EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017PC0114

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende Europese bedrijfsstatistieken tot wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005 en tot intrekking van tien wetgevingsbesluiten op het gebied van bedrijfsstatistieken

COM/2017/0114 final - 2017/048 (COD)

Brussel, 6.3.2017

COM(2017) 114 final

2017/0048(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende Europese bedrijfsstatistieken
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005 en tot intrekking van tien wetgevingsbesluiten op het gebied van bedrijfsstatistieken

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2017) 98 final}
{SWD(2017) 99 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De behoefte aan statistische informatie over ondernemingen voor beleidsvorming en andere doeleinden neemt toe. Het Europees statistisch systeem (ESS) 1 zal naar verwachting kwalitatief hoogstaande statistische gegevens leveren op dit gebied, waarbij de tijdigheid en de vergelijkbaarheid tussen de lidstaten worden gewaarborgd. De verspreide ESS-bedrijfsstatistieken moeten de basis vormen voor besluiten over de markteconomie die gebaseerd zijn op kennis en innovatie, teneinde de toegang tot de eengemaakte markt voor kleine en middelgrote ondernemingen te verbeteren en ondernemerschap en concurrentievermogen te stimuleren.

De ontwerpverordening betreffende Europese bedrijfsstatistieken, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005 en tot intrekking van tien wetgevingsbesluiten op het gebied van bedrijfsstatistieken (FRIBS) maakt deel uit van het Refit-programma van de Europese Commissie voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving waarmee wordt beoogd EU-wetgeving eenvoudiger te maken en onnodige kosten van regelgeving te verminderen, waarbij bedrijfsstatistieken zijn aangewezen als een van de prioriteitsgebieden. De ontwerpverordening voorziet in de integratie van de statistische behoeften en wetgevingsbesluiten voor bedrijfsstatistieken door deze te stroomlijnen en te vereenvoudigen en de lasten voor het bedrijfsleven te verminderen.

Het huidige stelsel voor Europese bedrijfsstatistieken is gefragmenteerd in afzonderlijke domeinspecifieke verordeningen. Dit leidt tot inconsistenties in de verzamelde gegevens en inefficiënties bij de productie ervan. FRIBS biedt een gemeenschappelijk rechtskader voor de productie en opstelling van ESS-bedrijfsstatistieken. Naar verwachting zal dit het volgende opleveren: betere kwaliteit van de ESS-ondernemingsregisters, gemeenschappelijke definities die kunnen worden gebruikt in alle bestreken statistische gebieden, de uitwisseling van identificeerbare microgegevens en een geïntegreerde gegevensstructuur. Dit moet leiden tot rationalisering van de nationale statistische productieprocessen, beter gebruik van de bestaande gegevensbronnen, en vermindering van de statistische lasten voor respondenten wanneer ESS-bedrijfsstatistieken worden opgesteld. Bovendien zal FRIBS zorgen voor geharmoniseerde gegevensstructuren en gemeenschappelijke kwaliteitsnormen voor de gegevens die het mogelijk zullen maken de verschillende bedrijfsstatistieken aan elkaar te koppelen, waardoor de verzamelde informatie nog waardevoller wordt.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Er is steeds meer behoefte aan betrouwbare statistieken van hoge kwaliteit, zodat beleidsmakers en ondernemingen op feiten gebaseerde beslissingen kunnen nemen. In de huidige context waarin er een toenemende druk is op de menselijke en financiële middelen die beschikbaar zijn voor de productie van statistieken, vormt de alsmaar toenemende behoefte aan statistieken van hoge kwaliteit echter een grote uitdaging voor het ESS. Tegelijkertijd wordt het ESS geconfronteerd met verzoeken van gegevensverstrekkers (respondenten – ondernemingen) om de administratieve lasten te verminderen. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, heeft de Commissie (Eurostat) onlangs een aantal initiatieven genomen die erop zijn gericht een efficiëntere productie van Europese statistieken mogelijk te maken en de lasten voor respondenten te verminderen door de coördinatie en samenwerking binnen het ESS te vereenvoudigen en te verbeteren. Een voorbeeld is de wijziging uit 2015 van Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek, om het bestuur van het ESS te verduidelijken en de instrumenten voor coördinatie en samenwerking op zowel EU- als nationaal niveau te verbeteren. Andere vergelijkbare initiatieven, bijvoorbeeld op het gebied van sociale statistieken, zijn opgenomen in het Refit-programma van de Commissie en zijn erop gericht de productie van Europese statistieken op specifieke gebieden te vereenvoudigen en te stroomlijnen.

Bedrijfsstatistieken zijn een van de drie pijlers van het ESS binnen het Europees statistisch programma voor 2013-2017 2 . Elke pijler bestrijkt een reeks primaire statistieken die voor verschillende behoeften dienen en de input voor de boekhoudsystemen (zoals nationale rekeningen of de betalingsbalans), alsook de basis voor indicatoren voor de verschillende beleidsbehoeften vormen. De ESS-visie 2020, die in mei 2014 door het ESS-comité is goedgekeurd, is het strategisch antwoord van het ESS op de uitdagingen in verband met officiële statistieken. Hierin wordt verklaard dat het mogelijk moet zijn gegevens in verschillende statistische gebieden te gebruiken, teneinde opkomende fenomenen beter te kunnen analyseren (bv. globalisering) en beter in te spelen op EU-beleid met een grote impact. De gegevensoutput moet gebaseerd zijn op efficiënte en degelijke statistische processen. Het Programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek ("het Meets-programma") heeft de uitvoering van de ESSvisie 2020 op het gebied van de bedrijfs- en handelsstatistieken voorbereid. Er zijn diverse acties gestart met het oog op integratie, vereenvoudiging, gegevenskoppeling en de ontwikkeling van geharmoniseerde methoden.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Een van de doelstellingen van FRIBS is om geschikte statistieken te leveren, die helpen bij de formulering van en het toezicht op het EU-beleid dat van invloed is op ondernemingen.

Meer in het bijzonder zijn voor de toetsing van de vorderingen met betrekking tot de tien prioriteiten van de Europese Commissie – met name op het gebied van banen, groei en investeringen, de digitale eengemaakte markt, de interne markt en handelsovereenkomsten van de EU – geharmoniseerde en vergelijkbare Europese statistieken nodig, die:

door beleidsmakers kunnen worden gebruikt om beleidsinitiatieven te ontwerpen die voldoen aan de doelstellingen van de Commissie en toezien op de uitvoering ervan;

door de media kunnen worden gebruikt bij de verslaglegging over de gebieden die in de tien prioriteiten zijn vastgesteld.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor de Europese statistieken is artikel 338 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Uit hoofde van dit artikel nemen de EU-wetgevers maatregelen aan voor de opstelling van statistieken wanneer zulks voor de vervulling van de taken van de Unie nodig is.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen. In het Europees statistisch systeem zorgen de lidstaten voor de feitelijke opstelling van de statistische informatie op nationaal niveau. Voor de opstelling van bedrijfsstatistieken op Europees niveau zijn een geharmoniseerde methodologie en de definitie van gemeenschappelijke output die door de lidstaten geleverd moet worden, onontbeerlijk. Alleen de Commissie kan de nodige harmonisatie van statistische informatie in de lidstaten coördineren en bedrijfsstatistieken op Europees niveau produceren op basis van de gegevensverzameling die door de lidstaten werden uitgevoerd. Derhalve kan de Europese Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Daarom is de voorgestelde actie op EU-niveau volledig gerechtvaardigd. Dit kan alleen volledig worden gerealiseerd door middel van een actie op EU-niveau.

Bovendien kan een betere monitoring van de globalisering, op basis van een betere kennis van multinationale ondernemingengroepen, alleen op Europees niveau plaatsvinden.

Evenredigheid

Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel:

Het zal de kwaliteit van de Europese bedrijfsstatistieken, met inbegrip van de vergelijkbaarheid, de relevantie en het reactievermogen ervan, op een geharmoniseerde wijze in de lidstaten waarborgen door dezelfde beginselen toe te passen. Het zal leiden tot een grotere kosteneffectiviteit met inachtneming van de specifieke kenmerken van de systemen van de lidstaten.

De financiële en administratieve lasten voor de respondenten kunnen worden verminderd door begrippen en methoden te standaardiseren, dubbele informatie te verwijderen en meer gebruik te maken van een combinatie van andere bronnen dan enquêtes. De FRIBS-verordening is in ruime mate gericht op output, hetgeen betekent dat de lidstaten vrij zijn in hun keuze van de input (gegevensbronnen), zolang zij de output (statistieken) leveren die in overeenstemming is met de overeengekomen definities en overeengekomen kwaliteitsnormen. De lidstaten worden aangemoedigd om, indien mogelijk, gebruik te maken van bestaande administratieve bronnen of innovatieve bronnen zoals "big data" om te voldoen aan de statistische behoeften. De nieuwe gegevensvereisten die door de FRIBS-verordening zijn geïntroduceerd, zijn getest door middel van pilotstudies om hun haalbaarheid aan te tonen.

De huidige EU-wetgeving betreffende bedrijfsstatistieken is in de afgelopen jaren verschillende malen gewijzigd. Dit heeft aangetoond dat een verordening voor het vaststellen van een gemeenschappelijk kader voor het verzamelen, verwerken en verspreiden van statistische gegevens over ondernemingen deze processen efficiënter (kosten/baten) en effectiever zou kunnen maken.

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel beperkt de verordening zich derhalve tot het minimum dat nodig is om haar doelstellingen te verwezenlijken en gaat zij niet verder.

Keuze van het instrument

Voorgesteld instrument: een verordening.

Gezien de doelstellingen en de inhoud van het voorstel is een verordening het meest geschikte instrument.

Welk rechtsinstrument het meest geschikt is, hangt af van het doel van de wetgeving. Gezien de informatiebehoeften op Europees niveau wordt voor basisbesluiten over Europese statistieken gewoonlijk gekozen voor verordeningen in plaats van richtlijnen. Een verordening verdient de voorkeur omdat hierdoor in de gehele Europese Unie dezelfde regels gelden en de lidstaten deze niet onvolledig of selectief kunnen toepassen. Een verordening garandeert de vergelijkbaarheid van gegevens in de EU, ten behoeve van kwalitatief hoogwaardige Europese statistieken. Een verordening is rechtstreeks van toepassing en hoeft dus niet in nationaal recht te worden omgezet. Een verordening is sinds 1997 de voor Europese statistische basishandelingen gebruikelijke vorm.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Aangezien dit initiatief werd gelanceerd vóór de goedkeuring van de richtsnoeren voor betere regelgeving, is er geen dergelijke specifieke evaluatie (op basis van de vijf evaluatiecriteria) van de huidige situatie uitgevoerd. Op basis van de normen van de Commissie, werd het systeem van Eurostat voor de evaluatie van bestaande wetgeving, waaronder de evaluatie van het Europees statistisch programma 3 , gevolgd en vormde het de centrale component van het gehele proces. Daarnaast worden er elk jaar gebruikersenquêtes uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de gebruikers, hun behoeften en om te weten te komen hoe tevreden zij zijn met de diensten die worden geleverd door Eurostat. De evaluatieresultaten worden door Eurostat gebruikt om het proces van de productie van statistische informatie en de statistische output te verbeteren. Ze worden gebruikt als input voor verschillende strategische plannen, zoals het werkprogramma en het beheerplan.

Raadpleging van belanghebbenden

De belangrijkste categorieën belanghebbenden voor Europese bedrijfsstatistieken zijn de gegevensgebruikers (andere diensten van de Commissie, nationale statistische autoriteiten die toezicht houden op het bedrijfsleven, de nationale centrale banken en de Europese Centrale Bank, beroepsverenigingen en onderzoekers), gegevensverzamelaars (nationale instanties voor de statistiek, maar ook andere gegevensverzamelaars zoals nationale centrale banken) en gegevensverstrekkers (ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen).

De eerste fase van een raadpleging van de belanghebbenden omvatte de infrastructuurelementen van FRIBS (zoals de ondernemingsregisters, uitwisseling van microgegevens, kwaliteitskwesties en vertrouwelijkheid) en vond plaats tussen juli en oktober 2014. De tweede ronde werd in de tweede helft van 2015 gestart en was toegespitst op de wijzigingen in de gegevensvereisten die door FRIBS worden geïntroduceerd. Ten slotte zijn tijdens de derde ronde de meningen van belanghebbenden verzameld over de modernisering van de intra-EU-handel in goederen (Intrastat); deze ronde vond plaats in het najaar van 2015 en in het eerste kwartaal van 2016. Elke ronde omvatte een gerichte raadpleging van de gegevensverzamelaars (nationale statistische autoriteiten) en een openbare raadpleging van de gegevensverstrekkers (ondernemingen). De eerste twee ronden omvatten ook een openbare raadpleging van de gebruikers van de gegevens. De uitkomsten van de openbare raadpleging zijn opgenomen in twee verslagen 4 .

De belangrijkste uitkomst van de raadplegingen kan als volgt worden samengevat:

Gegevensgebruikers hebben problemen gesignaleerd met betrekking tot de relevantie van de momenteel beschikbare bedrijfsstatistieken en meer in het bijzonder moeilijkheden bij het combineren van gegevens uit de verschillende statistische gebieden, vanwege inconsistenties en gebrek aan informatie over kwesties zoals de dienstensector en de globalisering. Zij zijn van mening dat één geharmoniseerde verordening de consistentie van de bedrijfsstatistieken zou verbeteren.

De gegevensproducenten (nationale instanties voor de statistiek) zijn bezorgd over de hogere productiekosten met betrekking tot de nieuwe gegevensvereisten die voortvloeien uit FRIBS, maar die beantwoorden aan de reeds lang aanwezige behoeften van de gebruikers.

De gegevensverstrekkers zijn bezorgd over een toename van de lasten als gevolg van de behoefte aan aanvullende gegevens. Uit de gerichte raadplegingen is gebleken dat de modernisering van de statistieken over de intra-EU-handel deze toename in ruime mate zal compenseren.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Het FRIBS-project is in tal van vergaderingen besproken met nationale deskundigen waarbij niet alleen bedrijfsstatistieken, maar ook macro-economische statistieken, statistieken over de nationale rekeningen en betalingsbalansstatistieken zijn behandeld. Er zijn regelmatig voortgangsverslagen over het project gepresenteerd aan het bij Verordening (EG) nr. 223/2009 opgerichte Comité voor het Europees statistisch systeem (ESS-comité).

De hierboven beschreven raadpleging van stakeholders, waarbij gegevensgebruikers en gegevensverstrekkers betrokken waren, was een aanvullende bron voor het gebruikte externe bewijs.

Effectbeoordeling

Dit voorstel gaat vergezeld van een effectbeoordelingsverslag waarin de problemen worden geïdentificeerd, een uiteenzetting wordt gegeven van de verschillende beleidsopties om deze problemen aan te pakken en tot slot het effect van de beleidsopties wordt beoordeeld.

De Raad voor regelgevingstoetsing heeft in juni 2016 een positief advies over het effectbeoordelingsverslag gegeven ( http://ec.europa.eu/smart-regulation/impact/ia_carried_out/cia_2016_en.htm#estat ).

