Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52015PC0634

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud

COM/2015/0634 final - 2015/0287 (COD)

Brussel, 9.12.2015

COM(2015) 634 final

2015/0287(COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2015) 274 final}
{SWD(2015) 275 final}


TOELICHTING

In de "Strategie voor een digitale eengemaakte markt" 1 , die door de Commissie op 6 mei 2015 werd vastgesteld, werd een wetgevingsinitiatief aangekondigd inzake geharmoniseerde regels voor de levering van digitale inhoud en de online-verkoop van goederen. Dit initiatief bestaat uit i) een voorstel over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en ii) een voorstel over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen.

Zoals aangekondigd door de Commissie in haar werkprogramma voor 2015 is in deze twee voorstellen rekening gehouden met de ervaring die is opgedaan tijdens de onderhandelingen over een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht. In het bijzonder kennen deze voorstellen geen facultatieve regeling en een alomvattend geheel van regels meer. In plaats daarvan bevatten de voorstellen een gerichte reeks volledig geharmoniseerde regels. De voorstellen bouwen ook voort op een aantal amendementen die het Europees Parlement in eerste lezing heeft aangenomen met betrekking tot het voorstel voor een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht, waarbij het met name gaat om de beperking van het toepassingsgebied tot online-verkoop en andere vormen van verkoop op afstand van goederen en de uitbreiding van het toepassingsgebied tot bepaalde digitale inhoud die wordt geleverd tegen een andere tegenprestatie dan geld.

Hoewel deze toelichting specifiek betrekking heeft op het voorstel betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud, zien de delen van deze toelichting over de motivering van het voorstel, het vergaren van deskundigheid en de effectbeoordelingen op beide voorstellen, aangezien deze twee voorstellen moeten worden gezien als een pakket met gemeenschappelijke doelstellingen.

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Het algemene doel van het voorstel is bij te dragen tot een snellere groei van de digitale eengemaakte markt, ten behoeve van zowel consumenten als bedrijven. Door het wegnemen van de belangrijkste obstakels voor grensoverschrijdende handel op het gebied van overeenkomstenrecht zullen de in de voorstellen opgenomen regels bijdragen tot het verminderen van de onzekerheid waarmee ondernemingen en consumenten te kampen hebben als gevolg van de complexiteit van het juridische kader en tot het verminderen van de kosten die ondernemingen moeten maken als gevolg van de verschillen in overeenkomstenrecht tussen de lidstaten. Het initiatief zal het vertrouwen van de consument vergroten door te zorgen voor uniforme regels met duidelijke consumentenrechten.

39 % van de ondernemingen die online maar niet grensoverschrijdend verkopen, wijst het verschil in nationaal overeenkomstenrecht aan als een van de voornaamste belemmeringen voor grensoverschrijdende verkoop 2 . Dit geldt in het bijzonder voor vormen van genoegdoening in geval van een gebrekkig product. Dit punt wordt genoemd door 49 % van de detailhandelaren in de EU die online verkopen en 67 % van de detailhandelaren in de EU die momenteel online grensoverschrijdend proberen te verkopen of overwegen dat te doen 3 . Het verschil in nationale regels van overeenkomstenrecht heeft voor detailhandelaren die aan consumenten verkopen, tot eenmalige kosten geleid van ongeveer 4 miljard EUR; deze kosten drukken vooral op micro- en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). Met deze voorstellen wordt beoogd een bedrijfsvriendelijke omgeving te scheppen en het voor ondernemingen, met name kmo’s, gemakkelijker te maken om grensoverschrijdend te verkopen. Ondernemingen dient rechtszekerheid te worden geboden en zij mogen niet worden opgezadeld met onnodige kosten als gevolg van het verschillen tussen nationale rechtsstelsels wanneer zij goederen en digitale inhoud buiten hun binnenlandse markt verkopen.

Slechts 18 % van de consumenten die in 2014 het internet voor privédoeleinden gebruikten, kocht online in een ander EU-land, terwijl 55 % online op de binnenlandse markt kocht 4 . De onduidelijkheid over hun contractuele rechten ingeval van gebrekkige digitale inhoud, is nadelig voor consumenten. Digitale inhoud heeft betrekking op een breed scala aan onderwerpen, zoals muziek, films, apps, computerspellen, video, diensten inzake opslag in de cloud of uitzendingen van sportevenementen. De totale waarde van de financiële schade die het gevolg is van de meest recente problemen van consumenten met digitale inhoud en de tijd die is besteed aan het zoeken naar oplossingen voor deze problemen tijdens de laatste 12 maanden, wordt geraamd op een bedrag tussen de 9 en 11 miljard EUR. Ook missen consumenten vertrouwen wanneer zij online grensoverschrijdend aankopen doen. Een van de belangrijkste redenen is de onzekerheid over hun voornaamste contractuele rechten. Daardoor missen zij kansen en beschikken zij over een geringer aanbod tegen minder concurrerende prijzen.

Samenhang met bestaande beleidsbepalingen op het betrokken beleidsgebied

Dit voorstel heeft tot doel de huidige juridische leemte op te vullen in het consumentenacquis op EU-niveau met betrekking tot bepaalde contractuele aspecten die thans nog niet geregeld zijn.

Het voorstel vormt een aanvulling op Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad 5 , waarbij al bepaalde regels voor de levering van digitale inhoud (hoofdzakelijk vereisten inzake precontractuele informatie en het herroepingsrecht) volledig geharmoniseerd zijn. Terwijl sommige lidstaten, zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland, al specifieke wetgeving inzake digitale inhoud hebben vastgesteld, zijn er momenteel geen specifieke EU-regels ter bescherming van de consument tegen digitale inhoud die niet in overeenstemming met de overeenkomst is. Daarom dient er snel gehandeld te worden om eventuele verdere juridische fragmentatie als gevolg van het ontstaan van nationale voorschriften die van elkaar verschillen, te voorkomen.

Het voorstel regelt bovendien twee contractuele rechten (wijziging en ontbinding van langetermijnovereenkomsten), die problematisch 6 zijn gebleken en waarvoor thans alleen de algemene bepaling geldt inzake de oneerlijkheidstoets van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten 7 .

Het voorstel vult ook Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt 8 aan, waarin onder andere gedeeltelijk geharmoniseerde regels inzake elektronische overeenkomsten zijn vastgesteld.

Het voorstel is verenigbaar met de bestaande Europese regels over het toepasselijke recht en de rechterlijke bevoegdheid binnen de digitale eengemaakte markt 9 . Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken 10 en Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) 11 , die regels bevatten om te bepalen welk gerecht bevoegd en welk recht toepasselijk is, zijn ook van toepassing in de digitale omgeving. Deze instrumenten zijn vrij recent aangenomen en tijdens het wetgevingsproces werden de implicaties van het internet zorgvuldig in overweging genomen. Sommige regels houden specifiek rekening met internettransacties, met name die inzake consumentenovereenkomsten. Deze regels richten zich op de bescherming van consumenten binnen onder meer de digitale eengemaakte markt, door hun het voordeel te verschaffen van de dwingende regels van de lidstaat waar zij gewoonlijk verblijven. Samen met de in dit voorstel vervatte nieuwe contractregels voor de aankoop van digitale inhoud, scheppen de bestaande regels van internationaal privaatrecht een duidelijk rechtskader voor het kopen en verkopen op de Europese digitale markt, waarbij met de belangen van zowel consumenten als ondernemingen rekening wordt gehouden. Dit wetgevingsvoorstel vergt dus geen veranderingen in het huidige kader van internationaal privaatrecht van de EU, met inbegrip van de Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I).

Samenhang met andere beleidsterreinen van de Unie

Met de strategie voor de digitale eengemaakte markt wordt beoogd om op holistische wijze alle belangrijke belemmeringen weg te nemen voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende elektronische handel op de digitale eengemaakte markt. Het voorstel moet worden gezien in de context van deze holistische benadering. De strategie bestrijkt onder andere de initiatieven in verband met de grensoverschrijdende overdraagbaarheid van inhoud, de rol van platforms, het vrije verkeer van gegevens, de Europese cloud, aan btw gerelateerde lasten en pakketbezorging. Vooral in het kader van de grensoverschrijdende overdraagbaarheid van inhoud en de Europese cloud worden met de strategie doorslaggevende maatregelen beoogd om te zorgen voor portabiliteit en interoperabiliteit van inhoud, die van essentieel belang zijn voor de levering van digitale inhoud in de EU. De strategie bestrijkt ook initiatieven in verband met rechtshandhaving en verhaal, te weten de inbedrijfstelling van het platform voor onlinegeschillenbeslechting 12 en de herziening van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming) 13 . Met name zullen volledig geharmoniseerde bepalingen van overeenkomstenrecht in de EU ook de gecoördineerde handhavingsmaatregelen vereenvoudigen van de instanties die op het gebied van consumentenbescherming samenwerken 14 . Het voorstel is ook in overeenstemming met het algemene EU-kader inzake auteursrechten en doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen uit hoofde van het auteursrecht.

De bescherming van individuen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens is, tot slot, geregeld bij Richtlijn 1995/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens 15 en bij Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatiesector 16 , die volledig van toepassing zijn op de levering van digitale inhoud. Deze richtlijnen vormen reeds een juridisch kader voor de bescherming van persoonsgegevens in de Unie. De toepassing en uitvoering van dit voorstel dient in volledige overeenstemming met dat juridisch kader plaats te vinden.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het voornaamste doel ervan is verbetering van de totstandbrenging en de werking van de interne markt.

Wanneer zij consumenten in andere lidstaten digitale inhoud leveren, worden ondernemingen geconfronteerd met uiteenlopende dwingende regels van consumentenovereenkomstenrecht. Overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud worden per staat anders ingedeeld. Afhankelijk van de betrokken lidstaat, worden deze overeenkomsten beschouwd als koopovereenkomsten, als dienstenovereenkomsten of als huurovereenkomsten. Daarnaast worden overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud soms binnen eenzelfde lidstaat verschillend ingedeeld, afhankelijk van het soort digitale inhoud dat wordt aangeboden 17 . Als gevolg hiervan verschillen de nationale rechten en verplichtingen alsook de vormen van genoegdoening voor consumenten op het gebied van digitale inhoud van lidstaat tot lidstaat. Hoewel sommige van deze nationale regels niet dwingend zijn en door partijen bij overeenkomst kunnen worden gewijzigd, hebben andere een dwingend karakter.

Bovendien heeft een aantal lidstaten recentelijk voorbereidende werkzaamheden verricht voor de vaststelling van specifieke dwingende regels inzake overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud of heeft daarmee een begin gemaakt. Deze nationale regels verschillen echter qua toepassingsgebied en inhoud. Het is te verwachten dat ook andere lidstaten deze tendens zullen volgen. Als de EU geen maatregelen neemt, zullen de ondernemingen dus in toenemende mate worden geconfronteerd met verschillen in dwingende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht inzake de levering van digitale inhoud.

De fragmentatie die reeds bestaat of waarvan de contouren zich reeds aftekenen, schept belemmeringen voor ondernemingen om grensoverschrijdend te verkopen omdat zij aan het overeenkomstenrecht gerelateerde kosten moeten maken. Ondernemingen zijn ook onzeker over hun rechten en plichten. Dit heeft een direct effect op de totstandbrenging en de werking van de interne markt en negatieve gevolgen voor de mededinging. Gezien het heterogene karakter van de online-markt voor digitale inhoud zou het voor de markt moeilijk zijn om deze fragmentatie te overwinnen.

Subsidiariteit (in geval van niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

De doelstellingen van het voorstel kunnen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt.

De algemene doelstelling van dit initiatief is het verwijderen van belemmeringen in verband met het consumentenovereenkomstenrecht in de online-omgeving en bij te dragen tot de totstandkoming van een werkelijke digitale eengemaakte markt in het belang van ondernemingen en consumenten. De lidstaten zijn op eigen initiatief onvoldoende in staat om de barrières weg te nemen die tussen nationale wetgevingen bestaan. Een initiatief op het niveau van de EU is beter geschikt om dit te bereiken.

Meer in het bijzonder wordt met dit initiatief beoogd om consumenten op gecoördineerde wijze specifieke rechten te bieden en om rechtszekerheid te creëren voor ondernemingen die hun digitale inhoud in andere lidstaten willen verkopen. Bij de ontwikkeling van specifieke wetgeving op het gebied van de levering van digitale inhoud zou elke lidstaat afzonderlijk niet in staat zijn om te zorgen voor een algehele samenhang van zijn nationale wetgeving met de wetgeving van andere lidstaten. Een initiatief op EU-niveau zou dan ook bijdragen tot de coherente ontwikkeling van specifieke consumentenrechten inzake digitale inhoud.

Maatregelen op EU-niveau zouden doeltreffender zijn dan maatregelen op nationaal niveau.

Voorts zal een initiatief op EU-niveau ervoor zorgen dat consumentenrechten coherent worden toegepast en dat daarbij alle consumenten in de EU hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming genieten. Het zal zorgen voor rechtszekerheid voor ondernemingen die hun digitale inhoud in andere lidstaten willen verkopen. Een dergelijk initiatief zal een consistente wettelijke basis voor gecoördineerde handhavingsacties bieden aangezien de voorgestelde richtlijn zal worden opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004 18 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming. Bovendien zouden de voorgestelde uniforme volledig geharmoniseerde regels handhavingsmaatregelen zeer vergemakkelijken. De handhaving van de EU-wetgeving zal zo ten voordele van de EU-consumenten worden versterkt. Een dergelijk resultaat kan alleen worden bereikt door een optreden op EU-niveau.

Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, omdat het niet verder gaat dan wat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen.

Het voorstel harmoniseert niet alle aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud; een van de vele voorbeelden daarvan zijn de regels betreffende de sluiting van de overeenkomst, die niet geharmoniseerd zullen worden. Het voorstel is daarentegen gericht op de harmonisatie op het niveau van de Unie van alleen die specifieke, cruciale en dwingende contractuele consumentenrechten in de EU die essentieel zijn voor grensoverschrijdende online-transacties en waarvan is vastgesteld dat zij het handelsverkeer van belanghebbenden belemmeren en die noodzakelijk zijn om het vertrouwen van de consument in online-aankopen in het buitenland te bevorderen. Voorts zal de keuze voor de juridische vorm van een richtlijn in plaats van een verordening tot aanzienlijk minder inmenging in het nationale recht leiden (zie hierna onder "Keuze van het instrument") aangezien het lidstaten de vrijheid laat om de tenuitvoerlegging aan te passen aan hun nationale wetgeving.

