EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52010DC0577

ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING Nr. 9 BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2010 STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING Afdeling III - Commissie

/* COM/2010/0577 def. */

52010DC0577

ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING Nr. 9 BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2010 STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING Afdeling III - Commissie /* COM/2010/0577 def. */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 13.10.2010

COM(2010) 577 definitief

ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING Nr. 9 BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2010

STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELINGAfdeling III - Commissie

(ingediend door de Commissie)

ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING Nr. 9BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2010

STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELINGAfdeling III - Commissie

Gezien:

- het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 314, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 106bis,

- Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[1], en met name artikel 37,

- de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010, die op 17 december 2009 is goedgekeurd[2],

- de gewijzigde begroting 1/2010, goedgekeurd op 19 mei 2010[3],

- de gewijzigde begroting 2/2010, goedgekeurd op 16 juni 2010[4],

- de gewijzigde begroting 3/2010 (gedeeltelijk het eerdere ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2010[5]), goedgekeurd op 7 september 2010,

- de gewijzigde begroting 4/2010 (het eerdere ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2010[6]), goedgekeurd op 21 september 2010,

- de gewijzigde begroting 5/2010 (het eerdere ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2010[7]), goedgekeurd op 22 september 2010,

- de ontwerpen van gewijzigde begroting nr. 2/2010[8], nr. 3/2010[9], nr. 6/2010[10] en nr. 8/2010[11],

dient de Europese Commissie bij de begrotingsautoriteit het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 9 bij de begroting 2010 in.

WIJZIGINGEN IN DE STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING

De wijzigingen in de staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling zijn beschikbaar via EUR-Lex: ( http://eur-lex.europa.eu/budget/www/index-en.htm ). Ter informatie is een Engelse versie van de wijzigingen in deze staat per afdeling als budgettaire bijlage bijgevoegd.

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding 4

2. Beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de EU 4

2.1. Madeira – Portugal: aardverschuivingen en overstroming 4

2.2. Frankrijk: Storm Xynthia 6

3. Financiering 8

4. Overzichtstabel per rubriek van het financieel kader 10

1. INLEIDING

Dit ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) nr. 9 voor 2010 heeft betrekking op het volgende:

- Beschikbaarstelling van 66,9 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten uit het EU-Solidariteitsfonds in verband met de door aardverschuivingen en ernstige overstromingen op het eiland Madeira (Portugal) en door de storm Xynthia in Frankrijk aangerichte schade.

- Een overeenkomstige verlaging met 66,9 miljoen EUR van de betalingskredieten van begrotingspost 06 04 14 03 — Energieprojecten ter ondersteuning van het economisch herstel — Europees netwerk voor offshore-windenergie.

2. Beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de EU

2.1. Madeira – Portugal: aardverschuivingen en overstroming

In februari 2010 veroorzaakten ongemeen hevige regens op het eiland Madeira aardverschuivingen en zware overstromingen, met schade aan de openbare en privé-infrastructuur en voor het bedrijfsleven en de landbouw als gevolg.

Naar aanleiding hiervan heeft Portugal een aanvraag ingediend voor financiële steun van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.

De diensten van de Commissie hebben de aanvraag grondig getoetst aan Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad[12], en met name de artikelen 2, 3 en 4. De belangrijkste elementen van de beoordeling kunnen als volgt worden samengevat:

1. De aanvraag werd door de Commissie ontvangen op 20 april 2010, binnen de termijn van 10 weken na de vaststelling van de eerste schade op 20 februari 2010. Op verzoek van de diensten van de Commissie werd aanvullende informatie, die nodig was om het onderzoek van de aanvraag te kunnen voltooien, verstrekt op 15 juli 2010.

2. Er is sprake van een natuurramp. De Portugese autoriteiten hebben de totale directe schade geraamd op 1,080 miljard EUR. Dit komt overeen met 0,68% van het bruto nationaal inkomen van Portugal.

3. Doordat de geraamde totale directe schade uitkomt boven de drempel van 0,6% van het bni waarbij Portugal een beroep kan doen op het Solidariteitsfonds, kan de gebeurtenis worden aangemerkt als "grote natuurramp" die onder het hoofdtoepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 2012/2002 valt. De totale directe schade dient als basis voor de berekening van het bedrag van de financiële steun. Deze steun mag alleen worden gebruikt voor noodacties inzake eerste levensbehoeften zoals gedefinieerd in artikel 3 van de verordening.

