EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019PC0181

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Werkgroep geografische aanduidingen die is ingesteld bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, wat betreft de vaststelling van zijn reglement van orde

COM/2019/181 final

Brussel, 12.4.2019

COM(2019) 181 final

2019/0093(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Werkgroep geografische aanduidingen die is ingesteld bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, wat betreft de vaststelling van zijn reglement van orde


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel heeft betrekking op het besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Werkgroep geografische aanduidingen die is ingesteld bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, in verband met de voorgenomen vaststelling van het reglement van orde van deze werkgroep.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.Vrijhandelsovereenkomst EU-Republiek Korea

De Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, (hierna "de overeenkomst" genoemd) is de eerste nieuwe generatie handelsovereenkomst van de Europese Unie en ook de eerste overeenkomst die gesloten is met een Aziatisch land. De overeenkomst moet de bilaterale handel en economische groei in zowel de EU als Korea bevorderen.

De overeenkomst is op 6 oktober 2010 ondertekend en wordt sinds 1 juli 2011 voorlopig toegepast 1 .

2.2.Werkgroep geografische aanduidingen

Bij artikel 15.3 van de overeenkomst zijn werkgroepen opgericht die onder toezicht van het Handelscomité staan. Een van die werkgroepen is de Werkgroep geografische aanduidingen (artikel 15.3, lid 1, onder g)). In de artikelen 10.18 tot en met 10.26 van de overeenkomst zijn de regels voor geografische aanduidingen vastgelegd. In artikel 10.25 van de overeenkomst zijn de werkzaamheden en werking van de Werkgroep geografische aanduidingen omschreven.

Voor de toepassing van artikel 10.25 van de overeenkomst moeten wijzigingen in de overeenkomst waartoe de Werkgroep geografische aanduidingen besluit, door de Commissie namens de Europese Unie worden goedgekeurd 2 .

De Werkgroep geografische aanduidingen is het forum en besluitvormingsorgaan dat kan besluiten tot wijziging van de bijlagen 10-A en 10-B bij de overeenkomst. Krachtens artikel 10.25, lid 1, kan de werkgroep bij consensus aanbevelingen doen en besluiten nemen.

2.3.Beoogde handeling van de Werkgroep geografische aanduidingen

Overeenkomstig Besluit nr. 1 van het Handelscomité EU-Korea van 23 december 2011 betreffende de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité 3 , en met name artikel 15.4 van de bijlage, kan elk gespecialiseerd comité en elke werkgroep zijn eigen reglement van orde vaststellen, dat aan het Handelscomité moet worden meegedeeld.

Op 30 mei 2018 heeft de Werkgroep geografische aanduidingen in zijn 6e bijeenkomst overeenstemming bereikt over de vaststelling van een besluit betreffende zijn reglement van orde ("de beoogde handeling").

De beoogde handeling heeft tot doel regels vast te stellen voor de werking van deze werkgroep, en met name voor zijn bevoegdheid en besluitvormingsproces.

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

De Verdragen verlenen de Unie een exclusieve bevoegdheid voor het gemeenschappelijk handelsbeleid, waaronder het sluiten van internationale handelsovereenkomsten. Aangezien de beoogde handeling van essentieel belang is voor een goede werking van de Werkgroep geografische aanduidingen en dus bijdraagt tot een efficiënte uitvoering van de Vrijhandelsovereenkomst EU-Republiek Korea, past de beoogde handeling binnen de doelstellingen van het handelsbeleid van de Unie.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van de "standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst".

Het begrip "handelingen met rechtsgevolgen" omvat handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die een "beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt" 4 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

De Werkgroep geografische aanduidingen is een lichaam dat is opgericht bij een overeenkomst, namelijk de Vrijhandelsovereenkomst EU-Republiek Korea.

De door deze werkgroep vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig artikel 10.25 van de Vrijhandelsovereenkomst EU-Republiek Korea volkenrechtelijk bindend zijn. 

De beoogde handeling vormt geen aanvulling op of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

Derhalve is de procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op het gemeenschappelijk handelsbeleid.

Derhalve vormt artikel 207 VWEU de materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207 VWEU in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5.Bekendmaking van de beoogde handeling

Niet van toepassing.

