EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017R1938

Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 (Voor de EER relevante tekst. )

OJ L 280, 28.10.2017, p. 1–56 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1938/oj

28.10.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 280/1


VERORDENING (EU) 2017/1938 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 25 oktober 2017

betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 194, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aardgas (gas) blijft een essentiële component van de energievoorziening van de Unie. Een groot deel van dat gas wordt in de Unie ingevoerd uit derde landen.

(2)

Een ernstige verstoring van de gaslevering kan een negatief effect hebben op alle lidstaten, op de Unie en op de Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, ondertekend te Athene op 25 oktober 2005. Ook kan de economie van de Unie ernstige schade ondervinden en kunnen de maatschappelijke gevolgen aanzienlijk zijn, met name voor kwetsbare groepen afnemers.

(3)

Deze verordening moet ervoor zorgen dat alle noodzakelijke maatregelen worden genomen om een ononderbroken gaslevering in de gehele Unie veilig te stellen, met name voor beschermde afnemers in het geval van moeilijke weersomstandigheden of verstoring van de gaslevering. Die doelstellingen moeten met de meest kosteneffectieve maatregelen worden bereikt en op zodanige wijze dat de gasmarkten niet worden verstoord.

(4)

De Uniewetgeving, met name Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad (3), Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad (5), Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad (6), Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad (7) en Verordening (EU) nr. 994/2010 van het Europees Parlement en de Raad (8), heeft reeds een aanzienlijk positief effect op de gasleveringszekerheid in de Unie gehad, zowel wat paraatheid als wat risicobeperking betreft. De lidstaten zijn beter voorbereid op een crisis in de gaslevering nu zij verplicht zijn preventieve actieplannen en noodplannen op te stellen, en zij zijn nu beter beschermd omdat zij moeten voldoen aan een aantal verplichtingen inzake infrastructuurcapaciteit en gaslevering. In haar verslag over de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 994/2010 van oktober 2014 heeft de Commissie echter op een aantal punten van die verordening gewezen die met het oog op de verdere bevordering van de gasleveringszekerheid in de Unie voor verbetering vatbaar zijn.

(5)

In de mededeling van de Commissie van 16 oktober 2014 over de veerkracht op korte termijn van het Europese gassysteem werden de effecten van een gedeeltelijke of volledige verstoring van de gaslevering uit Rusland geanalyseerd en werd geconcludeerd dat zuiver nationale maatregelen wegens hun per definitie beperkte omvang niet erg doeltreffend zijn bij ernstige verstoringen. De stresstest heeft aangetoond hoe in het scenario van zeer ernstige verstoringen de weerslag op de kwetsbaarste lidstaten aanzienlijk kan worden beperkt door een meer coöperatieve aanpak onder de lidstaten.

(6)

Energiezekerheid vormt een van de doelstellingen van de strategie voor de energie-unie, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 25 februari 2015 betreffende een kaderstrategie voor een schokbestendige energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering, waarin ook het accent wordt gelegd op het beginsel „energie-efficiëntie eerst” en op de noodzaak om de bestaande rechtshandelingen van de Unie op het gebied van energie volledig ten uitvoer te leggen. In de mededeling wordt onderstreept dat de energie-unie stoelt op solidariteit, zoals aangegeven in artikel 194 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en op vertrouwen; beide zijn noodzakelijk voor de energiezekerheid. Deze verordening heeft tot doel de solidariteit en het vertrouwen tussen de lidstaten te bevorderen en de daartoe vereiste maatregelen in te voeren. Bij het beoordelen van de preventieve actieplannen en de noodplannen van de lidstaten moet de Commissie tevens de aandacht van de lidstaten op de doelstellingen van de energie-unie kunnen vestigen.

(7)

Een goed werkende interne gasmarkt is de beste waarborg voor de gasleveringszekerheid binnen de Unie en om de blootstelling van afzonderlijke lidstaten aan de schadelijke effecten van verstoringen van de gaslevering te beperken. Wanneer de gasleveringszekerheid van een lidstaat bedreigd wordt, bestaat het risico dat eenzijdige maatregelen van die lidstaat de goede werking van de interne gasmarkt en de gaslevering aan afnemers in andere lidstaten in het gedrang brengen. Om de interne gasmarkt ook bij een aanvoertekort te laten functioneren, is het noodzakelijk een solidair en gecoördineerd antwoord op leveringscrisissen te garanderen, zowel wat preventieve actie als wat de reactie op daadwerkelijke verstoringen van de gaslevering betreft.

(8)

Een werkelijk onderling verbonden energiemarkt met meerdere entrypunten en bidirectionele stromen kan alleen tot stand worden gebracht door de gasnetten volledig met elkaar te verbinden, door hubs voor vloeibaar aardgas (liquefied natural gas — lng) aan te leggen in de zuidelijke en oostelijke regio's van de Unie, door de noord-zuidgascorridor en de zuidelijke gascorridor te voltooien en door de eigen productie verder uit te bouwen. Er moet derhalve vaart worden gemaakt met de ontwikkeling van interconnecties en projecten die tot doel hebben de in de Europese strategie voor energiezekerheid aangewezen voorzieningsbronnen te diversifiëren.

(9)

Tot nog toe is het potentieel voor efficiëntere en goedkopere maatregelen door regionale samenwerking nog niet ten volle benut. Zo is een betere coördinatie mogelijk van nationale beperkende maatregelen in noodsituaties, maar ook van nationale preventieve maatregelen, zoals nationale opslag of beleidsmaatregelen inzake lng, die in bepaalde regio's van de Unie strategisch belangrijk kunnen zijn.

(10)

In een geest van solidariteit moet regionale samenwerking, zowel met overheidsinstanties als met aardgasbedrijven, het leidende beginsel van deze verordening zijn, teneinde de vastgestelde risico's te beperken, de voordelen van gecoördineerde risicobeperkende maatregelen optimaal te benutten en de meest kosteneffectieve maatregelen voor de consumenten in de Unie te treffen. Regionale samenwerking moet geleidelijk worden aangevuld met een sterker Unieperspectief, waarbij het mogelijk is gebruik te maken van alle beschikbare voorraden en instrumenten die op de volledige interne gasmarkt voorhanden zijn. De regionale samenwerking moet een beoordeling van de noodaanvoercorridors op Unieniveau omvatten.

(11)

Met een op risico's gebaseerde aanpak om de leveringszekerheid te beoordelen en preventieve en beperkende maatregelen te bepalen, wordt het mogelijk de inspanningen te coördineren, wat in aanzienlijke mate zal bijdragen tot de effectiviteit van de maatregelen en tot een optimaal gebruik van de middelen. Dit geldt vooral voor maatregelen die bedoeld zijn om in zeer zware omstandigheden de continuïteit van de gaslevering aan beschermde afnemers te waarborgen en om de gevolgen van een noodsituatie te beperken. Door de gecorreleerde risico's gezamenlijk te evalueren in risicogroepen, zal een ruimer en preciezer beeld ontstaan en zullen de lidstaten beter voorbereid zijn op een crisis. Voorts zorgt een gecoördineerde, vooraf overeengekomen aanpak inzake leveringszekerheid ervoor dat in noodsituaties consistent kan worden opgetreden, en dat het risico op negatieve overloopeffecten in naburige lidstaten van zuiver nationale maatregelen wordt beperkt.

(12)

Met het oog op de op risico's gebaseerde aanpak dienen risicogroepen te worden afgebakend op grond van de belangrijkste grensoverschrijdende risico's voor de gasleveringszekerheid in de Unie. Die risico's zijn vastgesteld in de mededeling van de Commissie van 16 oktober 2014 over de veerkracht op korte termijn van het Europese gassysteem en in de evaluatie in het jongste tienjarige netwerkontwikkelingsplan uitgewerkt door het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor gas (ENTSB-G). Om ten behoeve van deze verordening tot een meer nauwkeurige en gerichte evaluatie te kunnen komen, moeten de risicogroepen worden samengesteld op grond van de belangrijkste gasvoorzieningsbronnen en aanvoerroutes.

(13)

Om input te geven bij de gemeenschappelijke en nationale risico-evaluaties moet het ENTSB-G, in overleg met de Groep coördinatie gas (GCG) en het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB-E), een Uniewijde simulatie van scenario's van verstoring van gaslevering en infrastructuur verrichten. Deze simulatie moet ten minste om de twee jaar opnieuw worden verricht. Om de regionale samenwerking te versterken door informatie over gasstromen te verstrekken en technische en operationele expertise te bieden, moet het door het ENTSB-G opgerichte Regionaal Coördinatiesysteem voor Gas (RCSG), dat bestaat uit vaste groepen van deskundigen, bij de uitvoering van de simulaties worden betrokken. Het ENTSB-G moet een passend transparantieniveau en toegang tot de in zijn scenario's gebruikte modelleringsaannamen waarborgen.

(14)

De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om door middel van een gedelegeerde handeling de samenstelling van de risicogroepen bij te werken in het licht van de evolutie van de belangrijkste grensoverschrijdende risico's inzake de gasleveringszekerheid in de Unie en de gevolgen daarvan voor de lidstaten, rekening houdend met het resultaat van de Uniewijde simulatie, alsmede met de bespreking in de GCG.

(15)

Om de regionale samenwerking werkbaar te maken, moeten de lidstaten in elke risicogroep een samenwerkingsmechanisme overeenkomen. Dit mechanisme moet tijdig worden ontwikkeld, opdat de gemeenschappelijke risico-evaluatie kan plaatsvinden en kan worden gesproken over en besloten tot passende en effectieve grensoverschrijdende maatregelen, waarvoor de instemming van elk van de betrokken lidstaten nodig is, teneinde deze na overleg met de Commissie in de regionale hoofdstukken van de preventieve actieplannen en de noodplannen op te nemen. Het staat de lidstaten vrij het samenwerkingsmechanisme te kiezen dat volgens hen het best aansluit bij een bepaalde risicogroep. De Commissie moet in het gehele proces een faciliterende rol kunnen spelen en beste praktijken voor het organiseren van regionale samenwerking aanleveren, zoals roterende coördinatie binnen de risicogroepen voor het opstellen van documenten of het oprichten van specifieke instanties. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een samenwerkingsmechanisme, moet de Commissie een passende regeling voor een bepaalde risicogroep voorstellen.

(16)

Bij het verrichten van de gemeenschappelijke risico-evaluatie moeten de bevoegde instanties alle relevante risicofactoren die kunnen leiden tot de verwerkelijking van het belangrijkste grensoverschrijdende risico waarvoor de risicogroep is opgericht beoordelen, waaronder de verstoring van de gaslevering door de grootste afzonderlijke leverancier. De bevoegde instanties van de betrokken lidstaten moeten die risicofactoren aanpakken met passende grensoverschrijdende maatregelen. De grensoverschrijdende maatregelen moeten in de regionale hoofdstukken van de preventieve actieplannen en de noodplannen worden opgenomen. Daarnaast moeten de bevoegde instanties een alomvattende nationale risico-evaluatie verrichten en de ecologische, technologische, commerciële,financiële, sociale, politieke, marktgerelateerde en andere relevante risico's beoordelen. Alle risico's moeten worden aangepakt met effectieve, evenredige en niet-discriminatoire maatregelen, die in de preventieve actieplannen en de noodplannen worden uitgewerkt. De resultaten van de gemeenschappelijke en nationale risico-evaluaties moeten ook bijdragen aan de risicobeoordelingen voor multirisicosituaties waarin artikel 6 van Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad (9) voorziet, en moeten volledig worden meegenomen in de nationale risico-evaluaties.

(17)

Om een maximale paraatheid te waarborgen en zodoende een verstoring van de gaslevering te voorkomen en de effecten van een toch optredende verstoring te beperken, moeten de bevoegde instanties van een bepaalde risicogroep, na overleg met de belanghebbenden, preventieve actieplannen en noodplannen met regionale hoofdstukken opstellen. Die plannen moeten zodanig worden ontworpen dat wordt ingegaan op nationale risico's op een manier die de mogelijkheden die regionale samenwerking biedt volledig benut. De plannen moeten een technische en operationele strekking hebben, en dienen het ontstaan of het escaleren van noodsituaties te helpen voorkomen of de effecten ervan te beperken. De plannen moeten rekening houden met de beveiliging van elektriciteitssystemen, en moeten consistent zijn met de strategische plannings- en rapportage-instrumenten van de energie-unie.

(18)

Bij het opstellen en uitvoeren van de preventieve actieplannen en noodplannen moeten de bevoegde instanties te allen tijde aandacht hebben voor het veilig functioneren van het gassysteem op regionaal en nationaal niveau. Die plannen moeten ingaan op de technische beperkingen die het functioneren van het netwerk beïnvloeden, met inbegrip van de technische en veiligheidsaspecten die bij een noodsituatie kunnen leiden tot een verminderde gasstroom.

(19)

De Commissie moet de preventieve actieplannen en de noodplannen beoordelen met behoorlijke inachtneming van de in de GCG geuite standpunten, en een herziening van de plannen aanbevelen, met name indien deze geen effectieve remedie voor de in de risico-evaluatie vastgestelde risico's bevatten, de concurrentie verstoren of het functioneren van de interne energiemarkt belemmeren, de gasleveringszekerheid van andere lidstaten ondermijnen, of niet stroken met deze verordening of andere Uniewetgeving. De bevoegde instantie van de lidstaat moet rekening houden met de aanbevelingen van de Commissie. Indien de Commissie na kennisneming van het definitieve standpunt van de bevoegde instantie oordeelt dat de betrokken maatregelen de gasleveringszekerheid van een andere lidstaat of van de Unie in haar geheel zouden ondermijnen, dient de Commissie in dialoog te blijven met de lidstaat in kwestie, opdat deze ertoe besluit de maatregelen te wijzigen of in te trekken.

(20)

De preventieve actieplannen en de noodplannen moeten regelmatig worden geactualiseerd en moeten worden bekendgemaakt. Om ervoor te zorgen dat de noodplannen altijd actueel en effectief blijven, moeten de lidstaten tussen twee actualiseringen van de plannen ten minste één test verrichten door scenario's met grote en middelgrote effecten en de respons daarop in real time te simuleren. De bevoegde instanties moeten de testresultaten aan de GCG overleggen.

(21)

Om de risico-evaluatie en het opstellen van de plannen en hun beoordeling door de Commissie te vergemakkelijken, moet verplicht gebruik worden gemaakt van algemene templates, die betrekking hebben op alle in de risico-evaluatie te behandelen risico's en alle componenten van de preventieve actieplannen en de noodplannen.

(22)

Om de communicatie tussen de lidstaten en de Commissie te faciliteren, dient voor de risico-evaluaties, de preventieve actieplannen, de noodplannen en alle andere documenten en informatie-uitwisselingen waarin deze verordening voorziet, een verplichting tot kennisgeving te gelden, waarbij gebruik wordt gemaakt van een veilig en gestandaardiseerd systeem voor elektronische kennisgeving.

(23)

Bepaalde afnemers, waaronder huishoudens en afnemers die essentiële sociale diensten verlenen, zijn bijzonder kwetsbaar en moeten mogelijk worden beschermd tegen de negatieve effecten van verstoringen van de gaslevering. Een definitie van dergelijke beschermde afnemers mag niet in strijd zijn met de solidariteitsmechanismen van de Unie.

(24)

Het is wenselijk de definitie van door het solidariteitsmechanisme beschermde afnemers te beperken. Dit omdat de lidstaten ertoe gehouden zijn solidariteit te verstrekken in uitzonderlijke omstandigheden en om in essentiële behoeften te voorzien. De definitie van door solidariteit beschermde afnemers mag dan ook alleen betrekking hebben op huishoudens, en onder bepaalde voorwaarden ook op bepaalde essentiële sociale diensten en stadsverwarmingsinstallaties. Daarom kunnen lidstaten gezondheidszorg, essentiële sociale zorg, noodhulp en diensten inzake veiligheid overeenkomstig dat kader als door solidariteit beschermde afnemers behandelen, ook indien het om overheidsdiensten gaat.

(25)

De verantwoordelijkheid voor de gasleveringszekerheid moet worden gedeeld door de aardgasbedrijven, de lidstaten, met name via hun bevoegde instanties, en de Commissie, conform hun respectieve bevoegdheden. Deze gedeelde verantwoordelijkheid vereist zeer nauwe samenwerking tussen die partijen. Afnemers die gas gebruiken voor elektriciteitsopwekking of voor industriële doeleinden, kunnen echter ook een belangrijke rol spelen in de gasleveringszekerheid, aangezien zij op een crisis kunnen reageren met maatregelen aan de vraagzijde, zoals contracten met een afschakelclausule en brandstofomschakeling, die het evenwicht tussen vraag en aanbod rechtstreeks beïnvloeden. Daarnaast kan de gasleveringszekerheid aan bepaalde afnemers die gas gebruiken voor elektriciteitsopwekking in sommige gevallen eveneens als cruciaal worden beschouwd. In een noodsituatie moet een lidstaat de gaslevering aan deze afnemers onder bepaalde omstandigheden kunnen laten prevaleren boven de gaslevering aan beschermde afnemers. In uitzonderlijke omstandigheden kan de gaslevering aan sommige van de afnemers die in noodsituaties voorrang krijgen op beschermde afnemers, ook worden voortgezet in een solidariteit verstrekkende lidstaat, teneinde ernstige schade aan de werking van het elektriciteits- of gassysteem in die lidstaat te vermijden. Deze specifieke maatregel dient Richtlijn 2005/89/EG van het Europees Parlement en de Raad (10) onverlet te laten.

(26)

De bevoegde instanties moeten nauw samenwerken met andere relevante nationale instanties, in het bijzonder de nationale regulerende instanties, bij het verrichten van de in deze verordening omschreven taken.

(27)

De infrastructuurnorm moet de lidstaten ertoe verplichten hun infrastructuur op een minimumniveau te houden om bij een verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur in het systeem een zekere redundantie te verzekeren. Aangezien een op grond van de N – 1-formule uitgevoerde analyse louter op capaciteit is gebaseerd, moeten de resultaten van N – 1 formule worden aangevuld met een gedetailleerde analyse die ook de gasstromen omvat.

(28)

Verordening (EU) nr. 994/2010 verplicht transmissiesysteembeheerders ertoe om, behoudens vrijstelling, alle grensoverschrijdende interconnecties te voorzien van permanente fysieke bidirectionele capaciteit. Het doel van die verplichting bestaat erin de mogelijke voordelen van permanente bidirectionele capaciteit altijd in aanmerking te laten nemen bij het plannen van een nieuwe interconnectie. Bidirectionele capaciteit kan zowel worden aangewend voor gasleveringen aan naburige lidstaten als voor leveringen aan andere staten langs de gascorridor. De voordelen die de mogelijkheid tot permanente fysieke bidirectionele capaciteit biedt voor de gasleveringszekerheid, dienen bijgevolg te worden bekeken vanuit een ruimer perspectief, in een geest van solidariteit en versterkte samenwerking. Wanneer gedacht wordt aan de invoering van bidirectionele capaciteit, moet een alomvattende kosten-batenanalyse worden verricht waarin rekening wordt gehouden met de volledige doorvoercorridor. Van de betrokken bevoegde instanties moet worden verlangd dat ze de krachtens Verordening (EU) nr. 994/2010 verleende vrijstellingen aan een nieuw onderzoek onderwerpen op basis van de resultaten van de gemeenschappelijke risico-evaluaties. Het algemene doel moet erin bestaan de bidirectionele capaciteit op te voeren en toekomstige grensoverschrijdende projecten met eenrichtingscapaciteit tot een minimum te beperken.

(29)

Capaciteit op een interconnectiepunt naar een lidstaat kan concurreren met capaciteit op exitpunten van het gasnet naar een gasopslagfaciliteit. Als gevolg daarvan zou een situatie kunnen ontstaan waarbij op vaste basis gereserveerde exitcapaciteit voor opslag leidt tot een lagere beschikbaarheid van op het interconnectiepunt toe te wijzen technische capaciteit. Om in noodsituaties voor meer energiezekerheid te zorgen, dient deze verordening in een duidelijke voorrangsregel te voorzien. Op een interconnectiepunt gereserveerde capaciteit moet altijd voorrang krijgen op daarmee concurrerende capaciteit op een exitpunt naar een opslagfaciliteit, waarbij de transmissiesysteembeheerder in staat moet zijn de maximale technische capaciteit op het interconnectiepunt toe te wijzen om de gasstroom naar de naburige lidstaat die een noodsituatie heeft afgekondigd, te kunnen verhogen. Dit kan tot gevolg hebben dat de gastoevoer naar opslaginstallaties niet of slechts in een beperkt volume kan plaatsvinden, ook als die ruim op voorhand gereserveerd is. Om tegemoet te komen aan de hiermee verbonden financiële verliezen, moet deze verordening voorzien in billijke compensatie, die rechtstreeks en spoedig wordt verstrekt aan de getroffen systeemgebruikers. De betrokken transmissiesysteembeheerders moeten overeenkomstig de relevante rechtshandelingen samenwerken bij de toepassing van die voorrangsregel.

(30)

Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (11) voorziet in een proces om de beveiliging van als dusdanig aangemerkte Europese kritieke infrastructuren, inclusief bepaalde gasinfrastructuur, in de Unie te verbeteren. Samen met deze verordening draagt Richtlijn 2008/114/EG bij tot een totaalaanpak voor de energiezekerheid van de Unie.

(31)

Bij deze verordening worden normen inzake leveringszekerheid ingevoerd die voldoende geharmoniseerd zijn en ten minste een situatie aankunnen als die welke zich in januari 2009 voordeed toen de gaslevering uit Rusland werd verstoord. Die normen houden rekening met verschillen tussen de lidstaten, openbaredienstverplichtingen en maatregelen ter bescherming van de afnemer, zoals bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 2009/73/EG. De normen inzake leveringszekerheid moeten ten behoeve van de rechtszekerheid stabiel zijn; zij moeten duidelijk worden gedefinieerd en mogen geen onredelijke en onevenredige belasting inhouden voor aardgasbedrijven. Ook de gelijke toegang van aardgasbedrijven van de Unie tot nationale afnemers moet hierdoor worden gewaarborgd. De lidstaten dienen effectieve, evenredige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat aardgasbedrijven voldoen aan die normen; zo moeten zij onder meer boeten aan leveranciers kunnen opleggen wanneer zij dat passend achten.

(32)

De taken en verantwoordelijkheden van alle aardgasbedrijven en bevoegde instanties moeten nauwkeurig worden omschreven, zodat de interne gasmarkt naar behoren kan blijven functioneren, met name bij verstoringen van de levering en in crisissituaties. Die taken en verantwoordelijkheden moeten zo worden vastgesteld dat een aanpak op drie niveaus wordt gewaarborgd, waarbij eerst de betrokken aardgasbedrijven en de industrie worden ingeschakeld, vervolgens de lidstaten op nationaal dan wel regionaal niveau, en in derde instantie de Unie. Deze verordening moet het voor aardgasbedrijven en -afnemers mogelijk maken om bij verstoringen zo lang mogelijk op marktgebaseerde mechanismen te vertrouwen. Zij moet echter ook voorzien in mechanismen die kunnen worden ontplooid wanneer de markten alleen niet langer in staat zijn adequaat op een verstoring van de gaslevering te reageren.

(33)

Bij een verstoring van de gaslevering moeten marktdeelnemers voldoende gelegenheid krijgen om te reageren met marktgebaseerde maatregelen. Indien de marktgebaseerde maatregelen uitgeput zijn en niet volstaan, moeten de lidstaten en hun bevoegde instanties maatregelen nemen om de effecten van een verstoring van de gaslevering teniet te doen of te beperken.

(34)

Wanneer de lidstaten voornemens zijn niet-marktgebaseerde maatregelen in te voeren, moet de invoering van deze maatregelen vergezeld gaan van een beschrijving van de economische effecten. Op die manier zullen de gebruikers beschikken over de nodige informatie over de kostprijs van deze maatregelen, en wordt ervoor gezorgd dat de maatregelen transparant zijn, met name wat de gevolgen voor de gasprijs betreft.

(35)

De Commissie moet ervoor kunnen zorgen dat nieuwe preventieve niet-marktgebaseerde maatregelen de gasleveringszekerheid van andere lidstaten of van de Unie niet in het gedrang brengen. Aangezien zulke maatregelen zeer ondermijnend kunnen zijn voor de gasleveringszekerheid, is het wenselijk dat zij slechts in werking treden wanneer de Commissie ermee heeft ingestemd of wanneer ze overeenkomstig een besluit van de Commissie zijn gewijzigd.

(36)

Maatregelen aan de vraagzijde, zoals brandstofomschakeling of beperking van de gaslevering aan grote industriële afnemers in een economisch efficiënte volgorde, kunnen nuttig zijn om de gasleveringszekerheid te waarborgen indien zij bij een verstoring van de gaslevering snel kunnen worden toegepast en de vraag aanzienlijk doen zakken. Er moet meer worden gedaan om een efficiënt energiegebruik te bevorderen, vooral wanneer maatregelen aan de vraagzijde noodzakelijk zijn. Ingeval maatregelen aan vraag- of aanbodzijde worden voorgesteld, moeten de milieueffecten in aanmerking worden genomen, waarbij de maatregelen met de minste milieueffecten zo mogelijk voorrang moeten krijgen. Tegelijkertijd dient rekening te worden gehouden met aspecten van de gasleveringszekerheid en het concurrentievermogen.

