Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52015PC0635

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen

COM/2015/0635 final - 2015/0288 (COD)

Brussel, 9.12.2015

COM(2015) 635 final

2015/0288(COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2015) 274}
{SWD(2015) 275}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

In de "Strategie voor een digitale eengemaakte markt" 1 , die door de Commissie op 6 mei 2015 werd vastgesteld, werd een wetgevingsinitiatief aangekondigd inzake geharmoniseerde regels voor de levering van digitale inhoud en de online-verkoop van goederen. Dit initiatief bestaat uit i) een voorstel over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en ii) een voorstel over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop 2 en andere verkoop op afstand van goederen.

Zoals aangekondigd door de Commissie in haar werkprogramma voor 2015, is in deze twee voorstellen rekening gehouden met de ervaring die is opgedaan tijdens de onderhandelingen over een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht. In het bijzonder kennen deze voorstellen geen facultatieve regeling en een alomvattend geheel van regels meer. In plaats daarvan bevatten de voorstellen een gerichte, volledig geharmoniseerde reeks regels. De voorstellen bouwen ook voort op een aantal amendementen die het Europees Parlement in eerste lezing heeft aangenomen met betrekking tot het voorstel voor een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht, waarbij het met name gaat om de beperking van het toepassingsgebied tot online-verkoop en andere vormen van verkoop op afstand van goederen en de uitbreiding van het toepassingsgebied tot bepaalde digitale inhoud die wordt geleverd tegen een andere tegenprestatie dan geld.

Hoewel deze toelichting specifiek betrekking heeft op het voorstel betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, ziet het deel van deze toelichting over de motivering voor het voorstel op beide voorstellen, aangezien deze twee voorstellen worden gezien als een pakket met gemeenschappelijke doelstellingen.

Motivering en doel van het voorstel

Het algemene doel van de voorstellen is bij te dragen tot een snellere groei van de mogelijkheden die worden geboden door het creëren van een echte digitale eengemaakte markt, ten behoeve van zowel consumenten als bedrijven. Door het wegnemen van de belangrijkste obstakels voor grensoverschrijdende handel op het gebied van overeenkomstenrecht, zullen de in de voorstellen opgenomen regels bijdragen tot het verminderen van de onzekerheid waarmee bedrijven en consumenten te kampen hebben als gevolg van de complexiteit van het juridische kader en van de kosten die ondernemingen moeten maken als gevolg van de verschillen in overeenkomstenrecht.

39 % van bedrijven die online maar niet grensoverschrijdend verkopen, wijst het verschil in nationale regelingen inzake overeenkomstenrecht aan als een van de voornaamste hindernissen voor grensoverschrijdende verkoop 3 . Dit geldt in het bijzonder voor vormen van genoegdoening in geval van een gebrekkig product. Dit punt wordt genoemd door 49 % van de detailhandelaren in de EU die online verkopen en 67 % van de detailhandelaren in de EU die momenteel online grensoverschrijdend proberen te verkopen of overwegen dat te doen 4 . Het verschil in nationale regels op het gebied van overeenkomstenrecht heeft voor detailhandelaren die aan consumenten verkopen, tot eenmalige kosten geleid van ongeveer 4 miljard euro; deze kosten wegen vooral op micro- en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). Met dit voorstel wordt beoogd een bedrijfsvriendelijke omgeving te scheppen en het voor bedrijven, met name kmo’s, gemakkelijker te maken om grensoverschrijdend te verkopen. Bedrijven moet rechtszekerheid worden geboden en zij mogen niet worden opgezadeld met onnodige kosten als gevolg van verschillen tussen nationale rechtsstelsels wanneer zij goederen en digitale inhoud buiten hun binnenlandse markt verkopen.

Slechts 18 % van de consumenten die het internet voor privédoeleinden gebruikten, kocht in 2014 online in een ander EU-land, terwijl 55 % online op de binnenlandse markt kocht 5 . Consumenten missen vertrouwen wanneer zij online grensoverschrijdend aankopen doen en zijn van oordeel dat zij beter beschermd zijn wanneer zij in hun eigen land online kopen, in het kader van hun eigen nationaal recht. Een van de belangrijkste redenen is de onzekerheid over hun cruciale contractuele rechten. Verschillen tussen nationale regelingen vormen ook een belemmering voor een efficiënte handhaving van de rechten van consumenten. Daardoor missen consumenten kansen en beschikken zij over een geringer aanbod aan goederen tegen minder concurrerende prijzen. Aangezien consumenten geen vertrouwen hebben in grensoverschrijdend online aankopen, kunnen zij bovendien niet profiteren van de bestaande prijsverschillen tussen de lidstaten en missen zij derhalve belangrijke potentiële kansen.

Met betrekking tot de online-verkoop van goederen is het noodzakelijk om snel te handelen. Tegelijkertijd kan de harmonisering van de regels voor verkoop op afstand het risico inhouden dat er voor de verkoop op afstand andere regels zijn dan voor de verkoop van hand tot hand. Gezien het toenemend belang van het meer-kanalen distributiemodel (dat wil zeggen het gelijktijdig via verscheidene kanalen verkopen, zoals rechtstreeks in een winkel, online of anderszins op afstand), zal de Commissie stappen ondernemen om dat gevolg te vermijden en ervoor te zorgen dat consumenten en handelaars effectief kunnen afgaan op een samenhangend juridisch kader dat overal in Europa eenvoudig toe te passen is.

Daarom is de Commissie parallel aan dit voorstel, in het kader van haar Programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving' een diepgaande analyse van de bestaande consumentenwetgeving van de EU gestart. Gegevens uit de gezondheidstest-analyse inzake de toepassing van de richtlijn betreffende de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen op het van hand tot hand aankopen van goederen, worden in de tweede helft van 2016 verwacht. Hoewel deze gegevens en dus ook de resultaten van de gezondheidstest-exercitie op dit punt nog niet beschikbaar zijn, zou met de eventuele conclusies – mochten die erop wijzen dat een initiatief van de Commissie inzake de van hand tot hand verkoop van goederen noodzakelijk is – rekening kunnen worden gehouden bij de werkzaamheden van de medewetgevers inzake het voorstel voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen.

Samenhang met bestaande beleidsbepalingen op het betrokken beleidsgebied

De belangrijkste materiële bepalingen van dit voorstel hebben betrekking op de belangrijkste verschillen tussen de nationale dwingende bepalingen van consumentenrecht na de uitvoering door de lidstaten van de minimum-harmonisatiebepalingen van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen 6 . Het zijn immers die belangrijkste verschillen tussen nationale regels die van invloed zijn op de beslissing of en in welke mate handelaars grensoverschrijdend goederen verkopen.

Hoewel het voorstel de voorschriften van Richtlijn 1999/44/EG als basis neemt, voorziet het in een volledige harmonisatie van de criteria voor de overeenstemming van de goederen, van de hiërarchie in de vormen van genoegdoening die de consument ter beschikking staan en van de termijnen voor de omkering van de bewijslast en de wettelijke garanties. Voorts worden bepaalde aspecten van de huidige Richtlijn 1999/44/EG verduidelijkt, zoals het feit dat de consument recht zou hebben op ontbinding van de overeenkomst of prijsvermindering, indien de verkoper de goederen niet binnen een redelijke termijn herstelt of vervangt. Anders dan in Richtlijn 1999/44/EG zou de consument ook het recht hebben de overeenkomst te ontbinden in het geval van geringe gebreken. Ook anders dan in Richtlijn 1999/44/EG zouden consumenten krachtens dit voorstel niet verplicht zijn, zoals momenteel wel het geval is in een aantal nationale rechtsstelsels, om de verkoper van gebreken van de goederen op de hoogte te stellen binnen een bepaalde termijn na de ontdekking ervan. Een grote verandering ten opzichte van Richtlijn 1999/44/EG is zeker dat de termijn voor de omkering van de bewijslast tot twee jaar wordt verlengd. Net als Richtlijn 1999/44/EG laat het voorstel bepalingen over het recht van de consument om een vergoeding te krijgen voor schade die het gevolg is van het gebrek aan overeenstemming, over aan het nationale recht.

Voorts vormt het voorstel ook een aanvulling op Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad 7 , waarbij al bepaalde regels voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen (hoofdzakelijk vereisten inzake precontractuele informatie en het herroepingsrecht) volledig geharmoniseerd zijn. Het voorstel vult ook Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne mark (richtlijn inzake elektronische handel) 8 aan, die onder andere gedeeltelijk geharmoniseerde regels inzake elektronische overeenkomsten vaststelt.

Het voorstel voorziet niet in de volledige harmonisatie van bepalingen over oneerlijke bedingen en heeft derhalve geen gevolgen voor Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten 9 .

Het voorstel is verenigbaar met de bestaande Europese regels over het toepasselijke recht en de rechterlijke bevoegdheid binnen de digitale eengemaakte markt 10 . Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken 11 en Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) 12 , die regels bevatten om te bepalen welk gerecht bevoegd en welk recht toepasselijk is, zijn ook van toepassing in de digitale omgeving. Deze instrumenten zijn vrij recent aangenomen en tijdens het wetgevingsproces werden de implicaties van het internet zorgvuldig in overweging genomen. Sommige regels houden specifiek rekening met internettransacties, met name die welke consumentenovereenkomsten betreffen. Deze regels richten zich op de bescherming van consumenten binnen onder meer de digitale eengemaakte markt, door hun het voordeel te verschaffen van de dwingende regels van de lidstaat waar zij gewoonlijk verblijven. Aangezien het onderhavige voorstel over de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen de belangrijkste dwingende bepalingen voor de bescherming van consumenten beoogt te harmoniseren, zullen handelaars niet langer worden geconfronteerd met dergelijke grote verschillen tussen de 28 verschillende rechtsstelsels. Samen met de in dit voorstel vervatte contractregels voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, scheppen de bestaande regels inzake internationaal privaatrecht een duidelijk rechtskader voor het kopen en verkopen op de Europese digitale markt, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van zowel consumenten als bedrijven. Dit wetgevingsvoorstel vergt dus geen veranderingen in het huidige kader van internationaal privaatrecht van de EU, met inbegrip van Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I).

Het voorstel vormt een aanvulling op sectorspecifieke EU-wetgeving, zoals de wetgeving inzake ecologisch ontwerp 13 of energie-etikettering 14 , de uitvoerings- en gedelegeerde handelingen ervan, maakt de totstandkoming daarvan mogelijk en maakt het mogelijk om daarin productspecifieke duurzaamheidsvoorschriften in te voeren, bijvoorbeeld voorschriften inzake informatie over duurzaamheid.

Samenhang met andere beleidsterreinen van de Unie

Met de strategie voor de digitale eengemaakte markt wordt beoogd om op holistische wijze alle belangrijke belemmeringen weg te nemen voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende elektronische handel op de digitale eengemaakte markt. Het voorstel moet worden gezien in de context van deze holistische benadering. De strategie omvat onder andere de initiatieven in verband met de rol van platforms, de Europese cloud, btw-gerelateerde belasting en pakketbezorging. Het gaat ook om initiatieven in verband met rechtshandhaving en verhaal, dat wil zeggen de inbedrijfstelling van het platform voor onlinegeschillenbeslechting 15 en de herziening van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming 16 . Met name zullen volledig geharmoniseerde regels van overeenkomstenrecht in de EU ook de gecoördineerde handhavingsmaatregelen vereenvoudigen van de instanties die op het gebied van consumentenbescherming samenwerken 17 .

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het voornaamste doel ervan is verbetering van de totstandbrenging en de werking van de interne markt.

De bestaande verschillen in bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht vormen een belemmering voor handelaars om grensoverschrijdend online te verkopen omdat zij hun overeenkomsten moeten aanpassen aan verschillende dwingende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht in de verschillende lidstaten waarnaar zij uitvoeren, wat voor hen kosten in verband met overeenkomstenrecht meebrengt. Consumenten zijn onzeker over hun belangrijkste contractuele rechten wanneer zij in het buitenland winkelen en verkiezen daarom om op hun eigen binnenlandse markten te blijven. Deze problemen hebben een direct effect op de totstandkoming en de werking van de interne markt en beperken de mededinging.

De verschillen tussen nationale dwingende bepalingen die van toepassing zijn op consumentenkoopovereenkomsten in de lidstaten, zijn hoofdzakelijk het gevolg van nationale dwingende bepalingen die verder gaan dan de EU- richtlijnen voor minimumharmonisatie 18   19 . Er zijn verscheidene kerngebieden waar dergelijke verschillen bestaan en extra kosten voor bedrijven en een gebrek aan rechtszekerheid voor consumenten met zich meebrengen.

