EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52022PC0275

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) 2022/109 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn

COM/2022/275 final

Brussel, 7.6.2022

COM(2022) 275 final

2022/0182(NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2022/109 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Bij Verordening (EU) 2022/109 1 is, in afwachting van de publicatie van het definitieve ICES-advies, een voorlopige totale toegestane vangst (TAC) voor Noordse garnaal (Pandalus borealis) in ICES-sector 3a (Kattegat/Skagerrak) vastgesteld voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2022. Daarnaast zijn in Verordening (EU) 2022/109, in afwachting van de publicatie van het ICES-advies, de voorlopige TAC’s voor sprot in ICES-sector 3a (Kattegat/Skagerrak), sector 2a (Noorse Zee) en deelgebied 4 (Noordzee) op nul vastgesteld voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023. Bovendien is bij Verordening (EU) 2022/109, in afwachting van de publicatie van het ICES-advies, een voorlopige TAC voor sprot in de ICES-sectoren 7d en 7e (Kanaal) vastgesteld voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022.

De definitieve vangstmogelijkheden voor Noordse garnaal in ICES-sector 3a worden overeengekomen door de Unie en Noorwegen. De vangstmogelijkheden voor sprot in ICES-sector 3a en in ICES-sector 2a en ICES-deelgebied 4 voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 worden overeengekomen door de Unie, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. De definitieve vangstmogelijkheden voor sprot in de ICES-sectoren 7d en 7e worden overeengekomen door de Unie en het Verenigd Koninkrijk. Het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) voor die TAC’s is op 9 mei gepubliceerd. Daarom worden de vangstmogelijkheden voor die TAC’s, in afwachting van het resultaat van dat overleg, als p.m. aangegeven. Zodra het resultaat van het overleg bekend is, wordt een non-paper van de diensten van de Commissie met de betrokken vangstmogelijkheden aan de Raad voorgelegd. De Raad moet vervolgens de desbetreffende vangstmogelijkheden vastleggen.

Bij Verordening (EU) 2022/109 is de TAC voor ansjovis (Engraulis encrasicolus) in de ICES-deelgebieden 9 en 10 en de wateren van de Unie van de Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf) 34.1.1 voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 op nul vastgesteld, in afwachting van het wetenschappelijk advies voor die periode. De ICES brengt zijn advies voor het bestand pas in juni 2022 uit. Om ervoor te zorgen dat de visserij kan worden voortgezet totdat de definitieve TAC op basis van het meest recente wetenschappelijke advies is vastgesteld, moet op basis van de vangsten in het derde kwartaal van 2021 een voorlopige TAC van 10 061 ton voor de maanden juli, augustus en september 2022 worden ingevoerd.

Aangezien de betrokken lidstaten geen overeenstemming hadden bereikt over een definitieve verdeelsleutel, werd bij Verordening (EU) 2022/109 voor de eerste helft van 2022 een eerste deel (50 %) van het quotum van de Unie voor geelvintonijn (Thunnus albacares) in het bevoegdheidsgebied van de IOTC (Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan) voor 2022 toegewezen aan de lidstaten.

De definitieve verdeelsleutel voor het quotum van de Unie voor geelvintonijn in het IOTC-gebied moet nog door de betrokken lidstaten worden overeengekomen en het resterende deel van dat quotum van de Unie voor 2022 moet nog worden toegewezen. Bijgevolg worden de vangstmogelijkheden voor dat bestand aangegeven als p.m., in afwachting van een akkoord tussen de betrokken lidstaten over de definitieve interne toewijzing. Zodra het resultaat van de besprekingen tussen de betrokken lidstaten bekend is, wordt een non-paper van de diensten van de Commissie met de betrokken vangstmogelijkheden aan de Raad voorgelegd. De Raad moet vervolgens de desbetreffende vangstmogelijkheden vastleggen vóór het einde van de toepassingsperiode van de initiële toewijzing op 30 juni 2022.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met de doelstellingen en regels van het GVB en met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met de andere beleidsgebieden van de Unie, en met name met het milieubeleid.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De verplichting van de Unie om de levende aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van de GVB-verordening.

Subsidiariteit

Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, punt d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Evenredigheid

Het voorstel betreft de toewijzing van vangstmogelijkheden aan de lidstaten in overeenstemming met de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 2 . Op grond van de artikelen 16 en 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de lidstaten beslissen hoe de hun toegewezen vangstmogelijkheden kunnen worden toegewezen aan vaartuigen die hun vlag voeren, in overeenstemming met bepaalde criteria voor de toewijzing van vangstmogelijkheden. De lidstaten beschikken derhalve over de nodige speelruimte om in het kader van de benutting van de vangstmogelijkheden die onder het voorstel vallen, de toegewezen TAC’s te verdelen volgens het sociale/economische model van hun keuze.

