EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52010DC0335

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Jaarverslag 2010 over het ontwikkelingsbeleid en het beleid inzake externe bijstand van de Europese Unie en de tenuitvoerlegging daarvan in 2009 SEC(2010)773

/* COM/2010/0335 def. */

52010DC0335

Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Jaarverslag 2010 over het ontwikkelingsbeleid en het beleid inzake externe bijstand van de Europese Unie en de tenuitvoerlegging daarvan in 2009 SEC(2010)773 /* COM/2010/0335 def. */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 28.6.2010

COM(2010)335 definitief

.

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Jaarverslag 2010 over het ontwikkelingsbeleid en het beleid inzake externe bijstand van de Europese Unie en de tenuitvoerlegging daarvan in 2009 SEC(2010)773

Respons op problemen wereldwijd

2009 was in de hele wereld een moeilijk jaar. Het effect van de voedselprijzencrisis in 2007-2008 werd nog verergerd door de economische en financiële crisis, die tot een wereldwijde recessie leidde. Door het snelle optreden van de Europese Unie werden de negatieve gevolgen voor de partnerlanden beperkt. De Unie voerde ook haar inspanningen op om ervoor te zorgen dat de crisis geen afbreuk deed aan de vorderingen op weg naar de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG) die in de voorbije jaren werden bereikt.

De voedselfaciliteit van de EU, die eind 2008 was opgezet om de voedselprijzencrisis aan te pakken, vormde een platform voor concrete actie. Voor de faciliteit was een miljard euro toegezegd, waarvan eind 2009 een bedrag van 837 miljoen euro was toegewezen. De faciliteit heeft tot doel het hiaat te overbruggen tussen spoedhulp en ontwikkelingshulp op middellange tot lange termijn. De economische en financiële crisis, die in de tweede helft van 2008 is aangevangen, heeft de situatie nog verergerd, vooral in de armere landen. Naar schatting zullen 40 tot 80 miljoen mensen in de ontwikkelingslanden als gevolg van de crises in absolute armoede terechtkomen. Op basis van voorstellen van de Europese Commissie in april 2009[1] is op het juiste ogenblik een reeks alomvattende, gerichte en gecoördineerde maatregelen overeengekomen. Het resultaat was dat aan het eind van het jaar al 215 miljoen euro was vastgelegd uit hoofde van het zogenoemde kwetsbaarheids-FLEXmechanisme (V-FLEX) om elf Afrikaanse en twee Caribische landen te helpen de tekorten op de overheidsbegroting 2009 te verminderen. Eind 2009 was 160 miljoen euro betaald en de resterende 55 miljoen euro zullen in het eerste kwartaal van 2010 worden uitgekeerd. Bovendien kwam de herziening halverwege 2009 van de landenstrategieën net op het goede moment, omdat de EU daardoor haar afzonderlijke samenwerkingsprogramma's aan de veranderende realiteit kon aanpassen.

De Europese Commissie speelde een proactieve rol in diverse internationale fora (met name de G8, de G20 en de VN), doordat zij ervoor zorgde dat ten volle rekening werd gehouden met de effecten van de financiële en economische crisis op de armste landen en dat specifieke maatregelen voor die landen werden genomen.

In 2009 werden ook de inspanningen voor de bestrijding van de klimaatverandering opgevoerd. In de aanloop naar de klimaatconferentie van Kopenhagen in december 2009 heeft de EU haar samenwerking en dialoog met de partners van de ontwikkelingslanden geïntensiveerd. De Commissie heeft een mededeling gepubliceerd over Meer internationale middelen om de strijd tegen klimaatverandering te financieren: een Europese blauwdruk voor de overeenkomst van Kopenhagen, die de ontwikkelingslanden moet helpen bij de bestrijding van de klimaatverandering[2]. In december heeft de EU overeenstemming bereikt over een snelstartfinanciering van 2,4 miljard euro per jaar voor de periode 2010-2012 om de ontwikkelingslanden te helpen zich aan de klimaatverandering aan te passen en over te schakelen op koolstofarme strategieën. Daarnaast was het ook de bedoeling de ontwikkelingslanden voor te bereiden op het beheer van de hogere financieringsbedragen voor beperkings- en aanpassingsmaatregelen die voor de periode na 2012 zijn toegezegd. In 2009 heeft het Wereldwijde bondgenootschap tegen klimaatverandering een toewijzing van 35 miljoen euro ontvangen voor steun aan de arme landen die het kwetsbaarst voor de klimaatverandering zijn, met name de minst ontwikkelde landen en kleine insulaire ontwikkelingslanden. In februari 2009 werd de mededeling EU-strategie ter beperking van het risico op rampen in ontwikkelingslanden[3] gepubliceerd. Het doel daarvan is de negatieve effecten van rampen op de kwetsbaarste landen te beperken.

