Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018PC0466

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (het Ignalina-programma) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad

COM/2018/466 final - 2018/0251 (NLE)

Brussel, 13.6.2018

COM(2018) 466 final

2018/0251(NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (het Ignalina-programma) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad

{SWD(2018) 342 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Dit voorstel voorziet in een datum van toepassing, namelijk 1 januari 2021, en heeft betrekking op een Unie met 27 lidstaten, in overeenstemming met de kennisgeving van het voornemen van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Europese Unie en Euratom terug te trekken overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat door de Europese Raad werd ontvangen op 29 maart 2017.

Motivering en doel

De kerncentrale van Ignalina, die in de buurt van de stad Visaginas ligt, bestaat uit twee hoog-rendementsreactoren kanaaltype (RBMK-1500-reactoren), van hetzelfde type als de reactor in Tsjernobyl. De ontmanteling van deze centrales draagt bij tot een grotere nucleaire veiligheid in de regio en in de EU als geheel.

De algemene doelstelling van het Ignalina-programma (hierna "het programma" genoemd) is dan ook om Litouwen bij te staan bij het beheer van de problemen op het gebied van radiologische veiligheid waarmee de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina gepaard gaat. Het programma heeft bovendien een groot potentieel voor het vergaren van kennis die de EU-lidstaten kunnen gebruiken ter ondersteuning van hun eigen ontmantelingsprojecten, met name voor die lidstaten die grafietgemodereerde kernreactoren moeten ontmantelen.

Het programma loopt al verschillende boekjaren en wordt volgens de planning tegen 2038 voltooid. Het is de bedoeling dat het programma nu al belangrijke mijlpalen bereikt met de financiering die wordt verstrekt binnen het huidige meerjarige financiële kader (2014-2020), maar er zijn nog aanzienlijk meer middelen nodig voor de aanpak van de resterende belangrijke kwesties op het gebied van radiologische veiligheid die gepaard gaan met de ontmanteling van de betrokken installatie. De ontmanteling van deze reactoren is een baanbrekende activiteit met technologische uitdagingen zoals de ontmanteling van de grafietkern en het daaropvolgende beheer van grote hoeveelheden bestraald grafiet.

Het programma vindt zijn oorsprong in de onderhandelingen over de toetreding van Litouwen tot de Europese Unie. Litouwen heeft zich ertoe verbonden de beide kernreactoren volgens Sovjetontwerp te sluiten en vervolgens te ontmantelen tegen een gemeenschappelijk overeengekomen datum. Die verbintenis maakt onderdeel uit van het Toetredingsverdrag van Litouwen 1 . Uit solidariteit, en erkennend dat de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina een onderneming van lange adem is die gepaard gaat met een uitzonderlijke financiële last, heeft de Europese Unie zich in Protocol nr. 4 bij het Toetredingsverdrag van Litouwen 2 ertoe verbonden adequate financiële bijstand te verlenen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina, op basis van de feitelijke betalingsbehoeften en absorptiecapaciteit.

Litouwen heeft voldaan aan zijn verbintenis in het toetredingsverdrag om zijn reactoren tijdig te sluiten 3 . Op basis van de bepalingen van Protocol nr. 4 betreffende de kerncentrale van Ignalina in het Toetredingsverdrag met Litouwen 4 heeft de Raad van de Europese Unie na 2006 verschillende verordeningen 5 6 goedgekeurd in verband met de uitvoering van de ontmanteling. Bovenop de financiële steun van de EU profiteerde het Ignalina-programma reeds bij aanvang van steun van internationale donoren (EU-lidstaten, Noorwegen en Zwitserland) die bijdragen aan het steunfonds voor de ontmanteling van Ignalina dat door de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling wordt beheerd.

Samenhang met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het doel van het programma is de afgelopen jaren geëvolueerd om beter op de behoeften in te spelen en de veilige ontmanteling van de faciliteit te waarborgen: de bijstand van de Europese Unie was bij de aanvang en tot 2013 bedoeld om Litouwen te ondersteunen bij de inspanningen van dat land om de betrokken reactoren buiten bedrijf te stellen en te ontmantelen, maar ook om de gevolgen van de vroegtijdige sluiting van zijn kerncentrale te ondervangen. Later, in 2014, werd het toepassingsgebied van het programma beperkt tot ontmantelingsactiviteiten, d.w.z. tot veiligheidsgerelateerde maatregelen. Voor de volgende fase wordt evenwel voorgesteld om in het programma meer nadruk te leggen op de ontmantelingsactiviteiten die gepaard gaan met uitdagingen op het gebied van radiologische veiligheid.

De berging van verbruikte splijtstof en radioactief afval in een diepe geologische bergingsplaats valt buiten het toepassingsgebied van het programma en blijft de verantwoordelijkheid van de lidstaat overeenkomstig Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad inzake een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval.

Samenhang met andere beleidsgebieden van de Unie

Overeenkomstig de verklaring van Rome 7 moet de EU-begroting voor een veilig en zeker Europa zorgen. Het programma ter ondersteuning van de nucleaire ontmanteling van Ignalina heeft tot dusver een bijdrage geleverd op dit gebied en kan dit blijven doen in de toekomst. Het belangrijkste positieve effect dat met het Ignalina-programma moet worden bereikt, is de geleidelijke daling van het radioactieve stralingsniveau voor werknemers, de bevolking en het milieu, in Litouwen, maar ook de EU als geheel.

Het programma past in het EU-regelgevingskader voor nucleaire veiligheid; met name: i) Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval; ii) Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/87/Euratom van de Raad; iii) Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor het programma is vastgesteld in Protocol nr. 4 van het Toetredingsverdrag van 20033, op grond waarvan de Unie uit solidariteit met Litouwen ook na 2006 adequate aanvullende communautaire steun voor de ontmanteling zal verlenen.

Deze rechtsgrondslag werd bevestigd door de juridische dienst van de Raad van de Europese Unie tijdens het goedkeuringsproces van Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het Ignalina-programma vloeit voort uit het Toetredingsverdrag van Litouwen en is een toezegging van de Europese Unie aan Litouwen. Het programma valt binnen de werkingssfeer van het nationale programma van Litouwen op grond van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad.

De EU-meerwaarde van het programma is sinds de aanvang ervan altijd uitgedrukt in nucleaire veiligheid en financiële risicobeperking. Zonder EU-medefinanciering zou het ontmantelingsproces waarschijnlijk zeer moeizaam verlopen, hetgeen op zijn beurt rechtstreekse gevolgen zou kunnen hebben voor de veiligheid van de werknemers, de bevolking en het milieu In die zin voegt het programma, gezien de nog resterende radiologische veiligheidsproblemen, op dit moment nog steeds waarde toe, maar de bijdrage ervan loopt van nature wel terug naarmate de ontmanteling voortschrijdt.

Bovendien kan het programma voor extra EU-meerwaarde zorgen door meer nadruk te leggen op kennisdeling, hetgeen van belang is voor de aanpak van soortgelijke uitdagingen waarmee andere lidstaten worden geconfronteerd bij de uitvoering van hun ontmantelingsplannen 8 . Momenteel zijn meer dan 90 kernreactoren in Europa permanent buiten bedrijf gesteld, maar slechts drie zijn volledig ontmanteld. Bijgevolg is er weinig ervaring met de ontmanteling van kernreactoren in Europa (en op internationaal niveau). De bijdrage van het programma aan de ontmanteling van de reactoren van Ignalina zal tot een verdere toename van zeer relevante ervaring en knowhow leiden die ten goede kan komen aan andere ontmantelingsprojecten en tot een grotere mate van veiligheid in de EU zal leiden.

Evenredigheid

In het volgende meerjarig financieel kader zal het programma worden toegespitst op de uitdagingen op het gebied van radiologische veiligheid die gepaard gaan met de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina en waarmee de grootste EU-meerwaarde kan worden bereikt (d.w.z. een geleidelijke daling van het radioactieve stralingsniveau voor de werknemers, de bevolking en het milieu in Litouwen, maar ook in de EU als geheel).

Keuze van het instrument

Uit de tussentijdse evaluatie is gebleken dat de huidige opzet (d.w.z. het Ignalina-programma als specifiek uitgavenprogramma) de doeltreffende en efficiënte uitvoering van het programma waarborgt. De belangrijkste factoren voor succes zijn de heldere omschrijving van taken en verantwoordelijkheden en het versterkte toetsingskader.

Daarom stelt de Commissie voor om door te gaan met de uitvoering van het programma via indirect beheer door het uitvoeringsorgaan dat op basis van een pijleranalyse is beoordeeld (d.w.z. het Litouwse nationale agentschap, CPMA).