(37)

De voorspelbaarheid van de te nemen maatregelen in het geval van een noodsituatie moet worden gewaarborgd, zodat alle marktdeelnemers voldoende gelegenheid krijgen om te reageren en zich voor te bereiden op dergelijke situaties. De bevoegde instanties worden dan ook geacht te handelen in overeenstemming met hun noodplan. In gerechtvaardigde uitzonderlijke omstandigheden moeten zij maatregelen kunnen nemen die van die plannen afwijken. Het is tevens belangrijk dat noodsituaties op een meer transparante en voorspelbare manier worden aangekondigd. Informatie over de balanceringspositie van het systeem (de algehele status van het transmissienetwerk), waarvoor het kader beschreven staat in Verordening (EU) nr. 312/2014 van de Commissie (12), kan in dat opzicht een belangrijke rol spelen. Die informatie moet in real time beschikbaar worden gesteld aan de bevoegde instanties en, indien zij niet de bevoegde instanties zijn, de nationale regulerende instanties.

(38)

Zoals aangetoond in het kader van de stresstestoefening van oktober 2014, is solidariteit noodzakelijk om de gasleveringszekerheid in de Unie te waarborgen. Solidariteit zorgt ervoor dat de effecten gelijker worden verspreid en beperkt de algemene gevolgen van een ernstige verstoring. Het solidariteitsmechanisme is bedoeld om extremesituaties op te vangen waarbij de levering aan door solidariteit beschermde afnemers, die geldt als een essentiële behoefte en een noodzakelijke prioriteit, in het gedrang is in een lidstaat. Solidariteit waarborgt samenwerking met meer kwetsbare lidstaten. Tegelijkertijd is solidariteit een uiterste middel dat alleen aan de orde is in een noodsituatie en onder restrictieve voorwaarden. Indien in een bepaalde lidstaat een noodsituatie wordt afgekondigd, moet daarom een gefaseerde en evenredige aanpak worden gevolgd om de gasleveringszekerheid te waarborgen. Eerst dient de lidstaat die de noodsituatie heeft afgekondigd, alle noodmaatregelen uit zijn noodplan te nemen om de gaslevering aan zijn door solidariteit beschermde afnemers veilig te stellen. Tegelijkertijd moeten, indien de lidstaat die de noodsituatie heeft afgekondigd verklaart dat grensoverschrijdende maatregelen nodig zijn, alle lidstaten die een verhoogde leveringsnorm hebben opgelegd deze tijdelijk verlagen tot de normale leveringsnorm om meer liquiditeit in de gasmarkt te brengen. Indien genoemde twee reeksen maatregelen niet voor de nodige toevoer zorgen, moeten rechtstreeks met elkaar verbonden lidstaten solidariteitsmaatregelen treffen om door solidariteit beschermde afnemers in de lidstaat die de noodsituatie doormaakt op verzoek van die lidstaat van gas te voorzien. Dergelijke solidariteitsmaatregelen moeten erin bestaan dat de gaslevering aan afnemers die niet door solidariteit beschermd zijn op het grondgebied van de solidariteit verstrekkende lidstaat beperkt wordt of stopgezet wordt om gasvolumes vrij te maken voor zover dat nodig is en zolang de gaslevering aan door solidariteit beschermde afnemers in de om solidariteit verzoekende lidstaat niet is verzekerd. Niets in deze verordening mag in die zin worden begrepen dat een lidstaat ertoe verplicht of gemachtigd zou worden in een andere lidstaat openbaar gezag uit te oefenen.

(39)

Solidariteitsmaatregelen moeten ook worden genomen als uiterste middel indien een lidstaat met een andere lidstaat verbonden is via een derde land, tenzij de stromen via het derde land beperkt worden, en indien er een akkoord bestaat tussen de betreffende lidstaten, die in voorkomend geval het derde land waarmee zij zijn verbonden bij de zaak moeten betrekken.

(40)

Indien solidariteitsmaatregelen als uiterste middel worden genomen, moet de beperking of onderbreking van de gaslevering in de solidariteit verstrekkende lidstaat, indien dat nodig is opdat de lidstaat kan voldoen aan zijn solidariteitsverplichtingen, en om discriminatie te voorkomen, gelden voor alle afnemers die niet door solidariteit beschermd zijn, ongeacht of zij hun gas rechtstreeks ontvangen dan wel in de vorm van verwarming via door solidariteit beschermde stadsverwarmingsinstallaties. Eenzelfde regeling is nodig voor afnemers die niet door solidariteit beschermd zijn in de krachtens het solidariteitsmechanisme gas ontvangende lidstaat.

(41)

Indien solidariteitsmaatregelen als uiterste middel worden genomen, is het wenselijk dat het gasverbruik in de solidariteit verstrekkende lidstaat in eerste instantie op vrijwillige basis beperkt wordt, d.w.z. door middel van marktgebaseerde maatregelen, zoals vrijwillige maatregelen aan de vraagzijde of omgekeerde veilingen, waarbij bepaalde afnemers, bijvoorbeeld industriële afnemers, aan de transmissiesysteembeheerder of een andere verantwoordelijke instantie meedelen tegen welke prijs zij hun gasverbruik zouden beperken of staken. Indien blijkt dat de marktgebaseerde maatregelen niet volstaan om het tekort in de vereiste gasvoorziening te verhelpen, en gezien het belang van solidariteitsmaatregelen als uiterste middel, moet de solidariteit verstrekkende lidstaat, om aan zijn solidariteitsverplichtingen te voldoen, in tweede instantie niet-marktgebaseerde maatregelen kunnen treffen, waaronder beperkingen voor bepaalde groepen afnemers.

(42)

Solidariteitsmaatregelen als uiterste middel dienen te worden verstrekt op basis van compensatie. De solidariteit verstrekkende lidstaat moet spoedig een billijke compensatie krijgen van de solidariteit ontvangende lidstaat, zowel voor het op zijn grondgebied geleverde gas als voor alle andere relevante en redelijke kosten die bij het verstrekken van de solidariteit zijn gemaakt. Solidariteitsmaatregelen als uiterste middel zijn onderworpen aan de voorwaarde dat de om solidariteit verzoekende lidstaat zich verbindt tot het betalen van een billijke en spoedige compensatie. Deze verordening harmoniseert niet alle aspecten van een billijke compensatie. De betrokken lidstaten moeten onder elkaar de nodige maatregelen te treffen, met name technische, juridische en financiële regelingen, ter uitvoering van de bepalingen inzake spoedige en billijke compensatie.

(43)

Bij het nemen van solidariteitsmaatregelen uit hoofde van de bepalingen van deze verordening leggen de lidstaten Unierecht ten uitvoer, en zijn zij dus gehouden de in het Unierecht gewaarborgde grondrechten te eerbiedigen. Deze maatregelen kunnen derhalve resulteren in een verplichting voor een lidstaat om compensatie te betalen aan degenen die door zijn maatregelen worden getroffen. De lidstaten moeten daarom zorgen voor nationale compensatieregelingen die stroken met het Unierecht, en meer bepaald met de grondrechten. Voorts moet worden gewaarborgd dat de solidariteit ontvangende lidstaat uiteindelijk alle redelijke kosten draagt die een solidariteit verstrekkende lidstaat maakt als gevolg van de genoemde verplichting om de compensatie te betalen, alsmede andere redelijke kosten die uit het betalen van compensatie overeenkomstig de genoemde nationale compensatieregelingen voortvloeien.

(44)

Aangezien er soms meer dan één lidstaat is om solidariteit te verstrekken aan een verzoekende lidstaat, is er een mechanisme nodig om de lasten te verdelen. Krachtens dat mechanisme moet de om solidariteit verzoekende lidstaat, na alle in aanmerking komende lidstaten te hebben geraadpleegd, het meest voordelige aanbod kiezen op grond van de kosten, levertermijn, betrouwbaarheid en diversificatie van de gaslevering. Het aanbod van de lidstaten moet in eerste instantie gebaseerd zijn op vrijwillige maatregelen aan de vraagzijde, zo veel en zo lang als mogelijk, en pas daarna op niet-marktgebaseerde maatregelen.

(45)

Bij deze verordening wordt voor het eerst een dergelijk solidariteitsmechanisme tussen lidstaten ingesteld om de effecten van een noodsituatie binnen de Unie te beperken; daarbij hoort een mechanisme om de lasten te verdelen. De Commissie moet het mechanisme voor lastenverdeling en het solidariteitsmechanisme in het algemeen dan ook evalueren in het licht van hoe hun functioneren wordt ervaren; waar nodig dient zij aanpassingen voor te stellen.

(46)

De lidstaten moeten de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering van de bepalingen betreffende het solidariteitsmechanisme; de betrokken lidstaten dienen met elkaar technische, juridische en financiële regelingen te treffen. De lidstaten moeten die regelingen nader toelichten in hun noodplannen. De Commissie moet juridisch niet-bindende richtsnoeren verstrekken over de belangrijkste punten die in de regelingen moeten worden opgenomen.

(47)

Zolang een lidstaat het gasverbruik van zijn door solidariteit beschermde afnemers kan afdekken met eigen productie, en op dat gebied dus niet om solidariteit hoeft te verzoeken, dient hij te worden vrijgesteld van de verplichting om met het oog op het ontvangen van solidariteit technische, juridische en financiële regelingen te treffen met andere lidstaten. Dit mag geen afbreuk doen aan de verplichting van de betreffende lidstaat om solidariteit te verstrekken aan andere lidstaten.

(48)

Er moet een vrijwaringsmaatregel komen voor het geval dat de Unie kosten moet maken ingevolge een aansprakelijkheid, niet zijnde een aansprakelijkheid voor onwettige handelingen of onwettige gedragingen als bedoeld in artikel 340, tweede alinea, VWEU, in verband met maatregelen die lidstaten uit hoofde van de bepalingen van deze verordening betreffende het solidariteitsmechanisme moeten nemen. In zulke gevallen is het passend dat de solidariteit ontvangende lidstaat de kosten van de Unie terugbetaalt.

(49)

Waar nodig moet de Europese solidariteit ook de vorm aannemen van door de Unie en haar lidstaten verstrekte bijstand inzake civiele bescherming. Dergelijke bijstand moet worden bevorderd en gecoördineerd in het kader van het Uniemechanisme voor civiele bescherming dat bij Besluit nr. 1313/2013/EU is opgezet en dat tot doel heeft de samenwerking tussen de Unie en de lidstaten te versterken en de coördinatie op het gebied van civiele bescherming te bevorderen teneinde de systemen voor preventie, paraatheid en respons ten aanzien van natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen doeltreffender te maken.

(50)

Om de gasleveringszekerheid in een lidstaat of in een deel van de Unie of in de Unie als geheel te beoordelen, is toegang tot de relevante informatie van essentieel belang. De lidstaten en de Commissie moeten met name regelmatig toegang krijgen tot informatie van aardgasbedrijven met betrekking tot de voornaamste parameters van de gaslevering, met inbegrip van nauwkeurige metingen van de beschikbare opgeslagen reserves, aangezien deze gegevens van fundamenteel belang zijn bij het opstellen van de beleidslijnen inzake gasleveringszekerheid. Op redelijke gronden en ongeacht of een noodsituatie is afgekondigd, moet het ook mogelijk zijn toegang te verkrijgen tot aanvullende informatie die nodig is om de algemene situatie inzake gasleveringszekerheid te beoordelen. Gewoonlijk gaat het om aanvullende, niet-prijsgerelateerde informatie over de toevoer, zoals minimale en maximale gasvolumes, leveringspunten of voorwaarden voor de opschorting van gasleveringen.

(51)

Een efficiënt en doelgericht mechanisme voor toegang van de lidstaten en de Commissie tot belangrijke gasleveringscontracten moet garanderen dat een totaalevaluatie wordt opgesteld van de relevante risico's die tot een verstoring van de gaslevering kunnen leiden of die kunnen interfereren met de noodzakelijke beperkende maatregelen ingeval zich toch een crisis zou voordoen. Krachtens dat mechanisme moet automatisch kennis worden gegeven van bepaalde grote gasleveringscontracten, ongeacht de oorsprong van het gas, binnen of buiten de Unie, aan de bevoegde instantie van de meest getroffen lidstaten. Van nieuwe contracten of wijzigingen moet onmiddellijk na de sluiting ervan kennis worden gegeven. Ten behoeve van de transparantie en betrouwbaarheid moet van bestaande contracten ook kennis worden gegeven. De kennisgevingsverplichting moet ook van toepassing zijn op alle commerciële overeenkomsten die relevant zijn voor de uitvoering van het gasleveringscontract, waaronder relevante overeenkomsten die verband kunnen houden met infrastructuur, opslag en andere voor de gasleveringszekerheid belangrijke aspecten.

(52)

Elke verplichting tot automatische kennisgeving van een contract aan de bevoegde instantie moet evenredig zijn. Door die verplichting toe te passen op contracten tussen een leverancier en een afnemer die het equivalent van 28 % of meer van het jaarlijks gasverbruik op de nationale markt afdekken, wordt de bestuurlijke doelmatigheid en transparantie voor ogen gehouden, en worden de marktdeelnemers duidelijke verplichtingen opgelegd. De bevoegde instantie moet het contract evalueren in het licht van gasleveringszekerheidsdoeleinden, en de resultatenvan de evaluatie aan de Commissie meedelen. Indien de bevoegde instantie er niet zeker van is of een contract de gasleveringszekerheid van de lidstaat of van een regio in gevaar brengt, dient zij de Commissie van dit contract kennis te geven met het oog op de beoordeling daarvan. Dit betekent niet dat andere gasleveringscontracten niet van belang zijn voor de gasleveringszekerheid. Wanneer de bevoegde instantie van de meest getroffen lidstaat of de Commissie van oordeel is dat een gasleveringscontract dat niet onder de automatische kennisgeving krachtens deze verordening valt, vanwege zijn specifieke karakter of soort afnemers, dan wel vanwege het belang ervan voor de gasleveringszekerheid, een risico kan vormen voor de gasleveringszekerheid van een lidstaat, van een regio of van de Unie, moet de bevoegde instantie of de Commissie dan ook dat contract kunnen opvragen om het effect ervan op de gasleveringszekerheid te kunnen beoordelen. Deze informatie kan bijvoorbeeld worden opgevraagd in het geval van wijzigingen in het patroon van gasleveringen aan een bepaalde afnemer of bepaalde afnemers in een lidstaat die bij een normale marktwerking niet te verwachten zijn en die de gaslevering in de Unie of delen van de Unie negatief zouden kunnen beïnvloeden. Met dit mechanisme zal de toegang tot andere belangrijke gasleveringscontracten die van belang zijn voor de leveringszekerheid, worden gewaarborgd. Een verzoek om informatie moet worden gemotiveerd, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak om de administratieve last van die maatregel tot een minimum te beperken.

(53)

De Commissie kan voorstellen dat de lidstaten de risico-evaluaties en de preventieve actieplannen en de noodplannen aanpassen om rekening te houden met de informatie uit de contracten. De bepalingen van deze verordening dienen het recht van de Commissie om overeenkomstig artikel 258 VWEU inbreukprocedures in te stellen en de mededingingsregels, met inbegrip van de staatssteunregels, te handhaven, onverlet te laten.

(54)

Alle contracten of contractuele informatie die in dat kader worden ontvangen, met inbegrip van de evaluaties door de bevoegde instantie of de Commissie, moeten vertrouwelijk blijven, met name om commercieel gevoelige informatie te beschermen en de integriteit en het goede functioneren van het systeem voor informatie-uitwisseling te waarborgen. Deze vertrouwelijkheid kan ook van belang zijn voor de openbare veiligheid, gelet op het belang dat een basisproduct als gas voor de lidstaten kan hebben. Daarnaast zullen zinvolle totaalevaluaties door de bevoegde instanties of de Commissie informatie in verband met openbare veiligheid, commerciële informatie of verwijzingen daarnaar bevatten. De vertrouwelijkheid van de evaluaties moet daarom worden gewaarborgd. Evenzeer is het van belang dat wie overeenkomstig deze verordening vertrouwelijke informatie ontvangt, gebonden is door het beroepsgeheim. De Commissie, de bevoegde instanties en de nationale regelgevende instanties, de organen en de personen die overeenkomstig deze verordening vertrouwelijke informatie ontvangen, moeten de vertrouwelijkheid van de ontvangen informatie waarborgen.

(55)

Er moet een evenredig systeem voor crisismanagement en informatie-uitwisseling komen dat berust op drie crisisniveaus: vroegtijdige waarschuwing, alarm en noodsituatie. Indien de bevoegde instantie van een lidstaat een van de crisisniveaus afkondigt, dient zij de Commissie alsook de bevoegde instanties van de lidstaten waarmee de lidstaat van die bevoegde instantie rechtstreeks verbonden is, onmiddellijk in te lichten. Bij het afkondigen van een noodsituatie moeten de lidstaten in de risicogroep ook worden ingelicht. Op verzoek van ten minste twee bevoegde instanties die een noodsituatie hebben afgekondigd, moet de Commissie een noodsituatie op regionaal of Unieniveau afkondigen. Om bij een noodsituatie op regionaal of Unieniveau een toereikende informatie-uitwisseling en samenwerking te waarborgen, moet de Commissie de maatregelen van de bevoegde instanties coördineren en daarbij ten volle rekening houden met relevante informatie van de GCG en met de resultaten van de raadpleging van de GCG. De Commissie moet het einde van de noodsituatie op regionaal of Unieniveau afkondigen indien zij, na een beoordeling van de situatie, van oordeel is dat het afkondigen van een noodsituatie niet langer gerechtvaardigd is.

(56)

De GCG moet de Commissie bij noodsituaties op Unieniveau advies verstrekken om de maatregelen betreffende de gasleveringszekerheid te helpen coördineren. Deze groep moet ook toezien op de adequaatheid en geschiktheid van de krachtens deze verordening te nemen maatregelen, alsmede op de consistentie van preventieve actieplannen en noodplannen die door verschillende risicogroepen zijn opgesteld.

(57)

Een gascrisis kan over de grenzen van de Unie heen reiken en ook de Verdragsluitende partijen bij de Energiegemeenschap treffen. Als partij bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap moet de Unie zich inspannen om dat verdrag te wijzigen teneinde een geïntegreerde markt en een gemeenschappelijke regelgevingsruimte tot stand te brengen door een passend en stabiel regelgevingskader vast te leggen. Om in de tussentijd te zorgen voor een efficiënt crisismanagement aan de grenzen tussen de lidstaten en de Verdragsluitende partijen, wordt hun verzocht nauw samen te werken bij de preventie van, de voorbereiding op en de afhandeling van een gascrisis.

(58)

Aangezien gasleveringen uit derde landen cruciaal zijn voor de gasleveringszekerheid in de Unie, moet de Commissie het optreden ten aanzien van derde landen coördineren en regelingen uitwerken met derde landen die gas leveren en doorvoeren om crisissituaties het hoofd te bieden en een stabiele gasstroom naar de Unie tewaarborgen. De Commissie moet worden gemachtigd een taskforce op te zetten om in crisissituaties de gasstromen naar de Unie te monitoren na overleg met de lidstaten en de betrokken derde landen, en om, wanneer er een crisis ontstaat ten gevolge van moeilijkheden in een derde land, op te treden als bemiddelaar en facilitator. De Commissie moet regelmatig verslag uitbrengen bij de GCG.

(59)

Indien op grond van betrouwbare gegevens kan worden aangenomen dat een situatie buiten de Unie de gasleveringszekerheid van één of meer lidstaten bedreigt en een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing tussen de Unie en een derde land kan activeren, moet de Commissie onverwijld de GCG inlichten en moet de Unie passende maatregelen nemen om de situatie te proberen normaliseren.

(60)

Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het veiligstellen van de gasleveringszekerheid in de Unie, niet voldoende kan worden verwezenlijkt door afzonderlijke acties van de lidstaten maar vanwege de omvang en gevolgen ervan beter op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(61)

Teneinde een snelle reactie van de Unie op veranderende omstandigheden in verband met de gasleveringszekerheid mogelijk te maken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de samenstelling van de risicogroepen en de templates voor de risico-evaluaties en voor de preventieve actieplannen en de noodplannen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (13). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.

(62)

Deze verordening doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om overeenkomstig artikel 194, lid 2, VWEU de voorwaarden voor de exploitatie van hun energiebronnen te bepalen.

(63)

Verordening (EU) nr. 994/2010 moet worden ingetrokken. Om rechtsonzekerheid te vermijden moeten de uit hoofde van die verordening opgestelde preventieve actieplannen en noodplannen echter van kracht blijven totdat de nieuwe preventieve actieplannen en noodplannen uit hoofde van deze verordening voor de eerste maal zijn vastgesteld,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden bepalingen vastgesteld die erop gericht zijn de gasleveringszekerheid veilig te stellen door de goede en continue werking van de interne markt voor aardgas („gas”) te waarborgen, door toe te staan dat buitengewone maatregelen kunnen worden genomen, waaronder een solidariteitsmaatregel als uiterste middel, wanneer de markt niet meer in staat is de gevraagde hoeveelheid gas te leveren, en door duidelijk de verantwoordelijkheden van de aardgasbedrijven, de lidstaten en de Unie te omschrijven en toe te wijzen met betrekking tot zowel preventieve actie als reacties op concrete verstoringen van de gaslevering. Deze verordening stelt, in een geest van solidariteit, tevens transparante mechanismen in voor de coördinatie van de planning voor, en reacties op, noodsituaties op nationaal, regionaal en Unieniveau.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   „zekerheid”: zekerheid als gedefinieerd in punt 32 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

2.   „afnemer”: een afnemer als gedefinieerd in punt 24 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

3.   „huishoudelijke afnemer”: een huishoudelijke afnemer als gedefinieerd in punt 25 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

4.   „essentiële sociale dienst”: een dienst in verband met gezondheidszorg, essentiële sociale zorg, noodhulp, veiligheid, onderwijs- of openbaar bestuur;

5.   „beschermde afnemer”: een huishoudelijke, op een gasdistributienet aangesloten afnemer en daarnaast, indien de betrokken lidstaat daartoe beslist, eventueel ook, voor zover de onder a) en b) bedoelde ondernemingen of diensten samen niet meer dan 20 % van het totale jaarlijkse eindgebruik van gas in die lidstaat vertegenwoordigen:

a)

kleine en middelgrote ondernemingen, op voorwaarde dat zij op een gasdistributienet zijn aangesloten;

b)

essentiële sociale diensten, op voorwaarde dat zij op een gasdistributie- of -transmissienet zijn aangesloten;

c)

stadsverwarmingsinstallaties, voor zover zij verwarming leveren aan huishoudelijke afnemers, kleine en middelgrote ondernemingen of essentiële sociale diensten, op voorwaarde dat deze installaties niet kunnen omschakelen op andere brandstoffen dan gas;

6.   „door solidariteit beschermde afnemer”: een huishoudelijke, op een gasdistributienet aangesloten afnemer; het kan ook een of beide van de volgende inhouden:

a)

stadsverwarmingsinstallaties, voor zover zij in de betrokken lidstaat beschermde afnemers zijn en uitsluitend voor zover zij huishoudelijke afnemers of essentiële sociale diensten van verwarming voorzien, met uitzondering van onderwijs- en overheidsdiensten, en/of

b)

essentiële sociale diensten, voor zover zij in de betrokken lidstaat beschermde afnemers zijn, met uitzondering van onderwijs- en overheidsdiensten;

7.   „bevoegde instantie”: een nationale overheidsinstantie of een nationale regulerende instantie die door een lidstaat is aangewezen voor de uitvoering van de maatregelen waarin deze verordening voorziet;

8.   „nationale regulerende instantie”: een nationale regulerende instantie die is aangewezen overeenkomstig artikel 39, lid 1, van Richtlijn 2009/73/EG;

9.   „aardgasbedrijf”: een aardgasbedrijf als gedefinieerd in punt 1 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

10.   „aardgasleveringscontract”: een aardgasleveringscontract als gedefinieerd in punt 34 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

11.   „transmissie”: transmissie als gedefinieerd in punt 3 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

12.   „transmissiesysteembeheerder”: een transmissiesysteembeheerder als gedefinieerd in punt 4 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

13.   „distributie”: distributie als gedefinieerd in punt 5 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

14.   „distributiesysteembeheerder”: een distributiesysteembeheerder als gedefinieerd in punt 6 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

15.   „interconnector”: een interconnector als gedefinieerd in punt 17 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

16.   „noodaanvoercorridors”: gasleveringsroutes in de Unie die de lidstaten helpen de gevolgen van een mogelijke verstoring van de levering of de infrastructuur beter te beperken;

17.   „opslagcapaciteit”: opslagcapaciteit als gedefinieerd in punt 28 van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 715/2009;

18.   „technische capaciteit”: technische capaciteit als gedefinieerd in punt 18 van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 715/2009;

19.   „vaste capaciteit”: vaste capaciteit als gedefinieerd in punt 16 van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 715/2009;

20.   „afschakelbare capaciteit”: afschakelbare capaciteit als gedefinieerd in punt 13 van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 715/2009;

21.   „LNG-installatiecapaciteit”: LNG-installatiecapaciteit als gedefinieerd in punt 24 van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 715/2009;

22.   „LNG-installatie”: een LNG-installatie als gedefinieerd in punt 11 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

23.   „opslaginstallatie”: een opslaginstallatie als gedefinieerd in punt 9 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

24.   „systeem”: een systeem als gedefinieerd in punt 13 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

25.   „systeemgebruiker”: een systeemgebruiker als gedefinieerd in punt 23 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG;

26.   „ondersteunende diensten”: ondersteunende diensten als gedefinieerd in punt 14 van artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG.

Artikel 3

Verantwoordelijkheid voor de gasleveringszekerheid

1.   De gasleveringszekerheid is de gedeelde verantwoordelijkheid van de aardgasbedrijven, de lidstaten, met name via hun bevoegde instanties, en de Commissie, elk binnen hun respectieve activiteitenterreinen en bevoegdheidsgebieden.