In de effectbeoordeling worden twee belangrijke oorzaken van de problemen geïdentificeerd:

1)    verminderde relevantie en reactievermogen van de Europese bedrijfsstatistieken;

2)    juridische versnippering op het gebied van de bedrijfsstatistieken;

om deze aanjagers voor de problemen op te lossen, zijn de volgende opties beoordeeld:

optie A — basisscenario — geen wijziging van het EU-beleid;

optie B – uitvoering van wettelijke maatregelen die beperkt zijn tot bepaalde gebieden van de bedrijfsstatistieken, met inbegrip van alternatieve opties voor de modernisering van Intrastat;

optie C – modernisering van bedrijfsstatistieken binnen één enkel kader (FRIBS), door gebruik van een combinatie van maatregelen, met inbegrip van alternatieve opties voor de modernisering van Intrastat.

Op basis van de effectbeoordeling lijkt optie A niet aanvaardbaar omdat de beleidsmakers en de gegevensgebruikers steeds ontevredener zouden zijn over de verspreide gegevens en andere gegevensbronnen zouden gaan gebruiken.

In optie B wordt in zekere mate aandacht besteed aan de modernisering van het huidige systeem van de Europese bedrijfsstatistieken, met name voor de actualisering van de gegevensproductie en de gegevensoutput voor beleidsmakers en andere gebruikers. Dit geldt eveneens voor de modernisering van het Intrastat-systeem dat de lasten voor gegevensverstrekkers moet verminderen. Deze optie biedt echter geen oplossingen voor een aantal tekortkomingen. In de eerste plaats betekent het behouden van tien afzonderlijke wetgevingsbesluiten voor bedrijfsstatistieken dat er meer inspanningen nodig zijn om tegenstrijdigheden te verminderen en de samenhang van gegevens en indicatoren die voor de gebruikers worden geproduceerd, in de toekomst te handhaven en zorgt dit tevens voor een hoge werklast voor het beheer en de actualisering van deze wetgeving. De in deze optie voorgestelde verbeteringsmaatregelen bieden niet echt meer flexibiliteit en reactievermogen op veranderende behoeften van beleidsmakers en andere gebruikers.

Optie C is de meest geavanceerde en meest vooruitziende optie, omdat deze het stelsel voor de Europese bedrijfsstatistieken moderniseert en het gereed maakt voor de toekomst. Europese ondernemingsstatistieken worden samengebracht in één enkel rechtskader (FRIBS) dat een veel grotere samenhang van bedrijfsstatistieken garandeert (met betrekking tot de timing van wijzigingen, de harmonisering van definities enz.). Hierdoor wordt het mogelijk om grotere voordelen te verkrijgen uit het hele ESS-systeem en de toegevoegde waarde van de EU te maximaliseren. De grenzen tussen de verschillende statistische gebieden zullen vervagen of zelfs helemaal verdwijnen. Deze afstemming zal het mogelijk maken om tegemoet te komen aan de beleidsbehoeften als er gestroomlijndere indicatoren en combinaties van indicatoren kunnen worden verspreid. Dit zal ook zorgen voor een grotere flexibiliteit van het systeem die niet mogelijk is onder de twee vorige opties. Er kan met minder vertragingen tegemoet worden gekomen aan nieuwe beleidsbehoeften en deze kunnen worden ingebed in een goed functionerend en goed ontworpen systeem. In tegenstelling tot optie B worden de kosten voor aanpassingen van de verspreide statistieken en het onderliggende rechtskader tot een minimum beperkt in deze voorkeursoptie C, aangezien alle noodzakelijke herzieningen eenvoudigweg in één keer worden ingevoerd. Nog belangrijker is dat optie C verreweg het grootste potentieel heeft om de lasten voor ondernemingen te verminderen.

De conclusie is dat optie C duidelijk de meeste voordelen heeft. Deze optie komt het best overeen met de doelstellingen van het Refit-programma door vereenvoudigingen, de vermindering van onnodige administratieve lasten en de stroomlijning van de heterogene en inconsistente wetsteksten die momenteel van toepassing zijn op bedrijfsstatistieken, in één coherent rechtskader.

De Raad voor regelgevingstoetsing heeft een positief advies uitgebracht en drie belangrijke aanbevelingen voor verbeteringen van het effectbeoordelingsverslag gegeven, namelijk:

1) Het scala aan opties dat aanvankelijk werd gepresenteerd en geanalyseerd, was volgens de raad niet volledig omdat het raadplegingsproces over de mogelijke subopties met betrekking tot de modernisering van het intra-EU-handelsstatistieken doorgaat na de eerste indiening van het effectbeoordelingsverslag aan de Raad voor regelgevingstoetsing. Eurostat heeft de lijst met de voorgestelde beleidsopties geactualiseerd, waarbij rekening werd gehouden met de conclusies van het ESS-comité over de modernisering van de intra-EU-handel.

2) De raad verzocht om een uitvoerigere analyse van de mogelijke gevolgen voor de nationale begrotingen van de lidstaten, waarbij moest worden onderzocht of bepaalde lidstaten meer problemen zouden ondervinden dan andere en of er maatregelen waren gepland om deze gevolgen te verzachten voor deze lidstaten. Eurostat heeft verdere toelichtingen toegevoegd met betrekking tot de landen die het zwaarst door de wijzigingen worden getroffen. Bovendien gaf de raad een aantal voorbeelden gegeven met betrekking tot geplande vereenvoudigingen voor kleinere landen en het door FRIBS geboden potentieel voor rationalisering en modernisering dat in de toekomst mogelijkheden voor kostenvermindering zal creëren. Ook werd uiteengezet dat er financiering was voorzien (binnen de grenzen van het beschikbare budget) voor acties ter ontwikkeling van nieuwe gegevensverzamelingen.

3) De raad verzocht om een uitvoerigere analyse van de gevolgen met betrekking tot de administratieve lasten voor aanbieders, waarbij kleine en middelgrote ondernemingen op genuanceerdere wijze behandeld moesten worden en eventuele maatregelen moesten worden vermeld die kunnen worden genomen om kleine en middelgrote ondernemingen te beschermen tegen de toename van lasten. Eurostat heeft de gevolgen voor de administratieve lasten voor gegevensverstrekkers verduidelijkt. Een deel van de aanvullende gegevensvereisten om reeds lang aanwezige specifieke behoeften van de gebruikers om de monitoring van beleidsmaatregelen met betrekking tot kleine en middelgrote ondernemingen mogelijk te maken, zou er inderdaad voor zorgen dat de lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen zouden toenemen. De raad gaf een aantal voorbeelden om te illustreren dat op veel gebieden van bedrijfsstatistieken speciale maatregelen worden genomen om te garanderen dat kleine en middelgrote ondernemingen worden beschermd tegen buitensporige lasten en dat gegevensverzamelaars bijzondere inspanningen leveren om de lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen tot een minimum te beperken voor deze nieuwe gegevensvereisten.

Sinds de goedkeuring van het effectbeoordelingsverslag is het besluit genomen, na het advies van het Comité voor monetaire, financiële en betalingsbalansstatistiek in september 2016, om de statistieken inzake buitenlandse directe investeringen (BDI) uit het toepassingsgebied van de FRIBS-verordening te verwijderen, omdat de bedrijfsstatistiekendimensie van de BDI minder duidelijk is dan voor de statistieken inzake internationale handel in diensten, die momenteel ook onder de verordening inzake de betalingsbalans 5 vallen. De vereisten voor de BDI zullen dus nog moeten worden bestreken door de laatstgenoemde verordening. Dit verandert de conclusies van het effectbeoordelingsverslag echter niet.

Gezonde regelgeving en vereenvoudiging

Het voorstel voldoet aan de doelstellingen van het Refit-programma op het gebied van vereenvoudiging, met name omdat het tien verordeningen in één regelgevend kader stroomlijnt en de lasten voor ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen, vermindert. De uitvoeringskosten zijn ook volledig in aanmerking genomen en gecontroleerd.

Hoewel de lidstaten worden aangemoedigd om zo veel mogelijk gebruik te maken van administratieve en innovatieve bronnen (andere dan enquêtes), met inbegrip van nieuwe methoden of innovatieve benaderingen, zorgt het tegemoetkomen aan de nieuwe gebruikersbehoeften voor een verhoging van de lasten voor de respondenten. Deze aanvullende lasten worden echter in ruime mate gecompenseerd door vereenvoudigingen, met name op het gebied van de intra-EU-handelsstatistieken. De FRIBS-verordening zal naar verwachting leiden tot een vermindering van de administratieve lasten voor ondernemingen van ten minste 13,5 % per jaar.

Een deel van de aanvullende gegevensvereisten die onder de FRIBS-verordening vallen, kan ervoor zorgen dat de lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen toenemen, met name wat betreft de uitbreiding van bedrijfsstatistieken om diensten te bestrijken die voorheen niet werden bestreken. Dit is evenwel deels een gevolg van het reageren op specifieke, reeds lang aanwezige behoeften van de gebruikers om de monitoring van Europese en nationale beleidsmaatregelen mogelijk te maken ten aanzien van kleine en middelgrote ondernemingen waarvoor momenteel niet voldoende gegevens beschikbaar zijn omdat sommige door kleine en middelgrote ondernemingen geleverde diensten nog niet worden bestreken. Om de extra lasten te beperken, worden gegevensverzamelaars aangemoedigd om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande administratieve gegevens (bv. van belastingdiensten) om aan dit verzoek om gegevens te voldoen en zo weinig mogelijk gebruik te maken van enquêtes, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen.

De vereenvoudigingen die door FRIBS zijn voorzien op het gebied van intra-EU-handelsstatistieken, zouden de lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen kunnen verminderen. Er zullen echter altijd afzonderlijke kleine en middelgrote ondernemingen zijn die niet profiteren van de lastenvermindering en zelfs met meer lasten geconfronteerd zullen worden. Hoewel doorgaans mag worden verwacht dat er een zekere correlatie bestaat tussen de omvang van een onderneming en het handelsvolume ervan, is het mogelijk dat kleine ondernemingen beschikken over grote handelsvolumes, terwijl grote bedrijven weinig of geen handel drijven.

Het voorstel is in overeenstemming met het advies van het Refit-platform betreffende statistieken over investeringen voor milieubescherming, dat een aanbeveling bevat van de meerderheid van de groep vertegenwoordigers van de regeringen en bepaalde leden van de groep belanghebbenden dat de Commissie haar beoordeling van elkaar overlappende rapporteringsverplichtingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 250/2009 van de Commissie (op het gebied van SBS) en Verordening (EU) nr. 691/2011 inzake Europese milieu-economische rekeningen moet voortzetten en de verordening inzake structurele bedrijfsstatistieken moet worden vervangen door de nieuwe kaderverordening voor de integratie van bedrijfsstatistieken (FRIBS).

Het advies van het platform bevestigt de bevindingen van de Commissie dat er sprake is van dubbele verslaglegging. Om dit probleem aan te pakken, heeft het FRIBS-voorstel geen betrekking op de aspecten van de uitgavenrekeningen voor milieubescherming die derhalve uitsluitend onder Verordening (EU) nr. 691/2011 inzake Europese milieu-economische rekeningen vallen. Er zal dus geen overlapping of dubbele verslaglegging zijn.

Het voorstel is verenigbaar met de "digitale controle", aangezien het leidt tot interoperabiliteit en hergebruik, door gebruik te maken van dezelfde technische specificaties voor gegevensreeksen en dezelfde normen voor de toezending van gegevens en metagegevens, de uitwisseling en het delen van gegevens tussen Eurostat en de lidstaten.

Grondrechten

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de bescherming van de grondrechten.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De financiële gevolgen van het voorstel is van onbepaalde duur met een aanloopperiode van drie jaar, van 2019 tot 2021. In het financieel memorandum wordt echter alleen rekening gehouden met de jaren van het huidige meerjarig financieel kader (MFK). Verlenging van de financiering zal afhankelijk zijn van het akkoord dat wordt bereikt voor het volgende MFK en van de voortzetting van de specifieke programma's waarvoor de financiering wordt voorzien.

Voor de jaren 2019 en 2020 zal de financiering uit de bestaande toewijzingen voor de programma's komen, met inbegrip van 19,5 miljoen EUR uit de uitbreiding van het Europees statistisch programma tot 2019 en 2020, en is er geen aanvullende financiering nodig.

De totale kredieten voor 2019 en 2020 worden geraamd op 46,453 miljoen euro. Gedetailleerde gevolgen voor de begroting worden beschreven in het financieel memorandum.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De voorgestelde verordening zal naar verwachting in 2017 of 2018 door het Europees Parlement en de Raad worden goedgekeurd, en kort daarna zal de Commissie de uitvoeringsmaatregelen goedkeuren. Naar verwachting zal de eerste toezending van gegevens krachtens de nieuwe verordening plaatsvinden in 2019.

Het voorgestelde wetgevingsinstrument zal aan een volledige evaluatie worden onderworpen aan de hand van de vijf evaluatiecriteria van de richtsnoeren voor betere regelgeving, onder meer om na te gaan in hoeverre het effectief en efficiënt is geweest bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan en om te beslissen of nieuwe maatregelen of wijzigingen noodzakelijk zijn. Een lijst met essentiële prestatie-indicatoren voor bedrijfsstatistieken zal in dit verband worden gemonitord.

Het is belangrijk om te verwijzen naar de momenteel gebruikte controle- en evaluatie-instrumenten die gelden voor de gehele productie van statistieken door Eurostat, waarmee het reeds mogelijk is een goede analyse van de ontwikkeling van de doeltreffendheid en de efficiëntie van het nieuwe statistische initiatief en de kwaliteit van de geproduceerde gegevens te maken. Zij bestaan uit de systematische tussentijdse en eindevaluatie van het Europees statistisch programma aan de hand van de vijf evaluatiecriteria van de richtsnoeren voor betere regelgeving. Bedrijfsstatistieken maken integraal deel uit van deze verslagleggingsmechanismen, de follow-up van essentiële prestatie-indicatoren van de Eurostat beheersplan en de regelmatige onderzoeken naar de tevredenheid van de gebruikers.

Elk statistisch domein wordt ook gevolgd aan de hand van kwaliteitsverslagen, die regelmatig door de lidstaten worden opgesteld en worden geanalyseerd door Eurostat als onderdeel van het kader voor statistische kwaliteitsborging.

Daarnaast moeten de kostenelementen worden gemonitord. Dit vereist een verbeterd en geharmoniseerd kader voor het rapporteren van kosten voor het gehele ESS, waarin de statistische productiefasen worden geïdentificeerd. In dit verband zijn werkzaamheden gaande, die naar verwachting op tijd worden afgerond om de kosten in verband met de FRIBS-verordening te kunnen monitoren, zodra deze in werking treedt.

Artikelsgewijze toelichting

De voorgestelde verordening bestaat uit 23 artikelen en drie bijlagen.

Hoofdstuk I, dat de artikelen 1 tot en met 3 bestrijkt, omvat de algemene bepalingen. Artikel 1 stelt het onderwerp van de verordening vast. De belangrijkste begrippen uit de verordening worden in artikel 2 gedefinieerd. In artikel 3 wordt het toepassingsgebied van zowel de bedrijfsstatistieken als het Europees netwerk van statistische ondernemingsregisters verder bepaald.

