EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52023DC0320

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Technische aanpassing van het meerjarig financieel kader voor 2024 overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027

COM/2023/320 final

Brussel, 6.6.2023

COM(2023) 320 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Technische aanpassing van het meerjarig financieel kader voor 2024 overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Technische aanpassing van het meerjarig financieel kader voor 2024 overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027

1.Inleiding

In deze mededeling wordt de begrotingsautoriteit in kennis gesteld van het resultaat van de technische aanpassing voorafgaand aan de begrotingsprocedure voor het jaar 2024 overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 1 (de “MFK-verordening”). De technische aanpassing legt met name de uitgavenmaxima in lopende prijzen vast op basis van een vaste deflator van 2 % zoals bepaald in artikel 4, lid 2, van de MFK-verordening.

Op basis van de meest recente economische prognoses 2 biedt de mededeling ook een berekening van de marge onder het maximum van de eigen middelen, die is bepaald conform het op het moment van vaststelling van deze mededeling vigerende besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie.

In de mededeling worden ook de bedragen gepresenteerd die beschikbaar zijn in het kader van het “enkelvoudig marge-instrument” van artikel 11, lid 1, punt a) en artikel 11, lid 1, punt c), de aanpassing van het betalingsmaximum overeenkomstig artikel 11, lid 1, punt b) en de programmaspecifieke aanpassingen van artikel 5 van de MFK-verordening.

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de MFK-verordening brengt de Commissie de technische aanpassing aan in het financieel kader en deelt zij de resultaten ieder jaar vóór de begrotingsprocedure van het begrotingsjaar n+1 aan de begrotingsautoriteit mee.

Overeenkomstig artikel 4, lid 4, van de MFK-verordening, en onverminderd de artikelen 6 en 7 van die verordening, worden er geen andere technische aanpassingen verricht ten aanzien van het betrokken jaar, noch in de loop van het begrotingsjaar, noch bij wijze van correctie achteraf in latere jaren.

2.Aanpassing van de tabel van het meerjarig financieel kader (bijlage - tabellen 1-2)

Tabel 1 in de bijlage toont het meerjarig financieel kader voor de EU in prijzen van 2018 van de MFK-verordening, aangepast overeenkomstig artikel 2, lid 1, artikel 5, lid 2, en artikel 11 van die verordening.

Tabel 2 in de bijlage toont het meerjarig financieel kader voor de EU, aangepast in lopende prijzen.

Het financieel kader, uitgedrukt als percentage van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU, wordt geactualiseerd aan de hand van de meest recente economische prognoses. Op basis daarvan is het bni van de EU voor 2024 vastgesteld op 17 697 051 miljoen EUR in lopende prijzen.

2.1.Belangrijkste resultaten van de technische aanpassing van het meerjarig financieel kader voor 2024

Het totale MFK-maximum voor de vastleggingskredieten voor 2024 bedraagt 185 963 miljoen EUR in lopende prijzen, wat overeenkomt met 1,05 % van het bni. Het totale MFK-maximum voor betalingskredieten bedraagt 170 543 miljoen EUR in lopende prijzen, wat overeenkomt met 0,96 % van het bni.

Op 1 juni 2021 is Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (hierna “EMB 2020” genoemd) 3 in werking getreden. Het is met terugwerkende kracht van toepassing vanaf 1 januari 2021. Het maximum van de eigen middelen voor betalingskredieten is vastgesteld op 2,00 % van de som van de bni’s van alle lidstaten. 0,60 procentpunten hiervan betreft een tijdelijke verhoging die uitsluitend bedoeld is om alle verplichtingen uit hoofde van het herstelinstrument van de Europese Unie te dekken 4 .

De resulterende marge voor 2024 tussen het MFK-maximum voor betalingskredieten en het maximum van de eigen middelen voor betalingskredieten bedraagt 183 398 miljoen EUR, ofwel 1,04 % van het bni 5 .

De onderstaande tabel bevat informatie voor de periode 2021-2027 over de marge, als percentage van het bni, tussen het MFK-maximum voor betalingskredieten en het maximum van de eigen middelen voor betalingskredieten.

In % van het bni van de EU

2021

2022

2023 6

2024

2025

2026

2027

2021-2027

MFK-maximum voor betalingskredieten

1,18 %

1,12 %

1,03 %

0,96 %

0,94 %

0,92 %

0,91 %

1,01 %

Marge onder het maximum van de eigen middelen van 2,00 % van het bni overeenkomstig Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad

0,02 %

0,88 %

0,97 %

1,04 %

1,06 %

1,08 %

1,09 %

0,99 % 7

2.2.Aanpassing van het submaximum van rubriek 3

Op grond van artikel 2, lid 1, van de MFK-verordening moet het submaximum van rubriek 3 voor “marktgerelateerde uitgaven en directe betalingen” (pijler I van het gemeenschappelijk landbouwbeleid – GLB) in de periode 2021-2027 worden aangepast ingevolge de overdrachten tussen pijler I en pijler II van het GLB overeenkomstig de rechtshandeling tot vaststelling van deze overdrachten. Het totale maximum voor de vastleggingskredieten voor rubriek 3 blijft ongewijzigd.

Het submaximum van rubriek 3 is voor de vierde keer 8 aangepast in het kader van de technische aanpassing van het MFK voor 2024.