Keuze van het instrument

De Commissie stelt een tweetal harmonisatie-richtlijnen voor die in een volledige harmonisatie voorzien: een richtlijn over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en een richtlijn over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen.

De keuze voor een richtlijn laat de lidstaten de vrijheid om de tenuitvoerlegging aan te passen aan hun nationaal recht. Het voorstel bepaalt bijvoorbeeld niet of de overeenkomst voor de levering van digitale inhoud moet worden beschouwd als een koopovereenkomst, een overeenkomst inzake diensten, een huurovereenkomst of een overeenkomst sui generis; de richtlijn laat het aan de lidstaten om daarover te beslissen. Om haar gevolgen rechtstreekse werking te verlenen zou een verordening een veel gedetailleerdere en uitgebreidere regeling vergen dan een richtlijn. Deze zou daardoor een veel grotere inmenging in het nationale recht met zich brengen. Een verordening draagt ook het gevaar in zich minder toekomstbestendig te zijn, aangezien deze, in tegenstelling tot een richtlijn, zo gedetailleerd zou moeten zijn dat er geen ruimte zou zijn om de uitvoering van de volledig geharmoniseerde regels aan te passen aan een markt die zich technologisch en commercieel zo snel ontwikkelt als de markt voor digitale inhoud.

De keuze voor volledige harmonisatie zal leiden tot eenvoudige en moderne regels die belemmeringen in verband met het overeenkomstenrecht uit de weg ruimen en een gunstig juridisch kader scheppen voor het bedrijfsleven en die tegelijkertijd ervoor zorgen dat consumenten in de hele EU hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming genieten.

Een niet-dwingend instrument, zoals een optionele modelovereenkomst, zou de beoogde bevordering van de totstandbrenging en werking van de eengemaakte markt niet verwezenlijken. Handelaren zouden nog steeds verschillende dwingende nationale regels al naar gelang van het land van woonplaats van de consument in acht moeten nemen, wanneer deze regels een hoger niveau van consumentenbescherming bieden dan de modelovereenkomst, en zouden dus nog steeds met kosten in verband met het overeenkomstenrecht te maken hebben.

3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Raadplegingen van belanghebbenden

Raadplegingsproces

Er werd een uitgebreide raadplegingsstrategie ontwikkeld om te zorgen voor een brede deelneming tijdens de hele beleidscyclus van dit initiatief. Deze strategie was gebaseerd op een mix van publieke en gerichte raadplegingen. De Commissie heeft geprobeerd om een brede en evenwichtige reeks van standpunten over dit onderwerp te vergaren door alle betrokken partijen (ondernemingen, consumenten, nationale autoriteiten, advocaten en academici) de gelegenheid te bieden hun mening te geven 19 .

- Openbare raadpleging: een openbare raadpleging van 12 weken via het internet resulteerde in 189 reacties vanuit alle categorieën belanghebbenden in de hele EU.

- Gerichte raadplegingen: uit 22 organisaties die een breed scala aan belangen vertegenwoordigen, werd ten behoeve van de raadpleging een adviesgroep gevormd. De groep is zeven keer bijeengekomen.

Ook hebben van juni tot augustus 2015 diepgaande gesprekken met het bedrijfsleven plaatsgevonden om gegevens te verzamelen over kosten in verband met het overeenkomstenrecht waarmee ondernemingen bij verkoop in het buitenland te maken krijgen.

In het kader van de strategie voor de digitale eengemaakte markt werden in 2015 twee enquêtes, een consumentenenquête 20 en een bedrijfsenquête 21 , gehouden om gegevens te verzamelen waaruit de belangrijkste grensoverschrijdende belemmeringen voor de digitale interne markt blijken.

Ten slotte werd consumenten en ondernemingen in het kader van een economische studie over digitale inhoud voor consumenten, gevraagd welke problemen zij hebben ondervonden bij de aankoop van digitale inhoud 22 .

- Raadpleging van de lidstaten: er werden drie workshops met de lidstaten georganiseerd tussen juni en oktober 2015. De relevante onderwerpen werden ook besproken met de nationale handhavingsinstanties tijdens de bijeenkomst van het Comité voor samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming (april 2015) en met de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor consumentenbeleid tijdens de bijeenkomst van het netwerk voor consumentenbeleid (mei 2015).

Samenvatting van de resultaten

Een meerderheid van de ondernemingen in het algemeen acht het nodig dat de EU maatregelen neemt in de vorm van volledige harmonisatie; de IT-sector en de juridische beroepen zijn meer verdeeld. Ook consumentenorganisaties erkennen de noodzaak om te handelen en zijn voorstander van volledige harmonisering mits een hoog niveau van consumentenbescherming wordt gewaarborgd. Een meerderheid van de lidstaten die reageerden, is ook ingenomen met maatregelen op het gebied van digitale inhoud op EU-niveau. Sommige daarvan geven aan dat zij de voorkeur zouden geven aan volledige harmonisatie of gerichte volledige harmonisatie. Andere lidstaten prefereren een betere handhaving en een evaluatie van de bestaande regels Een aantal van de lidstaten wijst op de noodzaak om te zorgen voor samenhang tussen de regels voor goederen en die voor digitale inhoud.

De overgrote meerderheid van de respondenten is voorstander van een aanpak die alleen betrekking heeft op overeenkomsten tussen ondernemingen en consumenten. De overgrote meerderheid van de consumenten, lidstaten en beoefenaars van juridische beroepen is er voorstander van om niet alleen digitale inhoud die tegen betaling van een prijs wordt geleverd, maar ook digitale inhoud die wordt geleverd in ruil voor door de consument verstrekte (persoons- en andere) gegevens, onder het voorstel te laten vallen. Ondernemingen zijn op dit punt meer verdeeld.

Wat de inhoud van de regels betreft, betogen consumenten en beoefenaars van juridische beroepen dat gebruikers als een eerste vorm van genoegdoening de mogelijkheid zouden moeten hebben om de overeenkomst te ontbinden. Ondernemingen benadrukken dat leveranciers van digitale inhoud de keuze moeten hebben de goederen in overeenstemming met de overeenkomst te brengen alvorens de mogelijkheid te hebben de overeenkomst te ontbinden. Volgens sommige IT-organisaties moeten consumenten alleen het recht hebben de overeenkomst te ontbinden en de betaalde prijs terug te krijgen, maar niet het recht om te verzoeken dat de inhoud in overeenstemming met de overeenkomst wordt gebracht, aangezien dit voor handelaren te duur kan zijn. Andere IT-organisaties achten vormen van genoegdoening in geval van gebrek aan overeenstemming überhaupt niet op hun plaats in het geval van digitale inhoud. De lidstaten zijn bijna unaniem voorstander van de opname van alle voor goederen reeds beschikbare vormen van genoegdoening. De overgrote meerderheid van de respondenten is het erover eens dat handelaren de kenmerken van de geleverde digitale inhoud onder bepaalde voorwaarden (zoals het voorafgaand informeren van de consument) zouden moeten kunnen wijzigen en dat consumenten langetermijnovereenkomsten zouden moeten kunnen ontbinden.

Vergaren en benutten van deskundigheid

Een groep van deskundigen op het gebied van cloudcomputingovereenkomsten is zeven keer bijeengekomen, hoofdzakelijk in de loop van 2014. De deskundigengroep werd opgericht in het kader van de Europese cloudcomputingstrategie en was samengesteld uit praktijkbeoefenaars en organisaties die aanbieders en gebruikers van cloud-diensten vertegenwoordigen alsook uit vertegenwoordigers van juridische beroepen en academici met deskundigheid op het gebied van cloudcomputingovereenkomsten en op het gebied van voor cloudcomputingovereenkomsten relevante aspecten inzake de bescherming van persoonsgegevens.

Cloudcomputingovereenkomsten speelden een bijzonder belangrijke rol bij de vaststelling van de problemen inzake overeenkomsten die voor deze richtlijn relevant zijn. Deze problemen, die uitgebreid zijn besproken door de groep, hebben betrekking op kwaliteit, aansprakelijkheid of de wijziging van de overeenkomsten 23 . 

De Commissie heeft zich ook gebaseerd op verschillende economische en juridische studies, waarvoor speciaal ten behoeve van dit initiatief dan wel als onderdeel van de strategie voor de digitale eengemaakte markt, opdracht werd gegeven 24 . 

Effectbeoordeling

De raad voor regelgevingstoetsing heeft op 16 oktober 2015 een eerste advies uitgebracht over de ontwerp-effectbeoordeling, dat is gewijzigd om rekening te houden met opmerkingen van de raad en vervolgens opnieuw is ingediend. Het tweede advies, waarbij de ontwerp-effectbeoordeling werd goedgekeurd onder voorbehoud van de inachtneming van de opmerkingen, is door de raad op 9 november 2015 uitgebracht 25 . 

Het herziene effectbeoordelingsverslag en een samenvatting worden samen met de voorstellen gepubliceerd 26 . 

Onderzochte beleidsalternatieven

Naast de gevolgen van het uitblijven van een beleidsverandering werden in de effectbeoordeling de volgende beleidsalternatieven onderzocht: i) optie 1: gerichte, volledige harmonisatie van bepalingen inzake digitale inhoud en goederen; ii) optie 2: gerichte, volledige harmonisatie van bepalingen inzake digitale inhoud en toepassing van het recht van de lidstaat van de handelaar in combinatie met de bestaande geharmoniseerde regels inzake goederen; iii) optie 3: gerichte, volledige harmonisatie van bepalingen inzake digitale inhoud en geen beleidswijziging voor goederen; iv) optie 4: minimumharmonisatie van bepalingen inzake digitale inhoud en geen beleidswijziging voor goederen; v) optie 5: een optionele Europese modelovereenkomst in combinatie met een EU-keurmerk.

Op grond van een vergelijkende analyse van de effecten van deze opties werd in het effectbeoordelingsverslag tot de conclusie gekomen dat optie 1 het best zou beantwoorden aan de beleidsdoelstellingen. Deze optie zal de met het overeenkomstenrecht samenhangende kosten voor handelaars verminderen en de grensoverschrijdende elektronische handel bevorderen. Ondernemingen zullen zich grotendeels op hun eigen wetgeving kunnen baseren wanneer zij grensoverschrijdend verkopen, aangezien de voornaamste regels die voor grensoverschrijdende handel relevant zijn, in alle lidstaten hetzelfde zullen zijn. Hoewel de nieuwe bepalingen inzake digitale inhoud bepaalde extra kosten voor ondernemingen met zich kunnen brengen, zullen deze kosten in vergelijking met de bestaande situatie beperkt zijn, aangezien de nieuwe rechten volledig geharmoniseerd zullen zijn. Zij zullen ondernemingen daarom een juridisch veilig en ondernemingsvriendelijk klimaat bieden. Consumenten zullen beschikken over een duidelijke reeks rechten in de hele EU en dus meer vertrouwen hebben in het grensoverschrijdend kopen van goederen of verwerven van toegang tot digitale inhoud. Dit zal een win-winsituatie voor ondernemingen en consumenten creëren. De concurrentie zal toenemen, wat leidt tot een algehele toename van handel en bijgevolg tot een ruimere en betere keuze tegen meer concurrerende prijzen voor de consument, met aanzienlijke macro-economische voordelen voor de EU.

Het uitblijven van beleidswijziging zou niet bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de digitale eengemaakte markt en de huidige economische situatie wellicht negatief beïnvloeden.

Het positieve gevolg van optie 2 zou zijn dat de regels voor digitale inhoud volledig geharmoniseerd zijn. De optie zou voor goederen leiden tot meer stimulansen voor grensoverschrijdende levering, aangezien handelaren hun producten volledig op basis van hun eigen wetgeving grensoverschrijdend zouden kunnen verkopen. Tot op zekere hoogte zouden consumenten kunnen profiteren van een grotere keuze en lagere prijzen. Op grond van deze optie zouden consumenten echter niet meer profiteren van een door hun eigen nationale wetgeving geboden hoger niveau van consumentenbescherming. Omgekeerd zouden consumenten kunnen profiteren van een eventueel door de wetgeving van de lidstaat van de handelaar geboden hoger niveau van bescherming wanneer dat op specifieke punten verder gaat dan hun eigen nationale wetgeving.

Optie 3 zou het positieve effect hebben van volledig geharmoniseerde regels voor digitale inhoud, maar voor goederen zouden aan het overeenkomstenrecht gerelateerde belemmeringen voor grensoverschrijdende handel blijven bestaan.

Optie 4 zou minimumrechten scheppen voor consumenten met betrekking tot overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud in de EU en bijgevolg het vertrouwen van de consument tot op zekere hoogte vergroten. De lidstaten zouden regels kunnen vaststellen die nog meer bescherming bieden. Deze optie zou echter de kosten voor handelaren niet verminderen. Zij zouden bij verkoop in andere lidstaten nog steeds moeten voldoen aan uiteenlopende nationale dwingende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht wanneer die een hoger niveau van consumentenbescherming bieden.

Optie 5 zou ondernemingen kunnen helpen bij de verkoop van digitale inhoud in de EU en consumenten een bevredigend niveau van consumentenbescherming bieden, zij het dat dit sterk afhangt van de inhoud van de bepalingen van de modelovereenkomsten waarover de sector het eens moet worden en van de mate van gebruik en aanvaarding van het keurmerk door EU-ondernemingen. Consumenten hebben wellicht meer vertrouwen in het kopen bij buitenlandse handelaren wanneer daaraan het keurmerk is toegekend. Handelaren zouden echter nog steeds verplicht zijn om dwingende nationale bepalingen van het land van de gewone verblijfplaats van de consument in acht te nemen, wanneer deze een hoger niveau van consumentenbescherming bieden dan de bepalingen van de modelovereenkomst en kunnen dus nog steeds met kosten in verband met het overeenkomstenrecht te maken hebben.