Hoofdstuk II bevat de artikelen 5 en 6 en betreft de te gebruiken gegevensbronnen voor bedrijfsstatistieken en ondernemingsregisters voor statistische doeleinden. Het voorstel maakt het gebruik van nieuwe vormen van gegevensverzameling en alternatieve gegevensbronnen – waaronder administratieve gegevens en andere bronnen zoals schattingen die worden verkregen door modellering of het gebruik van "big data" – mogelijk en bevordert het gebruik hiervan. De rol van "big data" is nader omschreven in artikel 4.

Hoofdstuk III heeft betrekking op de bedrijfsstatistieken. De bedrijfsstatistieken bestrijken de in artikel 6 vermelde thematische gebieden en onderwerpen waarvoor de Commissie uit hoofde van artikel 7 bevoegd is uitvoeringsmaatregelen vast te stellen met betrekking tot de vereiste technische specificaties van de gegevensreeksen. De te verstrekken thematische gebieden, onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen zijn opgenomen in bijlage I. In bijlage II is de frequentie vastgelegd waarmee de onderwerpen moeten worden verstrekt. De Commissie kan de onderwerpen en kenmerken van de dynamische onderwerpen "ICT-gebruik en e-handel", "innovatie" en "mondiale waardeketens" specificeren door middel van gedelegeerde handelingen. De in bijlage I opgenomen gedetailleerde onderwerpen kunnen ook worden gewijzigd bij gedelegeerde handeling binnen de grenzen die zijn vastgelegd in vrijwaringsclausules.

Hoofdstuk IV omvat drie artikelen die verband houden met de ondernemingsregisters. Het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters is in artikel 8 vastgesteld. In artikel 9 zijn de vereisten van het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters vastgesteld. In bijlage III worden de elementen van het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters nader gespecificeerd (de kenmerken van het register, unieke identificator, de referentieperiode en frequentie). De kenmerken van het register kunnen nader worden gespecificeerd door uitvoeringshandelingen. Artikel 10 bevat de bepalingen met betrekking tot de uitwisseling van en de toegang tot vertrouwelijke gegevens ten behoeve van het Europees netwerk van statistische ondernemingsregisters. De Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen met betrekking tot de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens ten behoeve van het Europees netwerk van statistische ondernemingsregisters.

Hoofdstuk V bevat vijf artikelen betreffende de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens ten behoeve van de statistieken over de intra-EU-handel in goederen. Artikel 11 legt het beginsel van de uitwisseling van gegevens en metagegevens vast voor deze statistieken. Artikel 12 specificeert de uit te wisselen statistische informatie en artikel 13 bevat de statistische gegevenselementen. De bepalingen van artikel 14 zijn van toepassing op de bescherming van de uitgewisselde vertrouwelijke gegevens en artikel 15 heeft betrekking op de toegang tot voor wetenschappelijke doeleinden uitgewisselde vertrouwelijke gegevens.

In hoofdstuk VI worden drie artikelen over kwaliteit, toezending en verspreiding gehergroepeerd: verslaglegging over de kwaliteit van de gegevens en de metagegevens (artikel 16), de toezending van gegevens en metagegevens (artikel 17) en de vertrouwelijkheid met betrekking tot de verspreiding van statistische gegevens over de internationale handel in goederen (artikel 18).

Het voorstel behandelt andere belangrijke elementen van de modernisering van de Europese bedrijfsstatistieken in hoofdstuk VII:

de uitvoering van pilotstudies om te beoordelen of het zinvol en haalbaar is om nieuwe gegevensverzamelingen te verrichten en de gegevensreeksen te verbeteren (artikel 19);

de bepalingen over financiële ondersteuning die op bepaalde voorwaarden aan de lidstaten kan worden aangeboden (artikel 20).

Het laatste hoofdstuk van de verordening bevat de bepalingen betreffende de uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie (artikel 21) overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van april 2016, de comitéprocedure (artikel 22), de samenwerking met andere comités (artikel 23) en de bepalingen over afwijkingen die sommige lidstaten meer tijd zouden geven om zich aan te passen aan de nieuwe eisen (artikel 24). In dit hoofdstuk worden tevens de wijziging van een verordening (artikel 25), waarvan de details in bijlage IV zijn opgenomen, en de intrekking van tien bestaande wetgevingsbesluiten die worden vervangen door de voorgestelde kaderverordening (artikel 26), behandeld.

2017/0048 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende Europese bedrijfsstatistieken
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005 en tot intrekking van tien wetgevingsbesluiten op het gebied van bedrijfsstatistieken

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De ontwikkeling, productie en verspreiding van statistische informatie over de economische activiteit van de ondernemingen van de lidstaten is tot dusver gebaseerd op een aantal specifieke wetgevingsbesluiten. Deze wetgevingsbesluiten bestrijken de kortetermijn- en structurele bedrijfsstatistieken, de statistieken over productie, internationale (binnen en buiten de Unie) handel in goederen en diensten, buitenlandse filialen, onderzoek en ontwikkeling, innovatie en ICT-gebruik en e-handel. Bovendien is er een gemeenschappelijk kader voor ondernemingsregisters voor statistische doeleinden in de Unie vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 177/2008 van het Europees Parlement en de Raad 6 .

(2)Deze structuur, die gebaseerd is op afzonderlijke wetgevingsbesluiten, biedt niet de noodzakelijke samenhang tussen de verschillende statistische gebieden en bevordert evenmin een geïntegreerde aanpak van de ontwikkeling, productie en verspreiding van bedrijfsstatistieken. Er moet een gemeenschappelijk rechtskader worden vastgesteld om te zorgen voor samenhang tussen de Europese bedrijfsstatistieken en om de integratie van de overeenkomstige statistische processen te vereenvoudigen.

(3)Beter geïntegreerde statistische processen op basis van gemeenschappelijke methodologische beginselen, definities en kwaliteitscriteria moeten leiden tot geharmoniseerde statistische gegevens over de structuur, de economische activiteit, de transacties en de prestaties van het bedrijfsleven in de Unie die beantwoorden aan het niveau van relevantie en gedetailleerdheid dat is vereist om te voldoen aan de behoeften van de gebruikers.

(4)Internationale richtsnoeren, zoals het Frascati-handboek met betrekking tot O&O-statistieken en het Oslo-handboek met richtsnoeren voor het verzamelen en interpreteren van gegevens over innovatie dat is aangenomen door de Verenigde Naties, de OESO, het Internationaal Monetair Fonds en andere internationale en supranationale organisaties, zijn van belang voor Europese bedrijfsstatistieken. Die richtsnoeren moeten, voor zover mogelijk, worden gevolgd bij de ontwikkeling, productie en verspreiding van statistieken van de Unie en door het Europees netwerk van de ondernemingsregisters voor statistische doeleinden, om ervoor te zorgen dat de statistieken van de Unie vergelijkbaar zijn met de door haar belangrijkste internationale partners opgestelde statistieken. De normen, overeenkomsten en richtsnoeren van de Unie moeten echter consequent worden toegepast bij het verzamelen van Europese bedrijfsstatistieken voor de onderwerpen "inputs voor onderzoek & ontwikkeling" en "innovatie".

(5)De administratieve lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen moeten zoveel mogelijk worden beperkt, waarbij zoveel mogelijk andere bronnen dan enquêtes in aanmerking moeten worden genomen. Met het oog op lastenverlichting voor ondernemingen moet het mogelijk zijn verschillende gegevensvereisten vast te stellen, afhankelijk van de omvang en het belang van de bedrijfseconomieën van de lidstaten.

(6)In de Visie 2020 voor het Europees statistisch systeem (ESS) is vastgesteld dat gegevens uit verschillende statistische gebieden moeten worden gebruikt voor een betere analyse van nieuwe verschijnselen (bv. mondialisering) en om het beleid van de Unie met grote gevolgen beter van dienst te zijn. De gegevensoutput moet gebaseerd zijn op de efficiënte en degelijke statistische processen van het ESS. Het ruimere toepassingsgebied van het gemeenschappelijk rechtskader voor bedrijfsstatistieken moet de integratie van onderling afhankelijke productieprocessen op basis van meerdere bronnen mogelijk maken.

(7)Het Programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek ("het Meets-programma") dat is vastgesteld bij Beschikking 1297/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad 7 en dat een looptijd had van 2009 tot en met 2013, was gericht op de aanpassing van bedrijfs- en handelsstatistieken aan nieuwe gegevensbehoeften en aanpassing van het systeem voor de productie van bedrijfsstatistieken. De conclusies en aanbevelingen van dit programma betreffende de prioriteiten en nieuwe reeksen indicatoren, het stroomlijnen van het kader voor statistieken over het bedrijfsleven, de efficiëntere productie van statistieken over ondernemingen en handel en de modernisering van Intrastat moeten worden vertaald in juridisch bindende bepalingen.

(8)Er is behoefte aan een flexibelere aanpak binnen het kader van Europese bedrijfsstatistieken om aanpassingen van methodologische ontwikkelingen, alsmede een tijdige reactie op opkomende en naar behoren gestaafde behoeften van gegevensgebruikers die voortvloeien uit de veranderende economische omgeving en de toenemende mondialisering en de complexiteit van het zakelijke landschap, mogelijk te maken. Dergelijke toekomstige aanpassingen moeten worden ondersteund door een adequate kosten-batenanalyse, en de daaruit voortvloeiende nieuwe gegevensvereisten mogen geen aanzienlijke extra lasten of kosten voor de lidstaten en de respondenten veroorzaken.

(9)De e nationale statistische ondernemingsregisters en het EuroGroups-register moet een belangrijkere rol krijgen als basisinfrastructuur voor de verzameling en de opstelling van Europese bedrijfsstatistieken. De nationale statistische ondernemingsregisters moeten worden gebruikt als informatiebron voor statistische analyses van de bedrijvenpopulatie en de demografie ervan, voor de definitie van de onderzoekspopulatie en om het verband met administratieve gegevensbronnen te leggen.

(10)Om de rol van de nationale statistische ondernemingsregisters en het EuroGroups-register te waarborgen, moet een unieke identificator voor alle relevante eenheden worden gedefinieerd en uitgevoerd.

(11)De juiste afbakening van de ondernemingengroepen in het EuroGroups-register met actuele en betrouwbare gegevens moet worden bereikt door het gebruik van geharmoniseerde criteria en regelmatige bijwerking van de informatie over zeggenschapsrelaties tussen juridische eenheden die deel uitmaken van de ondernemingengroepen.

(12)Met het oog op de verbetering van de efficiëntie van de productieprocessen voor statistieken van het ESS en de vermindering van de responslast hebben de nationale statistische autoriteiten en de Commissie (Eurostat) recht op onmiddellijke en kosteloze toegang tot en gebruikmaking van alle administratieve bestanden en moeten zij deze administratieve bestanden kunnen integreren in statistieken, voor zover dit noodzakelijk is voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 17 bis van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad 8 .

(13)Verordening (EG) nr. 223/2009 biedt een referentiekader voor Europese statistieken. Het vereist vooral inachtneming van de beginselen van professionele onafhankelijkheid, onpartijdigheid, objectiviteit, betrouwbaarheid, statistische geheimhouding en kosteneffectiviteit.

(14)Voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van nationale en Europese statistieken en voor de verbetering van de kwaliteit van Europese statistieken is er behoefte aan uitwisseling van en toegang tot microgegevens door de nationale statistische autoriteiten die bedrijfsstatistieken produceren en het Europese netwerk van ondernemingsregisters voor statistische doeleinden onderhouden. De uitwisseling van microgegevens moet daarom worden beperkt tot naar behoren gemotiveerde gevallen.

(15)De instelling van een aanvullende gegevensbron op basis van de uitwisseling van microgegevens over intra-EU-uitvoer van goederen en de mogelijkheid om gebruik te maken van innovatieve methoden verhogen de flexibiliteit voor de lidstaten bij de opstelling van statistieken over de intra-EU-handel in goederen, zodat de lidstaten de responslast voor ondernemingen kunnen verminderen. Het doel van de uitwisseling is de efficiënte ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken over de internationale handel in goederen of de verbetering van de kwaliteit ervan.

(16)Het onderhandelen over, uitvoeren van en herzien van handels- en investeringsovereenkomsten tussen de Unie en derde landen of multilaterale handels- en investeringsovereenkomsten vereist dat de nodige statistische informatie over de handel van de lidstaten met derde landen aan de Commissie moet worden meegedeeld.

(17)Het systeem voor het verzamelen van statistische gegevens moet nauw verbonden blijven met de bestaande belastingformaliteiten met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde in het kader van de handel in goederen tussen de lidstaten. Deze band maakt het met name mogelijk om exporteurs en importeurs te identificeren en de kwaliteit van de verzamelde informatie te controleren, ten behoeve van de statistieken over de intra-EU-handel in goederen.

(18)Grensoverschrijdend goederenverkeer, met name vanuit of naar derde landen, is onderworpen aan douanetoezicht zoals voorzien in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad 9 . De douaneautoriteiten behouden of krijgen toegang tot informatie of bestanden met betrekking tot dergelijke verplaatsingen. De informatie of bestanden die verband houden met douaneaangiften of daarop gebaseerd zijn, mogen worden gebruikt voor de productie van statistieken over de EU-handel in goederen.

(19)Teneinde statistieken over de internationale handel in goederen te produceren en de kwaliteit van die statistieken te verbeteren, moeten de nationale statistische autoriteiten in de lidstaten gegevens kunnen uitwisselen over de invoer en uitvoer van goederen waarbij de douaneautoriteiten van meer dan één lidstaat betrokken zijn.

(20)Met het oog op de uitvoering van haar taken die voortvloeien uit de Verdragen, met name taken die verband houden met de werking van de interne markt, moet de Commissie over volledige, actuele en betrouwbare informatie beschikken over de productie van goederen en diensten in de Unie en de internationale handelsstromen. De ondernemingen hebben deze informatie ook nodig om toezicht te kunnen houden op hun markten en hun internationale dimensie.

(21)Er is behoefte aan de verstrekking van bedrijfsstatistieken die zijn ingedeeld naar sector van economische activiteit, om de productiviteit van ondernemingen in de Unie te meten. Met name is er steeds meer vraag naar statistieken over de dienstensector, die de meest dynamische sector van de moderne economieën is, vooral wat betreft het groeipotentieel en het vermogen werkgelegenheid te scheppen en omdat deze sector verband houdt met de productiesector. Statistieken over de handel in diensten zijn van essentieel belang voor het toezicht op de werking van de interne markt voor diensten en de beoordeling van de gevolgen van belemmeringen op de handel in diensten.

(22)De monitoring van de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie op het niveau van de lidstaten en op het niveau van de Unie vereist geharmoniseerde statistieken over de economie van de Unie met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling, innovatie, de informatiemaatschappij waarbij zowel marktactiviteiten als niet-marktactiviteiten worden behandeld, en over het ondernemingslandschap als geheel, met name over de bedrijvendemografie en werkgelegenheid in verband met marktactiviteiten. Dergelijke informatie biedt de besluitvormers de mogelijkheid om met kennis van zaken beleidsbesluiten te nemen om een economie te ontwikkelen die gebaseerd is op kennis en innovatie, teneinde de toegang tot de eengemaakte markt voor kleine en middelgrote ondernemingen te verbeteren, ondernemerschap te ontwikkelen en concurrentievermogen te stimuleren.

