EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019PC0608

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot bijwerking van de onderhandelingsrichtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS)

COM/2019/608 final

Brussel, 28.11.2019

COM(2019) 608 final

BIJLAGE

bij

Aanbeveling voor een Besluit van de Raad

tot bijwerking van de onderhandelingsrichtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS)


BIJLAGE

Richtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS)

1.Preambule

Naast de algemene verwijzing naar de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger ervan, zal onder meer worden verwezen naar:

·De vaste wil van de partijen om de economische, culturele en sociale ontwikkeling van de ACS-staten te bevorderen, teneinde een bijdrage te leveren tot vrede, welvaart en veiligheid en een stabiel en democratisch politiek klimaat te stimuleren;

·De gehechtheid van de partijen aan de eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de fundamentele rechten van werkenden, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die de essentiële elementen van het partnerschap tussen de ACS en de EU vormen, en aan goed bestuur, dat een fundamenteel element van het partnerschap tussen de ACS en de EU vormt;

·De gehechtheid van de partijen aan een reeks internationaal overeengekomen beginselen en regels die tot doel hebben een wederzijds versterkende relatie tussen handel en duurzame ontwikkeling te bevorderen, met inbegrip van de ondersteuning van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (Agenda 2030) en haar doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling en de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering;

·De vaste wil van de partijen om in hun partnerschap het doel centraal te stellen armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te roeien, overeenkomstig de doelstellingen van duurzame ontwikkeling en geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie; derhalve de economische en commerciële samenwerking tussen de ACS en de EU te baseren op bestaande regionale integratie-initiatieven in de ACS-landen;

·Het doel van de economische en handelssamenwerking tussen de ACS en de EU om de soepele en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie te bevorderen, waarbij terdege rekening wordt gehouden met hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten, en vooral met hun eigen strategieën voor armoedebestrijding (met name de strategische programma’s voor armoedebestrijding), waardoor hun duurzame ontwikkeling wordt bevorderd en wordt bijgedragen aan de uitbanning van armoede in de ACS-landen;

·De vaste wil van de partijen om het proces van regionale integratie in de ACS-groep van staten te ondersteunen en de regionale integratie te bevorderen als een belangrijk instrument voor de integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie;

·De vaste wil van de partijen om de economische en handelssamenwerking te versterken en onderling een nieuwe handelsdynamiek tot stand te brengen teneinde de overgang van de ACS-landen naar een geliberaliseerde mondiale economie te vergemakkelijken;

·De vaste wil van de partijen om rekening te houden met de verschillende behoeften en ontwikkelingsniveaus van de ACS-landen en -regio’s;

·De verbintenis van de partijen om hun in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) aangegane verplichtingen na te komen en de doelstellingen van de WTO te verwezenlijken;

·De gemeenschappelijke doelstelling van de partijen om de samenwerking op alle voor de handel relevante gebieden te intensiveren en om, overeenkomstig de WTO-regels, geleidelijk en wederzijds de handel in goederen en diensten te liberaliseren, rekening houdend met het ontwikkelingsniveau van de ACS-landen en de economische, sociale en ecologische beperkingen waarmee zij worden geconfronteerd;

·De vaste wil van de partijen om ervoor te zorgen dat de inspanningen in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger daarvan en de inspanningen in het kader van de EPO’s elkaar versterken.

2.Aard en werkingssfeer van de overeenkomsten

De EPO’s beogen de soepele en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie te bevorderen, met inachtneming van hun politieke keuzen en ontwikkelingsprioriteiten, zodat hun duurzame ontwikkeling wordt gestimuleerd en wordt bijgedragen aan de uitbanning van armoede in de ACS-landen.

Overeenkomstig artikel 36, lid 1, van de Overeenkomst van Cotonou en de relevante bepaling in de nieuwe ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, zodra deze van toepassing is, beogen de onderhandelingen de totstandbrenging van economische partnerschapsovereenkomsten (“EPO’s”) met ACS-subgroepen zoals omschreven overeenkomstig artikel 37, lid 3, van de Overeenkomst van Cotonou en de relevante bepaling in de nieuwe ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, zodra deze van toepassing is, rekening houdend met het regionale integratieproces in de ACS.

De EPO‘s zijn gericht op het bevorderen van een nauwere economische integratie tussen de partijen, door geleidelijk de belemmeringen voor de onderlinge handel weg te nemen en de samenwerking op alle voor de handel relevante gebieden te versterken, in volledige overeenstemming met de bepalingen van de WTO.

De EPO’s moeten stroken met de doelstellingen en beginselen van de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger daarvan, en met name met de bepalingen van deel III, titel II. Bij de onderhandelingen over de EPO’s moet daarom met name rekening worden gehouden met de verschillende ontwikkelingsniveaus van de partijen en met de bijzondere economische, sociale en ecologische beperkingen van de ACS-landen en met het vermogen om hun economieën af te stemmen op en aan te passen aan het liberalisatieproces.