Keuze van het instrument

Voorgesteld instrument: verordening.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing.

Raadpleging van belanghebbenden

Tijdens het overleg met Noorwegen over Noordse garnaal en tijdens het overleg met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen over sprot zal de Commissie de belanghebbenden, en met name vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties en van organisaties van de visserijsector informeren en raadplegen. De Commissie zal ook contact onderhouden met de overheden van de lidstaten in de vorm van intensieve coördinatie.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Voor Noordse garnaal en sprot zal het voorstel gebaseerd zijn op het beschikbare wetenschappelijke advies van de ICES en op de resultaten van het overleg met het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen.

Effectbeoordeling

Wat Noordse garnaal en sprot betreft, geeft het voorstel hoofdzakelijk uitvoering aan internationaal overeengekomen maatregelen. Alle elementen die van belang zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van de vangstmogelijkheden, worden in aanmerking genomen bij het voorbereiden en voeren van internationale onderhandelingen waarin vangstmogelijkheden van de Unie worden overeengekomen met derden.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

Niet van toepassing.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De voorgestelde maatregelen hebben geen gevolgen voor de begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

In de goedgekeurde notulen van het visserijoverleg tussen de Unie en Noorwegen voor 2022 zijn de partijen overeengekomen een voorlopige TAC in te voeren voor Noordse garnaal in ICES-sector 3a, aangezien het desbetreffende advies begin 2022 zou worden geactualiseerd, overeenkomstig de beheersstrategie voor de lange termijn voor die soort. De ICES heeft onlangs een benchmarking van de beoordelingsmethodiek voor dit bestand uitgevoerd en deze benchmark kan leiden tot wijzigingen in de referentiepunten van die beheersstrategie. De partijen zijn overeengekomen over de invoering van een definitieve TAC voor 2022 overleg te plegen na de publicatie van het geactualiseerde ICES-advies op 9 mei 2022 en rekening houdend met eventuele aanpassingen van de beheersstrategie.

Sprot is een kortlevende soort. Daarom moeten de vangstmogelijkheden snel na de publicatie van het ICES-advies van 9 mei worden vastgesteld, zodat de visserij van start kan gaan. De visserijactiviteiten vangen op 1 juli 2022 aan. Sinds april 2019 brengt de ICES één advies uit voor sprot in ICES-sector 3a (Kattegat/Skagerrak) enerzijds en sprot in ICES-sector 2a (Noorse Zee) en ICES-deelgebied 4 (Noordzee) anderzijds, aangezien ze worden beschouwd als één biologisch bestand hoewel het beheer ervan nog steeds in twee gebieden wordt opgesplitst. In 2022 heeft de ICES de publicatiedatum van zijn advies voor sprot in de sectoren 7d en 7e (Kanaal) gewijzigd en in overeenstemming gebracht met die van sprot in ICES-sector 3a (Kattegat/Skargerrak), ICES-sector 2a (Noorse Zee) en ICES-deelgebied 4 (Noordzee), om het beter op het visseizoen af te stemmen en de meest recente onderzoeksgegevens te kunnen betrekken in de beoordeling.

Tijdens haar jaarvergadering van 2021 heeft de IOTC herziene vangstbeperkingen voor geelvintonijn aangenomen, die niet langer slechts betrekking hebben op ringzegenvaartuigen, maar voortaan gelden voor alle vistuigen die gebruikt worden bij de visserij op geelvintonijn. Bij Verordening (EU) 2022/109 zijn die herziene vangstbeperkingen in Unierecht omgezet. Na de jaarvergadering heeft de Commissie technisch overleg met de betrokken lidstaten gepleegd om een overeenkomst over een alle vistuigen omvattende interne verdeelsleutel van de Unie voor geelvintonijn te vergemakkelijken. In maart 2022 hadden de betrokken lidstaten echter nog geen overeenstemming bereikt over een definitieve verdeelsleutel. Tegen deze achtergrond en gezien de noodzaak om de in het IOTC-gebied opererende vloot van de Unie vangstmogelijkheden toe te kennen, werd bij Verordening (EU) 2022/109 voor de eerste helft van 2022 een eerste deel (50 %) van het quotum van de Unie voor geelvintonijn in het IOTC-gebied voor 2022 toegewezen aan de lidstaten.