4. De overstromingen hebben zware vernielingen en schade teweeggebracht, vooral wat de waterhuishouding betreft; de naar schatting in totaal 130 km aan beschadigde waterwegen op rivieren en kleinere waterlopen maken 45% van de totale schade uit. Ook wegen en bruggen, nutsleidingen en –infrastructuur, en particuliere woningen en gebouwen hebben zwaar geleden: ongeveer 800 huizen, waarvan de helft volledig vernield is, zijn getroffen en voor ruim 700 mensen moest tijdelijk onderdak worden gezocht. De directe verliezen voor het bedrijfsleven en de landbouw beliepen circa 122 miljoen EUR. De gevolgen van de overstroming waren met name dramatisch omdat de schade het grootst was in het centrum van Funchal, de hoofdstad van Madeira, waar als gevolg van de opruiming van duizenden kubieke meter puin de zeedijk volledig moet worden heropgebouwd. Alhoewel het insulaire karakter en de perifere ligging van Madeira strikt genomen volgens de definitie van "grote rampen" van Verordening (EG) nr. 2012/2002 geen criteria zijn, kan daaraan in een evaluatie van de economische gevolgen van de ramp niet worden voorbijgegaan.

5. De kosten van de acties die krachtens artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2012/2002 in aanmerking komen, worden op 165,24 miljoen EUR geraamd en opgesplitst in vier categorieën: A) onmiddellijk herstel van de infrastructuurvoorzieningen, B) voorlopige huisvestingsmaatregelen en inzet van hulpdiensten, C) preventieve infrastructuur en onmiddellijke bescherming van het culturele erfgoed, en D) reiniging van de geteisterde gebieden/zones.

6. Het getroffen gebied is voor de Structuurfondsen 2007-2013 subsidiabel als "infaseringsregio". De Portugese autoriteiten hebben meegedeeld dat zij de mogelijkheden onderzoeken om een deel van de wederopbouw dat verder gaat dan spoedoperaties te financieren via de relevante operationele programma's die door de Structuurfondsen worden meegefinancierd.

7. Wat betreft de dekking van de in aanmerking komende schade door verzekeringen, hebben de Portugese autoriteiten meegedeeld dat zij daarover bij de indiening van de aanvraag geen uitsluitsel konden geven. Eventueel door een verzekering gedekte operaties komen niet voor financiering uit het Solidariteitsfonds in aanmerking.

Om de hierboven vermelde redenen wordt derhalve voorgesteld de aanvraag van Portugal tot erkenning van de overstroming op Madeira in februari 2010 als "grote ramp" goed te keuren en middelen uit het Solidariteitsfonds beschikbaar te stellen.

2.2. Frankrijk: Storm Xynthia

In februari 2010 werd een groot deel van Frankrijk getroffen door de storm Xynthia, die echter vooral flink huishield in de Atlantische kustregio, en met name in de departementen Charente-Maritime en Vendée. De storm maakte 53 dodelijke slachtoffers en bijna 80 gewonden. Uitgestrekte gebieden, met inbegrip van woonwijken, werden overstroomd en dammen en dijken, openbare en particuliere infrastructuur, auto- en spoorwegen, landbouwexploitaties en bedrijven raakten ernstig beschadigd.

Naar aanleiding hiervan heeft Frankrijk een aanvraag ingediend voor financiële steun uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie.

De diensten van de Commissie hebben de aanvraag grondig getoetst aan Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad[13], en met name de artikelen 2, 3 en 4. De belangrijkste elementen van de beoordeling kunnen als volgt worden samengevat:

8. De aanvraag werd door de Commissie ontvangen op 7 mei 2010, binnen de termijn van 10 weken na de vaststelling van de eerste schade op 27 februari 2010. Op 24 juni en 20 juli dienden de Franse autoriteiten twee aanvullende dossiers in met een preciezere raming van de schade en de economische gevolgen van de ramp.

9. De ramp heeft een natuurlijke oorzaak en valt derhalve onder het toepassingsgebied van het Solidariteitsfonds.

10. Alhoewel een groot deel van Frankrijk werd getroffen door de storm en de totale schade op 2,4 miljard EUR werd geraamd, beperkten de Franse autoriteiten hun aanvraag tot de zwaarst getroffen zone in twee departementen aan de Atlantische kust, Charente-Maritime en Vendée.

