Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017PC0827

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot instelling van het Europees Monetair Fonds

COM/2017/0827 final - 2017/0333 (APP)

Brussel, 6.12.2017

COM(2017) 827 final

2017/0333(APP)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot instelling van het Europees Monetair Fonds


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Het is bijna zestien jaar geleden dat de eerste eurobiljetten en -munten in het dagelijkse leven van de Europese burgers zijn verschenen. Nu wordt de munt elke dag gebruikt door 340 miljoen Europeanen in 19 lidstaten (“eurozone”). De euro is de op één na meest gebruikte valuta in de wereld. Zestig andere landen en gebieden in de wereld, waar 175 miljoen mensen wonen, hebben ervoor gekozen de euro als hun munteenheid te gebruiken of hun munt eraan te koppelen.

De economische en financiële crisis die Europa in 2008 trof en waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag nog steeds voelbaar zijn, is niet begonnen in de eurozone maar heeft een aantal institutionele gebreken ervan blootgelegd. Als noodoplossing voor de onmiddellijke problemen werd een aantal instrumenten aangenomen. Nieuwe financiële firewalls werden ingesteld, de meest getroffen landen kregen bijstand en de beleidscoördinatie op EU-niveau werd opgevoerd. Afgezien van het Europees financieel stabilisatiemechanisme (“EFSM”) op basis van Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad werden de meeste daarvan opgezet buiten het rechtskader van de Unie. De lidstaten verleenden bilaterale financiële bijstand aan Griekenland en richtten de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit ("EFSF") op. Al in 2010 concludeerde de Europese Raad dat het EFSF, dat opgericht was als een louter tijdelijk mechanisme, diende te worden vervangen door een permanente instelling, namelijk het Europees stabiliteitsmechanisme (“ESM”). Om verdere escalatie van de crisis te voorkomen, werden de begrotings- en financiële regels versterkt. Het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank is ook afdoende gebleken.

Na jaren van lage of onbestaande groei beginnen de vastberaden inspanningen op alle niveaus hun vruchten af te werpen en is Europa nu op weg naar een krachtig herstel. Alle lidstaten zijn nu aan het groeien en de EU in haar geheel liet al meerdere jaren op rij een gemiddelde groei van ongeveer 2 % optekenen 1 . De economische vertrouwensindex staat in de EU en de eurozone op zijn hoogste niveau sinds 2000. De werkloosheid is op haar laagste peil sinds eind 2008. Het draagvlak voor de euro bij de bevolking van de eurozone staat op het hoogste niveau sinds de invoering van de eurobiljetten en -munten in 2002 2 . Zoals de huidige Commissie bij haar aantreden verklaarde, is de crisis echter niet voorbij zolang de werkloosheid zo hoog blijft: in de eurozone hadden 14,3 miljoen mensen in oktober 2017 nog altijd geen baan.

Uit de crisisjaren moesten belangrijke lessen worden getrokken. De zaken die op het spel stonden, waren al duidelijk omschreven in het verslag van de vijf voorzitters van juni 2015 3 . Sindsdien is veel gedaan om de economische en monetaire unie (“EMU”) te “verdiepen” door te “doen”. Het Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid is versterkt met duidelijkere richtsnoeren voor de eurozone in haar geheel en met een sterkere focus op sociale aspecten. De economische governance is verbeterd met de oprichting van een Europees begrotingscomité en nationale comités voor de productiviteit. De technische bijstand aan de lidstaten werd opgevoerd met de oprichting van de ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen. Er zijn belangrijke stappen ondernomen om de bankenunie 4 en de kapitaalmarktenunie 5 te voltooien, met name door parallel hiermee maatregelen te nemen inzake risicovermindering en risicodeling in de banksector. Om de betrokkenheid bij het beleid op alle niveaus te vergroten, is de dialoog met de nationale en Europese politieke actoren en sociale partners versterkt.

Als gevolg daarvan is de architectuur van de eurozone veel robuuster dan ooit tevoren, maar dit betekent niet dat deze voltooid is. In de discussienota over de verdieping van de Economische en Monetaire Unie 6  en de discussienota over de toekomst van de financiën van de EU 7 , die door de Commissie voorgesteld zijn als onderdeel van de follow-up van het Witboek over de toekomst van Europa 8 , wordt de stand van zaken opgemaakt en wordt de mogelijke vooruitgang tot 2025 geschetst.

Europa is nu duidelijk aan het opveren. Zowel economisch als politiek dienen zich kansen aan en de positieve ontwikkelingen zijn verder bemoedigend. We mogen niet bij de pakken blijven zitten: het dak moet altijd worden hersteld wanneer de zon schijnt.

In zijn toespraak over de Staat van de Unie op 13 september 2017 9 heeft voorzitter Juncker zijn standpunt voor een meer verenigde, sterkere en meer democratische Unie bekendgemaakt en duidelijk gesteld dat de voltooiing van Europa’s economische en monetaire unie een essentieel onderdeel is van de routekaart die moet leiden naar de bijeenkomst van leiders in Sibiu op 9 mei 2019, waartoe opgeroepen is door voorzitter Tusk en waar belangrijke beslissingen over de toekomst van Europa moeten worden genomen.

Dit is ook gebleken uit de leidersagenda 10 , volgens welke de EU-leiders op 15 december 2017 een eurotop zullen houden om een tijdschema te bespreken voor beslissingen over de economische en monetaire unie en de bankenunie, en zij voor 28 en 29 juni 2018 een speciale vergadering plannen om concrete beslissingen te nemen.

De oproep tot eenheid, efficiëntie en democratische verantwoordingsplicht in de toespraak over de staat van de Unie is van bijzonder belang voor de voltooiing van de economische en monetaire unie:

   Eenheid: De euro is de gemeenschappelijke munt van de EU, en wat is opgezet voor de eurozone moet ook worden opgezet voor en samen met die lidstaten die volgens wat verwacht wordt, in de toekomst tot de euro zullen toetreden. Met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Denemarken hebben alle lidstaten van buiten de eurozone de juridische verplichting om uiteindelijk de euro in te voeren 11 . Voorts zullen de economieën van de eurozone met het vertrek van het Verenigd Koninkrijk ongeveer 85 % van het bruto binnenlands product van de EU vertegenwoordigen. De politieke en economische integratie van de EU, waarvan de eengemaakte markt de kern vormt, betekent dat de toekomstperspectieven van de lidstaten van de eurozone en van buiten de eurozone reeds met elkaar verweven zijn en dat een sterke en stabiele eurozone zowel voor haar leden als voor de EU in haar geheel essentieel is.

Dit verklaart waarom het van belang is dat de lidstaten van de eurozone via het Europees Monetair Fonds (“EMF”), samen met de aan de bankenunie deelnemende niet-eurolanden, onder gelijkwaardige voorwaarden een vangnet opzetten voor de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (“GAR”), zodat deze indien noodzakelijk de desbetreffende middelen kan aanwenden voor het welslagen van een afwikkelingsmaatregel in de bankenunie.

   Efficiëntie: Een sterkere economische en monetaire unie vereist een sterkere governance en een efficiënter gebruik van de beschikbare middelen. Het huidige stelsel vormt nog steeds een lappendeken van besluiten om een ongekende crisis aan te pakken. Dit heeft soms geleid tot een wildgroei van instrumenten en steeds ingewikkelder wordende regels, hetgeen een bron van complexiteit is en een risico op doublures inhoudt. Grotere synergieën, gestroomlijnde procedures en het opnemen van intergouvernementele regelingen in het rechtskader van de EU zouden de governance en de besluitvorming versterken. Ook met het oog op efficiëntie kunnen alle wijzigingen die de Commissie voorstelt in het kader van dit pakket, doorgevoerd worden binnen het kader van de huidige EU-Verdragen.

De ervaring heeft geleerd dat het moeilijk en omslachtig is een collectief optreden van de lidstaten af te stemmen op de aan de Unie verleende bevoegdheden inzake coördinatie van het economisch beleid. Meer in het algemeen levert het bestaan van de instellingen van de Unie naast een permanent intergouvernementeel mechanisme als het ESM een complex landschap op waarin de rechtsbescherming, de eerbiediging van de grondrechten en de democratische verantwoordingsplicht versnipperd zijn en ongelijkmatig tot uiting komen. Voorts vereist het besluitvormingsproces in het kader van een intergouvernementele methode meestal omslachtige nationale procedures en is dit dan vaak ook moeilijk te verenigen met de snelheid die nodig is voor een doeltreffende crisisbeheersing, zoals blijkt uit het gebruik van het EFSM in juli 2015 voor een overbruggingsfinanciering ter ondersteuning van Griekenland. Het wijzigen van een EU-verordening en het gebruik daarvan is in de praktijk gemakkelijker gebleken dan een gewoon betalingsbesluit van het ESM. Dit geldt ook wanneer maatregelen aangepast dienen te worden aan nieuwe omstandigheden. Aangezien zelfs voor kleine wijzigingen de handtekening vereist is van alle verdragspartijen op het hoogste politieke niveau, kan de goedkeuring van de nationale parlementen noodzakelijk zijn voor een wijziging. Deze procedures zijn tijdrovend en kunnen het nemen van maatregelen in de weg staan wanneer dat nodig is. Het rechtskader van de EU biedt anderzijds een potentieel scala van methoden om bestaande besluiten te wijzigen, en de complexiteit daarvan is afhankelijk van de ernst van de kwestie en de vorm van de aan te passen maatregel. Het besluitvormingskader van de EU aanwenden zou het proces van aanpassingen van de desbetreffende regelingen daarom sneller maken indien dat nodig is. Grotere synergieën en een meer gestroomlijnde besluitvorming zouden een versterking van de governance en de procedures opleveren.

   Democratische verantwoordingsplicht: De voltooiing van de economische en monetaire unie betekent ook een grotere politieke verantwoordelijkheid en meer transparantie over wie wat en wanneer beslist op de verschillende niveaus. Dit vereist dat de Europese dimensie van de besluitvorming dichter bij de burgers komt en in de nationale debatten meer op de voorgrond wordt geplaatst en dat gegarandeerd wordt dat zowel de nationale parlementen als het Europees Parlement over voldoende bevoegdheden beschikken voor toezicht op het beheer van de economische governance van de EU. Dit moet leiden tot een grotere betrokkenheid bij collectieve beslissingen en meer openheid over hoe de besluitvorming verloopt en naar het publiek wordt overgebracht. Dat geldt in het bijzonder voor het EMF als opvolger van het ESM. Democratische verantwoording is een essentieel aspect van het debat over de toekomst van Europa. Het ESM heeft in de loop der jaren een zeer belangrijke rol gekregen. De omvorming ervan tot een EMF moet gepaard gaan met een streven om de werking ervan te verankeren in het robuuste verantwoordingskader van de Unie samen met een volwaardige justitiële controle. De betrokkenheid van het Europees Parlement met name zou het democratisch toezicht versterken terwijl de rol van de nationale parlementen volledig gevrijwaard blijft, rekening houdend met de grote bijdragen van de lidstaten aan het EMF.

Om al de genoemde redenen worden de nodige structuren voor het verstrekken van financiële-stabiliteitssteun aan lidstaten van de eurozone het best ingebed in de Unie en toevertrouwd aan een orgaan van de Unie dat voor dat doel wordt opgericht. Gezien de financiële beperkingen en de uitdagingen waarvoor de Unie zelf staat en de terzake door het ESM opgebouwde expertise zou het wat kosten betreft uiterst inefficiënt zijn een dergelijk orgaan uit het niets op te richten. Derhalve zou het voorgestelde EMF beter het reeds bestaande ESM overnemen en opslorpen met zijn huidige doelstellingen, functies en instrumenten. Het EMF dat nu door de Commissie wordt voorgesteld, kan tot stand worden gebracht binnen het kader van de huidige Verdragen. Naast dit streven is dit ook de ideale gelegenheid om een gemeenschappelijk vangnet voor de GAR te creëren. De lidstaten waren reeds in 2013 overeengekomen een vangnet voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (“GAF”) tot stand te brengen als aanvulling op het politiek akkoord over de verordening met betrekking tot het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme 12 . Een gemeenschappelijk vangnet als laatste redmiddel zou dienen om het vertrouwen van alle betrokken partijen te versterken wat de geloofwaardigheid van de door de GAR te nemen maatregelen betreft, en om de financiële capaciteit van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds te verhogen. Als laatste redmiddel zou het alleen worden geactiveerd indien het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds ontoereikend zou blijken om de afwikkeling van de betrokken bank of banken te financieren. Het vangnet zou in de loop van de tijd begrotingsneutraal worden aangezien alle gebruikte middelen zouden worden teruggevorderd van de banksector in de lidstaten die aan de bankenunie deelnemen.

Het waarborgen van de financiële stabiliteit van de lidstaten van de eurozone vormt de motivatie om een band te leggen tussen de GAR en het EMF en zijn voorganger, het ESM, dat was opgericht om de financiële stabiliteit van de eurozone te vrijwaren. In feite houdt de inmiddels voldoende bewezen koppeling tussen overheden en banken in dat niet alleen de financiële soliditeit van de overheden maar ook die van systeembanken van essentieel belang zijn voor de financiële stabiliteit van de eurozone en van de gemeenschappelijke munt zelf. Het is daarom niet meer dan normaal dat het voorgestelde EMF zal zorgen voor de samenhang tussen de activiteiten van de GAR en die van het EMF in de vorm van een instrument dat het mogelijk maakt de GAR een kredietlijn of garanties te verschaffen ter ondersteuning van zijn activiteiten.

De jongste jaren zijn tal van standpunten ingenomen over de voltooiing van de economische en monetaire unie. De meningen kunnen verschillen maar er is een groeiende consensus dat verdere vooruitgang nodig is. Er zijn ook zeer grote bijdragen geweest van het Europees Parlement 13  en in de Eurogroep hebben belangrijke besprekingen plaatsgevonden 14 .

De voorgestelde verordening tot instelling van het EMF is een van de initiatieven die zijn aangekondigd in de mededeling van de Commissie “Verdere stappen naar de voltooiing van de economische en monetaire unie”. In deze mededeling wordt de achtergrond en de inhoud van alle initiatieven van de Commissie voorgesteld. Ook wordt uitgelegd hoe dit pakket wordt ingepast in een brede routekaart voor de voltooiing van de economische en monetaire unie in 2025 en wordt een tijdlijn opgesteld voor de maatregelen in de komende 18 maanden.

Dit voorstel bouwt voor op de gevestigde structuur van het Europees stabiliteitsmechanisme door een Europees Monetair Fonds in te stellen dat verankerd is in het EU-rechtskader. Dit was reeds aangekondigd in het verslag van de vijf voorzitters en ook het Europees Parlement had daartoe opgeroepen in zijn betoog, namelijk dat het Europees Monetair Fonds diende te worden uitgerust met passende capaciteiten voor kredietverlening en leningopneming en een duidelijk omschreven mandaat 15 .

Het Europees stabiliteitsmechanisme werd opgezet in oktober 2012, in volle crisis. Onder druk van de gebeurtenissen werd een intergouvernementele oplossing bedacht. Het was toen echter al duidelijk dat dit alleen maar kon worden bereikt binnen het kader van de EU-Verdragen, zoals bijvoorbeeld vermeld in de blauwdruk voor een hechte economische en monetaire unie van de Commissie 16

In de loop der jaren heeft het Europees Stabiliteitsmechanisme een doorslaggevende bijdrage geleverd om de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen. Het ESM is daarin geslaagd door aanvullende financiële steun te verlenen aan noodlijdende lidstaten van de eurozone. Het omvormen hiervan tot een Europees Monetair Fonds zal de institutionele verankering ervan verder versterken. Het zal binnen het EU-kader nieuwe synergieën op gang brengen, met name wat betreft transparantie, juridische toetsing en efficiëntie van de financiële middelen van de EU en toetsing, en dus een betere ondersteuning van de lidstaten bieden. Het zal verder ook bijdragen tot een betere samenwerking met de Commissie en een sterkere verantwoording ten aanzien van het Europees Parlement. Dit zal gebeuren zonder afbreuk te doen aan de wijze waarop nationale regeringen door hun nationale parlement ter verantwoording worden geroepen, en met behoud van de toezeggingen van het bestaande Europees Stabiliteitsmechanisme.

Het initiatief neemt de vorm aan van een voorstel voor een verordening van de Raad, dat krachtens artikel 352 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie onderworpen is aan goedkeuring door het Europees Parlement. Artikel 352 maakt het mogelijk het Europees Stabiliteitsmechanisme in het kader van de Unie op te nemen, aangezien dit optreden noodzakelijk is voor de financiële stabiliteit van de eurozone 17 en de Verdragen niet in een andere rechtsgrond hebben voorzien om deze welbepaalde doelstelling te verwezenlijken 18 . Lid 2 van hetzelfde artikel voorziet uitdrukkelijk in een rol voor de nationale parlementen. Historisch gezien waren verschillende besluiten die de weg hebben gebaand voor de invoering van de economische en monetaire unie, gebaseerd op de tegenhanger van artikel 352. Besluiten over het Europees Fonds voor monetaire samenwerking, de Europese munteenheid en de betalingsbalansmechanismen werden bijvoorbeeld genomen op grond van artikel 235 van het Verdrag betreffende de Europese Economische Gemeenschap, de voorganger van artikel 352.

Het voorstel wordt aangevuld met een ontwerp van wat een intergouvernementele overeenkomst voor lidstaten van de eurozone zou kunnen worden, waarbij deze onderling afspreken de financiële middelen van het Europees Stabiliteitsmechanisme naar het Europees Monetair Fonds over te hevelen. Hiermee wordt ook geregeld dat het Fonds het ESM zou opvolgen en in zijn plaats treden, ook wat zijn rechtspositie betreft met al zijn rechten en verplichtingen.

Volgens het vandaag ingediende voorstel zal het Europees Monetair Fonds worden ingesteld als één enkele juridische entiteit naar Unierecht. Het zal het Europees Stabiliteitsmechanisme opvolgen met zijn huidige financiële en institutionele structuren die in wezen bewaard blijven. Dit betekent dat het Europees Monetair Fonds zal voortgaan met het verstrekken van financiële-stabiliteitssteun aan noodlijdende lidstaten, financiële middelen zal blijven aantrekken door de uitgifte van kapitaalmarktinstrumenten en geldmarkttransacties zal blijven verrichten. De leden zullen niet veranderen en de deelname van nog andere lidstaten zal mogelijk blijven zodra zij de euro aannemen.

Aangezien het Europees Monetair Fonds een orgaan van de Unie zou worden, zijn enige gerichte aanpassingen nodig in de huidige structuur van het Europees Stabiliteitsmechanisme. Zo komt er een bekrachtiging door de Raad van de discretionaire besluiten van het Europees Monetair Fonds 19 .

In het vandaag ingediende voorstel wordt een beperkt aantal nieuwe elementen toegevoegd.

In de eerste plaats zal het Europees Monetair Fonds in staat zijn het gemeenschappelijk vangnet voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds te verstrekken. Dit is een belangrijke pijler van de bankenunie, het zogenoemde gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme 20 . Toen het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme in 2013 werd aangenomen, spraken de lidstaten ook af een vangnet te ontwikkelen voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds. Dit was bedoeld als laatste redmiddel dat alleen moest worden geactiveerd indien de onmiddellijk beschikbare middelen ontoereikend zouden blijken als kapitaal of voor liquiditeitsdoeleinden. De lidstaten spraken ook af dat het op middellange termijn begrotingsneutraal zou moeten zijn zodat de potentiële inzet van het vangnet gerecupereerd zou worden van de banksector in de eurozone.

Doordat in de nasleep van de crisis nieuwe regels zijn ontwikkeld inzake het toezicht op en de afwikkeling van banken, zijn de waarschijnlijkheid en de potentiële gevolgen van bankfalen aanzienlijk kleiner geworden. Toch blijft een gemeenschappelijk vangnet onontbeerlijk om de financiële capaciteit van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds te vergroten. Een dergelijk vangnet zal vertrouwen brengen in het bankenstelsel door de geloofwaardigheid van de maatregelen van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds te onderstutten. Zo zou een situatie waarin het vangnet moet worden aangesproken, in feite onwaarschijnlijk worden.

Er bestaat momenteel een ruime consensus dat het Europees stabiliteitsmechanisme – het toekomstige Europees Monetair Fonds – zich in de beste positie bevindt om het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds een vangnet te verschaffen in de vorm van een kredietlijn of garanties. Dat komt tot uiting in het vandaag ingediende voorstel waarin ook passende besluitvormingsprocessen worden opgezet om ervoor te zorgen dat het vangnet indien nodig snel kan worden ingezet. Ook worden speciale regelingen voorgesteld om rekening te houden met de legitieme belangen van de niet tot de eurozone behorende lidstaten die zich aangesloten hebben bij de bankenunie.

In de tweede plaats biedt het voorstel wat de governance betreft de mogelijkheid om in specifieke noodgevallen sneller tot een besluit te komen. Voorgesteld wordt de eenparigheid van stemmen te behouden voor alle grote beslissingen met financiële gevolgen (bijvoorbeeld kapitaalopvragingen). Voor specifieke besluiten inzake stabiliteitssteun, uitbetalingen en de ontplooiing van het vangnet wordt echter een versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen voorgesteld waarbij 85 % van de stemmen vereist is.