2.   Elke lidstaat wijst een bevoegde instantie aan. De bevoegde instanties werken met elkaar samen bij de uitvoering van deze verordening. De lidstaten kunnen de bevoegde instantie toestaan specifieke, in deze verordening genoemde taken te delegeren aan andere entiteiten. Wanneer een bevoegde instantie de taak delegeert om een van de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus af te kondigen, gebeurt die delegatie alleen aan een openbare instantie, een transmissiesysteembeheerder of een distributiesysteembeheerder. Gedelegeerde taken worden uitgevoerd onder het toezicht van de bevoegde instantie en worden gespecificeerd in het preventieve actieplan en in het noodplan.

3.   Elke lidstaat stelt de Commissie onverwijld in kennis van de naam van zijn bevoegde instantie en van elke wijziging daarin, en maakt deze openbaar.

4.   Bij de uitvoering van de maatregelen waarin deze verordening voorziet, stelt de bevoegde instantie de rol en de verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken partijen zodanig vast dat een benadering op drie niveaus wordt gewaarborgd, waarbij eerst de betrokken aardgasbedrijven, in voorkomend geval elektriciteitsbedrijven, en het bedrijfsleven worden ingeschakeld, vervolgens de lidstaten op nationaal dan wel regionaal niveau, en in derde instantie de Unie.

5.   De Commissie coördineert het optreden van de bevoegde instanties op regionaal en Unieniveau overeenkomstig deze verordening, onder meer via de GCG of, met name in het geval van een noodsituatie op regionaal of Unieniveau overeenkomstig artikel 12, lid 1, via de in artikel 12, lid 4, bedoelde crisismanagementgroep.

6.   In het geval van een noodsituatie op regionaal of Unieniveau werken de transmissiesysteembeheerders samen en wisselen zij informatie uit via het door het ENTSB-G opgezette RCSG. Het ENTSB-G stelt de Commissie en de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten dienovereenkomstig in kennis.

7.   Overeenkomstig artikel 7, lid 2, dienen de belangrijkste grensoverschrijdende risico's voor de gasleveringszekerheid in de Unie te worden geïdentificeerd, en dienen op basis daarvan risicogroepen te worden ingesteld. Die risicogroepen dienen als basis voor nauwere regionale samenwerking ter verbetering van de gasleveringszekerheid en maken overeenstemming mogelijk over passende en doeltreffende grensoverschrijdende maatregelen van alle betrokken lidstaten langs de noodaanvoercorridors, ongeacht of zij binnen of buiten de risicogroepen vallen.

De lijst van die risicogroepen en de samenstelling ervan staan in bijlage I. De samenstelling van de risicogroepen belet geen andere vorm van regionale samenwerking die de leveringszekerheid ten goede komt.

8.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de samenstelling van de risicogroepen in bijlage I te actualiseren door middel van een wijziging van die bijlage die de ontwikkeling weerspiegelt van de belangrijkste grensoverschrijdende risico's voor de gasleveringszekerheid in de Unie en de gevolgen daarvan voor de lidstaten, met inachtneming van de resultaten van een Uniewijde simulatie van scenario's waarin de gaslevering en de infrastructuur worden verstoord, en die overeenkomstig artikel 7, lid 1, door het ENTSB-G worden uitgevoerd. Alvorens over te gaan tot de actualisering, raadpleegt de Commissie de GCG in de samenstelling als bedoeld in artikel 4, lid 4, over de ontwerpactualisering.

Artikel 4

Groep coördinatie gas

1.   Er wordt een Groep coördinatie gas (GCG) opgericht om de coördinatie van maatregelen betreffende de gasleveringszekerheid te bevorderen. De GCG bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten, met name vertegenwoordigers van hun bevoegde instanties, alsmede van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (het „Agentschap”), het ENTSB-G en representatieve organen van de betrokken bedrijfssector en van de betrokken afnemers. De Commissie neemt in overleg met de lidstaten een besluit over de samenstelling van de GCG, waarbij zij erop toeziet dat deze volledig representatief is. De Commissie zit de GCG voor. De GCG stelt haar reglement van orde vast.

2.   De GCG wordt geraadpleegd en staat de Commissie bij, met name met betrekking tot het volgende:

a)

de gasleveringszekerheid, op elk moment en met name in het geval van een noodsituatie;

b)

alle informatie die relevant is voor de gasleveringszekerheid op nationaal, regionaal en Unieniveau;

c)

beste praktijken en mogelijke richtsnoeren voor alle betrokken partijen;

d)

het niveau van de gasleveringszekerheid, benchmarks en evaluatiemethoden;

e)

scenario's op nationaal, regionaal en Unieniveau en het testen van de niveaus van paraatheid;

f)

de beoordeling van de preventieve actieplannen en de noodplannen, de onderlinge samenhang van de verschillende plannen en de uitvoering van de in die plannen voorziene maatregelen;

g)

de coördinatie van de maatregelen als reactie op een noodsituatie op Unieniveau, met de Verdragsluitende partijen bij de Energiegemeenschap en met andere derde landen;

h)

de bijstand die de meest getroffen lidstaten nodig hebben.

3.   De Commissie roept de GCG regelmatig samen en deelt de van de bevoegde instanties ontvangen informatie met de groep, waarbij zij de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie in acht neemt.

4.   De Commissie kan de GCG samenroepen in een samenstelling die beperkt blijft tot de vertegenwoordigers van de lidstaten, en in het bijzonder van hun bevoegde instanties. De Commissie roept de GCG in deze beperkte samenstelling samen indien een of meer vertegenwoordigers van de lidstaten, en in het bijzonder van hun bevoegde instanties, hierom verzoeken. In dit geval is artikel 16, lid 2, niet van toepassing.

Artikel 5

Infrastructuurnorm

1.   Elke lidstaat of, indien een lidstaat daartoe besluit, zijn bevoegde instantie, waarborgt dat de noodzakelijke maatregelen worden genomen opdat, in het geval van verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur, de technische capaciteit van de resterende infrastructuur, bepaald volgens de N – 1-formule als neergelegd in punt 2 van bijlage II, in staat is om, onverminderd lid 2 van dit artikel, te voldoen aan de totale gasvraag van het berekende gebied gedurende een dag van uitzonderlijk hoge gasvraag die met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de 20 jaar voorkomt. Hierbij wordt rekening gehouden met de gasverbruikontwikkelingen, de langetermijneffecten van de energie-efficiëntiemaatregelen en de benuttingsgraad van de bestaande infrastructuur.

De in de eerste alinea van dit lid bedoelde verplichting doet niet af aan de verantwoordelijkheid van de transmissiesysteembeheerders om de overeenkomstige investeringen te verrichten, noch aan de verplichtingen van de transmissiesysteembeheerders als bepaald in Verordening (EG) nr. 715/2009 en Richtlijn 2009/73/EG.

2.   Aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde verplichting om ervoor te zorgen dat de resterende infrastructuur de technische capaciteit heeft om in de totale gasvraag te voorzien, wordt eveneens geacht te zijn voldaan wanneer de bevoegde instantie in het preventieve actieplan aantoont dat een verstoring van de gaslevering tijdig en op afdoende wijze kan worden ondervangen door passende, marktgebaseerde maatregelen aan de vraagzijde. Daartoe wordt de N – 1-formule berekend zoals bepaald in punt 4 van bijlage II.

3.   Indien passend volgens de in artikel 7 bedoelde risico-evaluaties kunnen de bevoegde instanties van naburige lidstaten instemmen gezamenlijk te voldoen aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde verplichting. In dat geval zorgen de bevoegde instanties in de risico-evaluatie voor een berekening van de N – 1-formule en in de regionale hoofdstukken van de preventieve actieplannen voor een toelichting hoe met de afgesproken regeling aan die verplichting wordt voldaan. Punt 5 van bijlage II is van toepassing.

4.   De transmissiesysteembeheerders maken permanente fysieke capaciteit om gas in beide richtingen te vervoeren („bidirectionele capaciteit”) mogelijk op alle interconnecties tussen lidstaten, behalve:

a)

in het geval van aansluitingen op productie-installaties, LNG-installaties en distributienetten, of

b)

wanneer een vrijstelling van deze verplichting is verleend, na een grondige beoordeling en na raadpleging van de andere lidstaten en de Commissie, overeenkomstig bijlage III.

Bijlage III is van toepassing op de procedure om bidirectionele capaciteit op een interconnectie mogelijk te maken of te verhogen dan wel om een vrijstelling van deze verplichting te verkrijgen of te verlengen. De Commissie maakt de lijst met vrijstellingen bekend en actualiseert deze.

5.   Een voorstel om bidirectionele capaciteit mogelijk te maken of te verhogen, dan wel een verzoek tot verlening of verlenging van een vrijstelling, omvat een kosten-batenanalyse op basis van de in artikel 11 van Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad (14) bedoelde methode wordt op de volgende elementen gebaseerd:

a)

een beoordeling van de marktvraag;

b)

ramingen van vraag en aanbod;

c)

de mogelijke economische gevolgen voor de bestaande infrastructuur;

d)

een haalbaarheidsonderzoek;

e)

de kosten van bidirectionele capaciteit, met inbegrip van de nodige versterking van het transmissiesysteem, en

f)

de voordelen voor de gasleveringszekerheid, waarbij rekening wordt gehouden met de bijdrage die bidirectionele capaciteit kan leveren aan de naleving van de in dit artikel bedoelde infrastructuurnorm.

6.   De nationale regulerende instanties houden rekening met de op efficiënte wijze gemaakte kosten om aan de verplichting krachtens lid 1 van dit artikel te voldoen en met de kosten om bidirectionele capaciteit mogelijk te maken, zodat zij passende stimulansen bieden wanneer zij overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 715/2009 en artikel 41, lid 8, van Richtlijn 2009/73/EG de tarieven of methoden op transparante en gedetailleerde wijze vaststellen of goedkeuren.

7.   Wanneer investeringen om bidirectionele capaciteit mogelijk te maken of te verhogen, niet nodig zijn voor de markt, maar noodzakelijk worden geacht voor de gasleveringszekerheid, en wanneer voor deze investeringen in meer dan één lidstaat dan wel in één lidstaat ten behoeve van een andere lidstaat kosten worden gemaakt, nemen de nationale regulerende instanties van alle betrokken lidstaten een gecoördineerd besluit over de kostentoewijzing alvorens enige investeringsbeslissing wordt genomen. Bij de kostentoewijzing wordt rekening gehouden met de in artikel 12, lid 4, van Verordening (EU) nr. 347/2013 beschreven principes en vervatte elementen, in het bijzonder met het deel van de infrastructuurinvesteringen dat de gasleveringszekerheid van de betrokken lidstaten verbetert, alsmede met de investeringen die reeds in de betrokken infrastructuur zijn gedaan. Bij de kostentoewijzing worden de mededinging en de goede werking van de interne markt niet onnodig verstoord en worden onnodige verstorende effecten op de markt vermeden.

8.   De bevoegde instantie zorgt er door de ontwikkeling van een goed verbonden net voor dat nieuwe transmissie-infrastructuur bijdraagt tot de gasleveringszekerheid, in voorkomend geval ook dankzij voldoende grensoverschrijdende entry- en exitpunten, in functie van de marktvraag en de geïdentificeerde risico's.

Bij de risico-evaluatie beoordeelt de bevoegde instantie, rekening houdend met zowel het gas- als het elektriciteitssysteem, of er interne knelpunten zijn en of de nationale entrycapaciteit en infrastructuur, met name de transmissienetten, in staat zijn de nationale en grensoverschrijdende gasstromen aan te passen aan het scenario waarin de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur op nationaal niveau en de in de risico-evaluatie geïdentificeerde grootste afzonderlijke gasinfrastructuur die van gemeenschappelijk belang is voor de risicogroep, worden verstoord.

9.   In uitzondering op lid 1 van dit artikel, en overeenkomstig de in dit lid vastgestelde voorwaarden, zijn Luxemburg, Slovenië en Zweden niet gebonden door de aldaar genoemde verplichtingen, maar streven zij ernaar hieraan te voldoen, terwijl zij de gaslevering aan beschermde afnemers overeenkomstig artikel 6 waarborgen.

De uitzondering geldt voor Luxemburg, op voorwaarde dat het:

a)

ten minste twee interconnectoren met andere lidstaten heeft;

b)

ten minste twee verschillende gasaanvoerbronnen heeft, en

c)

op zijn grondgebied niet over gasopslaginstallaties beschikt.

De uitzondering geldt voor Slovenië op voorwaarde dat het:

a)

ten minste twee interconnectoren met andere lidstaten heeft;

b)

ten minste twee verschillende gasaanvoerbronnen heeft, en

c)

op zijn grondgebied noch over gasopslaginstallaties noch over een LNG-installatie beschikt.

De uitzondering geldt voor Zweden op voorwaarde dat:

a)

op zijn grondgebied geen gas naar andere lidstaten wordt doorgevoerd;

b)

het een jaarlijks bruto binnenlands gasverbruik van minder dan 2 Mtoe heeft, en

c)

zijn totale primaire energieverbruik voor minder dan 5 % uit gas bestaat.

Luxemburg, Slovenië en Zweden brengen de Commissie op de hoogte van veranderingen die van invloed zijn op de voorwaarden in dit lid. De in dit lid genoemde uitzondering is niet meer van toepassing wanneer niet langer aan ten minste één van die voorwaarden wordt voldaan.

Als onderdeel van de nationale risico-evaluatie die overeenkomstig artikel 7, lid 3, wordt uitgevoerd, beschrijven Luxemburg, Slovenië en Zweden de situatie met betrekking tot de in dit lid vastgestelde respectieve voorwaarden en de prognoses met betrekking tot de naleving van de in lid 1 van dit artikel bedoelde verplichtingen, rekening houdend met de economische gevolgen van de naleving van de infrastructuurnorm, de ontwikkeling van de gasmarkt en de gasinfrastructuurprojecten in de risicogroep. Op basis van de in de nationale risico-evaluatie verstrekte informatie en indien nog steeds wordt voldaan aan de in dit lid vastgestelde respectieve voorwaarden, kan de Commissie besluiten dat de uitzondering nog vier jaar blijft gelden. In het geval van een positief besluit wordt de in deze alinea omschreven procedure na vier jaar herhaald.

Artikel 6

Gasleveringsnorm

1.   De bevoegde instantie verplicht de door haar aangewezen aardgasbedrijven ertoe de nodige maatregelen te nemen om de gaslevering aan de beschermde afnemers van de lidstaat te waarborgen in elk van de volgende gevallen:

a)

extreme temperaturen gedurende een zeven dagen durende piekperiode die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de 20 jaar;

b)

een periode van 30 dagen met een uitzonderlijk hoge gasvraag die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de 20 jaar;

c)

een periode van 30 dagen in het geval van verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur onder gemiddelde winterse omstandigheden.

Uiterlijk 2 februari 2018 stelt elke lidstaat de Commissie in kennis van zijn definitie van beschermde afnemers, het jaarlijkse gasverbruik van de beschermde afnemers en het aandeel dat die verbruiksvolumes vertegenwoordigen in het jaarlijkse totale eindverbruik van gas in die lidstaat. Wanneer een lidstaat in zijn definitie van beschermde afnemers de in artikel 2, punt 5, onder a) of b), bedoelde categorieën opneemt, vermeldt hij de gasverbruiksvolumes van de afnemers die tot die categorieën behoren, en het aandeel van elk van deze groepen afnemers in het jaarlijkse totale eindverbruik van gas.

De bevoegde instantie wijst de in de eerste alinea van dit lid bedoelde aardgasbedrijven aan en vermeldt deze in het preventieve actieplan.

Nieuwe niet-marktgebaseerde maatregelen die de gasleveringsnorm moeten waarborgen, nemen de in artikel 9, leden 4 tot en met 9, ingestelde procedure in acht.

Lidstaten kunnen voldoen aan de in de eerste alinea bedoelde verplichting door energie-efficiëntiemaatregelen in te voeren of door gas te vervangen door een andere energiebron, waaronder hernieuwbare energiebronnen, mits hiermee hetzelfde beschermingsniveau wordt bereikt.

2.   Een strengere gasleveringsnorm die verder gaat dan de periode van 30 dagen als bedoeld in lid 1, onder b) en c), of een bijkomende verplichting die om redenen van gasleveringszekerheid wordt opgelegd, wordt gebaseerd op de risico-evaluatie, weergegeven in het preventieve actieplan, en:

a)

voldoet aan artikel 8, lid 1;

b)

heeft geen negatieve gevolgen voor het vermogen van andere lidstaten om gas te leveren aan hun beschermde afnemers overeenkomstig dit artikel in het geval van een noodsituatie op nationaal, regionaal of Unieniveau, en

c)

voldoet aan artikel 12, lid 5, in het geval van een noodsituatie op regionaal of Unieniveau.

De Commissie kan vragen om een toelichting die aantoont dat de in de eerste alinea bedoelde maatregelen voldoen aan de daarin vastgestelde voorwaarden. Deze toelichting wordt door de bevoegde instantie van de lidstaat die de maatregel invoert, openbaar gemaakt.

Nieuwe niet-marktgebaseerde maatregelen overeenkomstig de eerste alinea van dit lid die op of na 1 november 2017 worden vastgesteld, nemen de in artikel 9, leden 4 tot en met 9, vastgestelde procedure in acht.

3.   Na het verstrijken van de door de bevoegde instantie overeenkomstig de leden 1 en 2 vastgestelde perioden of onder omstandigheden die ernstiger zijn dan vastgesteld in lid 1, streven de bevoegde instantie en de aardgasbedrijven ernaar de gaslevering zo goed mogelijk in stand te houden, met name aan beschermde afnemers.

4.   De aan aardgasbedrijven opgelegde verplichtingen inzake de naleving van de in dit artikel bedoelde gasleveringsnormen zijn niet-discriminerend en leggen geen onnodige lasten op aan deze bedrijven.

5.   Aardgasbedrijven kunnen hun verplichtingen uit hoofde van dit artikel in voorkomend geval op regionaal of Unieniveau nakomen. De bevoegde instanties vereisen niet dat aan de in dit artikel gestelde gasleveringsnormen wordt voldaan via infrastructuur die uitsluitend op hun grondgebied gevestigd is.

6.   De bevoegde instantie ziet erop toe dat de voorwaarden voor leveringen aan beschermde afnemers geen afbreuk doen aan de goede werking van de interne energiemarkt en dat de prijzen in overeenstemming zijn met de marktwaarde van de leveringen.

Artikel 7

Risico-evaluatie

1.   Vóór 1 november 2017 voert het ENTSB-G een Uniewijde simulatie van scenario's uit waarin gaslevering en infrastructuur worden verstoord. De simulatie omvat de identificatie en de evaluatie van de noodaanvoercorridors; in de simulatie worden tevens de lidstaten vermeld die de geïdentificeerde risico's kunnen helpen oplossen, ook die in verband met LNG. De scenario's waarin gaslevering en infrastructuur worden verstoord en de methode voor de simulatie worden door het ENTSB-G vastgesteld, in overleg met de GCG. Het ENTSB-G neemt een passend transparantieniveau in acht en biedt toegang tot de in zijn scenario's gebruikte modelleringsaannamen. De Uniewijde simulatie van scenario's waarin gaslevering en infrastructuur worden verstoord, wordt om de vier jaar opnieuw verricht, tenzij zich omstandigheden voordoen die tussentijdse bijstellingen rechtvaardigen.

2.   De bevoegde instanties binnen elk van de in bijlage I vermelde risicogroepen verrichten op het niveau van de risicogroep een gezamenlijke evaluatie („gemeenschappelijke risico-evaluatie”) van alle relevante risicofactoren, zoals natuurrampen, technologische, commerciële, sociale, politieke en andere risico's, waardoor het belangrijke grensoverschrijdende risico voor de gasleveringszekerheid waarvoor de risicogroep is opgericht, zich voor zou kunnen doen. Bij het opstellen van de risico-evaluaties, preventieve actieplannen en noodplannen houden de bevoegde instanties rekening met de resultaten van de in lid 1 van dit artikel bedoelde simulatie.

De bevoegde instanties binnen elke risicogroep komen een samenwerkingsmechanisme overeen om de gemeenschappelijke risico-evaluatie uit te voeren en brengen hierover elf maanden vóór het verstrijken van de termijn voor de kennisgeving van de gemeenschappelijke risico-evaluatie en de actualiseringen ervan aan de GCG verslag uit. Op verzoek van een bevoegde instantie kan de Commissie een faciliterende rol spelen bij het opstellen van de gemeenschappelijke risico-evaluatie, met name bij het opzetten van het samenwerkingsmechanisme. Indien de bevoegde instanties binnen een risicogroep geen overeenstemming bereiken over een samenwerkingsmechanisme, stelt de Commissie na raadpleging van de betrokken bevoegde instanties een samenwerkingsmechanisme voor die risicogroep voor. De betrokken bevoegde instanties komen een samenwerkingsmechanisme voor die risicogroep overeen en houden daarbij zo veel mogelijk rekening met het voorstel van de Commissie.

Tien maanden vóór de termijn voor kennisgeving van de gemeenschappelijke risico-evaluatie of de actualiseringen ervan deelt elke bevoegde instantie binnen het overeengekomen samenwerkingsmechanisme alle nationale gegevens die nodig zijn voor het opstellen van de gemeenschappelijke risico-evaluatie en werkt deze bij, met name met het oog op het doorlopen van de verschillende in lid 4, onder c), bedoelde scenario's.

3.   De bevoegde instantie van elke lidstaat verricht een nationale risico-evaluatie („nationale risico-evaluatie”) van alle relevante risico's voor de gasleveringszekerheid. Deze evaluatie is volledig in overeenstemming met de aannamen en resultaten van de gemeenschappelijke risico-evaluatie(s).

4.   De in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde risico-evaluaties worden, naargelang het geval, verricht als volgt:

a)

de normen in de artikelen 5 en 6 worden gehanteerd. De risico-evaluatie beschrijft de berekening van de N – 1-formule op nationaal niveau en bevat zo nodig een berekening van de N – 1-formule op regionaal niveau. De risico-evaluatie bevat ook de gebruikte aannamen, inclusief voor de berekening van de N – 1-formule op regionaal niveau, indien van toepassing, en de voor die berekening noodzakelijke gegevens. De berekening van de N – 1-formule op nationaal niveau gaat vergezeld van een simulatie van een verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur, onder gebruikmaking van hydraulische modellen voor het nationale grondgebied, en van een berekening van de N – 1-formule die uitgaat van een gasniveau in de opslaginstallaties van 30 % en 100 % van het maximale werkvolume;

b)

alle relevante nationale en grensoverschrijdende omstandigheden worden in acht genomen, met name de omvang van de markt, de netconfiguratie, de werkelijke stromen, waaronder de uitstroom uit de betrokken lidstaten, de mogelijkheid van fysieke gasstromen in beide richtingen, inclusief de potentiële behoefte aan overeenkomstige versterking van het transmissiesysteem, de aanwezigheid van gasproductie en -opslag en de rol van gas in de energiemix, met name met betrekking tot stadsverwarming, elektriciteitsopwekking, het functioneren van de industrie, en veiligheids- en gaskwaliteitsoverwegingen;

c)

er worden verschillende scenario's doorlopen waarin er sprake is van een uitzonderlijk hoge vraag naar gas en verstoring van de gaslevering, rekening houdend met de voorgeschiedenis, de waarschijnlijkheid, het jaargetijde, de frequentie en de duur ervan, en waarbij de waarschijnlijke gevolgen daarvan worden beoordeeld, bijvoorbeeld:

i)

verstoring van de infrastructuur die voor de gasleveringszekerheid van belang is, met name de transmissie-infrastructuur, opslaginstallaties en LNG-terminals, waaronder de grootste gasinfrastructuur die is gebruikt voor het berekenen van de N – 1-formule, en

ii)

verstoring van leveringen door leveranciers uit derde landen en, indien van toepassing, geopolitieke risico's;

d)

de interactie en correlatie van risico's tussen de lidstaten in de risicogroep worden in kaart gebracht, evenals, in voorkomend geval, die met andere lidstaten of andere risicogroepen, wat betreft interconnecties, grensoverschrijdende leveringen, grensoverschrijdende toegang tot opslaginstallaties en bidirectionele capaciteit;

e)

er wordt rekening gehouden met risico's die verband houden met de zeggenschap over de voor de gasleveringszekerheid relevante infrastructuur, waaronder bijvoorbeeld het risico op onderinvestering, waardoor diversificatie wordt ondermijnd, misbruik van bestaande infrastructuur of schendingen van het Unierecht;

f)

de maximale interconnectiecapaciteit van elk entry- en exitpunt aan de grens en de verschillende vulgradaties voor de opslag worden in aanmerking genomen.

5.   De gemeenschappelijke en nationale risico-evaluaties worden opgesteld overeenkomstig het toepasselijke model in bijlage IV of V. Indien noodzakelijk kunnen de lidstaten aanvullende gegevens toevoegen. De Commissie is bevoegd om, na raadpleging van de GCG, in overeenstemming met artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de modellen in de bijlagen IV en V te wijzigen, teneinde de ervaring die met de toepassing van deze verordening is opgedaan, te weerspiegelen en de administratieve lasten voor de lidstaten te verminderen.

6.   Aardgasbedrijven, industriële gasafnemers, betrokken organisaties die de belangen van huishoudelijke en industriële gasafnemers vertegenwoordigen, lidstaten en, indien zij niet de bevoegde instanties zijn, de nationale regulerende instanties werken samen met de bevoegde instanties en verstrekken hen desgevraagd alle nodige informatie voor de gemeenschappelijke en nationale risico-evaluaties.