Voornaamste effecten van het voorstel

In de effectbeoordeling wordt ingegaan op de gevolgen van beide voorstellen, de richtlijn over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en de richtlijn over bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen.

De twee voorstellen zullen belemmeringen op het gebied van overeenkomstenrecht voor grensoverschrijdende online-handel wegnemen, zowel voor consumenten als voor ondernemers. Het wegnemen van deze belemmeringen stimuleert de grensoverschrijdende handel: wanneer de belemmeringen in verband met het overeenkomstenrecht zouden worden opgeheven, zou het aantal bedrijven dat online grensoverschrijdend verkoopt met 122 000 toenemen. De uitvoer binnen de EU zou met ongeveer 1 miljard EUR stijgen. De toename van de concurrentie binnen de online-detailhandel zou tot een daling in alle lidstaten van de detailhandelsprijzen leiden van gemiddeld - 0,25 % op EU-niveau. Deze prijsdaling en het toegenomen vertrouwen van de consument als gevolg van het bestaan van uniforme EU-rechten, zal tot een extra vraag van de kant van de consument leiden. De particuliere consumptie, die een afspiegeling vormt van de welvaart van de consument, zou in iedere lidstaat met een EU-gemiddelde van + 0,23 % stijgen, wat overeenkomt met ongeveer 18 miljard EUR. Tussen de 7,8 en 13 miljoen consumenten extra zouden de stap zetten om online grensoverschrijdend te gaan kopen. Het gemiddelde bedrag dat jaarlijks door elke grensoverschrijdende koper wordt gespendeerd, zou ook toenemen en wel met 40 EUR. Deze toename van vraag en aanbod zal rechtstreekse effecten hebben op de voornaamste macro-economische variabelen in elke lidstaat afzonderlijk en in de EU als geheel. Het reële bbp van de EU zal naar verwachting toenemen met ongeveer 4 miljard EUR per jaar.

Wie zal de gevolgen merken en hoe?

Ondernemingen zullen worden geconfronteerd met kosten om aan de nieuwe richtlijn te voldoen, maar uiteindelijk zullen de voordelen van volledig geharmoniseerde regels voor de uitvoer van goederen en digitale inhoud in de hele EU overwegen. De nieuwe wetgeving zal ook voor kmo's gelden: wanneer zij daarvan vrijgesteld zouden worden, zouden consumenten met minder vertrouwen bij deze ondernemingen kopen. Er is geen reden om consumenten minder te beschermen wanneer zij bij kmo's iets kopen dan wanneer zij klant zijn bij grotere leveranciers. Een vrijstelling zou ook afbreuk doen aan de voordelen die het bestaan van één enkele reeks, in de hele EU toepasselijke regels, kmo's biedt. Het initiatief zal juist vooral voor kmo's bijzonder gunstig zijn, aangezien voor deze ondernemingen de kosten voor de aanpassing van hun overeenkomsten aan de dwingende bepalingen van andere lidstaten meer doorwegen en zij vaker beperkt zijn tot hun thuismarkt dan hun grotere concurrenten. Grensoverschrijdende handel is voor kmo's een belangrijke manier om schaalvoordelen te genieten. Kmo's ondervinden problemen bij het vinden van klanten. In een online-omgeving zou dat minder het geval zijn, aangezien het internet het mogelijk maakt om online te verkopen tegen lagere kosten dan wanneer offline wordt gehandeld.

Grondrechten

Het voorstel voor de levering van digitale inhoud zal bevorderlijk zijn voor een aantal rechten die beschermd zijn krachtens het EU-Handvest van de grondrechten, met name artikel 38 inzake consumentenbescherming en artikel 16 inzake de vrijheid van ondernemerschap.

Wanneer een reeks specifieke bepalingen inzake digitale inhoud volledig wordt geharmoniseerd, zullen consumenten in de EU duidelijke en specifieke rechten genieten bij het kopen/verwerven van toegang tot digitale inhoud in eigen land of in andere lidstaten, zodat de consumentenbescherming in de hele EU versterkt wordt, waarmee wordt voldaan aan de doelstelling van artikel 38 van het Handvest van de grondrechten.

Een geheel van volledig geharmoniseerde regels inzake essentiële aspecten van de levering van digitale inhoud zal ook bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 16 omdat het ondernemingen gemakkelijker zal worden gemaakt om digitale inhoud in de EU zowel binnenlands als grensoverschrijdend te verkopen. Hun vermogen om hun bedrijfsactiviteiten uit te breiden, zal derhalve worden versterkt. 

Ten slotte zullen duidelijke contractuele rechten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 47 (recht op een doeltreffende voorziening in rechte), aangezien de mogelijkheid om het recht op een doeltreffende voorziening in rechte uit te oefenen, zal worden vergroot. De nieuwe regels dienen duidelijkheid te verschaffen over de beschikbare vormen van genoegdoening in geval van geschillen.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplannen en regelingen voor monitoring, evaluatie en verslaglegging

Van de lidstaten zal worden verlangd dat zij de Commissie de maatregelen meedelen ter uitvoering van de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud. Deze maatregelen zullen de tekst van de door de lidstaten aangenomen wetgeving weergeven. De Commissie zal erop toezien dat deze maatregelen in overeenstemming zijn met de richtlijn.

De Commissie zal een monitoring- en evaluatie-exercitie beginnen om te beoordelen hoe doeltreffend met de richtlijn de doelstellingen worden bereikt. De resultaten van de evaluatie zullen worden gebruikt bij een evaluatieproces, dat 5 jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn moet worden uitgevoerd en in het kader waarvan de effectiviteit van de richtlijn zal worden onderzocht.

Toelichtende stukken

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken, hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn wordt de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd geacht.

Gedetailleerde toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

Het voorstel bevat 20 artikelen.

Artikel 1 geeft het onderwerp van de richtlijn aan, namelijk de volledige harmonisering van een reeks essentiële regels met betrekking tot overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud. Het artikel maakt duidelijk dat de richtlijn bepalingen bevat over de overeenstemming van de digitale inhoud met de overeenkomst en over de vormen van genoegdoening waarover consumenten beschikken bij gebrek aan overeenstemming van de digitale inhoud met de overeenkomst, alsook over bepaalde aspecten met betrekking tot het recht een langetermijnovereenkomst te ontbinden en de wijziging van de digitale inhoud.

Artikel 2 bevat een lijst van definities van in de richtlijn gebruikte begrippen. Sommige definities vloeien voort uit het huidige acquis, zoals de definitie van een consument, of uit het voorstel voor een verordening betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht. Andere definities weerspiegelen het specifieke karakter van digitale inhoud en de snelle technologische en commerciële ontwikkeling. Zo is bijvoorbeeld de definitie van digitale inhoud met opzet ruim en omvat deze alle vormen van digitale inhoud, waaronder bijvoorbeeld gedownloade of gestreamde films, cloudopslag, sociale media of visuele bestandsmodellen voor 3D-printen, zodat deze definitie ook in de toekomst bruikbaar is, concurrentieverstoring wordt voorkomen en gelijke concurrentievoorwaarden worden geschapen.

Artikel 3 geeft, uitgaande van het onderwerp, de personele en materiële werkingssfeer van de richtlijn. De richtlijn is alleen van toepassing op transacties tussen ondernemingen en consumenten. In de strategie voor de digitale eengemaakte markt worden de met het overeenkomstenrecht verband houdende problemen in de onderlinge betrekkingen tussen ondernemingen erkend, met name in verband met de specifieke behoeften van kmo's, en deze problemen zullen worden onderzocht in het kader van andere maatregelen die in de strategie zijn aangekondigd. De richtlijn heeft betrekking op de levering van alle soorten digitale inhoud. Naast digitale inhoud die geleverd is in ruil voor een geldelijke vergoeding heeft zij ook betrekking op digitale inhoud die is geleverd in ruil voor door consumenten verstrekte (persoonlijke en andere) gegevens, behalve wanneer de gegevens enkel zijn verzameld met het oog op het naleven van wettelijke voorschriften. De richtlijn is niet van toepassing op diensten waarvan de uitvoering voor een aanzienlijk deel menselijke interventie met zich brengt of op overeenkomsten die betrekking hebben op specifieke sectorale diensten, zoals gezondheidszorg, gokdiensten of financiële diensten. Artikel 3 verduidelijkt ook dat in geval van een conflict tussen de richtlijn en een andere handeling van de Unie, de andere handeling van de Unie voorrang geniet. Met name wordt in dit artikel verduidelijkt dat de richtlijn geen afbreuk doet aan de voorschriften inzake gegevensbescherming. Ten slotte wordt verduidelijkt dat de richtlijn geen afbreuk doet aan nationale wetgeving voor zover de inhoud daarvan niet bij onderhavige richtlijn wordt geregeld, zoals nationale regels die voorzien in verplichtingen van de consument jegens de leverancier van digitale inhoud of die de kwalificatie, de totstandkoming of de geldigheid van overeenkomsten regelen.

Artikel 4 bepaalt dat de huidige richtlijn een richtlijn ter volledige harmonisatie is. De richtlijn belet de lidstaten om binnen haar toepassingsgebied wetgeving vast te stellen of te handhaven die achterblijft bij of verder gaat dan de eisen van de richtlijn. Artikel 4 gelezen in combinatie met artikel 1 impliceert ook dat het de lidstaten op andere gebieden, die niet onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, vrij staat om in nationale oplossingen te voorzien.

Artikel 5 verduidelijkt de modaliteiten en tijdstip van de levering van digitale inhoud. De digitale inhoud moet worden verstrekt aan de consument of aan een derde partij die een fysieke of virtuele faciliteit exploiteert die de verwerking van, toegang tot of overdracht aan de eindverbruiker van digitale inhoud mogelijk maakt en waarmee de consument zich in een contractuele relatie bevindt. Als uitgangspunt geldt dat de digitale inhoud onmiddellijk moet worden geleverd, tenzij de partijen anders overeenkomen.

Artikel 6 bevat een mix van contractuele en wettelijke criteria inzake overeenstemming op grond waarvan voor de kwaliteit van de digitale inhoud wordt beoordeeld. In de eerste plaats moet de digitale inhoud in overeenstemming zijn met wat in de overeenkomst werd afgesproken. Bij gebreke van dergelijke expliciete ijkpunten moet de overeenstemming van de digitale inhoud met de overeenkomst worden beoordeeld aan de hand van een objectief criterium, dat wil zeggen dat de inhoud geschikt moet zijn voor het doel waarvoor digitale inhoud van dezelfde omschrijving gewoonlijk zou worden gebruikt. Artikel 6 verduidelijkt ook dat wanneer de digitale inhoud gedurende een bepaalde tijd wordt geleverd, de digitale inhoud gedurende de hele looptijd van de overeenkomst daarmee in overeenstemming moet zijn en dat de aan de consument geleverde versie van de digitale inhoud, ook de meest recente versie moet zijn die op het moment van de sluiting van de overeenkomst beschikbaar is.

In artikel 7 wordt uitgelegd dat een gebrek aan overeenstemming van de digitale inhoud als gevolg van een onjuiste integratie in de hardware en de software van de consument gelijk moet worden gesteld aan een gebrek aan overeenstemming van de digitale inhoud zelf wanneer de redenen voor de onjuiste integratie bij de leverancier moeten worden gezocht.

Artikel 8 bevat een aanvullend vereiste inzake overeenstemming volgens hetwelk op de digitale inhoud geen rechten van een derde partij meer mogen rusten, met inbegrip van op intellectuele eigendom gebaseerd rechten.

Artikel 9 bepaalt dat het aan de leverancier is om het gebrek aan overeenstemming te bewijzen, tenzij de digitale omgeving van de consument niet verenigbaar met de digitale inhoud is. Deze omkering van de bewijslast is niet beperkt in de tijd aangezien digitale inhoud niet onderhevig aan slijtage is. Volgens artikel 9 moet de consument samenwerken met de leverancier om deze laatste in staat te stellen zich te vergewissen van de digitale omgeving van de consument. De verplichting tot samenwerking moeten worden beperkt tot de minst ingrijpende middelen waarover de leverancier technisch beschikken kan.

Artikel 10 bepaalt in welke de gevallen de leverancier aansprakelijk is jegens de consument, namelijk wanneer de digitale inhoud niet in overeenstemming met de overeenkomst is of de leverancier volledig verzuimd heeft de digitale inhoud te leveren. Aangezien digitale inhoud soms gedurende een bepaalde termijn wordt geleverd, dient de leverancier ook aansprakelijk te zijn voor elk gebrek aan overeenstemming dat zich tijdens die termijn voordoet.

Artikel 11 verleent de consument het recht om de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden wanneer de leverancier volledig heeft verzuimd de digitale inhoud overeenkomstig artikel 5 te leveren.

Artikel 12 geeft een opsomming van de vormen van genoegdoening die de consument ter beschikking staan wanneer verzuimd wordt de digitale inhoud te leveren of de digitale inhoud niet in overeenstemming met de overeenkomst is. In eerste instantie heeft de consument er recht op dat de digitale inhoud binnen een redelijke termijn, zonder ernstige overlast en kosteloos in overeenstemming met de overeenkomst wordt gebracht. In tweede instantie heeft de consument recht op een prijsreductie of op ontbinding van de overeenkomst indien het gebrek aan overeenstemming samenhangt met de belangrijkste prestatiekenmerken.

Artikel 13 vermeldt de gevolgen van ontbinding van de overeenkomst wegens gebrek aan overeenstemming van de digitale inhoud. Zo wordt bijvoorbeeld bepaald dat de leverancier de prijs zal terugbetalen of, indien de tegenprestatie uit het verstrekken van gegevens bestond, deze gegevens noch enige andere informatie die de consument in ruil voor de digitale inhoud heeft verstrekt, zal gebruiken. Ook verduidelijkt dit artikel dat ook de consument zich na de ontbinding moet onthouden van verder gebruik van de digitale inhoud.

Artikel 14 voorziet in een recht op schadevergoeding, dat beperkt is tot gevallen waarin aan de digitale inhoud en de hardware van de consument schade is toegebracht. Dit artikel bepaalt dat de lidstaten echter de nadere voorwaarden moeten vaststellen voor de uitoefening van het recht op schadevergoeding.