Actieve betrekkingen met de rest van de wereld

In 2009 heeft de Europese Unie topbijeenkomsten georganiseerd met belangrijke mondiale spelers zoals China, India en Rusland.

De politieke betrekkingen met Latijns-Amerika zijn in 2009 verder versterkt. In september heeft de Commissie een mededeling aangenomen waarin een nieuw beleidskader voor de betrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika wordt uitgestippeld. In december is de investeringsfaciliteit voor Latijns-Amerika goedgekeurd, die goed is voor 10,8 miljoen euro en extra investeringen in vervoer, energie, milieu en de sociale en particuliere sector moet aantrekken.

De onderhandelingen met de landen van Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan over de tweede herziening van de Overeenkomst van Cotonou zijn in mei 2009 officieel gestart. In 2009 is ook de herziening halverwege van het tiende EOF aangevangen, waarbij de gemaakte vorderingen worden bekeken en de samenwerkingsstrategie en financiële toewijzingen aan de betrokken landen worden geactualiseerd.

De strategische betrekkingen met Afrika zijn nauwer aangehaald in het kader van de gezamenlijke strategie Afrika-EU, die een gemeenschappelijke aanpak van de problemen van het continent en wereldwijd inhoudt. De politieke dialoog werd geïntensiveerd en de uitwerking van routekaarten voor de tenuitvoerlegging van de acht thematische partnerschappen heeft geleid tot concrete vorderingen ten goede van beide continenten.

Uitgaande van de belangrijke deelname van Zuid-Afrika aan conflictbeheersing in Afrika hebben de EU en Zuid-Afrika in 2009 hun dialoog over vrede en veiligheid aanzienlijk versterkt.

De eerste top EU-Pakistan vond plaats in Brussel in juni 2009. De EU heeft voorts in november 2009 de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Irak afgerond met het oog op ondertekening in 2010, waarmee de allereerste basis voor contractuele betrekkingen tussen de EU en Irak is gelegd.

In het kader van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) heeft de ENB-investeringsfaciliteit in 2008-2009 subsidies voor 25 projecten op het gebied van vervoer, milieu en energie alsook de sociale en particuliere sector verstrekt, voor een totaalbedrag van 170 miljoen euro. Die financiering vormde een hefboom voor investeringen van internationale financiële instellingen voor een bedrag van 7,35 miljard euro.

Op weg naar de MDG

In de afgelopen jaren is in het algemeen vooruitgang geboekt bij verschillende MDG-doelstellingen en -indicatoren. De vorderingen zijn echter ongelijk en sommige landen en regio's, vooral in Afrika bezuiden de Sahara, hebben een achterstand. Bovendien worden de vooruitzichten voor duurzame vooruitgang bedreigd door de economische wereldcrisis, gecombineerd met de klimaatverandering en de gevolgen van eerdere schokken van voedsel- en brandstofprijzen.

In 2009 heeft de Europese Commissie voorbereidende documenten opgesteld in de essentiële MDG-sectoren van de menselijke ontwikkeling zoals gezondheid, onderwijs en gelijkheid van vrouwen en mannen. Deze beleidslijnen zullen na hun goedkeuring in 2010 vormgeven aan het interne EU-debat over de MDG en deel uitmaken van de EU-bijdrage tot de VN-toetsingsconferentie over de MDG in september 2010. De Commissie wenst dat de EU overeenstemming bereikt over een alomvattende aanpak om de vorderingen te versnellen en zodoende de MDG tegen 2015 te bereiken en daarbij te zorgen voor consolidatie en duurzaamheid van de vooruitgang. Verdere initiatieven waren onder meer een mededeling betreffende goed fiscaal bestuur in ontwikkelingslanden en een toetsing van het thematische beleid op het gebied van voedselzekerheid.

