EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52022DC0321

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer - Jaarrekening van het Europees Ontwikkelingsfonds 2021

COM/2022/321 final

Brussel, 23.6.2022

COM(2022) 321 final

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en



de Rekenkamer - Jaarrekening van het Europees Ontwikkelingsfonds 2021


























INHOUDSOPGAVE

CERTIFICERING VAN DE REKENINGEN    

UITVOERING EN FINANCIËLE VERSLAGLEGGING VAN DE EOF-MIDDELEN    

DOOR DE EUROPESE COMMISSIE BEHEERDE MIDDELEN    

FINANCIËLE STATEN VAN HET EOF    

FINANCIËLE STATEN VAN IN HET EOF GECONSOLIDEERDE EU-TRUSTFONDSEN    

FINANCIËLE STATEN 2021 VAN HET EU-TRUSTFONDS BÊKOU    

FINANCIËLE STATEN VAN HET EU-TRUSTFONDS VOOR AFRIKA 2021    

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN VAN HET EOF EN DE EU-TRUSTFONDSEN    

EOF VERSLAG OVER DE TENUITVOERLEGGING VAN DE MIDDELEN    

JAARVERSLAG OVER DE UITVOERING — DE DOOR DE EUROPESE INVESTERINGSBANK BEHEERDE MIDDELEN    

CERTIFICERING VAN DE REKENINGEN

De jaarrekening van het Europees Ontwikkelingsfonds voor het jaar 2021 is opgesteld volgens de bepalingen van titel X van het Financieel Reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds en overeenkomstig de in de toelichting bij de financiële staten beschreven boekhoudbeginselen, -regels en -methoden.

Ik verklaar dat ik verantwoordelijk ben om ervoor te zorgen dat de jaarrekeningen van het Europees Ontwikkelingsfonds worden opgesteld en gepresenteerd overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds.

Ik heb van de ordonnateur en de EIB, die voor de betrouwbaarheid instaan, alle inlichtingen verkregen die nodig zijn voor het opstellen van de jaarrekeningen die een beeld van de activa en de passiva van het Europees Ontwikkelingsfonds en de uitvoering van de begroting geven.

Ik verklaar dat ik op basis van deze inlichtingen en op basis van de controles die ik noodzakelijk achtte om de jaarrekening te kunnen aftekenen, redelijke zekerheid heb dat de jaarrekening in alle materiële opzichten een getrouw beeld van de financiële positie van het Europees Ontwikkelingsfonds geeft.

Rosa ALDEA BUSQUETS

Rekenplichtige van het

Europees Ontwikkelingsfonds



UITVOERING EN FINANCIËLE VERSLAGLEGGING VAN DE EOF-MIDDELEN

1.ACHTERGROND

De Europese Unie (hierna "EU" genoemd) werkt met een groot aantal ontwikkelingslanden samen. De belangrijkste doelstelling is hierbij het bevorderen van de economische, sociale en ecologische ontwikkeling, waarbij de aandacht in eerste instantie wordt toegespitst op het terugdringen en bestrijden van armoede op lange termijn door aan de begunstigde landen ontwikkelingshulp en technische bijstand te verstrekken. Hiertoe stelt de EU samen met de partnerlanden ontwikkelingsstrategieën op en besteedt zij financiële middelen om die strategieën ten uitvoer te leggen. De middelen die de EU voor ontwikkeling uittrekt, zijn afkomstig van drie bronnen:

-de begroting van de Europese Unie;

-het Europees Ontwikkelingsfonds;

-de Europese Investeringsbank.

Tot 2021 was het Europees Ontwikkelingsfonds (hierna "EOF" genoemd) het voornaamste instrument voor het verstrekken van steun in het kader van de ontwikkelingssamenwerking aan de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (hierna "ACS-staten" genoemd) en de landen en gebieden overzee (hierna "LGO’s" genoemd).

Het EOF wordt niet gefinancierd met middelen uit de EU-begroting. Het EOF is opgericht krachtens een interne overeenkomst van de vertegenwoordigers van de lidstaten in de Raad bijeen en wordt beheerd door een eigen comité. De Europese Commissie (hierna "Commissie" genoemd) is verantwoordelijk voor de financiële uitvoering van de verrichtingen die met middelen van het EOF worden uitgevoerd. De Europese Investeringsbank (hierna "EIB" genoemd) beheert de investeringsfaciliteit.

Elk EOF wordt gesloten voor een periode van ongeveer vijf jaar en op elk EOF is een eigen Financieel Reglement van toepassing dat het opmaken van specifieke financiële staten verplicht stelt. Bovendien worden deze financiële staten gecumuleerd om een totaalbeeld te geven van de financiële situatie van de middelen waarvoor de Commissie verantwoordelijk is.

Het Intern Akkoord tot oprichting van het 11e EOF is in juni 2013 door de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, ondertekend 1 en is op 1 maart 2015 in werking getreden.

In 2018 heeft de Raad het Financieel Reglement van toepassing op het 11e EOF vastgesteld 2 . De vorige verordening werd bij deze nieuwe tekst ingetrokken. Het Financieel Reglement van toepassing op het 11e EOF is ook van toepassing op de uit eerdere EOF’s gefinancierde verrichtingen, onverminderd de bestaande juridische verbintenissen. Deze verordening is niet van toepassing op de investeringsfaciliteit van voorgaande EOF’s.

In het kader van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst werd de investeringsfaciliteit opgericht, beheerd door de EIB, en gebruikt om de ontwikkeling van de particuliere sector in de ACS-staten te ondersteunen door hoofdzakelijk – maar niet uitsluitend – particuliere investeringen te financieren. De faciliteit is opgezet als een hernieuwbaar fonds, in die zin dat terugbetalingen opnieuw in andere verrichtingen kunnen worden geïnvesteerd, waardoor de faciliteit over hernieuwbare eigen middelen kan beschikken en financieel onafhankelijk is. Aangezien de investeringsfaciliteit niet door de Commissie wordt beheerd, wordt zij niet geconsolideerd in het eerste deel van de jaarrekening – de financiële staten van het EOF en het daarbij horende financiële uitvoeringsverslag. De financiële staten van de investeringsfaciliteit zijn opgenomen als een afzonderlijk onderdeel van de jaarrekening (deel II) om een volledig beeld te geven van de ontwikkelingshulp van het EOF.



2.HOE WORDT HET EOF GEFINANCIERD?

De Raad van 2 december 2013 heeft Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 vastgesteld. In dit kader is besloten dat de geografische samenwerking met de ACS-staten niet in de begroting van EU zou worden opgenomen, maar verder zou worden gefinancierd met de middelen uit het bestaande intergouvernementele EOF.

De EU-begroting wordt jaarlijks opgesteld en volgens het jaarperiodiciteitsbeginsel in begrotingszaken gelden de raming van en de machtiging voor de ontvangsten en uitgaven voor één jaar. In tegenstelling tot de EU-begroting heeft de werking van het EOF een meerjarig karakter. Voor elk EOF wordt een algemeen fonds opgericht voor de tenuitvoerlegging van de ontwikkelingssamenwerking gedurende een periode van doorgaans vijf jaar. Aangezien de middelen op meerjarige basis worden toegekend, kunnen de toegewezen middelen tijdens de looptijd van het EOF worden benut. In de begrotingsverslaggeving, waar de budgettaire tenuitvoerlegging van de EOF wordt afgemeten aan de totale middelen, wordt gewezen op het ontbreken van de jaarperiodiciteit.

De EOF-middelen zijn ad-hocbijdragen van de EU-lidstaten. Ongeveer elke vijf jaar kwamen vertegenwoordigers van de lidstaten op intergouvernementeel niveau bijeen om het totale bedrag vast te stellen dat aan het fonds moest worden toegewezen en om toezicht te houden op de besteding ervan.

De middelen worden door de Commissie beheerd overeenkomstig het EU-ontwikkelingsbeleid. Naast het beleid dat op het niveau van de EU wordt gevoerd, hebben de lidstaten hun eigen ontwikkelingsbeleid en moeten zij met het oog op complementariteit hun eigen beleid met dat van de EU coördineren.

Naast de bovenvermelde bijdragen kunnen lidstaten ook cofinancieringsregelingen aangaan of kunnen zij op vrijwillige basis financieel bijdragen aan het EOF.

3.EOF-ACTIVITEITEN NA 31 DECEMBER 2020

Het 11e EOF heeft zijn laatste fase bereikt toen de vervalclausule op 31 december 2020 in werking trad. Deze clausule voorziet in een afsluitingsdatum voor vastleggingen, wat betekent dat vanaf 2021 geen verdere financieringsovereenkomsten kunnen worden gesloten in het kader van het 11e EOF. Specifieke contracten voor de bestaande financieringsovereenkomsten zullen echter nog tot en met 31 december 2023 worden ondertekend (en zelfs later voor controle en evaluatie). Bovendien zullen de lopende projecten, die in het kader van het Europees Ontwikkelingsfonds worden gefinancierd, verder worden uitgevoerd totdat zij zijn voltooid.

In het kader van het nieuwe meerjarig financieel kader 2021-2027 wordt de samenwerking tussen de EU en ACS-landen opgenomen in het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld. En de samenwerking met LGO valt nu onder het LGO-besluit. Dit betekent dat terwijl de EOF-programma’s tot 2021 met vrijwillige bijdragen van de EU-lidstaten werden gefinancierd, ontwikkelingsprogramma’s vanaf 2021 met middelen uit de EU-begroting zullen worden gefinancierd. Dit houdt ook in dat voor de financiering van ontwikkelingsprogramma’s de goedkeuring van het Europees Parlement vereist is en dat de transacties op dezelfde wijze aan de financiële regelgeving van de EU moeten voldoen als andere door de EU gefinancierde programma’s.

4.JAARRAPPORTAGE

4.1.JAARREKENING

Overeenkomstig artikel 18, lid 3, van het Financieel Reglement van het EOF heeft het EOF zijn financiële staten voorbereid op grond van boekhoudregels op transactiebasis die zelf zijn afgeleid van de internationale standaarden voor overheidsboekhouding (IPSAS). Deze door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels worden toegepast in alle instellingen en organen van de EU en moeten uitgroeien tot een uniform kader voor het opstellen en presenteren van de rekeningen om tot een geharmoniseerde financiële verslaglegging te komen. Die boekhoudregels van de EU worden toegepast op het EOF, rekening houdende met de specifieke aard van de activiteiten.

De voorbereiding van de jaarrekening van het EOF is toevertrouwd aan de rekenplichtige van de Commissie, die ook de rekenplichtige van het EOF is en ervoor zorgt dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de vermogenspositie van het EOF.

De jaarrekening is als volgt opgebouwd:

Deel I: De door de Commissie beheerde middelen

(I)Financiële staten en toelichtingen van het EOF

(II)Financiële staten van in het EOF geconsolideerde EU-trustfondsen

(III)Geconsolideerde financiële staten van het EOF en EU-trustfondsen

(IV)Verslag over de financiële uitvoering van het EOF

Deel II: Jaarverslag over de uitvoering — de door de EIB beheerde middelen

(I)Financiële staten van de investeringsfaciliteit

In het onderdeel “Financiële staten van in het EOF geconsolideerde EU-trustfondsen” zijn de financiële staten opgenomen van de twee in het kader van het EOF opgerichte trustfondsen: Het EU-trustfonds Bêkou (zie afdeling “Financiële staten van het EU-trustfonds Bêkou”) en het EU-trustfonds voor Afrika (zie afdeling “Financiële staten van het EU-trustfonds voor Afrika”). De individuele financiële staten van de trustfondsen worden opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de rekenplichtige van de Commissie en worden aan een externe audit onderworpen die door een accountant uit de particuliere sector wordt uitgevoerd. De bedragen van de trustfondsen die in deze jaarrekeningen zijn opgenomen, zijn voorlopig.

De jaarrekening van het EOF moet uiterlijk op 31 juli van het jaar na de balansdatum door de Commissie worden goedgekeurd en ter kwijting aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd.

5.CONTROLE EN KWIJTING

5.1.CONTROLE

De jaarrekening van het EOF wordt gecontroleerd door de externe controleur van het fonds, zijnde de Europese Rekenkamer, die een jaarverslag opstelt voor het Europees Parlement en de Raad.

5.2.KWIJTING

De eindcontrole van de financiële tenuitvoerlegging van de EOF-middelen voor een bepaald begrotingsjaar is de kwijting. Na de controle en de voltooiing van de jaarrekening dient de Raad een aanbeveling te doen en het Europees Parlement dient daarna te beslissen of het kwijting verleent aan de Commissie voor de financiële tenuitvoerlegging van de EOF-middelen voor een bepaald begrotingsjaar. Deze beslissing is gebaseerd op een controle van de rekeningen, het jaarverslag van de Europese Rekenkamer (dat een officiële betrouwbaarheidsverklaring bevat) en de antwoorden van de Commissie op vragen en aanvullende verzoeken van de kwijtingsautoriteit om meer informatie.

BELANGRIJKSTE PUNTEN VAN DE FINANCIËLE UITVOERING IN 2021

10e en 11e EOF - Uitvoering van de begroting 2008-2021

* Nettobedrag, alleen 10e & 11e EOF

Uitvoering van de begroting

Het jaar 2021 stond in het teken van twee gebeurtenissen. 2021 was het eerste jaar na de vervalclausule voor het 11e EOF, die op 31 december 2020 in werking is getreden. Derhalve waren er in 2021 geen verdere globale vastleggingen voor projecten in het kader van het 11e EOF. Bovendien ondervond de financiële uitvoering voor het 10e en het 11e EOF voor contracten (individuele vastleggingen: 2 118 miljoen EUR) en betalingen (3 393 miljoen EUR) in 2021 de gevolgen van de nog steeds voortdurende COVID-19-crisis.

Het totale bedrag van de brutobetalingen voor alle EOF’s (3 435 miljoen EUR) komt overeen met 91 % van het streefcijfer van 3 763 miljoen EUR dat aan de lidstaten is meegedeeld. Als gevolg van de lang aanhoudende COVID-situatie is voor 50 % van de delegaties in Sub-Saharaans Afrika de betalingsdoelstelling niet gehaald (90 %). Dit was het sterkst merkbaar in Madagaskar, dat zijn grenzen bijna volledig had gesloten, waardoor het zeer moeilijk werd om de uitvoering voort te zetten zoals oorspronkelijk was voorzien; Tsjaad en Gambia als gevolg van een opgeschorte of vertraagde uitvoering; Ethiopië, Guinee-Conakry, en Mali, waar politieke crises ernstige gevolgen hadden voor de verrichtingen, met een aanzienlijk effect op de geraamde betalingen voor begrotingssteun. In de Stille Oceaan en het Caribisch gebied waren de COVID-beperkingen ook van invloed op de uitvoering. In Fiji en Haïti hadden de negatieve bijeffecten van de verslechtering van de economische, sociale en politieke situatie desastreuze gevolgen voor infrastructuurprojecten.

Impact van de activiteiten op de financiële staten

In de financiële staten is de impact van de bovenvermelde activiteiten het meest zichtbaar bij:

·voorfinanciering (zie toelichting 2.2): een daling van 101 miljoen EUR, grotendeels doordat er minder voorschotten zijn uitbetaald als gevolg van de daling van het aantal contracten die zijn ondertekend (3 670 miljoen EUR in 2020 tegenover 2 118 miljoen EUR in 2021). Deze daling werd voornamelijk veroorzaakt door uitdagingen als gevolg van de aanhoudende COVID-19-pandemie en geopolitieke crises. Bijgevolg namen geldmiddelen en kasequivalenten toe met 266 miljoen EUR als gevolg van deze aanzienlijke afname van de voorfinanciering en andere betalingen (zie toelichting 2.5);

·het aanzienlijk lagere aantal lopende contracten aan het einde van 2021, veroorzaakt door zowel het afbouwen van het EOF als de negatieve gevolgen van aanhoudende COVID-19- en geopolitieke crises voor de ondertekening van nieuwe contracten, heeft geleid tot een aanzienlijke afname van toegerekende lasten met 519 miljoen EUR (zie toelichting 2.8);

·de uitgaven voor de steuninstrumenten (zie toelichting 3.3): een totale afname van de uitgaven voor de steuninstrumenten van 1 743 miljoen EUR is een gecombineerd gevolg. Enerzijds vormden de uitdagende omstandigheden in verband met de COVID‑19-pandemie en de instabiele geopolitieke situatie in verscheidene landen een belemmering voor de uitvoering van EOF-activiteiten in 2021. Tegelijkertijd is de afname van de activiteiten in het kader van het 10e en eerdere EOF’s in overeenstemming met de afbouw van die EOF’s, hetgeen heeft geleid tot minder openstaande contracten in het kader van deze EOF’s.

Impact van de wijzigingen in de boekhoudregels van de Europese Unie 11 op de financiële staten

Als gevolg van de wijzigingen in de boekhoudregels van de Europese Unie 11 (zie toelichting 1 over grondslagen voor financiële verslaglegging) werden de financiële activa van het EOF op 1 januari 2021 heringedeeld van voor verkoop beschikbare financiële activa naar financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten (FVSD). In beide gevallen worden de financiële activa geboekt tegen de reële waarde: de boekwaarden zijn dus vergelijkbaar. Het overeenkomstige bedrag van de reëlewaardereserve is overgedragen naar het gecumuleerde overschot/tekort. Deze herclassificatie heeft geen gevolgen gehad voor de nettoactiva van het EOF (zie Mutatieoverzicht van de nettoactiva).

EUROPEES ONTWIKKELINGSFONDS

BEGROTINGSJAAR 2021

DOOR DE EUROPESE COMMISSIE BEHEERDE MIDDELEN

INHOUDSOPGAVE

FINANCIËLE STATEN VAN HET EOF    

EOF BALANS    

EOF STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN    

EOF KASSTROOMOVERZICHT    

EOF MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA    

BALANS — EOF    

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN PER EOF    

MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA PER EOF    

TOELICHTINGEN BIJ DE FINANCIËLE STATEN VAN HET EOF    

FINANCIËLE STATEN VAN IN HET EOF GECONSOLIDEERDE EU-TRUSTFONDSEN    

FINANCIËLE STATEN 2021 VAN HET EU-TRUSTFONDS BÊKOU    

BALANS    

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN    

KASSTROOMOVERZICHT    

FINANCIËLE STATEN VAN HET EU-TRUSTFONDS VOOR AFRIKA 2021    

BALANS    

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN    

KASSTROOMOVERZICHT    

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN VAN HET EOF EN DE EU-TRUSTFONDSEN    

GECONSOLIDEERDE BALANS    

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN DE FINANCIËLE PRESTATIES    

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT    

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA    

EOF VERSLAG OVER DE TENUITVOERLEGGING VAN DE MIDDELEN    

FINANCIËLE STATEN VAN HET EOF

Doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in de tabellen hieronder niet correct zijn opgeteld.

EOF BALANS

in miljoen EUR

Toelichting

31.12.2021

31.12.2020

VASTE ACTIVA

Financiële activa

2.1

39

33

Voorfinanciering

2.2

671

870

Bijdragen trustfonds

2.3

382

394

Wisselvorderingen

4

3

1 096

1 300

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.2

1 453

1 355

Wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

2.4

35

140

Geldmiddelen en kasequivalenten

2.5

994

728

2 481

2 223

TOTAAL ACTIVA

3 577

3 523

LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN

Financiële verplichtingen

2.6

(7)

(2)

(7)

(2)

KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN

Schulden

2.7

(501)

(615)

Toegerekende lasten

2.8

(1 008)

(1 527)

(1 509)

(2 143)

TOTAAL PASSIVA

(1 516)

(2 145)

NETTOACTIVA

2 061

1 379

MIDDELEN EN RESERVES

Reëlewaardereserve

2.9

(5)

Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s

2.10

62 643

58 986

Overdracht van afgeroepen middelen van afgesloten EOF’s

2.10

2 252

2 252

Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat

(59 860)

(55 111)

Economisch resultaat over het jaar

(2 974)

(4 744)

NETTOACTIVA

2 061

1 379

EOF STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

in miljoen EUR

Toelichting

2021

2020

ONTVANGSTEN

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties

3.1

Terugvorderingen

27

92

27

92

Ontvangsten uit wisseltransacties

3.2

Financiële ontvangsten

(26)

6

Overige ontvangsten

74

37

48

43

Totaal ontvangsten

75

135

UITGAVEN

Steuninstrumenten

3.3

(2 864)

(4 607)

Cofinancieringsuitgaven

3.4

(19)

(53)

Financieringskosten

3.5

(20)

(21)

Overige uitgaven

3.6

(145)

(197)

Totaal uitgaven

(3 049)

(4 878)

ECONOMISCH RESULTAAT OVER HET JAAR

(2 974)

(4 744)

EOF KASSTROOMOVERZICHT

in miljoen EUR

Toelichting

2021

2020

Economisch resultaat over het jaar

(2 974)

(4 744)

Operationele activiteiten

Kapitaalverhoging — bijdragen (netto)

3 657

4 177

(Toename)/afname bijdragen trustfonds

12

(127)

(Toename)/afname voorfinanciering

101

(29)

(Toename)/afname wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

105

(17)

Toename/(afname) financiële verplichtingen

5

(17)

Toename/(afname) schulden

(114)

99

Toename/(afname) in overlopende posten

(519)

209

Overige non-cash mutaties

(3)

Investeringsactiviteiten

(Toename)/afname niet-afgeleide financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten*

(7)

2

NETTOKASSTROOM

266

(452)

Nettotoename/(afname) geldmiddelen en kasequivalenten

266

(451)

Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar

2.5

728

1 179

Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van het jaar

2.5

994

728

* Het cijfer van 2020 heeft betrekking op de (toename)/afname van voor verkoop beschikbare financiële activa.