7.   Uiterlijk op 1 oktober 2018 delen de lidstaten de Commissie zowel de eerste gemeenschappelijke risico-evaluatie mee, nadat ze door alle lidstaten in de risicogroep is goedgekeurd, als de nationale risico-evaluaties. Daarna worden de risico-evaluaties om de vier jaar bijgewerkt, tenzij de omstandigheden een hogere frequentie rechtvaardigen. In de risico-evaluaties wordt rekening gehouden met de voortgang in de nodige investeringen om aan de in artikel 5 vervatte infrastructuurnorm te voldoen, en met specifieke moeilijkheden die zich in de lidstaat zelf hebben voorgedaan bij de toepassing van nieuwe alternatieve oplossingen. Daarnaast bouwen de risico-evaluaties voort op de ervaring die is opgedaan met de in artikel 10, lid 3, bedoelde simulatie van de noodplannen.

Artikel 8

Opstellen van preventieve actieplannen en noodplannen

1.   De in een preventief actieplan en een noodplan vervatte maatregelen om de gasleveringszekerheid te waarborgen, zijn duidelijk omschreven, transparant, evenredig, niet-discriminerend en verifieerbaar, zorgen niet voor onnodige verstoringen van de mededinging of de goede werking van de interne gasmarkt en brengen de gasleveringszekerheid van andere lidstaten of de Unie niet in gevaar.

2.   De bevoegde instantie van elke lidstaat stelt, na overleg met de aardgasbedrijven, de betrokken organisaties die de belangen vertegenwoordigen van de huishoudelijke en industriële gasafnemers, waaronder elektriciteitsproducenten, de beheerders van elektriciteitstransmissiesystemen en, indien dit niet de bevoegde instantie is, de nationale regulerende instantie, de volgende plannen op:

a)

een preventief actieplan, dat de nodige maatregelen bevat om de vastgestelde risico's weg te nemen of te beperken, waaronder de bijdrage van energie-efficiëntiemaatregelen en maatregelen aan de vraagzijde in de gemeenschappelijke en nationale risico-evaluaties en overeenkomstig artikel 9;

b)

een noodplan, dat de maatregelen bevat om de effecten van een verstoring van de gaslevering weg te nemen of te beperken overeenkomstig artikel 10.

3.   Het preventieve actieplan en het noodplan bevatten een regionaal hoofdstuk, of meerdere regionale hoofdstukken indien een lidstaat bij meerdere risicogroepen hoort, zoals vastgelegd in bijlage I.

De regionale hoofdstukken worden gezamenlijk door alle lidstaten in de risicogroep opgesteld alvorens te worden opgenomen in de respectieve nationale plannen. De Commissie speelt hierbij een faciliterende rol, zodat de regionale hoofdstukken samen bijdragen tot verbeterde gasleveringszekerheid in de Unie en geen tegenstrijdigheden bevatten en om eventuele belemmeringen voor samenwerking weg te nemen.

De regionale hoofdstukken bevatten passende en doeltreffende grensoverschrijdende maatregelen, ook met betrekking tot LNG, mits de lidstaten die de maatregelen uitvoeren en tot dezelfde of andere risicogroepen behoren en die daar op grond van de in artikel 7, lid 1, bedoelde simulatie en de gemeenschappelijke risico-evaluatie de gevolgen van ondervinden, daarmee instemmen.

4.   De bevoegde instanties brengen aan de GCG regelmatig verslag uit over de vooruitgang bij het opstellen en vaststellen van de preventieve actieplannen en de noodplannen, met name de regionale hoofdstukken. Meer bepaald komen de bevoegde instanties een samenwerkingsmechanisme overeen voor het opstellen van het preventieve actieplan en het noodplan, waaronder ook de uitwisseling van ontwerpplannen. Zij brengen 16 maanden vóór de termijn voor de goedkeuring van die plannen en de bijstellingen ervan verslag uit aan de GCG over het overeengekomen samenwerkingsmechanisme.

De Commissie kan een faciliterende rol spelen bij het opstellen van het preventieve actieplan en het noodplan, met name bij het opzetten van het samenwerkingsmechanisme. Indien de bevoegde instanties binnen een risicogroep geen overeenstemming bereiken over een samenwerkingsmechanisme, stelt de Commissie een samenwerkingsmechanisme voor die risicogroep voor. De betrokken bevoegde instanties komen een samenwerkingsmechanisme voor die risicogroep overeen en houden daarbij rekening met het voorstel van de Commissie. De bevoegde instanties zorgen voor regelmatige monitoring van de uitvoering van het preventieve actieplan en het noodplan.

5.   Het preventieve actieplan en het noodplan worden ontwikkeld overeenkomstig de modellen in de bijlagen VI en VII. De Commissie is bevoegd om, na raadpleging van de GCG, in overeenstemming met artikel 19 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de modellen in de bijlagen VI en VII te wijzigen, teneinde de ervaring die met de toepassing van deze verordening is opgedaan, te weerspiegelen en de administratieve lasten voor de lidstaten te verminderen.

6.   De bevoegde instanties van naburige lidstaten raadplegen elkaar te gelegener tijd teneinde consistentie tussen hun preventieve actieplannen en hun noodplannen te waarborgen.

De bevoegde instanties wisselen binnen elke risicogroep ontwerpen van preventieve actieplannen en noodplannen uit, met voorstellen voor samenwerking, ten laatste vijf maanden vóór de termijn voor indiening ervan.

De definitieve versies van de in lid 3 bedoelde regionale hoofdstukken worden door alle lidstaten in de risicogroep goedgekeurd. De preventieve actieplannen en noodplannen bevatten tevens de nationale maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering en handhaving van de grensoverschrijdende maatregelen uit de regionale hoofdstukken.

7.   De preventieve actieplannen en noodplannen worden uiterlijk op 1 maart 2019 openbaar gemaakt en ter kennis gebracht van de Commissie. De Commissie brengt de GCG op de hoogte van de kennisgeving van de plannen en publiceert deze op haar website.

Binnen vier maanden na de kennisgeving door de bevoegde instanties beoordeelt de Commissie de plannen en houdt daarbij rekening met de standpunten van de GCG.

8.   De Commissie brengt aan de bevoegde instantie advies uit met de aanbeveling een preventief actieplan of een noodplan te herzien indien één of meer van de volgende gevallen van toepassing zijn:

a)

het is niet in staat om de in de risico-evaluatie vastgestelde risico's te beperken;

b)

het is niet consistent met de beoordeelde risicoscenario's of met de plannen van een andere lidstaat of een risicogroep;

c)

het is niet in overeenstemming met het in lid 1 vastgestelde vereiste de mededinging of de goede werking van de interne markt niet onnodig te verstoren;

d)

het voldoet niet aan de bepalingen van deze verordening of andere bepalingen van het Unierecht.

9.   Binnen drie maanden na de kennisgeving van het in lid 8 bedoelde advies van de Commissie brengt de betrokken bevoegde instantie het herziene preventieve actieplan of het noodplan ter kennis van de Commissie of deelt zij de Commissie de redenen mee waarom zij niet instemt met de aanbevelingen.

Wordt er geen overeenstemming bereikt over de in lid 8 bedoelde elementen, dan kan de Commissie binnen vier maanden na het antwoord van de bevoegde instantie haar verzoek intrekken of een vergadering beleggen met de betrokken bevoegde instantie en, indien de Commissie dat noodzakelijk acht, de GCG, om de kwestie te bespreken. De Commissie motiveert haar verzoek tot wijziging van het preventieve actieplan of het noodplan uitvoerig. De betrokken bevoegde instantie houdt ten volle rekening met de uitvoerige motivering van de Commissie.

In voorkomend geval wijzigt de betrokken bevoegde instantie onverwijld het herziene preventieve actieplan of noodplan en maakt zij dit openbaar.

Indien het definitieve standpunt van de betrokken bevoegde instantie afwijkt van de uitvoerige motivering van de Commissie, maakt eerstgenoemde binnen twee maanden na ontvangst van de uitvoerige motivering van de Commissie zowel haar eigen standpunt als de uitvoerige motivering van de Commissie openbaar, alsook de redenen die aan haar standpunt ten grondslag liggen.

10.   Voor niet-marktgebaseerde maatregelen die op of na 1 november 2017 worden vastgesteld, geldt de procedure van artikel 9, leden 4, 6, 8 en 9.

11.   Het vertrouwelijke karakter van commercieel gevoelige informatie wordt geëerbiedigd.

12.   De krachtens Verordening (EU) nr. 994/2010 opgestelde preventieve actieplannen en noodplannen blijven, ook als zij bijgewerkt zijn overeenkomstig die verordening, van kracht totdat de eerste in lid 1 van dit artikel bedoelde preventieve actieplannen en noodplannen zijn opgesteld.

Artikel 9

Inhoud van preventieve actieplannen

1.   Het preventieve actieplan bevat:

a)

de resultaten van de risico-evaluatie en een samenvatting van de in aanmerking genomen scenario's, als bedoeld in artikel 7, lid 4, onder c);

b)

de definitie van beschermde afnemers en de in artikel 6, lid 1, tweede alinea, omschreven informatie;

c)

de maatregelen, volumes en capaciteiten die nodig zijn om te voldoen aan de in de artikelen 5 en 6 vastgestelde gasleverings- en infrastructuurnormen, waaronder in voorkomend geval de mate waarin maatregelen aan de vraagzijde een verstoring van de gaslevering als bedoeld in artikel 5, lid 2, tijdig en op afdoende wijze kunnen ondervangen, de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang ingeval artikel 5, lid 3, wordt toegepast, de benodigde gasvolumes per categorie beschermde afnemers en per scenario als bedoeld in artikel 6, lid 1, en elke strengere gasleveringsnorm, met elke toelichting die aantoont dat aan de in artikel 6, lid 2, vastgestelde voorwaarden wordt voldaan en een beschrijving van het mechanisme om elke strengere gasleveringsnorm of aanvullende verplichting overeenkomstig artikel 11, lid 3, tijdelijk te beperken;

d)

de verplichtingen voor aardgasbedrijven, in voorkomend geval elektriciteitsbedrijven, en andere relevante entiteiten die waarschijnlijk invloed hebben op de gasleveringszekerheid, bijvoorbeeld verplichtingen met betrekking tot het veilig functioneren van het gassysteem;

e)

overige preventieve maatregelen voor het tegengaan van de in de risico-evaluatie geïdentificeerde risico's, zoals maatregelen betreffende de noodzaak om interconnecties tussen naburige lidstaten en de energie-efficiëntie te verbeteren, de gasvraag te beperken, of de mogelijkheid om in voorkomend geval gasaanvoerroutes en bronnen van gas en het regionale gebruik van bestaande opslag- en LNG-capaciteiten te diversifiëren, teneinde alle afnemers van gas zo goed mogelijk te kunnen blijven voorzien;

f)

informatie over de economische gevolgen, doeltreffendheid en efficiëntie van de maatregelen in het plan, met inbegrip van de verplichtingen als bedoeld onder k);

g)

een beschrijving van de gevolgen van de maatregelen uit het plan voor de werking van de interne energiemarkt en de nationale markten, met inbegrip van de verplichtingen als bedoeld onder k);

h)

een beschrijving van de uitwerking van de maatregelen op het milieu en de afnemers;

i)

de mechanismen voor samenwerking met andere lidstaten, inclusief de mechanismen voor het opstellen en uitvoeren van de preventieve actieplannen en noodplannen;

j)

informatie over bestaande en toekomstige interconnecties en infrastructuur, waaronder interconnecties en infrastructuur die toegang bieden tot de interne markt, grensoverschrijdende gasstromen, grensoverschrijdende toegang tot opslag- en LNG-installaties en de bidirectionele capaciteit, met name bij noodsituaties;

k)

informatie over alle openbaredienstverplichtingen met betrekking tot de gasleveringszekerheid.

Kritieke informatie over de punten a), c) en d) van de eerste alinea, die bij bekendmaking de gasleveringszekerheid in gevaar zou kunnen brengen, mag worden weggelaten.

2.   In de preventieve actieplannen wordt, met name bij de maatregelen om aan de in artikel 5 omschreven infrastructuurnorm te voldoen, rekening gehouden met het overeenkomstig artikel 8, lid 10, van Verordening (EG) nr. 715/2009 door het ENTSB-G opgestelde Uniewijde tienjarige netwerkontwikkelingsplan.

3.   Het preventieve actieplan berust hoofdzakelijk op marktgebaseerde maatregelen, legt aardgasbedrijven geen onnodige lasten op en heeft geen negatieve gevolgen voor de werking van de interne gasmarkt.

4.   De lidstaten, en met name hun bevoegde instanties, zorgen ervoor dat alle preventieve, niet-marktgebaseerde maatregelen, zoals de maatregelen als bedoeld in bijlage VIII, die op of na 1 november 2017 worden vastgesteld, voldoen aan de criteria van artikel 6, lid 2, eerste alinea, ongeacht of zij deel uitmaken van het preventieve actieplan dan wel later worden vastgesteld.

5.   De bevoegde instantie maakt alle in lid 4 bedoelde maatregelen bekend die nog niet in het preventieve actieplan zijn opgenomen, en stelt de Commissie in kennis van de beschrijving van die maatregelen en van de gevolgen ervan voor de nationale gasmarkt, en voor zover mogelijk, op de gasmarkten van andere lidstaten.

6.   Indien de Commissie twijfelt aan de verenigbaarheid van een in lid 4 bedoelde maatregel met de criteria van artikel 6, lid 2, eerste alinea, verzoekt zij de betrokken lidstaat om een effectbeoordeling voor te leggen.

7.   Een effectbeoordeling uit hoofde van lid 6 heeft ten minste betrekking op het volgende:

a)

de potentiële gevolgen voor de ontwikkeling van de nationale gasmarkt en de mededinging op nationaal niveau;

b)

de potentiële gevolgen voor de interne markt voor gas;

c)

de potentiële gevolgen voor de gasleveringszekerheid van naburige lidstaten, met name wat betreft de maatregelen die de liquiditeit op regionale markten kunnen verminderen of de stromen naar naburige lidstaten kunnen beperken;

d)

de kosten en baten in vergelijking met alternatieve marktgebaseerde maatregelen;

e)

een beoordeling van de noodzaak en evenredigheid in vergelijking met eventuele marktgebaseerde maatregelen;

f)

een beoordeling of de maatregel gelijke kansen voor alle marktdeelnemers waarborgt;

g)

een uitfaseringsstrategie, de verwachte duur van de voorgenomen maatregel en een passend tijdschema voor herziening.

De onder a) en b) bedoelde analyse wordt verricht door de nationale regulerende instantie. De effectbeoordeling wordt door de bevoegde instantie openbaar gemaakt en meegedeeld aan de Commissie.

8.   Wanneer de Commissie op basis van de effectbeoordeling van oordeel is dat de maatregel de gasleveringszekerheid van andere lidstaten of van de Unie in gevaar kan brengen, neemt zij binnen vier maanden na de kennisgeving van de effectbeoordeling een besluit waarin zij in de vereiste mate de wijziging of intrekking van de maatregel eist.

De maatregel treedt pas in werking nadat deze door de Commissie is goedgekeurd of overeenkomstig het besluit van de Commissie is gewijzigd.

De termijn van vier maanden gaat in op de dag na ontvangst van een volledige kennisgeving. Met instemming van zowel de Commissie als de bevoegde instantie kan de termijn van vier maanden worden verlengd.

9.   Wanneer de Commissie op basis van de effectbeoordeling van oordeel is dat de maatregel niet voldoet aan de criteria in artikel 6, lid 2, eerste alinea, kan zij binnen vier maanden na de kennisgeving van de effectbeoordeling een advies uitbrengen. De procedure van artikel 8, leden 8 en 9, is van toepassing.

De termijn van vier maanden gaat in op de dag na ontvangst van een volledige kennisgeving. Met instemming van zowel de Commissie als de bevoegde instantie kan de termijn van vier maanden worden verlengd.

10.   Artikel 8, lid 9, is van toepassing op elke maatregel die is onderworpen aan de leden 6 tot en met 9 van dit artikel.

11.   Het preventieve actieplan wordt na 1 maart 2019 om de vier jaar bijgewerkt, of vaker indien de omstandigheden dit rechtvaardigen of de Commissie hierom verzoekt. In het bijgewerkte plan wordt rekening gehouden met de bijgewerkte risico-evaluatie en de resultaten van de overeenkomstig artikel 10, lid 3, verrichte tests. Artikel 8 is van toepassing op het bijgewerkte plan.

Artikel 10

Inhoud van noodplannen

1.   Het noodplan:

a)

gaat uit van de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus;

b)

beschrijft op elk van de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus de rol en de verantwoordelijkheden van aardgasbedrijven, in voorkomend geval van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit, en van industriële gasafnemers, met inbegrip van betrokken elektriciteitsproducenten, rekening houdend met de mate waarin zij worden getroffen door verstoringen van de gaslevering, met hun interactie met de bevoegde instanties en, in voorkomend geval, de nationale regulerende instanties;

c)

omschrijft op elk van de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus de rol en de verantwoordelijkheden van de bevoegde instanties en de andere entiteiten waaraan de in artikel 3, lid 2, bedoelde taken zijn gedelegeerd;

d)

waarborgt dat aardgasbedrijven en industriële gasafnemers, met inbegrip van betrokken elektriciteitsproducenten, voldoende mogelijkheid krijgen om te reageren op de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus;

e)

wijst in voorkomend geval de nodige maatregelen en acties aan om de mogelijke gevolgen voor een verstoring van de gaslevering op stadsverwarming en de levering van met gas opgewekte elektriciteit te beperken, onder meer aan de hand van een geïntegreerde benadering van de werking van energiesystemen op basis van zowel elektriciteit als gas, indien van toepassing;

f)

bevat gedetailleerde procedures en maatregelen die voor elk van de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus moeten worden gevolgd, inclusief de bijbehorende schema's met informatiestromen;

g)

wijst een crisismanager aan en omschrijft diens rol;

h)

omschrijft welke bijdrage marktgebaseerde maatregelen kunnen leveren aan het oplossen van situaties op alarmniveau en het beperken van problemen op het noodsituatieniveau;

i)

beschrijft de bijdrage van niet-marktgebaseerde maatregelen die bij noodsituaties zijn gepland of moeten worden uitgevoerd, en bevat een evaluatie van de mate waarin zij nodig zijn voor het oplossen van een crisis. De effecten van niet-marktgebaseerde maatregelen worden geëvalueerd en er worden procedures vastgesteld voor de uitvoering ervan. Niet-marktgebaseerde maatregelen worden uitsluitend gebruikt wanneer marktmechanismen alleen de leveringszekerheid niet langer kunnen waarborgen, met name voor beschermde afnemers of voor de toepassing van artikel 13;

j)

omschrijft voor elk van de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus de mechanismen voor samenwerking met andere lidstaten en de regelingen voor informatie-uitwisseling tussen de bevoegde instanties;

k)

bevat een nadere omschrijving van de rapportageverplichtingen van aardgasbedrijven en, indien van toepassing, elektriciteitsbedrijven op het alarm- en het noodsituatieniveau;

l)

beschrijft de technische en juridische regelingen om onnodig gasverbruik door afnemers die op het gasdistributie- of transmissienet aangesloten zijn maar geen beschermde afnemers zijn, te voorkomen;

m)

beschrijft de technische, juridische en financiële regelingen waarmee de in artikel 13 bedoelde solidariteitsverplichtingen worden vervuld;

n)

bevat een raming van de gasvolumes die door door solidariteit beschermde afnemers zouden kunnen worden verbruikt; de raming omvat in ieder geval de in artikel 6, lid 1, beschreven gevallen;

o)

bevat een lijst van vooraf vastgestelde acties om in een noodsituatie gas beschikbaar te stellen, met inbegrip van commerciële overeenkomsten tussen de bij deze acties betrokken partijen en in voorkomend geval de compensatiemechanismen voor aardgasbedrijven, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met het vertrouwelijke karakter van gevoelige gegevens. Tot deze acties kunnen onder meer grensoverschrijdende overeenkomsten tussen lidstaten en/of aardgasbedrijven behoren.

Ter voorkoming van onnodig gasverbruik tijdens een noodsituatie als bedoeld in punt l) van de eerste alinea, of tijdens de toepassing van de in artikel 11, lid 2, en artikel 13 bedoelde maatregelen, informeert de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat niet-beschermde afnemers dat zij hun gasverbruik moeten beëindigen of verminderen zonder technisch onveilige situaties te creëren.

2.   Het noodplan wordt na 1 maart 2019 om de vier jaar bijgewerkt, of vaker indien de omstandigheden dit rechtvaardigen of de Commissie hierom verzoekt. In het bijgewerkte plan wordt rekening gehouden met de bijgewerkte risico-evaluatie en de resultaten van de overeenkomstig lid 3 van dit artikel verrichte tests. Artikel 8, leden 4 tot en met 11, is van toepassing op het bijgewerkte plan.

3.   De in het noodplan vervatte maatregelen, acties en procedures worden in de periode tussen twee vierjaarlijkse bijwerkingen als bedoeld in lid 2, minstens eenmaal getest. Om het noodplan te testen, werkt de bevoegde instantie met hoge- en middelhoge-gevolgscenario's en real-time responsen, in overeenstemming met dat noodplan. De testresultaten worden door de bevoegde instantie gepresenteerd aan de GCG.

4.   Het noodplan zorgt ervoor dat grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2009 gehandhaafd blijft, voor zover dat technisch en vanuit het oogpunt van de veiligheid mogelijk is in het geval van een noodsituatie, en het bevat geen maatregelen die grensoverschrijdende gasstromen onnodig beperken.

Artikel 11

Afkondiging van een crisis

1.   Er zijn de volgende drie crisisniveaus:

a)

niveau van vroegtijdige waarschuwing („vroegtijdige waarschuwing”): wanneer uit concrete, ernstige en betrouwbare informatie blijkt dat er zich een gebeurtenis kan voordoen die de gasleveringssituatie aanzienlijk kan doen verslechteren en kan leiden tot het ontstaan van een alarm- of een noodsituatieniveau; het niveau van vroegtijdige waarschuwing kan worden geactiveerd door een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing;

b)

alarmniveau („alarm”): wanneer er zich een verstoring van de gaslevering of een uitzonderlijk hoge gasvraag voordoet die de gasleveringssituatie aanzienlijk doet verslechteren, maar de markt nog in staat is deze verstoring of vraag op te vangen zonder gebruik te moeten maken van niet-marktgebaseerde maatregelen;

c)

noodsituatieniveau („noodsituatie”): wanneer zich een uitzonderlijk hoge gasvraag, een aanzienlijke verstoring van de gaslevering of een andere aanzienlijke verslechtering van de gasleveringssituatie voordoet, en alle relevante marktgebaseerde maatregelen zijn toegepast maar de gaslevering niet volstaat om aan de resterende gasvraag te voldoen en er dus bijkomend ook niet-marktgebaseerde maatregelen moeten worden genomen, met name om gasleveringen aan beschermde afnemers overeenkomstig artikel 6 veilig te stellen.

2.   Wanneer de bevoegde instantie een van de in lid 1 bedoelde crisisniveaus afkondigt, brengt zij de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten waarmee de lidstaat van die bevoegde instantie rechtstreeks verbonden is, daarvan onmiddellijk op de hoogte en verstrekt zij hun alle nodige informatie, met name over stappen die zij voornemens is te ondernemen. In het geval van een noodsituatie die kan resulteren in een oproep tot bijstand van de Unie en haar lidstaten, stelt de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties van de Commissie (Emergency Response Coordination Centre — ERCC) daarvan onverwijld in kennis.

3.   Wanneer een lidstaat een noodsituatie heeft afgekondigd en heeft aangegeven dat grensoverschrijdende maatregelen nodig zijn, wordt elke verhoogde gasleveringsnorm of aanvullende verplichting die krachtens artikel 6, lid 2, is opgelegd aan aardgasbedrijven in andere lidstaten in dezelfde risicogroep, tijdelijk verlaagd tot het in artikel 6, lid 1, vastgestelde niveau.

De in de eerste alinea van dit lid neergelegde verplichtingen houden op van toepassing te zijn onmiddellijk nadat de bevoegde instantie het einde van de noodsituatie afkondigt, of nadat de Commissie, overeenkomstig lid 8, eerste alinea, besluit dat de afkondiging van een noodsituatie niet of niet langer gerechtvaardigd is.

4.   Wanneer de bevoegde instantie een noodsituatie afkondigt, voert zij de in het noodplan vooraf vastgestelde maatregelen uit en brengt zij de Commissie, de bevoegde instanties in de risicogroep en de bevoegde instanties van de lidstaten waarmee de lidstaat van die bevoegde instantie rechtstreeks verbonden is, onmiddellijk op de hoogte van met name de stappen die zij voornemens is te ondernemen. In gerechtvaardigde uitzonderlijke omstandigheden kan de bevoegde instantie maatregelen nemen die afwijken van het noodplan. De bevoegde instantie brengt de Commissie en de bevoegde instanties in haar risicogroep, als bepaald in bijlage I, alsmede de bevoegde instanties van de lidstaten waarmee de lidstaat van de bevoegde instantie rechtstreeks verbonden is, onmiddellijk op de hoogte van deze maatregelen en verstrekt een motivering voor de afwijking.