Richtlijn 1999/44/EG voorziet in een hiërarchie in de vormen van genoegdoening voor de consument. Wanneer goederen niet in overeenstemming zijn met de overeenkomst, heeft een consument het recht om de goederen in overeenstemming te laten brengen door in eerste instantie om herstelling of vervanging te verzoeken. Alleen in een tweede fase kan de consument om ontbinding van de overeenkomst of prijsvermindering verzoeken. 20 lidstaten 20 hebben deze aanpak gevolgd, terwijl andere lidstaten hetzij de consumenten een vrije keuze van vormen van genoegdoening hebben aangeboden, hetzij de hiërarchie in de vormen van genoegdoening hebben overgenomen, maar er nog een vorm aan hebben toegevoegd, bijvoorbeeld een recht tot het niet accepteren van niet in overeenstemming zijnde goederen binnen een korte termijn.

Krachtens Richtlijn 1999/44/EG kunnen de lidstaten bepalen dat de consument zijn rechten alleen kan uitoefenen wanneer hij binnen een termijn van twee maanden na de datum waarop hij het gebrek aan overeenstemming heeft vastgesteld, de verkoper hiervan op de hoogte heeft gebracht. Wanneer de consument dat niet doet, verliest hij zijn recht op genoegdoening. Terwijl in 11 lidstaten 21 de consumenten deze verplichting niet hebben, moeten zij in 12 lidstaten 22 het gebrek binnen twee maanden melden en in vijf lidstaten 23 binnen een andere termijn.

Krachtens Richtlijn 1999/44/EG kan een consument alleen om een vorm van genoegdoening verzoeken wanneer de goederen bij de aflevering niet in overeenstemming waren. De bewijslast is gedurende de eerste 6 maanden omgekeerd, waardoor de handelaar in die periode moet bewijzen dat het gebrek op het tijdstip van aflevering niet bestond. 25 lidstaten hebben deze benadering gevolgd en drie lidstaten 24 hebben onlangs de termijn verlengd waarbinnen de bewijslast wordt omgekeerd.

Richtlijn 1999/44/EG bepaalt dat de verkoper gedurende ten minste twee jaar aansprakelijk kan worden gesteld voor gebreken die bestonden bij de aflevering van de goederen. 23 lidstaten hebben voorzien in een dergelijke periode van twee jaar en één lidstaat 25 in een langere periode; in twee lidstaten 26 is er geen beperking. In twee andere lidstaten 27 bestaat er geen specifieke wettelijke garantietermijn, maar zijn de consumentenrechten beperkt door de verjaringstermijn (termijnen in de nationale wetgeving waarbinnen rechten kunnen worden ingeroepen voor de rechter).

Algemeen genomen zal het voorstel belemmeringen voor de uitoefening van fundamentele vrijheden wegnemen die het gevolg zijn van deze verschillen tussen nationale dwingende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht, met name door de beperking van de extra transactiekosten bij het sluiten van grensoverschrijdende transacties, en van het gebrek aan vertrouwen in hun rechten bij consumenten wanneer zij in een ander EU-land tot aankopen overgaan – allemaal belemmeringen die een direct gevolg hebben voor de totstandbrenging en de werking van de interne markt en die de mededinging beperken.

Het voorstel zal zorgen voor een hoog niveau van consumentenbescherming door te voorzien in een geheel van volledig geharmoniseerde dwingende regels die het niveau van bescherming dat consumenten genieten uit hoofde van de bestaande Richtlijn 1999/44/EG, handhaven en in een aantal gevallen verbeteren.

Subsidiariteit

Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

De doelstelling van dit initiatief is het verwijderen van belemmeringen in verband met het consumentenovereenkomstenrecht in de online-handel en bij te dragen tot de totstandkoming van een werkelijk eengemaakte digitale markt in het belang van het bedrijfsleven en de consument. Dit doel kan niet in voldoende mate door de lidstaten worden verwezenlijkt. De bepalingen over de verkoop van goederen in Richtlijn 1999/44/EG houden een minimumharmonisatie in en derhalve kunnen de lidstaten deze op een verschillende manier uitvoeren. Dit heeft geleid tot juridische versnippering. Alleen een gecoördineerd optreden op het niveau van de Unie dat gericht is op het opheffen van bestaande uiteenlopende nationale benaderingen in het consumentenrecht van de Europese Unie door middel van een volledige harmonisatie, kan door de oplossing van dit probleem bijdragen tot de voltooiing van de interne markt.

Het voorstel is gebaseerd op volledige harmonisatie van een aantal belangrijke contractuele rechten van consumenten. Op die manier wordt één stel regels vastgesteld dat zorgt voor hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming in de hele Europese Unie en dat handelaars in staat stelt om in alle lidstaten op basis van dezelfde contractuele voorwaarden om aan consumenten te verkopen. Het voorstel zou de nalevingskosten voor handelaars aanzienlijk beperken en tegelijkertijd consumenten een hoog niveau van bescherming bieden. Derhalve zouden maatregelen op EU-niveau doeltreffender zijn dan maatregelen op nationaal niveau.

De aanpak door middel van volledige harmonisatie is al succesvol gebleken op het gebied van de EU-wetgeving inzake consumentenbescherming, zoals via de bepalingen van Richtlijn 2011/83/EU, doordat deze zorgt voor een set uniforme consumentenrechten voor alle consumenten in de Europese Unie, die in alle lidstaten op uniforme wijze worden uitgelegd en gehandhaafd. Een initiatief op EU-niveau zal ervoor zorgen dat consumentenrechten coherent worden ontwikkeld en dat daarbij alle consumenten in de EU hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming genieten. Het zal zorgen voor rechtszekerheid voor bedrijven die hun goederen in andere lidstaten willen verkopen. Een dergelijk resultaat kan alleen worden bereikt door een optreden op EU-niveau.

Voorts zal een initiatief op EU-niveau ervoor zorgen dat consumentenrechten coherent worden toegepast en dat daarbij alle consumenten in de EU hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming genieten. Het zal zorgen voor rechtszekerheid voor bedrijven die hun goederen in andere lidstaten willen verkopen. Een dergelijk initiatief zal een consistente wettelijke basis voor gecoördineerde handhavingsacties bieden aangezien de voorgestelde richtlijn zal worden opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming. Bovendien zouden de voorgestelde uniforme volledig geharmoniseerde regels handhavingsmaatregelen zeer vergemakkelijken. De handhaving van de EU-wetgeving zal zo ten voordele van de EU-consumenten worden versterkt. Een dergelijk resultaat kan alleen worden bereikt door een optreden op EU-niveau.

Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, omdat het voorstel niet verder gaat dan wat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen.

Het voorstel zal niet alle aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen harmoniseren. Het voorstel is daarentegen gericht op de verdere harmonisatie van alleen die gerichte, cruciale dwingende contractuele consumentenrechten in de EU die essentieel zijn voor grensoverschrijdende online-transacties en waarvan is vastgesteld dat zij het handelsverkeer van belanghebbenden belemmeren en noodzakelijk zijn om het vertrouwen van de consument in online-aankopen in het buitenland te bevorderen. Voorts zal de keuze voor de juridische vorm van een richtlijn in plaats van een verordening tot aanzienlijk minder inmenging in het nationale recht leiden (zie hierna onder "Keuze van het instrument").

Keuze van het instrument

De Commissie stelt een tweetal harmonisatierichtlijnen voor die in een volledige harmonisatie voorzien: een richtlijn over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen en een richtlijn over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud.

De keuze voor een richtlijn laat de lidstaten de vrijheid om de tenuitvoerlegging aan te passen aan hun nationale wetgeving. De rechtstreekse werking van een verordening vereist een veel gedetailleerdere en bredere regeling dan een richtlijn. Dit zou daardoor een veel grotere inmenging in de nationale rechtsstelsels met zich brengen.

De keuze voor volledige harmonisatie zal leiden tot eenvoudige en moderne regels die belemmeringen in verband met het overeenkomstenrecht uit de weg ruimen en een gelijk speelveld scheppen voor het bedrijfsleven en die tegelijkertijd ervoor zorgen dat consumenten kunnen profiteren van een hoog niveau van consumentenbescherming in de hele EU.

Een niet-dwingend instrument, zoals een optionele modelovereenkomst, zou de beoogde bevordering van de totstandkoming en werking van de eengemaakte markt niet verwezenlijken. Handelaars zouden nog steeds verschillende dwingende nationale regels van het land van woonplaats van de consument in acht moeten nemen, wanneer deze regels een hoger niveau van consumentenbescherming bieden dan de modelovereenkomst, en zouden dus nog steeds met hogere kosten in verband met het overeenkomstenrecht te maken hebben.

3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Raadplegingen van belanghebbenden

Raadplegingsproces

Er werd een uitgebreide raadplegingsstrategie ontwikkeld om te zorgen voor een brede deelneming tijdens de hele beleidscyclus van dit initiatief. Deze strategie was gebaseerd op een mix van publieke en gerichte raadplegingen. De Commissie heeft geprobeerd om een brede en evenwichtige reeks van standpunten over dit onderwerp te vergaren door alle betrokken partijen (bedrijven, consumenten, nationale autoriteiten, advocaten en academici) de gelegenheid te bieden hun mening te geven 28 .

- Openbare raadpleging: een openbare raadpleging van 12 weken via internet resulteerde in 189 reacties vanuit alle categorieën belanghebbenden in de EU.

- Gerichte raadplegingen: uit 22 organisaties die representatief zijn voor een breed scala van belangen, werd ten behoeve van de raadpleging een groep gevormd. De groep is zeven keer bijeengekomen.

Ook hebben van juni tot augustus 2015 diepgaande gesprekken met het bedrijfsleven plaatsgevonden om gegevens te verzamelen over kosten in verband met het overeenkomstenrecht waarmee bedrijven bij verkoop in het buitenland te maken krijgen.

In het kader van de strategie voor de digitale eengemaakte markt werden in 2015 twee enquêtes, een consumentenenquête 29 en een bedrijfsenquête 30 gehouden om gegevens te verzamelen die aantoonden wat de belangrijkste grensoverschrijdende obstakels voor de digitale interne markt zijn.

Overleg met de lidstaten: er werden drie eendaagse workshops met de lidstaten georganiseerd tussen juni en oktober 2015. De relevante onderwerpen werden ook besproken met de nationale handhavingsinstanties tijdens de bijeenkomst van het Comité voor samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (april 2015) en met de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor consumentenbeleid tijdens de bijeenkomst van het netwerk voor consumentenbeleid (mei 2015).

Samenvatting van de resultaten

De meerderheid van de respondenten aan de zijde van de consumenten erkent dat harmonisatie de grensoverschrijdende elektronische handel zou kunnen verbeteren, maar zou volledige harmonisatie alleen steunen zolang de bestaande niveaus van consumentenbescherming in de lidstaten niet worden verlaagd. Zij waarschuwen ook voor het risico van het creëren van verschillende regelingen, afhankelijk van het verkoopkanaal. Consumentenorganisaties zijn sterk gekant tegen iedere vorm van toepassing van het recht van de lidstaat van de handelaar. Gelet op de verschillende kenmerken van B2B- en B2C-overeenkomsten en rekening houdend met mogelijke wrijvingen met reeds bestaande rechtsinstrumenten, zijn consumentenorganisaties er bovendien geen voorstander van om het voorstel ook op B2B-overeenkomsten van toepassing te laten zijn. De meeste bedrijven zouden voorstander zijn van geharmoniseerde EU-voorschriften inzake de B2C-verkoop van goederen. Sommige bedrijfsorganisaties zijn echter niet overtuigd van de noodzaak om actie te ondernemen, maar als er dan toch iets ondernomen wordt op EU-niveau, dan geven zij de voorkeur aan de toepassing van het recht van de lidstaat van de handelaar en een wijziging van Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I). Bedrijfsorganisaties bevelen aan een sectoriële aanpak zoveel mogelijk te vermijden, aangezien die zou kunnen leiden tot uiteenlopende regels voor online- en offline-verkoop en voor de verkoop van goederen en van digitale inhoud. Het merendeel van de verenigingen van juridische beroepsbeoefenaars zou pleiten voor geharmoniseerde EU-regels en dezelfde regeling voor B2C en B2B-overeenkomsten.

In het algemeen zouden de lidstaten harmonisatie van EU-voorschriften steunen, maar zij nemen een voorzichtige houding aan wat betreft de politieke haalbaarheid en de differentiatie tussen regels voor online- en regels offline-verkoop. Sommige lidstaten zouden de voorkeur geven aan een betere uitvoering, handhaving en evaluatie van de bestaande wetgeving alvorens nieuwe wetgeving vast te stellen. De grote meerderheid van de respondenten uit de lidstaten is er voorstander van dat de regeling uitsluitend B2C-overeenkomsten betreft. Voorts maakt een groot aantal lidstaten uitdrukkelijk bezwaar maken tegen elke vorm van toepassing van het recht van de lidstaat van de handelaar en, bijgevolg, tegen de wijziging van de Rome I-verordening.