EOF MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA

in miljoen EUR

Middelen van het fonds — actieve EOF’s (A)

Niet-afgeroepen middelen — actieve EOF’s (B)

Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s (C)=(A)-(B)

Gecumuleerde reserves (D)

Overdracht van afgeroepen middelen van afgesloten EOF’s (E)

Reële-waardereserve (F)

Totaal nettoactiva (C)+(D)+(E)+(F)

SALDO OP 31.12.2019

73 264

18 455

54 809

(55 111)

2 252

(2)

1 948

Mutaties reële waarde

(3)

(3)

Kapitaalverhoging — bijdragen

(223)

(4 400)

4 177

4 177

Economisch resultaat over het jaar

(4 744)

(4 744)

SALDO OP 31.12.2020

73 041

14 055

58 986

(59 854)

2 252

(5)

1 379

Impact van de herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11

(5)

5

SALDO OP 1.1.2021

73 041

14 055

58 986

(59 860)

2 252

1 379

Kapitaalverhoging — bijdragen

(43)

(3 700)

3 657

3 657

Economisch resultaat over het jaar

(2 974)

(2 974)

SALDO OP 31.12.2021

72 998

10 355

62 643

(62 834)

2 252

2 061

BALANS — EOF

in miljoen EUR

31.12.2021

31.12.2020

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

TOTAAL

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

TOTAAL

VASTE ACTIVA

Financiële activa

2.1

(2)

41

39

(2)

35

33

Voorfinanciering

2.2

219

452

671

3

292

575

870

Bijdragen trustfonds

2.3

31

9

341

382

29

9

355

394

Wisselvorderingen

4

4

3

3

31

226

839

1 096

33

299

969

1 300

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

2.2

14

353

1 085

1 453

0

9

341

1 005

1 355

Wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

2.4

180

(314)

1 296

(1 127)

35

181

(177)

1 723

(1 586)

140

Rekeningen tussen EOF’s

181

(316)

1 279

(1 144)

181

(246)

1 663

(1 598)

Geldmiddelen en kasequivalenten

2.5

994

994

728

728

361

(615)

2 928

(192)

2 481

362

(414)

3 726

(1 451)

2 223

TOTAAL ACTIVA

361

(584)

3 154

646

3 577

362

(381)

4 025

(483)

3 523

LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN

Financiële verplichtingen

2.6

(7)

(7)

(2)

(2)

(7)

(7)

(2)

(2)

KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN

Schulden

2.7

(0)

(27)

(473)

(501)

(1)

(62)

(554)

(615)

Toegerekende lasten

2.8

(6)

(110)

(892)

(1 008)

(67)

(217)

(1 244)

(1 527)

(6)

(138)

(1 365)

(1 509)

(67)

(279)

(1 798)

(2 143)

TOTAAL PASSIVA

(6)

(138)

(1 372)

(1 516)

(67)

(279)

(1 800)

(2 145)

NETTOACTIVA

361

(591)

3 016

(725)

2 061

362

(448)

3 747

(2 282)

1 379

Reëlewaardereserve

2.9

(2)

(4)

(5)

Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s

2.10

12 164

10 492

20 960

19 027

62 643

12 164

10 535

20 960

15 327

58 986

Overdracht van afgeroepen middelen van afgesloten EOF’s

2.10

627

1 625

2 252

627

1 625

2 252

Overdrachten van afgeroepen middelen van het fonds tussen actieve EOF’s

2.10

(2 512)

2 018

101

394

(2 512)

2 041

188

283

Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat

(10 098)

(14 404)

(19 065)

(16 293)

(59 860)

(10 098)

(14 440)

(18 606)

(11 966)

(55 111)

Economisch resultaat over het jaar

(1)

(6)

(260)

(2 708)

(2 974)

36

(457)

(4 324)

(4 744)

NETTOACTIVA

180

(274)

1 737

419

2 061

181

(203)

2 084

(683)

1 379

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN PER EOF

in miljoen EUR

2021

2020

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

TOTAAL

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

TOTAAL

ONTVANGSTEN

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties

3.1

Terugvorderingen

1

26

27

(1)

5

69

19

92

1

26

27

(1)

5

69

19

92

Ontvangsten uit wisseltransacties

3.2

Financiële ontvangsten

0

(22)

(4)

(26)

5

1

1

6

Overige ontvangsten

5

14

55

74

5

18

13

37

5

(8)

51

48

10

19

13

43

Totaal ontvangsten

5

(7)

78

75

(1)

15

88

32

135

UITGAVEN

Steuninstrumenten

3.3

(7)

(214)

(2 644)

(2 864)

34

(462)

(4 179)

(4 607)

Cofinancieringsuitgaven

3.4

(19)

(19)

(41)

(12)

(53)

Financieringskosten

3.5

7

(23)

(3)

(20)

1

(3)

(16)

(4)

(21)

Overige uitgaven

3.6

(11)

(16)

(119)

(145)

(9)

(25)

(162)

(197)

Totaal uitgaven

(12)

(252)

(2 785)

(3 049)

1

21

(545)

(4 356)

(4 878)

ECONOMISCH RESULTAAT OVER HET JAAR

(8)

(259)

(2 708)

(2 974)

36

(457)

(4 324)

(4 744)

MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA PER EOF

in miljoen EUR

8e EOF

Middelen van het fonds — actieve EOF’s (A)

Niet-afgeroepen middelen — actieve EOF’s (B)

Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s (C)=(A)-(B)

Gecumuleerde reserves (D)

Overdracht van afgeroepen middelen van afgesloten EOF’s (E)

Overdrachten van afgeroepen middelen van het fonds tussen actieve EOF’s (F)

Totaal nettoactiva (C)+(D)+(E)+(F)

SALDO OP 31.12.2019

12 164

12 164

(10 098)

627

(2 510)

183

Overdrachten naar en van het 10e EOF

(2)

(2)

SALDO OP 31.12.2020

12 164

12 164

(10 098)

627

(2 512)

181

Overdrachten naar en van het 10e EOF

SALDO OP 31.12.2021

12 164

12 164

(10 098)

627

(2 512)

181

in miljoen EUR

9e EOF

Middelen van het fonds — actieve EOF’s (A)

Niet-afgeroepen middelen — actieve EOF’s (B)

Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s (C)=(A)-(B)

Gecumuleerde reserves (D)

Overdracht van afgeroepen middelen van afgesloten EOF’s (E)

Overdrachten van afgeroepen middelen van het fonds tussen actieve EOF’s (F)

Totaal nettoactiva (C)+(D)+(E)+(F)

SALDO OP 31.12.2019

10 773

15

10 758

(14 440)

1 625

2 109

53

Overdrachten naar en van het 10e EOF

Overdrachten naar en van het 10e EOF

(69)

(69)

Restitutie aan de lidstaten

(223)

(223)

(223)

Economisch resultaat over het jaar

SALDO OP 31.12.2020

10 550

15

10 535

(14 440)

1 625

2 041

(203)

Kapitaalverhoging — bijdragen

Overdrachten naar en van het 10e EOF

(23)

(23)

Restitutie aan de lidstaten

(43)

(43)

(43)

Economisch resultaat over het jaar

(6)

(6)

SALDO OP 31.12.2021

10 507

15

10 492

(14 410)

1 625

2 018

(274)

in miljoen EUR

10e EOF

Middelen van het fonds — actieve EOF’s (A)

Niet-afgeroepen middelen — actieve EOF’s (B)

Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s (C)=(A)-(B)

Gecumuleerde reserves (D)

Overdracht van afgeroepen middelen van afgesloten EOF’s (E)

Reëlewaardereserve (G)

Totaal nettoactiva (C)+(D)+(E)+(F)

SALDO OP 31.12.2019

20 960

20 960

(18 606)

265

2 618

Overdrachten naar en van het 8e en 9e EOF

71

71

Overdrachten naar en van het 11e EOF

(147)

(147)

Economisch resultaat over het jaar

(457)

(457)

SALDO OP 31.12.2020

20 960

20 960

(19 063)

188

(2)

2 084

Impact van de herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11

(2)

2

SALDO OP 1.1.2020

20 960

20 960

(19 065)

188

2 084

Overdrachten naar en van het 8e en 9e EOF

23

23

Overdrachten naar en van het 11e EOF

(110)

(110)

Economisch resultaat over het jaar

(260)

(260)

SALDO OP 31.12.2021

20 960

20 960

(19 324)

101

1 737

in miljoen EUR

11e EOF

Middelen van het fonds — actieve EOF’s (A)

Niet-afgeroepen middelen — actieve EOF’s (B)

Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s (C)=(A)-(B)

Gecumuleerde reserves (D)

Overdrachten van afgeroepen middelen van het fonds tussen actieve EOF’s (F)

Reëlewaardereserve (G)

Totaal nettoactiva (C)+(D)+(E)+(F)+(G)

SALDO OP 31.12.2019

29 367

18 440

10 927

(11 966)

136

(2)

(905)

Mutaties reële waarde

(2)

(2)

Kapitaalverhoging — bijdragen

(4 400)

4 400

147

4 547

Economisch resultaat over het jaar

(4 324)

(4 324)

SALDO OP 31.12.2020

29 367

14 040

15 327

(16 290)

283

(4)

(683)

Impact van de herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11

(4)

4

-

SALDO OP 1.1.2020

29 367

14 040

15 327

(16 294)

283

(683)

Kapitaalverhoging — bijdragen

(3 700)

3 700

110

3 810

Economisch resultaat over het jaar

(2 708)

(2 708)

SALDO OP 31.12.2021

29 367

10 340

19 027

(19 002)

394

419

TOELICHTINGEN BIJ DE FINANCIËLE STATEN VAN HET EOF

 

Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in de tabellen niet correct zijn opgeteld.

1.BELANGRIJKSTE GEHANTEERDE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGLEGGING

1.1.BOEKHOUDBEGINSELEN

Financiële staten zijn bedoeld om een breed scala aan belanghebbenden nuttige informatie te verschaffen over de vermogenspositie, de resultaten en de kasstromen van een entiteit.

De algemene overwegingen (of boekhoudbeginselen) die moeten worden gevolgd bij de opstelling van de financiële staten zijn vastgesteld in EU-boekhoudregel nr. 1 “Financiële staten” en zijn dezelfde als die welke zijn beschreven in IPSAS 1, namelijk: juiste weergave, transactiebasis, continuïteit, consistentie van de presentatie, materialiteit, hergroepering, verrekening en vergelijkende informatie. De kwalitatieve aspecten van financiële verslaglegging zijn relevantie, getrouwe weergave (betrouwbaarheid), begrijpelijkheid, tijdigheid, vergelijkbaarheid en controleerbaarheid.

1.2.OPSTELLINGSGRONDSLAG

1.2.1.Verslagperiode

De financiële staten worden jaarlijks opgemaakt. Het boekjaar start op 1 januari en eindigt op 31 december.

1.2.2.Munteenheid en omrekeningsbeginselen

De jaarrekeningen worden opgemaakt in miljoen euro, aangezien de euro de functionele valuta van de EU is. Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de op de transactiedatum geldende wisselkoers. Wisselkoersbaten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van verrichtingen in vreemde valuta’s en uit de omrekening aan het einde van het jaar van in vreemde valuta’s luidende monetaire activa en passiva worden in de staat van de financiële resultaten opgenomen. Er worden verschillende omrekeningsmethoden toegepast voor de materiële vaste activa en de immateriële activa, die hun waarde in euro behouden tegen de bij de aankoop geldende koers.

De saldi aan het einde van het jaar van in vreemde valuta’s luidende monetaire activa en passiva worden omgerekend in euro tegen de op 31 december geldende wisselkoersen van de Europese Centrale Bank (ECB).

Wisselkoersen met de euro

Munteenheid

31.12.2021

31.12.2020

Munteenheid

31.12.2021

31.12.2020

BGN

1,9558

1,9558

PLN

4,5969

4,5597

CZK

26,8580

26,2420

RON

4,9490

4,8683

DKK

7,4364

7,4409

SEK

10,2503

10,0343

GBP

0,84028

0,8990

CHF

1,0331

1,0802

HRK

7,5156

7,5519

JPY

130,3800

126,4900

HUF

369,1900

363,8900

USD

1,1326

1,2271

1.2.3.Gebruik van ramingen

Overeenkomstig de IPSAS en algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen bevatten de financiële staten onvermijdelijk bedragen die steunen op ramingen en veronderstellingen die op basis van de meest betrouwbare beschikbare informatie door het management zijn gedaan. Belangrijke ramingen betreffen onder andere, maar niet uitsluitend: de bedragen voor verplichtingen inzake personeelsbeloningen, financiële risico’s verbonden aan vorderingen en bedragen die in de toelichting over de financiële instrumenten zijn opgenomen, voorziening voor bijzondere waardevermindering voor financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en voor verplichtingen inzake financiëlegarantiecontracten, toegerekende baten en lasten, voorzieningen, waardeverminderingen van immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen, de realiseerbare nettowaarde van voorraden, voorwaardelijke activa en verplichtingen. De werkelijke bedragen kunnen van deze ramingen afwijken.

Redelijke schattingen zijn een essentieel onderdeel van het opstellen van financiële staten en ondergraven hun betrouwbaarheid niet. Een schatting moet mogelijk herzien worden als de omstandigheden waarop de schatting was gebaseerd, veranderen, of als men over nieuwe informatie of meer ervaring beschikt. Vanwege de aard van een schattingswijziging heeft een schattingswijziging geen betrekking op voorgaande perioden en houdt zij geen correctie van een fout in. Het effect van een schattingswijziging zal worden weergegeven in het overschot of tekort in de perioden waarin het bekend wordt.

1.2.4.Toepassing van nieuwe en gewijzigde boekhoudregels van de Europese Unie

Herziene boekhoudregels van de Europese Unie van kracht voor perioden die op of na 1 januari 2021 aanvangen

In 2020 heeft de rekenplichtige de herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11 “Financiële instrumenten” aangenomen, die verplicht moeten worden toegepast vanaf 1 januari 2021. De herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11 zijn gebaseerd op de nieuwe IPSAS 41 “Financiële instrumenten”, de gewijzigde IPSAS 28 “Presentatie van financiële instrumenten” en de gewijzigde IPSAS 30 “Voorstelling van financiële instrumenten”, die in augustus 2018 zijn uitgegeven. Hierin worden de beginselen vastgelegd voor financiële verslaglegging over financiële activa en financiële verplichtingen. In overeenstemming met de overgangsbepalingen van de herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11 brengt de entiteit verslag uit over eventuele wijzigingen vanaf de initiële toepassing, op 1 januari 2021. De herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11 vereisen geen aanpassing van voorgaande perioden. Bijgevolg zijn de financiële activa, financiële verplichtingen, wisselvorderingen en rentebaten/-lasten zoals die op 31 december 2020 in deze rekening waren opgenomen in de boekhouding opgenomen in overeenstemming met de grondslagen voor financiële verslaglegging zoals vermeld in de financiële staten voor 2020 van de entiteit.

Wijzigingen vanaf de toepassing van de herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11

Nieuwe indelings- en waarderingsbeginselen voor financiële activa

In de herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11 wordt een op beginselen gebaseerde benadering voor de indeling van financiële activa geïntroduceerd, die gebaseerd is op twee criteria: het model van de entiteit voor het beheer van haar financiële activa en de contractuele kasstroomkenmerken van die activa. Afhankelijk van deze criteria worden de financiële activa ingedeeld in de volgende categorieën: “financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs” (AC), “financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de vorm van nettoactiva/eigen vermogen” (FVNA), of “financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten” (FVSD).

De toepassing van de nieuwe criteria heeft ertoe geleid dat alle investeringen in eigen vermogen en schuldbewijzen zijn heringedeeld van “voor verkoop beschikbaar” naar FVSD. De desbetreffende reëlewaardereserve werd — binnen Nettoactiva — heringedeeld naar gecumuleerd overschot of tekort.

Nieuw waardeverminderingsmodel

Daar waar het vorige waardeverminderingsmodel was gebaseerd op geleden verliezen, is in de herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11 een toekomstgericht waardeverminderingsmodel geïntroduceerd op basis van verwachte kredietverliezen gedurende de looptijd van het financiële actief. Met de verwachte kredietverliezen wordt rekening gehouden met alle mogelijke gevallen van wanbetaling en met de ontwikkeling van de kredietkwaliteit van de financiële activa. Het nieuwe waardeverminderingsmodel is van toepassing op alle tegen AC of FVNA gewaardeerde financiële activa alsook op toegezegde leningen en financiëlegarantiecontracten.

Boekhoudkundige verwerking van financiële garanties

De herziene boekhoudregels van de Europese Unie 11 schrijven voor dat de boekhoudkundige vereisten inzake financiële garanties moeten worden toegepast op alle financiëlegarantiecontracten. De waardering van de financiële verplichting in verband met een garantie hangt af van de reële waarde van de garantie bij de eerste opname en de ontwikkeling van de verwachte kredietverliezen uit de portefeuille met gedekte vorderingen.

1.3.BALANS

1.3.1.Financiële activa

Indeling bij de eerste opname

De indeling van de financiële instrumenten wordt bepaald bij de eerste opname. Op basis van het beheersmodel en de contractuele kasstroomkenmerken van de activa kunnen de financiële activa in drie categorieën worden ingedeeld: “financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs” (AC), “financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de vorm van nettoactiva/eigen vermogen” (FVNA), of “financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten” (FVSD).

(I)Financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs zijn niet-afgeleide financiële activa die aan twee voorwaarden voldoen: 1) De entiteit houdt deze aan om de contractuele kasstromen te ontvangen. 2) Op bepaalde dagen zijn er contractuele kasstromen die uitsluitend aflossingen en rentebetalingen op het uitstaande hoofdsombedrag betreffen.

Deze categorie omvat:

·geldmiddelen en kasequivalenten;

·leningen (met inbegrip van termijndeposito’s waarvan de oorspronkelijke looptijd meer dan drie maanden bedraagt);

·wisselvorderingen.

Financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs zijn opgenomen in de vlottende activa, behalve voor de activa met een looptijd van meer dan twaalf maanden vanaf de verslagleggingsdatum.

(II)Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de vorm van nettoactiva/eigen vermogen

Deze niet-afgeleide financiële activa hebben contractuele kasstromen die uitsluitend aflossingen en rentebetalingen op het uitstaande hoofdsombedrag betreffen. Bovendien heeft het beheersmodel tot doel de financiële activa aan te houden om contractuele kasstromen te ontvangen en om de financiële activa te verkopen.

Activa in deze categorie worden ingedeeld als vlottende activa indien verwacht wordt dat zij binnen de twaalf maanden na de verslagleggingsdatum zullen worden gerealiseerd.

De entiteit houdt dergelijke activa niet aan op 31 december 2021.

(III)Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten

De entiteit deelt derivaten en investeringen in eigen vermogen in als FVSD aangezien de contractuele kasstromen niet uitsluitend de hoofdsom en rentebetalingen op de hoofdsom vertegenwoordigen.

Bovendien deelt de entiteit de schuldbewijzen die zij aanhoudt in als FVSD aangezien de portefeuilles van schuldbewijzen worden beheerd en geëvalueerd op basis van de reële waarde van de portefeuille.

Activa in deze categorie worden ingedeeld als vlottende activa indien verwacht wordt dat zij binnen de twaalf maanden na de verslagleggingsdatum zullen worden gerealiseerd.

Eerste opname en waardering

Aankopen van financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten worden opgenomen op hun transactiedag, de dag waarop de entiteit tot de aankoop van het actief overgaat. Kasequivalenten en leningen worden opgenomen wanneer contanten bij een financiële instelling op een depositorekening worden geplaatst of aan kredietnemers worden uitgekeerd.

Financiële activa worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. In het geval van financiële activa die niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten, worden bij de eerste opname transactiekosten toegevoegd aan de reële waarde. In het geval van financiële activa die worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten worden de transactiekosten onder de uitgaven opgenomen in de staat van de financiële resultaten.

