EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011PC0764

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen

/* COM/2011/0764 definitief - 2011/0358 (COD) */

52011PC0764

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen /* COM/2011/0764 definitief - 2011/0358 (COD) */


TOELICHTING

1. Achtergrond van het voorstel

Algemene context, motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel wordt ingediend in het kader van de tenuitvoerlegging van het "goederenpakket", dat in 2008 is vastgesteld. Het maakt deel uit van een pakket voorstellen om tien productrichtlijnen op één lijn te brengen met Besluit nr. 768/2008/EG betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten.

De harmonisatiewetgeving van de Unie om het vrije verkeer van goederen te waarborgen heeft aanzienlijk bijgedragen tot de voltooiing en functionering van de eengemaakte markt. De wetgeving is op een hoog beschermingsniveau gebaseerd, biedt marktdeelnemers de middelen om conformiteit aan te tonen en waarborgt aldus door vertrouwen in de producten het vrije verkeer.

Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen is een voorbeeld van deze harmonisatiewetgeving van de Unie en waarborgt het vrije verkeer van pyrotechnische artikelen. In deze richtlijn zijn de essentiële veiligheidseisen vastgelegd waaraan pyrotechnische artikelen moeten voldoen om op de EU-markt te mogen worden aangeboden. Fabrikanten moeten aantonen dat een pyrotechnisch artikel in overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen is ontworpen en vervaardigd, en moeten de CE-markering op het artikel aanbrengen.

Uit ervaring met de harmonisatiewetgeving van de Unie zijn in de uitvoering en handhaving van deze wetgeving – in meerdere sectoren – bepaalde zwakke punten en inconsistenties gebleken, die hebben geleid tot:

– de aanwezigheid op de markt van niet-conforme of gevaarlijke producten en dientengevolge een zeker gebrek aan vertrouwen in de CE-markering;

– concurrentienadelen voor marktdeelnemers die aan de wetgeving voldoen, ten opzichte van marktdeelnemers die de regels omzeilen;

– ongelijke behandeling in geval van niet-conforme producten en verstoring van de concurrentie tussen marktdeelnemers als gevolg van verschillende handhavingspraktijken;

– uiteenlopende praktijken bij de aanwijzing van conformiteitsbeoordelingsinstanties door nationale autoriteiten;

– problemen met de kwaliteit van bepaalde aangemelde instanties.

Bovendien is het regelgevingskader steeds ingewikkelder geworden, aangezien vaak verschillende wetgeving gelijktijdig op een en hetzelfde product van toepassing is. Inconsistenties in deze wetgeving maken het voor marktdeelnemers en autoriteiten steeds moeilijker om die wetgeving op de juiste wijze te interpreteren en toe te passen.

Om deze horizontale tekortkomingen in de harmonisatiewetgeving van de Unie, die in verschillende industriesectoren zijn waargenomen, te verhelpen, is in 2008 als onderdeel van het goederenpakket het nieuwe wetgevingskader vastgesteld. Dit heeft ten doel de bestaande regels aan te scherpen en aan te vullen en de praktische aspecten van de uitvoering en handhaving te verbeteren. Het nieuwe wetgevingskader (NWK) bestaat uit twee elkaar aanvullende instrumenten: Verordening (EG) nr. 765/2008 inzake accreditatie en markttoezicht en Besluit nr. 768/2008/EG betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten.

In de NWK-verordening zijn regels voor accreditatie (een instrument voor de beoordeling van de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties) en eisen voor de organisatie en de goede uitvoering van het markttoezicht en de controle van producten uit derde landen vastgelegd. Deze regels zijn sinds 1 januari 2010 rechtstreeks in alle lidstaten van toepassing.

Het NWK-besluit omvat een gemeenschappelijk kader voor de productharmonisatiewetgeving van de EU. Dit kader bestaat uit vaak gebruikte bepalingen in de EU-productwetgeving (bv. definities, verplichtingen voor marktdeelnemers, aangemelde instanties, vrijwaringsmechanismen). Deze gemeenschappelijke bepalingen zijn aangescherpt om te waarborgen dat de richtlijnen in de praktijk doeltreffender kunnen worden toegepast en gehandhaafd. Er zijn nieuwe elementen toegevoegd, zoals verplichtingen voor importeurs, die cruciaal zijn om de veiligheid van producten op de markt te verbeteren.

De bepalingen van het NWK-besluit en de NWK-verordening vullen elkaar aan en hangen nauw samen. Het NWK-besluit bevat de overeenkomstige verplichtingen voor marktdeelnemers en aangemelde instanties, zodat markttoezichtautoriteiten en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor aangemelde instanties, de hun door de NWK-verordening opgelegde taken naar behoren kunnen verrichten en zodat de EU-productwetgeving doeltreffend en consistent kan worden gehandhaafd.

In tegenstelling tot de NWK-verordening zijn de bepalingen van het NWK-besluit niet rechtstreeks van toepassing. Om te waarborgen dat alle economische sectoren die onder de harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, van de verbeteringen van het NWK profiteren, moeten de bepalingen van het NWK-besluit in de bestaande productwetgeving worden opgenomen.

Uit een enquête na de vaststelling van het goederenpakket in 2008 is gebleken dat de harmonisatiewetgeving van de Unie betreffende producten binnen de daaropvolgende drie jaar grotendeels moest worden herzien, niet alleen om de problemen aan te pakken die zich in alle sectoren voordeden, maar ook om sectorspecifieke redenen. Een dergelijke herziening zou automatisch ook stroomlijning van de desbetreffende wetgeving met het NWK-besluit omvatten, aangezien het Parlement, de Raad en de Commissie zich ertoe hebben verplicht de bepalingen ervan zo veel mogelijk in toekomstige productwetgeving te gebruiken om het regelgevingskader optimale samenhang te geven.

Voor een aantal andere harmonisatierichtlijnen van de Unie, waaronder Richtlijn 2007/23/EG betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen, was binnen deze periode geen revisie om sectorspecifieke redenen voorzien. Om ervoor te zorgen dat de problemen in verband met niet-conformiteit en aangemelde instanties desalniettemin in deze sectoren worden aangepakt, en in het belang van de samenhang van het totale regelgevingskader voor producten, is besloten deze richtlijnen in één pakket op één lijn te brengen met het NWK-besluit.

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

Dit initiatief is in overeenstemming met de Akte voor de interne markt[1], waarin de nadruk is gelegd op de noodzaak om het vertrouwen van de consument in de kwaliteit van producten op de markt te herstellen en op het belang van aanscherping van het markttoezicht.

Bovendien ondersteunt het initiatief het beleid van de Commissie inzake betere regelgeving en vereenvoudiging van het regelgevingskader.

2. Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling

Raadpleging van belanghebbende partijen

Het op één lijn brengen van Richtlijn 2007/23/EG betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen met het NWK-besluit is met de nationale deskundigen die voor de uitvoering van deze richtlijn verantwoordelijk zijn, besproken in de werkgroep pyrotechniek, in het forum van aangemelde instanties en in bilaterale vergaderingen met brancheorganisaties.

Van juni tot oktober 2010 is onder alle sectoren die bij dit initiatief betrokken zijn, een openbare raadpleging georganiseerd. Deze bestond uit vier specifieke vragenlijsten voor marktdeelnemers, autoriteiten, aangemelde instanties en gebruikers; de diensten van de Commissie hebben 300 antwoorden ontvangen. De resultaten zijn bekendgemaakt op:

http://ec.europa.eu/enterprise/policies/single-market-goods/regulatory-policies-common-rules-for-products/new-legislative-framework/index_en.htm

Naast de algemene raadpleging is er een specifieke raadpleging van de kleine en middelgrote ondernemingen uitgevoerd. Via het Enterprise Europe Network zijn in mei-juni 2010 603 kleine en middelgrote ondernemingen geraadpleegd. De resultaten zijn beschikbaar op http://ec.europa.eu/enterprise/policies/single-market-goods/files/new-legislative-framework/smes_statistics_en.pdf

Uit het raadplegingsproces is gebleken dat het initiatief breed wordt gedragen. Men is unaniem van oordeel dat het markttoezicht en het systeem voor beoordeling van en toezicht op aangemelde instanties moeten worden verbeterd. De autoriteiten ondersteunen deze maatregel volledig, omdat het bestaande systeem hierdoor wordt versterkt en de samenwerking op EU-niveau wordt verbeterd. Het bedrijfsleven verwacht een gelijker speelveld als gevolg van doeltreffender optreden tegen producten die niet aan de wetgeving voldoen, alsmede een vereenvoudigingseffect door stroomlijning van de wetgeving. Er was enige bezorgdheid over sommige verplichtingen, die echter noodzakelijk zijn om de doeltreffendheid van het markttoezicht te vergroten. Deze maatregelen zullen geen significante kosten voor het bedrijfsleven met zich brengen en de voordelen die uit het verbeterde markttoezicht voortvloeien, zouden de kosten ruimschoots moeten compenseren.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

De effectbeoordeling van dit uitvoeringspakket bouwt grotendeels voort op de effectbeoordeling die voor het nieuwe wetgevingskader is uitgevoerd. Naast de deskundigheid die in die context is bijeengebracht en geanalyseerd, heeft er nadere raadpleging van sectorspecifieke deskundigen en belangengroepen, alsmede van horizontale deskundigen op het gebied van technische harmonisatie, conformiteitsbeoordeling, accreditatie en markttoezicht plaatsgevonden.

Effectbeoordeling

Op basis van de verzamelde informatie heeft de Commissie een effectbeoordeling uitgevoerd waarin drie opties zijn onderzocht en vergeleken.

Optie 1 - geen wijzigingen in de huidige situatie

Deze optie houdt in dat er geen wijzigingen van de huidige richtlijn worden voorgesteld en dat er uitsluitend van wordt uitgegaan dat de NWK-verordening tot bepaalde verbeteringen zal leiden.

Optie 2 - op één lijn brengen met het NWK-besluit door middel van niet-wetgevende maatregelen

In optie 2 wordt de mogelijkheid overwogen vrijwillige stroomlijning met de bepalingen van het NWK-besluit te stimuleren, bv. door ze als beste praktijken in richtsnoeren te presenteren.

Optie 3 - op één lijn brengen met het NWK-besluit door middel van wetgevende maatregelen

Deze optie bestaat uit het opnemen van de bepalingen van het NWK-besluit in de bestaande richtlijnen.

Optie 3 heeft de voorkeur, omdat:

– hiermee het concurrentievermogen van ondernemingen en aangemelde instanties die hun verplichtingen serieus nemen, ten opzichte van degenen die zich niet aan het systeem houden, wordt verbeterd;

– hiermee de werking van de interne markt wordt verbeterd door gelijke behandeling van alle marktdeelnemers te waarborgen, met name van importeurs en distributeurs, alsmede van aangemelde instanties;

– hiermee geen significante kosten voor marktdeelnemers en aangemelde instanties gemoeid zijn en geen extra kosten of slechts verwaarloosbare kosten worden verwacht voor degenen die al verantwoordelijk handelen;

– deze optie doeltreffender wordt geacht dan optie 2: gezien de gebrekkige handhavingsmogelijkheden van optie 2 is het twijfelachtig of de positieve gevolgen zich met die optie werkelijk zullen voordoen;

– opties 1 en 2 geen oplossing bieden voor het probleem van inconsistenties in het regelgevingskader en derhalve geen positieve uitwerking hebben op de vereenvoudiging van het regelgevingskader.

3. Belangrijkste elementen van het voorstel 3.1. Horizontale definities

In het voorstel worden geharmoniseerde definities vastgelegd van termen die in de harmonisatiewetgeving van de Unie vaak worden gebruikt en derhalve in die wetgeving een consistente betekenis moeten krijgen.

3.2. Verplichtingen van marktdeelnemers en traceerbaarsheidseisen

In het voorstel worden de verplichtingen van fabrikanten verduidelijkt en worden verplichtingen voor importeurs en distributeurs vastgelegd. Importeurs moeten controleren of de fabrikant de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd en technische documentatie heeft opgesteld. Zij moeten er ook bij de fabrikant op toezien dat deze technische documentatie op verzoek aan de autoriteiten kan worden verstrekt. Bovendien moeten importeurs controleren of de pyrotechnische artikelen de juiste markering dragen en van instructies en informatie aangaande de veiligheid vergezeld gaan. Zij moeten een kopie van de conformiteitsverklaring bewaren en hun naam en adres op het product aanbrengen, of, indien dit niet mogelijk is, op de verpakking of in de begeleidende documentatie. Distributeurs moeten controleren of het pyrotechnische artikel van de CE-markering en de naam van de fabrikant en, in voorkomend geval, van de importeur is voorzien en of het van de vereiste documentatie en instructies vergezeld gaat.

Importeurs en distributeurs moeten met markttoezichtautoriteiten samenwerken en passende maatregelen nemen wanneer zij niet-conforme pyrotechnische artikelen hebben geleverd.

Er worden voor alle marktdeelnemers aangescherpte traceerbaarheidsverplichtingen vastgelegd. Op pyrotechnische artikelen moeten de naam en het adres van de fabrikant zijn aangebracht, alsmede een nummer om vast te stellen om welk artikel het gaat en welke technische documentatie erbij hoort. Wanneer een pyrotechnisch artikel wordt ingevoerd, moeten ook de naam en het adres van de importeur op het artikel zijn aangebracht. Bovendien moet iedere marktdeelnemer de autoriteiten kunnen meedelen van welke marktdeelnemer hij een pyrotechnisch artikel heeft ontvangen of aan wie hij een artikel heeft geleverd.

3.3. Geharmoniseerde normen

Overeenstemming met geharmoniseerde normen vestigt het vermoeden van conformiteit met de essentiële eisen. Op 1 juni 2011 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening betreffende Europese normalisatie[2] goedgekeurd waarin een horizontaal rechtskader voor Europese normalisatie wordt vastgelegd. Dat voorstel voor de verordening bevat onder andere bepalingen over normalisatieverzoeken van de Commissie aan Europese normalisatie-instellingen, over de procedure voor bezwaar tegen een geharmoniseerde norm en over deelname van belanghebbenden aan het normalisatieproces. Derhalve zijn de bepalingen van Richtlijn 2007/23/EG die dezelfde aspecten betreffen, met het oog op de rechtszekerheid uit het onderhavige voorstel geschrapt.

De bepaling dat overeenstemming met geharmoniseerde normen het vermoeden van conformiteit vestigt, is gewijzigd om de reikwijdte van het vermoeden van conformiteit te verduidelijken wanneer normen slechts een deel van de essentiële eisen bestrijken.

3.4. Conformiteitsbeoordeling en CE-markering

In Richtlijn 2007/23/EG betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen zijn de conformiteitsbeoordelingsprocedures gekozen die fabrikanten moeten toepassen om aan te tonen dat hun pyrotechnische artikelen aan de essentiële veiligheidseisen voldoen. Het voorstel brengt deze procedures op één lijn met de geactualiseerde versies die in het NWK-besluit zijn vastgelegd.

De algemene beginselen van de CE-markering zijn in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 vastgelegd, terwijl de gedetailleerde bepalingen voor het aanbrengen van de CE-markering op pyrotechnische artikelen in dit voorstel zijn opgenomen.

3.5. Aangemelde instanties

In het voorstel worden de aanmeldingscriteria voor aangemelde instanties aangescherpt. Er wordt verduidelijkt dat dochterondernemingen of onderaannemers ook aan de aanmeldingseisen moeten voldoen. Er worden specifieke eisen voor aanmeldende autoriteiten vastgelegd en de procedure voor de aanmelding van aangemelde instanties wordt herzien. De bekwaamheid van een aangemelde instantie moet door een accreditatiecertificaat worden aangetoond. Wanneer geen accreditatie is gebruikt om de bekwaamheid van een aangemelde instantie te beoordelen, moet de aanmelding de documentatie bevatten waaruit blijkt op welke wijze de bekwaamheid van die instantie is beoordeeld. De lidstaten hebben de mogelijkheid tegen een aanmelding bezwaar te maken.

3.6. Markttoezicht en de vrijwaringsprocedure

In het voorstel wordt de bestaande vrijwaringsprocedure herzien. Er wordt een periode ingevoerd gedurende welke de lidstaten informatie kunnen uitwisselen wanneer wordt vastgesteld dat een niet-conform pyrotechnisch artikel in de handel is gebracht, en er wordt gespecificeerd welke stappen de betrokken autoriteiten moeten nemen. Een echte vrijwaringsprocedure (die leidt tot een besluit op het niveau van de Commissie over de vraag of een maatregel al dan niet gerechtvaardigd is) wordt alleen ingeleid wanneer een andere lidstaat bezwaar maakt tegen een maatregel die tegen een pyrotechnisch artikel is genomen. Wanneer er overeenstemming is over de beperkende maatregel, moeten alle lidstaten op hun grondgebied passende maatregelen nemen.

3.7. Sectorspecifieke kwesties

Sommige pyrotechnische artikelen, met name voor motorvoertuigen bestemde pyrotechnische artikelen zoals gasontwikkelaars voor airbags, bevatten kleine hoeveelheden commerciële springstoffen en militaire explosieven. Na de vaststelling van Richtlijn 2007/23/EG is duidelijk geworden dat het niet mogelijk is deze stoffen als additieven in zuiver ontvlambare mengsels, waar zij worden gebruikt om de energiebalans te versterken, te vervangen. Daarom wordt voorgesteld essentiële veiligheidseis 4 te wijzigen.

3.8. Comitéprocedure en gedelegeerde handelingen

De bepalingen inzake de werking van het Comité Explosieven zijn aangepast aan de nieuwe voorschriften voor gedelegeerde handelingen in artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan de nieuwe bepalingen inzake uitvoeringsmaatregelen in Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[3].

4. Juridische elementen van het voorstel

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Subsidiariteitsbeginsel

De Unie en de lidstaten zijn samen bevoegd voor de interne markt. Het subsidiariteitsbeginsel is met name aan de orde bij de nieuwe bepalingen die bedoeld zijn om de effectieve handhaving van Richtlijn 2007/23/EG betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen te verbeteren, namelijk de verplichtingen voor importeurs en distributeurs, de traceerbaarheidsbepalingen, de bepalingen over de beoordeling en aanmelding van aangemelde instanties en de aangescherpte samenwerkingsverplichtingen in het kader van de herziene procedures voor markttoezicht en vrijwaring.

Uit ervaring met de handhaving van de wetgeving is gebleken dat maatregelen die op nationaal niveau werden genomen, tot uiteenlopende benaderingswijzen en een verschillende behandeling van marktdeelnemers in de EU hebben geleid, hetgeen het doel van deze richtlijn ondermijnt. Als er op nationaal niveau maatregelen worden getroffen om de problemen aan te pakken, houdt dit het risico in dat belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen worden opgeworpen. Bovendien zijn nationale maatregelen beperkt tot de territoriale bevoegdheid van een lidstaat. Gezien de toenemende internationalisatie van de handel stijgt het aantal grensoverschrijdende gevallen voortdurend. De gestelde doelen en met name een doeltreffender markttoezicht kunnen veel beter worden bereikt door gecoördineerd optreden op EU-niveau. Daarom is het zinvoller op EU-niveau maatregelen te treffen.

Ook het probleem van inconsistenties tussen de verschillende richtlijnen kan alleen door de EU-wetgever worden opgelost.

Evenredigheidsbeginsel

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaan de voorgestelde wijzigingen niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

De nieuwe of gewijzigde verplichtingen leiden niet tot onnodige lasten en kosten voor het bedrijfsleven, en in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen, of voor overheidsinstanties. Voor wijzigingen met negatieve gevolgen kon op basis van de analyse van de gevolgen van de optie de meest evenredige oplossing voor de geconstateerde problemen worden gekozen. Bij een aantal wijzigingen wordt de duidelijkheid van de bestaande richtlijn vergroot, zonder dat belangrijke nieuwe eisen worden opgelegd waaraan extra kosten verbonden zijn.

Gebruikte wetgevingstechniek

Om de richtlijn met het NWK-besluit op één lijn te brengen zijn een aantal materiële wijzigingen van Richtlijn 2007/23/EG noodzakelijk. Met het oog op de leesbaarheid van de gewijzigde tekst is voor de herschikkingstechniek gekozen overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten[4].

De wijzigingen van Richtlijn 2007/23/EG betreffen: de definities, de verplichtingen van marktdeelnemers, het vermoeden van conformiteit dat door geharmoniseerde normen wordt geboden, de conformiteitsverklaring, de CE-markering, de aangemelde instanties, de vrijwaringprocedure en de conformiteitsbeoordelingsprocedures.

Het voorstel wijzigt niet het toepassingsgebied van de richtlijn en de essentiële veiligheidseisen, behalve de in punt 3.7 beschreven correctie.

5. Gevolgen voor de begroting

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.

6. Aanvullende informatie

Intrekking van bestaande wetgeving

De vaststelling van het voorstel heeft de intrekking van Richtlijn 2007/23/EG betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen tot gevolg.

Europese Economische Ruimte

Het voorstel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte.

ê 2007/23/EG (aangepast)

NIEUW WETGEVINGSKADER (NWK) - STROOMLIJNINGSPAKKET (Tenuitvoerlegging van het goederenpakket)

2011/0358 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen

(Herschikking)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Ö betreffende de werking van de Europese Unie Õ, en met name op artikel 95 Ö 114 Õ,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[5],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

ò nieuw

(1)       Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen[6] moet op verscheidene punten ingrijpend worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid dient tot herschikking van die richtlijn te worden overgegaan.

(2)       Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93[7] stelt regels vast inzake de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties, verschaft een kader voor het markttoezicht op producten en voor de controle van producten uit derde landen, en voorziet in de algemene beginselen inzake CE-markering.

(3)       Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad[8] stelt gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen vast die bedoeld zijn om in alle sectorale wetgeving te worden toegepast, zodat een coherente basis voor de herziening of herschikking van die wetgeving wordt gelegd. Richtlijn 2007/23/EG moet aan dat besluit worden aangepast.

ê 2007/23/EG overweging 1

ð nieuw

(4)       De wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die in de lidstaten gelden met betrekking tot het in de handel brengen ð op de markt aanbieden ï van pyrotechnische artikelen lopen uiteen, met name wat veiligheid en prestatiekenmerken betreft.

ê 2007/23/EG overweging 2 (aangepast)

(5)       Deze wetten Ö De wettelijke Õ en bestuursrechtelijke bepalingen Ö van de lidstaten Õ kunnen de handel in de Gemeenschap Ö Unie Õ belemmeren en moeten worden geharmoniseerd om het vrije verkeer van pyrotechnische artikelen in de interne markt te garanderen en tegelijkertijd een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en de veiligheid en de bescherming van de consument en de professionele eindgebruiker te bieden.

ê 2007/23/EG overweging 3 (aangepast)

(6)       Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik[9] sluit pyrotechnische artikelen van haar toepassingsgebied uit en bepaalt dat met betrekking tot pyrotechnische artikelen, ter bescherming van de consument en voor de veiligheid van het publiek in het algemeen, specifieke maatregelen vereist zijn en dat een aanvullende richtlijn ter zake zal worden opgesteld.