In de derde plaats voorziet het voorstel, wat het beheer van programma's voor financiële bijstand betreft, in een meer rechtstreekse betrokkenheid van het EMF, naast de Europese Commissie.

In de vierde plaats wordt in het voorstel de mogelijkheid aangehaald dat het Europees Monetair Fonds nieuwe financiële instrumenten kan ontwikkelen. In de loop van de tijd zouden deze instrumenten andere Europese financiële instrumenten kunnen aanvullen of ondersteunen. Dergelijke synergieën kunnen bijzonder nuttig blijken indien het Europees Monetair Fonds een rol zou gaan spelen bij het ondersteunen van een mogelijke stabilisatiefunctie in de toekomst.

Met deze veranderingen zal het Europees Monetair Fonds zich vestigen als een robuust orgaan voor crisisbeheer binnen het kader van de Unie, dat in volle synergie met andere EU-instellingen optreedt. De Raad en de Commissie zullen hun bevoegdheden en taken inzake economisch en budgettair toezicht en beleidscoördinatie behouden, zoals neergelegd in de EU-Verdragen.

Ook kan de praktische samenwerking worden opgevoerd om te komen tot een betere dienstverlening aan de lidstaten, marktdeelnemers actief te betrekken en duplicering van activiteiten te vermijden. Verdere samenwerking moet worden nagestreefd in het licht van de verdere vooruitgang op weg naar een sterkere economische en monetaire unie.

Voorgestelde verbeteringen van het ESM-bestel

De voorgestelde verordening en de bijlage met het Statuut van het EMF zijn gebaseerd op het ESM-verdrag en de ESM-regelgeving.

Met name de bijlage weerspiegelt grotendeels de tekst van het ESM-verdrag. Een aantal artikelen van het ESM-verdrag worden grotendeels ongewijzigd gelaten. Het betreft artikelen met betrekking tot de kapitaalvoorraad, opvragingen van kapitaal alsmede de verdeelsleutel (artikelen 8, 9 en 11), de artikelen met betrekking tot de instrumenten voor het verstrekken van financiële-stabiliteitssteun aan EMF-leden (artikelen 14 tot en met 18), het prijsstellingsbeleid (artikel 20), de transacties voor het aangaan van leningen (artikel 21), het financieel beheer (artikelen 25 tot en met 28), de interne audit (artikel 33) en de tijdelijke correctie van de bijdragesleutel (artikel 44).

Het voorstel wijkt af van de tekst van het huidige ESM-verdrag en wel om twee redenen, namelijk de juridische samenhang met het wettelijk kader van de EU en beperkte wijzigingen om de werkzaamheden en de besluitvorming van het EMF te versterken.

1) Juridische samenhang met het wettelijk kader van de EU

Ten eerste bevat het voorstel artikelen met wijzigingen die nodig zijn ter wille van de samenhang met het EU-recht: de instelling van het EMF (artikel 1), de rechtsopvolging en de vervanging door het EMF (artikel 2), de invoering van een proces tot goedkeuring door de Raad van besluiten van de Raad van gouverneurs of de Raad van directeurs die blijk geven van politieke discretie (artikel 3) en de daaraan verbonden bekendmakingsvoorschriften (artikel 4) en de speciale bepalingen aangaande de verantwoordingsplicht (artikelen 5 en 6) ten aanzien van het Europees Parlement en de nationale parlementen. Ook zijn twee slotbepalingen opgenomen (artikelen 7 en 8).

Ten tweede bevat de bijlage bij de voorgestelde verordening het Statuut van het EMF. Er zijn wijzigingen ter wille van de consistentie met het EU-recht, zoals: de vaststelling van de kredietverleningscapaciteit (artikel 8), de beginselen voor stabiliteitsoperaties (artikel 12), de opname van het instrument om bijstand te verlenen voor de directe herkapitalisatie van kredietinstellingen (artikel 19), de procedure met betrekking tot de EMF-begroting (artikelen 29 en 30), de jaarrekeningen (artikel 31), het financieel memorandum en de jaarverslagen (artikel 32), de externe audit (artikel 34), het Auditcomité (artikel 35), de zetelovereenkomst (artikel 37), de voorrechten en immuniteiten (artikel 38), de bepalingen inzake het personeel (artikel 39), het beroepsgeheim en de uitwisseling van informatie (artikel 40), de beheersmachtiging met betrekking tot de EFSF (artikel 42), de maatregelen ter bestrijding van fraude (artikel 45), de toegang tot documenten (artikel 46), de taalvereisten (artikel 47).

2) Versterking van de werkzaamheden en de besluitvorming van het EMF

Verder worden in artikelen van het ESM-verdrag wijzigingen aangebracht om een aantal bijkomende doelstellingen te verwezenlijken: uitbreiding van de stemprocedures (artikelen 5 en 6), de aanstellingsprocedure voor de uitvoerend directeur (artikel 7), de invoering van een nieuwe functie ter ondersteuning van de GAR en de dienovereenkomstige wijziging van de EMF-doelstellingen en -beginselen (artikelen 3, 22 tot en met 24), meer flexibiliteit aangaande samenwerkingsovereenkomsten (artikel 41).

3) Concordantietabel

De onderstaande concordantietabel biedt een vergelijkend overzicht van de structuur van het ESM-verdrag aan de linkerzijde en van de voorgestelde verordening en het Statuut van het EMF aan de rechterzijde:

Artikelen van het ESM-verdrag

Overeenstemmende bepalingen van de voorgestelde EMF-verordening en het Statuut van de ECB (“Statuut”)

Artikel 1 (instelling van het ESM)

Artikel 1 van de voorgestelde verordening (instelling van het EMF)

-

Artikel 2 van de voorgestelde verordening (opvolging van en vervanging van het ESM)

-

Artikel 3 van de voorgestelde verordening (rol van de Raad)

-

Artikel 4 van de voorgestelde verordening (bekendmaking)

-

Artikel 5 van de voorgestelde verordening (Europees Parlement)

-

Artikel 6 van de voorgestelde verordening (nationale parlementen)

-

Artikel 7 van de voorgestelde verordening (verwijzingen naar ESM in bestaande Uniewetgeving)

-

Artikel 1 van het Statuut (rechtsstatus van het EMF)

Artikel 2 (leden)

Artikel 2 van het Statuut (leden)

Artikel 3 (doel)

Artikel 3 van het Statuut (doel en taken)

Artikel 4 (structuren en stemprocedure)

Artikel 4 van het Statuut (structuur en stemprocedure)

Artikel 5 (Raad van gouverneurs)

Artikel 5 van het Statuut (Raad van gouverneurs)

Artikel 6 (Raad van bewind)

Artikel 6 van het Statuut (Raad van directeuren)

Artikel 7 (directeur)

Artikel 7 van het Statuut (uitvoerend directeur)

Artikel 8 (maatschappelijk kapitaal)

Artikel 8 van het Statuut (initieel maatschappelijk kapitaal)

Artikel 9 (opvragingen van kapitaal)

Artikel 9 van het Statuut (opvragingen van kapitaal)

Artikel 10 (wijzigingen in het maatschappelijk kapitaal)

Artikel 10 van het Statuut (kapitaalverhogingen)

Artikel 11 (bijdragesleutel)

Artikel 11 van het Statuut (bijdragesleutel)

Artikel 12 (beginselen)

Artikel 12 van het Statuut (beginselen die ten grondslag liggen aan stabiliteitsoperaties van het EMF)

Artikel 13 (procedure voor de toekenning van stabiliteitssteun)

Artikel 13 van het Statuut (procedure voor toekenning van stabiliteitssteun aan EMF-leden)

Artikel 14 (preventieve financiële bijstand van het ESM)

Artikel 14 van het Statuut (preventieve financiële bijstand van het EMF)

Artikel 15 (financiële bijstand voor de herkapitalisatie van financiële instellingen van een ESM-lid)

Artikel 15 van het Statuut (financiële bijstand voor herkapitalisatie van financiële instellingen van een EMF-lid)

Artikel 16 (ESM-leningen)

Artikel 16 van het Statuut (EMF-leningen)

Artikel 17 (steunvoorziening op de primaire markt)

Artikel 17 van het Statuut (steunvoorziening op de primaire markt)

Artikel 18 (steunvoorziening op de secundaire markt)

Artikel 18 van het Statuut (steunvoorziening op de secundaire markt)

Artikel 19 (evaluatie van de lijst van financiële-bijstandinstrumenten)

-

-

Artikel 19 van het Statuut (instrument voor directe herkapitalisatie van kredietinstellingen)

Artikel 20 (prijsstellingsbeleid)

Artikel 20 van het Statuut (prijsstellingsbeleid)

Artikel 21 (transacties voor het aangaan van leningen)

Artikel 21 van het Statuut (transacties voor het aangaan van leningen)

-

Artikel 22 van het Statuut (kredietlijnen of garanties aan de GAR)

-

Artikel 23 van het Statuut (regels die van toepassing zijn op het EMF)

-

Artikel 24 van het Statuut (regels die van toepassing zijn op deelnemende lidstaten die niet de euro als munt hebben, in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013)

Artikel 22 (beleggingsbeleid)

Artikel 25 van het Statuut (beleggingsbeleid)

Artikel 23 (dividendbeleid)

Artikel 26 van het Statuut (dividendbeleid)

Artikel 24 (reservefonds en andere fondsen)

Artikel 27 van het Statuut (reservefonds en andere fondsen)

Artikel 25 (dekking van verliezen)

Artikel 28 van het Statuut (dekking van verliezen)

Artikel 26 (begroting)

Artikel 29 van het Statuut (begroting)

-

Artikel 30 van het Statuut (vaststelling van de begroting)

Artikel 27 (jaarrekening)

Artikel 31 van het Statuut (jaarrekeningen)

-

Artikel 32 van het Statuut (financieel memorandum en jaarverslag)

Artikel 28 (interne audit)

Artikel 33 van het Statuut (interne audit)

Artikel 29 (externe controle)

Artikel 34 van het Statuut (externe audit)

Artikel 30 (Auditcomité)

Artikel 35 van het Statuut (Auditcomité)

Artikel 31 (vestiging)

Artikel 36 van het Statuut (vestiging)

-

Artikel 37 van het Statuut (zetelovereenkomst)

Artikel 32 (voorrechten en immuniteiten)

Artikel 38 van het Statuut (voorrechten en immuniteiten)

Artikel 33 (personeel van het ESM)

Artikel 39 van het Statuut (personeel van het EMF)

Artikel 34 (beroepsgeheim)

Artikel 40 van het Statuut (beroepsgeheim en uitwisseling van informatie)

Artikel 35 (immuniteiten van personen)

-

Artikel 36 (vrijstelling van belasting)

-

Artikel 37 (uitlegging en geschillenbeslechting)

-

Artikel 38 (internationale samenwerking)

Artikel 41 van het Statuut (samenwerking)

Artikel 39 (verhouding met leningen door de EFSF)

-

Artikel 40 (overdracht van EFSF-steun)

-

-

Artikel 42 van het Statuut (beheer van de EFSF)

Artikel 41 van het Statuut (betaling van het aanvangskapitaal)

Artikel 43 van het Statuut (betaling van initieel kapitaal)

Artikel 42 (tijdelijke correctie van de bijdragesleutel)

Artikel 44 van het Statuut (tijdelijke correctie van de bijdragesleutel)

Artikel 43 (eerste benoemingen)

-

Artikel 44 (toetreding)

-

Artikel 45 (bijlagen)

-

Artikel 46 (neerlegging)

-

Artikel 47 (bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding)

-

Artikel 48 (inwerkingtreding)

Artikel 8 van de voorgestelde verordening

-

Artikel 45 van het Statuut (fraudebestrijding)

-

Artikel 46 van het Statuut (toegang tot documenten)

-

Artikel 47 van het Statuut (taalvereisten)

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Met haar voorstel tot instelling van het EMF rust de Unie zich toe met een orgaan van de Unie om doortastend op te treden ter bescherming van de financiële stabiliteit van haar lidstaten. Meer bepaald zal de Unie, in combinatie met de permanente faciliteit voor betalingsbalanssteun op middellange termijn aan niet tot de eurozone behorende lidstaten uitgerust zijn met een volledig gamma van permanente faciliteiten voor financiële stabiliteit die alle lidstaten dekken, en kan zij gebruikmaken van aanzienlijke financiële middelen die verder gaan en hoger zijn dan de middelen die via het EFSM beschikbaar zijn.

De voorgestelde verordening tot instelling van het EMF is ook een logische stap ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 472/2013. In deze laatste verordening heeft de Unie haar bevoegdheid op het gebied van financiële bijstand en de daarmee samenhangende coördinatie van het economisch beleid bevestigd maar heeft zij ook aangetoond dat zij in staat is te voorzien in passende regelingen, waarin de democratische legitimiteit van haar kader gecombineerd wordt met de efficiëntie van haar besluitvormingsstructuren. De oprichting van het EMF binnen het kader van de Unie is dus volledig in overeenstemming met de beleidsinitiatieven van de Unie in het verleden en vormt een aanvulling op eerdere maatregelen in dit verband.

Voorts vormt de invoering van het vangnetmechanisme ter ondersteuning van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad een aanvulling op recente initiatieven om de band tussen de financiën van de lidstaten en hun bankstelsels op beslissende wijze af te zwakken. Door de GAR te belasten met het ontwerp en de uitvoering van regelingen voor het afwikkelen van kredietinstellingen vormde Verordening (EU) nr. 806/2014 naast Richtlijn 2014/59/EU een belangrijke stap in deze richting. De verordening machtigt de GAR om financiële regelingen op te zetten. Het voorstel voorziet in de uitvoering hiervan en bepaalt duidelijk dat financiële middelen die de GAR van het EMF leent, volledig teruggewonnen moeten worden van het bankstelsel.

Ook toekomstige beleidsinitiatieven, zoals de oprichting van een stabilisatiefunctie, zijn denkbaar in deze context. Een stabilisatiefunctie wordt bepaald door de mogelijkheid om middelen snel en automatisch te activeren, volgens vooraf omschreven toelaatbaarheidscriteria. Het zou de bedoeling zijn deze middelen te gebruiken om de gevolgen van asymmetrische schokken op te vangen. In geval van een recessie zouden de lidstaten eerst hun automatische stabilisatoren en discretionaire begrotingsmaatregelen aanwenden in overeenstemming met het stabiliteits- en groeipact (SGP). Het SGP voorziet in aanvullende buffers en schrijft voor dat een kleinere budgettaire inspanning moet worden geleverd in moeilijke economische omstandigheden. Alleen indien deze buffers en stabilisatoren niet volstaan in het geval van grote asymmetrische schokken, zou de stabilisatiefunctiesnel en automatisch worden geactiveerd. Het EMF zou de toepassing van een dergelijke functie ondersteunen door de nodige marktfinanciering die verbonden is aan het activeren van de functie, te organiseren en beschikbaar te stellen.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 352 VWEU. Om dit artikel te gebruiken, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan. De eerste twee voorwaarden zijn dat er in de Verdragen geen specifieke rechtsgrondslag bestaat en dat het optreden plaatsvindt binnen het kader van het beleid van de Unie. Het Europese Hof van Justitie heeft reeds geoordeeld dat aan deze twee voorwaarden is voldaan wat het ESM betreft (in de zaak Pringle 21 ). In het kader van het economisch beleid van de Unie, als bedoeld in titel VIII “Economisch en monetair beleid” van deel III van het VWEU, is niet voorzien in de nodige bevoegdheden voor de Unie om een orgaan van de Unie op te richten dat belast is met het verstrekken van financiële steun voor de vrijwaring van de financiële stabiliteit van de eurozone. Bij gebreke van dergelijke bevoegdheden kan de Raad op basis van artikel 352 VWEU, op voorstel van de Commissie en na goedkeuring van het Europees Parlement, met eenparigheid van stemmen de passende maatregelen vaststellen. De derde voorwaarde is de verwezenlijking van een doelstelling van het Verdrag. De noodzaak van een orgaan zoals het ESM om de financiële stabiliteit van de eurozone te vrijwaren is gebaseerd op feitelijke elementen en wordt bevestigd door artikel 136, lid 3, VWEU en de tweede overweging van het ESM-verdrag, die verwijzen naar het huidige ESM als “een stabiliteitsmechanisme dat geactiveerd wordt indien dat onontbeerlijk is om de stabiliteit van de eurozone in haar geheel te waarborgen”. De oprichting van het EMF is nodig om bij te dragen aan het waarborgen van de financiële stabiliteit van de eurozone in haar geheel, van haar lidstaten en van de niet tot de eurozone behorende lidstaten die aan de bankenunie deelnemen op basis van een overeenkomst voor nauwe samenwerking met de ECB in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad.

De opname van het ESM in het kader van de Unie door middel van een verordening op grond van artikel 352 VWEU zou zorgen voor een naadloze voortzetting van de activiteiten en een directe rechtsopvolging tussen het bestaande ESM en het nieuwe orgaan van de Unie (het EMF). De lidstaten van de eurozone zouden overeenkomen om het kapitaal van het ESM aan dit orgaan te verbinden, via een vereenvoudigd multilateraal besluit.

Artikel 352 VWEU kan ook worden gebruikt om het ESM extra taken toe te kennen wanneer het in de Unie is opgenomen.

Hoewel een maatregel op grond van artikel 352 VWEU in de Raad (EU28) met eenparigheid van stemmen wordt aangenomen, kan de toepassing van deze maatregel worden beperkt tot een deel van de lidstaten wanneer de beperking op een objectieve reden berust. Het feit dat het ESM alleen tot doel heeft de financiële stabiliteit van de eurozone te garanderen, rechtvaardigt dat het lidmaatschap ervan beperkt is tot de lidstaten van de eurozone. Bijgevolg zou het voorgestelde EMF kunnen werken zoals het ESM momenteel doet, met een ondersteuning die alleen beschikbaar is voor de lidstaten van de eurozone en een interne governancestructuur die uit diezelfde lidstaten bestaat.•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De financiële stabiliteit van de economische en monetaire unie en van de lidstaten die deelnemen aan de bankenunie heeft een Uniewijde dimensie. Gezien de sterke verwevenheid tussen de lidstaten van de eurozone kunnen ernstige risico's voor de financiële stabiliteit van de lidstaten de financiële stabiliteit van andere lidstaten en van de eurozone in haar geheel in gevaar brengen.

In de voorgestelde verordening wordt een kader vastgesteld om steun voor financiële stabiliteit te verstrekken aan lidstaten die de euro als munt hebben, en wordt ook een nieuwe functie ingesteld die erin bestaat financiële middelen te verstrekken aan de GAR. Wat deze functie betreft, zal het EMF gemachtigd zijn de GAR kredietlijnen en garanties te verstrekken die kunnen dienen als vangnet voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds.

De lidstaten en de nationale autoriteiten zijn niet in staat eenzijdig de risico's voor de financiële stabiliteit aan te pakken waarmee zij geconfronteerd worden door het feit dat de financiële markten over de nationale rechtsgebieden heen grensoverschrijdende activiteiten ontwikkelen. Daarnaast ondervinden de lidstaten moeilijkheden om hun eigen risico's in te perken. De lidstaten en de nationale autoriteiten kunnen niet op eigen houtje de systeemrisico's aanpakken die een andere lidstaat of de kredietinstellingen ervan kunnen veroorzaken voor de financiële stabiliteit van de Unie als geheel.

De doelstellingen van deze verordening kunnen niet voldoende door de afzonderlijke lidstaten worden verwezenlijkt en kunnen derhalve vanwege de omvang van het optreden beter door de Unie worden verwezenlijkt, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel van artikel 5, lid 3, VWEU.

Evenredigheid

Het voorstel beoogt de financiële stabiliteit te waarborgen in de eurozone en in de EU in haar geheel, in haar lidstaten en in de lidstaten die deelnemen aan de bankenunie. Het voorstel bevat een gestroomlijnd kader om financiële-stabiliteitssteun te verlenen aan leden van het EMF en kredietlijnen en garanties te verstrekken ter ondersteuning van de GAR met betrekking tot de financiering van potentiële afwikkelingsmaatregelen in de lidstaten die aan de bankenunie deelnemen.

Het voorstel omschrijft de verschillende functies en bevoegdheden voor alle bestuursorganen van het EMF en andere betrokken instellingen van de Unie. Het regelt ook de financiële instrumenten waarover het EMF beschikt om zijn doelstellingen te verwezenlijken.

Door in de Unie een centrale autoriteit in te stellen die belast is met het verstrekken van financiële bijstand aan lidstaten, draagt het voorstel bij tot het aanpakken van de risico’s voor de financiële stabiliteit van de eurozone en haar lidstaten, zonder af te doen aan de budgettaire verantwoordelijkheden van de lidstaten aangezien het begunstigde EMF-lid moet voldoen aan strenge beleidsvoorwaarden die aangepast zijn aan het gekozen instrument voor financiële bijstand en de te remediëren tekortkomingen. Voorts wordt het EMF belast met het verstrekken van financiële steun aan de GAR. Met haar interventies zal het EMF ertoe bijdragen de negatieve terugkoppelingseffecten tussen overheidsfinanciën, banken en de reële economie te doorbreken, wat cruciaal is voor een soepele werking van de EMU.