De reële waarde van een financieel actief bij de eerste opname is doorgaans de transactieprijs, tenzij de transactie niet zakelijk is, d.w.z. dat die transactie om redenen van overheidsbeleid tegen een niet- of nominale vergoeding wordt verstrekt. In dit geval is het verschil tussen de reële waarde van het financiële instrument en de transactieprijs een niet-wisselkoerscomponent die in de staat van de financiële resultaten als uitgave wordt opgenomen. In dit geval wordt de reële waarde van een financieel actief afgeleid van actuele marktverrichtingen voor een volledig gelijkwaardig instrument. Indien geen actieve markt voor het instrument bestaat, wordt de reële waarde afgeleid van een waarderingstechniek waarvoor gebruik wordt gemaakt van beschikbare gegevens van waarneembare markten.

Waardering na eerste opname

Financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs worden vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd op basis van de effectieverentemethode.

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten worden vervolgens tegen reële waarde gewaardeerd. Baten en verliezen als gevolg van veranderingen in de reële waarde (met inbegrip van die welke afkomstig zijn van de omrekening van vreemde valuta en eventueel ontvangen rentebetalingen) worden in de staat van de financiële resultaten opgenomen in de periode waarin zij zich voordoen.

Reële waarde bij waardering na eerste opname

De reële waarden van op actieve markten genoteerde beleggingen is gebaseerd op de actuele biedkoers. Indien de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten en OTC-derivaten), stelt de EU een reële waarde vast met gebruikmaking van waarderingstechnieken. Daarbij gaat het onder meer om het gebruik van recente, vergelijkbare zakelijke verrichtingen als vergelijkingsbasis, vergelijking met de actuele marktwaarde van een ander instrument dat in wezen hetzelfde is, contantewaardeberekeningen en optiewaarderingsmodellen en andere courant door marktdeelnemers gebruikte waarderingstechnieken.

Investeringen in durfkapitaalfondsen die geen genoteerde marktprijs op een actieve markt hebben, worden gewaardeerd tegen de toerekenbare intrinsieke waarde, die moet worden beschouwd als een equivalent van hun reële waarde.

Waardevermindering van financiële activa

De EU neemt een waardeverminderingsverlies op en waardeert deze voor verwachte kredietverliezen op financiële activa die worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de vorm van nettoactiva/eigen vermogen.

Het verwachte kredietverlies is de contante waarde van het verschil tussen de contractuele kasstromen en de kasstromen die de EU verwacht te zullen ontvangen. Het verwachte kredietverlies omvat redelijke en gefundeerde informatie die zonder ongerechtvaardigde kosten of inspanningen op de verslagleggingsdatum beschikbaar is.

Voor activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs wordt de boekwaarde van het actief verminderd met het bedrag van het waardeverminderingsverlies dat in de staat van de financiële resultaten wordt opgenomen. Indien in een volgende periode het bedrag van de waardeverminderingen afneemt, wordt de afboeking van het financieel actief teruggeboekt via de staat van de financiële resultaten.

(a)Vorderingen

De entiteit waardeert het waardeverminderingsverlies tegen het bedrag van tijdens de looptijd te verwachten kredietverliezen met behulp van praktische hulpmiddelen (bv. een voorzieningenmatrix).



(b)Geldmiddelen en kasequivalenten

De entiteit houdt geldmiddelen en kasequivalenten aan op lopende rekeningen en termijndeposito’s van maximaal drie maanden. De geldmiddelen worden aangehouden bij banken met zeer hoge kredietratings, dus met zeer lage kansen op wanbetaling. Gezien de korte duur en de lage kansen op wanbetaling, zijn de verwachte kredietverliezen van geldmiddelen en kasequivalenten verwaarloosbaar. Bijgevolg wordt voor kasequivalenten geen voorziening voor bijzondere waardevermindering opgenomen.

(c)Leningen

Het verwachte kredietverlies wordt gewaardeerd met behulp van een driestappenmodel waarbij rekening wordt gehouden met kansgewogen gevallen van wanbetaling gedurende de looptijd van het financieel actief en de ontwikkeling van het kredietrisico sinds de initiëring van het financieel actief. Voor leningen is de initiëring de datum van de onherroepelijk toegezegde lening.

Indien het kredietrisico sinds de initiëring niet aanzienlijk is toegenomen (“fase 1”), is het waardeverminderingsverlies het te verwachten kredietverlies door mogelijke gevallen van wanbetaling in de komende twaalf maanden na de verslagleggingsdatum (“binnen twaalf maanden te verwachten kredietverlies”). Indien het kredietrisico sinds de initiëring aanzienlijk is toegenomen (“fase 2”) of indien op objectieve wijze een kredietwaardigheidsvermindering kan worden aangetoond (“fase 3”), komt het waardeverminderingsverlies overeen met het te verwachten kredietverlies door mogelijke gevallen van wanbetaling gedurende de gehele looptijd van het financieel actief (“tijdens de looptijd te verwachten kredietverlies”)

Verwijdering uit de balans

Financiële instrumenten worden uitgeboekt wanneer de rechten op kasstromen uit de beleggingen zijn vervallen of de entiteit in wezen alle aan eigendom verbonden risico’s en voordelen aan een andere partij heeft overgedragen. Verkoop van financiële activa met verwerking van overschotten of tekorten worden opgenomen op hun transactiedatum.Voorfinanciering

Voorfinanciering heeft ten doel de begunstigde te voorzien van een kasvoorschot, dus van contante middelen. Zij kan worden opgesplitst in een aantal betalingen gedurende een periode die in het contract, het besluit, de overeenkomst of de basishandeling in kwestie is vastgesteld. Het voorschot wordt hetzij gebruikt voor het doel waarvoor het gedurende de in de overeenkomst vastgestelde periode is verstrekt, hetzij terugbetaald. Indien de begunstigde geen subsidiabele uitgaven doet, moet hij de voorfinanciering aan de entiteit terugbetalen. Aangezien de entiteit de controle over de voorfinanciering behoudt en recht heeft op terugbetaling van het niet-subsidiabele deel, wordt het bedrag geboekt als een actief.

Voorfinanciering wordt oorspronkelijk opgenomen op de balans wanneer de geldmiddelen aan de ontvanger worden overgemaakt. Voorfinanciering wordt gewaardeerd tegen het bedrag van de vergoeding. Voorfinanciering wordt in daaropvolgende perioden gewaardeerd tegen het initieel in de balans opgenomen bedrag, verminderd met tijdens de periode gedane subsidiabele uitgaven (inclusief in voorkomend geval geraamde bedragen).

1.3.2.Vorderingen en verhaalbare bedragen

De boekhoudregels van de EU vereisen dat wissel- en niet-wisseltransacties afzonderlijk worden weergegeven. Om een onderscheid te maken tussen beide categorieën, is de term “vordering” voorbehouden voor wisseltransacties, terwijl voor niet-wisseltransacties, d.w.z. waarbij de EU waarde van een andere entiteit ontvangt zonder onmiddellijk een gelijkwaardige tegenprestatie te leveren, de term “verhaalbare bedragen” wordt gebruikt (bv. op de lidstaten verhaalbare bedragen betreffende de eigen middelen).

Vorderingen uit wisseltransacties voldoen aan de definitie van financiële instrumenten. De entiteit beschouwt ze als financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en waardeert ze dienovereenkomstig.

Verhaalbare bedragen uit niet-wisseltransacties worden gewaardeerd tegen de reële waarde op de verwervingsdatum minus waardeverminderingen. Er wordt een waardevermindering geboekt wanneer er objectief bewijs bestaat dat de entiteit niet alle verschuldigde bedragen volgens de oorspronkelijke voorwaarden van de verhaalbare bedragen zal kunnen innen. De waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde van het actief en het realiseerbare bedrag. De waardevermindering wordt opgenomen in de staat van de financiële resultaten.

1.3.3.Geldmiddelen en kasequivalenten

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en omvatten liquide middelen, bij banken onmiddellijk of op korte termijn opvraagbare deposito’s, andere kortlopende, zeer liquide beleggingen met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste drie maanden.

1.3.4.Schulden

Opgenomen onder schulden zijn bedragen die betrekking hebben op zowel wisseltransacties zoals de aankoop van goederen en diensten als niet-wisseltransacties die bijvoorbeeld betrekking hebben op kostendeclaraties van begunstigden, subsidies of andere vormen van EU-financiering (zie toelichting 1.4.1).

Bij de verstrekking van subsidies en andere financiering aan begunstigden worden de kostendeclaraties geboekt als schulden voor het gevraagde bedrag op het ogenblik dat de kostendeclaratie wordt ontvangen. Na verificatie en aanvaarding van de subsidiabele kosten, worden de schulden gewaardeerd tegen het aanvaarde en subsidiabele bedrag.

Schulden die voortvloeien uit de aankoop van goederen en diensten worden bij ontvangst van de factuur opgenomen voor het oorspronkelijke bedrag. De desbetreffende uitgaven worden in de boekhouding opgenomen wanneer de goederen of diensten worden geleverd en door de entiteit worden aanvaard.

1.3.5.Financiële verplichtingen

Financiële verplichtingen worden ingedeeld als financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten, of als verplichtingen inzake financiëlegarantiecontracten.

Financiële verplichtingen tegen geamortiseerde kostprijs worden initieel opgenomen tegen reële waarde, met inbegrip van transactiekosten, en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieverentemethode. Zij worden alleen uit het overzicht van de financiële positie verwijderd als de verplichting is vervuld, komt te vervallen, is geannuleerd of verlopen.

Financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten omvatten derivaten wanneer de reële waarde negatief is. Wanneer het garantiecontract van de entiteit verlangt dat zij betalingen doet naar aanleiding van wijzigingen in de prijzen van financiële instrumenten of wisselkoersen, is het garantiecontract een derivaat. Zij worden boekhoudkundig op dezelfde manier verwerkt als financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten.

De entiteit neemt een verplichting inzake financiëlegarantiecontracten op wanneer zij een contract aangaat op grond waarvan zij verplicht is bepaalde betalingen te verrichten om de garantienemer te compenseren voor een door hem geleden verlies, omdat een bepaalde debiteur zijn betalingsverplichting uit hoofde van de oorspronkelijke of herziene voorwaarden van een schuldbewijs niet nakomt. Verplichtingen inzake financiëlegarantiecontracten worden initieel opgenomen tegen reële waarde.

De waardering na eerste opname hangt af van de ontwikkeling van de kredietrisicoblootstelling van de financiële garantie. Indien het kredietrisico niet aanzienlijk is toegenomen (“fase 1”), worden financiële verplichtingen in verband met garanties gewaardeerd tegen de binnen twaalf maanden te verwachten kredietverliezen en het oorspronkelijk opgenomen bedrag verminderd met, in voorkomend geval, de geaccumuleerde afschrijvingen. Indien het kredietrisico aanzienlijk is toegenomen (“fase 2”), worden financiële verplichtingen in verband met garanties gewaardeerd tegen de binnen de looptijd te verwachten kredietverliezen en het oorspronkelijk opgenomen bedrag verminderd met, in voorkomend geval, de geaccumuleerde afschrijvingen.

Financiële verplichtingen worden onder de niet-vlottende activa opgenomen, tenzij de looptijd binnen de twaalf maanden na de balansdatum verstrijkt. Financiëlegarantiecontracten worden ingedeeld als kortlopende verplichtingen, behalve als de entiteit een onvoorwaardelijk recht heeft om de afwikkeling van de verplichting met ten minste twaalf maanden na de verslagleggingsdatum uit te stellen.



1.3.6.Overlopende posten

Transacties en gebeurtenissen worden in de financiële staten opgenomen in de periode waarop zij betrekking hebben. Wanneer er aan het einde van het jaar geen factuur is opgesteld en de dienst is verstrekt of de goederen zijn geleverd door de entiteit of er een contractuele overeenkomst bestaat (bv. op grond van een contract) worden de aan de periode toerekenbare ontvangsten in de financiële staten opgenomen. Wanneer er bovendien aan het einde van het jaar een factuur is opgesteld, maar de dienst nog niet is verstrekt of de goederen nog niet zijn geleverd, worden de ontvangsten uitgesteld en in de volgende boekhoudkundige periode geboekt.

Ook uitgaven worden geboekt in de periode waarop zij betrekking hebben. Aan het einde van de boekhoudkundige periode worden de toegerekende uitgaven opgenomen tegen het geraamde bedrag van de voor de periode verschuldigde overdracht. De berekening van toegerekende uitgaven gebeurt volgens gedetailleerde operationele en praktische richtsnoeren die zijn uitgegeven door de rekenplichtige en die tot doel hebben te waarborgen dat de financiële staten een getrouw beeld geven van de economische en andere bijzonderheden die zij willen weergeven. Evenzo wordt de uitgave uitgesteld en in de volgende boekhoudkundige periode geboekt wanneer een vooruitbetaling plaatsvond voor diensten of goederen die nog niet zijn ontvangen.

1.4.STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

1.4.1.Ontvangsten

Ontvangsten omvatten uitsluitend de bruto-instroom van economische voordelen of door de entiteit ontvangen of te ontvangen dienstenpotentieel, die een toename van de nettoactiva vertegenwoordigt, zonder de toenames die verband houden met bijdragen van de eigenaars.

Afhankelijk van de aard van de onderliggende transacties in de staat van de financiële resultaten wordt een onderscheid gemaakt tussen:

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties zijn belastingen en overdrachten, omdat de overdragende partij middelen ter beschikking stelt van de ontvangende partij zonder dat de ontvangende partij in ruil hiervoor rechtstreeks een ongeveer gelijke waarde verstrekt. Overdrachten zijn de instroom van toekomstige economische voordelen of dienstenpotentieel van niet-wisseltransacties, behalve belastingen. Voor de EU-entiteiten omvatten de overdrachten voornamelijk middelen die van de Commissie zijn ontvangen (bv. evenwichtssubsidie aan de traditionele agentschappen, exploitatiesubsidie voor de delegatieovereenkomsten).

De entiteit neemt een actief op met betrekking tot overdrachten wanneer de entiteit de middelen controleert als gevolg van een gebeurtenis in het verleden (de overdracht) en ervan uitgaat in de toekomst van deze middelen economische voordelen of dienstenpotentieel te ontvangen en wanneer de reële waarde op een betrouwbare wijze kan worden gemeten. Een instroom van middelen uit een niet-wisseltransactie die als een actief (d.i. cash) is opgenomen, wordt ook opgenomen als ontvangsten, tenzij de entiteit een bestaande verplichting heeft met betrekking tot deze overdracht (voorwaarde), waaraan moet worden voldaan voordat de ontvangsten kunnen worden geboekt. Tot aan de voorwaarde is voldaan, worden de ontvangsten uitgesteld en geboekt als een verplichting.

Ontvangsten uit wisseltransacties

Ontvangsten uit de verkoop van goederen en diensten worden opgenomen wanneer de beduidende risico’s en voordelen verbonden aan de eigendom van de goederen op de koper zijn overgegaan. Ontvangsten uit een verrichting die de levering van diensten behelst, worden opgenomen in verhouding tot de mate van voltooiing van de verrichting op de verslagleggingsdatum.

(a)Rentebaten en -lasten

Rentebaten en -lasten van financiële activa en financiële verplichtingen gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs worden in de staat van de financiële resultaten opgenomen op basis van de effectieverentemethode. Dit is een methode om de geamortiseerde kostprijs van een financieel actief of een financiële verplichting te berekenen en om de rentebaten of -lasten toe te rekenen aan de periode waarop ze betrekking hebben.

(b)Dividendinkomsten

Inkomsten uit dividenden worden opgenomen wanneer het recht om betaling te ontvangen is vastgesteld.

(c)Ontvangsten en uitgaven van financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten

Dit heeft betrekking op de tegen reële waarde gewaardeerde winsten (ontvangsten) en tegen reële waarde gewaardeerde verliezen (uitgaven) van deze financiële activa, met inbegrip van die welke afkomstig zijn van de omrekening van vreemde valuta. Voor rentedragende financiële activa omvat dit tevens rente.

(d)Ontvangsten uit financiëlegarantiecontracten

De ontvangsten uit financiëlegarantiecontracten (garantiepremie) worden opgenomen voor de tijd dat de entiteit klaar staat om de houder van het financiëlegarantiecontract te compenseren voor het kredietverlies dat hij zou kunnen lijden.

1.4.2.Uitgaven

Uitgaven zijn afgenomen economische baten of dienstenpotentieel tijdens de verslagperiode in de vorm van de uitstroom of het verbruik van activa of het aangaan van verplichtingen dat resulteert in de afname van de nettoactiva/vermogen. Zij omvatten zowel uitgaven die voortvloeien uit wisseltransacties als uitgaven die voortvloeien uit niet-wisseltransacties.

De kosten van wisseltransacties die voortvloeien uit de aanschaf van goederen en diensten worden opgenomen wanneer de goederen zijn geleverd en door de entiteit zijn aanvaard. Zij worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke factuurbedrag. Voorts worden uitgaven die verband houden met de diensten die tijdens de desbetreffende periode zijn verstrekt en waarvoor nog geen factuur is ingediend of aanvaard, op de balansdatum opgenomen in de staat van de financiële resultaten.

Uitgaven die voortvloeien uit niet-wisseltransacties hebben betrekking op overdrachten aan begunstigden, die van drieërlei aard kunnen zijn: rechten, overdrachten bij overeenkomst en subsidies, bijdragen en giften. Overdrachten worden als uitgaven opgenomen in de periode waarin de gebeurtenissen die aanleiding geven tot de overdracht zich voordoen, mits de overdracht bij besluit is toegestaan of een overeenkomst is ondertekend waarbij de overdracht wordt toegestaan, de begunstigde heeft voldaan aan eventuele subsidiabiliteitscriteria en van het bedrag een redelijke raming kan worden gemaakt.

Betalingsverzoeken of kostendeclaraties die aan de voorwaarden voor erkenning voldoen, worden als uitgaven opgenomen voor het in aanmerking komende bedrag. Aan het einde van het jaar worden in aanmerking komende bedragen die aan de begunstigden verschuldigd zijn, maar waarvoor nog geen declaratie heeft plaatsgevonden, geraamd en geboekt als toegerekende uitgaven.

1.5.VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN

1.5.1.Voorwaardelijke activa

Een voorwaardelijk actief is een mogelijk actief dat voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover de entiteit niet de volledige controle heeft. Een voorwaardelijk actief wordt vermeld wanneer een instroom van economische voordelen of dienstenpotentieel waarschijnlijk is geworden.



1.5.2.Voorwaardelijke verplichtingen

Een voorwaardelijke verplichting is een mogelijke verplichting waarvan het bestaan alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover de entiteit niet de volledige controle heeft; of een bestaande verplichting indien het niet waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel inhouden, vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen.

Een voorwaardelijke verplichting ontstaat ook in de zeldzame omstandigheden waarin een bestaande verplichting bestaat maar niet met voldoende betrouwbaarheid kan worden gewaardeerd.

Voorwaardelijke verplichtingen worden niet in de rekeningen opgenomen. Zij worden vermeld tenzij een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel in zich bergen zeer onwaarschijnlijk is.

1.6.MIDDELEN VAN HET FONDS

De EOF-lidstaten leveren bijdragen aan het fonds voor de uitvoering van EOF-programma’s, zoals bepaald in het Intern Akkoord van elk EOF. Volgens de toepasselijke rechtsgrondslag wordt over de opvragingen van kapitaal, d.w.z. de verzoeken om financiering voor een bepaald jaar N, in het jaar N-1 een besluit van de Raad genomen, waarbij de te ontvangen middelen duidelijk worden toegewezen aan specifieke toekomstige perioden.

De bijdragen voldoen aan de criteria voor inbreng van eigenaars (boekhoudregels van de Europese Unie 1) en worden derhalve in de jaarrekening van het EOF als middelen van het fonds beschouwd. De middelen van het fonds vertegenwoordigen het totale bedrag van de bijdragen die van de EOF-lidstaten moeten worden ontvangen. Aangezien de niet-afgeroepen middelen van het fonds openlijk van de totale middelen van het fonds worden afgetrokken (zie Mutatieoverzicht van de nettoactiva), worden alleen de afgeroepen middelen van het fonds in de balans opgenomen.

Aangezien de overeengekomen bijdragen worden toegewezen aan bepaalde verslagperioden, waarbij de wettelijke vordering van het EOF op de EOF-lidstaten alleen in deze perioden ontstaat, worden alle vooraf ontvangen bedragen opgenomen als uitgestelde bijdragen aan middelen van het fonds in het kader van schulden en niet als opgevraagd kapitaal.