3.RESULTATEN VAN EVALUATIES ACHTERAF, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Evaluatie achteraf van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

In de tussentijdse evaluatie is geconcludeerd dat het huidige programma in overeenstemming is met de EU-beleidsmaatregelen die bedoeld zijn om het hoogste niveau van nucleaire veiligheid te waarborgen. De steun van de EU zorgt ervoor dat de strategie voor onmiddellijke ontmanteling in Litouwen gestaag wordt uitgevoerd en voorkomt dat onnodige lasten aan toekomstige generaties worden overgedragen, maar wijkt om historische redenen gedeeltelijk af van het principe dat de lidstaat de eindverantwoordelijkheid draagt voor de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen voor de ontmanteling van nucleaire installaties en het beheer van kernafval.

Litouwen heeft op doeltreffende en efficiënte wijze vooruitgang geboekt bij de ontmanteling van zijn kernreactoren in overeenstemming met de in 2014 overeengekomen uitgangswaarden (d.w.z. het ontmantelingsplan). Het complexe karakter van het programma heeft geleid tot uitdagingen en tegenslagen, maar het beheersstelsel heeft in toenemende mate bewezen dat het dergelijke uitdagingen kan oplossen.

Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat de veiligheid op de locaties als gevolg van de financiering van de Unie in dit meerjarig financieel kader aanzienlijk zal worden verhoogd. In Litouwen zijn de voornaamste lopende ontwikkelingen in het veld de gestage vooruitgang bij het verwijderen van de verbruikte splijtstof uit de reactorgebouwen en de voorbereidingen voor de ontmanteling van het bestraalde grafiet uit de reactorkern, een baanbrekend project op een nog nooit eerder vertoonde schaal.

Na 2020 moet zorgvuldig worden gevolgd hoe de aanvullende, tot 2038 benodigde middelen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina kunnen worden aangetrokken, aangezien het financieringstekort nog aanzienlijk is (1 331 miljoen EUR).

Uit de tussentijdse evaluatie is gebleken dat de steeds hogere nationale bijdrage bevorderlijk is voor de verantwoordingsplicht en ervoor zorgt dat de begunstigde naar goedkopere oplossingen zoekt. Uit de analyse bleek ook dat het optrekken van de nationale bijdrage een noodzakelijke voorwaarde is, maar niet voldoende om de juiste stimulans te geven voor een tijdige en efficiënte ontmanteling. Het feit dat de medefinancieringspercentages in het verleden in onvoldoende mate in de rechtsgrondslag werden vastgelegd, heeft echter voor onzekerheden gezorgd, die nu worden weggenomen in het ontwerp van rechtsgrondslag voor het volgende meerjarig financieel kader (2021-2027).

De ingestelde governance heeft ervoor gezorgd dat het programma doeltreffend en efficiënt wordt uitgevoerd, en heeft een tegenwicht geboden voor de genoemde onzekerheden over de nationale bijdragen. De belangrijkste factoren voor succes waren de heldere omschrijving van taken en verantwoordelijkheden en een versterkt toetsingskader. In het onderzoek zijn ook gebieden voor verdere verbetering vastgesteld, zoals:

i)een grotere betrokkenheid van de lidstaat (programmacoördinator en financiële coördinator) en een grotere rol in het beheer, in combinatie met meer verantwoordingsplicht voor het ontmantelingsbedrijf (eindbegunstigde);

ii)de stroomlijning van procedures met het oog op een snellere en efficiëntere beheerscyclus;

iii)een grotere onderlinge vergelijkbaarheid met de prestaties van andere ontmantelingsprogramma’s.

Sinds het begin wordt de financiële bijstand van de Europese Unie verleend via indirect beheer 9 . De Commissie stelt voor om de uitvoering van de programmabegroting te blijven toevertrouwen aan een uitvoeringsorgaan dat op basis van pijleranalyses is beoordeeld (indirect beheer), d.w.z. aan het Litouwse nationale agentschap, CPMA.

Raadpleging van belanghebbenden

Voor de tussentijdse evaluatie van het programma heeft de Commissie in juni 2017 een openbare raadpleging gestart voor een verlengde duur van 14 weken. De raadpleging wekte maar weinig belangstelling (20 reacties). Naast deze raadpleging ging in juli 2017 een gerichte elektronische raadpleging van start; daarop kwamen nog eens 17 antwoorden (1 uit Bulgarije, 4 uit Litouwen en 12 uit Slowakije) van de in totaal 90 belanghebbenden die om een reactie waren gevraagd. De ontvangen antwoorden waren over het algemeen positief over het programma maar leverden geen aanvullende nieuwe input op over het programma. Beide raadplegingen zijn echter aangevuld met gerichte raadplegingen door middel van ongeveer 100 interviews met ontmantelingsbedrijven en betrokken belanghebbenden.

Externe deskundigheid

De volgende documenten zijn gebruikt als input voor de voorbereiding van het programma voor het volgende meerjarig financieel kader:

"Support to the mid-term evaluation of the Nuclear Decommissioning Assistance Programmes", EY, een evaluatie in opdracht van de Europese Commissie, DG Energie, 2018

"Nuclear Decommissioning Assistance Programme (NDAP) – Assessment of the robustness of the financing plans considering the economic-financial-budgetary situation in each concerned Member State and of the relevance and feasibility of the detailed decommissioning plans", Deloitte, NucAdvisor, VVA Europe, studie in opdracht van de Europese Commissie, DG Energie, 2016.

Speciaal verslag van de Rekenkamer nr. 22/2016 – Bijstandsprogramma's van de EU voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen, Bulgarije en Slowakije: enige vooruitgang geboekt sinds 2011, maar cruciale uitdagingen in het verschiet"

Effectbeoordeling

Overeenkomstig het Financieel Reglement en de voorschriften van de Commissie inzake betere regelgeving is het lopende programma onderworpen aan een beoordeling vooraf (in de vorm van een werkdocument van de diensten van de Commissie).

Vereenvoudiging

Het programma wordt momenteel uitgevoerd via indirect beheer met behulp van een uitvoeringsorgaan in de betrokken lidstaat dat aan een pijleranalyse is onderworpen (d.w.z. het Litouwse nationale agentschap, CPMA). De tussentijdse evaluatie van het programma bevestigde dat de huidige opzet heeft bewezen te zorgen voor effectieve en efficiënte uitvoering van het programma en dat het daarom in het volgende meerjarige financiële kader zal worden voortgezet, waarbij op sommige punten vereenvoudigingen worden aangebracht op basis van lessen uit de tussentijdse evaluatie.

Op grond van het herziene Financieel Reglement kan bijvoorbeeld meerjarenprogrammering plaatsvinden, waar het programma voordeel bij zal hebben. Zo zal optimaal gebruik worden gemaakt van het meerjarige gedetailleerde ontmantelingsplan als basis voor de programmering en het toezicht en zullen de doeltreffendheid en de tijdigheid van de programmeringscyclus worden verbeterd. Wat de programmering betreft, komt het meerjarige karakter van het ontmantelingsprogramma tot uiting in de goedkeuring van een meerjarig werkprogramma en een financieringsbesluit. Het programma kan worden herzien op basis van de resultaten van de evaluatie. In overeenstemming met de bestaande praktijk zou de financiering die via deze verordening wordt verstrekt, kunnen worden gebruikt om projecten die zijn opgenomen in de programmering van het definitieve ontmantelingsplan voor Ignalina, tot de einddatum ervan uit te voeren. Een ander voorbeeld heeft betrekking op de invoering van een duidelijker medefinancieringskader waardoor er minder onzekerheid zal bestaan over de bron van de financiering, er niet langer jaarlijks zal moeten worden onderhandeld en overeenstemming worden bereikt over de nationale bijdrage, en de lidstaat een grotere rol zal krijgen in het beheer van het programma.

Bovendien zal het gemeenschappelijk rulebook worden gebruikt, terwijl waar mogelijk van extra synergieën en complementariteit tussen programma’s gebruik zal worden gemaakt.

Tot slot zouden het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+) en het Cohesiefonds maatregelen kunnen ondersteunen om de sociale en economische overgang te begeleiden, zoals maatregelen inzake energie-efficiëntie en hernieuwbare energie en bepaalde andere activiteiten die geen verband houden met de processen op het gebied van radiologische veiligheid. Op die manier kunnen deze fondsen in de betrokken regio's voor extra activiteiten zorgen en van de lokale expertise een sterke motor maken voor het scheppen van banen, duurzame groei en innovatie. Er moet ook naar synergieën met FP9 en/of het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding worden gestreefd op gebieden zoals het ontwikkelen en testen van technologie, alsmede opleiding en onderwijs.

