EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013DC0669

ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING NR. 8 (OGB2 bis) BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2013 ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING Afdeling III: Commissie

/* COM/2013/0669 final - 2013/ () */

52013DC0669

ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING NR. 8 (OGB2 bis) BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2013 ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING Afdeling III: Commissie /* COM/2013/0669 final - 2013/ () */


ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING NR. 8 (OGB2 bis) BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2013

ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING Afdeling III: Commissie

Gezien:

– het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106bis,

– Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie[1], en met name artikel 41,

– de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2013, die op 12 december 2012 is goedgekeurd[2],

– de gewijzigde begroting nr. 1/2013, die op 4 juli 2013 is goedgekeurd,

– de gewijzigde begroting nr. 2/2013, die op 11 september 2013 is goedgekeurd,

– de gewijzigde begroting nr. 3/2013, die op 11 september 2013 is goedgekeurd,

– de gewijzigde begroting nr. 4/2013, die op 11 september 2013 is goedgekeurd,

– de gewijzigde begroting nr. 5/2013, die op 11 september 2013 is goedgekeurd,

– de gewijzigde begroting nr. 6/2013[3], die op 10 juli 2013 is goedgekeurd, zoals gewijzigd op 18 september 2013[4],

– de gewijzigde begroting nr. 7/2013[5], die op 25 juli 2013 is goedgekeurd,

dient de Europese Commissie bij de begrotingsautoriteit het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8 bij de begroting 2013 in.

WIJZIGINGEN IN DE STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING

De wijzigingen in de staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling zijn beschikbaar via EUR-Lex: (http://eur-lex.europa.eu/budget/www/index-en.htm). Ter informatie is een Engelse versie van de wijzigingen in de staat van ontvangsten als budgettaire bijlage bijgevoegd.

INHOUDSOPGAVE

1.      Inleiding.. 4

2.      Tekort aan betalingskredieten in de begroting 2013. 4

2.1    Gewijzigde begroting 2/2013. 4

2.2    Uitvoering van de betalingskredieten 2013 tot op heden.. 5

2.3    Overzicht van de voorgestelde verhogingen.. 5

3.      Verhoging van kredieten per MFK-rubriek.. 6

3.1.        Rubriek 1a ¾Concurrentievermogen ter bevordering van groei en werkgelegenheid   6

3.2.        Rubriek 1b ¾ Cohesie voor groei en werkgelegenheid.. 8

3.3.        Rubriek 2¾ Behoud en beheer van de natuurlijke hulpbronnen.. 10

3.4.        Rubriek 3a ¾ Vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.. 11

3.5.        Rubriek 3b ¾ Burgerschap. 12

3.6.        Rubriek 4 ¾ De EU als mondiale speler.. 13

4.      Conclusie. 14

5.      Samenvatting per MFK-rubriek.. 15

1.           Inleiding

Het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8 voor het jaar 2013 (OGB 8/2013) heeft betrekking op de verhoging van de betalingskredieten met 3,9 miljard EUR, verdeeld over de rubrieken 1a, 1b, 2, 3a, 3b en 4 van het meerjarig financieel kader (MFK) ten opzichte van het reeds voorgestelde OGB 2/2013. Het doel van de aanpassing is om te voorzien in de behoeften tot het einde van het jaar, zodat uitstaande verplichtingen in verband met vastleggingen uit het verleden en van het lopende jaar kunnen worden nagekomen, geldboeten worden vermeden en begunstigden de middelen ontvangen die voor goedgekeurd EU-beleid in het vooruitzicht zijn gesteld en waarvoor het Parlement en de Raad de overeenkomstige vastleggingskredieten in eerdere begrotingsjaren hadden goedgekeurd. Met de gevraagde aanvullende betalingskredieten kunnen de nog uitstaande verplichtingen (de "RAL, reste à liquider") worden verminderd, evenals het risico dat abnormaal grote aantallen onbetaalde rekeningen naar 2014 worden doorgeschoven.

Dit OGB 8/2013 is een actualisering van het door de Commissie in maart 2013 voorgestelde OGB 2/2013 ten bedrage van 11,2 miljard EUR, dat in september 2013 slechts ten dele door de begrotingsautoriteit is goedgekeurd voor een bedrag van 7,3 miljard EUR. Het OGB is in overeenstemming met het politieke akkoord tussen de voorzitters van de drie instellingen over het meerjarig financieel kader 2014-2020, waarin het volgende is bepaald: "De Raad zal alle aanvullende maatregelen treffen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de verbintenissen van de Unie voor 2013 volledig worden nagekomen. Op basis van een voorstel dat de Commissie aan het begin van het najaar zal indienen op basis van de meest recente ramingen van de betalingskredieten, zal de Raad zo snel mogelijk een besluit nemen over dit ontwerp van gewijzigde begroting om te voorkomen dat gerechtvaardigde betalingskredieten niet op tijd worden uitgevoerd."

Overeenkomstig artikel 41, lid 2, van het Financieel Reglement heeft de Commissie de mogelijkheden voor interne herschikking onderzocht in het kader van een algehele evaluatie van de betalingsbehoeften tot het einde van het begrotingsjaar, tegen de achtergrond van een aanhoudend hoog uitvoeringspercentage voor alle belangrijke programma’s, waarbij voor een aanzienlijk aantal begrotingsposten weinig of geen kredieten meer over zijn om binnenkomende rekeningen te voldoen. Daarom heeft de Commissie voorgesteld 509,8 miljoen EUR over te hevelen naar de zogeheten globale overschrijving (DEC 26/2013, die tegelijk met het OGB 8/2013 ter beschikking is gesteld). Het geactualiseerde bedrag (3 940 miljoen EUR) van dit OGB 8/2013 komt overeen met de extra betalingskredieten die nog nodig zijn om te voldoen aan de behoeften tot het einde van het jaar met betrekking tot de begroting 2013, met gebruikmaking van het beschikbare maximum voor de betalingen in 2013.

Met deze extra kredieten kan worden voldaan aan de juridische verplichtingen die in 2013 ontstaan en wordt een abnormale overdracht naar 2014 voorkomen van betalingen die in het begrotingsjaar 2013 hadden moeten worden afgewikkeld. Aangezien de "N+3"-annuleringsregel van het cohesiebeleid in 2013 afloopt, verwacht de Commissie zeer laat in het jaar een toestroom van betalingsverzoeken die zij pas begin 2014 zal kunnen afwikkelen.

Het verzoek om 3 940 miljoen EUR wordt hierna nader toegelicht.

