EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021PC0733

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (herschikking)

COM/2021/733 final

Brussel, 25.11.2021

COM(2021) 733 final

2021/0373(CNS)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN DE RAAD

tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (herschikking)

{SEC(2021) 576 final} - {SWD(2021) 357 final} - {SWD(2021) 358 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Democratie is een van de waarden waarop de Europese Unie is gegrondvest. Iedere burger heeft het recht deel te nemen aan het democratisch bestel van de EU en besluiten moeten zo transparant mogelijk en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen.

Het EU-burgerschap brengt specifieke democratische rechten met zich mee. EU-burgers die gebruik hebben gemaakt van hun recht om te wonen, te werken, te studeren of onderzoek te doen in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (“mobiele EU-burgers”), hebben in hun lidstaat van verblijf het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen.

In Richtlijn 94/80/EG van de Raad zijn de nadere regels vastgesteld voor de uitoefening van hun kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf.

In het verslag over het EU-burgerschap 2020 1 heeft de Commissie haar voornemen kenbaar gemaakt om een actualisering voor te stellen van Richtlijn 94/80/EG van de Raad betreffende het actief en passief kiesrecht van mobiele EU-burgers bij gemeenteraadsverkiezingen. Het belangrijkste doel is de informatieverstrekking aan burgers te vergemakkelijken en verouderde en achterhaalde bepalingen in de bijlage bij de richtlijn van de Raad te actualiseren. In het werkprogramma van de Commissie voor 2021 is een wetgevingsinitiatief aangekondigd om het kiesrecht van mobiele EU-burgers te verbeteren.

Ondanks de huidige maatregelen ondervinden mobiele EU-burgers nog steeds moeilijkheden bij de uitoefening van hun kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen. Zo worden mobiele EU‑burgers geconfronteerd met problemen bij het verkrijgen van correcte informatie over de wijze waarop zij hun kiesrecht kunnen uitoefenen, omslachtige registratieprocedures en het effect van de schrapping voor de verkiezingen in de lidstaat van herkomst. De bijlage bij de richtlijn moet worden herzien in verband met wijzigingen in sommige lidstaten van de “primaire lokale lichamen” en de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Dit initiatief voorziet in de aanpak van de problemen die zijn geconstateerd bij de uitoefening van het kiesrecht door mobiele EU-burgers. Het actualiseert, verduidelijkt en versterkt de regels om ervoor te zorgen dat zij de brede en inclusieve deelname van mobiele EU-burgers aan gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf ondersteunen.

Dit voorstel bouwt voort op reeds lang bestaande en regelmatige gedachtewisselingen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten via de specifieke groep van de Commissie voor de uitvoering van richtlijnen, de deskundigengroep inzake electorale aangelegenheden en twee andere specifieke bijeenkomsten van het multidisciplinaire Europees samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen en de deskundigengroep inzake electorale aangelegenheden.

Dit is een initiatief in het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit).

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorstel hangt ook nauw samen met het voorstel tot herschikking van Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 2 en met de werkzaamheden in verband met andere initiatieven van het pakket transparantie en democratie van het werkprogramma van de Commissie 3 .

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel zorgt voor samenhang met de verordening inzake één digitale toegangspoort van de EU 4 wat betreft de toegang van burgers tot informatie van goede kwaliteit met betrekking tot regels van de Unie en van de lidstaten die van toepassing zijn op burgers die hun op de rechtsorde van de Unie gebaseerde rechten op het gebied van de interne markt uitoefenen of wensen uit te oefenen en met de “Unie van gelijkheid: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 5 , waarmee wordt beoogd de politieke rechten van personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen te waarborgen 6 . Het voorstel vormt ook een aanvulling op ander EU-beleid op het gebied van democratie en de digitale wereld 7 . Door voor mobiele EU-burgers te streven naar gelijke toegang tot toepassingen voor elektronisch stemmen of stemmen via het internet, wordt met het voorstel beoogd hun grondrechten beter te beschermen en de democratische participatie voor de samenleving als geheel te vergroten. Het initiatief is in overeenstemming met de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Bij artikel 20 VWEU wordt het burgerschap van de Unie ingesteld. In artikel 20, lid 2, punt b), en artikel 22, lid 1, VWEU en in artikel 40 van het Handvest van de grondrechten van de EU wordt bepaald dat Unieburgers in hun lidstaat van verblijf het actief en passief kiesrecht hebben bij gemeenteraadsverkiezingen, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat. In artikel 22 VWEU wordt bepaald dat de uitoefening van dit recht onderworpen is aan de nadere regelingen die door de Raad met eenparigheid van stemmen volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Europees Parlement worden vastgesteld.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het actief en passief kiesrecht van mobiele EU-burgers bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar zij verblijven, maakt deel uit van de rechten die verbonden zijn aan de status van Unieburger, zoals verankerd in het tweede deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Artikel 22, lid 1, van het Verdrag voorziet uitdrukkelijk in de vaststelling door de Raad van de nadere regelingen om de daadwerkelijke uitoefening van dit recht in alle lidstaten te waarborgen. Dergelijke regelingen zijn oorspronkelijk vastgesteld in Richtlijn 94/80/EG.

De herschikking van Richtlijn 94/80/EG en de herziening en actualisering van de daarin vervatte gemeenschappelijke normen en procedures vereisen een optreden op het niveau van de Unie.

   Evenredigheid

De voorgestelde gerichte maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om de langetermijndoelstelling van ontwikkeling en versterking van de Europese democratie te verwezenlijken. Zij verbeteren en verfijnen het kader voor de uitoefening door mobiele EU‑burgers van het hun door de Verdragen toegekende kiesrecht. Het voorstel is bijgevolg in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

Keuze van het instrument

De richtlijn van de Raad bevat reeds een robuuste reeks normen inzake de standaarden en procedures voor de uitoefening van het kiesrecht door mobiele EU-burgers. Dit voorstel heeft tot doel gerichte wijzigingen in die richtlijn van de Raad aan te brengen teneinde bepaalde tekortkomingen en belemmeringen waarmee lidstaten en burgers te maken krijgen, aan te pakken. Aangezien het taalgebruik en de verouderde verwijzingen en bepalingen moeten worden geactualiseerd, moet de richtlijn van de Raad worden herschikt. Aangezien dit voorstel een herschikking van de richtlijn van de Raad betreft, is eenzelfde soort rechtsinstrument het meest geschikt.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Gelet op het bestaan van recente verslagen van de Commissie, is er afgeweken van het beginsel “eerst evalueren”. Uit de beschikbare gegevens blijkt duidelijk dat Richtlijn 94/80/EG 8 moet worden geactualiseerd, en dit wordt voldoende geacht voor de evaluatiefase. Tot slot bevat de externe studie die ter ondersteuning van de effectbeoordeling is uitgevoerd ook elementen ter evaluatie van het bestaande rechtskader 9 .

Raadpleging van belanghebbenden

Bij de voorbereiding van dit voorstel heeft de Commissie nauw overleg gepleegd met de relevante belanghebbenden.

Het voorstel is onder meer gebaseerd op een openbare raadpleging 10  van burgers, nietgouvernementele organisaties en lokale en regionale overheden, relevante studies, waaronder een studie van het academisch netwerk inzake EU-burgerschapsrechten 11 , en de conclusies van een externe studie die is opgesteld ter ondersteuning van een effectbeoordeling en die voorafgaand aan het voorstel is uitgevoerd 12 . Daarnaast werd er relevante feedback gegeven door mobiele EU-burgers 13 , het Europees samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen 14 en de deskundigengroep inzake electorale aangelegenheden. Dit werd aangevuld met de resultaten van relevante projecten die werden gefinancierd in het kader van de programma’s Rechten, gelijkheid en burgerschap 15  en Europa voor de burger 16 , en met rechtstreekse feedback van EU-burgers die door de Commissie en het Europees Parlement werd ontvangen.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Relevante informatie is verkregen via raadplegingen van deskundigen, met name met de deskundigengroep van de Commissie inzake electorale aangelegenheden 17 en het Europees samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen 18 .

Op 28 januari 2021 en 10 juni 2021 werden er twee gezamenlijke bijeenkomsten van het Europees samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen en de deskundigengroep inzake electorale aangelegenheden gehouden. De punten die tijdens deze bijeenkomsten werden behandeld, waren reeds grotendeels besproken tijdens eerdere bijeenkomsten.

Effectbeoordeling

Het voorstel wordt ondersteund door een effectbeoordeling (SWD(2021) 357). Gezien de gelijkenissen tussen Richtlijn 94/80/EG van de Raad en Richtlijn 93/109/EG van de Raad, zowel wat betreft de belangrijkste begunstigden (mobiele EU-burgers) als wat betreft de toegekende rechten en de daarmee samenhangende verplichtingen voor de lidstaten, werden de mogelijkheden tot verbetering ervan alsook de werking ervan in één document beoordeeld. De Raad voor regelgevingstoetsing bracht een positief advies uit over de effectbeoordeling (SEC(2021) 576).

In de effectbeoordeling werden er twee alternatieve beleidsopties voor de aanpak van de vastgestelde problemen onderzocht. De beleidsopties omvatten een reeks mogelijke maatregelen om de uitoefening van het kiesrecht te verbeteren. Meer bepaald variëren deze beleidsopties van zachte, niet-wetgevende maatregelen ter ondersteuning van bewustmaking en versterkte administratieve samenwerking, tot het vaststellen van gemeenschappelijke normen voor procedures voor de registratie van mobiele EU-burgers en ter voorkoming van schrappingspraktijken.

Optie 1 voorziet in gerichte wetswijzigingen en zachte maatregelen. Het doel is de bestaande bepalingen van de richtlijn van de Raad te consolideren en te verduidelijken.