2019/0093 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Werkgroep geografische aanduidingen die is ingesteld bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, wat betreft de vaststelling van zijn reglement van orde

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds 5 , (hierna "de overeenkomst" genoemd) is bij Besluit (EU) 2015/2169 van de Raad 6 door de Unie gesloten en is op 13 december 2015 in werking getreden.

(2)Bij artikel 15.3, lid 1, van de overeenkomst is de Werkgroep geografische aanduidingen opgericht, die onder toezicht staat van het Handelscomité dat bij artikel 15.1, lid 1, van de overeenkomst is opgericht.

(3)Krachtens artikel 15.4 van het reglement van orde van het Handelscomité EU-Korea, dat is goedgekeurd bij Besluit nr. 1 van het Handelscomité EU-Korea van 23 december 2011 7 , kan elke werkgroep zijn eigen reglement van orde vaststellen, dat aan het Handelscomité moet worden meegedeeld.

(4)Het reglement van orde van de Werkgroep geografische aanduidingen moet worden vastgesteld.

(5)Het is wenselijk het standpunt inzake het reglement van orde van de Werkgroep geografische aanduidingen te bepalen dat namens de Unie in die werkgroep moet worden ingenomen, aangezien dit reglement bindend zal zijn voor de Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Werkgroep geografische aanduidingen, wat betreft de vaststelling van zijn reglement van orde, berust op het bij het onderhavige besluit gevoegde ontwerpbesluit van deze werkgroep.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (PB L 127 van 14.5.2011, blz. 1).
(2)    Besluit 2011/265/EU van de Raad van 16 september 2010 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie en de voorlopige toepassing van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (PB L 127 van 14.5.2011, blz. 1).
(3)    PB L 58 van 1.3.2013, blz. 9.
(4)    Arrest van het Hof van 7 oktober 2014, Bondsrepubliek Duitsland tegen Raad van de Europese Unie, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(5)    PB L 127 van 14.5.2011, blz. 6.
(6)    Besluit (EU) 2015/2169 van de Raad van 1 oktober 2015 betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (PB L 307 van 25.11.2015, blz. 2).
(7)    Besluit nr. 1 van het Handelscomité EU-Korea van 23 december 2011 betreffende de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité (PB L 58 van 1.3.2013, blz. 9).
Top

Brussel, 12.4.2019

COM(2019) 181 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Werkgroep geografische aanduidingen die is ingesteld bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, wat betreft de vaststelling van zijn reglement van orde


BIJLAGE

BESLUIT NR. 1 VAN DE EU-KOREA-WERKGROEP GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

van 30 mei 2018

tot vaststelling van zijn reglement van orde

DE EU-KOREA-WERKGROEP GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN,

Gezien de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds 1 (hierna "de overeenkomst" genoemd),

Gezien Besluit nr. 1 van het Handelscomité EU-Korea van 23 december 2011 betreffende de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité 2 , en met name artikel 15.4 van de bijlage daarbij,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)    Krachtens artikel 15.4 van het reglement van orde van het Handelscomité EU-Korea, dat is goedgekeurd bij Besluit nr. 1 van het Handelscomité EU-Korea van 23 december 2011, kan elk gespecialiseerd comité en elke werkgroep zijn eigen reglement van orde vaststellen, dat aan het Handelscomité moet worden meegedeeld.

(2)    Het reglement van orde van de Werkgroep geografische aanduidingen moet worden vastgesteld,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het reglement van orde van de Werkgroep geografische aanduidingen, zoals opgenomen in de bijlage, wordt hierbij vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te …,

Voor de Werkgroep geografische aanduidingen

Teamleider

Ministerie van Handel, Industrie en Energie van de Republiek Korea

Medevoorzitter van de Werkgroep geografische aanduidingen

Hoofd van de eenheid

Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling van de Europese Commissie

Medevoorzitter van de Werkgroep geografische aanduidingen

BIJLAGE

REGLEMENT VAN ORDE VAN DE WERKGROEP GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN

Artikel 1
Samenstelling en voorzitterschap

(1)De Werkgroep geografische aanduidingen ("de GA-werkgroep"), die is opgericht overeenkomstig artikel 15.3, lid 1, onder g), van de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds ("de overeenkomst"), voert zijn taken uit zoals bepaald in artikel 10.25 van de overeenkomst.