2.           Tekort aan betalingskredieten in de begroting 2013

2.1         Gewijzigde begroting 2/2013

De Commissie heeft herhaaldelijk erop gewezen dat het niveau van de betalingskredieten in de begroting 2013 te krap bemeten was. Op 27 maart 2013 heeft de Commissie een ontwerp van gewijzigde begroting (OGB 2/2013) ingediend waarin werd verzocht om 11,2 miljard EUR aan extra betalingskredieten ter dekking van de betalingsbehoeften tot het einde van het jaar. De begrotingsautoriteit heeft het OGB 2/2013 gedeeltelijk goedgekeurd, voor slechts twee derde van het verzoek voor elk begrotingsonderdeel. Tegelijkertijd werd de Commissie verzocht aan het begin van het najaar een nieuwe gewijzigde begroting in te dienen voor de resterende behoeften tot het einde van het begrotingsjaar.

2.2         Uitvoering van de betalingskredieten 2013 tot op heden

In totaal bedroeg de uitvoering van de betalingskredieten op 16 september 2013 106,9 miljard EUR, dat wil zeggen 78 % van de beschikbare kredieten (met inbegrip van de onlangs goedgekeurde verhoging van de gewijzigde begroting 2/2013). Dit is 7,3 miljard EUR meer dan op dezelfde datum in 2012. Het bijzonder hoge percentage is des te opvallender tegen de achtergrond van de cashflowbeperkingen in de loop van 2013, die hebben geleid tot tijdelijke beperkingen op de uitstroom van betalingen, met name voor cohesie (rubriek 1b) en plattelandsontwikkeling (rubriek 2). Door deze beperkingen lag de uitvoering in de eerste helft van het jaar kunstmatig lager dan onder normale omstandigheden. Bovendien zijn voor een aantal begrotingsonderdelen nu al enige tijd geen uitbetalingen meer mogelijk omdat de toegestane betalingskredieten reeds zijn opgebruikt.

Het huidige uitvoeringstempo rechtvaardigt een aanzienlijke opvoering van de betalingen, ook gezien het feit dat de betalingen zich traditioneel concentreren aan het einde van het jaar (doorgaans geschiedt ongeveer een vijfde van de betalingen gedurende de laatste twee maanden) en aangezien alle programma's aan het einde van het MFK in volle gang zijn.

De Commissie heeft optimaal gebruik gemaakt van de bestaande mogelijkheden voor herschikking in de traditionele jaarlijkse "globale overschrijving", waarmee de toegestane betalingskredieten over alle begrotingsonderdelen worden aangepast aan de geactualiseerde behoeften. Via deze globale overschrijving is 509,8 miljoen EUR, 0,4 % van het totaal aantal toegestane betalingskredieten in de begroting 2013, overgeheveld naar programma’s met resterende behoeften. Hieruit bleek evenwel ook dat verdere verhogingen boven de toegestane verhoging van de gewijzigde begroting 2/2013 noodzakelijk zijn gezien de omvang van het tekort aan betalingskredieten in de begroting voor 2013.

2.3         Overzicht van de voorgestelde verhogingen

Zoals hierboven beschreven heeft de Commissie de behoeften met betrekking tot de verplichtingen in 2013 zorgvuldig onderzocht. Op basis daarvan is het doel van dit OGB 8/2013 om de betalingskredieten voor alle begrotingsonderdelen aan te passen om geconstateerde tekorten te verhelpen, rekening houdend met overschrijvingen in de loop van het jaar in verband met dringende behoeften.

Het onderzoek van de behoeften tot het einde van het jaar heeft de in het oorspronkelijke OGB 2/2013 geraamde behoeften grotendeels bevestigd. Daarom komt dit OGB 8/2013 overeen met het OGB 2/2013 en komen de ingediende verzoeken grotendeels overeen met de tweede "tranche" van de initiële verhoging voor elk begrotingsonderdeel, zoals gevraagd in het OGB 2/2013. Tenzij hieronder anders vermeld, blijven de redenen die ten grondslag liggen aan het verzoek, als beschreven in het OGB 2/2013, eveneens dezelfde. Het grootste deel (80 %) van de gevraagde extra betalingskredieten per rubriek van het MFK heeft dan ook betrekking op rubriek 1b (zie onderstaande tabel).

Betalingskredieten in miljoen EUR, afgeronde cijfers

MFK Rubriek || Begroting 2013 (incl. GB 1) || Begroting 2013 (incl. GB 1-5 & OGB 6-7) || Waarvan GB 2 || OGB 8 || GB 2 + OGB 8 || % van GB 2 + OGB 8 || Begroting 2013 (incl. GB 1-5 & OGB 6-8) || Verschil

(1) (2) || (3) || (4) || (5) = (3)+(4) || || (6) || (6)/(1) (*)

Rubriek 1a || 11 904,0 || 12 543,0 || 639,0 || 343,6 || 982,6 || 8,7 % || 12 886,6 || 8,3 %

Rubriek 1b || 47 348,4 || 53 202,0 || 5 853,6 || 3 147,5 || 9 001,1 || 80,1 % || 56 349,5 || 19,0 %

Rubriek 2 || 57 487,0 || 57 882,7 || 395,7 || 185,3 || 581,0 || 5,2 % || 58 068,0 || 1,0 %

Rubriek 3a || 917,7 || 1 001,2 || 83,5 || 49,3 || 132,7 || 1,2 % || 1 050,4 || 14,5 %

Rubriek 3b || 639,1 || 663,9 || 9,9 || 0,9 || 10,8 || 0,1 % || 664,8 || 4,0 %

Rubriek 4 || 6 409,4 || 6 727,7 || 318,3 || 213,4 || 531,7 || 4,7 % || 6 941,1 || 8,3 %

Rubriek 5 || 8 430,4 || 8 430,0 || || || || || 8 430,0 ||

Rubriek 6 || 75,0 || 75,0 || || || || || 75,0 ||

Totaal || 133 211,0 || 140 525,6 || 7 300,0 || 3 940,0 || 11 240,0 || 100,0 % || 144 465,6 || 8,4 %

waarvan rubrieken 1a, 2, 3a, 3b, 4, 5 en 6 || 85 862,6 || 87 323,5 || 1 446,4 || 792,5 || 2 238,9 || 19,9 % || 88 116,0 || 2,6 %

 (*) Exclusief het Solidariteitsfonds van de Europese Unie

Hierna wordt het netto-effect van de geactualiseerde behoeften aan betalingskredieten tot het einde van het jaar voor de verschillende MFK-rubrieken toegelicht. Het komt erop neer dat, afgezien van enkele aanpassingen voor individuele begrotingsonderdelen, de totale verhoging van de betalingskredieten zoals voorzien op grond van het OGB 2/2013 wordt bevestigd voor de rubrieken 1a en 1b, evenals voor de rubrieken 3a en 3b samen. Voor rubriek 2 wordt een kleine aanpassing naar beneden voorgesteld en voor rubriek 4 een aanpassing naar boven in verband met nieuwe dringende behoeften op het gebied van humanitaire hulp.