Wat de materiële bepalingen betreft, steunt het merendeel van de consumentenorganisaties een vrije keuze van de vorm van genoegdoening, terwijl de meerderheid van de respondenten uit het bedrijfsleven pleit voor een hiërarchie in de vormen van genoegdoening voor consumenten in de hele EU. De lidstaten zijn verdeeld: sommige zijn voorstander van een hiërarchie in vormen van genoegdoening terwijl andere een vrije keuze voor de consument steunen. Een meerderheid van de respondenten uit de juridische beroepen is voorstander van een vrije keuze voor de consumenten inzake genoegdoening, terwijl sommige andere de voorkeur geven aan het behoud van een hiërarchie in de vormen van genoegdoening, waarover partijen eventueel kunnen onderhandelen. Wat de omkering van de bewijslast betreft, pleiten consumentenorganisaties voor een termijn van meer dan 6 maanden (meestal 2 jaar) en zijn bijna alle consumentenorganisaties voorstander van een langere wettelijke garantietermijn. Bedrijven zouden de huidige termijn van 6 maanden voor de omkering van de bewijslast liever behouden en zouden de volledige harmonisatie van de huidige wettelijke garantietermijn van 2 jaar steunen. De lidstaten en de beoefenaars van juridische beroepen zouden in het algemeen voorstander zijn van het behoud van de bestaande regels inzake de omkering van de bewijslast en de wettelijke garantie.

Vergaren en benutten van deskundigheid

De Commissie heeft zich gebaseerd op verschillende economische en juridische studies, waarvoor ofwel speciaal voor dit initiatief ofwel als onderdeel van de strategie voor de digitale eengemaakte markt opdracht werd gegeven. Daarbij ging het onder meer om een in 2015 uitgevoerde enquête om na te gaan wat de belangrijkste grensoverschrijdende obstakels zijn voor de digitale eengemaakte markt 31 , statistieken van Eurostat over 2014, Eurobarometerenquêtes en een kmo-panel 32 .

Een rechtsvergelijkend onderzoek heeft geleid tot een overzicht van de dwingende bepalingen die van toepassing zijn op contractuele verplichtingen in overeenkomsten voor de verkoop van goederen op afstand, en in het bijzonder online.

Effectbeoordeling

De raad voor regelgevingstoetsing heeft op 16 oktober 2015 een eerste advies uitgebracht over de ontwerp-effectbeoordeling, dat is gewijzigd om rekening te houden met opmerkingen van de Raad en opnieuw is ingediend. Het tweede advies, dat de ontwerp-effectbeoordeling goedkeurde onder voorbehoud van de inachtneming van opmerkingen, is door de Raad uitgebracht op 9 november 2015 33 .

Het herziene effectbeoordelingsverslag en een samenvatting worden als bijlage bij de voorstellen gepubliceerd 34 . 

Onderzochte beleidsalternatieven

Naast de gevolgen van het uitblijven van een beleidsverandering onderzocht de effectbeoordeling de volgende beleidsalternatieven i) optie 1: gerichte, volledig geharmoniseerde regels voor goederen en digitale inhoud; ii) optie 2: toepassing van het recht van de lidstaat van de handelaar in combinatie met de bestaande geharmoniseerde regels inzake goederen/gerichte en volledig geharmoniseerde regels voor digitale inhoud; iii) optie 3: geen beleidswijziging voor goederen en gerichte, volledig geharmoniseerde regels voor digitale inhoud; iv) optie 4: geen beleidswijziging voor goederen en minimum-harmonisatieregels voor digitale inhoud; v) optie 5: een facultatieve Europese modelovereenkomst in combinatie met een EU-keurmerk.

Op grond van een vergelijkende analyse van de effecten van deze opties werd in het effectbeoordelingsverslag tot de conclusie gekomen dat optie 1 het best zou beantwoorden aan de beleidsdoelstellingen. Deze optie zal de met het overeenkomstenrecht samenhangende kosten voor handelaars verminderen en de grensoverschrijdende elektronische handel bevorderen. Bedrijven zullen zich grotendeels op hun eigen recht kunnen baseren wanneer zij in het buitenland verkopen aangezien de voornaamste regels die voor grensoverschrijdende handel relevant zijn, in alle lidstaten hetzelfde zullen zijn. De nieuwe bepalingen betreffende de online-verkoop van goederen zullen weliswaar voor ondernemingen een aantal eenmalige aanpassingskosten meebrengen, maar deze kosten zouden worden gecompenseerd door de kostenbesparingen als gevolg van de mogelijkheid om in de hele EU te verkopen zonder extra overeenkomstenrecht-gerelateerde kosten, dankzij volledig geharmoniseerde bepalingen. Dit zal vooral kleine bedrijven voordeel opleveren ten opzichte van de huidige situatie, aangezien de kostenbesparingen als gevolg van volledig geharmoniseerde grensoverschrijdende regels voor goederen aanzienlijker zullen naarmate bedrijven kleiner zijn. Daarom zullen de nieuwe regels het bedrijfsleven een rechtszeker en ondernemingsvriendelijk klimaat bieden. Consumenten zullen beschikken over een duidelijke reeks rechten in de hele EU en dus meer vertrouwen hebben om grensoverschrijdend goederen te kopen of toegang tot digitale inhoud te verkrijgen. Het is weliswaar mogelijk dat in enkele lidstaten het beschermingsniveau op een paar specifieke punten wordt verlaagd, maar deze optie zal het algemene huidige niveau van consumentenbescherming in de EU uit hoofde van Richtlijn 1999/44/EG aanzienlijk verhogen, met name door de verlenging van de termijn waarbinnen de bewijslast wordt omgekeerd, tot twee jaar. Hoewel de lidstaten geen bepalingen zullen kunnen vaststellen of handhaven die de consument nog beter beschermen, zal in het algemeen een hoog niveau van consumentenbescherming worden gewaarborgd, en zal de grensoverschrijdende handhaving van de regels worden verbeterd. Dit zal een win-winsituatie voor ondernemingen en consumenten creëren. De concurrentie zal toenemen, wat leidt tot een algehele toename van handel en bijgevolg tot een ruimere keuze tegen meer concurrerende prijzen voor de consument, met aanzienlijke macro-economische voordelen voor de EU.

Het uitblijven van een beleidswijziging zou niet bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de digitale eengemaakte markt en de huidige economische situatie wellicht negatief beïnvloeden.

Optie 2 zou leiden tot meer stimulansen voor grensoverschrijdende levering, aangezien handelaars hun producten volledig op basis van hun eigen wetgeving grensoverschrijdend zouden kunnen verkopen. Tot op zekere hoogte zouden consumenten kunnen profiteren van een grotere keuze en lagere prijzen. In bepaalde gevallen is het mogelijk dat zij van een hoger niveau van consumentenbescherming genieten krachtens het recht van de lidstaat van de handelaar, als het gaat om specifieke punten die verder gaan dan het eigen nationale recht. Als gevolg van de toepassing van het recht van de lidstaat van de handelaar voor de online-verkoop van goederen en de desbetreffende afwijking van Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) zouden Europese consumenten echter niet langer genieten van een hoger niveau van consumentenbescherming dat hun nationale recht, wanneer dat bij de omzetting verder gaat dan Richtlijn 1999/44/EG, bovenop het recht van de lidstaat van de handelaar biedt. Dit zou een negatief effect hebben op het vertrouwen van de consumenten in grensoverschrijdende aankopen. Bovendien is het zeer waarschijnlijk dat een dergelijke wijziging niet beperkt zou kunnen blijven tot EU-handelaars en bijgevolg zou leiden tot de intrekking van de bescherming die door dwingende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht wordt geboden bij transacties met handelaars uit derde landen.

Bij de opties 3 en 4 zouden overeenkomstenrecht-gerelateerde obstakels blijven bestaan voor grensoverschrijdende handel van goederen.

Optie 5 zou de ondernemingen kunnen helpen bij de verkoop van goederen in de EU en consumenten een bevredigend niveau van consumentenbescherming bieden, zij het dat dit sterk afhangt van de inhoud van de bepalingen van de modelovereenkomsten waarover de sector het eens moet worden en van de mate van gebruik en aanvaarding van het keurmerk door EU-bedrijven. Consumenten hebben wellicht meer vertrouwen in het kopen bij buitenlandse handelaars wanneer daaraan het keurmerk is toegekend. Handelaars zouden echter nog steeds verplicht zijn om dwingende nationale regels van het land van de woonplaats van de consument in acht te nemen, wanneer deze regels een hoger niveau van consumentenbescherming bieden dan de bepalingen van de modelovereenkomst en kunnen dus nog steeds met kosten in verband met het overeenkomstenrecht te maken hebben.

Voornaamste effecten van het voorstel

In de effectbeoordeling wordt ingegaan op de gevolgen van beide voorstellen, de richtlijn over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en de richtlijn over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen.

De twee voorstellen zullen belemmeringen op het gebied van overeenkomstenrecht voor grensoverschrijdende online handel wegnemen, zowel voor consumenten als voor handelaars. Het wegnemen van deze belemmeringen stimuleert de grensoverschrijdende handel: wanneer de belemmeringen in verband met het overeenkomstenrecht zouden worden opgeheven, zouden 122 000 bedrijven méér over de grenzen heen online verkopen. De intracommunautaire uitvoer zou met ongeveer 1 miljard EUR stijgen. De toegenomen concurrentie binnen de online-detailhandel zou tot een daling in alle lidstaten van de detailhandelsprijzen leiden van gemiddeld - 0,25 % op EU-niveau. Deze prijsdaling en het grotere vertrouwen van de consument vanwege het bestaan van uniforme EU-rechten, zal leiden toe een extra vraag van de zijde van de consumenten. De particuliere consumptie, die een afspiegeling vormt van de welvaart van de consument, zou in iedere lidstaat met een EU-gemiddelde van + 0,23 % stijgen, wat overeenkomt met ongeveer 18 miljard EUR. Tussen de 7,8 en 13 miljoen consumenten zouden de stap zetten om online grensoverschrijdend te gaan kopen. Het gemiddelde bedrag dat jaarlijks door elke grensoverschrijdende koper wordt gespendeerd, zou ook toenemen en wel met 40 euro. Deze toename van vraag en aanbod zal rechtstreekse effecten hebben op de voornaamste macro-economische variabelen in elke lidstaat afzonderlijk en in de EU als geheel. Het reële bbp van de EU zal naar verwachting permanent toenemen met ongeveer 4 miljard EUR per jaar.

Wie zal de gevolgen merken en hoe?

Ondernemingen zullen worden geconfronteerd met kosten om aan de nieuwe richtlijn te voldoen, maar uiteindelijk zullen de voordelen van volledig geharmoniseerde regels voor de uitvoer van goederen en digitale inhoud in de hele EU zelfs overwegen. Na de omzetting van de nieuwe bepalingen zullen bedrijven nauwelijks nog hun contractuele voorwaarden moeten aanpassen aan het recht van andere lidstaten, ongeacht het aantal lidstaten waar zij verkopen. De nieuwe wetgeving zal ook voor kmo's gelden: wanneer zij daarvan vrijgesteld zouden worden, zouden consumenten minder vertrouwen hebben bij aankopen bij dergelijke ondernemingen. Er is geen reden om consumenten minder te beschermen wanneer zij bij kmo's iets kopen dan wanneer zij klant zijn bij belangrijkere verkopers. Een vrijstelling zou ook afbreuk doen aan de voordelen die het bestaan van één enkele reeks, in de hele EU toepasselijke regels, kmo's biedt. Het initiatief zal juist vooral voor kmo's gunstig zijn, aangezien voor deze ondernemingen de kosten voor de aanpassing van hun overeenkomsten aan de dwingende bepalingen van andere lidstaten meer doorwegen en zij vaker beperkt zijn tot hun thuismarkt dan hun grotere concurrenten. Grensoverschrijdende handel is voor kmo's een belangrijke manier om schaalvoordelen te genieten. Kmo's ondervinden problemen bij het vinden van klanten. In een online-omgeving zou dat minder het geval zijn, aangezien het internet het mogelijk maakt om online te verkopen tegen lagere kosten dan wanneer offline wordt verkocht.