In artikel 15 wordt een opsomming gegeven van de voorwaarden waaronder de leverancier de overeenkomst voor de levering van digitale inhoud met betrekking tot de belangrijkste prestatiekenmerken kan wijzigen, zoals voorafgaande instemming van en informatie aan de consument of het recht van de consument om de overeenkomst te ontbinden.

Artikel 16 geeft de voorwaarden waaronder de consument het recht heeft om overeenkomsten voor onbepaalde tijd of met een looptijd van meer dan 12 maanden te ontbinden en dan van aanbieder kan wisselen. Zo moet de consument de leverancier 14 dagen vóór de datum waarop de ontbinding van kracht wordt, van de ontbinding in kennis stellen. Artikel 16 geeft ook een nadere beschrijving van de gevolgen van de ontbinding van een langetermijnovereenkomst. Het bepaalt ook dat de leverancier zich moet onthouden van het gebruik van gegevens en alle andere informatie die de consument in ruil voor de digitale inhoud heeft verstrekt.

Artikel 17 biedt de leverancier een recht op verhaal in geval van een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de keten van transacties dat heeft geleid tot aansprakelijkheid van de leverancier wegens gebrek aan overeenstemming of verzuim om aan de consument te leveren. De voorwaarden voor de uitoefening van dit recht moeten bij het nationale recht van de lidstaten worden geregeld.

Artikel 18 verplicht de lidstaten ertoe ervoor te zorgen dat er passende en doeltreffende middelen beschikbaar zijn om de naleving van de bepalingen van deze richtlijn te waarborgen.

Artikel 19 bevat een bepaling over het dwingende karakter van de bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht, d.w.z. het bepaalt dat elke afwijking van de voorschriften van de richtlijn ten nadele van de consument deze laatste niet bindt.

Artikel 20 voorziet in wijzigingen van andere EU-wetgeving. Het wijzigt Richtlijn 1999/44/EG om overlappingen tussen de twee instrumenten te voorkomen. Bij artikel 20 wordt ook een verwijzing naar deze richtlijn toegevoegd in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004, om de grensoverschrijdende samenwerking bij de handhaving van deze richtlijn te bevorderen. Het voegt ook een verwijzing naar deze richtlijn toe in bijlage I bij Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad 27 om ervoor te zorgen dat de in deze richtlijn neergelegde collectieve belangen van de consument worden beschermd.

In artikel 21 is de uiterste termijn vastgesteld voor de omzetting door de lidstaten.

Artikel 22 bepaalt dat de Commissie verplicht is de toepassing van deze richtlijn uiterlijk 5 jaar na haar inwerkingtreding te evalueren.

In artikel 23 is de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn vastgesteld.

Artikel 24 vermeldt de adressaten van de richtlijn.

2015/0287 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 28 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het groeipotentieel van elektronische handel wordt nu nog niet volledig benut. Met de strategie voor de digitale eengemaakte markt voor Europa 29 worden op een integrale wijze de belangrijkste belemmeringen voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende elektronische handel in de Europese Unie aangepakt, zodat dit potentieel wordt aangeboord. Om de digitale economie van de Unie te bevorderen en de algehele groei te stimuleren, moet ervoor worden gezorgd dat consumenten betere toegang tot digitale inhoud hebben en moet het ondernemingen gemakkelijker worden gemaakt om digitale inhoud te leveren.

(2)Voor het verwezenlijken van een echte digitale eengemaakte markt is het nodig dat bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud worden geharmoniseerd, waarbij moet worden uitgegaan van een hoog niveau van consumentenbescherming.

(3)Verschillen in nationale dwingende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht en een duidelijk gebrek aan bepalingen van overeenkomstenrecht behoren tot de voornaamste belemmeringen voor de ontwikkeling van het aanbod van digitale inhoud, aangezien er op het niveau van de Unie slechts zeer weinig pasklare regels bestaan. Als gevolg van de verschillen in nationale dwingende bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht en rechtsonzekerheid wanneer zij grensoverschrijdend digitale inhoud verkopen, hebben bedrijven te maken met extra kosten. Bedrijven worden ook geconfronteerd met kosten wanneer zij hun overeenkomsten aanpassen aan specifieke dwingende bepalingen voor de levering van digitale inhoud die in diverse lidstaten al worden ingevoerd en die tot verschillen leiden qua werkingssfeer en qua inhoud tussen de specifieke nationale regels die op deze overeenkomsten van toepassing zijn. In die lidstaten waar er nog geen specifieke regels voor de levering van digitale inhoud bestaan, hebben handelaren die grensoverschrijdend willen verkopen, te kampen met onzekerheid, omdat zij vaak niet weten welke regels voor digitale inhoud gelden in de lidstaat waarnaar zij willen exporteren noch wat de inhoud van die regels is en of zij dwingend zijn of niet.

(4)Consumenten ontbreekt het aan vertrouwen wanneer zij grensoverschrijdend kopen en vooral wanneer dit online is. Een van de belangrijkste factoren voor dit gebrek aan vertrouwen is de onzekerheid over hun belangrijkste contractuele rechten en het gebrek aan een duidelijk contractueel kader voor digitale inhoud. Veel consumenten die digitale inhoud aanschaffen, ondervinden problemen met betrekking tot de kwaliteit van of de toegang tot digitale inhoud. Zij ontvangen bijvoorbeeld verkeerde of gebrekkige digitale inhoud, of zij kunnen geen toegang krijgen tot de digitale inhoud in kwestie. Dit alles heeft tot gevolg dat consumenten financiële en niet-financiële schade lijden.

(5)Om deze problemen te verhelpen, moeten zowel ondernemingen als consumenten kunnen vertrouwen op volledig geharmoniseerde bepalingen voor de levering van digitale inhoud waarin in de hele Unie geldende contractuele rechten worden omschreven, die essentieel zijn voor dit soort transacties.

(6)Wanneer de bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht in alle lidstaten volledig zijn geharmoniseerd, zal het voor ondernemingen gemakkelijker zijn om grensoverschrijdend digitale inhoud aan te bieden. Zij zullen dan over een stabiel kader van overeenkomstenrecht beschikken wanneer zij online en anderszins op afstand verkopen naar andere lidstaten. Volledig geharmoniseerde regels die specifiek voor digitale inhoud in de hele EU gelden, zullen de complexiteit wegnemen die het gevolg is van de verschillen in de nationale voorschriften die thans op overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud van toepassing zijn. Zij zullen ook de juridische fragmentatie voorkomen die anders het gevolg zou zijn van nieuwe nationale regelingen die specifiek op digitale inhoud van toepassing zijn.

(7)Consumenten zullen profiteren van volledig geharmoniseerde rechten inzake digitale inhoud met een hoog niveau van bescherming. Zij zullen duidelijke rechten hebben wanneer zij digitale inhoud ontvangen of daartoe toegang hebben vanuit eender waar in de EU. Dit zal hun vertrouwen in de aankoop van digitale inhoud doen toenemen. Dit zal ook bijdragen tot de vermindering van het nadeel dat de consumenten thans ondervinden, omdat er een reeks van duidelijke rechten zal zijn die hen in staat stelt om de problemen waarvoor digitale inhoud hen stelt, aan te pakken.

(8)Deze richtlijn moet zorgen voor de volledige harmonisatie van een reeks essentiële bepalingen die tot dusver nog niet op EU-niveau zijn geregeld. Zij moet daarom bepalingen bevatten inzake de overeenstemming van de digitale inhoud met de overeenkomst, vormen van genoegdoening voor de consument in geval van gebrek aan overeenstemming van de digitale inhoud met de overeenkomst en bepaalde modaliteiten voor de toepassing van die vormen van genoegdoening. Deze richtlijn dient ook bepaalde aspecten te harmoniseren van het recht tot ontbinding van langetermijnovereenkomsten, alsook bepaalde aspecten van de wijziging van digitale inhoud.

(9)Door alle vereisten inzake de door deze richtlijn geregelde onderwerpen volledig te harmoniseren, wordt lidstaten belet om – binnen het toepassingsgebied van de richtlijn – verdere formele of materiële vereisten in te voeren, bijvoorbeeld een termijn waarbinnen het gebrek aan overeenstemming duidelijk moet worden, een verplichting voor de consument om de leverancier binnen een bepaalde termijn in kennis te stellen van een gebrek aan overeenstemming of een verplichting voor de consument om voor het gebruik van de digitale inhoud te betalen tot het moment van ontbinding op grond van een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst.

(10)Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan nationale wetgeving voor zover de betrokken onderwerpen niet bij deze richtlijn worden geregeld, zoals nationale regels die voorzien in verplichtingen van de consument jegens de leverancier van digitale inhoud of die de kwalificatie, de totstandkoming en de geldigheid van overeenkomsten of de rechtmatigheid van de inhoud regelen. De lidstaten moeten ook vrij blijven om de nadere voorwaarden voor de uitoefening van rechten te regelen, zoals het recht op schadevergoeding voor zover deze richtlijn daarop niet van toepassing is, of om bepalingen in te voeren die de gevolgen regelen van de ontbinding van de overeenkomst en die in aanvulling op de bepalingen inzake restitutie van deze richtlijn van toepassing zijn.

(11)De richtlijn moet oplossingen bieden voor problemen inzake verschillende categorieën digitale inhoud en de levering daarvan. Om in te spelen op de snelle technologische ontwikkelingen en om ervoor te zorgen dat het begrip "digitale inhoud" ook in de toekomst bruikbaar is, moet dit begrip in deze richtlijn ruimer worden omschreven dan in Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad 30 is gebeurd. Met name moet het zich uitstrekken tot diensten die de totstandkoming, de verwerking of opslag van gegevens mogelijk maken. Hoewel er tal van manieren zijn om digitale inhoud te leveren, zoals doorgifte op een duurzame drager, het downloaden door consumenten op hun apparatuur, webstreaming of het verlenen van toegang tot capaciteit voor de opslag van digitale inhoud of tot het gebruik van sociale media, moet deze richtlijn van toepassing zijn op alle digitale inhoud, ongeacht de drager waarop deze wordt doorgegeven. Het is niet wenselijk een onderscheid te maken tussen verschillende categorieën in deze technologisch snel veranderende markt omdat het nauwelijks mogelijk zou zijn te voorkomen dat bepaalde leveranciers worden gediscrimineerd. Er moet worden gezorgd voor een gelijk speelveld tussen de leveranciers van verschillende categorieën digitale inhoud. Deze richtlijn mag echter niet van toepassing zijn op digitale inhoud die zodanig in goederen is verwerkt dat deze inhoud als een integrerend deel van die goederen functioneert en de functies ervan aan de hoofdfuncties van de goederen ondergeschikt zijn.

(12)Om op het gebied van vereisten inzake overeenstemming en de vormen van genoegdoening waarover consumenten in geval van gebrek aan overeenstemming de beschikking hebben, te voldoen aan de verwachtingen van consumenten en te zorgen voor een duidelijk en eenvoudig rechtskader voor leveranciers van digitale inhoud die op een duurzame drager wordt aangeboden, dient deze richtlijn van toepassing te zijn op goederen als dvd’s en cd's waarin digitale inhoud zodanig is verwerkt dat deze goederen duidelijk uitsluitend functioneren als drager van de digitale inhoud. De richtlijn dient van toepassing te zijn op digitale inhoud die geleverd is op een duurzame drager, ongeacht of deze inhoud op afstand of van hand tot hand wordt verkocht, teneinde fragmentatie tussen de verschillende distributiekanalen te voorkomen. Richtlijn 2011/83/EU dient op die goederen van toepassing te blijven, onder meer wat betreft de verplichtingen inzake de levering van goederen, de vormen van genoegdoening in geval van verzuim te leveren en de aard van de overeenkomst op grond waarvan deze goederen worden geleverd. De richtlijn doet evenmin afbreuk aan het distributierecht dat op deze goederen op grond van het auteursrecht van toepassing is.

(13)In de digitale economie heeft informatie over natuurlijke personen voor marktdeelnemers vaak en in toenemende mate een met geld te vergelijken waarde. Digitale inhoud wordt dikwijls niet tegen betaling van een prijs, maar tegen een andere tegenprestatie dan geld geleverd, bijvoorbeeld in ruil voor het verlenen van toegang tot persoons- of andere gegevens. Deze specifieke bedrijfsmodellen zijn in verschillende vormen op een aanzienlijk deel van de markt van toepassing. De invoering van een differentiatie al naar gelang van de aard van de tegenprestatie zou leiden tot een oneigenlijk onderscheid tussen verschillende bedrijfsmodellen; het zou een ongerechtvaardigde prikkel vormen voor bedrijven om digitale inhoud te gaan aanbieden in ruil voor gegevens. Er dient voor gelijke concurrentievoorwaarden te worden gezorgd. Bovendien kunnen tekortkomingen met betrekking tot de prestatiekenmerken van de tegen een andere tegenprestatie dan geld geleverde digitale inhoud, van invloed zijn op de economische belangen van consumenten. Derhalve mag de toepasselijkheid van de bepalingen van deze richtlijn niet ervan afhangen of een prijs wordt betaald voor de specifieke digitale inhoud in kwestie.

(14)Wat digitale inhoud betreft die tegen een andere tegenprestatie dan geld wordt geleverd, dient deze richtlijn alleen van toepassing te zijn op overeenkomsten waarbij de leverancier om gegevens vraagt en de consument hem deze gegevens, zoals naam en e-mailadres of foto’s, actief verstrekt, hetzij direct hetzij indirect via bijvoorbeeld individuele registratie- of op basis van een overeenkomst die toegang tot foto’s van de consument mogelijk maakt. Deze richtlijn dient niet van toepassing te zijn op situaties waarin de leverancier gegevens verzamelt die nodig zijn om de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst te laten functioneren, bv. de geografische locatie indien die nodig is om een mobiele applicatie goed te laten functioneren, of deze alleen verzamelt om te voldoen aan wettelijke vereisten, bijvoorbeeld wanneer de toepasselijke wetgeving registratie van de consument vereist met het oog op veiligheid en identificatie. Deze richtlijn dient evenmin van toepassing te zijn op situaties waarin de leverancier informatie verzamelt, met inbegrip van persoonsgegevens (zoals het IP-adres), of andere automatisch gegenereerde informatie (zoals gegevens die worden verzameld en doorgegeven via een cookie), zonder dat de consument deze gegevens actief aanbiedt, ook al aanvaardt de consument het cookie. Noch dient deze richtlijn van toepassing te zijn op situaties waarin de consument uitsluitend om toegang tot digitale inhoud te verkrijgen aan reclame wordt blootgesteld.