1.7.COFINANCIERING

De ontvangen cofinancieringsbijdragen worden als aan de lidstaten en niet-lidstaten en andere entiteiten te betalen bedragen geboekt, aangezien zij voldoen aan de criteria van ontvangsten uit voorwaardelijke niet-wisseltransacties. Het EOF moet de bijdragen gebruiken voor dienstverlening aan derden. Anders moet het EOF de activa (de ontvangen bijdragen) teruggeven. De openstaande schuld voor cofinancieringsovereenkomsten is de ontvangen cofinancieringsbijdrage verminderd met de uitgaven die met betrekking tot het project zijn gedaan. Dit heeft geen effect op de nettoactiva.

Uitgaven met betrekking tot cofinancieringsprojecten worden opgenomen wanneer zij zich voordoen. Het overeenkomstige bedrag van de bijdragen wordt geboekt als exploitatiebaten. Er is geen effect op het economisch resultaat van het jaar.

2.TOELICHTINGEN BIJ DE BALANS

ACTIVA

2.1.FINANCIËLE ACTIVA

Een financieel actief is een actief dat:

a) een geldmiddel is;

b) een eigenvermogensinstrument van een andere entiteit is;

c) een contractueel recht is om: geldmiddelen of een ander financieel actief te ontvangen van een andere entiteit; of om financiële activa of financiële verplichtingen te ruilen met een andere entiteit onder voorwaarden die potentieel voordelig zijn voor de entiteit; dan wel

d) een contract is dat in de eigenvermogensinstrumenten van de entiteit zal of kan worden afgewikkeld.

De financiële activa worden geclassificeerd in de volgende categorieën: “financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten”, “leningen en vorderingen”, “tot einde looptijd aangehouden beleggingen” en “voor verkoop beschikbare financiële activa”. De indeling van de financiële instrumenten wordt bepaald bij de eerste opname en op elke balansdatum herbekeken.

De financiële activa van het EOF bestaan uit financiële activa tegen FVSD en leningen en zijn:

in miljoen EUR

31.12.2021

31.12.2020

Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van overschotten of tekorten (FVSD)

38

Voor verkoop beschikbare financiële activa

32

Leningen

1

1

TOTAAL

39

33

De 38 miljoen EUR van financiële activa tegen FVSD heeft betrekking op investeringen in eigen vermogen op twee belangrijke gebieden: hernieuwbare duurzame energie via Climate Investor One, ElectriFI en GEEREF, en de bevordering van inclusieve financiering van kleine en middelgrote landbouwbedrijven via het ABC FUND.

1 miljoen EUR heeft volledig betrekking op een lening die is verstrekt aan ElectriFI, een investeringsfaciliteit die kleine aanloopprojecten financiert die zijn gericht op de toegang tot en opwekking van elektriciteit uit duurzame energiebronnen in opkomende markten. De reikwijdte is mondiaal, met bijzondere aandacht voor Sub-Saharaans Afrika.

2.2.VOORFINANCIERING

Talrijke contracten voorzien in de betaling van voorschotten voor de aanvang van werken, de levering van voorraden of de verrichting van diensten. Soms wordt in de betalingsregeling van contracten bepaald dat de betalingen op basis van voortgangsverslagen zullen plaatsvinden. Voorfinanciering wordt normaal gesproken uitbetaald in de munteenheid van het land of gebied waar het project wordt uitgevoerd.

De termijn waarbinnen de voorfinanciering kan worden gebruikt, bepaalt of zij wordt opgenomen als kortlopende of langlopende voorfinanciering. Het gebruik is vastgelegd in de onderliggende overeenkomst van het project. Indien het gebruik binnen de twaalf maanden na de verslagleggingsdatum moet plaatsvinden, gaat het om een kortlopende voorfinanciering. Omdat uit het EOF veel langetermijnprojecten worden gefinancierd, moeten de desbetreffende voorfinancieringen langer dan een jaar beschikbaar zijn. Daarom worden sommige voorfinancieringen geboekt als vaste activa.

in miljoen EUR

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Niet-vlottende voorfinanciering

2.2.1

219

452

671

870

Vlottende voorfinanciering

2.2.2

14

353

1 085

1 453

1 355

TOTAAL

14

572

1 537

2 123

2 225

2021 was het eerste jaar na de vervalclausule van het 11e OEF. Dit betekende dat er vanaf 1 januari 2021 geen verdere globale vastleggingen konden worden gedaan. Bovendien werd de uitvoering voor diverse delegaties verder bemoeilijkt door de aanhoudende COVID-crisis, met name in Madagaskar, Tsjaad en Gambia. In combinatie met politieke crises in andere gebieden zoals Ethiopië, Guinee, Conakry en Mali, leidde dit tot een afname van het aantal ondertekende individuele vastleggingen en derhalve tot een daling van de voorfinanciering in het 11e OEF van 1 583 miljoen EUR in 2020 tot 1 537 miljoen EUR in 2021.

De daling van de voorfinanciering in het 10e EOF van 633 miljoen EUR in 2020 tot 572 miljoen EUR in 2021 is een gevolg van de normale levenscyclus van het EOF. Als gevolg van de uitfasering van het 10e EOF zijn veel contracten afgerond en afgesloten. Bijgevolg ging de daling van het niveau van de voorfinancieringen die aan de begunstigden worden betaald gepaard met een toename van de vereffening van voorfinanciering.

In 2020 viel onder de vlottende voorfinanciering een bedrag van 3 miljoen EUR dat nu wordt geclassificeerd als wisselvorderingen met betrekking tot financiële instrumenten.

2.2.1.Niet-vlottende voorfinanciering op basis van de beheersvorm

in miljoen EUR

31.12.2021

31.12.2020

Direct beheer

Uitgevoerd door:

Commissie

72

139

Uitvoerende agentschappen van de EU

8

8

EU-delegaties

15

25

95

171

Indirect beheer

Uitgevoerd door:

EIB en EIF

230

266

Internationale organisaties

278

343

Privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak

12

28

Publiekrechtelijke organen

40

49

Derde landen

14

11

EU-organen en publiek-private partnerschappen

1

1

575

698

TOTAAL

671

870

2.2.2.Vlottende voorfinanciering

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Voorfinanciering (bruto)

24

970

4 717

5 711

5 097

Afgewikkeld in het kader van afsluiting

(10)

(617)

(3 632)

(4 258)

(3 742)

TOTAAL

14

353

1 085

1 453

1 355

2.2.3.Vlottende voorfinanciering op basis van de beheersvorm

in miljoen EUR

31.12.2021

31.12.2020

Direct beheer

Uitgevoerd door:

Commissie

61

(40)

Uitvoerende agentschappen van de EU

11

14

EU-delegaties

159

206

231

180

Indirect beheer

Uitgevoerd door:

EIB en EIF

160

224

Internationale organisaties

642

572

Privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak

109

73

Publiekrechtelijke organen

119

146

Derde landen

190

155

EU-organen en publiek-private partnerschappen

1

4

1 221

1 175

TOTAAL

1 453

1 355

2.2.4.Garanties met betrekking tot voorfinanciering

Er worden waarborgen aangehouden om de voorfinancieringen te garanderen. Deze worden vrijgegeven wanneer de laatste kostendeclaratie voor een project is betaald.

in miljoen EUR

31.12.2021

31.12.2020

Garanties voor voorfinancieringen

44

49

De meeste voorfinanciering wordt uitbetaald in het kader van indirect beheer. In dit geval is de begunstigde van de waarborg niet het EOF maar wel de aanbestedende dienst. Zelfs indien het EOF niet de begunstigde is, worden de activa van het EOF door deze waarborgen gegarandeerd. In 2021 bedroegen deze garanties 764 miljoen EUR.

2.3.BIJDRAGEN TRUSTFONDS

Deze rubriek omvat het bedrag dat als bijdrage is betaald aan het EU-trustfonds voor Afrika en het EU-trustfonds Bêkou. Van de bijdragen zijn de kosten afgetrokken die het trustfonds heeft gemaakt en die door het EOF moeten worden gedragen.

De bijdragen uit het trustfonds worden onder direct beheer door het EOF uitgevoerd.

in miljoen EUR

Nettobijdrage op 31.12.2020

In 2021 betaalde bijdragen

Toewijzing netto-uitgaven trustfondsen 2021

Nettobijdrage op 31.12.2021

Afrika

385

627

(631)

381

Bêkou

9

7

(15)

1

TOTAAL

394

634

(646)

382

De verlaging van de bijdragen van 800 miljoen EUR in 2020 tot 634 miljoen in 2021 is het gevolg van de afname van de uitgaven voor trustfondsen vanwege de aanhoudende COVID-19-pandemie en de verslechterende veiligheidssituatie in diverse regio’s, die een belemmering vormden voor activiteiten van de trustfondsen in 2021.

2.4.WISSELVORDERINGEN EN VERHAALBARE NIET-HANDELSUITGAVEN

Wisseltransacties zijn transacties waarbij de entiteit activa of diensten ontvangt of haar verplichtingen worden afgelost en rechtstreeks een min of meer gelijke waarde in ruil verstrekt (voornamelijk in de vorm van goederen, diensten of gebruik van activa) aan de andere partij. Niet-wisseltransacties zijn transacties waarbij een entiteit waarde van een andere entiteit ontvangt zonder rechtstreeks een min of meer gelijke waarde in ruil te verstrekken of waarde geeft aan een andere entiteit zonder rechtstreeks een min of meer gelijke waarde in ruil te ontvangen.

in miljoen EUR

Toelichting

31.12.2021

31.12.2020

Verhaalbare bedragen uit niet-wisseltransacties

2.4.1

26

48

Vorderingen uit wisseltransacties

2.4.2

9

92

TOTAAL

35

140

2.4.1.Verhaalbare bedragen uit niet-wisseltransacties

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Lidstaten

Klanten

4

47

5

56

61

Overheidsinstanties

7

17

2

25

27

Derde staten

1

4

1

6

4

Afschrijving

(9)

(51)

(5)

(66)

(49)

Rekeningen tussen ondernemingen met EU-instellingen

5

5

4

TOTAAL

2

16

8

26

48

2.4.2.Vorderingen uit wisseltransacties

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Toegerekende baten

(1)

88

Rekeningen tussen EOF’s

181

(316)

1 279

(1 144)

Overige

9

9

4

TOTAAL

181

(316)

1 278

(1 136)

9

92

De daling van de toegerekende baten in 2021 is voornamelijk het gevolg van de beëindiging van het schuldverlichtingsproject met de Wereldbank waarvoor eind 2020 nog een bedrag van 62,6 miljoen EUR uitstond dat echter in 2021 werd geregulariseerd. Bovendien omvatte de opgelopen rente in 2020 tevens 18 miljoen EUR in verband met het Afrika-EU-project inzake infrastructuur. Na verdere analyse bleek dat de rente niet was verschuldigd aan het EOF en derhalve werd deze rente niet geïnd in 2021 (zie toelichting 3.2).

Om redenen van doelmatigheid is de enige kas voor alle EOF’s ondergebracht bij het 11e EOF; dit leidt tot wederzijdse verrichtingen tussen de verschillende EOF’s; deze worden gesaldeerd door middel van verbindingsrekeningen tussen de verschillende EOF-balansen.

Deze verbindingsrekeningen tussen EOF’s zijn alleen opgenomen in de afzonderlijke EOF’s. Het totaal van de verbindingsrekeningen tussen EOF’s is nul.

De rubriek “Overige” omvat twee vorderingen van financiële instrumenten: een vordering van 4 miljoen EUR van het Wereldfonds voor energie-efficiency en hernieuwbare energie (GEEREF) en nog een vordering van 4 miljoen EUR van Climate Investor One.

2.5.GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN 3

Geldmiddelen en kasequivalenten zijn financiële instrumenten en omvatten liquide middelen, bij banken onmiddellijk of op korte termijn opvraagbare deposito’s (zoals lopende rekeningen en spaarrekeningen), andere kortlopende, zeer liquide beleggingen met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste drie maanden.

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Speciale rekeningen

Centrale banken

795

795

693

795

795

693

Lopende rekeningen

Commerciële banken

165

165

8

Geldmiddelen van financiële instrumenten

34

34

27

199

199

35

TOTAAL

994

994

728

De toename van geldmiddelen en kasequivalenten met 266 miljoen EUR kan hoofdzakelijk worden verklaard door de daling van betalingen als gevolg van de extra uitdagingen die de aanhoudende COVID-19-pandemie en verschillende politieke crises met zich meebrengen. Dit is in overeenstemming met de afname van uitgaven (zie toelichting 3.3) en de daling van de voorfinanciering (zie toelichting 2.2). De nettobetalingen van het EOF bereikten 3 323 miljoen EUR in 2021 in vergelijking tot de recordhoogte van betalingen van 4 605 miljoen EUR in 2020.

Evenals in voorgaande jaren en om het tegenpartijrisico te beperken, worden meer liquide middelen bijgehouden op rekeningen bij centrale banken dan bij de commerciële banken (zie toelichting 5.1).

VERPLICHTINGEN

2.6.FINANCIËLE VERPLICHTINGEN

2.6.1.Financiële voorzieningen

Deze voorzieningen zijn de geraamde verliezen die zullen worden opgelopen in verband met de voor diverse financiële instrumenten verstrekte garanties, waarbij de met de uitvoering belaste entiteiten bevoegd zijn om in eigen naam, maar namens en voor rekening van de EU, garanties te verstrekken. Het financiële risico van het EOF in verband met de garanties is begrensd en er worden geleidelijk voorzieningen aangelegd om toekomstige garantieclaims af te dekken.

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Financiële garantieverplichtingen gargarantieverplichtingen

1

1

Het bedrag van 1 miljoen EUR staat voor het geraamde verlies met betrekking tot de garantie in het kader van het financiële instrument Euritz van 8 miljoen EUR (zie toelichting 3.2.1).



2.6.2.Cofinanciering — schulden

De cofinancieringsschulden zijn de middelen die het EOF heeft ontvangen in het kader van de cofinancieringsovereenkomsten. Het EOF is verplicht deze bijdragen te gebruiken om de overeengekomen diensten aan derden te leveren en de ongebruikte middelen aan de contribuanten terug te storten. De timing van het gebruik van de cofinancieringsbedragen bepaalt of zij als kortlopend of langlopende financiering worden opgenomen.

Aan het einde van het jaar worden alle cofinancieringsschulden geval per geval beoordeeld en worden alle bedragen die in de volgende twaalf maanden waarschijnlijk niet zullen worden gebruikt, als langlopend beschouwd. De huidige bedragen zijn opgenomen in toelichting 2.7.2.

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Niet-vlottende cofinancieringsschulden

6

6

2

Vlottende cofinancieringsschulden

(3)

38

35

42

TOTAAL

(3)

44

41

44

2.7.SCHULDEN

Schulden zijn verplichtingen om te betalen voor goederen of diensten die zijn ontvangen of geleverd en die — in tegenstelling tot toegerekende lasten — reeds zijn gefactureerd of formeel overeengekomen met de leverancier. Schulden kunnen betrekking hebben op zowel wisseltransacties (zoals de aankoop van goederen en diensten) als niet-wisseltransacties (bv. kostendeclaraties van begunstigden van subsidies, voorfinanciering of andere vormen van EU-financiering).

in miljoen EUR

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Kortlopende schulden

2.7.1

33

230

263

345

Diverse schulden

2.7.2

(5)

243

238

270

TOTAAL

27

473

501

615

2.7.1. Kortlopende schulden

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Leveranciers

25

47

72

141

Lidstaten

3

3

Derde staten

158

158

189

Overheidsinstanties

(11)

61

51

100

Instellingen en agentschappen

4

4

Andere kortlopende schulden

18

(44)

(25)

(85)

TOTAAL

33

230

263

345

Schulden omvatten grotendeels kostendeclaraties die door het EOF zijn ontvangen met betrekking tot aan de begunstigden verstrekte subsidies. Zij worden geboekt op het moment dat de kostendeclaratie wordt ontvangen en voor het volledige bedrag van de kostendeclaratie. Na een subsidiabiliteitscontrole worden alleen de subsidiabele bedragen aan de begunstigden betaald. Aan het einde van het jaar worden de uitstaande kostendeclaraties geanalyseerd en worden de geraamde subsidiabele bedragen in verband met die kostendeclaraties opgenomen in de staat van de financiële resultaten. De geraamde niet-subsidiabele bedragen worden opgenomen als andere kortlopende schulden.

Opgenomen onder schulden aan derde landen is een bedrag van 60 miljoen EUR begrotingssteun aan Ethiopië, die als gevolg van de situatie in het land sinds november 2020 is opgeschort.

De afname van de schulden, met name voor leveranciers en derde landen, is toe te schrijven aan een afname van het aantal facturen die vóór het einde van het jaar nog niet zijn gevalideerd en betaald.

2.7.2.Diverse schulden

in miljoen EUR

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Cofinanciering — schulden

2.6.2

(3)

38

35

42

Uitgestelde bijdragen aan middelen van het fonds

2.7.2.1

199

199

223

Overige diverse schulden

(2)

6

4

5

TOTAAL

(5)

243

238

270

2.7.2.1.Uitgestelde bijdragen aan middelen van het fonds

Een bedrag van 43 miljoen EUR aan uitgestelde bijdragen aan middelen van het fonds heeft betrekking op een restitutie aan de lidstaten van vrijgemaakte of ongebruikte middelen van projecten in het kader van het 8e en 9e EOF (zie toelichting 2.10.1). De lidstaten stemden ermee in de restitutie te verrekenen met de bijdragen van het 11e EOF tijdens de eerste afroeping van de bijdragen in 2022.

Naast de restitutie heeft een bedrag van 156 miljoen EUR betrekking op de eerste tranche van 2022 die door het Verenigd Koninkrijk vooruit wordt betaald. Overeenkomstig artikel 152 van het terugtrekkingsakkoord blijft het Verenigd Koninkrijk partij bij het EOF tot de afsluiting van het 11e EOF en alle voorgaande EOF’s die nog niet zijn afgesloten, en neemt het daarbij dezelfde verplichtingen in acht als de lidstaten (zie toelichting 2.10.1).

2.8.Toegerekende lasten

Toegerekende lasten zijn verplichtingen om te betalen voor goederen of diensten die zijn ontvangen of geleverd maar die — in tegenstelling tot schulden — nog niet zijn gefactureerd of formeel overeengekomen met de leverancier. Toegerekende lasten worden berekend op basis van het bedrag van vastleggingen in de begroting aan het einde van het jaar. Het deel geraamde toegerekende lasten dat betrekking heeft op de betaalde voorfinanciering is geboekt als een vermindering van de voorfinancieringsbedragen.

Transacties en gebeurtenissen worden in de financiële staten opgenomen in de periode waarop zij betrekking hebben. Wanneer er aan het einde van het jaar een factuur is opgesteld, maar de dienst nog niet is verstrekt of de goederen nog niet zijn geleverd, worden de ontvangsten uitgesteld en in de volgende boekhoudkundige periode geboekt.

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Toegerekende lasten

6

110

891

1 007

1 526

Overige overlopende posten

1

1

1

TOTAAL

6

110

892

1 008

1 527

Toegerekende lasten omvatten geraamde exploitatiekosten voor lopende of beëindigde contracten zonder gevalideerde kostendeclaraties waarbij de subsidiabele uitgaven van de begunstigden werden geraamd door gebruik te maken van de best beschikbare informatie. Het deel geraamde toegerekende lasten dat betrekking heeft op de voorfinanciering is geboekt als een vermindering van de voorfinancieringsbedragen (zie toelichting 2.2 above).

De daling van de toegerekende lasten wordt voornamelijk veroorzaakt door de daling van de toegerekende lasten in het kader van het 11e OEF (2020: 1 244 miljoen EUR) en het 10e OEF (2019: 217 miljoen EUR). Dit is in overeenstemming met de levenscyclus van het EOF en het onderliggende aantal lopende contracten: de uitvoering van het 11e EOF kende een piek in 2020 naar aanleiding van de aankomende vervalclausule op 31 december 2020. Als gevolg van de uitdagingen die de aanhoudende COVID-19-pandemie en politieke crises in verschillende gebieden met zich meebrengen, verliep de uitvoering van EOF-activiteiten moeizaam, hetgeen leidde tot een afname van het aantal ondertekende individuele contracten in 2021. Bijgevolg waren er aan het einde van 2021 aanzienlijk minder lopende contracten waarvoor de lasten moesten worden geraamd en toegerekend dan in 2020 (zie ook toelichting 2.2).

NETTOACTIVA

2.9.REËLEWAARDERESERVE

in miljoen EUR

31.12.2021

31.12.2020

Reëlewaardereserve

5

Als gevolg van de herziening van de boekhoudregels van de Europese Unie 11 is de reëlewaardereserve overgedragen naar het gecumuleerde overschot/tekort (zie toelichting 2.1).