3.           Verhoging van kredieten per MFK-rubriek

3.1.        Rubriek 1a ¾Concurrentievermogen ter bevordering van groei en werkgelegenheid

De behoefte aan aanzienlijk meer betalingskredieten voor rubriek 1a in 2013 wordt bevestigd gezien de uitvoering van de begroting tot op heden en op basis van een zorgvuldige analyse van de behoeften voor individuele begrotingsonderdelen tot het einde van het jaar. De gevraagde totale verhoging voor rubriek 1a van de GB 2/2013 en het onderhavige OGB 8/2013 samen bedraagt 982,6 miljoen EUR (waarvan 343,6 miljoen EUR van het OGB 8/2013), als volgt verdeeld:

in miljoen EUR, afgeronde cijfers

Begrotings-onderdeel || Omschrijving || Extra kredieten GB 2 || Extra kredieten OGB 8 || Totale verhoging || Verschil t.o.v. OGB 2

Kaderprogramma's voor onderzoek || 441,068 || 243,164 || 684,232 || 6,000

02 04 01 01 || Ruimtevaartonderzoek || 22,436 || 18,064 || 40,500 || 6,000

02 04 01 02 || Veiligheidsonderzoek || 32,516 || 17,484 || 50,000 ||

02 04 01 03 || Onderzoek in verband met vervoer (Galileo) || 26,013 || 13,987 || 40,000 ||

08 02 01 || Samenwerking — Gezondheid || 130,064 || 75,065 || 205,129 || 5,129

08 03 01 || Samenwerking — Voeding, landbouw en visserij, en biotechnologie || 42,271 || 22,729 || 65,000 ||

08 05 01 || Samenwerking — Energie || 13,006 || 6,994 || 20,000 ||

08 06 01 || Samenwerking — Milieu (inclusief klimaatverandering) || 26,013 || 13,987 || 40,000 ||

08 08 01 || Samenwerking — Sociaal-economische wetenschappen en geesteswetenschappen || 8,126 || 4,369 || 12,495 ||

08 10 01 || Ideeën || 22,761 || 12,239 || 35,000 ||

08 13 01 || Capaciteiten — Onderzoek ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen || 13,006 || 6,994 || 20,000 ||

08 14 01 || Capaciteiten — Kennisregio's || 1,773 || 0,954 || 2,727 ||

08 15 01 || Capaciteiten — Onderzoekspotentieel || 0,524 || 0,281 || 0,805 ||

08 16 01 || Capaciteiten — Wetenschap in de maatschappij || 5,203 || 2,797 || 8,000 ||

08 18 01 || Capaciteiten — Risicodelende financieringsfaciliteit (RDFF) || 0,488 || 0,263 || 0,751 ||

08 21 01 || Euratom — Kernsplijting en stralingsbescherming || 4,650 || 0,100 || 4,750 || 2,400

08 22 03 01 || Voltooiing van het zesde kaderprogramma van de EG (2003-2006) || 5,075 || - || 5,075 || -2,729

09 04 01 01 || Ondersteuning van samenwerking bij onderzoek op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie (ICT — Samenwerking) || 55,277 || 29,723 || 85,000 ||

10 02 01 || Niet-nucleaire activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (GCO) || 1,301 || 0,699 || 2,000 ||

10 03 01 || Nucleaire activiteiten van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (GCO) || 1,301 || 0,699 || 2,000 ||

15 07 77 || Burgers || 29,264 || 15,736 || 45,000 ||

Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie || 59,829 || 26,171 || 86,000 || -6,000

02 02 01 || Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie — Programma voor ondernemerschap en innovatie || 39,019 || 14,981 || 54,000 || -6,000

09 03 01 || Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie — Ondersteuning van het beleid op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT-PSP) || 20,810 || 11,190 || 32,000 ||

GMES, EGNOS en Galileo || 19,834 || 10,666 || 30,500 || 0,000

02 02 15 || Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) || 6,828 || 3,672 || 10,500 ||

02 05 01 || Europese programma's voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo) || 13,006 || 6,994 || 20,000 ||

Een leven lang leren en Erasmus Mundus || 81,940 || 50,884 || 132,824 || 6,824

15 02 02 || Erasmus Mundus || 3,902 || 2,098 || 6,000 ||

15 02 22 || Programma "Een leven lang leren" || 78,038 || 48,786 || 126,824 || 6,824

Andere acties en programma’s || 36,333 || 12,711 || 49,044 || -6,824

02 03 01 || Werking en ontwikkeling van de interne markt, met name op de gebieden van kennisgeving, certificering en sectorale harmonisatie || 0,423 || 0,227 || 0,650 ||

02 03 04 01 || Steun aan normalisatiewerkzaamheden van CEN, Cenelec en ETSI || 1,236 || 0,664 || 1,900 ||

04 05 01 || Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) || 8,454 || - || 8,454 || -4,456

10 05 01 || Ontmanteling van kerninstallaties en beheer van afval || 2,601 || 1,399 || 4,000 ||

12 04 01 || Specifieke activiteiten op het gebied van de financiële diensten, financiële verslaglegging en controle || 0,938 || 0,505 || 1,443 ||

14 02 01 || Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt || 0,325 || 0,175 || 0,500 ||

14 04 02 || Douane 2013 || 5,853 || 3,147 || 9,000 ||

14 05 03 || Fiscalis 2013 || 3,902 || 2,098 || 6,000 ||

26 03 01 01 || Interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA) || 6,503 || 3,497 || 10,000 ||

29 02 03 || Voltooiing van het statistisch programma van de Unie voor de periode 2008-2012 || 6,097 || 1,000 || 7,097 || -2,279

Totaal || 639,005 || 343,596 || 982,601 || 0,000

Kaderprogramma's voor onderzoek

Het verzoek om aanvullende betalingskredieten voor rubriek 1a heeft overwegend betrekking op betalingsbehoeften voor het Zevende Kaderprogramma voor onderzoek, waarop in de goedgekeurde begroting 2013 sterk werd bezuinigd. De evaluatie van de behoeften tot het einde van het jaar die in september 2013 werd uitgevoerd, bevestigde het verzoek dat de Commissie in het OGB 2/2013 had ingediend. Voor de kaderprogramma's voor onderzoek is ook een extra netto verhoging toegepast via de "globale overschrijving" van 227,0 miljoen EUR (als we de specifieke situatie van de gemeenschappelijke onderneming ITER buiten beschouwing laten).

Ten opzichte van het OGB 2/2013 wordt de verdeling van de totale verhoging voor de onderzoeksprogramma's enigszins aangepast, met name vanwege de aanhoudend hoge behoeften in verband met het KP7-Gezondheidsprogramma, waarvoor nog eens een verhoging van 5,7 miljoen EUR wordt gevraagd. Dit wordt gecompenseerd met een lagere verhoging voor het programma Euratom-kernsplijting (-2,4 miljoen EUR) en het onderdeel voor de afronding van het KP6 (-2,7 miljoen EUR) ten opzichte van het oorspronkelijke OGB 2/2013. Wat betreft het programma Euratom-kernsplijting hangt deze aanpassing samen met de lichte vertraging in de levering van de tussentijdse en eindverslagen van de onderzoeksprojecten, wat leidt tot vertraging in de betalingen. De aanpassing voor de kredieten die nodig zijn voor de afronding van het KP6 hangt voornamelijk samen met het KP6-Gezondheidsprogramma, waarvoor de betalingsbehoeften tot het einde van het jaar zullen worden gedekt door extra bestemmingsontvangsten die intussen beschikbaar zijn gekomen.