ê 2007/23/EG overweging 4 (aangepast)

(7)       Ö Veiligheid tijdens de opslag wordt geregeld door Õ Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken[10] Ö ,waarin Õ stelt veiligheidseisen vast Ö zijn vastgesteld Õ voor bedrijven waar explosieven met inbegrip van pyrotechnische stoffen aanwezig zijn.

ê 2007/23/EG overweging 21

ð nieuw

(8)       Wat veilig vervoer betreft, vallen de voorschriften inzake het vervoer van pyrotechnische artikelen onder internationale conventies en akkoorden, inclusief de aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen. ð Deze aspecten vallen derhalve niet onder de werkingssfeer van deze richtlijn. ï

ê 2007/23/EG overweging 6

ð nieuw

(9)       Deze richtlijn is niet van toepassing op pyrotechnische artikelen waarop Richtlijn 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen[11] en de daarin genoemde relevante internationale verdragen van toepassing zijn. ð Deze richtlijn is ook niet van toepassing op klappertjes die speciaal zijn ontworpen voor speelgoed en die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed vallen[12]. ï

ê 2007/23/EG overweging 8 (aangepast)

(10)     Overeenkomstig de beginselen van de resolutie van de Raad van 7 mei 1985 betreffende een nieuwe aanpak op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie[13] moet een pyrotechnisch artikel aan deze richtlijn beantwoorden wanneer het artikel voor het eerst in de handel in de Gemeenschap wordt gebracht. Vuurwerk dat door de fabrikant wordt vervaardigd voor eigen gebruik en waarvan het gebruik op zijn grondgebied door een lidstaat is goedgekeurd, in verband met religieuze, culturele of traditionele feestelijkheden in de lidstaten, kan evenwel niet worden geacht in de handel Ö op de markt Õ te zijn gebracht Ö aangeboden Õ en hoeft daarom niet aan deze richtlijn te voldoen.

ê 2007/23/EG overweging 13 (aangepast)

(11)     Wanneer de fundamentele Ö essentiële Õ veiligheidseisen worden nageleefd, mogen de lidstaten het vrije verkeer van pyrotechnische artikelen niet verbieden, beperken of belemmeren. Deze richtlijn dient van toepassing te zijn onverminderd de nationale wetgeving inzake de afgifte van vergunningen door de lidstaten aan fabrikanten, distributeurs en importeurs.

ê 2007/23/EG overweging 5

(12)     Onder pyrotechnische artikelen moet verstaan worden vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor het theater en voor technische doeleinden, zoals gasontwikkelaars gebruikt in airbags of in gordelspanners.

ê 2007/23/EG overweging 7

(13)     Om voor voldoende hoge beschermingsniveaus te zorgen, moeten pyrotechnische artikelen in categorieën worden ondergebracht vooral op basis van het gevaar ervan wat betreft toepassing, doel of geluidsniveau.

ê 2007/23/EG overweging 9 (aangepast)

(14)     Gezien de inherente gevaren van het gebruik van pyrotechnische artikelen is het wenselijk leeftijdsgrenzen voor de verkoop aan consumenten en het gebruik ervan vast te stellen en ervoor te zorgen dat het etiket voldoende en passende informatie over veilig gebruik bevat teneinde de gezondheid en de veiligheid van de mens en het milieu te beschermen. Sommige pyrotechnische artikelen mogen uitsluitend beschikbaar zijn voor erkende specialisten die over de nodige kennis, vaardigheden en ervaring beschikken. Ten aanzien van pyrotechnische artikelen voor voertuigen moet in de etiketteringsvoorschriften rekening worden gehouden met de huidige praktijk alsmede met de omstandigheid dat deze zaken Ö artikelenÕ uitsluitend aan professionele afnemers geleverd worden.

ê 2007/23/EG overweging 10

(15)     Wat het gebruik van pyrotechnische artikelen en met name van vuurwerk betreft, bestaan er in de verschillende lidstaten sterk uiteenlopende culturele gebruiken en tradities. Daarom moeten de lidstaten nationale maatregelen kunnen nemen om het gebruik of de verkoop van bepaalde categorieën vuurwerk aan het publiek te beperken omwille van de openbare orde en veiligheid.

ò nieuw

(16)     Het is de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemers dat pyrotechnische artikelen conform zijn met de gestelde eisen, in overeenstemming met de respectieve rol die zij vervullen in de toeleveringsketen, teneinde algemene belangen zoals gezondheid en veiligheid, en de consumenten in grote mate te beschermen en eerlijke mededinging op de markt van de Unie te waarborgen.

(17)     Alle marktdeelnemers die een rol vervullen in de toeleverings- en distributieketen moeten passende maatregelen nemen om te waarborgen dat zij uitsluitend pyrotechnische artikelen op de markt aanbieden die aan deze richtlijn voldoen. Er moet worden gezorgd voor een duidelijke en evenredige verdeling van de verplichtingen overeenkomstig de rol van alle marktdeelnemers in de toeleverings- en distributieketen.

(18)     De fabrikant, die op de hoogte is van de details van het ontwerp- en productieproces, is het best geplaatst om de conformiteitsbeoordelingsprocedure volledig uit te voeren. De verplichting voor de conformiteitsbeoordeling moet daarom uitsluitend op de fabrikant blijven rusten.

ê 2007/23/EG overweging 12

De verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat pyrotechnische artikelen aan deze richtlijn en met name aan die fundamentele veiligheidseisen voldoen, ligt bij de fabrikant. Indien de fabrikant niet in de Gemeenschap is gevestigd, dient de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een pyrotechnisch artikel in de Gemeenschap invoert, erop toe te zien dat de fabrikant heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn of dient hij alle verplichtingen van de fabrikant over te nemen.

ò nieuw

(19)     Er moet worden gewaarborgd dat pyrotechnische artikelen die vanuit derde landen in de Unie in de handel komen, aan de eisen van deze richtlijn voldoen, en met name dat de fabrikanten adequate beoordelingsprocedures met betrekking tot deze producten hebben uitgevoerd. Bijgevolg moet worden bepaald dat importeurs erop toezien dat de pyrotechnische artikelen die zij in de handel brengen aan de eisen van deze richtlijn voldoen en dat zij geen pyrotechnische artikelen in de handel brengen die niet aan deze eisen voldoen of een risico inhouden. Er moet eveneens worden bepaald dat importeurs erop toezien dat er conformiteitsbeoordelingsprocedures hebben plaatsgevonden en dat productmarkering en documenten die de fabrikanten opstellen ter beschikking staan van de toezichthoudende autoriteiten.

(20)     De distributeur biedt een pyrotechnisch artikel pas aan op de markt nadat het door de fabrikant of de importeur in de handel is gebracht, en hij moet de nodige zorgvuldigheid betrachten om ervoor te zorgen dat de wijze waarop hij met het pyrotechnische artikel omgaat geen negatieve invloed heeft op de conformiteit van het artikel.

(21)     Wanneer een marktdeelnemer een pyrotechnisch artikel onder zijn eigen naam of handelsmerk in de handel brengt of een pyrotechnisch artikel zodanig wijzigt dat de conformiteit met de eisen van deze richtlijn in het gedrang kan komen, moet hij als fabrikant worden beschouwd en de verplichtingen van de fabrikant opnemen.

(22)     Omdat distributeurs en importeurs dicht bij de markt staan, moeten zijworden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten, en moeten zij bereid zijn actief medewerking te verlenen door die autoriteiten alle nodige informatie over het pyrotechnische artikel te verstrekken.

ê 2007/23/EG overweging 11 (aangepast)

(23)     Het is wenselijk fundamentele Ö essentiële Õ veiligheidseisen voor pyrotechnische artikelen vast te stellen ter bescherming van de consument en ter voorkoming van ongevallen.

ò nieuw

(24)     Sommige pyrotechnische artikelen, met name voor motorvoertuigen bestemde pyrotechnische artikelen zoals gasontwikkelaars voor airbags, bevatten kleine hoeveelheden commerciële springstoffen en militaire explosieven. Na de vaststelling van Richtlijn 2007/23/EG is duidelijk geworden dat het niet mogelijk is deze stoffen als additieven in zuiver ontvlambare mengsels, waar zij worden gebruikt om de energiebalans te versterken, te vervangen. Essentiële veiligheidseis 4, waarin het gebruik van commerciële springstoffen en militaire explosieven wordt beperkt, moet derhalve worden gewijzigd.

ê 2007/23/EG overweging 14 (aangepast)

ð nieuw

(25)     Om gemakkelijker te kunnen aantonen dat Ö de beoordeling van conformiteit met Õ de fundamentele Ö essentiële Õ veiligheidseisen Ö van deze richtlijn te vergemakkelijken Õ worden nageleefd, worden geharmoniseerde normen voor het ontwerp, de fabricage en het testen van pyrotechnische artikelen opgesteld. ð moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor pyrotechnische artikelen die voldoen aan geharmoniseerde normen die overeenkomstig Verordening (EU) nr. [../..] van het Europees Parlement en de Raad van […..] betreffende Europese normalisatie en tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/105/EG en 2009/23/EG van het Europees Parlement en de Raad[14] zijn vastgesteld om die eisen in gedetailleerde technische specificaties om te zetten. ï

ò nieuw

(26)     Verordening (EU) nr. [../..] [betreffende Europese normalisatie] voorziet in een procedure voor bezwaren tegen geharmoniseerde normen die niet volledig aan de eisen van deze richtlijn voldoen.

ê 2007/23/EG overweging 15

Europese geharmoniseerde normen worden opgesteld, goedgekeurd en gewijzigd door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN), het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (Cenelec) en het Europees Normalisatie-instituut voor telecommunicatie (ETSI). Deze organisaties zijn bevoegd om geharmoniseerde normen vast te stellen, die ze opstellen overeenkomstig de algemene richtsnoeren voor de samenwerking tussen henzelf en de Commissie en de Europese Vrijhandelsassociatie[15] en overeenkomstig de procedure die is vastgelegd in [Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften[16]]. Ten aanzien van pyrotechnische artikelen voor voertuigen dient het in acht nemen van de desbetreffende internationale ISO-normen aan de mondiale oriëntering van de Europese autotoeleveringsindustrie te beantwoorden.

ê 2007/23/EG overweging 16

In lijn met de "nieuwe aanpak op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie" wordt van pyrotechnische artikelen die in overeenstemming met geharmoniseerde normen zijn vervaardigd, vermoed dat zij overeenstemmen met de fundamentele veiligheidseisen van deze richtlijn.

ò nieuw

(27)     Er moet worden gezorgd voor conformiteitsbeoordelingsprocedures waarmee marktdeelnemers kunnen aantonen en de bevoegde instanties kunnen waarborgen dat op de markt aangeboden pyrotechnische artikelen aan de essentiële veiligheidseisen voldoen. Besluit nr. 768/2008/EG stelt modules voor conformiteitsbeoordelingsprocedures vast, uiteenlopend van de minst tot de meest stringente procedure, afhankelijk van de hoogte van het risico en het vereiste veiligheidsniveau. Om voor coherentie tussen de sectoren te zorgen en ad-hocvarianten te voorkomen, moeten conformiteitsbeoordelingsprocedures uit die modules worden gekozen.

(28)     Fabrikanten moeten een EU-conformiteitsverklaring opstellen waarin zij gedetailleerde informatie verstrekken over de conformiteit van een pyrotechnisch artikel met de eisen van deze richtlijn en die van de relevante harmonisatiewetgeving van de Unie.

ê 2007/23/EG overweging 17

In Besluit 93/465/EEG van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de conformiteitsbeoordelingprocedures die in de richtlijnen voor technische harmonisatie moeten worden gebruikt, heeft de Raad geharmoniseerde middelen geïntroduceerd om conformiteitsbeoordelingprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming[17], toe te passen. Door deze modules op pyrotechnische artikelen toe te passen, kan de verantwoordelijkheid van de fabrikanten en de bij de beoordeling van de overeenstemming betrokken instanties worden bepaald door rekening te houden met de aard van de desbetreffende pyrotechnische artikelen.

ê 2007/23/EG overweging 19

Om in de handel gebracht te worden, dienen pyrotechnische artikelen voorzien te zijn van een CE-markering die aangeeft dat ze aan de bepalingen van deze richtlijn voldoen, zodat ze vrij in de Gemeenschap kunnen circuleren.

ò nieuw

(29)     De CE-markering, waarmee de conformiteit van een pyrotechnisch artikel wordt aangegeven, is de zichtbare uitkomst van het proces van conformiteitsbeoordeling in brede zin. In Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn algemene beginselen voor het gebruik van de CE-markering vastgesteld. In deze richtlijn moeten voorschriften met betrekking tot het aanbrengen van de CE-markering worden vastgesteld.

(30)     De ervaring heeft geleerd dat de in Richtlijn 2007/23/EG vastgestelde criteria waaraan conformiteitsbeoordelingsinstanties moeten voldoen om bij de Commissie aangemeld te kunnen worden, ontoereikend zijn om een uniform, hoog prestatieniveau van aangemelde instanties in de hele Unie te waarborgen. Het is echter essentieel dat alle aangemelde instanties hun functies op hetzelfde niveau en onder eerlijke concurrentievoorwaarden uitoefenen. Hiertoe moeten verplichte eisen worden vastgesteld voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die willen worden aangemeld met het oog op het verlenen van conformiteitsbeoordelingsdiensten.

(31)     Om een samenhangend kwaliteitsniveau van de conformiteitsbeoordeling te kunnen waarborgen, moeten ook eisen worden vastgesteld voor de aanmeldende autoriteiten en andere instanties die bij de beoordeling en aanmelding van en bij het toezicht op aangemelde instanties betrokken zijn.

(32)     Het in deze richtlijn beschreven systeem moet worden aangevuld door het accreditatiesysteem van Verordening (EG) nr. 765/2008. Omdat accreditatie een essentieel middel is om te controleren of de conformiteitsbeoordelingsinstanties bekwaam zijn, moet accreditatie ook bij aanmelding worden gebruikt.

(33)     Accreditatie die zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 765/2008 op transparante wijze georganiseerd is en het nodige vertrouwen in conformiteitscertificaten waarborgt, moet door de nationale autoriteiten in de hele Unie beschouwd worden als het geschiktste middel waarmee de technische bekwaamheid van deze instanties kan aangetoond worden. De nationale autoriteiten kunnen evenwel van oordeel zijn dat zij over de passende middelen beschikken om deze beoordeling zelf te verrichten. In dit geval moeten zij, om te waarborgen dat de beoordeling door de andere nationale autoriteiten voldoende betrouwbaar is, aan de Commissie en de andere lidstaten het nodige bewijsmateriaal overleggen waaruit blijkt dat de beoordeelde conformiteitsbeoordelingsinstanties aan de relevante regelgevingseisen voldoen.

(34)     Conformiteitsbeoordelingsinstanties besteden veelal een deel van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit of maken gebruik van een ondergeschikte instantie. Om het beschermingsniveau te kunnen garanderen dat nodig is voor pyrotechnische artikelen die in de Unie in de handel worden gebracht, is het essentieel dat onderaannemers en dochterondernemingen bij de uitvoering van conformiteitsbeoordelingstaken aan dezelfde eisen voldoen als aangemelde instanties. Daarom is het belangrijk dat ook de activiteiten die door onderaannemers en dochterondernemingen worden verricht, worden betrokken in de beoordeling van de bekwaamheid en de prestaties van instanties die worden aangemeld en in het toezicht op reeds aangemelde instanties.

(35)     De aanmeldingsprocedure moet efficiënter en transparanter worden, en met name worden aangepast aan nieuwe technologie, zodat de aanmelding online kan worden verricht.

(36)     Omdat aangemelde instanties hun diensten in de hele Unie kunnen aanbieden, moeten de andere lidstaten en de Commissie in staat worden gesteld bezwaren in te brengen tegen een aangemelde instantie. Daarom is het belangrijk te voorzien in een termijn waarbinnen twijfels of bedenkingen omtrent de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kunnen worden weggenomen alvorens zij als aangemelde instantie gaan functioneren.

(37)     Uit concurrentieoogpunt is het cruciaal dat de aangemelde instanties bij de toepassing van de conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige lasten voor marktdeelnemers creëren. Bij de technische uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsprocedures moet om dezelfde reden worden gezorgd voor consistentie, zodat de marktdeelnemers gelijk worden behandeld. Dit kan het best worden bereikt door passende coördinatie en samenwerking tussen de aangemelde instanties.

(38)     Om rechtszekerheid te waarborgen, moet duidelijk worden gemaakt dat de in Verordening (EG) nr. 765/2008 vastgestelde voorschriften inzake markttoezicht in de Unie en controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen, op pyrotechnische artikelen van toepassing zijn. Deze richtlijn mag de lidstaten niet beletten te kiezen welke autoriteiten voor de uitvoering van die taken bevoegd zijn.

ê 2007/23/EG overweging 18

(39)     Groepen van pyrotechnische artikelen die qua ontwerp, functie of gedrag overeenkomen dienen door de aangemelde instanties te worden beoordeeld als productfamilies.

ê 2007/23/EG overweging 20 (aangepast)

ð nieuw

(40)     Overeenkomstig de "nieuwe aanpak op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie" Ö Er Õ is een vrijwaringsclausule nodig om de overeenstemming Ö conformiteit Õ van een pyrotechnisch artikel dan wel gebreken te kunnen aanvechten. De lidstaten dienen dienovereenkomstig alle passende maatregelen te nemen om het in de handel brengen van producten met de CE-markering te verbieden of te beperken, of zulke producten van de markt te halen, als zij bij het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, gevaar opleveren voor de gezondheid en veiligheid van de consument. ð Om de transparantie te vergroten en tijdverlies te beperken, moet de bestaande vrijwaringsprocedure worden verbeterd teneinde de efficiëntie te vergroten en van de deskundigheid in de lidstaten te profiteren. ï

ò nieuw

(41)     Het bestaande systeem moet worden aangevuld met een procedure om belanghebbenden te informeren over voorgenomen maatregelen tegen pyrotechnische artikelen die een risico meebrengen voor de gezondheid en veiligheid van personen of voor andere aspecten van de bescherming van algemene belangen. Deze procedure moet ook markttoezichtautoriteiten in staat stellen samen met de betrokken marktdeelnemers eerder tegen dergelijke pyrotechnische artikelen op te treden.

(42)     Indien de lidstaten en de Commissie het eens zijn dat een maatregel van een lidstaat gerechtvaardigd is, is nadere betrokkenheid van de Commissie hierbij niet nodig, behalve wanneer de niet-conformiteit kan worden toegeschreven aan tekortkomingen van de geharmoniseerde norm.

ê 2007/23/EG overweging 23 (aangepast)

(43)     Het is in het belang van de fabrikant en de importeur om veilige producten Ö pyrotechnische artikelen Õ te leveren ter vermijding van kosten wegens aansprakelijkheid voor gebrekkige producten die schade toebrengen aan personen en particuliere eigendommen. In dit opzicht wordt deze richtlijn aangevuld door Richtlijn 85/374/EEG van de Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken[18], omdat die richtlijn een risicoaansprakelijkheid kent voor fabrikanten en importeurs en de consument een afdoende beschermingsniveau biedt. Voorts bepaalt Ö die Õ deze richtlijn dat aangemelde instanties afdoende verzekerd moeten zijn in verband met hun beroepsactiviteiten, tenzij hun aansprakelijkheid volgens nationaal recht door de staat wordt gedragen of de lidstaat zelf rechtstreeks aansprakelijk is voor de proeven.

ê 2007/23/EG overweging 26

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[19].

ê 2007/23/EG overweging 27

In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden verleend om communautaire maatregelen goed te keuren inzake de aanbevelingen van de Verenigde Naties, de etiketteringsvereisten van pyrotechnische artikelen en de aanpassingen aan de technische vooruitgang van bijlagen II en III inzake de veiligheidseisen en de conformiteitsbeoordelingprocedures. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn of ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing zoals bedoeld in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG, worden vastgesteld.

ò nieuw

(44)     Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze richtlijn, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[20] worden uitgeoefend.

(45)     Voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen moet de onderzoeksprocedure worden toegepast teneinde een traceerbaarheidssysteem op te zetten en gemeenschappelijke criteria vast te leggen voor het verzamelen en bijwerken van gegevens over ongevallen in verband met pyrotechnische artikelen.

(46)     Teneinde de doelstellingen van deze richtlijn te bereiken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van maatregelen van de Unie inzake aanpassing van deze richtlijn aan aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, inzake aanpassingen van de conformiteitsbeoordelingsmodules in bijlage I van deze richtlijn aan de technische vooruitgang en inzake de etiketteringsvereisten van pyrotechnische artikelen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau.

(47)     De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

ê 2007/23/EG overweging 22

(48)     De lidstaten moeten regels voor sancties op overtredingen van de ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen vaststellen en ervoor zorgen dat deze deze regels worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

ê 2007/23/EG overweging 24 (aangepast)

ð nieuw

(49)     Er moet in een overgangsperiode worden voorzien zodat nationale wetgeving op specifieke gebieden geleidelijk kan worden aangepast. Fabrikanten en importeurs moeten de tijd krijgen voor de uitoefening van eventuele rechten uit hoofde van Ö nationale bepalingen die gelden Õ vóór de inwerkingtreding Ö van de nationale bepalingen tot omzetting Õ van deze richtlijn geldende nationale bepalingen, om bijvoorbeeld hun voorraden van vervaardigde producten te kunnen verkopen. Voorts moet de voor de toepassing van deze richtlijn vastgestelde specifieke overgangsperiode voorzien in extra tijd voor de vaststelling van geharmoniseerde normen en zorgen voor een spoedige tenuitvoerlegging van deze richtlijn om de bescherming van de consument te versterken. ð Er moet in een overgangsregeling worden voorzien waardoor pyrotechnische artikelen die op grond van Richtlijn 2007/23/EG al in de handel zijn gebracht, op de markt kunnen worden aangeboden. ï

ê 2007/23/EG overweging 25 (aangepast)

(50)     Daar de doelstellingen van deze richtlijn Ö , namelijk waarborgen dat pyrotechnische artikelen op de markt aan de eisen voldoen die een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en veiligheid en van andere algemene belangen bieden zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de werking van de interne markt, Õ niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve Ö vanwege de omvang en gevolgen ervan Õ beter door de Gemeenschap Ö op Unieniveau Õ kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap Ö Unie Õ, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag Ö betreffende de Europese Unie Õ neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

ê 2007/23/EG overweging 28

Overeenkomstig paragraaf 34 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven[21] worden de lidstaten ertoe aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen, die voor zover mogelijk het verband weergeven tussen de richtlijnen en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken,

ò nieuw

(51)     De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in nationaal recht dient te worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijn materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijn.