Met hun strategische GLB-plannen die overeenkomstig titel V van Verordening (EU) 2021/2115 9 zijn ingediend, hebben de lidstaten besloten middelen over te hevelen tussen rechtstreekse betalingen en plattelandsontwikkeling. Het resultaat is opgenomen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/813 van de Commissie van 8 februari 2023 10 . Deze overdrachten betreffen de verlaging van de rechtstreekse betalingen overeenkomstig artikel 17, lid 5, tweede alinea, en de flexibiliteit tussen de pijlers overeenkomstig artikel 103 van Verordening (EU) 2021/2115. Deze wijzigingen zijn van invloed op de toepassing van Verordening (EU) 2021/2115 voor de jaren 2024 - 2027.

De veranderingen in lopende prijzen in het submaximum van rubriek 3 worden omgerekend in prijzen van 2018 om de tabel van het meerjarig financieel kader, die in prijzen van 2018 wordt uitgedrukt, aan te passen. Hiertoe wordt het nettosaldo eerst omgezet in prijzen van 2018 door gebruik te maken van de vaste deflator van 2 % per jaar. Dit resultaat wordt vervolgens naar boven afgerond om het aangepaste submaximum in miljoen euro uit te drukken. De afronding naar boven is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het MFK-submaximum altijd hoger is dan het nettosaldo dat voor de uitgaven uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) beschikbaar is. Het resulterende kleine verschil vormt geen beschikbare marge, maar is uitsluitend het gevolg van de afronding. Voor elke jaarbegroting maakt de Commissie gebruik van de exacte bedragen van het nettosaldo dat voor de uitgaven uit het ELGF beschikbaar is.

Onderstaande tabel toont het nettoresultaat (in miljoen EUR) van de overdrachten tussen de twee pijlers van het GLB en de gevolgen daarvan voor het submaximum van rubriek 3.

Submaximum voor het ELGF (marktgerelateerde uitgaven en directe betalingen) na overdrachten in lopende prijzen en prijzen van 2018 (in miljoen EUR)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2021-2027

- in lopende prijzen -

Oorspronkelijk submaximum rubriek 3

40 925,000

41 257,000

41 518,000

41 649,000

41 782,000

41 913,000

42 047,000

291 091,000

Submaximum rubriek 3 vastgesteld in de laatste technische aanpassing (2023)

40 368,000

40 639,000

40 693,000

41 649,000

41 782,000

41 913,000

42 047,000

289 091,000

Netto-overdrachten tot nu toe

- 557,046

- 618,811

-825789

- 2 001,646

Netto-overdracht in de huidige technische aanpassing (2024)

-1 046,922

-1 117,072

-1 222,773

-1 396,205

-4 782,972

Totaal netto-overdrachten (pijler 1 naar pijler 2) ten opzichte van het oorspronkelijke submaximum

- 557,046

- 618,811

-825789

-1 046,922

-1 117,072

-1 222,773

-1 396,205

-6 784,618

Nettosaldo ELGF na alle overdrachten

40 367,954

40 638,189

40 692,211

40 602,078

40 664,928

40 690,227

40 650,795

284 306,382

Submaximum rubriek 3 na overdrachten

40 368,000

40 639,000

40 693,000

40 603,000

40 665,000

40 691,000

40 651,000

284 310,000

Afrondingsverschil

0046

0811

0789

0922

0072

0773

0205

3618

Verschil met het oorspronkelijke submaximum na alle overdrachten

- 557,000

- 618,000

-825,000

-1 046,000

-1 117,000

-1 222,000

-1 396,000

-6 781,000

- in prijzen van 2018 -

Oorspronkelijk submaximum rubriek 3

38 564,000

38 115,000

37 604,000

36 983,000

36 373,000

35 772,000

35 183,000

258 594,000

Submaximum rubriek 3 vastgesteld in de laatste technische aanpassing (2023)

38 040,000

37 544,000

36 857,000

36 983,000

36 373,000

35 772,000

35 183,000

256 752,000

Netto-overdrachten tot nu toe

- 524,375

- 571,595

-747811

1 095,970

Netto-overdracht in de huidige technische aanpassing (2024)

-929637

-972478

-1 043,625

-1 168,282

-4 114,022

Totaal netto-overdrachten (pijler 1 naar pijler 2) ten opzichte van het oorspronkelijke submaximum

- 524,375

- 571,595

-747811

-929637

-972478

-1 043,625

-1 168,282

-5 957,803

Nettosaldo ELGF na alle overdrachten

38 039,625

37 543,405

36 856,189

36 053,363

35 400,522

34 728,375

34 014,718

252 636,197

Submaximum rubriek 3 na overdrachten

38 040,000

37 544,000

36 857,000

36 054,000

35 401,000

34 729,000

34 015,000

252 640,000

Afrondingsverschil

0375

0595

0811

0637

0478

0625

0282

3803

Verschil met het oorspronkelijke submaximum na alle overdrachten

- 524,000

- 571,000

-747000

-929000

-972000

-1 043,000

-1 168,000

-5 954,000

2.3.Programmaspecifieke aanpassingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van de MFK-verordening

Overeenkomstig artikel 5, lid 2, en artikel 4, lid 1, punt e), van de MFK-verordening omvat deze mededeling voor 2024 de berekening van de aanvullende toewijzingen voor specifieke programma’s als bedoeld in bijlage II bij de MFK-verordening en de daaruit voortvloeiende opwaartse aanpassingen van de maxima voor vastleggings- en betalingskredieten.

Voor 2022 bedragen de ontvangsten uit op grond van de Verordeningen (EG) nr. 1/2003 11 en (EG) nr. 139/2004 12 opgelegde geldboeten (en de daarmee samenhangende rente) die tot het einde van het jaar als begrotingsontvangsten zijn opgenomen, 363 miljoen EUR 13 (322 miljoen EUR in prijzen van 2018). Dit bedrag ligt onder de minimumdrempel van 1 500 miljoen EUR in prijzen van 2018. Daarom vormt de minimumdrempel het totale volume van de aanpassing voor 2024 in prijzen van 2018.