3.Handel in goederen

3.1.Doelstelling

De EPO’s zijn gericht op de totstandbrenging van vrijhandelsruimtes tussen de partijen, op basis van de ontwikkelingsdoelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger daarvan, in overeenstemming met de bepalingen van de WTO. Het is dan ook duidelijk dat de volgende voorwaarden inzake markttoegang alleen in het kader van die EPO’s beschikbaar zouden zijn.

3.2.Invoerrechten

·Invoer in de Europese Unie

De EPO’s bouwen voort op de momenteel in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger daarvan geldende voorwaarden voor markttoegang en verbeteren deze nog. De specifieke regelingen voor verdere tariefafbraak worden tijdens de onderhandelingen vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande en potentiële exportbelangen van de ACS-landen en met de gevolgen van de handelsliberaliseringsmaatregelen, met name voor de regionale integratie in de ACS.

·Invoer in de ACS-landen

Met het hoofddoel ontwikkeling te bevorderen door middel van regionale economische integratie en adequaat beleid, zal in de onderhandelingen worden gestreefd naar 1) de afschaffing, in de loop van een overgangsperiode, van douanerechten op de invoer uit de EG voor vrijwel alle handel, en 2) de afschaffing van alle heffingen van gelijke werking als douanerechten bij de inwerkingtreding van de EPO’s.

Het tijdschema voor de tariefafbraak en de uiteindelijke lijst van producten waarvoor de handel door de ACS-landen zal worden geliberaliseerd, zullen de economische, sociale en ecologische beperkingen weerspiegelen waarmee zij worden geconfronteerd, en hun vermogen om hun economieën aan te passen aan het liberalisatieproces. Daarom zal op flexibele wijze een overgangsperiode worden toegepast die verenigbaar is met de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou, de opvolger daarvan en de WTO-regels, teneinde rekening te houden met de specifieke beperkingen van de betrokken ACS-landen. Dezelfde flexibiliteit zal worden toegepast met betrekking tot de lijst van producten en het tijdschema/tempo van de liberaliseringstoezeggingen door de ACS-landen.

In dit verband zullen de partijen per geval onderzoeken welke gevolgen mechanismen voor uitvoerrestituties kunnen hebben voor het proces van liberalisering van de handel.

Ongeacht het bovenstaande kennen de ACS-landen de Europese Unie te allen tijde een behandeling toe die niet minder gunstig is dan de meestbegunstigingsbehandeling. Dit geldt niet voor concessies tussen ACS-landen onderling of voor concessies van ACS-landen aan andere ontwikkelingslanden in het kader van regionale overeenkomsten of andere handelsregelingen die verenigbaar zijn met de WTO-voorschriften.

Tijdens de onderhandelingen zal in het licht van artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de overeenkomsten die zijn bereikt in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en de opvolger daarvan rekening worden gehouden met de specifieke belangen van de ultraperifere gebieden van de Europese Unie. In dit verband kunnen de EPO’s met name voorzien in specifieke maatregelen ten gunste van producten uit deze gebieden, die erop gericht zijn hen overeenkomstig de bepalingen van de WTO op korte termijn te integreren in de intraregionale handel.

De ACS-landen moeten zich er ten minste toe verbinden de behandeling die aan de Europese Unie wordt toegekend automatisch uit te breiden tot alle andere partijen bij de betrokken EPO, bij voorkeur vóór de handel met de Europese Unie wordt geliberaliseerd.

Wanneer zich als gevolg van de liberalisering van de handel ernstige moeilijkheden voordoen, kunnen de ACS-landen in overleg met de Europese Unie de toepassing van het tijdschema voor de liberalisering tijdelijk opschorten en, indien nodig, het tempo van de voortgang in de richting van de uiteindelijke totstandbrenging van de vrijhandelsruimte in volledige overeenstemming met de bepalingen van de WTO aanpassen.

De plannen en het tijdschema van de ACS-landen voor de liberalisering van de handel maken deel uit van de EPO’s. Zij omvatten de passende lijsten van producten en tijdschema’s voor de tariefafbraak. Die lijsten en tijdschema’s zullen tijdens de onderhandelingen hun definitieve vorm krijgen.

·Basisrecht

De basisrechten waarop de overeengekomen verlagingen moeten worden toegepast, zijn de meestbegunstigingsrechten die de ACS-landen op de dag van ondertekening van de EPO’s daadwerkelijk toepassen. Zij worden opgenomen in een bij elke EPO gevoegde lijst.

3.3.Algemene bepalingen

Uitvoerrechten. Uitvoerrechten die in het handelsverkeer tussen de partijen worden toegepast, worden afgeschaft volgens een overeengekomen tijdschema van ten hoogste tien jaar.

Kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking die in het handelsverkeer tussen de partijen worden toegepast op de uitvoer of de invoer, worden bij de inwerkingtreding van de EPO’s afgeschaft.

Nationale behandeling en fiscale maatregelen. In de EPO’s wordt een standaardbepaling inzake nationale behandeling opgenomen, die waarborgt dat de producten van de partijen een behandeling krijgen die niet minder gunstig is dan de behandeling die wordt toegekend aan soortgelijke producten van nationale oorsprong. Discriminerende interne fiscale maatregelen of praktijken die al bestaan, worden bij de inwerkingtreding van de EPO’s afgeschaft.