11. Voor de afgebakende zone ramen de Franse autoriteiten de totale directe stormschade op 1 425,43 miljoen EUR. Dit komt overeen met 41,12% van de in 2010 voor Frankrijk geldende drempel om een beroep te doen op het Solidariteitsfonds, die 3 466,57 miljoen EUR bedraagt (nl. 3 miljard EUR in prijzen van 2002). In absolute waarde gaat het om het op één na hoogste schadebedrag van alle aanvragen die voor een "regionale ramp" bij het Solidariteitsfonds zijn ingediend.

12. Omdat de totale schade onder de normale drempel blijft, is de aanvraag getoetst aan het criterium van de zogenaamde buitengewone regionale ramp, dat is neergelegd in artikel 2, lid 2, laatste alinea, van Verordening (EG) nr. 2012/2002, waarin de voorwaarden worden beschreven waaronder "in uitzonderlijke gevallen" een beroep op het Solidariteitsfonds kan worden gedaan. Volgens dit criterium kan ook een regio die is getroffen door een buitengewone ramp, vooral een natuurramp, die het grootste deel van de bevolking treft en ernstige en langdurige gevolgen voor de levensomstandigheden en de macro-economische stabiliteit van de regio heeft, uitzonderlijk steun uit het fonds krijgen. Volgens de verordening moet bijzondere aandacht uitgaan naar afgelegen of geïsoleerde regio's, zoals de in artikel 349 van het Verdrag bedoelde insulaire en ultraperifere gebieden. De afgebakende zone valt niet onder deze categorie. Volgens de verordening moeten de verzoeken die worden ingediend op basis van het criterium van de buitengewone regionale ramp "met de grootste zorgvuldigheid" worden onderzocht.

13. Een van de in Verordening (EG) nr. 2012/2002 vastgestelde voorwaarden voor uitzonderlijke steunverlening uit het Solidariteitsfonds is dat het grootste deel van de bevolking van de regio waarop de aanvraag betrekking heeft, moet zijn getroffen. De zone waarop de aanvraag van Frankrijk slaat, vormt één geheel en omvat 46 kustgemeenten in de departementen Charente-Maritime en Vendée. Daarnaast behoren op benedengemeentelijk niveau ook kleinere delen van de steden La Rochelle en Rochefort tot de zone. In totaal gaat het om 101 336 personen voor wie de storm naar verluidt ingrijpende gevolgen heeft gehad. In de aanvraag wordt beschreven hoe de bevolking op verschillende manieren is getroffen door persoonlijke schade, onderbreking van economische activiteiten, het uitvallen van de hoofdnutsvoorzieningen en telecommunicatie, onderbreking van het verkeer, enz. Heel wat huizen zijn overstroomd en vernield. Spoor-, weg- en veerverbindingen waren afgesneden en het vaste en mobiele telefoonverkeer was verstoord. Dijken, kustverstevigingen en infrastructuur werden zwaar beschadigd. Er werd melding gemaakt van aanzienlijke schade aan akkerland en oesterkweekgronden. Uit de verstrekte informatie kan worden opgemaakt dat het merendeel van de inwoners hierdoor op de ene of de andere manier is geraakt.

14. Wat betreft het vereiste om aan te tonen dat er sprake is van ernstige en langdurige gevolgen voor de levensomstandigheden en de macro-economische stabiliteit van de regio, wordt in de aanvraag met name gewezen op de destabilisering van de landbouw, in het bijzonder als gevolg van de langdurige verzouting van circa 32 000 ha akkerland dat door zeewater is overstroomd en de daaropvolgende oogstverliezen gedurende verschillende jaren. De verliezen liepen ook zeer hoog op in de oester- en mosselkweek in de regio – de grootste in Frankrijk – en troffen circa 1 050 producenten, van wie er heel wat failliet dreigen te gaan. De economisch zwaarwegende toeristische sector heeft te lijden van de schade aan de stranden en kustinstallaties, kampeerterreinen, de vernieling van huurcampers en de afname van het aantal boekingen. De gecumuleerde verliezen in het toerisme zullen naar verwachting de winst van één jaar overtreffen. Voorts wordt ook gewezen op een groot onveiligheids- en kwetsbaarheidsgevoel bij de lokale bevolking ten aanzien van de kracht van de zee, in het bijzonder omdat de waterkeringen nog niet volledig zijn hersteld. Het noodzakelijke herstel van ongeveer 200 km beschermingsstructuren zal belangrijke bouwwerkzaamheden vergen en verschillende jaren in beslag nemen. Bovendien zal de noodzaak voor de plaatselijke overheden om in waterwerken te investeren, zware financiële gevolgen hebben en ten koste gaan van andere diensten voor de bevolking. De belangrijkste sectoren voor de regionale economie – toerisme, landbouw en oesterkweek – lijden met andere woorden zwaar onder de gevolgen van de storm. Niettegenstaande dat de twee economische centra in de regio, nl. de steden La Rochelle en Rochefort, betrekkelijk gespaard zijn gebleven, zullen zij niet bij machte zijn om de bovenvermelde destabiliserende factoren te compenseren aangezien hun belang voor de economie van het agrarische hinterland beperkt is.