De aanpassing in lopende prijzen bedraagt 1 690 miljoen EUR na toepassing van de jaarlijkse deflator van 2 % en afronding naar boven tot op miljoen euro overeenkomstig de wijze waarop de MFK-maxima zijn uitgedrukt. Dit bedrag stemt overeen met de opwaartse aanpassing van het totale maximum aan vastleggingskredieten en het maximum van de betalingskredieten voor 2024.

De uitsplitsing van de aanpassing per MFK-rubriek en programma is gebaseerd op de kolom “Verdeelsleutel” van bijlage II bij de MFK-verordening. De aanpassingen van de individuele maxima voor vastleggingskredieten worden naar boven afgerond tot het dichtstbijzijnde miljoen euro 14 .

VASTLEGGINGSMAXIMA:

Lopende prijzen

Prijzen van 2018

1. Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

614 000 000

545 000 000

Horizon Europa

460 500 000

408 750 000

InvestEU-fonds

153 500 000

136 250 000

2b. Veerkracht en waarden

922 000 000

819 000 000

EU4Health

445 703 758

395 912 558

Erasmus+

261 303 758

232 112 557

Creatief Europa

92 115 490

81 824 931

Rechten en waarden

122 876 994

109 149 954

4. Migratie en grensbeheer

154 000 000

136 000 000

Fonds voor geïntegreerd grensbeheer

154 000 000

136 000 000

Totaal vastleggingsmaximum:

1 690 000 000

1 500 000 000

BETALINGSMAXIMUM:

1 690 000 000

1 500 000 000

2.4.Aanpassing van het maximum voor betalingen overeenkomstig artikel 4, lid 1, punt d), en artikel 11, lid 1, punt b) — Enkelvoudig marge-instrument.

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, punt d), van de MFK-verordening vermeldt de technische aanpassing het bedrag van de aanpassing van het maximum voor de betalingskredieten in het kader van het enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, eerste alinea, punt b).

Het maximum voor betalingen bedroeg voor 2022 170 558 miljoen EUR in lopende prijzen. In 2022 is voor 168 642 miljoen EUR aan betalingen verricht. Aan dit bedrag moeten de overdrachten van 2022 naar 2023 worden toegevoegd (1 109 miljoen EUR), aangezien zij als uitgevoerd worden beschouwd.

De betalingen en overdrachten in verband met de speciale instrumenten (3 087 miljoen EUR) zijn uitgesloten van de uitvoering, aangezien zij overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de MFK-verordening worden beschouwd als zijnde boven de MFK-maxima. De begrotingsuitvoering die in aanmerking is genomen voor de berekening van het enkelvoudig marge-instrument bedraagt bijgevolg 166 664 miljoen EUR.

De resterende marge onder het maximum van de betalingen voor 2022 bedraagt 4 024 miljoen EUR in lopende prijzen.

Onderstaande tabel bevat de details van de berekening van het enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b).

Enkelvoudig marge-instrument, artikel 11, lid 1, punt b) (betalingen)

miljoen EUR

 

2022

 

 

 

(1)

Betalingsmaximum (prijzen van 2018) vóór enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt b)

157 568,0

(2)

Betalingsmaximum (lopende prijzen) vóór enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt b)

170 558,0

(3)

Beschikbaarstelling enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt c) in betalingen (+/-)

0,0

(4) = (2) + (3)

TOTAAL MAXIMUM OM DE UITVOERING VAN DE GOEDGEKEURDE BEGROTING TE VERGELIJKEN

170 558,0

(5)

Uitgevoerde betalingen voor de goedgekeurde begroting

168 642,1

(6)

Uitgevoerde betalingen voor de goedgekeurde begroting voor EFG

22,3

(7)

Uitgevoerde betalingen voor de goedgekeurde begroting voor SEAR – SFEU

18,1

(8)

Uitgevoerde betalingen voor de goedgekeurde begroting voor SEAR – reserve voor noodhulp

580,4

(9)

Uitgevoerde betalingen voor de goedgekeurde begroting voor de reserve voor aanpassing aan de brexit

1 253,2

(10)

Uitgevoerde betalingen voor de goedgekeurde begroting voor het flexibiliteitsinstrument

467,2

(11) = (6) + (7) + (8) +

+ (9) + (10)

Uitgevoerde betalingen voor de goedgekeurde begroting voor speciale instrumenten

2 341,3

(12)

Overdrachten van jaar n naar jaar n+1

1 109,2

(13)

Overdracht van jaar n naar jaar n+1 voor het EFG

0,1

(14)

Overdracht van jaar n naar jaar n+1 voor de reserve voor solidariteit en noodhulp

700,3

(15)

Overdracht van jaar n naar jaar n+1 voor de reserve voor aanpassing aan de brexit

45,7 

(16) = (13) + (14) + (15)

Overdracht van speciale instrumenten

746,2

(17)

Vervallen overdrachten van jaar n-1 naar jaar n

130,2

(18)

Vervallen overdracht van jaar n-1 naar jaar n voor EFG

0,0 

(19)

Vervallen overdracht van jaar n-1 naar jaar n voor SEAR

0,0 

(20)

Vervallen overdracht van jaar n-1 naar jaar n voor reserve voor aanpassing aan de brexit

0,0 

(21) = (18) + (19) + (20)