2022/0182 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2022/109 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Bij Verordening (EU) 2022/109 van de Raad 3 zijn voor 2022 voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn.

(2)Bij Verordening (EU) 2022/109 is, in afwachting van de publicatie van het definitieve wetenschappelijke advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES), een voorlopige totale toegestane vangst (TAC) voor Noordse garnaal (Pandalus borealis) in ICES-sector 3a (Kattegat/Skagerrak) vastgesteld. De definitieve TAC voor dat bestand moet worden vastgesteld in overeenstemming met dat definitieve advies en met het resultaat van het overleg tussen de Unie en Noorwegen.

(3)Bij Verordening (EU) 2022/109 zijn, in afwachting van de publicatie van het desbetreffende wetenschappelijke advies van de ICES, de voorlopige TAC’s voor sprot (Sprattus sprattus) in ICES-sector 3a (Kattegat/Skagerrak) en in ICES-sector 2a (Noorse Zee) en ICES-deelgebied 4 (Noordzee) op nul vastgesteld voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023. De definitieve TAC’s voor die beheersgebieden moeten worden vastgesteld in overeenstemming met dat advies en met het resultaat van het overleg tussen de Unie, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk.

(4)Bij Verordening (EU) 2022/109 is een voorlopige TAC voor sprot in de ICES-sectoren 7d en 7e (Kanaal) vastgesteld voor de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2022, in afwachting van de publicatie van het desbetreffende wetenschappelijke advies van de ICES voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023. In 2022 heeft de ICES op 9 mei 2022 advies uitgebracht. De definitieve TAC voor dat bestand moet worden vastgesteld in overeenstemming met het advies en met het resultaat van het overleg tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk.

(5)Bij Verordening (EU) 2022/109 is de TAC voor ansjovis (Engraulis encrasicolus) in de ICES-deelgebieden 9 en 10 en de wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 op nul vastgesteld, in afwachting van het wetenschappelijk advies voor die periode. De ICES brengt zijn advies voor dat bestand in juni 2022 uit. Om ervoor te zorgen dat de visserij kan worden voortgezet totdat de definitieve TAC op basis van het meest recente wetenschappelijke advies is vastgesteld, moet op basis van de vangsten in het derde kwartaal van 2021 een voorlopige TAC van 10 061 ton voor de maanden juli, augustus en september 2022 worden ingevoerd.

(6)Bij Verordening (EU) 2022/109 zijn de herziene vangstbeperkingen voor geelvintonijn (Thunnus albacares) in het bevoegdheidsgebied van de IOTC (Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan) omgezet in Unierecht. De herziene vangstbeperkingen hebben niet langer slechts betrekking op ringzegenvaartuigen, maar gelden voortaan voor alle vistuigen die gebruikt worden bij de visserij op geelvintonijn. Daarnaast werd vanwege het feit dat de betrokken lidstaten nog geen overeenstemming hadden bereikt over de verdeling van de herziene vangstbeperkingen, bij Verordening (EU) 2022/109 voor de eerste helft van 2022 een eerste deel (50 %) van het quotum van de Unie voor geelvintonijn in het IOTC-gebied voor 2022 toegewezen aan de lidstaten.

(7)Het resterende deel van het quotum van de Unie voor geelvintonijn in het IOTC-gebied voor 2022 moet derhalve vóór het einde van de toepassingsperiode van de initiële toewijzing op 30 juni 2022 worden toegewezen in overeenstemming met het resultaat van de besprekingen tussen de betrokken lidstaten over de verdeling van het quotum van de Unie voor dat bestand.

(8)Verordening (EU) 2022/109 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)De vangstbeperkingen van Verordening (EU) 2022/109 zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2022. De vangstbeperkingen van de onderhavige verordening moeten derhalve eveneens met ingang van die datum van toepassing zijn. Een dergelijke toepassing met terugwerkende kracht doet geen afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen aangezien de betrokken vangstmogelijkheden worden verhoogd of nog niet zijn opgebruikt. Gezien de urgentie om onderbrekingen in de visserijactiviteiten te voorkomen, moet deze verordening in werking treden op de datum na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2022/109

Verordening (EU) 2022/109 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2
Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) 2022/109 van de Raad van 27 januari 2022 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 21 van 31.1.2022, blz. 1).
(2)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(3)    Verordening (EU) 2022/109 van de Raad van 27 januari 2022 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 21 van 31.1.2022, blz. 1).
Top

Brussel, 7.6.2022

COM(2022) 275 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2022/109 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn


BIJLAGE

Bijlage IA bij Verordening (EU) 2022/109 wordt als volgt gewijzigd:

1)    In deel A, betreffende autonome Uniebestanden, wordt de eerste tabel vervangen door:

Soort:

Ansjovis

Gebied:

9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1

 

Engraulis encrasicolus

 

(ANE/9/3411)

 

Spanje

 

4 812

(1)

Voorzorgs-TAC

 

 

Portugal

5 249

(1)

Unie

10 061

(1)

TAC

10 061

(1)

(1)

Dit quotum mag alleen worden gevangen van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023.