Via diverse instrumenten en kanalen, waaronder begrotingssteun, heeft de Commissie steun verleend voor gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid, sociale bescherming en cultuur, teneinde de nationale systemen te versterken en de hulp op het beleid van de partnerlanden af te stemmen.

Als lid van de Raad van bestuur van het Wereldfonds ter bestrijding van aids, tuberculose en malaria (GFATM) en als vertegenwoordiger van de EU, die een zeer belangrijke donor is (872,5 miljoen euro van 2002 tot 2009), heeft de Commissie haar actieve rol binnen dit initiatief voortgezet en werd zij actief betrokken bij de Wereldalliantie voor vaccins en immunisering (GAVI). Als vast lid van het versneld initiatief inzake onderwijs voor iedereen heeft de Commissie zich geconcentreerd op doeltreffendheid van de steun, de behoeften van kwetsbare landen en goed bestuur.

De Commissie heeft haar inspanningen voor het bereiken van de MDG gendergelijkheid verdubbeld. In 2009 is aan niet-overheidsactoren steun verleend voor volwassenenalfabetisering en de bevordering van het verwerven van eigendom door vrouwen.

Overeenkomstig MDG 7 heeft de Commissie zich ook geconcentreerd op belangrijke milieukwesties zoals klimaatverandering, woestijnvorming, biodiversiteit, visserij en bescherming van bossen. De steun aan ontwikkelingslanden om multilaterale milieuovereenkomsten beter in nationale wetgeving om te zetten, is eveneens voortgezet.

In de loop van het jaar heeft de Commissie haar inspanningen voortgezet voor een betere beschikbaarheid en kwaliteit van MDG-gegevens die door ontwikkelingslanden worden bijgehouden. Er zijn studies van gegevens verricht en er is steun verleend om de statistische capaciteit van de ontwikkelingslanden te verbeteren. De situatie is sterk verbeterd vergeleken met voorgaande jaren, maar de indicatoren voor de meting van de MDG vertonen nog steeds significante tekortkomingen.

Een relevant en doelgericht beleid

In de Europese Consensus voor ontwikkeling[4] is voor het eerst een gemeenschappelijke visie van de EU en de lidstaten op ontwikkeling vastgelegd. De belangrijkste componenten zijn: meer hulp, betere hulp, betere coherentie van het ontwikkelingsbeleid en concentratie op Afrika. In 2009, vier jaar na de goedkeuring van de ontwikkelingsconsensus, heeft de Commissie een eerste evaluatie van de uitvoering van de consensus verricht, die door alle ontwikkelingsactoren als een algemeen aanvaard en waardevol referentie-instrument wordt beschouwd.

Hulp alleen is onvoldoende om de armste landen bij hun ontwikkeling te helpen en de Commissie heeft zich in de afgelopen jaren sterk ingespannen om ervoor te zorgen dat alle beleidslijnen van de EU aansluiten bij haar inspanningen om de MDG te bereiken. De coherentie van het ontwikkelingsbeleid vormt dus een noodzakelijke aanvullende bijdrage tot de ontwikkeling.

In september 2009 heeft de Commissie haar tweede grote verslag uitgebracht, dat twaalf beleidsterreinen met een impact op ontwikkeling omvat. Het gaat om handel, milieu, klimaatverandering, veiligheid, landbouw, visserij, de sociale dimensie van de mondialisering, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk, migratie, onderzoek en innovatie, de informatiemaatschappij, vervoer en energie. Een ander gebied waarop de Commissie naar positieve synergie met ontwikkelingsdoelstellingen streeft, is goed fiscaal bestuur.

Uit het verslag blijkt duidelijk dat de EU via haar uitgebreide instrumentarium van beleidslijnen, processen en instrumenten een krachtige impact op de ontwikkelingslanden heeft. Vooral op het gebied van onderzoek, milieu en energie heeft het EU-beleid duidelijk positieve resultaten opgeleverd. In de sector onderzoek werken de EU en de ontwikkelingslanden samen op gebieden die voor de ontwikkelingslanden van belang zijn zoals gezondheid of voedselzekerheid. Onderzoekers uit de ontwikkelingslanden worden aangemoedigd om deel te nemen aan onderzoek- en mobiliteitsprogramma's. Inzake milieubeleid heeft de EU het voortouw genomen bij de wereldwijde bescherming van bossen. In het kader van haar initiatief inzake wetshandhaving, bestuur en handel in de bosbouw (FLEGT) importeert de EU uitsluitend gecertificeerd hout uit de partnerlanden teneinde illegale houtkap te bestrijden. In de energiesector zal de bindende doelstelling krachtens de richtlijn hernieuwbare energie (20% van de energie moet tegen 2020 afkomstig zijn van hernieuwbare bronnen) de export van biobrandstoffen uit ontwikkelingslanden stimuleren. Met het oog op duurzaamheid zijn de importeurs van biobrandstoffen verplicht milieucriteria na te leven en verslag uit te brengen over eventuele negatieve economische en sociale gevolgen in derde landen.