Met name voor goederen zullen bedrijven die op dit moment uitsluitend van hand tot hand verkopen, geen aanpassingskosten hoeven te dragen. Bedrijven die reeds online verkopen of online wensen te verkopen aan consumenten in andere lidstaten, zullen rechtstreeks profiteren van de kostenbesparingen die voortvloeien uit volledig geharmoniseerde EU-bepalingen. Bedrijven die thans zowel online als van hand tot hand verkopen, zullen in de praktijk niet worden geconfronteerd met extra kosten als gevolg van verschillende regelingen, aangezien er waarschijnlijk geen sprake zal zijn van een versnippering tussen de regels voor online-verkoop en verkoop van hand tot hand of deze waarschijnlijk geen significant effect zou hebben. Als dergelijke kosten zich toch voordoen, zouden zij beperkt zijn en zich slechts voor een korte overgangsperiode voordoen. Volgens vertegenwoordigers van de detailhandel zouden ondernemingen met een meer-kanalenverkoop eventuele verschillen in de overgangsperiode tussen de regelingen voor de online-verkoop en de verkoop van hand tot hand van goederen wel aankunnen door de respectieve hogere normen toe te passen op al hun verkopen en dus te werken volgens één bedrijfsmodel.

Voor bedrijven zal de toepassing van de nieuwe regels leiden tot een aantal verplichtingen in hun betrekkingen met consumenten. Veel van deze verplichtingen zijn echter al in verschillende mate te vinden in nationaal recht als gevolg van EU-wetgeving die in minimumharmonisatie voorziet en daarom zijn bedrijven ermee bekend. Met name van de verlenging van de termijn voor omkering van de bewijslast van 6 maanden tot twee jaar, wordt niet verwacht dat deze zeer grote gevolgen zal hebben voor bedrijven, aangezien uit recente gegevens blijkt dat in de praktijk slechts een minderheid van bedrijven eraan vasthoudt dat consumenten gedurende de hele wettelijke garantietermijn van twee jaar de aansprakelijkheid van de handelaar aantonen en dat er dikwijls de facto sprake is van een feitelijke omkering van de bewijslast gedurende de volledige wettelijke garantietermijn van 2 jaar, met op dit punt zeer beperkte verandering in het gedrag van de handelaars vóór of na 6 maanden 35 .

Het niveau van consumentenbescherming zal hoger worden in vergelijking met het huidige niveau in de EU. Dit geldt met name voor de uitbreiding van de termijn voor de omkering van de bewijslast tot twee jaar, waarmee deze in overeenstemming wordt gebracht met de wettelijke garantieperiode. In vergelijking met hun nationale normen zullen alle consumenten in de EU op dit punt een hoger niveau van consumentenbescherming genieten (behalve in het geval van twee lidstaten waar het niveau hetzelfde blijft). Dit hoger beschermingsniveau zal het de consumenten gemakkelijker maken om hun rechten uit te oefenen en naar verwachting het vertrouwen van consumenten sterk vergroten, wat van bijzonder belang is voor grensoverschrijdende aankopen vanwege het element van afstand dat daarbij speelt. Wat het niveau van consumentenbescherming op andere punten betreft, zoals de verplichting van de consument om het gebrek aan de verkoper te melden en het recht van de consument om de overeenkomst te ontbinden, zelfs wanneer de niet-nakoming gering is, zal het voorstel in vergelijking met de bestaande nationale normen in de meeste gevallen leiden tot een hoger niveau van bescherming, terwijl in een beperkt aantal lidstaten bepaalde extra rechten op een aantal afzonderlijke punten beperkter kunnen zijn. Toch zal in het algemeen een hoog niveau van consumentenbescherming gewaarborgd zijn en zal de handhaving van de regels verbeteren. Bovendien zullen consumenten niet alleen toegang krijgen tot een ruimere keuze aan producten van handelaars in de hele EU tegen concurrerende prijzen, maar zullen zij ook kunnen profiteren van kwalitatief meer hoogstaande en duurzamere producten, in overeenstemming met het pakket voor de kringloopeconomie van de Europese Commissie

Grondrechten

Het voorstel voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen zal bevorderlijk zijn voor een aantal rechten die beschermd zijn krachtens het EU-Handvest van de grondrechten, met name artikel 38 inzake consumentenbescherming en artikel 16 inzake de vrijheid van ondernemerschap.

Een geheel van volledig geharmoniseerde regels voor de online-verkoop van goederen zal overeenkomstig artikel 38 van het Handvest van de grondrechten zorgen voor een volledig geharmoniseerd hoog niveau van consumentenbescherming in de hele EU, door consumenten duidelijke en specifieke rechten toe te kennen bij het online kopen van goederen in eigen land of in andere lidstaten. Deze regels komen echter in de plaats van de huidige nationale regels die gelden voor goederen, hetgeen ertoe kan leiden dat het niveau van consumentenbescherming in sommige lidstaten daalt.

Een geheel van volledig geharmoniseerde regels voor de online-verkoop van goederen zal ook bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 16 omdat het bedrijven gemakkelijker zal worden gemaakt om goederen, zowel binnenlands als grensoverschrijdend in de EU te verkopen. Hun vermogen om hun bedrijfsactiviteiten uit te breiden, zal derhalve worden versterkt.

Ten slotte kunnen duidelijke contractuele rechten bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 47 (recht op een doeltreffende voorziening in rechte), aangezien de mogelijkheid om gebruik te maken van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, kan worden vergroot. De nieuwe regels moeten duidelijkheid verschaffen over de beschikbare vormen van genoegdoening in geval van geschillen.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplannen en regelingen voor monitoring, evaluatie en verslaglegging

Van de lidstaten zal worden verlangd dat zij de Commissie de maatregelen zullen meedelen tot uitvoering van de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen. Deze maatregelen zullen de tekst van de door de lidstaten aangenomen wetgeving weergeven. De Commissie zal erop toezien dat deze maatregelen in overeenstemming zijn met de richtlijn.

Toelichtende stukken

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

Gedetailleerde toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

Het voorstel bevat 21 artikelen. Veel van deze bepalingen hebben hun oorsprong in Richtlijn 1999/44/EG of het voorstel voor een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht.

Artikel 1 bepaalt het onderwerp en het toepassingsgebied van de richtlijn door te verduidelijken dat de richtlijn bepalingen bevat over overeenstemming, vormen van genoegdoening en de voorwaarden voor de toepassing van die vormen van genoegdoening. In het kader van de effectbeoordeling bij de voorstellen werden geen problemen betreffende B2B vastgesteld; bijgevolg heeft de richtlijn geen betrekking op deze kwesties. Deze richtlijn is niet van toepassing op goederen als dvd’s en cd’s waarin digitale inhoud zodanig is verwerkt dat deze goederen uitsluitend functioneren als drager van de digitale inhoud, noch is zij van toepassing op overeenkomsten op afstand voor de levering van diensten. Zij is echter wel van toepassing op goederen als huishoudelijke apparaten of speelgoed waarin de digitale inhoud zodanig is verwerkt dat de functies ervan ondergeschikt zijn aan de voornaamste functies van de goederen en die digitale inhoud als integrerend deel van de goederen functioneert. Wanneer een verkoopovereenkomst zowel de verkoop van goederen als de verlening van diensten betreft, is deze richtlijn voorts alleen van toepassing op het gedeelte dat betrekking heeft op de verkoop van goederen.

Artikel 2 bevat een lijst van definities van in de richtlijn gebruikte begrippen. Sommige definities komen uit het huidige acquis (bijvoorbeeld de definitie van "consument" en van "goederen") en aangezien zij verwijzen naar dezelfde begrippen, moeten zij ook in overeenstemming met het acquis worden toegepast en uitgelegd. Andere definities komen uit Richtlijn 2011/83/EG of uit het voorstel voor een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht.

Artikel 3 bepaalt dat de huidige richtlijn een richtlijn ter volledige harmonisatie is. De lidstaten zullen geen wetgeving kunnen invoeren of handhaven die niet voldoet aan of die verder gaat dan de daarin vermelde eisen. Artikel 3 gelezen in combinatie met artikel 1 impliceert ook dat het de lidstaten op gebieden die niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, vrij blijft staan wetgeving aan te nemen.

Artikel 4 voorziet in de criteria inzake overeenstemming waaraan de goederen moeten voldoen om in overeenstemming te zijn met de overeenkomst. In de eerste plaats moeten de goederen in overeenstemming zijn met wat in de overeenkomst werd afgesproken. Dit artikel verduidelijkt ook dat, als regel, de overeenstemming van de goederen niet alleen wordt beoordeeld in het licht van de contractuele voorwaarden, maar dat ook een combinatie van subjectieve en objectieve criteria van toepassing moet zijn om de rechtmatige belangen van beide partijen bij een koopovereenkomst te waarborgen. Deze aanvullende objectieve criteria zijn vastgesteld in de artikelen 5, 6 en 7.

Artikel 5 stelt objectieve criteria vast voor de overeenstemming van de goederen. Bij het ontbreken van uitdrukkelijke contractuele voorwaarden waarin criteria voor overeenstemming worden genoemd, moeten de goederen aan deze objectieve criteria voldoen.

In artikel 6 wordt uitgelegd dat een door een verkeerde installatie van de goederen veroorzaakt gebrek aan overeenstemming moet worden beschouwd als een gebrek aan overeenstemming van de goederen zelf, wanneer de reden voor de verkeerde installatie bij de verkoper te vinden is.

Artikel 7 bevat een aanvullende vereiste inzake overeenstemming die verband houdt met de juridische gebreken die goederen kunnen hebben. Volgens die bepaling moeten de goederen vrij zijn van rechten van derden, waaronder die welke zijn gebaseerd op intellectuele eigendom.

Artikel 8 specificeert op welk tijdstip de voorwaarden voor het gebrek aan overeenstemming moeten zijn vervuld om de aansprakelijkheid van de verkoper in geval van niet-nakoming met zich mee te brengen. In het algemeen is dat het tijdstip waarop het risico overgaat, zoals in Richtlijn 2011/83/EU, wanneer de consument of een door de consument aangewezen derde, inclusief een vervoerder die van de consument de opdracht heeft gekregen de goederen te vervoeren, de controle over de goederen verkrijgt. In gevallen waarin de goederen moeten worden geïnstalleerd, moet het bestaan van overeenstemming worden vastgesteld op het tijdstip waarop de installatie is voltooid of nadat de consument een redelijke termijn voor de installatie heeft gehad, maar in geen geval later dan 30 dagen na het tijdstip waarop het risico is overgegaan. Tot slot wordt in artikel 8, lid 3, de last om te bewijzen dat er geen sprake is van een gebrek aan overeenstemming, voor een periode van twee jaar bij de verkoper gelegd.

In artikel 9 worden de vormen van genoegdoening opgesomd die de consument bij gebrek aan overeenstemming kan vragen en wordt de volgorde waarin die vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast, volledig geharmoniseerd. In eerste instantie moet de consument er recht op hebben dat de goederen binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast worden hersteld of vervangen. In tweede instantie moet de consument recht hebben op een prijsverlaging of op ontbinding van de overeenkomst wanneer het gebrek aan overeenstemming niet door middel van herstelling of vervanging is of kan worden verholpen. Dit artikel geeft de consument ook het recht om de nakoming op te schorten totdat de goederen in overeenstemming zijn gebracht.

Artikel 10 verplicht de verkoper om bij het verhelpen van een gebrek aan overeenstemming door vervanging van de goederen, de vervangen goederen op eigen kosten terug te nemen. De verkoper kan de gebrekkige goederen terugnemen en de nieuwe goederen zelf installeren of een derde de opdracht geven om dat op kosten van de verkoper te doen. Dit artikel verduidelijkt ook dat de consument er niet toe mag worden verplicht om te betalen voor het gebruik dat vóór de vervanging van de vervangen goederen is gemaakt.

In artikel 11 wordt verduidelijkt dat de consument kan kiezen tussen herstelling en vervanging, tenzij de gekozen oplossing onmogelijk, onrechtmatig of, in vergelijking met de andere beschikbare oplossing, onevenredig zou zijn. Het bevat ook criteria om te beoordelen of de gekozen optie onevenredig is in vergelijking met de andere beschikbare oplossing.

Artikel 12 bevat richtsnoeren voor de wijze waarop de prijsvermindering wordt berekend.