Tegelijkertijd gaat het voorstel niet verder dan hetgeen nodig is om het doel van het EMF te bereiken, namelijk de vermindering van de risico’s voor de financiële stabiliteit van de eurozone en haar lidstaten. Elke steun die door het EMF aan EMF-leden wordt verleend, is onderworpen aan beleidsvoorwaarden die erop gericht zijn de tekortkomingen in deze lidstaten aan te pakken met het oog op een snelle terugkeer tot een gezonde en houdbare economische en financiële situatie en het herstel en de versterking van de capaciteit van de leden om zich volledig te financieren op de financiële markten.

Keuze van het instrument

Deze handeling krijgt de vorm van een verordening aangezien binnen het kader van de Unie een nieuw orgaan wordt opgericht dat bijdraagt tot het waarborgen van de financiële stabiliteit, en moet verbindend in al haar onderdelen zijn en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Grondrechten

De EU hecht aan hoge normen inzake de bescherming van grondrechten en is partij bij een ruim aantal mensenrechtenverdragen. In dit verband kan het voorstel een direct effect hebben op deze rechten, zoals opgesomd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“Handvest”), dat integrerend deel uitmaakt van de EU-Verdragen, en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (“EVRM”). 

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en strookt met de rechten, vrijheden en beginselen die in het Handvest zijn erkend, en in het bijzonder het recht op collectieve onderhandelingen en op collectieve actie, de bescherming van persoonsgegevens en het recht van inzage in documenten, en moet overeenkomstig deze rechten en beginselen worden toegepast. Door het huidige ESM in het kader van de Unie op te nemen wordt het toepassingsgebied van het Handvest dienovereenkomstig verruimd.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel heeft naar verwachting geen gevolgen voor de begroting. Op het kapitaal van het EMF zal worden ingeschreven door de lidstaten van de eurozone. De begroting van de Unie wordt niet aansprakelijk voor de uitgaven of verliezen van het EMF. Het EMF zal ook een zelfgefinancierde begroting hebben.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Artikelsgewijze toelichting

Deel I van de voorgestelde verordening (artikelen 1 en 2) regelt de instelling van het EMF in het kader van de Unie. Voorts wordt in dit deel ook voorzien in een regeling voor aangelegenheden die te maken hebben met de opvolging van het ESM door het EMF. De lidstaten van de eurozone moeten overeenkomen om het kapitaal van het ESM aan dit orgaan te verbinden, door individuele toezeggingen of via een vereenvoudigd multilateraal besluit. Zoals verder ontwikkeld in het Statuut, zou het maatschappelijk kapitaal van het EMF ongewijzigd blijven ten opzichte van het kapitaal van het ESM.

Deel II van de voorgestelde verordening (artikelen 3 tot en met 6) bepaalt de rechtsgronden, rekening houdend met de rechtspraak Meroni van het Hof van Justitie, voor de rol van de Raad. Deze moet de discretionaire beslissingen van de Raad van gouverneurs en de Raad van bestuur goedkeuren. Verder wordt voorzien in regelingen voor de verantwoordingsplicht van het EMF ten aanzien van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Dergelijke regelingen bestaan momenteel niet voor het ESM in het ESM-verdrag. Het EMF moet bij de instellingen van de Unie jaarlijks een verslag indienen samen met de jaarrekening en het financieel memorandum. De uitvoerend directeur kan door het Parlement worden uitgenodigd of om een uitnodiging verzoeken. Het EMF moet ook antwoorden op mondelinge en schriftelijke vragen van het Parlement. Juist zoals voor de GAR en het GTM het geval is, moet de mogelijkheid worden geregeld om vertrouwelijke mondelinge discussies te voeren rekening houdend met de gevoelige en vertrouwelijke aard van de besprekingen in het kader van taken die het EMF verricht. Voorts voorziet de verordening in vergelijking met de huidige situatie in het ESM-verdrag ook in een meer expliciete toezichthoudende rol voor de nationale parlementen. Een dergelijke rol is gerechtvaardigd in het licht van de impact die besluiten van het EMF hebben op het politieke bestel van zijn leden.

Deel III van de voorgestelde verordening (artikelen 7 en 8) regelt de verwijzingen naar het ESM in de wetgeving van de Unie alsmede de inwerkingtreding van de voorgestelde verordening.

Deel I van het Statuut van het EMF als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening (artikelen 1 tot en met 3) heeft betrekking op de rechtsstatus van het EMF. Het EMF is een orgaan van de Unie met rechtspersoonlijkheid. Verder worden de leden van het EMF bepaald (artikel 2). De leden zijn de lidstaten van de eurozone. Dit stemt overeen met het huidige lidmaatschap van het ESM. Ook is een bepaling vastgesteld met betrekking tot de doelstellingen en de taken van het EMF. Op dezelfde wijze als in de ESM-architectuur zal het EMF financiële-stabiliteitssteun verstrekken aan zijn leden (de lidstaten van de eurozone). Naast de enige taak die het ESM nu vervult, zou aan het EMF ook een nieuwe taak worden toegekend, namelijk het verstrekken van kredietlijnen of garanties ter ondersteuning van de GAR voor de vangnetregeling van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds. Deze kan dienen als een publieke financiële regeling (vangnet) in de zin van artikel 74 van Verordening nr. 806/2014.

Deel II van het Statuut van het EMF als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening (artikelen 4 tot en met 7) heeft betrekking op de organisatie en het besluitvormingsproces, waaronder de toepasselijke stemprocedure van het EMF. Zoals het ESM zal het EMF beschikken over een Raad van gouverneurs, een Raad van directeuren en een uitvoerend directeur, die wordt bijgestaan door een Raad van bestuur. De categorieën stemregels waarin het ESM-verdrag voorzag, zullen dezelfde blijven in het EMF. Vier soorten stemregels moeten worden onderscheiden: (i) eenparigheid van stemmen; (ii) versterkte gekwalificeerde meerderheid (85 %), iii) gekwalificeerde meerderheid (80 %), en iv) een gewone meerderheid van stemmen. Zoals in de regels van het ESM-verdrag is de eenparigheid behouden voor besluiten met grote directe financiële gevolgen voor de lidstaten (bv. besluiten over de kredietverleningscapaciteit, over niet dringend noodzakelijke kapitaalopvragingen). De besluiten met betrekking tot het verlenen van financiële steun of uitbetalingen aan EMF-leden zijn echter overgebracht van de procedure in onderlinge overeenstemming naar die met versterkte gekwalificeerde meerderheid (85 %). Voorts is in tegenstelling tot de huidige aanstellingsprocedure voor de uitvoerend directeur een adviserende rol toebedeeld aan het Europees Parlement. In overeenstemming met de ESM-regelgeving zijn verdere verduidelijkingen aangebracht in de rol van de uitvoerend directeur en in de Raad van bestuur van het EMF. Ten slotte bepaalt deel II ook regels inzake de bezoldiging van leden en plaatsvervangers van de Raad van gouverneurs en de Raad van directeuren.

Deel III van het Statuut van het EMF als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening (artikelen 8 tot en met 11) heeft betrekking op het maatschappelijk kapitaal van het EMF en de kredietverleningscapaciteit. De kredietverleningscapaciteit en het maatschappelijk kapitaal van het EMF moeten volledig worden gehandhaafd in vergelijking met de huidige situatie in het ESM. De bestaande mogelijkheid om het maatschappelijk kapitaal en de kredietverleningscapaciteit van het EMF te wijzigen, wordt behouden.

Deel IV van het Statuut van het EMF als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening (artikelen 12 tot en met 21) bepaalt de beginselen die ten grondslag liggen aan de financiële steun van het EMF, de procedure voor het verlenen van financiële-stabiliteitssteun aan EMF-leden en de daaraan verbonden financiële instrumenten die ter beschikking van het EMF staan. Deze beginselen en procedures zijn dezelfde als die waarin het ESM-verdrag voorzag, met uitzondering van de regel dat het EMF een rol zal worden toebedeeld bij de onderhandelingen over en de ondertekening van het memorandum van overeenstemming dat de verlening van financiële-stabiliteitssteun vergezelt. Er is ook een uitdrukkelijke verwijzing naar artikel 152 VWEU en het Handvest van de grondrechten opgenomen om te bevestigen dat de verordening in de context van verstrekking van financiële-stabiliteitssteun aan EMF-leden niet afdoet aan het recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie. Naast de instrumenten waarin het ESM-verdrag reeds voorzag met betrekking tot het verlenen van financiële-stabiliteitssteun aan lidstaten van de eurozone, wordt ook het instrument voor directe herkapitalisatie van kredietinstellingen opgenomen. Dit instrument werd pas na de inwerkingtreding van het ESM-verdrag gecreëerd op basis van de machtigingsclausule in artikel 19.

Deel V van het Statuut van het EMF (artikelen 22 tot en met 24) gevoegd bij de voorgestelde verordening heeft betrekking op de instelling van een vangnet door het EMF en de niet tot de eurozone behorende lidstaten die aan de bankenunie deelnemen. Het verstrekken van kredietlijnen en garanties aan de GAR zal voor het EMF een volledig nieuwe taak vormen in vergelijking met de huidige doelstelling en taken van het ESM. Voor het gecombineerde bedrag van uitstaande vastleggingen voor het vangnet van het GAF geldt een maximum van 60 000 miljoen EUR. Dit maximumbedrag kan worden verhoogd. De Raad van gouverneurs dient in overleg met de niet tot de eurozone behorende lidstaten van de bankenunie de financiële voorwaarden voor deze steun aan de GAR vast te stellen. Om ervoor te zorgen dat deze steun vlot beschikbaar kan worden gesteld, kan de uitvoerend directeur besluiten de kredietlijn op te nemen of garanties op passiva van de GAR te verlenen. Ingeval steun wordt gevraagd met betrekking tot een afwikkelingsregeling, kan de GAR om deze steun verzoeken voordat de afwikkelingsregeling wordt goedgekeurd.

Deel VI van het Statuut van het EMF (artikelen 25 tot en met 28) als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening behandelt het financiële beheer van het EMF. Deze bepalingen stemmen overeen met die van het ESM-verdrag.

Deel VII van het Statuut van het EMF (artikelen 29 tot en met 35) als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening heeft betrekking op de financiële bepalingen van het EMF. Deze voorschriften stemmen overeen met die van het ESM-verdrag en de ESM-regelgeving. De bepalingen behandelen de begroting van het EMF, de vaststelling daarvan, de jaarrekening, het financieel memorandum en het jaarverslag, de interne en externe auditfunctie en de rol van het Auditcomité.

Deel VIII van het Statuut van het EMF (artikelen 36 tot en met 41) als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening bevat een aantal bepalingen inzake de vestiging van het EMF en de mogelijkheid om een zetelovereenkomst te sluiten. Voorts geniet het EMF de in protocol nr. 7 vastgelegde voorrechten en immuniteiten. Het huidige stelsel van voorrechten en immuniteiten zoals bepaald in het ESM-verdrag kan om juridische redenen niet worden gehandhaafd. Deel VIII bepaalt ook de regels die van toepassing zijn op het personeel van het EMF. Er moeten voorschriften worden opgenomen met betrekking tot vertrouwelijkheid en uitwisseling van informatie. Dergelijke voorschriften, die van verschillende aard zijn, zijn ook te vinden in de regelgeving van het ESM.

Deel IX van het Statuut van het EMF (artikelen 42 tot en met 44) als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening voorziet in een overgangsregeling voor de betaling van de bijdrage aan het maatschappelijk kapitaal door nieuwe EMF-leden. De regeling weerspiegelt die voor de ESM-leden in het ESM-verdrag met dien verstande dat het artikel in deze verordening alleen van toepassing op is op nieuwe leden die zullen toetreden wanneer zij in de toekomst de euro aannemen. Het voorschrift inzake de tijdelijke correctie van de kapitaalbijdragesleutel waarin het ESM-verdrag voorziet, zal ook ongewijzigd blijven in het kader van het EMF.

Deel X van het Statuut van het EMF (artikelen 45 tot en met 47) als bijlage gevoegd bij de voorgestelde verordening bevat een aantal bepalingen inzake transparantie. Ook wordt voorzien in regels inzake fraudebestrijding, toegang tot documenten en taalvereisten.

 

2017/0333 (APP)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot instelling van het Europees Monetair Fonds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 352,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank 22 ,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De ongekende economische en financiële crisis die de wereld en de Unie sinds 2007 heeft getroffen, vormde een ernstige bedreiging voor de financiële stabiliteit en ondergroef de economische groei, wat geleid heeft tot een opflakkering van het overheidstekort en een aantasting van de schuldpositie van verschillende lidstaten, waardoor een aantal onder hen een beroep heeft moeten doen op financiële bijstand binnen en buiten het kader van de Unie.

(2)Uit deze crisis is gebleken dat de Unie niet over voldoende solide instrumenten beschikte om snel en daadkrachtig op te treden tegen bedreigingen van haar financiële stabiliteit. Deze instrumenten zijn van essentieel belang voor de stabiliteit van de eurozone, haar lidstaten, haar burgers en andere economische actoren en zijn cruciaal om het vertrouwen in de gemeenschappelijke munt te versterken.

(3)In antwoord op de uitzonderlijke situatie waarin de kredietpositie van een aantal lidstaten sterker achteruitging dan de economische fundamentals aangaven, hetgeen de financiële stabiliteit van de Unie bedreigde, werden een aantal maatregelen genomen waarvan sommige buiten het kader van de Unie.

(4)In de eerste plaats werd in 2010 het Europees financieel stabilisatiemechanisme (“EFSM”) opgericht waarmee de Unie financiële steun kon verstrekken aan lidstaten. Met dit mechanisme kon de Unie op gecoördineerde, snelle en actieve wijze reageren op acute moeilijkheden in een specifieke lidstaat, weliswaar met een beperkte financiële capaciteit en op een louter tijdelijke basis.

(5)In de tweede plaats werd door de lidstaten die de euro als munt hebben, onderling de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit (“EFSF”) opgericht, op tijdelijke basis. De EFSF heeft financiële bijstand verleend aan Ierland, Portugal en Griekenland. De bijstand werd door de EFSF gefinancierd door de uitgifte van obligaties en andere schuldinstrumenten op de kapitaalmarkten. De EFSF verleent geen verdere financiële bijstand aangezien deze taak momenteel uitsluitend wordt verricht door het Europees Stabiliteitsmechanisme (“ESM”).

(6)In de derde plaats bereikte de Europese Raad op 17 december 2010 overeenstemming over de noodzaak voor lidstaten die de euro als munt hebben om ter vervanging van de EFSF een permanent stabiliteitsmechanisme op te richten voor de toekenning van mogelijke nieuwe financiële steun.

(7)Het ESM werd als internationale financiële instelling opgericht bij het verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme van 2 februari 2012, dat gesloten werd buiten het kader van de Unie. Het ESM verrichtte de taak van de EFSF, namelijk het verlenen van financiële bijstand aan lidstaten die de euro als munt hebben, en werd operationeel in oktober 2012.

(8)In de loop der jaren heeft het ESM een doorslaggevende bijdrage geleverd om de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen. Het ESM is daarin geslaagd door aanvullende financiële steun te verlenen aan noodlijdende lidstaten van de eurozone. Het omvormen hiervan tot een Europees Monetair Fonds (“EMF”) zal de institutionele verankering ervan verder versterken. Het zal binnen het EU-kader nieuwe synergieën op gang brengen, met name wat betreft transparantie, efficiëntie van de financiële middelen van de EU en juridische toetsing, en dus een betere ondersteuning van de lidstaten opleveren. Het zal ook bijdragen tot een betere verdere samenwerking met de Commissie en een sterkere verantwoording ten aanzien van het Europees Parlement. Dit zal gebeuren zonder afbreuk te doen aan de wijze waarop nationale regeringen door hun nationale parlement ter verantwoording worden geroepen, en met behoud van de toezeggingen van het ESM.

(9)De opname van het ESM in het kader van de Unie door de oprichting van het EMF draagt ook bij tot meer transparantie en verantwoording in de economische en monetaire unie (“EMU”). Op het toppunt van de crisis werden verreikende beslissingen genomen voor lidstaten die de euro als munt hebben en voor de burgers van deze lidstaten. De centrale rol die het ESM speelde bij het ondersteunen, onder strikte voorwaarden, van de financiële stabiliteit, rechtvaardigt de opname van dit mechanisme in het kader van de Unie zodat meer dialoog, wederzijds vertrouwen en een grotere democratische verantwoordingsplicht en legitimiteit in de besluitvormingsprocessen van de Unie worden gegarandeerd. Het EMF dient derhalve verantwoording af te leggen aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(10)Om de democratische controle door het Europees Parlement te versterken, dient het EMF jaarlijks verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn taken. Het Parlement moet het recht hebben mondelinge en schriftelijke vragen te stellen en hoorzittingen te organiseren. Gezien de gevoelige aard van de activiteiten van het EMF en het effect daarvan op de financiële markten moet het Parlement de mogelijkheid krijgen om met de uitvoerend directeur van het EMF vertrouwelijke mondelinge besprekingen te organiseren over de voortgang in het proces met betrekking tot de toekenning of tenuitvoerlegging van financiële steun aan een EMF-lid alsmede de verstrekking van financiële steun aan de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (“GAR”).

(11)Omwille van de transparantie en de democratische controle moeten de nationale parlementen gerechtigd zijn informatie over de activiteiten van het EMF te verkrijgen en een dialoog met het EMF aan te gaan. Het nationaal parlement van een EMF-lid moet in staat zijn, gelet op de gevolgen van de maatregelen voor het betrokken EMF-lid, de uitvoerend directeur uit te nodigen voor een discussie over de voortgang in de tenuitvoerlegging van een operatie voor financiële-stabiliteitssteun. Een dergelijke gedachtewisseling kan ook het begrip tussen het EMF en het betrokken EMF-lid verder stimuleren.

(12)Het VEU en het VWEU hebben niet voorzien in de vereiste bevoegdheden, in de vorm van een specifieke rechtsgrondslag, om een permanent orgaan op te richten dat belast zou zijn met het verstrekken van financiële steun ter waarborging van de financiële stabiliteit van de eurozone en van de lidstaten die niet de euro als munt hebben maar deelnemen aan de bankenunie.

(13)Bij gebreke van een dergelijke specifieke rechtsgrondslag kan de Raad, met de instemming van het Europees Parlement, een EMF oprichten als maatregel die nodig is om een van de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken in de zin van artikel 352 VWEU.

(14)Gezien de sterke verwevenheid tussen de lidstaten die de euro als munt hebben, kunnen ernstige risico's voor de financiële stabiliteit van deze lidstaten de financiële stabiliteit van de eurozone in haar geheel in gevaar brengen. Daarom dient het EMF steun voor financiële stabiliteit te bieden aan lidstaten die de euro als munt hebben wanneer dit noodzakelijk is om de financiële stabiliteit van de eurozone of haar lidstaten te waarborgen.

(15)Een optreden van de Unie is bijgevolg nodig om de doelstellingen te verwezenlijken inzake het instellen van een economische en monetaire unie die de euro als munt heeft overeenkomstig artikel 3, lid 4, VEU en inzake het waarborgen van de duurzame ontwikkeling van Europa op basis van een evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit alsmede een sociale-markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang overeenkomstig artikel 3, lid 3, VEU. Meer concreet wordt door het waarborgen van de financiële stabiliteit van de eurozone, van de lidstaten die de euro als munt hebben en van de lidstaten die niet de euro als munt hebben en aan de bankenunie deelnemen, beoogd een diepere, rechtvaardigere en veerkrachtigere economische en monetaire unie tot stand te brengen.

(16)Aangezien de doelstellingen van deze verordening niet voldoende kunnen worden verwezenlijkt door de afzonderlijke lidstaten maar derhalve wegens de omvang van het optreden beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel als vervat in artikel 5 VEU.

(17)Het EMF dient overeenkomstig het Unierecht te worden ingesteld als een orgaan van de Unie met rechtspersoonlijkheid.

(18)Het EMF moet geregeld worden door deze verordening en het Statuut van het EMF dat er een integrerend deel van uitmaakt. Het Statuut van het EMF moeten de toepasselijke bepalingen bevatten inzake de rechtsvorm, de leden, de doelstellingen en de taken van het EMF, de organisatie en het interne besluitvormingsproces, de kredietverleningscapaciteit en het kapitaal van het EMF, de regels voor het verlenen van stabiliteitssteun aan lidstaten die de euro als munt hebben en de steun van het EMF aan de GAR, de regels met betrekking tot de financiële bepalingen en het financiële beheer van het EMF en de overgangsregelingen voor de betaling van de bijdrage aan het aanvangskapitaal door nieuwe EMF-leden en de regels inzake de tijdelijke correctie van de EMF-bijdragesleutel alsmede een aantal algemene bepalingen.

(19)Om te zorgen voor een naadloze voortzetting van de activiteiten en de vereiste rechtszekerheid, moet het EMF in de plaats treden van het ESM en het in zijn rechtspositie opvolgen, met inbegrip van al zijn rechten en verplichtingen.