(23)Voor de coördinatie van het economisch beleid binnen de Unie en de eurozone en de verstrekking van informatie aan de economische actoren binnen de eengemaakte markt zijn vergelijkbare gegevens nodig over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, met inbegrip van statistieken over arbeidskosten, lonen en het aantal bezette en onbezette posten. Bovendien is een leven lang leren een cruciaal element voor de ontwikkeling en bevordering van een vakbekwame, geschoolde en aangepaste beroepsbevolking, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan de bij- en nascholing in ondernemingen als een cruciale factor voor een leven lang leren. Dergelijke gegevens worden hoofdzakelijk verzameld bij ondernemingen en moeten in de toekomst worden gereguleerd en beter worden geïntegreerd in andere bedrijfsstatistieken. Gegevens over de hoogte en de samenstelling van de arbeidskosten en over de structuur en de spreiding van de lonen zijn nodig voor de beoordeling van ontwikkelingen van de economieën van de Unie op de middellange termijn. De gegevens over de ontwikkelingen van de arbeidskosten en vacatures zijn nodig voor het op korte termijn monitoren van de economieën van de Unie, met name die ten behoeve van het monetaire beleid. Gegevens over de investeringen van ondernemingen in bij- en nascholing, de kenmerken en de omvang van dergelijke opleidingen, alsmede informatie over de strategieën van ondernemingen voor bij- en nascholing zijn nodig voor de monitoring van de uitvoering van de strategie van de Unie voor intensievere samenwerking inzake beroepsonderwijs en -opleiding.

(24)Statistieken over innovatie, onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten zijn nodig voor de ontwikkeling en monitoring van beleid ter versterking van het concurrentievermogen van de lidstaten en ter verhoging van hun potentieel op middellange- en lange termijn voor slimme groei en werkgelegenheid. Een groeiende digitale economie en het toegenomen gebruik van informatie- en communicatietechnologieën behoren tot de belangrijke motoren van het concurrentievermogen en de groei in de Unie, en er zijn statistische gegevens nodig om de bijbehorende strategieën en beleidsmaatregelen te ondersteunen.

(25)Bedrijfsstatistieken zijn ook nodig voor de opstelling van de nationale en regionale rekeningen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad 10 .

(26)Statistieken over de internationale handel in diensten die vereist zijn voor de opstelling van de betalingsbalans van de Unie en de eurozone, worden in nauwe samenwerking door de Commissie (Eurostat) en de Europese Centrale Bank vastgesteld.

(27)Betrouwbare en actuele statistieken zijn nodig om verslag uit te brengen over de economische ontwikkeling in elk van de lidstaten in het kader van het economisch beleid van de Unie. Voor de Europese Centrale Bank zijn snel beschikbare kortetermijnstatistieken nodig om de economische ontwikkelingen in de lidstaten te kunnen volgen in de context van het gemeenschappelijke monetaire beleid.

(28)Zonder afbreuk te doen aan het beginsel om bedrijfsstatistieken over de gehele economie te verstrekken, moet bij het opstellen van de gegevensvereisten, voor zover mogelijk, rekening worden gehouden met vereenvoudigingsmaatregelen met het oog op lastenverlichting voor het bedrijfseconomieën van lidstaten die relatief klein zijn, in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel.

(29)Internationale normen, zoals het initiatief voor het SDMX-formaat ("Statistical Data and Metadata eXchange"), en statistische of technische normen die binnen het ESS zijn uitgewerkt, zoals metagegevens en de valideringsnormen, moeten worden gebruikt voor zover zulks ook relevant is voor Europese bedrijfsstatistieken. Het Comité voor het Europees statistisch systeem (ESS-comité) heeft zijn goedkeuring gehecht aan een ESS-norm inzake de kwaliteitsverslagen, in overeenstemming met artikel 12 van Verordening (EG) nr. 223/2009. Deze normen moeten bijdragen aan de harmonisatie van de kwaliteitsborging en verslaglegging uit hoofde van deze verordening.

(30)Om rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen moet aan de Commissie de bevoegdheid worden toegekend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de in bijlage I en II uiteengezette gedetailleerde onderwerpen, alsook de dekkingsgraad voor de uitvoer van goederen binnen de Unie. De Commissie moet ook de bevoegdheid krijgen de gedetailleerde onderwerpen aan te vullen met onderwerpen en kenmerken van de dynamische bedrijfsstatistieken over ICT, innovatie en mondiale waardeketens en exacte informatie die door de belastingdiensten en douaneautoriteiten wordt verstrekt. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 11 . Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(31)Aan de Commissie moeten uitvoeringsbevoegdheden worden verleend om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de technische uitvoering van bepaalde elementen van de voorschriften, onder meer voor ondernemingsregisters, het formaat, de beveiligings- en vertrouwelijkheidsmaatregelen en de procedure voor de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens ten behoeve van het Europees netwerk van statistische ondernemingsregisters, de toezending van statistische gegevens en metagegevens, verslagen over de gegevenskwaliteit en de metagegevens en afwijkingen. Met hetzelfde doel moet de Commissie aanvullende uitvoeringsbevoegdheden toegekend krijgen voor de modaliteiten en het formaat, beveiligings- en vertrouwelijkheidsmaatregelen en de procedure voor de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens ten behoeve van statistieken over de intra-EU-handel in goederen, de specificaties van de desbetreffende metagegevens, het tijdschema, de modaliteiten voor de verzameling en opstelling van de statistische gegevens over de intra-EU-uitvoer van goederen die aan de lidstaat van invoer worden verstrekt, de modaliteiten voor de toepassing van de dekkingsgraad van de totale intra-EU-uitvoer van goederen, de statistische gegevenselementen voor de microgegevens die worden verzameld via enquêtes over de intra-EU-handel in goederen die aan de lidstaat van invoer worden verstrekt, en de daaraan verbonden vereenvoudigingen. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 12 .

(32)In voorkomend geval moet de Commissie een kosten-batenanalyse uitvoeren en ervoor zorgen dat haar maatregelen geen significante extra kosten of lasten voor de lidstaten of de respondenten met zich meebrengen, rekening houdend met de verwachte voordelen voor gebruikers.

(33)De Commissie kan afwijkingen toestaan voor de toepassing van deze verordening of van gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die in het kader daarvan worden aangenomen, wanneer deze toepassing leidt tot grote aanpassingen van het nationaal statistisch systeem van een lidstaat met betrekking tot de organisatie van aanvullende enquêtes of tot grote aanpassingen aan het statistische productiesysteem om dit in gereedheid te brengen voor nieuwe gegevensbronnen of een combinatie van verschillende bronnen mogelijk te maken.

(34)Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor Europese bedrijfsstatistieken, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve, op grond van redenen met betrekking tot de harmonisatie en vergelijkbaarheid, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel vastgestelde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(35)De maatregelen die zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 184/2005 van het Europees Parlement en de Raad 13 moeten worden gewijzigd wat de verwijzingen naar de internationale handel in diensten betreft.

(36)De in deze verordening beschreven maatregelen moeten die in Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad 14 , Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad 15 , Beschikking (EG) nr. 1608/2003 van het Europees Parlement en de Raad 16 , Verordening (EG) nr. 48/2004 van het Europees Parlement en de Raad 17 , Verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad 18 , Verordening (EG) 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad 19 , Verordening (EG) nr. 716/2007 van het Europees Parlement en de Raad 20 , Verordening (EG) nr. 177/2008 van het Europees Parlement en de Raad 21 , Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad 22 en Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad 23 vervangen.Deze handelingen moeten bijgevolg worden ingetrokken.

(37)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd.

(38)Het Comité voor het Europees statistisch systeem is geraadpleegd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt een gemeenschappelijk rechtskader vastgesteld voor:

a)de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken over de structuur, de economische activiteiten en de prestaties van ondernemingen, alsmede de internationale transacties en onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van de economie van de Unie (European bedrijfsstatistieken);

b)het Europese netwerk van nationale statistische ondernemingsregisters en het EuroGroups-register.

Artikel 2

Definities

1.Voor de toepassing van deze verordening zijn de volgende definities van toepassing:

a)"statistische eenheid": de statistische eenheden zoals gedefinieerd in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad 24 ;

b)"rapportage-eenheid": de eenheid die de gegevens verstrekt;

c)"thematisch gebied": een of meer gegevensreeksen die zijn georganiseerd om specifieke onderwerpen te bestrijken;

d)"onderwerp" en "gedetailleerd onderwerp": de inhoud van de te verzamelen informatie over de statistische eenheden. Een gedetailleerd onderwerp omvat meer details dan een onderwerp. Een onderwerp omvat een aantal gedetailleerde onderwerpen;

e)"variabele": een kenmerk van een eenheid onder observatie dat meer dan één waarde uit een reeks waarden kan bedragen;

f)"kenmerk": een abstractie van een eigenschap van een object of een reeks objecten;

g)"marktactiviteit" en "niet-marktactiviteit": activiteiten zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 549/2013;

h)"marktproducent" en "niet-marktproducenten": producenten zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 549/2013;

i)"nationale statistische autoriteiten": de door de lidstaten aangewezen nationale instanties voor de statistiek en de andere nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, als bedoeld in artikel 5, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009;

j)"gezaghebbende bron": de enige aanbieder van gegevensbestanden die gegevens uit het nationale statistische ondernemingsregister en het EuroGroups-register omvatten die voldoen aan de kwaliteitsnormen als bedoeld in artikel 16;

k)"microgegevens": individuele waarnemingen of metingen van kenmerken van identificeerbare rapportage-eenheden of statistische eenheden;

l)"gebruik voor statistische doeleinden": het exclusieve gebruik voor de ontwikkeling en productie van statistische resultaten en analyses zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 8, van Verordening (EG) nr. 223/2009;

m)"vertrouwelijke gegevens": gegevens als gedefinieerd in artikel 3, lid 7, van Verordening (EG) nr. 223/2009;

n)"belastingdienst": de nationale autoriteit van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de toepassing van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad 25 ;

o)"douaneautoriteiten": de douaneautoriteiten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

2.Voor de toepassing van de artikelen 11 tot en met 15 zijn de volgende definities van toepassing:

a)"lidstaat van uitvoer": de lidstaat in het statistische registratiegebied waaruit de goederen worden uitgevoerd naar de plaats van bestemming in de lidstaat van invoer;

b)"lidstaat van invoer": de lidstaat in het statistische registratiegebied waarin de goederen worden ingevoerd door de lidstaat van uitvoer;

c)"goederen": alle roerende goederen, met inbegrip van elektrische energie en aardgas.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1.De Europese bedrijfsstatistieken hebben betrekking op:

a)de structuur, de economische activiteiten en de uitvoering van de statistische eenheden en hun activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie, hun ICT-gebruik en e-handel, alsmede de mondiale waardeketens;

b)de productie van industrieproducten en diensten en de internationale handel in goederen en diensten.

2.Het Europees netwerk van statistische ondernemingsregisters omvat de nationale handelsregisters en het EuroGroups-register, evenals de uitwisselingen daartussen.

a)De nationale statistische ondernemingsregisters omvatten:

i) alle ondernemingen die een economische activiteit verrichten die bijdraagt tot het bruto binnenlands product (bbp), en hun lokale eenheden;

ii)de juridische eenheden waaruit die ondernemingen bestaan;

iii)de eenheden van economische activiteit (EEA) of de NACE-code zoals vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad 26 en de omvang van iedere EEA waaruit die ondernemingen bestaan, beperkt tot die ondernemingen die wegens hun omvang een grote invloed hebben op de geaggregeerde (nationale) gegevens;

iv)ondernemingengroepen;

b)Het EuroGroups-register omvat:

i)alle ondernemingen die een economische activiteit verrichten die bijdraagt tot het bruto binnenlands product (bbp), en die deel uitmaken van een multinationale ondernemingengroep;

ii)de juridische eenheden waaruit die ondernemingen bestaan;

iii)multinationale ondernemingengroepen.

c)Huishoudens vallen niet onder het toepassingsgebied van het Europees netwerk van statistische ondernemingsregisters voor zover hun productie van goederen en diensten voor eigen verbruik bestemd is of de verhuur van eigen onroerend goed betreft.

d)Lokale eenheden zonder eigen rechtspersoonlijkheid (filialen) die van buitenlandse ondernemingen afhankelijk zijn en overeenkomstig Verordening (EU) nr. 549/2013 als quasivennootschappen zijn ingedeeld, worden in de nationale statistische ondernemingsregisters en het EuroGroups-register als ondernemingen behandeld.

e)Identificatie van de ondernemingengroep is mogelijk via de zeggenschapsrelaties tussen haar juridische eenheden overeenkomstig Verordening (EU) nr. 549/2013.

f)Wanneer wordt verwezen naar nationale statistische ondernemingsregisters en het EuroGroups-register, is deze verordening alleen van toepassing op eenheden die uitsluitend of gedeeltelijk economische activiteiten verrichten. In het kader van het Europese netwerk van ondernemingsregisters voor statistische doeleinden worden activiteiten die bestaan uit het aanbieden van goederen en diensten op een markt als economische activiteit beschouwd. Het bezit van activa en/of passiva kan ook als een activiteit worden beschouwd. Daarnaast worden niet-marktdiensten die tot het bbp bijdragen, en het rechtstreeks of niet-rechtstreeks bezit van actieve juridische eenheden voor de ondernemingsregisters als economische activiteit beschouwd voor de toepassing van het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters. Juridische eenheden zonder economische activiteit maken alleen in combinatie met economisch actieve juridische eenheden deel uit van een onderneming.

g)Statistische eenheden binnen het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters worden gedefinieerd zoals in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad, behoudens de in dit artikel genoemde beperkingen.

HOOFDSTUK II

GEGEVENSBRONNEN

Artikel 4

Gegevensbronnen en methoden

1.De lidstaten produceren de in de artikelen 6 en 7 bedoelde statistieken, alsmede de in artikel 9 bedoelde nationale statistische ondernemingsregisters met behulp van alle relevante gegevensbronnen waarbij zij excessieve lasten voor respondenten vermijden en rekening houden met de kosteneffectiviteit van de nationale statistische autoriteiten. De nationale statistische autoriteiten mogen de volgende gegevensbronnen gebruiken voor de productie van de statistieken en de nationale statistische ondernemingsregisters die in het kader van deze verordening vereist zijn:

a)enquêtes: rapportage-eenheden waarop door de lidstaten een beroep wordt gedaan, zijn verplicht tijdige, nauwkeurige en volledige informatie te verstrekken die nodig is voor de productie van de op grond van deze verordening vereiste statistieken en nationale statistische ondernemingsregisters;

b)administratieve bestanden, met inbegrip van de informatie van belasting- en douaneautoriteiten;

c)uitgewisselde microgegevens;

d)andere relevante informatiebronnen die in overeenstemming zijn met de in artikel 16 bedoelde kwaliteitscriteria, met inbegrip van combinaties van bestaande gegevensbronnen.

