Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019PC0151

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten

COM/2019/151 final

No longer in force, Date of end of validity: 08/07/2019

Brussel, 27.2.2019

COM(2019) 151 final

2019/0056(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moeten de lidstaten hun economisch beleid en de bevordering van de werkgelegenheid beschouwen als aangelegenheden van gemeenschappelijk belang en hun maatregelen op deze gebieden in het kader van de Raad coördineren. In het Verdrag is bepaald dat de Raad richtsnoeren inzake werkgelegenheid (artikel 148) moet opstellen; daarbij wordt erop gewezen dat deze verenigbaar moeten zijn met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid (artikel 121).

Hoewel de geldigheid van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid niet beperkt is tot een specifieke periode, moeten de werkgelegenheidsrichtsnoeren elk jaar worden vastgesteld. De richtsnoeren werden in 2010 voor het eerst gezamenlijk aangenomen ("geïntegreerd pakket"), als basis voor de Europa 2020-strategie. In 2018 werden zij afgestemd op de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, die in november 2017 werd afgekondigd door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie om hervormingen op nationaal niveau te stimuleren en om als kompas te dienen voor een hernieuwd convergentieproces in heel Europa.

De werkgelegenheidsrichtsnoeren worden, samen met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid, gepresenteerd als een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (deel II van de geïntegreerde richtsnoeren) en vormen de rechtsgrondslag voor de landspecifieke aanbevelingen.

De algemene doelstellingen en prioriteiten van de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid blijven geldig. Krachtens artikel 148, lid 2, VWEU dient de geldigheid van de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid voor 2019 na raadpleging van het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en het Comité voor de werkgelegenheid bij een besluit van de Raad te worden bevestigd. De werkgelegenheidsrichtsnoeren zijn op 16 juli 2018 vastgesteld en moeten de nadruk leggen op de uitvoering van het beleid.

2.RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

n.v.t.

3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

PB L 224 van 5.9.2018, blz. 4.

2019/0056 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 148, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement 1 ,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 2 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's 3 ,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid 4 ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De lidstaten en de Unie moeten bouwen aan een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid, met name ter bevordering van een geschoolde, opgeleide en flexibele beroepsbevolking, alsmede van arbeidsmarkten die snel inspelen op economische veranderingen en teneinde de doelstellingen inzake volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang van artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te bereiken.

(2)Overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) heeft de Unie beleidscoördinatie-instrumenten ontwikkeld voor het begrotingsbeleid, het macro-economisch beleid en het structureel beleid, en deze ingevoerd. Als onderdeel van deze instrumenten vormen de huidige richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten samen met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie, als vervat in Aanbeveling (EU) 2015/1184 van de Raad 5 , de geïntegreerde richtsnoeren voor de uitvoering van de Europa 2020-strategie. Zij moeten de beleidsuitvoering in de lidstaten en in de Unie aansturen, en de onderlinge afhankelijkheid tussen de lidstaten tot uiting brengen. De hieruit voortvloeiende reeks Europese en nationale gecoördineerde beleidslijnen en hervormingen moet een geschikte algehele mix van economisch en sociaal beleid vormen die positieve overloopeffecten teweegbrengt.

(3)In het Europees Semester worden verschillende instrumenten gecombineerd in een overkoepelend kader voor een geïntegreerd, multilateraal toezicht op het economisch, budgettair, werkgelegenheids- en sociaal beleid en wordt gestreefd naar de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen, onder andere op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en armoedebestrijding, als bepaald in Besluit 2010/707/EU van de Raad 6 . Terwijl de beleidsdoelstellingen, te weten het stimuleren van investeringen, het voortzetten van structurele hervormingen en het verzekeren van een verantwoord begrotingsbeleid, werden bevorderd, werd het Europees Semester sinds 2015 voortdurend versterkt en gestroomlijnd. Met name is de focus op werkgelegenheid en sociale aspecten versterkt en de dialoog met de lidstaten, de sociale partners en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld verdiept.

(4)In november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een interinstitutionele afkondiging ondertekend van de Europese pijler van sociale rechten, waarin twintig beginselen en rechten zijn vastgelegd om goed werkende en billijke arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels te ondersteunen. De pijler vormt een referentiekader om de prestaties op het vlak van werkgelegenheid en de sociale prestaties van de lidstaten te monitoren, hervormingen op nationaal niveau te stimuleren en als kompas te dienen voor een hernieuwd proces van convergentie in Europa.

(5) Deze geïntegreerde richtsnoeren moeten de basis vormen voor landspecifieke aanbevelingen die de Raad tot de lidstaten kan richten. Bij de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren moeten de lidstaten ten volle gebruikmaken van het Europees Sociaal Fonds en andere fondsen van de Unie. Hoewel de geïntegreerde richtsnoeren zijn gericht tot de lidstaten en de Unie, moeten zij worden uitgevoerd in samenwerking met alle nationale, regionale en lokale autoriteiten, en moeten de parlementen, de sociale partners en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld nauw worden betrokken.

(6)Het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming moeten overeenkomstig hun respectieve, op het Verdrag gebaseerde mandaten, in het oog houden hoe de desbetreffende beleidsonderdelen worden uitgevoerd in het licht van de werkgelegenheidsrichtsnoeren. Die comités en andere voorbereidende instanties van de Raad die bij de coördinatie van het economisch en het sociaal beleid zijn betrokken, moeten nauw met elkaar samenwerken. De beleidsdialoog tussen het Europees parlement, de Raad en de Commissie, in het bijzonder met betrekking tot de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, moet worden gehandhaafd.

(7)Het Comité voor sociale bescherming is geraadpleegd.

(8)De in 2018 goedgekeurde werkgelegenheidsrichtsnoeren moeten stabiel blijven, zodat alle aandacht kan uitgaan naar de uitvoering ervan. De ontwikkeling van de arbeidsmarkt en de sociale situatie sinds de aanneming van de richtsnoeren in 2018 in ogenschouw nemend, is een aanpassing niet nodig. De redenen voor hun goedkeuring in 2018 blijven geldig; daarom moeten die richtsnoeren worden gehandhaafd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, als vastgesteld in de bijlage bij Besluit (EU) 2018/1215 7 , worden gehandhaafd voor 2019 en de lidstaten houden er rekening mee in hun werkgelegenheidsbeleid en hervormingsprogramma's.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB C van , blz. .
(2)    PB C van , blz. .
(3)    PB C van , blz. .
(4)    PB C van , blz. .
(5)    Aanbeveling (EU) 2015/1184 van de Raad van 14 juli 2015 betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie (PB L 192 van 18.7.2015, blz. 27).
(6)    Besluit 2010/707/EU van de Raad van 21 oktober 2010 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (PB L 308 van 24.11.2010, blz. 46).
(7)    Besluit (EU) 2018/1215 van de Raad van 16 juli 2018 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten voor 2018 (PB L 224 van 5.9.2018, blz. 4).
Top