Artikel 13 regelt de voorwaarden voor en de gevolgen van de uitoefening van het recht om de overeenkomst te ontbinden. Het recht om in geval van gebrek aan overeenstemming de overeenkomst te ontbinden, is een laatste redmiddel, dat van toepassing is wanneer andere vormen van genoegdoening bij een gebrek aan overeenstemming niet haalbaar zijn of hebben gefaald. De consument zou ook over dit recht moeten beschikken in gevallen waarin het gebrek aan overeenstemming gering is. Dit artikel bepaalt dat de overeenkomst kan worden ontbonden door kennisgeving van de consument op om het even welk wijze en dat de ontbinding slechts gedeeltelijk mag zijn wanneer het gebrek aan overeenstemming slechts betrekking heeft op een deel van de goederen die in het kader van de overeenkomst zijn afgeleverd. Wanneer echter het gebrek aan overeenstemming de ontbinding van de hele overeenkomst kan rechtvaardigen, mag deze vorm van genoegdoening niet slechts tot de gedeeltelijke ontbinding beperkt blijven. Artikel 13 regelt voorts de teruggave als gevolg van de ontbinding door te bepalen dat uiterlijk binnen 14 dagen de verkoper op eigen kosten de betaalde prijs moet terugbetalen en de consument de gebrekkige goederen op kosten van de verkoper moet terugzenden. Ten slotte regelt dit artikel de verplichtingen van de consument om onder bepaalde beperkte voorwaarden om de geldswaarde van de goederen te betalen wanneer de goederen niet kunnen worden teruggezonden en tot op zekere hoogte te betalen voor de waardevermindering van de goederen.

Artikel 14 handhaaft de termijn van twee jaar voor de beschikbaarheid van de vormen van genoegdoening op grond van deze richtlijn. Wanneer in sommige lidstaten voor de rechten waarover consumenten krachtens artikel 9 beschikken, een verjaringstermijn geldt, kan die termijn niet eerder verstrijken.

Artikel 15 voorziet in transparantievereisten voor de commerciële garanties die verkopers bieden, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze van afgifte van een garantiebewijs en de inhoud die een garantiebewijs moet hebben. Voorts bepaalt dat artikel dat de garantie bindend is voor de verkoper overeenkomstig de voorwaarden die zijn vermeld in reclame, precontractuele informatie en het garantiebewijs. Er wordt verduidelijkt dat wanneer de voorwaarden in reclame bijvoorbeeld verschillen van die welke zijn opgenomen in het garantiebewijs, de voor de consument gunstiger voorwaarden prevaleren.

Artikel 16 biedt de verkoper een verhaalsrecht in geval van een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de keten van transacties dat heeft geleid tot aansprakelijkheid van de verkoper tegenover de consument wegens een gebrek aan overeenstemming. De voorwaarden voor de uitoefening van dit recht moeten door het nationale recht van de lidstaten worden geregeld.

Artikel 17 verplicht de lidstaten ertoe ervoor te zorgen dat er passende en doeltreffende middelen beschikbaar zijn om de naleving van de bepalingen van deze richtlijn te waarborgen.

Artikel 18 bevestigt het dwingende karakter van de bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht van deze richtlijn, door middel van de gebruikelijke bepaling dat elke afwijking van de voorschriften van de richtlijn ten nadele van de consument deze laatste niet bindt.

Artikel 19 voorziet in wijzigingen van andere EU-wetgeving. Het wijzigt Richtlijn 1999/44/EG om overlappingen tussen de twee instrumenten te voorkomen. Bij artikel 19 wordt ook een verwijzing naar deze richtlijn toegevoegd in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004, om de grensoverschrijdende samenwerking ter handhaving van deze richtlijn te bevorderen. Het voegt ook een verwijzing naar deze richtlijn toe in bijlage 1 bij Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen 36     om ervoor te zorgen dat de in deze richtlijn neergelegde collectieve belangen van de consument worden beschermd.

In artikel 20 wordt de uiterste termijn vastgesteld voor de omzetting door de lidstaten.

In artikel 21 wordt de datum van inwerkingtreding vastgesteld.

Artikel 22 vermeldt de adressaten van de richtlijn.

2015/0288 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 37 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Om concurrerend te blijven op de wereldmarkten, moet de Unie gepast reageren op de talrijke uitdagingen die een in toenemende mate door technologie gedreven economie vandaag stelt. De strategie voor een digitale eengemaakte markt 38 voorziet in een alomvattend kader dat de integratie van de digitale dimensie in de eengemaakte markt vergemakkelijkt. De eerste pijler van de strategie is gericht tegen de versnippering in de handel binnen de EU, door alle grote belemmeringen voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende elektronische handel aan te pakken.

(2)Voor het verwezenlijken van een echte digitale eengemaakte markt is het nodig dat bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen worden geharmoniseerd, waarbij moet worden uitgegaan van een hoog niveau van consumentenbescherming.

(3)Elektronische handel is de voornaamste bron van groei binnen de digitale eengemaakte markt. Het groeipotentieel is echter nog lang niet volledig benut. Teneinde het concurrentievermogen van de EU te versterken en de groei te stimuleren, moet de Unie snel handelen en economische actoren aanmoedigen om het volledige potentieel van de digitale eengemaakte markt aan te boren. Het volledige potentieel van de digitale eengemaakte markt kan alleen worden aangeboord als alle marktdeelnemers een soepele toegang hebben tot de online-verkoop van goederen en met vertrouwen elektronische handelstransacties kunnen uitvoeren. De bepalingen van overeenkomstenrecht op basis waarvan marktdeelnemers transacties sluiten, behoren tot de belangrijkste factoren die een rol spelen bij beslissingen van ondernemingen om goederen al dan niet grensoverschrijdend online te verkopen. Deze regels beïnvloeden ook de bereidheid van consumenten om dit type aankopen te doen en daarin vertrouwen te hebben.

(4)Hoewel de online-verkoop van goederen de overgrote meerderheid van de verkoop op afstand in de EU uitmaakt, moet deze richtlijn van toepassing zijn op alle kanalen voor verkoop op afstand, met inbegrip van aankopen per post en per telefoon, om ongerechtvaardigde verstoringen van de concurrentie te vermijden en gelijke concurrentievoorwaarden te scheppen voor alle ondernemingen die op afstand verkopen.

(5)De bepalingen van de Unie die van toepassing zijn op de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, zijn nog steeds versnipperd, hoewel reeds regels betreffende precontractuele informatieverplichtingen, het herroepingsrecht en leveringsvoorwaarden volledig werden geharmoniseerd. Andere belangrijke contractuele elementen zoals de criteria voor overeenstemming, de vormen van genoegdoening en de voorwaarden voor de uitoefening daarvan wanneer goederen niet met de overeenkomst overeenstemmen, zijn onderworpen aan minimumharmonisatie in Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad 39 . De lidstaten konden verder gaan dan de EU-normen en bepalingen invoeren die voor een nog betere consumentenbescherming zorgen. In aansluiting daarop hebben zij verschillende elementen in verschillende mate geregeld. Derhalve bestaan er vandaag aanzienlijke verschillen tussen de nationale bepalingen ter omzetting van de EU-wetgeving inzake consumentenovereenkomsten, wat de essentiële elementen van een koopovereenkomst betreft, zoals het al dan niet bestaan van een hiërarchie in de vormen van genoegdoening, de duur van de wettelijke garantie, de duur van de omkering van de bewijslast of de kennisgeving van het gebrek aan de verkoper.

(6)De bestaande verschillen kunnen nadelig zijn voor bedrijven en consumenten. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad 40 moeten bedrijven die hun activiteiten richten op consumenten in andere lidstaten, rekening houden met de dwingende bepalingen van het consumentenovereenkomstenrecht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft. Aangezien deze bepalingen van lidstaat tot lidstaat verschillen, kunnen bedrijven met extra kosten worden geconfronteerd. Bijgevolg kunnen veel bedrijven er de voorkeur aan geven alleen in eigen land handel te blijven drijven of slechts naar één of twee lidstaten uit te voeren. Deze keuze om de blootstelling aan kosten en risico’s in verband met grensoverschrijdende elektronische handel tot een minimum te beperken, leidt tot gemiste kansen wat betreft commerciële expansie en schaalvoordelen. Kleine en middelgrote ondernemingen worden in het bijzonder getroffen.

(7)Hoewel consumenten door de toepassing van Verordening (EG) nr. 593/2008 een hoog niveau van bescherming genieten bij online-aankopen of andere aankopen op afstand vanuit het buitenland, heeft de versnippering ook negatieve gevolgen voor het vertrouwen van consumenten in de elektronische handel. Hoewel verschillende factoren bijdragen tot dit wantrouwen, neemt de onzekerheid omtrent de cruciale contractuele rechten een prominente plaats in bij de bezwaren van de consumenten. Deze onzekerheid bestaat ongeacht of de consumenten worden beschermd door de dwingende bepalingen van het consumentenovereenkomstenrecht van hun eigen lidstaat wanneer een verkoper zijn grensoverschrijdende activiteiten tot hen richt, en ongeacht of consumenten grensoverschrijdende overeenkomsten sluiten met een verkoper zonder dat de betrokken verkoper commerciële activiteiten uitoefent in de lidstaat van de consument.

(8)Om deze problemen te verhelpen, moeten ondernemingen en consumenten kunnen vertrouwen op één stel volledig geharmoniseerde, gerichte regels voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen. Uniforme regels zijn noodzakelijk in verband met een aantal essentiële onderdelen van het consumentenovereenkomstenrecht, die met de huidige minimumharmonisatie hebben geleid tot verschillen en handelsbelemmeringen in de hele Europese Unie.

(9)Volledig geharmoniseerde regels van consumentenovereenkomstenrecht zullen het voor handelaars gemakkelijker maken om hun producten in andere lidstaten aan te bieden. Bedrijven zullen minder kosten hebben, aangezien zij niet langer rekening moeten houden met verschillende dwingende bepalingen van consumentenrecht. Zij zullen meer rechtszekerheid hebben bij verkoop op afstand aan klanten in andere lidstaten door een stabiel kader van overeenkomstenrecht.

(10)Een grotere concurrentie tussen detailhandelaren zal waarschijnlijk leiden tot een ruimere keuze tegen meer concurrerende prijzen voor consumenten. De consumenten zullen profiteren van een hoge mate van consumentenbescherming en meer welvaart door middel van gerichte volledig geharmoniseerde bepalingen. Dit zal op zijn beurt hun vertrouwen vergroten in de grensoverschrijdende handel op afstand, en met name online. Consumenten zullen met meer vertrouwen grensoverschrijdend kopen op afstand in de wetenschap dat zij overal in de EU dezelfde rechten hebben.

(11)Deze richtlijn bevat enkel bepalingen die van toepassing zijn op de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen met betrekking tot de belangrijkste elementen van overeenkomsten die moeten worden geregeld om de belemmeringen in verband met het overeenkomstenrecht op de digitale eengemaakte markt op te heffen. Daartoe moeten bepalingen over vereisten inzake overeenstemming, vormen van genoegdoening voor consumenten bij een gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst en voorwaarden voor de toepassing daarvan, volledig geharmoniseerd worden en moet het niveau van de consumentenbescherming ten opzichte van Richtlijn 1999/44/EG worden verhoogd.

(12)Wanneer een overeenkomst betrekking heeft op zowel de verkoop van goederen als de verlening van diensten, mag de richtlijn alleen van toepassing zijn op het gedeelte dat betrekking heeft op de verkoop van goederen, in overeenstemming met de aanpak van Richtlijn 2011/83/EU.

(13)Deze richtlijn mag niet van toepassing zijn op goederen als dvd’s en cd’s waarin digitale inhoud zodanig is verwerkt dat deze goederen uitsluitend functioneren als drager van de digitale inhoud. Zij moet echter wel van toepassing zijn op digitale inhoud die is verwerkt in goederen als huishoudelijke apparaten of speelgoed waarin de digitale inhoud zodanig is verwerkt dat de functies ervan ondergeschikt zijn aan de voornaamste functies van de goederen en die digitale inhoud als integrerend deel van de goederen functioneert.

(14)Deze richtlijn dient het overeenkomstenrecht van de lidstaten onverlet te laten op gebieden die niet onder deze richtlijn vallen. Het moet de lidstaten tevens vrij staan om te voorzien in meer gedetailleerde voorwaarden met betrekking tot in deze richtlijn geregelde aspecten voor zover deze niet volledig door deze richtlijn worden geharmoniseerd: daarbij gaat het om verjaringstermijnen voor de uitoefening van consumentenrechten, commerciële garanties, en het recht op verhaal van de verkoper.

(15)Wanneer naar dezelfde begrippen wordt verwezen, moeten de bepalingen van deze richtlijn worden toegepast en uitgelegd op een wijze die in overeenstemming is met de bepalingen van Richtlijn 1999/44/EG en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad 41 , zoals uitgelegd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

(16)Met het oog op de juridische duidelijkheid bevat de richtlijn een definitie van koopovereenkomst. Op grond van deze definitie is de richtlijn eveneens van toepassing op overeenkomsten inzake goederen die, eventueel in het kader van specificaties van de consument, nog moeten worden vervaardigd of geproduceerd.