15. De kosten van de acties die krachtens artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2012/2002 in aanmerking komen, worden op 473,842 miljoen EUR geraamd en opgesplitst in vier categorieën: A) onmiddellijk herstel van de infrastructuurvoorzieningen, B) voorlopige huisvestingsmaatregelen en inzet van hulpdiensten, C) preventieve infrastructuur en D) reiniging van de geteisterde gebieden/zones.

16. De getroffen regio's zijn voor de Structuurfondsen 2007-2013 subsidiabel als "concurrentiekracht- en werkgelegenheidsregio's".

17. Volgens de Franse autoriteiten worden de in aanmerking komende kosten niet door verzekeringen gedekt.

Om de hierboven vermelde redenen wordt voorgesteld de aanvraag van Frankrijk tot erkenning van de storm Xynthia als "buitengewone regionale ramp" goed te keuren en middelen uit het Solidariteitsfonds vrij te geven.

3. Financiering

De totale jaarlijkse begroting voor het Solidariteitsfonds bedraagt 1 miljard euro. Aangezien solidariteit de belangrijkste reden voor de oprichting van het fonds was, is de Commissie van mening dat de steun van het fonds progressief moet zijn. Dit betekent, gelet op de praktijk tot dusver, dat het deel van de schade dat de drempel overstijgt (0,6 % van het bni of 3 miljard euro in prijzen van 2002, indien dit bedrag lager is) recht geeft op een hogere steunintensiteit dan schade onder de drempel. In het verleden werden de toewijzingen voor grote rampen vastgesteld op 2,5% van de totale directe schade onder de drempel en 6% van de schade boven de drempel. De methode voor het berekenen van de steun uit het Solidariteitsfonds werd beschreven in het jaarverslag over het Solidariteitsfonds 2002-2003 en is goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement.

Voor deze gevallen wordt voorgesteld dezelfde percentages toe te passen en de volgende steunbedragen toe te wijzen:

In euro's |

Directe schade | Drempel | Bedrag op basis van 2,5% | Bedrag op basis van 6% | Voorgesteld totaal steunbedrag |

Portugal – Madeira overstroming 2010 | 1 080 000 000 | 958 406 000 | 23 960 150 | 7 295 640 |

Totaal | 31 255 790 |

In euro's |

Directe schade | Drempel | Bedrag op basis van 2,5% | Bedrag op basis van 6% | Voorgesteld totaal steunbedrag |

Frankrijk – storm Xynthia 2010 | 1 425 430 000 | 3 466 573 000 | 35 635 750 | - |

Totaal | 35 635 750 |

Na deze bijstandsverlening blijft ten minste 25% van het EU-Solidariteitsfonds beschikbaar om de behoeften tot het einde van het begrotingsjaar te dekken, zoals voorgeschreven door artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2012/2002.

De momenteel geraamde behoeften voor begrotingspost 06 04 14 03 — "Energieprojecten ter ondersteuning van het economisch herstel — Europees netwerk voor offshore-windenergie" maken het mogelijk 66 891 540 EUR aan betalingskredieten over te schrijven naar begrotingsartikel 13 06 01 om in de corresponderende behoeften van het Solidariteitsfonds van de EU te voorzien. De situatie met betrekking tot begrotingspost 06 04 14 03 is reeds onder de aandacht gebracht in de informatienota van juni 2010[14] in het kader van het waarschuwingssysteem voor begrotingsramingen en heeft geen gevolgen voor de uitvoering van het programma.