Clausule inzake uitsluiting van belastingen. De EPO’s zullen een clausule inzake uitsluiting van belastingen bevatten overeenkomstig artikel 52 van de Overeenkomst van Cotonou en de relevante clausule inzake uitsluiting van belastingen in de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.

Variabele snelheid. Indien het verenigbaar is met de integratiedoelstellingen van de betrokken ACS-regio’s, voorzien de EPO’s in een variabele snelheid van de liberalisering van de handel, waarbij rekening wordt gehouden met het ontwikkelingsniveau van de betrokken ACS-landen en met de verschillende mate van integratie die in de regio kan bestaan, overeenkomstig het interne integratieproces van de regio.

Clausule inzake voedselzekerheid. De overeenkomst bevat bepalingen ter bevordering van de voedselzekerheid overeenkomstig de WTO-regels.

Vrijwaringsmaatregelen. Er gelden vrijwaringsbepalingen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de WTO.

Antidumping. Indien een van de partijen vaststelt dat in de handel door de andere partij schade veroorzakende dumping of subsidiëring in de zin van de bepalingen van de GATT plaatsvindt, kan zij tegen die praktijk passende maatregelen treffen, in overeenstemming met de GATT/WTO-regels en -praktijken. In dat verband heeft de Europese Unie bijzondere aandacht voor de bijzondere economische en sociale situatie van de betrokken ACS-landen.

Status-quo. De partijen komen overeen dat na de inwerkingtreding van de overeenkomsten tussen de regionale groepering en de EU geen nieuwe rechten worden ingesteld en bestaande rechten niet worden verhoogd, en dat noch nieuwe kwantitatieve beperkingen, noch maatregelen van gelijke werking worden ingesteld door een van beide partijen.

Transparantie. Beide partijen zullen verplicht zijn elkaar in kennis te stellen van hun douanetarief en van eventuele latere wijzigingen daarvan.

Uitzonderingsclausule. De overeenkomst zal een standaardclausule over uitzonderingen bevatten uit hoofde waarvan maatregelen kunnen worden genomen op grond van bijvoorbeeld de bescherming van de openbare orde, het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, het behoud van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen enz., mits die maatregelen in overeenstemming met de WTO-regels worden toegepast.

Classificatie van goederen. In het handelsverkeer tussen de partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het geharmoniseerd systeem.

3.4.Oorsprongsregels, administratieve samenwerking en financiële verantwoordelijkheid

De onderhandelingen over oorsprongsregels, administratieve samenwerking en financiële verantwoordelijkheid zijn gebaseerd op de standaard preferentiële oorsprongsregels van de EU en op de bestaande oorsprongsregels in elke EPO. In dat verband beoordeelt de Europese Unie elk specifiek verzoek van de ACS-staat of -staten tot wijziging van de oorsprongsregels dat tot doel heeft de bestaande regels te vereenvoudigen en de huidige toegang tot de markt voor de ACS-landen te verbeteren. 

De overeenkomst zal de verdragsluitende partijen de bevoegdheid verlenen om passende maatregelen te nemen in geval van een gebrek aan administratieve samenwerking of van wanbeheer. Met betrekking tot verliezen aan douanerechten ten gevolge van het wanbeheer van preferentiële invoer kunnen passende maatregelen worden vastgesteld op basis van een horizontaal besluit van de Raad.

3.5.Douane, handelsfacilitatie en fraudebestrijding

De onderhandelingen zijn erop gericht alle vereisten en procedures inzake in- en uitvoer te vereenvoudigen, met name met betrekking tot douaneprocedures, invoervergunningen, vaststelling van de douanewaarde, regels inzake doorvoer en inspectie vóór verzending, op basis van de hoogste internationale normen en in overeenstemming met de bepalingen van de handelsfacilitatieovereenkomst van de WTO. De overeenkomst zal een protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken omvatten. Zij zal ook een fraudebestrijdingsclausule bevatten teneinde misbruik van tariefpreferenties te voorkomen.

4.Handel in diensten en investeringen

4.1.Toepassingsgebied

De overeenkomst zal voorzien in een geleidelijke en wederzijdse liberalisering van de handel in diensten en investeringen, teneinde een vergelijkbaar niveau van markttoegang te waarborgen in overeenstemming met de desbetreffende WTO-regels, met name artikel V van de GATS, rekening houdend met het ontwikkelingsniveau van de betrokken ACS-landen. [De overeenkomsten zullen bepalen dat audiovisuele diensten afzonderlijk worden behandeld in specifieke overeenkomsten inzake culturele samenwerking en partnerschap tussen de partijen. Die overeenkomsten zullen de Europese Unie en haar lidstaten en de ACS-landen de mogelijkheid bieden hun capaciteit voor de vaststelling en uitvoering van hun cultureel en audiovisueel beleid voor het behoud van hun culturele diversiteit te behouden en te ontwikkelen en tegelijkertijd de culturele waarden en identiteiten van de ACS-landen te erkennen, in stand te houden en te bevorderen, en de interculturele dialoog te bevorderen door de markttoegang voor de culturele goederen en diensten van deze landen te verbeteren, overeenkomstig artikel 27 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.