(52)     Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijn en voor toepassing ervan onverlet te laten,

ê 2007/23/EG (aangepast)

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Hoofdstuk 1 Ö Algemene bepalingen Õ

Artikel 1 Doelstellingen en toepassingsgebied Ö Onderwerp Õ

1. Deze richtlijn stelt regels vast om tot vrij verkeer van pyrotechnische artikelen in de interne markt te komen en tegelijkertijd een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en openbare veiligheid en bescherming en veiligheid van de consument te bieden en wel met inachtneming van de relevante aspecten in verband met milieubescherming.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

2. Deze richtlijn stelt de fundamentele Ö essentiële Õ veiligheidseisen vast waaraan pyrotechnische artikelen moeten voldoen om in de handel ð op de markt ï te kunnen worden gebracht ð aangeboden ï.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Artikel 2 Ö Toepassingsgebied Õ

13.         Deze richtlijn is van toepassing op pyrotechnische artikelen zoals gedefinieerd in artikel 2, leden 1 tot en met 5.

ê 2007/23/EG

24.         Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a)      pyrotechnische artikelen bestemd voor niet-commercieel gebruik, overeenkomstig de nationale wetgeving, door strijdkrachten, politie of brandweer;

b)      uitrusting die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 96/98/EG valt;

c)      pyrotechnische artikelen bestemd voor gebruik in de lucht- en ruimtevaartindustrie;

d)      klappertjes die speciaal zijn ontworpen voor speelgoed en andere artikelen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 88/378/EEG van de Raad van 3 mei 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de veiligheid van speelgoed[22] 2009/48/EG vallen;

e)      explosieven die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 93/15/EEG vallen;

ê 2007/23/EG (aangepast)

f)       munitie, zijnde projectielen en drijfladingen, alsmede losse flodders die worden gebruikt in draagbare vuurwapens, artillerie en andere vuurwapens.;

Ö g) door een fabrikant voor eigen gebruik vervaardigd vuurwerk waarvan een lidstaat het gebruik op zijn grondgebied heeft goedgekeurd. Õ

Artikel 23 Ö [artikel R1 van Besluit nr. 768/2008/EG] Õ Definities

In Ö Voor de toepassing van Õ deze richtlijn wordt verstaan onder:

ê 2007/23/EG

(1)          "pyrotechnisch artikel": elk artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;

(23)        "vuurwerk": pyrotechnische artikelen ter vermaak;

(34)        "pyrotechnische artikelen voor theatergebruik": pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor binnenshuis of buitenshuis plaatsvindend podiumgebruik, met inbegrip van film- en TVtv-producties of soortgelijke vormen van gebruik;

(45)        "pyrotechnische artikelen voor voertuigen": een onderdeel van een veiligheidsvoorziening in een voertuig dat pyrotechnische stoffen bevat waarmee die of een andere voorziening wordt geactiveerd;

ê 2007/23/EG (aangepast)

Ö (5)    "munitie": projectielen en drijfladingen, alsmede losse flodders die worden gebruikt in draagbare vuurwapens, artillerie en andere vuurwapens; Õ

ê 2007/23/EG (aangepast)

(610)      "persoon met gespecialiseerde kennis": een persoon die van een lidstaat toestemming heeft gekregen om op haar zijn grondgebied vuurwerk van categorie 4, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T2 en/of andere pyrotechnische artikelen van categorie P2 zoals gedefinieerd in artikel 3, te hanteren en/of te gebruiken.;

ê 2007/23/EG (aangepast)

(72)        "in de handel brengen": het voor de eerste keer Ö het eerst Õ in de handel van de Gemeenschap beschikbaar stellen Ö Unie op de markt aanbieden van een pyrotechnisch artikel Õ , al dan niet tegen betaling, van een afzonderlijk product, met het oog op distributie en/of gebruik ervan. Door de fabrikant voor eigen gebruik vervaardigd vuurwerk waarvan het gebruik op zijn grondgebied door een lidstaat is goedgekeurd, wordt niet geacht in de handel te zijn gebracht;

ò new

(8)          "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een pyrotechnisch artikel met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

(96)        "fabrikant": een natuurlijke of rechtspersoon die een pyrotechnisch artikel ontwerpt en/of fabriceert Ö vervaardigt Õ of laat ontwerpen en/of fabriceren Ö of vervaardigen, Õ met de bedoeling het in de handel te brengen, ð en ï Ö dat pyrotechnisch artikel Õ onder zijn eigen naam of handelsmerk ð verhandelt ï;

(107)      "importeur": elke Ö een Õ in de Gemeenschap Ö Unie Õ gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn bedrijf een Ö pyrotechnisch artikel Õ uit een derde land afkomstig pyrotechnisch artikel voor het eerst op de gemeenschapsmarkt beschikbaar maakt Ö in de Unie in de handel brengt Õ;

(118)      "distributeur": elke Ö een Õ natuurlijke of rechtspersoon in de leveringsketenÖ , verschillend van de fabrikant of de importeur, Õ die in de uitoefening van zijn bedrijf een pyrotechnisch artikel op de markt beschikbaar maakt Ö aanbiedt Õ;

ò nieuw

(12)        "marktdeelnemers": de fabrikant, de importeur en de distributeur;

(13)        "technische specificatie": een document dat de technische vereisten voorschrijft waaraan een pyrotechnisch artikel moet voldoen;

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

(149)      "geharmoniseerde norm": ð geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. [../..] [betreffende Europese normalisatie] ï een Europese norm die op basis van een mandaat van de Commissie door een Europees normalisatie-instituut is goedgekeurd overeenkomstig de in Richtlijn 98/34/EG vastgestelde procedures, waarvan de inachtneming niet verplicht is.;

ò nieuw

(15)        "accreditatie": accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

(16)        "nationale accreditatie-instantie": nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

(17)        "conformiteitsbeoordeling": het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan de essentiële veiligheidseisen voor een pyrotechnisch artikel;

(18)        "conformiteitsbeoordelingsinstantie": een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer ijken, testen, certificeren en inspecteren;

(19)        "terugroepen": maatregel waarmee wordt beoogd een pyrotechnisch artikel te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;

(20)        "uit de handel nemen": maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een pyrotechnisch artikel dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;

(21)        "CE-markering": een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het pyrotechnische artikel in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet;

(22)        "harmonisatiewetgeving van de Unie": alle wetgeving van de Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

Artikel 64 Vrij verkeer

1. De lidstaten mogen het in de handel brengen ð op de markt aanbieden ï van pyrotechnische artikelen die aan de voorschriften Ö eisen Õ van deze richtlijn voldoen, niet verbieden, beperken of belemmeren.

2. De bepalingen van dDeze richtlijn latenlaat onverlet dat een lidstaat omwille van de openbare orde of veiligheid, of omwille van milieubescherming maatregelen neemt om het bezit, gebruik en/of de verkoop aan het grote publiek van vuurwerk van de categorieën 2 en 3, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en andere pyrotechnische artikelen te verbieden of te beperken.

3. De lidstaten verhinderen niet dat pyrotechnische artikelen die niet met de bepalingen van deze richtlijn in overeenstemming Ö conform Õ zijn op handelsbeurzen, tentoonstellingen en demonstraties voor de marketing van pyrotechnische artikelen worden getoond en gebruikt, op voorwaarde dat een zichtbaar teken duidelijk de naam en de datum van de handelsbeurs, tentoonstelling of demonstratie vermeldt en aangeeft dat de artikelen niet in overeenstemming Ö conform Õ zijn en niet verkocht mogen worden tot zij door de fabrikant, wanneer die in de Gemeenschap Ö Unie Õ is gevestigd, of door de importeur in overeenstemming zijn gebracht Ö conform zijn gemaakt Õ. Tijdens dergelijke evenementen worden passende veiligheidsmaatregelen genomen overeenkomstig de door de bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat vastgestelde voorschriften Ö eisen Õ.

4. De lidstaten verhinderen niet dat pyrotechnische artikelen die voor onderzoeks-, ontwikkelings- en testdoeleinden zijn geproduceerd Ö vervaardigd Õ en niet met de bepalingen van deze richtlijn in overeenstemming Ö conform Õ zijn, vrij circuleren en worden gebruikt, op voorwaarde dat een zichtbaar teken duidelijk aangeeft dat zij niet in overeenstemming Ö conform Õ zijn en niet beschikbaar zijn voor andere doeleinden dan voor ontwikkeling, tests en onderzoek.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

Artikel 5 In de handel brengen ð Op de markt aanbieden ï

1.           De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat pyrotechnische artikelen uitsluitend in de handel worden gebracht ð op de markt worden aangeboden ï indien zij aan de eisen van deze richtlijn voldoen, voorzien zijn van een CE-markering en aan de verplichtingen van de conformiteitsbeoordeling voldoen.

2.           De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat pyrotechnische artikelen niet onrechtmatig van een CE-markering zijn voorzien.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Artikel 63  Ö Categorieën pyrotechnische artikelen ÕCategorisering

5. Pyrotechnische artikelen worden door de fabrikant in een bepaalde categorie ondergebracht op grond van hun toepassing, doel en gevaar, met inbegrip van hun geluidsniveau. De categorisering wordt door de in artikel 2110 bedoelde aangemelde instanties bevestigd als onderdeel van de Ö in artikel 17 bedoelde Õ conformiteitsbeoordelingprocedures overeenkomstig artikel 9.

ê 2007/23/EG

De categorieën luiden als volgt:

a)      vuurwerk:

i)        Ccategorie 1: vuurwerk dat zeer weinig gevaar en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis;

ii)       Ccategorie 2: vuurwerk dat weinig gevaar en een laag geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een afgebakende plaats;

iii)      Ccategorie 3: vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een grote open ruimte, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;

iv)      Ccategorie 4: vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis, veelal "vuurwerk voor professioneel gebruik" genoemd, en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;

b)      pyrotechnische artikelen voor theatergebruik:

i)        Ccategorie T1: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik met gering gevaar;

ii)       Ccategorie T2: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gebruikt;

c)      andere pyrotechnische artikelen:

i)        Ccategorie P1: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, die weinig gevaar opleveren;

ii)       Ccategorie P2: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of gebruikt.

6. De lidstaten brengen de Commissie op de hoogte van de procedures volgens welke zij personen met gespecialiseerde kennis identificeren en machtigen.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Artikel 7 Leeftijdsgrenzen

1. Pyrotechnische artikelen worden niet verkocht of anderszins ter beschikking gesteld aan consumenten jonger dan Ö op de markt aangeboden onder de volgende leeftijdsgrenzen Õ:

ê 2007/23/EG

a)      vuurwerk:

i)        Ccategorie 1: 12 jaar;

ii)       Ccategorie 2: 16 jaar;

iii)      Ccategorie 3: 18 jaar;

ê 2007/23/EG (aangepast)

b)      andere pyrotechnische artikelen Ö van categorie P1 Õ en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik Ö van categorie T1: 18 jaar. Õ

Categorieën T1 en P1: 18 jaar.

2. De lidstaten kunnen de Ö in lid 1 genoemde Õ leeftijdsgrenzen in lid 1 verhogen wanneer dat omwille van de openbare orde of veiligheid gerechtvaardigd is. De lidstaten kunnen de leeftijdsgrenzen ook verlagen voor personen die een beroepsopleiding ter zake hebben gevolgd of volgen.

3. De volgende pyrotechnische artikelen mogen door fabrikanten, importeurs of distributeurs uitsluitend aan personen met gespecialiseerde kennis Ö op de markt worden aangeboden Õ worden verkocht of anderszins ter beschikking gesteld:

ê 2007/23/EG

a)      vuurwerk van categorie 4;

b)      pyrotechnische artikelen van categorie P2 en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T2.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Hoofdstuk 2 Ö Verplichtingen van marktdeelnemers Õ

Artikel 48 Ö [artikel R2 van Besluit nr. 768/2008/EG] Õ Verplichtingen van de fabrikant, Ö fabrikanten Õ de importeur en de distributeur

1. Ö Wanneer zij hun pyrotechnische artikelen in de handel brengen, waarborgen Õ De fabrikanten zorgen ervoor dat in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voldoen aan de fundamentele Ö deze werden ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de essentiële Õ veiligheidseisen in bijlage I.

ê 2007/23/EG

2. Wanneer de fabrikant niet in de Gemeenschap is gevestigd, zorgt de importeur van de pyrotechnische artikelen ervoor dat de fabrikant heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn of neemt de importeur van de pyrotechnische artikelen deze verplichtingen op zich.

De importeur kan door autoriteiten en instanties in de Gemeenschap aansprakelijk worden gehouden met betrekking tot die verplichtingen.

3. Distributeurs nemen, overeenkomstig het toepasselijke Gemeenschapsrecht, de nodige zorgvuldigheid in acht. Met name vergewissen zij zich ervan dat het pyrotechnische artikel is voorzien van de vereiste conformiteitmarkering(en) en vergezeld gaat van de vereiste documenten.

4. Fabrikanten van pyrotechnische artikelen:

              a) leggen het pyrotechnische artikel voor aan een aangemelde instantie als bedoeld in artikel 10, die een conformiteitbeoordelingsprocedure overeenkomstig artikel 9 uitvoert; en

              b) brengen de CE-markering en het etiket van het pyrotechnische artikel aan overeenkomstig artikel 11, en artikel 12 of 13.

ò nieuw

2. Fabrikanten stellen de in bijlage II genoemde technische documentatie op en voeren de in artikel 16 bedoelde toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure uit.

Wanneer met die procedure is aangetoond dat een pyrotechnisch artikel aan de toepasselijke eisen voldoet, stellen fabrikanten een EU-conformiteitsverklaring op en brengen zij de CE-markering aan.

3. Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende ten minste tien jaar nadat het pyrotechnische artikel in de handel is gebracht.

4. Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit van hun serieproductie te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het pyrotechnische artikel en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van het pyrotechnische artikel is verwezen.

Indien dit rekening houdend met de risico’s van een pyrotechnisch artikel passend wordt geacht, voeren fabrikanten met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten steekproeven uit op de verhandelde pyrotechnische artikelen, onderzoeken zij klachten, niet-conforme pyrotechnische artikelen en teruggeroepen pyrotechnische artikelen en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.

5. Fabrikanten zorgen ervoor dat hun pyrotechnische artikelen overeenkomstig artikel 9 of 10 zijn geëtiketteerd.

6. Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht pyrotechnisch artikel niet conform is met deze richtlijn, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het pyrotechnische artikel conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen fabrikanten, indien het pyrotechnische artikel een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het pyrotechnische artikel op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

7. Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het pyrotechnische artikel aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Artikel 129 Etikettering van andere Ö pyrotechnische artikelen Õ dan pyrotechnische artikelen voor voertuigen

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

1. De fabrikanten zorgen ervoor dat andere pyrotechnische artikelen dan pyrotechnische artikelen voor voertuigen naar behoren zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar zijn geëtiketteerd in de officiële taal (talen) van de lidstaat waar het artikel aan de consument ð wordt aangeboden ï wordt verkocht.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

2. Het etiket van pyrotechnische artikelen moet ten minste de naam en het adres van de fabrikant of, als de fabrikant niet in de Gemeenschap Ö Unie Õ is gevestigd, de naam van de fabrikant en de naam en het adres van de importeur, de naam en het type van het artikel, ð het registratienummer, ï de Ö in artikel 7, leden 1 en 2, genoemde Õ minimumleeftijdsgrenzen zoals aangegeven in artikel 7, leden 1 en 2, de desbetreffende categorie en gebruiksaanwijzingen, het productiejaar bij vuurwerk van categorie 3 en 4 en, in voorkomend geval, een minimale veiligheidsafstand bevatten. Het etiket moet tevens de ð netto explosieve massa (NEM) ï netto equivalente hoeveelheid (NEH) aan actieve explosieve stoffen vermelden.

3. Op vuurwerk moet daarenboven Ö ook Õ ten minste de volgende informatie staan:

ê 2007/23/EG

a)      Ccategorie 1: in voorkomend geval: "uitsluitend buitenshuis te gebruiken" en een minimale veiligheidsafstand;

b)      Ccategorie 2: "uitsluitend buitenshuis te gebruiken" en, in voorkomend geval, de minimale veiligheidsafstand(en);

c)      Ccategorie 3: "uitsluitend buitenshuis te gebruiken" en de minimale veiligheidsafstand(en);

d)      Ccategorie 4: "uitsluitend door personen met gespecialiseerde kennis te gebruiken" en de minimale veiligheidsafstand(en).

ê 2007/23/EG (aangepast)

4. Ö Op Õ Ppyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden bovendien voorzien van Ö moet ook Õ ten minste de volgende informatie Ö staan Õ:

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

a)      Ccategorie T1: in voorkomend geval: "uitsluitend buitenshuis te gebruiken" en een minimale veiligheidsafstand;

b)      Ccategorie T2: "uitsluitend door personen met gespecialiseerde kennis te gebruiken" en Ö de Õ een minimale veiligheidsafstand(en).

5. Indien op het pyrotechnische artikel niet voldoende plaats is voor de vereiste informatie als bedoeld in de leden 2, 3 tot en met 4, wordt de informatie op de kleinste verpakkingseenheid weergegeven.

6. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op pyrotechnische artikelen die op handelsbeurzen, tentoonstellingen en demonstraties voor het op de markt brengen van pyrotechnische artikelen worden getoond zoals bedoeld in artikel 6, lid 3, of die voor onderzoeks-, ontwikkelings- en testdoeleinden worden vervaardigd zoals bedoeld in artikel 6, lid 4.

Artikel 1310 Etikettering van pyrotechnische artikelen voor voertuigen

1. Het etiket van pyrotechnische artikelen voor voertuigen vermeldt de naam van de fabrikant of, als de fabrikant niet in de Gemeenschap is gevestigd, de naam van de importeur, evenals de naam en het type van het artikel, ð het registratienummer ï en de veiligheidsinstructies.

2. Als het artikel niet voldoende plaats biedt voor de etiketteringsvoorschriften van lid 1, wordt de vereiste informatie op de verpakking van het artikel vermeld.

3. Een veiligheidsinformatieblad dat is opgesteld volgens de bijlage bij Richtlijn 2001/58/EG van de Commissie van 27 juli 2001 tot tweede wijziging van Richtlijn 91/155/EEG[23] Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad[24] wordt aan de professionele gebruiker verstrekt in de door hem gevraagde taal.

Het veiligheidsinformatieblad mag op papier of elektronisch worden geleverd, op voorwaarde dat de ontvanger over de nodige middelen beschikt om er toegang toe te hebben.

ò nieuw

Artikel 11 [artikel R4 van Besluit nr. 768/2008/EG] Verplichtingen van importeurs

1.           Importeurs brengen alleen pyrotechnische artikelen in de handel die aan de gestelde eisen voldoen.

2.           Alvorens een pyrotechnisch artikel in de handel te brengen, zien importeurs erop toe dat de fabrikant de in artikel 16 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat het pyrotechnische artikel voorzien is van de CE-markering en dat de fabrikant aan de eisen in artikel 9 of 10 heeft voldaan.

              Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een pyrotechnisch artikel niet conform is met de essentiële veiligheidseisen in bijlage I, mag hij het pyrotechnische artikel niet in de handel brengen alvorens het conform is gemaakt. Wanneer het pyrotechnische artikel een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan bovendien op de hoogte.

3.           Importeurs vermelden hun naam en contactadres op het pyrotechnische artikel, of wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij het pyrotechnische artikel gevoegd document.

4.           Importeurs zien erop toe dat het pyrotechnische artikel vergezeld gaat van instructies en informatie aangaande de veiligheid, in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen.

5.           Importeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor een pyrotechnisch artikel verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de essentiële veiligheidseisen in bijlage I niet in het gedrang komt.

6.           Indien dit rekening houdend met de risico’s van een pyrotechnisch artikel passend wordt geacht, voeren importeurs met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten, steekproeven uit op de op de markt aangeboden pyrotechnische artikelen, onderzoeken zij klachten, niet-conforme pyrotechnische artikelen en teruggeroepen pyrotechnische artikelen en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dit toezicht.

7.           Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht pyrotechnisch artikel niet conform is met deze richtlijn, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om dat pyrotechnische artikel conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen importeurs, indien het pyrotechnische artikel een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het pyrotechnische artikel op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

8.           Importeurs houden gedurende ten minste tien jaar nadat het pyrotechnische artikel in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.

9.           Importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van een pyrotechnisch artikel aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico’s van de door hen in de handel gebrachte producten.

Artikel 12 [artikel R5 van Besluit nr. 768/2008/EG] Verplichtingen van distributeurs

1. Distributeurs die een pyrotechnisch artikel op de markt aanbieden, betrachten de nodige zorgvuldigheid in verband met de eisen van deze richtlijn.

2. Alvorens een pyrotechnisch artikel op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of het pyrotechnische artikel voorzien is van de vereiste CE-markering en vergezeld gaat van instructies en informatie aangaande de veiligheid, in een taal die de consumenten en andere eindgebruikers in de lidstaat waar het pyrotechnische artikel op de markt wordt aangeboden, gemakkelijk kunnen begrijpen, en of de fabrikant en de importeur aan de eisen in artikel 9 of 10 en artikel 11, lid 3, hebben voldaan.

Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een pyrotechnisch artikel niet conform is met de essentiële veiligheidseisen in bijlage I, mag hij het pyrotechnische artikel pas op de markt aanbieden nadat het conform is gemaakt. Wanneer het pyrotechnische artikel een risico vertoont, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan bovendien op de hoogte, evenals de markttoezichtautoriteiten.

3. Distributeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor een pyrotechnisch artikel verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden dat de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de essentiële veiligheidseisen in bijlage I niet in het gedrang komt.

4. Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen op de markt aangeboden pyrotechnisch artikel niet conform is met deze richtlijn, zien erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om het pyrotechnische artikel conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen. Bovendien brengen distributeurs, indien het pyrotechnische artikel een risico vertoont, de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar zij het pyrotechnische artikel op de markt hebben aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.

5. Distributeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van een pyrotechnisch artikel aan te tonen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen op de markt aangeboden pyrotechnische artikelen.

Artikel 13 [artikel R6 van Besluit nr. 768/2008/EG] Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze richtlijn als een fabrikant beschouwd en hij moet aan de in artikel 8 vermelde verplichtingen van de fabrikant voldoen wanneer hij een pyrotechnisch artikel onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt of een reeds in de handel gebracht pyrotechnisch artikel zodanig wijzigt dat de conformiteit met de eisen van deze richtlijn in het gedrang kan komen.

Artikel 14 [artikel R7 van Besluit nr. 768/2008/EG] Identificatie van marktdeelnemers

Marktdeelnemers delen, op verzoek, aan de markttoezichtautoriteiten mee:

a)           welke marktdeelnemer een pyrotechnisch artikel aan hen heeft geleverd;

b)           aan welke marktdeelnemer zij een pyrotechnisch artikel hebben geleverd.

Marktdeelnemers moeten tot tien jaar nadat het pyrotechnische artikel aan hen is geleverd en tot tien jaar nadat zij het pyrotechnische artikel hebben geleverd, de in de eerste alinea bedoelde informatie kunnen verstrekken.