(20)De rechtsopvolging van het ESM door het EMF creëert voor de lidstaten die de euro als munt hebben geen nieuwe financiële verplichtingen wat betreft hun bijdrage aan het maatschappelijk kapitaal van het EMF waarop zij reeds hebben ingeschreven.

(21)Gezien de juridische aard van het ESM als internationale financiële instelling op basis van een internationale overeenkomst tussen de lidstaten die de euro als munt hebben, dient de Raad van gouverneurs als hoogste besluitvormingsorgaan van het ESM dat de verdragsluitende partijen bij het ESM-verdrag vertegenwoordigt, zijn voorafgaande toestemming te geven aan deze opvolging en overdracht van het geplaatste kapitaal. De opvolging moet worden voltooid bij de inwerkingtreding van deze verordening of de instemming van het ESM, indien deze later valt.

(22)Alle lidstaten die de euro als munt hebben en die thans verdragsluitende partij zijn bij het ESM-verdrag, moeten bij de inwerkingtreding van deze verordening lid van het EMF worden. Een lidstaat die de euro aanneemt, moet als gevolg daarvan EMF-lid worden met alle rechten en verplichtingen conform die van de bestaande EMF-leden.

(23)De rechten van een nieuw EMF-lid uit hoofde van deze verordening, met inbegrip van het stemrecht, moet afhankelijk worden gesteld van de inschrijving op hun bijdrage aan het maatschappelijk kapitaal.

(24)Overgangsbepalingen die vergelijkbaar zijn met die waarin het ESM-verdrag voorziet, moeten worden vastgesteld voor nieuwe EMF-leden die de euro aannemen na de inwerkingtreding van deze verordening. Voor deze leden moet het mogelijk zijn de bijdrage aan het EMF-kapitaal te betalen in termijnen. Nieuwe EMF-leden waarvan het bbp per capita minder dan 75 procent van het bbp van de Unie per capita bedraagt in het jaar voorafgaand aan hun toetreding tot het EMF, moeten een tijdelijke correctie genieten van de bijdragesleutel voor de betaling van het kapitaal van het EMF. In een dergelijk geval moet de tijdelijke correctie gelden voor een periode van twaalf jaar.

(25)De door het EMF verleende stabiliteitssteun moet gebonden zijn aan strikte beleidsvoorwaarden. Deze voorwaarden moeten aangepast zijn aan het gekozen instrument voor financiële bijstand.

(26)De beleidsvoorwaarden die aan de faciliteit voor financiële bijstand worden verbonden, moeten worden omschreven in een memorandum van overeenstemming (“MoU”) en moeten volledig consistent zijn met de maatregelen tot coördinatie van het economisch beleid die op grond van het VWEU zijn vastgesteld. Een sociale-effectenbeoordeling moet dienen als basis voor de onderhandelingen over het MoU en moet fungeren als leidraad om de uitvoering van het MoU te volgen en te controleren.

(27)Het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (“GTM”), ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad 23 , en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (“GAM”), ingesteld bij Verordening nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad 24 , werden in reactie op de crisis opgericht als verdere stappen in de richting van een bankenunie, en hebben betrekking op de lidstaten die de euro als munt hebben en de lidstaten die niet de euro als munt hebben maar ervoor kiezen deel te nemen aan het GTM (“deelnemende lidstaten”), overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1024/2013, waardoor deze onderworpen zijn aan de toezichtsbevoegdheden van de ECB en de afwikkelingsbevoegdheden van de GAR ten aanzien van hun kredietinstellingen.

(28)Toezicht en afwikkelingsoperaties op het niveau van de Unie liggen ten grondslag aan de invoering van een bankenunie. Het EMF moet derhalve financiële steun verlenen aan de GAR, de bij Verordening nr. 806/2014 ingestelde centrale afwikkelingsautoriteit, door middel van kredietfaciliteiten of garanties voor de taken die de GAR uitvoert of zal uitvoeren ten aanzien van kredietinstellingen in de bankenunie.

(29)Als onderdeel van de creatie van het GAM werd het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (“GAF”) opgericht. Het wordt gefinancierd met bijdragen van de banken die op nationaal niveau worden geïnd en op het niveau van de Unie worden gepoold. Overeenkomstig artikel 74 van Verordening nr. 806/2014 kan de GAR ten behoeve van het GAF publieke financiële regelingen treffen betreffende extra financieringsmiddelen die gebruikt kunnen worden wanneer de vooraf en achteraf te betalen bijdragen niet toereikend zijn om aan de verplichtingen van het Fonds te voldoen.

(30)Het EMF moet beschikken over voldoende financiële middelen om zijn taken effectief uit te voeren. Gelet op de beperkte eigen middelen van de Unie moeten de EMF-leden voorzien in de nodige middelen in ruil voor de bij deze verordening vastgestelde rechten. Dit dient tot uiting te komen in passende governanceregelingen en stemregels zodat de leden voldoende toezicht kunnen houden op de besteding van de middelen die zij verlenen.

(31)Rekening houdend met de specifieke financiële structuur van het EMF moeten de stemrechten van elk EMF-lid het gewicht van hun individuele financiële bijdrage aan het EMF weerspiegelen. De besluitvorming in de bestuursorganen van het EMF moet daarom plaatsvinden in overeenstemming met de stemregels die voortbouwen op de reeds bestaande van het ESM-verdrag, om te zorgen voor een zo groot mogelijke continuïteit in de bestaande stempraktijk.

(32)Indien lidstaten die niet de euro als munt hebben, deelnemen aan de bankenunie, moeten hun vertegenwoordigers de vergaderingen van de Raad van gouverneurs bijwonen voor besprekingen met betrekking tot het gebruik van kredietlijnen of garanties ter ondersteuning van de GAR.

(33)De Raad van gouverneurs en de Raad van directeuren moeten, indien zij dit nodig of passend achten, vaste of ad-hoccomités of hulporganen kunnen oprichten om zichzelf of de uitvoerend directeur te laten adviseren of anderszins te laten bijstaan bij de uitvoering van hun respectieve taken. De regels met betrekking tot hun taken, de samenstelling en de werking ervan dienen intern te worden vastgesteld. Deze comités of hulporganen mogen geen beslissingsbevoegdheid hebben.

(34)Volgens vaste rechtspraak mogen besluiten in het kader van het EMF die betrekking hebben op het economisch beleid en een aanzienlijke mate van discretionaire bevoegdheid inhouden, alleen worden genomen met de toestemming en onder de verantwoordelijkheid van de instellingen van de Unie. In overeenstemming met de bevoegdheden die in de Verdragen zijn neergelegd voor de coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten, en met andere handelingen van afgeleid recht van de Unie moet de bevoegdheid om dergelijke besluiten goed te keuren overeenkomstig artikel 291 VWEU worden toegekend aan de Raad.

(35)Wat de instrumenten voor het verlenen van stabiliteitssteun aan EMF-leden betreft, wordt de onderhavige verordening overeenkomstig artikel 352 VWEU aangenomen als een noodzakelijke maatregel ter aanvulling van de in het Verdrag neergelegde specifieke bepalingen voor de lidstaten die de euro als munt hebben (artikelen 136 tot en met 138 VWEU). Volgens deze bepalingen hebben voor maatregelen van de Raad alleen de leden die de lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, stemrecht. Voor die instrumenten heeft deze verordening uitsluitend betrekking op het gebruik van middelen die door de lidstaten die de euro als munt hebben, uitsluitend ten gunste van die lidstaten ter beschikking worden gesteld om de prijsstabiliteit in de eurozone te waarborgen. Bijgevolg moeten voor besluiten van de Raad tot goedkeuring van de in de vorige overweging vermelde handelingen de stemmen van de lidstaten die geen lid zijn van de eurozone, worden opgeschort en hebben uitsluitend de leden van de Raad die de lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, stemrecht.

(36)Een urgentieprocedure moet worden ingesteld voor de Raad om besluiten van de bestuursorganen van het EMF te bekrachtigen of te verwerpen wanneer dringende financiële-stabiliteitssteun aan EMF-leden noodzakelijk is. In een dergelijk geval moet de voorzitter van de Raad van gouverneurs in staat zijn de Raad te verzoeken het besluit binnen 24 huur na de toezending ervan te bekrachtigen of te verwerpen. De urgentieprocedure kan worden aangewend voor de goedkeuring van de financiële voorwaarden en de overeenkomsten inzake de faciliteit voor financiële bijstand die verbonden zijn aan de steun voor de GAR door middel van kredietlijnen of garanties van het EMF.

(37)De Raad van gouverneurs moet over de mogelijkheid beschikken om een reglement van orde vast te stellen met betrekking tot de praktische aspecten van de EMF-operaties. Dit reglement van orde moet in de plaats komen van de ESM-regelgeving en het reglement van orde van de Raad van gouverneurs en de Raad van directeuren.

(38)De kredietverleningscapaciteit van het EMF mag niet minder bedragen dan 500 000 miljoen EUR. Dit bedrag stemt overeen met de huidige kredietverleningscapaciteit van het ESM. De Raad van gouverneurs moet de kredietverleningscapaciteit kunnen verhogen wanneer hij van oordeel is dat een dergelijke herziening raadzaam is om het EMF in staat te stellen zijn doelstellingen en de daarmee samenhangende taken te verwezenlijken. Aangezien een dergelijk besluit een aanzienlijke financiële impact heeft op de EMF-leden, is eenparigheid van stemmen van de Raad van gouverneurs vereist. In gemotiveerde uitzonderlijke gevallen kan de Raad van gouverneurs de kredietverleningscapaciteit ook tijdelijk verlagen indien dit noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat het EMF in staat blijft zijn taken te vervullen.

(39)Bij de aanvang dient het initieel maatschappelijk kapitaal van het EMF afgestemd te zijn op het maatschappelijk kapitaal van het ESM. Alleen de lidstaten die de euro als munt hebben, dienen in te schrijven op het maatschappelijk kapitaal van het EMF, dat 704 798,7 miljoen EUR moet bedragen, te verdelen in gelijke aandelen. De aansprakelijkheid van een EMF-lid moet worden beperkt tot zijn aandeel in het maatschappelijk kapitaal. De EMF-leden moeten niet aansprakelijk zijn voor de verplichtingen van het EMF. De begroting van de Unie moet niet aansprakelijk zijn voor uitgaven of verliezen van het EMF.

(40)De Raad van gouverneurs moet het bedrag van het initieel maatschappelijk kapitaal kunnen verhogen wanneer hij van oordeel is dat een dergelijke verhoging raadzaam is om het EMF in staat te stellen zijn doelstellingen en de daarmee samenhangende taken te verwezenlijken. De daaruit voortvloeiende kapitaalbedragen en aandelen tussen de EMF-leden moet worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(41)Net als het ESM moet het EMF zijn leden stabiliteitssteun verlenen wanneer hun reguliere toegang tot marktfinanciering is verstoord of dreigt te worden verstoord.

(42)Het EMF moet betrokken worden bij de onderhandelingen over en de ondertekening van het memorandum van overeenstemming gelet op het belang van de voorwaarden die verbonden zijn aan de financiële bijstand om er ook voor te zorgen dat de financiële bijstand van het EMF wordt terugbetaald.

(43)Het scala van financiële instrumenten dat momenteel beschikbaar is voor het ESM, moet ook beschikbaar worden gesteld voor het EMF, inclusief de mogelijkheid tot het verstrekken van preventieve financiële bijstand, financiële bijstand voor de herkapitalisatie van kredietinstellingen van een EMF-lid, directe herkapitalisatie van kredietinstellingen van een EMF-lid, de verstrekking van leningen en de aankoop van obligaties van een EMF-lid op de primaire en de secundaire markt.

(44)Met financiële-stabiliteitssteun in de vorm van preventieve financiële bijstand wordt beoogd gezonde beleidsvoering te ondersteunen en crisissituaties te voorkomen, zodat EMF-leden toegang tot EMF-bijstand kunnen verkrijgen voordat zij grote moeilijkheden ondervinden bij hun financiering op de kapitaalmarkten. Preventieve financiële bijstand heeft tot doel hulp te bieden aan EMF-leden waarvan de economische situatie nog gezond genoeg is om doorlopende toegang tot marktfinanciering te waarborgen, door de geloofwaardigheid van hun macro-economische prestaties te versterken en tegelijkertijd een passend veiligheidsnet te bieden.

(45)Financiële bijstand aan EMF-leden in de vorm van een lening voor de herkapitalisatie van begunstigde kredietinstellingen is bedoeld voor gevallen waarin de financiële of economische moeilijkheden verbonden zijn aan de financiële sector en niet rechtstreeks verband houden met budgettaire en structurele beleidsmaatregelen. Financiële bijstand voor de herkapitalisatie van financiële instellingen dient derhalve aan een EMF-lid te worden toegekend buiten het kader van een macro-economisch aanpassingsprogramma.

(46)Het instrument van rechtstreekse herkapitalisatie van kredietinstellingen is gericht op het behoud van de financiële stabiliteit van de eurozone in haar geheel en van de lidstaten ervan, door te voorzien in die specifieke gevallen waarin een EMF-lid ernstige moeilijkheden met zijn financiële sector ondervindt die niet kunnen worden verholpen zonder dat de houdbaarheid van de begroting sterk in gevaar wordt gebracht ten gevolge van ernstige risico’s op besmetting van de overheidsfinanciën door de financiële sector. Het gebruik van dit instrument kan ook worden overwogen als alternatieven tot gevolg zouden hebben dat de doorlopende markttoegang voor een EMF-lid in gevaar wordt gebracht. Wanneer het gebruik van een EMF-lening niet mogelijk is als instrument voor herkapitalisatie van financiële instellingen, beoogt deze financiële bijstand het risico op besmetting van de overheidsfinanciën door de financiële sector weg te nemen door een rechtstreekse herkapitalisatie van instellingen mogelijk te maken, waardoor het risico beperkt wordt dat er een vicieuze cirkel ontstaat tussen een fragiele financiële sector en een verslechterende kredietwaardigheid van de overheidsfinanciën.

(47)Financiële-stabiliteitssteun moet in de vorm van leningen worden verstrekt voor de ondersteuning van EMF-leden die aanzienlijke financieringsbehoeften hebben maar hun toegang tot marktfinanciering in grote mate hebben verloren, ofwel omdat zij geen kredietverstrekkers vinden ofwel omdat de kredietverstrekkers alleen financiering verzekeren tegen buitensporige prijzen die de houdbaarheid van de overheidsfinanciën negatief zouden beïnvloeden.

(48)Zoals ESM-leningen moeten toekomstige EMF-leningen en uitstaande EMF-leningen de status van preferente crediteur genieten op een wijze die vergelijkbaar is met de leningen van het Internationaal Monetair Fonds (“IMF”). Zij moeten in de rangschikking echter de tweede plaats krijgen na IMF-leningen. Deze status moet effectief ingaan bij de inwerkingtreding van deze verordening.

(49)Om EMF-leden in staat te stellen hun markttoegang te handhaven of te herstellen, moet het EMF op de primaire markt aankopen kunnen verrichten van obligaties of andere schuldtitels die door EMF-leden uitgegeven zijn in het kader van de steunvoorziening op de primaire markt, naast reguliere leningen in het kader van een macro-economisch aanpassingsprogramma of kredietopnemingen in het kader van het instrument voor preventieve financiële bijstand.

(50)Het EMF moet in staat zijn obligaties van een EMF-lid aan te kopen op de secundaire markt. De steunvoorziening op de secundaire markt moet gericht zijn op ondersteuning van de goede werking van de markten voor overheidsschuld van EMF-leden in uitzonderlijke omstandigheden waarin het ontbreken van marktliquiditeit de financiële stabiliteit bedreigt, waarbij het risico ontstaat dat de rente op overheidsobligaties tot op onhoudbare niveaus wordt opgedreven en er zich problemen voordoen voor de herfinanciering van het bankstelsel van het betrokken EMF-lid. EMF-interventies op de secundaire markt moeten marketmaking mogelijk maken waardoor enige liquiditeit van de schuldmarkten wordt verzekerd en beleggers ertoe aangezet worden verder deel te nemen aan de financiering van EMF-leden.

(51)De lidstaten die de euro als munt hebben moeten gelijkwaardige crediteurenstatus ondersteunen voor het EMF en voor andere lidstaten die in overleg met het EMF leningen verstrekken op bilateraal niveau.

(52)Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de verbintenis tussen de verdragsluitende partijen bij het verdrag tot instelling van het ESM overeenkomstig artikel 12, lid 3, van dit verdrag, namelijk dat in alle nieuwe overheidsobligaties van de eurozone met een looptijd van meer dan een jaar collectieve-actieclausules worden opgenomen op zulke wijze dat zij dezelfde rechtsgevolgen hebben.

(53)Steun aan de GAR, via kredietfaciliteiten of garanties, moet ter beschikking worden gesteld in situaties waarin de op grond van artikel 70 van Verordening (EU) nr. 806/2014 geïnde bedragen niet toereikend zijn om te voldoen aan de verliezen, kosten of andere uitgaven als gevolg van een beroep op het GAF met betrekking tot afwikkelingsmaatregelen, en wanneer de buitengewone achteraf te betalen bijdragen waarin artikel 71 van Verordening (EU) nr. 806/2014 voorziet, niet onmiddellijk beschikbaar zijn.

(54)Met het oog op een passende gelijkwaardige behandeling binnen de bankenunie moeten deelnemende lidstaten die niet de euro als munt hebben, parallel met het EMF, aan de GAR kredietfaciliteiten of garanties bieden onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan die van het EMF.

(55)Andere lidstaten die niet de euro als munt hebben moeten voorzien in kredietfaciliteiten of garanties wanneer zij de andere lidstaten, de Commissie, de ECB en de Europese Bankautoriteit in kennis stellen van het verzoek om met de ECB een nauwe samenwerking aan te gaan met betrekking tot de uitoefening van de haar opgedragen taken overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad, na vaststelling van het besluit van de ECB.

(56)Met ingang van 1 januari 2024 zullen de middelen in het GAF volledig gemutualiseerd zijn. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 806/2014 moeten de banken vanaf die datum in alle aan de bankenunie deelnemende lidstaten aan het GAF bijdragen en buitengewone achteraf te betalen bijdragen leveren om leningen van derden terug te betalen, volgens een verdeelsleutel die opgesteld is op basis van hun omvang en risicoprofiel. Aangezien de steun aan de GAR bedoeld is als aanvulling op de middelen van het GAF, moet dezelfde verdeelsleutel, toegepast op het niveau van de lidstaten die niet de euro als munt hebben en aan de bankenunie deelnemen, en van het EMF, dienen als basis om hun respectieve deelneming in de te verstrekken steun vast te stellen.

(57)De Raad van gouverneurs moet de toepasselijke financiële voorwaarden bepalen voor het instellen van het vangnet door het EMF. Om een passende betrokkenheid te verzekeren, moeten het EMF en de deelnemende landen die niet de euro als munt hebben de financiële voorwaarden overeenkomen die verbonden worden aan de aan de GAR te verstrekken steun, alsmede het totale toepasselijke plafond, dat naar evenredigheid moet worden herzien wanneer een lidstaat die niet de euro als munt heeft, toetreedt tot de bankenunie.

(58)De uitvoerend directeur moet de bevoegdheid hebben om binnen 12 dagen na ontvangst van het verzoek van de GAR te beslissen over de opneming van een kredietlijn of garanties op de passiva van de GAR.

(59)Om de onmiddellijke beschikbaarheid van extra financiële middelen voor het GAF te verzekeren, moet de GAR een verzoek om steun kunnen indienen voordat een specifieke afwikkelingsregeling wordt vastgesteld. Dit dient te geschieden in overleg met de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 18 van Verordening (EU) nr. 806/2014. Voor besluiten met betrekking tot afwikkelingsregelingen moet het besluit van de uitvoerend directeur pas uitwerking krijgen wanneer de afwikkelingsregeling in werking treedt in overeenstemming met artikel 18 van de bedoelde verordening. De opeenvolging van het verzoek en het besluit mogen niet afdoen aan het bestaande tijdschema van de procedure overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) nr. 806/2014.

(60)Het besluit van de uitvoerend directeur inzake het uitbetalen van middelen of het verlenen van garanties mag alleen afhankelijk worden gesteld van de vraag of de GAR zijn werkzaamheden verricht in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 806/2014, met inbegrip van de toepasselijke bail-inregels. Er mogen geen andere voorwaarden gelden.

(61)Om te garanderen dat het EMF in staat blijft om indien nodig financiële steun te verstrekken aan zijn leden, moet het voor ondersteuning van de GAR beschikbaar gestelde bedrag onderworpen worden aan een plafond van 60 000 miljoen EUR. Niettemin moet het EMF flexibel kunnen reageren op onvoorziene financieringsbehoeften die voortvloeien uit afwikkelingsverrichtingen. Derhalve moet de Raad van gouverneurs bevoegd zijn om het plafond dienovereenkomstig te verhogen.

(62)Elke door het EMF aan de GAR verleende financiële steun en elke financiële steun door deelnemende lidstaten die niet de euro als munt hebben, dient door de GAR volledig te worden terugbetaald uit zijn eigen middelen, waaronder bijdragen van de sector.