De partijen zullen overeenkomen dat na de inwerkingtreding van de overeenkomsten tussen de regionale groepering en de Europese Unie geen nieuwe of meer discriminerende maatregelen worden ingevoerd.

Het liberalisatieproces zal asymmetrisch verlopen. Aan de ACS-landen zal een zekere mate van flexibiliteit worden toegestaan, afhankelijk van hun ontwikkelingsniveau, zowel algemeen als per sector en subsector, overeenkomstig de bepalingen van de GATS, met name die betreffende de deelname van ontwikkelingslanden aan liberaliseringsovereenkomsten.

Voor de Europese Unie zal de overgangsperiode maximaal 10 jaar bedragen.

Voor de ACS-landen zal op flexibele wijze een overgangsperiode worden toegepast die verenigbaar is met de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou, de opvolger daarvan en de WTO-regels, teneinde rekening te houden met de specifieke beperkingen van de betrokken ACS-landen.

De ACS-landen die deelnemen aan een EPO zullen zich ertoe verbinden onderling ten minste dezelfde regelingen toe te passen als die welke zij toepassen op de Europese Unie.

De EPO’s zullen de verbintenissen bevestigen die zijn aangegaan in artikel 42 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.

4.2.Praktische regelingen

Wanneer dat gerechtvaardigd is door bijzondere economische, sociale en ecologische beperkingen waarmee de ACS-landen worden geconfronteerd, kunnen de onderhandelingen worden uitgesteld. In een dergelijk geval beoordelen de partijen in de loop van de EPO-onderhandelingen regelmatig de situatie. Zij zullen ervoor zorgen dat de voorbereidende fase van deze onderhandelingen actief wordt gebruikt om de onderhandelingen voor te bereiden, met name door passende steun te mobiliseren voor de ontwikkeling van diensten overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou, met name artikel 41, lid 5, en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.

5.Lopende betalingen en kapitaalverkeer

De EPO’s zullen de verbintenissen bevestigen die zijn aangegaan in artikel 12 van bijlage II bij de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.

Met het oog op de versterking en ontwikkeling van de financiële markten streven de partijen ernaar de kapitaalmarkten verder dan alleen voor directe investeringen te openen, met inachtneming van de bestaande monetaire overeenkomsten en rekening houdend met de noodzaak om een passend regelgevingskader te ontwikkelen.

De overeenkomsten zullen een bepaling bevatten die voorziet in een mogelijke herziening van dit hoofdstuk teneinde de samenhang te waarborgen tussen de verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van economische partnerschapsovereenkomsten en andere relevante overeenkomsten, met inbegrip van de verbintenissen in het kader van de GATS.

6.Handelsgerelateerde materies

6.1.Algemeen

De EPO’s zullen de respectieve verbintenissen bevestigen die zijn aangegaan in het kader van de Overeenkomst van Cotonou 1 en de opvolger daarvan, met name inzake het mededingingsbeleid, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten (met inbegrip van geografische aanduidingen), normalisatie en certificering, sanitaire en fytosanitaire maatregelen, handel en milieu, handel en arbeidsnormen, consumentenbeleid en bescherming van de gezondheid van de consument. Die bepalingen zullen worden herzien in het licht van de resultaten van de komende multilaterale handelsbesprekingen.

6.2.Specifieke materies

Daarnaast geldt voor de volgende materies het volgende:

Investeringen. In overeenstemming met de doelstelling “armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te roeien, overeenkomstig de doelstelling van duurzame ontwikkeling” (en gelet op de artikelen 1, 29, 75 tot en met 78 van en bijlage II bij de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is), komen de partijen overeen een regelgevend kader in te stellen dat wederzijds voordelige en duurzame investeringen tussen beide partijen vergemakkelijkt, bevordert en stimuleert. Dat kader zal gebaseerd zijn op de beginselen van non-discriminatie, openheid, transparantie en stabiliteit.

Wanneer beide partijen dit als onderhandelingsmaterie beschouwen en onder voorbehoud van aanvullende land- of regiospecifieke onderhandelingsrichtsnoeren, kan worden onderhandeld over bepalingen inzake investeringsbescherming, die de in de bevoegde internationale fora of in bilateraal verband overeengekomen beste resultaten bevestigen. Die bepalingen moeten zorgen voor een goede bescherming van investeerders en investeringen, met volledige inachtneming van het recht van de partijen om op hun grondgebied regelgeving vast te stellen om legitieme beleidsdoelstellingen te verwezenlijken.

Overheidsopdrachten. De EPO’s zullen gericht zijn op volledige transparantie van de aanbestedingsregels en -methoden op alle overheidsniveaus volgens de beginselen van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (WTO). Bovendien zullen de partijen streven naar een geleidelijke liberalisering van hun aanbestedingsmarkten op basis van het non-discriminatiebeginsel en rekening houdend met hun ontwikkelingsniveau.

Normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordeling. De EPO’s zouden een uitgebreid hoofdstuk over technische handelsbelemmeringen moeten bevatten, dat voortbouwt op en verder gaat dan de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.

Sanitaire en fytosanitaire normen. De EPO’s zouden een uitgebreid hoofdstuk over sanitaire en fytosanitaire normen moeten bevatten, dat voortbouwt op de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire normen.

Gegevensbescherming. De EPO’s zullen als doel stellen te streven naar het wegnemen van belemmeringen voor het vrije verkeer van persoonsgegevens tussen de partijen, die het gevolg zijn van het gebrek aan adequate bescherming van persoonsgegevens, en dat onder meer via de uitwisseling van informatie en deskundigen.

Intellectuele-eigendomsrechten. De EPO’s zouden moeten zorgen voor een adequaat, evenwichtig en doeltreffend niveau van bescherming en bepalingen inzake civielrechtelijke handhaving en handhaving aan de grens op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van geografische aanduidingen, moeten bevatten.

Handel en mededinging: De EPO’s zouden erop gericht moeten zijn verstoringen van de mededinging tot een minimum te beperken door middel van bepalingen op het gebied van het mededingingsbeleid, subsidies en staatsbedrijven. De bepalingen zullen de verlening van openbare diensten niet in de weg staan.

Handel en duurzame ontwikkeling: De EPO’s zouden moeten voldoen aan de relevante internationaal overeengekomen beginselen en regels inzake arbeid (met inbegrip van non-discriminatie op grond van geslacht) en de milieuaspecten van handel en duurzame ontwikkeling, met inbegrip van duurzame visserij en klimaatverandering, in het bijzonder de Overeenkomst van Parijs. De EPO’s zouden bepalingen moeten bevatten voor de doeltreffende uitvoering van en het toezicht op deze regels, en een mechanisme om eventuele geschillen tussen de partijen aan te pakken.

Landbouwdialoog: Gezien de relevantie van de landbouwsector voor de sociaaleconomische ontwikkeling en de voedselzekerheid van de ACS-landen, kunnen de EPO’s voorzien in een landbouwdialoog (agrarisch partnerschap), die betrekking kan hebben op kwesties als grondstoffen en regionale waardeketens, het gebruik van nieuwe technologieën en duurzame voedselsystemen.

6.3.Uitvoering

De EPO-Raad (zie punt 8), bijgestaan door een Gemengd Comité voor de tenuitvoerlegging dat is samengesteld uit technische deskundigen van hoog niveau, zal toezien op de uitvoering van deze bepalingen. Het Gemengd Comité voor de tenuitvoerlegging zal regelmatig en ten minste eenmaal per jaar bijeenkomen. Het zal jaarverslagen opstellen waarin de geboekte vooruitgang wordt beoordeeld en aanbevelingen worden gedaan voor maatregelen om verdere resultaten te boeken, waaronder ontwikkelingssamenwerking overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.

7.Complementariteit

De EPO’s en de ontwikkelingsstrategieën van de ACS-partners (met name strategische programma’s voor armoedebestrijding) ondersteunen elkaar. Om de verwezenlijking van de doelstellingen van de EPO’s te vergemakkelijken, zullen de ACS-landen zich er met name toe verbinden de EPO’s volledig te integreren in hun ontwikkelingsstrategieën en zal de EU hetzelfde doen in haar eigen strategieën voor ontwikkelingssamenwerking . Dit zou steun voor de ontwikkeling van de particuliere sector omvatten, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van de genderdimensie daarvan. Zij zullen zich ertoe verbinden daartoe voldoende middelen te voorzien in de nationale en regionale indicatieve programma’s, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.

8.Institutioneel kader

Voor elke EPO zal een Gezamenlijke EPO-Raad worden opgericht die de volgende functies vervult:

ervoor zorgen dat de EPO op de juiste wijze functioneert;

de ontwikkeling van de samenwerking op economisch en handelsgebied tussen de partijen bestuderen;

passende methoden zoeken om problemen te voorkomen die zich kunnen voordoen op de onder de EPO vallende gebieden, met name wat de verwezenlijking van de ontwikkelingsdoelstellingen van de EPO betreft;

van gedachten wisselen en aanbevelingen doen over alle kwesties van gemeenschappelijk belang in verband met de samenwerking op economisch en handelsgebied, met inbegrip van toekomstige acties voor de correcte uitvoering van de EPO, en met name de behoefte aan ontwikkelingssamenwerking overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.

De samenstelling, de frequentie, de agenda en de plaats van de bijeenkomsten van de Gezamenlijke EPO-Raad zullen worden overeengekomen in overleg tussen de partijen.

De EPO-Raad zal bevoegd zijn om besluiten te nemen ten aanzien van alle onder de EPO vallende aangelegenheden. Hij zal aan de Raad van Ministers die is ingesteld bij artikel 15 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is, rapporteren over aangelegenheden van gemeenschappelijk belang voor de gehele ACS-groep van staten en de Europese Unie.