Optie 2 voorziet in uitgebreide wetgevende maatregelen. Met inachtneming van het non‑discriminatiebeginsel als basis van de richtlijn, wordt met de tweede beleidsoptie een ingrijpende hervorming van de richtlijn beoogd door bijvoorbeeld wettelijke vereisten vast te stellen voor de termijnen voor registratie.

De verschillende opties zijn getoetst op hun doeltreffendheid, efficiëntie, samenhang met ander EU-beleid, subsidiariteit en evenredigheid.

Optie 2 wordt beschouwd als de meest doeltreffende optie om alle beoogde doelstellingen te verwezenlijken. Optie 1 is echter de voorkeursoptie om redenen van efficiëntie, coherentie, subsidiariteit en evenredigheid.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Het voorstel brengt voor de overheidsdiensten van de lidstaten en de EU bepaalde kosten met zich mee die voortvloeien uit de intensievere samenwerking, maar zou voor de autoriteiten ook efficiëntiewinst moeten opleveren als gevolg van de harmonisatie van procedures. Bovendien beschikken sommige lidstaten reeds over systemen die de in de voorkeursoptie bedoelde verplichtingen bestrijken en zouden zij dus niet met aanzienlijke extra kosten worden geconfronteerd.

Het voorstel vereenvoudigt voor mobiele EU-burgers de procedure voor de registratie van hun actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen.

In het kader van het voorstel zijn er geen negatieve effecten vastgesteld die zouden voortvloeien uit een betere integratie en democratische participatie van mobiele EU-burgers in hun gastlidstaat. Het vereenvoudigen van de registratievereisten en het verbeteren van de informatieverstrekking en de bewustmaking over het kiesrecht ten behoeve van mobiele EU‑burgers ondersteunen het vrije verkeer en de integratie.

Het voorstel houdt in dat mobiele EU-burgers dezelfde toegang tot stemmen op afstand en elektronisch stemmen krijgen als de onderdanen van de betrokken lidstaat. De mogelijkheid om op afstand te stemmen, maakt het voor mobiele EU-burgers gemakkelijker om aan verkiezingen deel te nemen.

Grondrechten

In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) wordt het volgende bepaald: “(d)e waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non‑discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.”

In artikel 10, leden 1 en 2, VEU wordt het volgende bepaald: “(d)e werking van de Unie is gegrond op de representatieve democratie” en “(d)e burgers worden op het niveau van de Unie rechtstreeks vertegenwoordigd in het Europees Parlement.”

Volgens artikel 26 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkent en eerbiedigt de Unie het recht van personen met een handicap op maatregelen die beogen hun zelfstandigheid, hun maatschappelijke en beroepsintegratie en hun deelname aan het gemeenschapsleven te bewerkstelligen.

Dit voorstel streeft de doelstellingen van deze bepalingen na en is derhalve verenigbaar met en geeft uitvoering aan de grondrechten die worden gewaarborgd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Dit voorstel versterkt het vrije verkeer van EU-burgers (artikel 45 van het Handvest). Het ondersteunt ook de toegang van mobiele EU-burgers tot stemprocedures onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van de gastlidstaat. Bovendien versterkt het voorstel het passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen (artikel 40 van het Handvest) en het recht op behoorlijk bestuur (artikel 41).

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel leidt niet tot financiële of administratieve lasten voor de EU. Het heeft dan ook geen gevolgen voor de EU-begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De lidstaten moeten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om aan de richtlijn van de Raad te voldoen binnen twee jaar na de inwerkingtreding ervan. Binnen drie jaar na de inwerkingtreding en vervolgens om de vier jaar moeten de lidstaten aan de Commissie verslag uitbrengen over de toepassing van de richtlijn. Het verslag moet relevante statistische gegevens bevatten over de deelname van kiezers en kandidaten aan gemeenteraadsverkiezingen en een overzicht van de maatregelen die in dat verband zijn genomen. Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding en vervolgens om de vijf jaar moet de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen over de toepassing van deze richtlijn van de Raad.

Om te zorgen voor synergie en samenhang tussen haar verschillende beleidsmaatregelen inzake de deelname van mobiele EU-burgers aan verkiezingen, voert de Commissie de evaluatie van de toepassing van deze richtlijn uit samen met de evaluatie van de toepassing van de richtlijn betreffende de verkiezingen voor het Europees Parlement. Daarnaast wordt bij de evaluatie rekening gehouden met de verslagen van de lidstaten en de bijeenkomsten van het Europees samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen. Daarom zal de Commissie binnen twee jaar na de volgende twee verkiezingen voor het Europees Parlement, na de inwerkingtreding van deze richtlijn, de toepassing ervan beoordelen en een evaluatieverslag opstellen over de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan.

Toelichtende stukken

In zijn arrest van 8 juli 2019 19 en in zijn verdere jurisprudentie 20 heeft het Hof van Justitie verduidelijkt dat de lidstaten bij de mededeling van nationale omzettingsmaatregelen aan de Commissie voldoende duidelijke en nauwkeurige inlichtingen moeten verstrekken en moeten uiteenzetten met welke nationale bepaling of bepalingen elk van de bepalingen van een richtlijn wordt omgezet.

Artikelsgewijze toelichting

Alleen de bepalingen van de richtlijn die door dit voorstel worden gewijzigd, worden toegelicht.

1. Om de toegang van mobiele EU-burgers tot informatie over verkiezingen te vergemakkelijken, worden in artikel 12 strengere normen vastgesteld voor het verstrekken van dergelijke informatie aan mobiele EU-burgers. Krachtens het voorstel moeten de lidstaten autoriteiten aanwijzen die mobiele EU-burgers die op hun grondgebied verblijven proactief informeren over de voorwaarden en nadere regels voor de registratie als kiezer of als kandidaat bij gemeenteraadsverkiezingen (vóór en na hun registratie), hetzij voor verkiezingsdoeleinden, hetzij voor het in Richtlijn 2004/38/EG vermelde doel. Dit kan ook inhouden dat er informatie wordt verstrekt en dat er gebruik wordt gemaakt van communicatiemiddelen die zijn toegesneden op specifieke groepen kiezers, zoals jonge kiezers.

Teneinde mobiele EU-burgers meer bewust te maken van en meer inzicht te verschaffen in de procedures en praktijken om zich te registreren voor en deel te nemen aan gemeenteraadsverkiezingen, voorziet hetzelfde artikel in de verplichting voor de door de lidstaten aangewezen autoriteiten om mobiele EU-burgers die als kiezer of als kandidaat zijn geregistreerd, specifieke en op maat gesneden informatie te verstrekken over het volgende:

a)    de status van hun registratie;

b)    de datum van de verkiezingen en hoe en waar er kan worden gestemd, zodra die informatie beschikbaar is;

c)    de relevante regels inzake de rechten en plichten van kiezers en kandidaten, met inbegrip van verboden en onverenigbaarheden en toepasselijke sancties bij schending van de verkiezingsregels;

d)    de wijze waarop nadere informatie kan worden verkregen over de organisatie van de verkiezingen, met inbegrip van de lijst van kandidaten.

Krachtens Verordening (EU) 2018/1724 moeten de lidstaten ervoor zorgen dat gebruikers op hun nationale webpagina’s gemakkelijk toegang hebben tot gebruiksvriendelijke, nauwkeurige, actuele en voldoende uitvoerige informatie over de deelname aan gemeenteraadsverkiezingen. De lidstaten maken gebruik van verschillende communicatiemiddelen en -kanalen. Om redenen van consistentie heeft het initiatief bijgevolg tot doel de in Verordening (EU) 2018/1724 vastgestelde kwaliteitseisen dienovereenkomstig uit te breiden tot de gevallen waarin de lidstaten rechtstreeks en individueel officiële informatie over de verkiezingen verstrekken aan mobiele EU-burgers.

De informatie moet niet alleen in de officiële taal van de lidstaat van verblijf worden meegedeeld, maar ook in een officiële EU-taal die in grote lijnen wordt begrepen door zoveel mogelijk Unieburgers die op het grondgebied van die lidstaat verblijven. De lidstaten zullen gebruik kunnen maken van de portaalsite “Uw Europa”. Samen met de contactgegevens, die worden ingevoerd door de wijzigingen in de gegevens die mobiele EU-burgers moeten verstrekken om zich als kiezer of als kandidaat te registreren, zullen de lidstaten hierdoor elektronische kanalen kunnen gebruiken voor de rechtstreekse doorgifte van informatie. Om te zorgen voor een inclusieve deelname aan de verkiezingen worden in het initiatief ook toegankelijkheidseisen vastgesteld voor de informatie die wordt verstrekt aan personen met een handicap en aan oudere burgers, waarbij de algemene opmerkingen van het Comité van de Verenigde Naties voor de rechten van personen met een handicap betreffende de artikelen 21 en 29 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap als inspiratiebron zijn gebruikt.

2. Om de administratieve belemmeringen voor mobiele EU-burgers te reduceren, voorziet het initiatief (de artikelen 8 en 9) in gestandaardiseerde modellen voor de formele verklaringen in de bijlagen II en III, die door mobiele EU-burgers moeten worden ingediend om zich als kiezer of als kandidaat te registreren. De gegevens worden aangevuld met contactgegevens, waardoor de lidstaten hun informatieplicht kunnen nakomen. Aangezien de bijlagen bij de richtlijn in het Publicatieblad van de Europese Unie zullen worden bekendgemaakt, zullen zij zowel voor de burgers als voor de nationale autoriteiten in alle officiële talen van de EU beschikbaar zijn.

3. Het voorstel (artikel 8, lid 5) beperkt de reikwijdte van de registratie van mobiele EU‑burgers op de kiezerslijsten van de gastlidstaat, waardoor wordt voorkomen dat zij uitsluitend op grond daarvan van de kiezerslijsten van de lidstaat van herkomst worden geschrapt.

