EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020DC0149

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de uitoefening van de bevoegdheid tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen die aan de Commissie is verleend overeenkomstig Richtlijn 2009/42/EG betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

COM/2020/149 final

Brussel, 17.4.2020

COM(2020) 149 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de uitoefening van de bevoegdheid tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen die aan de Commissie is verleend overeenkomstig Richtlijn 2009/42/EG betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de uitoefening van de bevoegdheid tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen die aan de Commissie is verleend overeenkomstig Richtlijn 2009/42/EG betreffende de statistiek van het zeevervoer van goederen en personen

1.INLEIDING

Bij Verordening (EU) nr. 1090/2010 van het Europees Parlement en de Raad 1 zijn de bij Richtlijn 2009/42/EG 2 aan de Commissie verleende bevoegdheden afgestemd op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Krachtens de gewijzigde Richtlijn 2009/42/EG mag de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen om:

Øde in de bijlagen I tot en met VIII vermelde voorwaarden voor het verzamelen van gegevens aan economische en technische ontwikkelingen aan te passen, voor zover deze aanpassingen geen aanzienlijke verhoging van de kosten voor de lidstaten en/of de belasting van de respondenten tot gevolg hebben (zie artikel 3, lid 4);

Øeen lijst van havens op te stellen die per land en per kustgebied zijn gecodeerd en geregistreerd (zie artikel 4, lid 1), en

Øniet-essentiële onderdelen van de richtlijn te wijzigen om ervoor te zorgen dat de in bijlage VIII beschreven methoden om gegevens te verzamelen voor de productie van statistische gegevens over het zeevervoer waarborgen dat aan de door de Commissie vastgestelde normen inzake nauwkeurigheid wordt voldaan (artikel 5).

Zoals in overweging 8 van Verordening (EU) nr. 1090/2010 wordt benadrukt “is het van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden passend overleg pleegt, onder meer met deskundigen”.

2.RECHTSGRONDSLAG

Dit verslag moet worden opgesteld krachtens artikel 10 bis, lid 1, van de richtlijn. Dit artikel verleent de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf 29 december 2010. De Commissie heeft in 2015 een eerste verslag ingediend 3 . De bevoegdheidsdelegatie is automatisch verlengd met nog eens vijf jaar (van december 2015 tot en met december 2020), aangezien het Parlement en de Raad deze niet overeenkomstig artikel 10 ter hebben ingetrokken. Krachtens artikel 10 bis moet de Commissie uiterlijk zes maanden voor het einde van elke periode van vijf jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie opstellen.

3.UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEIDSDELEGATIE

Sinds de verordening in werking is getreden, heeft de Commissie twee gedelegeerde handelingen vastgesteld:

a)Gedelegeerd Besluit 2012/186/EU van de Commissie 4 — bij dit besluit zijn bepaalde delen van de in de bijlagen I tot en met VIII van de richtlijn vermelde voorwaarden voor het verzamelen van gegevens aangepast aan economische en technische ontwikkelingen.

In haar verslag over de eerste periode van vijf jaar heeft de Commissie geconcludeerd dat zij haar gedelegeerde bevoegdheden correct heeft uitgeoefend en heeft zij het Parlement en de Raad verzocht kennis te nemen van het verslag; en

b)Gedelegeerd Besluit (EU) 2018/1007 van de Commissie 5 — bij dit besluit is de lijst van havens bijgewerkt om de juistheid en de relevantie van de Europese statistieken van het zeevervoer te waarborgen overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de richtlijn.

Bij de voorbereiding van het besluit heeft de Commissie de volgende deskundigen geraadpleegd:

-nationale deskundigen tijdens de jaarlijkse vergaderingen van de Werkgroep Statistiek van het zeevervoer (23‑24 mei 2016) en het Coördinatiecomité voor vervoersstatistieken (24‑25 november 2016);

-de directeuren van sectorale en milieustatistieken en rekeningen (DIMESA), schriftelijk, in december 2016 en januari 2017.

De Commissie heeft het Parlement en de Raad in kennis gesteld van alle bijeenkomsten van deskundigen en hun alle relevante documenten tijdig en in een passende vorm toegezonden.

Het ontwerpbesluit is in februari 2018 door de directeuren-generaal van de nationale bureaus voor de statistiek besproken en positief beoordeeld.

De Commissie heeft het besluit op 25 april 2018 vastgesteld en het Parlement en de Raad ervan in kennis gesteld; geen van beide heeft binnen de gestelde termijn van twee maanden bezwaar gemaakt. Het besluit is op 17 juli 2018 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en op 6 augustus 2018 6 in werking getreden.

4.CONCLUSIE

De Commissie is van mening dat zij deze gedelegeerde bevoegdheden moet behouden om in de toekomst gedelegeerde handelingen te kunnen vaststellen teneinde rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen en veranderingen in de Europese haveninfrastructuur.

De Commissie heeft de aan haar gedelegeerde bevoegdheden correct uitgeoefend en verzoekt het Europees Parlement en de Raad kennis te nemen van dit verslag.

Top