EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020PC0273

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht bij de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds, in verband met de wijziging van de overeenkomst teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa

COM/2020/273 final

Brussel, 1.7.2020

COM(2020) 273 final

2020/0131(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht bij de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds, in verband met de wijziging van de overeenkomst teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit tot bepaling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht bij de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds, in verband met de wijziging van de overeenkomst teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa tot de overeenkomst.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.Motivering en doel van het voorstel

Op 12 juni 2002 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met de ACS-landen te openen.

Op 30 juli 2009 heeft de Unie de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds (hierna “de overeenkomst” genoemd) ondertekend, waarbij een kader voor een economische partnerschapsovereenkomst is vastgesteld 1 . De overeenkomst heeft het volgende ten doel:

a)de staten in de Stille Oceaan in staat te stellen gebruik te maken van de door de EU aangeboden verbeterde markttoegang;

b)de duurzame ontwikkeling en de geleidelijke integratie van Stille-Oceaanstaten in de wereldeconomie te bevorderen;

c)een vrijhandelszone tussen de partijen tot stand te brengen op basis van het gemeenschappelijk belang, middels de geleidelijke liberalisering van de handel op een wijze die in overeenstemming is met de toepasselijke WTO-regels en het beginsel van asymmetrie, met inachtneming van de specifieke noden en capaciteitsbeperkingen van de Stille-Oceaanstaten voor wat betreft de niveaus en het tijdschema voor verbintenissen;

d)passende regelingen voor de beslechting van geschillen vast te stellen, en

e)passende institutionele regelingen vast te stellen.

Papoea-Nieuw-Guinea en de Republiek Fiji passen de overeenkomst voorlopig toe vanaf respectievelijk 20 december 2009 en 28 juli 2014.

Artikel 80 van de overeenkomst bepaalt dat andere eilanden in de Stille Oceaan kunnen toetreden tot de overeenkomst op basis van een overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994 ingediend aanbod voor markttoegang. De Onafhankelijke Staat Samoa is dienovereenkomstig tot de overeenkomst toegetreden op 21 december 2018 2 en past deze voorlopig toe sinds 31 december 2018. De procedures van de partijen voor de toetreding van de Salomonseilanden en het Koninkrijk Tonga, die blijk hebben gegeven van hun interesse om toe te treden tot de overeenkomst, zijn lopende.

Ingevolge de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa tot de overeenkomst is het noodzakelijk in de overeenkomst technische wijzigingen aan te brengen om het aanbod voor markttoegang van dat land toe te voegen aan bijlage II bij de overeenkomst.

2.2.Het Handelscomité in het kader van de EPO

Bij artikel 68 van de EPO is een Handelscomité ingesteld dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen (de EU en de staten in de Stille Oceaan).

Het Handelscomité behandelt alle aangelegenheden die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. Voor het uitoefenen van zijn taken kan het Handelscomité:

f)alle speciale, voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst noodzakelijke comités en organen oprichten en daar toezicht op houden;

g)op elk door de partijen overeengekomen tijdstip bijeenkomen;

h)alle onder de overeenkomst vallende kwesties bespreken en in het kader van de uitoefening van zijn functies passende maatregelen nemen, en

i)besluiten nemen of aanbevelingen doen in gevallen waarin hierin door de overeenkomst wordt voorzien.

2.3.Het beoogde besluit van het Handelscomité in het kader van de EPO

Op 3-4 oktober 2019 heeft het Handelscomité in het kader van de EPO tijdens zijn zevende vergadering een aanbeveling aan de partijen bij de overeenkomst goedgekeurd, waarin onder meer werd aanbevolen de overeenkomst te wijzigen teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa. Een van de vereiste wijzigingen is het toevoegen van het aanbod voor markttoegang van Samoa aan bijlage II bij de overeenkomst.

In artikel 13 van de overeenkomst is bepaald dat het Handelscomité kan overeenkomen bijlage II op elke passend geachte manier te wijzigen.

Tijdens zijn achtste vergadering, op XX XX XX, zal het Handelscomité in het kader van de EPO zijn besluit om de nodige technische wijzigingen aan te brengen in de overeenkomst teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa vaststellen.

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

Het voorgestelde besluit van de Raad bepaalt het namens de Unie in te nemen standpunt betreffende de vaststelling van de voorgestelde wijziging van de overeenkomst teneinde rekening te houden met de recente toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa.

Dat standpunt wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Handelscomité betreffende de aan het ontwerpbesluit van de Raad gehechte wijziging van de overeenkomst.

Het onderwerp van de beoogde aanbeveling betreft het handelsbeleid, een gebied waarop de Unie exclusieve externe bevoegdheid heeft krachtens artikel 3, lid 2, VWEU.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”.

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

Het Handelscomité is een orgaan dat is opgericht bij de economische partnerschapsovereenkomst.

De door het Handelscomité aan te nemen wijziging heeft rechtsgevolgen. Zodra de beoogde wijziging is aangenomen, zal zij overeenkomstig artikel 13 van de overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.

De beoogde wijziging strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is daarom artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU, te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde aanbeveling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Als de beoogde aanbeveling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU, te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en de inhoud van de beoogde aanbeveling hebben in de eerste plaats betrekking op het gemeenschappelijk handelsbeleid.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5.Bekendmaking van de beoogde aanbeveling

Aangezien het besluit van het Handelscomité strekt tot wijziging van de economische partnerschapsovereenkomst, is het passend dat besluit na de vaststelling ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken.