Daarnaast wordt verzocht om een hogere toename van de betalingskredieten (+ 6,0 miljoen EUR) voor de onderzoeksprogramma's ten opzichte van het oorspronkelijke OGB 2/2013 voor het onderdeel Ruimtevaartonderzoek, zodat de Commissie kan voldoen aan haar contractuele verplichtingen uit hoofde van de delegatieovereenkomst met het Europees Ruimteagentschap (ESA) voor de uitvoering van "Onderzoek en ontwikkeling" voor de ruimtecomponent van GMES. Dit wordt gecompenseerd met een licht verlaagde toename voor het programma voor ondernemerschap en innovatie in het kader van het Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP). De betalingskredieten voor het CIP worden via de "globale overschrijving" evenwel met 24,3 miljoen EUR verhoogd ten opzichte van het oorspronkelijke OGB 2/2013.

Erasmus Mundus

De verhoging van de vastleggingskredieten voor Erasmus Mundus in de goedgekeurde begroting 2013 ging gepaard met een verlaging van de betalingskredieten ten opzichte van de ontwerpbegroting. Gezien het hoge betalingspercentage van de afgelopen jaren en de schatting van de behoeften tot het einde van het jaar wordt een verdere verhoging van 6,8 miljoen EUR voorgesteld, die zal worden gecompenseerd met een lager verzoek voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) (- 4,5 miljoen EUR), waarvoor eerder niet verwachte bestemmingsontvangsten beschikbaar zijn gekomen uit de financiële afwikkeling van de aanvragen van eerdere jaren en uit de afronding van het Statistisch programma van de Unie voor 2008-2012 (- 2,3 miljoen EUR), als gevolg van enige vertraging ten opzichte van het aanvankelijke tijdschema voor de afronding.

3.2.        Rubriek 1b ¾ Cohesie voor groei en werkgelegenheid

De gevraagde totale verhoging voor rubriek 1b van de GB 2/2013 en het onderhavige OGB 8/2013 samen bedraagt 9 001 miljoen EUR (waarvan 3 147,5 miljoen EUR van het OGB 8/2013), als volgt verdeeld:

in miljoen EUR, afgeronde cijfers

Begrotings-onderdeel || Omschrijving || Extra kredieten GB 2 || Extra kredieten OGB 8 || Totale verhoging || Verschil t.o.v. OGB 2

Afsluiting van programma's 2000-2006 || 1 112,795 || 179,280 || 1 292,075 || -419,075

04 02 01 || Voltooiing van het Europees Sociaal Fonds (ESF) — Doelstelling 1 (2000-2006) || 559,275 || 146,725 || 706,00 || -154,000

13 03 01 || Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Doelstelling 1 (2000-2006) || 334,915 || 32,555 || 367,470 || -147,530

13 03 04 || Voltooiing van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Doelstelling 2 (2000-2006) || 55,928 || - || 55,928 || -30,072

13 03 06 || Voltooiing van Urban (2000-2006) || 0,098 || - || 0,098 || -0,052

13 04 01 || Cohesiefonds — Voltooiing van vroegere projecten (van vóór 2007) || 162,580 || - || 162,580 || -87,420

Programma's 2007-2013 || 4 740,834 || 2 968 241 || 7 709,075 || 419,075

04 02 17 || Europees Sociaal Fonds (ESF) — Convergentie || 1 053,519 || 566,481 || 1 620,000 ||

04 02 19 || Europees Sociaal Fonds (ESF) — Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid || 502,697 || 424,303 || 773,000 || 154,000

13 03 16 || Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Convergentie || 1 168,625 || 628,375 || 1 797,000 ||

13 03 18 || Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid || 541,717 || 320,000 || 833,000 || 28,717

13 03 19 || Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) — Europese territoriale samenwerking || 118,358 || 300,000 || 182,000 || 236,358

13 04 02 || Cohesiefonds || 1 355,917 || 729,083 || 2 085,000 ||

Totaal || 5 853,629 || 3 147,521 || 9 001,150 || 0,000

De verhoging van de betalingskredieten voor rubriek 1b is globaal gezien niet veranderd ten opzichte van het oorspronkelijke OGB 2/2013. Er wordt alleen een relatief kleine overheveling verwacht van de begrotingsonderdelen voor de afsluiting van Structuurfondsprogramma's voor 2000-2006 naar die voor de programma's voor 2007-2013, vanwege de hieronder beschreven redenen.

Afsluiting van programma's 2000-2006

De Commissie bevestigt dat zij van plan is de meeste Structuurfondsprogramma's 2000-2006 dit jaar af te sluiten. Ondanks de verhoging die was goedgekeurd in de onlangs vastgestelde GB 2/2013, zijn de kredieten voor de verschillende betrokken begrotingsonderdelen vrijwel uitgeput (EFRO) of zullen zij uitgeput zijn voor het einde van het jaar (ESF). De Commissie stelt daarom in het OGB 8/2013 voor 179,3 miljoen EUR aan de Structuurfondsen toe te wijzen, zodat er geen onnodige vertraging ontstaat in de afsluiting van de programma's voor 2000-2006 en om de begroting 2014 niet te belasten met verzoeken voor deze afsluitingsprocessen, waarvoor geen betalingskredieten zijn gepland in de ontwerpbegroting 2014. Het totale bedrag komt overeen met de initiële raming van de behoeften tot het einde van het jaar, na aftrek van de bestemmingsontvangsten van in totaal ongeveer 450 miljoen EUR die tijdens de afsluiting zijn geïnd.

Wat betreft de afsluiting van Cohesiefondsprojecten uit 2000-2006, waarvoor andere regels golden, heeft de Commissie haar raming bijgesteld. Dientengevolge zijn geen extra kredieten voor 2013 nodig bovenop de verhoging die is goedgekeurd in de GB 2/2013; overeenkomstig de bestaande planning voor de afsluiting zijn de nodige kredieten aangevraagd in de ontwerpbegroting 2014.

Programma's 2007-2013

Voor de programma's 2007-2013 moest voor 16,3 miljard EUR aan betalingsverzoeken die vόόr het einde van vorig jaar waren ontvangen, worden opgenomen onder de beschikbare kredieten van de begroting 2013. Dit betekent dat van de 45,2 miljard EUR die aanvankelijk in de begroting 2013 was opgenomen voor de programma's 2007-2013, slechts 28,9 miljard EUR beschikbaar bleef voor betalingsverzoeken die in 2013 worden ingediend. Na de verhoging van ongeveer 4,7 miljard EUR die is goedgekeurd in de GB 2/2013, is in 2013 nu 33,6 miljard EUR beschikbaar voor betalingsverzoeken.