(63)Er moet worden voorzien in passende voorschriften voor de begroting van het EMF en de interne en externe audit van zijn rekeningen. De financiële memoranda en rekeningen van het EMF moeten worden gecontroleerd en gecertificeerd door onafhankelijke externe accountants aangezien het EMF een speler is op de financiële markten. Voorts moet een onafhankelijk auditcomité worden belast met de inspectie en de audit van de EMF-rekeningen en zorgen voor naleving van de regels, uitvoering van de taken en correct risicobeheer. Het moet eveneens toezicht houden op de interne en externe auditprocedures van het EMF en deze evalueren.

(64)De bevoegdheden van de onafhankelijke externe accountants en van het auditcomité doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Europese Rekenkamer krachtens artikel 287 VWEU.

(65)Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, gehecht aan het VEU en het VWEU, moet van toepassing zijn op het EMF. De voorzitter van de Raad van gouverneurs en met name de gouverneurs, de plaatsvervangend gouverneurs, de directeuren en de plaatsvervangend directeuren dienen als vertegenwoordigers van de EMF-leden de voorrechten en immuniteiten te genieten die krachtens artikel 10 van dit protocol zijn verleend.

(66)Om het EMF in staat te stellen de taken te vervullen die momenteel door het ESM worden vervuld, alsook zijn nieuwe taken, moeten overgangsmaatregelen worden vastgesteld, met name betreffende de uitvoerend directeur, de Raad van bestuur en de personeelsleden die momenteel op grond van een contract bij het ESM in dienst zijn. Ook onderdanen van derde landen die momenteel bij het ESM in dienst zijn, moeten hieronder vallen. De bestaande contractuele regelingen moeten van toepassing blijven op personeelsleden die vóór de inwerkingtreding van deze verordening bij het ESM in dienst waren. Personeelsleden die na de inwerkingtreding van deze verordening bij het EMF in dienst treden, worden onderworpen aan het Statuut, de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en de uitvoeringsregels.

(67)Teneinde de vertrouwelijkheid van de werkzaamheden van het EMF te waarborgen, moeten de leden van zijn bestuursorganen en zijn personeelsleden, waaronder de personeelsleden die uitgewisseld zijn met of gedetacheerd door EMF-leden voor het vervullen van de taken van het EMF, worden onderworpen aan de vereisten inzake beroepsgeheim, zelfs na beëindiging van hun functie. In dat verband moet een gedragscode worden vastgesteld.

(68)De verplichting tot vertrouwelijkheid dient ook te gelden voor waarnemers die op vergaderingen van de Raad van gouverneurs worden uitgenodigd, en voor deelnemers van dergelijke bijeenkomsten van deelnemende lidstaten die niet de euro als munt hebben. Om de bij deze verordening toegewezen taken uit te voeren, moet het EMF de mogelijkheid krijgen onder bepaalde voorwaarden informatie uit te wisselen met zijn leden, andere instanties en organen van de Unie en met bepaalde nationale autoriteiten.

(69)Om zijn doelstellingen te verwezenlijken, dient het EMF samen te werken met de instellingen en andere organen, diensten of agentschappen van de Unie alsmede met derde landen die financiële bijstand aan een EMF-lid verlenen. Het EMF moet ook kunnen samenwerken met internationale organisaties of entiteiten die belast zijn met bijzondere bevoegdheden op gebieden die verband houden met de activiteiten van het EMF. Daartoe behoren onder meer het IMF en centrale banken.

(70)Het EMF is gebonden aan de regels van de Unie inzake toegang van het publiek tot documenten. Bij de beoordeling van de gronden voor de weigering van toegang tot een document die zijn vastgesteld in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad 25 , moet het EMF naar behoren rekening houden met de noodzaak tot bescherming van de vertrouwelijkheid van de besprekingen van de Raad van gouverneurs, de Raad van directeuren, hun respectieve comités, de Raad van bestuur en het Auditcomité, alsmede van de interne financiën van het EMF en de stabiliteit van het financiële stelsel in de eurozone, van een EMF-lid of van een deelnemende lidstaat als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad, en van de internationale, financiële, monetaire of economische betrekkingen.

(71)In de toekomst kunnen aan het EMF ook nieuwe financiële instrumenten worden toegekend, bijvoorbeeld ter ondersteuning van beleidsinitiatieven om een stabilisatiefunctie in te voeren. Een stabilisatiefunctie is bedoeld om de gevolgen van grote asymmetrische schokken op te vangen. Daartoe zouden snel en automatisch anticyclische middelen worden geactiveerd, volgens vooraf omschreven toelaatbaarheidscriteria. Het EMF zou de toepassing van een dergelijke functie kunnen ondersteunen door de nodige marktfinanciering die verbonden is aan het activeren van de functie, te organiseren en beschikbaar te stellen.

(72)Een mogelijkheid om dergelijke steun van het EMF voor een stabilisatiefunctie vorm te geven, zou erin bestaan dat het EMF bij de activering leningen aan de begunstigde lidstaat zou verstrekken. De door het EMF verstrekte leningen zouden niet gebonden zijn aan voorwaarden, terwijl de activering van de stabilisatiefunctie zelf afhankelijk zou worden gesteld van de naleving van voorafbepaalde toelaatbaarheidscriteria,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

DEEL I

HET EUROPEES MONETAIR FONDS

Artikel 1

Oprichting

1. Bij deze verordening wordt het Europees Monetair Fonds (“EMF”) ingesteld.

2. Het Statuut van het EMF is vervat in de bijlage bij deze verordening en maakt er een integrerend deel van uit.

Artikel 2

Opvolging en vervanging van het Europees Stabiliteitsmechanisme

1. Het EMF is de opvolger en vervanger van het Europees stabiliteitsmechanisme (“ESM”), met inbegrip van zijn rechtspositie, en neemt al zijn rechten en verplichtingen over. Het proces wordt afgerond op de datum van inwerkingtreding van deze verordening of na de toestemming van het ESM, naargelang welke datum de laatste is.

2. Alle bestaande benoemingen en mandaten in het ESM worden gehandhaafd voor de resterende duur van hun respectieve ambtstermijnen, binnen het kader van het EMF.

DEEL II

ROL VAN DE RAAD EN VERANTWOORDINGSPLICHT

Titel I

Rol van de Raad

Artikel 3

Rol van de Raad

1. Door de Raad van gouverneurs genomen besluiten op grond van artikel 8, lid 6, artikel 9, lid 1, artikel 10, artikel 11, lid 4, artikel 11, lid 5, artikel 11, lid 6, artikel 13, lid 2, artikel 13, lid 4, artikel 14, lid 1, artikel 14, lid 2, artikel 15, lid 1, artikel 15, lid 2, artikel 19, lid 1, artikel 19, lid 4, artikel 16, lid 1, artikel 16, lid 2, artikel 17, lid 1, artikel 17, lid 2, artikel 18, lid 1, artikel 18, lid 3, artikel 22, lid 4, artikel 22, lid 5, en artikel 23, lid 1, van het Statuut van het EMF, door de Raad van gouverneurs genomen besluiten betreffende overeenkomsten inzake een financiële bijstandsfaciliteit op grond van artikel 13, lid 3, van het Statuut van het EMF, en door de Raad van directeuren genomen besluiten op grond van artikel 9, lid 2, artikel 14, lid 4, artikel 15, lid 4, artikel 19, lid 5, artikel 16, lid 4, artikel 17, lid 4, artikel 18, lid 5, en artikel 23, lid 3, van het Statuut van het EMF worden onmiddellijk na de aanneming ervan toegezonden aan de Raad, met opgave van de redenen waarop ze zijn gebaseerd. Ze kunnen pas in werking treden als zij door de Raad zijn goedgekeurd.

2. Wanneer door omstandigheden een snelle verstrekking van stabiliteitssteun aan een EMF-lid is vereist overeenkomstig artikel 16, kunnen besluiten door middel van een urgentieprocedure worden genomen. In dat geval wordt het door de Raad van gouverneurs of de Raad van directeuren genomen besluit onmiddellijk na de aanneming ervan toegezonden aan de Raad, met opgave van de redenen waarop het is gebaseerd. Op verzoek van de voorzitter bespreekt de Raad het besluit binnen 24 uur na de toezending ervan. De Raad kan bezwaar aantekenen tegen het besluit. Als de Raad bezwaar maakt, kan hij zelf een andere beslissing nemen over de zaak, of deze opnieuw aan de Raad van gouverneurs voorleggen met het oog op een ander besluit.

De urgentieprocedure kan door de Raad van gouverneurs ook worden gebruikt om het besluit op grond van artikel 22, leden 4 en 5, en artikel 23, lid 1, te nemen.

3. De Raad vermeldt de redenen voor de uitoefening van zijn in lid 1 bedoelde bevoegdheden wanneer hij een besluit niet goedkeurt of voor de uitoefening van zijn in lid 2 bedoelde bevoegdheden wanneer hij bezwaar maakt tegen een besluit. Bij een nieuw door de Raad van gouverneurs of de Raad van directeurs genomen besluit over dezelfde zaak wordt rekening gehouden met de door de Raad aangevoerde redenen.

4. Wanneer de Raad handelt overeenkomstig de leden 1 of 2, en met uitzondering van op grond van de artikelen 22 en 23 van dit Statuut genomen besluiten, worden de stemmen geschorst van de leden van de Raad die lidstaten vertegenwoordigen die de euro niet als munt hebben. Een gekwalificeerde meerderheid wordt bepaald overeenkomstig artikel 238, lid 3, VWEU. De voorzitter van de Raad van gouverneurs mag de vergaderingen van de Raad bijwonen.

Artikel 4

Bekendmaking

Door de Raad van gouverneurs genomen en door de Raad op grond van artikel 3, lid 1, goedgekeurde besluiten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Titel II

Verantwoordingsplicht

Artikel 5

Verantwoordingsplicht ten aanzien van het Europees parlement en de Raad

1. Het EMF legt verantwoording af aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van zijn taken.

2. Het EMF dient jaarlijks bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een verslag in over de uitvoering van zijn taken, samen met zijn jaarrekeningen en financieel memorandum. De uitvoerend directeur legt deze documenten voor aan het Europees Parlement en de Raad, die op deze basis een algemeen debat kunnen houden.

3. De uitvoerend directeur kan, op verzoek van het Europees Parlement of op eigen initiatief, door de bevoegde commissies van het Europees Parlement worden gehoord over de uitvoering van taken van het EMF.

4. Het EMF antwoordt mondeling of schriftelijk op vragen van het Europees Parlement of de Raad overeenkomstig de eigen procedures van het EMF.

5. Op verzoek voert de uitvoerend directeur vertrouwelijke mondelinge besprekingen met de voorzitters en de vicevoorzitters van de bevoegde commissies van het Europees Parlement over zijn taken, onder meer over de sociale-effectbeoordeling, de uitvoering van de financiële-stabiliteitssteun en de verstrekking van kredietlijnen of van garanties ter ondersteuning van de GAR. Het Europees Parlement en het EMF sluiten een overeenkomst over de nadere regelingen voor het houden van dergelijke besprekingen, teneinde volledige vertrouwelijkheid te garanderen.

Artikel 6

Verantwoordingsplicht ten aanzien van nationale parlementen

1. Bij de indiening van het in artikel 5, lid 2, bedoelde verslag zendt het EMF dat verslag tegelijkertijd rechtstreeks toe aan de nationale parlementen van de EMF-leden en van de deelnemende lidstaten, als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013. De nationale parlementen kunnen hun gemotiveerde opmerkingen over dat verslag tot het EMF richten.

2. De nationale parlementen van de in lid 1 bedoelde lidstaten kunnen het EMF verzoeken schriftelijk te reageren op hun opmerkingen of vragen betreffende de taken van het EMF.

3. Het nationale parlement van een EMF-lid kan de uitvoerend directeur verzoeken om deel te nemen aan een gedachtewisseling over de vorderingen die zijn gemaakt met de uitvoering van de financiële-stabiliteitssteun.

DEEL III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 7

Verwijzingen in het recht van de Unie

Verwijzingen naar het Europees Stabiliteitsmechanisme of ESM in het recht van de Unie gelden als verwijzingen naar het Europees Monetair Fonds of EMF.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Europese economische najaarsprognose 2017; Institutional Paper 63.
(2)    Flash Eurobarometer 458, 4 december 2017.
(3)    “De voltooiing van de Europese economische en monetaire unie”, verslag van Jean-Claude Juncker in nauwe samenwerking met Donald Tusk, Jeroen Dijsselbloem, Mario Draghi en Martin Schulz, 22 juni 2015.
(4)    Zie met name COM(2017) 592 final, 11 oktober 2017.
(5)    COM(2017)292 final, 8 juni 2017.
(6)    COM(2017) 291 van 31 mei 2017.
(7)    COM(2017) 358 van 28 juni 2017.
(8)    COM(2017) 2025 van 1 maart 2017.
(9)    Toespraak van voorzitter Jean-Claude Juncker over de staat van de Unie 2017, 13 september 2017.
(10)    Leidersagenda: Bouwen aan onze gemeenschappelijke toekomst, bekrachtigd door de Europese Raad op 20 oktober 2017.
(11)    Opgemerkt zij dat van de niet tot de eurozone behorende lidstaten Denemarken en Bulgarije hun munt aan de euro hebben gekoppeld sinds de invoering daarvan in 1999. In tegenstelling tot Denemarken neemt Bulgarije niet deel aan het wisselkoersmechanisme II maar is de lev aan de euro gekoppeld in het kader van een currency-boardregeling.
(12)    Verklaring van de Eurogroep en de ministers van de Raad Economische en Financiële Zaken over het vangnet voor het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, 18 december 2013.
(13)    Zie met name de resoluties van het Europees Parlement van 16 februari 2017 over i) de begrotingscapaciteit voor de eurozone (2015/2344(INI)), ii) mogelijke ontwikkelingen en aanpassingen met betrekking tot het huidige institutionele bestel van de Europese Unie (2014/2248(INI)), en iii) de verbetering van de werking van de Europese Unie, voortbouwend op het potentieel van het Verdrag van Lissabon (2014/2249(INI)).
(14)    Zie met name de Eurogroep van 6 november 2017 over de begrotingscapaciteit en begrotingsregels voor de economische en monetaire unie, de Eurogroep van 9 oktober 2017 over het verdiepen van de economische en monetaire unie – de rol van het ESM (ecfin.cef.cpe(2017)5598799) of de Eurogroep van 10 juli 2017 over de follow-up van de verdieping van de economische en monetaire unie (ecfin.cef.cpe(2017)3980511).
(15)    Resolutie van het Europees Parlement van 16 februari 2017 over de begrotingscapaciteit voor de eurozone (2015/2344(INI)).
(16)    COM(2012)777 “Blauwdruk voor een hechte economische en monetaire unie” van 28 november 2012.
(17)    De noodzaak van een orgaan zoals het Europees Stabiliteitsmechanisme om de stabiliteit van de eurozone te vrijwaren is gebaseerd op feitelijke elementen en wordt bevestigd door artikel 136, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie alsook de tweede overweging van het verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme, die naar het huidige Europees Stabiliteitsmechanisme verwijzen als “een stabiliteitsmechanisme dat geactiveerd wordt indien dat onontbeerlijk is om de stabiliteit van de eurozone in haar geheel te waarborgen”.
(18)    Het Europees Hof van Justitie heeft reeds de mogelijkheid aangegeven dat artikel 352 zou worden gebruikt om een orgaan van de Unie op te richten voor het verlenen van financiële steun met het oog op de stabiliteit van de eurozone. Zie arrest Pringle van 27 november 2012, zaak C-370/12, EU:C:2012:756, punt 67.
(19)    Op die wijze wordt gezorgd voor naleving van de “Meroni-doctrine”. De Meroni-doctrine, die voortvloeit uit de zaken 9/56 en 10/56 (Meroni / Hoge Autoriteit [1957/1958] ECR 133), heeft betrekking op de vraag in welke mate en onder welke voorwaarden de EU-instellingen hun taken aan regelgevende agentschappen kunnen delegeren.
(20)    Verordening (EU) nr. 806/2014. De gemeenschappelijk afwikkelingsraad (GAR) is de afwikkelingsautoriteit voor grote en systeembanken in de eurozone, die operationeel is sinds januari 2016. Het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds (GAF) wordt gefinancierd via bijdragen van de banksector van de eurozone. Het kan worden gebruikt om afwikkelingskosten te financieren op voorwaarde dat voldaan is aan alle voorwaarden van het regelgevingskader, inclusief de bail-in van 8 % van de passiva van de betrokken bank.
(21)    Zaak C-370/12, Pringle, EU:C:2012:756. Het Ierse Hooggerechtshof vroeg het Hof of een aantal artikelen van de Verdragen, waaronder de artikelen 119 tot en met 123 en de artikelen 125 tot en met 127 VWEU, zich ertegen verzetten dat de lidstaten van de eurozone samen het ESM-verdrag sluiten.
(22)    PB C, blz. .
(23)    Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).
(24)    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1).
(25)    Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
Top

Brussel,6.12.2017

COM(2017) 827 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een Verordening van de Raad

tot instelling van het Europees Monetair Fonds


STATUUT VAN HET EUROPEES MONETAIR FONDS

DEEL I

LIDMAATSCHAP EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1

Juridische status van het EMF

Het EMF bezit rechtspersoonlijkheid. Het geniet in alle lidstaten de ruimste handelingsbevoegdheid die door de nationale wetgevingen aan rechtspersonen wordt toegekend. Het kan met name roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden en het kan in rechte optreden.

Artikel 2

Lidmaatschap

1. Leden van het EMF zijn de lidstaten die de euro als munt hebben.

2. Een lidstaat die de euro niet als munt heeft, wordt lid van het EMF vanaf de datum van inwerkingtreding van het overeenkomstig artikel 140, lid 2, VWEU vastgestelde besluit van de Raad tot intrekking van hun derogatie de euro aan te nemen. Hij wordt EMF-lid onder dezelfde voorwaarden als de bestaande EMF-leden.

3. De uitoefening door EMF-leden van alle rechten uit hoofde van deze verordening, met inbegrip van het stemrecht, is afhankelijk van de inschrijving van hun bijdrage aan het maatschappelijk kapitaal.

4. Een nieuw lid van het EMF ontvangt aandelen in het EMF in ruil voor zijn kapitaalinbreng die wordt berekend overeenkomstig de in artikel 14 bepaalde bijdragesleutel.

Artikel 3

Doelstelling en taken

1. Het EMF draagt bij tot het waarborgen van de financiële stabiliteit van de eurozone, en van de financiële stabiliteit van de “deelnemende lidstaten” in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013.

2. Om zijn doel te verwezenlijken, moet het EMF:

a) middelen vrijmaken en stabiliteitssteun verstrekken, onder stringente beleidsvoorwaarden die passend zijn voor het gekozen financiële-bijstandsinstrument, ten gunste van EMF-leden die te maken hebben met of worden bedreigd door ernstige financieringsproblemen, indien zulks onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit van de eurozone in haar geheel of van de lidstaten ervan te vrijwaren;

b) kredietlijnen verstrekken of garanties instellen ter ondersteuning van de gemeenschappelijke afwikkelingsraad (“de GAR”), opgericht in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 806/2014, voor elke taak waarmee deze is belast.

DEEL II

ORGANISATIE EN BESLUITVORMING

Artikel 4

Structuren en stemprocedure

1. Het EMF heeft een Raad van gouverneurs en een Raad van directeuren, alsmede een uitvoerend directeur en ander personeel dat noodzakelijk wordt geacht. Gouverneurs, directeuren en hun respectieve plaatsvervangers worden bij het uitoefenen van hun functie niet door het EMF bezoldigd.

2. De besluiten van de Raad van gouverneurs en de Raad van directeuren worden genomen met eenparigheid, met versterkte gekwalificeerde meerderheid of met gewone meerderheid van stemmen, zoals in deze verordening gespecificeerd. Voor alle besluiten moet een quorum aanwezig zijn van twee derde van de stemgerechtigde leden van het EMF die ten minste twee derde van de stemrechten vertegenwoordigen.

3. Onthouding door aanwezige of vertegenwoordigde leden vormt geen beletsel voor de vaststelling van een besluit dat eenparigheid van stemmen vereist.

4. Voor de aanneming van een besluit met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen is 85 % van de uitgebrachte stemmen vereist.

5. Voor de aanneming van een besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen is 80 % van de uitgebrachte stemmen vereist.

6. Voor de aanneming van een besluit met gewone meerderheid van stemmen is een meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist.

7. De stemrechten van elk EMF-lid die door zijn vertegenwoordiger in de Raad van gouverneurs of de Raad van directeuren worden uitgeoefend, zijn gelijk aan het aan het betrokken lid toegewezen aantal aandelen in het maatschappelijk kapitaal van het EMF.

8. Ingeval een EMF-lid verzuimt een deel van het bedrag te betalen dat het verschuldigd is uit hoofde van de krachtens de artikelen 8, 9 en 10 van dit Statuut op hem rustende verplichtingen in verband met volgestorte aandelen of opvragingen van kapitaal, dan wel uit hoofde van de krachtens de artikelen 16 of 17 van dit Statuut op hem rustende verplichtingen in verband met de terugbetaling van de financiële bijstand, worden de stemrechten van het betrokken EMF-lid, zolang dat verzuim voortduurt, opgeschort. De stemmingsdrempels worden dienovereenkomstig herberekend.