4. Overzichtstabel per rubriek van het financieel kader

Financieel kader 2010 Rubriek/subrubriek | Financieel kader 2010 | Begroting 2010 (OGB 1 tot en met 8/2010 daarin verwerkt) | OGB 9/2010 | Begroting 2010 (OGB 1 tot en met 9/2010 daarin verwerkt) |

|VK |BK |VK |BK |VK |BK |VK |BK | | 1. DUURZAME GROEI | | | | | | | | | | 1a. Concurrentiekracht ter bevordering van groei en werkgelegenheid |14 167 000 000 | |14 861 853 253 |11 342 270 803 | |-66 891 540 |14 861 853 253 |11 275 379 263 | |1b. Samenhang ter bevordering van groei en werkgelegenheid |49 388 000 000 | |49 387 592 092 |36 371 862 500 | | |49 387 592 092 |36 371 862 500 | | Totaal | 63 555 000 000 | |64 249 445 345 |47 714 133 303 | |-66 891 540 |64 249 445 345 |47 647 241 763 | | Marge[15]

| | |-194 445 345 | | | |-194 445 345 | | | 2. BESCHERMING EN BEHEER VAN NATUURLIJKE HULPBRONNEN waarvan: | | | | | | | | | | marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen |47 146 000 000 | |43 819 801 768 |43 701 207 586 | | |43 819 801 768 |43 701 207 586 | | Totaal | 59 955 000 000 | |59 498 833 302 |58 135 640 809 | | |59 498 833 302 |58 135 640 809 | | Marge | | |456 166 698 | | | |456 166 698 | | | 3. BURGERSCHAP, VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHTVAARDIGHEID | | | | | | | | | | 3a. Vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid |1 025 000 000 | |1 006 487 370 |738 570 370 | | |1 006 487 370 |738 570 370 | |3b. Burgerschap |668 000 000 | |681 022 500 |672 410 000 |+66 891 540 |+66 891 540 |747 914 040 |739 301 540 | | Totaal | 1 693 000 000 | |1 687 509 870 |1 410 980 370 |+66 891 540 |+66 891 540 |1 754 401 410 |1 477 871 910 | | Marge[16]

| | |18 512 630 | | | |18 512 630 | | | 4. DE EU ALS MONDIALE PARTNER[17]

|7 893 000 000 | | 8 160 182 000 |7 787 695 183 | | | 8 160 182 000 |7 787 695 183 | | Marge | | | -18 300 000 | | | | -18 300 000 | | | 5. ADMINISTRATIE[18]

|7 882 000 000 | |7 918 504 785 |7 917 999 785 | | |7 918 504 785 |7 917 999 785 | | Marge | | | 43 495 215 | | | | 43 495 215 | | | TOTAAL | 140 978 000 000 |134 289 000 000 |141 514 475 302 |122 966 449 450 |+66 891 540 |0 |141 581 366 842 |122 966 449 450 | | Marge | | | 518 729 198 |11 651 432 550 | | |518 729 198 |11 718 324 090 | |

[1] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

[2] PB L 64 van 12.3.2010.

[3] PB L 183 van 16.7.2010.

[4] PB L 206 van 6.8.2010.

[5] COM(2010) 108.

[6] COM(2010) 320.

[7] COM(2010) 383.

[8] COM(2010) 108.

[9] COM(2010) 149.

[10] COM(2010) 315.

[11] COM(2010) 533.

[12] Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3).

[13] Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3).

[14] SEC(2010) 767/2.

[15] Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering wordt niet opgenomen in de berekening van de marge onder rubriek 1a (500 miljoen EUR); 195 miljoen EUR boven het maximum wordt met het flexibiliteitsinstrument gefinancierd.

[16] Het bedrag voor het EUSF wordt in de begroting opgenomen boven het maximum van de betrokken rubrieken van het financiële kader, overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 (PB C 139 van 14.6.2006).

[17] De marge voor 2010 in rubriek 4 houdt geen rekening met de kredieten betreffende de reserve voor noodhulp (248,9 miljoen EUR).

[18] Om de marge ten opzichte van het maximum van rubriek 5 te berekenen, wordt rekening gehouden met voetnoot 1 van het financieel kader 2007-2013 voor een bedrag van 80 miljoen EUR aan bijdragen van de personeelsleden aan het pensioenstelsel.

Top