Vervallen overdracht van speciale instrumenten

0,0 

(22) = (5) + (12) - (17)

TOTAAL UITGEVOERDE BETALINGEN n + OVERDRACHT n NAAR n+1 - VERVALLEN OVERDRACHT n-1

169 621,0 

(23) = (11) + (16) - (21)

Speciale instrumenten: totaal uitvoering + overdracht - vervallen overdracht

3 087,5

(24) = (4) - (22) + (23)

Resterende marge

4 024,4

(25) = (24) afgerond op miljoen

Enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b)  
(lopende prijzen)

4 024,0

 (26) = (25) aangepast aan prijzen van 2018 met gebruikmaking van een deflator van 2 % en afgerond op miljoenen

 Enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b)  
(prijzen van 2018)

3 718,0

Het bedrag van het enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b), in prijzen van 2018 komt overeen met 3 718 miljoen EUR. Rekening houdend met het bepaalde in artikel 11, lid 3, wordt het betalingsmaximum voor 2022 met dit bedrag verlaagd. Het bedrag van van het enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b), wordt in drie gelijke delen (1 239,3 miljoen EUR) overgedragen naar de betalingsmaxima voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Dit resulteert in een ongewijzigd totaal betalingsmaximum voor de periode 2021-2027 in prijzen van 2018.

Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de MFK-verordening wordt voor de berekening van het enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b) en de corresponderende aanpassing van de maxima een deflator van 2 % gebruikt. Het maximum voor 2022 in lopende prijzen wordt derhalve verlaagd met 4 024 miljoen EUR en het maximum in lopende prijzen wordt verhoogd met 1 452 miljoen EUR voor 2026 en 1 481 miljoen EUR voor 2027. Als gevolg van de toepassing van artikel 11, lid 1, punt b), bedraagt het totale betalingsmaximum in lopende prijzen voor de periode 2021-2027 1 198 906 miljoen EUR.

Onderstaande tabel toont de details van de aanpassing van het betalingsmaximum als gevolg van de toepassing van het bepaalde in artikel 11, lid 1, punt b).

Aanpassing van de maxima enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b).

(miljoen EUR)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2021-2027

Oorspronkelijk betalingsmaximum (bijlage I bij Verordening 2020/2093)

 

 

 

 

 

 

 

 

Prijzen van 2018

156 557

154 822

149 936

149 936

149 936

149 936

149 936

1 061 058

lopende prijzen

166 140

167 585

165 542

168 853

172 230

175 674

179 187

1 195 211

Betalingsmaximum zoals voor het laatst aangepast (art. 7 aanpassing COM(2022)80 van 28 januari 2022)

 

 

 

 

 

 

 

 

Prijzen van 2018

156 557

156 322

149 936

149 936

149 936

149 936

149 936

1 062 558

lopende prijzen

166 140

169 209

165 542

168 853

172 230

175 674

179 187

1 196 835

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt b), van 2021

 

 

 

 

 

 

 

 

aanpassing van het betalingsmaximum (prijzen van 2018)

-2 492

1 246

1 246

 

 

0

aanpassing van het betalingsmaximum (lopende prijzen)

-2 644

1 349

1 376

 

 

81

Aangepast betalingsmaximum volgens artikel 11, lid 1, punt b) (technische aanpassing voor 2023)

 

 

 

 

 

 

 

 

Prijzen van 2018

154 067

157 568

151 182

149 936

149 936

149 936

149 936

1 062 558

lopende prijzen

163 496

170 558

166 918

168 853

172 230

175 674

179 187

1 196 916

Betalingsmaximum zoals voor het laatst aangepast (Technische aanpassing voor 2023 COM(2022)266 van 7 juni 2022)

 

 

 

 

 

 

 

 

Prijzen van 2018

154 067

157 568

152 682

149 936

149 936

149 936

149 936

1 064 058

lopende prijzen

163 496

170 558

168 575

168 853

172 230

175 674

179 187

1 198 573

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt b), van 2022

 

 

 

 

 

 

 

 

aanpassing van het betalingsmaximum (prijzen van 2018)

-3 718

1 239,3

1 239,3

1 239,3

0,0

aanpassing van het betalingsmaximum (lopende prijzen)

-4 024

1 424,0

1 452,0

1 481,0

333,0

Aangepast betalingsmaximum volgens artikel 11, lid 1, punt b) (technische aanpassing voor 2024)

 

 

 

 

 

 

 

 

Prijzen van 2018

154 067

153 850

152 682

149 936

151 175

151 175

151 175

1 064 058

lopende prijzen

163 496

166 534

168 575

168 853

173 654

177 126

180 668

1 198 906

De onderstaande tabel bevat nadere gegevens over de toepassing van de maximumbedragen voor de jaarlijkse aanpassing in 2025-2027 overeenkomstig artikel 11, lid 3. De overdrachten naar 2025, 2026 en 2027 zijn in overeenstemming met de in dat artikel vastgestelde maximumbedragen.

Aanpassingsmaximum (artikel 11, lid 3)

(miljoen EUR)

2021

2022

2023 

2024 

2025

2026

2027

Enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b) – aanpassingsmaximum (prijzen van 2018)

 

 

 

 

8 000

13 000

15 000

Aanpassingen van de maxima voor betalingen als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b), tot op heden (prijzen van 2018)

 

1 239

1 239

1 239

Resterende marge onder het maximum (prijzen van 2018)

 

6 761

11 761

13 761

Resterende marge onder het maximum (lopende prijzen)

 

 

 

 

7 766

13 779

16 445

3.Speciale instrumenten 

Speciale instrumenten zijn beschikbaar buiten de uitgavenmaxima van het meerjarig financieel kader 2021-2027. Deze instrumenten moeten waarborgen dat er snel kan worden gereageerd op uitzonderlijke of onvoorziene gebeurtenissen, en geven – binnen bepaalde, in de MFK-verordening vastgelegde grenzen – flexibiliteit boven de overeengekomen uitgavenmaxima.