2.10.MIDDELEN VAN HET FONDS

De EOF-lidstaten leveren bijdragen aan het fonds voor de uitvoering van EOF-programma’s, zoals bepaald in het Intern Akkoord van elk EOF. Volgens de toepasselijke rechtsgrondslag wordt over de opvragingen van kapitaal, d.w.z. de verzoeken om financiering voor een bepaald jaar N, in het jaar N-1 een besluit van de Raad genomen, waarbij de te ontvangen middelen duidelijk worden toegewezen aan specifieke toekomstige perioden.

De bijdragen voldoen aan de criteria voor inbreng van eigenaars (boekhoudregels van de Europese Unie 1) en worden derhalve in de jaarrekening van het EOF als middelen van het fonds beschouwd. De middelen van het fonds vertegenwoordigen het totale bedrag van de bijdragen die van de EOF-lidstaten moeten worden ontvangen. Aangezien de niet-afgeroepen middelen van het fonds van de totale middelen van het fonds worden afgetrokken (zie Mutatieoverzicht van de nettoactiva), worden alleen de afgeroepen middelen van het fonds in de balans opgenomen.

Aangezien de overeengekomen bijdragen worden toegewezen aan bepaalde verslagperioden, waarbij de wettelijke vordering van het EOF op de EOF-lidstaten alleen in deze perioden ontstaat, worden alle vooraf ontvangen bedragen opgenomen als uitgestelde bijdragen aan middelen van het fonds in het kader van schulden en niet als opgevraagd kapitaal.

2.10.1.Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

TOTAAL

Middelen van het fonds

12 164

10 550

20 960

29 367

73 041

Niet-afgeroepen middelen van het fonds

(15)

(14 040)

(14 055)

Afgeroepen middelen van het fonds per 31.12.2020

12 164

10 535

20 960

15 327

58 986

Middelen van het fonds

12 164

10 507

20 960

29 367

72 998

Niet-afgeroepen middelen van het fonds

(15)

(10 340)

(10 355)

Afgeroepen middelen van het fonds op 31.12.2021

12 164

10 492

20 960

19 027

62 643

De niet-afgeroepen middelen vertegenwoordigen de bedragen die nog niet bij de lidstaten zijn opgevraagd. De afgeroepen middelen van het fonds zijn de bijdragen die door het EOF zijn afgeroepen en door de lidstaten worden overgemaakt naar de rekeningen van de kasmiddelen (zie toelichting 2.10.2).

Op grond van Besluit (EU) 2021/1941 van de Raad werden de in de Interne Akkoorden van het 8e en 9e EOF vastgestelde bijdragen van de lidstaten dienovereenkomstig verminderd met een bedrag van 43 miljoen EUR voor de geannuleerde bedragen van het 8e en het 9e EOF. Aangezien de geannuleerde bedragen van het 8e EOF zijn overgedragen naar andere EOF’s, zijn de middelen van het 9e EOF met 43 miljoen EUR verminderd. Restituties die voortvloeien uit deze vermindering zijn gecompenseerd ten opzichte van het extra verzoek om bijdragen in het kader van het 11e EOF. In feite zal de restitutie worden gebruikt voor de eerste tranche van 2022, hetgeen de uitgestelde kapitaalinbreng van 43 miljoen EUR verklaart (zie toelichting 2.7.2.1).

Hoewel het Verenigd Koninkrijk partij blijft bij het EOF tot de afsluiting van alle programma’s, kan zijn aandeel van niet-vastgelegde en vrijgemaakte middelen van het 8e, 9e en 10e EOF overeenkomstig artikel 153 van het terugtrekkingsakkoord niet worden hergebruikt.

2.10.2.Afgeroepen en niet-afgeroepen middelen van het fonds per lidstaat en het VK

in miljoen EUR

Bijdragen 11e EOF

%

Niet-afgeroepen middelen 31.12.2020

Afgeroepen middelen in 2021

Niet-afgeroepen middelen 31.12.2021

Oostenrijk

2,40

337

(89)

248

België

3,25

456

(120)

336

Bulgarije

0,22

31

(8)

23

Kroatië

0,23

32

(8)

23

Cyprus

0,11

16

(4)

12

Tsjechië

0,80

112

(30)

83

Denemarken

1,98

278

(73)

205

Estland

0,09

12

(3)

9

Finland

1,51

212

(56)

156

Frankrijk

17,81

2 501

(659)

1 842

Duitsland

20,58

2 889

(761)

2 128

Griekenland

1,51

212

(56)

156

Hongarije

0,61

86

(23)

64

Ierland

0,94

132

(35)

97

Italië

12,53

1 759

(464)

1 296

Letland

0,12

16

(4)

12

Litouwen

0,18

25

(7)

19

Luxemburg

0,26

36

(9)

26

Malta

0,04

5

(1)

4

Nederland

4,78

671

(177)

494

Polen

2,01

282

(74)

208

Portugal

1,20

168

(44)

124

Roemenië

0,72

101

(27)

74

Slowakije

0,38

53

(14)

39

Slovenië

0,22

32

(8)

23

Spanje

7,93

1 114

(294)

820

Zweden

2,94

413

(109)

304

Verenigd Koninkrijk

14,68

2 061

(543)

1 518

TOTAAL

100,00

14 040

(3 700)

10 340

Aangezien de middelen van het 8e, 9e en 10e EOF zijn opgevraagd en in vorige jaren volledig zijn ontvangen, is in 2021 een bedrag van 3 700 miljoen EUR afgeroepen, dat volledig betrekking heeft op het 11e EOF.

2.10.3.Overdracht van afgeroepen middelen van afgesloten EOF’s

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Overgedragen middelen van afgesloten EOF’s

627

1 625

2 252

2 252

In deze rubriek zijn de middelen opgenomen die zijn overgedragen van afgesloten EOF’s naar het 8e en 9e EOF.

2.10.4.Overdrachten van afgeroepen middelen van het fonds tussen actieve EOF’s

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

TOTAAL

Saldo op 31.12.2019

(2 510)

2 109

265

136

Overdracht van geannuleerde bedragen naar het 10e EOF prestatiereserve van vorige EOF’s

(2)

(69)

71

Overdracht van geannuleerde bedragen naar het 11e EOF prestatiereserve van vorige EOF’s

(147)

147

Saldo op 31.12.2020

(2 512)

2 041

188

283

Overdracht van geannuleerde bedragen naar het 10e EOF prestatiereserve van vorige EOF’s

(23)

23

Overdracht van geannuleerde bedragen naar het 11e EOF prestatiereserve van vorige EOF’s

(110)

110

Saldo op 31.12.2021

(2 512)

2 018

101

394

Deze rubriek omvat de middelen die zijn overgedragen tussen de actieve EOF’s.

Sinds de inwerkingtreding van de Overeenkomst van Cotonou worden alle onbestede middelen in de eerdere, actieve EOF’s na vrijmaking naar het meest recentelijk geopende EOF overgedragen. Door de overgedragen middelen van andere EOF’s nemen de kredieten van het ontvangende fonds toe en die van het overdragende fonds af. Middelen die zijn overgedragen naar de prestatiereserve van het 10e en 11e EOF, kunnen alleen onder de in de interne akkoorden opgenomen specifieke voorwaarden worden vastgelegd.

3.TOELICHTINGEN BIJ DE STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

ONTVANGSTEN

in miljoen EUR

Toelichting

2021

2020

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties

3.1

27

92

Ontvangsten uit wisseltransacties

3.2

48

43

TOTAAL

75

135

3.1.ONTVANGSTEN UIT NIET-WISSELTRANSACTIES

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties zijn transacties waarbij de overdragende partij middelen ter beschikking stelt van de ontvangende partij zonder dat de ontvangende partij in ruil hiervoor rechtstreeks een ongeveer gelijke waarde verstrekt. De rubriek bevat voornamelijk bedragen die gedurende het jaar van de Commissie zijn ontvangen en teruggevorderde operationele uitgaven.

in miljoen EUR

Toelichting

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

2021

2020

Teruggevorderde uitgaven

1

7

8

39

Cofinanciering — ontvangsten

3.1.1

19

19

53

TOTAAL

1

26

27

92

Na een aanzienlijke stijging in 2020 zijn de totale ontvangsten uit niet-wisseltransacties met 65 miljoen EUR afgenomen tot een normaal niveau (2019: 28 miljoen EUR). In 2020 vonden in het kader van het EOF meer activiteiten plaats naar aanleiding van de komende vervalclausule op 31 december 2020, hetgeen leidde tot een stijging van de cofinancieringsontvangsten.

De daling van de invordering van uitgaven kan grotendeels worden verklaard door het lagere aantal invorderingsopdrachten in 2021 vergeleken met 2020.

De ontvangsten uit niet-wisseltransacties kunnen op basis van de beheersvorm als volgt worden opgesplitst:

in miljoen EUR

2021

2020

Direct beheer

Uitgevoerd door:

Commissie

1

2

EU-delegaties

7

11

8

13

Indirect beheer

Uitgevoerd door:

Derde landen

27

42

Publiekrechtelijke organen

(13)

13

Internationale organisaties

3

17

Privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak

2

7

19

79

TOTAAL

27

92

3.1.1.Cofinanciering — ontvangsten

De ontvangen cofinancieringsbijdragen voldoen aan de criteria van ontvangsten uit voorwaardelijke niet-wisseltransacties en mogen als dusdanig bij ontvangst niet van invloed zijn op de staat van de financiële resultaten. De bijdragen blijven geboekt onder verplichtingen (zie toelichtingen 2.6.2 en 2.7.2) totdat aan de voorwaarden is voldaan die verbonden zijn aan de gedoneerde middelen, dat wil zeggen dat de subsidiabele uitgaven zijn verricht (zie toelichting 3.4). Het desbetreffende bedrag wordt vervolgens geboekt in de staat van de financiële resultaten als niet-handelsbaten uit cofinanciering. Bijgevolg is het effect op het economisch resultaat van het jaar nul.

3.2.ONTVANGSTEN UIT WISSELTRANSACTIES

De ontvangsten uit wisseltransacties en -gebeurtenissen hebben betrekking op de volgende soorten transacties: de verrichting van diensten; de verkoop van goederen; alsmede het gebruik door derden van activa van de entiteit die rente, royalty’s en dividenden opleveren.

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

2021

2020

Financiële ontvangsten

(22)

(4)

(26)

6

Overige ontvangsten

5

14

55

74

37

TOTAAL

5

(8)

51

48

43

De financiële ontvangsten zijn negatief omdat de geraamde ontvangsten van vorig jaar hoger waren dan de geraamde bedragen van het lopende jaar. Deze daling van de ramingen is een gecombineerd effect. Allereerst werd na verdere analyse geconcludeerd dat rente uit het Afrika-EU-project inzake infrastructuur (18 miljoen EUR), vorig jaar opgenomen in de toegerekende financiële ontvangsten, deel uitmaakt van de bijdragen aan het trustfonds en niet aan het EOF is verschuldigd. Ten tweede is de opgelopen rente op laattijdige betalingen van invorderingsopdrachten met 8 miljoen EUR gedaald ten opzichte van vorig jaar.

Andere ontvangsten hebben grotendeels betrekking op wisselkoersbaten. De overeenkomstige wisselkoersverliezen worden geboekt onder overige uitgaven (zie toelichting 3.6).

UITGAVEN

In deze rubriek zijn uitgaven opgenomen die verband houden met operationele activiteiten.

3.3.STEUNINSTRUMENTEN

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

2021

2020

Programmeerbare steun

(4)

(19)

1 268

1 244

2 889

Macro-economische steun

7

7

(8)

Sectoraal beleid

(2)

(2)

(5)

3

Intra-ACS-projecten

228

724

951

1 019

Spoedhulp

6

7

(6)

6

19

Overige steunprogramma’s

(1)

(1)

Institutionele steun

(1)

15

14

13

Bijdragen aan trustfondsen

646

646

673

Totaal

7

214

2 644

2 864

4 607

De operationele uitgaven van het EOF hebben betrekking op meerdere steuninstrumenten en nemen verschillende vormen aan, afhankelijk van de wijze waarop de financiële middelen worden uitgekeerd en beheerd.

In 2021 zijn de operationele uitgaven aanzienlijk gedaald met 1 743 miljoen EUR, voornamelijk als gevolg van de daling van de uitgaven in het kader van het 11e EOF (van 4 179 miljoen EUR in 2020 tot 2 644 miljoen EUR in 2021) in combinatie met de daling in het kader van het 10e EOF (van 462 miljoen EUR in 2020 tot 214 miljoen EUR in 2021). Deze daling is een gecombineerd gevolg van de COVID-19-pandemie en politieke crises in verschillende gebieden die de uitvoering gedurende het jaar hebben vertraagd en belemmerd, met name bij de delegaties (zie toelichting 2.4). Bovendien waren de uitgaven in 2020 uitzonderlijk hoog voor het 11e EOF: de komende vervaldatum op 31 december 2021 heeft geleid tot een hoger aantal contracten en betalingen.

De wijzigingen in de uitgaven in het kader van het 10e EOF zijn in overeenstemming met de levenscyclus van het EOF en houden tevens verband met de ontwikkeling van het aantal lopende contracten. Veel contracten werden in het kader van het 10e EOF en vorige EOF’s afgerond en afgesloten in 2021, hetgeen heeft geresulteerd in een daling van de in het kader van deze EOF’s opgelopen uitgaven. Het aantal lopende contracten voor het 10e EOF was aan het einde van het jaar 33 % kleiner dan in 2020.

In het kader van het 11e EOF is de daling van de uitgaven voornamelijk het gevolg van de daling op drie gebieden:

1) programmeerbare steun (2 889 miljoen EUR in 2020 tegenover 1 244 miljoen EUR in 2021);

2) Intra-ACS-projecten (1 019 miljoen EUR in 2020 tegenover 951 miljoen EUR in 2021); en

3) de bijdragen aan de trustfondsen (673 miljoen EUR in 2020 tegenover 646 miljoen EUR in 2021).

3.4.COFINANCIERINGSUITGAVEN

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

2021

2020

Cofinanciering

19

19

53

Onder deze rubriek zijn de uitgaven opgenomen die werden gemaakt voor cofinancieringsprojecten in 2021. Er zij op gewezen dat de gedane uitgaven de geraamde bedragen met betrekking tot de afsluiting van het boekjaar bevatten (en bijgevolg terugboekingen van de geraamde bedragen met betrekking tot vorig jaar).

Zoals hierboven aangegeven was 2020 een uitzonderlijk jaar met het bereiken van de vervalclausule, wat leidde tot een hogere mate van uitvoering. De cofinanciering komt in 2021 meer overeen met het gebruikelijke niveau van cofinanciering (2019: 14 miljoen EUR) (zie toelichting 2.3).

Overeenkomstig de boekhoudregels voor cofinanciering hebben de bedragen geen invloed gehad op het resultaat van het jaar, omdat zij zowel in de cofinancieringsuitgaven als in de cofinancieringsontvangsten (toelichting 3.1.1) zijn opgenomen.

STEUNINSTRUMENTEN EN COFINANCIERINGSUITGAVEN PER BEHEERSVORM

in miljoen EUR

2021

2020

Direct beheer

Uitgevoerd door:

Commissie

168

168

Uitvoerende agentschappen van de EU

4

14

Trustfondsen

(515)

19

EU-delegaties

658

1 969

315

2 170

Indirect beheer

Uitgevoerd door:

EIB en EIF

113

(67)

Internationale organisaties

1 053

1 268

Privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak

204

243

Publiekrechtelijke organen

212

248

Derde landen

983

795

EU-organen en publiek-private partnerschappen

3

2

2 568

2 490

Totaal

2 883

4 660

3.5.FINANCIERINGSKOSTEN

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

2021

2020

Nettowaardevermindering op leningen en voorschotten

1

1

Verliezen op financiële activa of verplichtingen tegen FVSD

1

1

Waardevermindering van verhaalbare bedragen

(7)

23

1

17

21

Totaal

(7)

23

3

20

21

Op 31 december 2021 bedroeg het netto niet-gerealiseerde waardeverminderingsverlies op leningen 1 miljoen EUR.

De 1 miljoen EUR aan financiële uitgaven voor financiële activa tegen FVSD heeft voornamelijk betrekking op wisselkoersverschillen, rente en wijzigingen van de reële waarde voor met name het ABC FUND.

Het negatieve bedrag in het kader van het 9e EOF voor de rubriek “Waardevermindering van verhaalbare bedragen” is voornamelijk toe te schrijven aan de terugboeking van afsluitboekingen van vorig jaar. In 2020 waren de geraamde uitgaven voor oninbare bedragen die het gevolg zijn van verouderende invorderingsopdrachten (meer dan twee jaar), faillissementen en ontheffingen hoger dan in 2021.

3.6.OVERIGE UITGAVEN

Deze rubriek omvat uitgaven van administratieve aard zoals externe diensten buiten de IT-sector, uitgaven voor operationele leasing, communicatie en publicaties, opleidingskosten enz.

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

2021

2020

Administratieve en IT-uitgaven

4

94

98

120

Gerealiseerde verliezen op handelsdebiteuren

6

0

0

7

4

Wisselkoersverliezen

5

11

25

41

72

Totaal

11

16

119

145

197

De rubriek “Administratieve en IT-uitgaven” omvat bedragen die gebaseerd zijn op het Intern Akkoord van het EOF met de Commissie ter dekking van de administratieve uitgaven van zowel de centrale diensten als de delegaties in verband met het beheer van de EOF-programma’s. De zogenaamde “ondersteuningsuitgaven” hebben grotendeels betrekking op uitgaven voor de voorbereiding, follow-up, monitoring en evaluatie van projecten alsook uitgaven voor computernetwerken, technische bijstand, financieel beheer en prognoses.

De daling in deze rubriek is een gecombineerd effect van de daling van de administratieve en IT-uitgaven (2020: 120 miljoen EUR) en de daling van de uitgaven in verband met wisselkoersverliezen (2020: 72 miljoen EUR).

De aanzienlijke daling van wisselkoersverliezen is grotendeels toe te schrijven aan de daling in niet-gerealiseerde verliezen door de herwaardering van saldi in valuta op 31 december 2021.

4.VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN EN ANDERE BELANGRIJKE BEKENDMAKINGEN

4.1.VOORWAARDELIJKE ACTIVA

Voorwaardelijke activa zijn mogelijke activa die voortvloeien uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover de entiteit niet de volledige controle heeft.

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Voorfinancieringsgaranties

3

44

49

Uitvoeringsgaranties

7

3

11

12

Inhoudingsgaranties

5

3

9

9

Totaal

13

6

20

21

Voorfinancieringsgaranties worden in bepaalde gevallen verlangd van andere begunstigden dan lidstaten, wanneer zij vooruitbetalingen doen.

Uitvoeringsgaranties worden verlangd om ervoor te zorgen dat de begunstigden van EOF-middelen voldoen aan de verplichtingen van hun contracten met het EOF.

Inhoudingsgaranties hebben alleen betrekking op contracten voor de uitvoering van werken. Meestal wordt 10 % van de tussentijdse betalingen aan begunstigden ingehouden om ervoor te zorgen dat de aannemers hun verplichtingen nakomen. Deze ingehouden bedragen worden als te betalen bedragen opgenomen. Met instemming van de opdrachtgever kan de aannemer de inhoudingen op de tussentijdse betalingen desgewenst vervangen door een inhoudingsgarantie. Deze verkregen garanties worden opgenomen als voorwaardelijke activa.

Bij contracten die in indirect beheer worden beheerd, vallen de waarborgen onder een andere aanbestedende dienst dan het EOF en worden zij derhalve door het EOF niet vermeld (zie toelichting 2.2.4).

4.2.VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN

Voorwaardelijke verplichtingen zijn ofwel mogelijke verplichtingen die voortvloeien uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover de entiteit niet de volledige controle heeft, ofwel bestaande verplichtingen die voortvloeien uit gebeurtenissen in het verleden waarbij de uitstroom van middelen niet waarschijnlijk is of het bedrag niet op betrouwbare wijze kan worden gewaardeerd.

4.2.1.Verstrekte garanties

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Verstrekte garanties

(7)

(7)

(3)

De bovenstaande tabel toont de omvang van de blootstelling van de EOF aan mogelijke toekomstige betalingen in verband met aan de EIB-groep of andere financiële instellingen gegeven garanties. De vermelde bedragen zijn zonder financiële voorzieningen of financiële verplichtingen geboekt voor de betrokken programma’s.

Het bedrag van 7 miljoen EUR heeft volledig betrekking op een garantie in het kader van het financiële instrument EURITZ.