(15)Door consumenten gegenereerde inhoud moet op dezelfde grondslag worden behandeld als alle andere digitale inhoud die de consument tijdens de looptijd van de overeenkomst verstrekt of opslaat, zoals muziek en videobestanden, afbeeldingen, computergames of applicaties. Door consumenten gegenereerde inhoud omvat een brede reeks voorbeelden, zoals digitale afbeeldingen, video- en audiobestanden, blogs, discussiefora, op tekst gebaseerde samenwerkingsformats, posts, chats, tweets, blogs, podcasts, op mobiele apparatuur gecreëerde inhoud, inhoud die in het kader van online virtuele omgevingen is gecreëerd, ratings en verzamelingen links naar online-inhoud.

(16)Om te zorgen voor een gemeenschappelijke reeks rechten voor consumenten en gelijke concurrentievoorwaarden voor ondernemingen moeten consumenten over dezelfde vormen van genoegdoening beschikken met betrekking tot digitale inhoud die niet in overeenstemming met de overeenkomst is, ongeacht de wijze waarop die inhoud is ontwikkeld. Daarom dient de richtlijn van toepassing te zijn op overeenkomsten voor de ontwikkeling van digitale inhoud die precies is toegesneden op de specifieke eisen van de consument, zoals pasklare software. Deze richtlijn dient eveneens van toepassing te zijn op de levering van visuele modelleringsbestanden in het kader van 3D-printing. Deze richtlijn mag zich echter niet uitstrekken tot goederen die met gebruikmaking van 3D-printtechnologie zijn geproduceerd, noch tot de daaraan toegebrachte schade.

(17)Digitale inhoud is hoogst relevant in het kader van het internet van de dingen. Het is echter raadzaam om specifieke kwesties inzake de aansprakelijkheid in verband met het internet van de dingen, waaronder de aansprakelijkheid voor gegevens en overeenkomsten betreffende de interactie tussen machines, afzonderlijk te regelen.

(18)Overeenkomsten kunnen algemene voorwaarden van de leverancier bevatten die door de consument moeten worden aanvaard. Voor sommige digitale inhoud omschrijven leveranciers vaak de dienst en de meetbare doelstellingen van de dienstverlening in een overeenkomst inzake het niveau van de dienstverlening. Deze overeenkomsten inzake het niveau van de dienstverlening worden in het algemeen aan de hoofdovereenkomst gehecht en vormen een belangrijk onderdeel van de contractuele relatie tussen de leverancier en de consument. Zij moeten onder de definitie van een overeenkomst krachtens deze richtlijn vallen en dus voldoen aan de regels die daarin zijn vastgesteld.

(19)Deze richtlijn dient alleen van toepassing te zijn op diensten waarvan het belangrijkste voorwerp de levering van digitale inhoud is. Daarom mag de richtlijn niet van toepassing zijn op diensten die door de leverancier zelf worden verricht en waarbij de digitale middelen alleen worden gebruikt ten behoeve van toegang of levering, zoals een door een persoon aangeboden vertaling of andere professionele adviesdiensten waarbij alleen het resultaat van de dienst digitaal aan de consument wordt geleverd.

(20)Indien de leverancier in het kader van een overeenkomst of een netwerk van overeenkomsten digitale inhoud aanbiedt in combinatie met andere diensten, zoals telecommunicatiediensten, of goederen die niet louter als drager van de digitale inhoud dienen, mag deze richtlijn alleen van toepassing zijn op het aspect digitale inhoud van een dergelijk netwerk. Voor de overige elementen moet het toepasselijke recht gelden.

(21)Auteursrecht en andere aan intellectuele eigendom gerelateerde aspecten van de levering van digitale inhoud moeten buiten deze richtlijn vallen. Zij mag daarom geen afbreuk doen aan rechten en verplichtingen ingevolge het auteursrecht en andere wetgeving inzake intellectuele eigendom.

(22)De bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld bij Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad 31 en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad 32 , die volledig van toepassing zijn in het kader van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud. Deze richtlijnen vormen reeds een juridisch kader op het gebied van persoonsgegevens in de Unie. De implementatie en toepassing van deze richtlijn dient met volledige inachtneming van dat juridisch kader plaats te vinden.

(23)Er zijn verschillende manieren waarop digitale inhoud consumenten kan bereiken. Het is raadzaam om eenvoudige en duidelijke regels vast te stellen inzake de wijze van en de termijn voor de uitvoering van de voornaamste contractuele verplichting van de leverancier, te weten de levering van digitale inhoud aan de consument. Aangezien de leverancier in beginsel niet aansprakelijk is voor het doen of nalaten van een internetaanbieder of een elektronisch platform dat de consument voor het ontvangen van de digitale inhoud heeft gekozen, moet het volstaan dat de leverancier de digitale inhoud aan deze derde levert. Met betrekking tot het tijdstip van levering moet de digitale inhoud, in overeenstemming met de marktpraktijken en technische mogelijkheden, onverwijld worden verstrekt, tenzij de partijen anders overeenkomen in verband met andere leveringsmodellen.

(24)Ten einde innovatie op de digitale eengemaakte markt te bevorderen en rekening te houden met technologische ontwikkelingen die tot uitdrukking komen in de snel veranderende kenmerken van digitale inhoud, is het gerechtvaardigd dat de digitale inhoud eerst en vooral in overeenstemming is met wat in de overeenkomst werd afgesproken.

(25)Voor het geval de in de overeenkomst vastgestelde criteria niet duidelijk en uitgebreid genoeg zijn om vast te stellen of de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst is, is het nodig objectieve criteria inzake overeenstemming vast te stellen om te waarborgen dat consumenten hun rechten niet worden onthouden. In dergelijke gevallen moet de overeenstemming met de overeenkomst worden beoordeeld aan de hand van het doel waarvoor digitale inhoud van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt.

(26)Naar zijn aard moet digitale inhoud interageren met andere digitale apparatuur om goed te kunnen functioneren; interoperabiliteit moet derhalve onderdeel van de criteria inzake overeenstemming uitmaken. Deze interactie betreft met name hardware-factoren, zoals processorsnelheid en kenmerken van grafische kaarten, en software-factoren, zoals een specifieke versie van het besturingssysteem of een specifieke multi-media-speler. Het begrip functionaliteit dient betrekking te hebben op de manieren waarop digitale inhoud kan worden gebruikt; het dient ook betrekking te hebben op de af- of aanwezigheid van eventuele technische beperkingen, zoals bescherming via het beheer van digitale rechten of regionale codering.

(27)Hoewel datagestuurde diensten en technologieën grote voordelen bieden, hebben zij ook kwetsbare punten tot gevolg. Zoals erkend in de strategie voor de digitale eengemaakte markt is een hoog niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de hele Europese Unie van essentieel belang om te zorgen voor de eerbiediging van fundamentele rechten, zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens, om het vertrouwen van de gebruikers te vergroten en om hun vertrouwen in de digitale economie te versterken. Aangezien software zich algemeen aan het verspreiden is, worden eigenschappen als betrouwbaarheid, veiligheid en aanpasbaarheid aan zich ontwikkelende behoeften ook een eerste prioriteit. Daarom wordt het steeds belangrijker dat deze data-gestuurde diensten en technologieën garanderen dat deze kwaliteiten worden gewaarborgd, voor zover dit evenredig is met de rol en functie van deze technologieën. Met name kwaliteit qua veiligheid en qua betrouwbaarheid wordt een belangrijk aandachtspunt voor innovatieve, samengestelde diensten die afhankelijk zijn van de onderlinge koppeling van verschillende systemen op verschillende gebieden.

(28)Bij de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn moeten leveranciers, onder meer met betrekking tot het algemeen gebruikte gegevensformat voor het opvragen van door de gebruiker gegenereerde inhoud of enige andere door de consument verstrekte inhoud, gebruik maken van normen, open technische specificaties, goede praktijken en gedragscodes, ongeacht of deze op internationaal niveau, Europees niveau of op het niveau van een specifieke industriesector zijn vastgesteld. In dit verband kan de Commissie overwegen om ter ondersteuning van de uniforme tenuitvoerlegging van de richtlijn de ontwikkeling van internationale en Europese normen en de opstelling van een gedragscode door beroepsorganisaties en andere representatieve organisaties te bevorderen.

(29)Veel soorten digitale inhoud worden gedurende een bepaalde termijn geleverd. Zo hebben consumenten gedurende een bepaalde termijn toegang tot clouddiensten. Daarom is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de digitale inhoud gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst daarmee in overeenstemming is. Bovendien dient, gelet op de frequente verbetering van digitale inhoud, met name in de vorm van bijgewerkte versies, aan de consument de meest recente versie van de digitale inhoud te worden geleverd die op het moment van de sluiting van de overeenkomst beschikbaar is.

(30)Wil digitale inhoud goed functioneren, dan moet deze op de juiste wijze worden geïntegreerd in de hardware- en software-omgeving van de consument. Wanneer een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst van de digitale inhoud voortvloeit uit een onjuiste integratie, dient deze te worden beschouwd als een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst van de digitale inhoud zelf, wanneer deze inhoud werd geïntegreerd door de leverancier of onder diens toezicht, of door de consument volgens de integratie-handleiding van de leverancier en de verkeerde integratie te wijten was aan tekortkomingen in de vereiste integratie-handleiding. In dergelijke situaties moet de oorzaak van het gebrek aan overeenstemming bij de leverancier worden gezocht.

(31)De overeenstemming moet zowel betrekking hebben op de afwezigheid van materiële als juridische gebreken. Rechten van derden kunnen beletten dat de consument daadwerkelijk in overeenstemming met de overeenkomst gebruik kan maken van de digitale inhoud of van bepaalde aspecten daarvan, wanneer op die rechten inbreuk wordt gemaakt en de derde de leverancier er rechtmatig toe verplicht om deze inbreuk te beëindigen en de betrokken digitale inhoud niet langer te leveren. Juridische gebreken zijn bijzonder belangrijk in geval van digitale inhoud, welke, naar zijn aard, aan intellectuele-eigendomsrechten onderworpen is. Daarom moet de leverancier verplicht worden ervoor te zorgen dat op de digitale inhoud geen enkel recht rust van een derde, zoals bijvoorbeeld een auteursrecht, dat de consument belet om de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst te gebruiken.

(32)Vanwege de specifieke aard van digitale inhoud met zijn hoge graad van complexiteit en de betere kennis en toegang tot know-how, technische informatie en high-tech-ondersteuning van de leverancier, verkeert deze laatste in een betere positie dan de consument om te weten waarom de digitale inhoud niet in overeenstemming met de overeenkomst is. De leverancier verkeert ook in een betere positie om te beoordelen of het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst te wijten is aan incompatibiliteit van de digitale omgeving van de consument met de technische vereisten inzake de digitale inhoud. Daarom dient in geval van een geschil de leverancier te bewijzen dat de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst is, tenzij de leverancier aantoont dat de digitale omgeving van de consument niet compatibel met de digitale inhoud is. Slechts wanneer de leverancier aantoont dat de digitale omgeving van de consument niet compatibel is met de interoperabiliteit en andere technische voorschriften, dient de consument te bewijzen dat de digitale inhoud niet in overeenstemming met de overeenkomst is.

(33)Zonder afbreuk te doen aan de fundamentele rechten op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, met inbegrip van het recht op de vertrouwelijkheid van communicatie, en op de bescherming van de persoonsgegevens van de consument, dient de consument met de leverancier samen te werken teneinde deze laatste in staat te stellen zich te vergewissen van de digitale omgeving van de consument met gebruikmaking van de minst ingrijpende middelen die beide partijen in de gegeven omstandigheden ter beschikking staan. Dit kan bijvoorbeeld vaak plaatsvinden door de leverancier automatisch verstuurde meldingen van incidenten of details van de internetverbinding van de consument te verstrekken. Alleen in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden waarin met een optimaal gebruik van alle andere middelen er geen enkele andere mogelijkheid is, kan dit ook gebeuren door virtuele toegang te verlenen tot de digitale omgeving van de consument. Wanneer de consument echter niet samenwerkt met de leverancier, dient de consument te bewijzen dat de digitale inhoud niet in overeenstemming met de overeenkomst is.

(34)De leverancier dient jegens de consument aansprakelijk te zijn voor het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst en voor elk verzuim de digitale inhoud te leveren. Aangezien de digitale inhoud soms gedurende een bepaalde termijn wordt geleverd, is het bovendien gerechtvaardigd dat de leverancier aansprakelijk dient te zijn voor elk gebrek aan overeenstemming dat zich tijdens die termijn voordoet.

(35)Een verzuim van de leverancier om de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst aan de consument te leveren, is een ernstige schending van de voornaamste contractuele verplichting van de leverancier, op grond waarvan de consument het recht dient te hebben de overeenkomst onmiddellijk te ontbinden. Wanneer de leverancier aanvankelijk niet heeft verzuimd de digitale inhoud te leveren, dienen onderbrekingen van de levering waardoor de digitale inhoud gedurende een korte tijdspanne voor de consument niet beschikbaar of toegankelijk is, te worden behandeld als een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst en niet als een verzuim te leveren. Met name dient het vereiste van een passende continuïteit van de digitale inhoud ook meer te omvatten dan verwaarloosbare kortstondige onderbrekingen van de levering.