5.   De transmissiesysteembeheerder zorgt ervoor dat wanneer een noodsituatie wordt afgekondigd in een naburige lidstaat, de capaciteit op de interconnectiepunten naar die lidstaat, ongeacht of de capaciteit vast of afschakelbaar is, en ongeacht of zij vóór of tijdens de noodsituatie is gereserveerd, prioriteit heeft boven concurrerende capaciteit op exitpunten naar opslaginstallaties. De systeemgebruiker van de prioritair toegewezen capaciteit betaalt meteen een billijke compensatie aan de systeemgebruiker van de vaste capaciteit voor de financiële verliezen die zijn geleden ten gevolge van de prioritering, waaronder een evenredige terugbetaling voor de kosten van het onderbreken van de vaste capaciteit. Het proces van vaststelling en betaling van de compensatie heeft geen invloed op de toepassing van de prioriteitsregel.

6.   De lidstaten en met name de bevoegde instanties zorgen ervoor dat:

a)

geen maatregelen worden genomen die de gasstroom binnen de interne markt op enig moment onnodig beperken;

b)

er geen maatregelen worden genomen die de gasleveringssituatie in een andere lidstaat ernstig in gevaar kunnen brengen, en

c)

grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2009 gehandhaafd blijft, voor zover dat technisch en uit het oogpunt van de veiligheid mogelijk is, overeenkomstig het noodplan.

7.   Gedurende een noodsituatie en op redelijke gronden kan een lidstaat op verzoek van de betrokken transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas besluiten om de gaslevering aan bepaalde cruciale gasgestookte energiecentrales te laten prevaleren boven de levering aan bepaalde categorieën van beschermde afnemers, wanneer de onderbreking van de gastoevoer aan dergelijke cruciale gasgestookte energiecentrales:

a)

de werking van het elektriciteitssysteem ernstig kan beschadigen, of

b)

de productie en/of het transport van gas zou verhinderen.

De lidstaten moeten dergelijke maatregelen baseren op de risico-evaluatie.

Cruciale gasgestookte energiecentrales als bedoeld in de eerste alinea worden duidelijk geïdentificeerd, samen met de voor een dergelijke maatregel benodigde mogelijke gasvolumes, en worden in de regionale hoofdstukken van de preventieve actieplannen en noodplannen opgenomen. De identificatie ervan gebeurt in nauwe samenwerking met de transmissiesysteembeheerders van het elektriciteitssysteem en het gassysteem van de betrokken lidstaat.

8.   De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen vijf dagen na ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie van de bevoegde instantie, of de afkondiging van een noodsituatie overeenkomstig lid 1, onder c), gerechtvaardigd is en of de genomen maatregelen zo nauw mogelijk aansluiten bij de in het noodplan vermelde acties, aardgasbedrijven geen onevenredige lasten opleggen en in overeenstemming zijn met lid 6. De Commissie kan op verzoek van een andere bevoegde instantie, van aardgasbedrijven dan wel op eigen initiatief de bevoegde instantie verzoeken de maatregelen te wijzigen wanneer die in strijd zijn met de in de eerste zin van dit lid genoemde voorwaarden. De Commissie kan de bevoegde instantie eveneens verzoeken het einde van de noodsituatie af te kondigen, wanneer zij concludeert dat de afkondiging van een noodsituatie niet of niet langer gerechtvaardigd is overeenkomstig lid 1, onder c).

Binnen drie dagen na kennisgeving van het verzoek van de Commissie wijzigt de bevoegde instantie de maatregelen en stelt zij de Commissie daarvan in kennis, of licht zij de Commissie in over de redenen waarom er niet kan worden ingestemd met het verzoek. In dat laatste geval kan de Commissie, binnen een termijn van drie dagen nadat zij is ingelicht, haar verzoek wijzigen of intrekken dan wel een vergadering beleggen met de betrokken bevoegde instantie of, in voorkomend geval, de betrokken bevoegde instanties en, indien de Commissie dat noodzakelijk acht, de GCG, om de zaak te bespreken. De Commissie motiveert haar verzoek tot wijziging van de maatregelen uitvoerig. De bevoegde instantie houdt ten volle rekening met het standpunt van de Commissie. Indien het definitieve besluit van de bevoegde instantie afwijkt van het standpunt van de Commissie, geeft de bevoegde instantie de motivering daarvoor.

9.   Wanneer de bevoegde instantie het einde van een van de in lid 1 bedoelde crisisniveaus afkondigt, brengt deze de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten waarmee de lidstaat van die bevoegde instantie rechtstreeks verbonden is, daarvan op de hoogte.

Artikel 12

Reactie op een noodsituatie op regionaal of Unieniveau

1.   Op verzoek van een bevoegde instantie die een noodsituatie heeft afgekondigd, en na het onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 8, kan de Commissie een noodsituatie afkondigen op regionaal of Unieniveau.

Op verzoek van ten minste twee bevoegde instanties die een noodsituatie hebben afgekondigd, kondigt de Commissie na het onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 8, en indien de redenen voor dergelijke noodsituaties met elkaar verband houden, naargelang het geval een noodsituatie op regionaal of Unieniveau af.

In alle gevallen wint de Commissie, wanneer zij een noodsituatie afkondigt op regionaal of Unieniveau, met gebruik van de communicatiemiddelen die in deze situatie het meest geschikt zijn, de standpunten van andere bevoegde instanties in en houdt zij naar behoren rekening met alle door hen verstrekte informatie. Indien de Commissie op basis van een evaluatie besluit dat de achterliggende redenen voor de noodsituatie op regionaal of Unieniveau niet langer de afkondiging van een noodsituatie rechtvaardigen, kondigt zij het einde van de noodsituatie op regionaal of Unieniveau af en motiveert ze haar besluit en stelt zij de Raad ervan in kennis.

2.   Zodra de Commissie een noodsituatie op regionaal of Unieniveau afkondigt, roept zij de GCG bijeen.

3.   Bij een noodsituatie op regionaal of Unieniveau coördineert de Commissie de maatregelen van de bevoegde instanties, waarbij zij ten volle rekening houdt met relevante informatie van de GCG en met de resultaten van de raadpleging van die groep. De Commissie zorgt met name voor:

a)

uitwisseling van informatie;

b)

consistentie en effectiviteit van de maatregelen die op lidstaat- en op regionaal niveau worden genomen ten aanzien van het Unieniveau;

c)

coördinatie van de maatregelen ten aanzien van derde landen.

4.   De Commissie kan een crisismanagementgroep bijeenbrengen, bestaande uit de in artikel 10, lid 1, onder g), bedoelde crisismanagers van de lidstaten die betrokken zijn bij de noodsituatie. De Commissie kan in overleg met de crisismanagers andere relevante belanghebbenden uitnodigen om deel te nemen. De Commissie ziet erop toe dat de GCG regelmatig wordt geïnformeerd over de werkzaamheden van de crisismanagementgroep.

5.   De lidstaten en met name de bevoegde instanties zorgen ervoor dat:

a)

er geen maatregelen worden genomen die de gasstroom binnen de interne markt, en met name de gasstroom naar de getroffen markten, op enig moment onnodig beperken;

b)

er geen maatregelen worden genomen die de gasleveringssituatie in een andere lidstaat ernstig in gevaar kunnen brengen, en

c)

grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2009 gehandhaafd blijft, voor zover dat technisch en uit veiligheidsoogpunt mogelijk is, overeenkomstig het noodplan.

6.   Wanneer de Commissie op verzoek van een bevoegde instantie of van een aardgasbedrijf dan wel op eigen initiatief oordeelt dat in een noodsituatie op regionaal of Unieniveau een door een lidstaat of een bevoegde instantie genomen maatregel dan wel een gedraging van een aardgasbedrijf in strijd is met lid 5, verzoekt zij die lidstaat of die bevoegde instantie de maatregel te wijzigen dan wel stappen te ondernemen om de naleving van lid 5 te waarborgen, en vermeldt zij de motivering daarvoor. Er wordt naar behoren rekening gehouden met de noodzaak het gassysteem te allen tijde veilig te exploiteren.

Binnen drie dagen na kennisgeving van het verzoek van de Commissie wijzigt de lidstaat of de bevoegde instantie de maatregel en stelt deze de Commissie daarvan in kennis, of licht deze de Commissie in over de redenen waarom er niet kan worden ingestemd met het verzoek. In dat geval kan de Commissie, binnen drie dagen nadat zij is ingelicht, haar verzoek wijzigen of intrekken dan wel een vergadering beleggen met de lidstaat of de bevoegde instantie en, indien de Commissie dat noodzakelijk acht, met de GCG om de zaak te bespreken. De Commissie motiveert haar verzoek tot wijziging van de maatregelen uitvoerig. De lidstaat of de bevoegde instantie houdt ten volle rekening met het standpunt van de Commissie. Indien het definitieve besluit van de bevoegde instantie of de lidstaat afwijkt van het standpunt van de Commissie, geeft deze de motivering hiervoor aan.

7.   Na raadpleging van de GCG stelt de Commissie een permanente reservelijst op voor een toezichthoudende taakgroep met deskundigen uit het bedrijfsleven en vertegenwoordigers van de Commissie. De taakgroep kan indien nodig buiten de Unie worden ingezet, monitort de gasstromen naar de Unie en brengt daarover verslag uit, in samenwerking met de derde landen die gas leveren en doorvoeren.

8.   De bevoegde instantie verstrekt het ERCC van de Commissie alle nodige informatie over de behoefte aan bijstand. Het ERCC evalueert de algemene situatie en adviseert over het verlenen van bijstand aan de meest getroffen lidstaten, en indien nodig aan derde landen.

Artikel 13

Solidariteit

1.   Indien een lidstaat krachtens dit artikel om toepassing van de solidariteitsmaatregel heeft verzocht, neemt een lidstaat die rechtstreeks met de verzoekende lidstaat verbonden is of, indien de lidstaat dit bepaalt, zijn bevoegde instantie of zijn transmissie- of distributiesysteembeheerder, voor zover dat mogelijk is zonder onveilige situaties te scheppen, de noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de gaslevering aan niet door solidariteit beschermde afnemers op zijn grondgebied wordt beperkt of stopgezet voor zover dat nodig is en zolang de gaslevering aan door solidariteit beschermde afnemers in de verzoekende lidstaat niet is verzekerd. De verzoekende lidstaat zorgt ervoor dat het betreffende gasvolume daadwerkelijk wordt geleverd aan de door solidariteit beschermde afnemers op zijn grondgebied.

In uitzonderlijke omstandigheden en op basis van een naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit of gas aan diens bevoegde instantie, kan ook de gaslevering aan bepaalde cruciale gasgestookte energiecentrales, als omschreven in artikel 11, lid 7, in de solidariteit verstrekkende lidstaat worden voortgezet wanneer de onderbreking van de gastoevoer naar deze centrales de werking van het elektriciteitssysteem ernstig zou beschadigen of de productie en/of het transport van gas zou verhinderen.

2.   Een lidstaat verstrekt de solidariteit ook aan een andere lidstaat waarmee hij via een derde land verbonden is, tenzij stromen via het derde land beperkt zijn. Voor deze verruiming van de solidariteitsmaatregel is de instemming van de betrokken lidstaten vereist, welke, naargelang passend, het derde land waardoor zij met elkaar verbonden zijn, daarbij betrekken.

3.   Een solidariteitsmaatregel is een uiterste middel en is enkel van toepassing indien de verzoekende lidstaat:

a)

ondanks de toepassing van de in artikel 11, lid 2, bedoelde maatregel niet in staat is geweest het tekort in de gaslevering aan zijn door solidariteit beschermde afnemers te dekken;

b)

alle marktgebaseerde maatregelen en alle maatregelen uit zijn noodplan heeft uitgeput;

c)

een expliciet verzoek heeft gericht aan de Commissie en aan de bevoegde instanties van alle lidstaten waarmee hij rechtstreeks of, overeenkomstig lid 2, via een derde land is verbonden; dit verzoek gaat vergezeld van een beschrijving van de in punt b) van dit lid bedoelde maatregelen die zijn toegepast;

d)

zich ertoe heeft verbonden snel een billijke compensatie te betalen aan de solidariteit verstrekkende lidstaat, overeenkomstig lid 8.

4.   Indien meer dan één lidstaat solidariteit zou kunnen verstrekken aan een verzoekende lidstaat, kiest de verzoekende lidstaat, na alle lidstaten die solidariteit moeten verstrekken te hebben geraadpleegd, het meest voordelige aanbod op grond van kosten, levertermijn, betrouwbaarheid en diversificatie van de gaslevering. Het aanbod van de betrokken lidstaten is in eerste instantie gebaseerd op vrijwillige maatregelen aan de vraagzijde, zo veel en zo lang als mogelijk, en pas daarna op niet-marktgebaseerde maatregelen.

5.   Indien marktgebaseerde maatregelen voor de lidstaat die solidariteit verstrekt onvoldoende blijken om het tekort in de gaslevering aan de door solidariteit beschermde afnemers in de verzoekende lidstaat te verhelpen, kan de lidstaat die solidariteit verstrekt niet-marktgebaseerde maatregelen invoeren om aan de verplichtingen van de leden 1 en 2 te voldoen.

6.   De bevoegde instantie van de verzoekende lidstaat brengt de Commissie en de bevoegde instanties van de lidstaten die solidariteit verstrekken onmiddellijk op de hoogte wanneer de gaslevering aan door solidariteit beschermde afnemers op haar grondgebied wordt verzekerd, of wanneer de verplichtingen uit hoofde van de leden 1 en 2 op basis van zijn behoeften worden beperkt, of wanneer zij worden opgeschort op verzoek van de lidstaat die solidariteit ontvangt.

7.   De verplichtingen uit hoofde van de leden 1 en 2 zijn van toepassing onverminderd het technisch veilig en betrouwbaar functioneren van het gassysteem van een lidstaat die solidariteit verstrekt en de limiet van de maximale interconnectie-exportcapaciteit van de infrastructuur van de betrokken lidstaat naar de verzoekende lidstaat. Die omstandigheden, in het bijzonder de omstandigheden waarin de markt tot de maximale interconnectiecapaciteit zal leveren, kunnen deel uitmaken van technische, juridische en financiële regelingen.

8.   Solidariteit uit hoofde van deze verordening wordt verstrekt op basis van compensatie. De lidstaat die om solidariteit verzoekt, betaalt meteen, of zorgt voor de spoedige betaling van, een billijke compensatie aan de solidariteit verstrekkende lidstaat. Dergelijke billijke compensatie dekt minstens:

a)

het op het grondgebied van de verzoekende lidstaat geleverde gas;

b)

alle andere relevante en redelijke kosten waarmee het verstrekken van solidariteit gepaard is gegaan, met inbegrip van, in voorkomend geval, op voorhand bepaalde kosten van dergelijke maatregelen;

c)

de terugbetaling van compensatie voortvloeiend uit gerechtelijke procedures, arbitrageprocedures of soortgelijke procedures en schikkingen, en van de kosten in verband met dergelijke procedures waarbij de solidariteit verstrekkende lidstaat betrokken is ten overstaan van entiteiten die bij het verstrekken van de solidariteit betrokken zijn.

Billijke compensatie uit hoofde van de eerste alinea omvat onder meer alle redelijke kosten die de solidariteit verstrekkende lidstaat maakt als gevolg van een verplichting om compensatie te betalen krachtens de door het Unierecht gewaarborgde grondrechten en de voor de toepassing van dit artikel geldende internationale verplichtingen, alsmede andere redelijke kosten die uit het betalen van compensatie overeenkomstig nationale compensatieregelingen voortvloeien.

Uiterlijk op 1 december 2018 stellen de lidstaten de nodige maatregelen vast, in het bijzonder de technische, juridische en financiële regelingen uit hoofde van lid 10, tot uitvoering van de eerste en de tweede alinea van dit lid. Dergelijke maatregelen kunnen voorzien in de praktische regelingen voor spoedige betaling.

9.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bepalingen van dit artikel worden toegepast in overeenstemming met de Verdragen, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de relevante internationale verplichtingen. Zij nemen daartoe de nodige maatregelen.

10.   Uiterlijk op 1 december 2018 nemen de lidstaten de noodzakelijke maatregelen, met inbegrip van de maatregelen overeengekomen in technische, juridische en financiële regelingen, om ervoor te zorgen dat overeenkomstig de leden 1 en 2 gas wordt geleverd aan de door solidariteit beschermde afnemers in de verzoekende lidstaat. De technische, juridische en financiële regelingen worden overeengekomen tussen de lidstaten die rechtstreeks of, overeenkomstig lid 2, via een derde land met elkaar verbonden zijn, en worden in hun respectieve noodplannen omschreven. Deze regelingen kunnen onder meer betrekking hebben op de volgende elementen:

a)

de operationele veiligheid van netwerken;

b)

de toepassing van gasprijzen en/of de methode voor het bepalen ervan, rekening houdend met het effect op de werking van de markt;

c)

het gebruik van interconnecties, met inbegrip van bidirectionele capaciteit en ondergrondse gasopslag;

d)

gasvolumes of de methode voor het bepalen ervan;

e)

de categorieën van kosten die onder de regeling voor billijke en spoedige compensatie moeten vallen, welke onder meer betrekking kunnen hebben op de schade geleden door bedrijfstakken die gekort zijn in hun leveringen;

f)

een indicatie van de methode voor de berekening van de billijke compensatie.

De financiële regeling die de lidstaten onderling overeenkomen voordat om solidariteit wordt verzocht, bevat bepalingen ter berekening van de billijke compensatie van minstens alle relevante en redelijke kosten die bij het verstrekken van solidariteit worden gemaakt, en de verbintenis dat die compensatie zal worden betaald.

Compensatiemechanismen bevatten prikkels om deel te nemen aan marktgebaseerde oplossingen, zoals veilingen en vraagresponsmechanismen. Deze mechanismen creëren geen perverse prikkels, onder meer in financiële zin, waardoor marktdeelnemers maatregelen zouden uitstellen totdat niet-marktgebaseerde maatregelen worden toegepast. Alle compensatiemechanismen of ten minste de samenvattingen ervan worden in de noodplannen opgenomen.

11.   Zolang een lidstaat in het gasverbruik van zijn door solidariteit beschermde afnemers kan voorzien met eigen productie, wordt hij vrijgesteld van de verplichting om met het oog op het ontvangen van solidariteit technische, juridische en financiële regelingen te sluiten met lidstaten waarmee hij rechtstreeks of, overeenkomstig lid 2, via een derde land, verbonden is. Dergelijke vrijstelling doet geen afbreuk aan de verplichting van de betreffende lidstaat om solidariteit te verstrekken aan andere lidstaten uit hoofde van dit artikel.

12.   Uiterlijk op 1 december 2017 en na raadpleging van de GCG stelt de Commissie juridisch niet-bindende richtsnoeren op voor de essentiële elementen van de technische, juridische en financiële regelingen, met name betreffende de praktische toepassing van de in de leden 8 en 10 beschreven elementen.

13.   Wanneer de lidstaten het per 1 oktober 2018 niet eens zijn over de nodige technische, juridische en financiële regelingen, kan de Commissie na raadpleging van de betrokken bevoegde instanties een raamwerk voor dergelijke maatregelen voorstellen waarin de nodige beginselen voor het operationeel maken ervan worden omschreven, dit op basis van de in lid 12 vermelde richtsnoeren van de Commissie. De lidstaten voltooien hun regelingen uiterlijk op 1 december 2018 en houden daarbij zo veel mogelijk rekening met het voorstel van de Commissie.

14.   Indien de lidstaten geen overeenstemming bereiken over hun technische, juridische en financiële regelingen of deze niet voltooien, laat dit de toepasselijkheid van dit artikel onverlet. In dat geval komen de betrokken lidstaten de nodige ad-hocmaatregelen overeen en gaat de om solidariteit verzoekende lidstaat een verbintenis aan overeenkomstig lid 3, onder d).

15.   Onmiddellijk nadat het einde van een noodsituatie is afgekondigd of de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 8, eerste alinea, concludeert dat de afkondiging van een noodsituatie niet of niet langer gerechtvaardigd is, zijn de in de leden 1 en 2 van dit artikel vastgestelde verplichtingen niet meer van toepassing.

16.   Wanneer de Unie kosten moet maken ingevolge een aansprakelijkheid, niet zijnde een aansprakelijkheid voor onwettige handelingen of onwettige gedragingen als bedoeld in artikel 340, tweede alinea, VWEU, in verband met maatregelen die de lidstaten uit hoofde van dit artikel moeten nemen, worden die kosten haar door de solidariteit ontvangende lidstaat terugbetaald.

Artikel 14

Gegevensuitwisseling

1.   Wanneer een lidstaat een van de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus heeft afgekondigd, stellen de betrokken aardgasbedrijven aan de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat dagelijks in het bijzonder de volgende informatie ter beschikking:

a)

de prognoses van de dagelijkse gasvraag en gaslevering voor de volgende drie dagen in miljoen m3 per dag (mcm/d);

b)

de dagelijkse gasstroom, in miljoen m3 per dag (mcm/d), op alle grensoverschrijdende entry- en exitpunten alsmede op alle punten die een productiefaciliteit, een opslaginstallatie of een LNG-terminal met het net verbinden;

c)

de periode, uitgedrukt in dagen, waarvoor gaslevering aan beschermde afnemers naar verwachting kan worden gewaarborgd.

2.   In het geval van een noodsituatie op regionaal of Unieniveau kan de Commissie de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie verzoeken haar onverwijld ten minste de volgende informatie te verstrekken:

a)

de in lid 1 genoemde informatie;

b)

informatie over de maatregelen die de bevoegde instantie voornemens is te nemen of reeds ten uitvoer heeft gelegd om de noodsituatie te beheersen, alsmede informatie over de doeltreffendheid van die maatregelen;

c)

de ingediende verzoeken betreffende door andere bevoegde instanties te nemen aanvullende maatregelen;

d)

de maatregelen die ten uitvoer zijn gelegd op verzoek van andere bevoegde instanties.

3.   Na een noodsituatie verstrekt de in lid 1 bedoelde bevoegde instantie de Commissie zo spoedig mogelijk en uiterlijk zes weken na opheffing van de noodsituatie een gedetailleerde evaluatie van de noodsituatie en van de doeltreffendheid van de ten uitvoer gelegde maatregelen, inclusief een evaluatie van de economische effecten van de noodsituatie, de effecten op de elektriciteitssector en de bijstand die verleend is aan en/of ontvangen is van de Unie en haar lidstaten. Die evaluatie wordt ter beschikking gesteld van de GCG en wordt meegenomen bij het actualiseren van de preventieve actieplannen en noodplannen.

De Commissie analyseert de evaluaties van de bevoegde instanties en legt haar bevindingen in gebundelde vorm voor aan de lidstaten, het Europees Parlement en de GCG.

4.   In naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden, ongeacht de afkondiging van een noodsituatie, kan de bevoegde instantie van de meest getroffen lidstaat aardgasbedrijven verzoeken om de in lid 1 bedoelde informatie of om aanvullende informatie, waaronder niet-prijsgerelateerde contractuele informatie die noodzakelijk is om de algemene situatie inzake gaslevering in de lidstaat of in andere lidstaten te beoordelen. De Commissie kan de door de aardgasbedrijven uit hoofde van dit lid verstrekte informatie opvragen bij de bevoegde instanties, op voorwaarde dat diezelfde informatie niet reeds naar de Commissie is doorgezonden.

5.   Indien de Commissie van oordeel is dat er met betrekking tot de gaslevering in de Unie of in een deel van de Unie een risico bestaat of kan bestaan dat kan leiden tot de afkondiging van een van de in artikel 11, lid 1, bedoelde crisisniveaus, kan zij de betrokken bevoegde instanties verzoeken de informatie te verzamelen die noodzakelijk is om de situatie inzake gaslevering te beoordelen, en deze aan haar voor te leggen. De Commissie legt haar beoordeling voor aan de GCG.

6.   Om de bevoegde instanties en de Commissie in staat te stellen de situatie inzake gasleveringszekerheid op nationaal, regionaal en Unieniveau te beoordelen, deelt elk aardgasbedrijf de volgende informatie mee:

a)

aan de betrokken bevoegde instantie, de volgende nadere gegevens met betrekking tot gasleveringscontracten met een grensoverschrijdende dimensie en een duur van meer dan één jaar die zij voor de aankoop van gas heeft gesloten:

i)

de looptijd van het contract;

ii)

gecontracteerde jaarvolumes;

iii)

de overeengekomen maximale dagvolumes, in het geval van een alarm- of noodsituatie;

iv)

de overeengekomen leveringspunten;

v)

de minimale dag- en maandvolumes;

vi)

de voorwaarden voor opschorting van gasleveringen;

vii)

een indicatie of het contract individueel dan wel gezamenlijk met andere contracten met dezelfde leverancier of daarmee verbonden ondernemingen in de meest getroffen lidstaat de in lid 6, onder b), bedoelde drempel van 28 % bereikt of overschrijdt;

b)

aan de bevoegde instantie van de meest getroffen lidstaat, onmiddellijk na de sluiting of wijziging ervan, zijn gasleveringscontracten met een looptijd van meer dan één jaar, gesloten of gewijzigd op of na 1 november 2017, die individueel dan wel gezamenlijk met zijn contracten met dezelfde leverancier of daarmee verbonden ondernemingen gelijk zijn aan 28 % of meer van het jaarlijkse gasverbruik in die lidstaat, te berekenen op basis van de meest recente beschikbare gegevens. Voorts stellen aardgasbedrijven de bevoegde instantie uiterlijk op 2 november 2018 in kennis van alle bestaande contracten die aan dezelfde voorwaarden voldoen. De verplichting tot kennisgeving omvat geen prijsinformatie en is niet van toepassing op wijzigingen die alleen betrekking hebben op de gasprijs. De verplichting tot kennisgeving is eveneens van toepassing op alle commerciële overeenkomsten die relevant zijn voor de uitvoering van het gasleveringscontract, met uitzondering van prijsinformatie.