(17)Om verkopers en consumenten duidelijkheid en zekerheid te verschaffen, moet de richtlijn het begrip overeenkomst definiëren. Deze definitie komt voort uit de gemeenschappelijke tradities van alle lidstaten en houdt in dat, wil er sprake zijn van een overeenkomst, er een overeenstemming moet zijn die gericht is op de totstandbrenging van verbintenissen of andere rechtsgevolgen.

(18)Om een evenwicht te vinden tussen het vereiste van rechtszekerheid en een passende flexibiliteit van de rechtsregels, moet elke verwijzing naar hetgeen kan worden verwacht van of door een persoon in deze richtlijn worden begrepen als een verwijzing naar hetgeen redelijkerwijs kan worden verwacht. Wat precies redelijk is, moet objectief worden vastgesteld, rekening houdend met de aard en het doel van de overeenkomst, met de omstandigheden van de zaak en met de gewoonten en handelwijzen van de betrokken partijen. Met name de redelijke termijn voor voltooiing van een herstelling of vervanging moet objectief worden vastgesteld, rekening houdend met de aard van de goederen en het gebrek aan overeenstemming.

(19)Om duidelijkheid te scheppen over wat een consument mag verwachten van de goederen en waarvoor de verkoper aansprakelijk zou zijn ingeval dat wat wordt verwacht, niet wordt geleverd, is het van essentieel belang om de regels om de overeenstemming met de overeenkomst te bepalen, volledig te harmoniseren. Door een combinatie van subjectieve en objectieve criteria toe te passen, moeten de legitieme belangen van beide partijen bij een koopovereenkomst worden gewaarborgd. De overeenstemming met de overeenkomst moet worden beoordeeld, niet alleen met inachtneming van de vereisten die feitelijk zijn vastgesteld in de overeenkomst - inclusief in de precontractuele informatie die een integrerend deel uitmaakt van de overeenkomst - maar ook met inachtneming van bepaalde objectieve vereisten, die de normen inhouden waaraan goederen normaliter moeten voldoen, met name wat betreft geschiktheid voor het doel, verpakking, installatiehandleiding en de normale hoedanigheden en prestatievermogens.

(20)Een groot aantal consumptiegoederen moet eerst worden geïnstalleerd voordat zij door de consument op nuttige wijze kunnen worden gebruikt. Daarom moet een door een verkeerde installatie veroorzaakt gebrek aan overeenstemming worden beschouwd als een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst wanneer de installatie door of onder controle van de verkoper is gebeurd en ook wanneer de goederen door de consument zijn geïnstalleerd, maar de verkeerde installatie aan verkeerde installatie-instructies te wijten is.

(21)De overeenstemming moet betrekking hebben op de afwezigheid van zowel materiële als juridische gebreken. Rechten van derden en andere juridische gebreken kunnen beletten dat de consument daadwerkelijk in overeenstemming met de overeenkomst gebruik kan maken van de goederen, wanneer de houder van het recht de consument er rechtmatig toe verplicht om de inbreuk op dat recht te beëindigen. Daarom moet de verkoper ervoor zorgen dat de goederen vrij zijn van enig recht van een derde dat de consument belet om de goederen overeenkomstig de overeenkomst te gebruiken.

(22)De contractuele vrijheid ten aanzien van de criteria van overeenstemming met de overeenkomst moet weliswaar worden gewaarborgd, maar om te voorkomen dat de aansprakelijkheid voor een gebrek aan overeenstemming wordt omzeild en om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, mag elke afwijking van de dwingende regels inzake criteria van overeenstemming en verkeerde installatie die schadelijk is voor de belangen van de consument, alleen geldig zijn indien de consument daarover uitdrukkelijk is geïnformeerd en daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd bij de sluiting van het overeenkomst.

(23)Zorgen voor duurzamere consumptiegoederen is belangrijk om tot meer duurzame consumptiepatronen en een kringloopeconomie te komen. Evenzo is het op de EU-markt weren van niet in overeenstemming zijnde producten via een versterking van het markttoezicht en het geven van de juiste prikkels aan ondernemers, van essentieel belang voor de versterking van het vertrouwen in de eengemaakte markt. Met het oog op deze doeleinden is productspecifieke EU-wetgeving de meest geschikte aanpak om duurzaamheid en andere productgerelateerde vereisten in te voeren voor specifieke categorieën of groepen producten, aan de hand van daartoe aangepaste criteria. Deze richtlijn moet derhalve een aanvulling vormen op de doelstellingen van deze sectorspecifieke EU-wetgeving. Voor zover een precontractuele mededeling die deel uitmaakt van de koopovereenkomst, specifieke informatie over duurzaamheid bevat, moet de consument daarop kunnen vertrouwen als een deel van de criteria voor de conformiteit. 

(24)Ter vergroting van de rechtszekerheid voor zowel consumenten als verkopers is het nodig duidelijk aan te geven op welk moment er sprake van overeenstemming van de goederen met de overeenkomst moet zijn. Om te zorgen voor samenhang tussen de onderhavige richtlijn en Richtlijn 2011/83/EU, is het passend het tijdstip waarop het risico overgaat, aan te duiden als het tijdstip waarop er sprake van overeenstemming van de goederen moet zijn. In gevallen waarin de goederen moeten worden geïnstalleerd, moet dat relevante tijdstip echter worden aangepast.

(25)De facultatieve mogelijkheid voor lidstaten om vast te houden aan kennisgevingsverplichtingen voor consumenten kan ertoe leiden dat zij gemakkelijk goed onderbouwde aanspraken op genoegdoening verliezen in geval van laattijdige kennisgeving of verzuim van kennisgeving, vooral bij een grensoverschrijdende transactie waarop het recht van een andere lidstaat van toepassing is en wanneer de consument niet op de hoogte is van deze kennisgevingsverplichting die voortvloeit uit het recht van een andere lidstaat. Daarom moet niet worden voorzien in een kennisgevingsverplichting voor consumenten. Dienovereenkomstig moet worden voorkomen dat lidstaten een verplichting voor de consument invoeren of handhaven om de verkoper binnen een bepaalde termijn op de hoogte te stellen van het gebrek aan overeenstemming.

(26)Om bedrijven in staat te stellen zich te baseren op een enkel geheel van bepalingen in de hele Unie, is het noodzakelijk om de termijn waarbinnen de bewijslast voor het gebrek aan overeenstemming wordt omgekeerd ten gunste van de consument, volledig te harmoniseren. Tijdens de eerste twee jaar moet de consument, om zich te kunnen beroepen op het vermoeden van gebrek aan overeenstemming, alleen aantonen dat het goed niet in overeenstemming is, en niet ook dat het gebrek aan overeenstemming feitelijk bestond op het voor de vaststelling van overeenstemming relevante tijdstip. Met het oog op een grotere rechtszekerheid inzake de beschikbare vormen van genoegdoening in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst en om een eind te maken aan een van de grootste belemmeringen voor de digitale eengemaakte markt, moet worden voorzien in een volledig geharmoniseerde volgorde waarin vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast. Met name moet de consument beschikken over een keuze tussen herstelling of vervanging als eerste vorm van genoegdoening, die moet bijdragen tot de instandhouding van de contractuele relatie en het wederzijds vertrouwen. Het feit dat consumenten om herstelling kunnen verzoeken, moet bovendien een duurzame consumptie stimuleren en kan bijdragen tot duurzamere producten.

(27)De keuze van de consument tussen herstelling en vervanging mag alleen worden beperkt wanneer de gekozen optie onmogelijk, onrechtmatig, of in vergelijking met de andere beschikbare oplossing, onevenredig zou zijn. Het kan bijvoorbeeld onevenredig zijn om om vervanging van een goed te verzoeken wegens een kleine kras, wanneer deze vervanging zou leiden tot aanzienlijke kosten terwijl tegelijkertijd de kras gemakkelijk zou kunnen worden hersteld.

(28)Wanneer de verkoper het gebrek aan overeenstemming niet heeft verholpen door middel van herstelling of vervanging zonder ernstige overlast voor de consument en binnen een redelijke termijn, moet de consument recht hebben op een prijsvermindering of op ontbinding van de overeenkomst. Met name moet elke herstelling of vervanging binnen deze redelijke termijn met goed gevolg worden voltooid. Wat een redelijke termijn is, moet objectief worden vastgesteld, rekening houdend met de aard van de goederen en het gebrek aan overeenstemming. Indien de verkoper er na het verstrijken van de redelijke termijn niet is in geslaagd het gebrek aan overeenstemming te verhelpen, mag de consument er niet toe worden verplicht verdere pogingen van de verkoper met betrekking tot hetzelfde gebrek aan overeenstemming te aanvaarden.

(29)Gelet op het feit dat het recht om de overeenkomst te ontbinden wegens gebrek aan overeenstemming een belangrijke vorm van genoegdoening is, die kan worden toegepast wanneer herstelling of vervanging niet haalbaar is of niet is geslaagd, moet de consument ook het recht hebben om de overeenkomst te ontbinden wanneer het gebrek aan overeenstemming gering is. Dit zou een sterke prikkel geven om alle gevallen van gebrek aan overeenstemming in een vroeg stadium te verhelpen. Om het recht op ontbinding voor consumenten doeltreffend te maken in situaties waarin de consument meerdere goederen verwerft, waarvan sommige bijkomstig zijn ten opzichte van de hoofdzaak en door de consument niet zonder de hoofdzaak zouden zijn gekocht, en waarin het gebrek aan overeenstemming gevolgen heeft voor de hoofdzaak, dient de consument het recht te hebben de overeenkomst ook te ontbinden met betrekking tot de bijkomstige goederen, ook indien die goederen in overeenstemming met de overeenkomst zijn.

(30)Voor het geval dat de consument de overeenkomst ontbindt wegens gebrek aan overeenstemming, bepaalt deze richtlijn alleen de belangrijkste gevolgen van en de voorwaarden voor het recht van ontbinding, met name de verplichting voor de partijen om terug te geven wat zij hebben ontvangen. De verkoper is derhalve verplicht de van de consument ontvangen prijs terug te betalen en de consument is verplicht de goederen terug te geven.

(31)Met het oog op de doeltreffendheid van het recht van consumenten op ontbinding en om te vermijden dat de consument zich ongerechtvaardigd verrijkt, moet de verplichting van de consument om te betalen voor de waardevermindering van de goederen, worden beperkt tot de gevallen waarin de waardevermindering groter is dan die welke normaal gebruik veroorzaakt. In ieder geval mag de consument niet worden verplicht meer te betalen dan de prijs die voor de goederen is overeengekomen. In gevallen waarin de goederen niet kunnen worden teruggegeven wegens vernietiging of verlies, moet consument de geldswaarde betalen van de goederen die werden vernietigd. De consument mag echter niet worden verplicht om de geldswaarde te betalen wanneer de vernietiging of het verlies is veroorzaakt door het gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst.

(32)Met het oog op meer rechtszekerheid voor verkopers en meer vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende aankopen in het algemeen, is het noodzakelijk de termijn te harmoniseren waarbinnen de verkoper aansprakelijk is voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat op het moment waarop de consument de goederen fysiek in bezit krijgt. Gelet op het feit dat de grote meerderheid van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 1999/44 heeft voorzien in een termijn van twee jaar en dit in de praktijk door marktdeelnemers wordt beschouwd als een redelijke termijn, moet deze termijn worden gehandhaafd.

(33)Om te zorgen voor een grotere bewustwording van de consument en een gemakkelijker handhaving van de EU-voorschriften inzake de rechten van consumenten op het gebied van niet in overeenstemming zijnde goederen, moet in deze richtlijn de termijn waarbinnen de bewijslast wordt omgekeerd ten gunste van de consument, worden afgestemd op de termijn waarbinnen de verkoper aansprakelijk is voor een gebrek aan overeenstemming.

(34)Om de transparantie te waarborgen, moet worden voorzien in bepaalde transparantievereisten voor commerciële garanties. Om de rechtszekerheid te vergroten en te voorkomen dat consumenten worden misleid, bepaalt de richtlijn bovendien dat wanneer de commerciële garantievoorwaarden in reclame of precontractuele informatie gunstiger zijn voor de consument dan die welke in het garantiebewijs zijn opgenomen, de gunstiger voorwaarden moeten gelden.