(2)De GA-werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de Republiek Korea ("Korea"), enerzijds, en vertegenwoordigers van de Europese Unie, anderzijds.

(3)Krachtens artikel 15.3, lid 3, van de overeenkomst wordt de GA-werkgroep gezamenlijk voorgezeten door vertegenwoordigers van Korea en de Europese Unie.

(4)Elke medevoorzitter kan alle medevoorzittertaken of een deel daarvan delegeren aan een benoemde plaatsvervanger, in welk geval alle navolgende bepalingen betreffende de medevoorzitter eveneens gelden voor de benoemde plaatsvervanger.

(5)Elke medevoorzitter wijst een contactpunt aan voor alle aangelegenheden betreffende de GA-werkgroep. Die contactpunten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de vervulling van de secretariaatstaken van de GA-werkgroep.

Artikel 2
Bijeenkomsten

Krachtens artikel 10.25, lid 2, van de overeenkomst komt de werkgroep bij toerbeurt bij de ene of bij de andere partij bijeen. De GA-werkgroep komt bijeen op een plaats en een tijdstip en op een wijze, waaronder eventueel per videoconferentie, die onderling door de partijen worden overeengekomen, maar niet later dan negentig dagen nadat het verzoek door een van beide partijen is gedaan.

Artikel 3
Correspondentie

(1)De correspondentie aan de voorzitters van de GA-werkgroep wordt ter verspreiding onder de leden van de werkgroep toegezonden aan de contactpunten.

(2)De correspondentie kan schriftelijk worden gevoerd, inclusief per e-mail.

(3)Krachtens artikel 15 van het reglement van orde van het Handelscomité wordt dit comité geïnformeerd over de door de GA-werkgroep aangewezen contactpunten. Alle correspondentie, alle documenten en mededelingen, met inbegrip van de e-mails tussen de contactpunten van de GA-werkgroep, betreffende de uitvoering van de overeenkomst worden tegelijkertijd aan het secretariaat van het Handelscomité, de delegatie van de Europese Unie in de Republiek Korea en de missie van de Republiek Korea bij de Europese Unie toegezonden.

Artikel 4
Agenda van de bijeenkomsten

(1)Vóór elke bijeenkomst stellen de contactpunten een voorlopige agenda op. Deze wordt samen met de desbetreffende documenten uiterlijk zeven dagen vóór de bijeenkomst toegezonden aan de leden van de GA-werkgroep, met inbegrip van de medevoorzitters van de GA-werkgroep. De voorlopige agenda kan elk onderwerp omvatten dat onder artikel 10.25 van de overeenkomst valt.

(2)Elk van beide partijen kan ten minste 14 dagen vóór de bijeenkomst verzoeken om een onderwerp dat onder artikel 10.25 van de overeenkomst valt, op de voorlopige agenda te zetten. Dat onderwerp wordt dan op de voorlopige agenda gezet.

(3)Ten minste vijf dagen vóór de bijeenkomst wordt de laatste versie van de voorlopige agenda onder de medevoorzitters verspreid.

(4)De agenda wordt bij het begin van elke bijeenkomst unaniem goedgekeurd door de medevoorzitters. Indien beide medevoorzitters zulks overeenkomen, kan een punt dat niet op de voorlopige agenda staat, aan de agenda worden toegevoegd.

Artikel 5
Verzoeken tot wijziging van bijlage 10-A of bijlage 10-B bij de overeenkomst

(1)Elk van beide partijen kan in een brief die door de medevoorzitter van de betrokken partij is ondertekend, verzoeken om toevoeging of schrapping van afzonderlijke geografische aanduidingen aan/uit bijlage 10-A of bijlage 10-B bij de overeenkomst.

(2)Overeenkomstig artikel 10.25, leden 1 en 3, van de overeenkomst kan de GA-werkgroep bij consensus besluiten tot wijziging van de bijlagen 10-A en 10-B, teneinde daarin geval voor geval geografische aanduidingen van de Europese Unie of Korea op te nemen nadat de in de overeenkomst bedoelde procedure ter zake is afgesloten. De GA-werkgroep kan ook bij consensus besluiten om de toevoeging of schrapping van geografische aanduidingen voor een definitief besluit in het Handelscomité overeenkomstig artikel 10.21, lid 4, en de artikelen 10.24 en 10.25 aan te bevelen.