2.Wanneer de vereiste statistieken niet kunnen worden geproduceerd door middel van de in lid 1 bedoelde gegevensbronnen die voldoen aan de kwaliteitscriteria als bedoeld in artikel 16, kunnen de lidstaten wetenschappelijk gefundeerde en goed gedocumenteerde statistische ramingen en verrekeningsmethoden gebruiken voor de productie van deze statistieken.

Artikel 5

Toegang tot administratieve bestanden en verstrekking van informatie

1.In overeenstemming met de beginselen van artikel 17 bis van Verordening (EG) nr. 223/2009 hebben de nationale statistische autoriteiten en de Commissie (Eurostat) recht op onmiddellijke en kosteloze toegang tot en gebruikmaking van alle administratieve bestanden en moeten zij deze bestanden kunnen integreren met andere gegevensbronnen om te kunnen voldoen aan de statistische vereisten uit hoofde van deze verordening en de nationale statistische ondernemingsregisters en het EuroGroups-register te actualiseren. Toegang door de nationale statistische autoriteiten en de Commissie (Eurostat) is beperkt tot administratieve bestanden binnen hun eigen openbare administratieve systemen.

2.Onverminderd lid 1 verstrekt de belastingautoriteit van elke lidstaat informatie over de uitvoer en invoer van goederen aan de nationale statistische autoriteit.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de exacte informatie die door de belastingdienst moet worden verstrekt.

3.Onverminderd lid 1 verstrekt de douaneautoriteit van elke lidstaat informatie over de uitvoer en invoer van goederen aan de nationale statistische autoriteit.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de exacte informatie die door de douaneautoriteiten moet worden verstrekt.

4.Teneinde statistieken over de internationale handel in goederen te produceren en de kwaliteit van die statistieken te verbeteren, moeten de nationale statistische autoriteiten in de betrokken lidstaten gegevens met betrekking tot de invoer en uitvoer van goederen uit kunnen wisselen die zij van hun douaneautoriteiten hebben ontvangen, met name als er douaneautoriteiten van meer dan één lidstaat bij die invoer of uitvoer betrokken zijn.

5.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure om de modaliteiten van de gegevensuitwisselingen uit hoofde van dit artikel te specificeren.

HOOFDSTUK III

BEDRIJFSSTATISTIEKEN

Artikel 6

Gegevensvereisten

1.De Europese bedrijfsstatistieken hebben betrekking op de volgende thematische gebieden:

a)kortetermijn-bedrijfsstatistieken;

b)bedrijfsstatistieken op nationaal niveau;

c)regionale bedrijfsstatistieken;

d)statistieken over internationale activiteiten.

2.De thematische gebieden omvatten één of meer van de volgende onderwerpen, zoals nader omschreven in bijlage I:

a)bedrijvenpopulatie;

b)mondiale waardeketens;

c)ICT-gebruik en e-handel;

d)innovatie;

e)internationale handel in goederen;

f)internationale handel in diensten;

g)investeringen;

h)input van arbeid;

i)output en prestaties;

j)vergunningen;

k)prijzen;

l)aankopen;

m)inputs voor onderzoek & ontwikkeling.

3.De periodiciteit van elk onderwerp is zoals bepaald in bijlage II.

4.De Commissie is krachtens artikel 21 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op de wijziging van de in bijlage I gespecificeerde gedetailleerde onderwerpen en de vaststelling van onderwerpen en kenmerken die worden bestreken door de gedetailleerde onderwerpen innovatie, ICT-gebruik en e-handel en mondiale waardeketens.

5.Bij de uitoefening van haar bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen zorgt de Commissie ervoor dat aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:

a) gedelegeerde handelingen zijn gericht op neutraliteit of vermindering van de kosten en lasten en leiden in geen geval tot aanzienlijke extra lasten of kosten voor de lidstaten of de respondenten;

b)er worden niet meer dan maximaal één gedetailleerd onderwerp voor het thematisch gebied "kortetermijn-bedrijfsstatistieken", vijf gedetailleerde onderwerpen voor het thematisch gebied "bedrijfsstatistieken op nationaal niveau", twee gedetailleerde onderwerpen voor het thematisch gebied "regionale bedrijfsstatistieken" en twee gedetailleerde onderwerpen voor het thematisch gebied "statistieken over internationale activiteiten" in een bestaande gedelegeerde handeling toegevoegd of gewijzigd door middel van een gedelegeerde handeling gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren. Het maximum is niet van toepassing op wijzigingen die het gevolg zijn van overeenkomsten, verdragen en conventies van andere internationale instellingen waarvan de Unie lid is, en wijzigingen die het gevolg zijn van wijzigingen van de jaarrekeningen van de nationale en regionale rekeningen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 549/2013 en van de betalingsbalansstatistieken overeenkomstig Verordening (EG) nr. 184/2005.Het aantal kenmerken voor gedetailleerde onderwerpen voor de dynamische bedrijfsstatistieken neemt niet significant toe tussen twee opeenvolgende referentieperioden en overschrijdt het aantal kenmerken uit het eerste jaar van uitvoering van deze verordening niet;

c) gedelegeerde handelingen worden ten minste 15 maanden vóór het einde van de referentieperiode van de gegevens aangenomen, met uitzondering van de onderwerpen "innovatie" en "ICT-gebruik en e-handel" waarvoor de uitvoeringshandelingen respectievelijk ten minste zes en twaalf maanden voor het einde van de referentieperiode van de gegevens worden aangenomen.

Artikel 7

Technische specificaties van de gegevensvereisten

1.Ten behoeve van de in bijlage I genoemde gedetailleerde onderwerpen stellen de lidstaten relevante gegevens op over elk gedetailleerd onderwerp. De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen voor de vaststelling van de volgende technische elementen van de uit hoofde van deze verordening te verzenden gegevens en de technische definities en vereenvoudigingen ervan:

a)variabelen (met uitzondering van de gedetailleerde onderwerpen met betrekking tot innovatie, ICT-gebruik en e-handel en mondiale waardeketens);

b)statistische eenheid;

c)maateenheid;

d)referentieperiode;

e)statistische populatie (met inbegrip van de vereisten met betrekking tot marktactiviteit/niet-marktactiviteit of marktproducenten/niet-marktproducenten);

f)classificaties (met inbegrip van het product, de landen en gebieden alsmede de aard van de transactie) en onderverdelingen;

g)toezending van individuele gegevensbestanden op vrijwillige basis;

h)gebruik van benaderingen en kwaliteitseisen;

i)termijn voor de toezending van gegevens;

j)eerste referentieperiode;

k)weging en wijziging van het basisjaar voor het thematische gebied "kortetermijn-bedrijfsstatistieken";

l)technische specificaties voor het onderwerp "internationale handel in goederen".

2.Bij de uitoefening van de in lid 1 bedoelde bevoegdheden met betrekking tot de vereenvoudigingen houdt de Commissie rekening met de omvang en het belang van de bedrijfseconomieën, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, teneinde de lasten voor het bedrijfsleven te verlichten. Bovendien ziet de Commissie erop toe dat de input die nodig is voor het opstellen van de jaarrekeningen van de nationale en regionale rekeningen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 549/2013 en van de betalingsbalansstatistieken overeenkomstig Verordening (EG) nr. 184/2005, gehandhaafd blijft. Uitvoeringshandelingen, uitgezonderd de uitvoeringshandelingen die de eerste uitvoering van deze verordening reguleren, worden ten minste 15 maanden voor het einde van de referentieperiode van de gegevens voor de in bijlage I opgenomen onderwerpen, aangenomen. Voor de onderwerpen "innovatie" en "ICT-gebruik en e-handel" worden de uitvoeringshandelingen respectievelijk ten minste zes en twaalf maanden voor het einde van de referentieperiode van de gegevens aangenomen.

3.De in lid 1 genoemde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

HOOFDSTUK IV

ONDERNEMINGSREGISTERS

Artikel 8

Het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters

1.De Commissie (Eurostat) richt het EuroGroups-register van multinationale ondernemingsgroepen voor statistische doeleinden op het niveau van de Unie op.

2.De lidstaten leggen op nationaal niveau een of meer geharmoniseerde nationale statistische ondernemingsregisters aan als basis voor de voorbereiding en coördinatie van enquêtes, als informatiebron voor statistische analyses van de bedrijvenpopulatie en -demografie, voor de aanwending van administratieve gegevens en voor de identificatie en samenstelling van statistische eenheden.

3.De lidstaten en de Commissie (Eurostat) wisselen gegevens uit in het kader van het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters zoals bepaald in artikel 10.

4.De nationale statistische ondernemingsregisters en het EuroGroups-register zijn de gezaghebbende bron voor kwalitatief hoogwaardige, consistente en gecoördineerde registerpopulaties voor de productie van Europese statistieken, overeenkomstig artikel 16 van deze verordening.

De nationale statistische ondernemingsregisters zijn de gezaghebbende bron voor nationale registerpopulaties. Het EuroGroups-register is de gezaghebbende bron voor de registerpopulatie van het Europees statistisch systeem voor bedrijfsstatistieken waarvoor de coördinatie van grensoverschrijdende informatie nodig is.

Artikel 9

Vereisten van het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters

1.De statistische en juridische eenheden die overeenkomstig artikel 8 door het Europese netwerk van statistische ondernemingsregisters worden bestreken, worden gekenmerkt door de volgende elementen, zoals nader omschreven in bijlage III:

a)de gedetailleerde onderwerpen voor het register en de unieke identificator;

b)de referentieperiode en frequentie.

2.De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage III opgenomen gedetailleerde onderwerpen voor het register, zodat rekening kan worden gehouden met relevante technische en economische ontwikkelingen en kan worden ingespeeld op de nieuwe behoeften van de gebruikers.

3.Bij de uitoefening van haar bevoegdheid om bijlage III aan te passen, zorgt de Commissie ervoor dat aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

a)de gedelegeerde handeling brengt geen aanzienlijke aanvullende kosten of lasten voor de lidstaten of de respondent;

b)er wordt niet meer dan maximaal één gedetailleerde onderwerp toegevoegd of gewijzigd door middel van een gedelegeerde handeling gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren.

4.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure om de beschrijvingen van elk van de gedetailleerde onderwerpen voor het register nader te specificeren.

Artikel 10

Uitwisseling van en de toegang tot vertrouwelijke gegevens ten behoeve van het Europees netwerk van statistische ondernemingsregisters

1.De uitwisseling van vertrouwelijke gegevens tussen de lidstaten vindt als volgt plaats:

a)De uitwisseling van vertrouwelijke gegevens over multinationale ondernemingsgroepen en de eenheden die tot deze groepen behoren, vindt overeenkomstig artikel 9, lid 4, uitsluitend voor statistische doeleinden plaats tussen de personeelsleden van de nationale statistische autoriteiten van de verschillende lidstaten die betrokken zijn bij de productie van het EuroGroups-register, wanneer de uitwisseling noodzakelijk is om de kwaliteit van de informatie over multinationale ondernemingengroepen in de Unie te waarborgen. Dergelijke uitwisselingen kunnen ook plaatsvinden om de lasten voor de respondenten te verminderen.

b)Wanneer deze uitwisseling noodzakelijk is om de kwaliteit van de gegevens over multinationale ondernemingengroepen in de Unie te waarborgen, kunnen nationale centrale banken, uitsluitend voor statistische doeleinden, deelnemen aan de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens.

2.De uitwisseling van vertrouwelijke gegevens tussen de Commissie (Eurostat) en de lidstaten vindt als volgt plaats:

a)De nationale statistische autoriteiten zenden de Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 9, lid 4, gegevens over multinationale ondernemingengroepen en de eenheden die tot deze groepen behoren, teneinde uitsluitend voor statistische doeleinden bestemde informatie te verstrekken over multinationale groepen in de Unie.

b)Om te waarborgen dat de uitsluitend voor statistische doeleinden bestemde gegevensbestanden consistent zijn, verstrekt de Commissie (Eurostat) aan de bevoegde nationale statistische autoriteiten van elke lidstaat gegevens over multinationale ondernemingengroepen en de eenheden die tot deze groepen behoren, wanneer ten minste één juridische eenheid van deze groep op hun grondgebied is gevestigd.

c)Met het oog op doeltreffendheid en een hoge kwaliteit bij de productie van het EuroGroups-register, verstrekt de Commissie (Eurostat), uitsluitend voor statistische doeleinden, gegevens over multinationale ondernemingengroepen die zijn opgenomen in het EuroGroups-register, met inbegrip van de eenheden die tot deze groepen behoren, aan de personeelsleden van de nationale statistische autoriteiten van de verschillende lidstaten die betrokken zijn bij de productie van het EuroGroups-register.

3.De uitwisseling van vertrouwelijke gegevens tussen de Commissie (Eurostat) en de lidstaten voor de identificatie van juridische eenheden vindt als volgt plaats:

a)De nationale statistische autoriteiten zenden de gegevens over juridische eenheden overeenkomstig artikel 9, lid 4, aan de Commissie (Eurostat), uitsluitend met het oog op de identificatie van juridische eenheden in de Unie.

b)Met het oog op doeltreffendheid en een hoge kwaliteit bij de productie van het EuroGroups-register, verstrekt de Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 9, lid 4, gegevens over juridische eenheden aan de nationale statistische autoriteiten, uitsluitend met het oog op de identificatie van juridische eenheden in de Unie.

4.De uitwisseling van vertrouwelijke gegevens tussen de Commissie (Eurostat) en de centrale banken kan als volgt plaatsvinden:

Vertrouwelijke gegevens mogen uitsluitend voor statistische doeleinden tussen de Commissie (Eurostat) en de nationale centrale banken en tussen de Commissie (Eurostat) en de Europese Centrale Bank worden uitgewisseld, wanneer dit noodzakelijk is om de kwaliteit van de gegevens over multinationale ondernemingengroepen in de Unie te waarborgen en de bevoegde nationale statistische autoriteit haar uitdrukkelijke toestemming heeft verleend voor de uitwisseling.

5.Teneinde te waarborgen dat de krachtens dit artikel uitgewisselde gegevens uitsluitend voor statistische doeleinden worden gebruikt, is de Commissie bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen waarin het formaat, de beveiligings- en vertrouwelijkheidsmaatregelen voor dergelijke gegevens worden gespecificeerd, alsmede de procedure voor de uitwisseling van gegevens, overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

6.Wanneer de Commissie (Eurostat), de nationale statistische autoriteiten, de nationale centrale banken en de Europese Centrale Bank vertrouwelijke gegevens over in of buiten het nationale grondgebied gelegen eenheden ontvangen ingevolge dit artikel, behandelen zij deze informatie vertrouwelijk overeenkomstig Verordening (EG) nr. 223/2009.

De toezending van vertrouwelijke gegevens tussen de nationale statistische autoriteiten en de Commissie (Eurostat) vindt plaats wanneer deze toezending noodzakelijk is voor de productie van Europese statistieken. Voor elke andere toezending moet de nationale instantie die de gegevens heeft verzameld, haar uitdrukkelijke toestemming verlenen.