Hoofdstuk 3 Conformiteit van het pyrotechnische artikel

ê 2007/23/EG

Artikel 8

Geharmoniseerde normen

1. Overeenkomstig de bij Richtlijn 98/34/EG ingestelde procedures kan de Commissie de Europese normalisatie-instituten verzoeken Europese normen ter ondersteuning van deze richtlijn op te stellen of te herzien of de desbetreffende internationale organen aanmoedigen internationale normen op te stellen of te herzien.

2. De Commissie maakt in het Publicatieblad van de Europese Unie de referenties van dergelijke geharmoniseerde normen bekend.

3. De lidstaten zorgen ervoor dat de in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte geharmoniseerde normen worden erkend en overgenomen. Onder deze richtlijn vallende pyrotechnische artikelen die voldoen aan de desbetreffende nationale normen tot omzetting van de in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte geharmoniseerde normen, worden door de lidstaten geacht in overeenstemming te zijn met de in bijlage I uiteengezette fundamentele veiligheidseisen. De lidstaten maken de referentienummers van de nationale normen tot omzetting van die geharmoniseerde normen, bekend.

Wanneer de lidstaten de nationale omzetting van de geharmoniseerde normen goedkeuren, maken ze de referentienummers van die omzettingen bekend.

4. Wanneer een lidstaat of de Commissie van mening is dat de in lid 2 van dit artikel bedoelde geharmoniseerde normen niet toereikend zijn voor de in bijlage I uiteengezette fundamentele veiligheidseisen, legt de Commissie of de betrokken lidstaat de kwestie onder vermelding van de redenen voor aan het bij Richtlijn 98/34/EG ingestelde permanent comité. Het permanente comité brengt binnen 6 maanden na deze verwijzing advies uit. In het licht van het advies van het permanente comité brengt de Commissie de lidstaten op de hoogte van de maatregelen die moeten worden genomen ten aanzien van de geharmoniseerde normen en de in lid 2 bedoelde bekendmaking.

ò nieuw

Artikel 15 [artikel R8 van Besluit nr. 768/2008/EG] Vermoeden van conformiteit van pyrotechnische artikelen

Pyrotechnische artikelen die conform zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht in overeenstemming te zijn met de essentiële veiligheidseisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken, zoals beschreven in bijlage I.

[Wanneer een geharmoniseerde norm voldoet aan de eisen die zij bestrijkt en die worden beschreven in artikel 24 of bijlage I, maakt de Commissie het referentienummer van die norm bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.]

ê 2007/23/EG

Artikel 916 Conformiteitsbeoordelingprocedures

Voor de beoordeling van de conformiteit van pyrotechnische artikelen volgt de fabrikant een van de volgende procedures:

ê 2007/23/EG (aangepast)

a)           het EG Ö EU Õ-typeonderzoek (module B), bedoeld in bijlage II, afdeling 1, en naar keuze van de fabrikant hetzij Ö een van de volgende procedures Õ:

i)       de overeenstemming Ö conformiteit Õ met het type Ö op basis van interne productiecontrole plus productcontroles onder toezicht met willekeurige tussenpozen Õ (module C2), bedoeld in bijlage II, afdeling 2;

ii)       Ö conformiteit met het type op basis van Õ de productiekwaliteitsborging Ö kwaliteitsborging van het productieproces Õ (module D), bedoeld in bijlage II, afdeling 3 of;,

iii)      de Ö conformiteit met het type op basis van Õ productkwaliteitsborging (module E), bedoeld in bijlage II, afdeling 4;

b)           de Ö conformiteit op basis van Õ eenheidskeuring (module G), bedoeld in bijlage II, afdeling 5 of;,

c)           de Ö conformiteit op basis van volledige Õ algehele productkwaliteitsborging (module H), bedoeld in bijlage II, afdeling 6, voor zover het gaat om vuurwerk van categorie 4.

ò nieuw

Artikel 17 [artikel R10 van Besluit nr. 768/2008/EG] EU-conformiteitsverklaring

1. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat aangetoond is dat aan de essentiële veiligheidseisen in bijlage I is voldaan.

2. De EU-conformiteitsverklaring bevat de in de desbetreffende modules van bijlage II bij deze richtlijn vermelde elementen, komt qua structuur overeen met het model in bijlage III bij Besluit nr. 768/2008/EG en wordt voortdurend bijgewerkt. Zij wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het pyrotechnische artikel in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

3. Indien voor een pyrotechnisch artikel uit hoofde van meer dan één handeling van de Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Unie opgesteld. In die verklaring moet duidelijk worden aangegeven om welke handelingen het gaat, met vermelding van de publicatiereferenties.

4. Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het pyrotechnische artikel op zich.

Artikel 18 [artikel R11 van Besluit nr. 768/2008/EG] Algemene beginselen van de CE-markering

De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die zijn vastgesteld in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Artikel 1119 Ö [artikel R12 van Besluit nr. 768/2008/EG] Õ Verplichting om Ö Voorschriften en voorwaarden voor het aanbrengen van Õde CE-markering aan te brengen Ö en andere markeringen Õ

1. Nadat de conformiteitsbeoordeling overeenkomstig artikel 9 met succes is afgerond, brengen fabrikanten Dde CE-markering, zodanig aan dat ze Ö wordt Õ zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar is, op de pyrotechnische artikelen zelf of, Ö aangebracht. Õ indien dit Ö Wanneer dit gezien de aard van het pyrotechnische artikel Õ niet mogelijk Ö of niet gerechtvaardigd Õ is, Ö wordt de CE-markering aangebracht Õ op een hieraan bevestigd identificatieplaatje of op de verpakking Ö en in de begeleidende documenten Õ. Het identificatieplaatje moet zodanig zijn ontworpen dat hergebruik onmogelijk is.

ê 2007/23/EG

Het model voor de CE-markering is in overeenstemming met Besluit 93/465/EEG.

2. Er mag geen enkele markering of inscriptie op pyrotechnische artikelen worden aangebracht, die derden in de war kan brengen wat de betekenis en vorm van de CE-markering betreft. Andere markeringen mogen op pyrotechnische artikelen worden aangebracht op voorwaarde dat de zicht- en leesbaarheid van de CE-markering niet in het gedrang komen.

3. Wanneer pyrotechnische artikelen onderworpen zijn aan andere communautaire wetgeving die betrekking heeft op andere aspecten van de CE-markering en een CE-markering voorschrijft, geeft deze markering aan dat deze artikelen ook geacht worden aan de bepalingen van de andere toepasselijke wetgeving te voldoen.

ò nieuw

4. De CE-markering wordt aangebracht voordat het pyrotechnische artikel in de handel wordt gebracht.

5. De CE-markering wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie wanneer een dergelijke instantie betrokken is bij de productiecontrolefase.

Het identificatienummer van de aangemelde instantie wordt aangebracht door die instantie zelf dan wel overeenkomstig haar instructies door de fabrikant.

6. De CE-markering en, indien van toepassing, het in lid 3 bedoelde identificatienummer kunnen worden gevolgd door een pictogram of een ander teken dat een bijzonder risico of gebruik aanduidt.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Hoofdstuk 4 Ö Aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties Õ

Artikel 1020 Ö [artikel R13 van Besluit nr. 768/2008/EG] Õ Aangemelde instanties Ö Aanmelding Õ

1. De lidstaten brengen de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de instanties die zij hebben aangewezen om de in artikel 9 bedoelde conformiteitsbeoordelingprocedures uit te voeren, alsmede de specifieke taken die aan deze instanties zijn toegewezen en de identificatienummers die Ö bevoegd zijn om conformiteitsbeoordelingstaken van derden uit hoofde van deze richtlijn te verrichten, worden door de lidstaten bij Õ de Commissie hen heeft toegekend Ö en de andere lidstaten aangemeld Õ.

ê 2007/23/EG

3. De lidstaten passen de in bijlage III vastgestelde minimumcriteria toe voor de beoordeling van de instanties die bij de Commissie moeten worden aangemeld. Instanties die voldoen aan de beoordelingscriteria die in de geharmoniseerde normen voor aangemelde instanties zijn vastgesteld, worden geacht aan de desbetreffende minimumcriteria te voldoen.

4. Een lidstaat die een bepaalde instantie bij de Commissie heeft aangemeld, trekt die aanmelding in indien hij ontdekt dat die instantie niet langer aan de in lid 3 bedoelde minimumcriteria voldoet. Hij brengt de andere lidstaten en de Commissie daarvan onverwijld op de hoogte.

5. Wanneer de aanmelding van een instantie wordt ingetrokken, behouden alle conformiteitscertificaten en bijbehorende documenten die door die instantie zijn afgegeven, hun geldigheid tenzij er een dreigend of rechtstreeks gevaar is voor de gezondheid en veiligheid.

6. De Commissie maakt op haar website bekend dat de aanmelding van een instantie is ingetrokken.

ò nieuw

Artikel 21 [artikel R14 van Besluit nr. 768/2008/EG] Aanmeldende autoriteiten

1. De lidstaten wijzen een aanmeldende autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de instelling en uitvoering van de nodige procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en het toezicht op de aangemelde instanties, met inbegrip van de naleving van artikel 26.

2. De lidstaten kunnen de beoordeling en het toezicht als bedoeld in lid 1 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 laten uitvoeren door een nationale accreditatie-instantie, zoals gedefinieerd in die verordening.

Artikel 22 [artikel R15 van Besluit nr. 768/2008/EG] Eisen voor aanmeldende autoriteiten

1. Een aanmeldende autoriteit is zodanig opgericht dat zich geen belangenconflicten met conformiteitsbeoordelingsinstanties voordoen.

2. Een aanmeldende autoriteit is zodanig georganiseerd en functioneert zodanig dat de objectiviteit en onpartijdigheid van haar activiteiten gewaarborgd zijn.

3. Een aanmeldende autoriteit is zodanig georganiseerd dat elk besluit in verband met de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt genomen door bekwame personen die niet de beoordeling hebben verricht.

4. Een aanmeldende autoriteit verricht geen activiteiten die worden uitgevoerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties en verleent geen adviesdiensten op commerciële basis of in concurrentie en biedt evenmin aan dergelijke activiteiten te verrichten of dergelijke adviezen te verlenen.

5. Een aanmeldende autoriteit waarborgt dat de verkregen informatie vertrouwelijk wordt behandeld.

6. Een aanmeldende autoriteit beschikt over een voldoende aantal bekwame personeelsleden om haar taken naar behoren uit te voeren.

Artikel 23 [artikel R16 van Besluit nr. 768/2008/EG] Informatieverplichting voor aanmeldende autoriteiten

De lidstaten brengen de Commissie op de hoogte van hun procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en voor het toezicht op aangemelde instanties, en van alle wijzigingen daarin.

De Commissie maakt deze informatie openbaar.

Artikel 24 [artikel R17 van Besluit nr. 768/2008/EG] Eisen in verband met aangemelde instanties

1. Om te kunnen worden aangemeld moeten conformiteitsbeoordelingsinstanties aan de eisen in de leden 2 tot en met 11 voldoen.

2. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is naar nationaal recht opgericht en heeft rechtspersoonlijkheid.

3. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties of pyrotechnische artikelen.

4. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder van de door hen beoordeelde pyrotechnische artikelen en/of explosieve stoffen. Dit belet echter niet het gebruik van pyrotechnische artikelen en/of explosieve stoffen die nodig zijn voor de activiteiten van de conformiteitsbeoordelingsinstantie of het gebruik van de producten voor persoonlijke doeleinden.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen of bouwen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van deze pyrotechnische artikelen en/of explosieve stoffen. Zij oefenen geen activiteiten uit die hun onafhankelijk oordeel of hun integriteit met betrekking tot conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangemeld in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.

Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten.

5. Conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zij zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, inzonderheid van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

6. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die in artikel 16 aan haar zijn toegewezen en waarvoor zij is aangemeld, ongeacht of deze taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht.

De conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elke soort of elke categorie producten waarvoor zij is aangemeld over:

a)      het benodigde personeel met technische kennis en voldoende passende ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

b)      de beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd. Zij beschikt over een gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangemelde instantie verricht en andere activiteiten;

c)      procedures voor de uitoefening van haar activiteiten die naar behoren rekening houden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, de structuur ervan, de relatieve complexiteit van de producttechnologie in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces.

Zij beschikt over de middelen die nodig zijn om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle vereiste apparatuur en faciliteiten.

7. Het voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verantwoordelijke personeel beschikt over:

a)      een gedegen technische en beroepsopleiding die alle relevante conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangemeld;

b)      een bevredigende kennis van de eisen inzake de beoordelingen die het verricht en voldoende bevoegdheden om deze beoordelingen uit te voeren;

c)      voldoende kennis over en inzicht in de essentiële veiligheidseisen in bijlage I, de toepasselijke geharmoniseerde normen en de relevante bepalingen van de harmonisatiewetgeving van de Unie en van de nationale wetgeving;

d)      de bekwaamheid om certificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn verricht.

8. De onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties, hun hoogste leidinggevenden en het beoordelingspersoneel moet worden gewaarborgd.

De beloning van de hoogste leidinggevenden en het beoordelingspersoneel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.

9. Conformiteitsbeoordelingsinstanties sluiten een aansprakelijkheidsverzekering af, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de staat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

10. Het personeel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de uitoefening van haar taken uit hoofde van artikel 16 of bepalingen van nationaal recht die daaraan uitvoering geven, behalve ten opzichte van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden. De eigendomsrechten worden beschermd.

11. Conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen deel aan, of zorgen ervoor dat hun beoordelingspersoneel op de hoogte is van de desbetreffende normalisatieactiviteiten en de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instanties die is opgericht uit hoofde van de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie, en hanteren de door die groep genomen administratieve beslissingen en geproduceerde documenten als algemene richtsnoeren.

Artikel 25 [artikel R18 van Besluit nr. 768/2008/EG] Vermoeden van conformiteit van aangemelde instanties

Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zake doende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt zij geacht aan de eisen in artikel 24 te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen deze eisen dekken.

Artikel 26 [artikel R20 van Besluit nr. 768/2008/EG] Dochterondernemingen en uitbesteding door aangemelde instanties

1. Wanneer de aangemelde instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen in artikel 24 voldoet, en brengt zij de aanmeldende autoriteit hiervan op de hoogte.

2. Aangemelde instanties nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die worden verricht door onderaannemers of dochterondernemingen, ongeacht waar deze gevestigd zijn.

3. Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden uitgevoerd.

4. Aangemelde instanties houden alle relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of de dochteronderneming en over de door de onderaannemer of dochteronderneming uit hoofde van artikel 16 uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van de aanmeldende autoriteit.

Artikel 27 [artikel R22 van Besluit nr. 768/2008/EG] Verzoek om aanmelding

1. Een conformiteitsbeoordelingsinstantie dient een verzoek om aanmelding in bij de aanmeldende autoriteit van de lidstaat waar zij gevestigd is.

2. Het verzoek gaat vergezeld van een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitsbeoordelingsmodule(s) en het product of de producten waarvoor de instantie verklaart bekwaam te zijn en, indien dit bestaat, van een accreditatiecertificaat dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen in artikel 24.

3. Wanneer de betrokken conformiteitsbeoordelingsinstantie geen accreditatiecertificaat kan overleggen, verschaft zij de aanmeldende autoriteit alle bewijsstukken die nodig zijn om haar conformiteit met de eisen in artikel 24 te verifiëren en te erkennen en daar geregeld toezicht op te houden.

Artikel 28 [artikel R23 van Besluit nr. 768/2008/EG] Aanmeldingsprocedure

1. Aanmeldende autoriteiten mogen uitsluitend conformiteitsbeoordelingsinstanties aanmelden die aan de eisen in artikel 24 hebben voldaan.

2. Zij verrichten de aanmelding bij de Commissie en de andere lidstaten door middel van het door de Commissie ontwikkelde en beheerde elektronische aanmeldingssysteem.

3. Bij de aanmelding worden de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitsbeoordelingsmodule(s), het product of de producten en de bekwaamheidsattestatie uitvoerig beschreven.

4. Wanneer een aanmelding niet gebaseerd is op een accreditatiecertificaat als bedoeld in artikel 27, lid 2, verschaft de aanmeldende autoriteit de Commissie en de andere lidstaten de bewijsstukken waaruit de bekwaamheid van de conformiteitsbeoordelingsinstantie blijkt, evenals de regeling die waarborgt dat de instantie regelmatig wordt gecontroleerd en zal blijven voldoen aan de eisen van artikel 24.

5. De betrokken instantie mag de activiteiten van een aangemelde instantie alleen verrichten als de Commissie en de andere lidstaten binnen twee weken na een aanmelding indien een accreditatiecertificaat wordt gebruikt en binnen twee maanden na een aanmelding indien geen accreditatiecertificaat wordt gebruikt, geen bezwaren hebben ingediend.

Alleen een dergelijke instantie wordt voor de toepassing van deze richtlijn als aangemelde instantie beschouwd.

6. De Commissie en de andere lidstaten worden in kennis gesteld van alle relevante latere wijzigingen in de aanmelding.

Artikel 29 [artikel R24 van Besluit nr. 768/2008/EG] Identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties

1. De Commissie kent aan aangemelde instanties een identificatienummer toe.

Zij kent per instantie slechts één nummer toe, ook als de instantie uit hoofde van diverse handelingen van de Unie is aangemeld.

ê 2007/23/EG (aangepast)

2. De Commissie maakt op haar website een Ö de Õ lijst bekend van de Ö uit hoofde van deze richtlijn Õ aangemelde instanties Ö openbaar Õ, Ö onder vermelding van de toegekende Õ hun identificatienummers en de taken Ö activiteiten Õ waarvoor zij zijn aangemeld.

De Commissie zorgt ervoor dat Ö voor de bijwerking van Õ deze lijst up-to-date is.

ò nieuw

Artikel 30 [artikel R25 van Besluit nr. 768/2008/EG] Wijzigingen van de aanmelding

1. Wanneer een aanmeldende autoriteit heeft geconstateerd of vernomen dat een aangemelde instantie niet meer aan de eisen in artikel 24 voldoet of haar verplichtingen niet nakomt, wordt de aanmelding door de aanmeldende autoriteit beperkt, geschorst of ingetrokken, afhankelijk van de ernst van het niet-voldoen aan die eisen of het niet-nakomen van die verplichtingen. Zij brengt de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk op de hoogte.

2. Wanneer de aanmelding wordt beperkt, geschorst of ingetrokken, of de aangemelde instantie haar activiteiten heeft gestaakt, doet de aanmeldende lidstaat het nodige om ervoor te zorgen dat de dossiers van die instantie hetzij door een andere aangemelde instantie worden behandeld, hetzij aan de verantwoordelijke aanmeldende autoriteiten en markttoezichtautoriteiten op hun verzoek ter beschikking kunnen worden gesteld.

Artikel 31 [artikel R26 van Besluit nr. 768/2008/EG] Betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties

1. De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of in kennis wordt gesteld van twijfels over de bekwaamheid van een aangemelde instantie of over de vraag of een aangemelde instantie nog aan de eisen voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt.

2. De aanmeldende lidstaat verstrekt de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken instantie.

3. Alle gevoelige informatie die de Commissie in het kader van haar onderzoek ontvangt, wordt door haar vertrouwelijk behandeld.

4. Wanneer de Commissie vaststelt dat een aangemelde instantie niet of niet meer aan de aanmeldingseisen voldoet, brengt zij de aanmeldende lidstaat daarvan op de hoogte en verzoekt zij deze lidstaat de nodige corrigerende maatregelen te nemen, en zo nodig de aanmelding in te trekken.

Artikel 32 [artikel R27 van Besluit nr. 768/2008/EG] Operationele verplichtingen van aangemelde instanties

1. Aangemelde instanties voeren conformiteitsbeoordelingen uit volgens de conformiteitsbeoordelingsprocedures in artikel 16.

2. De conformiteitsbeoordelingen worden op evenredige wijze uitgevoerd, waarbij voorkomen wordt de marktdeelnemers onnodig te belasten. De conformiteitsbeoordelingsinstantie houdt bij de uitoefening van haar activiteiten naar behoren rekening met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de relatieve technologische complexiteit van de producten en het massa- of seriële karakter van het productieproces.

Hierbij eerbiedigt zij echter de striktheid en het beschermingsniveau die nodig zijn opdat het pyrotechnische artikel voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn.

3. Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de essentiële veiligheidseisen in bijlage I of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen of technische specificaties, verlangt zij van die fabrikant dat hij passende corrigerende maatregelen neemt en verleent zij geen conformiteitscertificaat.

4. Wanneer een aangemelde instantie bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat vaststelt dat een pyrotechnisch artikel niet meer conform is, verlangt zij van de fabrikant dat hij passende corrigerende maatregelen neemt; zo nodig schorst zij het certificaat of trekt zij dit in.

5. Wanneer geen corrigerende maatregelen worden genomen of de genomen maatregelen niet het vereiste effect hebben, worden de certificaten door de aangemelde instantie naargelang het geval beperkt, geschorst of ingetrokken.

Artikel 33 Beroep tegen besluiten van aangemelde instanties

De lidstaten voorzien in een beroepsprocedure tegen besluiten van de aangemelde instanties.

Artikel 34 [artikel R28 van Besluit nr. 768/2008/EG] Informatieverplichting voor aangemelde instanties

1. Aangemelde instanties brengen de aanmeldende autoriteit op de hoogte van:

a)      elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van certificaten;

b)      omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van en de voorwaarden voor aanmelding;

c)      informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen;

d)      op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbesteding.

2. Aangemelde instanties verstrekken de andere uit hoofde van deze richtlijn aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde producten verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en op verzoek ook over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

Artikel 35 [artikel R29 van Besluit nr. 768/2008/EG] Uitwisseling van ervaringen

De Commissie voorziet in de organisatie van de uitwisseling van ervaringen tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aanmeldingsbeleid.

Artikel 36 [artikel R30 van Besluit nr. 768/2008/EG] Coördinatie van aangemelde instanties

De Commissie zorgt voor passende coördinatie en samenwerking tussen instanties die zijn aangemeld uit hoofde van deze richtlijn in de vorm van een forum van aangemelde instanties.

De lidstaten zorgen ervoor dat de door hen aangemelde instanties rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers aan de werkzaamheden van dat forum deelnemen.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Hoofdstuk 5 Ö Markttoezicht in de Unie, controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen, en vrijwaringsprocedures Õ

Artikel 1437 Markttoezicht Ö in de Unie en controle van producten die de markt van de Unie binnenkomen Õ

ê 2007/23/EG

1. De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat pyrotechnische artikelen alleen in de handel mogen worden gebracht indien ze de gezondheid en veiligheid van personen niet in gevaar brengen wanneer ze worden opgeslagen zoals het hoort en worden gebruikt waarvoor ze zijn bestemd.

2. De lidstaten voeren regelmatige inspecties uit op pyrotechnische artikelen bij binnenkomst op het grondgebied van de Gemeenschap en, op opslag- en fabricatieplaatsen.