3.1.Thematische speciale instrumenten

3.1.1.Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

Overeenkomstig artikel 8 van de MFK-verordening kan het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) 15 voor maximaal 186 miljoen EUR per jaar in prijzen van 2018 worden aangesproken, d.w.z. 209,5 miljoen EUR in lopende prijzen voor 2024 16 . De ongebruikte bedragen van het voorgaande jaar kunnen niet worden overgedragen.

De onderstaande tabel bevat nadere gegevens over de jaarlijkse beschikbaarheid van het EFG en, ter informatie, over de beschikbaarstelling van middelen per 31 december 2022.

Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) – vastleggingen

miljoen EUR

 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

Jaarlijkse bedragen in prijzen van 2018

186,0

186,0

186,0

186,0

186,0

186,0

186,0

1 302,0

Jaarlijkse bedragen in lopende prijzen

197,4

201,3

205,4

209,5

213,7

217,9

222,3

1 467,4

Jaarlijkse beschikbaarstelling

24,0

28,0

52,1

Vervallen

173,4

173,3

346,6

3.1.2.Reserve voor solidariteit en noodhulp

Overeenkomstig artikel 9 van de MFK-verordening kan de reserve voor solidariteit en noodhulp voor maximaal 1 200 miljoen EUR per jaar in prijzen van 2018 worden aangesproken, d.w.z. 1 351,4 miljoen EUR in lopende prijzen voor 2024. Elk deel van het niet-bestede bedrag van het voorgaande jaar kan worden overgedragen naar het volgende jaar. Het deel van het jaarlijkse bedrag uit het voorgaande jaar wordt het eerst aangesproken. Elk deel van het bedrag van jaar n dat in jaar n+1 niet is gebruikt, vervalt.

De onderstaande tabel bevat nadere gegevens over de jaarlijkse beschikbaarheid van de SEAR en, ter informatie, over de beschikbaarstelling van middelen per 31 december 2022.

Reserve voor solidariteit en noodhulp (Solidarity and Emergency Aid – SEAR) – vastleggingen

miljoen EUR

 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

Jaarlijkse bedragen in prijzen van 2018

1 200,0

1 200,0

1 200,0

1 200,0

1 200,0

1 200,0

1 200,0

8 400,0

Jaarlijkse bedragen in lopende prijzen

1 273,5

1 298,9

1 324,9

1 351,4

1 378,4

1 406,0

1 434,1

9 467,2

Overgedragen van het voorgaande jaar

48,0

40,8

-

Vervroegd toegewezen van het volgende jaar (SFEU)

-

-

-

Jaarlijkse beschikbaarstelling

1 280,7

1 339,7

2 620,4

Overgedragen naar het volgende jaar

40,8

-

Vervallen

-

-

3.1.3.Reserve voor aanpassing aan de brexit

Overeenkomstig artikel 10 van de MFK-verordening kan voor een totaalbedrag van 5 000 miljoen EUR in prijzen van 2018, d.w.z. 5 470,4 miljoen EUR in lopende prijzen, gedurende de periode 2021-2025 een beroep worden gedaan op de reserve voor aanpassing aan de brexit onder voorbehoud van en in overeenstemming met de voorwaarden die in het desbetreffende instrument zijn vastgesteld.

Het profiel van de jaarlijkse bedragen voor de reserve voor aanpassing aan de brexit moet in de desbetreffende basishandeling worden vastgesteld 17 . Onderstaande tabel bevat nadere gegevens over het jaarlijkse toewijzingsprofiel van het totale bedrag aan vastleggingskredieten en, ter informatie, de beschikbaarstelling van middelen in 2022 18 .

Reserve voor aanpassing aan de brexit – vastleggingen

miljoen EUR

 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

Jaarlijkse bedragen in prijzen van 2018

1 600,0

1 200,0

1 200,0

1 000,0

5 000,0

Jaarlijkse bedragen in lopende prijzen

1 697,9

1 298,9

1 324,9

1 148,7

5 470,4

Jaarlijkse beschikbaarstelling

1 697,9

1 298,9

2 996,9

3.2.Niet-thematische speciale instrumenten

3.2.1.Enkelvoudig marge-instrument

3.2.1.1. Bedrag aan vastleggingskredieten dat beschikbaar is in het kader van het enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt a)

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, punt c), van de MFK-verordening berekent de Commissie in het kader van de jaarlijkse technische aanpassing van het MFK het bedrag aan vastleggingskredieten dat beschikbaar is krachtens het enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, eerste alinea, punt a), en deelt zij dit mee. Dit bedrag wordt in deze mededeling voor de eerste keer berekend.

In artikel 11, lid 1, punt a), van de MFK-verordening wordt bepaald dat marges die beschikbaar blijven onder de MFK-maxima voor vastleggingskredieten van het jaar n-1 beschikbaar zullen worden gesteld boven de maxima voor vastleggingskredieten van het MFK voor de jaren 2022 tot en met 2027.