De EPO moet voorzien in regelmatig overleg en communicatie met het maatschappelijk middenveld.

9.Slotbepalingen

De EPO’s omvatten:

een hoofdstuk over geschillenbeslechting en een bepaling over niet-uitvoering, met inbegrip van bepalingen die overeenstemmen met de artikelen 96 en 97 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is. De bepalingen inzake geschillenbeslechting met betrekking tot handel of handelsgerelateerde aangelegenheden zullen geen afbreuk doen aan de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van de WTO-regels, met name het memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen;

een clausule over toekomstige ontwikkelingen die bepaalt dat EPO’s kunnen worden uitgebreid, met name door toetredingen, of samengevoegd, naar gelang van de vooruitgang op het gebied van regionale integratie;

een clausule betreffende de inwerkingtreding, de duur (voor onbepaalde tijd), de beëindiging, de kennisgeving die vereist is voor opzegging en de territoriale toepassing.

Voor de toepassing van EPO’s wordt onder de ACS-partijen verstaan de regionale groepering of haar lidstaten of de regionale groepering en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden. De EPO’s zullen ook van toepassing zijn op maatregelen van staten, regionale of plaatselijke autoriteiten op het grondgebied van de partijen.

10.Structuur en organisatie van de onderhandelingen

Overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is, zal de periode waarin wordt onderhandeld ook worden gebruikt voor capaciteitsopbouw in de overheids- en de privésector van de ACS-landen, teneinde hun vermogen om passende regionale en multilaterale handelsstrategieën en -beleidsmaatregelen vast te stellen en ten uitvoer te leggen, te vergroten. Dit zal maatregelen omvatten om het concurrentievermogen te vergroten, regionale organisaties te versterken en regionale handelsintegratie-initiatieven te steunen, in voorkomend geval met steun voor begrotingsaanpassingen en fiscale hervormingen, en om de infrastructuur te verbeteren en de investeringen uit te breiden. Die maatregelen zullen worden gemonitord door regionale voorbereidende taskforces die bij de start van de onderhandelingen gezamenlijk zullen worden opgericht door de regionale groepering die betrokken is bij de EPO-onderhandelingen en de Europese Unie. De regionale voorbereidende taskforces zullen onder meer voorstellen doen die moeten worden besproken in de nationale en regionale programmeringsdialoog tussen de Europese Unie en de ACS-landen.

Er zullen passende mechanismen worden ingesteld om ervoor te zorgen dat niet-overheidsactoren in de EU en in de ACS-landen geïnformeerd en geraadpleegd worden over de inhoud van de onderhandelingen en dat de coördinatie met de lopende ACS-EU-dialogen wordt gewaarborgd.

(1)    Artikelen 45 tot en met 51 en 78 van de Overeenkomst van Cotonou en de desbetreffende bepaling van de opvolger daarvan, zodra deze van toepassing is.
Top

Brussel, 28.11.2019

COM(2019) 608 final

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot bijwerking van de onderhandelingsrichtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Tussen 2002 en 2014 heeft de EU met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) onderhandeld over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s). De EU heeft die onderhandelingen gevoerd op basis van een breed mandaat en van onderhandelingsrichtsnoeren die de Raad op 12 juni 2002 heeft vastgesteld (9930/02).

Als gevolg van een aantal omstandigheden, waaronder beperkte capaciteit aan de kant van de partners, hebben de meeste gesloten en toegepaste overeenkomsten momenteel echter uitsluitend betrekking op de handel in goederen. Andere materies (zoals diensten, investeringen en handelsgerelateerde kwesties) werden niet in de overeenkomsten opgenomen, maar werden in de zogenoemde “rendez-vousclausules” uitdrukkelijk genoemd als voorwerp voor een toekomstige herziening. Deze situatie betekent dat de huidige EPO’s niet volledig beantwoorden aan de realiteit van de handel in de 21e eeuw, noch aan de belangen van zowel de EU als de partnerlanden in kwestie. Het is dan ook mogelijk dat er in de komende jaren vraag zal zijn naar een “verdieping” van deze overeenkomsten, zodat zij onder meer ook diensten, investeringen, handel en duurzame ontwikkeling, intellectuele-eigendomsrechten, mededingingsbeleid en overheidsopdrachten bestrijken.

Tot dusver geven 31 landen in de ACS-landen en -regio’s uitvoering aan zeven verschillende EPO’s.

Van die landen hebben er vijf die momenteel de tussentijdse EPO met Oostelijk en Zuidelijk Afrika (“OZA”) uitvoeren (Mauritius, Madagaskar, de Seychellen, Zimbabwe en sinds kort de Comoren) verzocht om onderhandelingen te beginnen op basis van de rendezvous-clausule. Zij willen een brede overeenkomst sluiten die hen zal helpen de kansen van mondiale waardeketens te benutten. De onderhandelingen over een dergelijke brede overeenkomst zijn op 2 oktober 2019 in Mauritius van start gegaan.