3. De lidstaten nemen de passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij het overbrengen van pyrotechnische artikelen in de Gemeenschap de eisen van deze richtlijn inzake openbare veiligheden de voorschriften ter bescherming worden nageleefd.

4. De lidstaten organiseren en verrichten passende controles van in de handel gebrachte producten, rekening houdend met het vermoeden van overeenstemming van producten die voorzien zijn van de CE-markering.

ò nieuw

1.           Artikel 15, lid 3, en de artikelen 16 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn van toepassing op pyrotechnische artikelen.

ê 2007/23/EG

52.         De lidstaten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van hun activiteiten op het gebied van markttoezicht.

6. Wanneer een lidstaat ontdekt dat pyrotechnische artikelen die voorzien zijn van een CE-markering, vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming en worden gebruikt waarvoor ze zijn bestemd, de gezondheid en veiligheid van personen in gevaar kunnen brengen, neemt hij alle passende voorlopige maatregelen om die producten uit de handel te halen, het in de handel brengen ervan te verbieden of het vrij verkeer ervan te beperken. De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten hiervan op de hoogte.

7. De Commissie maakt op haar website de namen bekend van de artikelen die volgens lid 6 uit de handel zijn gehaald, verboden zijn of onder beperkingen in de handel mogen worden gebracht.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

Artikel 3815 Ö [artikel R31 van Besluit nr. 768/2008/EG] Õ Snelle uitwisseling van informatie over risicovolle producten Ö Procedure voor pyrotechnische artikelen die op nationaal niveau een risico vertonen Õ

1.           Wanneer Ö de markttoezichtautoriteiten van Õ een lidstaat ð maatregelen hebben genomen krachtens artikel 20 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of ï voldoende redenen heeft Ö hebben Õ om aan te nemen dat een pyrotechnisch artikel een ernstig risico vormt voor de gezondheid en/of veiligheid van personen ð of voor andere onder deze richtlijn vallende aspecten van de bescherming van algemene belangen ï in de Gemeenschap, brengt hij de Commissie en de andere lidstaten hiervan op de hoogte en voert hij een Ö vormt, voeren zij een Õ passende beoordeling ð van het pyrotechnische artikel ï uit ð in het licht van alle in deze richtlijn vastgestelde eisen. De desbetreffende marktdeelnemers werken op elke vereiste wijze met de markttoezichtautoriteiten samen ï. De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de achtergrond en de resultaten van de beoordeling.

ò nieuw

Wanneer de markttoezichtautoriteiten bij deze beoordeling vaststellen dat het pyrotechnische artikel niet aan de eisen van deze richtlijn voldoet, verlangen zij onverwijld van de betrokken marktdeelnemer dat hij passende corrigerende maatregelen neemt om het pyrotechnische artikel met deze eisen conform te maken of binnen een door hen vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel te nemen of terug te roepen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de desbetreffende aangemelde instantie hiervan op de hoogte.

Artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 is van toepassing op de in de tweede alinea genoemde maatregelen.

2.           Wanneer de markttoezichtautoriteiten van mening zijn dat de niet-conformiteit niet tot hun nationale grondgebied beperkt is, brengen zij de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de resultaten van de beoordeling en van de maatregelen die zij van de marktdeelnemer hebben verlangd.

3.           De marktdeelnemer zorgt ervoor dat alle passende corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken pyrotechnische artikelen die hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.

4.           Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de markttoezichtautoriteiten alle passende voorlopige maatregelen om het op hun nationale markt aanbieden van het pyrotechnische artikel te verbieden of te beperken, dan wel het pyrotechnische artikel in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld van deze maatregelen op de hoogte.

5.           De in lid 4 bedoelde informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het niet-conforme pyrotechnische artikel te identificeren en om de oorsprong van het pyrotechnische artikel, de aard van de beweerde niet-conformiteit en van het risico, en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen, evenals de argumenten die worden aangevoerd door de desbetreffende marktdeelnemer. De markttoezichtautoriteiten vermelden met name of de niet-conformiteit een van de volgende redenen heeft:

a)      het product voldoet niet aan de in deze richtlijn vastgestelde eisen ten aanzien van de gezondheid of veiligheid van personen of andere aspecten van de bescherming van algemene belangen;

b)      tekortkomingen in de geharmoniseerde normen waarnaar in artikel 15 wordt verwezen als normen die een vermoeden van conformiteit vestigen.

6.           De andere lidstaten dan die welke de procedure in gang heeft gezet, brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld op de hoogte van door hen genomen maatregelen en van aanvullende informatie over de niet-conformiteit van het pyrotechnische artikel waarover zij beschikken, en van hun bezwaren indien zij het niet eens zijn met de aangemelde nationale maatregel.

7.           Indien binnen drie maanden na de ontvangst van de in lid 4 bedoelde informatie geen bezwaar tegen een voorlopige maatregel van een lidstaat is ingebracht door een lidstaat of de Commissie, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn.

8.           De lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van het betrokken pyrotechnische artikel onmiddellijk passende beperkende maatregelen worden genomen.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

Artikel 1639 Ö [artikel R32 van Besluit nr. 768/2008/EG] Õ Vrijwaringsclausule Ö Vrijwaringsprocedure van de Unie Õ

1. Wanneer een lidstaat het oneens is met de door een andere lidstaat op grond van artikel 14, lid 6, genomen voorlopige maatregelen, Ö na voltooiing van de procedure in artikel 38, leden 3 en 4, bezwaren tegen maatregelen van een lidstaat worden ingebracht Õ of wanneer de Commissie een dergelijke Ö van mening is dat de nationale Õ maatregel als onverenigbaar met de Gemeenschapswetgeving beschouwt, raadpleegt Ö in strijd is met de wetgeving van de Unie, treedt Õ de Commissie onverwijld alle betrokken partijen, beoordeelt zij de maatregel en bepaalt zij haar standpunt over de vraag Ö in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en voert zij een evaluatie van de nationale maatregel uit. Aan de hand van die evaluatie Õ ð besluit ï Ö de Commissie Õ of de Ö nationale Õ maatregel al dan niet is gerechtvaardigd Ö is Õ. De Commissie brengt haar standpunt ter kennis van de lidstaten en de betrokken partijen.

ò nieuw

De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) er onmiddellijk van op de hoogte.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

2.           Wanneer de Commissie Ö Indien Õ de nationale maatregel gerechtvaardigd acht Ö wordt geacht Õ, nemen de andere Ö alle Õ lidstaten de nodige maatregelen om het onveilige Ö niet-conforme Õ artikel van de nationale markt te halen Ö uit de handel te nemen, Õ en brengen zij Ö stellen Õ de Commissie daarvan op de hoogte Ö in kennis Õ. Wanneer de Commissie Ö Indien Õ de nationale maatregelen niet gerechtvaardigd acht Ö wordt geacht Õ, worden deze door Ö trekt Õ de betrokken lidstaat herroepen Ö de maatregel in Õ.

23.         Indien de in lid 1 bedoelde voorlopige Ö nationale Õ maatregelen Ö gerechtvaardigd wordt geacht en de niet-conformiteit van het pyrotechnische artikel wordt toegeschreven aan Õ het gevolg zijn van een tekortkomingen in de geharmoniseerde normen Ö als bedoeld in artikel 15 van deze richtlijn Õ, verwijst ð past ï de Commissie de kwestie naar het bij Richtlijn 98/34/EG ingestelde permanente comité als de lidstaat waarvan de maatregelen uitgaan bij zijn standpunt blijft, en start de Commissie of de lidstaat de in artikel 8 ð van Verordening (EU) nr. [../..] [betreffende Europese normalisatie] ï bedoelde procedure ð toe ï.

3. Indien een pyrotechnisch artikel niet in overeenstemming is, maar wel voorzien is van de CE-markering, neemt de bevoegde lidstaat passende maatregelen tegen de persoon die de markering heeft aangebracht, en brengt hij de Commissie hiervan op de hoogte. De Commissie brengt de andere lidstaten op de hoogte.

ò nieuw

Artikel 40 [artikel R33 van Besluit nr. 768/2008/EG] Conforme pyrotechnische artikelen die toch een risico voor de gezondheid en veiligheid meebrengen

1. Wanneer een lidstaat na uitvoering van een beoordeling overeenkomstig artikel 38, lid 1, vaststelt dat een pyrotechnisch artikel dat conform is met deze richtlijn toch een risico voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere aspecten van de bescherming van algemene belangen meebrengt, verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het pyrotechnische artikel dat risico niet meer meebrengt wanneer het in de handel wordt gebracht, of om het pyrotechnische artikel binnen een door de lidstaat vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het risico, uit de handel te nemen of terug te roepen.

2. De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de door hem genomen corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken pyrotechnische artikelen die hij in de Unie op de markt heeft aangeboden.

3. De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het pyrotechnische artikel te identificeren en om de oorsprong en de toeleveringsketen van het pyrotechnische artikel, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen.

4. De Commissie treedt onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en beoordeelt de nationale maatregelen die zijn genomen. Aan de hand van die beoordeling besluit de Commissie of de maatregel al dan niet gerechtvaardigd is, en stelt zij zo nodig passende maatregelen voor.

5. De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) er onmiddellijk van op de hoogte.

Artikel 41 [artikel R34 van Besluit nr. 768/2008/EG] Formele niet-conformiteit

1. Onverminderd artikel 38 verlangt een lidstaat, wanneer hij een van de volgende feiten vaststelt, van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde maakt aan de niet-conformiteit:

a)      de CE-markering is in strijd met artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of artikel 20 van deze richtlijn aangebracht;

b)      de CE-markering is niet aangebracht;

c)      de EU-conformiteitsverklaring is niet opgesteld;

d)      de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;

e)      technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig.

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde niet-conformiteit voortduurt, neemt de betrokken lidstaat alle passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het pyrotechnische artikel te beperken of te verbieden, of het pyrotechnische artikel terug te roepen of uit de handel te nemen.

ê 2007/23/EG

Artikel 17

Maatregelen die weigering of beperking tot gevolg hebben

1. Bij elke maatregel die krachtens deze richtlijn wordt genomen

              a) om het in de handel brengen van een product te verbieden of te beperken, of

              b) om een product uit de handel te nemen,

wordt naar behoren opgave gedaan van de beweegredenen. Dergelijke maatregelen worden onverwijld meegedeeld aan de betrokken partij die tegelijkertijd op de hoogte wordt gebracht van de rechtsmiddelen die haar op grond van de nationale wetgeving van de desbetreffende lidstaat ter beschikking staan alsmede van de termijnen die voor deze rechtsmiddelen gelden.

2. In het geval van een maatregel zoals bedoeld in lid 1, heeft de betrokken partij de mogelijkheid om van tevoren zijn standpunt bekend te maken, tenzij dit overleg niet mogelijk is vanwege de urgentie van de maatregel, met name om redenen van volksgezondheid of veiligheid.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

Hoofdstuk 6 Ö Gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden Õ

Artikel 1842 Uitvoeringsmaatregelen Ö Gedelegeerde bevoegdheid Õ

1. De volgende maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing ð De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 46 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot ï:

a)           Ö identificatie van de in artikel 3, lid 1, bedoelde pyrotechnische artikelen aan de hand van Õ aanpassingen om rekening te houden met toekomstige wijzigingen van aanbevelingen van de Verenigde Naties Ö inzake het vervoer van gevaarlijke goederen Õ;

ê 2007/23/EG

b)           aanpassingen van de bijlagen II en III aan de technische vooruitgang;

c)           aanpassingen van de etiketteringseisen zoals bepaald in de artikelen 129 en 1310.

ò nieuw

Artikel 43 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in artikel 42 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [een datum invullen – de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 42 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5. Een overeenkomstig artikel 42 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 44 Uitvoeringsbevoegdheden

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om de volgende aspecten te regelen:

ê 2007/23/EG

2. De volgende maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure:

ê 2007/23/EG (aangepast)

a)           het aanmaken van een traceerbaarheidssysteem, inclusief een registratienummer en een EU-register Ö op het niveau van de Unie Õ , om de soorten pyrotechnische artikelen en de fabrikant te kunnen identificeren;

b)           het aanleggen van gemeenschappelijke criteria voor het regelmatig verzamelen en bijwerken van gegevens over ongevallen in verband met pyrotechnische artikelen.

ò nieuw

Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 45, lid 2, bedoelde onderzoekprocedure.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Artikel 1945 Comité Ö Comitéprocedure Õ

1.           De Commissie wordt bijgestaan door een Ö het Õ cComité Ö inzake pyrotechnische artikelen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 Õ.

ê 2007/23/EG

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

ê 2007/23/EG

ð nieuw

32.         Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijnis de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG ð Verordening (EU) nr. 182/2011 ï van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

ê 2007/23/EG

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Ö Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen Õ

Artikel 2046 Sancties

De lidstaten stellen voorschriften Ö regels Õ vast inzake de bij Ö voor sancties op Õ overtredingen van ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale Ö bepalingen Õ wetgeving toe te passen sancties, en Ö nemen alle nodige maatregelen om ervoor te Õ zorgen ervoor dat die sancties ook Ö zij Õ worden toegepast.

De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

De lidstaten stellen tevens de nodige maatregelen vast die hen toelaten om zendingen van pyrotechnische artikelen die niet aan deze richtlijn voldoen, tegen te houden.

ò nieuw

De lidstaten delen deze bepalingen uiterlijk op 3 juli 2013 aan de Europese Commissie mede en stellen haar onverwijld in kennis van eventuele latere wijzigingen.

ò nieuw

Artikel 47 Overgangsbepalingen

1. De lidstaten belemmeren niet dat pyrotechnische artikelen die in overeenstemming met Richtlijn 2007/23/EG zijn, op de markt wordt aangeboden wanneer die pyrotechnische artikelen vóór 4 juli 2013 in de handel zijn gebracht.

2. Nationale vergunningen voor vuurwerk van de categorieën 1, 2 en 3 die vóór 4 juli 2010 zijn verleend, blijven tot hun vervaldatum of tot 4 juli 2017 (de vroegste datum is van toepassing) geldig op het grondgebied van de lidstaat die de vergunning heeft verleend.

3. Nationale vergunningen voor andere pyrotechnische artikelen, vuurwerk van categorie 4 en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die vóór 4 juli 2013 zijn verleend, blijven tot hun vervaldatum of tot 4 juli 2017 (de vroegste datum is van toepassing) geldig op het grondgebied van de lidstaat die de vergunning heeft verleend.

4. In afwijking van lid 3 blijven nationale vergunningen voor pyrotechnische artikelen voor voertuigen die vóór 4 juli 2013 zijn verleend, geldig tot zij vervallen.

5. Uit hoofde van Richtlijn 2007/23/EG verstrekte conformiteitscertificaten blijven uit hoofde van deze richtlijn geldig tot 4 juli 2020, tenzij zij voor die datum vervallen.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Artikel 2148 Omzetting

1. De lidstaten dienen uiterlijk op 4 januari 2010 Ö 3 juli 2013 Õ de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen Ö aan artikel 3, leden 8, 12, 13 en 15 tot en met 22, artikel 4, lid 1, artikel 5, artikel 8, leden 2 tot en met 7, de artikelen 11 tot en met 15, de artikelen 17 tot en met 28, de artikelen 30 tot en met 34, artikel 36, artikel 37, lid 1, de artikelen 38 tot en met 41, de artikelen 46 en 47 en de bijlagen I en II Õ. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede Ö , alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn Õ.

2. Zij passen die bepalingen Ö en de maatregelen om aan de bepalingen van deze richtlijn betreffende andere pyrotechnische artikelen, vuurwerk van categorie 4 en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik Õ toe vanaf Ö 4 juli 2013 Õ 4 juli 2010 voor vuurwerk van de categorieën 1, 2 en 3, en vanaf 4 juli 2013 voor andere pyrotechnische artikelen, vuurwerk van categorie 4 en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.

3. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. ÖIn de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijn, gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. Õ De regels voor die verwijzing Ö en de formulering van die vermelding Õ worden vastgesteld door de lidstaten.

4. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

ê 2007/23/EG

5. Nationale vergunningen die vóór de in lid 2 aangegeven desbetreffende datum zijn verleend, blijven tot hun vervaldatum of tot tien jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn (de kortste periode is van toepassing) geldig op het grondgebied van de lidstaat die de vergunning heeft verleend.

6. In afwijking van lid 5 blijven nationale vergunningen voor pyrotechnische artikelen voor voertuigen die vóór de in lid 2 aangegeven desbetreffende datum zijn verleend, geldig tot ze vervallen.

ê

Artikel 49 Intrekking

Richtlijn 2007/23/EG wordt met ingang van 4 juli 2013 ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijn.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.

ê 2007/23/EG (aangepast)

Artikel 2250 Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

ê

De artikelen 1 en 2, artikel 3, leden 1 tot en met 7, 9 tot en met 11 en 14, artikel 4, leden 2 tot en met 4, de artikelen 6 en 7, artikel 8, lid 1, de artikelen 9, 10, 16, 29 en 35, artikel 37, lid 2, de artikelen 42 tot en met 50 en de bijlagen III en IV zijn van toepassing met ingang van 4 juli 2013.

ê 2007/23/EG

Artikel 2351 Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te […],

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

BIJLAGE I

Fundamentele Ö Essentiële Õ veiligheidseisen

1.           Elk pyrotechnisch artikel moet de prestaties leveren die de fabrikant bij de aangemelde instantie heeft opgegeven om maximale veiligheid en betrouwbaarheid te garanderen.

2.           Elk pyrotechnisch artikel moet zo zijn ontworpen en gefabriceerd dat men zich er met behulp van een passend proces veilig van kan ontdoen met minimale gevolgen voor het milieu.

3.           Elk pyrotechnisch artikel moet correct functioneren wanneer het gebruikt wordt waarvoor het is bestemd.

Elk pyrotechnisch artikel moet onder realistische omstandigheden worden getest. Indien dit niet mogelijk is in een laboratorium, moeten de tests worden uitgevoerd onder de omstandigheden waarin het pyrotechnische artikel zal worden gebruikt.

De volgende gegevens en eigenschappen moeten in voorkomend geval worden gecontroleerd of getest.:

a)      Oontwerp, constructie en kenmerkende eigenschappen, inclusief gedetailleerde chemische samenstelling (massa en percentage van de gebruikte stoffen) en afmetingen.;

b)      Ffysische en chemische stabiliteit van het pyrotechnische artikel in alle normale, te verwachten omgevingsomstandigheden.;

c)      Ggevoeligheid voor de normale, te verwachten hantering en vervoersomstandigheden.;

d)      Ccompatibiliteit van alle componenten wat chemische stabiliteit betreft.;

e)      Wweerstand van het pyrotechnische artikel tegen vocht wanneer het bestemd is om in vochtige of natte omstandigheden te worden gebruikt en vocht de veiligheid of betrouwbaarheid negatief kan beïnvloeden.;

f)       Wweerstand tegen lage en hoge temperaturen wanneer het pyrotechnische artikel bestemd is om bij dergelijke temperaturen te worden bewaard of gebruikt en het afkoelen of opwarmen van een component of van het pyrotechnische artikel in zijn geheel de veiligheid of betrouwbaarheid negatief kan beïnvloeden.;

g)      Vveiligheidsvoorzieningen om voortijdige of onbedoelde inwerkingstelling of ontsteking te voorkomen.;

h)      Ppassende instructies en, waar nodig, markeringen inzake het veilig hanteren, opslaan, gebruiken (inclusief veiligheidsafstand) en verwijderen in de officiële taal of talen van de ontvangende lidstaat.;

i)       Wweerstand van het pyrotechnische artikel, de verpakking ervan of andere componenten tegen aantasting onder normale, te verwachten opslagomstandigheden.;

j)       Sspecificatie van alle benodigde apparatuur en accessoires en van gebruiksaanwijzingen voor de veilige werking van het pyrotechnische artikel.

Tenzij anders vermeld in de instructies van de fabrikant, moeten de pyrotechnische artikelen hun pyrotechnische samenstelling bevatten tijdens het vervoer en bij normale hantering daarvan.

4.           Pyrotechnische artikelen mogen niet ð geen andere detonatie-explosieven dan zwart kruit of een samenstelling voor een lichtflits ï bevatten ð tenzij het artikelen van de categorieën P1, P2, T2 en vuurwerk van categorie 4 betreft die aan de volgende voorwaarden voldoen ï:

a)      commerciële springstoffen, met uitzondering van zwart kruit of een samenstelling voor een lichtflits ð het detonatie-explosief kan niet gemakkelijk uit het artikel worden verwijderd ï;

b)      militaire explosieven. ð met betrekking tot categorie P1: het artikel mag niet als detonator werken of de ontsteking van secundaire explosieven inleiden; ï

ò nieuw

c)      met betrekking tot de categorieën 4, T2 en P2: het artikel is ontworpen en bedoeld om niet als detonator te werken, of, als het is ontworpen om te ontploffen, mag het niet de ontsteking van secundaire explosieven inleiden.

ê 2007/23/EG

5.           De verschillende groepen pyrotechnische artikelen moeten ten minste ook aan de volgende voorschriften voldoen:

A.           Vuurwerk

1.      De fabrikant brengt vuurwerk krachtens artikel 36 onder in verschillende categorieën op basis van netto explosieve massa, veiligheidsafstanden, geluidsniveau en dergelijke. De categorie staat duidelijk vermeld op het etiket.

a)       Voor vuurwerk van categorie 1 moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

i)        de veiligheidsafstand bedraagt minstens 1 m. Indien nodig, kan de veiligheidsafstand echter minder bedragen;

ii)       het maximale geluidsniveau op de veiligheidsafstand is niet meer dan 120 dB (A, imp) of een gelijkwaardig geluidsniveau gemeten aan de hand van een andere geschikte methode;

iii)      categorie 1 bevat geen rotjes en ratelbanden, al dan niet met flitspoeder;

iv)      knalerwten in categorie 1 bevat niet meer dan 2,5 mg zilverfulminaat.

b)      Voor vuurwerk van categorie 2 moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

i)        de veiligheidsafstand bedraagt minstens 8 m. Indien nodig, kan de veiligheidsafstand echter minder bedragen;

ii)       het maximale geluidsniveau op de veiligheidsafstand is niet meer dan 120 dB (A, imp) of een gelijkwaardig geluidsniveau gemeten aan de hand van een andere geschikte methode.

c)       Voor vuurwerk van categorie 3 moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

i)        de veiligheidsafstand bedraagt minstens 15 m. Indien nodig, kan de veiligheidsafstand echter minder bedragen;

ii)       het maximale geluidsniveau op de veiligheidsafstand is niet meer dan 120 dB (A, imp) of een gelijkwaardig geluidsniveau gemeten aan de hand van een andere geschikte methode.

2.      Vuurwerk mag uitsluitend gebouwd zijn met materialen die de risico’s van brokstukken voor de gezondheid, gebouwen of het milieu zoveel mogelijk beperken.