(35)Gelet op het feit dat de verkoper jegens de consument aansprakelijk is voor elk gebrek aan overeenstemming van de goederen als gevolg van een handelen of nalaten van de verkoper of een derde, is het gerechtvaardigd dat de verkoper verhaal kan nemen op de verantwoordelijke hogerop in de keten van transacties. Deze richtlijn mag echter geen afbreuk doen aan het beginsel van contractvrijheid tussen verkoper en andere partijen in de keten van transacties. De lidstaten moeten voorzien in de nadere bepalingen voor de uitoefening van dat recht, met name door te bepalen tegen wie en hoe dat verhaal kan worden genomen.

(36)Personen of organisaties die krachtens nationaal recht geacht worden een rechtmatig belang te hebben bij het beschermen van de contractuele rechten van consumenten, dienen het recht te hebben een procedure in te leiden, hetzij voor een rechterlijke instantie, hetzij bij een administratieve instantie die bevoegd is om een uitspraak te doen over een klacht of om een passende gerechtelijke procedure in te leiden.

(37)Niets in deze richtlijn mag afbreuk doen aan de toepassing van de regels van internationaal privaatrecht, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 593/2008 en Verordening (EG) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad 42 .

(38)Richtlijn 1999/44/EG moet worden gewijzigd om verkoopovereenkomsten op afstand van het toepassingsgebied ervan uit te sluiten.

(39)Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad 43 dient te worden gewijzigd om aan de bijlage daarbij een verwijzing naar deze richtlijn toe te voegen ter bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking bij de handhaving van deze richtlijn.

(40)Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad 44 dient te worden gewijzigd om aan de bijlage daarbij een verwijzing naar deze richtlijn toe te voegen ter bescherming van de collectieve consumentenbelangen waarin deze richtlijn voorziet.

(41)Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken 45 , hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(42)Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk bijdragen tot de goede werking van de interne markt door een consistente aanpak van overeenkomstenrecht-gerelateerde belemmeringen voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(43)Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en in het bijzonder de artikelen 16, 38 en 47 daarvan,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.In deze richtlijn worden bepaalde voorschriften vastgesteld voor verkoopovereenkomsten op afstand die worden gesloten tussen de verkoper en de consument, met name voorschriften over de overeenstemming van goederen, de vormen van genoegdoening in geval van gebrek aan overeenstemming en de wijze waarop die vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast.

2.Deze richtlijn is niet van toepassing op dienstverleningsovereenkomsten op afstand. Wanneer het echter gaat om verkoopovereenkomsten die zowel de verkoop van goederen als de verlening van diensten betreffen, is deze richtlijn van toepassing op het gedeelte dat betrekking heeft op de verkoop van goederen.

3.Deze richtlijn is niet van toepassing op een duurzame gegevensdrager die digitale inhoud bevat, wanneer de duurzame gegevensdrager uitsluitend wordt gebruikt als drager voor de levering van de digitale inhoud aan de consument.

4.Voor zover bij deze richtlijn algemene aspecten van het nationale overeenkomstenrecht, zoals regels inzake de totstandkoming, de geldigheid of de gevolgen van overeenkomsten, met inbegrip van de gevolgen van de ontbinding van een overeenkomst, niet worden geregeld, laat zij deze onverlet.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

(a)"koopovereenkomst": een overeenkomst waarbij de verkoper de eigendom van goederen, met inbegrip van te vervaardigen of te produceren goederen, aan een consument overdraagt of zich ertoe verbindt deze aan hem over te dragen en de consument de prijs van deze goederen betaalt of zich ertoe verbindt deze te betalen;

(b)"consument": iedere natuurlijke persoon die bij onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;

(c)"verkoper" : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die met betrekking tot onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt, eventueel via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

(d)"goederen": alle roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van:

a)zaken die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht;

b)water, gas en elektriciteit die niet zij marktklaar zijn gemaakt in een bepaald volume of in een bepaalde hoeveelheid;

(e)"verkoopovereenkomst op afstand": een verkoopovereenkomst die wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de verkoper en de consument, en waarbij tot en met het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand, met inbegrip van het internet;

(f)"duurzame gegevensdrager": ieder hulpmiddel dat de consument of de verkoper in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;

(g)"commerciële garantie" : iedere verbintenis van de verkoper of een producent (de "garant") om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op overeenstemming, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of de goederen op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer die niet voldoen aan specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de overeenstemming, die vermeld zijn in het garantiebewijs of in de desbetreffende reclame ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst;

(h)"overeenkomst": de wilsovereenstemming die gericht is op de totstandbrenging van verbintenissen of andere rechtsgevolgen;

(i)"herstelling": de goederen in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst in overeenstemming brengen;

(j)"kosteloos": vrij van de kosten die gemaakt moeten worden om de goederen in overeenstemming te brengen, met name de kosten van verzending, werkuren en materiaal.

Artikel 3

Mate van harmonisatie

De lidstaten mogen geen bepalingen handhaven of invoeren die afwijken van de bepalingen in deze richtlijn, met inbegrip van meer of minder strikte bepalingen die een ander niveau van consumentenbescherming moeten waarborgen.

Artikel 4

Overeenstemming met de overeenkomst

1.Om de goederen in overeenstemming met overeenkomst te doen zijn, dient de verkoper ervoor te zorgen dat de goederen, voor zover relevant:

(a)van de door de overeenkomst voorgeschreven hoeveelheid, kwaliteit en beschrijving zijn, hetgeen tevens inhoudt dat wanneer de verkoper de consument een monster of model laat zien, de goederen de kwaliteit hebben van dat monster of model en overeenstemmen met de beschrijving ervan;

(b)geschikt zijn voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat deze aan de verkoper bij het sluiten van de overeenkomst heeft medegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard, en

(c)de hoedanigheden en prestatievermogens bezitten die zijn aangegeven in voor het sluiten van de overeenkomst gedane mededelingen die een integrerend deel uitmaken van de overeenkomst.

2.Om in overeenstemming met de overeenkomst te zijn, dienen de goederen ook te voldoen aan de voorschriften van de artikelen 5, 6 en 7.

3.Elke overeenkomst waarbij ten nadele van de consument de artikelen 5 en 6 worden uitgesloten of daarvan wordt afgeweken, of de gevolgen ervan worden gewijzigd, is alleen geldig wanneer de consument op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst van de precieze staat van de goederen op de hoogte was en hij deze precieze staat bij het sluiten van de overeenkomst uitdrukkelijk heeft aanvaard.

Artikel 5

Vereisten inzake de overeenstemming van de goederen

De goederen dienen, voor zover relevant:

(a)geschikt te zijn voor ieder gebruik waarvoor goederen van dezelfde omschrijving gewoonlijk dienen;

(b)te worden geleverd samen met de bijkomstige goederen, waaronder verpakking, installatiehandleiding of andere handleidingen, die de koper mag verwachten; en

(c)de hoedanigheden en prestatievermogens te bezitten die voor dergelijke goederen normaal zijn en die de consument mag verwachten, gelet op de aard van de goederen en rekening houdend met publiekelijk gedane mededelingen van of namens de verkoper of andere personen in eerdere schakels van de keten van transacties, waaronder de producent, tenzij de verkoper aantoont dat:

i)de mededeling in kwestie hem niet bekend was en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn;

ii)de mededeling op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst was rechtgezet, of

iii)de beslissing tot aankoop van de goederen niet door de mededeling beïnvloed kon zijn.

Artikel 6

Verkeerde installatie

Wanneer de goederen verkeerd zijn geïnstalleerd, wordt ieder door de verkeerde installatie veroorzaakt gebrek aan overeenstemming beschouwd als een gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst indien:

(a)de goederen zijn geïnstalleerd door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid, of

(b)de goederen die bestemd waren om door de consument te worden geïnstalleerd, door de consument zijn geïnstalleerd en de verkeerde installatie te wijten was aan een tekortkoming in de installatiehandleiding.

Artikel 7

Rechten van derden

Op het voor het vaststellen van de overeenstemming met de overeenkomst relevante tijdstip, als bepaald in artikel 8, zijn de goederen vrij van rechten van derden, met inbegrip van op intellectuele eigendom gebaseerde rechten, zodat de goederen in overeenstemming met de overeenkomst kunnen worden gebruikt.

Artikel 8

Relevante tijdstip voor het vaststellen van overeenstemming met de overeenkomst

1.De verkoper is aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dat bestaat op het tijdstip waarop:

(a)de consument of een door de consument aangewezen derde die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in ontvangst heeft genomen, of

(b)de goederen aan de door de consument gekozen vervoerder worden overhandigd, wanneer die vervoerder niet door de verkoper was voorgesteld of wanneer de verkoper geen wijze van vervoer voorstelt.

2.In gevallen waarin de goederen door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid zijn geïnstalleerd, wordt het tijdstip waarop de installatie is voltooid, beschouwd als het tijdstip waarop de consument de goederen fysiek in bezit heeft gekregen. Ingeval de goederen bestemd waren om door de consument te worden geïnstalleerd, wordt het tijdstip waarop de consument een redelijke termijn voor de installatie heeft gehad, welk tijdstip in elk geval niet later dan 30 dagen na het in lid 1 bedoelde tijdstip kan zijn, beschouwd als het tijdstip waarop de consument de goederen fysiek in bezit heeft gekregen.

3.Elk gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dat zich binnen een termijn van twee jaar vanaf het in leden 1 en 2 bedoelde tijdstip manifesteert, wordt geacht op dat tijdstip al te hebben bestaan, tenzij dit onverenigbaar is met de aard van de goederen of met de aard van het gebrek aan overeenstemming.

Artikel 9

Vormen van genoegdoening voor de consument bij gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst

1.Bij gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst heeft de consument het recht om de goederen door de verkoper kosteloos in overeenstemming te laten brengen door herstelling of vervanging overeenkomstig artikel 11.

2.Herstelling of vervanging moet, rekening houdend met de aard van de goederen en het gebruik van de goederen dat de consument wenste, binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument worden voltooid.

3.De consument heeft recht op een evenredige vermindering van de prijs overeenkomstig artikel 12 of op ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig artikel 13, wanneer:

(a)herstelling of vervanging onmogelijk of onrechtmatig is;

(b)de verkoper de herstelling of vervanging niet binnen een redelijke termijn heeft voltooid;

(c)herstelling of vervanging de consument ernstige overlast zou bezorgen, of

(d)de verkoper heeft verklaard of uit de omstandigheden even duidelijk blijkt dat de verkoper de goederen niet binnen een redelijke termijn met de overeenkomst in overeenstemming zal brengen.

4.De consument heeft het recht om de betaling van enig openstaand saldo van de prijs op te schorten, totdat de verkoper de goederen met de overeenkomst in overeenstemming heeft gebracht.

5.De consument heeft geen recht op een vorm van genoegdoening voor zover hij heeft bijgedragen aan het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst of de gevolgen ervan.

Artikel 10

Vervanging van goederen

1.Wanneer de verkoper het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst door middel van vervanging heeft verholpen, neemt de verkoper de vervangen goederen op eigen kosten terug, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen nadat de consument het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst ter kennis van de verkoper heeft gebracht.

2.Wanneer de consument de goederen heeft geïnstalleerd op een wijze die in overeenstemming is met hun aard en gebruiksdoel, voordat het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst aan het licht kwam, houdt de verplichting tot terugname van de vervangen goederen tevens in dat de niet in overeenstemming zijnde goederen worden verwijderd en de vervangende goederen worden geïnstalleerd, of de kosten daarvan worden gedragen.

3.De consument hoeft geen vergoeding te betalen voor enig gebruik dat van de vervangen goederen in de aan de vervanging voorafgaande periode is gemaakt.

Artikel 11

Keuze van de consument tussen herstelling en vervanging

De consument kan kiezen tussen herstelling en vervanging, tenzij de gekozen oplossing onmogelijk of onrechtmatig zou zijn of, in vergelijking met de andere beschikbare oplossing, voor de verkoper onevenredige kosten met zich mee zou brengen, rekening houdend met alle omstandigheden, met inbegrip van:

(a)de waarde die de goederen zonder het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst zouden hebben;

(b)de ernst van het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst;

(c)de vraag of de alternatieve vorm van genoegdoening concreet mogelijk is zonder ernstige overlast voor de consument.

Artikel 12

Prijsvermindering

De prijsvermindering moet in verhouding staan tot de waardevermindering van de goederen die de consument heeft ontvangen ten opzichte van de waarde die de goederen zouden hebben wanneer deze met de overeenkomst in overeenstemming waren geweest.

Artikel 13

Het recht van de consument om de overeenkomst te ontbinden

1.De consument oefent het recht van ontbinding van de overeenkomst uit door daarvan met om het even welk middel kennis te geven aan de verkoper.

2.Wanneer het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst slechts betrekking heeft op een deel van de krachtens de overeenkomst geleverde goederen en er een grond is voor ontbinding van de overeenkomst ingevolge artikel 9, kan de consument de overeenkomst alleen ontbinden met betrekking tot die goederen en alle andere goederen die de consument heeft verworven als bijkomstige goederen bij de niet in overeenstemming zijnde goederen.