In 2012 ontving de Commissie ongeveer 50,6 miljard EUR aan betalingsverzoeken. De verwachting is dat de betalingsverzoeken in 2013 dat bedrag te boven zullen gaan omdat lidstaten zich door het aflopen van de "n+3"-regel genoodzaakt zullen zien om eind 2013 betalingsverzoeken in te dienen die tot twee jaarlijkse tranches omvatten. Dit zou tevens een voortzetting zijn van de trend die de afgelopen drie jaar is waargenomen en waarbij de betalingsverzoeken ieder jaar aanzienlijk zijn toegenomen. Op 16 september 2013 lag het aantal betalingsverzoeken 11 % hoger dan vorig jaar op die datum.

Volgens de medio september 2013 door de lidstaten ingediende ramingen voor 2013, gecorrigeerd op grond van de ervaring met de nauwkeurigheid ervan, mogen tot het einde van het jaar betalingsverzoeken voor in totaal ongeveer 57,7 miljard EUR worden verwacht. Dit blijft in dezelfde orde van grootte als de eigen raming van de Commissie en het huidige patroon van de betalingsverzoeken en bevestigt het verzoek van het OGB 2/2013. Doordat de "n+3"-regel afloopt, zullen de lidstaten waarschijnlijk zo min mogelijk risico willen lopen dat kredieten worden geannuleerd en daardoor meer dan anders pas helemaal aan het einde van het jaar nog betalingsverzoeken indienen. Dergelijke verzoeken laat in het jaar kunnen niet voor het einde van het jaar door de Commissie worden verwerkt.

Op grond van de voorafgaande hypothesen vraagt de Commissie een verhoging van in totaal 2,968 miljard EUR in het OGB 8/2013. Hiermee kan de Commissie de betalingen blijven uitvoeren en voorkomen dat gerechtvaardigde betalingskredieten die binnen de wettelijke termijn worden ingediend, niet op tijd worden betaald, zonder buitensporig grote aantallen betalingsverzoeken door te schuiven naar 2014. De voor 2013 gevraagde verhoging, die 7 709 miljoen EUR bedraagt voor de GB 2/2013 en het OGB 8/2013 samen, ligt iets boven het totaalbedrag dat aanvankelijk in het OGB 2/2013 was gevraagd, om rekening te houden met de huidige instroom van betalingsverzoeken, met name voor de begrotingsonderdelen 04 02 19 (ESF – Concurrentievermogen), 13 03 18 (EFRO – Concurrentievermogen) en 13 03 19 (EFRO – Territoriale samenwerking). Het uitvoeringspercentage van deze begrotingsonderdelen varieerde op 16 september 2013 tussen 82 % en 100 %, zelfs indien rekening wordt gehouden met de kredieten die onlangs zijn goedgekeurd in de GB 2/2013. Voor het onderdeel Convergentie en het Cohesiefonds blijven de initiële ramingen ongewijzigd.

3.3.        Rubriek 2¾ Behoud en beheer van de natuurlijke hulpbronnen

De gevraagde totale verhoging voor rubriek 2 van de GB 2/2013 en het onderhavige OGB 8/2013 samen bedraagt 581 miljoen EUR (waarvan 185,3 miljoen EUR van het OGB 8/2013), als volgt verdeeld:

in miljoen EUR, afgeronde cijfers

Begrotings-onderdeel || Omschrijving || Extra kredieten GB 2 || Extra kredieten OGB 8 || Totale verhoging || Verschil t.o.v. OGB 2

05 04 02 01 || Voltooiing van de maatregelen in het kader van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, afdeling Oriëntatie — Regio's van doelstelling 1 (2000-2006) || 62,376 || 121,133 || 183,509 || 87,593

05 04 02 02 || Voltooiing van het speciale programma voor vrede en verzoening in Noord-Ierland en het grensgebied in Ierland (2000-2006) || 1,424 || 0,765 || 2,189 ||

05 04 05 01 || Programma’s voor plattelandsontwikkeling || 299,147 || 39,102 || 338,249 || -121,751

07 03 07 || Life+ (Financieel Instrument voor het milieu — 2007-2013) || 6,503 || 13,497 || 20,000 || 10,000

11 03 01 || Internationale visserijovereenkomsten || 142,560 || -43,696 || 98,864 || -43,696

11 06 12 || Europees Visserijfonds (EVF) — Convergentiedoelstelling || 22,108 || 52,280 || 74,388 || 40,393

11 06 13 || Europees Visserijfonds (EVF) — Gebieden die niet onder de convergentiedoelstelling vallen || 4,155 || 2,234 || 6,390 ||

Totaal || 395,714 || 185,316 || 581,029 || -27,461

De netto daling van de gevraagde extra betalingskredieten voor deze rubriek ten opzichte van het OGB 2/2013 hangt samen met de voorgestelde vrijgave van kredieten uit de reserve van een aantal internationale visserijovereenkomsten die naar verwachting eind 2013 niet meer zullen worden gesloten. Voorgesteld wordt om een deel van deze kredieten te gebruiken voor verdere verhoging van de oorspronkelijke begrotingsonderdelen van het OGB 2/2013, zoals hieronder beschreven.

05 04 02 01 ¾ Voltooiing van de maatregelen in het kader van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie ¾ Regio's van doelstelling 1 (2000-2006)

In het OGB 6/2012 had de Commissie reeds een bedrag van circa 110 miljoen EUR aangemerkt dat nodig was om oude programma's verder te kunnen afsluiten. Aangezien deze verhoging in 2012 niet is goedgekeurd en voor 2013 geen kredieten waren opgenomen voor dit begrotingsonderdeel, vroeg de Commissie een totale verhoging van 95,9 miljoen EUR in het OGB 2/2013, na aftrek van eventuele bestemmingsontvangsten. Aangezien nu ook andere programma's kunnen worden afgesloten, wordt verzocht om een extra verhoging van 87,6 miljoen EUR ten opzichte van het oorspronkelijke bedrag van het OGB 2/2013.

05 04 05 01 — Programma’s voor plattelandsontwikkeling

Na de betalingen van de eerste drie kwartalen ten laste van de begroting 2013, inclusief niet-betaalde bedragen van 2012, stond het saldo van de betalingskredieten op 16 september 2013 op 3 189 miljoen EUR; hierin is de in de GB 2/2013 goedgekeurde verhoging al verwerkt.

De herziene ramingen van de lidstaten voor het laatste kwartaal van de bedragen die ten laste komen van de begroting 2013 (Q3/2013) bedragen 4 065 miljoen EUR. Op grond van de ervaring met de nauwkeurigheid en gezien de beschikbaarheid van bestemmingsontvangsten, die hoger is dan verwacht, heeft de Commissie haar behoeftenevaluatie licht naar beneden bijgesteld ten opzichte van het OGB 2/2013. Gezien de verwachte betalingsverzoeken zou met een verhoging van 39 miljoen EUR kunnen worden voldaan aan de declaraties van de lidstaten gedurende het derde kwartaal van 2013.