4. Artikel 14 voorziet in regelmatige monitoring van en verslaglegging over de uitvoering door de lidstaten. Verslagen bevatten relevante statistische gegevens over de deelname van kiezers en kandidaten aan gemeenteraadsverkiezingen overeenkomstig artikel 3 en een overzicht van de in dat verband genomen maatregelen. Dit zal de Commissie in staat stellen de efficiëntie van de door de lidstaten gebruikte methoden te beoordelen en alternatieven voor verbetering aan te reiken. Artikel 16 voorziet in de evaluatie van de toepassing van de richtlijn binnen twee jaar na de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2029.

5. In de artikelen 2, 8 en 9 wordt aan de Commissie de bevoegdheid verleend gedelegeerde handelingen vast te stellen om ervoor te zorgen dat de lijst van primaire lokale administratieve lichamen actueel blijft en dat de modellen van de formele verklaringen die mobiele EU‑burgers indienen bij hun registratie als kiezer of als kandidaat relevante gegevens blijven bevatten. In artikel 16 zijn de grenzen vastgesteld voor de bevoegdheidsdelegatie overeenkomstig artikel 290 VWEU.

6. Conform het non-discriminatiebeginsel moeten de lidstaten er krachtens artikel 10 voor zorgen dat mobiele EU-burgers bij gemeenteraadsverkiezingen toegang hebben tot dezelfde middelen om vervroegd te stemmen, per post te stemmen, elektronisch te stemmen en via het internet te stemmen, als die welke voor hun eigen onderdanen beschikbaar zijn.

7. In het voorstel wordt de term “ambtshalve” geschrapt uit artikel 8, lid 3, conform de bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming betreffende de beperkingen op geautomatiseerde besluitvorming. Om ervoor te zorgen dat de toegang tot informatie onder dezelfde voorwaarden als voor de eigen onderdanen geldt, moeten de lidstaten mobiele EU‑burgers bovendien in kennis stellen van hun schrapping van de kiezerslijst, mits er ten aanzien van de eigen onderdanen ook een dergelijke verplichting bestaat.

8. Momenteel hebben gastlidstaten de mogelijkheid om van niet-nationale EU-kandidaten te verlangen dat zij vóór of na de verkiezingen een attest overleggen over hun passief kiesrecht. Dit attest kan worden verlangd ingeval er twijfel bestaat over de inhoud van de verklaring die moet aantonen dat zij dit recht niet hebben verloren in hun lidstaat van herkomst of in alle gevallen, wanneer de nationale wetgeving zulks vereist.

Aangezien een dergelijke verplichte verklaring op zich al burgers ontmoedigt om zich kandidaat te stellen zonder daartoe gerechtigd te zijn, heeft dit initiatief tot doel de mogelijkheid uit te sluiten om alle niet-nationale EU-kandidaten algemeen te verplichten om bovenbedoeld attest over te leggen. Intussen biedt het voorstel de lidstaten de mogelijkheid om na een beoordeling per geval van de geloofwaardigheid van de verklaring een dergelijk attest te verlangen.

9. Met hetzelfde doel, namelijk de bewustmaking bij mobiele EU-burgers intensiveren, voorziet het voorstel ook in de wijziging van artikel 11, lid 1, door de lidstaten te verplichten duidelijke en eenvoudige taal te gebruiken wanneer zij mobiele EU-burgers informeren over de status van hun registratie. Ook wordt de reikwijdte van de verplichting van de lidstaten verduidelijkt door de term “gevolg” te vervangen door “besluit”. In een nieuw lid van artikel 11 wordt bepaald dat kiezers en kandidaten in de zin van artikel 3 van de richtlijn het recht hebben eventuele inconsistenties of fouten in de gegevens van de kiezers- of kandidatenlijsten te corrigeren onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor onderdanen van de gastlidstaat.

10. Het voorstel voorziet ook in de aanpassing van gedateerd taalgebruik en verouderde verwijzingen (artikel 3, punt a), artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 2, artikel 9, lid 1) door de verwijzingen naar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap te vervangen door verwijzingen naar het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en door genderneutrale taal te gebruiken.

11. De wijzigingen in de lijst van primaire lokale lichamen zijn een gevolg van kennisgevingen van de lidstaten en van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

12. Artikel 17 voorziet in de omzetting van de richtlijn.



🡻 94/80/EG (aangepast)

2021/0373 (CNS)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN DE RAAD

tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de burgers van de Unie  Unieburgers  die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (herschikking)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap  betreffende de werking van de Europese Unie  , inzonderheid op artikel 8 B  22 , lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

 nieuw

(1)Richtlijn 94/80/EG van de Raad 21 moet op verscheidene punten worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid moet tot herschikking van die richtlijn worden overgegaan.

(2)Artikel 20, lid 2, punt b), en artikel 22, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verlenen Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn, het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in hun lidstaat van verblijf onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de onderdanen van de gastlidstaat. Dit recht, dat tevens wordt bevestigd in artikel 40 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest), geeft concreet gestalte aan het in artikel 21 neergelegde beginsel van gelijkheid en non-discriminatie op grond van nationaliteit. Het is ook een logisch uitvloeisel van het recht van vrij verkeer en verblijf, dat is neergelegd in artikel 20, lid 2, punt a), en artikel 21 VWEU en in artikel 45 van het Handvest.

(3)De wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen is vastgesteld in Richtlijn 94/80/EG van de Raad.

(4)In het verslag over het EU-burgerschap 2020 22 beklemtoonde de Commissie dat de regels inzake de uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen moeten worden geactualiseerd, verduidelijkt en versterkt om ervoor te zorgen dat zij de brede en inclusieve participatie van mobiele Unieburgers ondersteunen. Mede rekening houdend met de ervaring die is opgedaan bij de toepassing van de richtlijn bij de opeenvolgende verkiezingen en met de veranderingen die het gevolg zijn van de Verdragswijzigingen, moeten verschillende bepalingen van die richtlijn worden geactualiseerd.

(5)De verkiezingsprocedure voor gemeenteraadsverkiezingen valt onder de bevoegdheid van de lidstaten, die deze verkiezingen organiseren conform hun specifieke tradities en overeenkomstig internationale en Europese normen. Overeenkomstig het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, moeten de lidstaten niet alleen het actief en passief kiesrecht van de Unieburgers erkennen en eerbiedigen, maar moeten zij ook zorgen voor gemakkelijke toegang tot hun kiesrecht door zoveel mogelijk belemmeringen voor deelname aan verkiezingen weg te nemen.

(6)Om ervoor te zorgen dat Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (“niet-nationale Unieburgers”) hun actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen onder dezelfde voorwaarden kunnen uitoefenen als de onderdanen van hun gastlidstaat, moeten de voorwaarden voor registratie voor en deelname aan dergelijke verkiezingen worden verduidelijkt teneinde de gelijke behandeling van nationale en niet-nationale Unieburgers te waarborgen. Meer bepaald moeten Unieburgers die hun actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in hun lidstaat van verblijf willen uitoefenen, op gelijke voet worden behandeld wat betreft de verblijfsperioden die vereist zijn voor de uitoefening van het kiesrecht en wat betreft de bewijzen om aan te tonen dat aan die voorwaarde is voldaan.

(7)Voorts mogen niet-nationale Unieburgers niet worden onderworpen aan bijzondere voorwaarden voor de uitoefening van het actief of passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen, tenzij een verschil in behandeling van nationale en nietnationale burgers bij wijze van uitzondering gerechtvaardigd is door specifieke omstandigheden welke betrekking hebben op de laatsten en hen onderscheiden van de eersten.

🡻 94/80/EG overweging 1 (aangepast)

Overwegende dat het Verdrag betreffende de Europese Unie een nieuwe etappe markeert in het proces van totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa; dat de Europese Unie met name tot taak heeft de betrekkingen tussen de volkeren van de Lid-Staten samenhangend en solidair te organiseren en dat het tot haar fundamentele doelstellingen behoort de bescherming van de rechten en de belangen van de onderdanen van haar Lid-Staten door de instelling van een burgerschap van de Unie te versterken;

🡻 94/80/EG overweging 2 (aangepast)

Overwegende dat daartoe titel II van het Verdrag betreffende de Europese Unie voor alle onderdanen van de Lid-Staten een burgerschap van de Unie instelt en hun uit dien hoofde een geheel van rechten toekent;

🡻 94/80/EG overweging 3 (aangepast)

Overwegende dat het actieve en passieve kiesrecht in de Lid-Staat van verblijf bij gemeenteraadsverkiezingen, gewaarborgd door artikel 8 B, lid 1, van het EG-Verdrag, een toepassing van het beginsel van gelijkheid en non-discriminatie tussen onderdanen en niet-onderdanen en een logisch uitvloeisel van het in artikel 8 A van het EG-Verdrag neergelegde recht van vrij verkeer en van verblijf vormt;

🡻 94/80/EG overweging 4 (aangepast)

Overwegende dat de toepassing van artikel 8 B, lid 1, van het EG-Verdrag geen algemene harmonisatie van de kiesstelsels van de Lid-Staten onderstelt; dat het hoofdzakelijk gericht is op het wegwerken van de nationaliteitsvoorwaarde die momenteel in de meeste Lid-Staten is vereist voor de uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht en dat bovendien uit hoofde van het in artikel 3 B, derde alinea, van het EG-Verdrag neergelegde evenredigheidsbeginsel de communautaire regelgeving ter zake niet verder mag gaan dan noodzakelijk is om het doel van artikel 8 B, lid 1, van het EG-Verdrag te bereiken;

🡻 94/80/EG overweging 5 (aangepast)