Op basis van deze ervaringen en de daaruit getrokken lessen heeft de Raad van ministers in november 2009 zijn goedkeuring gehecht[5] aan prioritaire maatregelen op de volgende vijf actieterreinen binnen het bestaande kader van de twaalf beleidssectoren: handel en financiën, klimaatverandering, voedselzekerheid, migratie en vrede en veiligheid.

Het streven om het externe beleid van de EU beter op de ontwikkeling af te stemmen moet gepaard gaan met een gezond binnenlands beleid in de ontwikkelingslanden. De EU beschouwt goed bestuur als cruciaal voor de armoedebestrijding door verbetering van het investeringsklimaat en het beheer van de overheidsfinanciën, corruptiebestrijding, verbetering van het fiscaal bestuur, belastinginning voor ontwikkeling en versterking van de controle-instellingen om verantwoordingsplicht en stabiliteit te verbeteren. De Commissie erkent weliswaar dat verbetering van goed democratisch bestuur een intern proces van ieder land is, maar is tegelijk vastbesloten om goed democratisch bestuur aan te merken als een specifiek beleidsterrein en een horizontale component van alle programma's en sectoren. De EU blijft bijvoorbeeld regelmatig gendergelijkheid en vrouwenrechten aankaarten in de dialoog met de partnerlanden op politiek en mensenrechtengebied. In sommige landen steunt de Commissie projecten voor kinderen die het slachtoffer van gewapende conflicten en van geweld tegen kinderen zijn. In 2009 is voor het eerst een regionale workshop over inheemse volkeren, minderheden en discriminatie op basis van kaste georganiseerd, die specifiek gericht was op Zuid- en Zuidoost-Azië. Goed bestuur en naleving van de mensenrechten in de partnerlanden verbeteren niet alleen de kwaliteit van de EU-bijstand, maar maken ook deel uit van de fundamentele waarden van de EU.

Europese hulp: meer geld, efficiëntere besteding

De EU (de 27 lidstaten en de Europese Commissie) heeft in 2009 haar positie als grootste donor van ontwikkelingshulp bevestigd. De hulp van de EU is met 48,2 miljard euro goed voor ruim de helft[6] van de officiële ontwikkelingshulp wereldwijd. De Commissie alleen heeft 12 miljard euro vastgelegd en 10 miljard euro betaald.

In 2009 is de Commissie de doeltreffendheid van haar hulp blijven verbeteren. De Commissie heeft een voortrekkersrol gespeeld bij initiatieven van fora op hoog niveau voor doeltreffendheid van de steun die plaatsvonden op initiatief van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling/de Commissie voor ontwikkelingsbijstand (OESO/DAC). Om de vorderingen te versnellen en tijdig voor het volgende forum in Seoul in 2011 concrete resultaten te kunnen voorleggen is de Commissie opgetreden als katalysator en coördinator om de synergie tussen de lidstaten te verbeteren. Hierdoor kon de Raad in november 2009 een operationeel EU-kader goedkeuren, waarbij het accent ligt op de drie belangrijkste prioriteiten voor doeltreffendheid van de steun die op het laatste forum in Accra in 2008 zijn overeengekomen: minder versnippering van de steun door taakverdeling tussen de donoren, meer gebruik van de systemen van de ontwikkelingslanden en betere kwaliteit van de technische samenwerking. In januari 2009 heeft de Commissie in dit verband een ambitieus actieplan goedgekeurd.