Grondrechten

Het programma heeft geen gevolgen voor de grondrechten.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De voorgestelde begrotingstoewijzing voor de periode 2021-2027 bedraagt 552 000 000 EUR (in lopende prijzen). Die is gebaseerd op de verwachte jaarlijkse uitbetalingen die in het ontmantelingsplan zijn opgenomen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorgestelde drempelwaarden voor medefinanciering door de EU. De uitgangswaarde laat een bijna lineaire voortgangscurve zien, en dus worden er in het financieel memorandum bijna constante jaarlijkse vastleggingen en betalingsplannen getoond.

Acties in het kader van het voorgestelde financiële programma zijn gebaseerd op het gedetailleerde ontmantelingsplan dat is vastgesteld bij Verordening 2013/1369/EU van de Raad. In dit plan zijn de reikwijdte van het programma, de eindtoestand van volledige ontmanteling en de einddatum reeds vastgesteld en komen de ontmantelingsactiviteiten, het bijbehorende tijdsschema, de kosten en de benodigde personele middelen aan bod.

De personele en administratieve middelen die nodig zijn voor het beheer van het programma blijven ongewijzigd ten opzichte van het vorige programma.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende toezicht, evaluatie en rapportage

Het systeem voor programmering, monitoring en controle wordt verder verbeterd en gestroomlijnd in vergelijking met het bestaande systeem. Op basis van de conclusies van de tussentijdse evaluatie wordt gezorgd voor vereenvoudiging en voortdurende verbeteringen.

In 2014 wijzigde de Commissie de governance van het programma voor het meerjarig financieel kader 2014-2020 om de rollen en verantwoordelijkheden duidelijker vast te stellen en om meer planning-, toezicht- en rapportagevoorschriften voor de begunstigden te introduceren . Overeenkomstig de gewijzigde governanceaanpak heeft Litouwen een programmacoördinator en een financieel coördinator (met de rang van minister of staatssecretaris) benoemd, die verantwoordelijk zijn voor de programmering, coördinatie en monitoring van het betrokken ontmantelingsprogramma op nationaal niveau. Er is een monitoring- en rapportagecomité, waarvan een vertegenwoordiger van de Commissie en de programmacoördinator samen het voorzitterschap bekleden.

In de volgende financieringsperiode zal het meerjarige karakter van het ontmantelingsproces tot uitdrukking komen in de goedkeuring van een meerjarig werkprogramma en financieringsbesluit overeenkomstig het voorgestelde nieuwe financiële reglement. Dit programmeringsproces zal uiteraard worden gesynchroniseerd met de evaluatiestappen (na vier jaar een voorlopige en vijf jaar na 2027 een definitieve evaluatie, wanneer de voltooiing van taken in het veld wordt verwacht).

Deze evaluaties zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 10 , toen de drie instellingen bevestigden dat evaluaties van bestaande wetgeving en bestaand beleid de basis moeten vormen voor effectbeoordelingen van opties voor verdere actie. In de evaluaties zullen de effecten van het programma op het terrein worden beoordeeld op basis van de programma-indicatoren en -doelstellingen en een gedetailleerde analyse van de mate waarin het programma relevant, doeltreffend en doelmatig kan worden geacht, voldoende toegevoegde waarde biedt voor de EU en samenhang vertoont met ander EU-beleid. Ook zullen daarin ervaringen worden opgenomen om tekortkomingen en problemen aan het licht te brengen of om de acties of de resultaten ervan verder te verbeteren en om ervoor te zorgen dat zij maximaal nut of effect sorteren.

De huidige praktijk van jaarlijkse verslaglegging aan het Europees Parlement en aan de Raad wordt gehandhaafd.

De Commissie is van plan de uitvoering van de programmabegroting te blijven toevertrouwen aan een uitvoeringsorgaan dat op basis van pijleranalyses is beoordeeld (indirect beheer), d.w.z. aan het Litouwse nationale agentschap, CPMA. Daarnaast zullen de diensten van de Commissie doorgaan met de praktijk om de uitvoering van het project tweemaal per jaar nauwgezet te volgen via administratieve controles en controles ter plaatse, en de periodieke programmerings-, monitoring- en controlecyclus aan te vullen met thematische verificaties op basis van een risicobeoordeling.

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

In artikel 3 van de basishandeling is de doelstelling van het programma voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 vastgesteld. De specifieke doelstelling van het programma is tweeledig: enerzijds vertaalt de toegevoegde waarde van de EU zich in meer nucleaire veiligheid en anderzijds in toegenomen kennis over het nucleaire ontmantelingsproces waar alle EU-lidstaten hun voordeel mee kunnen doen.

De artikelen 3, 6, 7 en de bijlage vormen samen een kader dat ervoor zorgt dat de financiering door de Europese Unie gericht is op acties die daadwerkelijk de doelstelling van het programma helpen te verwezenlijken. Zij verduidelijken de mate waarin de EU en Litouwen zich gezamenlijk inspannen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina. In artikel 7 wordt het jaarlijkse maximum voor medefinanciering door de EU vastgesteld op 80 %, in antwoord op de aanbevelingen 3 en 4 van de Europese Rekenkamer 11 , die enerzijds Litouwen oproept zich voor te bereiden op het gebruik van nationale middelen om de ontmantelingskosten te dekken, en anderzijds de Commissie oproept om een toename van de nationale bijdrage na te streven. Deze bepaling en de kostenramingen van het gedetailleerde ontmantelingsplan, zoals uiteengezet in Verordening 2013/1369/EU van de Raad, bieden een kader voor de toezegging die de EU aan Litouwen heeft gedaan en die in het betrokken Toetredingsverdrag is vastgesteld.

Artikel 8 vormt een grote vereenvoudiging ten opzichte van het huidige programma, d.w.z. het gebruik van een meerjarig werkprogramma dat de aard van ontmantelingsprogramma’s weerspiegelt. Hoewel op programmeringsniveau een meerjarige aanpak is vastgesteld, is in artikel 4, lid 3, de mogelijkheid van jaarlijkse vastleggingen vastgesteld en is de praktijk van de jaarlijkse verslaglegging aan het Europees Parlement en de Raad gehandhaafd, zoals bepaald in artikel 9, lid 4.

In artikel 10 wordt de procedure voor de herziening van het meerjarige werkprogramma vastgesteld voor een periode die in verhouding staat tot de aard van het programma en die de Commissie de passende instrumenten biedt om indien nodig corrigerende maatregelen te treffen.

In bijlage I wordt een gedetailleerde beschrijving gegeven van de specifieke doelstelling van het programma. Bijlage I vertaalt door middel van tabel 1 het antwoord van de Commissie op aanbeveling 6 12 van de Europese Rekenkamer waarin de Commissie werd opgeroepen om alleen toe te staan dat financiering door de Unie wordt gebruikt voor de kosten van personeel dat zich enkel met ontmantelingsactiviteiten bezighoudt. De tabel dient ertoe de financiering van de Unie voor essentiële functies, zoals veiligheid, te handhaven, terwijl medefinancieringsregelingen worden gebruikt om de belangen van de plaatselijke belanghebbenden in overeenstemming te brengen met die van de Unie. In bijlage II worden specifieke indicatoren vastgesteld voor de rapportage over de voortgang van het programma met de verwezenlijking van de doelstellingen op het gebied van ontmanteling en ontsmetting, het beheer van radioactief afval en kennisverspreiding.

2018/0251 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (het Ignalina-programma) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien de Toetredingsakte van 2003, en met name artikel 3 van het daaraan gehechte Protocol nr. 4,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Volgens Protocol nr. 4 bij de Toetredingsakte van 2003 betreffende de kerncentrale van Ignalina 13 , heeft Litouwen zich ertoe verbonden de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina uiterlijk op respectievelijk 31 december 2004 en 31 december 2009 te sluiten en deze eenheden vervolgens te ontmantelen.

(2)In overeenstemming met de verplichtingen van het toetredingsverdrag en met steun van de Unie heeft Litouwen de beide eenheden binnen de respectieve termijnen gesloten en aanzienlijke vooruitgang geboekt met de ontmanteling ervan. De werkzaamheden om het niveau van stralingsrisico nog verder naar beneden te brengen moeten worden voortgezet. Op basis van de beschikbare ramingen zijn voor dit doel na 2020 extra financiële middelen nodig.

(3)De activiteiten die onder deze verordening vallen, moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetgeving van de Unie en de lidstaten. De ontmanteling van de kerncentrale die onder deze verordening valt, moet worden uitgevoerd overeenkomstig de wetgeving inzake nucleaire veiligheid, namelijk Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad 14 , en de wetgeving inzake afvalbeheer, namelijk Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad 15 . Litouwen blijft de eindverantwoordelijkheid dragen voor de nucleaire veiligheid en het veilige beheer van verbruikte splijtstof en kernafval.