4.3.ANDERE BELANGRIJKE BEKENDMAKINGEN

4.3.1.Vastleggingen ten laste van nog niet gebruikte kredieten

Dit onderstaande bedrag bestaat uit de budgettaire RAL (“reste à liquider”) verminderd met de daarmee verband houdende bedragen die in de staat van de financiële resultaten zijn opgenomen als uitgaven. De budgettaire RAL is een bedrag dat de vastleggingen vertegenwoordigt waarvoor nog geen betalingen en/of vrijmakingen zijn gedaan. Dit is het normale gevolg van het bestaan van meerjarenprogramma’s.

in miljoen EUR

8e EOF

9e EOF

10e EOF

11e EOF

31.12.2021

31.12.2020

Vastleggingen ten laste van nog niet gebruikte kredieten

21

408

5 926

6 355

7 224

De daling van de RAL wordt grotendeels veroorzaakt door de daling van de budgettaire RAL, die in totaal neerkwam op 7 993 miljoen EUR (2020: 9 286 miljoen EUR). Deze daling wordt grotendeels veroorzaakt door het lagere aantal individuele vastleggingen dat gedurende het jaar werd ondertekend als gevolg van nieuwe uitdagingen die een belemmering vormden voor de uitvoering, met name bij de delegaties (zie toelichting 2.2).

5.FINANCIEEL RISICOBEHEER

De hieronder verschafte informatie met betrekking tot het financieel risicobeheer van het EOF betreft de kasverrichtingen die door de Commissie werden verricht namens het EOF met het oog op de besteding van EOF-middelen.

5.1.BELEID INZAKE RISICOBEHEER EN AFDEKKINGSACTIVITEITEN

De voorschriften en beginselen voor het beheer van de kasverrichtingen zijn vastgelegd in het Financieel Reglement van toepassing op het 11e EOF en het Intern Akkoord.

Als gevolg van de bovenvermelde regelgeving zijn de volgende hoofdprincipes van toepassing:

a)De EOF-bijdragen worden door elke lidstaat gestort op een speciale rekening die bij de centrale bank van de betrokken lidstaat of bij de door hem aangewezen financiële instelling is geopend. Deze bijdragen blijven op die speciale rekeningen totdat de betalingen van het EOF moeten worden uitgevoerd.

b)EOF-bijdragen worden door de lidstaten in EUR betaald, terwijl de EOF-betalingen in EUR en in andere valuta luiden.

c)Bankrekeningen die door de Commissie namens het EOF zijn geopend, mogen geen negatief saldo vertonen.

Naast de speciale rekeningen heeft de Commissie namens het EOF nog andere bankrekeningen geopend bij financiële instellingen (centrale banken en commerciële banken) om andere betalingen te verrichten en te ontvangen dan de bijdragen van de lidstaten aan de begroting.

De kasverrichtingen en de betalingen zijn sterk geautomatiseerd en maken gebruik van moderne informaticasystemen. Er worden specifieke procedures toegepast om de veiligheid van het systeem te waarborgen en om te garanderen dat de taken gescheiden worden conform het Financieel Reglement, de internecontrolenormen van de Commissie en de controleprincipes.



Een op schrift gestelde reeks richtsnoeren en procedures regelt het beheer van de kasverrichtingen en betalingen met als doel het operationele en financiële risico te beperken en een gepast controleniveau te waarborgen. Zij betreffen de verschillende werkingsgebieden en de naleving van de richtsnoeren en procedures wordt periodiek gecontroleerd.

5.2.VALUTARISICO

Blootstelling van het EOF aan valutarisico aan het einde van het jaar — nettopositie

in miljoen EUR

31.12.2021

31.12.2020

USD

DKK

EUR

Overige

Totaal

USD

DKK

EUR

Overige

Totaal

Financiële activa

Voor verkoop beschikbare financiële activa

2

31

33

Financiële activa tegen FVSD*

8

30

39

Vorderingen**

8

8

65

69

6

140

Geldmiddelen en kasequivalenten

3

991

994

2

726

728

11

1 029

1 040

69

826

6

901

Financiële verplichtingen

Schulden***

(16)

(6)

(605)

10

(617)

(16)

(6)

(605)

10

(617)

Totaal

11

1 029

1 040

53

(6)

221

16

284

* Vanaf 2021 herclassificatie van financiële activa (binnen de reikwijdte van de geactualiseerde boekhoudregels van de Europese Unie 11).

** Vanaf 2021 worden uitgestelde lasten en toegerekende baten uitgesloten van vorderingen (geen valutarisico) en worden verhaalbare bedragen niet weergegeven (niet binnen de reikwijdte van de geactualiseerde boekhoudregels van de Europese Unie 11).

*** Vanaf 2021 worden schulden niet langer bekendgemaakt aangezien zij het EOF niet blootstellen aan aanzienlijke valutarisico’s (aangezien zij overwegend in EUR zijn).

5.3.RENTERISICO

Het EOF ontleent geen geldmiddelen en is bijgevolg niet blootgesteld aan een renterisico.

De rente wordt opgebouwd op de saldi die het EOF op zijn verschillende bankrekeningen aanhoudt. Namens het EOF heeft de Commissie dus maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de op gezette tijd verworven rente in overeenstemming is met de marktrentevoeten en hun mogelijke fluctuatie.

Bijdragen aan de EOF-begroting worden door elke lidstaat op een speciale rekening geboekt die geopend is bij de door de lidstaat hiertoe aangewezen financiële instelling. Aangezien de vergoedingen voor sommige van deze rekeningen momenteel negatief kunnen zijn, gelden thans kasbeheerprocedures om de saldi op de desbetreffende rekeningen zo beperkt mogelijk te houden. Voorts komt elke negatieve vergoeding op deze rekeningen ten laste van de desbetreffende lidstaat, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/888 van de Raad.

Overnightsaldi op commerciële bankrekeningen worden dagelijks vergoed. De vergoeding voor saldi op dergelijke rekeningen is gebaseerd op variabele marktrentevoeten waarop een contractuele marge (positief of negatief) wordt toegepast. Voor de meeste rekeningen is de renteberekening gekoppeld aan het marktreferentietarief en wordt zij aangepast aan de schommelingen van dit tarief. Bijgevolg loopt het EOF geen risico dat haar saldi tegen een lager tarief dan de marktrentevoeten worden vergoed.

5.4.KREDIETRISICO (TEGENPARTIJRISICO)

Maximale blootstelling aan kredietrisico:

Voor financiële activa zijn de meegedeelde bedragen nettoboekwaarden en vertegenwoordigen zij de blootstelling van het EOF aan kredietrisico aan het einde van de verslagperiode.

in miljoen EUR

31.12.2021

Financiële activa

Leningen

1

Geldmiddelen en kasequivalenten

994

Wisselvorderingen*

8

Verstrekte garanties

Financiëlegarantiecontracten

8

Totaal op 31.12.2021

1 011

* Met uitzondering van uitgestelde lasten.

Financieel instrument Leningen: kredietkwaliteit

in miljoen EUR

31.12.2021

Fase 1

Fase 2

Fase 3

POCI

Totaal

Kredietrating

Beste en uitstekende rangschikking

Rangschikking hogere middensegment

Rangschikking lagere middensegment

Rangschikking niet-investeringswaardig en wanbetalingsrangschikking

3

3

Brutoboekwaarde

3

3

Minus voorzieningen voor verliezen

2

2

Nettoboekwaarde

1

1



Geldmiddelen en kasequivalenten: kredietkwaliteit

in miljoen EUR

31.12.2021

Kredietrating

Beste en uitstekende rangschikking

751

Rangschikking hogere middensegment

241

Rangschikking lagere middensegment

2

Rangschikking niet-investeringswaardig en wanbetalingsrangschikking

Brutoboekwaarde

994

Minus voorzieningen voor verliezen

Nettoboekwaarde

994

Vorderingen: kredietkwaliteit

in miljoen EUR

31.12.2021

Niet verschuldigd

Achterstallig

Achterstallig

Achterstallig

Achterstallig

Totaal

0-30 dagen

31-90 dagen

91 dagen-1 jaar

> 1 jaar

Brutoboekwaarde

8

8

Minus voorzieningen voor verezen

Nettoboekwaarde

8

8

Op basis van de analyse van de wisselvorderingen en met het oog op de transitie van de geactualiseerde boekhoudregels van de Europese Unie 11 is er op 1 januari 2021 geen waardeverminderingsaanpassing op te nemen voor de vorderingen die zijn opgenomen in de jaarrekening van het EOF van 2021.

Financiële activa tegen FVSD: kredietkwaliteit

In 2021 hebben de financiële activa tegen FVSD die zijn opgenomen in deze financiële staten betrekking op investeringen in eigen vermogen die niet aan kredietrisico onderhevig zijn (zie toelichting 2.1).

Informatie over het kredietrisico die is bekendgemaakt in de jaarrekening 2020

Ter informatie: in de jaarrekening 2020 werd de volgende informatie over het kredietrisico bekendgemaakt:

Financiële activa die niet vervallen zijn en evenmin een waardevermindering hebben ondergaan

in miljoen EUR

Totaal

Niet vervallen en evenmin in waarde verminderd

Achterstallig maar niet aan bijzondere waardevermindering onderhevig

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

140

124

7

9

Totaal op 31.12.2020

140

124

7

9

Financiële activa per risicocategorie:

in miljoen EUR

31.12.2020

Vorderingen

Contant geld

Totaal

Tegenpartijen met externe kredietrating

Beste en uitstekende rangschikking

9

372

381

Rangschikking hogere middensegment

211

211

Rangschikking lagere middensegment

145

145

Rangschikking niet-investeringswaardig

9

728

737

Tegenpartijen zonder externe kredietrating

Groep 1 (debiteuren zonder wanbetalingen in het verleden)

131

131

Groep 2 (debiteuren met wanbetalingen in het verleden)

Totaal

131

131

Totaal

140

728

868

5.5.LIQUIDITEITSRISICO

Vervaldagenanalyse van de financiële verplichtingen op basis van resterende contractuele vervaldag

De financiële verplichtingen en schulden in deze rubriek worden vermeld door de boekwaarden van de balans.

in miljoen EUR

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Financiële verplichtingen op 31.12.2021

501

6

508

Financiële verplichtingen op 31.12.2020

615

2

617

Voor het EOF geldende begrotingsbeginselen zorgen ervoor dat de totale kasmiddelen voor de begrotingsperiode steeds toereikend zijn voor de uitvoering van de betalingen. De totale bijdragen van de lidstaten stemmen immers overeen met het totale bedrag van de betalingskredieten voor de desbetreffende begrotingsperiode.

De bijdragen van de lidstaten aan het EOF worden evenwel betaald in drie tranches per jaar, terwijl de betalingen seizoensgebonden zijn.

Om ervoor te zorgen dat de kasmiddelen steeds toereikend zijn om de in een bepaalde maand uit te voeren betalingen te dekken, worden op gezette tijden gegevens over de kassituatie uitgewisseld tussen de thesaurie van de Commissie en de desbetreffende uitgevende diensten.

Naast het bovenstaande zorgen geautomatiseerde kasbeheerinstrumenten er in het kader van de kasverrichtingen van het EOF voor dat dagelijks voldoende liquiditeit beschikbaar is op elke bankrekening van het EOF.

6.INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN

De verbonden partijen van het EOF zijn het EU-trustfonds Bêkou, het EU-trustfonds voor Afrika en de Europese Commissie. Verrichtingen tussen deze entiteiten maken deel uit van de normale verrichtingen van het EOF en derhalve gelden er overeenkomstig de boekhoudregels van de EU geen specifieke verplichtingen tot informatieverschaffing voor deze verrichtingen.

Er is geen afzonderlijk beheer voor het EOF, aangezien het door de Commissie wordt beheerd. De rechten van de leidinggevenden van de EU, met inbegrip van de Commissie, zijn openbaar gemaakt in de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie in rubriek 7.2 “Rechten van leidinggevenden”.

7.GEBEURTENISSEN NA DE BALANSDATUM

Oekraïne

In overeenstemming met de boekhoudregels van de EU 19, “Gebeurtenissen na de balansdatum” is de oorlog in Oekraïne, die in februari 2022 is begonnen, een gebeurtenis die niet leidt tot aanpassing van de jaarrekening en hoeven de cijfers die op 31 december 2021 in deze financiële staten waren vermeld derhalve niet te worden aangepast. Voor latere verslagperioden kan de oorlog gevolgen hebben voor de opneming en waardering van bepaalde activa en verplichtingen op de balans en ook van bepaalde ontvangsten en uitgaven die zijn opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Op basis van de feiten en omstandigheden op het moment dat deze financiële staten werden opgesteld, in het bijzonder de veranderende situatie, kan geen betrouwbare raming van het financiële effect van de oorlog in Oekraïne op het EOF worden gemaakt.

Op de datum van indiening van deze rekeningen zijn geen andere relevante punten onder de aandacht gekomen van de rekenplichtige van het EOF die een afzonderlijke vermelding in deze rubriek zouden vereisen. Bij het opstellen van de jaarrekeningen en de bijbehorende toelichtingen werd gebruikgemaakt van de recentste beschikbare gegevens en dit komt tot uiting in de hierboven opgenomen informatie.

8.AFSTEMMING VAN HET ECONOMISCH RESULTAAT EN HET BEGROTINGSRESULTAAT

Het economisch resultaat van het jaar is berekend op transactiebasis. Het begrotingsresultaat is evenwel gebaseerd op de beginselen van de kasboekhouding. Aangezien het economisch resultaat en het begrotingsresultaat het gevolg zijn van dezelfde onderliggende verrichtingen, is het nuttig om na te gaan of ze op elkaar kunnen worden afgestemd. In onderstaande tabel is deze afstemming opgenomen, met vermelding van de belangrijkste afgestemde bedragen, opgesplitst in ontvangsten en uitgaven. De toelichting bij de tabel bevat aanvullende informatie over de aard van de belangrijkste sluitposten.

in miljoen EUR

2021

2020

ECONOMISCH RESULTAAT OVER HET JAAR

(2 974)

(4 744)

Ontvangsten

Rechten die het begrotingsresultaat niet beïnvloeden

(2)

Rechten die in het lopende jaar zijn vastgesteld, maar nog niet zijn geïnd

(6)

(23)

Rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld en in het lopende jaar zijn geïnd

20

13

Ontvangstenverlagend verbruik

13

61

Toegerekende baten (netto)

(69)

(33)

Overige

Uitgaven

Nog niet betaalde uitgaven van het lopende jaar

111

119

Uitgaven van het vorige jaar betaald in het lopende jaar

(741)

(817)

Netto-effect van voorfinanciering

(295)

(281)

Toegerekende uitgaven (netto)

539

1 102

BEGROTINGSRESULTAAT VAN HET JAAR

(3 401)

(4 604)

8.1.SLUITPOSTEN — ONTVANGSTEN

De begrotingsontvangsten van een begrotingsjaar zijn gelijk aan de bedragen die worden geïnd van tijdens het begrotingsjaar vastgestelde rechten en de bedragen die worden geïnd van rechten die zijn vastgesteld tijdens voorafgaande begrotingsjaren.

De rechten die het begrotingsresultaat niet beïnvloeden worden geboekt in de economische resultatenrekening. Vanuit begrotingsoogpunt kunnen zij evenwel niet als ontvangsten worden beschouwd, aangezien het ontvangen bedrag naar de reserve wordt overgeheveld en zonder een besluit van de Raad niet opnieuw kan worden vastgelegd.

De rechten die in het huidige jaar zijn vastgesteld maar nog niet geïnd moeten ten behoeve van de afstemming van het economisch resultaat worden afgetrokken, aangezien zij geen deel uitmaken van de begrotingsontvangsten. Daarentegen moeten de rechten die tijdens vorige jaren zijn vastgesteld en in het huidige jaar geïnd ten behoeve van de afstemming bij het economische resultaat worden opgeteld.

Het netto-effect van de voorfinanciering heeft betrekking op de verrekening van de voorfinanciering met de van de begunstigden teruggevorderde bedragen. Deze kasontvangsten vertegenwoordigen begrotingsinkomsten, maar hebben geen invloed op het economisch resultaat en moeten daarom ten behoeve van de afstemming worden toegevoegd.

De netto toegerekende ontvangsten bestaan hoofdzakelijk uit overlopende posten met het oog op afsluiting aan het einde van het jaar. Alleen het netto-effect, dat wil zeggen de toegerekende baten voor het lopende jaar verminderd met de teruggeboekte toegerekende baten van vorig jaar, wordt in aanmerking genomen.

8.2.SLUITPOSTEN — UITGAVEN

Uitgaven van het lopende jaar die nog niet zijn betaald moeten ten behoeve van de afstemming worden toegevoegd, aangezien zij in het economisch resultaat zijn opgenomen maar geen deel uitmaken van de begrotingsontvangsten. Daarentegen moeten de uitgaven van vorige jaren die in het huidige jaar zijn betaald ten behoeve van de afstemming van het economische resultaat worden afgetrokken, aangezien zij deel uitmaken van de begrotingsuitgaven van het lopende jaar, maar zij het economische resultaat niet beïnvloeden of in het geval van correcties de uitgaven verminderen.

De kasmiddelen van betalingsannuleringen hebben geen invloed op de economische resultaten, maar wel op het begrotingsresultaat.

Het netto-effect van voorfinanciering is de combinatie van de nieuwe voorfinancieringsbedragen die tijdens het lopende jaar zijn betaald (geboekt als begrotingsuitgaven van het jaar) en de vereffening van de voorfinancieringen die tijdens het lopende jaar of vorige jaren werden betaald via de aanvaarding van subsidiabele kosten. De laatste zijn wel toegerekende uitgaven, doch geen uitgave in de begrotingsboekhouding, aangezien de aanvankelijke voorfinanciering reeds als een begrotingsuitgave werd beschouwd op het ogenblik van de betaling.

De netto toegerekende uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit uitgaven die toegerekend zijn met het oog op afsluiting aan het einde van het jaar, dat wil zeggen subsidiabele uitgaven die begunstigden van EOF-middelen hebben gedaan, maar nog niet aan het EOF hebben gedeclareerd. Alleen het netto-effect, dat wil zeggen de toegerekende uitgaven voor het lopende jaar verminderd met de teruggeboekte toegerekende uitgaven van vorig jaar, wordt in aanmerking genomen.

FINANCIËLE STATEN VAN IN HET EOF GECONSOLIDEERDE EU-TRUSTFONDSEN

FINANCIËLE STATEN 2021 VAN HET EU-TRUSTFONDS BÊKOU

Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot duizend euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in de tabellen niet correct zijn opgeteld.



ACHTERGRONDINFORMATIE OVER HET EU-TRUSTFONDS BÊKOU

Algemene achtergrond bij de EU-trustfondsen

Oprichting

Overeenkomstig de artikelen 234 en 235 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Unie 4 en artikel 35 van het Financieel Reglement van toepassing op het 11e EOF 5 is de Commissie gemachtigd EU-trustfondsen op te richten voor externe maatregelen ("trustfondsen van de Unie"). De trustfondsen van de Unie zijn opgericht uit hoofde van een overeenkomst met andere donoren voor acties in en na noodsituaties die nodig zijn om te reageren op een crisis, of voor thematische acties.

Trustfondsen van de Unie worden opgericht door de Europese Commissie met een besluit na raadpleging of goedkeuring van het Europees Parlement en de Raad. Dit besluit omvat de oprichtingsovereenkomst met andere donoren.

Trustfondsen van de Unie worden alleen opgericht en uitgevoerd onder de volgende voorwaarden:

Er is toegevoegde waarde voor het optreden van de Unie: de doelstellingen van trustfondsen van de Unie, met name vanwege de omvang of de mogelijke gevolgen, kunnen beter op het niveau van de Unie dan op nationaal niveau worden bereikt en het gebruik van de bestaande financieringsinstrumenten zou niet voldoende zijn om de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken.

Trustfondsen van de Unie leveren duidelijke politieke zichtbaarheid van de Unie en voordelen met betrekking tot het beheer op, evenals betere controle door de Unie op de risico’s en het gebruik van de bijdragen van de Unie en andere donoren.

Trustfondsen van de Unie vormen geen doublure van andere financieringskanalen of vergelijkbare instrumenten, zonder enige additionaliteit op te leveren.

De doelstellingen van trustfondsen van de Unie zijn afgestemd op de doelstellingen van het instrument van de Unie of de begrotingspost waaruit zij gefinancierd worden.

De huidige EU-trustfondsen

Momenteel heeft de Commissie vier EU-trustfondsen opgericht:

·het EU-trustfonds Bêkou, dat tot doel heeft de Centraal-Afrikaanse Republiek in alle opzichten te helpen bij het vinden van een uitweg uit de crisis en bij de wederopbouw. Opgericht op 15 juli 2014;

·het EU-trustfonds voor Syrië (Madad-fonds), een regionaal trustfonds van de Europese Unie in respons op de Syrische crisis. Opgericht op 15 december 2014;

·het EU-trustfonds voor Afrika, een noodtrustfonds van de Europese Unie voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van onregelmatige migratie en ontheemding in Afrika. Opgericht op 12 november 2015;

·het EU-Trustfonds voor Colombia; voor de ondersteuning van de uitvoering van het vredesakkoord bij de eerste wederopbouw- en stabiliseringsfase na afloop van het conflict. Opgericht op 12 december 2016.