Toekomstige onderhandelingen met de ACS-landen en -regio’s, waaronder de OZA-landen, zouden worden gevoerd op basis van de bestaande onderhandelingsrichtsnoeren die de Raad in 2002 heeft vastgesteld in aanvulling op de machtiging tot het openen van onderhandelingen. De bestaande richtsnoeren uit 2002 zijn reeds uitgebreid van aard en bestrijken bijna alle handelsgerelateerde materies. De formulering ervan is thans echter ten dele achterhaald en zij stroken niet met de recente beleidsinitiatieven en -prioriteiten van de EU die het gevolg zijn van de mondiale ontwikkeling van de handel, zoals de versterking van ons beleid inzake handel en duurzame ontwikkeling. 

Daarom heeft de Raad verzocht om een bijwerking van de in 2002 aangenomen onderhandelingsrichtsnoeren, teneinde de formulering en de inhoud ervan af te stemmen op de recente ontwikkelingen en beleidsmaatregelen op handelsgerelateerde gebieden, met name de mededeling van de Europese Commissie “Handel voor iedereen” van 2015, maar ook de Agenda 2030, met de 17 kerndoelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, en de Overeenkomst van Parijs ter bestrijding van de klimaatverandering die de internationale gemeenschap in 2015 heeft aangenomen.

Dit initiatief draagt derhalve bij tot de uitvoering van de mededeling “Handel voor iedereen”, waarbij rekening wordt gehouden met de lopende onderhandelingen over een Post-Cotonou partnerschapsovereenkomst. Het houdt ook rekening met de door de voorzitter van de Commissie in september 2018 gelanceerde Afrikaans-Europese alliantie voor duurzame investeringen en banen en met het externe investeringsplan dat daarvan een belangrijke component is.

De onmiddellijke doelstelling van dit initiatief is de Commissie te voorzien van bijgewerkte onderhandelingsrichtsnoeren voor economische partnerschapsovereenkomsten met ACS-landen en -regio’s die zijn afgestemd op de huidige EU-onderhandelingspraktijk, en die ervoor zorgen dat alle verdere onderhandelingen met de ACS-landen en -regio’s beantwoorden aan de huidige uitdagingen op het gebied van de handel.

De algemene doelstelling is te onderhandelen over actuele en moderne handelsovereenkomsten met de ACS-landen en -regio’s die de handel en investeringen zullen stimuleren en die landen zullen ondersteunen bij hun integratie in de wereldeconomie.

Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied

De hierboven vermelde doelstellingen zijn in overeenstemming met het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), dat bepaalt dat de EU “de integratie van alle landen in de wereldeconomie, onder meer door het geleidelijk wegwerken van belemmeringen voor de internationale handel” moet stimuleren 1 .

Zij stroken ook ten volle met de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou en de algemene beginselen die door die overeenkomst worden bevorderd.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De doelstellingen zijn verenigbaar met andere beleidsterreinen van de EU.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, leden 3 en 4, VWEU.

Overeenkomstig artikel 207, lid 4, besluit de Raad ten aanzien van de onderhandelingen over en de sluiting van de in artikel 207, lid 3, bedoelde akkoorden met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Krachtens artikel 218, lid 3, VWEU doet de Commissie aanbevelingen aan de Raad, die een besluit vaststelt houdende machtiging tot het openen van de onderhandelingen.

Krachtens artikel 218, lid 4, VWEU mag de Raad de onderhandelaar richtsnoeren geven en een bijzonder comité aanwijzen in overleg waarmee de onderhandelingen moeten worden gevoerd.

Wat de onderhandelingen over EPO’s betreft, heeft de Raad reeds machtiging gegeven tot het openen van onderhandelingen en heeft hij de Commissie in 2002 richtsnoeren gegeven. De onderhandelingsrichtsnoeren moeten echter worden bijgewerkt om een beter kader voor nieuwe onderhandelingen te hebben in het licht van de recente EU-beleidsinitiatieven en -prioriteiten die het gevolg zijn van de mondiale ontwikkeling van de handel. Dat betekent onder meer dat uit de richtsnoeren de huidige ambities van de EU moeten blijken om in haar overeenkomsten internationaal overeengekomen beginselen en regels inzake arbeids- en milieuaspecten op te nemen, met inbegrip van verwijzingen naar de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de Overeenkomst van Parijs om de klimaatverandering aan te pakken. De bestaande richtsnoeren weerspiegelen evenmin de behoefte aan bepalingen voor de doeltreffende uitvoering van en het toezicht op deze regels, en aan een mechanisme om eventuele geschillen tussen de partijen dienaangaande te beslechten.

De Commissie beveelt de Raad derhalve aan een besluit vast te stellen op basis van artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, leden 3 en 4, VWEU.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Overeenkomstig artikel 3 VWEU behoort de gemeenschappelijk handelspolitiek tot de exclusieve bevoegdheid van de EU. Het subsidiariteitsbeginsel is dan ook niet van toepassing (artikel 5, lid 3, VEU).