(4)In Protocol nr. 4 is bepaald dat de Unie zich er rekenschap van geeft dat het vervroegd sluiten en vervolgens ontmantelen van de kerncentrale van Ignalina - die is uitgerust met twee van de voormalige Sovjet-Unie geërfde reactoren van het RBMK-type met een vermogen van 1 500 MW - een ongekend grootscheepse onderneming is die voor Litouwen uitzonderlijke financiële lasten met zich meebrengt die niet in verhouding staan tot de omvang en de economische draagkracht van het land en dat zij haar via het Ignalina-programma verleende steun na 2006 ononderbroken moet voortzetten en verlengen voor de periode van de volgende financiële vooruitzichten.

(5)In deze verordening worden de financiële middelen vastgelegd voor het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van nucleaire installaties van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (hierna "het programma" genoemd) hetgeen voor het Europees Parlement en de Raad gedurende de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag moet zijn in de zin van punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 2 december 2013 betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer 16 .

(6)Verordening (EU, Euratom) 2018/… van het Europees Parlement en de Raad [het nieuwe Financieel Reglement] 17 (hierna "het Financieel Reglement" genoemd) is van toepassing op dit programma. Deze bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(7)Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 18 , Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad 19 , Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad 20 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 21 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoek verrichten, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad 22 . Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer, alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen.

(8)Deze verordening laat het resultaat onverlet van eventuele toekomstige staatssteunprocedures die kunnen worden ingeleid overeenkomstig de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(9)De financiering uit hoofde van deze verordening moet voornamelijk worden gericht op activiteiten ter uitvoering van de veiligheidsdoelstellingen van de ontmanteling, terwijl Litouwen de eindverantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid blijft dragen.

(10)Het programma moet ook zorgen voor de verspreiding over alle lidstaten van de kennis die in het kader van het programma is vergaard, in samenwerking en in synergie met het andere relevante programma van de Unie voor ontmantelingswerkzaamheden in Bulgarije, Slowakije en het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie, aangezien dergelijke maatregelen de grootste toegevoegde waarde van de Unie met zich meebrengen.

(11)Bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina dient gebruik te worden gemaakt van de beste technische expertise die beschikbaar is, rekening houdend met de aard en de technische specificaties van de te ontmantelen installaties, zodat de veiligheid en de grootst mogelijke doeltreffendheid worden gewaarborgd en internationale beste praktijken in acht worden genomen.

(12)De Commissie en Litouwen moeten voor een effectieve monitoring en controle van het verloop van het ontmantelingsproces zorgen om de grootste meerwaarde voor de Unie van de in het kader van deze verordening toegewezen financiering te waarborgen, ook al ligt de eindverantwoordelijkheid voor de ontmanteling bij Litouwen. Dit omvat doeltreffende metingen van de voortgang en de prestatie en de vaststelling van corrigerende maatregelen, indien nodig.

(13)Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 23 moet dit programma worden geëvalueerd op basis van informatie die verzameld is aan de hand van specifieke monitoringvoorschriften, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften meetbare indicatoren worden opgenomen als basis voor de evaluatie van de effecten van het programma op het terrein.

(14)Het bedrag van de aan het programma toegewezen vastleggingen, alsmede de programmalooptijd en de verdeling van middelen over de acties, kunnen op basis van de resultaten van de tussentijdse en definitieve evaluatieverslagen worden herzien.

(15)Maatregelen die in het kader van deze verordening worden medegefinancierd, moeten worden vastgesteld binnen de grenzen van het door Litouwen overeenkomstig Verordening 2013/1369/EU van de Raad25, en de eventuele herziene versies daarvan, ingediende ontmantelingsplan. In dit plan zijn de reikwijdte van het programma, de eindtoestand van volledige ontmanteling en de einddatum vastgesteld en komen de ontmantelingsactiviteiten, het bijbehorende tijdsschema, de kosten en de benodigde personele middelen aan bod. In voorkomend geval moet Litouwen bijgewerkte versies van het plan ter overweging aan de Commissie voorleggen bij de voorbereiding van de werkprogramma's.

(16)Het programma moet worden uitgevoerd met een gezamenlijke financiële inspanning van de Unie en van Litouwen. Er moet een maximumdrempel voor medefinanciering door de Unie worden vastgesteld in overeenstemming met de medefinanciering in het kader van de voorgaande programma’s. Rekening houdend met de praktijk van vergelijkbare programma's van de Unie en de sterkere Litouwse economie sinds het begin van het ontmantelingsprogramma van Ignalina tot het einde van de uitvoering van de maatregelen die in het kader van deze verordening worden gefinancierd, moet het medefinancieringspercentage van de Unie niet hoger liggen dan 80 % van de in aanmerking komende kosten. De resterende medefinanciering moet door Litouwen en uit andere bronnen dan de begroting van de Unie worden verstrekt, met name internationale financiële instellingen en andere donoren.

(17)Verordening (EU) nr. 1369/2013 24 moet daarom worden ingetrokken.

(18)Er is rekening gehouden met Speciaal verslag nr. 22/2016 van de Rekenkamer over de financiële steun van de Unie voor de ontmanteling van kerncentrales in Bulgarije, Litouwen en Slowakije, met de aanbevelingen van dat verslag en met het antwoord daarop van de Commissie,

(19)Het programma valt binnen de werkingssfeer van het nationale programma van Litouwen op grond van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad.

(20)Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van artikel 3 van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 25 .

(21)De horizontale financiële regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op basis van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

(22)Dit programma weerspiegelt het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de door de Unie aangegane verbintenissen om de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren, en zal ertoe bijdragen dat klimaatactie in alle beleidsdomeinen van de Unie wordt geïntegreerd en dat het algemene streefcijfer – 25 % van de EU-begrotingsuitgaven voor de ondersteuning van klimaatdoelstellingen – wordt gehaald. De desbetreffende acties zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het programma en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de tussentijdse evaluatie.

(23)De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op grond van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, alsook financiering die niet gekoppeld is aan kosten als bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

Onderwerp

In deze verordening wordt het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (hierna "het programma" genoemd) vastgesteld.

Ook worden hierin de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor het verstrekken van dergelijke financiering vastgesteld.

Artikel

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)"ontmanteling": administratieve en technische maatregelen waardoor het regulerende toezicht op een nucleaire faciliteit geheel of gedeeltelijk kan worden opgeheven, en die gericht zijn op het waarborgen van de langdurige bescherming van het publiek en het milieu, onder meer door de niveaus van residuele radionucliden in de materialen en op het terrein van de faciliteit te verlagen;

(2)"ontmantelingsplan": het document met gedetailleerde informatie over de voorgestelde ontmanteling, waarin de gekozen ontmantelingsstrategie wordt uiteengezet; het tijdpad, het type en de volgorde van de ontmantelingsactiviteiten; de toegepaste strategie voor afvalbeheer, met inbegrip van vrijgave; de voorgestelde eindtoestand; de opslag en berging van het afval van de ontmanteling; het tijdschema van de ontmanteling; de kostenramingen voor de voltooiing van de ontmanteling; en de doelstellingen, verwachte resultaten, mijlpalen, streefdatums en bijbehorende kernprestatie-indicatoren, waaronder indicatoren op basis van "earned value". Het plan wordt opgesteld door de vergunninghouder van de nucleaire faciliteit en wordt opgenomen in de meerjarige werkprogramma’s van het programma.

Artikel

Doelstellingen van het programma

1.De algemene doelstelling van het programma is om Litouwen te steunen bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina, waarbij speciaal de nadruk wordt gelegd op het beheer van uitdagingen op het gebied van de nucleaire veiligheid in verband met de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina en waarbij wordt gezorgd voor de ruime verspreiding van de daarbij opgedane kennis over de ontmanteling van kerninstallaties onder alle EU-lidstaten.

2.Het programma heeft als specifieke doelstelling om de ontmanteling en de ontsmetting van de reactorschachten overeenkomstig het ontmantelingsplan uit te voeren, het veilige beheer van afval van de ontmanteling en afval uit het verleden voort te zetten en de opgedane kennis onder belanghebbenden in de EU te verspreiden.

3.De specifieke doelstelling wordt nader beschreven in bijlage I. De Commissie kan bijlage I door middel van uitvoeringshandelingen wijzigen overeenkomstig de in artikel 12, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel

Begroting

1.De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021-2027 bedragen 552 000 000 EUR in lopende prijzen.