In de definitieve jaarlijkse EU-begroting voor 2022 bedraagt de beschikbaar gebleven marge onder het vastleggingsmaximum 705,4 miljoen EUR in lopende prijzen. De vastleggingen voor speciale instrumenten (met inbegrip van de beschikbaarstelling van middelen van het enkelvoudig marge-instrument als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt a), en artikel 11, lid 1, punt c)) worden niet in aanmerking genomen, aangezien zij in de begroting worden opgenomen boven de MFK-maxima overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de MFK-verordening.

Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de MFK-verordening wordt voor de berekening van de technische aanpassing een vaste deflator van 2 % per jaar gebruikt. De resterende marge van 2022 die voor 2023 beschikbaar wordt gesteld, bedraagt 705,4 miljoen EUR in lopende prijzen in 2022 oftewel 719,5 miljoen EUR in lopende prijzen in 2023. Indien het in 2023 niet wordt gebruikt, zal het in 2024 beschikbare enkelvoudige marge-instrument dus gelijk zijn aan 733,9 miljoen EUR (in lopende prijzen van 2024).

De onderstaande tabel bevat de details van de berekening van het enkelvoudig marge-instrument uit 2022.

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt a) – oorspronkelijk uit 2022

Miljoen EUR, lopende prijzen

(1)

Vastleggingsmaximum 2022 (op 31/12/2021)

179 765,000

(2)

Totaal toegestane kredieten begroting 2022

182 227,188

(3)= (4)+(5)+(6)+

+(7)+(8)+(9)

waarvan speciale instrumenten:

3 167,613

(4)

SEAR (Solidariteitsfonds van de Europese Unie + Reserve voor noodhulp)

1 298,919

(5)

Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering

201,332

(6)

Reserve voor aanpassing aan de brexit

1 298,919

(7)

Flexibiliteitsinstrument

368,443

(8)

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt c), beschikbaar gesteld in 2022 (na verrekening in 2022)

-

(9)

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt a), beschikbaar gesteld in 2022

-

(10)= (1)-(2)+(3)

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt a), 2022 (lopende prijzen)

705,426

(11)

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt a), (prijzen van 2018)

664738

(12) = (10)*1,02

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt a), beschikbaar in 2023 (lopende prijzen)

719,534

(13)= (12)*1,02

Enkelvoudig marge-instrument, art. 11, lid 1, punt a), beschikbaar in 2024 (lopende prijzen)

733,925

Onderstaande tabel toont de details van de beschikbare middelen en het gebruik van het enkelvoudig marge-instrument sinds 2021:

miljoen EUR

2021

2022

2023

Beschikbare marge vastleggingen einde v.h. jaar (bevestigd door jaarlijkse technische aanpassing)

628,966

705,426

 

Jaarlijks beschikbare middelen van het enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a)

641,545

1 373,910

Enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a) uit 2021

641,545

654,376

Enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a) uit 2022

719,534

Jaarlijkse besteding van middelen van het enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a)

0000

280,000

Enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a) uit 2021

0,000

280,000

Enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a) uit 2022

 

Op het eind van het jaar resterende middelen van het enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a)

641545

1 093.910

Enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a) uit 2021

641,545

374,376

Enkelvoudig marge-instrument art. 11, lid 1, punt a) uit 2022

719,534

3.2.1.2. Totale maximumbedragen in vastleggingen en betalingen die beschikbaar kunnen worden gesteld krachtens het enkelvoudig marge-instrument overeenkomstig art. 11, lid 1, punt a), en art. 11, lid 1, punt c).

Het in artikel 11, lid 2, eerste alinea, punt a), bedoelde totale maximumbedrag is 0,04 % van het bni van de EU, wat overeenkomt met 7 078,8 miljoen EUR in 2024.

Het in artikel 11, lid 2, eerste alinea, punt b), bedoelde totale maximumbedrag is 0,03 % van het bni van de EU, wat overeenkomt met 5 309,1 miljoen EUR in 2024.

3.2.2.Flexibiliteitsinstrument

Overeenkomstig artikel 12 van de MFK-verordening kan het flexibiliteitsinstrument voor maximaal 915 miljoen EUR per jaar in prijzen van 2018 worden aangesproken, d.w.z. 1 030,4 miljoen EUR in lopende prijzen voor 2024. Elk deel van de niet-bestede jaarlijkse bedragen van de voorgaande twee jaren kan worden overgedragen.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de jaarlijkse beschikbare middelen van het flexibiliteitsinstrument en, ter informatie, de beschikbaarstelling van vastleggingskredieten tot en met de begroting 2023 zoals vastgesteld op 23 november 2022 19 .

Flexibiliteitsinstrument

miljoen EUR

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

Jaarlijkse bedragen in prijzen van 2018

915,0

915,0

915,0

915,0

915,0

915,0

915,0

6 405,0

Jaarlijkse bedragen in lopende prijzen

971,0

990,4

1 010,2

1 030,4

1 051,0

1 072,1

1 093,5

7 218,7

Overgedragen van het voorgaande jaar

-

208,6

830,6

Jaarlijkse beschikbaarstelling

762,4

368,4

1 235,7

2 366,6

Overgedragen naar het volgende jaar

208,6

830,6

Vervallen

-

-

Het betalingsschema voor de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument uit de goedgekeurde begroting 2023 en van uitstaande bedragen die voortvloeien uit de beschikbaarstelling van middelen in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 is in de volgende tabel opgenomen.