Overwegende dat met artikel 8 B, lid 1, van het EG-Verdrag wordt beoogd dat alle burgers van de Unie, onverschillig of zij al dan niet onderdaan van de Lid-Staat van verblijf zijn, aldaar onder gelijke voorwaarden hun actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen kunnen uitoefenen en dat bijgevolg de voorwaarden, met name die betreffende de duur en het bewijs van het verblijf, welke voor niet-onderdanen gelden, dezelfde moeten zijn als die waaraan in voorkomend geval de onderdanen van de betrokken Lid-Staat zijn onderworpen; dat de niet-onderdanen niet mogen worden onderworpen aan specifieke voorwaarden, tenzij een verschillende behandeling van onderdanen en niet-onderdanen uitzonderlijk gerechtvaardigd is door specifieke omstandigheden welke betrekking hebben op de laatsten en hen onderscheiden van de eersten;

🡻 94/80/EG overweging 6 (aangepast)

Overwegende dat artikel 8 B, lid 1, van het EG-Verdrag het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de Lid-Staat van verblijf erkent zonder dat dit echter in de plaats wordt gesteld van het actieve en passieve kiesrecht in de Lid-Staat waarvan de burger van de Unie onderdaan is; dat de vrijheid van deze burgers om al dan niet aan de gemeenteraadsverkiezingen in de Lid-Staat van verblijf deel te nemen moet worden gerespecteerd en dat deze burgers derhalve blijk moeten geven van de wil aldaar hun actieve kiesrecht uit te oefenen, terwijl in Lid-Staten waar geen stemplicht bestaat, kan worden toegestaan dat deze burgers ambtshalve worden geregistreerd;

🡻 94/80/EG overweging 7 (aangepast)

Overwegende dat het lokale bestuur van de Lid-Staten een weerspiegeling is van uiteenlopende politieke en juridische tradities en wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan structuren; dat het begrip gemeenteraadsverkiezingen verschilt per Lid-Staat; dat derhalve het voorwerp van deze richtlijn dient te worden verduidelijkt door het begrip gemeenteraadsverkiezingen te definiëren; dat deze verkiezingen betrekking hebben op de algemene en rechtstreekse verkiezingen op het niveau van de primaire lokale lichamen en hun onderverdelingen; dat het de algemene en rechtstreekse verkiezingen van zowel de gemeentelijke vertegenwoordigende vergaderingen als de leden van het gemeentebestuur betreft;

 nieuw

(8)Teneinde de uitoefening van het actief en passief kiesrecht door de Unieburgers in het land van verblijf te vergemakkelijken, moeten deze burgers tijdig vóór de verkiezingen op een kiezerslijst worden ingeschreven. De formaliteiten voor hun registratie moeten zo eenvoudig mogelijk zijn. Het moet voldoende zijn dat de betrokken Unieburgers een geldige identiteitskaart overleggen alsook een formele verklaring waaruit blijkt dat zij gerechtigd zijn aan de verkiezingen deel te nemen. Na registratie moeten nietnationale Unieburgers op de kiezerslijst blijven staan onder dezelfde voorwaarden als Unieburgers die onderdaan zijn van de betrokken lidstaat, en dat zolang zij voldoen aan de voorwaarden voor de uitoefening van het kiesrecht. Voorts moeten de Unieburgers de bevoegde autoriteiten contactgegevens verstrekken, zodat deze autoriteiten hen regelmatig op de hoogte kunnen houden.

(9)Hoewel de lidstaten bevoegd zijn om het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen vast te stellen voor onderdanen die buiten hun grondgebied verblijven, mag het feit dat niet-nationale Unieburgers op de kiezerslijst van de lidstaat van verblijf zijn ingeschreven, op zich geen reden zijn om hen van de kiezerslijsten in hun lidstaat van herkomst te schrappen.

🡻 94/80/EG overweging 8 (aangepast)

 nieuw

(10)Overwegende dat de  De ontzetting uit het passief kiesrecht  onverkiesbaarheid kan het gevolg kan zijn van een afzonderlijk besluit van de autoriteiten van de lidstaat van verblijf of van de lidstaat van herkomst; dat, gelet op het politieke belang van de functie van gemeentelijke verkozene, moeten de lidstaten  het recht hebben om van de lidstaat van herkomst informatie te verkrijgen over de ontneming van het passief kiesrecht in de lidstaat van herkomst van de kandidaat.  de maatregelen moeten kunnen treffen welke noodzakelijk zijn om te vermijden dat een persoon die in zijn Lid-Staat van herkomst vervallen is van het passieve kiesrecht, in dit recht wordt hersteld op grond van het enkele feit dat hij in een andere Lid-Staat verblijft; dat het wegens dit specifieke probleem, dat eigen is aan kandidaten die geen onderdaan zijn, gerechtvaardigd is dat de Lid-Staten die zulks nodig achten, hen niet alleen kunnen onderwerpen aan de regeling inzake onverkiesbaarheid van de Lid-Staat van verblijf, maar eveneens aan de wetgeving ter zake van de Lid-Staat van herkomst; dat het, rekening houdend met het evenredigheidsbeginsel, volstaat het actieve kiesrecht slechts te doen afhangen van de regeling inzake onbevoegdheid tot kiezen van de Lid-Staat van verblijf;

🡻 94/80/EG overweging 9 (aangepast)

(11)Overwegende dat hHet is, waar de bevoegdheden van het bestuur van primaire lokale lichamen betrekking hebben op deelname aan de uitoefening van het openbare gezag en de bescherming van de algemene belangen, dienstig is dat de lidstaten deze functies aan hun onderdanen kunnen voorbehouden ;  , met volledige inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.  dat de Lid-Staten hiertoe eveneens passende maatregelen moeten kunnen nemen, die echter de mogelijkheid voor de onderdanen van de andere Lid-Staten om te worden gekozen, niet verder mogen beperken dan voor dit doel noodzakelijk is;

🡻 94/80/EG overweging 10

(12)Overwegende dat dDe deelname door gemeentelijke verkozenen aan de verkiezing van de leden van een parlementaire vergadering moet aan de eigen onderdanen voorbehouden moet kunnen worden.

🡻 94/80/EG overweging 11

(13)Overwegende dat, wWanneer in de wetgevingen van de lidstaten is voorzien in onverenigbaarheden tussen de hoedanigheid van gemeentelijke verkozene en andere functies, moeten de lidstaten de mogelijkheid dienen te hebben om deze onverenigbaarheden uit te breiden tot gelijkwaardige functies die in andere lidstaten worden uitgeoefend.

🡻 94/80/EG overweging 6 (aangepast)

(14)Overwegende dat artikel 8 B, lid 1, van het EG-Verdrag hHet actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf erkent wordt niet zonder dat dit echter in de plaats wordt gesteld van het actieve en passieve kiesrecht in de lidstaat waarvan de burger van de Unie onderdaan is; .  Daarom moet ervoor worden gezorgd  dat de vrijheid van deze burgers om al dan niet aan de gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf deel te nemen moet worden  , wordt  gerespecteerd en dat deze burgers derhalve blijk moeten  kunnen  geven van de wil aldaar hun actieve kiesrecht uit te oefenen  in hun lidstaat van verblijf . terwijl inLidstaten waar geen stemplicht bestaat, kan worden toegestaan dat deze burgers ambtshalve worden geregistreerd;  kunnen derhalve bepalen dat deze burgers ambtshalve op de kiezerslijst worden ingeschreven .

 nieuw

(15)De toegankelijkheid van informatie over het kiesrecht en de verkiezingsprocedures is van essentieel belang voor het waarborgen van de daadwerkelijke uitoefening van het recht dat is verankerd in artikel 20, lid 2, punt b), en artikel 22, lid 1, VWEU.

(16)Het gebrek aan adequate informatie in het kader van verkiezingsprocedures ondermijnt de uitoefening door burgers van hun kiesrecht als onderdeel van hun rechten als Unieburgers. Het doet ook afbreuk aan het vermogen van de bevoegde autoriteiten om hun rechten uit te oefenen en hun verplichtingen na te komen. De lidstaten moeten worden verplicht autoriteiten aan te wijzen die specifiek verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van passende informatie aan Unieburgers over hun rechten uit hoofde van artikel 20, lid 2, punt b), en artikel 22, lid 1, VWEU en over de nationale regels en procedures betreffende de deelname aan en de organisatie van gemeenteraadsverkiezingen. Om ervoor te zorgen dat de communicatie doeltreffend verloopt, moet de informatie op een duidelijke en begrijpelijke manier worden verstrekt.

(17)Om de informatie over verkiezingen toegankelijker te maken, moet deze beschikbaar worden gesteld in ten minste één andere officiële taal van de Unie dan de taal of talen van de gastlidstaat, waarbij die taal in grote lijnen wordt begrepen door zoveel mogelijk Unieburgers die op het grondgebied van die lidstaat verblijven. De lidstaten kunnen op specifieke delen van hun grondgebied of in hun regio’s verschillende officiële talen van de Unie gebruiken, afhankelijk van de taal die wordt begrepen door de grootste groep Unieburgers die daar verblijft.

🡻 94/80/EG overweging 12 (aangepast)

 nieuw

(18)Overwegende dat vVolgens artikel 8 B  22 , lid 1, van het EG-Verdrag  VWE mag slechts van de algemene regels van deze richtlijn mag worden afgeweken indien zulks door bijzondere problemen in een lidstaat wordt gerechtvaardigd ; dergelijke afwijkingen moeten in overeenstemming zijn met de vereisten van artikel 52 van het Handvest, met inbegrip van het vereiste dat beperkingen op de uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen bij wet moeten worden gesteld en in overeenstemming moeten zijn met de beginselen van evenredigheid en noodzakelijkheid.  Bovendien  moet en dat elke afwijkende bepaling uit de aard van de zaak vatbaar moet zijn voor herziening  , conform artikel 47 van het Handvest. 