HOOFDSTUK V

DE UITWISSELING VAN VERTROUWELIJKE GEGEVENS TEN BEHOEVE VAN DE STATISTIEKEN OVER DE INTRA-EU-HANDEL IN GOEDEREN

Artikel 11

Uitwisseling van vertrouwelijke gegevens

1.De uitwisseling van vertrouwelijke gegevens tussen de lidstaten over de intra-EU-handel in goederen vindt, uitsluitend voor statistische doeleinden, plaats tussen de nationale statistische autoriteiten die bijdragen tot de ontwikkeling, productie en verspreiding van statistieken over de intra-EU-handel in goederen.

De technische specificaties voor de gegevensvereisten als bedoeld in artikel 7, leden 1 en 2, is ook van toepassing op de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens overeenkomstig dit hoofdstuk.

2.De nationale statistische autoriteit van de lidstaat van uitvoer verstrekt aan de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van invoer de statistische gegevens over de intra-EU-uitvoer van goederen naar die lidstaat, zoals uiteengezet in artikel 12.

3.De nationale statistische autoriteit van lidstaten van uitvoer verstrekt aan de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van invoer metagegevens die relevant zijn voor het gebruik van de uitgewisselde gegevens met betrekking tot de opstelling van statistieken.

4.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met het oog op de nadere invulling van de informatie die in aanmerking moet worden genomen als relevante metagegevens als bedoeld in lid 3, en van het tijdschema voor het verstrekken van deze informatie en de in lid 2 bedoelde statistische informatie, overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

5.Op verzoek van de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van uitvoer kan de lidstaat van invoer aan de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van uitvoer de microgegevens verstrekken die zijn verzameld over vanuit die lidstaat van uitvoer ingevoerde goederen.

Artikel 12

Statistische informatie die wordt uitgewisseld

1. De in artikel 11, lid 2, genoemde statistische informatie bestaat uit:

a)door middel van enquêtes verzamelde microgegevens;

b)gegevens die zijn verzameld over specifieke goederen of bewegingen door gebruik te maken van andere bronnen dan enquêtes, en

c)gegevens die aan de hand van de gegevens uit douaneaangiften zijn samengesteld.

2.De in artikel 11, lid 2, bedoelde statistische informatie bestrijkt ten minste 95 % van de totale waarde van de uitvoer van goederen binnen de Unie van elke lidstaat naar alle andere lidstaten.

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening te wijzigen door deze dekkingsgraad te verlagen in het licht van technische en economische ontwikkelingen, met behoud van statistieken die aan de geldende kwaliteitsnormen voldoen.

3.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure ten behoeve van de vaststelling van de modaliteiten van de verzameling en de opstelling van de informatie als bedoeld in lid 1 en met het oog op de nadere invulling van de voorwaarden voor de toepassing van de in lid 2 bedoelde dekkingsgraad.

Artikel 13

Statistische gegevenselementen

1.De in van artikel 12, lid 1, onder a), bedoelde microgegevens bevatten de volgende statistische gegevenselementen:

a)het individuele identificatienummer dat aan de partner in de lidstaat van invoer is toegekend in overeenstemming met artikel 214 van Richtlijn 2006/112/EG 27 ;

b)de referentieperiode;

c)de stroom;

d)het goed;

e)de partnerlidstaat;

f)het land van oorsprong;

g)de waarde van de goederen;

h)de hoeveelheid goederen;

i)de aard van de transactie.

De in artikel 12, lid 1, onder a), bedoelde microgegevens kunnen de wijze van vervoer bevatten, mits de lidstaat van uitvoer deze gegevens verzameld.

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure teneinde de statistische gegevenselementen als bedoeld in de punten a) tot en met i), de lijst van statistische gegevenselementen die van toepassing is op specifieke goederen of bewegingen, en de gegevens die zijn samengesteld aan de hand van de gegevens van de douaneaangifte als bedoeld in artikel 12, lid 1, onder b) en c), te specificeren.

2.Onder bepaalde voorwaarden die aan kwaliteitsvereisten beantwoorden, mogen de lidstaten de voor kleine afzonderlijke transacties verstrekte informatie vereenvoudigen, op voorwaarde dat dit geen schadelijke effecten heeft op de kwaliteit van de statistieken.

In specifieke gevallen kunnen de lidstaten een beperkte reeks statistische gegevenselementen als bedoeld in lid 1 verzamelen of op een minder gedetailleerd niveau informatie verzamelen die verband houdt met een aantal van deze gegevenselementen.

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure om de modaliteiten van deze vereenvoudiging en de maximale waarde van de uitvoer binnen de EU waaraan deze vereenvoudiging ten goede komt.

    Artikel 14

Bescherming van uitgewisselde vertrouwelijke gegevens

1.De volgende geheimhoudingsregels zijn van toepassing:

a)Microgegevensbestanden die betrekking hebben op een exporteur wiens verzoek om statistische vertrouwelijkheid overeenkomstig artikel 18 is aanvaard door de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van uitvoer, worden door de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van uitvoer verstrekt aan de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van invoer, met de werkelijke waarde en alle statistische gegevenselementen als bedoeld in artikel 13, lid 1, en met een vlag die aangeeft dat de gegevens een vertrouwelijk karakter hebben.

b)De nationale statistische autoriteit van de lidstaat van invoer kan bij de opstelling van statistische resultaten van de intra-EU-invoer gebruikmaken van microgegevensbestanden over uitvoer waarmee vertrouwelijk moet worden omgegaan. Als de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van invoer gebruikmaakt van microgegevensbestanden over uitvoer waarmee vertrouwelijk moet worden omgegaan, zorgt deze lidstaat ervoor dat de verspreiding van de statistische resultaten over intra-EU-invoer door de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van invoer de door de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van uitvoer toegekende statistische geheimhouding eerbiedigt.

2.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om te zorgen voor de bescherming van de vertrouwelijke informatie die wordt uitgewisseld in het kader van dit hoofdstuk, waarin het formaat, de beveiligings- en vertrouwelijkheidsmaatregelen voor dergelijke gegevens worden gespecificeerd, met inbegrip van de modaliteiten voor de toepassing van de regels in lid 1, alsmede de procedure voor de uitwisseling van gegevens, overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3.De lidstaten en de Commissie treffen passende maatregelen om iedere schending van de statistische geheimhouding van de uitgewisselde gegevens te voorkomen en te bestraffen. De sancties waarin wordt voorzien, zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Artikel 15

Toegang tot voor wetenschappelijke doeleinden uitgewisselde vertrouwelijke gegevens

Er kan toegang tot de uitgewisselde vertrouwelijke gegevens worden verleend aan onderzoekers die statistische analyses voor wetenschappelijke doeleinden uitvoeren, overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 223/2009. Daarvoor is toestemming vereist van de nationale statistische autoriteit van de lidstaat van uitvoer die de gegevens heeft verstrekt.

HOOFDSTUK VI

KWALITEIT, TOEZENDING EN VERSPREIDING

Artikel 16

Kwaliteit

1.De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om de kwaliteit van de toegezonden Europese bedrijfsstatistieken, de nationale statistische ondernemingsregisters en het EuroGroups-register te waarborgen.

2.Voor de toepassing van deze verordening gelden de kwaliteitscriteria van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009.

3.De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de ingediende gegevens en metagegevens.

4.Daartoe verstrekken de lidstaten de volgende gegevens:

a) jaarlijkse verslagen over de kwaliteit en de metagegevens voor de toegezonden gegevens. In het geval van meerjaarlijkse statistieken is de frequentie van de verslagen hetzelfde als voor de statistieken;

b) jaarlijkse verslagen over de kwaliteit en de metagegevens met betrekking tot de nationale statistische ondernemingsregisters.

5.De Commissie (Eurostat) verstrekt jaarlijks metagegevens en de kwaliteitsverslagen met betrekking tot het EuroGroups-register aan de lidstaten.

6.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de modaliteiten, de inhoud en de termijnen voor de toezending van de metagegevens en kwaliteitsverslagen vast te stellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

7.De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) onverwijld in kennis van elke relevante informatie of wijziging in verband met de uitvoering van deze verordening die van invloed kan zijn op de kwaliteit van de toegezonden gegevens. De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) in kennis van belangrijke methodologische of andere veranderingen die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de nationale statistische ondernemingsregisters. De informatie wordt zo snel mogelijk verstrekt en in elk geval niet later dan zes maanden nadat een dergelijke verandering in werking is getreden.

8.De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) desgevraagd de aanvullende informatie die nodig is om de kwaliteit van de statistische informatie te beoordelen.

Artikel 17

Toezending van gegevens en metagegevens

1.De lidstaten dienen de bij deze verordening voorgeschreven gegevens en metagegevens bij de Commissie (Eurostat) in overeenkomstig de normen voor de uitwisseling van gegevens en metagegevens. De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure om deze normen alsook de procedure voor de toezending van de gegevens en de metagegevens vast te stellen. Indien de toegezonden gegevens vertrouwelijk zijn, wordt de werkelijke waarde verstuurd met een vlag die aangeeft dat de gegevens een vertrouwelijk karakter hebben en niet mogen worden verspreid.

2.De lidstaten voeren statistische analyses van de nationale statistische ondernemingsregisters uit en zenden de informatie aan de Commissie (Eurostat) in een formaat en volgens een procedure die worden gespecificeerd in uitvoeringshandelingen die overeenkomstig de onderzoeksprocedure zoals bedoeld in artikel 22, lid 2, worden vastgesteld.

3.De lidstaten verschaffen de Commissie (Eurostat) desgewenst alle nodige informatie over de tenuitvoerlegging van deze verordening in de lidstaten.

Artikel 18

Vertrouwelijkheid met betrekking tot de verspreiding van statistische gegevens over de internationale handel in goederen

De nationale statistische autoriteiten besluiten op verzoek van de importeur of de exporteur of zij de statistische resultaten waarmee de desbetreffende importeur of exporteur geïdentificeerd kan worden, verspreiden of dat de statistische resultaten zodanig worden aangepast dat zij geen afbreuk doen aan de statistische geheimhouding overeenkomstig artikel 20, lid 3, onder a), van Verordening (EG) nr. 223/2009.

HOOFDSTUK VII

PILOTSTUDIES EN FINANCIERING

Artikel 19

Pilotstudies

1.Wanneer de Commissie (Eurostat) vaststelt dat er behoefte is aan belangrijke nieuwe gegevensvereisten of verbeteringen in de gegevensreeksen die onder deze verordening vallen, kan zij pilotstudies starten die door de lidstaten op vrijwillige basis worden uitgevoerd voordat nieuwe gegevens worden verzameld.

2.Deze pilotstudies worden uitgevoerd om na te gaan in hoeverre het verzamelen van gegevens nodig en mogelijk is; hierbij worden de voordelen van de beschikbaarheid van de gegevens afgewogen tegen de kosten van het verzamelen van de gegevens en de lasten voor ondernemingen.

3.De eerste pilotstudies die worden gestart, hebben betrekking op de wijzen van levering van internationale handel in diensten en de internationale handel in diensten naar bedrijfskenmerken.

Artikel 20

Financiering

1.Voor de uitvoering van deze verordening kan de Unie financiële steun toekennen aan de nationale instanties voor de statistiek en andere nationale instanties zoals bedoeld in de lijst die overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad is opgesteld, ten behoeve van de kosten voor:

a)de ontwikkeling of uitvoering van de gegevensvereisten op het gebied van bedrijfsstatistieken;

b)de ontwikkeling van methoden die zijn gericht op een hogere kwaliteit of op lagere kosten en administratieve lasten van het verzamelen en produceren van bedrijfsstatistieken en het verbeteren van het Europese netwerk van ondernemingsregisters voor statistische doeleinden.

2.De financiële bijdrage van de Unie wordt verstrekt in overeenstemming met artikel 7 van Verordening (EU) nr. 99/2013 van het Europees Parlement en de Raad en artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad.

3.Het bedrag van de financiële bijdrage van de Unie mag niet hoger zijn dan 95 % van de subsidiabele kosten.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 21

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.De in de artikelen 5, 6, 9 en 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie toegekend.

3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 5, 6, 9 en 12 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en aan de Raad.

6.Een overeenkomstig de artikelen 5, 6, 9 en 12 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 22

Comité

1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 223/2009 opgericht Comité voor het Europees statistisch systeem. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 23

Samenwerking met andere comités

Voor alle aangelegenheden die onder de bevoegdheid vallen van het Comité voor monetaire, financiële en betalingsbalansstatistiek, dat is opgericht bij Besluit 2006/856/EG van de Raad, vraagt de Commissie dat comité om advies in overeenstemming met dat besluit.

Artikel 24

Afwijkingen

1.Indien voor de toepassing van deze verordening grote aanpassingen van het nationaal statistisch systeem van een lidstaat nodig zijn, kan de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen, afwijkingen voor de toepassing ervan toestaan voor een periode van maximaal drie jaar, mits deze afwijkingen geen belemmering vormen voor de vergelijkbaarheid van de gegevens van de lidstaten of de berekening van de vereiste tijdige en representatieve Europese aggregaten.

2.De Commissie stelt die uitvoeringshandelingen vast volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 25

Wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005

Verordening (EG) nr. 184/2005 wordt als volgt gewijzigd:

(a)artikel 1 wordt vervangen door:

"Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt een gemeenschappelijk kader vast voor de systematische productie van communautaire statistieken over de betalingsbalans en buitenlandse directe investeringen.";

b)artikel 2, lid 1, wordt vervangen door:

"1. De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) gegevens in over de betalingsbalans en buitenlandse directe investeringen overeenkomstig bijlage I. De gegevens beantwoorden aan de definities in bijlage II.";

c)artikel 5, lid 1, onder c), wordt geschrapt;

d)artikel 12, onder a). wordt vervangen door:

"a) een evaluatie van de kwaliteit van de gegevens over de betalingsbalans en BDI;"

e)in bijlage I wordt tabel 3 (Internationale handel in diensten) gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening.

Artikel 26

Intrekking

1.De Verordeningen (EEG) nr. 3924/91, (EG) nr. 48/2004, (EG) nr. 716/2007, (EG) nr. 177/2008 en (EG) nr. 295/2008 en Beschikking (EG) nr. 1608/2003 worden met ingang van 1 januari 2019 ingetrokken.

2.Verordening (EG) nr. 1165/1998 wordt met ingang van 1 januari 2024 ingetrokken.

3.Verordening (EG) nr. 808/2004 wordt met ingang van 1 januari 2020 ingetrokken.

4.De Verordeningen (EG) nr. 638/2004 en (EG) nr. 471/2009 worden met ingang van 1 januari 2020 ingetrokken.

5.Verwijzingen naar de ingetrokken wetgevingsbesluiten gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 27

Inwerkingtreding en toepassing

1.Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2019.