07 03 07 ¾ LIFE+ (Financieel Instrument voor het milieu ¾ 2007-2013)

Na een duidelijke toename in 2012 is de uitvoering van de betalingskredieten voor LIFE+ in 2013 opnieuw flink toegenomen. Op 16 september 2013 lag het uitvoeringspercentage twee maal zo hoog als vorig jaar (83 % tegen 40 %), waarbij het laatste kwartaal traditioneel het meest intensief is wat betreft uitvoering van betalingen. Hieruit blijkt dat het programma momenteel op kruissnelheid ligt. Op basis van een gedetailleerde analyse van de behoeften tot het einde van het jaar heeft de Commissie haar verzoek naar boven bijgesteld en vraagt zij om een extra bedrag van 13,5 miljoen EUR.

11 06 12 — Europees Visserijfonds ¾ Convergentiedoelstelling

De oorspronkelijke betalingskredieten voor dit begrotingsonderdeel waren uitgeput vóór de vaststelling van de GB 2/2013 en het uitvoeringspercentage inclusief de GB 2/2013 bedroeg op 16 september 2013 reeds 96 %. Evenals voor het Cohesiebeleid werd deze situatie mede veroorzaakt door het grote aantal betalingsverzoeken dat eind 2012 niet afgewikkeld was. Gezien de verwachte betalingsverzoeken zou de Commissie met een verhoging van 52,3 miljoen EUR kunnen voldoen aan betalingsverzoeken die binnen de wettelijke termijn worden ingediend.

40 02 41 — Reserve voor gesplitste kredieten (hangt samen met 11 03 01 – Internationale visserijovereenkomsten)

Gezien de verlate goedkeuring van een aantal internationale visserijovereenkomsten (in het bijzonder die met Marokko, Micronesië, de Cookeilanden en de Salomonseilanden en Guinee-Bissau) kan een bedrag van 43,7 miljoen EUR worden overgeheveld naar andere posten.

3.4.        Rubriek 3a ¾ Vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid

De gevraagde totale verhoging voor rubriek 3 a van de GB 2/2013 en het onderhavige OGB 8/2013 samen bedraagt 132,7 miljoen EUR (waarvan 49,3 miljoen EUR van het OGB 8/2013), als volgt verdeeld:

in miljoen EUR, afgeronde cijfers

Begrotings-onderdeel || Omschrijving || Extra kredieten GB 2 || Extra kredieten OGB 8 || Totale verhoging || Verschil t.o.v. OGB 2

Solidariteit en beheer van de migratiestromen || 69,909 || 47,032 || 116,941 || 9,441

18 02 06 || Buitengrenzenfonds || 13,657 || 12,414 || 26,070 || 5,070

18 02 09 || Europees Terugkeerfonds || 17,559 || 9,441 || 27,000 ||

18 03 03 || Europees Vluchtelingenfonds (EVF) || 19,510 || 14,861 || 34,371 || 4,371

18 03 05 || Europees migratienetwerk || 0,650 || 0,350 || 1,000 ||

18 03 09 || Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen || 18,534 || 9,966 || 28,500 ||

Veiligheid en bescherming van de vrijheden || 9,430 || - || 9,430 || -5,070

18 05 08 || Preventie, paraatheid en beheersing van de gevolgen van terrorisme || 1,301 || - || 1,301 || -0,699

18 05 09 || Preventie en bestrijding van criminaliteit || 8,129 || - || 8,129 || -4,371

Andere acties en programma’s || 4,130 || 2,220 || 6,350 || 0,000

18 02 04 || Schengeninformatiesysteem (SIS II) || 1,951 || 1,049 || 3,000 ||

18 03 14 02 || Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken — Bijdrage voor titel 3 || 0,975 || 0,525 || 1,500 ||

18 03 17 || Voorbereidende actie — Hervestiging van vluchtelingen in noodsituaties || 0,423 || 0,227 || 0,650 ||

18 08 01 || Prince — Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht || 0,780 || 0,420 || 1,200 ||

Totaal || 83,469 || 49,252 || 132,721 || 4,371

Buitengrenzenfonds en Europees Vluchtelingenfonds

De aangepaste betalingsbehoeften voor het Buitengrenzenfonds en het Europees Vluchtelingenfonds in het kader van het onderdeel Solidariteit en beheer van migratiestromen betreffen de tussentijdse en saldobetalingen voor subsidies en contracten uit 2011 en 2012, alsmede voorfinanciering voor oproepen uit 2012 en 2013. De behoefte aan een verhoging voor 2013 is ook noodzakelijk doordat enkele voorfinancieringen voor 2012 zijn uitgesteld.

Wat betreft het Buitengrenzenfonds is ongeveer 30 % van de kredieten aangehouden als reserve vanwege enkele problemen in verband met het beheer van Schengen. Om ervoor te zorgen dat alle lidstaten gelijk worden behandeld, heeft de Commissie besloten om de uitvoering op te schorten totdat alle kwesties zijn opgelost. Hierdoor kon tijdelijk gebruik worden gemaakt van betalingskredieten uit het Buitengrenzenfonds voor de dringend noodzakelijke verhoging van de onderdelen Preventie, paraatheid en beheersing van de gevolgen van terrorisme (CIPS) en Preventie en bestrijding van criminaliteit (ISEC) via de overschrijving DEC 11/2013. Nu de kwesties in verband met Schengen zijn opgelost, kan de uitvoering van het Buitengrenzenfonds worden hervat. Daarom kunnen de bedragen die aanvankelijk waren overgeheveld naar CIPS en ISEC nu opnieuw worden toegewezen aan het Buitengrenzenfonds, als gedeeltelijke compensatie (+ 5,1 miljoen EUR). Op vergelijkbare wijze kunnen de bedragen die kunnen worden vrijgemaakt uit de programma's Cultuur en gezondheid van rubriek 3b, zoals hieronder beschreven, worden overgeheveld naar het Europees Vluchtelingenfonds, om lidstaten te helpen die het hoofd moeten bieden aan een steeds grotere instroom van vluchtelingen.