🡻 94/80/EG overweging 13 (aangepast)

(19)Overwegende dat dDergelijke bijzondere problemen kunnen zich met name kunnen voordoen wanneer in een lidstaat het aantal  Unieburgers  burgers van de Unie die aldaar verblijven zonder de nationaliteit van deze lidstaat te bezitten en die de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt, zeer ver boven het gemiddelde ligt; . dat, w Wanneer het aantal van deze burgers 20 % van het totale electoraat bedraagt,  zijn afwijkende bepalingen gerechtvaardigd  .  Dergelijke  afwijkende bepalingen  moeten gebaseerd zijn  op basis van het criterium van de verblijfsduur gerechtvaardigd zijn;.

🡻 94/80/EG overweging 14

Overwegende dat het burgerschap van de Unie gericht is op een betere integratie van de burgers van de Unie in hun gastland en dat het in deze context in overeenstemming is met de bedoelingen van de auteurs van het EG-Verdrag elke polarisatie tussen kandidatenlijsten van onderdanen en niet-onderdanen te voorkomen;

🡻 94/80/EG overweging 15 (aangepast)

(20)Overwegende dat het polarisatiegevaar in het bijzonder een lidstaat betreft  Lidstaten  waar het aantal  Unieburgers  burgers van de Unie die geen onderdaan zijn van de betrokken lidstaat en de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt, meer bedraagt dan 20 % van het totale aantal kiesgerechtigde  Unieburgers  burgers van de Unie die aldaar verblijf houden, en dat het derhalve van belang is dat deze lidstaat  , moeten  in het kader van artikel 8 B van het EGVerdrag  22, lid 1, VWEU  kan kunnen voorzien in bijzondere bepalingen ten aanzien van de samenstelling van de kandidatenlijsten.

🡻 94/80/EG overweging 16

(21)Overwegende dat erEr moet rekening mee dient te worden gehouden dat in bepaalde lidstaten de onderdanen van andere lidstaten die aldaar verblijven, stemrecht hebben voor het nationale parlement en dat de in deze richtlijn vastgestelde formaliteiten derhalve verlicht kunnen worden.

🡻 94/80/EG overweging 17

(22)Overwegende dat iIn het Koninkrijk België bestaan er specifieke omstandigheden en evenwichten bestaan die in verband staan met het feit dat er volgens de grondwet (artikelen 1 tot en met 4) drie officiële talen bestaan, alsmede een verdeling in gewesten en gemeenschappen, en dat een integrale toepassing van deze richtlijn in sommige gemeenten zou daardoor zodanig zou kunnen uitwerken dat in de mogelijkheid van een afwijking van de bepalingen van deze richtlijn moet worden voorzien teneinde met deze specifieke omstandigheden en evenwichten rekening te houden.

🡻 94/80/EG overweging 18 (aangepast)

 nieuw

(23) Gegevens over de uitoefening van rechten en de toepassing van deze richtlijn kunnen nuttig zijn om te bepalen welke maatregelen er nodig zijn om de daadwerkelijke uitoefening van het kiesrecht van de Unieburgers te waarborgen. Om de verzameling van gegevens betreffende gemeenteraadsverkiezingen te verbeteren, moet worden voorzien in regelmatig toezicht op en verslaglegging over de uitvoering door de lidstaten, waarbij, naast statistische gegevens, ook informatie moet worden verstrekt over de maatregelen die zijn genomen om de deelname aan verkiezingen door niet-nationale Unieburgers te ondersteunen.  Overwegende dat dDe Commissie  moet  een evaluatie zal maken van de toepassing van de richtlijn in rechte en in feite, met inbegrip van de ontwikkeling van het electoraat sinds de inwerkingtreding van de richtlijn; dat de Commissie hiertoe  en moet daarover  verslag zal uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad.

 nieuw

(24)De Commissie moet een eigen evaluatie van de toepassing van deze richtlijn uitvoeren binnen een redelijke termijn na de inwerkingtreding ervan, in nauwe samenhang met de evaluatie van de toepassing van Richtlijn 93/109/EG van de Raad 23 van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn.

(25)Om ervoor te zorgen dat de lijst van primaire lichamen in de lidstaten actueel blijft en dat de formele verklaringen die moeten worden ingediend door niet-nationale Unieburgers die hun actief of passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen willen uitoefenen, relevante gegevens blijven bevatten in het kader van de uitoefening van het kiesrecht door Unieburgers, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 VWEU gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de lijst van primaire lichamen en van het model voor de formele verklaringen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 24 . Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(26)De lidstaten en de Unie hebben door het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap te ratificeren respectievelijk te sluiten 25 , zich ertoe verbonden toe te zien op de naleving van dat verdrag, waaronder artikel 29 inzake de participatie in het politieke en openbare leven. Ter ondersteuning van een inclusieve en gelijkwaardige deelname van personen met een handicap aan verkiezingen moet bij de vaststelling van de regels betreffende de uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen door Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn, terdege rekening worden gehouden met de behoeften van burgers met een handicap en oudere burgers.

(27)Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad 26 en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad 27 zijn van toepassing op persoonsgegevens die bij de uitvoering van deze richtlijn worden verwerkt.

(28)Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die met name zijn erkend in het Handvest, inzonderheid in de artikelen 21 en 40. Daarom is het van essentieel belang dat deze richtlijn conform deze rechten en beginselen wordt uitgevoerd, door de volledige eerbiediging te waarborgen van onder meer het recht op bescherming van persoonsgegevens, het recht op non-discriminatie, het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen, de vrijheid van verkeer en van verblijf en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

(29)De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in intern recht moet worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijnen materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijnen.

(30)Deze richtlijn moet de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IV, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in intern recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet laten,

🡻 94/80/EG (aangepast)

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

 Onderwerp en toepassingsgebied 

1. In deze richtlijn worden de nadere regels vastgesteld volgens welke de  Unieburgers  burgers van de Unie die in een lidstaat verblijven waarvan zij geen onderdaan zijn, in die lidstaat hun actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen kunnen uitoefenen.

2.    De bepalingen van deze richtlijn laten de bepalingen van elke lidstaat betreffende het actieve en passieve kiesrecht van zijn onderdanen die buiten zijn grondgebied verblijven of van onderdanen van derde landen die in deze staat verblijven, onverlet.

Artikel 2

 Definities 

1.    In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)“primair lokaal lichaam”: de in de bijlage I genoemde overheidslichamen die overeenkomstig de wetgeving van elke lidstaat beschikken over op grond van algemene, rechtstreekse verkiezingen verkozen organen en op eigen verantwoordelijkheid bevoegd zijn voor het bestuur van bepaalde lokale aangelegenheden op het basisniveau van de politieke en administratieve organisatie;

b)“gemeenteraadsverkiezingen”: de algemene en rechtstreekse verkiezingen ter aanwijzing van de leden van de vertegenwoordigende vergadering en, in voorkomend geval, van het hoofd en de leden van het bestuur van een primair lokaal lichaam overeenkomstig de wetgeving van elke lidstaat;

c)“lidstaat van verblijf”: de lidstaat waar de  Unieburger  burger van de Unie verblijf houdt zonder dat hij  of zij  de nationaliteit van deze lidstaat bezit;

d)“lidstaat van herkomst”: de lidstaat waarvan de  Unieburger  burger van de Unie onderdaan is;

e)“kiezerslijst”: het officiële register van alle personen die in een bepaald onder een primair lokaal lichaam ressorterend gebied of in een van zijn kieskringen kiesgerechtigd zijn, dat overeenkomstig het recht inzake verkiezingen van de lidstaat van verblijf door de bevoegde autoriteit wordt opgesteld en bijgewerkt, of het bevolkingsregister indien daarin de hoedanigheid van kiezer is vermeld;

f)“referentiedag”: de dag/de dagen waarop de  Unieburgers  burgers van de Unie volgens het recht van de lidstaat van verblijf moeten voldoen aan de voorwaarden om aldaar kiesgerechtigd of verkiesbaar te zijn;

g)“formele verklaring”: de verklaring van de betrokkene, op de onjuistheid waarvan sancties zijn gesteld uit hoofde van de toepasselijke nationale wetgeving.

2.    Een lidstaat stelt de Commissie ervan in kennis wanneer een van de in de bijlage  I  bij de richtlijn genoemde primaire lokale lichamen krachtens een wijziging van de nationale wetgeving wordt vervangen door een ander lichaam dat de in lid 1, punt onder a), bedoelde functies vervult, dan wel of ingevolge die wijziging een primair lokaal lichaam wordt afgeschaft of andere dergelijke lichamen worden opgericht.

 nieuw

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van bijlage I conform de kennisgevingen die zij overeenkomstig de eerste alinea van dit lid heeft ontvangen.

🡻 94/80/EG (aangepast)

 nieuw

Binnen drie maanden na ontvangst van die kennisgeving en van de garantie van de betrokken Lid-Staat dat geen afbreuk wordt gedaan aan de rechten van personen uit hoofde van deze richtlijn, past de Commissie de bijlage aan door er de nodige vervangingen, doorhalingen en toevoegingen in aan te brengen. De aldus herziene bijlage wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 3

 Voorwaarden voor het actief en passief kiesrecht 

Een ieder die op de referentiedag  De volgende personen hebben in de lidstaat van verblijf actief en passief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen:  

a) eenieder die op de referentiedag   Unieburger is  burger is van de Unie in de zin van artikel 8  20 , lid 1, tweede alinea, van het Verdrag  VWEU , en

b) eenieder die op de referentiedag,  zonder de nationaliteit van de lidstaat van verblijf te bezitten, voor het overige voldoet aan de voorwaarden waaraan de wetgeving van deze staat het actieve en passieve kiesrecht van zijn onderdanen onderwerpt,.

heeft in de Lid-Staat van verblijf actief en passief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen overeenkomstig deze richtlijn.