De bevoegde instantie deelt de in punt a) van de eerste alinea vermelde gegevens in geanonimiseerde vorm mee aan de Commissie. In het geval van sluiting van nieuwe contracten of van wijzigingen in bestaande contracten wordt de hele set gegevens uiterlijk eind september van het relevante jaar meegedeeld. Indien de bevoegde instantie zich afvraagt of een bepaald overeenkomstig punt b) van de eerste alinea ontvangen contract de gasleveringszekerheid van een lidstaat of een regio in gevaar brengt, brengt zij dit contract ter kennis van de Commissie.

7.   In omstandigheden die naar behoren te rechtvaardigen zijn door de noodzaak de transparantie te garanderen van essentiële gasleveringscontracten die van belang zijn voor de gasleveringszekerheid, en wanneer de bevoegde instantie van de meest getroffen lidstaat of de Commissie van oordeel is dat een gasleveringscontract de gasleveringszekerheid van een lidstaat, van een regio of van de Unie in gevaar kan brengen, kan de bevoegde instantie van de lidstaat of de Commissie het aardgasbedrijf verzoeken haar de nadere gegevens van het betreffende contract, met uitzondering van prijsinformatie, die relevant zijn voor de beoordeling van de effecten op de gasleveringszekerheid, over te leggen. Het verzoek wordt gemotiveerd en kan ook nadere bijzonderheden omvatten van andere commerciële overeenkomsten die relevant zijn voor de uitvoering van het gasleveringscontract, met uitzondering van prijsinformatie. In de motivering wordt ingegaan op de evenredigheid van de eventuele administratieve lasten.

8.   De bevoegde instanties die op basis van lid 6, onder b), of lid 7 van dit artikel informatie ontvangen, beoordelen de ontvangen informatie binnen drie maanden vanuit het oogpunt van de gasleveringszekerheid en leggen de resultaten van hun beoordeling aan de Commissie voor.

9.   De bevoegde instanties houden bij het opstellen van de risico-evaluaties, de preventieve actieplannen en noodplannen of de actualiseringen daarvan rekening met de krachtens dit artikel ontvangen informatie. De Commissie kan een advies uitbrengen met een voorstel aan de bevoegde instantie om de risico-evaluaties of plannen te wijzigen op basis van de krachtens dit artikel ontvangen informatie. De betrokken bevoegde instantie herziet de risico-evaluatie en de plannen waarop het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig de procedure van artikel 8, lid 9.

10.   De lidstaten stellen uiterlijk op 2 mei 2019 de regels vast inzake sancties die van toepassing zijn op inbreuken door aardgasbedrijven op lid 6 of lid 7 van dit artikel en nemen alle noodzakelijke maatregelen om te zorgen voor de toepassing ervan. De sancties waarin wordt voorzien, zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

11.   In het kader van dit artikel betekent „de meest getroffen lidstaat” de lidstaat waarin een partij bij een bepaald contract het merendeel van haar gas verkoopt of het merendeel van haar afnemers heeft.

12.   Alle contracten of contractuele informatie die op grond van de leden 6 en 7 worden ontvangen, alsmede de respectieve evaluaties door de bevoegde instanties of de Commissie, blijven vertrouwelijk. De bevoegde instanties en de Commissie waarborgen de volledige vertrouwelijkheid.

Artikel 15

Beroepsgeheim

1.   Commercieel gevoelige informatie die wordt ontvangen, uitgewisseld of doorgestuurd uit hoofde van artikel 14, leden 4, 5, 6, 7 en 8, en artikel 18, met uitzondering van de resultaten van de beoordelingen bedoeld in artikel 14, leden 3 en 5, is vertrouwelijk en onderworpen aan de in dit artikel vastgestelde voorwaarden betreffende het beroepsgeheim.

2.   Het beroepsgeheim geldt voor de volgende personen die overeenkomstig deze verordening vertrouwelijke informatie ontvangen:

a)

personen die voor de Commissie werken of hebben gewerkt;

b)

accountants en deskundigen die in opdracht van de Commissie handelen;

c)

personen die voor de bevoegde instanties en de nationale regulerende instanties of voor andere betrokken instanties werken of hebben gewerkt;

d)

in opdracht van bevoegde instanties en nationale regulerende instanties of van andere betrokken autoriteiten handelende accountants en deskundigen.

3.   Onverminderd de gevallen die onder het strafrecht, onder de overige bepalingen van deze verordening of onder ander toepasselijk Unierecht vallen, mag vertrouwelijke informatie waarvan de in lid 2 bedoelde personen beroepshalve kennis krijgen, aan geen enkele andere persoon of instantie worden bekendgemaakt, behalve in een samengevatte of gebundelde vorm, zodat individuele marktdeelnemers of markten niet herkenbaar zijn.

4.   Onverminderd de gevallen die onder het strafrecht vallen mogen de Commissie, de bevoegde instanties en de nationale regulerende instanties, entiteiten en personen die uit hoofde van deze verordening vertrouwelijke informatie ontvangen, vertrouwelijke informatie slechts gebruiken voor het vervullen van hun taken en voor de uitoefening van hun functies. Andere autoriteiten, entiteiten of personen mogen deze informatie gebruiken voor het doel waarvoor die informatie aan hen was verstrekt of in het kader van bestuursrechtelijke of gerechtelijke procedures die specifiek met de uitoefening van hun functies verband houden.

Artikel 16

Samenwerking met de Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap

1.   Wanneer de lidstaten en de Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap samenwerken bij de opstelling van risico-evaluaties en preventieve actieplannen en noodplannen, kan die samenwerking er in het bijzonder in bestaan dat de interactie en correlatie tussen risico's in kaart wordt gebracht, en dat overlegd wordt om de grensoverschrijdende samenhang van preventieve actieplannen en noodplannen te garanderen.

2.   Met betrekking tot lid 1 kunnen de Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap op uitnodiging van de Commissie deelnemen aan de GCG voor aangelegenheden van wederzijds belang.

Artikel 17

Monitoring door de Commissie

De Commissie zorgt voor voortdurende monitoring van maatregelen inzake gasleveringszekerheid en brengt hierover regelmatig verslag uit aan de GCG.

Op basis van de in artikel 8, lid 7, bedoelde beoordelingen trekt de Commissie uiterlijk op 1 september 2023 conclusies over mogelijke middelen om de gasleveringszekerheid op het niveau van de Unie te versterken en dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van deze verordening, indien nodig met wetgevingsvoorstellen tot wijziging van deze verordening.

Artikel 18

Kennisgevingen

De risico-evaluatie, de preventieve actieplannen, de noodplannen en alle andere documenten worden elektronisch meegedeeld aan de Commissie door middel van het CIRCABC-platform.

Alle correspondentie in verband met een kennisgeving wordt elektronisch doorgezonden.

Artikel 19

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 3, lid 8, artikel 7, lid 5, en artikel 8, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 1 november 2017. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 8, artikel 7, lid 5, en artikel 8, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 3, lid 8, artikel 7, lid 5, en artikel 8, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 20

Afwijking

1.   Deze verordening is niet van toepassing op Malta en Cyprus zolang op hun grondgebied geen gas wordt geleverd. Malta en Cyprus dienen aan de verplichtingen van onderstaande bepalingen te voldoen en van de opties waarover zij uit hoofde van deze bepalingen beschikken, gebruik te maken binnen de daartoe vastgestelde termijn, te rekenen vanaf de datum waarop op hun respectievelijk grondgebied voor de eerste maal gas is geleverd:

a)

voor artikel 2, punt 5, artikel 3, lid 2, artikel 7, lid 5, en artikel 14, lid 6, onder a): twaalf maanden;

b)

voor artikel 6, lid 1: 18 maanden;

c)

voor artikel 8, lid 7: 24 maanden;

d)

voor artikel 5, lid 4: 36 maanden;

e)

voor artikel 5, lid 1: 48 maanden.

Om aan de verplichting van artikel 5, lid 1, te voldoen, mogen Malta en Cyprus de bepalingen van artikel 5, lid 2, toepassen, onder meer door gebruik te maken van niet-marktgebaseerde maatregelen aan de vraagzijde.

2.   Verplichtingen in verband met het werk van de risicogroepen van de artikelen 7 en 8 met betrekking tot de risicogroepen van de zuidelijke gascorridor en het Oostelijke Middellandse Zeegebied worden toepasselijk vanaf de datum waarop de grote infrastructuur/pijplijn de testfase ingaat.

3.   Zolang Zweden uitsluitend via interconnecties met Denemarken toegang heeft tot gas, en Denemarken de enige gasleverancier en de enig mogelijke verstrekker van solidariteit is, zijn Denemarken en Zweden vrijgesteld van de verplichting van artikel 13, lid 10, om technische, juridische en financiële regelingen te sluiten betreffende het verstrekken, door Zweden, van solidariteit aan Denemarken. Dit doet geen afbreuk aan de verplichting voor Denemarken om solidariteit te verstrekken en daartoe de nodige technische, juridische en financiële regelingen te sluiten uit hoofde van artikel 13.

Artikel 21

Intrekking

Verordening (EU) nr. 994/2010 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IX.

Artikel 22

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de vierde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 november 2017.

Artikel 13, leden 1 tot en met 6, artikel 13, lid 8, eerste en tweede alinea, en artikel 13, leden 14 en 15, zijn van toepassing met ingang van 1 december 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 25 oktober 2017.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

A. TAJANI

Voor de Raad

De voorzitter

M. MAASIKAS


(1)  PB C 487 van 28.12.2016, blz. 70.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 12 september 2017 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 9 oktober 2017.

(3)  Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55).

(4)  Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 94).

(5)  Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 1).

(6)  Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003 (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 15).

(7)  Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 36).

(8)  Verordening (EU) nr. 994/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende intrekking van Richtlijn 2004/67/EG van de Raad (PB L 295 van 12.11.2010, blz. 1).

(9)  Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).

(10)  Richtlijn 2005/89/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 inzake maatregelen om de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening en de infrastructuurinvesteringen te waarborgen (PB L 33 van 4.2.2006, blz. 22).

(11)  Richtlijn 2008/114/EG van de Raad van 8 december 2008 inzake de identificatie van Europese kritieke infrastructuren, de aanmerking van infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren en de beoordeling van de noodzaak de bescherming van dergelijke infrastructuren te verbeteren (PB L 345 van 23.12.2008, blz. 75).

(12)  Verordening (EU) nr. 312/2014 van de Commissie van 26 maart 2014 tot vaststelling van een netcode inzake gasbalancering van transmissienetten (PB L 91 van 27.3.2014, blz. 15).

(13)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(14)  Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 39).


BIJLAGE I

Regionale samenwerking

De in artikel 3, lid 7, bedoelde risicogroepen van de lidstaten die als basis dienen voor samenwerking in verband met risico's zijn de volgende:

1.

Risicogroepen voor gaslevering uit het oosten:

a)

Oekraïne: Bulgarije, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Italië, Kroatië, Luxemburg, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië;

b)

Belarus: België, Duitsland, Estland, Letland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Polen, Slowakije, Tsjechië;

c)

Oostzee: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Slowakije, Tsjechië, Zweden;

d)

Noordoosten: Estland, Finland, Letland, Litouwen;

e)

Transbalkan: Bulgarije, Griekenland, Roemenië.

2.

Risicogroepen voor gaslevering rond de Noordzee:

a)

Noorwegen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Zweden;

b)

Laagcalorisch gas: België, Duitsland, Frankrijk, Nederland;

c)

Denemarken: Denemarken, Duitsland, Luxemburg, Nederland, Zweden;

d)

Het Verenigd Koninkrijk: België, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Nederland, het Verenigd Koninkrijk.

3.

Risicogroepen voor gaslevering uit Noord-Afrika:

a)

Algerije: Frankrijk, Griekenland, Italië, Kroatië, Malta, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Spanje;

b)

Libië: Italië, Kroatië, Malta, Oostenrijk, Slovenië.

4.

Risicogroepen voor gaslevering uit het zuidoosten:

a)

Zuidelijke gascorridor-Kaspische Zee: Bulgarije, Griekenland, Hongarije, Italië, Kroatië, Malta, Oostenrijk, Roemenië, Slovenië, Slowakije;

b)

Oostelijke Middellandse Zeegebied: Cyprus, Griekenland, Italië, Malta.


BIJLAGE II

Berekening van de N – 1-formule

1.   Definitie van de N – 1-formule

De N – 1-formule geeft de technische capaciteit van de gasinfrastructuur weer om te voorzien in de totale gasvraag in een berekend gebied in het geval van een verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur gedurende een dag met een uitzonderlijk hoge gasvraag die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de 20 jaar.

Gasinfrastructuur heeft betrekking op het gastransmissienet, inclusief de met het berekende gebied verbonden interconnecties en productie-, LNG- en opslaginstallaties.

De technische capaciteit van alle resterende beschikbare gasinfrastructuur in het geval van een verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur moet minimaal gelijk zijn aan de som van de totale dagelijkse vraag naar gas in het berekende gebied gedurende een dag met een uitzonderlijk hoge gasvraag die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de 20 jaar.

De uitkomst van de N – 1-formule, zoals hieronder berekend, moet ten minste gelijk zijn aan 100 %.

2.   Berekeningsmethode voor de N – 1-formule

Formula, N – 1 ≥ 100 %

De voor de berekening gebruikte parameters worden duidelijk omschreven en gerechtvaardigd.

Voor de berekening van de EPm wordt een gedetailleerde lijst van de entrypunten en hun individuele capaciteit verstrekt.

3.   Definities van de parameters van de N – 1-formule

Berekend gebied: het door de bevoegde instantie vastgestelde geografische gebied waarvoor de N – 1-formule berekend wordt.

Definitie met betrekking tot de vraagzijde

Dmax : de totale dagelijkse gasvraag (in mcm/d) in het berekend gebied gedurende een dag met een uitzonderlijk hoge gasvraag die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de 20 jaar.

Definities met betrekking tot de aanbodzijde

EPm : de technische capaciteit van andere entrypunten (in mcm/d) dan de onder Pm, LNGm en Sm vallende productie-, LNG- en opslaginstallaties: de som van de technische capaciteit van alle entrypunten op de grens die gas aan het berekend gebied kunnen leveren.

Pm : maximale technische productiecapaciteit (in mcm/d): de som van de maximale technische dagelijkse productiecapaciteit van alle gasproductieinstallaties die op de entrypunten in het berekend gebied kan worden geleverd.

Sm : maximale technische onttrekkingscapaciteit uit opslag (in mcm/d): de som van de maximale technische dagelijkse onttrekkingscapaciteit uit alle opslaginstallaties die op de entrypunten in het berekend gebied kan worden geleverd, rekening houdend met hun respectieve fysieke eigenschappen.

LNGm : maximale technische capaciteit van de LNG-installaties (in mcm/d): de som van de maximaal mogelijke technische dagelijkse uitzendcapaciteit van alle LNG-installaties in het berekend gebied, rekening houdend met kritische elementen als het ontladen, bijbehorende diensten, tijdelijke opslag en hervergassing van LNG alsook technische uitzendcapaciteit aan het systeem.

Im : technische capaciteit van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur (in mcm/d) met de grootste capaciteit om het berekend gebied te beleveren. Wanneer meerdere gasinfrastructuren met een gemeenschappelijke upstream- of downstreamgasinfrastructuur zijn verbonden en niet afzonderlijk kunnen worden geëxploiteerd, worden zij als één gasinfrastructuur beschouwd.

4.   Berekening van de N – 1-formule met gebruikmaking van maatregelen aan de vraagzijde

Formula, N – 1 ≥ 100 %

Definitie met betrekking tot de vraagzijde

Deff : het gedeelte (in mcm/d) van Dmax dat in het geval van een verstoring van de gaslevering voldoende en tijdig kan worden gedekt met marktgebaseerde maatregelen aan de vraagzijde, overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder c), en artikel 5, lid 2.

5.   Berekening van de N – 1-formule op regionaal niveau

Het in punt 3 bedoelde berekend gebied wordt in voorkomend geval uitgebreid tot het passende regionale niveau, zoals bepaald door de bevoegde instanties van de betrokken lidstaten. De berekening kan worden uitgebreid tot het regionale niveau van de risicogroep, indien dat met de bevoegde instanties van de risicogroep wordt overeengekomen. Voor de berekening van de N – 1-formule op regionaal niveau wordt uitgegaan van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang. De grootste afzonderlijke gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang voor een regio is de grootste gasinfrastructuur in de regio die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdraagt aan gaslevering aan de lidstaten van die regio en wordt gedefinieerd in de risico-evaluatie.

De berekening van de N – 1-formule op regionaal niveau kan de berekening van de N – 1-formule op nationaal niveau slechts vervangen indien de grootste gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang overeenkomstig de gemeenschappelijke risico-evaluatie van groot belang is voor de gaslevering aan alle betrokken lidstaten.

Op het niveau van de risicogroep wordt voor de in artikel 7, lid 4, bedoelde berekeningen uitgegaan van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang voor de in bijlage I opgenomen risicogroepen.


BIJLAGE III

Permanente bidirectionele capaciteit

1.

Voor de toepassing van de bepalingen van deze bijlage kan de nationale regulerende instantie als de bevoegde instantie optreden indien de lidstaat daartoe besluit.

2.

Om bidirectionele capaciteit op een interconnectie in te stellen of uit te breiden, of om een vrijstelling van die verplichting te verkrijgen of te verlengen, dienen de transmissiesysteembeheerders aan beide zijden van de interconnectie, na overleg met alle mogelijk betrokken transmissiesysteembeheerders, bij hun bevoegde instanties („betrokken bevoegde instanties”) en hun regulerende instanties („betrokken regulerende instanties”) het volgende in:

a)

een voorstel om permanente fysieke capaciteit om gas in beide richtingen te vervoeren, mogelijk te maken voor permanente bidirectionele capaciteit in de tegengestelde richting („physical reverse flow-capaciteit”), of

b)

een verzoek tot vrijstelling van de bidirectionele capaciteitsverplichting.

De transmissiesysteembeheerders streven ernaar een gezamenlijk voorstel of verzoek tot vrijstelling in te dienen. In het geval van een voorstel om bidirectionele capaciteit mogelijk te maken, kunnen de transmissiesysteembeheerders een met redenen omkleed voorstel voor een grensoverschrijdende kostentoewijzing doen. Dit wordt uiterlijk op 1 december 2018 ingediend voor alle interconnecties die bestonden op 1 november 2017, en na de voltooiing van de fase van de haalbaarheidsstudie, maar vóór de aanvang van de fase van het gedetailleerd technisch ontwerp voor nieuwe interconnecties.

3.

Na ontvangst van het voorstel of het verzoek tot vrijstelling raadplegen de betrokken bevoegde instanties onverwijld de bevoegde instanties en, indien zij niet de bevoegde instanties zijn, de nationale reguleringsinstanties, van de lidstaat die overeenkomstig de risico-evaluatie baat zou kunnen hebben bij de reverse flow-capaciteit, het Agentschap en de Commissie over het voorstel of het verzoek tot vrijstelling. De geraadpleegde instanties kunnen binnen vier maanden na ontvangst van het raadplegingsverzoek een advies uitbrengen.

4.

Binnen zes maanden na ontvangst van het gezamenlijk voorstel en na raadpleging van de betrokken projectpromotoren nemen de betrokken regulerende instanties, overeenkomstig artikel 5, leden 6 en 7, gecoördineerde besluiten over de grensoverschrijdende toewijzing van de investeringskosten die elke transmissiesysteembeheerder van het project voor zijn rekening zal moeten nemen. Indien de betrokken regulerende instanties binnen die termijn geen overeenstemming hebben bereikt, stellen zij de betrokken bevoegde instanties daarvan onverwijld in kennis.

5.

De betrokken bevoegde instanties nemen een gecoördineerd besluit op basis van de risico-evaluatie, de in artikel 5, lid 5, van deze verordening bedoelde informatie en de adviezen die overeenkomstig de in punt 3 van deze bijlage bedoelde raadpleging zijn ontvangen, en rekening houdend met de gasleveringszekerheid en de bijdrage aan de interne gasmarkt. Dat gecoördineerde besluit wordt binnen een termijn van twee maanden genomen. De termijn van twee maanden gaat in na de periode van vier maanden waarbinnen de in punt 3 van deze bijlage bedoelde adviezen kunnen worden uitbracht, tenzij alle adviezen eerder zijn ontvangen, of na de in punt 4 van deze bijlage bedoelde termijn van zes maanden waarbinnen de betrokken regulerende instanties een gecoördineerd besluit kunnen vaststellen. Bij het gecoördineerde besluit:

a)

wordt het voorstel voor bidirectionele capaciteit aanvaard. Een dergelijk besluit bevat een kosten-batenanalyse, een tijdschema voor de uitvoering, en de regelingen voor het latere gebruik daarvan, en gaat vergezeld van het in punt 4 bedoelde gecoördineerde besluit over de grensoverschrijdende kostentoewijzing dat door de betrokken regulerende instanties is opgesteld;

b)

wordt een tijdelijke vrijstelling voor een maximumtermijn van vier jaar verleend of verlengd indien uit de kosten-batenanalyse in het besluit blijkt dat de reverse flow-capaciteit voor geen enkele van de betrokken lidstaten een verbetering van de gasleveringszekerheid oplevert of indien de investeringskosten aanzienlijk niet in verhouding staan tot de verwachte voordelen voor de gasleveringszekerheid, of

c)

wordt van de transmissiesysteembeheerders geëist dat zij binnen een maximumtermijn van vier maanden hun voorstel of verzoek tot vrijstelling wijzigen en opnieuw indienen.

6.

De betrokken bevoegde instanties dienen het gecoördineerde besluit, met inbegrip van de adviezen die naar aanleiding van de in punt 3 bedoelde raadpleging zijn ontvangen, onverwijld in bij de bevoegde instanties en nationale regulerende instanties die overeenkomstig punt 3 een advies hebben uitgebracht, de betrokken regulerende instanties, het Agentschap en de Commissie.

7.

Binnen twee maanden na ontvangst van het gecoördineerde besluit kunnen de bevoegde instanties als bedoeld in punt 6 bezwaren maken tegen het gecoördineerde besluit en deze voorleggen aan de betrokken bevoegde instanties die het besluit hebben vastgesteld, het Agentschap en de Commissie. De bezwaren worden beperkt tot feiten en evaluaties, met name inzake grensoverschrijdende kostentoewijzing waarover geen raadpleging heeft plaatsgevonden overeenkomstig punt 3.

8.

Binnen drie maanden na ontvangst van het gecoördineerde besluit overeenkomstig punt 6 brengt het Agentschap een advies uit over de elementen van het gecoördineerde besluit, rekening houdend met elk mogelijk bezwaar, en legt het dit advies voor aan alle betrokken bevoegde instanties en de bevoegde instanties als bedoeld in punt 6 en de Commissie.

9.

Binnen vier maanden na ontvangst van het overeenkomstig punt 8 door het Agentschap uitgebrachte advies kan de Commissie bij besluit verzoeken om het gecoördineerde besluit te wijzigen. Elk dergelijk besluit van de Commissie wordt genomen op basis van de in punt 5 genoemde criteria, de motivering van het besluit van de betrokken instanties en het advies van het Agentschap. De betrokken bevoegde instanties voldoen aan het verzoek van de Commissie door hun besluit binnen een termijn van vier weken aan te passen.

Indien de Commissie binnen de voornoemde termijn van vier maanden niet heeft gehandeld, wordt zij geacht geen bezwaren te hebben tegen het besluit van de betrokken bevoegde instanties.

10.

Indien de betrokken bevoegde instanties er niet in zijn geslaagd binnen de in punt 5 neergelegde termijn een gecoördineerd besluit vast te stellen, of indien de betrokken regulerende instanties binnen de in punt 4 neergelegde termijn niet tot een akkoord over de kostentoewijzing zijn gekomen, stellen de betrokken bevoegde instanties het Agentschap en de Commissie uiterlijk op de dag van het verstrijken van de termijn hiervan in kennis. Binnen vier maanden na ontvangst van die informatie stelt de Commissie, na eventueel overleg met het Agentschap, een besluit vast dat betrekking heeft op alle in punt 5 genoemde elementen van een gecoördineerd besluit, met uitzondering van een grensoverschrijdende kostentoewijzing, en legt zij dat besluit voor aan de betrokken bevoegde instanties en het Agentschap.

11.

Indien in het besluit van de Commissie overeenkomstig punt 10 van deze bijlage bidirectionele capaciteit wordt geëist, stelt het Agentschap binnen drie maanden na ontvangst van het besluit van de Commissie een besluit vast betreffende de grensoverschrijdende kostentoewijzing overeenkomstig artikel 5, lid 7, van deze verordening. Alvorens dit besluit vast te stellen, raadpleegt het Agentschap de betrokken regulerende instanties en de transmissiesysteembeheerders. De termijn van drie maanden kan met een bijkomende termijn van twee maanden worden verlengd indien het Agentschap om aanvullende informatie moet verzoeken. Deze bijkomende termijn gaat in op de dag na ontvangst van de volledige informatie.

12.

De Commissie, het Agentschap, de bevoegde instanties, de nationale regulerende instanties en de transmissiesysteembeheerders waarborgen de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.

13.

Krachtens Verordening (EU) nr. 994/2010 verleende vrijstellingen van de bidirectionele capaciteitsverplichting blijven geldig tenzij de Commissie of de andere betrokken lidstaat om een herziening verzoekt of de geldigheidsduur ervan verstrijkt.


BIJLAGE IV

Model voor de gemeenschappelijke risico-evaluatie

Het volgende model wordt ingevuld in een binnen de risicogroep overeengekomen taal.