De Commissie toonde zoals eerder een voorkeur voor hulp in de vorm van begrotingssteun (zie hierna) en heeft haar werkwijze voor technische bijstand herzien om de voordelen ervan duurzamer te maken. De Commissie werkt nauwer samen met andere donoren en delegeert zelfs de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van sommige EU-steunprogramma's aan de EU-lidstaten. De EU heeft gezorgd voor een uitzonderlijke mate van ontkoppeling van de steun, haar aanpak van de voorwaarden gewijzigd en stappen ondernomen om de steun voorspelbaarder en transparanter te maken.

De Commissie werkt nauw samen met internationale organisaties en met name de VN en de Wereldbankgroep. In 2009 zijn met de VN overeenkomsten voor in totaal 935 miljoen euro gesloten, wat circa 10% van de totale vastleggingen van de EU voor steun vertegenwoordigt. De overeenkomsten met de Wereldbankgroep beliepen 469 miljoen euro. Deze middelen worden door de internationale organisaties volgens hun eigen procedures beheerd, maar de Commissie gaat na of de middelen correct worden besteed volgens de normen en, voor zover van toepassing, de procedures van de EU. In 2009 zijn met de VN, de Wereldbankgroep en het Internationaal Monetair Fonds operationele overeenkomsten ondertekend waarin het toepassingsgebied van deze controles (verificaties) is omschreven. Door de overeenkomst met het IMF werd het voor de Commissie ook makkelijker met die organisatie samen te werken bij programma's voor witwasbestrijding.

Op het gebied van de samenwerking tussen de Europese Commissie en lokale overheden is in 2009 een aanvang gemaakt met de tenuitvoerlegging van de strategie die de Commissie heeft uitgestippeld in haar mededeling van 2008 over Plaatselijke overheden als ontwikkelingsactoren[7] . In december 2009 vond in Brussel het eerste congres over gedecentraliseerde samenwerking plaats, waaraan werd deelgenomen door meer dan 300 vertegenwoordigers van plaatselijke overheden uit de EU en de ontwikkelingslanden. De Commissie heeft gedurende het hele jaar samengewerkt met niet-overheidsactoren, zowel bij het uitstippelen van ontwikkelingsstrategieën als bij de tenuitvoerlegging van ontwikkelingsmaatregelen.

Begrotingssteun

Begrotingssteun is een geprefereerd steunmechanisme van de Commissie, overeenkomstig de beginselen van een grotere verantwoordelijkheid voor de ontwikkelingslanden, capaciteitsontwikkeling in de partnerlanden, afstemming van de hulp op het nationale beleid en verlaging van de transactiekosten van de steunverlening.

Bij begrotingssteun worden de middelen overgemaakt aan de nationale schatkist van het begunstigde land, op voorwaarde dat het land aan de overeengekomen betalingsvoorwaarden voldoet. In 2009 heeft de Commissie volgens dit steunmechanisme 2,4 miljard euro EU-steun voor externe samenwerking[8] vastgelegd. De middelen worden ofwel verstrekt als algemene begrotingssteun, waarbij de tenuitvoerlegging van een ontwikkelingsbeleid/-strategie op nationaal niveau wordt ondersteund of als sectorspecifieke begrotingssteun om het partnerland te helpen vorderingen in een bepaalde sector te maken.

In 2009 vertegenwoordigden de vastleggingen voor algemene begrotingssteun met een bedrag van 869 miljoen euro 35% van alle nieuwe maatregelen voor begrotingssteun. De 23 begunstigde landen maakten alle deel uit van de ACS-regio. In 2009 ging circa 10% van de nieuwe maatregelen voor algemene begrotingssteun naar onstabiele landen (zie kader).

De sectorspecifieke begrotingssteun nam in 2009 licht toe. De totale vastleggingen voor sectorspecifieke begrotingssteun vertegenwoordigden met 1,6 miljard euro circa 65% van de nieuwe maatregelen voor begrotingssteun van 2009. De middelen gingen bijna uitsluitend naar het pakket voor nieuwe begrotingssteun buiten de ACS-regio. In de landen van de Europese nabuurschap en Zuid-Afrika waren de maatregelen voor begrotingssteun geconcentreerd op beroepsonderwijs en opleiding, hervorming van de volksgezondheid, water- en afvalwaterbeheer, vervoer, milieu en werkgelegenheid en basisonderwijs. In Azië vonden uitsluitend vastleggingen in de sociale sector plaats. In Latijns-Amerika waren de belangrijkste sectoren onderwijs en sociale cohesie. In de ACS-regio was de sectorspecifieke begrotingssteun geconcentreerd op traditionele sectoren (wegenbouw, gezondheid en onderwijs), maar een deel ging ook naar sommige opkomende nieuwe sectoren zoals gedecentraliseerde landbouw en ontwikkeling van het menselijk potentieel.