2.Met het in lid 1 genoemde bedrag kunnen de kosten met betrekking tot de technische en administratieve bijstand voor de uitvoering van het programma worden gedekt, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, toezicht, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van bedrijfsinformatietechnologiesystemen.

3.Vastleggingen voor acties waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan een begrotingsjaar uitstrekt, mogen in jaartranches worden verdeeld.

Artikel

Uitvoering en vormen van financiering

1.Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer overeenkomstig het Financieel Reglement of in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

2.Het programma kan middelen toekennen in een van de in het Financieel Reglement vastgestelde vormen.

HOOFDSTUK II

SUBSIDIABILITEIT

Artikel

Subsidiabele acties

Voor financiering komen alleen acties in aanmerking waarmee de doelstellingen als vermeld in artikel 3 en bijlage I worden verwezenlijkt.

Artikel

Medefinancieringspercentages

Het algehele maximale medefinancieringspercentage van de Unie dat van toepassing is in het kader van het programma, bedraagt 80 %. De resterende financiering wordt door Litouwen en uit andere bronnen dan de begroting van de Unie verstrekt.

HOOFDSTUK III

PROGRAMMERING, TOEZICHT, EVALUATIE EN CONTROLE

Artikel

Werkprogramma

1.Het programma wordt uitgevoerd aan de hand van een meerjarig werkprogramma als bedoeld in artikel 110 van het Financieel Reglement.

2.In het meerjarige werkprogramma wordt rekening gehouden met de ontmantelingsplannen die als uitgangspunt dienen voor de evaluatie en controle van de programma's.

Artikel

Toezicht en verslaglegging

1.De indicatoren op basis waarvan verslag wordt gedaan over de vorderingen met de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen van het programma, zijn vastgesteld in bijlage II.

2.Het prestatieverslagleggingssysteem zorgt ervoor dat gegevens voor het toezicht op de uitvoering en de resultaten van het programma efficiënt, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Hiertoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van financiering van de Unie en, in voorkomend geval, aan de lidstaten.

3.Aan het einde van elk jaar stelt de Commissie een voortgangsverslag op over de uitvoering van de tijdens de voorgaande jaren uitgevoerde werkzaamheden en legt ze dit voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel

Evaluatie

1.De evaluaties moeten tijdig worden verricht, zodat zij in het besluitvormingsproces kunnen worden verwerkt.

2.De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar na het begin van de in artikel 1 vastgestelde periode. In de tussentijdse evaluatie wordt eveneens gekeken naar ruimte voor wijziging van het in artikel 8 genoemde meerjarige werkprogramma.

3.Aan het einde van de uitvoering van het programma, maar uiterlijk vijf jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit.

4.De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties, vergezeld van haar opmerkingen, mee aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel

Audits

Audits van het gebruik van de bijdrage van de Unie en de nationale bijdrage door personen of entiteiten, waaronder andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid als bedoeld in artikel 127 van het Financieel Reglement.

Artikel

Comité

1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien het advies van het comité moet worden verkregen door middel van een schriftelijke procedure, wordt deze procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, daartoe door de voorzitter van het comité wordt besloten of door een gewone meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.

HOOFDSTUK IV

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel

Informatie, communicatie en publiciteit

1.De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

2.De Commissie zet informatie- en communicatieacties op met betrekking tot het programma en de acties en resultaten ervan. Met de aan het programma toegewezen financiële middelen wordt eveneens bijgedragen aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover deze verband houden met de in artikel 3 genoemde doelstellingen.

Artikel

Intrekking

Verordening (EU) nr. 1369/2013 wordt hierbij ingetrokken.

Artikel

Overgangsbepalingen

1.Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de acties op grond van Verordening (EU) nr. 1369/2013, die op de betrokken acties van toepassing blijft tot zij worden afgesloten.

2.De financiële middelen voor het programma mogen ook worden gebruikt ter dekking van de uitgaven voor technische en administratieve bijstand die nodig zijn om de overgang te waarborgen tussen het programma en de maatregelen van de voorafgaande programma's, die zijn vastgesteld bij Verordening (Euratom) nr. 1369/2013.

3.Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in artikel 4, lid 2, bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.

Artikel

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1.4.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.Duur en financiële gevolgen

1.6.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Toezichts- en verslagleggingsregels

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening van de Raad tot vaststelling van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen voor de periode 2021-2027.

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) (programmacluster)

Nucleaire veiligheid

1.3.Het voorstel/initiatief betreft:

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject / voorbereidende actie 26   

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie 

1.4.Motivering van het voorstel/initiatief

1.4.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Het Ignalina-programma is gericht op de voorschriften van zijn rechtsgrondslag (d.w.z. het Toetredingsverdrag van Litouwen, en met name Protocol nr. 4 bij en artikel 56 van de Toetredingsakte van 2003).

1.4.2.Toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, o.a. coördinatiewinst, rechtszekerheid, een grotere doeltreffendheid en complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder "toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Unie" de waarde verstaan die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die zou zijn gecreëerd indien alleen de lidstaat een maatregel had getroffen.

Een voorwaarde voor de toetreding van Litouwen tot de EU was dat dat land toezegde de kernreactoren van het Tsjernobyl-type van de kerncentrale van Ignalina te sluiten en vervolgens te ontmantelen. De Europese Unie heeft zich er uit solidariteit met Litouwen in het Toetredingsverdrag toe verbonden financiële ondersteuning te verlenen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina.

De ontmantelingsactiviteiten schrijden voort, en er is een einddatum gepland in 2038. Het is in het belang van de Unie om financiële steun voor de ontmanteling te verlenen en zo bij te dragen tot een zo veilig mogelijke uitvoering. Het programma biedt aanzienlijke en duurzame ondersteuning van de gezondheid van de werknemers en de bevolking, doordat milieuschade wordt voorkomen en er echte vooruitgang op het vlak van nucleaire veiligheid en beveiliging wordt geboekt.

1.4.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De bijstandsprogramma’s voor de ontmanteling van nucleaire installaties (NDAP) zijn tussentijds geëvalueerd. Hierbij zijn de resultaten en gevolgen, de efficiënte aanwending van de middelen en de toegevoegde waarde voor de Unie bekeken en beoordeeld. Met het oog op de tussentijdse evaluatie heeft de Commissie relevante informatie en gegevens verzameld door uitgebreid beroep te doen op de belangrijkste belanghebbenden (ministeries, uitvoeringsorganen, ontmantelingsbedrijven, leden van het NDAP-comité).

Samengevat zijn dit de conclusies van de tussentijdse evaluatie van het NDAP:

Samenhang met het EU-beleid. De steun van de EU zorgt ervoor dat de strategie voor onmiddellijke ontmanteling in Litouwen gestaag wordt uitgevoerd en voorkomt dat onnodige lasten aan toekomstige generaties worden overgedragen, maar wijkt om historische redenen gedeeltelijk af van het principe dat de lidstaat de eindverantwoordelijkheid draagt voor de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen voor de ontmanteling van nucleaire installaties en het beheer van kernafval. Het ontmantelingsplan voor de kerncentrale van Ignalina is in 2013 door Litouwen gewijzigd in de aanloop naar het MFK 2014-2020: de einddatum van het programma is toen negen jaar verschoven, van 2029 tot 2038.

Vooruitgang. Litouwen heeft op doeltreffende en efficiënte wijze vooruitgang geboekt bij de ontmanteling van de twee grafietgemodereerde kernreactoren in overeenstemming met de uitgangswaarden (d.w.z. het ontmantelingsplan).

Veiligheid. Dankzij de financiering van de Unie in het kader van dit MFK zal de veiligheid op de locaties aanzienlijk worden verhoogd.

Financiële omvang. Het financieringstekort ná 2020 is in de orde van grootte van 1 331 miljoen EUR voor het Ignalina-programma.

Nationale bijdrage. De nationale bijdragen lijken groot genoeg te zijn om de efficiëntie op een gepast niveau te handhaven; in de rechtsgrondslag zijn echter geen bepalingen inzake medefinanciering opgenomen, hetgeen leidt tot onzekerheden die moeten worden weggenomen. Bovendien bleek uit de analyse dat het optrekken van de nationale bijdragen een noodzakelijke voorwaarde is, maar niet voldoende om de juiste stimulans te geven voor een tijdige en efficiënte ontmanteling. In dit verband zou de uitdrukkelijke overdracht van risico's (kostenoverschrijdingen, vertragingen) aan Litouwen een grotere impact hebben. Deze praktijk is waar mogelijk en tot op zekere hoogte reeds geïntroduceerd in het huidige MFK.