Algemene informatie

lidstaten in de risicogroep

naam van de bevoegde instanties die verantwoordelijk zijn voor de opstelling van de risico-evaluatie (1)

1.   Beschrijving van het systeem

Geef een beknopte beschrijving van het gassysteem van de risicogroep; deze beschrijving omvat:

a)

de belangrijkste cijfers in verband met gasverbruik (2): jaarlijkse eindverbruik van gas (in miljard m3) en onderverdeling per soort afnemers (3), pieken in de vraag (totaal en onderverdeling per categorie afnemers in mcm/d);

b)

een beschrijving van de werking van het gassysteem in de risicogroep: belangrijkste stromen (entry/exit/doorvoer), infrastructuurcapaciteit van entry-/exitpunten naar en vanuit de regio en per lidstaat, met inbegrip van de benuttingsgraad, LNG-installaties (maximale dagcapaciteit, benuttingsgraad en toegangsregeling) enz.;

c)

een onderverdeling, voor zover mogelijk, van bronnen van gasinvoer per land van oorsprong (4);

d)

een beschrijving van de rol van opslaginstallaties die relevant zijn voor de risicogroep, met inbegrip van grensoverschrijdende toegang:

i)

de opslagcapaciteit (totale capaciteit en werkvolume) ten opzichte van de vraag tijdens het verwarmingsseizoen;

ii)

de maximale dagelijkse onttrekkingscapaciteit op verschillende opslagniveaus (bij voorkeur bij volledig gevulde opslag en niveaus op het einde van het seizoen);

e)

een beschrijving van de rol van de binnenlandse productie in de risicogroep:

i)

het productievolume met betrekking tot het jaarlijkse eindverbruik van gas;

ii)

de maximale dagelijkse productiecapaciteit;

f)

een beschrijving van de rol van gas in de elektriciteitsproductie (bv. belang, rol als back-up voor hernieuwbare energie), met inbegrip van gasgestookte opwekkingscapaciteit (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit) en warmtekrachtkoppeling (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit).

2.   Infrastructuurnorm (artikel 5)

Beschrijf als volgt de berekening van de N – 1-formule(s) op regionaal niveau voor de risicogroep, indien aldus met de bevoegde instanties van de risicogroep is overeengekomen, en de bestaande bidirectionele capaciteiten:

a)

N – 1-formule

i)

de bepaling van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang voor de risicogroep;

ii)

de berekening van de N – 1-formule op regionaal niveau;

iii)

een beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse cijfers die zijn gebruikt voor de berekening (vermeld voor bv. EPm de capaciteit van alle entrypunten die onder deze parameter vallen);

iv)

een vermelding van de toegepaste methoden en aannamen, indien van toepassing, voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg);

b)

bidirectionele capaciteit

i)

vermeld de interconnectiepunten die zijn uitgerust met bidirectionele capaciteit, en de maximale capaciteit van bidirectionele stromen;

ii)

vermeld de regelingen voor het gebruik van de reverse flow-capaciteit (bv. afschakelbare capaciteit);

iii)

vermeld de interconnectiepunten waarvoor overeenkomstig artikel 5, lid 4, een vrijstelling is verleend, de duur van de vrijstelling en waarom zij is verleend.

3.   In kaart brengen van risico's

Beschrijf het belangrijkste grensoverschrijdende risico waarvoor de groep is opgericht en alle risicofactoren bij diverse gelegenheden die dat risico werkelijkheid zouden kunnen laten worden, met inbegrip van de waarschijnlijkheid en de gevolgen ervan.

Niet-limitatieve lijst van risicofactoren die, in voorkomend geval, in de evaluatie moeten worden opgenomen volgens de betrokken bevoegde instantie:

a)

politiek

verstoring van de gaslevering vanuit derde landen om verschillende redenen,

politieke onrust (in land van oorsprong of doorvoerland),

oorlog/burgeroorlog (in land van oorsprong of doorvoerland),

terrorisme;

b)

technologisch

explosie/branden,

branden (binnen een bepaalde installatie),

lekkages,

gebrekkig onderhoud,

apparatuurdefect (defect bij het opstarten, defect tijdens gebruik enz.),

gebrek aan elektriciteit (of andere energiebron),

ICT-defect (problemen met hardware, software, internet, SCADA enz.),

cyberaanval,

gevolgen van graafwerkzaamheden (graven, heien), grondwerken enz.;

c)

commercieel/markt/financieel

overeenkomsten met leveranciers uit derde landen,

handelsgeschil,

zeggenschap van entiteiten van derde landen over voor de gasleveringszekerheid relevante infrastructuur, hetgeen kan leiden tot onder meer risico's op onvoldoende investeringen, verminderde diversificatie of niet-naleving van Uniewetgeving,

prijsvolatiliteit,

onvoldoende investeringen,

plotse, onverwachte pieken in de vraag,

andere risico's die tot structurele ondermaatse prestaties kunnen leiden;

d)

sociaal

stakingen (in verschillende aanverwante sectoren, zoals de gassector, havens, transport enz.),

sabotage,

vandalisme,

diefstal;

e)

natuurlijk

aardbevingen,

aardverschuivingen,

overstromingen (zware regenval, rivier),

stormen (zee),

lawines,

extreme weersomstandigheden,

branden (buiten de faciliteit, zoals nabijgelegen bossen, grasland enz.).

Analyse

a)

beschrijf het belangrijkste grensoverschrijdende risico en de mogelijke andere relevante risicofactoren voor de risicogroep, met inbegrip van de waarschijnlijkheid en gevolgen ervan, alsmede de interactie en correlatie van risico's tussen de lidstaten, in voorkomend geval;

b)

beschrijf de criteria waarmee wordt bepaald of een systeem aan hoge/onaanvaardbare risico's is blootgesteld;

c)

stel een lijst op van relevante risicoscenario's in overeenstemming met de risicobronnen en beschrijf hoe ze zijn geselecteerd;

d)

vermeld in welke mate de door het ENTSB-G opgestelde scenario's in aanmerking zijn genomen.

4.   Risicoanalyse en -evaluatie

Analyseer de reeks relevante risicoscenario's als beschreven in punt 3. Vermeld bij de simulatie van risicoscenario's de bestaande maatregelen voor gasleveringszekerheid, zoals de infrastuurnorm berekend volgens de N – 1-formule in punt 2 van bijlage II, in voorkomend geval, en de gasleveringsnorm. Geef per risicoscenario:

a)

een gedetailleerde beschrijving van het risicoscenario, met inbegrip van alle aannamen en, in voorkomend geval, de onderliggende methoden voor de berekening ervan;

b)

een gedetailleerde beschrijving van de resultaten van de uitgevoerde simulatie, met inbegrip van een kwantificering van de gevolgen (bv. volumes van niet-geleverd gas, de sociaal-economische gevolgen, de gevolgen voor stadsverwarming, de gevolgen voor elektriciteitsopwekking).

5.   Conclusies

Beschrijf de belangrijkste resultaten van de gemeenschappelijke risico-evaluatie, en bepaal voor welke risicoscenario's verdere maatregelen nodig zijn.


(1)  Indien deze taak door een bevoegde instantie is gedelegeerd, vermeld dan de naam van de entiteit(en) die namens de instantie verantwoordelijk zijn voor de opstelling van deze risico-evaluatie.

(2)  Voor de eerste beoordeling: verschaf gegevens van de afgelopen twee jaar. Voor actualiseringen: verschaf gegevens van de afgelopen vier jaar.

(3)  Met inbegrip van industriële afnemers, elektriciteitsopwekking, stadsverwarming, woningen, diensten en andere (gelieve de hierin opgenomen soort afnemers te specificeren). Vermeld ook het verbruiksvolume van beschermde afnemers.

(4)  Beschrijf de toegepaste methodologie.


BIJLAGE V

Model voor de nationale risico-evaluatie

Algemene informatie

Naam van de bevoegde instantie die verantwoordelijk is voor de opstelling van deze risico-evaluatie (1).

1.   Beschrijving van het systeem

1.1.   Geef een beknopte, geconsolideerde beschrijving van het regionale gassysteem voor elke risicogroep (2) waaraan de lidstaat deelneemt; deze beschrijving omvat:

a)

de belangrijkste cijfers in verband met gasverbruik (3): jaarlijks eindverbruik van gas (in miljard m3 en MWh) en onderverdeling per soort afnemers (4), pieken in de vraag (totaal en onderverdeling per categorie afnemer in mcm/d);

b)

een beschrijving van de werking van het (de) gassyste(e)m(en) in de desbetreffende risicogroepen: belangrijkste stromen (entry/exit/doorvoer), infrastructuurcapaciteit van entry-/exitpunten naar en vanuit de regio('s) van de risicogroepen en per lidstaat, met inbegrip van benuttingsgraad, LNG-installaties (maximale dagcapaciteit, benuttingsgraad en toegangsregeling) enz.;

c)

een onderverdeling, voor zover mogelijk, van bronnen van gasinvoer per land van oorsprong (5);

d)

een beschrijving van de rol van opslaginstallaties die relevant zijn voor de risicogroep, met inbegrip van grensoverschrijdende toegang:

i)

de opslagcapaciteit (totale capaciteit en werkvolume) ten opzichte van de vraag tijdens het verwarmingsseizoen;

ii)

de maximale dagelijkse onttrekkingscapaciteit op verschillende benuttingsniveaus (bij voorkeur bij volledig gevulde opslag en op het niveau aan het einde van het seizoen);

e)

een beschrijving van de rol van de binnenlandse productie in de risicogroep(en):

i)

het productievolume met betrekking tot het jaarlijkse eindverbruik van gas;

ii)

de maximale dagelijkse productiecapaciteit en een beschrijving van de wijze waarop deze het maximale dagelijkse verbruik kan dekken;

f)

een beschrijving van de rol van gas in de elektriciteitsproductie (bv. belang, rol als back-up voor hernieuwbare energie), met inbegrip van gasgestookte opwekkingscapaciteit (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit) en warmtekrachtkoppeling (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit).

1.2.   Geef een beknopte beschrijving van het gassysteem van de lidstaat; deze beschrijving omvat:

a)

de belangrijkste cijfers inzake gasverbruik: jaarlijks eindverbruik van gas (in miljard m3) en onderverdeling per soort afnemers, pieken in de vraag (in mcm/d);

b)

een beschrijving van de werking van het gassysteem op nationaal niveau, met inbegrip van infrastructuur (voor zover dit niet onder punt 1.1.b) valt), met inbegrip van een beschrijving van het L-gassysteem, in voorkomend geval;

c)

de bepaling van de belangrijkste voor de gasleveringszekerheid relevante infrastructuur;

d)

een onderverdeling, voor zover mogelijk, op nationaal niveau van de bronnen van gasinvoer per land van oorsprong;

e)

een beschrijving van de rol van de opslag, met vermelding van:

i)

de opslagcapaciteit (totale capaciteit en werkvolume) ten opzichte van de vraag tijdens het verwarmingsseizoen;

ii)

de maximale dagelijkse onttrekkingscapaciteit op verschillende benuttingsniveaus (bij voorkeur bij volledig gevulde opslag en niveaus op het einde van het seizoen);

f)

een beschrijving van de rol van de binnenlandse productie en vermeld:

i)

het productievolume met betrekking tot het jaarlijkse eindverbruik van gas;

ii)

de maximale dagelijkse productiecapaciteit;

g)

een beschrijving van de rol van gas in de elektriciteitsproductie (bv. belang, rol als back-up voor hernieuwbare energie), met inbegrip van gasgestookte opwekkingscapaciteit (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit) en warmtekrachtkoppeling (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit).

2.   Infrastructuurnorm (artikel 5)

Beschrijf als volgt hoe aan de infrastructuurnorm wordt voldaan, met inbegrip van de belangrijkste waarden voor de N – 1-formule en alternatieve mogelijkheden om aan de norm te voldoen (met rechtstreeks verbonden lidstaten, maatregelen aan de vraagzijde) en de bestaande bidirectionele capaciteiten:

a)

N – 1-formule

i)

de bepaling van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur;

ii)

de berekening van de N – 1-formule op nationaal niveau;

iii)

een beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse waarden die zijn gebruikt voor de berekening ervan (vermeld voor bv. EPm de capaciteit van alle entrypunten die onder deze parameter vallen);

iv)

een vermelding van, in voorkomend geval, de toegepaste methoden voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg);

v)

een verklaring van de resultaten van de berekening van de N – 1-formule, waarbij de opslagniveaus op 30 % en 100 % van het maximale werkvolume worden beschouwd;

vi)

een verklaring van de voornaamste resultaten van de simulatie van de N – 1-formule aan de hand van een hydraulisch model;

vii)

een berekening, indien de lidstaat daartoe besluit, van de N – 1-formule aan de hand van maatregelen aan de vraagzijde:

berekening van de N – 1-formule overeenkomstig punt 2vvan bijlage II;

beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse cijfers die zijn gebruikt voor de berekening (indien deze verschillen van de hierboven in punt 2.a), onder (iii), omschreven cijfers);

vermeld, in voorkomend geval, de toegepaste methoden voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg);

verklaar de marktgebaseerde maatregelen aan de vraagzijde die zijn vastgesteld/zullen worden vastgesteld ter compensatie van een verstoring van de gaslevering en het verwachte effect daarvan (Deff);

viii)

indien overeengekomen met de bevoegde instanties van de desbetreffende risicogroep(en) of met de rechtstreeks verbonden lidstaten, gezamenlijke berekening(en) van de N – 1-formule:

berekening van de N – 1-formule overeenkomstig punt 5 van bijlage II;

beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse waarden die zijn gebruikt voor de berekening ervan (indien deze verschillen van de hierboven in punt 2.a), onder (iii), omschreven cijfers);

vermeld, in voorkomend geval, de toegepaste methoden en aannamen voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg);

verklaar de overeengekomen regelingen om naleving van de N – 1-formule te waarborgen;

b)

bidirectionele capaciteit

i)

vermeld de interconnectiepunten die zijn uitgerust met bidirectionele capaciteit, en de maximale capaciteit van bidirectionele stromen;

ii)

vermeld de regelingen voor het gebruik van de reverse flow-capaciteit (bv. afschakelbare capaciteit);

iii)

vermeld de interconnectiepunten waarvoor overeenkomstig artikel 5, lid 4, een vrijstelling is verleend, de duur van de vrijstelling en waarom zij is verleend.

3.   In kaart brengen van risico's

Beschrijf de risicofactoren die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gasleveringszekerheid in de lidstaat, met inbegrip van de waarschijnlijkheid en de gevolgen ervan.

Niet-limitatieve lijst van risicofactoren die alleen in de evaluatie moeten worden opgenomen indien zij volgens de bevoegde instantie relevant zijn:

a)

politiek

verstoring van de gaslevering vanuit derde landen om verschillende redenen,

politieke onrust (in land van oorsprong of doorvoerland),

oorlog/burgeroorlog (in land van oorsprong of doorvoerland),

terrorisme;

b)

technologisch

explosie/branden,

branden (binnen een bepaalde faciliteit),

lekkages,

gebrekkig onderhoud,

apparatuurdefect (defect bij het opstarten, defect tijdens gebruik enz.),

gebrek aan elektriciteit (of andere energiebron),

ICT-defect (problemen met hardware, software, internet, SCADA enz.),

cyberaanval,

gevolgen van graafwerkzaamheden (graven, heien), grondwerken enz.;

c)

commercieel/markt/financieel

overeenkomsten met leveranciers uit derde landen,

handelsgeschil,

zeggenschap van entiteiten van derde landen over voor de gasleveringszekerheid relevante infrastructuur, hetgeen kan leiden tot onder meer risico's op onvoldoende investeringen, verminderde diversificatie of niet-naleving van Uniewetgeving,

prijsvolatiliteit,

onvoldoende investeringen,

plotse, onverwachte pieken in de vraag,

andere risico's die tot structurele ondermaatse prestaties kunnen leiden;

d)

sociaal

stakingen (in verschillende aanverwante sectoren, zoals de gassector, havens, transport enz.),

sabotage,

vandalisme,

diefstal;

e)

natuurlijk

aardbevingen,

aardverschuivingen,

overstromingen (zware regenval, rivier),

stormen (zee),

lawines,

extreme weersomstandigheden,

branden (buiten de faciliteit, zoals nabijgelegen bossen, grasland enz.).

Analyse

a)

bepaal de relevante risicofactoren voor de lidstaat, met inbegrip van de waarschijnlijkheid en de gevolgen ervan,

b)

beschrijf de criteria waarmee wordt bepaald of een systeem aan hoge/onaanvaardbare risico's is blootgesteld,

c)

stel een lijst op van relevante risicoscenario's in overeenstemming met de risicofactoren en de waarschijnlijkheid ervan, en beschrijf hoe ze zijn geselecteerd.

4.   Risicoanalyse en -evaluatie

Analyseer de reeks relevante risicoscenario's als beschreven in punt 3. Vermeld bij de simulatie van risicoscenario's de bestaande maatregelen voor gasleveringszekerheid, zoals de infrastructuurnorm berekend volgens de N – 1-formule in punt 2 van bijlage II en de gasleveringsnorm. Geef per risicoscenario:

a)

een gedetailleerde beschrijving van het risicoscenario, met inbegrip van alle aannamen en, in voorkomend geval, de onderliggende methoden voor de berekening ervan;

b)

een gedetailleerde beschrijving van de resultaten van de uitgevoerde simulatie, met inbegrip van een kwantificering van de gevolgen (bv. volumes van niet-geleverd gas, de sociaal-economische gevolgen, de gevolgen voor stadsverwarming, de gevolgen voor elektriciteitsopwekking).

5.   Conclusies

Beschrijf de belangrijkste resultaten van de gemeenschappelijke risico-evaluatie waarbij de lidstaat betrokken is geweest, en bepaal voor welke risicoscenario's verdere maatregelen nodig zijn.


(1)  Indien deze taak door de bevoegde instantie is gedelegeerd, vermeld dan de naam van de instantie(s) die namens de bevoegde instantie verantwoordelijk is voor de opstelling van deze risico-evaluatie.

(2)  Geef eenvoudigheidshalve de informatie indien mogelijk op het hoogste niveau van de risicogroepen en voeg in voorkomend geval de details samen.

(3)  Voor de eerste beoordeling: verschaf gegevens van de afgelopen twee jaar. Voor actualiseringen: verschaf gegevens van de afgelopen vier jaar.

(4)  Met inbegrip van industriële afnemers, elektriciteitsopwekking, stadsverwarming, woningen, diensten en andere (specificeer de hierin opgenomen soort afnemers). Vermeld ook het verbruiksvolume van beschermde afnemers.

(5)  Beschrijf de toegepaste methodologie.


BIJLAGE VI

Model voor het preventieve actieplan

Algemene informatie

lidstaten in de risicogroep

Naam van de bevoegde instantie die verantwoordelijk is voor de opstelling van het plan (1)

1.   Beschrijving van het systeem

1.1.   Geef een beknopte, geconsolideerde beschrijving van het regionale gassysteem voor elke risicogroep (2) waaraan de lidstaat deelneemt; deze omschrijving omvat:

a)

de belangrijkste cijfers in verband met gasverbruik (3): jaarlijks eindverbruik van gas (in miljard m3) en onderverdeling per soort afnemers (4), pieken in de vraag (totaal en onderverdeling per categorie afnemers in mcm/d);

b)

een beschrijving van de werking van het gassysteem in de risicogroepen: belangrijkste stromen (entry/exit/doorvoer), infrastructuurcapaciteit van entry-/exitpunten naar en vanuit de regio('s) van de risicogroep en per lidstaat, met inbegrip van de benuttingsgraad, LNG-installaties (maximale dagcapaciteit, benuttingsgraad en toegangsregeling) enz.;

c)

een onderverdeling, voor zover mogelijk, van bronnen van gasinvoer per land van oorsprong (5);

d)

een beschrijving van de rol van opslaginstallaties die relevant zijn voor de regio, met inbegrip van grensoverschrijdende toegang:

i)

de opslagcapaciteit (totale capaciteit en werkvolume) ten opzichte van de vraag tijdens het verwarmingsseizoen;

ii)

de maximale dagelijkse onttrekkingscapaciteit op verschillende opslagniveaus (bij voorkeur bij volledig gevulde opslag en niveaus op het einde van het seizoen);

e)

een beschrijving van de rol van de binnenlandse productie in de regio:

i)

het productievolume met betrekking tot het jaarlijkse eindverbruik van gas;

ii)

de maximale dagelijkse productiecapaciteit;

f)

een beschrijving van de rol van gas in de elektriciteitsproductie (bv. belang, rol als back-up voor hernieuwbare energie), met inbegrip van gasgestookte opwekkingscapaciteit (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit) en warmtekrachtkoppeling (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit);

g)

een beschrijving van de rol van energie-efficiëntiemaatregelen en het effect ervan op het jaarlijkse eindverbruik van gas.

1.2.   Geef een beknopte beschrijving van het gassysteem per lidstaat; deze beschrijving omvat:

a)

de belangrijkste cijfers inzake gasverbruik: jaarlijks eindverbruik van gas (in miljard m3) en onderverdeling per soort afnemers, pieken in de vraag (in mcm/d);

b)

een beschrijving van de werking van het gassysteem op nationaal niveau, met inbegrip van infrastructuur (voor zover dit niet onder punt 1.1.b) valt);

c)

de bepaling van de belangrijkste voor de leveringszekerheid relevante infrastructuur;

d)

een onderverdeling, voor zover mogelijk, op nationaal niveau van bronnen van gasinvoer per land van oorsprong;

e)

een beschrijving van de rol van opslag in de lidstaat en vermeld:

i)

de opslagcapaciteit (totale capaciteit en werkvolume) ten opzichte van de vraag tijdens het verwarmingsseizoen;

ii)

de maximale dagelijkse onttrekkingscapaciteit op verschillende opslagniveaus (bij voorkeur bij volledig gevulde opslag en niveaus op het einde van het seizoen);

f)

een beschrijving van de rol van de binnenlandse productie en vermeld:

i)

het productievolume met betrekking tot het jaarlijkse eindverbruik van gas;

ii)

de maximale dagelijkse productiecapaciteit;

g)

een beschrijving van de rol van gas in de elektriciteitsproductie (bv. belang, rol als back-up voor hernieuwbare energie), met inbegrip van gasgestookte opwekkingscapaciteit (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit) en warmtekrachtkoppeling (totaal (MWe) en als percentage van de totale opwekkingscapaciteit);

h)

een beschrijving van de rol van energie-efficiëntiemaatregelen en het effect ervan op het jaarlijkse eindverbruik van gas.

2.   Samenvatting van de risico-evaluatie

Geef een beknopte beschrijving van de resultaten van de desbetreffende, overeenkomstig artikel 7 verrichte, gemeenschappelijke en nationale risico-evaluatie, met inbegrip van:

a)

een lijst van de beoordeelde scenario's en een beknopte beschrijving van de toegepaste aannamen voor elk scenario, alsook de vastgestelde risico's/tekortkomingen;

b)

de belangrijkste conclusies van de risico-evaluatie.

3.   Infrastructuurnorm (artikel 5)

Beschrijf hoe wordt voldaan aan de infrastructuurnorm, met inbegrip van de belangrijkste waarden voor de N – 1-formule en alternatieve mogelijkheden om te voldoen aan de norm (met naburige lidstaten, maatregelen aan de vraagzijde) en de bestaande bidirectionele capaciteiten, en wel als volgt:

3.1.   N – 1-formule

i)

bepaling van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang voor de regio;

ii)

berekening van de N – 1-formule op regionaal niveau;

iii)

beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse cijfers die zijn gebruikt voor de berekening (vermeld voor bv. EPm de capaciteit van alle entrypunten die onder deze parameter vallen);

iv)

vermeld, in voorkomend geval, de toegepaste methoden en aannamen voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg).

3.2.   Nationaal niveau

a)

N – 1-formule

i)

bepaling van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur;

ii)

berekening van de N – 1-formule op nationaal niveau;

iii)

beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse waarden die zijn gebruikt voor de berekening (vermeld voor bv. EPm de capaciteit van alle entrypunten die onder deze parameter vallen);

iv)

vermeld, in voorkomend geval, de toegepaste methoden voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg);

v)

bereken, indien de lidstaat daartoe besluit, de N – 1-formule aan de hand van maatregelen aan de vraagzijde:

berekening de N – 1-formule overeenkomstig punt 2 van bijlage II;

beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse cijfers die zijn gebruikt voor de berekening (indien deze verschillen van de in punt 3.a), onder (iii), van deze bijlage omschreven cijfers);

vermeld, in voorkomend geval, de toegepaste methoden voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg);

verklaar de marktgebaseerde maatregelen aan de vraagzijde die zijn vastgesteld/zullen worden vastgesteld ter compensatie van een verstoring van de gaslevering en het verwachte effect daarvan (Deff);

vi)

indien overeengekomen met de bevoegde instanties van de desbetreffende risicogroep(en) of met de rechtstreeks verbonden lidstaten, gezamenlijke berekening(en) van de N – 1-formule:

bereken de N – 1-formule overeenkomstig punt 5 van bijlage II;

beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse waarden die zijn gebruikt voor de berekening (indien deze verschillen van de in punt 3.a), onder (iii), van deze bijlage omschreven cijfers);

vermeld, in voorkomend geval, de toegepaste methoden en aannamen voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg);

verklaar de overeengekomen regelingen om de naleving van de N – 1-formule te waarborgen;

b)

bidirectionele capaciteit

i)

vermeld de interconnectiepunten die zijn uitgerust met bidirectionele capaciteit, en de maximale capaciteit van bidirectionele stromen;

ii)

vermeld de regelingen voor het gebruik van de reverse flow-capaciteit (bv. afschakelbare capaciteit);

iii)

vermeld de interconnectiepunten waarvoor overeenkomstig artikel 5, lid 4, een vrijstelling is verleend, de duur van de vrijstelling en waarom zij is verleend.