Opdracht

Het EU-trustfonds Bêkou werd opgericht met als doel de stabilisering en wederopbouw van de Centraal-Afrikaanse Republiek te bevorderen. Volgens de oprichtingsovereenkomst is de belangrijkste doelstelling van het trustfonds om samenhangende, gerichte steun te bieden voor de weerbaarheid van kwetsbare groepen, en om de wederopbouw en de uitweg uit de crisis van de Centraal-Afrikaanse Republiek op alle gebieden te ondersteunen, om acties op korte, middellange en lange termijn te coördineren, en om buurlanden te helpen om te gaan met de gevolgen van de crisis.

Belangrijkste operationele activiteiten

Het trustfonds van de Unie bundelt middelen van verschillende donoren om programma’s te financieren op basis van overeengekomen doelstellingen. Sinds de oprichting van het EU-trustfonds Bêkou in juli 2014 heeft het trustfonds 22 programma’s vastgesteld en meer dan 2,5 miljoen begunstigden bereikt. De programma’s zijn bedoeld om de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) en haar bevolking bij te staan in de nasleep van de crisis van 2013. Het EU-trustfonds Bêkou heeft in het bijzonder tot doel de toegang tot basisdiensten (voornamelijk gezondheidszorg, water en sanitaire voorzieningen) te garanderen, het economisch herstel en het scheppen van banen te ondersteunen en sociale cohesie en verzoening te bevorderen.

Governance

Het bestuur van het EU-trustfonds Bêkou is toevertrouwd aan de Europese Commissie, die ook optreedt als het secretariaat van zijn twee bestuursorganen — de raad van bestuur van het trustfonds en het operationele bestuursorgaan. De raad van bestuur van het trustfonds en het operationeel comité van het EU-trustfonds Bêkou bestaan uit vertegenwoordigers van de donoren, de Commissie, het Europees Parlement, een vertegenwoordiger van de autoriteiten van de Centraal-Afrikaanse Republiek en waarnemers. De regels voor de samenstelling van de raad van bestuur en zijn reglement van orde worden vastgesteld in de oprichtingsovereenkomst van het trustfonds van de Unie.

De belangrijkste taak van de raad van bestuur bestaat erin de algemene strategie van het trustfonds vast te stellen en te evalueren. Het operationele bestuursorgaan is verantwoordelijk voor de selectie van de door het trustfonds gefinancierde acties en houdt toezicht op de uitvoering ervan. Daarnaast keurt het de jaarrekening en de jaarverslagen over door het trustfonds gefinancierde activiteiten goed.

Financieringsbronnen

Het EU-trustfonds Bêkou wordt gefinancierd met bijdragen van donoren.

Jaarrekening

Opstellingsgrondslag

Het rechtskader en de termijnen voor de opstelling van de jaarrekeningen zijn vastgelegd in de overeenkomst tot oprichting van het EU-trustfonds voor de Centraal-Afrikaanse Republiek, het zogeheten “EU-trustfonds Bêkou” en de interne regels daarvan (hierna “de oprichtingsovereenkomst” genoemd). Overeenkomstig deze oprichtingsovereenkomst worden de jaarrekeningen opgesteld overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld door de rekenplichtige van de Commissie (boekhoudregels van de Europese Unie), die gebaseerd zijn op internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector (IPSAS).

De rekenplichtige

De rekenplichtige van de Commissie treedt op als rekenplichtige van de trustfondsen van de Unie. De rekenplichtige is verantwoordelijk voor het vaststellen van de boekhoudprocedures en een rekeningstelsel die alle trustfondsen van de Unie gemeenschappelijk hebben. De intern controleur van de Commissie, OLAF en de Rekenkamer oefenen ten aanzien van de trustfondsen van de Unie dezelfde bevoegdheden uit als ten aanzien van andere acties die door de Commissie worden uitgevoerd. De trustfondsen van de Unie worden jaarlijks aan een onafhankelijke externe audit onderworpen.

Samenstelling van de jaarrekeningen

De jaarrekening bestrijkt de periode van 1 januari tot en met 31 december en omvat de financiële overzichten en de verslagen over de uitvoering van de begroting. Hoewel de financiële overzichten en de aanvullende toelichtingen op transactiebasis worden opgesteld, zijn de verslagen over de begrotingsuitvoering hoofdzakelijk gebaseerd op kasbewegingen.



Proces van voorlopige rekeningen tot kwijting

De jaarrekeningen worden onderworpen aan een onafhankelijke externe audit. De door de rekenplichtige opgestelde voorlopige jaarrekeningen worden uiterlijk op 15 februari van het volgende jaar toegezonden aan het operationeel comité, dat ze vervolgens toezendt aan het accountantskantoor dat na een aanbestedingsprocedure door de entiteit is geselecteerd. Na de audit stelt de rekenplichtige de definitieve jaarrekening op en legt deze ter goedkeuring voor aan het operationeel comité (artikel 8, lid 3, punt 4, c)).

De jaarrekening van het EU-trustfonds Bêkou wordt geconsolideerd in de jaarrekening van het Europees Ontwikkelingsfonds.

Belangrijke operationele gebeurtenissen

Belangrijkste verwezenlijkingen tijdens het jaar

De EU startte in juli 2014 haar allereerste trustfonds (EUTF), dat de naam “Bêkou” draagt (hetgeen “hoop” betekent in het Sango), om de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) en haar bevolking in de nasleep van de crisis van 2013 bij te staan. Het EU-trustfonds Bêkou heeft tot doel de toegang tot basisdiensten (voornamelijk gezondheidszorg, water en sanitaire voorzieningen) te garanderen, de plattelandsontwikkeling en het economisch herstel te ondersteunen en de verzoening te bevorderen. Sinds de oprichting ervan heeft het EU-trustfonds Bêkou 22 programma’s gefinancierd en meer dan de helft van de bevolking van het land bereikt.

Ondanks de ondertekening van een vredesovereenkomst in februari 2019 zijn de onveiligheid en de humanitaire behoeften in 2021 toegenomen, wat voor het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA) aanleiding vormde om te spreken van “de ergste humanitaire noodsituatie sinds 2015”. Het is in deze complexe en fragiele context dat het EU-trustfonds Bêkou zijn comparatieve voordelen heeft benut die het fonds heeft op het vlak van flexibiliteit om zich aan de veranderende omstandigheden aan te passen. Daarnaast is het EU-trustfonds Bêkou het enige instrument gebleven waarmee de weerbaarheid van zowel de bevolking als de staat wordt opgebouwd, op basis van een intensievere samenwerking tussen actoren op het gebied van humanitaire hulp, ontwikkeling en vrede.

Belangrijke operationele gebeurtenissen in 2021:

In december 2020 werd besloten tot de tweede en laatste verlenging van het EU-trustfonds Bêkou tot 31 december 2021. De uitvoering van projecten in het kader van het EU-trustfonds Bêkou werd in 2021 beïnvloed door een ernstige verslechtering van de veiligheidssituatie. Nadat de algemene verkiezingen in december 2020 waren gehouden, maakte een coalitie van rebellengroepen bezwaar tegen de uitkomst en begon een gewelddadig conflict zich uit te breiden over het gehele grondgebied van Centraal-Afrika. Hoewel de situatie in de hoofdstad Bangui minder gevaarlijk bleef, veroorzaakte het conflict voor de meeste Bêkou-partners grote veiligheidsproblemen en toegangsbeperkingen.

Hoewel in het kader van het EU-trustfonds Bêkou in 2020 een programma ter ondersteuning van de inzet op het gebied van civiele bescherming in de Centraal-Afrikaanse Republiek was goedgekeurd, werd de institutionele en veiligheidscontext niet langer gunstig genoeg geacht om met de uitvoering van dit programma te beginnen. Bijgevolg werd de 4 miljoen EUR aan vastleggingen vrijgemaakt en opnieuw toegewezen aan een programma dat was gericht op de sociaal-economische ontwikkeling in het zuidoostelijke deel van het land (RELSUDE).

De respons op de COVID-19-uitbraak werd in 2021 voortgezet. Hoewel de pandemie dit jaar een minder groot effect had op de verrichtingen in het kader van het EU-trustfonds, verstoorden de geldende sanitaire maatregelen in combinatie met het tumult dat werd veroorzaakt door het voortdurende conflict de nog altijd zeer kwetsbare instellingen, en zag het land de basisvoorzieningen achteruitgaan. Via het EU-trustfonds Bêkou werden de kloof tussen noodhulp en ontwikkelingshulp overbrugd en werd met behulp van de programma’s Health III en WASH de voortdurende ondersteuning van kwetsbare bevolkingsgroepen opgevoerd.

Aan het einde van 2021 werd voor het EU-trustfonds Bêkou het vastleggen en contracteren van alle ontvangen bijdragen afgerond, met uitzondering van de middelen die waren gereserveerd voor toezicht, evaluatie, audit en communicatie, die nog steeds kunnen worden gecontracteerd tot het einde van de uitvoeringsperiode van het EU-trustfonds op 31 december 2025. Gedurende het jaar werden extra inspanningen verricht om financieringstekorten te voorkomen en het operationeel comité heeft meer middelen beschikbaar gesteld voor de volgende sectoren: water en sanitaire voorzieningen (4,5 miljoen EUR), sociaal-economisch herstel RELSUDE (5,38 miljoen EUR), verzoening (Reconciliation II) (1,45 miljoen EUR), gezondheidszorg (Health III) (0,34 miljoen EUR) en de faciliteit voor technische samenwerking FATC II (1,23 miljoen EUR).

Begroting en uitvoering van de begroting

Wat de ontvangsten betreft bedroegen de toezeggingen van de contribuanten aan het EU-trustfonds eind 2021 meer dan 310 miljoen EUR. Dit is een stijging met 1,89 miljoen EUR ten opzichte van 2020. Alle bijdragecertificaten zijn ontvangen.

Zoals beschreven werd op besluitvormingsniveau 13 miljoen EUR vastgelegd door middel van aanvullingen op bestaande acties in het kader van het EU-trustfonds Bêkou in 2021. Zij waren bedoeld ter ondersteuning van de sectoren water- en sanitaire voorzieningen, sociaal-economisch herstel, gezondheidszorg, verzoening en meer financiering voor de faciliteit voor technische samenwerking van het EU-trustfonds. Zoals beschreven in de belangrijke operationele gebeurtenissen hadden deze aanvullingen betrekking op strategische sectoren voor de respons op de veranderingen in de sociaal-economische en veiligheidssituatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek, maar ook om partners te ondersteunen teneinde de duurzaamheid van acties in het kader van de overgang van het trustfonds Bêkou naar het nieuwe instrument “Europa in de wereld” te versterken.

Wat de contracten betreft, heeft het EU-trustfonds Bêkou in 2021 7 nieuwe contracten en 14 toegevoegde clausules voor verhoging van kosten en looptijd ondertekend voor een totaalbedrag van meer dan 35 miljoen EUR. De nieuwe contracten dragen bijvoorbeeld bij tot de uitvoering van technische ondersteuning voor het ministerie van Gezondheidszorg en het ministerie van Vrouwenzaken, tot de programma’s voor verzoening en sociale cohesie door middel van een project gericht op de jeugd in Centraal-Afrika, tot de voorkoming van gendergerelateerd geweld, en tot de economische ontwikkeling van het land door middel van de professionalisering en bevordering van ondernemerschap in stedelijke gebieden.

En tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, werd in 2021 meer dan 36 miljoen EUR betaald; sinds de oprichting van het EU-trustfonds Bêkou is bijna 233 miljoen EUR uitgekeerd.

Impact van de activiteiten op de financiële staten

In de financiële staten is de impact van de bovenvermelde activiteiten het meest zichtbaar bij:

·exploitatiekosten: die met 938 000 EUR zijn gedaald; de uitgaven met betrekking tot hulp voor wederopbouw, stadsontwikkeling en -beheer, beroepsopleiding en ontwikkeling van de particuliere sector zijn echter gestegen aangezien middelen op het gebied van civiele bescherming werden herschikt ten behoeve van de sociaal-economische ontwikkeling;

·voorfinanciering: gedaald met 5 924 000 EUR doordat er minder voorschotten werden betaald als gevolg van de lagere waarde van de nieuwe contracten die werden ondertekend (36 miljoen EUR van nieuwe contracten en contractwijzigingen in 2021 tegenover 53 miljoen EUR in 2020);

·financiële verplichtingen: gedaald met 4 671 000 EUR, voornamelijk als gevolg van het feit dat de ontvangen bijdragen van de donoren niet toereikend zijn om de jaarlijkse uitstroom van betalingen te dekken. Dit heeft ook geleid tot de vermindering van de geldmiddelen en kasequivalenten.

BALANS

X 1 000 EUR

31.12.2021

31.12.2020

VASTE ACTIVA

Voorfinanciering

214

2 418

214

2 418

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

11 762

15 482

Wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

4 446

5 340

Geldmiddelen en kasequivalenten

3 792

7 339

20 000

28 161

TOTAAL ACTIVA

20 214

30 579

LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN

Financiële verplichtingen

(3 167)

(17 838)

(3 167)

(17 838)

KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN

Schulden

(2 847)

(795)

Toegerekende lasten

(14 200)

(11 947)

(17 047)

(12 741)

TOTAAL PASSIVA

(20 214)

(30 579)

NETTOACTIVA

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

X 1 000 EUR

2021

2020

ONTVANGSTEN

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties

Ontvangsten uit giften

46 995

47 889

Teruggevorderde uitgaven

115

Totaal ontvangsten

46 995

48 004

UITGAVEN

Exploitatiekosten

(46 021)

(46 959)

Financieringskosten

(48)

(68)

Overige uitgaven

(925)

(978)

Totaal uitgaven

(46 995)

(48 004)

ECONOMISCH RESULTAAT OVER HET JAAR

KASSTROOMOVERZICHT

X 1 000 EUR

2021

2020

Economisch resultaat over het jaar

(Toename)/afname voorfinanciering

5 924

3 685

(Toename)/afname wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

894

(3 487)

Toename/(afname) financiële verplichtingen

(14 671)

(11 889)

Toename/(afname) schulden

2 052

784

Toename/(afname) in toegerekende lasten

2 254

814

NETTOKASSTROOM

(3 547)

(10 093)

Nettotoename/(afname) geldmiddelen en kasequivalenten

(3 547)

(10 093)

Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar

7 339

17 432

Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van het jaar

3 792

7 339

FINANCIËLE STATEN VAN HET EU-TRUSTFONDS VOOR AFRIKA 2021

Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot duizend euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in de tabellen niet correct zijn opgeteld.

ACHTERGRONDINFORMATIE OVER HET EU-TRUSTFONDS VOOR AFRIKA

Algemene achtergrond bij de EU-trustfondsen

Oprichting

Overeenkomstig de artikelen 234 en 235 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Unie 6 en artikel 35 van het Financieel Reglement van toepassing op het 11e EOF 7 is de Commissie gemachtigd EU-trustfondsen op te richten voor externe maatregelen ("trustfondsen van de Unie"). De trustfondsen van de Unie zijn opgericht uit hoofde van een overeenkomst met andere donoren voor acties in en na noodsituaties die nodig zijn om te reageren op een crisis, of voor thematische acties.

Trustfondsen van de Unie worden opgericht door de Europese Commissie, met een besluit na raadpleging of goedkeuring van het Europees Parlement en de Raad. Dit besluit omvat de oprichtingsovereenkomst met andere donoren.

Trustfondsen van de Unie worden alleen opgericht en uitgevoerd onder de volgende voorwaarden:

Er is toegevoegde waarde voor het optreden van de Unie: de doelstellingen van trustfondsen van de Unie, met name vanwege de omvang of de mogelijke gevolgen, kunnen beter op het niveau van de Unie dan op nationaal niveau worden bereikt en het gebruik van de bestaande financieringsinstrumenten zou niet voldoende zijn om de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken.

Trustfondsen van de Unie leveren duidelijke politieke zichtbaarheid van de Unie en voordelen met betrekking tot het beheer op, evenals betere controle door de Unie op de risico’s en het gebruik van de bijdragen van de Unie en andere donoren.

Trustfondsen van de Unie vormen geen doublure van andere financieringskanalen of vergelijkbare instrumenten, zonder enige additionaliteit op te leveren.

De doelstellingen van trustfondsen van de Unie zijn afgestemd op de doelstellingen van het instrument van de Unie of de begrotingspost waaruit zij gefinancierd worden.

De huidige EU-trustfondsen

Momenteel heeft de Commissie vier EU-trustfondsen opgericht:

·het EU-trustfonds Bêkou, dat tot doel heeft de Centraal-Afrikaanse Republiek in alle opzichten te helpen bij het vinden van een uitweg uit de crisis en bij de wederopbouw. Opgericht op 15 juli 2014;

·het EU-trustfonds voor Syrië (Madad-fonds), een regionaal trustfonds van de Europese Unie in respons op de Syrische crisis. Opgericht op 15 december 2014;

·het EU-trustfonds voor Afrika, een trustfonds van de Europese Unie voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika. Opgericht op 12 november 2015;

·het EU-Trustfonds voor Colombia; voor de ondersteuning van de uitvoering van het vredesakkoord bij spoedig herstel en stabilisatie na afloop van het conflict. Opgericht op 12 december 2016.

Opdracht

De belangrijkste doelstellingen van het EU-trustfonds voor Afrika zijn de ondersteuning van alle dimensies van stabiliteit en het bijdragen tot een beter migratiebeheer, alsook de aanpak van de grondoorzaken van destabilisatie, gedwongen verplaatsing en irreguliere migratie, in het bijzonder door veerkracht, economische en gelijke kansen, veiligheid en ontwikkeling te bevorderen en schendingen van mensenrechten aan te pakken.

Belangrijkste operationele activiteiten

Het trustfonds van de Unie bundelt middelen van verschillende donoren om een actie te financieren op basis van overeengekomen doelstellingen. Het EU-trustfonds voor Afrika is actief in drie belangrijke geografische gebieden, namelijk de Sahel en de regio rond het Tsjaadmeer, de Hoorn van Afrika en het noorden van Afrika. De buurlanden van de in aanmerking komende landen kunnen van geval tot geval profiteren van de projecten van het trustfonds. Het trustfonds is opgericht voor een beperkte periode om een antwoord op korte en middellange termijn te verstrekken op de problemen waarmee de regio heeft te kampen.

Governance

Het bestuur van het EU-trustfonds voor Afrika is toevertrouwd aan de Europese Commissie, die ook optreedt als het secretariaat van zijn twee bestuursorganen — de raad van bestuur van het trustfonds en het operationele bestuursorgaan. De raad van bestuur en het operationeel comité van het EU-trustfonds voor Afrika bestaan uit vertegenwoordigers van de donoren en de Commissie, alsook uit vertegenwoordigers van niet-bijdragende EU-lidstaten, autoriteiten van begunstigde landen en regionale organisaties als waarnemers. De regels voor de samenstelling van de raad van bestuur en zijn reglement van orde worden vastgesteld in de oprichtingsovereenkomst van het trustfonds van de Unie.

De belangrijkste taak van de raad van bestuur bestaat erin de algemene strategie van het trustfonds vast te stellen en te evalueren. Het operationele bestuursorgaan is verantwoordelijk voor de selectie van de door het trustfonds gefinancierde acties en houdt toezicht op de uitvoering ervan. Daarnaast keurt het de jaarrekening en de jaarverslagen over door het trustfonds gefinancierde activiteiten goed.

Financieringsbronnen

Het EU-trustfonds voor Afrika wordt gefinancierd met bijdragen van donoren.

Jaarrekening

Opstellingsgrondslag

Het rechtskader en de termijnen voor de opstelling van de jaarrekeningen zijn vastgelegd in de Overeenkomst tot oprichting van een EU-noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika en de interne regels van dit EU-trustfonds (hierna “de oprichtingsovereenkomst” genoemd). Overeenkomstig deze oprichtingsovereenkomst worden de jaarrekeningen opgesteld overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld door de rekenplichtige van de Commissie (boekhoudregels van de Europese Unie), die gebaseerd zijn op internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector (IPSAS).

De rekenplichtige

Op basis van de oprichtingsovereenkomst treedt de rekenplichtige van de Commissie op als rekenplichtige van het trustfonds.

Samenstelling van de jaarrekeningen

De jaarrekening bestrijkt de periode van 1 januari tot en met 31 december en omvat de financiële overzichten en de verslagen over de uitvoering van de begroting. Hoewel de financiële overzichten en de aanvullende toelichtingen op transactiebasis worden opgesteld, zijn de verslagen over de begrotingsuitvoering hoofdzakelijk gebaseerd op kasbewegingen.