3.Wanneer de consument een overeenkomst in haar geheel of overeenkomstig lid 2 slechts ten aanzien van een deel van de krachtens de overeenkomst geleverde goederen ontbindt:

(a)betaalt de verkoper de consument onverwijld de betaalde prijs terug en in elk geval uiterlijk 14 dagen na de dag waarop hij van de ontbinding in kennis is gesteld, en draagt hij de kosten van de terugbetaling;

(b)zendt de consument de verkoper op diens kosten de goederen onverwijld terug en in elk geval uiterlijk 14 dagen na de dag waarop hij de kennisgeving van de ontbinding heeft verzonden;

(c)betaalt de consument, wanneer de goederen niet kunnen worden teruggezonden vanwege vernietiging of verlies, de verkoper de geldswaarde die de goederen zouden hebben gehad op de dag waarop deze moesten worden teruggezonden, mocht de consument de goederen zonder vernietiging of verlies tot die dag onder zich hebben gehouden, tenzij de vernietiging of het verlies is veroorzaakt door het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst van de goederen, en

(d)vergoedt de consument een waardevermindering van de goederen slechts voor zover deze uitstijgt boven de waardevermindering ten gevolge van normaal gebruik. De vergoeding voor een waardevermindering mag niet meer bedragen dan de voor de goederen betaalde prijs.

Artikel 14

Termijnen

De consument heeft recht op een vorm van genoegdoening in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst van de goederen wanneer het gebrek aan overeenstemming aan het licht komt binnen twee jaar na het voor het vaststellen van de overeenstemming relevante tijdstip. Wanneer voor de uitoefening van de in artikel 9 vastgestelde rechten krachtens de nationale wetgeving een verjaringstermijn geldt, mag die termijn niet verstrijken binnen twee jaar na het voor het vaststellen van de overeenstemming van de overeenkomst het relevante tijdstip.

Artikel 15

Commerciële garanties

1.Een commerciële garantie is bindend voor de garant onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in:

(a)de door de verkoper verstrekte precontractuele informatie, met inbegrip van elke voor het sluiten van de overeenkomst gedane mededeling die een integrerend deel uitmaakt van de overeenkomst;

(b)ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst beschikbare reclame, en

(c)het garantiebewijs.

Wanneer het garantiebewijs voor de consument minder gunstig is dan de voorwaarden in de door de verkoper verstrekte precontractuele informatie of reclame, is de commerciële garantie bindend onder de voorwaarden die in de precontractuele informatie of reclame met betrekking tot de commerciële garantie zijn aangegeven.

2.Het garantiebewijs wordt beschikbaar gesteld op een duurzame gegevensdrager en wordt in duidelijke en begrijpelijke taal opgesteld. Het garantiebewijs bevat:

(a)een duidelijke vermelding van de in deze richtlijn vastgestelde wettelijke rechten van de consument en een duidelijke verklaring dat de commerciële garantie deze rechten onverlet laat, en

(b)de voorwaarden van de commerciële garantie die verder gaan dan de wettelijke rechten van de consument, informatie over de duur, de overdraagbaarheid en het geografische toepassingsgebied van de commerciële garantie en over de eventuele kosten die de consument moet dragen om er gebruik van te kunnen maken, de naam en het adres van de garant, en, indien deze verschilt van de garant, van de persoon jegens wie een vordering moet worden ingesteld en de voor het indienen van een vordering te volgen procedure.

3.Niet-naleving van lid 2 heeft geen invloed op de bindende aard van de commerciële garantie voor de garant.

4.De lidstaten kunnen aanvullende bepalingen over commerciële garanties vaststellen, voor zover deze geen afbreuk doen aan de bescherming die door dit artikel wordt geboden.

Artikel 16

Recht op verhaal

Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is uit hoofde van een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dat voortvloeit uit een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de keten van transacties, kan de verkoper verhaal nemen op de aansprakelijke persoon of personen in de keten van transacties. De persoon jegens wie de verkoper verhaal kan nemen alsmede de relevante rechtsvorderingen en de wijze van procederen worden bepaald door het nationale recht.

Artikel 17

Handhaving

1.    De lidstaten zorgen ervoor dat passende en doeltreffende middelen beschikbaar zijn om de naleving van deze richtlijn te waarborgen.

2.    De in lid 1 bedoelde middelen omvatten bepalingen volgens welke een of meer van de onderstaande, naar nationaal recht bepaalde instanties, zich overeenkomstig het nationale recht tot de bevoegde rechterlijke of administratieve instanties kunnen wenden om de nationale bepalingen ter omzetting van deze richtlijn te doen toepassen:

a) overheidsinstanties of de vertegenwoordigers ervan;

b) consumentenorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij de bescherming van de consument;

c) beroepsorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij een optreden in rechte.

Artikel 18

Dwingend karakter

Elke contractuele overeenkomst die ten nadele van de consument in de weg staat aan de toepassing van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, daarvan afwijkt, of de gevolgen ervan wijzigt voordat het gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst door de consument ter kennis van de verkoper is gebracht, is niet bindend voor de consument, tenzij de partijen bij de overeenkomst overeenkomstig artikel 4, lid 3, de voorschriften van de artikelen 5 en 6 uitsluiten, daarvan afwijken, of de gevolgen ervan wijzigen.

Artikel 19

Wijzigingen van Richtlijn 1999/44/EG, Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG

1.Artikel 1 van Richtlijn 1999/44/EG wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

"1. Deze richtlijn beoogt de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten betreffende de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, die geen verkoopovereenkomsten op afstand zijn, teneinde in het kader van de interne markt een eenvormig minimumniveau van consumentenbescherming te verzekeren."

b) lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) onder f) wordt vervangen door:

"f) herstelling: de consumptiegoederen in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst in overeenstemming brengen;"

ii) het volgende punt wordt toegevoegd:

"g) verkoopovereenkomst op afstand: een verkoopovereenkomst die wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de verkoper en de consument, en waarbij tot en met het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand, met inbegrip van het internet."

2.In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004 wordt het volgende punt toegevoegd:

"22. Richtlijn (EU) nr. XXX van het Europees Parlement en de Raad van XX/XX/201X betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen (PB...)"

3.In bijlage I bij Richtlijn 2009/22/EG wordt het volgende punt toegevoegd:

"16. Richtlijn (EU) nr. XXX van het Europees Parlement en de Raad van XX/XX/201X betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen (PB...)"

Artikel 20

Omzetting

1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [twee jaar na de datum van inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen.

2.Wanneer de lidstaten de bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

3.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 21

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 22

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1) COM(2015) 192 final http://ec.europa.eu/priorities/digital-single-market/
(2) In het kader van deze toelichting moet iedere verwijzing naar ''online-verkoop'' worden gelezen als een verwijzing naar "online-verkoop en andere verkoop op afstand".
(3) Flash Eurobarometer 396 "Retailers' attitudes towards cross-border trade and consumer protection" (2015).
(4) Flash Eurobarometer 413 "Companies engaged in online activities" (2015), uitsplitsing naar sector (uitsluitend B2C).
(5) Enquête van Eurostat over het ICT-gebruik door gezinnen en individuele personen (2014).
(6) PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12.
(7) PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.
(8) PBJ L 178 van 17.7.2000, blz. 1–16.
(9) PBJ L 95 van 21.4.1993, blz. 29 – 34.
(10) Een gedetailleerde toelichting op de EU-regeling inzake het toepasselijke recht en de rechterlijke bevoegdheid binnen de digitale eengemaakte markt is te vinden in bijlage 7 bij het werkdocument van de diensten van de Commissie dat de effectbeoordeling bevat die hoort bij de voorstellen voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, SWD(2015) 275
(11) PBJ L 351 van 20.12.2012, blz. 1-32.
(12) PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.
(13) Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten, PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10 - 35.
(14) Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten, PB L 153 van 18.6.2010, blz. 1 - 12.
(15) Verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1..
(16) PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1.
(17) Deze richtlijn houdt een wijziging in van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming om in de bijlage daarbij een verwijzing naar deze richtlijn toe te voegen.
(18) Deze informatie is voornamelijk gebaseerd op de kennisgevingen van de lidstaten aan de Commissie overeenkomstig de artikelen 32 en 33 van Richtlijn 2011/83/EU betreffende de omzetting van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en Richtlijn 1999/44/EG; voor de volledige kennisgevingen, zie: http://ec.europa.eu/consumers/consumer_rights/rights-contracts/directive/notifications/index_en.htm .
(19) Hoewel de meeste van de verschillen in nationale bepalingen betreffende consumenten het gevolg zijn van de verschillende manieren waarop de lidstaten de EU-richtlijnen voor een minimum-harmonisatie hebben uitgevoerd, zijn er ook een aantal andere nationale bindende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht die niet hun oorsprong vinden in de tenuitvoerlegging van het EU-consumentenacquis. Zie voor specifieke voorbeelden: de effectbeoordeling bij de voorstellen voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, SWD (2015) 275, punt 1.2. over de belangrijkste verschillen tussen dwingende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht die de grensoverschrijdende handel in goederen beïnvloeden. 
(20) Oostenrijk, België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Letland, Luxemburg, Malta, Nederland, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje, Zweden.
(21) Oostenrijk, Bulgarije, Tsjechië, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Ierland, Litouwen, Luxemburg, Polen en het Verenigd Koninkrijk.
(22) België, Kroatië, Cyprus, Estland, Finland, Italië, Letland, Malta, Portugal, Roemenië, Slovenië en Spanje.
(23) Binnen een redelijke termijn in Denemarken en Zweden; onverwijld in Nederland en onmiddellijk in Hongarije (in deze landen wordt een kennisgeving binnen 2 maanden altijd geacht binnen de termijn te zijn); binnen 6 maanden in Slowakije.
(24) Frankrijk, Portugal en Polen.
(25) Zweden.
(26) Finland en Nederland.
(27) Ierland en het Verenigd Koninkrijk.
(28) Voor meer informatie over de raadplegingen zie: http://ec.europa.eu/justice/newsroom/contract/opinion/index_en.htm  
(29) GfK voor de Europese Commissie, Consumer survey identifying the main cross-border obstacles to the Digital Single Market and where they matter most, 2015.
(30) Flash Eurobarometer 413 "Companies engaged in online activities" (2015) http://ec.europa.eu/public_opinion/flash/fl_413_en.pdf . 
(31) Zie met name: - GfK voor de Europese Commissie, Consumer survey identifying the main cross-border obstacles to the Digital Single Market and where they matter most, 2015 http://ec.europa.eu/consumers/consumer_evidence/market_studies/obstacles_dsm/docs/21.09_dsm_final_report.pdf- Eurostat-enquête over het ICT-gebruik door gezinnen en individuele personen (2014) - Comparative Study on cloud computing contracts (Vergelijkende studie over cloud computing-contracten) (2014) DLA Piper, blz.33 en volgende; Analysis of the applicable legal frameworks and suggestions for the contours of a model system of consumer protection in relation to digital content contracts (Analyse van het toepasselijke rechtskader en suggesties voor de contouren van een modelsysteem inzake de bescherming van de consument met betrekking tot overeenkomsten inzake digitale inhoud); Universiteit van Amsterdam: Centre for the Study of European Contract Law (CSECL)Institute for Information Law (IViR): Amsterdam Centre for Law and Economics (ACLE), blz. 32 en volgende. http://ec.europa.eu/public_opinion/flash/fl_413_en.pdf - Flash Eurobarometer 413 "Companies engaged in online activities" (2015) - Economic study on consumer digital Content products, ICF International, 2015.
(32) Een in 2011 binnen het Europe Enterprise network gehouden kmo-panel-enquête, in het kader waarvan reacties werden verzameld van 1047 micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.
(33) Het advies van de raad voor regelgevingstoetsing is beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/contract/index_en.htm.
(34) Het effectbeoordelingsverslag en de samenvatting zijn beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/contract/index_en.htm.
(35) "Consumer market study on the functioning of Legal and Commercial Guarantees for consumers in the EU" (consumentenmarktstudie over de werking van wettelijke en commerciële garanties voor consumenten in de EU) (2015, nog te publiceren ).
(36) PB L 110 van 1.5.2009, blz. 30.
(37) PB C […], […], blz. […].
(38) COM(2015) 192 final. 
(39) Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12.
(40) Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst) (Rome I), PB L177 van 4.7.2008, blz. 6.
(41) Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).
(42) Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1.
(43) Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming, PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1.
(44) Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen, PB L 110 van 1.5.2009, blz. 30.
(45) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
Top