(36)In geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dient de consument in eerste instantie er recht op te hebben dat de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst wordt gebracht. Afhankelijk van de technische kenmerken van de digitale inhoud, kan de leverancier een specifieke manier kiezen om de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst te brengen, bijvoorbeeld door middel van het uitbrengen van een bijgewerkte versie of door van de consument te verlangen dat hij van een nieuwe kopie van de digitale inhoud gebruikmaakt. Gezien de diversiteit van digitale inhoud is het niet passend om dwingende termijnen vast te stellen voor de uitoefening van rechten of de naleving van verplichtingen met betrekking tot die digitale inhoud. Dergelijke termijnen houden wellicht geen rekening met deze diversiteit en kunnen te kort of te lang zijn, al naar gelang het geval. Daarom is het beter te verwijzen naar redelijke termijnen. De digitale inhoud moet binnen een redelijke termijn en kosteloos in overeenstemming met de overeenkomst worden gebracht; met name mag de consument geen kosten dragen in verband met de ontwikkeling van een bijgewerkte versie van de digitale inhoud.

(37)In een tweede stadium moet de consument recht hebben op een prijsvermindering of op ontbinding van de overeenkomst. Het recht van de consument op ontbinding van de overeenkomst moet worden beperkt tot die gevallen waarin bijvoorbeeld het in overeenstemming brengen van de digitale inhoud onmogelijk is en het gebrek aan overeenstemming afbreuk doet aan de belangrijkste prestatiekenmerken van de digitale inhoud. Indien de consument de overeenkomst ontbindt, dient de leverancier de door de consument betaalde prijs te restitueren of, indien de digitale inhoud niet tegen betaling van een prijs is geleverd, maar in ruil voor toegang tot door de consument verstrekte gegevens, zich na de ontbinding van de overeenkomst ervan te onthouden die gegevens te gebruiken of aan derden door te geven dan wel derden toegang tot die gegevens te verlenen. Het nakomen van de verplichting zich te onthouden van het gebruik van gegevens dient in het geval waarin de tegenprestatie uit de verstrekking van persoonsgegevens bestaat, in te houden dat de leverancier alle maatregelen neemt om te voldoen aan de gegevensbeschermingsbepalingen door deze gegevens te verwijderen of door deze zodanig te anonimiseren dat de consument op geen enkele wijze waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat de leverancier of een derde zich daarvan bedient, kan worden geïdentificeerd. Onverminderd de verplichtingen van een voor de verwerking verantwoordelijke uit hoofde van Richtlijn 95/46/EG mag de leverancier niet verplicht worden om verdere maatregelen te nemen ten aanzien gegevens die de leverancier derden gedurende de looptijd van de overeenkomst voor de levering van de digitale inhoud rechtmatig heeft verstrekt.

(38)In geval van ontbinding dient de leverancier zich ook te onthouden van gebruik van door de consument gegenereerde inhoud. Wanneer meer dan één consument een bepaalde inhoud heeft gegenereerd, heeft de leverancier echter het recht om gebruik te blijven maken van de door de consument gegenereerde inhoud wanneer die andere consumenten daarvan gebruikmaken.

(39)Om ervoor te zorgen dat de consument doeltreffende bescherming geniet met betrekking tot het recht de overeenkomst te ontbinden, dient de leverancier de consument toe te staan om alle gegevens op te vragen die door de consument zijn geüpload, door de consument met behulp van de digitale inhoud zijn gecreëerd of door middel van het gebruik door de consument van de digitale inhoud zijn gegenereerd. Deze verplichting dient ook te gelden voor gegevens die de leverancier op grond van de overeenkomst voor de levering van de digitale inhoud verplicht is te bewaren, alsook voor gegevens die de leverancier in verband met de overeenkomst daadwerkelijk heeft bewaard.

(40)Wanneer na de ontbinding van de overeenkomst wegens gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst de leverancier de consument de technische middelen biedt om de gegevens op te vragen, dient de consument het recht te hebben om de gegevens kosteloos op te vragen, bijvoorbeeld zonder de kosten van het gebruik van een algemeen gangbaar gegevensformat; dit geldt niet voor de kosten die door de eigen digitale omgeving van de consument zijn veroorzaakt, waaronder de kosten van een netwerkverbinding, aangezien deze kosten niet specifiek verband houden met de opvraging van gegevens.

(41)Wanneer de overeenkomst ontbonden is, mag de consument niet worden verplicht te betalen voor het gebruik van digitale inhoud die niet in overeenstemming met de overeenkomst is, omdat de consument dan doeltreffende bescherming zou worden onthouden.

(42)Wanneer de digitale inhoud die gedurende een bepaalde termijn tegen betaling van een prijs werd verstrekt, het recht tot ontbinding doet ontstaan, dient de consument, gelet op de noodzaak een evenwicht te vinden tussen de legitieme belangen van consumenten en leveranciers, het recht te hebben alleen dat deel van de overeenkomst te ontbinden dat overeenkomt met de tijd waarin de digitale inhoud niet in overeenstemming met de overeenkomst was. Gedeeltelijke ontbinding is echter niet uitvoerbaar indien de digitale inhoud wordt geleverd tegen een andere tegenprestatie dan geld, aangezien het niet mogelijk is om een andere tegenprestatie dan geld evenredig te verdelen.

(43)Digitale inhoud is naar zijn aard niet onderhevig aan slijtage bij gebruik en wordt vaak eerder gedurende een bepaalde termijn dan eenmalig geleverd. Het is daarom gerechtvaardigd geen termijn te bepalen gedurende welke de leverancier aansprakelijk dient te worden gehouden voor een gebrek aan overeenstemming dat op het moment van levering van de digitale inhoud bestaat. De lidstaten dienen een dergelijke termijn daarom niet te handhaven of in te voeren. Om voor rechtszekerheid ten aanzien van op het gebrek aan overeenstemming van digitale inhoud gebaseerde vorderingen te zorgen, moeten lidstaten zich kunnen blijven baseren op nationale verjaringsregelingen.

(44)Het beginsel van de aansprakelijkheid van de leverancier voor schade is een wezenlijk onderdeel van de overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud. Om het vertrouwen van de consument in digitale inhoud te vergroten, dient dit beginsel dus op het niveau van de Unie te worden gereguleerd teneinde ervoor te zorgen dat consumenten geen nadeel ondervinden wanneer hun hard- of software beschadigd is door digitale inhoud die niet in overeenstemming met de overeenkomst is. Consumenten moeten daarom recht hebben op een vergoeding van schade die aan de digitale omgeving van de consument is toegebracht als gevolg van een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst of een verzuim de digitale inhoud te leveren. Het moet evenwel aan de lidstaten worden overgelaten om de nadere voorwaarden vast te stellen voor de uitoefening van het recht op schadevergoeding, waarbij ermee rekening moet worden gehouden dat kortingen op de prijs van toekomstige leveringen van de digitale inhoud, met name wanneer het daarbij om de enige schadevergoeding voor verliezen gaat die de leverancier aanbiedt, de consument niet noodzakelijkerwijs zo veel mogelijk in de positie brengen waarin hij zou hebben verkeerd wanneer de digitale inhoud naar behoren was geleverd en in overeenstemming met de overeenkomst was geweest.

(45)De leverancier kan vanwege technologische of andere redenen gedwongen zijn om kenmerken van de gedurende een bepaalde termijn geleverde digitale inhoud te wijzigen. Deze veranderingen zijn vaak in het voordeel van de consument, aangezien zij de digitale inhoud verbeteren. De partijen bij de overeenkomst kunnen daarom bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen op grond waarvan de leverancier wijzigingen mag aanbrengen. Indien dergelijke wijzigingen echter negatieve gevolgen hebben voor de wijze waarop de consument voordeel van de belangrijkste prestatiekenmerken van de digitale inhoud heeft, kunnen zij het evenwicht van de overeenkomst of het karakter van de prestaties die op grond van de overeenkomst verschuldigd zijn, zozeer verstoren dat de consument in die omstandigheden de overeenkomst niet zou hebben afgesloten. Daarom moeten in dergelijke gevallen voor deze wijzigingen bepaalde voorwaarden gelden.

(46)Concurrentie is een belangrijke factor voor een goed functionerende digitale eengemaakte markt. Om deze concurrentie te bevorderen, dient het voor consumenten mogelijk te zijn om in te gaan op concurrerende aanbiedingen en van leverancier te veranderen. Om dit praktisch uitvoerbaar te maken, dienen zij dit te kunnen doen zonder gehinderd te worden door juridische, technische of praktische belemmeringen, zoals contractuele voorwaarden of het ontbreken van middelen voor het opvragen van alle gegevens die door de consument zijn geüpload, door hem met behulp van de digitale inhoud zijn gecreëerd of door het gebruik door de consument van de digitale inhoud zijn gegenereerd. Het is echter ook belangrijk bestaande investeringen en het vertrouwen in gesloten overeenkomsten te beschermen. Daarom dient consumenten het recht te worden gegeven om langetermijnovereenkomsten onder bepaalde evenwichtige voorwaarden te ontbinden. Dit sluit niet uit dat consumentenovereenkomsten voor langere contractuele periodes kunnen worden gesloten. De consument dient echter het recht te hebben elke contractuele relatie te beëindigen die in totaal langer duurt dan 12 maanden. Om te voorkomen dat dit recht wordt omzeild, dient het betrekking te hebben op iedere overeenkomst waaraan de consument langer dan 12 maanden gebonden is, ongeacht of de overeenkomst van onbepaalde duur is of automatisch of op grond van een latere overeenstemming tussen partijen wordt verlengd.

(47)Het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst van de aan de consument geleverde uiteindelijke digitale inhoud is vaak toe te schrijven aan een van de transacties in een keten, die zich uitstrekt van het oorspronkelijke ontwerp tot de uiteindelijke levering. Hoewel de uiteindelijke leverancier aansprakelijk jegens de consument dient te zijn in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst tussen deze twee partijen, is het belangrijk ervoor te zorgen dat de leverancier passende rechten heeft ten opzichte van de leden van de transactieketen, zodat hij zijn aansprakelijkheid jegens de consument kan dekken. Wie de leden van de transactieketen zijn tot wie de uiteindelijke leverancier zich kan richten en wat de modaliteiten en voorwaarden inzake dergelijke maatregelen zijn, dient echter op grond van de toepasselijke nationale wetgeving te worden vastgesteld

(48)Personen of organisaties die krachtens de nationale wetgeving geacht worden een rechtmatig belang te hebben bij het beschermen van de contractuele rechten van consumenten, dient het recht te worden gegeven een procedure in te leiden, hetzij bij een rechterlijke instantie, hetzij bij een administratieve instantie die bevoegd is een uitspraak te doen over een klacht of een passende gerechtelijke procedure in te leiden.

(49)Niets in deze richtlijn mag afbreuk doen aan de toepassing van de regels van internationaal privaatrecht, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad 33 en Verordening (EG) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad 34 .

(50)Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad 35  dient te worden gewijzigd om rekening te houden met de werkingssfeer van deze richtlijn met betrekking tot een duurzame drager met digitale inhoud wanneer deze drager uitsluitend wordt gebruikt als drager voor de levering van de digitale inhoud aan de consument.

(51)Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad 36 dient te worden gewijzigd om aan de bijlage daarbij een verwijzing naar deze richtlijn toe te voegen ter bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking bij de handhaving van deze richtlijn.

(52)Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad 37 dient te worden gewijzigd om aan de bijlage daarbij een verwijzing naar deze richtlijn toe te voegen ter bescherming van de collectieve consumentenbelangen waarin deze richtlijn voorziet.

(53)Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken 38 , hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(54)Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk bijdragen tot de goede werking van de interne markt door een consistente aanpak van overeenkomstenrecht-gerelateerde belemmeringen voor de levering van digitale inhoud zonder dat dit tot juridische fragmentatie leidt, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar met het oog op het waarborgen van de algehele samenhang van de nationale wetgevingen door middel van geharmoniseerde bepalingen van overeenkomstenrecht, wat ook gecoördineerde handhavingsmaatregelen zou vereenvoudigen, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(55)Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en in het bijzonder de artikelen 16, 38 en 47 daarvan,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In deze richtlijn worden bepaalde voorschriften vastgesteld voor overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud aan consumenten, met name voorschriften over de overeenstemming van digitale inhoud met de overeenkomst, de vormen van genoegdoening in geval van gebrek aan een dergelijke overeenstemming en de wijze waarop die vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast alsook voorschriften over de wijziging en ontbinding van dergelijke overeenkomsten.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1."digitale inhoud":

(a)gegevens die in digitale vorm geproduceerd en geleverd worden, bijvoorbeeld video, audio, applicaties, digitale games en alle andere software,

(b)diensten die de totstandkoming, verwerking of opslag van gegevens in digitale vorm mogelijk maken, wanneer deze gegevens door de consument worden verstrekt, en

(c)diensten die het delen van gegevens en alle andere interactie met gegevens in digitale vorm die door andere gebruikers van de dienst worden verstrekt, mogelijk maken;

2."integratie": het koppelen van verschillende onderdelen van een digitale omgeving zodat deze als een gecoördineerd geheel in overeenstemming met het beoogde doel van die omgeving functioneren;

3."leverancier": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die handelt, eventueel via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

4."consument": iedere natuurlijke persoon die bij onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;

5."schadevergoeding": een geldsom waarop een consument aanspraak kan maken als vergoeding voor economische schade aan zijn digitale omgeving;

6."prijs": geld dat verschuldigd is in ruil voor geleverde digitale inhoud;

7."overeenkomst": de wilsovereenstemming die gericht is op de totstandbrenging van verbintenissen of andere rechtsgevolgen;

8."digitale omgeving": hardware, digitale inhoud en iedere netwerkverbinding voor zover de gebruiker daarover controle uitoefent;

9."interoperabiliteit": het vermogen van digitale inhoud om al zijn functies te vervullen in wisselwerking met een concrete digitale omgeving;

10."levering": het bieden van toegang tot of het beschikbaar maken van digitale inhoud;

11."duurzame gegevensdrager": ieder hulpmiddel dat de consument of de leverancier in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1.Deze richtlijn is van toepassing op alle overeenkomsten waarbij de leverancier aan de consument digitale inhoud levert of zich tot een dergelijke levering verbindt en daarvoor in ruil een prijs moet worden betaald of door de consument actief een andere tegenprestatie dan geld wordt geleverd, in de vorm van persoonlijke gegevens of andere gegevens.