3.      De ontstekingsmethode moet duidelijk zichtbaar zijn en worden aangegeven aan de hand van etiketten of instructies.

4.      Vuurwerk mag niet op een grillige en onvoorspelbare manier bewegen.

5.      Vuurwerk van de categorieën 1, 2 en 3 moet beschermd zijn tegen onbedoelde ontsteking, hetzij door een beschermlaag, hetzij door de verpakking, hetzij door de constructie van het artikel. Vuurwerk van categorie 4 moet tegen onbedoelde ontsteking beschermd zijn door methodes die door de fabrikant worden gespecificeerd.

B.           Andere pyrotechnische artikelen

1.      Pyrotechnische artikelen moeten zo zijn ontworpen dat de risico’s voor de gezondheid, gebouwen en het milieu bij normaal gebruik zo klein mogelijk zijn.

2.      De ontstekingsmethode moet duidelijk zichtbaar zijn en worden aangegeven aan de hand van etiketten of instructies.

3.      Het pyrotechnische artikel moet zo zijn ontworpen dat het risico van brokstukken voor de gezondheid, gebouwen of het milieu bij onbedoelde inwerkingtreding zo klein mogelijk is.

4.      In voorkomend geval moet het pyrotechnische artikel naar behoren werken tot de houdbaarheidsdatum die de fabrikant heeft opgegeven.

C.           Ontstekers

1.      Ontstekers moeten op betrouwbare wijze in werking kunnen worden gesteld en moeten onder alle normale, te verwachten gebruiksomstandigheden voldoende ontstekingscapaciteit hebben.

2.      Ontstekers moeten beschermd zijn tegen elektrostatische ontlading onder normale, te verwachten opslag- en gebruiksomstandigheden.

3.      Elektrische ontstekers moeten beschermd zijn tegen elektromagnetische velden onder normale, te verwachten opslag- en gebruiksomstandigheden.

4.      Het omhulsel van de lonten moet de juiste mechanische sterkte hebben en de explosieve vulling afdoende beschermen wanneer deze aan normale, te verwachten mechanische spanning wordt blootgesteld.

5.      De parameters voor de brandduur van lonten moeten bij het artikel zijn gevoegd.

6.      De elektrische kenmerken (bv. minimuminleidingsstroom, weerstand enz.) van elektrische ontstekers moeten bij het artikel zijn gevoegd.

7.      De draden van elektrische ontstekers moeten voldoende geïsoleerd en mechanisch sterk genoeg zijn, inclusief de verbinding met de ontsteker, rekening houdend met het bedoelde gebruik.

ê 2007/23/EG (aangepast)

BIJLAGE II

Conformiteitsbeoordelingprocedures

1. Module B:

Ö EU Õ EG-typeonderzoek

1.           In deze module wordt het deel van de procedure beschreven waarmee een aangemelde instantie zich ervan vergewist en verklaart dat een staal die representatief is voor de beoogde productie, aan de desbetreffende bepalingen van Richtlijn 2007/23/EG (hierna "deze richtlijn" genoemd) voldoet Ö Met "EU-typeonderzoek" wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de aangemelde instantie het technisch ontwerp van een pyrotechnisch artikel onderzoekt om te controleren of het aan de eisen van deze richtlijn voldoet, en een verklaring hierover verstrekt Õ.

ò nieuw

2.           Het EU-typeonderzoek wordt verricht als een onderzoek van een voor de betrokken productie representatief monster van het volledige product (productietype).

ê 2007/23/EG (aangepast)

23.         De fabrikant dient de Ö een Õ aanvraag voor EG Ö het EU Õ-typeonderzoek in bij de Ö een Õ aangemelde instantie van zijn keuze.

ê 2007/23/EG (aangepast)

De aanvraag bevat Ö omvat Õ :

a)      naam en adres van de fabrikant;

b)      een schriftelijke verklaring dat dezelfde Ö er geen gelijkluidende Õ aanvraag niet bij een andere aangemelde instantie is ingediend;

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

c)      de technische documentatie als beschreven in punt 3. Ö Aan de hand van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het pyrotechnische artikel aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn voldoet; Õ ð zij omvat een adequate risicoanalyse en -beoordeling ï. ÖIn de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en de werking van het pyrotechnische artikel. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen: Õ

De aanvrager stelt de aangemelde instantie een staal ter beschikking die representatief is voor de beoogde productie, hierna "type" genoemd. De aangemelde instantie kan bijkomende stalen vragen als dat nodig is om het testprogramma uit te voeren.

3. Aan de hand van de technische documentatie moet de overeenstemming van het artikel met de voorschriften van deze richtlijn kunnen worden beoordeeld. De documentatie moet, voor zover dat voor de beoordeling relevant is, betrekking hebben op het ontwerp, de fabricage en de werking van het artikel en voor zover dat voor de beoordeling relevant is het volgende bevatten:

ai)      een algemene typebeschrijving Ö beschrijving van het pyrotechnische artikel Õ;

bii)     ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema’s van delen Ö componenten Õ, onderdelen, leidingen Ö circuits Õ enz.;

ciii)    beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn om de Ö voor het begrijpen van die Õ tekeningen en schematische voorstellingen Ö schema's Õ en Ö van Õ de werking van het Ö pyrotechnisch Õ artikel te begrijpen;

div)    een lijst van de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde Ö geheel of gedeeltelijk toegepaste Õ geharmoniseerde normen, volledig of gedeeltelijk toegepast Ö en/of andere relevante technische specificaties waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt Õ, en Ö indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, Õ een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen om Ö wijze waarop Õ aan de fundamentele Ö essentiële Õ veiligheidseisen van deze richtlijn te voldoen wanneer de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde geharmoniseerde normen niet zijn toegepast Ö is voldaan Õ;. Ö Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast; Õ

ê 2007/23/EG (aangepast)

ev)     de resultaten van ontwerpberekeningen Ö berekeningen voor ontwerpen Õ, uitgevoerde onderzoeken Ö controles Õ enz.;

fvi)     keuringsrapporten. Ö testrapporten; Õ

ò nieuw

d)      de monsters, die representatief zijn voor de betrokken productie. De aangemelde instantie kan meer monsters verlangen als dit voor het testprogramma nodig is;

e)      het bewijsmateriaal voor de geschiktheid van het technisch ontwerp. Hierin worden de gevolgde documenten vermeld, in het bijzonder wanneer de desbetreffende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet volledig zijn toegepast. Zo nodig worden ook de resultaten vermeld van tests die door een geschikt laboratorium van de fabrikant of namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid door een ander laboratorium zijn verricht.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

4.         De aangemelde instantie moet Ö verricht de volgende handelingen Õ:

Ö Voor het pyrotechnische artikel: Õ

4.1         a) Ö onderzoekt zij Õ de technische documentatie bestuderen ð en het bewijsmateriaal om te beoordelen of het technisch ontwerp van het pyrotechnische artikel geschikt is. ï

Ö Voor het monster/de monsters: Õ

4.2         verifiëren of het type in overeenstemming met deze Ö controleert zij of zij overeenkomstig de technische Õ documentatie is gefabriceerd en aangeven Ö zijn vervaardigd en stelt zij vast Õ welke elementen overeenkomstig de desbetreffende Ö toepasselijke Õ bepalingen van de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde Ö relevante Õ geharmoniseerde normen Ö en/of technische specificaties Õ zijn ontworpen en Ö , alsook Õ welke Ö elementen Õ zijn ontworpen zonder de desbetreffende Ö toepassing van de relevante Õ bepalingen van die geharmoniseerde normen toe te passen;

4.3         de passende beoordelingen en noodzakelijke Ö verricht zij de nodige onderzoeken en Õ tests uitvoeren of hebben uitgevoerd Ö , of laat zij die verrichten Õ om, wanneer de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, te controleren of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de fundamentele veiligheidseisen van de richtlijn voldoen; c) de passende beoordelingen en noodzakelijke tests uitvoeren of hebben uitgevoerd om, wanneer Ö , ingeval Õ de fabrikant ervoor Ö heeft Õ gekozen heeft de desbetreffende Ö voor de oplossingen uit de relevante Õ geharmoniseerde normen toe te passen Ö en/of technische specificaties Õ, te controleren of deze ook Ö op de juiste wijze Õ zijn toegepast;

ò nieuw

4.4         verricht zij de nodige onderzoeken en tests, of laat zij die verrichten om, ingeval de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet zijn toegepast, te controleren of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de desbetreffende essentiële veiligheidseisen van deze richtlijn voldoen;

ê 2007/23/EG (aangepast)

4.5         d) met de aanvrager overeenkomen op welke locatie de beoordelingen en noodzakelijke tests moeten Ö stelt zij in overleg met de fabrikant de plaats vast waar de onderzoeken en tests zullen Õ worden uitgevoerd.

ò nieuw

5.           De aangemelde instantie stelt een evaluatieverslag op over de overeenkomstig punt 4 verrichte activiteiten en de resultaten daarvan. Onverminderd haar verplichtingen jegens de aanmeldende autoriteiten maakt de aangemelde instantie de inhoud van het verslag uitsluitend met instemming van de fabrikant geheel of gedeeltelijk openbaar.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

5. 6.       Wanneer Ö Indien Õ het type aan de desbetreffende bepalingen van deze richtlijn voldoet Ö aan de voor het betrokken pyrotechnische artikel toepasselijke eisen van het specifieke wetgevingsinstrument, verstrekt Õ , geeft de aangemelde instantie een verklaring van EG Ö de fabrikant een certificaat van EU Õ-typeonderzoek af aan de aanvrager. Op deze verklaring staan de Ö Het certificaat bevat Õ naam en het adres van de fabrikant, de resultaten van de beoordeling en de nodige Ö conclusies van het onderzoek, de eventuele voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat en de noodzakelijke Õ gegevens voor de identificatie van het goedgekeurde type. ð Het certificaat kan vergezeld gaan van een of meer bijlagen. ï

ê 2007/23/EG

ð nieuw

Een lijst van de belangrijke onderdelen van de technische documentatie wordt als bijlage bij de verklaring gevoegd en een afschrift daarvan wordt door de aangemelde instantie bewaard.

Indien de fabrikant geen typeverklaring krijgt, ð Het certificaat en de bijlagen bevatten alle informatie die nodig is om de conformiteit van de gefabriceerde producten met het onderzochte type te kunnen toetsen en controles tijdens het gebruik te kunnen verrichten. ï

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

ð Wanneer het type niet aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn voldoet, weigert ï moet de aangemelde instantie in detail de ð een certificaat van EU-typeonderzoek te verstrekken en brengt zij de aanvrager hiervan op de hoogte met vermelding van ï Ö de precieze Õ redenen voor die Ö de Õ weigering aangeven.

ê 2007/23/EG

Er moet in een beroepsprocedure worden voorzien.

ò nieuw

7.           De aangemelde instantie volgt de ontwikkeling van de algemeen erkende stand van de techniek; indien het goedgekeurde type vanwege deze ontwikkeling mogelijk niet meer aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn voldoet, beoordeelt zij of nader onderzoek nodig is. Als dit het geval is, stelt de aangemelde instantie de fabrikant daarvan in kennis.

ê 2007/23/EG (aangepast)

6. De aanvrager Ö fabrikant Õ brengt de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende de verklaring van EG Ö het certificaat van EU Õ-typeonderzoek in haar bezit heeft, Ö bewaart Õ op de hoogte van alle wijzigingen van het goedgekeurde artikel Ö type Õ die aanvullend moeten worden goedgekeurd als die wijzigingen Ö van Õ invloed hebben op de overeenstemming met de fundamentele voorschriften of de voorgeschreven gebruiksvoorwaarden van het artikel Ö kunnen zijn op de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de essentiële veiligheidseisen van deze richtlijn of de voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat Õ. Deze Ö Dergelijke wijzigingen vereisen een Õ aanvullende goedkeuring wordt gegeven in de vorm van een bijvoegsel bij de Ö aanvulling op het Õ oorspronkelijke verklaring van EG Ö certificaat van EU Õ-typeonderzoek.

7. 8.       Elke aangemelde instantie moet de andere aangemelde instanties Ö brengt de autoriteiten die haar hebben aangemeld Õ op de hoogte brengen van de relevante informatie betreffende de verklaringen Ö de door haar verstrekte of ingetrokken certificaten Õ van EG Ö EU Õ-typeonderzoek en de bijvoegsels die zijn afgegeven of ingetrokken. 8. De andere aangemelde instanties kunnen een kopie van de verklaringen van EG-typeonderzoek en/of de bijvoegsels krijgen. De bijlagen bij de verklaringen moeten ter beschikking van de andere aangemelde instanties worden gehouden. 9. Samen met de technische documentatie moet de fabrikant kopieën van de verklaringen van EG-typeonderzoek en de bijvoegsels bijhouden gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het desbetreffende artikel. Indien de fabrikant niet in de Gemeenschap is gevestigd, rust de verplichting om de technische documentatie ter beschikking te houden bij de persoon die het product in de handel brengt Ö aanvullingen daarop en verstrekt deze autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte certificaten en aanvullingen daarop Õ.

ò nieuw

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, ingetrokken, geschorste of anderszins beperkte certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop alsmede, op verzoek, van de door haar verstrekte certificaten en aanvullingen daarop.

De Commissie, de lidstaten en de andere aangemelde instanties kunnen op verzoek een kopie van de certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop ontvangen. De Commissie en de lidstaten kunnen op verzoek een kopie van de technische documentatie en de resultaten van het door de aangemelde instantie verrichte onderzoek ontvangen. De aangemelde instantie bewaart een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en aanvullingen, alsook het technisch dossier, met inbegrip van de door de fabrikant overgelegde documentatie, tot het einde van de geldigheidsduur van het certificaat.

9.           De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van het pyrotechnische artikel een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en aanvullingen, samen met de technische documentatie, ter beschikking van de nationale autoriteiten.

ê 2007/23/EG (aangepast)

2. Module C2:

overeenstemming Ö Conformiteit Õ met het type Ö op basis van interne productiecontrole plus productcontroles onder toezicht met willekeurige tussenpozen Õ

1.           In deze module wordt het deel van de procedure beschreven waarmee Ö Met "conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole plus productcontroles onder toezicht met willekeurige tussenpozen" wordt het gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin Õ de fabrikant Ö de verplichtingen in de punten 2, 3 en 4 nakomt en op eigen verantwoording Õ garandeert en verklaart dat de desbetreffende pyrotechnische artikelen in overeenstemming zijn met het type dat is beschreven in de verklaring van EG-typeonderzoek en aan de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn voldoen. De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk pyrotechnisch artikel en stelt een schriftelijke verklaring van overeenstemming op.

ê 2007/23/EG

2. De fabrikant neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces garandeert dat het gefabriceerde artikel overeenstemt met het type dat is beschreven in de verklaring van EG-typeonderzoek en met de fundamentele veiligheidseisen van de richtlijn.

3. De fabrikant moet een kopie van de verklaring van overeenstemming bijhouden gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het desbetreffende artikel.

Indien de fabrikant niet in de Gemeenschap is gevestigd, rust de verplichting om de technische documentatie ter beschikking te houden bij de persoon die het artikel in de handel brengt.

4. Een door de fabrikant gekozen aangemelde instantie moet het artikel met willekeurige intervallen onderzoeken of hebben laten onderzoeken. De aangemelde instantie neemt ter plekke een geschikt monster van de afgewerkte artikelen. Dat wordt onderzocht en aan de hand van passende tests zoals gedefinieerd in de in artikel 8 bedoelde toepasselijke geharmoniseerde norm of een gelijkwaardige norm, wordt gecontroleerd of het artikel met de voorschriften van deze richtlijn overeenstemt. Wanneer een of meer stalen van de onderzochte artikelen niet in overeenstemming blijken te zijn, moet de aangemelde instantie passende maatregelen nemen.

Onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie brengt de fabrikant tijdens het fabricageproces het identificatienummer van die instantie aan.

3. MODULE D: productiekwaliteitsborging

ê 2007/23/EG (aangepast)

1. In deze module wordt de procedure beschreven waarmee een fabrikant die aan de verplichtingen van punt 2 voldoet, garandeert en verklaart dat de desbetreffende Ö betrokken Õ pyrotechnische artikelen in overeenstemming zijn Ö conform zijn Õ met het type dat is Ö als Õ beschreven in de verklaring Ö het certificaat Õ van EG Ö EU Õ-typeonderzoek en Ö voldoen Õ aan de voorschriften Ö eisen Õ van deze richtlijn voldoen. De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk pyrotechnisch artikel en stelt een schriftelijke verklaring van overeenstemming op. De CE-markering gaat vergezeld van het identificatienummer van de aangemelde instantie die verantwoordelijk is voor het in punt 4 bedoelde toezicht.

2.           Ö Fabricage Õ

Ö De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricage- en controleproces waarborgt dat de vervaardigde producten conform zijn met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van deze richtlijn. Õ

ò nieuw

3.           Productcontroles

Met willekeurige, door de instantie te bepalen tussenpozen worden productcontroles uitgevoerd om de kwaliteit van de interne productcontroles te verifiëren, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de technologische complexiteit van de pyrotechnische artikelen en de geproduceerde hoeveelheid; deze controles worden door of namens een door de fabrikant hem gekozen aangemelde instantie uitgevoerd. Voordat de producten in de handel worden gebracht, trekt de aangemelde instantie op de plaats van fabricage een adequate steekproef van de eindproducten, die aan een onderzoek wordt onderworpen en waarop passende tests als omschreven in de relevante delen van de geharmoniseerde normen of technische specificaties, of gelijkwaardige tests worden verricht om te controleren of het pyrotechnische artikel met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van deze richtlijn overeenstemt. Indien een monster geen aanvaardbaar kwaliteitsniveau heeft, neemt de instantie passende maatregelen.

De monsternameprocedure is bedoeld om te beoordelen of de prestaties van het fabricageproces van het betrokken pyrotechnische artikel binnen aanvaardbare marges vallen, teneinde de conformiteit van het pyrotechnische artikel te waarborgen.

Wanneer de tests door een aangemelde instantie worden uitgevoerd, brengt de fabrikant, onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie, tijdens het fabricageproces het identificatienummer van deze instantie aan.

4.           Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring

4.1         De fabrikant brengt overeenkomstig deze richtlijn de vereiste conformiteitsmarkering aan op elk afzonderlijk product dat conform is met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoet aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn.

4.2         De fabrikant stelt voor het pyrotechnische artikel een conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van het pyrotechnische artikel ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt het pyrotechnische artikel beschreven.

Een kopie van de conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

Module D

Conformiteit met het type op basis van kwaliteitsborging van het productieproces

1.           Met "conformiteit met het type op basis van kwaliteitsborging van het productieproces" wordt het gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 5 nakomt en op eigen verantwoording garandeert en verklaart dat de betrokken pyrotechnische artikelen overeenstemmen met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoen aan de eisen van deze richtlijn.

ê 2007/23/EG (aangepast)

2.           Ö Fabricage Õ

De fabrikant moet Ö past op de productie, de eindproductcontrole en de beproeving van de betrokken pyrotechnische artikelen Õ een goedgekeurd kwaliteitssysteem voor de productie, de inspectie en het testen van het eindproduct hebben zoals bepaald Ö als bedoeld Õ in punt 3. Hij moet het in Ö toe, waarop overeenkomstig Õ punt 4 bedoelde toezicht uitvoeren Ö wordt uitgeoefend Õ.

3.           Kwaliteitssysteem

3.1         De fabrikant dient Ö voor de betrokken pyrotechnische artikelen Õ bij de aangemelde instantie van zijn keuze een aanvraag in voor de Ö tot Õ beoordeling van zijn kwaliteitssysteem voor de desbetreffende pyrotechnische artikelen Ö in Õ.

De aanvraag bevat Ö omvat Õ:

ò nieuw

(a) naam en adres van de fabrikant;

(b) een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend;

ê 2007/23/EG (aangepast)

c)a)   alle relevante informatie voor de beoogde Ö bedoelde Õ categorie pyrotechnische artikelen ;

d)b)   de documentatie betreffende Ö over Õ het kwaliteitssysteem;

e)c)   de technische documentatie betreffende het goedgekeurde type en een kopie van de verklaring Ö het certificaat Õ van EG Ö EU Õ-typeonderzoek.

3.2         Het kwaliteitssysteem moet ervoor zorgen Ö waarborgt Õ dat Ö de Õ pyrotechnische artikelen in overeenstemming Ö conform Õ zijn met het type dat is Ö als Õ beschreven in de verklaring Ö het certificaat Õ van EG Ö EU Õ-typeonderzoek en Ö met Õ de toepasselijke voorschriften Ö eisen Õ van deze richtlijn.

Alle door de fabrikant gevolgde beginselen, voorschriften Ö vastgestelde gegevens, eisen Õ en bepalingen moeten op een Ö dienen Õ systematische en ordelijke manier Ö geordend bijeen te Õ worden gedocumenteerd in de vorm van Ö gebracht in een document met Õ schriftelijk vastgelegde beleidslijnen Ö beleidsmaatregelen Õ, procedures en instructies. Aan de hand van de documentatie over Ö van Õ het kwaliteitssysteem moeten de kwaliteitsprogramma’s, -plannen, -handleidingen Ö handboeken Õ en –gegevens consequent Ö dossiers eenduidig Õ kunnen worden geïnterpreteerd.

Zij bevat Ö dient Õ met name een adequate Ö behoorlijke Õ beschrijving Ö te bevatten Õ van:

a)      de kwaliteitsdoelstellingen en de structuur van de organisatie, Ö het organisatieschema en Õ de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het management Ö de bedrijfsleiding Õ met betrekking tot de kwaliteit van de pyrotechnische artikelen Ö productkwaliteit Õ;

b)      de Ö daarbij gebruikte Õ fabricage-, de kwaliteitscontrole- en de kwaliteitsbewakingstechnieken Ö kwaliteitsbeheersings- en kwaliteitsborgingstechnieken en -procedés Õ, alsmede de in dat verband Ö systematisch Õ toe te passen technieken en systematische maatregelen;

ê 2007/23/EG (aangepast)

c)      de onderzoeken en tests die voor, tijdens en Ö of Õ na de fabricage plaatsvinden Ö worden verricht Õ en de frequentie ervan Ö waarmee dat zal gebeuren Õ;

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

d)      de kwaliteitsgegevens Ö kwaliteitsdossiers Õ, zoals inspectieverslagen Ö controleverslagen, Õ en testgegevens, Ö test- en Õ ijkgegevens, en kwalificatierapporten Ö rapporten betreffende de kwalificatie Õ van het betrokken personeel;

e)      de middelen om na te gaan of Ö toezicht uit te oefenen op het bereiken van Õ de vereiste kwaliteit van pyrotechnische artikelen wordt gehaald Ö productkwaliteit Õ en de effectieve Ö doeltreffende Õ werking van het kwaliteitssysteem.

3.3         De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om na te gaan Ö te controleren Õ of het aan de in punt 3.2 bedoelde voorschriften Ö eisen Õ voldoet.