3.De artikelen 11 tot en met 15 zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

1.4.Doelstelling(en)

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.6.Duur en financiële gevolgen

1.7.Beheersvorm(en)

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende Europese bedrijfsstatistieken

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur 28  

2902 – Het Europees statistisch programma

0904 – Horizon 2020

1.3.Aard van het voorstel/initiatief

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie 29  

 Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie 

 Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie 

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie

De monitoring van de doelstellingen die zijn vastgesteld in de tien prioriteiten van de Commissie Juncker op het niveau van de lidstaten en op het niveau van de Unie vereist geharmoniseerde en vergelijkbare Europese statistieken. De geïntegreerde aanpak van FRIBS streeft naar hoogwaardige bedrijfsstatistieken voor monitoring van de beleidsdoelstellingen die in deze prioriteiten zijn vastgelegd, met name "werkgelegenheid, groei en investeringen", "digitale eengemaakte markt", "interne markt" en "vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de VS". Deze statistische input moet zo efficiënt mogelijk worden geproduceerd, in de context van moderne statistische gegevensverzameling en -productie.

1.4.2.Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

Specifieke doelstelling nr. 1

Werkprogramma van de Commissie 2016 (Refit-initiatief) nr. 26 – Statistiekpakket

Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)

2902 – Het Europees statistisch programma

0904 – Horizon 2020


Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Het initiatief moet de flexibiliteit en het reactievermogen van de Europese bedrijfsstatistieken op veranderende gebruikersbehoeften verbeteren en de consistentie en kwaliteit ervan vergroten. Het initiatief draagt bij tot de belangrijkste prioriteiten van de Commissie door de verstrekking van consistentere en relevantere gegevens om te monitoren, zoals groei, werkgelegenheid, concurrentievermogen, onderzoek en innovatie, de digitale eengemaakte markt, de gevolgen van de mondialisering en de werking van de interne markt. Dit initiatief moet ook een kostenefficiëntere en modernere gegevensproductie vergemakkelijken en de middelen bieden voor een aanzienlijke vermindering van de administratieve last voor gegevensverstrekkers (bedrijven).

Wat de efficiëntie betreft, zorgt het voorstel aanvankelijk voor hogere implementatiekosten voor gegevensverzamelaars, als gevolg van herzieningen van de processen voor de productie van gegevens en nieuwe gegevensvereisten. Deze aanvullende implementatiekosten op de korte termijn worden echter op de lange termijn gecompenseerd door de efficiëntiewinst op systeemniveau.

1.4.3.Resultaat- en effectindicatoren

Vermeld de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is uitgevoerd.

Voor elk van de operationele doelstellingen die worden genoemd in het effectbeoordelingsverslag, maakt een essentiële prestatie-indicator de regelmatige monitoring van de uitvoering van dit voorstel mogelijk.

De voornaamste informatiebronnen voor de berekening van de essentiële prestatie-indicatoren zijn de nationale metagegevens en de kwaliteitsverslagen, alsook het door Eurostat uitgevoerde jaarlijkse onderzoek naar de tevredenheid van gebruikers en de monitoringsverslagen over de elektronische verspreiding door Eurostat.

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

Op de korte en middellange termijn moeten de bestaande verordeningen op het gebied van Europese bedrijfsstatistieken worden geïntegreerd en moet aan de reeds lang aanwezige behoeften van de gebruikers aan aanvullende informatie over ondernemingen worden tegemoetgekomen. De lasten voor gegevensverstrekkers worden verminderd.

Op de lange termijn moet het initiatief leiden tot een verbetering van de efficiëntie van het verzamelen en opstellen van bedrijfsstatistieken waardoor de kosten voor de gegevensverzamelaars worden verminderd. Daarnaast is er sprake van een toename van de relevantie van de gegevens sneller door tijdiger tegemoet te komen aan belangrijke nieuwe gebruikersbehoeften.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

De productie van statistieken die geharmoniseerd zijn en vergelijkbaar tussen verschillende lidstaten en afgestemd zijn op de behoeften van de EU, kan niet op nationaal niveau alleen worden gerealiseerd. De statistische productie van de EU vereist de uitvoering van een geharmoniseerde methodologie en de definitie van gemeenschappelijke outputs, waarvoor de kenmerken door de afzonderlijke lidstaten moeten worden geleverd, hetgeen alleen door middel van actie op EU-niveau volledig kan worden verwezenlijkt.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Met het oog op een conforme verstrekking van nationale gegevens, is een verordening de meest geschikte soort actie op EU-niveau. Het naast elkaar bestaan van tien afzonderlijke verordeningen op het gebied van bedrijfsstatistieken heeft geleid tot inconsistenties in de gebruikte begrippen en definities.

1.5.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Dit is een kaderverordening die er na inwerkingtreding voor zal zorgen dat de huidige tien rechtsgrondslagen voor Europese bedrijfsstatistieken gestroomlijnd worden. Een handleiding voor Europese bedrijfsstatistieken zal methodologische richtsnoeren geven.

1.6.Duur en financiële gevolgen

 Voorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur

   Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ

 Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur

uitvoering met een opstartperiode vanaf 2019 tot en met 2021;

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvorm(en) 30  

 Direct beheer door de Commissie

☒ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen;

 Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;

◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

◻ de EIB en het Europees Investeringsfonds;

◻ de in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

◻ publiekrechtelijke organen;

◻ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;

◻ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

◻ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".

Opmerkingen

[…]

[…]

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Vermeld frequentie en voorwaarden.

Er worden al regelmatig diepgaande kwaliteitsrapportages over de uitvoering van elke statistische gegevensverzameling uitgevoerd, overeenkomstig de specifieke regels van Eurostat. In het kader van het voorstel zal dit worden voortgezet en verder worden verbeterd.

De subsidieontvangers moeten de verzamelde gegevens en het desbetreffende kwaliteitsverslag indienen.

2.2.Beheers- en controlesysteem

2.2.1.Mogelijke risico's

Aangezien in direct beheer is voorzien, hebben de inherente risico's betrekking op het beheer van aanbestedingsprocedures en subsidies.

2.2.2.Informatie over het ingestelde systeem voor interne controle

Eurostat heeft een controlestrategie 2013-2017 vastgelegd ter begeleiding van de uitvoering van de uitgaven. De maatregelen en hulpmiddelen die in deze strategie zijn opgenomen, zijn volledig van toepassing op de voorgestelde verordening. Een vermindering van de complexiteit, de toepassing van kosteneffectieve monitoringprocedures en de uitvoering van op risico’s gebaseerde ex-ante- en ex-post-controles moeten de kans op fraude verkleinen en fraude helpen voorkomen. De controlestrategie omvat ook specifieke bewustmakingsmaatregelen en relevante opleidingen met betrekking tot fraudepreventie.

2.2.3.Raming van de kosten en baten van de controles en evaluatie van het verwachte foutenrisico

Eurostat heeft een controlestrategie ingevoerd die er over het algemeen op gericht is het risico van niet-naleving te beperken tot onder het materialiteitscriterium van 2 %, in overeenstemming met de doelstellingen voor interne controle en risicobeheer die worden uiteengezet in haar strategische plan voor 2016-2020. Op 100 % van de financiële transacties (en dus 100 % van de begroting) zullen verplichte ex-ante-controles worden uitgevoerd overeenkomstig het Financieel Reglement. Bovendien zullen de controles worden verricht op basis van een diepgaande analyse van de desbetreffende documenten na een jaarlijkse risicoanalyse. Hiervoor kan 4-6 % van de totale begroting die door Eurostat wordt beheerd, worden gebruikt.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen.

Op 30 oktober 2013 heeft Eurostat de fraudebestrijdingsstrategie 2014-2017 aangenomen in overeenstemming met de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie van 24 juni 2011 (CAFS). De fraudebestrijdingsstrategie van Eurostat bevat drie operationele doelstellingen: i) versterking van de bestaande antifraude-elementen; ii) betere integratie van antifraude-elementen in de risicobeoordeling door Eurostat/het risicobeheer van Eurostat en in audits, planning, rapportages en monitoring; iii) versterking van antifraudecapaciteiten en -bewustzijn van Eurostat als onderdeel van de antifraudecultuur van de Commissie. De fraudebestrijdingsstrategie wordt vergezeld van een actieplan voor fraudebestrijding. Gedurende de toepassingsperiode wordt de uitvoering van de fraudebestrijdingsstrategie twee keer per jaar gecontroleerd, met rapportage aan het management.

Eurostat zal de effecten van de strategie in 2017 evalueren en de strategie dienovereenkomstig bijwerken. In 2016 heeft Eurostat haar antifraude-actieplan geëvalueerd als mijlpaal in de evaluatie van de strategie.

De evaluatie van zowel de strategie van Eurostat als van het actieplan wordt uitgevoerd op basis van de geactualiseerde methode en richtlijnen die in februari  2016 zijn gepubliceerd.

Wat subsidies betreft, zijn alle potentiële ontvangers van subsidies bovendien overheidsinstanties (nationale instanties voor de statistiek en andere nationale instanties, zoals bepaald op basis van Verordening (EG) nr. 223/2009). Daarnaast worden de subsidies toegekend zonder oproepen tot het indienen van voorstellen. Er worden controles verricht, waarbij rekening wordt gehouden met deze specifieke subsidieprocedures, en met inbegrip van beoordelingen vooraf en achteraf van het subsidiebeheer.

Het gebruik van eenheidskosten en vaste bedragen overeenkomstig artikel 124, lid 1, van het Financieel Reglement vermindert de kans op fouten bij het beheer van de subsidies aanzienlijk, doordat het beheer aanzienlijk wordt vereenvoudigd.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader:

Begrotingsonderdeel

Soort
uitgave

Bijdrage

Nummer
[…][Omschrijving………………………...……………]

GK/ NGK 31 .

van EVA-landen 32

van kandidaat-lidstaten 33

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement

1a

29.020100 – ESP18_20 – Europees statistisch programma (ESP) 2018-2020

Gespl.

JA

NEE

NEE

NEE

1a

09.040201 – Leiderschap op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (Gek. prog.: HORIZON 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (Horizon 2020)

Gespl.

JA

NEE

NEE

NEE

3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële
kader

Nummer

1a. Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

DG: ESTAT

Jaar
2019

Jaar
2020

TOTAAL

•Beleidskredieten

Nummer begrotingsonderdeel 29.020100

Vastleggingen

1)

10,285

9,185

19,470

Betalingen

2)

1,029

4,518

5,547

Nummer begrotingsonderdeel

Vastleggingen

1a)

Betalingen

2 a)

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 34  

Nummer begrotingsonderdeel

3)

TOTAAL kredieten
voor DG ESTAT

Vastleggingen

= 1 + 1a + 3

10,285

9,185

19,470

Betalingen

= 2 + 2a

+ 3

1,029

4,518

5,547




DG: CNECT

Jaar
2019

Jaar
2020

TOTAAL

•Beleidskredieten

Nummer begrotingsonderdeel 09.040201

Vastleggingen

1)

1,000

1,000

2,000

Betalingen

2)

0,100

0,450

0,550

Nummer begrotingsonderdeel

Vastleggingen

1a)

Betalingen

2 a)

Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten 35  

Nummer begrotingsonderdeel

3)

TOTAAL kredieten
voor DG CNECT

Vastleggingen

= 1 + 1a + 3

1,000

1,000

2,000

Betalingen

= 2 + 2a

+ 3

0,100

0,450

0,550

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere rubrieken

•TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

4)

11,285

10,185

21,470

Betalingen

5)

1,129

4,968

6,097

•TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten

6)

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4
van het meerjarige financiële kader

(referentiebedrag)

Vastleggingen

= 4 + 6

11,285

10,185

21,470

Betalingen

= 5 + 6

1,129

4,968

6,097





Rubriek van het meerjarige financiële
kader

5

"Administratieve uitgaven"

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2019

Jaar
2020

TOTAAL

DG: ESTAT

• Personele middelen

11,850

11,883

23,733

• Andere administratieve uitgaven

0,625

0,625

1,250

TOTAAL DG ESTAT

12,475

12,508

24,983

TOTAAL kredieten
voor RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader
 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

12,475

12,508

24,983

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2019

Jaar
2020

TOTAAL

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5
van het meerjarige financiële kader
 

Vastleggingen

23,760

22,693

46,453

Betalingen

13,604

17,476

31,080

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

◻Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2019

Jaar
2020

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 36

Gem. kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 37

- Output

EuroGroups-register

0,750

0,750

1,500

- Output

Testen van het EuroGroups-register

0,250

0,250

0,500

- Output

Verzamelen van de gegevens

3,435

3,935

7,370

- Output

Methodologische en pilotstudies

6,850

5,250

12,100

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

11,285

10,185

21,470

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTALE KOSTEN

11,285

10,185

21,470

3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.Samenvatting

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

Jaar
2019 38

Jaar
2020

TOTAAL

RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

11,850

11,883

23,733

Andere administratieve uitgaven

0,625

0,625

1,250

Subtotaal RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

12,475

12,508

24,983

Buiten RUBRIEK 5 39
van het meerjarige financiële kader

Personele middelen

Andere uitgaven
van administratieve aard

Subtotaal
Buiten RUBRIEK 5
van het meerjarige financiële kader

TOTAAL

12,475

12,508

24,983

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.2.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Raming in voltijdequivalenten

Jaar
2019

Jaar
2020

•Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

29 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

74,67

74,92

XX 01 01 02 (delegaties)

XX 01 05 01 (onderzoek door derden)

10 01 05 01 (eigen onderzoek)

Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) 40

29 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen")

25

25

XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties)

XX 01 04 jj  41

- zetel

- delegaties

XX 01 05 02 (AC, END, INT – onderzoek door derden)

10 01 05 02 (AC, END, SNE – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

99,67

99,92

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Methodologische werkzaamheden, ook voor pilotstudies

IT-werkzaamheden om de gegevens te ontvangen, te valideren en te verwerken

Gegevensanalyse, bekendmaking van gegevens en gebruikersondersteuning

Extern personeel

Methodologische werkzaamheden, ook voor pilotstudies

IT-werkzaamheden om de gegevens te ontvangen, te valideren en te verwerken

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader

   Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader

   Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

[…]

   Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

[…]

3.2.5.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden

Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro's (tot op drie decimalen)

2019

2020

Totaal

Medefinancieringsbron 

p.m.

p.m.

p.m.

TOTAAL medegefinancierde kredieten

p.m.

p.m.

p.m.