Artikel 4

 Vereisten inzake verblijfsduur 

1.    Indien de onderdanen van de lidstaat van verblijf, om kiezer of verkiesbaar persoon te kunnen zijn, sedert een bepaalde minimumperiode op het nationale grondgebied van deze lidstaat verblijf moeten hebben gehouden, worden de in artikel 3 bedoelde kiezers en verkiesbare personen geacht aan deze voorwaarde te voldoen, indien zij gedurende een gelijkwaardige periode in andere lidstaten verblijf hebben gehouden.

2.    Indien de eigen onderdanen overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van verblijf slechts kiezer of verkiesbaar persoon kunnen zijn in het onder een primair lokaal lichaam ressorterend gebied waar zij hun voornaamste verblijfplaats hebben, geldt deze voorwaarde eveneens ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde kiezers of verkiesbare personen.

3.    Lid 1 doet niets af aan de bepalingen van elke lidstaat die de uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht door de kiezers of verkiesbare personen in een bepaald onder een primair lokaal lichaam ressorterend gebied afhankelijk maken van een verblijf sedert een minimumperiode  van verblijf  in het bedoelde gebied.

Lid 1 doet evenmin afbreuk aan de op het tijdstip van aanneming van deze richtlijn vigerende bepalingen die de uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht afhankelijk maken van een minimumverblijf in het landsdeel van de lidstaat waarvan het primaire lokale lichaam deel uitmaakt.

Artikel 5

 Onverkiesbaarheid 

1.    De lidstaten van verblijf kunnen vaststellen dat een  Unieburger  burger van de Unie die ingevolge een strafrechtelijke of individuele civielrechtelijke beslissing overeenkomstig het recht van zijn  of haar  lidstaat van herkomst het passieve kiesrecht heeft verloren, is uitgesloten van de uitoefening van dat recht bij gemeenteraadsverkiezingen.

2.    De kandidaatstelling van een  Unieburger  burger van de Unie bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaten van verblijf kan niet-ontvankelijk worden verklaard indien de burger de in artikel 9, lid 2, onder  punt  a), bedoelde verklaring of het krachtens artikel 9, lid 2, onder  punt  b), verlangde bewijs niet kan overleggen.

3.    De lidstaten kunnen bepalen dat alleen hun eigen onderdanen verkiesbaar zijn voor de functies van hoofd, plaatsvervanger/adjunct of lid van het bestuur van een primair lokaal lichaam, voor zover zij worden verkozen voor het uitoefenen van deze functies gedurende de mandaatsperiode.

De lidstaten kunnen tevens bepalen dat de tijdelijke en plaatsvervangende vervulling van de functies van het hoofd van het bestuur van een primair lokaal lichaam of van diens adjunct of van de wethouders voorbehouden kan worden aan de eigen onderdanen.

De lidstaten kunnen met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag en van de algemene rechtsbeginselen de dienstige, noodzakelijke en passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de uitoefening van de functies als bedoeld in de eerste alinea alsook de waarneming der bevoegdheden als vervanger als bedoeld in de tweede alinea alleen door onderdanen van de betrokken staat kan geschieden.

4.    De lidstaten kunnen voorts bepalen dat de in een vertegenwoordigend lichaam verkozen  Unieburgers  burgers van de Unie niet mogen deelnemen aan de benoeming van de kiescolleges van een parlementaire vergadering en evenmin aan de verkiezing van de leden daarvan.

Artikel 6

 Onverenigbaarheid 

1.    De in artikel 3 bedoelde verkiesbare personen worden onderworpen aan dezelfde voorwaarden inzake onverenigbaarheid welke overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van verblijf van toepassing zijn op de onderdanen van deze staat.

2.    De lidstaten kunnen vaststellen dat de hoedanigheid van gemeentelijk verkozene in de lidstaat van verblijf tevens onverenigbaar is met de in andere lidstaten uitgeoefende functies welke gelijkwaardig zijn aan die welke in de lidstaat van verblijf een onverenigbaarheid tot gevolg hebben.

HOOFDSTUK II

De uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht

Artikel 7

 Keuzevrijheid om het actief kiesrecht in de lidstaat van verblijf uit te oefenen 

1.     Kiezers die voldoen aan de voorwaarden van  De in artikel 3 bedoelde kiezer oefent  oefenen  bij gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat van verblijf het actieve kiesrecht uit indien  zij hun wens daartoe te kennen hebben gegeven  hij blijk heeft gegeven van de wil daartoe.

2.    Indien in de lidstaat van verblijf stemplicht bestaat, geldt deze voor de in artikel 3 bedoelde kiezers die aldaar zijn ingeschreven op de kiezerslijst.

3.    De lidstaten waar geen stemplicht bestaat, kunnen bepalen dat de in artikel 3 bedoelde kiezers ambtshalve op de kiezerslijst worden ingeschreven.

Artikel 8

 Inschrijving op de kiezerslijst en schrapping van de inschrijving 

1.    De lidstaten treffen de nodige maatregelen om de in artikel 3 bedoelde kiezer die daarom heeft verzocht, de mogelijkheid te bieden tijdig voor de verkiezingen op de kiezerslijst te worden ingeschreven.

2.    Om op de kiezerslijst te worden ingeschreven moet de in artikel 3 bedoelde kiezer dezelfde bewijzen overleggen als een nationale kiezer.

Bovendien kan de lidstaat van verblijf eisen dat de in artikel 3 bedoelde kiezer een geldig identiteitsbewijs overlegt alsmede een officiële  formele  verklaring met vermelding van zijn nationaliteit en adressen in de lidstaat van verblijf  , opgesteld volgens het model in bijlage II .

3.    De in artikel 3 bedoelde kiezer die is ingeschreven op een kiezerslijst blijft onder dezelfde voorwaarden als de nationale kiezer daarop ingeschreven totdat hij  of zij  ambtshalve daarvan wordt geschrapt omdat hij  of zij  niet langer aan de voorwaarden voor de uitoefening van het actieve kiesrecht voldoet.  Wanneer de lidstaten bepalen dat eigen onderdanen in kennis moeten worden gesteld van hun schrapping van de kiezerslijst, zijn die bepalingen eveneens van toepassing op kiezers in de zin van artikel 3. 

Kiezers die op eigen verzoek op de kiezerslijst zijn geplaatst, kunnen op hun verzoek ook weer van deze lijst worden afgevoerd.

Ingeval hij  of zij  zijn  of haar  verblijfplaats verplaatst naar een onder een ander primair lokaal lichaam ressorterend gebied in dezelfde lidstaat, wordt deze kiezer op de kiezerslijst van dit lichaam ingeschreven onder dezelfde voorwaarden als een nationale kiezer.

 nieuw

4. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de vorm en de inhoud van het model voor de in lid 2 van dit artikel bedoelde formele verklaring.

5. Onverminderd de voorschriften van elke lidstaat inzake het actief en passief kiesrecht van onderdanen die buiten het grondgebied verblijven, heeft het feit dat kiezers in de zin van artikel 3 zijn ingeschreven op de kiezerslijst van de lidstaat van verblijf, niet tot gevolg dat zij worden geschrapt van de kiezerslijst van de lidstaat van herkomst.

🡻 94/80/EG (aangepast)

 nieuw

Artikel 9

 Registratie als kandidaat 

1.    Een in artikel 3 bedoelde verkiesbare persoon moet bij het indienen van zijn  of haar  kandidaatstelling dezelfde bewijzen overleggen als een nationale kandidaat. De lidstaat van verblijf kan eisen dat hij  of zij  een officiële  formele  verklaring overlegt waarin zijn nationaliteit en zijn adres in de lidstaat van verblijf zijn aangegeven  , opgesteld volgens het model in bijlage III .

2.    De lidstaat van verblijf kan bovendien eisen dat de in artikel 3 bedoelde verkiesbare persoon:

a)bij zijn  of haar  kandidaatstelling, in zijn  of haar   formele  verklaring overeenkomstig lid 1, vermeldt dat hij  of zij  zijn  of haar  passieve kiesrecht in zijn  of haar  lidstaat van herkomst niet verloren heeft,

b)in geval van twijfel over de inhoud van de verklaring als bedoeld  in punt  onder a), of wanneer de wettelijke bepalingen van een lidstaat zulks verlangen, voor of na de verkiezingen een verklaring van de bevoegde administratieve autoriteiten van de lidstaat van herkomst overlegt, waarin wordt bevestigd dat hij  of zij  zijn  of haar  passieve kiesrecht in de lidstaat niet verloren heeft of dat deze autoriteiten daarvan niets bekend is,

c)een geldig identiteitsbewijs overlegt,

d)in zijn  of haar  in lid 1 bedoelde officiële  formele  verklaring verklaart geen enkele functie uit te oefenen die onverenigbaar is met het bepaalde in artikel 6, lid 2,

e)in voorkomend geval zijn  of haar  laatste adres in de lidstaat van herkomst aangeeft.

 nieuw

3. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de vorm en de inhoud van het model voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde formele verklaring.

Artikel 10

Specifieke wijzen van stemmen

Lidstaten die eigen onderdanen de mogelijkheid bieden om bij gemeenteraadsverkiezingen vervroegd te stemmen, per post te stemmen, elektronisch te stemmen en via het internet te stemmen, zorgen ervoor dat deze wijzen van stemmen onder dezelfde voorwaarden ook beschikbaar zijn voor kiezers in de zin van artikel 3.