Kwaliteitssystemen Ö Zij veronderstelt dat aan deze eisen wordt voldaan voor elementen van het kwaliteitssysteem Õ die aan de desbetreffende geharmoniseerde norm voldoen Ö aan de desbetreffende specificaties van de nationale norm ter uitvoering van de relevante geharmoniseerde norm en/of technische specificaties Õ , worden geacht in overeenstemming te zijn met die voorschriften.

Ö Het auditteam ÕTen minste één lid van het controleteam moet ervaring hebben met de beoordeling van de desbetreffende producttechnologie Ö kwaliteitsmanagementsystemen; bovendien moet ten minste één lid van het team ervaring hebben met beoordelingen van het betrokken productgebied en de betrokken producttechnologie en op de hoogte zijn van de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument. Õ Bij de beoordelingsprocedure hoort Ö De audit omvat Õ een inspectiebezoek aan de bedrijfsgebouwen van de fabrikant. ð Het auditteam evalueert de in punt 3.1, onder e), bedoelde technische documentatie om te controleren of de fabrikant zich bewust is van de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument en het vereiste onderzoek kan verrichten om te waarborgen dat het pyrotechnische artikel aan deze eisen voldoet. ï

De fabrikant wordt Ö van de beslissing Õ in kennis gesteld van het met redenen omklede beoordelingsbesluit. De Ö In deze Õ kennisgeving bevat de resultaten van het onderzoek Ö zijn de conclusies van de audit opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing Õ.

3.4         De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem voortvloeien Ö uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem Õ, na te komen en ervoor te zorgen dat het goed Ö passend Õ en efficiënt Ö doeltreffend Õ blijft werken.

3.5         De fabrikant informeert Ö brengt Õ de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd over Ö op de hoogte van elke Õ voorgenomen wijzigingen van het kwaliteitssysteem.

De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem Ö blijft voldoen Õ aan de in punt 3.2 bedoelde voorschriften zal blijven voldoen Ö eisen Õ dan wel of het systeem opnieuw moet worden beoordeeld Ö een nieuwe beoordeling noodzakelijk is Õ.

ò nieuw

Zij stelt de fabrikant van haar beslissing in kennis. In deze kennisgeving zijn de conclusies van het onderzoek opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.

ê 2007/23/EG

De fabrikant wordt in kennis gesteld van het met redenen omklede beoordelingsbesluit. De kennisgeving bevat de resultaten van het onderzoek.

ê 2007/23/EG (aangepast)

4.           Toezicht onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie

4.1         Toezicht is bedoeld om ervoor te zorgen dat Ö Het toezicht heeft tot doel te controleren of Õ de fabrikant Ö naar behoren voldoet aan Õ de verplichtingen die Ö voortvloeien Õ uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem voortvloeien, naar behoren nakomt.

4.2         De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de fabricage-, inspectie- Ö controle- Õ, test- en opslagruimten en verstrekt haar de Ö alle Õ nodige informatie, met name:

a)      de documentatie met betrekking tot Ö over Õ het kwaliteitssysteem;

b)      de kwaliteitsgegevens Ö kwaliteitsdossiers Õ, zoals inspectieverslagen Ö controleverslagen, Õ en testgegevens, Ö test- en Õ ijkgegevens, en kwalificatierapporten Ö rapporten betreffende de kwalificatie Õ van het betrokken personeel.

4.3         De aangemelde instantie voert Ö verricht Õ periodieke controles uit Ö audits Õ om ervoor te zorgen dat Ö controleren of Õ de fabrikant het kwaliteitssysteem handhaaft Ö onderhoudt Õ en toepast en verstrekt de fabrikant een controleverslag Ö auditverslag Õ.

4.4         De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken aan de fabrikant brengen. Tijdens dergelijke Ö Bij die Õ bezoeken kan de aangemelde instantie indien noodzakelijk tests (laten) uitvoeren om na te gaan Ö zo nodig producttests verrichten of laten verrichten om te controleren Õ of het kwaliteitssysteem naar behoren Ö goed Õ functioneert;. dDe aangemelde instantie moet Ö verstrekt Õ de fabrikant een verslag van het bezoek en, indien tests zijn uitgevoerd Ö verricht Õ, een testverslag verstrekken.

ê 2007/23/EG

ð nieuw

5.           De fabrikant moet de volgende elementen gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het artikel ter beschikking houden van de nationale autoriteiten: ð Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring ï

ò nieuw

5.1         De fabrikant brengt overeenkomstig het wetgevingsinstrument de vereiste conformiteitsmarkering en, onder verantwoordelijkheid van de in punt 3.1 bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die instantie aan op elk afzonderlijk product dat conform is met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van deze richtlijn.

ê 2007/23/EG

            a) het in punt 3.1, onder b), bedoelde document;

            b) de documenten betreffende de bijwerking als bedoeld in punt 3.4, tweede alinea;

            c) de in de vierde alinea van punt 3.4 en in de punten 4.3 en 4.4 bedoelde besluiten en verslagen van de aangemelde instantie.

6. Elke aangemelde instantie verstrekt de andere aangemelde instanties de relevante informatie betreffende de goedkeuringen van het kwaliteitssysteem die zijn afgegeven of ingetrokken.

4. MODULE E: productiekwaliteitsborging

1. In deze module wordt de procedure beschreven waarmee een fabrikant die aan de verplichtingen van punt 2 voldoet, garandeert en verklaart dat de pyrotechnische artikelen in overeenstemming zijn met het type dat is beschreven in de verklaring van EG-typeonderzoek.

ê 2007/23/EG (aangepast)

5.2         De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk pyrotechnisch artikel en stelt Ö voor elk productmodel Õ een schriftelijke verklaring van overeenstemming Ö conformiteitsverklaring Õ op. De CE-markering gaat vergezeld van het identificatienummer van de aangemelde instantie die verantwoordelijk is voor het in punt 4 bedoelde toezicht Ö en houdt deze verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van het pyrotechnische artikel ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt het pyrotechnische artikel beschreven Õ.

ò nieuw

Een kopie van de conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

ò nieuw

6.           De fabrikant houdt gedurende een periode van ten minste tien jaar nadat het pyrotechnische artikel in de handel is gebracht de volgende gegevens ter beschikking van de nationale autoriteiten:

a)      de in punt 3.1 bedoelde documentatie;

b)      de in punt 3.5 bedoelde wijzigingen zoals deze zijn goedgekeurd;

c)      de in de punten 3.5, 4.3 en 4.4 bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.

7.           Elke aangemelde instantie brengt de autoriteiten die haar hebben aangemeld op de hoogte van de door haar verstrekte of ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen en verstrekt deze autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, geschorste, ingetrokken of anderszins beperkte goedkeuringen voor kwaliteitssystemen alsmede, op verzoek, van de door haar verleende goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

Module E

Conformiteit met het type op basis van productkwaliteitsborging

1.           Met "conformiteit met het type op basis van productkwaliteitsborging" wordt het gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 5 nakomt en op eigen verantwoording garandeert en verklaart dat de betrokken pyrotechnische artikelen conform zijn met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoen aan de eisen van deze richtlijn.

ê 2007/23/EG (aangepast)

2.           Ö Fabricage Õ

De fabrikant moet Ö past op de productie, de eindproductcontrole en de beproeving van de betrokken pyrotechnische artikelen Õ een goedgekeurd kwaliteitssysteem voor de inspectie en het testen van het eindproduct hebben zoals bepaald Ö als bedoeld Õ in punt 3. Hij moet het in Ö toe, waarop overeenkomstig Õ punt 4 bedoelde toezicht uitvoeren Ö wordt uitgeoefend Õ.

3.           Kwaliteitssysteem

3.1         De fabrikant dient Ö voor de betrokken pyrotechnische artikelen Õ bij de Ö een Õ aangemelde instantie van zijn keuze een aanvraag in voor de Ö tot Õ beoordeling van het Ö zijn Õ kwaliteitssysteem voor zijn pyrotechnische artikelen Ö in Õ.

De aanvraag bevat Ö omvat de volgende informatie Õ:

ò nieuw

a)      naam en adres van de fabrikant;

b)      een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend;

ê 2007/23/EG (aangepast)

c)      a)alle relevante informatie voor de beoogde Ö bedoelde Õ categorie van pyrotechnische artikelen Ö producten Õ;

d)      b)de documentatie betreffende Ö over Õ het kwaliteitssysteem;

e)      c)de technische documentatie betreffende het goedgekeurde type en een kopie van de verklaring Ö het certificaat Õ van EG Ö EU Õ-typeonderzoek.

ê 2007/23/EG

ð nieuw

3.2         Krachtens het kwaliteitssysteem wordt elk pyrotechnisch artikel onderzocht en worden passende tests zoals gedefinieerd in de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde toepasselijke geharmoniseerde norm(en) of gelijkwaardige normen, uitgevoerd om na te gaan of het artikel aan de desbetreffende voorschriften van de richtlijn voldoet. ð Het kwaliteitssysteem waarborgt dat de pyrotechnische artikelen conform zijn met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van deze richtlijn. ï

ê 2007/23/EG (aangepast)

Alle door de fabrikant gevolgde beginselen, voorschriften Ö vastgestelde gegevens, eisen Õ en bepalingen moeten op een Ö dienen Õ systematische en ordelijke manier Ö geordend bijeen te Õ worden gedocumenteerd in de vorm van Ö gebracht in een document met Õ schriftelijk vastgelegde beleidslijnen Ö beleidsmaatregelen Õ, procedures en instructies. Aan de hand van de documentatie over Ö van Õ het kwaliteitssysteem moeten de kwaliteitsprogramma’s, -plannen, -handleidingen Ö handboeken Õ en –gegevens op uniforme wijze Ö dossiers eenduidig Õ kunnen worden geïnterpreteerd.

Zij bevat Ö dient Õ met name een adequate Ö behoorlijke Õ beschrijving Ö te bevatten Õ van:

ê 2007/23/EG (aangepast)

a)      de kwaliteitsdoelstellingen en de structuur van de organisatie, Ö het organisatieschema en Õ de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het management Ö de bedrijfsleiding Õ met betrekking tot de kwaliteit van het product Ö productkwaliteit Õ;

ê 2007/23/EG (aangepast)

b)      de onderzoeken en tests die na de fabricage worden uitgevoerd;

c)      d) de kwaliteitsgegevens Ö kwaliteitsdossiers Õ, zoals inspectieverslagen Ö controleverslagen, Õ en testgegevens, Ö test- en Õ ijkgegevens, en kwalificatierapporten Ö rapporten betreffende de kwalificatie Õ van het betrokken personeel.;

ê 2007/23/EG (aangepast)

d)      c) de middelen om de effectieve Ö toezicht uit te oefenen op de doeltreffende Õ werking van het kwaliteitssysteem te controleren.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

3.3         De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om na te gaan Ö te controleren Õ of het aan de in punt 3.2 bedoelde voorschriften Ö eisen Õ voldoet.

Kwaliteitssystemen Ö Zij veronderstelt dat aan deze eisen wordt voldaan voor elementen van het kwaliteitssysteem Õ die aan de desbetreffende geharmoniseerde norm voldoen Ö aan de desbetreffende specificaties van de nationale norm ter uitvoering van de relevante geharmoniseerde norm en/of technische specificatie Õ , worden geacht in overeenstemming te zijn met die voorschriften.

Ö Het auditteam ÕTen minste één lid van het controleteam moet ervaring hebben met de beoordeling van de desbetreffende producttechnologie Ö kwaliteitsmanagementsystemen; bovendien moet ten minste één lid van het team ervaring hebben met beoordelingen van het betrokken productgebied en de betrokken producttechnologie en op de hoogte zijn van de toepasselijke eisen van deze richtlijn. Õ Bij de beoordelingsprocedure hoort Ö De audit omvat Õ een inspectiebezoek aan de bedrijfsgebouwen van de fabrikant. ð Het auditteam evalueert de in punt 3.1, onder e), bedoelde technische documentatie om te controleren of de fabrikant zich bewust is van de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument en het vereiste onderzoek kan verrichten om te waarborgen dat het pyrotechnische artikel aan deze eisen voldoet. ï

De fabrikant wordt Ö van de beslissing Õ in kennis gesteld van het met redenen omklede beoordelingsbesluit. De Ö In deze Õ kennisgeving bevat de resultaten van het onderzoek Ö zijn de conclusies van de audit opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing Õ.

3.4         De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem voortvloeien Ö uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem Õ na te komen en ervoor te zorgen dat het goed Ö passend Õ en efficiënt Ö doeltreffend Õ blijft werken.

3.5         De fabrikant informeert Ö brengt Õ de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd over Ö op de hoogte van elke Õ voorgenomen wijzigingen van het kwaliteitssysteem.

De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem Ö blijft voldoen Õ aan de in punt 3.2 bedoelde voorschriften zal blijven voldoen Ö eisen Õ dan wel of het systeem opnieuw moet worden beoordeeld Ö een nieuwe beoordeling noodzakelijk is Õ.

Ö Zij stelt Õ dDe fabrikant wordt Ö van haar beslissing Õ in kennis gesteld van het met redenen omklede beoordelingsbesluit. De Ö In deze Õ kennisgeving bevat de resultaten van het onderzoek Ö zijn de conclusies van het onderzoek opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing Õ.

4.           Toezicht onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie

4.1         Toezicht is bedoeld om ervoor te zorgen dat Ö Het toezicht heeft tot doel te controleren of Õ de fabrikant Ö naar behoren voldoet aan Õ de verplichtingen die Ö voortvloeien Õ uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem voortvloeien, naar behoren nakomt.

4.2         De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de fabricage-, inspectie- Ö controle- Õ, test- en opslagruimten en verstrekt haar de Ö alle Õ nodige informatie, met name:

a)      de documentatie met betrekking tot Ö over Õ het kwaliteitssysteem,;

            b)         de technische documentatie,

b)      de kwaliteitsgegevens Ö kwaliteitsdossiers Õ, zoals inspectieverslagen Ö controleverslagen, Õ en testgegevens, Ö test- en Õ ijkgegevens, kwalificatierapporten Ö rapporten betreffende de kwalificatie Õ van het betrokken personeel, enz.

4.3         De aangemelde instantie voert Ö verricht Õ periodieke controles uit Ö audits Õ om ervoor te zorgen dat Ö controleren of Õ de fabrikant het kwaliteitssysteem handhaaft Ö onderhoudt Õ en toepast en verstrekt de fabrikant een controleverslag Ö auditverslag Õ.

4.4         De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken aan de fabrikant brengen. Tijdens dergelijke Ö Bij die Õ bezoeken kan de aangemelde instantie indien noodzakelijk Ö zo nodig Õ tests (laten) uitvoeren om na te gaan Ö producttests verrichten of laten verrichten om te controleren Õ of het kwaliteitssysteem naar behoren Ö goed Õ functioneert;. dDe aangemelde instantie moet Ö verstrekt Õ de fabrikant een verslag van het bezoek en, indien tests zijn uitgevoerd Ö verricht Õ, een testverslag verstrekken.

ê 2007/23/EG

5. De fabrikant moet de volgende elementen gedurende ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het artikel ter beschikking houden van de nationale autoriteiten:

            a) de in punt 3.1, onder b), bedoelde documenten;

            b) documenten betreffende de wijzigingen als bedoeld in punt 3.4, tweede alinea;

            c) de in de vierde alinea van punt 3.4 en in de punten 4.3 en 4.4 bedoelde besluiten en verslagen van de aangemelde instantie.

6. Elke aangemelde instantie verstrekt de andere aangemelde instanties de relevante informatie betreffende de goedkeuringen van het kwaliteitssysteem die zijn afgegeven of ingetrokken.

5. MODULE G: eenheidskeuring

1. In deze module wordt de procedure beschreven waarmee de fabrikant garandeert en verklaart dat het pyrotechnische artikel waarvoor de in punt 2 bedoelde verklaring is afgegeven, aan de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn voldoet.

ò nieuw

5.           Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring

ê 2007/23/EG (aangepast)

5.1         De fabrikant brengt de CE-markering op het artikel aan en stelt een verklaring van overeenstemming op. De Ö overeenkomstig deze richtlijn de vereiste conformiteitsmarkering en, onder verantwoordelijkheid van de in punt 3.1 bedoelde Õ aangemelde instantie Ö , het Õ onderzoekt het pyrotechnische artikel en voert passende tests zoals gedefinieerd in de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde relevante geharmoniseerde norm(en) of gelijkwaardige tests uit om de overeenstemming van het artikel met de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn te garanderen. De aangemelde instantie brengt op het goedgekeurde pyrotechnische artikel haar identificatienummer Ö van die instantie Õ aan Ö op elk afzonderlijk product dat conform is met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van deze richtlijn. Õ (of laat dat aanbrengen) en stelt een verklaring van overeenstemming met betrekking tot de uitgevoerde tests op. De technische documentatie is bedoeld om de overeenstemming met de voorschriften van deze richtlijn te kunnen beoordelen en het ontwerp, de fabricage en de werking van het pyrotechnische artikel te begrijpen.

ò nieuw

5.2         De fabrikant stelt voor elk productmodel een conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van het pyrotechnische artikel ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt het pyrotechnische artikel beschreven.

Een kopie van de conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

6.           De fabrikant houdt gedurende een periode van ten minste tien jaar nadat het pyrotechnische artikel in de handel is gebracht de volgende gegevens ter beschikking van de nationale autoriteiten:

a)      de in punt 3.1 bedoelde documentatie;

b)      de in punt 3.5 bedoelde wijzigingen zoals deze zijn goedgekeurd;

c)      de in de punten 3.5, 4.3 en 4.4 bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.

7.           Elke aangemelde instantie brengt de autoriteiten die haar hebben aangemeld op de hoogte van de verleende en ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen en verstrekt deze autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, geschorste of ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen alsmede, op verzoek, van de door haar verleende goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

Module G

Conformiteit op basis van eenheidskeuring

1.           Met "conformiteit op basis van eenheidskeuring" wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3 en 5 nakomt en op eigen verantwoording garandeert en verklaart dat de betrokken pyrotechnische artikelen waarop de bepalingen van punt 4 zijn toegepast, aan de eisen van deze richtlijn voldoen.

2.           Technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie samen en stelt deze ter beschikking van de in punt 4 bedoelde aangemelde instantie. Aan de hand van deze documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het pyrotechnische artikel aan de relevante eisen voldoet; zij omvat een adequate risicoanalyse en -beoordeling. In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en de werking van het pyrotechnische artikel. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

ê 2007/23/EG

Voor zover nodig voor de beoordeling moet de documentatie het volgende bevatten:

ê 2007/23/EG (aangepast)

a)      een algemene typebeschrijving Ö beschrijving van het pyrotechnische artikel Õ;

b)      ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema’s van delen Ö componenten Õ, onderdelen en leidingen Ö , circuits enz. Õ;

c)      beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn om de ontwerp- en fabricagetekeningen, de Ö voor het begrijpen van die tekeningen en Õ schema’s van delen, onderdelen en leidingen, en Ö van Õ de werking van het pyrotechnische artikel te begrijpen;

d)      een lijst van de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde Ö geheel of gedeeltelijk toegepaste Õ geharmoniseerde normen, volledig of gedeeltelijk toegepast Ö en/of andere relevante technische specificaties waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt Õ, en Ö indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, Õ een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen om Ö wijze waarop Õ aan de fundamentele veiligheidseisen Ö essentiële eisen Õ van deze richtlijn te voldoen wanneer de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde geharmoniseerde normen niet zijn toegepast Ö is voldaan Õ;. Ö Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast; Õ

e)      de resultaten van gedane ontwerpberekeningen en Ö berekeningen voor ontwerpen, Õ uitgevoerde onderzoeken Ö controles enz. Õ;

f)       keuringsrapporten Ö testverslagen Õ.

ò nieuw

De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van het pyrotechnische artikel de technische documentatie ter beschikking van de relevante nationale autoriteiten.

3.           Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricage- en controleproces waarborgt dat de vervaardigde producten aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn voldoen.

4.           Keuring

Een door de fabrikant gekozen aangemelde instantie verricht de nodige onderzoeken en tests als omschreven in de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties, of gelijkwaardige tests of laat die verrichten, om te controleren of het pyrotechnische artikel met de toepasselijke eisen van deze richtlijn overeenstemt. Indien er geen geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn, beslist de aangemelde instantie over de te verrichten passende tests.

De aangemelde instantie geeft een conformiteitscertificaat af voor de verrichte onderzoeken en tests, en brengt haar identificatienummer aan op het goedgekeurde product of laat dit onder haar verantwoordelijkheid aanbrengen.

De fabrikant houdt de conformiteitscertificaten tot tien jaar na het in de handel brengen van het pyrotechnische artikel ter beschikking van de nationale autoriteiten.

5.           Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring

5.1         De fabrikant brengt overeenkomstig het wetgevingsinstrument de vereiste conformiteitsmarkering en, onder verantwoordelijkheid van de in punt 4 bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die instantie aan op elk product dat aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn voldoet.

5.2         De fabrikant stelt een conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van het pyrotechnische artikel ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt het pyrotechnische artikel beschreven.

Een kopie van de conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

6. Module H:

Ö Conformiteit op basis van volledige Õ algehele kwaliteitsborging

1.           In deze module wordt de procedure beschreven waarmee Ö Met "conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging" wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij Õ de fabrikant die aan de verplichtingen van puntÖ in de punten Õ 2 ð en 5 ï voldoet, Ö nakomt en op eigen verantwoording Õ garandeert en verklaart dat de desbetreffende Ö betrokken pyrotechnische Õ artikelen aan de toepasselijke voorschriften Ö eisen Õ van deze richtlijn voldoen. De fabrikant of zijn importeur brengt de CE-markering aan op elk artikel en stelt een schriftelijke verklaring van overeenstemming op. De CE-markering gaat vergezeld van het identificatienummer van de aangemelde instantie die verantwoordelijk is voor het in punt 4 bedoelde toezicht.

2.           Ö Fabricage Õ

De fabrikant moet Ö past op het ontwerp, de fabricage, de eindproductcontrole en de beproeving van de betrokken pyrotechnische artikelen Õ een goedgekeurd kwaliteitssysteem hebben voor het ontwerp, de productie, de inspectie en het testen van het eindproduct, zoals bepaald Ö als bedoeld Õ in punt 3 Ö toe Õ, en is onderworpen aan het in Ö waarop overeenkomstig Õ punt 4 bedoelde toezicht Ö wordt uitgeoefend Õ.

3.           Kwaliteitssysteem

3.1         De fabrikant dient Ö voor de betrokken pyrotechnische artikelen Õ bij de Ö een Õ aangemelde instantie Ö van zijn keuze Õ een aanvraag in voor de Ö tot Õ beoordeling van zijn kwaliteitssysteem Ö in Õ.

