunstigden en de betalingen.

Elke lidstaat verzamelt de in de eerste alinea bedoelde inlichtingen bij de betalingsdienstaanbieders:

a)

uiterlijk op het einde van de maand die volgt op het kalenderkwartaal waarop de inlichtingen betrekking hebben;

b)

door middel van een elektronisch standaardformulier.

2.   Elke lidstaat mag de overeenkomstig lid 1 verzamelde inlichtingen opslaan in een nationaal elektronisch systeem.

3.   Het centraal verbindingsbureau, of de verbindingsdiensten of bevoegde ambtenaren die door de bevoegde autoriteit van elke lidstaat worden aangewezen, geven aan CESOP de overeenkomstig lid 1 verzamelde inlichtingen door, uiterlijk de tiende dag van de tweede maand die volgt op het kalenderkwartaal waarop de inlichtingen betrekking hebben.

Artikel 24 quater

1.   CESOP biedt de volgende gebruiksmogelijkheden met betrekking tot de overeenkomstig artikel 24 ter, lid 3, doorgegeven inlichtingen:

a)

opslaan van de inlichtingen;

b)

aggregeren van de inlichtingen met betrekking tot iedere individuele begunstigde;

c)

analyseren van de opgeslagen inlichtingen, samen met de relevante doelgerichte inlichtingen die overeenkomstig deze verordening zijn verstrekt of verzameld;

d)

toegankelijk maken van de onder a), b) en c) van dit lid bedoelde inlichtingen voor de in artikel 36, lid 1, bedoelde Eurofisc-verbindingsambtenaren.

2.   In CESOP worden de in lid 1 bedoelde inlichtingen gedurende maximaal vijf jaar na afloop van het jaar waarin de inlichtingen naar CESOP werden doorgegeven, bijgehouden.

Artikel 24 quinquies

De toegang tot CESOP wordt uitsluitend verleend aan Eurofisc-verbindingsambtenaren, als bedoeld in artikel 36, lid 1, die beschikken over een persoonlijke gebruikersidentificatie voor CESOP, en wanneer die toegang verband houdt met een onderzoek naar vermoedelijke btw-fraude of het opsporen van btw-fraude.

Artikel 24 sexies

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het volgende elementen:

a)

de technische maatregelen om CESOP op te zetten en te onderhouden;

b)

de taken van de Commissie bij het technisch beheer van CESOP;

c)

de technische details van de infrastructuur en instrumenten om de verbinding en het algemene functioneren te garanderen tussen de in artikel 24 ter bedoelde nationale elektronische systemen en CESOP;

d)

de in artikel 24 ter, lid 1, tweede alinea, punt b), bedoelde elektronische standaardformulieren;

e)

de technische en andere details met betrekking tot de toegang tot de in artikel 24 quater, lid 1, punt d), bedoelde inlichtingen;

f)

de praktische regelingen om de Eurofisc-verbindingsambtenaren als bedoeld in artikel 36, lid 1, te identificeren die, overeenkomstig artikel 24 quinquies, toegang zal krijgen tot CESOP;

g)

de procedures die de Commissie te allen tijde zal gebruiken om te waarborgen dat de passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen voor het ontwikkelen en het functioneren van CESOP worden toegepast;

h)

de rol en de verantwoordelijkheden van de lidstaten en van de Commissie wat betreft de functies van de verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad () en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad ().

Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 58, lid 2.

Artikel 24 septies

1.   De kosten voor het opzetten, exploiteren en onderhouden van CESOP vallen ten laste van de algemene begroting van de Unie. Deze kosten omvatten de kosten voor de beveiligde verbinding tussen CESOP en de in artikel 24 ter, lid 2, bedoelde nationale systemen, alsmede de kosten van de diensten die nodig zijn om de in artikel 24 quater, lid 1, opgesomde gebruiksmogelijkheden uit te voeren.

2.   Elke lidstaat draagt de kosten van en is verantwoordelijk voor alle noodzakelijke ontwikkelingen van zijn in artikel 24 ter, lid 2, bedoelde nationale elektronische systeem.”;

()  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1)."

()  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39)."

3)

Artikel 37 wordt vervangen door:

Artikel 37

1.   De Eurofisc-voorzitter brengt jaarlijks verslag uit over de activiteiten op alle werkterreinen aan het in artikel 58, lid 1, bedoelde comité. Het jaarlijks verslag bevat ten minste het volgende:

a)

het totale aantal toegangen tot CESOP;

b)

de operationele resultaten die zijn gebaseerd op de inlichtingen waartoe toegang is verkregen en die zijn verwerkt overeenkomstig artikel 24 quinquies, als vastgesteld door Eurofisc-verbindingsambtenaren;

c)

een kwaliteitsbeoordeling van de in CESOP verwerkte gegevens.

2.   De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de procedureregeling met betrekking tot Eurofisc vast. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 58, lid 2.”;

4)

In artikel 55 wordt het volgende lid ingevoegd:

“1 bis.   De in hoofdstuk V, afdeling 2, bedoelde inlichtingen worden alleen voor de in lid 1 bedoelde doeleinden gebruikt, wanneer zij zijn geverifieerd aan de hand van andere inlichtingen in verband met belastingen waarover de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de beschikking hebben.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2024.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 februari 2020.

Voor de Raad

De voorzitter

Z. MARIĆ


(1)  Advies van 17 december 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB C 240 van 16.7.2019, blz. 29.

(3)  Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(6)  Richtlijn (EU) 2020/284 van de Raad van 18 februari 2020 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de invoering van bepaalde voorschriften voor betalingsdienstaanbieders (zie bladzijde 7 van dit Publicatieblad).

(7)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(8)  PB C 140 van 16.4.2019, blz. 4.


Top