Flexibiliteitsinstrument – betalingsprofiel (lopende prijzen)

miljoen EUR

Oorsprong beschikbaarstelling

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

MFK 2014-2020

583,0

207,1

122,2

0,0

0,0

0,0

0,0

912,3

2021

703,5

40,9

10,3

7,6

0,0

0,0

0,0

762,4

2022

219,2

62,7

49,8

36,7

368,4

2023

752,9

279,0

120,6

83,2

1 235,7

Totaal

1 286,6

467,2

948,1

336,4

157,3

83,2

3 278,9

4.Overzichtstabel en conclusies

De onderstaande tabellen geven een overzicht van de uit artikel 2, lid 1, artikel 5 en artikel 11, lid 1, punt b), van de MFK-verordening voortvloeiende aanpassingen van de maxima voor vastleggings- en betalingskredieten in het meerjarig financieel kader, in lopende prijzen en in prijzen van 2018, zoals opgenomen in deze mededeling:

Miljoen EUR, lopende prijzen

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2021-2027

1. Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

614

614

2. Cohesie, veerkracht en waarden

922

922

2a. Economische, sociale en territoriale cohesie

0

2b. Veerkracht en waarden

922

922

3. Natuurlijke hulpbronnen en milieu

0

waarvan: Marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

-1 046

-1 117

-1 222

-1 396

-4 781

4. Migratie en grensbeheer

154

154

5. Veiligheid en defensie

0

6. Nabuurschap en de wereld

0

7. Europees openbaar bestuur

0

waarvan: Administratieve uitgaven van de instellingen

0

Totale wijziging vastleggingskredieten

0

0

0

1 690

0

0

0

1 690

Totale wijziging betalingskredieten

0

-4 024

0

1 690

1 424

1 452

1 481

2 023

Miljoen EUR, prijzen van 2018

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2021-2027

1. Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

545

545

2. Cohesie, veerkracht en waarden

819

819

2a. Economische, sociale en territoriale cohesie

0

2b. Veerkracht en waarden

819

819

3. Natuurlijke hulpbronnen en milieu

0

waarvan: Marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

-929

-972

-1 043

-1 168

-4 112

4. Migratie en grensbeheer

136

136

5. Veiligheid en defensie

0

6. Nabuurschap en de wereld

0

7. Europees openbaar bestuur

0

waarvan: Administratieve uitgaven van de instellingen

0

Totale wijziging vastleggingskredieten

0

0

0

1 500

0

0

0

1 500

Totale wijziging betalingskredieten

0

-3 718

0

1 500

1 239

1 239

1 239

1 500

(1)     PB L 433I van 22.12.2020, blz. 11
(2)      Europese Commissie, Europese economische prognoses (voorjaar 2023): European Economic Forecast. Spring 2023 (europa.eu) ; https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/european-economic-forecast-spring-2023_en )
(3)    PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1.
(4)    Verordening (EU) 2020/2094 van de Raad van 14 december 2020 tot vaststelling van een herstelinstrument van de Europese Unie ter ondersteuning van het herstel na de COVID-19-crisis (PB L 433I van 22.12.2020, blz. 23).
(5)    De specifieke marge onder de tijdelijke verhoging van het eigenmiddelenmaximum ten belope van 0,60 % van de som van de bni’s van alle lidstaten zal afhangen van de uitgaven die voor 2024 worden toegestaan voor verplichtingen in het kader van het herstelinstrument van de Europese Unie en de overeenkomstige eigen middelen waarmee deze zullen worden gefinancierd.
(6)    Overeenkomstig artikel 4, lid 4, van de MFK-verordening worden het MFK-maximum voor betalingskredieten en de marges voor 2021,2022 en 2023 niet verder aangepast na de technische aanpassing voor 2021 (die aan het Europees Parlement en de Raad is meegedeeld op 18.12.2020 (COM(2020)848 final)), voor 2022 (die aan het Europees Parlement en de Raad is meegedeeld op 7.6.2021 (COM(2021)365 final) en voor 2023 (die aan het Europees Parlement en de Raad is meegedeeld op 7.6.2022 (COM(2022)266 final).
(7)    Dit percentage wordt berekend door het gemiddelde van de jaarlijkse MFK-maxima voor betalingskredieten voor elk jaar van de periode 2021-2027 (d.w.z. 1,01 % van de som van de bni’s van alle lidstaten) af te trekken van het maximum van de eigen middelen voor betalingskredieten van 2,00 % van de som van de bni’s van alle lidstaten, dat geldt voor de gehele periode 2021-2027.
(8)    De eerste aanpassing werd beschreven in de technische aanpassing van het financieel kader voor 2021 (COM(2020) 848 final) van 18 december 2020. De aanpassing voor 2022 werd beschreven in COM(2021)365 van 4 juni 2021. De derde aanpassing (voor 2023) werd beschreven in COM(2022)266 van 7 juni 2022.
(9)      Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013.
(10)      Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/813 van de Commissie van 8 februari 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de toewijzingen van de lidstaten voor rechtstreekse betalingen en wat betreft de jaarlijkse uitsplitsing per lidstaat van de steun van de Unie voor plattelandsontwikkeling (PB L 102 van 17.04.2023, blz. 1).
(11)      Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1.
(12)      Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de “EG-concentratieverordening”), PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.
(13)      Op basis van de voorlopige jaarrekening 2022 (artikelen 420 en 424) na aftrek van het bedrag dat geïnd is voor het jaar n-1 als bedoeld in artikel 141, lid 1, van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
(14)      Het bedrag voor de rubriek met het hoogste aandeel wordt vastgesteld als het verschil tussen de totale aanpassing en de som van de bedragen voor alle andere rubrieken, om afrondingsdiscrepanties te vermijden.
(15)      Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1309/2013, PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48.
(16)      Overeenkomstig de MFK-verordening is de omzetting gebaseerd op een vaste deflator van 2 % per jaar. Het resultaat in lopende prijzen wordt uitgedrukt in miljoenen en op drie decimalen afgerond. Dit is een horizontale aanpak die van toepassing is op alle speciale instrumenten.
(17)      Verordening (EU) 2021/1755 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2021 tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de Brexit, PB L 357 van 8.10.2021, blz. 1.
(18)     Na de vaststelling van Verordening (EU) 2023/435 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/241 wat betreft REPowerEU-hoofdstukken in herstel- en veerkrachtplannen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013, (EU) 2021/1060 en (EU) 2021/1755 en Richtlijn 2003/87/EG (PB L 63 van 28.2.2023, blz. 1), mochten de lidstaten hun voorlopige toewijzing geheel of gedeeltelijk overdragen van de middelen van de reserve voor aanpassing aan de brexit naar de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Op basis van de door de lidstaten ingediende verzoeken bedraagt het totale bedrag dat van de reserve voor aanpassing aan de brexit naar de herstel- en veerkrachtfaciliteit moet worden overgedragen 2,1 miljard EUR.
(19)    PB L 52 van 23.2.2023, blz. 1.
Top