🡻 94/80/EG (aangepast)

 nieuw

Artikel 1110 

 Besluit over registratie en beroepsprocedures 

1.    De lidstaat van verblijf deelt de betrokkene tijdig  en in duidelijke en eenvoudige bewoordingen  mee welk gevolg  besluit inzake  aan zijn  of haar  verzoek om inschrijving op de kiezerslijst is gegeven ð genomen ï of welk besluit inzake de ontvankelijkheid van zijn  of haar  kandidaatstelling is genomen.

2.    Wordt de  Unieburger  betrokkene niet op de kiezerslijst ingeschreven, wordt zijn  of haar  verzoek om inschrijving op de kiezerslijst afgewezen of wordt zijn  of haar  kandidaatstelling verworpen, dan kan hij  of zij  de beroepsprocedures instellen die volgens de wetgeving van de lidstaat van verblijf in vergelijkbare gevallen voor de nationale kiezers en verkiesbare personen openstaan.

 nieuw

3. In het geval van een fout in de kiezers- of kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen kan de betrokkene gebruikmaken van beroepsprocedures die vergelijkbaar zijn met die welke in de wetgeving van de lidstaat van verblijf zijn vastgesteld voor kiezers en verkiesbare personen die onderdaan zijn van die lidstaat.

🡻 94/80/EG (aangepast)

Artikel 1211

 Informatieverstrekking 

 nieuw

1. De lidstaten wijzen een nationale autoriteit aan die de nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat niet-nationale Unieburgers tijdig in kennis worden gesteld van de voorwaarden en nadere regels voor de registratie als kiezer of als kandidaat bij gemeenteraadsverkiezingen.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat de overeenkomstig lid 1 aangewezen autoriteit de kiezers en de verkiesbare personen in de zin van artikel 3 rechtstreeks en individueel de volgende informatie verstrekt:

a)de status van hun registratie;

b)de datum van de verkiezingen en hoe en waar er kan worden gestemd, zodra die informatie beschikbaar is;

c)de wijze waarop nadere informatie kan worden verkregen over de organisatie van de verkiezingen, met inbegrip van de kandidatenlijst.

3. De informatie over de voorwaarden en nadere regels voor de registratie als kiezer of als kandidaat bij gemeenteraadsverkiezingen en de in lid 2 bedoelde informatie worden in duidelijke en eenvoudige bewoordingen verstrekt.

De in de eerste alinea bedoelde informatie wordt niet alleen verstrekt in een of meer officiële talen van de gastlidstaat, maar gaat ook vergezeld van een vertaling in ten minste een andere officiële taal van de Unie die in grote lijnen wordt begrepen door zoveel mogelijk Unieburgers die op het grondgebied van de gastlidstaat verblijven, conform de kwaliteitseisen van artikel 9 van Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad 28 .

4. De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over de voorwaarden en nadere regels voor de registratie als kiezer of als kandidaat bij gemeenteraadsverkiezingen en de in lid 2 bedoelde informatie door middel van passende communicatiemiddelen, -wijzen en -formats toegankelijk worden gemaakt voor personen met een handicap en ouderen.

🡻 94/80/EG (aangepast)

 nieuw

De Lid-Staat van verblijf stelt de in artikel 3 bedoelde kiezers en verkiesbare personen tijdig en op passende wijze in kennis van de voorwaarden en nadere bepalingen die gelden voor de uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht in die Staat.

HOOFDSTUK III

Afwijkzingen en overgangsbepalingen

Artikel 1312

 Afwijkingen 

1.    Indien in een lidstaat op 1 januari 1996 het aantal  Unieburgers  burgers van de Unie die aldaar verblijf houden zonder de nationaliteit van deze lidstaat te bezitten en die de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt, meer bedraagt dan 20 % van het totale aantal  nationale en niet-nationale Unieburgers  burgers van de Unie die de kiesgerechtigde leeftijd hebben bereikt en die in deze lidstaat verblijf houden, kan deze lidstaat in afwijking van de bepalingen van deze richtlijn:

a)het actieve kiesrecht uitsluitend toekennen aan de in artikel 3 bedoelde kiezers die in deze lidstaat verblijf houden sedert ten minste een bepaalde tijd, welke op niet meer dan de duur van één mandaat in de vertegenwoordigende gemeentelijke vergadering mag worden vastgesteld,

b)het passieve kiesrecht uitsluitend toekennen aan de in artikel 3 bedoelde verkiesbare personen die in deze lidstaat verblijf houden sedert ten minste een bepaalde tijd, die op niet meer dan de duur van twee mandaten in deze vergadering mag worden vastgesteld, en

c)dienstige maatregelen inzake de samenstelling van de kandidatenlijsten treffen, meer bepaald met het oog op het vergemakkelijken van de integratie van de  Unieburgers  burgers van de Unie die onderdaan van een andere lidstaat zijn.

2.    Het Koninkrijk België kan, in afwijking van de bepalingen van deze richtlijn, de bepalingen van lid 1, punt onder a), toepassen op een beperkt aantal gemeenten, waarvan het ten minste een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen waarvoor het van de afwijking gebruik wenst te maken, de namen meedeelt.

3.    Indien op 1 januari 1996 bij de wetgeving van een lidstaat is voorgeschreven dat aldaar verblijvende onderdanen van een andere lidstaat stemrecht hebben bij de verkiezingen voor het nationale parlement van die lidstaat en daartoe op de kiezerslijsten van die lidstaat kunnen worden ingeschreven onder precies dezelfde voorwaarden als de nationale kiezers, hoeft eerstgenoemde lidstaat, in afwijking van deze richtlijn, de artikelen 6 tot en met 11 niet op die onderdanen toe te passen.

4.    Uiterlijk op 31 december 1998 en vervolgens Na de inwerkingtreding van deze richtlijn dient de Commissie om de zes jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in, waarin zij nagaat of de redenen die toekenning aan de betrokken lidstaten van een afwijking overeenkomstig artikel 8 B  22 , lid 1, van het Verdrag  VWEU  rechtvaardigen, nog aanwezig zijn en stelt zij zo nodig passende wijzigingen voor. De lidstaten die overeenkomstig de leden 1 en 2 afwijkende bepalingen vaststellen, verstrekken de Commissie alle nodige gegevens ter rechtvaardiging hiervan.

HOOFDSTUK IV

Slotbepalingen

Artikel 1413

 Verslaglegging 

 nieuw

1. Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn en vervolgens om de vier jaar brengen de lidstaten aan de Commissie verslag uit over de toepassing van deze richtlijn op hun grondgebied, met inbegrip van de toepassing van artikel 5, leden 3 en 4. Het verslag bevat statistische gegevens over de deelname van de in artikel 3 bedoelde kiezers en kandidaten aan gemeenteraadsverkiezingen en een overzicht van de in dat verband genomen maatregelen.

🡻 94/80/EG (aangepast)

 nieuw

 2. Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn en vervolgens om de vijf jaar  brengt Dde Commissie brengt binnen een jaar nadat in alle lidstaten op basis van de voorgaande bepalingen gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden, verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn, met inbegrip van de ontwikkeling van het electoraat sinds de inwerkingtreding van de richtlijn, en stelt eventueel de aangewezen aanpassingen voor ð mede op basis van de door de lidstaten krachtens lid 1 van dit artikel verstrekte informatie. ï

 nieuw

Artikel 15

Evaluatie

Binnen twee jaar na de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2029 evalueert de Commissie de toepassing van deze richtlijn en stelt zij een evaluatieverslag op over de vorderingen bij de verwezenlijking van de daarin vervatte doelstellingen.

Artikel 16

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.    De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.    De in de artikelen 2, 8 en 9 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

3.    De Raad kan de bevoegdheidsdelegatie als bedoeld in de artikelen 2, 8 en 9 te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.    Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.    Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.    Een krachtens de artikelen 2, 8 en 9 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

🡻 94/80/EG (aangepast)

 nieuw

Artikel 1714

 Omzetting 

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1996 aan deze richtlijn uiterlijk op 31 december 2023 te voldoen aan artikel 8, leden 2, 3 en 5, artikel 9, leden 1 en 2, artikel 10, artikel 11, leden 1 en 3, de artikelen 12 en 14 en de bijlagen I, II en III . Zij  delen  stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis  de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee .

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen.  In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijnen, gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn.  De regels voor deze verwijzing  en de formulering van die vermelding  worden vastgesteld door de lidstaten.

 2.    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. 

 Artikel 18 

 Intrekking 

 Richtlijn 94/80/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage IV, deel A, genoemde handelingen, wordt met ingang van 31 december 2023 ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IV, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in intern recht van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage V. 

Artikel 1915

 Inwerkingtreding en toepassing

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen Unie .

De artikelen 1 tot en met 7, artikel 8, lid 1, artikel 11, lid 2, en artikel 13 zijn van toepassing met ingang van 31 december 2023. 