Artikel 5

Raad van gouverneurs

1. Elk EMF-lid benoemt een gouverneur en een plaatsvervangend gouverneur. Deze benoemingen zijn te allen tijde herroepbaar. De gouverneur is een lid van de regering van dit EMF-lid dat verantwoordelijkheid draagt voor financiën. De plaatsvervangend gouverneur is volledig bevoegd om namens de gouverneur op te treden wanneer deze niet aanwezig is.

2. De voorzitter van de Raad van gouverneurs (“de voorzitter”) is de voorzitter van de Eurogroep, als bedoeld in het aan het VEU en het VWEU gehechte protocol nr. 14 betreffende de Eurogroep. De Raad van gouverneurs kiest‚ voor een termijn van twee jaar‚ uit zijn midden de vicevoorzitter. De vicevoorzitter kan worden herverkozen. Er wordt onverwijld een nieuwe verkiezing georganiseerd indien de zittende vicevoorzitter niet langer voldoet aan het vereiste in lid 1.

3. Een lid van de Commissie en de voorzitter van de Europese Centrale Bank (“ECB”) nemen als niet-stemgerechtigde leden deel aan de vergaderingen van de Raad van gouverneurs.

4. Vertegenwoordigers van lidstaten die de euro niet als munt hebben en die, naast het EMF, op ad-hocbasis aan operaties voor stabiliteitssteun aan een lidstaat van de eurozone deelnemen, worden ook als waarnemers uitgenodigd op de vergaderingen van de Raad van gouverneurs waarop deze stabiliteitssteun en het toezicht erop worden besproken.

5. Andere personen, waaronder vertegenwoordigers van lidstaten die de euro niet als munt hebben en voor andere doeleinden dan die bedoeld in lid 4, instellingen of organisaties, kunnen door de Raad van gouverneurs worden uitgenodigd om als waarnemers op een ad-hocbasis vergaderingen bij te wonen.

6. De Raad van gouverneurs neemt met eenparigheid van stemmen de volgende besluiten op grond van dit Statuut:

a) om de minimale kredietverleningscapaciteit te verhogen of te verlagen overeenkomstig artikel 8, lid 6;

b) om over te gaan tot opvragingen van kapitaal overeenkomstig artikel 9, lid 1;

c) om het maatschappelijk kapitaal te verhogen overeenkomstig artikel 10, lid 1;

d) om rekening te houden met een mogelijke actualisering van de sleutel voor inschrijving op het kapitaal van de ECB en de wijzigingen die moeten worden aangebracht in de bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het EMF overeenkomstig artikel 11, lid 4;

e) om wijzigingen in de verdeling van het kapitaal onder de EMF-leden en de berekening van deze verdeling goed te keuren als rechtstreeks gevolg van de toetreding van een lidstaat tot het EMF overeenkomstig artikel 11, lid 3;

f) om de voorwaarden voor de verstrekking van kredietlijnen of de instelling van garanties ter ondersteuning van de GAR te bevestigen of te herzien en om het plafond voor steun aan de GAR overeenkomstig artikel 22, lid 5, te verhogen;

g) om de financiële voorwaarden voor de verstrekking van kredietlijnen of de vaststelling van een plafond voor garanties ter ondersteuning van de GAR goed te keuren overeenkomstig artikel 22, lid 5, en artikel 23, lid 1.

7. De Raad van gouverneurs neemt met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen de volgende besluiten op grond van dit Statuut:

a) om stabiliteitssteun aan EMF-leden te verstrekken, met inbegrip van de beleidsvoorwaarden zoals vastgelegd in het in artikel 13, lid 3, bedoelde memorandum van overeenstemming, en om de keuze van instrumenten en de financiële voorwaarden vast te stellen overeenkomstig de artikelen 14 tot en met 18;

b) om de Europese Commissie te verzoeken om, in overleg met de ECB, te onderhandelen over de aan elke financiële bijstand verbonden economische beleidsvoorwaarden overeenkomstig artikel 13, lid 3;

c) om het prijsstellingsbeleid en de prijsstellingsrichtsnoeren voor de financiële bijstand te wijzigen overeenkomstig artikel 20.

8. De Raad van gouverneurs neemt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de volgende besluiten op grond van dit Statuut:

a) om de gedetailleerde technische voorwaarden voor de toetreding van een lidstaat tot het EMF te bepalen;

b) om zijn vicevoorzitter te kiezen overeenkomstig lid 2 van dit artikel;

c) om de lijst vast te stellen van activiteiten die onverenigbaar zijn met de functie van directeur of plaatsvervangend directeur overeenkomstig artikel 6, lid 8;

d) om de lijst goed te keuren van voorgedragen kandidaten voor de functie van uitvoerend directeur en om het Hof van Justitie te verzoeken deze uit zijn functie te ontslaan overeenkomstig artikel 7;

e) om het reglement van orde van het EMF vast te stellen;

f) om andere fondsen in te stellen overeenkomstig artikel 27;

g) om de maatregelen vast te stellen voor het terugvorderen van een schuld bij een EMF-lid overeenkomstig artikel 28, leden 2 en 3;

h) om de jaarrekeningen en het jaarverslag van het EMF goed te keuren overeenkomstig de artikelen 31 en 32;

i) om de externe auditors goed te keuren overeenkomstig artikel 34;

j) om de leden van het Auditcomité te benoemen overeenkomstig artikel 35, lid 1;

k) om de werktaal van het EMF te bepalen overeenkomstig artikel 47.

9. De voorzitter roept de vergaderingen van de Raad van gouverneurs bijeen en zit deze voor. De vicevoorzitter zit deze vergaderingen voor wanneer de voorzitter niet kan deelnemen.

Artikel 6

Raad van directeuren

1. Elke gouverneur benoemt één directeur en één plaatsvervangend directeur en maakt daarbij een keuze uit personen die in hoge mate competent zijn in economische en financiële zaken. Deze benoemingen zijn te allen tijde herroepbaar. De plaatsvervangend directeur is volledig bevoegd om namens de directeur op te treden wanneer deze niet aanwezig is.

De directeur en de plaatsvervangend directeur besteden de vereiste tijd en aandacht aan de activiteiten van het EMF. Tijdens de uitoefening van hun mandaat in het EMF, en gedurende een periode van zes maanden daarna, mogen een directeur of een plaatsvervangend directeur niet deelnemen aan de door de Raad van gouverneurs vastgelegde activiteiten overeenkomstig lid 8.

2. De Commissie kan een lid zonder stemrecht benoemen. De ECB kan een waarnemer aanwijzen.

3. Van iedere lidstaat die niet de euro als munt heeft en die op ad-hocbasis naast het EMF financiële-stabiliteitssteun en financiële bijstand verleent aan een lidstaat van de eurozone, wordt ook een vertegenwoordiger als waarnemer uitgenodigd op de vergaderingen van de Raad van directeuren waarop deze financiële bijstand en het toezicht erop worden besproken.

4. Andere personen, waaronder vertegenwoordigers van lidstaten die de euro niet als munt hebben en voor andere doeleinden dan die bedoeld in lid 3 van dit artikel, instellingen of organisaties kunnen door de Raad van gouverneurs worden uitgenodigd om als waarnemers op ad-hocbasis aan vergaderingen deel te nemen.

5. De Raad van directeuren neemt besluiten bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen, tenzij in dit Statuut anders is vermeld.

6. Zonder afbreuk te doen aan de in artikel 5 omschreven bevoegdheden van de Raad van gouverneurs draagt de Raad van directeuren er zorg voor dat het EMF wordt beheerd in overeenstemming met deze verordening en met het reglement van orde van het EMF.

7. Indien een functie in de Raad van directeuren openvalt, wordt deze onmiddellijk opgevuld overeenkomstig lid 1.

8. De Raad van gouverneurs bepaalt welke functie onverenigbaar is met die van directeur en van plaatsvervangend directeur.

Artikel 7

Uitvoerend directeur

1. De uitvoerend directeur wordt op basis van verdienste benoemd door de Raad van gouverneurs, die daarbij een keuze maakt uit kandidaten die de nationaliteit van een EMF-lid hebben, relevante internationale ervaring bezitten en in hoge mate competent zijn in economische en financiële zaken.

De Raad van gouverneurs stelt een shortlist op met kandidaten voor de functie van uitvoerend directeur. Hij streeft ernaar het beginsel van genderevenwicht in acht te nemen.

De Raad benoemt de uitvoerend directeur na raadpleging van het Europees Parlement. De Raad besluit daarbij met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Enkel leden van de Raad die lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, hebben stemrecht.

De uitvoerend directeur is een voltijdse functie. Hij kan ook de functie van algemeen directeur van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF) vervullen. De uitvoerend directeur kan geen ander ambt op nationaal, EU- of internationaal niveau bekleden en kan geen gouverneur of directeur of plaatsvervanger van een van beiden zijn.

2. De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Hij is eenmaal herbenoembaar. De uitvoerend directeur blijft in functie totdat zijn opvolger is benoemd. Indien de uitvoerend directeur niet langer voldoet aan de voor de uitvoering van zijn taken vereiste voorwaarden of schuldig is bevonden aan ernstig wangedrag, kan het Hof van Justitie, op verzoek van de Raad van gouverneurs en na het Europees Parlement ervan in kennis te hebben gesteld, besluiten de uitvoerend directeur uit zijn ambt te ontzetten.

3. De uitvoerend directeur zit de vergaderingen van de Raad van directeuren voor en neemt deel aan de vergaderingen van de Raad van gouverneurs.

 

4. De uitvoerend directeur staat aan het hoofd van het personeel van het EMF en is verantwoordelijk voor de organisatie, de aanstelling en het ontslag van personeel in overeenstemming met artikel 39 van dit Statuut.

5. De uitvoerend directeur vertegenwoordigt het EMF in rechte.

Onverminderd artikel 13, lid 4, artikel 14, lid 3, artikel 15, lid 3, artikel 16, lid 3, artikel 17, lid 3, artikel 18, lid 4, en artikel 23, lid 2, van dit Statuut wordt het EMF als volgt rechtsgeldig vertegenwoordigd bij procedures met derden:

a) door de uitvoerend directeur of, bij diens afwezigheid, door twee leden van de Raad van bestuur die gezamenlijk optreden, en

b) door een persoon handelend binnen de grenzen van de specifieke bevoegdheden die door de uitvoerend directeur zijn gedelegeerd.

6. De uitvoerend directeur beheert, onder leiding van de Raad van directeuren, de lopende zaken van het EMF, en wordt hierin bijgestaan door een Raad van bestuur.

De Raad van bestuur bestaat uit de uitvoerend directeur als voorzitter en andere leden van het EMF-personeel die bij gelegenheid door de uitvoerend directeur worden aangewezen.

KAPITAAL EN KREDIETVERLENINGSCAPACITEIT

Artikel 8

Initieel maatschappelijk kapitaal en kredietverleningscapaciteit

1. Het initieel maatschappelijk kapitaal van het EMF bedraagt 704 798,7 miljoen EUR. Het is verdeeld in zeven miljoen zevenenveertigduizend negenhonderdzevenentachtig aandelen, met een nominale waarde van 100 000 EUR per aandeel, die beschikbaar zijn voor inschrijving door middel van de overdracht van het kapitaal van het ESM volgens de oorspronkelijke verdeelsleutel in tabel I en berekend overeenkomstig artikel 11 van dit Statuut. De inschrijvingen op het initieel maatschappelijk kapitaal zijn opgenomen in tabel II.

2. Het initieel maatschappelijk kapitaal van het EMF is verdeeld in volgestorte aandelen en niet-volgestorte aandelen. De initiële totale geaggregeerde nominale waarde van de volgestorte aandelen bedraagt 80 548,4 miljoen EUR. De aandelen in het maatschappelijk kapitaal waarop initieel werd ingeschreven, worden uitgegeven a pari. Andere aandelen worden a pari uitgegeven.

3. De aandelen in het maatschappelijk kapitaal worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts overdraagbaar ingeval de overdrachten ten doel hebben uitvoering te geven aan aanpassingen in de in artikel 11, lid 5, van dit Statuut bepaalde bijdragesleutel, waarbij aandelen in die mate worden overgedragen dat de verdeling van de aandelen met de aangepaste sleutel overeenkomt.

 

4. De aansprakelijkheid van elk EMF-lid blijft onder alle omstandigheden beperkt tot zijn aandeel in het maatschappelijk kapitaal tegen de uitgifteprijs ervan. De EMF-leden zijn niet op grond van hun lidmaatschap aansprakelijk voor verplichtingen van het EMF. De verplichting van EMF-leden om overeenkomstig deze verordening tot het maatschappelijk kapitaal bij te dragen, wordt onverlet gelaten door het feit dat een dergelijk EMF-lid in aanmerking komt voor financiële bijstand van het EMF of dergelijke bijstand ontvangt.

5. De uitgaven of verliezen van het EMF komen niet ten laste van de begroting van de Unie.

6. De initiële kredietverleningscapaciteit van het EMF bedraagt niet minder dan 500 000 miljoen EUR. De som van alle financiële verbintenissen van het EMF is nooit hoger dan de minimale kredietverleningscapaciteit. De Raad van gouverneurs kan besluiten de kredietverleningscapaciteit te verhogen. In uitzonderlijke, met redenen omklede gevallen kan de Raad van gouverneurs de kredietverleningscapaciteit ook voorlopig verlagen wanneer dat nodig is om het EMF in staat te stellen zijn functies te blijven vervullen.

Artikel 9

Opvragingen van kapitaal

1. De Raad van gouverneurs kan te allen tijde niet-volgestort maatschappelijk kapitaal opvragen en een passende termijn vaststellen voor de betaling ervan door de EMF-leden.

2. De Raad van directeuren kan bij besluit met gewone meerderheid van stemmen niet-volgestort maatschappelijk kapitaal opvragen om het niveau van het volgestort kapitaal te herstellen wanneer het bedrag van het volgestort kapitaal als gevolg van de absorptie van verliezen is gedaald tot onder het in artikel 8, lid 2, van dit Statuut vastgelegde niveau, dat door de Raad van gouverneurs kan worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 10 van dit Statuut, en een passende termijn vaststellen voor de betaling ervan door de EMF-leden.

3. De uitvoerend directeur vraagt tijdig niet-volgestort maatschappelijk kapitaal op wanneer dat nodig is om te vermijden dat het EMF een geplande of andere betalingsverplichting jegens crediteuren van het EMF niet nakomt. De uitvoerend directeur stelt de Raad van directeuren en de Raad van gouverneurs van een dergelijke opvraging in kennis. Wanneer een potentieel tekort aan EMF-middelen wordt vastgesteld, verricht de uitvoerend directeur deze opvraging(en) van kapitaal zo spoedig mogelijk teneinde te waarborgen dat het EMF over voldoende middelen beschikt om de aan crediteuren verschuldigde betalingen volledig en op tijd te kunnen verrichten. De EMF-leden verbinden zich er onherroepelijk en onvoorwaardelijk toe op verzoek aan iedere door de uitvoerend directeur overeenkomstig dit lid verrichte opvraging van kapitaal te voldoen binnen een termijn van zeven dagen na ontvangst.

 

4. De EMF-leden voldoen tijdig aan alle opvragingen van kapitaal.

5. De Raad van directeuren stelt de gedetailleerde voorwaarden vast die op grond van dit artikel gelden voor opvragingen van kapitaal.

Artikel 10

Kapitaalverhogingen

1. De Raad van gouverneurs kan besluiten het maatschappelijk kapitaal van het EMF te verhogen zoals bedoeld in artikel 11. De nieuwe aandelen worden aan de EMF-leden toegewezen volgens de in artikel 11 bepaalde bijdragesleutel.

2. wanneer een lidstaat als nieuw lid toetreedt tot het EMF, wordt het maatschappelijk kapitaal van het EMF automatisch verhoogd door de op dat ogenblik geldende respectieve bedragen te vermenigvuldigen met de ratio tussen de weging, in het kader van de in artikel 11 van dit Statuut bepaalde aangepaste bijdragesleutel, van het nieuwe EMF-lid enerzijds en die van de bestaande EMF-leden anderzijds.

Artikel 11

Bijdragesleutel

1. De bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het EMF door EMF-leden die lidstaten zijn welke de euro als munt hebben is, behoudens de leden 2 en 3, gebaseerd op de sleutel voor de inschrijving van de nationale centrale banken van EMF-leden op het kapitaal van de ECB, die is vastgesteld overeenkomstig artikel 29 van Protocol nr. 4 betreffende het Statuut van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (het "ESCB-Statuut"), dat aan het VEU en het VWEU is gehecht.

2. De initiële bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het EMF is opgenomen in bijlage I bij dit Statuut.

3. De bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het EMF wordt aangepast wanneer:

a) een lidstaat een nieuw EMF-lid wordt en het maatschappelijk kapitaal van het EMF automatisch hoger wordt; of

b) de overeenkomstig artikel 44 vastgestelde en gedurende twaalf jaar op een EMF-lid toegepaste tijdelijke correctie ten einde loopt.

4. De Raad van gouverneurs kan besluiten rekening te houden met eventuele actualiseringen van de in lid 1 bedoelde sleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de ECB wanneer de bijdragesleutel aangepast wordt overeenkomstig lid 3.

5. Wanneer de bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het EMF wordt aangepast, dragen de EMF-leden onderling in die mate maatschappelijk kapitaal over dat de verdeling van het maatschappelijk kapitaal met de aangepaste sleutel overeenkomt.

6. De Raad van directeuren treft alle andere voor de toepassing van de bepalingen in dit artikel noodzakelijke maatregelen.

DEEL IV

STABILITEITSTEUN DOOR HET EMF

Titel I

Beginselen voor stabiliteitssteun door het EMF

Artikel 12

Beginselen

1. Indien het onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit van de eurozone of van haar lidstaten te vrijwaren, kan het EMF met behulp van de instrumenten waarin wordt voorzien in de artikelen 14 tot en met 19 stabiliteitssteun verlenen aan een EMF-lid onder strikte beleidsvoorwaarden die passend zijn voor het gekozen financiële bijstandsinstrument. Deze beleidsvoorwaarden kunnen gaan van een macro-economisch aanpassingsprogramma op grond van Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en de Raad 1 tot de voortdurende inachtneming van vooraf vastgestelde voorwaarden om voor stabiliteitssteun in aanmerking te komen.

2. Het EMF, de Raad, de Commissie en de lidstaten nemen artikel 152 VWEU volledig in acht en houden rekening met nationale voorschriften en praktijken en met artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Dienovereenkomstig doet de toepassing van deze verordening geen afbreuk aan het recht om te onderhandelen over collectieve arbeidsovereenkomsten, deze te sluiten en de naleving ervan af te dwingen, of om collectieve actie te voeren overeenkomstig de nationale wetgeving.

Titel II

Financiële-stabiliteitssteun aan EMF-leden

Artikel 13

Procedure voor de toekenning van stabiliteitssteun aan EMF-leden

1. Een EMF-lid kan een verzoek om stabiliteitssteun tot de voorzitter van de Raad van gouverneurs richten. In een dergelijk verzoek word(t)(en) de te overwegen financiële bijstandsinstrument(en) aangegeven. Na ontvangst van een dergelijk verzoek verzoekt de voorzitter van de Raad van gouverneurs de Commissie om, in overleg met de ECB, de volgende taken uit te voeren:

a) onderzoeken of er een risico voor de financiële stabiliteit van de eurozone als geheel of van de lidstaten ervan bestaat, tenzij de ECB reeds een analyse overeenkomstig artikel 18, lid 2, van dit Statuut heeft voorgelegd;

 

b) beoordelen of de overheidsschuld houdbaar is;

c) de reële of potentiële financieringsbehoeften van het betrokken EMF-lid beoordelen.

 

2. Op grond van het verzoek van het EMF-lid en de in lid 1 bedoelde beoordeling kan de Raad van gouverneurs besluiten om, in beginsel, stabiliteitssteun aan het betrokken EMF-lid toe te kennen in de vorm van een financiële-bijstandsfaciliteit.

3. Indien een besluit overeenkomstig lid 2 wordt vastgesteld, verzoekt de Raad van gouverneurs de Commissie om, in overleg met de ECB en in samenwerking met het EMF, met het betrokken EMF-lid te onderhandelen over een memorandum van overeenstemming waarin de aan de financiële-bijstandsfaciliteit verbonden beleidsvoorwaarden worden beschreven. In de inhoud van het memorandum van overeenstemming worden de ernst van de aan te pakken zwakke punten en het gekozen financiële-bijstandsinstrument aangegeven. Tegelijkertijd stelt de uitvoerend directeur een door de Raad van gouverneurs aan te nemen voorstel voor een overeenkomst inzake een financiële-bijstandsfaciliteit op, waarin de financiële en andere voorwaarden en de keuze van instrumenten zijn vastgelegd.

Het memorandum van overeenstemming is volledig consistent met de maatregelen tot coördinatie van het economische beleid waarin het VWEU voorziet, in het bijzonder met alle rechtsbesluiten van de Unie, met inbegrip van adviezen, waarschuwingen, aanbevelingen of besluiten die tot het betrokken EMF-lid worden gericht en met het macro-economisch aanpassingsprogramma dat door de Raad op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 472/2013 moet worden goedgekeurd. Het memorandum wordt voorafgegaan door een sociale-effectbeoordeling.