Brussel, 6.6.2023

COM(2023) 320 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Technische aanpassing van het meerjarig financieel kader voor 2024 overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027


Tabel 1    MEERJARIG FINANCIEEL KADER (EU-27), AANGEPAST VOOR 2024 – prijzen van 2018

(miljoen EUR – prijzen 2018)

VASTLEGGINGSKREDIETEN

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal 
2021-2027

1 Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

19 712

20 211

19 678

19 178

18 518

18 646

18 473

134 416

2 Cohesie, veerkracht en waarden

5 996

62 642

63 525

65 079

65 286

56 787

58 809

378 124

2a Economische, sociale en territoriale cohesie

1 666

56 673

57 005

57 436

57 874

48 414

49 066

328 134

2b Veerkracht en waarden

4 330

5 969

6 520

7 643

7 412

8 373

9 743

49 990

3 Natuurlijke hulpbronnen en milieu

53 562

52 626

51 893

51 013

50 107

48 932

48 161

356 294

Waarvan: Marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

38 040

37 544

36 857

36 054

35 401

34 729

34 015

252 640

4 Migratie en grensbeheer

1 687

3 104

3 454

3 569

3 820

3 682

3 736

23 052

5 Veiligheid en defensie

1 598

1 750

1 762

1 779

1 952

2 078

2 263

13 182

6 Nabuurschap en internationaal beleid

15 309

15 522

14 789

14 056

13 323

12 592

12 828

98 419

7 Europees openbaar bestuur

10 021

10 215

10 342

10 454

10 554

10 673

10 843

73 102

Waarvan: Administratieve uitgaven van de instellingen

7 742

7 878

7 945

7 997

8 025

8 077

8 188

55 852

TOTAAL VASTLEGGINGSKREDIETEN

107 885

166 070

165 443

165 128

163 560

153 390

155 113

1 076 589

als % van het BNI

0,82 %

1,20 %

1,12 %

1,05 %

1,02 %

0,94 %

0,93 %

1,01 %

TOTAAL BETALINGSKREDIETEN

154 065

153 850

152 682

151 436

151 175

151 175

151 175

1 065 558

als % van het BNI

1,18 %

1,12 %

1,03 %

0,96 %

0,94 %

0,92 %

0,91 %

1,01 %



Tabel 2    MEERJARIG FINANCIEEL KADER (EU-27), AANGEPAST VOOR 2024 – lopende prijzen

(miljoen EUR — lopende prijzen)

VASTLEGGINGSKREDIETEN

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal 
2021-2027

1. Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

20 919

21 878

21 727

21 598

21 272

21 847

22 077

151 318

2 Cohesie, veerkracht en waarden

6 364

67 806

70 137

73 289

74 993

66 536

70 283

429 408

2a Economische, sociale en territoriale cohesie

1 769

61 345

62 939

64 683

66 479

56 725

58 639

372 579

2b Veerkracht en waarden

4 595

6 461

7 198

8 606

8 514

9 811

11 644

56 829

3 Natuurlijke hulpbronnen en milieu

56 841

56 965

57 295

57 449

57 558

57 332

57 557

400 997

Waarvan: Marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

40 368

40 639

40 693

40 603

40 665

40 691

40 651

284 310

4 Migratie en grensbeheer

1 791

3 360

3 814

4 020

4 387

4 315

4 465

26 152

5 Veiligheid en defensie

1 696

1 896

1 946

2 004

2 243

2 435

2 705

14 925

6 Nabuurschap en internationaal beleid

16 247

16 802

16 329

15 830

15 304

14 754

15 331

110 597

7 Europees openbaar bestuur

10 635

11 058

11 419

11 773

12 124

12 506

12 959

82 474

Waarvan: Administratieve uitgaven van de instellingen

8 216

8 528

8 772

9 006

9 219

9 464

9 786

62 991

TOTAAL VASTLEGGINGSKREDIETEN

114 493

179 765

182 667

185 963

187 881

179 725

185 377

1 215 871

als % van het BNI

0,82 %

1,20 %

1,12 %

1,05 %

1,02 %

0,94 %

0,93 %

1,01 %

TOTAAL BETALINGSKREDIETEN

163 496

166 534

168 575

170 543

173 654

177 126

180 668

1 200 596

als % van het BNI

1,18 %

1,12 %

1,03 %

0,96 %

0,94 %

0,92 %

0,91 %

1,01 %

Top