Evenredigheid

De aanbeveling van de Commissie is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

Keuze van het instrument

Besluit van de Raad van de Europese Unie tot bijwerking van de onderhandelingsrichtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS).

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

De komende duurzaamheidseffectbeoordeling zal een hoofdstuk over de evaluatie achteraf van de tenuitvoerlegging van de huidige tussentijdse EPO met de OZA-landen bevatten.

Raadpleging van belanghebbenden

Er is geen specifieke raadpleging van de burgers en belanghebbenden gepland, aangezien de bijwerking van de tekst beperkt blijft.

De Commissie zal de burgers en belanghebbenden echter raadplegen over individuele onderhandelingen die in de toekomst op grond van de bijgewerkte onderhandelingsrichtsnoeren kunnen worden gevoerd.

Met name zal voor de komende onderhandelingen met de OZA-EPO-staten een duurzaamheidseffectbeoordeling worden uitgevoerd om de burgers en belanghebbenden, zowel in de EU als in de OZA-regio, te raadplegen over de mogelijke gevolgen van de nieuwe handelskwesties die in de overeenkomst moeten worden opgenomen. De eerste besprekingen zijn in oktober 2019 van start gegaan en de duurzaamheidseffectbeoordeling zal parallel aan de onderhandelingen worden uitgevoerd en in het proces worden verwerkt.

De duurzaamheidseffectbeoordeling is een platform voor een systematische dialoog tussen de belanghebbenden en de handelsonderhandelaars door middel van een diepgaande raadpleging waaraan alle belanghebbenden de gelegenheid krijgen om deel te nemen.

De belangrijkste belanghebbenden die tijdens de duurzaamheidseffectbeoordeling zullen worden geraadpleegd, zijn onder meer de overheidssector, niet-gouvernementele organisaties, ondernemingen, de sociale partners en de academische wereld.

Afgezien van de OZA-EU-EPO zijn er momenteel geen plannen voor verdere onderhandelingen om andere bestaande economische partnerschapsovereenkomsten te verdiepen of uit te breiden. Eventuele stappen daartoe zullen vergezeld gaan van specifieke beoordelingen van de potentiële impact per regio of land en van uitgebreide raadplegingen van belanghebbenden.

De Commissie raadpleegt ook regelmatig belanghebbenden, onder meer in de deskundigengroep voor handelsovereenkomsten 2 en de dialoog met het maatschappelijk middenveld 3 .

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing.

Effectbeoordeling

Een effectbeoordeling is in dit stadium niet vereist, aangezien de onderhandelingen over EPO’s met ACS-landen en -regio’s gebaseerd zijn op de bestaande machtiging die de Raad de Commissie in 2002 heeft verleend. De inhoud van de onderhandelingen vormt geen nieuw beleidsterrein; het gaat om de voortzetting van onderhandelingen die al jaren gaande zijn.

Voorts wordt een effectbeoordeling vooraf gewoonlijk alleen verricht als er behoefte bestaat aan steun voor het besluit om al dan niet onderhandelingen te starten met bepaalde handelspartners, dat wil zeggen voordat de Raad machtiging verleent om onderhandelingen te beginnen. In dit geval heeft de Raad reeds bevestigd dat er voor de onderhandelingen inzake de verdieping van de EPO’s geen nieuwe machtiging nodig is.

Aangezien de wijzigingen van de huidige onderhandelingsrichtsnoeren beperkt blijven, zou de impact niet groot mogen zijn.

Zoals vermeld in het punt betreffende de raadpleging van belanghebbenden, plant de Europese Commissie een duurzaamheidseffectbeoordeling voor de nieuwe onderhandelingen met de OZA-landen, die begin 2020 van start zullen gaan. Deze zal een hoofdstuk over de evaluatie achteraf van de tenuitvoerlegging van de huidige tussentijdse EPO bevatten. Dit zou ons een evaluatie van de effecten bieden die verder gaat dan wat we in klassieke duurzaamheidseffectbeoordelingen doen. Dezelfde aanpak zou kunnen worden gevolgd voor eventuele toekomstige onderhandelingen over de verdieping van de andere bestaande EPO’s.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

Het initiatief is volledig in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 8 over de bescherming van persoonsgegevens.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het initiatief heeft geen gevolgen voor de begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Niet van toepassing.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing.

Artikelsgewijze toelichting

Niet van toepassing.

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot bijwerking van de onderhandelingsrichtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 12 juni 2002 heeft de Raad van de Europese Unie richtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) vastgesteld.

(2)De met ACS-landen en -regio’s gesloten EPO’s bevatten rendezvous-clausules voor de toekomstige herziening van die overeenkomsten.

(3)De onderhandelingsrichtsnoeren moeten worden bijgewerkt om een beter kader voor nieuwe onderhandelingen te hebben in het licht van de recente EU-beleidsinitiatieven en -prioriteiten die het gevolg zijn van de mondiale ontwikkeling van de handel,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De aan de Commissie gegeven onderhandelingsrichtsnoeren voor de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) met landen en regio’s in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

Top