(3)Op grond van artikel 15.3, lid 5, kan het Handelscomité de taak van de werkgroep zelf uitvoeren en besluiten tot wijziging van de bovengenoemde bijlagen 10-A en 10-B. Voorts kan het Handelscomité op grond van artikel 15.5, lid 2, besluiten tot wijziging van de bijlagen 10-A en 10-B en kunnen de partijen het besluit goedkeuren volgens hun respectieve toepasselijke wettelijke vereisten en procedures. 

(4)Bij besluiten tot wijziging van de bijlagen 10-A en 10-B houden de partijen naar behoren rekening met de belangen van beide partijen met betrekking tot geografische aanduidingen.

Artikel 6
Besluiten en aanbevelingen

(1)Overeenkomstig artikel 10.25 van de overeenkomst worden door de GA-werkgroep bij consensus aanbevelingen gedaan en besluiten genomen.

(2)De aanbevelingen van de GA-werkgroep in de zin van artikel 10.25 van de overeenkomst worden gericht tot de partijen en dragen de handtekening van de medevoorzitters.

(3)De besluiten van de GA-werkgroep in de zin van artikel 10.25 van de overeenkomst dragen de handtekening van de medevoorzitters. In elk besluit wordt de datum van inwerkingtreding vermeld.

(4)Besluiten en aanbevelingen van de GA-werkgroep zijn voorzien van een volgnummer, de datum van vaststelling en een beschrijving van het onderwerp.

Artikel 7
Schriftelijke procedure

(1)Een aanbeveling of een besluit van de GA-werkgroep kan via een schriftelijke procedure worden vastgesteld wanneer beide partijen daarmee instemmen. De schriftelijke procedure bestaat in een uitwisseling van nota's tussen de medevoorzitters van de GA-werkgroep.

(2)De medevoorzitter van de partij die de toepassing van de schriftelijke procedure voorstelt, dient de ontwerpaanbeveling of het ontwerpbesluit in bij de medevoorzitter van de andere partij, die in zijn of haar reactie daarop aangeeft of hij of zij de ontwerpaanbeveling of het ontwerpbesluit al dan niet aanvaardt. De medevoorzitter van de andere partij kan ook wijzigingen voorstellen of om extra bedenktijd vragen. Indien over het ontwerp overeenstemming wordt bereikt, wordt het goedgekeurd overeenkomstig artikel 6.

Artikel 8
Notulen

(1)Binnen 21 dagen na elke bijeenkomst stellen de contactpunten de ontwerpnotulen van de bijeenkomst op. De ontwerpnotulen vermelden de vastgestelde aanbevelingen en besluiten en de andere conclusies.

(2)De notulen worden binnen 28 dagen na de bijeenkomst of uiterlijk op een andere door de partijen overeengekomen datum schriftelijk goedgekeurd door beide partijen. Na de goedkeuring worden twee originelen van de notulen door de medevoorzitters ondertekend. Elk van beide medevoorzitters bewaart een origineel van de notulen.

Artikel 9
Verslagen

Overeenkomstig artikel 15.3, lid 4, van de overeenkomst brengt de GA-werkgroep op elke regelmatige bijeenkomst van het Handelscomité aan dit comité verslag uit over zijn activiteiten.

Artikel 10
Kosten

(1)Elke partij draagt zelf de kosten die zij in verband met haar deelname aan de bijeenkomsten van de GA-werkgroep maakt.

(2)Uitgaven in verband met de organisatie van de bijeenkomsten en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die als gastheer voor de bijeenkomst optreedt.

Artikel 11
Openbaarheid en vertrouwelijkheid

(1)De bijeenkomsten van de GA-werkgroep zijn niet openbaar, tenzij de medevoorzitters anders besluiten.

(2)Wanneer een partij informatie die zij ingevolge haar wet- en regelgeving als vertrouwelijk beschouwt, aan de GA-werkgroep overlegt, wordt die informatie door de andere partij vertrouwelijk behandeld, zoals bepaald in artikel 15.1, lid 7, van de overeenkomst.

(3)Elke partij kan besluiten tot de bekendmaking van de besluiten en aanbevelingen van de GA-werkgroep in haar publicatieblad of staatsblad.

(1)    PB L 127 van 14.5.2011, blz. 6.
(2)    PB L 58 van 1.3.2013, blz. 9.
Top