Beheer. De ingestelde governance heeft ervoor gezorgd dat het Ignalina-programma doeltreffend en efficiënt wordt uitgevoerd, en heeft een tegenwicht geboden voor de genoemde onzekerheden over de nationale bijdragen.

Doelstellingen. Alle financiering voor de periode na 2020 moet worden toegespitst op expliciete veiligheidsdoelstellingen die worden gecontroleerd aan de hand van specifieke prestatie-indicatoren.

Opgedane kennis. Tot slot heeft de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van de projecten van het Ignalina-programma in Litouwen, alsmede van het Kozloduy-programma in Bulgarije en het Bohunice-programma in Slowakije, de EU een ruime basiskennis bezorgd voor de uitvoering van toekomstige ontmantelingsprogramma's. Deze door de EU medegefinancierde programma’s kunnen eventueel een solide benchmark worden voor governancevraagstukken en beheerspraktijken, zoals kostenramingsmethoden of planning, en voortdurende technologische uitdagingen zoals de ontmanteling van grafietgemodereerde reactoren en het daaropvolgende beheer van grote hoeveelheden bestraald grafiet.

1.4.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Andere beschikbare EU-instrumenten, zoals het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en het Cohesiefonds, kunnen worden ingezet in de regio Visaginas om te zorgen voor complementariteit met het Ignalina-programma. Deze fondsen zouden bijvoorbeeld maatregelen kunnen ondersteunen om de sociale en economische overgang te begeleiden, zoals maatregelen inzake energie-efficiëntie en hernieuwbare energie en bepaalde andere activiteiten die geen verband houden met de processen op het gebied van radiologische veiligheid. Op die manier kunnen deze fondsen in de betrokken regio voor extra activiteiten zorgen en van de lokale expertise een sterke motor maken voor het scheppen van banen, duurzame groei en innovatie. Er moet ook naar synergieën met FP9 en/of het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding worden gestreefd op gebieden zoals het ontwikkelen en testen van technologie, alsmede opleiding en onderwijs.

1.5.Duur en financiële gevolgen

 beperkte looptijd

   van kracht vanaf 2021 tot en met 2027

   financiële gevolgen vanaf 2021 tot en met 2027 voor vastleggingskredieten

 onbeperkte looptijd

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.6.Beheersvorm(en) 27  

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan één beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

Het op basis van pijleranalyses beoordeelde uitvoeringsorgaan in Litouwen voor het Ignalina-programma – het centrale programmabeheersagentschap (Central Programme Management Agency (CPMA)) – zal ook in het MFK 2021-2027 als uitvoeringsorgaan optreden.

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Toezichts- en verslagleggingsregels

Vermeld frequentie en voorwaarden.

De Commissie houdt toezicht op de uitvoering van het Ignalina-programma via de delegatieovereenkomst die is gesloten met het op basis van een pijleranalyse beoordeeld uitvoeringsorgaan, en aan de hand van controles van stukken. De Commissie voert regelmatig onafhankelijke thematische verificaties op basis van risicoanalyses uit.

Het "earned value management"-instrument wordt ook gebruikt om de daadwerkelijke vorderingen en prestaties te volgen.

Litouwen is bij de toezichtsmaatregelen betrokken via het toezichtcomité, waarvan een vertegenwoordiger van de Commissie en de programmacoördinator (viceminister van Energie van Litouwen) samen het voorzitterschap bekleden. Een belangrijke taak van het toezichtcomité is de herziening en goedkeuring van de halfjaarlijkse toezichtsverslagen.

Tweemaal per jaar gaan ambtenaren van de Commissie ter plaatse de materiële vorderingen controleren.

Uiterlijk in 2024 vindt een tussentijdse evaluatie plaats.

Uiterlijk in 2032 vindt een definitieve evaluatie plaats.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Uit de tussentijdse evaluatie van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van nucleaire installaties is gebleken dat de huidige governance voor een doeltreffende en efficiënte tenuitvoerlegging van de programma’s zorgt. De belangrijkste factoren voor succes zijn de heldere omschrijving van taken en verantwoordelijkheden en het versterkte toetsingskader.

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico's en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico's te beperken

De risico’s in verband met de tenuitvoerlegging van de programma’s zijn geïnventariseerd op basis van controles van stukken, halfjaarlijkse controlebezoeken ter plaatse en het gebruik van "earned value management" voor de vroegtijdige opsporing van vertragingen en kostenoverschrijding. De risico’s worden vervolgens beoordeeld volgens een procedure waarbij de voorkeur uitgaat naar een kwantitatieve benadering. Het risicoregister en de bijbehorende acties worden ten minste tweemaal per jaar geëvalueerd en geregistreerd. De belangrijkste projectuitvoeringsrisico's krijgen tegelijk een follow-up met de bestaande systemen voor risicobeheer van de uitvoeringsorganen en de begunstigden.

Op basis van de informatie uit de risicobeoordeling kan een risicogebaseerde aanpak voor toezicht en controle worden ontwikkeld. Dit betekent onder meer dat de verslagleggingsvereisten worden geactualiseerd en op risicogebieden worden toegespitst, dat de prioriteiten voor monitoringmissies worden vastgesteld en dat aanvullende thematische verificaties worden uitgevoerd.

Bij het programmabeheer is het belangrijkste risico dat de nationale bijdrage aan de financiering van het programma niet aan het hogere streefcijfer ten opzichte van het huidige niveau zou voldoen. Daarom moeten welomschreven medefinancieringspercentages en een versterkt controlekader in de basishandeling worden opgenomen om ervoor te zorgen dat de nationale bijdrage beschikbaar is.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).

DG ENER heeft, op basis van een beoordeling van de meest relevante indicatoren en controleresultaten, de kosteneffectiviteit en de efficiëntie van het controlesysteem beoordeeld en is voor het jaar 2017 tot een positieve conclusie gekomen. In het volgende MFK zullen de omstandigheden vergelijkbaar zijn.

De indicator voor kosteneffectiviteit houdt rekening met de kosten om op Commissieniveau toezicht te houden op de verschillende entiteiten (deze kosten hebben betrekking op de kosten van het personeel dat aan deze taken is toegewezen en, in voorkomend geval, de specifieke contracten die rechtstreeks verband houden met de toezichthoudende taken).

In 2017 is de geraamde geconsolideerde indicator voor kosteneffectiviteit (d.w.z. voor alle met uitvoering belaste entiteiten samen) stabiel gebleven.

De waargenomen verschillen in de kosten van de controle van de organen die bijstand verlenen bij de ontmanteling van nucleaire installaties (EBWO, CPMA), weerspiegelen de geleidelijke verschuiving naar nationale uitvoeringskanalen in Litouwen en de daaruit voortvloeiende toename van het toezicht en de controle op het programma.

In de ramingen van 2016 en de jaren daarvóór waren ook de vergoedingen opgenomen die werden betaald aan de organen die met de uitvoering van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van nucleaire installaties waren belast. Deze vergoedingen maken nu deel uit van de hieronder opgegeven kosten op het niveau van de entiteit, maar omwille van de consistentie is met deze vergoedingen ook rekening gehouden bij de berekening van de controlekostenverhouding.

Entiteit

Kosten van controle op het niveau van de Commissie

Gecontroleerd bedrag

EBWO

0,32 miljoen EUR
(+ 2,14 miljoen EUR betaalde vergoedingen)

239,8 miljoen EUR

CPMA

0,23 miljoen EUR
(+ 1,24 miljoen EUR betaalde vergoedingen)

87,44 miljoen EUR

De foutmarge wordt geraamd op 0,5 %. In 2017 heeft DG ENER een thematische controle uitgevoerd van de aanbestedingsprocedures van de uitvoeringsorganen, met positief resultaat.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

DG ENER heeft een eigen fraudebestrijdingsstrategie ontwikkeld en past deze sinds november 2013 toe, in overeenstemming met de richtsnoeren in de OLAF-methodologie. Deze is bijgewerkt in oktober 2015 (voor de periode 2016-2017) en december 2017 (voor de periode 2018-2019). De strategie is in overeenstemming met het herziene kader voor interne controle (C(2017) 23730). DG ENER verbindt zich ertoe de fraudebestrijdingsstrategie om de twee jaar bij te werken.

De huidige strategie is gebaseerd op de analyse van de fraudegevoeligheid en heeft tot doel specifieke frauderisico’s bij DG ENER op te sporen en te begrijpen in een bredere context. Uit deze beoordeling is gebleken dat het risico op fraude bij DG ENER hoogstens laag tot matig is, d.w.z. dat er geen significante of kritieke risico’s zijn vastgesteld.

De controles ter waarborging van de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen worden aangevuld met een actieplan dat bij de strategie hoort.