3.5.        Rubriek 3b ¾ Burgerschap

De gevraagde totale verhoging voor rubriek 3b van de GB 2/2013 en het onderhavige OGB 8/2013 samen bedraagt 10,8 miljoen EUR (waarvan 0,9 miljoen EUR van het OGB 8/2013), als volgt verdeeld:

in miljoen EUR, afgeronde cijfers

Begrotings-onderdeel || Omschrijving || Extra kredieten GB 2 || Extra kredieten OGB 8 || Totale verhoging || Verschil t.o.v. OGB 2

09 02 06 || Voorbereidende actie — Erasmus voor journalisten || 0,098 || 0,052 || 0,150 ||

15 04 44 || Programma "Cultuur" (2007-2013)     || 2,276 || - || 2,276 || -1,224

15 04 66 01 || Media 2007 — Programma ter ondersteuning van de Europese audiovisuele sector || 1,626 || 0,874 || 2,500 ||

17 03 06 || Actie van de Unie op het gebied van volksgezondheid || 5,853 || - || 5,853 || -3,147

Totaal || 9,852 || 0,927 || 10,779 || -4,371

Uit de evaluatie van de behoeften tot het einde van het jaar van het OGB 2/2013 voor rubriek 3b bleek dat de tweede tranche van de verhoging voor de programma's Cultuur en Gezondheid niet langer noodzakelijk is. Voor het programma Cultuur hangt de aanpassing naar beneden (- 1,2 miljoen EUR) samen met het feit dat minder voorfinanciering hoeft te worden betaald als gevolg van vertragingen in de bankgaranties die de begunstigden moeten verkrijgen en in de levering van de tussentijdse en eindverslagen. Voor het programma Gezondheid weerspiegelt de aanpassing naar beneden (- 3,1 miljoen EUR) de lichte vertraging in de uitvoering van de maatregelen in het kader van het volksgezondheidsprogramma. Voorgesteld wordt deze bedragen over te hevelen naar het Europees Vluchtelingenfonds, zoals beschreven onder rubriek 3a.

3.6.        Rubriek 4 ¾ De EU als mondiale speler

De gevraagde totale verhoging voor rubriek 4 van de GB 2/2013 en het onderhavige OGB 8/2013 samen bedraagt 531,7 miljoen EUR (waarvan 213,4 miljoen EUR van het OGB 8/2013), als volgt verdeeld:

in miljoen EUR, afgeronde cijfers

Begrotings-onderdeel || Omschrijving || Extra kredieten GB 2 || Extra kredieten OGB 8 || Totale verhoging || Verschil t.o.v. OGB 2

Instrument voor pretoetredingssteun (IPA) || 124,536 || 22,554 || 147,091 || -44,409

04 06 01 || Instrument voor pretoetredingssteun (IPA) — Ontwikkeling van het menselijke potentieel || 23,086 || 12,414 || 35,500 ||

13 05 02 || Instrument voor pretoetredingssteun (IPA) — Regionale ontwikkeling || 82,591 || - || 82,591 || -44,409

13 05 03 02 || Grensoverschrijdende samenwerking en deelname van kandidaat- en potentiële kandidaat-lidstaten aan de transnationale en interregionale samenwerkingsprogramma’s van de structuurfondsen — Bijdrage uit rubriek 4 || 4,552 || 2,448 || 7,000 ||

22 02 07 01 || Regionale en horizontale programma’s || 14,307 || 7,693 || 22,000 ||

Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument || 74,787 || 40.213 || 115,000 || 0,000

19 08 01 01 || Europees beleid inzake nabuurschap en partnerschap — Financiële samenwerking met mediterrane landen || 6,503 || 3,497 || 10,000 ||

19 08 01 02 || Europees beleid inzake nabuurschap en partnerschap — Financiële bijstand aan Palestina, het vredesproces en UNRWA || 45,522 || 24,478 || 70,000 ||

19 08 01 03 || Europees beleid inzake nabuurschap en partnerschap — Financiële samenwerking met Oost-Europa || 22,761 || 12,239 || 35,000 ||

Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) || 40,320 || 18,183 || 58,503 || -3,497

19 09 01 || Samenwerking met ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika || 13,006 || 6,994 || 20,000 ||

19 10 01 01 || Samenwerking met ontwikkelingslanden in Azië || 6,503 || 3,497 || 10,000 ||

21 03 01 || Niet-overheidsactoren in het ontwikkelingsproces || 6,503 || 3,497 || 10,000 ||

21 03 02 || Plaatselijke autoriteiten in ontwikkeling || 4,552 || 2,448 || 7,000 ||

21 05 02 || Wereldfonds voor de bestrijding van hiv/aids, tuberculose en malaria (GFATM) || 3,252 || 1,748 || 5,000 ||

21 06 02 || Betrekkingen met Zuid-Afrika || 6,503 || - || 6,503 || -3,497

Stabiliteitsinstrument (IfS) || 34,467 || 3,846 || 38,313 || -14,687

19 06 01 01 || Paraatheid voor rampen en crisissituaties (Stabiliteitsinstrument) || 27,313 || - || 27,313 || -14,687

19 06 02 01 || Acties op het gebied van risicovermindering en paraatheid met betrekking tot chemische, nucleaire en biologische materialen of agentia (Stabiliteitsinstrument) || 3,902 || 2,098 || 6,000 ||

19 06 03 || Transregionale maatregelen op het gebied van de georganiseerde misdaad, mensenhandel, de bescherming van kritieke infrastructuur, bedreigingen voor de volksgezondheid en de strijd tegen het terrorisme (Stabiliteitsinstrument) || 3,252 || 1,748 || 5,000 ||

Europees instrument voor de democratie en de mensenrechten (EIDHR) || 13,006 || 6,994 || 20,000 || 0,000

19 04 01 || Europees instrument voor de democratie en de mensenrechten (EIDHR) || 13,006 || 6,994 || 20,000 ||

Humanitaire hulp || 29,915 || 120,910 || 150,825 || 104,825

23 02 01 || Humanitaire hulp || 27,964 || 119,861 || 147,825 || 104,825

23 02 02 || Voedselhulp || 1,951 || 1,049 || 3,000 ||

Andere acties en programma’s || 1,301 || 0,699 || 2,000 || 0,000

20 02 03 || Aid for trade — Multilaterale initiatieven || 1,301 || 0,699 || 2,000 ||

Totaal || 318,332 || 213,400 || 531,732 || 42,232

Humanitaire hulp

Gezien de verslechtering van een aantal grote crises, zoals in Mali, de Sahel, de Hoorn van Afrika en vooral Syrië, zijn de begrotingsonderdelen voor Humanitaire hulp en Voedselhulp verhoogd met 377,7 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en slechts 183 miljoen EUR aan betalingskredieten. Deze bedragen komen bovenop de aanzienlijke stijging (+ 167 miljoen EUR) van de vastleggingen die eind 2012 nog openstonden in vergelijking met het jaar ervoor. Dit maakt het voor de Commissie zeer moeilijk om haar contractuele verplichtingen na te komen en nieuwe contracten te ondertekenen voor de verbintenissen die zij is aangegaan, bijvoorbeeld ten aanzien van Syrië. Het uitvoeringspercentage bedroeg op 16 september 2013 reeds 88 %.