Artikel 2016

 Adressaten 

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    COM(2020730 final,  https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A52020DC0730
(2)    Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn.
(3)     https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2021_commission_work_programme_annexes_en.pdf
(4)     EUR-Lex - 32018R1724 - NL - EUR-Lex (europa.eu) .
(5)     EUR-Lex - 52021DC0101 - NL - EUR-Lex (europa.eu) .
(6)    Zie ook het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarbij de EU en de lidstaten partij zijn.
(7)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende het actieplan voor Europese democratie, COM(2020790 final.
(8)    Verslag over de toepassing van Richtlijn 94/80/EG inzake actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen (COM(201844 final); verslag over het EU-burgerschap 2017 (COM (201730 final); verslag over de toepassing van Richtlijn 94/80/EG betreffende het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (COM (201299 final). De richtlijn is ook vier keer gewijzigd (Richtlijn 96/30/EG van de Raad van 13 mei 1996, Richtlijn 2006/106/EG van de Raad van 20 november 2006, uitvoeringsbesluit van de Commissie van 19 juli 2012, Richtlijn 2013/19/EU van de Raad van 13 mei 2013) om de wijzigingen door te voeren die nodig waren naar aanleiding van een akte van toetreding tot de Unie.
(9)    Studie uitgevoerd in 2021 ter ondersteuning van de voorbereiding van een effectbeoordeling betreffende een mogelijk EU-beleidsinitiatief ter bevordering van een brede en inclusieve deelname van mobiele EU-burgers aan de verkiezingen voor het Europees Parlement en aan gemeenteraadsverkiezingen in Europa ( https://ec.europa.eu/info/files/study-preparation-impact-assessment-electoral-directives ) en de bijlagen daarbij ( https://ec.europa.eu/info/files/annexes-study-preparation-impact-assessment-electoral-directives ).
(10)     https://ec.europa.eu/info/law/better-regulation/have-your-say/initiatives/12684-Inclusive-EUParliament-elections-supporting-EU-citizens-right-to-vote-and-stand-as-candidates-in-another-EU-country/public-consultation_nl
(11)    “Political participation of Mobile EU Citizens - Insights from pilot studies on Austria, Belgium, Bulgaria, Germany, Greece, Hungary, Ireland and Poland”.
(12)    Studie uitgevoerd in 2021 ter ondersteuning van de voorbereiding van een effectbeoordeling betreffende een mogelijk EU-beleidsinitiatief ter bevordering van een brede en inclusieve deelname van mobiele EU-burgers aan de verkiezingen voor het Europees Parlement en aan gemeenteraadsverkiezingen in Europa ( https://ec.europa.eu/info/files/study-preparation-impact-assessment-electoral-directives ) en de bijlagen daarbij ( https://ec.europa.eu/info/files/annexes-study-preparation-impact-assessment-electoral-directives ).
(13)    Ter ondersteuning van de studie is bij mobiele EU-burgers een gerichte online-enquête gehouden om hun ervaringen met politieke participatie in hun lidstaat van verblijf te evalueren, alsook de diverse factoren die van invloed zijn op hun participatie.
(14)     https://ec.europa.eu/info/files/terms-reference-european-cooperation-network-elections_en
(15)     https://ec.europa.eu/justice/grants1/programmes-2014-2020/rec/index_en.htm
(16)     https://ec.europa.eu/info/departments/justice-and-consumers/justice-and-consumers-funding-tenders/funding-programmes/previous-programmes-2014-2020/europe-citizens-efc_nl
(17)    De deskundigengroep inzake electorale aangelegenheden werd opgericht in 2005. De deskundigengroep heeft de volgende taken: nauwe samenwerking tot stand brengen tussen de organen van de lidstaten en de Commissie inzake verkiezingsaangelegenheden; de Commissie bijstaan door informatie en advies te verstrekken over de situatie van het kiesrecht in de EU en haar lidstaten, en de uitwisseling van informatie, ervaringen en goede praktijken op dit gebied vergemakkelijken. Zie voor meer informatie het  Register van deskundigengroepen van de Commissie en andere adviesorganen (europa.eu)
(18)    Het Europees samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen werd opgericht in 2019. Het brengt vertegenwoordigers van de verkiezingsautoriteiten van de lidstaten samen en is een forum voor concrete en praktische uitwisselingen over een reeks onderwerpen die van belang zijn voor het waarborgen van vrije en eerlijke verkiezingen, waaronder gegevensbescherming, cyberveiligheid, transparantie en bewustmaking. Meer informatie op: Europees samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen | Europese Commissie (europa.eu)
(19)    Commissie/België, C-543/17.
(20)    Zie de arresten Commissie/Roemenië, C-549/18 en Commissie/Ierland, C-550/18.
(21)    Richtlijn 94/80/EG van de Raad van 19 december 1994 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (PB L 368 van 31.12.1994, blz. 38).
(22)    Verslag over het EU-burgerschap 2020 - Burgers meer zeggenschap geven en hun rechten beschermen, COM(2020730 final.
(23)    Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (herschikking).
(24)    PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(25)    Besluit 2010/48/EG van de Raad van 26 november 2009 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (PB L 23 van 27.1.2010, blz. 35).
(26)    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(27)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39-98).
(28)    Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1-38).
Top

Brussel, 25.11.2021

COM(2021) 733 final

BIJLAGEN

bij het voorstel voor een

RICHTLIJN VAN DE RAAD

tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (herschikking)


{SEC(2021) 576 final} - {SWD(2021) 357 final} - {SWD(2021) 358 final}


🡻 94/80/EG (aangepast)

 nieuw

BIJLAGE I

Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 2, lid 1, punt onder a), van deze richtlijn wordt onder primair lokaal lichaam het volgende verstaan:

in België:

   commune/gemeente/Gemeinde,

in Bulgarije:

   община/кметство/Общината е основната административно-териториална единица, в която се осъществява местното самоуправление,

in de Tsjechische Republiek:

   obec, městský obvod nebo městská část územně členěného statutárního města, městská část hlavního města Prahy,

in Denemarken:

   kommune, region,

in Duitsland:

   kreisfreie Stadt bzw. Stadtkreis; Kreis; Gemeinde, Bezirk in der Freien und Hansestadt Hamburg und im Land Berlin; Stadtgemeinde Bremen in der Freien Hansestadt Bremen, Stadt-, Gemeinde-, oder Ortsbezirke bzw. Ortschaften,

in Estland:

   vald, linn,

in Ierland:

   ð counties, cities, and cities and counties, ï City Council, County Council, Borough Council, Town Council,

in Griekenland:

   δήμος, ð δημοτική κοινότηταï

in Spanje:

   municipio, entidad de ámbito territorial inferior al municipal,

in Frankrijk:

   commune, arrondissement dans les villes déterminées par la législation interne, section de commune,

in Kroatië:

   općina, grad, županija,

in Italië:

   comune, circoscrizione,

in Cyprus:

δήμος, κοινότητα,

in Letland:

novads, republikas pilsēta, ð valstspilsēta, ï

in Litouwen:

   Savivaldybė,

in Luxemburg:

   commune,

in Hongarije:

   települési önkormányzat,; község, nagyközség, város, megyei jogú város, főváros, főváros kerületei; területi önkormányzat,;  fővárosi önkormányzat,  megye,

in Malta:

   Kunsill Lokali,

in Nederland:

   gemeente, deelgemeente,

in Oostenrijk:

   Gemeinden, Bezirke in der Stadt Wien,

in Polen:

   gmina,

in Portugal:

   município, freguesia,

in Roemenië:

   comuna, orașul, municipiul, sectorul (numai în municipiul București) și județul,

in Slovenië:

   občina,

in Slowakije:

   samospráva obce: obec, mesto, hlavné mesto Slovenskej republiky Bratislava, mesto Košice, mestská časť hlavného mesta Slovenskej republiky Bratislavy, mestská časť mesta Košice; samospráva vyššieho územného celku: samosprávny kraj,

in Finland:

   kunta, kommun, kommun på Åland,

in Zweden:

   kommuner, landsting,.

in het Verenigd Koninkrijk

   counties in England; counties, county boroughs and communities in Wales; regions and Islands in Scotland; districts in England, Scotland and Northern Ireland; London boroughs; parishes in England; the City of London in relation to ward elections for common councilmen.

 nieuw

BIJLAGE II

Ik, ……………………………………………… (naam), verklaar plechtig en oprecht dat de volgende gegevens juist zijn:

Nationaliteit

Geboortedatum

 

Adres in de lidstaat van verblijf

Telefoon/e-mail

Plaats/datum:

 

Handtekening:

 

 nieuw

BIJLAGE III

Ik, ……………………………………………… (naam), verklaar plechtig en oprecht dat de volgende gegevens juist zijn:

Nationaliteit

Geboortedatum

 

Adres in de lidstaat van verblijf

Telefoon/e-mail

Plaats/datum:

 

Handtekening:

 

🡹

BIJLAGE IV

Deel A

Ingetrokken richtlijn met een lijst van de opeenvolgende wijzigingen ervan
(bedoeld in artikel
17)

Richtlijn 94/80/EG van de Raad

(PB L 368 van 31.12.1994, blz. 38)

Richtlijn 96/30/EG van de Raad

(PB L 122 van 22.5.1996, blz. 14)

Toetredingsakte van 2003, [Bijlage …, punt …]

Richtlijn 2006/106/EG van de Raad

(PB L 363 van 20.12.2006, blz. 409)

Uitvoeringsbesluit 2012/412/EU van de Commissie

(PB L 192 van 20.7.2012, blz. 29)

Richtlijn 2013/19/EU van de Raad

(PB L 158 van 10.6.2013, blz. 231)

Deel B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht
(bedoeld in artikel
17)

Richtlijn

Termijn voor omzetting

Richtlijn 94/80/EG

1 januari 1996

Richtlijn 2006/106/EG

1 januari 2007

Richtlijn 2013/19/EU

1 juli 2013

_____________

BIJLAGE V

Concordantietabel

Richtlijn 94/80/EG

Deze richtlijn

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 2, eerste alinea

-

Artikel 2, lid 2, tweede alinea

Artikelen 3 tot en met 7

Artikelen 3 tot en met 7

Artikel 8, leden 1, 2 en 3

Artikel 8, leden 1, 2 en 3

-

Artikel 8, leden 4 en 5

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 2

Artikel 9, lid 2

-

Artikel 9, lid 3

-

Artikel 10

Artikel 10, lid 1

Artikel 10, lid 2

-

Artikel 11

-

-

-

Artikel 12

Artikel 13

-

-

Artikel 14

-

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 11, lid 1

Artikel 11, lid 2

Artikel 11, lid 3

Artikel 12, lid 1

Artikel 12, lid 2

Artikel 12, lid 3

Artikel 12, lid 4

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Bijlage

Bijlage 1

-

Bijlagen 2 tot en met 5

_____________

Top