2020/0131 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht bij de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds, in verband met de wijziging van de overeenkomst teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 30 juli 2009 heeft de Unie de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds 3 (hierna “de overeenkomst” genoemd), ondertekend, waarbij een kader voor een economische partnerschapsovereenkomst is vastgesteld. De overeenkomst wordt voorlopig toegepast door Papoea-Nieuw-Guinea en de Republiek Fiji sinds respectievelijk 20 december 2009 en 28 juli 2014.

(2)Artikel 80 van de overeenkomst bepaalt dat andere eilanden in de Stille Oceaan kunnen toetreden tot de overeenkomst op basis van een overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994 ingediend aanbod voor markttoegang. De Onafhankelijke Staat Samoa is dienovereenkomstig tot de overeenkomst toegetreden op 21 december 2018 4 en past deze voorlopig toe sinds 31 december 2018.

(3)In artikel 68 van de overeenkomst is bepaald dat het Handelscomité alle aangelegenheden behandelt die voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst noodzakelijk zijn.

(4)Op 3-4 oktober 2019 heeft het Handelscomité in het kader van de EPO tijdens zijn zevende vergadering een aanbeveling aan de partijen bij de overeenkomst goedgekeurd, waarin onder meer werd aanbevolen de overeenkomst te wijzigen teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa. Een van de vereiste wijzigingen is het toevoegen van het aanbod voor markttoegang van Samoa aan bijlage II bij de overeenkomst.

(5)In artikel 13 van de overeenkomst is bepaald dat het Handelscomité kan overeenkomen bijlage II op elke passend geachte manier te wijzigen.

(6)Tijdens zijn achtste vergadering, op XX XX 2020, kan het Handelscomité op grond van artikel 13 van de overeenkomst technische wijzigingen aanbrengen in de overeenkomst teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa.

(7)De Unie moet het standpunt bepalen dat tijdens de achtste vergadering van het Handelscomité moet worden ingenomen met betrekking tot het beoogde besluit.

(8)Het standpunt dat door de Unie tijdens de achtste vergadering van 2018 van het Handelscomité wordt ingenomen, moet derhalve worden gebaseerd op het aangehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de achtste vergadering van het Handelscomité in verband met de wijziging van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Handelscomité.

Artikel 2

Het besluit van het Handelscomité wordt na de vaststelling ervan bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit 2009/729/EG van de Raad van 13 juli 2009 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds (PB L 272 van 16.10.2009, blz. 1).
(2)    PB L 333 van 28.12.2018, blz. 1.
(3)    Zie Besluit 2009/729/EG van de Raad van 13 juli 2009 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds (PB L 272 van 16.10.2009, blz. 1).
(4)    PB L 333 van 28.12.2018, blz. 1.
Top

Brussel, 1.7.2020

COM(2020) 273 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht bij de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds, in verband met de wijziging van de overeenkomst teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa


AANHANGSEL

ONTWERPBESLUIT

NR. XX/2020 VAN HET HANDELSCOMITÉ OPGERICHT KRACHTENS DE TUSSENTIJDSE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP, ENERZIJDS, EN DE STATEN IN DE STILLE OCEAAN, ANDERZIJDS

van …

met betrekking tot de wijziging van de overeenkomst teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa

HET HANDELSCOMITÉ,

Gezien de op 30 juli 2009 in Londen ondertekende tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds 1 (hierna “de overeenkomst” genoemd), waarbij een kader voor een economische partnerschapsovereenkomst is vastgesteld, met name de artikelen 13 en 68,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 5 februari 2018 heeft de Onafhankelijke Staat Samoa aan de overeenkomstsluitende partijen een toetredingsverzoek voorgelegd, vergezeld van een overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994 ingediend aanbod voor markttoegang. Samoa is op 21 december 2018 tot de overeenkomst toegetreden en past de overeenkomst voorlopig toe sinds 31 december 2018.

(2)In artikel 68 van de overeenkomst is bepaald dat het Handelscomité alle aangelegenheden behandelt die voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst noodzakelijk zijn.

(3)Op 3-4 oktober 2019 heeft het Handelscomité in het kader van de EPO tijdens zijn zevende vergadering een aanbeveling aan de partijen bij de overeenkomst goedgekeurd, waarin onder meer werd aanbevolen de overeenkomst te wijzigen teneinde rekening te houden met de toetreding van de Onafhankelijke Staat Samoa. Een van de vereiste wijzigingen is het toevoegen van het aanbod voor markttoegang van Samoa aan bijlage II bij de overeenkomst.

(4)In artikel 13 van de overeenkomst is bepaald dat het Handelscomité kan overeenkomen bijlage II op elke passend geachte manier te wijzigen.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

De tekst van het overeengekomen aanbod voor markttoegang van de Onafhankelijke Staat Samoa, als vervat in de bijlage bij dit besluit, wordt toegevoegd aan bijlage II bij de overeenkomst.

Gedaan te …,

Voor het Handelscomité

Namens de Unie

Namens de staten in de Stille Oceaan

BIJLAGE

DOUANERECHTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE INVOER IN DE ONAFHANKELIJKE STAAT SAMOA (PB L 333 van 28.12.2018, blz. 1)

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:L:2018:333:TOC  

(1)    Zie Besluit 2009/729/EG van de Raad van 13 juli 2009 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds (PB L 272 van 16.10.2009, blz. 1).
Top