Dit actieplan waarborgt met name dat:

er interne regels zijn voor de behandeling en melding van vermoedens van fraude;

de verantwoordelijkheden voor het nemen van fraudebestrijdingsmaatregelen duidelijk worden toegewezen aan eenheden en functies;

potentiële risico’s worden bekeken in het kader van de jaarlijkse risicobeoordeling van het beheersplan.

Er wordt regelmatig deelgenomen aan vergaderingen van het netwerk voor fraudepreventie en -opsporing en het comité ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden, en er zijn contacten met andere DG's en diensten;

de functie van lokale fraudebestrijdingscorrespondent wordt uitgeoefend overeenkomstig het gemeenschappelijke actieplan voor de onderzoekscluster;

een passend niveau van samenwerking met OLAF wordt gewaarborgd.

Het fraudebestrijdingsplan voor 2017 is met succes ten uitvoer gelegd. In de opeenvolgende fraudebestrijdingsstrategieën van DG ENER is steeds benadrukt dat het belangrijk is dat er hieromtrent bewustzijn is onder het personeel, dat er contacten zijn met de uitvoeringsorganen en dat het samenwerkingskader tussen OLAF en de Commissie, alsook tussen DG ENER en de andere DG's binnen de onderzoekscluster verder wordt ontwikkeld. De tenuitvoerlegging van de strategie wordt gemonitord en hierover wordt ten minste twee keer per jaar een verslag voorgelegd aan het management van DG ENER.

De indicatoren met betrekking tot de handhaving en bijwerking van de strategie, de regelmatigheid van de verslaglegging aan het management en de verbetering van het bewustzijn hieromtrent onder het personeel, tonen aan dat de strategie een doeltreffend instrument is om fraude te voorkomen en op te sporen, maar dat er voortdurende inspanningen nodig blijven voor een verdere bewustmaking van het personeel. In de periode 2016-2017 is een programma van bewustmakingsacties opgezet met specifieke initiatieven in verband met de kernactiviteiten en beleidsdoelstellingen van DG ENER. In 2017 werd in de initiatieven de nadruk gelegd op gerichte vergaderingen en workshops over kwetsbaarheidsbeoordeling. De preventie van fraude werd ook geregeld besproken in de nieuwsbrief over interne controle. Op een specifieke intranetpagina was een informatiepakket beschikbaar.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en voorgesteld(e) nieuw(e) begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer 1
"Ontmanteling van nucleaire installaties (Litouwen)"

GK/NGK 28

van EVA-landen 29

van kandidaat-lidstaten 30

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

5

Ignalina-programma [12.03]

GK

GEEN

GEEN

GEEN

GEEN

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven 31  

in miljoen euro (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel
kader

5

"Ontmanteling van nucleaire installaties (Litouwen)"

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Na 2027

TOTAAL

Beleidskredieten

Vastleggingen

(1)

72,500

71,400

78,300

83,600

83,700

80,100

82,400

-

552,000

Betalingen

(2)

-

-

-

-

90,000

90,000

90,000

282,000

552,000

Uit het budget van het programma gefinancierde administratieve kredieten 32  

Vastleggingen = betalingen

(3)

TOTAAL kredieten voor het budget van het programma

Vastleggingen

=1+3

72,500

71,400

78,300

83,600

83,700

80,100

82,400

-

552,000

Betalingen

=2+3

-

-

-

-

90,000

90,000

90,000

282,000

552,000



Rubriek van het meerjarig financieel
kader

7

"Administratieve uitgaven"

Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de "administratieve begrotingsgegevens", die eerst moeten worden opgenomen in de bijlage bij het financieel memorandum (bijlage V bij de interne regels), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.

in miljoen euro (tot op drie decimalen)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Na 2027

TOTAAL

Personele middelen

0,429

0,429

0,429

0,429

0,429

0,429

0,429

3,003

Andere administratieve uitgaven

0,065

0,065

0,065

0,065

0,065

0,065

0,065

0,455

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

3,458

in miljoen euro (tot op drie decimalen)

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Na 2027

TOTAAL

TOTAAL kredieten
voor alle RUBRIEKEN
van het meerjarig financieel kader
 

Vastleggingen

72,994

71,894

78,794

84,094

84,194

80,594

82,894

0

555,458

Betalingen

0,494

0,494

0,494

0,494

90,494

90,494

90,494

282,000

555,458

3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoen euro (tot op drie decimalen)

Jaar

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

0,429

0,429

0,429

0,429

0,429

0,429

0,429

3,003

Andere administratieve uitgaven

0,065

0,065

0,065

0,065

0,065

0,065

0,065

0,455

Subtotaal RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

3,458

Buiten RUBRIEK 7 33
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere administratieve
uitgaven

Subtotaal
buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader

TOTAAL

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

0,494

3,458

In de benodigde administratieve kredieten zal worden voorzien door de kredieten die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de bestaande budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.



3.2.2.1.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

Zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie

3

3

3

3

3

3

3

Delegaties

Onderzoek

Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) – AC, AL, END, INT en JPD  34

Rubriek 7

Gefinancierd uit RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader 

- zetel

- delegaties

Gefinancierd uit het budget van het programma  35

- zetel

- delegaties

Onderzoek

Andere (specificeren)

TOTAAL

3

3

3

3

3

3

3

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van de actie is aangesteld en/of daartoe binnen het DG is herschikt, eventueel aangevuld met personele middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.Bijdragen van derden

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Jaar

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor de overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven    

in miljoen euro (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Gevolgen van het voorstel/initiatief 36

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bijv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

(1)    PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33 en blz. 944.
(2)    Artikel 3, lid 1, van Protocol nr. 4: "De EU geeft er zich rekenschap van dat de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina een langetermijnproject is en voor Litouwen uitzonderlijke financiële lasten met zich meebrengt die niet in verhouding staan tot de omvang en de economische draagkracht van het land, en bevestigt uit solidariteit met Litouwen bereid te zijn ook na 2006 voldoende aanvullende communautaire steun voor de ontmanteling te zullen blijven verlenen." Artikel 3, lid 2: "Met het oog hierop wordt het Ignalina-programma ononderbroken voortgezet en verlengd tot na 2006. De uitvoeringsbepalingen voor het verlengde Ignalina-programma worden vastgesteld [...] en treden uiterlijk op de einddatum van de huidige financiële vooruitzichten in werking. [...]" Artikel 3, lid 4: "Voor de periode van de volgende financiële vooruitzichten zullen de algemene gemiddelde vastleggingen in het kader van het verlengde Ignalina-programma toereikend zijn. De programmering van deze middelen zal gebaseerd zijn op de feitelijke betalingsbehoeften en opnamecapaciteit." (Toetredingsakte van 2003, Protocol nr. 4 betreffende de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 944)).
(3)    Reactor 1 van de kerncentrale van Ignalina is in 2004 gesloten, en reactor 2 in 2009.
(4)    Zie voetnoot 2.
(5)    Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake de uitvoering van Protocol nr. 4 bij de Akte van toetreding tot de Europese Unie van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië met betrekking tot de kerncentrale van Ignalina in Litouwen "Ignalina-programma" (PB L 411 van 30.12.2006, blz. 10).
(6)    Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandsprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen (PB L 346 van 20.12.2013, blz. 7).
(7)    Verklaring van de leiders van 27 lidstaten en de Europese Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie (25 maart 2017) - http://europa.eu/rapid/attachment/STATEMENT-17-767/nl/Rome_declaration_2017_NL.pdf
(8)    Dit programma is op dit moment het meest geavanceerde wat betreft de ontmanteling van reactoren met een grafietkern en is een verplichting die voortvloeit uit de Toetredingsakte van 2003, Protocol nr. 4 betreffende de kerncentrale van Ignalina in Litouwen. Op basis van het gedetailleerde ontmantelingsplan duurt het programma tot 2038.
(9)    Artikel 60 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie.
(10)    Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven, PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(11)    Speciaal verslag nr. 22/2016 van de Europese Rekenkamer - Aanbeveling 3: "Neem het "vervuiler betaalt"-principe in acht door de nationale financiering voor 2014-2020 en daarna te vergroten" De drie lidstaten moeten hun eigen rol inzien bij de waarborging dat het "vervuiler betaalt"-principe in acht wordt genomen en bereid zijn nationale middelen te gebruiken om ontmantelingskosten en de kosten voor definitieve berging te dekken, zowel tijdens de huidige financieringsperiode als daarna. Aanbeveling 4 – Verhoging van de nationale cofinanciering    gedurende de financieringsperiode 2014-2020. De Commissie moet verhogingen van nationale cofinanciering gedurende de periode 2014-2020 nastreven. Zij moet duidelijk, bijvoorbeeld in een besluit van de Commissie, de "terdege gerechtvaardigde uitzonderlijke" voorwaarden vaststellen waaronder projecten volledig door de EU gefinancierd kunnen worden in het kader van de bijstandsprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties.
(12)    Speciaal verslag nr. 22/2016 van de Europese Rekenkamer - Aanbeveling 6: "EU-financiering alleen voor de kosten van ontmanteling De Commissie moet het gebruik van EU-financiering in het kader van de bijstandsprogramma’s voor de ontmanteling van nucleaire installaties alleen toestaan voor de dekking van kosten van personeel dat zich enkel met ontmantelingsactiviteiten bezighoudt".
(13)    PB L 236 van 23.9.2003, blz. 944.
(14)    Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties (PB L 172 van 2.7.2009, blz. 18).
(15)    Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (PB L 199 van 2.8.2011, blz. 48).
(16)    PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(17)    [volledige titel; PB-verwijzing].
(18)    Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(19)    Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(20)    Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(21)    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(22)    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(23)    PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(24)    Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandsprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen (PB L 346 van 20.12.2013, blz. 7).
(25)    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(26)    Als vermeld in artikel 58, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(27)    Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx  
(28)    GK = gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste kredieten
(29)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(30)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan
(31)    Totalen kloppen soms niet door afronding.
(32)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(33)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(34)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Jeune Professionnel en Délégation (jonge professional in delegaties).
(35)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
(36)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten
Top