2.Deze richtlijn is van toepassing op alle overeenkomsten voor de levering van digitale producten die volgens de specificaties van de consument zijn ontwikkeld.

3.Met uitzondering van de artikelen 5 en 11 is deze richtlijn van toepassing op iedere duurzame drager die digitale inhoud bevat, wanneer de duurzame drager uitsluitend is gebruikt als drager voor digitale inhoud.

4.Deze richtlijn is niet van toepassing op digitale inhoud die wordt verstrekt tegen een andere tegenprestatie dan geld voor zover de leverancier de consument verzoekt om persoonsgegevens te verstrekken waarvan de verwerking strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst of voor het voldoen aan wettelijke vereisten en de leverancier deze gegevens niet verder verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met dit doel. Zij is evenmin van toepassing op andere gegevens die de leverancier van de consument vraagt om ervoor te zorgen dat de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst is of om aan wettelijke vereisten te voldoen, voor zover de leverancier deze gegevens niet voor commerciële doeleinden gebruikt.

5.Deze richtlijn is niet van toepassing op overeenkomsten inzake:

(a)diensten waarbij de menselijke tussenkomst van de leverancier bij de verrichting overheerst en het digitale format voornamelijk als drager wordt gebruikt;

(b)elektronische-communicatiediensten zoals gedefinieerd in Richtlijn 2002/21/EG;

(c)gezondheidszorg zoals gedefinieerd in artikel 3, onder a), van Richtlijn 2011/24/EU;

(d)kansspeldiensten, dat wil zeggen diensten die gepaard gaan met het aangaan van een weddenschap waarbij een geldbedrag wordt ingezet in kansspelen, daaronder begrepen die welke enige bekwaamheid vereisen zoals loterijen, casinospelen, poker en weddenschapstransacties en die worden aangeboden langs elektronische weg en op individueel verzoek van een afnemer van diensten;

(e)financiële diensten.

6.Wanneer een overeenkomst naast de levering van digitale inhoud andere elementen bevat, is deze richtlijn alleen van toepassing op de verbintenissen en vormen van genoegdoening van partijen als leverancier en consument van de digitale inhoud.

7.Indien een bepaling van deze richtlijn strijdig is met een bepaling van een andere handeling van de Unie die op een specifieke sector of een specifiek onderwerp van toepassing is, heeft de bepaling van die andere handeling van de Unie voorrang boven deze richtlijn.

8.Deze richtlijn laat de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens onverlet.

9.Voor zover bij deze richtlijn algemene aspecten van het nationale overeenkomstenrecht, zoals regels inzake de totstandkoming, de geldigheid of de gevolgen van overeenkomsten, met inbegrip van de gevolgen van de ontbinding van een overeenkomst, niet worden geregeld, laat zij deze onverlet.

Artikel 4

Mate van harmonisatie

De lidstaten mogen geen bepalingen handhaven of invoeren die afwijken van de bepalingen in deze richtlijn, met inbegrip van meer of minder strikte bepalingen die een ander niveau van consumentenbescherming moeten waarborgen.

Artikel 5

Levering van de digitale inhoud

1.Bij de uitvoering van de overeenkomst voor de levering van digitale inhoud levert de leverancier de digitale inhoud aan

(a)de consument; of

(b)een derde partij die een fysieke of virtuele faciliteit exploiteert met behulp waarvan de digitale inhoud ter beschikking aan de consument wordt gesteld of de consument toegang tot die inhoud wordt geboden en die door de consument is gekozen voor het ontvangen van de digitale inhoud.

2.De leverancier levert de digitale inhoud onmiddellijk na de sluiting van de overeenkomst, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De levering wordt geacht plaats te vinden wanneer de digitale inhoud wordt geleverd aan de consument of, wanneer lid 1, onder b), van toepassing is, aan de door de consument gekozen derde partij, indien dat eerder is.

Artikel 6

Overeenstemming van de digitale inhoud met de overeenkomst

1.Om in overeenstemming met de overeenkomst te zijn, dient de digitale inhoud, voor zover relevant:

(a)wat betreft hoeveelheid, kwaliteit, duur, versie, functionaliteit, interoperabiliteit en andere prestatiekenmerken, zoals toegankelijkheid, continuïteit en veiligheid, te voldoen aan de voorschriften van de overeenkomst, met inbegrip van alle precontractuele informatie die daarvan integrerend deel uitmaakt;

(b)geschikt te zijn voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat deze aan de leverancier bij het sluiten van de overeenkomst heeft medegedeeld en dat de leverancier heeft aanvaard;

(c)te worden geleverd samen met een eventuele handleiding en de mogelijkheid van een beroep op de klantendienst, als bepaald bij de overeenkomst; en

(d)te worden bijgewerkt als bepaald bij de overeenkomst.

2.Voor zover in de overeenkomst niet, waar relevant, duidelijk en begrijpelijk de voorschriften inzake de digitale inhoud zoals vermeld in lid 1 zijn opgenomen, moet de digitale inhoud geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor digitale inhoud van dezelfde omschrijving gewoonlijk zou worden gebruikt, met inbegrip van de functionaliteit, interoperabiliteit en andere prestatiekenmerken ervan, zoals toegankelijkheid, continuïteit en veiligheid, waarbij rekening wordt gehouden met:

(a)de vraag of de digitale inhoud wordt geleverd in ruil voor een prijs of een andere tegenprestatie dan geld;

(b)voor zover relevant, internationale technisch normen, dan wel, bij ontstentenis van dergelijke technische normen, toepasselijke gedragscodes en goede praktijken van de sector, en

(c)door of namens de leverancier of een andere persoon in een eerdere schakel van de keten van transacties publiekelijk gedane mededelingen, tenzij de leverancier aantoont dat

i)de mededeling in kwestie hem niet bekend was en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn;

ii)    de mededeling op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst was rechtgezet, of

iii)    de beslissing tot aankoop van de digitale inhoud niet door de mededeling beïnvloed kon zijn.

3.Wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud gedurende een bepaalde termijn wordt geleverd, is de digitale inhoud gedurende die gehele termijn in overeenstemming met de overeenkomst.

4.Tenzij anders overeengekomen is de digitale inhoud die wordt geleverd, in overeenstemming met de meest recente versie van de digitale inhoud die ten tijde van de sluiting van de overeenkomst beschikbaar was.

5.Om in overeenstemming met de overeenkomst te zijn, dient de digitale inhoud ook te voldoen aan de voorschriften van de artikelen 7 en 8.

Artikel 7

Integratie van de digitale inhoud

Wanneer de digitale inhoud verkeerd is geïntegreerd in de digitale omgeving van de consument, wordt ieder door de verkeerde integratie veroorzaakt gebrek aan overeenstemming beschouwd als een gebrek aan overeenstemming van de digitale inhoud indien:

(a)de digitale inhoud is geïntegreerd door de leverancier of onder diens verantwoordelijkheid, of

(b)de digitale inhoud bestemd was om door de consument te worden geïntegreerd en de verkeerde integratie te wijten was aan tekortkomingen in de integratie-handleiding indien deze handleiding werd verstrekt overeenkomstig artikel 6, lid 1, onder c), of verstrekt hadden moeten worden overeenkomstig artikel 6, lid 2.

Artikel 8

Rechten van derden

1.Op het tijdstip waarop de digitale inhoud aan de consument wordt geleverd, is de digitale inhoud vrij van rechten van derden, met inbegrip van op intellectuele eigendom gebaseerde rechten, zodat de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst kan worden gebruikt.

2.Wanneer de digitale inhoud gedurende een bepaalde termijn wordt geleverd, vrijwaart de leverancier voor de duur van die termijn de aan de consument geleverde digitale inhoud van rechten van derden, met inbegrip van op intellectuele eigendom gebaseerde rechten, zodat de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst kan worden gebruikt.

Artikel 9

Bewijslast

1.De bewijslast met betrekking tot de overeenstemming met de overeenkomst op het in artikel 10 vermelde tijdstip rust op de leverancier.

2.Lid 1 is niet van toepassing wanneer de leverancier aantoont dat de digitale omgeving van de consument niet compatibel is met de interoperabiliteit en andere aan de digitale inhoud gestelde technische eisen en wanneer de leverancier de consument vóór de sluiting van de overeenkomst op de hoogte heeft gesteld van deze eisen.

3.De consument werkt met de leverancier samen voor zover dit mogelijk en nodig is om de digitale omgeving van de consument te bepalen. De verplichting tot medewerking wordt beperkt tot de technisch beschikbare middelen die voor de consument het minst ingrijpend zijn. Indien de consument verzuimt samen te werken, rust de bewijslast met betrekking tot het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst op de consument.

Artikel 10

Aansprakelijkheid van de leverancier

De leverancier is jegens de consument aansprakelijk voor:

(a)elk verzuim de digitale inhoud te leveren;

(b)elk gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dat bestaat op het tijdstip waarop de digitale inhoud wordt geleverd, en

(c)wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud gedurende een bepaalde termijn wordt geleverd, elk gebrek aan overeenstemming dat zich tijdens die termijn voordoet.

Artikel 11

Genoegdoening in geval van verzuim te leveren

Wanneer de leverancier verzuimd heeft de digitale inhoud overeenkomstig artikel 5 te leveren, heeft de consument het recht de overeenkomst onverwijld te ontbinden overeenkomstig artikel 13.

Artikel 12

Vormen van genoegdoening bij gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst

1.Bij gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst heeft de consument het recht om de digitale inhoud kosteloos met de overeenkomst in overeenstemming te laten brengen, tenzij dit onmogelijk, onevenredig of onrechtmatig is.

Het in overeenstemming brengen van de digitale inhoud met de overeenkomst wordt onevenredig geacht wanneer de kosten die daarmee voor de leverancier gepaard gaan, onredelijk zijn. Het hierna volgende wordt in aanmerking genomen bij de beslissing of de kosten onredelijk zijn:

(a)de waarde die de digitale inhoud zou hebben wanneer deze in overeenstemming met de overeenkomst zou zijn geweest, en

(b)het belang van het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst voor het bereiken van het doel waarvoor digitale inhoud van dezelfde omschrijving gewoonlijk zou worden gebruikt.

2.De leverancier brengt de digitale inhoud binnen een redelijke termijn na het tijdstip waarop de leverancier door de consument is geïnformeerd over het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst en zonder ernstige overlast voor de consument, overeenkomstig lid 1 in overeenstemming met de overeenkomst, rekening houdend met de aard van de digitale inhoud en het gebruik ervan dat de consument wenste.

3.De consument heeft recht op hetzij een evenredige vermindering van de prijs overeenkomstig lid 4 wanneer de digitale inhoud wordt geleverd in ruil voor de betaling van een prijs, hetzij ontbinding van de overeenkomst krachtens lid 5 en artikel 13, wanneer:

(a)de vorm van genoegdoening waarbij de digitale inhoud in overeenstemming wordt gebracht onmogelijk, onevenredig of onrechtmatig is;

(b)de leverancier de genoegdoening niet binnen de in lid 2 aangegeven termijn heeft voltooid;

(c)de vorm van genoegdoening waarbij de digitale inhoud in overeenstemming wordt gebracht, de consument ernstige overlast zou bezorgen, of

(d)de leverancier heeft verklaard of uit de omstandigheden even duidelijk blijkt dat de leverancier de digitale inhoud niet met de overeenkomst in overeenstemming zal brengen.

4.De prijsvermindering moet in verhouding staan tot de waardevermindering van de digitale inhoud die de consument heeft ontvangen ten opzichte van de waarde die de digitale inhoud zou hebben wanneer deze met de overeenkomst in overeenstemming was geweest.

5.De consument kan de overeenkomst alleen ontbinden wanneer het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst afbreuk doet aan de functionaliteit, interoperabiliteit en andere wezenlijke prestatiekenmerken van de digitale inhoud, zoals de toegankelijkheid, continuïteit en veiligheid ervan, voor zover voorgeschreven bij artikel 6, leden 1 en 2. De last om te bewijzen dat het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst geen afbreuk doet aan de functionaliteit, interoperabiliteit en andere wezenlijke prestatiekenmerken van de digitale inhoud rust op de leverancier.

Artikel 13

Ontbinding

1.De consument oefent het recht van ontbinding van de overeenkomst uit door daarvan met om het even welk middel kennis te geven aan de leverancier.

2.Indien de consument de overeenkomst ontbindt:

(a)betaalt de leverancier de consument onverwijld en in elk geval uiterlijk 14 dagen na de dag waarop hij van de ontbinding in kennis is gesteld, de betaalde prijs terug;

(b)de leverancier neemt alle maatregelen die verwacht kunnen worden om zich te onthouden van het gebruik van een andere tegenprestatie dan geld die de consument in ruil voor de digitale inhoud heeft geleverd, alsmede van het gebruik van alle andere gegevens die de leverancier heeft verzameld met betrekking tot de levering van de digitale inhoud, met inbegrip van alle inhoud die door de consument is verstrekt, met uitzondering van de inhoud die door de consument en anderen die gebruik blijven maken van de inhoud, gezamenlijk is gegenereerd;

(c)de leverancier verschaft de consument de technische middelen voor het opvragen van alle inhoud die door de consument is verstrekt en alle andere gegevens die zijn geproduceerd of gegenereerd door het gebruik door de consument van de digitale inhoud voor zover deze gegevens door de leverancier zijn bewaard. De consument heeft het recht de inhoud kosteloos, zonder ernstige overlast, binnen een redelijke termijn en in een gangbaar gegevensformat op te vragen;

(d)wanneer de digitale inhoud niet op een duurzame drager werd verstrekt, onthoudt de consument zich van het gebruik van de digitale inhoud en stelt hij deze evenmin voor derden beschikbaar, met name door de digitale inhoud te wissen of deze anderszins onbegrijpelijk te maken;

(e)wanneer de digitale inhoud op een duurzame drager werd geleverd, zal de consument:

i)op verzoek van de leverancier de duurzame drager op diens kosten onverwijld en in elk geval uiterlijk 14 dagen na ontvangst van dit verzoek, aan de leverancier terugsturen, en

ii)elke bruikbare kopie van de digitale inhoud wissen of onbegrijpelijk maken dan wel zich anderszins ervan onthouden deze kopie te gebruiken of voor derden beschikbaar te maken.