De aanvraag bevat Ö omvat Õ:

a) alle relevante informatie voor de beoogde categorie van pyrotechnische artikelen;

ò nieuw

a)      naam en adres van de fabrikant;

b)      de technische documentatie voor één model van elke categorie te vervaardigen pyrotechnische artikelen. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

– een algemene beschrijving van het pyrotechnische artikel,

– ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema's van componenten, onderdelen, circuits enz.,

– beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema's en van de werking van het pyrotechnische artikel,

– een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen en/of andere relevante technische specificaties waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de wijze waarop aan de essentiële veiligheidseisen van deze richtlijn is voldaan. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast,

– berekeningen voor ontwerpen, uitgevoerde controles enz.,

– testrapporten;

ê 2007/23/EG (aangepast)

c)      b) de documentatie betreffende Ö over Õ het kwaliteitssysteem.;

ò nieuw

d)      een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend.

ê 2007/23/EG (aangepast)

3.2         Het kwaliteitssysteem moet ervoor zorgen Ö waarborgt Õ dat het artikel in overeenstemming is Ö de pyrotechnische artikelen conform zijn Õ met de toepasselijke voorschriften Ö eisen Õ van deze richtlijn.

Alle door de fabrikant gevolgde onderdelen Ö vastgestelde gegevens Õ, eisen en bepalingen moeten op een systematische en ordelijke manier Ö dienen systematisch en geordend bijeen te Õ worden gedocumenteerd in de vorm van Ö gebracht in een document met Õ schriftelijk vastgelegde beleidslijnen Ö beleidsmaatregelen Õ, procedures en instructies. Aan de hand van deze documentatie over Ö van Õ het kwaliteitssysteem moeten de kwaliteitsprogramma’s, plannen, handleidingen Ö handboeken Õ en –gegevens consistent Ö dossiers eenduidig Õ kunnen worden geïnterpreteerd.

Zij bevat Ö dient Õ met name een adequate Ö behoorlijke Õ beschrijving Ö te bevatten Õ van:

a)      de kwaliteitsdoelstellingen en de structuur van de organisatie, Ö het organisatieschema en Õ de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het management Ö de bedrijfsleiding Õ met betrekking tot het ontwerp en de kwaliteit van de producten Ö het pyrotechnische artikel Õ;

b)      technische Ö de Õ specificaties van de fabricage waaronder de toepasselijke Ö het technisch ontwerp, met inbegrip van Õ normen, alsmede — indien de in artikel 8 van deze richtlijn bedoelde Ö die worden toegepast en, indien de relevante geharmoniseerde Õ normen Ö en/of technische specificaties Õ niet volledig zijn Ö worden Õ toegepast — de wijze waarop de vervulling van de fundamentele eisen van de richtlijn Ö , de middelen waarmee Õ wordt gewaarborgd Ö dat aan de essentiële veiligheidseisen van deze richtlijn wordt voldaan Õ;

c)      technieken voor de controle en het testen van ontwikkelingsresultaten, processen en Ö de controle- en keuringstechnieken voor het ontwerp, de procedés en de Õ systematische maatregelen die bij de ontwikkeling van de tot de desbetreffende categorie behorende producten Ö zullen Õ worden toegepast Ö bij het ontwerpen van de pyrotechnische artikelen van de betrokken categorie Õ;

d)      de technieken die zullen worden aangewend in het kader van de fabricage, de kwaliteitscontrole en de kwaliteitsborging evenals de processen en systematische acties Ö de daarbij gebruikte fabricage-, kwaliteitsbeheersings- en kwaliteitsborgingstechnieken en -procedés, alsmede de in dat verband systematisch toe te passen maatregelen Õ;

e)      de onderzoeken en tests die vóór, tijdens en Ö of Õ na de fabricage plaatsvinden Ö worden verricht Õ en de frequentie ervan Ö waarmee dat zal gebeuren Õ;

ê 2007/23/EG (aangepast)

ð nieuw

f)       de kwaliteitsgegevens Ö kwaliteitsdossiers Õ, zoals inspectieverslagen Ö controleverslagen, Õ en testgegevens, Ö test- en Õ ijkgegevens, en kwalificatierapporten Ö rapporten betreffende de kwalificatie Õ van het betrokken personeel Ö enz. Õ;

g)      de middelen om na te gaan of het Ö controle uit te oefenen op het bereiken van de Õ vereiste ontwerp- en de vereiste kwaliteit van het product wordt gehaald Ö productkwaliteit Õ en de effectieve Ö doeltreffende Õ werking van het kwaliteitssysteem.

3.3         De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om na te gaan Ö te controleren Õ of het aan de in punt 3.2 bedoelde voorschriften Ö eisen Õ voldoet.

Kwaliteitssystemen Ö Zij veronderstelt dat aan deze eisen wordt voldaan voor elementen van het kwaliteitssysteem Õ die aan de desbetreffende geharmoniseerde norm voldoen Ö aan de desbetreffende specificaties van de nationale norm ter uitvoering van de relevante geharmoniseerde norm en/of technische specificatie Õ , worden geacht in overeenstemming te zijn met die voorschriften.

Ö Het auditteam ÕTen minste één lid van het controleteam moet ervaring hebben met de beoordeling van de desbetreffende producttechnologie Ö kwaliteitsmanagementsystemen; bovendien moet ten minste één lid van het team ervaring hebben met beoordelingen van het betrokken productgebied en de betrokken producttechnologie en op de hoogte zijn van de toepasselijke eisen van deze richtlijn Õ. Bij de beoordelingsprocedure hoort Ö De audit omvat Õ een inspectiebezoek aan de bedrijfsgebouwen van de fabrikant. ð Het auditteam evalueert de in punt 3.1, onder b), bedoelde technische documentatie om te controleren of de fabrikant zich bewust is van de toepasselijke eisen van deze richtlijn en het vereiste onderzoek kan verrichten om te waarborgen dat het pyrotechnische artikel aan deze eisen voldoet. ï

De fabrikant wordt Ö van de beslissing Õ in kennis gesteld van het met redenen omklede beoordelingsbesluit.

De Ö In deze Õ kennisgeving bevat de resultaten van het onderzoek Ö zijn de conclusies van de audit opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing Õ.

3.4         De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem voortvloeien Ö uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem Õ na te komen en ervoor te zorgen dat het goed Ö passend Õ en efficiënt Ö doeltreffend Õ blijft werken.

3.5         De fabrikant houdt Ö brengt Õ de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd voortdurend op de hoogte van elke beoogde bijwerking Ö voorgenomen wijziging Õ van het kwaliteitssysteem.

De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem Ö blijft voldoen Õ aan de in punt 3.2 bedoelde voorschriften zal blijven voldoen Ö eisen Õ dan wel of het systeem opnieuw moet worden beoordeeld Ö een nieuwe beoordeling noodzakelijk is Õ.

Ö Zij stelt Õ Dde fabrikant wordt Ö van haar beslissing Õ in kennis gesteld van het met redenen omklede beoordelingsbesluit. De Ö In deze Õ kennisgeving bevat de resultaten van het onderzoek Ö zijn de conclusies van het onderzoek opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing Õ.

4.           EG-toezicht Ö Toezicht Õ onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie

4.1         Het EG-toezicht is bedoeld om ervoor te zorgen dat Ö heeft tot doel te controleren of Õ de fabrikant Ö naar behoren voldoet aan Õ de verplichtingen die Ö voortvloeien Õ uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem voortvloeien, naar behoren nakomt.

4.2         De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de Ö ontwerp-, Õ fabricage-, inspectie- Ö controle- Õ, test- en opslagruimten en verstrekt haar de Ö alle Õ nodige informatie, met name:

a)      de documentatie met betrekking tot Ö over Õ het kwaliteitssysteem;

b)      de door Ö kwaliteitsdossiers als bedoeld in het deel van Õ het kwaliteitssysteem voor de ontwikkeling verlangde kwaliteitsrapporten Ö dat betrekking heeft op het ontwerp Õ, zoals de resultaten van analyses, berekeningen, testgegevens Ö tests Õ;

c)      de door Ö kwaliteitsdossiers als bedoeld in het deel van Õ het kwaliteitssysteem voor Ö dat betrekking heeft op Õ de fabricage verlangde kwaliteitsrapporten, zoals inspectieverslagen en testgegevens, Ö controleverslagen, test- en Õ ijkgegevens, en kwalificatierapporten Ö rapporten betreffende de kwalificatie Õ van het betrokken personeel.

4.3         De aangemelde instantie voert regelmatig controles uit Ö verricht periodieke audits Õ om ervoor te zorgen dat Ö controleren of Õ de fabrikant het kwaliteitssysteem handhaaft Ö onderhoudt Õ en toepast en verstrekt de fabrikant een controleverslag Ö auditverslag Õ.

4.4         De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken aan de fabrikant brengen. Tijdens dergelijke Ö Bij die Õ bezoeken kan de aangemelde instantie, indien Ö zo Õ nodig, tests (laten) uitvoeren om na te gaan Ö tests van pyrotechnische artikelen verrichten of laten verrichten om te controleren Õ of het kwaliteitssysteem naar behoren Ö goed Õ functioneert;. de aangemelde instantie moet Ö Zij verstrekt Õ de fabrikant een verslag van het bezoek en, indien tests zijn uitgevoerd Ö verricht Õ, een testverslag verstrekken.

ò nieuw

5.           Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring

5.1         De fabrikant brengt overeenkomstig deze richtlijn de vereiste conformiteitsmarkering en, onder verantwoordelijkheid van de in punt 3.1 bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die instantie aan op elk afzonderlijk pyrotechnisch artikel dat aan de toepasselijke eisen van deze richtlijn voldoet.

5.2         De fabrikant stelt voor elk model van een pyrotechnisch artikel een conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van het pyrotechnische artikel ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt het model van het pyrotechnische artikel beschreven.

Een kopie van de conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

ê 2007/23/EG (aangepast)

56.         De fabrikant moet de volgende elementen Ö houdt Õ gedurende Ö een periode van Õ ten minste tien jaar vanaf de laatste fabricagedatum van het artikel Ö nadat het product in de handel is gebracht de volgende gegevens Õ ter beschikking houden van de nationale autoriteiten:

ê 2007/23/EG (aangepast)

a)      het Ö de Õ in punt 3.1, onder b), bedoelde document Ö technische documentatie Õ;

b)      de documenten betreffende de bijwerking als bedoeld in punt 3.41, tweede alinea Ö bedoelde documentatie over het kwaliteitssysteem Õ;

ò nieuw

c)      de in punt 3.5 bedoelde wijzigingen zoals deze zijn goedgekeurd;

ê 2007/23/EG (aangepast)

d)      c) de in de vierde alinea van punt 3.4 en in de punten 3.5, 4.3 en 4.4 bedoelde besluiten Ö beslissingen Õ en verslagen van de aangemelde instantie.

6.7.        Elke aangemelde instantie verstrekt de andere aangemelde instanties de relevante informatie betreffende Ö brengt de autoriteiten die haar hebben aangemeld op de hoogte van Õ de Ö verleende en ingetrokken Õ goedkeuringen van het kwaliteitssysteem die zijn afgegeven of ingetrokken Ö voor kwaliteitssystemen en verstrekt deze autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte goedkeuringen voor kwaliteitssystemen Õ.

ò nieuw

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, geschorste of ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen alsmede, op verzoek, van de door haar verleende goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

ê 2007/23/EG

ð nieuw

BIJLAGE III

Door de lidstaten te hanteren minimumcriteria voor de instanties die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van de conformiteit

1. De instantie, de directeur daarvan en de personeelsleden die met de uitvoering van de keuringstests zijn belast, mogen niet de ontwerper, de fabrikant, de leverancier, de installateur of importeur zijn van de pyrotechnische artikelen die ze inspecteren, noch de gemachtigd vertegenwoordiger van een van deze partijen. Zij mogen noch rechtstreeks, noch als gemachtigd vertegenwoordiger betrokken worden bij het ontwerp, de constructie, de verkoop, het onderhoud of de invoer van dergelijke artikelen. Dit belet niet dat tussen de fabrikant en de instantie technische informatie kan worden uitgewisseld.

2. De instantie en de personeelsleden daarvan voeren de keuringstests uit met de grootst mogelijke professionele integriteit en technische bekwaamheid; zij zijn vrij van alle druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van de inspectie kunnen beïnvloeden, met name vanwege (groepen van) personen met een belang in het resultaat van de keuringen.

3. De instantie beschikt over het nodige personeel en de voorzieningen die nodig zijn om de administratieve en technische taken met betrekking tot de keuring naar behoren uit te voeren; zij moet ook toegang hebben tot de uitrusting die nodig is voor speciale keuringen.

4. De met de inspectie belaste personeelsleden:

            a) hebben een degelijke technische en beroepsopleiding genoten;

            b) hebben een bevredigende kennis van de voorschriften betreffende de tests die ze uitvoeren en voldoende ervaring met dergelijke tests;

            c) beschikken over de vereiste bekwaamheid om de verklaringen, gegevens en verslagen op te stellen die nodig zijn om de uitvoering van de tests te authenticeren.

5. De onpartijdigheid van het inspectiepersoneel is gegarandeerd. Hun vergoeding hangt niet af van het aantal uitgevoerde tests of het resultaat ervan.

6. De instantie sluit een wettelijkeaansprakelijkheidsverzekering af, tenzij die wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de staat wordt gedekt of de tests rechtstreeks door de lidstaat worden verricht.

7. De personeelsleden van de instantie zijn aan het beroepsgeheim gebonden ten aanzien van al wat hun bij de uitoefening van hun taak in het kader van deze richtlijn of van de bepalingen van intern recht die daaraan uitvoering geven ter kennis is gekomen (behalve tegenover de ter zake bevoegde overheidsinstanties van de staat waarin de keuringsdienst zijn werkzaamheden uitoefent).

ê 2007/23/EG

ð nieuw

BIJLAGE IV

Markering van de overeenstemming

De CE-markering bestaat uit de letters "CE" in de volgende vorm:

Indien de markering wordt verkleind of vergroot, moeten de verhoudingen van bovenstaande gegradueerde afbeelding worden gerespecteerd.

é

BIJLAGE III

Termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing

Richtlijn || Omzettingstermijn || Toepassingsdatum

2007/23/EG || 4 januari 2010 || 4 juli 2010 (vuurwerk van de categorieën 1, 2 en 3) 4 juli 2013 (vuurwerk van categorie 4, andere pyrotechnische artikelen en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik)

BIJLAGE IV

Concordantietabel

Richtlijn 2007/23/EG || Deze richtlijn

Artikel 1, lid 1 || Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 2 || Artikel 1, lid 2

Artikel 1, lid 3 || Artikel 2, lid 1

Artikel 1, lid 4, onder a) || Artikel 2, lid 2, onder a)

Artikel 1, lid 4, onder b) || Artikel 2, lid 2, onder b)

Artikel 1, lid 4, onder c) || Artikel 2, lid 2, onder c)

Artikel 1, lid 4, onder d) || Artikel 2, lid 2, onder d)

Artikel 1, lid 4, onder e) || Artikel 2, lid 2, onder e)

Artikel 1, lid 4, onder f) || Artikel 2, lid 2, onder f), en artikel 3, lid 5

Artikel 2, lid 1 || Artikel 3, lid 1

Artikel 2, lid 2, eerste zin || Artikel 3, lid 7

Artikel 2, lid 2, tweede zin || Artikel 2, lid 2, onder g)

Artikel 2, lid 3 || Artikel 3, lid 2

Artikel 2, lid 4 || Artikel 3, lid 3

Artikel 2, lid 5 || Artikel 3, lid 4

Artikel 2, lid 6 || Artikel 3, lid 9

Artikel 2, lid 7 || Artikel 3, lid 10

Artikel 2, lid 8 || Artikel 3, lid 11

Artikel 2, lid 9 || Artikel 3, lid 14

Artikel 2, lid 10 || Artikel 3, lid 6

- || Artikel 3, lid 8

- || Artikel 3, lid 12

- || Artikel 3, lid 13

- || Artikel 3, leden 15 tot en met 22

Artikel 3, lid 1 || Artikel 6, lid 1

Artikel 3, lid 2 || Artikel 6, lid 2

Artikel 4 (titel) || Artikelen 8, 11 en 12 (titels)

Artikel 4, lid 1 || Artikel 8, lid 1

Artikel 4, lid 2, eerste alinea || Artikel 11, leden 1 tot en met 4, en artikel 13

Artikel 4, lid 2, tweede alinea || Artikel 13

Artikel 4, lid 3 || Artikel 12, lid 1, en artikel 12, lid 2, eerste alinea

- || Artikel 12, lid 2, tweede alinea

- || Artikel 12, lid 3

- || Artikel 12, lid 4

- || Artikel 12, lid 5

Artikel 4, lid 4, onder a) || Artikel 8, lid 2, eerste alinea

Artikel 4, lid 4, onder b) || Artikel 8, lid 2, tweede alinea, en artikel 8, lid 5

- || Artikel 8, leden 3 tot en met 7

- || Artikel 14

Artikel 5, lid 1 || Artikel 5

Artikel 5, lid 2 || -

Artikel 6, lid 1 || Artikel 4, lid 1

Artikel 6, lid 2 || Artikel 4, lid 2

Artikel 6, lid 3 || Artikel 4, lid 3

Artikel 6, lid 4 || Artikel 4, lid 4

Artikel 7, lid 1 || Artikel 7, lid 1

Artikel 7, lid 2 || Artikel 7, lid 2

Artikel 7, lid 3 || Artikel 7, lid 3

Artikel 8, lid 1 || -

Artikel 8, lid 2 || Artikel 15, lid 2, tweede alinea

Artikel 8, lid 3, eerste zin || -

Artikel 8, lid 3, tweede zin || Artikel 15

Artikel 8, lid 3, derde zin || -

Artikel 8, lid 4 || -

Artikel 9 || Artikel 16

- || Artikel 17

Artikel 10, lid 1 || Artikel 20 en artikel 29, lid 1

Artikel 10, lid 2 || Artikel 29, lid 2

Artikel 10, lid 3 || Artikelen 24 en 25

Artikel 10, lid 4 || Artikel 30, lid 1

Artikel 10, lid 5 || Artikel 30, lid 2

Artikel 10, lid 6 || -

- || Artikelen 21 en 23

- || Artikelen 26 tot en met 28

|| Artikelen 31 tot en met 36

Artikel 11, lid 1 || Artikel 19, lid 1

Artikel 11, lid 2 || Artikel 18

Artikel 11, lid 3 || Artikel 18

- || Artikel 19, lid 2

|| Artikel 19, lid 3

- || Artikel 19, lid 4

Artikel 12, lid 1 || Artikel 9, lid 1

Artikel 12, lid 2 || Artikel 9, lid 2

Artikel 12, lid 3 || Artikel 9, lid 3

Artikel 12, lid 4 || Artikel 9, lid 4

Artikel 12, lid 5 || Artikel 9, lid 5

Artikel 12, lid 6 || -

Artikel 13, lid 1 || Artikel 10, lid 1

Artikel 13, lid 2 || Artikel 10, lid 2

Artikel 13, lid 3 || Artikel 10, lid 3

Artikel 14, lid 1 || Artikel 37, lid 1

Artikel 14, lid 2 || Artikel 37, lid 1

Artikel 14, lid 3 || Artikel 37, lid 1

Artikel 14, lid 4 || Artikel 37, lid 1

Artikel 14, lid 5 || Artikel 37, lid 2

Artikel 14, lid 6 || Artikel 37, lid 1

Artikel 14, lid 7 || Artikel 37, lid 1

Artikel 15 || Artikel 38, lid 1, eerste alinea

- || Artikel 38, lid 1, tweede, derde en vierde alinea

- || Artikel 38, leden 2 tot en met 8

Artikel 16, lid 1 || Artikel 39, lid 1, eerste alinea

Artikel 16, lid 2 || Artikel 39, leden 2 en 3

Artikel 16, lid 3 || Artikel 41, lid 1, onder a)

- || Artikel 39, lid 1, tweede alinea

- || Artikel 40

- || Artikel 41

Artikel 17, lid 1 || Artikel 37, lid 1

Artikel 17, lid 2 || Artikel 37, lid 1

Artikel 18, lid 1 || Artikel 42

Artikel 18, lid 2 || Artikel 44

- || Artikel 43

Artikel 19, lid 1 || Artikel 45, lid 1

Artikel 19, lid 2 || -

Artikel 19, lid 3, eerste alinea || Artikel 45, lid 2

Artikel 19, lid 3, tweede alinea || -

Artikel 20 || Artikel 46

- || Artikel 47, lid 1

Artikel 21, lid 1 || Artikel 48, lid 1

Artikel 21, lid 2, eerste zin || -

Artikel 21, lid 2, tweede zin || Artikel 48, lid 2

Artikel 21, lid 3 || Artikel 48, lid 3

Artikel 21, lid 4 || Artikel 48, lid 4

Artikel 21, lid 5 || Artikel 47, leden 2 en 3

Artikel 21, lid 6 || Artikel 47, lid 4

- || Artikel 49

Artikel 22 || Artikel 50

Artikel 23 || Artikel 51

Bijlage I, punt 1 || Bijlage I, punt 1

Bijlage I, punt 2 || Bijlage I, punt 2

Bijlage I, punt 3 || Bijlage I, punt 3

Bijlage I, punt 4, onder a) || Bijlage I, punt 4

Bijlage I, punt 4, onder b) || Bijlage I, punt 4

Bijlage I, punt 5 || Bijlage I, punt 5

Bijlage II, punt 1 || Bijlage II, punt 1

Bijlage II, punt 2 || Bijlage II, punt 2

Bijlage II, punt 3 || Bijlage II, punt 3

Bijlage II, punt 4 || Bijlage II, punt 4

Bijlage II, punt 5 || Bijlage II, punt 5

Bijlage II, punt 6 || Bijlage II, punt 6

Bijlage III || Artikel 24

Bijlage IV || Artikel 18

- || Bijlage III

- || Bijlage IV

[1]               Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, COM(2011) 206 definitief.

[2]               COM(2011) 315 definitief.

[3]               PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[4]               PB C 77 van 28.3.2002.

[5]               PB C [...].

[6]               PB L 154 van 14.6.2007, blz. 1.

[7]               PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30.

[8]               PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82.

[9]               PB L 121 van 15.5.1993, blz. 20. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

[10]             PB L 10 van 14.1.1997, blz. 13. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/105/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 97).

[11]             PB L 46 van 17.2.1997, blz. 25. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/84/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 53).

[12]             ð PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1. ï

[13]             PB C 136 van 4.6.1985, blz. 1.

[14]             PB L […] van […], blz. […]

[15]             PB C 91 van 16.4.2003, blz. 7.

[16]             PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

[17]             PB L 220 van 30.8.1993, blz. 23.

[18]             PB L 210 van 7.8.1985, blz. 29. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 1999/34/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 141 van 4.6.1999, blz. 20).

[19]             PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

[20]             PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[21]             PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.

[22]             PB L 187 van 16.7.1988, blz. 1.

[23]             PB L 212 van 7.8.2001, blz. 24.

[24]             PB L 136 van 29.5.2007, blz. 3.

Top