Brussel,13.6.2018

COM(2018) 466 final

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een Verordening van de Raad

tot vaststelling van het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (het Ignalina-programma) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1369/2013 van de Raad

{SWD(2018) 342 final}


BIJLAGE I

1.De algemene doelstelling van het programma is om Litouwen bij te staan bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina, waarbij speciaal de nadruk wordt gelegd op het beheer van uitdagingen op het gebied van de nucleaire veiligheid bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina. Wanneer de verwijdering van verbruikte-splijtstofelementen uit de reactorgebouwen voltooid is, zijn de volgende belangrijke veiligheidsvraagstukken die door het programma moeten worden aangepakt, de ontmanteling van de reactorkern en de voortzetting van het beheer van de ontmanteling en afval uit het verleden.

2.In de financieringsperiode die van start gaat in 2021 zal het programma de volgende doelstellingen helpen verwezenlijken:

(a)het primaire circuit en de zones aan de bovenkant en de onderkant van de reactorschachten ontmantelen en ontsmetten overeenkomstig het ontmantelingsplan; de vooruitgang moet worden gemeten aan de hand van de hoeveelheid en het type verwijderde materialen, alsook van de "earned value";

(b)het ontwerp voor de ontmanteling en ontsmetting van de centrale zones van de reactorschacht (grafietkernen); de vooruitgang moet worden gemeten aan de hand van "earned value"; deze doelstelling zal vóór 2027 zijn verwezenlijkt, wanneer de relevante vergunningen zullen worden verleend voor het uitvoeren van de feitelijke ontmanteling en ontsmetting die na 2027 is gepland;

(c)het afval van de ontmanteling en het afval uit het verleden veilig beheren tot het moment van tijdelijke opslag of berging (naargelang van de afvalcategorie), met inbegrip van de voltooiing van de infrastructuur voor afvalbeheer, indien nodig. Deze doelstelling moet worden verwezenlijkt overeenkomstig het ontmantelingsplan; de vooruitgang moet worden gemeten aan de hand van de hoeveelheid en het type veilig opgeslagen of geborgen afval, alsook aan de hand van de "earned value";

(d)de stralingsrisico’s verder terugdringen; de verwezenlijking van deze doelstelling moet worden gemeten aan de hand van de veiligheidsbeoordeling van de activiteiten en de faciliteit, waarbij wordt nagegaan op welke manieren zich potentiële blootstellingen kunnen voordoen en waarbij de waarschijnlijkheid en omvang van potentiële blootstellingen worden ingeschat.

3.In het ontmantelingsplan van de kerncentrale van Ignalina is de werkverdelingsstructuur van het programma vastgesteld (de zogenaamde hiërarchische structuur van de activiteiten en projecten in verband met de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina). Het eerste niveau van de werkverdelingsstructuur bestaat uit de volgende zes punten:

(`)P.0 "Organisatie van de activiteit van de onderneming";

(a)P.1 "Voorbereiding van de ontmanteling";

(b)P.2 "Ontmanteling/sloop en sanering van het terrein";

(c)P.3 "Behandeling van de bestraalde splijtstof";

(d)P.4 "Behandeling van het afval";

(e)P.5 "Post-exploitatieprogramma".

Punt P.0 "Organisatie van de activiteit van de onderneming" heeft betrekking op het bedrijfsbeheer, het toezicht en de kwaliteitsborging, de monitoring van straling en milieu, de fysieke beveiliging en technische ondersteuning van de activiteiten van onderneming

Punt P.1 "Voorbereiding van de ontmanteling" heeft betrekking op het scheppen van de voorwaarden voor ontmanteling (zoals een inventaris van de apparatuur en radiologische karakterisering), wijziging van de infrastructuur, isolatie van systemen en apparatuur, ontsmetting van processystemen, apparatuur en faciliteiten.

Punt P.2 "Ontmanteling/sloop en sanering van het terrein" heeft betrekking op de ontmanteling van reactoren, de ontmanteling van procesapparatuur/-systemen en de voorbehandeling van afval, afbraak van faciliteiten, en sanering van het terrein.

Punt P.3 "Behandeling van bestraalde splijtstof” heeft betrekking op de behandeling en de opslag van bestraalde splijtstof.

Punt P.4 "Behandeling van het afval" heeft betrekking op de behandeling en conditionering van radioactief afval.

Punt P.5 "Post-exploitatieprogramma" heeft betrekking op de exploitatie en het onderhoud van faciliteiten, energiebronnen, watervoorziening, afvalwater en waterzuivering.

4.Belangrijke radiologische veiligheidsproblemen in de financieringsperiode 2021-2027 worden aangepakt door middel van activiteiten in het kader van de punten P.1, P.2 en P.4. Met name de ontmanteling van de reactorkernen wordt in punt P.2 behandeld. Kleinere probleempunten worden aangepakt in punt P.3, terwijl de punten P.0 en P.5 betrekking hebben op activiteiten ter ondersteuning van de ontmanteling.

5.Bij de voorbereiding van het meerjarige werkprogramma zal de Commissie dan ook overwegen de beschikbare bedragen volgens de in tabel 1 aangegeven prioriteiten te verdelen, onverminderd het bepaalde in artikel 7.

Tabel 1

#

Post

Prioriteit

P.0

Organisatie van de activiteit van de onderneming

II

P.1

Voorbereiding van de ontmanteling

I

P.2

Ontmanteling/sloop en sanering van het terrein

I

P.3

Behandeling van de bestraalde splijtstof

II

P.4

Behandeling van het afval

I

P.5

Post-exploitatieprogramma

III

6.De voornaamste doelstelling van het programma wordt aangevuld met de doelstelling om de EU-meerwaarde van het programma te vergroten door de (hierbij opgedane) kennis over het ontmantelingsproces te verspreiden in alle lidstaten. In de financieringsperiode die van start gaat in 2021, moet het programma de volgende doelstellingen verwezenlijken:

betrekkingen en uitwisselingen tussen de belanghebbenden in de EU (bv. lidstaten, veiligheidsinstanties en nuts- en ontmantelingsbedrijven) tot stand brengen;

expliciete kennis documenteren en beschikbaar stellen via multilaterale overdrachten van kennis over governancekwesties in verband met ontmanteling en afvalbeheer, beste praktijken op het gebied van beheer en technologische uitdagingen, om potentiële EU-synergieën te ontwikkelen.

Deze activiteiten worden voor 100 % van de subsidiabele kosten door de Unie gefinancierd.

De vooruitgang moet worden gemeten aan de hand van het aantal ontwikkelde kennisproducten en het bereik ervan.

7.De berging van verbruikte splijtstof en radioactief afval in een diepe geologische bergingsplaats valt buiten het toepassingsgebied van het programma en de plannen daarvoor moeten door Litouwen in zijn nationale programma voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval worden uitgewerkt, zoals op grond van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad is vereist.



BIJLAGE II

Indicatoren

1. Ontmanteling en ontsmetting:

·de hoeveelheid en het type verwijderde materialen

2. Beheer van radioactief afval:

·de hoeveelheid en het type veilig opgeslagen of geborgen afval

3. Verspreiding van kennis:

·het aantal ontwikkelde kennisproducten en het bereik ervan.

Top