 

4. De Commissie en het EMF ondertekenen het memorandum van overeenstemming, mits vooraf aan de vereisten in lid 3 is voldaan en de Raad van gouverneurs daarmee instemt.

5. Het memorandum van overeenstemming wordt openbaar gemaakt.

6. De Raad van directeuren hecht zijn goedkeuring aan de overeenkomst inzake de financiële-bijstandsfaciliteit, waarin de financiële aspecten van de toe te kennen stabiliteitssteun worden beschreven, en, in voorkomend geval, aan de uitbetaling van de eerste tranche van de bijstand.

7. Het EMF zet een adequaat waarschuwingssysteem op om te verzekeren dat het alle terugbetalingen die het EMF-lid in het kader van de stabiliteitssteun moet verrichten, tijdig ontvangt.

8. De Commissie houdt, in overleg met de ECB, toezicht op de naleving van de beleidsvoorwaarden die aan de financiële-bijstandsfaciliteit verbonden zijn.

Artikel 14

Preventieve financiële bijstand van het EMF

1. De Raad van gouverneurs kan overeenkomstig artikel 12, lid 1, van dit Statuut besluiten preventieve financiële bijstand te verlenen in de vorm van een aan voorwaarden onderworpen preventieve kredietlijn, dan wel in de vorm van een kredietlijn tegen verscherpte voorwaarden.

2. De aan de preventieve financiële bijstand van het EMF verbonden beleidsvoorwaarden worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, beschreven in het memorandum van overeenstemming.

3. De financiële voorwaarden van de preventieve financiële bijstand van het EMF worden vastgelegd in een door de uitvoerend directeur te ondertekenen overeenkomst inzake de preventieve financiële-bijstandsfaciliteit.

4. De Raad van directeuren stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van de preventieve financiële bijstand van het EMF.

5. Op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur en na ontvangst van een monitoringverslag van de Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 8, besluit de Raad van directeuren met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen of de kredietlijn moet worden gehandhaafd.

6. Nadat het EMF-lid een eerste keer middelen heeft opgenomen (via een lening of een aankoop op de primaire markt), besluit de Raad van directeuren met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur en na een onderzoek door de Commissie, in overleg met de ECB, of de kredietlijn nog steeds adequaat is, dan wel of een andere vorm van financiële bijstand is vereist.

Artikel 15

Financiële bijstand voor de herkapitalisatie van kredietinstellingen van een EMF-lid

1. De Raad van gouverneurs kan besluiten een EMF-lid financiële bijstand in de vorm van leningen te verstrekken met het specifieke doel de financiële instellingen van het betrokken EMF-lid te herkapitaliseren.

2. De beleidsvoorwaarden die aan de financiële bijstand voor de herkapitalisatie van kredietinstellingen van een EMF-lid verbonden zijn, worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, beschreven in het memorandum van overeenstemming.

3. Onverminderd de artikelen 107 en 108 VWEU worden de financiële en andere voorwaarden die aan financiële bijstand voor de herkapitalisatie van kredietinstellingen van een EMF-lid verbonden zijn, vastgelegd in de door de uitvoerend directeur te ondertekenen overeenkomst inzake een financiële-bijstandsfaciliteit.

4. De Raad van directeuren stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van financiële bijstand voor de herkapitalisatie van kredietinstellingen van een EMF-lid.

5. In voorkomend geval neemt de Raad van directeuren met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen op voorstel van de uitvoerend directeur en na ontvangst van een monitoringverslag van de Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 8, een besluit over de uitbetaling van de na de eerste tranche volgende tranches van de financiële bijstand.

Artikel 16

EMF-leningen

1. De Raad van gouverneurs kan overeenkomstig artikel 12, lid 1, besluiten financiële bijstand in de vorm van een lening aan een EMF-lid te verstrekken.

 

2. De aan de EMF-leningen verbonden beleidsvoorwaarden worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, opgenomen in een macro-economisch aanpassingsprogramma dat in het memorandum van overeenstemming wordt beschreven.

3. De financiële en andere voorwaarden van elke EMF-lening worden vastgelegd in een door de uitvoerend directeur te ondertekenen overeenkomst inzake de financiële-bijstandsfaciliteit.

 

4. De Raad van directeuren stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van EMF-leningen.

 

5. Op voorstel van de uitvoerend directeur en na ontvangst van een monitoringverslag van de Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 8, neemt de Raad van directeuren met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over de uitbetaling van de na de eerste tranche volgende tranches van de financiële bijstand.

Artikel 17

Steunvoorziening op de primaire markt

1. De Raad van gouverneurs kan overeenkomstig artikel 12, lid 1, besluiten regelingen te treffen voor de aankoop van obligaties van een EMF-lid op de primaire markt ten behoeve van een maximale kostenefficiëntie van de financiële bijstand.

 

2. De aan de steunvoorziening op de primaire markt verbonden beleidsvoorwaarden worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, beschreven in het memorandum van overeenstemming.

3. De financiële voorwaarden waaronder de aankoop van obligaties plaatsvindt, worden vastgelegd in de door de uitvoerend directeur te ondertekenen overeenkomst inzake een financiële bijstandsfaciliteit.

4. De Raad van directeuren stelt gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de procedure van tenuitvoerlegging van de steunvoorziening op de primaire markt.

5. Op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur en na ontvangst van een monitoringverslag van de Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 8, neemt de Raad van directeuren met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over de uitbetaling van financiële bijstand aan een lidstaat die bijstand ontvangt via operaties op de primaire markt.

Artikel 18

Steunvoorziening op de secundaire markt

1. De Raad van gouverneurs kan overeenkomstig artikel 12, lid 1, besluiten regelingen te treffen om operaties op de secundaire markt met betrekking tot de obligaties van een EMF-lid te verrichten.

2. Besluiten over interventies op de secundaire markt om besmetting tegen te gaan, worden genomen op basis van een analyse van de ECB waarin wordt erkend dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden op de financiële markten en van risico's voor de financiële stabiliteit.

3. De aan de steunvoorziening op de secundaire markt verbonden beleidsvoorwaarden worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, beschreven in het memorandum van overeenstemming.

4. De financiële voorwaarden waaronder de operaties op de secundaire markt plaatsvinden, worden vastgelegd in de door de uitvoerend directeur te ondertekenen overeenkomst inzake een financiële-bijstandsfaciliteit.

5. De Raad van directeuren stelt gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de procedure van tenuitvoerlegging van de steunvoorziening op de secundaire markt.

6. Op basis van een voorstel van de uitvoerend directeur besluit de Raad van directeuren met versterkte gekwalificeerde meerderheid van stemmen operaties op de secundaire markt aan te vatten.

Artikel 19

Instrument voor de directe herkapitalisatie van kredietinstellingen

1. Onverminderd de artikelen 107 en 108 VWEU en de artikelen 18, lid 4, onder d), en artikel 27, lid 9, van Verordening (EU) nr. 806/2014 en de artikelen 56, 57 en 58 van Richtlijn 2014/59/EU kan de Raad van gouverneurs van het EMF besluiten tot toekenning van financiële bijstand om kredietinstellingen op verzoek van een EMF-lid rechtstreeks te herkapitaliseren. De bijstand is bedoeld voor specifieke gevallen waarin het EMF-lid kampt met acute problemen in zijn financiële sector die niet kunnen worden opgelost zonder een aanzienlijk gevaar voor de houdbaarheid van de begroting te vormen als gevolg van een ernstig risico op besmetting van de overheidsfinanciën door de financiële sector of wanneer andere oplossingen de ononderbroken toegang van het EMF-lid tot de markt in gevaar zouden brengen.

2. De betrokken kredietinstelling is systeemrelevant of vormt een ernstige bedreiging voor de financiële stabiliteit van de eurozone als geheel of van het verzoekende EMF-lid.

3. Het EMF-lid op wiens grondgebied de in lid 2 bedoelde kredietinstelling is gevestigd, draagt in passende mate met volume en kwaliteit van kapitaal bij, samen met het EMF.

4. De Raad van gouverneurs stelt gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de procedure van tenuitvoerlegging van het instrument voor de rechtstreekse herkapitalisatie van kredietinstellingen.

5. De Raad van directeuren keurt de herkapitalisatie goed. In voorkomend geval kan een dergelijke goedkeuring worden onderworpen aan voorwaarden die specifiek zijn voor de begunstigde instelling.

6. Financiële verplichtingen die voortvloeien uit op grond van lid 1 genomen besluiten mogen het totaalbedrag van 60 000 miljoen EUR niet overschrijden.

Titel III

Prijsstellingsbeleid en transacties voor het aangaan van leningen van het EMF

Artikel 20

Prijsstellingsbeleid

1. Bij het toekennen van stabiliteitssteun, het verstrekken van kredietlijnen of het vaststellen van garanties streeft het EMF naar volledige dekking van zijn operationele en financieringskosten en hanteert het een passende marge.

2. Voor alle instrumenten wordt de prijsstelling nader gepreciseerd in een prijsstellingsrichtsnoer, dat door de Raad van gouverneurs wordt aangenomen.

3. Het prijsstellingsbeleid kan opnieuw worden bezien door de Raad van gouverneurs.

Artikel 21

Transacties voor het aangaan van leningen

1. Het EMF kan middelen verwerven door financiële instrumenten uit te geven, dan wel door overeenkomsten of andere regelingen, al dan niet van financiële aard, aan te gaan met zijn leden, financiële instellingen of andere derden.

2. De uitvoeringsregels voor transacties voor het aangaan van leningen worden bepaald door de uitvoerend directeur overeenkomstig door de Raad van directeuren vast te stellen gedetailleerde richtsnoeren.

3. Het EMF maakt gebruik van passende risicobeheersinstrumenten, die regelmatig opnieuw worden bezien door de Raad van directeuren.

DEEL V

STEUN AAN DE GAR

Artikel 22

Kredietlijn of garanties voor de GAR

1. Financiële steun aan de GAR wordt gezamenlijk verstrekt door het EMF en door de deelnemende lidstaten in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 die de euro niet als munt hebben, op dezelfde gelijkwaardige voorwaarden, via kredietlijnen of plafonds, of beide, voor garanties voor verplichtingen van de GAR.

Steunbedragen die door de GAR overeenkomstig lid 1 worden verleend, komen ten laste van het EMF en de deelnemende lidstaten als bedoeld in lid 1 van dit artikel in verhouding tot een sleutel die wordt meegedeeld door de GAR bij het aanvragen van de steun. Om die sleutel vast te stellen, berekent de GAR de buitengewone achteraf te betalen bijdragen die zouden moeten worden verhoogd om het totale bedrag van de steun terug te betalen, en hij aggregeert de resultaten op het niveau van respectievelijk het grondgebied van alle EMF-leden van iedere deelnemende lidstaat in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 die niet de euro als munt heeft. De GAR voert deze berekening uit op basis van de meest recente informatie waarover hij beschikt met het oog op de toepassing van artikel 70 van Verordening (EU) nr. 806/2014. Voor de toepassing van deze berekening past de GAR artikel 5, lid 1, onder e), van de overeenkomst betreffende de overdracht en de mutualisatie van de bijdragen aan het Fonds niet toe.

2. Het gecombineerde bedrag van uitstaande verplichtingen die voortvloeien uit overeenkomstig lid 1 genomen besluiten wordt onderworpen aan een initieel plafond van 60 000 miljoen EUR.

3. Aan de GAR verstrekte middelen worden overeenkomstig artikel 73 van Verordening (EU) nr. 806/2014 van de GAR gerecupereerd.

4. De Raad van gouverneurs stelt in overleg met de deelnemende lidstaten als bedoeld in lid 1:

a) de financiële voorwaarden van de steun vast;

b) en kan besluiten het in lid 2 bedoelde plafond te verhogen.

5. Wanneer een lidstaat die de euro niet als munt heeft een deelnemende lidstaat wordt in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 komt die lidstaat met het EMF en de andere deelnemende lidstaten in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 die de euro niet als munt hebben, overeen om de in lid 4 bedoelde voorwaarden, voor zover nodig, te bevestigen of te herzien.

Wanneer een lidstaat die de euro niet als munt heeft een deelnemende lidstaat wordt in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 stijgt het initiële plafond als bedoeld in lid 3 met hetzelfde percentage als de verhoging van het streefbedrag overeenkomstig artikel 69 van Verordening (EU) nr. 806/2014 wanneer een lidstaat die de euro niet als munt heeft een deelnemende lidstaat wordt in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013.

6. De in lid 4, onder a), bedoelde financiële voorwaarden worden nader bepaald in een of meerdere overeenkomsten inzake een financiële-bijstandsfaciliteit die worden gesloten tussen de GAR, enerzijds, en het EMF en de in lid 1 bedoelde deelnemende lidstaten, anderzijds.

7. Besluiten over de opneming van de kredietlijn of de verlening van garanties voor verplichtingen van de GAR worden vastgesteld, uiterlijk 12 uur na de ontvangst van een verzoek van de GAR.

8. Wanneer het verzoek van de GAR wordt gedaan in het kader van een afwikkelingsregeling, kan de GAR, na raadpleging van de Commissie, verzoeken om steun vóór de vaststelling van deze afwikkelingsregeling. In dat geval treden de besluiten over de opneming van de kredietlijn of de verlening van garanties voor verplichtingen van de GAR samen met de afwikkelingsregeling in werking.

Artikel 23

Regels die van toepassing zijn op het EMF

1. De Raad van gouverneurs stelt de financiële voorwaarden voor EMF-steun vast. 

2. De uitvoerend directeur:

a) ondertekent de overeenkomst, na goedkeuring door de Raad van directeuren;

b) heeft de bevoegdheid besluiten te nemen over de opneming van de kredietlijn of de verlening van garanties voor verplichtingen van de GAR.

3. De Raad van directeuren stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van EMF-kredietlijnen of garanties aan de GAR.

Artikel 24

Regels die van toepassing zijn op de deelnemende lidstaten die de euro niet als munt hebben, in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013.

Voordat een lidstaat die de euro niet als munt heeft een deelnemende lidstaat in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 wordt, verstrekt die lidstaat kredietlijnen of garanties ter ondersteuning van de GAR overeenkomstig artikel 22 van dit Statuut, onder voorbehoud van de vaststelling van het besluit van de ECB tot nauwe samenwerking tussen de ECB en de nationale bevoegde autoriteit van die lidstaat overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013.

Deze lidstaten stellen de procedures in waarmee deze kredietlijnen en garanties kunnen worden geactiveerd overeenkomstig artikel 22 van dit Statuut.

DEEL VI

FINANCIEEL BEHEER

Artikel 25

Investeringsbeleid

1. De uitvoerend directeur voert overeenkomstig door de Raad van directeuren vast te stellen en regelmatig opnieuw te beoordelen richtsnoeren een prudent beleggingsbeleid voor het EMF teneinde de hoogste kredietwaardigheid ervan te garanderen. Het EMF is gemachtigd een deel van de opbrengst van zijn beleggingsportefeuille te gebruiken om zijn bedrijfs- en administratiekosten te dekken.

2. De operaties van het EMF voldoen aan de beginselen van goed financieel en risicobeheer.

Artikel 26

Dividendbeleid

1. De Raad van directeuren kan met gewone meerderheid van stemmen besluiten een dividend aan de EMF-leden uit te keren wanneer het gezamenlijk bedrag van het volgestort kapitaal en het reservefonds hoger dan vereist is om de kredietverleningscapaciteit van het EMF te handhaven en de beleggingsopbrengst niet vereist is om een tekort in de voldoening van de crediteuren te vermijden. Dividenden worden uitgekeerd naar rato van de bijdragen aan het volgestort kapitaal, rekening houdend met de mogelijke versnelde betaling als bedoeld in artikel 44, lid 3.

2. Onverminderd artikel 8, lid 6 en artikel 9, lid 1, van dit Statuut en mits het EMF geen financiële bijstand aan een van zijn leden heeft verleend, wordt de opbrengst van de belegging van het volgestort kapitaal van het EMF aan de EMF-leden uitgekeerd volgens hun respectieve bijdrage aan het volgestort kapitaal, na aftrek van de operationele kosten.

3. De uitvoerend directeur voert het dividendbeleid voor het EMF uit overeenkomstig door de Raad van directeuren vast te stellen richtsnoeren.

Artikel 27

Reservefonds en andere fondsen

1. De Raad van gouverneurs stelt een reservefonds en, indien nodig, andere fondsen in.

2. Onverminderd artikel 26 van dit Statuut worden de uit de EMF-operaties voortvloeiende netto-inkomsten en de van de EMF-leden ontvangen opbrengsten van de financiële sancties uit hoofde van de bij artikel 121, lid 6, en artikel 126 VWEU ingestelde multilaterale toezichtprocedure, buitensporigtekortprocedure en procedure bij macro-economische onevenwichtigheden opzijgezet in een reservefonds.

3. De middelen van het reservefonds worden belegd overeenkomstig door de Raad van directeuren vast te stellen richtsnoeren.

4. De Raad van directeuren stelt alle regels vast die vereist zijn voor de instelling, het beheer en het gebruik van andere fondsen.

Artikel 28

Dekking van verliezen

1. Uit EMF-operaties voortvloeiende verliezen komen ten laste van:

a) ten eerste het reservefonds;

b) ten tweede het volgestort kapitaal; en

c) ten slotte, voor een passend bedrag, het niet-volgestort maatschappelijk kapitaal, dat overeenkomstig artikel 9, lid 3, wordt opgevraagd.

2. Wanneer een EMF-lid verzuimt de betaling te verrichten die uit hoofde van een opvraging van kapitaal overeenkomstig artikel 9, lid 2 of 3, wordt verlangd, vindt een herziene, verhoogde opvraging van kapitaal bij alle EMF-leden plaats om ervoor te zorgen dat het EMF het vereiste totaalbedrag aan volgestort kapitaal ontvangt. Na de Commissie ervan in kennis te hebben gesteld, stelt de Raad van gouverneurs een passende gedragslijn vast om ervoor te zorgen dat het betrokken EMF-lid zijn schuld jegens het EMF binnen een redelijke termijn vereffent. De Raad van gouverneurs heeft het recht de betaling van achterstandsrente over het achterstallige bedrag te eisen.

3. Wanneer een EMF-lid zijn in lid 2 bedoelde schuld jegens het EMF vereffent, wordt het overschot aan kapitaal aan de overige EMF-leden terugbetaald volgens door de Raad van gouverneurs vastgestelde regels.

DEEL VII.

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 29

Begroting

1. Het EMF heeft een autonome, zichzelf financierende begroting die geen deel uitmaakt van de begroting van de Unie.

2. Het begrotingsjaar van het EMF begint elk jaar op 1 januari en eindigt op 31 december.

Artikel 30

Opstelling van de begroting

1. De uitvoerend directeur stelt een administratieve begroting op voor ieder boekjaar en legt deze uiterlijk op 15 november van het voorgaande begrotingsjaar voor aan de Raad van directeuren.

De Raad van directeuren keurt uiterlijk op 15 december van het voorgaande begrotingsjaar de administratieve begroting goed.

2. De jaarlijkse begroting, als goedgekeurd door de Raad van directeuren, wordt voorgelegd aan de Raad van gouverneurs op zijn volgende jaarvergadering.

Artikel 31

Jaarrekeningen

1. De Raad van directeuren houdt de jaarrekeningen van het EMF bij en stelt deze op, evenals het driemaandelijks beknopt overzicht en de winst- en verliesrekening, beide uitgedrukt in euro, overeenkomstig algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen en eventuele aanvullende boekhoudkundige conventies, zoals vereist door de Raad van directeuren en goedgekeurd door het Auditcomité.

Het EMF voert in zijn interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor zijn overeenkomstig artikel 19 van dit Statuut verrichte activiteiten, overeenkomstig algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen en eventuele aanvullende boekhoudkundige conventies die op de in lid 1 uiteengezette wijze zijn vastgesteld.

3. De rekeningen van het EMF worden overeenkomstig algemeen aanvaarde auditnormen ten minste eenmaal per jaar overeenkomstig artikel 34 van dit Statuut gecontroleerd.

4. De Raad van gouverneurs keurt de jaarrekeningen van het EMF goed.

5. De uitvoerend directeur stuurt de EMF-leden een driemaandelijks beknopt overzicht van zijn financiële positie en een winst- en verliesrekening met daarin de resultaten van de EMF-operaties.

Artikel 32

Financiële memoranda en jaarverslag

1. De Raad van directeuren stelt de financiële memoranda voor ieder begrotingsjaar uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar op, in de vorm van een balans, een winst-en-verliesrekening en toelichtingen. De toelichtingen bevatten een beknopt overzicht van de relevante balans en de posten in de winst-en-verliesrekening ten aanzien van de in het kader van het instrument voor directe herkapitalisatie van instellingen uitgevoerde activiteiten, verkregen uit de in artikel 31, lid 2, bedoelde rekeningen.

2. De uitvoerend directeur stelt jaarlijks een verslag voor elk begrotingsjaar op en legt het ter goedkeuring voor aan de Raad van gouverneurs tijdens diens jaarlijkse vergadering.