”.

2)    In deel B, betreffende gedeelde bestanden, worden de tabellen voor de hieronder vermelde bestanden vervangen door:

i)    de tabel met de vangstmogelijkheden voor Noordse garnaal in ICES-sector 3a wordt vervangen door:

Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Gebied:

3a

(PRA/03A.)

Denemarken

p.m.

Analytische TAC

Art. 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Art. 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden

p.m.

Unie

p.m.

TAC

p.m.

”;



ii)    de tabel met de vangstmogelijkheden voor sprot en geassocieerde bijvangsten in ICES-sector 3a wordt vervangen door:

Soort:

Sprot en geassocieerde bijvangsten

Sprattus sprattus

Gebied:

3a

(SPR/03A.)

Denemarken

p.m.

(1)(2)

Analytische TAC

Duitsland

p.m.

(1)(2)

Zweden

p.m.

(1)(2)

Unie

p.m.

(1)(2)

TAC

p.m.

(2)

(1)

Maximaal 5 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting en schelvis (OTH/*03A.). Overeenkomstig deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van wijting en schelvis en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

(2)

Dit quotum mag alleen worden gevangen van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023. Overdrachten van dit quotum naar wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 2a en 4 zijn toegestaan. Deze overdrachten worden evenwel vooraf aan de Commissie en het Verenigd Koninkrijk gemeld.

”;



iii)    de tabel met de vangstmogelijkheden voor sprot en geassocieerde bijvangsten in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van ICES-deelgebied 4 en de wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a wordt vervangen door:

Soort:

Sprot en geassocieerde bijvangsten

Sprattus sprattus

Gebied:

wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a

(SPR/2AC4-C)

België

p.m.

(1)(2)

Analytische TAC

Denemarken

p.m.

(1)(2)

Duitsland

p.m.

(1)(2)

Frankrijk

p.m.

(1)(2)

Nederland

p.m.

(1)(2)

Zweden

p.m.

(1)(2)(3)

Unie

p.m.

(1)(2)

Noorwegen

p.m.

(1)

Faeröer

p.m.

(1)(4)

Verenigd Koninkrijk

p.m.

(1)

TAC

p.m.

(1)

(1)

Dit quotum mag alleen worden gevangen van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023.

(2)

Maximaal 2 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting (OTH/*2AC4C). Uit hoofde van deze bepaling op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van wijting en overeenkomstig artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering gebrachte bijvangsten van soorten mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

(3)

Inclusief zandspieringen.

(4)

Mag tot 4 % bijvangsten van haring bevatten.

”;



iv)    de tabel met de vangstmogelijkheden voor sprot in de ICES-sectoren 7d en 7e wordt vervangen door:

Soort:

Sprot

Sprattus sprattus

Gebied:

7d en 7e

(SPR/7DE.)

januari–juni 2022

juli 2022 – juni 2023

België

1

(1)

p.m.

(2)

Voorzorgs-TAC

Denemarken

96

(1)

p.m.

(2)

Duitsland

1

(1)

p.m.

(2)

Frankrijk

21

(1)

p.m.

(2)

Nederland

21

(1)

p.m.

(2)

Unie

140

(1)

p.m.

(2)

Verenigd Koninkrijk

410

(1)

p.m.

(2)

TAC

550

p.m.

(1)

Dit quotum mag alleen worden gevangen van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022. 

(2)

Dit quotum mag alleen worden gevangen van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023. 

”.

Bijlage IJ bij Verordening (EU) 2022/109 wordt als volgt gewijzigd:

In bijlage IJ wordt de tabel met de vangstmogelijkheden voor geelvintonijn in het IOTC-bevoegdheidsgebied vervangen door:

Soort:

Geelvintonijn

Thunnus albacares

Gebied:

IOTC-bevoegdheidsgebied

(YFT/IOTC)

Frankrijk

p.m.

Analytische TAC

Art. 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Art. 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Italië

p.m.

Spanje

p.m.

Unie

p.m.

TAC

Niet van toepassing

”.

Top