4.   Naleving van de leveringsnorm (artikel 6)

Beschrijf welke maatregelen zijn vastgesteld om te voldoen aan de leveringsnorm en elke andere verhoogde leveringsnorm of aanvullende verplichting die om redenen van gasleveringszekerheid wordt opgelegd:

a)

toegepaste definitie van beschermde afnemers, met inbegrip van de categorieën van afnemers die hieronder vallen en hun jaarlijkse gasverbruik (per categorie, nettowaarde en percentage van het nationale jaarlijkse eindverbruik van gas);

b)

gasvolumes die nodig zijn om te voldoen aan de leveringsnorm overeenkomstig de in artikel 6, lid 1, eerste alinea, omschreven scenario's;

c)

capaciteit die nodig is om te voldoen aan de leveringsnorm overeenkomstig de in artikel 6, lid 1, eerste alinea, omschreven scenario's;

d)

maatregelen om te voldoen aan de leveringsnorm:

i)

een beschrijving van de maatregel(en);

ii)

adressaten;

iii)

beschrijf, indien dit is ingesteld, elk ex ante monitoringsysteem voor het voldoen aan de leveringsnorm;

iv)

sanctieregeling, indien van toepassing;

v)

beschrijf per maatregel:

de economische gevolgen, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de maatregel,

de gevolgen van de maatregel voor het milieu,

de gevolgen van de maatregelen voor de afnemer;

vi)

indien niet-marktgebaseerde maatregelen worden toegepast (per maatregel):

motiveer waarom de maatregel noodzakelijk is (met name waarom marktgebaseerde maatregelen op zich niet volstaan om de leveringszekerheid te waarborgen),

motiveer waarom de maatregel evenredig is (met name waarom de niet-marktgebaseerde maatregel het minst beperkende middel is om het beoogde effect te bereiken),

maak een analyse van de gevolgen van een dergelijke maatregel:

1.

voor de leveringszekerheid van een andere lidstaat;

2.

voor de nationale markt;

3.

voor de interne markt;

vii)

indien maatregelen zijn ingevoerd op of na 1 november 2017, geef dan een korte samenvatting van de effectbeoordeling of vermeld een link naar de overeenkomstig artikel 9, lid 4, verrichte openbare effectbeoordeling van de maatregel(en);

e)

beschrijf, indien van toepassing, elke verhoogde leveringsnorm of aanvullende verplichting die om redenen van gasleveringszekerheid wordt opgelegd:

i)

een beschrijving van de maatregel(en);

ii)

het mechanisme om de leveringsnorm tot normale waarden te verlagen in een geest van solidariteit en overeenkomstig artikel 13;

iii)

beschrijf, indien van toepassing, elke nieuwe verhoogde leveringsnorm of aanvullende verplichting die om redenen van gasleveringszekerheid wordt opgelegd, en die op of na 1 november 2017 is vastgesteld;

iv)

adressaten;

v)

betrokken gasvolumes en -capaciteiten;

vi)

vermeld hoe die maatregel voldoet aan de in artikel 6, lid 2, vastgestelde voorwaarden.

5.   Preventieve maatregelen

Beschrijf de bestaande of nog vast te stellen preventieve maatregelen:

a)

beschrijf elke van de preventieve maatregelen per risico die aan de hand van de risico-evaluatie zijn vastgesteld, met inbegrip van een beschrijving van:

i)

hun nationale of regionale dimensie;

ii)

hun economische gevolgen, doeltreffendheid en doelmatigheid;

iii)

hun gevolgen voor afnemers.

Vermeld indien nodig:

maatregelen om de interconnecties tussen naburige lidstaten te verbeteren,

maatregelen om aanvoerroutes en bronnen van gas te diversifiëren,

maatregelen om belangrijke voor de leveringszekerheid relevante infrastructuur te beschermen in verband met zeggenschap van entiteiten van derde landen (met inbegrip van, waar toepasselijk, algemene of sectorspecifieke wetgeving inzake doorlichting van investeringen, bijzondere rechten voor bepaalde aandeelhouders enz.);

b)

beschrijf andere maatregelen die zijn vastgesteld om andere redenen dan de risico-evaluatie, maar met positieve gevolgen voor de leveringszekerheid van de lidstaat van de desbetreffende risicogroep(en);

c)

indien niet-marktgebaseerde maatregelen worden toegepast (per maatregel):

i)

motiveer waarom de maatregel noodzakelijk is (d.w.z. waarom marktgebaseerde maatregelen op zich niet volstaan om de leveringszekerheid te waarborgen);

ii)

motiveer waarom de maatregel evenredig is (d.w.z. waarom de niet-marktgebaseerde maatregel het minst beperkende middel is om het beoogde effect te bereiken);

iii)

maak een analyse van de gevolgen van een dergelijke maatregel:

motiveer waarom de maatregel noodzakelijk is (d.w.z. waarom marktgebaseerde maatregelen op zich niet volstaan om de leveringszekerheid te waarborgen),

motiveer waarom de maatregel evenredig is (d.w.z. waarom de niet-marktgebaseerde maatregel het minst beperkende middel is om het beoogde effect te bereiken),

maak een analyse van de gevolgen van een dergelijke maatregel:

1.

voor de leveringszekerheid van een andere lidstaat;

2.

voor de nationale markt;

3.

voor de interne markt;

4.

leg uit in welke mate efficiëntiemaatregelen, ook aan de vraagzijde, in aanmerking zijn genomen om de leveringszekerheid te verhogen;

5.

leg uit in welke mate hernieuwbare energiebronnen in aanmerking zijn genomen om de leveringszekerheid te verhogen.

6.   Andere maatregelen en verplichtingen (bv. veilig functioneren van het systeem)

Beschrijf de andere maatregelen en verplichtingen voor aardgasbedrijven en andere relevante instanties die van invloed kunnen zijn op de gasleveringszekerheid, zoals verplichtingen voor het veilig functioneren van het systeem, inclusief op wie die verplichting van toepassing is en de betrokken gasvolumes. Leg nauwkeurig uit wanneer en op welke wijze die maatregelen van toepassing zouden zijn.

7.   Infrastructuurprojecten

a)

beschrijf de toekomstige infrastructuurprojecten, met inbegrip van projecten van gemeenschappelijk belang in de desbetreffende risicogroepen, en vermeld het tijdstip waarop de projecten naar verwachting worden ingevoerd, de capaciteiten en de geraamde gevolgen voor de gasleveringszekerheid in de risicogroep;

b)

vermeld hoe de infrastructuurprojecten rekening houden met het Uniewijde tienjarige netwerkontwikkelingsplan dat overeenkomstig artikel 8, lid 10, van Verordening (EG) nr. 715/2009 is opgesteld door het ENTSB-G.

8.   Openbaredienstverplichtingen met betrekking tot de leveringszekerheid

Vermeld de bestaande openbaredienstverplichtingen met betrekking tot de leveringszekerheid en geef een beknopte beschrijving (gebruik bijlagen voor nadere uitleg). Leg duidelijk uit wie moet voldoen aan die openbaredienstverplichtingen en op welke manier. Beschrijf, indien van toepassing, hoe en wanneer deze openbaredienstverplichtingen in werking treden.

9.   Raadplegingen van belanghebbenden

Beschrijf overeenkomstig artikel 8, lid 2, van deze verordening, het gebruikte mechanisme voor, en de resultaten van, de raadplegingen over de opstelling van het plan en het noodplan, die zijn verricht met:

a)

gasbedrijven;

b)

relevante organisaties die de belangen van huishoudens vertegenwoordigen;

c)

relevante organisaties die de belangen van industriële afnemers van gas, inclusief elektriciteitsproducenten, vertegenwoordigen;

d)

de nationale regulerende instantie.

10.   Regionale dimensie

Vermeld alle nationale omstandigheden en maatregelen die relevant zijn voor de leveringszekerheid en niet tot de vorige onderdelen van het plan behoren.

Vermeld hoe rekening is gehouden met eventuele opmerkingen die zijn ontvangen naar aanleiding van de in artikel 8, lid 2, bedoelde raadpleging.

11.1.   Indien overeengekomen door de bevoegde instanties van de risicogroep, bereken de N – 1-formule op het niveau van de risicogroep

N – 1-formule

a)

bepaling van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur van gemeenschappelijk belang voor de risicogroep;

b)

berekening van de N – 1-formule op het niveau van de risicogroep;

c)

beschrijving van de gebruikte waarden voor alle elementen in de N – 1-formule, met inbegrip van tussentijdse cijfers die zijn gebruikt voor de berekening (vermeld voor bv. EPm de capaciteit van alle entrypunten die onder deze parameter vallen);

d)

vermeld de toegepaste methoden en aannamen, indien van toepassing, voor de berekening van de parameters in de N – 1-formule (bv. Dmax) (gebruik bijlagen voor nadere uitleg).

11.2.   Mechanismen uitgewerkt voor samenwerking

Beschrijf de gebruikte mechanismen voor samenwerking tussen de lidstaten in de desbetreffende risicogroepen, ook in verband met de ontwikkeling van grensoverschrijdende maatregelen in het preventieve actieplan en het noodplan.

Beschrijf de gebruikte mechanismen voor samenwerking met andere lidstaten in verband met het ontwerp en de aanneming van de bepalingen die nodig zijn voor de toepassing van artikel 13.

11.3.   Preventieve maatregelen

Beschrijf de bestaande of nog vast te stellen preventieve maatregelen in de risicogroep of als gevolg van regionale overeenkomsten:

a)

beschrijf elke van de vastgestelde preventieve maatregelen per risico die in overeenstemming met de risico-evaluatie zijn vastgesteld, met inbegrip van een beschrijving van:

i)

hun gevolgen voor de lidstaten van de risicogroep;

ii)

hun economische gevolgen, doeltreffendheid en doelmatigheid;

iii)

hun gevolgen voor het milieu;

iv)

hun gevolgen voor afnemers.

Vermeld indien nodig:

de maatregelen om de interconnecties tussen naburige lidstaten te verbeteren;

de maatregelen om aanvoerroutes en bronnen van gas te diversifiëren;

de maatregelen om belangrijke voor de leveringszekerheid relevante infrastructuur te beschermen in verband met zeggenschap van entiteiten van derde landen (met inbegrip van, waar toepasselijk, algemene of sectorspecifieke wetgeving inzake doorlichting van investeringen, bijzondere rechten voor bepaalde aandeelhouders enz.);

b)

beschrijf andere maatregelen die zijn vastgesteld om andere redenen dan de risico-evaluatie, maar met positieve gevolgen voor de leveringszekerheid van de risicogroep;

c)

indien niet-marktgebaseerde maatregelen worden toegepast (per maatregel):

i)

motiveer waarom de maatregel noodzakelijk is (d.w.z. waarom marktgebaseerde maatregelen op zich niet volstaan om de leveringszekerheid te waarborgen);

ii)

motiveer waarom de maatregel evenredig is (d.w.z. waarom de niet-marktgebaseerde maatregel het minst beperkende middel is om het beoogde effect te bereiken);

iii)

maak een analyse van de gevolgen van een dergelijke maatregel:

motiveer waarom de maatregel noodzakelijk is (d.w.z. waarom marktgebaseerde maatregelen op zich niet volstaan om de leveringszekerheid te waarborgen),

motiveer waarom de maatregel evenredig is (d.w.z. waarom de niet-marktgebaseerde maatregel het minst beperkende middel is om het beoogde effect te bereiken),

maak een analyse van de gevolgen van een dergelijke maatregel:

1.

voor de leveringszekerheid van een andere lidstaat;

2.

voor de nationale markt;

3.

voor de interne markt;

d)

leg uit in welke mate efficiëntiemaatregelen, ook aan de vraagzijde, in aanmerking zijn genomen om de leveringszekerheid te verhogen;

e)

leg uit in welke mate hernieuwbare energiebronnen in aanmerking zijn genomen om de leveringszekerheid te verhogen.


(1)  Indien deze taak door de bevoegde instantie is gedelegeerd, vermeld dan de naam van de instantie(s) die namens de bevoegde instantie verantwoordelijk is voor de opstelling van dit plan.

(2)  Geef eenvoudigheidshalve de informatie indien mogelijk op het hoogste niveau van de risicogroepen en voeg in voorkomend geval de details samen.

(3)  Verschaf gegevens van de afgelopen twee jaar voor het eerste plan. Verschaf gegevens van de afgelopen vier jaar voor actualiseringen.

(4)  Met inbegrip van industriële afnemers, elektriciteitsopwekking, stadsverwarming, woningen, diensten en andere (gelieve de hierin opgenomen soort afnemers te specificeren).

(5)  Beschrijf de toegepaste methodologie.


BIJLAGE VII

Model voor noodplan

Algemene informatie

Naam van de bevoegde instantie die verantwoordelijk is voor de opstelling van dit plan (1)

1.   Definitie van crisisniveaus

a)

vermeld de instantie die verantwoordelijk is voor de afkondiging van elk crisisniveau en de voor elk niveau te volgen procedures voor die afkondigingen;

b)

vermeld hier de indicatoren of parameters, indien die zijn ingevoerd, waarmee wordt bepaald of een gebeurtenis tot een aanzienlijke verslechtering van de leveringssituatie kan leiden, en aan de hand waarvan wordt besloten een bepaald crisisniveau af te kondigen.

2.   Maatregelen per crisisniveau  (2)

2.1.   Vroegtijdige waarschuwing

Beschrijf de maatregelen die in deze fase moeten worden toegepast, en vermeld per maatregel:

i)

een beknopte beschrijving van de maatregel en de belangrijkste betrokken actoren;

ii)

beschrijf de te volgen procedure, indien van toepassing;

iii)

vermeld hoe de maatregel naar verwachting zal bijdragen tot de aanpak van de gevolgen van een gebeurtenis of tot de voorbereiding hierop;

iv)

beschrijf de informatiestromen tussen de betrokken actoren.

2.2.   Alarmniveau

a)

beschrijf de maatregelen die in deze fase moeten worden toegepast, en vermeld per maatregel:

i)

een beknopte beschrijving van de maatregel en de belangrijkste betrokken actoren;

ii)

beschrijf de te volgen procedure, indien van toepassing;

iii)

vermeld hoe de maatregel naar verwachting zal bijdragen tot de aanpak van de situatie op alarmniveau;

iv)

beschrijf de informatiestromen tussen de betrokken actoren;

b)

beschrijf de rapportageverplichtingen voor de aardgasbedrijven op alarmniveau.

2.3.   Noodsituatieniveau

a)

stel een lijst op van vooraf gedefinieerde acties aan de aanbod- en vraagzijde om in het geval van een noodsituatie gas beschikbaar te stellen, inclusief commerciële overeenkomsten tussen de bij dergelijke acties betrokken partijen en in voorkomend geval de compensatiemechanismen voor aardgasbedrijven;

b)

beschrijf de marktgebaseerde maatregelen die in deze fase moeten worden toegepast, en vermeld per maatregel:

i)

een beknopte beschrijving van de maatregel en de belangrijkste betrokken actoren;

ii)

beschrijf de te volgen procedure;

iii)

vermeld hoe de maatregel naar verwachting zal bijdragen tot de verbetering van de situatie op noodsituatieniveau;

iv)

beschrijf de informatiestromen tussen de betrokken actoren;

c)

beschrijf de niet-marktgebaseerde maatregelen die zijn gepland of zullen worden uitgevoerd op het noodsituatieniveau, en vermeld per maatregel:

i)

een beknopte beschrijving van de maatregel en de belangrijkste betrokken actoren;

ii)

geef een beoordeling van de noodzaak van een dergelijke maatregel om een crisis aan te pakken, inclusief de mate waarin er gebruik van wordt gemaakt;

iii)

geef een gedetailleerde beschrijving van de uitvoeringsprocedure van de maatregel (bv. waardoor treedt de maatregel in werking, wie neemt het besluit hiertoe);

iv)

vermeld hoe de maatregel naar verwachting zal bijdragen tot de verbetering van de situatie op noodsituatieniveau als aanvulling van de marktgebaseerde maatregelen;

v)

beoordeel de andere effecten van de maatregel;

vi)

toon aan dat de maatregel voldoet aan de in artikel 11, lid 6, vastgestelde voorwaarden;

vii)

beschrijf de informatiestromen tussen de betrokken actoren;

d)

beschrijf de rapportageverplichtingen voor aardgasbedrijven.

3.   Specifieke maatregelen voor elektriciteit en stadsverwarming

a)

stadsverwarming

i)

vermeld kort de waarschijnlijke gevolgen van een verstoring van de gaslevering in de stadsverwarmingssector;

ii)

vermeld de te nemen maatregelen en acties om de mogelijke gevolgen van een verstoring van de gaslevering voor de stadsverwarming te beperken. Geef anders aan waarom het niet is aangewezen specifieke maatregelen vast te stellen;

b)

productie van elektriciteit uit gas

i)

vermeld kort de waarschijnlijke gevolgen van een verstoring van de gaslevering in de elektriciteitssector;

ii)

vermeld de te nemen maatregelen en acties om de mogelijke gevolgen van een verstoring van de gaslevering voor de elektriciteitssector te beperken. Geef anders aan waarom het niet is aangewezen specifieke maatregelen vast te stellen;

iii)

vermeld de mechanismen/bestaande bepalingen om passende coördinatie, inclusief informatie-uitwisseling, te waarborgen tussen de belangrijkste actoren in de gas- en elektriciteitssector, met name de transmissiesysteembeheerders op verschillende crisisniveaus.

4.   Crisismanager of -team

Vermeld de crisismanager en definieer zijn rol.

5.   Taken en verantwoordelijkheden van de verschillende actoren

a)

omschrijf per crisisniveau de taken en verantwoordelijkheden, inclusief de interacties met de bevoegde instanties en, in voorkomend geval, met de nationale regulerende instantie, van:

i)

aardgasbedrijven;

ii)

industriële afnemers;

iii)

relevante elektriciteitsproducenten;

b)

omschrijf per crisisniveau de taak en de verantwoordelijkheden van de bevoegde instanties en de entiteiten waaraan taken zijn gedelegeerd.

6.   Maatregelen inzake onnodig verbruik door afnemers die niet beschermd zijn

Beschrijf de bestaande maatregelen om, voor zover mogelijk en zonder het veilig en betrouwbaar functioneren van het gassysteem in het gedrang te brengen of onveilige situaties te creëren, te voorkomen dat afnemers die niet beschermd zijn gebruikmaken van de gaslevering die bestemd is voor beschermde afnemers tijdens een noodsituatie. Vermeld de aard van de maatregel (administratief, technisch enz.), de belangrijkste actoren en de te volgen procedures.

7.   Noodsituatietests

a)

duid op de kalender aan wanneer de realtime responssimulaties van noodsituaties zullen plaatsvinden;

b)

vermeld de betrokken actoren, procedures en concrete gesimuleerde scenario's met grote en middelgrote gevolgen.

Voor de actualiseringen van het noodplan: geef een beknopte beschrijving van de tests die zijn uitgevoerd sinds de voorstelling van het laatste noodplan en de voornaamste resultaten. Vermeld welke maatregelen zijn vastgesteld naar aanleiding van die tests.

8.   Regionale dimensie

8.1.   Maatregelen per crisisniveau:

8.1.1.   Vroegtijdige waarschuwing:

Beschrijf de maatregelen die in deze fase moeten worden toegepast, en vermeld per maatregel:

i)

een beknopte beschrijving van de maatregel en de belangrijkste betrokken actoren;

ii)

beschrijf de te volgen procedure, indien van toepassing;

iii)

vermeld hoe de maatregel naar verwachting zal bijdragen tot de aanpak van de gevolgen van een gebeurtenis of tot de voorbereiding hierop;

iv)

beschrijf de informatiestromen tussen de betrokken actoren.

8.1.2.   Alarmniveau:

a)

beschrijf de maatregelen die in deze fase moeten worden toegepast, en vermeld per maatregel:

i)

een beknopte beschrijving van de maatregel en de belangrijkste betrokken actoren;

ii)

beschrijf de te volgen procedure, indien van toepassing;

iii)

vermeld hoe de maatregel naar verwachting zal bijdragen tot de aanpak van de gevolgen van een gebeurtenis of tot de voorbereiding hierop;

iv)

beschrijf de informatiestromen tussen de betrokken actoren;

b)

beschrijf de rapportageverplichtingen voor de aardgasbedrijven op alarmniveau.

8.1.3.   Noodsituatieniveau:

a)

stel een lijst op van vooraf gedefinieerde acties aan de aanbod- en vraagzijde om in het geval van een noodsituatie gas beschikbaar te stellen, inclusief commerciële overeenkomsten tussen de bij dergelijke acties betrokken partijen en in voorkomend geval de compensatiemechanismen voor aardgasbedrijven;

b)

beschrijf de marktgebaseerde maatregelen die in deze fase moeten worden toegepast, en vermeld per maatregel:

i)

een beknopte beschrijving van de maatregelen en de belangrijkste betrokken actoren;

ii)

beschrijf de te volgen procedure;

iii)

vermeld hoe de maatregel naar verwachting zal bijdragen tot de verbetering van de situatie op noodsituatieniveau;

iv)

beschrijf de informatiestromen tussen de betrokken actoren;

c)

beschrijf de niet-marktgebaseerde maatregelen die zijn gepland of zullen worden uitgevoerd op het noodsituatieniveau, en vermeld per maatregel:

i)

een beknopte beschrijving van de maatregelen en de belangrijkste betrokken actoren;

ii)

geef een beoordeling van de noodzaak van een dergelijke maatregel om een crisis aan te pakken, inclusief de mate waarin er gebruik van wordt gemaakt;

iii)

geef een gedetailleerde beschrijving van de uitvoeringsprocedure van de maatregel (bv. waardoor treedt de maatregel in werking, wie neemt het besluit hiertoe);

iv)

vermeld hoe de maatregel naar verwachting zal bijdragen tot de verbetering van de situatie op noodsituatieniveau als aanvulling van de marktgebaseerde maatregelen;

v)

beoordeel de andere effecten van de maatregel;

vi)

toon aan dat de maatregel voldoet aan de in artikel 11, lid 6, vastgestelde voorwaarden;

vii)

beschrijf de informatiestromen tussen de betrokken actoren;

d)

beschrijf de rapportageverplichtingen voor aardgasbedrijven.

8.2.   Samenwerkingsmechanismen:

a)

beschrijf de ingestelde mechanismen voor samenwerking binnen elk van de desbetreffende risicogroepen en voor passende coördinatie op elk crisisniveau. Beschrijf, voor zover ze zijn ingesteld en niet zijn behandeld in punt 2, de besluitvormingsprocedures voor een passende reactie op regionaal niveau voor elk crisisniveau;

b)

beschrijf de ingestelde mechanismen voor samenwerking met andere lidstaten buiten de risicogroepen en voor coördinatie van acties voor elk crisisniveau.

8.3.   Solidariteit tussen de lidstaten:

a)

beschrijf de overeengekomen regelingen tussen rechtstreeks met elkaar verbonden lidstaten om de toepassing van het in artikel 13 bedoelde solidariteitsbeginsel te waarborgen;

b)

beschrijf in voorkomend geval de overeengekomen regelingen tussen via een derde land met elkaar verbonden lidstaten om de toepassing van het in artikel 13 bedoelde solidariteitsbeginsel te waarborgen.


(1)  Indien deze taak is gedelegeerd door een bevoegde instantie, vermeld dan de naam van de entiteit(en) die namens de instantie verantwoordelijk is voor de opstelling van dit plan.

(2)  Vermeld regionale en nationale maatregelen.


BIJLAGE VIII

Lijst van niet-marktgebaseerde maatregelen met betrekking tot de gasleveringszekerheid

Bij het uitwerken van het preventieve actieplan en het noodplan overweegt de bevoegde instantie uitsluitend in het geval van een noodsituatie de volgende indicatieve en niet-uitputtende lijst van maatregelen:

a)

maatregelen aan de aanbodzijde:

gebruik van strategische gasopslag;

gedwongen gebruik van voorraden van alternatieve brandstoffen (bv. in overeenstemming met Richtlijn 2009/119/EG van de Raad (1));

gedwongen gebruik van elektriciteit die wordt opgewekt uit andere bronnen dan gas;

gedwongen opvoering van de gasproductieniveaus;

gedwongen onttrekking uit opslag;

b)

maatregelen aan de vraagzijde:

verschillende opeenvolgende mogelijkheden voor verplichte reductie van de vraag, zoals:

gedwongen brandstofomschakeling,

gedwongen gebruik van contracten met een afschakelbaarheidsclausule, wanneer die niet volledig als onderdeel van marktgebaseerde maatregelen worden gebruikt,

gedwongen afschakeling van bedrijven.


(1)  Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009 houdende verplichting voor de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden (PB L 265 van 9.10.2009, blz. 9).


BIJLAGE IX

Concordantietabel

Verordening (EU) nr. 994/2010

Onderhavige verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 6

Artikel 5

Artikel 8

Artikel 6

Artikel 9

Artikel 7

Artikel 4

Artikel 8

Artikel 5

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 10

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 12

Artikel 4

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 14

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 16

Artikel 20

Artikel 15

Artikel 21

Artikel 17

Artikel 22

Bijlage I

Bijlage II

Artikel 7

Bijlage III

Bijlage IV

Bijlage I

Bijlage IV

Bijlage V

Bijlage VI

Bijlage VII

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage VIII

Bijlage IX


Top