Het jaarverslag bevat:

a) een beschrijving van het beleid en de activiteiten van het EMF;

b) de financiële memoranda voor het betrokken begrotingsjaar;

c) het verslag van de externe auditors over hun audit van deze financiële memoranda overeenkomstig artikel 34; en

d) het verslag van het Auditcomité over deze financiële memoranda overeenkomstig artikel 35.

5. Na goedkeuring door de Raad van gouverneurs wordt het jaarverslag gepubliceerd op de website van het EMF.

Artikel 33

Interne audit

Er wordt een interne auditfunctie opgezet volgens internationale normen.

Artikel 34

Externe audit

1. De rekeningen van het EMF worden gecontroleerd door onafhankelijke externe auditors die door de Raad van gouverneurs voor een termijn van drie jaar worden geselecteerd onder auditbedrijven met een goede internationale reputatie, goedgekeurd en onderworpen aan publiek toezicht overeenkomstig Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad 2 .

Om de zes jaar vindt een verplichte roulatie van het auditbedrijf plaats.

2. De onafhankelijke externe auditors zijn verantwoordelijk voor het certificeren van de jaarlijkse financiële memoranda en zijn volledig bevoegd om alle boeken en rekeningen van het EMF te controleren en volledige informatie over zijn transacties te verkrijgen.

Artikel 35

Auditcomité

1. Het Auditcomité bestaat uit vijf leden die door de Raad van gouverneurs worden benoemd voor een niet-hernieuwbare ambtstermijn van drie jaar en is als volgt samengesteld:

a) twee leden die worden voorgedragen door de voorzitter;

b) twee leden die worden aangewezen door de hoogste controle-instanties van twee EMF-leden, één uit de groep van de helft van de EMF-leden, afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal, met het hoogste aantal aandelen van het EMF en de andere uit de groep van overige EMF-leden, op grond van een toerbeurtsysteem volgens de alfabetische volgorde van de namen van de EMF-leden van iedere groep in het Engels, zoals uiteengezet in bijlage I bij dit Statuut;

c) een lid aangewezen door de Europese Rekenkamer.

Om in aanmerking te komen voor benoeming in het Auditcomité moeten kandidaten competent zijn in financiële en auditzaken en moeten zij beschikken over de kennis, vaardigheden en ervaring die nodig zijn voor de goede uitvoering van de taken van het comité.

Het Auditcomité kiest een voorzitter en vicevoorzitter uit zijn leden, elk voor een verlengbare termijn van één jaar.

Het auditcomité stelt een reglement vast met betrekking tot zijn procedures.

2. De leden van het Auditcomité zijn volledig onafhankelijk bij het uitoefenen van hun functie. Zij vragen noch aanvaarden instructies van de bestuursorganen van het EMF, de EMF-leden of andere publiek- of privaatrechtelijke organen.

De leden van het Auditcomité vermijden, overeenkomstig de internationale normen, ieder belangenconflict en onthouden zich van iedere met het karakter van hun taken onverenigbare handeling, op het moment van hun benoeming en tijdens en na afloop van hun ambtstermijn. 

3. Het Auditcomité stelt onafhankelijke audits op. Het inspecteert de rekeningen van het EMF en controleert de juistheid van de operationele rekeningen en de balans. Het controleert de regelmatigheid, het nalevingsgedrag en het prestatie- en risicobeheer van het EMF overeenkomstig internationale auditnormen. Het houdt toezicht op en toetst de interne en externe auditprocessen van het EMF en de resultaten ervan.

Het Auditcomité heeft volledige toegang tot alle documenten en informatie van het EMF, met inbegrip van informatie over interne en externe auditprocessen die nodig is voor de uitvoering van zijn taken.

4. Het Auditcomité kan de Raad van directeuren te allen tijde van zijn bevindingen in kennis stellen. Het stelt jaarlijks een aan de Raad van gouverneurs voor te leggen verslag op over zijn auditresultaten met betrekking tot de operationele rekeningen en de balans samen met zijn conclusies en aanbevelingen.

5. De Raad van gouverneurs maakt het jaarverslag van het Auditcomité uiterlijk 30 dagen de na ontvangst ervan toegankelijk voor de nationale parlementen en hoogste controle-instanties van de EMF-leden en voor de Europese Rekenkamer. De Raad van gouverneurs stuurt het verslag ter informatie tegelijkertijd toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

6. Het Auditcomité kan op verzoek van de Raad van gouverneurs of de uitvoerend directeur besluiten aanvullende verslagen op te stellen.

7. De leden van het Auditcomité en de door dat comité aangewezen deskundigen behandelen alle niet-openbare en in het kader van de uitvoering van hun taken verkregen informatie met de grootste vertrouwelijkheid en maken deze informatie niet openbaar, ook niet na de beëindiging van hun ambtstermijn of benoeming.

DEEL VIII

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 36

Zetel

1. Het EMF heeft zijn zetel en hoofdkantoor te Luxemburg.

2. Het EMF kan verbindingsbureaus oprichten op basis van een besluit van de Raad van directeuren op grond van artikel 6, lid 5, van dit Statuut.

Artikel 37

Zetelovereenkomst

De regelingen betreffende de door het Groothertogdom Luxemburg aan het EMF geboden huisvesting en voorzieningen worden vastgelegd in een zetelovereenkomst tussen het EMF en Luxemburg. Tot de inwerkingtreding van de zetelovereenkomst blijft de overeenkomst inzake de hoofdzetel tussen het ESM en het Groothertogdom Luxemburg van 8 oktober 2012 van toepassing op het EMF.

Artikel 38

Voorrechten en immuniteiten

1. Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, dat aan het VEU en het VWEU is gehecht, is van toepassing op het EMF en zijn personeelsleden.

2. Het EMF is vrijgesteld van elke verplichting om te worden erkend of vergund als kredietinstelling, verlener van beleggingsdiensten of enigerlei andere uit hoofde van het recht van de Unie en het recht van haar lidstaten erkende, vergunninghoudende of gereguleerde entiteit.

Artikel 39

Personeel van het EMF

1. Het Statuut, de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en de regels die de instellingen van de Unie gezamenlijk hebben vastgesteld met het oog op de toepassing van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, zijn van toepassing op het personeel van het EMF krachtens artikel 1 bis, lid 2, van het Statuut, met uitzondering van personeelsleden die op datum van inwerkingtreding van de verordening bij het ESM werkzaam zijn in het kader van een met het ESM gesloten overeenkomst. Dergelijke overeenkomsten, ook die met onderdanen van derde landen, blijven vallen onder de contractuele regelingen die van toepassing zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening.

Overeenkomstig de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, doet het gezag dat bevoegd is tot het aangaan van de in lid 5 van dit artikel bedoelde overeenkomsten een dienstaanbod voor onbepaalde tijd als lid van het tijdelijk of contractueel personeel aan eenieder die op datum van inwerkingtreding van deze verordening in dienst is op grond van een door het ESM voor onbepaalde tijd gesloten overeenkomst. Het aanbod is gebaseerd op de taken die het personeelslid als lid van het tijdelijk of contractueel personeel moet uitvoeren.

De door het ESM gesloten overeenkomsten van bepaalde tijd verstrijken op hun vervaldatum en worden niet verlengd op grond van de contractuele regelingen die van toepassing zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening.

2. In afwijking van lid 1 van dit artikel wordt de uitvoerend directeur gelijkgesteld met de vicevoorzitter van het Hof van Justitie wat betreft beloning en pensioenleeftijd, als vastgesteld in Verordening (EU) nr. 300/2016 van de Raad 3 . De leden van de raad van bestuur worden gelijkgesteld met een lid van een gespecialiseerde rechtbank, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 300/2016. Op aspecten die niet onder Verordening (EU) nr. 300/2016 vallen, zijn het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van toepassing.

3. Het personeel van het EMF bestaat uit ambtenaren, tijdelijk en contractueel personeel. De Raad van bestuur wordt jaarlijks in kennis gesteld van de arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd die de uitvoerend directeur aangaat.

4. De Raad van directeuren stelt de nodige uitvoeringsmaatregelen vast overeenkomstig de regelingen in artikel 110 van het Statuut.

5. De uitvoerend directeur oefent ten aanzien van het EMF-personeel de bevoegdheden uit die krachtens het Statuut zijn verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag, alsook die welke krachtens de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden zijn verleend aan de tot het aangaan van overeenkomsten bevoegde autoriteit.

Artikel 40

Beroepsgeheim en informatie-uitwisseling

1. De leden en voormalige leden van de Raad van gouverneurs en van de Raad van directeuren en alle andere personen die werkzaamheden voor of in verband met het EMF verrichten of hebben verricht, zijn gehouden informatie die onder de geheimhoudingsplicht valt op grond van artikel 339 VWEU en de toepasselijke bepalingen in het Unierecht, niet openbaar te maken, zelfs niet na het beëindigen van hun taken. Zij mogen met name aan geen enkele persoon of autoriteit informatie bekendmaken die onder het beroepsgeheim valt en die is verkregen in de loop van hun beroepsmatige activiteiten, tenzij het in het kader van de uitoefening van hun functies uit hoofde van deze verordening gebeurt.

2. De raad van directeuren stelt een gedragscode vast die verbindend is voor de uitvoerend directeur en alle directeuren, plaatsvervangend directeuren en leden van het personeel van het EMF en waarin hun verplichtingen op het vlak van de vertrouwelijkheid, openbare verklaringen en contacten met de media, persoonlijke beleggingen en openbaarmaking van financiële en zakelijke belangen worden vastgelegd.

3. De Raad van directeuren stelt de nodige maatregelen vast met betrekking tot de veilige behandeling, verwerking, openbaarmaking en uitwisseling van vertrouwelijke informatie.

4. De uitvoerend directeur zorgt ervoor dat informatie die openbaar wordt gemaakt, geen vertrouwelijke informatie bevat, in het bijzonder door de gevolgen te beoordelen die de openbaarmaking zou kunnen hebben voor het openbaar belang met betrekking tot de stabiliteit van het financiële stelsel van de eurozone, van een EMF-lid of van een deelnemende lidstaat, in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad, voor internationale financiële, monetaire of economische beleidslijnen en betrekkingen, voor de commerciële belangen van natuurlijke en rechtspersonen, voor gerechtelijke procedures, voor het doel van inspecties, voor onderzoeken en audits. De procedure voor het nagaan van de gevolgen van het openbaar maken van informatie omvat een specifieke beoordeling van de gevolgen van de openbaarmaking van de inhoud en details van enig document betreffende het verstrekken van financiële-stabiliteitssteun bedoeld in artikel 16 van dit statuut of het verstrekken van kredietlijnen of het verlenen van garanties aan de GAR bedoeld in de artikelen 22 tot en met 24 van dit statuut.

5. Onder voorbehoud van passende waarborgen voor het verzekeren van de vertrouwelijkheid overeenkomstig lid 3 van dit artikel, verhindert de Raad van directeuren het EMF, zijn leden, de Raad, de Commissie, de ECB, met inbegrip van hun werknemers en deskundigen, niet informatie te delen, ook van vertrouwelijke aard, met elkaar en met centrale banken, nationale bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013, depositogarantiestelsels, beleggerscompensatiestelsels, de GAR, nationale afwikkelingsautoriteiten, autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor normale insolventieprocedures en met deelnemende lidstaten in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 die niet de euro als munt hebben of hun bevoegde autoriteiten die taken uitvoeren welke gelijkwaardig zijn aan die welke in dit lid zijn vermeld, ten behoeve van de werking van het EMF. De uitvoerend directeur onderwerpt de uitwisseling van informatie aan de nodige in lid 3 van dit artikel bedoelde maatregelen.

8. Dit artikel doet geen afbreuk aan de verantwoordingsplicht van het EMF ten aanzien van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 5 en ten aanzien van de nationale parlementen van EMF-leden overeenkomstig artikel 6, lid 3, van deze verordening.

9. De vereisten inzake het beroepsgeheim als bedoeld in lid 1 zijn eveneens van toepassing op waarnemers overeenkomstig artikel 5, leden 3, 4 en 5, of deelnemers die op grond van artikel 22 de vergaderingen van de Raad van gouverneurs bijwonen.

Artikel 41

Samenwerking

1. Het EMF kan samenwerkingsverbanden aangaan en onderhouden met instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie overeenkomstig de respectieve doelstellingen ervan, en met autoriteiten van de lidstaten, autoriteiten van derde landen die op ad-hocbasis financiële bijstand verlenen aan een EMF-lid, en internationale organisaties of entiteiten die speciale verantwoordelijkheden op aanverwante terreinen hebben.

2. Voor de in lid 1 genoemde doeleinden kan het EMF werkafspraken maken, met name met de Commissie en de Europese Centrale Bank. Deze werkafspraken zijn van technische en/of operationele aard, en strekken er in het bijzonder toe samenwerking en uitwisseling van informatie te bevorderen tussen de bij de afspraken betrokken partijen overeenkomstig artikel 40, lid 5, van dit Statuut. De werkafspraken zijn niet wettelijk bindend.

DEEL IX

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 42

Beheer van de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit

Het EMF kan instaan voor het beheer van de EFSF op basis van een beheersovereenkomst met de EFSF, met inbegrip van de beloningsvoorwaarden. Wanneer het EMF een overeenkomst met hetzelfde oogmerk heeft gesloten, is artikel 2 van deze verordening van toepassing op een dergelijke overeenkomst.

Artikel 43

Betaling van het initieel kapitaal voor nieuwe EMF-leden

1. Onverminderd artikel 8, lid 4, en lid 3 van dit artikel kan een nieuw EMF-lid de bij deze verordening aan hem toegekende rechten, met inbegrip van het stemrecht, pas uitoefenen na inschrijving van zijn initiële bijdrage op het maatschappelijk kapitaal.

2. Na inschrijving van zijn initiële bijdrage geschiedt de betaling van de volgestorte aandelen van het nieuwe EMF-lid in vijf gelijke jaarlijkse termijnen van 20 % van het totale bedrag. De laatste vier termijnen zijn elk betaalbaar op de eerste, tweede, derde en vierde verjaardag van de datum van betaling van de eerste termijn.

 

3. Tijdens de periode van vijf jaar waarin het kapitaal in termijnen wordt betaald, voeren nieuwe EMF-leden de betaling van de volgestorte aandelen sneller uit, tijdig vóór de uitgiftedatum, opdat de verhouding tussen het volgestort kapitaal en het uitstaande bedrag aan EMF-uitgiften ten minste 15 % blijft en om het EMF een kredietverleningscapaciteit van 500 000 miljoen EUR te waarborgen.

4. Een nieuw EMF-lid kan besluiten tot versnelde betaling van zijn aandeel in het volgestort kapitaal.

Artikel 44

Tijdelijke correctie van de bijdragesleutel

1. De in de initiële bijdragesleutel opgenomen tijdelijke correctie is van toepassing voor een periode van twaalf jaar, te rekenen vanaf de datum van aanneming van de euro door het betrokken EMF-lid.

 

2. Indien het in euro luidend bruto binnenlands product (bbp) per capita tegen marktprijzen van een nieuw EMF-lid in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan zijn toetreding tot het EMF minder dan 75 % van het gemiddeld bbp per capita tegen marktprijzen van de Unie bedraagt, wordt op zijn overeenkomstig artikel 8 vastgestelde bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het EMF een tijdelijke correctie toegepast, gelijk aan de som van:

a) 25 % van het procentuele aandeel in het ECB-kapitaal van de nationale centrale bank van het betrokken EMF-lid, zoals bepaald overeenkomstig artikel 29 van de ESCB-statuten; en

b) 75 % van het procentuele aandeel van het betrokken EMF-lid in het in euro luidend bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen van de eurozone in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan zijn toetreding tot het EMF.

De onder a) en b) bedoelde percentages worden naar onder of naar boven afgerond op het kleinste veelvoud van 0,0001 procentpunt. De statistische termen zijn die gepubliceerd door Eurostat.

3. De in lid 2 bedoelde tijdelijke correctie is van toepassing voor een periode van twaalf jaar, te rekenen vanaf de datum van aanneming van de euro door het betrokken EMF-lid.

4. Als gevolg van de tijdelijke correctie van de sleutel wordt het desbetreffende gedeelte van de krachtens lid 2 van dit artikel aan een EMF-lid toegewezen aandelen herverdeeld onder de EMF-leden die geen tijdelijke correctie genieten op basis van het overeenkomstig artikel 29 van de ESCB-statuten vastgestelde aandelenbezit in de ECB onmiddellijk voorafgaand aan de uitgifte van aandelen aan het nieuwe EMF-lid.

DEEL X

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 45

Fraudebestrijdingsmaatregelen

1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten als bedoeld in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 4 treedt het EMF binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (“OLAF”) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat interinstitutioneel akkoord onmiddellijk passende regels op voor alle personeelsleden van het EMF.

2. De Rekenkamer is bevoegd om op basis van documenten en controles ter plaatse de begunstigden, contractanten en subcontractanten te controleren die middelen uit het EMF hebben ontvangen.

3. OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 5 en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een door het EMF gefinancierd contract.

Artikel 46

Toegang tot documenten

1. Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad 6 is van toepassing op de documenten die in het bezit zijn van het EMF.

2. Het EMF stelt binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening interne maatregelen tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

3. Tegen door het EMF overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 genomen besluiten kan een klacht worden ingediend bij de Europese Ombudsman of een procedure worden ingeleid bij het Hof van Justitie, overeenkomstig de voorwaarden vastgelegd in respectievelijk artikel 228 en artikel 263 VWEU.

4. Aan besluiten van het EMF onderworpen personen hebben recht op toegang tot het dossier van het EMF, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van andere personen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen. Het recht van toegang tot het dossier is niet van toepassing op vertrouwelijke informatie of interne voorbereidende documenten van het EMF.

Artikel 47

Taalvoorschriften

1. Tenzij anders bepaald in deze verordening is Verordening nr. 1/1958 van de Raad 7 van toepassing op het EMF.

2. De werktaal of -talen van het EMF, inclusief voor het houden van vergaderingen van de Raad van gouverneurs, de Raad van directeuren, de Raad van bestuur en het Auditcomité worden vastgesteld door de Raad van gouverneurs overeenkomstig artikel 5, lid 8, van dit Statuut.

3. Het EMF kan besluiten welke van de officiële talen het gebruikt voor het sturen van documenten naar instellingen, agentschappen of organen van de Unie.

4. De authentieke versie van alle documenten van het EMF is de Engelse versie, tenzij:

a) de Raad van directeuren anderszins besluit bij een bepaalde transactie;

b) de uitvoerend directeur, op verzoek en op kosten van een EMF-lid, een vertaling van een specifiek besluit van de Raad van gouverneurs of de Raad van directeuren in de officiële taal of talen van dat EMF-lid als authentiek valideert indien dat noodzakelijk is om de toepasselijke nationale procedures af te ronden.

TABEL I


Initiële bijdragesleutel van het EMF

EMF-lid

EMF-sleutel (%)

Koninkrijk België

3,4534

Bondsrepubliek Duitsland

26,9616

Republiek Estland

0,1847

Ierland

1,5814

Helleense Republiek

2,7975

Koninkrijk Spanje

11,8227

Franse Republiek

20,2471

Italiaanse Republiek

17,7917

Republiek Cyprus

0,1949

Republiek Letland

0,2746

Republiek Litouwen

0,4063

Groothertogdom Luxemburg

0,2487

Malta

0,0726

Koninkrijk der Nederlanden

5,6781

Republiek Oostenrijk

2,7644

Portugese Republiek

2,4921

Republiek Slovenië

0,4247

Slowaakse Republiek

0,8184

Republiek Finland

1,7852

Totaal

100,0

De bovenvermelde cijfers zijn afgerond op vier decimalen.

TABEL II

Inschrijving op het initieel maatschappelijk kapitaal.

EMF-lid

Aantal aandelen

Inschrijving op het kapitaal

(EUR)

Koninkrijk België

243 397

24 339 700 000

Bondsrepubliek Duitsland

1 900 248

190 024 800 000

Republiek Estland

13 020

1 302 000 000

Ierland

111 454

11 145 400 000

Helleense Republiek

197 169

19 716 900 000

Koninkrijk Spanje

833 259

83 325 900 000

Franse Republiek

1 427 013

142 701 300 000

Italiaanse Republiek

1 253 959

125 395 900 000

Republiek Cyprus

13 734

1 373 400 000

Republiek Letland

19 353

1 935 300 000

Republiek Litouwen

Groothertogdom Luxemburg

28 634

17 528

2 863 400 000

1 752 800 000

Malta

5 117

511 700 000

Koninkrijk der Nederlanden

400 190

40 019 000 000

Republiek Oostenrijk

194 838

19 483 800 000

Portugese Republiek

175 644

17 564 400 000

Republiek Slovenië

29 932

2 993 200 000

Slowaakse Republiek

57 680

5 768 000 000

Republiek Finland

125 818

12 581 800 000

Totaal

7 047 987

704 798 700 000

(1)    Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1).
(2)    Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van dinsdag 17 mei 2016 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/449/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).
(3)    Verordening (EU) 2016/300 van de Raad van 29 februari 2016 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor hoge ambtsdragers van de EU (PB L 58 van 4.3.2016, blz. 1).
(4)    Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(5)    Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(6)    Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(7)    Verordening nr. 1 van de Raad van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958, blz. 385).
Top