(1) Het ESS is het partnerschap tussen de Europese statistische instantie, ofwel Europese Commissie (Eurostat), en de nationale instanties voor de statistiek en andere nationale instanties die in de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken.
(2) Verordening (EU) nr. 99/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende het Europees statistisch programma 2013-2017 (PB L 39 van 9.2.2013, blz. 12). Er is voorgesteld om dit uit te breiden tot 2018-2020 in COM/2016/0557 final – 2016/0265
(3) Zie http://ec.europa.eu/eurostat/web/quality/evaluation
(4) http://ec.europa.eu/eurostat/documents/10186/7142348/ABS-Report.pdf   http://ec.europa.eu/eurostat/documents/10186/6937805/Summary+report+on+the+open+public+consultations/52c01d34-ca85-4e8d-aaae-df4ae84b8dea
(5) Verordening (EG) nr. 184/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 betreffende de communautaire statistiek inzake de betalingsbalans, de internationale handel in diensten en buitenlandse directe investeringen (PB L 35 van 8.2.2005, blz. 23).
(6) Verordening (EG) nr. 177/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor ondernemingsregisters voor statistische doeleinden en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2186/93 van de Raad (PB L 61 van 5.3.2008, blz. 6).
(7) Besluit nr. 1297/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende een programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek (Meets) (PB L 340 van 19.12.2008, blz. 76).
(8) Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).
(9) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(10) Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).
(11) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(12) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(13) Verordening (EG) nr. 184/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 betreffende de communautaire statistiek inzake de betalingsbalans, de internationale handel in diensten en buitenlandse directe investeringen (PB L 35 van 8.2.2005, blz. 23).
(14) Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de totstandbrenging van een communautaire enquête naar de industriële productie (PB L 374 van 31.12.1991, blz. 1).
(15) Verordening (EG) nr. 1165/98 van de Raad van 19 mei 1998 inzake kortetermijnstatistieken (PB L 162 van 5.6.1998, blz. 1).
(16) Beschikking nr. 1608/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2003 betreffende de productie en de ontwikkeling van een communautaire statistiek inzake wetenschap en technologie (PB L 230 van 16.9.2003, blz. 1).
(17) Verordening (EG) nr. 48/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de productie van jaarlijkse communautaire statistieken over de staalindustrie voor de referentiejaren 2003-2009 (PB L 7 van 13.1.2004, blz. 1).
(18) Verordening (EG) nr. 638/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de communautaire statistieken van het goederenverkeer tussen de lidstaten en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 3330/91 van de Raad (PB L 102 van 7.4.2004, blz. 1).
(19) Verordening (EG) nr. 808/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende communautaire statistieken over de informatiemaatschappij (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 49).
(20) Verordening (EG) nr. 716/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de communautaire statistiek van de structuur en de activiteit van buitenlandse filialen (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 17).
(21) Verordening (EG) nr. 177/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor ondernemingsregisters voor statistische doeleinden en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2186/93 van de Raad (PB L 61 van 5.3.2008, blz. 6).
(22) Verordening (EG) nr. 295/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 betreffende structurele bedrijfsstatistieken (herschikking) (PB L 97 van 9.4.2008, blz. 13).
(23) Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 23).
(24) Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake de statistische eenheden voor waarneming en analyse van het productiestelsel in de Gemeenschap (PB L 76 van 30.3.1993, blz. 1).
(25) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
(26) Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).
(27) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.(PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1)
(28) ABM: activity-based management ABB: activity-based budgeting.
(29) In de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
(30) Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx  
(31) GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(32) EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(33) Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.
(34) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(35) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(36) Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(37) Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke doelstelling(en)…".
(38) Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen.
(39) Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(40) AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties).
(41) Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
Top

Brussel, 6.3.2017

COM(2017) 114 final

BIJLAGEN

bij het voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende Europese bedrijfsstatistieken, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005 en tot intrekking van tien wetgevingsbesluiten op het gebied van bedrijfsstatistieken

{SWD(2017) 98 final}
{SWD(2017) 99 final}


BIJLAGEN

bij het voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende Europese bedrijfsstatistieken, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 184/2005 en tot intrekking van tien wetgevingsbesluiten op het gebied van bedrijfsstatistieken

Bijlage I

Te bestrijken onderwerpen

Thematisch gebied 1. Kortetermijn-bedrijfsstatistieken

Onderwerpen

Gedetailleerde onderwerpen

Bedrijvenpopulatie

Zakelijke demografische gebeurtenissen (faillissementen en registraties)

Input van arbeid

Werkgelegenheid

Gewerkte uren

Loonkosten

Prijzen

Invoerprijzen

Producentenprijzen

Output en prestaties

Productie

Omvang van de verkoop

Netto-omzet

Vergunningen

Bouwvergunningen

 

 

Thematisch gebied 2. Bedrijfsstatistieken op nationaal niveau

Onderwerpen

Gedetailleerde onderwerpen

Bedrijvenpopulatie

Populatie van actieve ondernemingen

Zakelijke demografische gebeurtenissen (geboorte, overlijden, overleving)

Ondernemingen in buitenlandse handen

Ondernemingen in buitenlandse handen (IUZ-concept) en binnenlandse filialen

Populatie van ondernemingen die actief zijn in internationale handel

Input van arbeid

Werkgelegenheid

Werkgelegenheid met betrekking tot zakelijke demografische gebeurtenissen (geboorte, overlijden, overleving)

Werkgelegenheid in ondernemingen in buitenlandse handen

Werkgelegenheid in ondernemingen in buitenlandse handen (IUZ-concept) en binnenlandse filialen

Gewerkte uren

Loonkosten

Arbeidskosten in ondernemingen in buitenlandse handen

O&O-inputs

O&O-uitgaven

Werkgelegenheid in O&O

O&O-uitgaven in ondernemingen in buitenlandse handen

O&O-werkgelegenheid in ondernemingen in buitenlandse handen

Door de overheid gefinancierd O&O

Aankopen

Aankoop goederen en diensten

Voorraadwijziging

Aankopen van goederen en diensten door ondernemingen in buitenlandse handen

Invoer door ondernemingen

Output en prestaties

Netto-omzet

Brutowinst op voor wederverkoop bestemde goederen

Waarde van de output

Toegevoegde waarde

Bruto-exploitatieoverschot

Netto-omzet van ondernemingen in buitenlandse handen

Waarde van de output van ondernemingen in buitenlandse handen

Toegevoegde waarde van ondernemingen in buitenlandse handen

Netto-omzet van ondernemingen in buitenlandse handen (IUZ-concept) en binnenlandse filialen

Industriële productie

Uitvoer door ondernemingen

Investeringen

Bruto-investering

Bruto-investeringen door ondernemingen in buitenlandse handen

Innovatie

Innovatie

ICT-gebruik en e-handel

ICT-gebruik en e-handel

Thematisch gebied 3. Regionale bedrijfsstatistieken

Onderwerpen

Gedetailleerde onderwerpen

Bedrijvenpopulatie

Populatie per regio

Zakelijke demografische gebeurtenissen per regio (geboorte, overlijden, overleving)

Input van arbeid

Werkgelegenheid per regio

Werkgelegenheid met betrekking tot zakelijke demografische gebeurtenissen per regio (geboorte, overlijden, overleving)

Arbeidskosten per regio

O&O-inputs

O&O-uitgaven per regio

O&O-werkgelegenheid per regio

Thematisch gebied 4. Statistieken over internationale activiteiten

Onderwerpen

Gedetailleerde onderwerpen

Bedrijvenpopulatie

Populatie van ondernemingen in het buitenland die uiteindelijk onder de zeggenschap van institutionele eenheden van het rapporterende land vallen

Input van arbeid

Werkgelegenheid in ondernemingen in het buitenland die uiteindelijk onder de zeggenschap van institutionele eenheden van het rapporterende land vallen

Arbeidskosten in ondernemingen in het buitenland die uiteindelijk onder de zeggenschap van institutionele eenheden van het rapporterende land vallen

Investeringen

Bruto-investeringen in ondernemingen in het buitenland die uiteindelijk onder de zeggenschap van institutionele eenheden van het rapporterende land vallen

Output en prestaties

Netto-omzet van ondernemingen in het buitenland die uiteindelijk onder de zeggenschap van institutionele eenheden van het rapporterende land vallen

Internationale handel in goederen

Intra-EU-handel in goederen:

 

Extra-EU-handel in goederen:

Internationale handel in diensten

Invoer van diensten (uitgaven)

Uitvoer van diensten (ontvangsten)

Netto FRIBS-diensten (saldo)

Mondiale waardeketens

Mondiale waardeketens



Bijlage II

Periodiciteit van onderwerpen

Thematisch gebied 1. Kortetermijn-bedrijfsstatistieken

Onderwerpen

Frequentie

Bedrijvenpopulatie

Driemaandelijks

Input van arbeid

Driemaandelijks

Prijzen

Maandelijks; driemaandelijkse producentenprijsindexen voor diensten en prijsindexen voor producenten voor nieuwe woningen

Output en prestaties

Maandelijks; driemaandelijks voor kleine landen voor sectie F van de NACE

Vergunningen

Driemaandelijks

Thematisch gebied 2. Bedrijfsstatistieken op nationaal niveau

Onderwerpen

Frequentie

Bedrijvenpopulatie

Jaarlijks

Input van arbeid

Jaarlijks

O&O-inputs

Tweejaarlijks; jaarlijks voor de uitsplitsing naar prestatiesector van de prestaties per jaar voor intramurale O&O-uitgaven, O&O-personeel en het aantal onderzoekers, alsmede voor uit de overheidsbegroting toegewezen middelen of uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (GBAORD) en nationale overheidsmiddelen voor transnationaal gecoördineerde O&O

Aankopen

Jaarlijks; elke drie jaar voor betalingen aan onderaannemers

Output en prestaties

Jaarlijks; tweejaarlijks voor de uitsplitsing van de netto-omzet naar product en en netto-omzet naar plaats van vestiging van de cliënt voor NACE 69.1, 69.2, 70.2, 71.1, 71.2 en 73.2; elke vijf jaar voor netto-omzet uit landbouw, bosbouw, visserij en industriële activiteiten, netto-omzet uit industriële activiteiten, netto-omzet uit industriële activiteiten met uitzondering van de bouwnijverheid, netto-omzet uit bouwnijverheid, netto-omzet uit dienstenactiviteiten, netto-omzet uit handelsactiviteiten met betrekking tot aankoop en wederverkoop en uit intermediaire activiteiten, netto-omzet uit burgerlijke en utiliteitsbouw en netto-omzet uit grond-, weg- en waterbouw; elke drie jaar voor inkomsten uit onderaanneming

Investeringen

Jaarlijks; elke drie jaar voor investeringen in immateriële activa

Innovatie    

Tweejaarlijks

ICT-gebruik en e-handel

Jaarlijks



Thematisch gebied 3. Regionale bedrijfsstatistieken

Onderwerpen

Frequentie

Bedrijvenpopulatie

Jaarlijks

Input van arbeid

Jaarlijks

O&O-inputs

Tweejaarlijks

Thematisch gebied 4. Statistieken over internationale activiteiten

Onderwerpen

Frequentie

Bedrijvenpopulatie

Jaarlijks

Input van arbeid

Jaarlijks

Investeringen

Jaarlijks

Output en prestaties

Jaarlijks

Internationale handel in goederen

Maandelijks; tweejaarlijks voor gecombineerde uitsplitsingen van product en factuurvaluta voor de extra-EU-invoer en uitvoer van goederen:

Internationale handel in diensten

Jaarlijks; driemaandelijks voor uitsplitsingen voor diensten op het eerste niveau

Mondiale waardeketens

Driejaarlijks

 



Bijlage III

Elementen van het Europese netwerk van statistische bedrijfsregisters

Deel A: gedetailleerde onderwerpen voor het register en unieke identificator

1.De eenheden in de nationale ondernemingsregisters voor statistische doeleinden en in het EuroGroups-register als omschreven in artikel 3 van deze verordening, worden gekenmerkt door een identificatienummer en gedetailleerde onderwerpen voor het register die zijn omschreven in deel C.

2.De eenheden in de nationale ondernemingsregisters voor statistische doeleinden en in het EuroGroups-register worden op unieke wijze geïdentificeerd door een identificatienummer ter vergemakkelijking van de rol van het Europees netwerk van ondernemingsregisters voor statistische doeleinden met betrekking tot infrastructuur. Deze identificatienummers worden opgesteld door de nationale statistische autoriteiten. De identificatienummers voor juridische eenheden en multinationale ondernemingengroepen die relevant zijn voor het EuroGroups-register zullen door de Commissie (Eurostat) worden verstrekt. Voor nationale doeleinden kunnen de nationale statistische autoriteiten het additionele identificatienummer in de nationale ondernemingsregisters voor statistische doeleinden handhaven.

Deel B: referentieperiode en frequentie

3.De nationale statistische bedrijfsregisters en het EuroGroups-register worden ten minste een keer per jaar bijgewerkt wat de opnemingen in en de verwijderingen uit de registers betreft.

4.De frequentie waarmee de registers worden bijgewerkt, wordt bepaald door het soort eenheid, de beschouwde variabele, de grootte van de eenheid en de bron die doorgaans voor de bijwerking wordt gebruikt.

5.De lidstaten maken aan het eind van elk jaar een kopie die de staat van de nationale statistische bedrijfsregisters weergeeft, en bewaren deze kopie ten minste dertig jaar voor analysedoeleinden. De Commissie (Eurostat) maakt aan het eind van elk jaar een kopie die de staat van het EuroGroups-register weergeeft, en bewaart deze kopie ten minste dertig jaar voor analysedoeleinden.

Deel C: gedelegeerde onderwerpen voor bedrijfsregisters

De nationale statistische ondernemingsregisters en het Eurogroep-register bevatten, voor de verschillende eenheden die zijn gedefinieerd in artikel 3 van deze verordening, de volgende gedetailleerde onderwerpen per eenheid.



EENHEDEN

Gedetailleerde onderwerpen

1. JURIDISCHE EENHEDEN

Identificatiekenmerken

Demografische kenmerken

Economische/stratificatiekenmerken

Banden met onderneming

Koppeling met andere registers

Band met ondernemingengroep

Zeggenschap over eenheden

Eigendom van eenheden

2. ONDERNEMINGENGROEP

Identificatiekenmerken

Demografische kenmerken

Economische/stratificatiekenmerken

3. ONDERNEMING

Identificatiekenmerken

Band met andere eenheden

Demografische kenmerken

Economische/stratificatiekenmerken

4. LOKALE EENHEID

Identificatiekenmerken

Demografische kenmerken

Economische/stratificatiekenmerken

Banden met andere eenheden en registers

5. SOORT EENHEID VAN ACTIVITEIT

Identificatiekenmerken

indien dit wordt bestreken als statistische eenheid in overeenstemming met artikel 3, 2 bis, onder iii)

Demografische kenmerken

Economische/stratificatiekenmerken

Banden met andere eenheden en registers

Bijlage IV

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 184/2005

In bijlage I wordt tabel 3 vervangen door:

"Tabel 3

Internationale handel in diensten – boekhoudkundige elementen

Uiterste termijn: T + 9 maanden

Frequentie: Jaarlijks

Eerste referentieperiode: 2013

Ontvangsten

Uitgaven

Saldo

Beloning van werknemers

Geo 5

Geo 5

Geo 5

Persoonlijke overdrachten

Geo 5

Geo 5

Geo 5

Overdrachten van werkenden

Geo 5

Geo 5

Geo 5

DIENSTEN

Geo 6

Geo 6

Geo 6

Reisverkeer

Zakelijk reisverkeer

Geo 5

Geo 5

Geo5

Aankoop van goederen en diensten door grens- en seizoenarbeiders en andere werknemers met kort dienstverband

Geo 5

Geo 5

Geo5

Overig zakelijk reisverkeer

Geo 5

Geo 5

Geo5

Privé reisverkeer

Geo 5

Geo 5

Geo5

Gezondheidsgerelateerde uitgaven

Geo 5

Geo 5

Geo5

Onderwijsgerelateerde uitgaven

Geo 5

Geo 5

Geo5

Overig privé reisverkeer

Geo 5

Geo 5

Geo5

Indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI)

Geo 3

Geo 3

Geo 3

"

Top