3.Bij ontbinding kan de leverancier elk verder gebruik van de digitale inhoud door de consument beletten, met name door de digitale inhoud voor de consument ontoegankelijk of het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken, onverminderd het bepaalde in lid 2, onder c).

4.De consument hoeft geen vergoeding te betalen voor enig gebruik dat van digitale inhoud in de aan de ontbinding voorafgaande periode is gemaakt.

5.Wanneer de digitale inhoud in ruil voor betaling van een prijs en gedurende de in de overeenkomst vastgestelde termijn is geleverd, kan de consument de overeenkomst alleen ontbinden met betrekking tot het deel van de termijn tijdens hetwelk de digitale inhoud niet in overeenstemming met de overeenkomst is geweest.

6.Indien de consument een deel van de overeenkomst ontbindt overeenkomstig lid 5, is lid 2 van toepassing, met uitzondering van punt b) wat betreft de termijn gedurende welke de digitale inhoud in overeenstemming met de overeenkomst was. De leverancier betaalt de consument het deel van de betaalde prijs terug dat overeenkomt met de termijn gedurende welke de digitale inhoud niet in overeenstemming met de overeenkomst was.

Artikel 14

Recht op schadevergoeding

1.De leverancier is jegens de consument aansprakelijk voor alle economische schade aan de digitale omgeving van de consument die is veroorzaakt door een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst of een verzuim de digitale inhoud te leveren. De schadevergoeding brengt de consument zo veel mogelijk in de positie waarin hij zou hebben verkeerd wanneer de digitale inhoud naar behoren was geleverd en in overeenstemming met de overeenkomst was geweest.

2.De lidstaten stellen nadere regels vast met betrekking tot de uitoefening van het recht op schadevergoeding.

Artikel 15

Wijziging van de digitale inhoud

1.Wanneer in de overeenkomst is bepaald dat de digitale inhoud wordt geleverd gedurende de in de overeenkomst vastgestelde termijn, zijn wijzigingen door de leverancier van de functionaliteit, interoperabiliteit en andere wezenlijke prestatiekenmerken van de digitale inhoud, zoals de toegankelijkheid, continuïteit en veiligheid ervan, voor zover die wijzigingen nadelige gevolgen hebben voor de toegang tot of het gebruik van de digitale inhoud door de consument, alleen toegestaan indien:

(a)de overeenkomst dit bepaalt;

(b)de consument binnen een redelijke termijn vóór de wijziging daarvan in kennis wordt gesteld door middel van een expliciete kennisgeving op een duurzame drager;

(c)de consument de overeenkomst kosteloos mag ontbinden binnen een termijn van ten minste 30 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de kennisgeving, en

(d)de consument bij de ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig het bepaalde onder c), de technische middelen worden verschaft om alle verstrekte inhoud op te vragen overeenkomstig artikel 13, lid 2, onder c).

2.Indien de consument de overeenkomst ontbindt overeenkomstig lid 1, wordt door de leverancier, indien relevant,

(a)aan de consument het deel van de betaalde prijs terugbetaald dat overeenkomt met de periode na de wijziging van de digitale inhoud;

(b)afgezien van het gebruik van een andere tegenprestatie dan geld die de consument in ruil voor de digitale inhoud heeft geleverd, alsmede van het gebruik van alle andere gegevens die de leverancier heeft verzameld met betrekking tot de levering van de digitale inhoud, met inbegrip van alle inhoud die door de consument is verstrekt.

Artikel 16

Recht op ontbinding van langetermijnovereenkomsten

1.Indien de overeenkomst betrekking heeft op levering van de digitale inhoud voor onbepaalde tijd of wanneer de oorspronkelijke looptijd of het totaal van de verlengingen van de overeenkomst meer dan 12 maanden bedraagt, heeft de consument het recht de overeenkomst op elk moment na het verstrijken van de eerste termijn van 12 maanden te ontbinden.

2.De consument oefent het recht van ontbinding van de overeenkomst uit door daarvan met om het even welk middel kennis te geven aan de leverancier. De ontbinding wordt 14 dagen na ontvangst van de kennisgeving van kracht.

3.Wanneer de digitale inhoud wordt geleverd in ruil voor de betaling van een prijs, blijft de consument aansprakelijk voor de betaling van het deel van de prijs voor de geleverde digitale inhoud dat overeenkomt met de termijn vóór het van kracht worden van de ontbinding.

4.Indien de consument de overeenkomst overeenkomstig dit artikel ontbindt:

(a)neemt de leverancier alle maatregelen die verwacht kunnen worden om zich te onthouden van het gebruik van een andere tegenprestatie dan geld die de consument in ruil voor de digitale inhoud heeft geleverd, alsmede van het gebruik van alle andere gegevens die de leverancier heeft verzameld met betrekking tot de levering van de digitale inhoud, met inbegrip van alle inhoud die door de consument is verstrekt;

(b)verschaft de leverancier de consument de technische middelen voor het opvragen van alle inhoud die door de consument is verstrekt en alle andere gegevens die zijn geproduceerd of gegenereerd door het gebruik door de consument van de digitale inhoud voor zover deze gegevens door de leverancier zijn bewaard. De consument heeft het recht de inhoud zonder ernstige overlast, binnen een redelijke termijn en in een gangbaar gegevensformat op te vragen, en

(c)indien van toepassing, wist de consument elke bruikbare kopie van de digitale inhoud, maakt hij deze onbegrijpelijk of onthoudt hij zich anderszins van het gebruik ervan, waaronder ook het voor derden beschikbaar maken van de kopie wordt verstaan.

5.Bij de ontbinding kan de leverancier elk verder gebruik van de digitale inhoud door de consument beletten, met name door de digitale inhoud voor de consument ontoegankelijk of het gebruikersaccount van de consument onbruikbaar te maken, onverminderd het bepaalde in lid 4, onder b).

Artikel 17

Recht op verhaal

Wanneer de leverancier jegens de consument aansprakelijk is vanwege verzuim de digitale inhoud te leveren of een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dat voortvloeit uit een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de keten van transacties, kan de leverancier verhaal nemen op de aansprakelijke persoon of personen in de keten van transacties. De persoon jegens wie de leverancier verhaal kan nemen alsmede de relevante rechtsvorderingen en de wijze van procederen worden bepaald door het nationale recht.

Artikel 18

Handhaving

1.De lidstaten zorgen ervoor dat passende en doeltreffende middelen beschikbaar zijn om de naleving van deze richtlijn te waarborgen.

2.De in lid 1 bedoelde middelen omvatten bepalingen volgens welke een of meer van de onderstaande, naar nationaal recht bepaalde instanties, zich overeenkomstig het nationale recht tot de bevoegde rechterlijke of administratieve instanties kunnen wenden om de nationale bepalingen ter omzetting van deze richtlijn te doen toepassen:

(a)overheidsinstanties of de vertegenwoordigers ervan;

(b)consumentenorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij de bescherming van de consument;

(c)beroepsorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij een optreden in rechte.

Artikel 19

Dwingend karakter

Tenzij in deze richtlijn anders is bepaald, zijn contractuele bepalingen die, ten nadele van de consument, in de weg staan aan de toepassing van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn of van deze bepalingen afwijken of de gevolgen ervan wijzigen vóór het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst door de consument ter kennis van de leverancier is gebracht, niet bindend voor de consument.

Artikel 20

Wijzigingen van Richtlijn 1999/44/EG, Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG

1.Artikel 1, lid 2, onder b), van Richtlijn 1999/44/EG wordt vervangen door:

"b) consumptiegoederen: alle roerende lichamelijke zaken, behalve:

goederen die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht;

water en gas die niet marktklaar zijn gemaakt in een bepaald volume of in een bepaalde hoeveelheid;

elektriciteit,

een duurzame drager met digitale inhoud wanneer deze uitsluitend gebruikt is als drager voor de levering van de digitale inhoud aan de consument als bedoeld in Richtlijn (EU) N/XXX 39 .”

2. In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004 wordt het volgende punt toegevoegd:

"21. Richtlijn (EU) nr. XXX van het Europees Parlement en de Raad van XX/XX/201X betreffende overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud (PB...)"

3.In bijlage I bij Richtlijn 2009/22/EG wordt het volgende punt toegevoegd:

"16.    Richtlijn (EU) nr. XXX van het Europees Parlement en de Raad van XX/XX/201X betreffende overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud (PB...)"

Artikel 21

Omzetting

1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [twee jaar na de datum van inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen.

2.Wanneer de lidstaten de bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

3.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 22

Evaluatie

De Commissie evalueert uiterlijk [vijf jaar na de datum van inwerkingtreding] de toepassing van deze richtlijn en brengt daarover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. In het verslag wordt onder meer de noodzaak onderzocht van de harmonisatie van de regels die van toepassing zijn op overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud tegen een niet onder deze richtlijn vallende tegenprestatie, met name een tegenprestatie in de vorm van reclame of indirect verzamelde gegevens.

Artikel 23

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 24

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1) COM (2015) 192 final http://ec.europa.eu/priorities/digital-single-market/
(2) Flash Eurobarometer 396 — Retailers' attitudes towards cross-border sales and consumer protection, 2015.
(3) Flash Eurobarometer 396 — Retailers' attitudes towards cross-border sales and consumer protection, 2015.
(4) Enquête van Eurostat over het ICT-gebruik door gezinnen en individuele personen (2014).
(5) PB L 304 van 22.11.2011, blz.64.
(6) Zie in het bijzonder de deskundigengroep inzake cloudcomputingovereenkomsten – nadere gegevens over de samenstelling van de deskundigengroep en de notulen van de vergaderingen zijn te vinden op: http://ec.europa.eu/justice/contract/cloud-computing/expert-group/index_en.htm .
(7) PB L 95 van 21.4.1993, blz. 29.
(8) PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.
(9) Een gedetailleerde toelichting op de EU-regeling inzake het toepasselijke recht en de rechterlijke bevoegdheid binnen de digitale eengemaakte markt is te vinden in bijlage 7 bij het werkdocument van de diensten van de Commissie dat de effectbeoordeling bevat die hoort bij de voorstellen voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, SWD (2015) 275.
(10) PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1.
(11) PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.
(12) Verordening (EU) nr. 524/2013 van 21 mei 2013 betreffende online-beslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR consumenten), PB L 165 van 18.6.2013, blz. 1.
(13) PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1.
(14) Deze richtlijn houdt een wijziging in van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming door toevoeging van een verwijzing naar deze richtlijn in de bijlage bij die verordening waardoor gecoördineerde handhavingsacties mogelijk worden door de instanties voor consumentenbescherming op het door deze richtlijn bestreken gebied.
(15) PB L 281 van 23 november 1995, blz. 31, [te vervangen door de algemene verordening voor gegevensbescherming] en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie)
(16) PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37.
(17) Comparative Study on cloud computing contracts (Vergelijkende studie over cloud computing-contracten) (2014) DLA Piper, blz.33 en volgende; Analysis of the applicable legal frameworks and suggestions for the contours of a model system of consumer protection in relation to digital content contracts (Analyse van de toepasselijke rechtskaders en suggesties voor de contouren van een modelsysteem inzake de bescherming van de consument met betrekking tot overeenkomsten inzake digitale inhoud); Universiteit van Amsterdam: Centre for the Study of European Contract Law (CSECL) Institute for Information Law (IViR): Amsterdam Centre for Law and Economics (ACLE), blz. 32 en volgende.
(18) PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1.
(19) Voor meer informatie over de raadplegingen zie: http://ec.europa.eu/justice/newsroom/contract/opinion/index_en.htm .
(20) GfK for the European Commission, Consumer survey identifying the main cross-border obstacles to the Digital Single Market and where they matter most, 2015.
(21) Flash Eurobarometer 413 "Companies engaged in online activities" (2015) http://ec.europa.eu/public_opinion/flash/fl_413_en.pdf .
(22) Economic study on consumer digital Content products, ICF International, 2015.
(23) Deskundigengroep inzake cloudcomputingovereenkomsten – nadere gegevens over de samenstelling van de groep en de notulen van de vergaderingen daarvan zijn te vinden op: http://ec.europa.eu/justice/contract/cloud-computing/expert-group/index_en.htm .
(24) Zie met name: - GfK for the European Commission, Consumer survey identifying the main cross-border obstacles to the Digital Single Market and where they matter most, 2015- Eurostat enquête over het ICT-gebruik door gezinnen en individuele personen (2014)- Comparative Study on cloud computing contracts (Vergelijkende studie over cloud computing-contracten) (2014) DLA Piper, blz.33 en volgende; Analysis of the applicable legal frameworks and suggestions for the contours of a model system of consumer protection in relation to digital content contracts (Analyse van de toepasselijke rechtskaders en suggesties voor de contouren van een modelsysteem inzake de bescherming van de consument met betrekking tot overeenkomsten inzake digitale inhoud); Universiteit van Amsterdam: Centre for the Study of European Contract Law (CSECL)Institute for Information Law (IViR): Amsterdam Centre for Law and Economics (ACLE), blz. 32 en volgende. http://ec.europa.eu/public_opinion/flash/fl_413_en.pdf - Flash Eurobarometer 413 "Companies engaged in online activities" (2015) .- Economic study on consumer digital Content products, ICF International, 2015.
(25) Het advies van de raad voor regelgevingstoetsing is beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/contract/index_en.htm .
(26) Het effectbeoordelingsverslag en de samenvatting zijn beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/contract/index_nl.htm .
(27) PB L110 van 1.05.2009, blz.30.
(28) PB C , , blz. .
(29) COM(2015) 192 final.
(30) PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.
(31) PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31, [te vervangen door de algemene verordening gegevensbescherming, wanneer deze eenmaal is vastgesteld].
(32) PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37.
(33) PB L 177 van 4.7.2008, blz. 6.
(34) PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1.
(35) PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12.
(36) PB L 364 van 9.12.2004, blz. 1.
(37) PB L 110 van 1.5.2009, blz.30. 
(38) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
(39) Richtlijn (EU) nr. XXX van het Europees Parlement en de Raad van.... betreffende overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud (PB...)
Top