Daarom stelt de Commissie voor de betalingskredieten voor humanitaire hulp aanzienlijk te verhogen, met 120,9 miljoen EUR, een verhoging van 104,8 miljoen EUR ten opzichte van het OGB 2/2013. De Commissie stelt voor dit gedeeltelijk te compenseren door overheveling vanuit de reserve voor internationale visserijovereenkomsten (43,7 miljoen EUR), zoals beschreven in punt 3.3, lagere verzoeken voor andere begrotingsonderdelen van rubriek 4 ( 62,6 miljoen EUR) en aanvullende kredieten (14,7 miljoen EUR) ten opzichte van het OGB 2/2013. Dit bedrag komt bovenop de verhoging van 30 miljoen EUR die door de begrotingsautoriteit is goedgekeurd door middel van overschrijving DEC 18/2013 en 79,1 miljoen EUR via de globale overschrijving.

De oorspronkelijke herschikking binnen de bedragen van het OGB 2/2013 voor rubriek 4 hangt samen met interne overschrijvingen om te voldoen aan de initieel geraamde behoeften voor het IPA – Regionale ontwikkeling (- 44,4 miljoen EUR), de reeds goedgekeurde verhoging van 21 miljoen EUR via overschrijving DEC 21/2013 voor het Stabiliteitsinstrument – Paraatheid voor rampen en crisissituaties (- 14,7 miljoen EUR) en de herziening van het betalingsschema voor de verschillende tranches begrotingssteun voor het DCI – Betrekkingen met Zuid-Afrika (- 3,5 miljoen EUR).

4.           Conclusie

Uit de nieuwe analyse van de betalingsbehoeften voor de begroting 2013 is gebleken dat er een groot tekort aan betalingskredieten is, ook wanneer rekening is gehouden met de verhoging van 7,3 miljard EUR van de GB 2/2013 en alle herschikkingsmogelijkheden. Daarom vraagt de Commissie 3,9 miljard EUR aan betalingskredieten voor het betalingsplafond voor het MFK 2013.

5.           Samenvatting per MFK-rubriek

Financieel kader Rubriek/subrubriek || Herzien Financieel kader 2013 || Begroting 2013 (incl. GB 1-5 en OGB 6 en 7/2013) || OGB 8/2013 (OGB 2bis) || Begroting 2013 (incl. GB 1-5 en OGB 6-8/2013)

VK || BK || VK || BK || VK || BK || VK || BK

1. DUURZAME GROEI || || || || || || || ||

1a. Concurrentievermogen ter bevordering van groei en werkgelegenheid || 15 670 000 000 || || 16 168 150 291 || 12 543 032 370 || || 343 595 725 || 16 168 150 291 || 12 886 628 095

Marge || || || 1 849 709 || || || || 1 849 709 ||

1b. Cohesie voor groei en werkgelegenheid || 54 974 000 000 || || 55 108 049 037 || 53 202 023 518 || || 3 147 521 218 || 55 108 049 037 || 56 349 544 736

Marge[6] || || || 0 || || || || 0 ||

Totaal || 70 644 000 000 || || 71 276 199 328 || 65 745 055 888 || || 3 491 116 943 || 71 276 199 328 || 69 236 172 831

Marge[7] || || || 1 849 709 || || || || 1 849 709 ||

2. BEHOUD EN BEHEER VAN NATUURLIJKE HULPBRONNEN || || || || || || || ||

waarvan marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen || 48 574 000 000 || || 43 956 548 610 || 43 934 188 711 || || || 43 956 548 610 || 43 934 188 711

Totaal || 61 289 000 000 || || 60 159 241 416 || 57 882 716 075 || || 185 315 751 || 60 159 241 416 || 58 068 031 826

Marge || || || 1 129 758 584 || || || || 1 129 758 584 ||

3. BURGERSCHAP, VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHTVAARDIGHEID || || || || || || || ||

3a. Vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 1 661 000 000 || || 1 440 827 200 || 1 001 152 237 || || 49 252 413 || 1 440 827 200 || 1 050 404 650

Marge || || || 220 172 800 || || || || 220 172 800 ||

3b. Burgerschap || 746 000 000 || || 753 287 942 || 663 875 907 || || 926 652 || 753 287 942 || 664 802 559

Marge || || || 7 320 000 || || || || 7 320 000 ||

Totaal || 2 407 000 000 || || 2 194 115 142 || 1 665 028 144 || || 50 179 065 || 2 194 115 142 || 1 715 207 209

Marge[8] || || || 227 492 800 || || || || 227 492 800 ||

4. DE EU ALS MONDIALE SPELER || 9 595 000 000 || || 9 583 118 711 || 6 727 745 950 || || 213 400 386 || 9 583 118 711 || 6 941 146 336

Marge[9] || || || 275 996 289 || || || || 275 996 289 ||

5. ADMINISTRATIE || 8 492 000 000 || || 8 430 374 740 || 8 430 049 740 || || || 8 430 374 740 || 8 430 049 740

Marge[10] || || || 147 625 260 || || || || 147 625 260 ||

6. COMPENSATIES || 75 000 000 || || 75 000 000 || 75 000 000 || || || 75 000 000 || 75 000 000

Marge || || || || || || || ||

TOTAAL || 152 502 000 000 || 144 285 000 000 || 151 718 049 337 || 140 525 595 797 || || 3 940 012 145 || 151 718 049 337 || 144 465 607 942

Marge [11],[12],[13] || || || 1 782 722 642 || 3 940 012 145 || || || 1 782 722 642 || 0

[1]               PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

[2]               PB L 66 van 8.3.2013, blz. 1.

[3]               COM(2013) 518.

[4]               COM(2013) 655.

[5]               COM(2013) 557.

[6]               134,0 miljoen EUR boven het maximum wordt in 2013 met het flexibiliteitsinstrument gefinancierd.

[7]               Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering wordt niet opgenomen in de berekening van de marge onder rubriek 1a (500 miljoen EUR).

[8]               Het bedrag van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie is opgenomen bij de desbetreffende rubrieken, zoals bepaald in het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 (PB C 139 van 14.6.2006).

[9]               De marge voor 2013 in rubriek 4 houdt geen rekening met de kredieten betreffende de reserve voor noodhulp (264,1 miljoen EUR).

[10]             Om de marge ten opzichte van het maximum van rubriek 5 te berekenen, wordt rekening gehouden met voetnoot 1 van het financieel kader 2007-2013 voor een bedrag van 86 miljoen EUR aan bijdragen van de personeelsleden aan het pensioenstelsel.

[11]             134,0 miljoen EUR boven het maximum wordt in 2013 met het flexibiliteitsinstrument gefinancierd.

[12]             De totale marge voor de vastleggingen houdt geen rekening met de kredieten voor de reserve voor het EGF (500 miljoen EUR), het EUSF (14,7 miljoen EUR), de reserve voor noodhulp (264,1 miljoen EUR) en de pensioenbijdragen van het personeel (86 miljoen EUR).

[13]             De totale marge voor de betalingen houdt geen rekening met de kredieten voor het EUSF (14,7 miljoen EUR), de reserve voor noodhulp (80 miljoen EUR) en de pensioenbijdragen van het personeel (86 miljoen EUR).

Top