Proces van voorlopige rekeningen tot kwijting

De jaarrekeningen worden onderworpen aan een onafhankelijke externe audit. De door de rekenplichtige opgestelde voorlopige jaarrekeningen worden uiterlijk op 15 februari van het volgende jaar toegezonden aan het operationeel comité, dat ze vervolgens toezendt aan het accountantskantoor dat na een aanbestedingsprocedure door de entiteit is geselecteerd. Na de audit stelt de rekenplichtige de definitieve jaarrekening op en legt deze ter goedkeuring voor aan het operationeel comité.

De jaarrekening van het EU-trustfonds voor Afrika wordt geconsolideerd in de jaarrekening van het Europees Ontwikkelingsfonds.

Belangrijke operationele gebeurtenissen

Belangrijkste verwezenlijkingen tijdens het jaar

2021 was het laatste jaar waarin in het kader van het EU-trustfonds voor Afrika financiële vastleggingen konden worden gedaan, met inbegrip van de goedkeuring van nieuwe acties of begrotingsaanvullingen en de ondertekening van nieuwe contracten of wijzigingen van bestaande contracten. Vanaf 2022 zullen programma’s in het kader van het EU-trustfonds voor Afrika nog tot eind 2025 worden uitgevoerd.

In de loop van 2021 heeft het EU-trustfonds voor Afrika verder aangetoond dat het een snel en doeltreffend uitvoeringsinstrument is dat de beleidsdialoog met Afrikaanse partnerlanden in de drie regio’s vergemakkelijkt, innovatieve benaderingen toepast en tastbare resultaten oplevert in de drie regio’s (de Sahel en de regio rond het Tsjaadmeer, de Hoorn van Afrika en het noorden van Afrika).

Het EU-trustfonds voor Afrika heeft zijn resultaten in partnerschap met de ontwikkelingsagentschappen van de EU-lidstaten, VN-organisaties, ngo’s en partnerlanden verder geconsolideerd, met de goedkeuring van enkele nieuwe programma’s en een zeer groot aantal begrotingsaanvullingen in de drie regio’s voor een totaalbedrag van 242,6 miljoen EUR. Dit brengt het totale aantal goedgekeurde programma’s op 248 (waaraan vier transversale programma’s moeten worden toegevoegd) voor een totale exploitatiebegroting van meer dan 4 935,1 miljoen EUR. In 2021 werden met de uitvoerende partners nieuwe operationele contracten ondertekend ter waarde van meer dan 367 miljoen EUR, waardoor het totale bedrag van de ondertekende contracten 4 918 miljoen EUR bedroeg. Eind 2021 bedroegen de operationele betalingen ongeveer 3 739 miljoen EUR.

Het EU-trustfonds voor Afrika is in 2021 blijven werken aan de tweeledige doelstelling van het bevorderen van stabiliteit en het aanpakken van de dieperliggende oorzaken van gedwongen ontheemding en irreguliere migratie in de Sahel en de regio rond het Tsjaadmeer, de Hoorn van Afrika en het noorden van Afrika. Het EU-trustfonds voor Afrika is blijven streven naar een evenwichtige aanpak van de uitdagingen van irreguliere migratie, met bijzondere aandacht voor gebieden van wederzijds belang voor de EU en Afrika. Hierbij gaat het om de bestrijding van migrantensmokkel en mensenhandel, en de ondersteuning van de vrijwillige terugkeer en de duurzame re-integratie van migranten in hun land van herkomst.

Het afgelopen jaar heeft het EU-trustfonds voor Afrika een extra bedrag van 3,5 miljoen EUR van een EU-lidstaat ontvangen. Als gevolg daarvan bedroeg de totale toezegging aan het EU-trustfonds voor Afrika op 31 december 2021 meer dan 5 061,7 miljoen EUR, waarvan 623,2 miljoen EUR afkomstig van EU-lidstaten en andere donoren (Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Zwitserland).

In voorgaande jaren bleek uit de rapporten over de monitoring en het leersysteem (MLS – Monitoring and Learning System) met betrekking tot de Sahel, de regio rond het Tsjaadmeer en de Hoorn van Afrika dat met het EU-trustfonds voor Afrika tastbare resultaten werden geboekt op verschillende werkterreinen (deze rapporten zijn beschikbaar op de website van het EU-trustfonds voor Afrika). De monitoring en het leersysteem van de regio Noord-Afrika hebben monitoringrapporten opgeleverd (zie de website van het EU-trustfonds voor Afrika) die tot doel hebben te analyseren hoe door het EU-trustfonds gefinancierde programma’s bijdragen aan de strategische prioriteiten van het EU-trustfonds voor Afrika in de regio Noord-Afrika.

Verantwoordingsplicht en transparantie zijn verbeterd door meer communicatie, waaronder regelmatige updates op de website van het EU-trustfonds voor Afrika, het plaatsen van berichten op sociale media en het organiseren van communicatie-evenementen.

In 2021 is de veiligheidssituatie van de Sahel en de regio rond het Tsjaadmeer verder verslechterd doordat banditisme en spanningen tussen gemeenschappen zijn toegenomen. Het geweld door niet-statelijke gewapende groeperingen bleef aanhouden en bij meer dan 3 600 gewelddadige aanvallen in de regio zijn bijna 10 000 mensen omgekomen. Het aanhoudende geweld en extreme klimaatgerelateerde gebeurtenissen hebben tot verdere massale ontheemding geleid. Als gevolg van de extreme klimatologische omstandigheden werd de regio ook getroffen door perioden van droogte en overstromingen, die een zeer hoge mate van voedselonzekerheid veroorzaakten. Bovendien hebben maatregelen die de regeringen van de regio hebben genomen om de verspreiding van COVID-19 te beheersen, geleid tot een lagere voedselproductie en hebben zij de inflatie opgedreven en de humanitaire hulpverlening verder belemmerd, waardoor de kwetsbaarheid van mensen nog verder werd vergroot. In het licht hiervan heeft het operationeel comité van het EU-trustfonds voor Afrika drie nieuwe programma’s en zes begrotingsaanvullingen goedgekeurd voor een totaalbedrag van 75, 9 miljoen EUR (waarvan 73,4 miljoen EUR aan nieuwe middelen, 0,7 miljoen EUR aan vrijgemaakte middelen en 1,8 miljoen EUR aan teruggevorderde middelen). In de loop van het jaar heeft het EU-trustfonds voor Afrika voorts concrete en zichtbare resultaten opgeleverd in het kader van de vier strategische doelstellingen, waarbij tegelijkertijd de stabilisatiepogingen ervan werden voortgezet.

In 2021 handhaafde het EU-trustfonds voor Afrika zijn alomvattende aanpak om alle aspecten van stabiliteit en veerkracht in de regio rond de Hoorn van Afrika te ondersteunen, waarbij de flexibiliteit van het fonds om het hoofd te bieden aan het toenemende negatieve effect van de COVID-19-pandemie optimaal werd benut. Ondanks de verergerde conflictsituatie in de regio en de door de pandemie veroorzaakte ontwrichtingen heeft de mobilisering van de uitvoerende partners het mogelijk gemaakt om belangrijke mijlpalen te behalen voor alle vier specifieke doelstellingen van het EU-trustfonds voor Afrika in overeenstemming met de werkzaamheden die in voorgaande jaren waren verricht. In 2021 werden één nieuw programma en 22 begrotingsaanvullingen goedgekeurd voor een totaalbedrag van 158,2 miljoen EUR. Om het gebruik van de middelen van het EU-trustfonds voor Afrika te optimaliseren voor verrichtingen vóór het einde van de periode voor de sluiting van contracten op 31 december 2021, werd een totaalbedrag van 136,7 miljoen EUR aan ongebruikte middelen uit bestaande programma’s vrijgemaakt en werd 16,8 miljoen EUR teruggevorderd (voornamelijk uit middelen die eerder waren toegewezen aan projecten in Eritrea). Deze middelen werden volledig opnieuw toegewezen, voornamelijk door middel van begrotingsaanvullingen op andere bestaande programma’s.

In 2021 bleef het EU-trustfonds voor Afrika met een alomvattende aanpak reageren op uitdagingen in de regio Noord-Afrika om levens te redden, de meest kwetsbaren te beschermen, gastgemeenschappen te ondersteunen, kansen te bieden voor veilige en georganiseerde mobiliteit en de gevolgen van de COVID-19-pandemie aan te pakken. Het segment Noord-Afrika is blijven werken op basis van de door de strategische raad van het EU-trustfonds overeengekomen strategische prioriteiten, waaronder steun ter verbetering van migratiebeheer; ondersteuning van arbeidsmigratie en -mobiliteit; bescherming van kwetsbare migranten, vrijwillige terugkeer en duurzame re-integratie, alsmede stabilisatie van de gemeenschappen; en geïntegreerd grensbeheer. In 2021 werden geen nieuwe acties goedgekeurd, maar wel een aantal begrotingsaanvullingen op bestaande acties voor een totaalbedrag van 8,55 miljoen EUR. Bovendien werden verschillende lopende programma’s gewijzigd om ongebruikte middelen vrij te maken en opnieuw toe te wijzen aan andere lopende programma’s met vastgestelde behoeften, zodat de nieuwe vastleggingen minus vrijgemaakte/opnieuw toegewezen middelen neerkomen op 7,45 miljoen EUR.

Begroting en uitvoering van de begroting

In 2021 bedroeg het in totaal vastgelegde bedrag 112 miljoen EUR, ten opzichte van 740 miljoen EUR in 2020. In 2021 bedroeg het nettototaal van extra bedragen waarvoor contracten waren afgesloten 358 miljoen EUR ten opzichte van 1,1 miljoen EUR in 2020. De betalingen in de verslagperiode kwamen neer op 748 miljoen EUR, 304 miljoen EUR minder dan in 2020.

In 2021 bedroeg de totale uitvoering van de begroting in termen van beschikbare vastleggingskredieten die door vastleggingen werden gebruikt 99,61 %.

In 2021 keurde het segment van de Sahel en de regio rond het Tsjaadmeer drie nieuwe programma’s en zes begrotingsaanvullingen goed voor een totaalbedrag van 75,9 miljoen EUR (waarvan 73,4 miljoen EUR aan nieuwe middelen). Om het gebruik van de middelen van het EU-trustfonds Afrika te optimaliseren voor verrichtingen vóór het einde van de periode voor de sluiting van contracten op 31 december 2021, werd 0,7 miljoen EUR vrijgemaakt en 1,8 miljoen EUR teruggevorderd, waarvan het totaalbedrag door middel van aanvullingen opnieuw werd toegewezen.

De Hoorn van Afrika keurde één nieuw programma en 22 begrotingsaanvullingen goed voor een totaalbedrag van 158,2 miljoen EUR. Om het gebruik van de middelen van het EU-trustfonds voor Afrika te optimaliseren voor verrichtingen vóór het einde van de periode voor de sluiting van contracten op 31 december 2021, werd 136,7 miljoen EUR aan ongebruikte middelen uit bestaande programma’s vrijgemaakt en werd 16,8 miljoen EUR teruggevorderd, waarvan het totaalbedrag opnieuw werd toegewezen, voornamelijk door middel van aanvullingen op andere bestaande projecten.

In het noorden van Afrika werden in 2021 geen nieuwe programma’s goedgekeurd, maar wel een aantal begrotingsaanvullingen voor een totaalbedrag van 8,5 miljoen EUR. Om het gebruik van de middelen van het EU-trustfonds voor Afrika te optimaliseren voor verrichtingen vóór het einde van de periode voor de sluiting van contracten op 31 december 2021, werd 1,1 miljoen EUR vrijgemaakt en opnieuw toegewezen aan andere programma’s met vastgestelde behoeften.

Aangezien op 31 december 2021 de periode voor de sluiting van contracten voor operationele contracten in het kader van het EU-trustfonds afliep (met uitzondering van contracten met betrekking tot administratieve handelingen zoals evaluatie, audit en communicatie), gingen de drie segmenten over op het vrijmaken en opnieuw toewijzen van deze middelen; vervolgens werd daar een andere bestemming aan gegeven om te voorzien in de behoeften van de kwetsbare bevolking.

Respons op COVID-19

In 2021 bleef de COVID-19-pandemie een diepgaand effect hebben op de landen die in aanmerking komen voor het EU-trustfonds voor Afrika. Aanvullende middelen uit het EU-trustfonds voor Afrika werden herbestemd om de noodzakelijke respons op COVID-19 te bieden in de drie regio’s waarop het EU-trustfonds voor Afrika van toepassing is.

In de Sahel en de regio rond het Tsjaadmeer werd de COVID-19-programmering in verband met behandeling, testen en noodmaatregelen in 2021 afgeschaald. Zo ontving 98 % van de personen die werden bijgestaan in de eerste helft van 2021 steun die niet voornamelijk bestond uit medische uitrusting of persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals preventieve maatregelen of sociaal-economische, risicobeperkende maatregelen.

In de Hoorn van Afrika had de COVID-19-pandemie een diepgaand negatief effect op de economische activiteiten in de regio, onder andere op het inkomen van huishoudens, de teelt van gewassen, veeteelt, verkoop en voedselprijzen. Ook werden hierdoor bestaande risico’s en effecten op irreguliere migratie verergerd als gevolg van grotere zorgen omtrent bescherming, zoals misbruik, gendergeweld, uitbuiting, mensenhandel, smokkelarij en willekeurige detentie. Dankzij de steun van de EUTF is het aantal mensen met verbeterde toegang tot COVID-19-gerelateerde sociale basisvoorzieningen, zoals diensten en cashtransacties, in het eerste halfjaar van 2021 aanzienlijk toegenomen. De projectactiviteiten waren in 2020 hoofdzakelijk gericht op preventie- en bewustmakingscampagnes op het gebied van COVID-19, maar in 2021 werd de aandacht meer verlegd naar economische ondersteuning. In het bijzonder werden in 2021 in het kader van het EU-trustfonds voor Afrika bijna 6 miljoen aan COVID-19 gerelateerde goederen verstrekt, ofwel door middel van de herschikking van middelen naar de respons op COVID-19 of door middel van nieuwe programma’s.

In 2021 had de COVID-19-pandemie ook een nadelig effect op de economieën in het noorden van Afrika, waarbij het voor kwetsbare bevolkingsgroepen nog moeilijker werd om bestaansmiddelen te beschermen en zij in nog grotere mate afhankelijk werden van noodhulp. Het segment besteedde 34,1 miljoen EUR, wat ten goede kwam aan bijna 195 000 kwetsbare mannen, vrouwen en kinderen in de regio, waarbij meer dan 500 000 eenheden aan COVID-19-gerelateerde goederen werden verstrekt aan belangrijke laboratoria en isolatie-eenheden.

Impact van de activiteiten op de financiële staten

In de financiële staten is de impact van de bovenvermelde activiteiten het meest zichtbaar bij:

·voorfinanciering: een daling met 159 078 000 EUR doordat er minder voorschotten werden betaald als gevolg van de lagere waarde van de nieuwe contracten die zijn ondertekend;

·exploitatiekosten: vrij stabiel gebleven met slechts een geringe daling met 30 430 000 EUR. Ondanks de verslechterende veiligheidssituatie en de aanhoudende COVID-19-pandemie heeft het trustfonds zijn verrichtingen voortgezet om met name de negatieve effecten van de pandemie tegen te gaan, stabiliteit te bevorderen en de dieperliggende oorzaken van migratie aan te pakken;

·financiële verplichtingen: een daling met 23 142 000 EUR voornamelijk als gevolg van het feit dat de ontvangen bijdragen niet toereikend waren om de aan de donoren toegewezen netto-uitgaven te dekken. Ondanks dit stegen de geldmiddelen en kasequivalenten met 121 788 000 EUR, omdat de ontvangen bijdragen hoger waren dan de jaarlijkse uitstroom van betalingen.

BALANS

X 1 000 EUR

31.12.2021

31.12.2020

VASTE ACTIVA

Voorfinanciering

55 305

92 655

55 305

92 655

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

437 657

559 386

Wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

45 339

6 346

Geldmiddelen en kasequivalenten

179 759

57 971

662 755

623 703

TOTAAL ACTIVA

718 061

716 359

LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN

Financiële verplichtingen

(525 530)

(546 379)

(525 530)

(546 379)

KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN

Schulden

(53 143)

(45 377)

Toegerekende lasten

(139 388)

(124 602)

(192 531)

(169 979)

TOTAAL PASSIVA

(718 061)

(716 359)

NETTOACTIVA

STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN

X 1 000 EUR

2021

2020

ONTVANGSTEN

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties

Teruggevorderde uitgaven

16

Ontvangsten uit giften

871 456

921 014

871 472

921 014

Ontvangsten uit wisseltransacties

Financiële ontvangsten

131

Overige ontvangsten uit wisseltransacties

16 340

2 883

16 471

2 883

Totaal ontvangsten

887 943

923 897

UITGAVEN

Exploitatiekosten

(856 291)

(889 014)

Financieringskosten

(550)

(518)

Overige uitgaven

(31 103)

(34 365)

Totaal uitgaven

(887 943)

(923 897)

ECONOMISCH RESULTAAT OVER HET JAAR

KASSTROOMOVERZICHT

X 1 000 EUR

2021

2020

Economisch resultaat over het jaar

Operationele activiteiten

(Toename)/afname voorfinanciering

159 078

(184 933)

(Toename)/afname wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

(38 992)

12 125

Toename/(afname) financiële verplichtingen

(20 849)

161 968

Toename/(afname) schulden

7 765

19 408

Toename/(afname) in toegerekende lasten

14 786

22 488

NETTOKASSTROOM

121 788

31 056

Nettotoename/(afname) geldmiddelen en kasequivalenten

121 788

31 056

Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar

57 971

26 915

Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van het jaar

179 759

57 971

GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN VAN HET EOF EN DE EU-TRUSTFONDSEN

Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in de tabellen niet correct zijn opgeteld.

GECONSOLIDEERDE BALANS

in miljoen EUR

31.12.2021

31.12.2020* *

VASTE ACTIVA

Financiële activa

39

33

Voorfinanciering*

726

965

Wisselvorderingen

4

3

770

1 002

VLOTTENDE ACTIVA

Voorfinanciering

1 902

1 930

Wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

85

152

Geldmiddelen en kasequivalenten

1 177

793

3 164

2 875

TOTAAL ACTIVA

3 934

3 877

LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN

Financiële verplichtingen

(154)

(173)

(154)

(173)

KORTLOPENDE VERPLICHTINGEN

Schulden

(557)

(661)

Overlopende posten

(1 162)

(1 664)

(1 719)

(2 325)

TOTAAL PASSIVA

(1 873)

(2 498)

NETTOACTIVA

2 061

1 379

MIDDELEN EN RESERVES

Reëlewaardereserve

(5)

Afgeroepen middelen van het fonds — actieve EOF’s

62 643

58 986

Overdracht van afgeroepen middelen van afgesloten EOF’s

2 252

2 252

Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat

(59 860)

(55 111)

Economisch resultaat over het jaar

(2 974)

(4 744)

NETTOACTIVA

2 061

1 379

* Door een administratieve fout bevatten de geconsolideerde financiële staten van het EOF 2020 een negatief bedrag van 2 miljoen EUR aan bijdragen aan trustfondsen dat abusievelijk op de balans was gerapporteerd. In de geconsolideerde financiële staten van het EOF 2021 is deze rapportagefout gecorrigeerd en zijn de saldi van 2020 die in deze staten worden vermeld in overeenstemming gebracht met de staat van de rekeningen.

GECONSOLIDEERDE STAAT VAN DE FINANCIËLE PRESTATIES

in miljoen EUR

2021

2020

ONTVANGSTEN

Ontvangsten uit niet-wisseltransacties

Terugvorderingen

27

92

Ontvangsten uit giften aan de trustfondsen

272

296

300

388

Ontvangsten uit wisseltransacties

Financiële ontvangsten

(25)

6

Overige ontvangsten

90

40

64

46

Totaal ontvangsten

364

434

UITGAVEN

Steuninstrumenten

(2 218)

(3 935)

Door trustfondsen gedane uitgaven

(902)

(936)

Cofinancieringsuitgaven

(19)

(53)

Financieringskosten

(21)

(22)

Overige uitgaven

(178)

(232)

Totaal uitgaven

(3 338)

(5 178)

ECONOMISCH RESULTAAT OVER HET JAAR

(2 974)

(4 744)

GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT

in miljoen EUR

2021

2020

Economisch resultaat over het jaar

(2 974)

(4 744)

Operationele activiteiten

Kapitaalverhoging — bijdragen

3 657

4 177

(Toename)/afname bijdragen trustfonds

(Toename)/afname voorfinanciering

266

(210)

(Toename)/afname wisselvorderingen en verhaalbare niet-handelsuitgaven

66

(9)

Toename/(afname) financiële verplichtingen

(19)

6

Toename/(afname) schulden

(104)

119

Toename/(afname) in overlopende posten

(502)

232

Overige non-cash mutaties

(3)