Uitgaande van een presentatie aan OESO/DAC test de EU thans een nieuwe methodiek voor evaluatie van de begrotingssteun. In 2009 hebben proefevaluaties plaatsgevonden in Tunesië, Mali en Zambia. Indien die tests positief uitvallen, zal de overeengekomen methodiek voor geharmoniseerde evaluatieprocedures medio 2011 in alle begunstigde landen beschikbaar zijn.

Uit de geografische evaluaties van de Commissie, die in 2009 zijn afgerond, blijkt dat de omschakeling op begrotingssteun in bijna alle landen en regio's een positief effect had, bijvoorbeeld op de dialoog met de partnerlanden, donorcoördinatie, beheer van de overheidsfinanciën en beleidshervormingen in de begunstigde landen. Deze vaststellingen zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal gevallen en kunnen dus niet worden veralgemeend.

De versterking van de beheerssystemen voor overheidsfinanciën blijft cruciaal voor de verstrekking van begrotingssteun, om ervoor te zorgen dat de regeringen tegenover hun eigen belastingbetalers en de belastingbetalers van de Europese Unie verantwoording over de besteding van hun begrotingen moeten afleggen. Het diagnostisch instrument voor overheidsuitgaven en financiële verantwoordingsplicht (PEFA), dat door de Commissie in samenwerking met de Wereldbank en een aantal andere organisaties is ontwikkeld, wordt gebruikt voor het vaststellen van referentiegegevens om te meten of de landen vorderingen in het kader van het beheer van hun overheidsfinanciën maken. Van juni 2005 tot eind 2009 zijn PEFA-beoordelingen uitgevoerd in 105 landen, waarvan 62 in de ACS-regio. Het gaat om bijna alle landen die begrotingssteun van de EU ontvangen.

Er wordt opleiding verstrekt om de capaciteit van het personeel van de Commissie voor het opzetten en uitvoeren van programma's voor begrotingssteun te verbeteren. De cursussen staan meestal open voor ambtenaren van partneroverheden en personeel van andere donororganisaties.

De Europese Commissie is van oordeel dat begrotingssteun de beste vorm van hulp is voor sommige kwetsbare landen die zich in de nasleep van een crisis of conflict bevinden, zelfs al komen die landen formeel niet voor begrotingssteun in aanmerking. Volgens de Commissie kan begrotingssteun de situatie helpen stabiliseren en verdere economische en politieke achteruitgang voorkomen. Daarom heeft de Commissie in 2009 nieuwe richtsnoeren opgesteld om de criteria voor begrotingssteun aan de specifieke situatie van die landen aan te passen. De programma's voor begrotingssteun zullen dus voortaan zodanig worden opgezet dat de risico's worden verminderd en adequaat gebruik wordt gemaakt van de kansen die zich in de directe nasleep van conflicten of crisissituaties voordoen. ( Voor nadere informatie, zie punt 5.1.2 van het volledige verslag.

Resultaten, daar komt het op aan

De Commissie spant zich in om de impact van haar ontwikkelingssamenwerking te meten. Impact is voor alle donoren een belangrijke prioriteit, die helpt om de steun zodanig te sturen dat maximale doeltreffendheid wordt bereikt. Tot nog toe hebben de meeste donoren zich eerder geconcentreerd op inputs, besteding en technische aspecten dan op resultaten, impact en duurzaamheid. Meting van resultaten, effecten en duurzaamheid van projecten en programma's is cruciaal om het effect van de hulp op de reële armoedebestrijding te beoordelen.

In de praktijk heeft de Commissie in de afgelopen jaren haar normen verhoogd inzake uitvoering van de hulp, kwaliteitscontrole, verantwoordingsplicht en controle van resultaten. Zij heeft gezorgd voor de hervorming van haar procedures door ze te vereenvoudigen, meer op kwaliteit en resultaten toe te spitsen en in overeenstemming te brengen met internationaal vastgelegde doelstellingen inzake doeltreffendheid van de steun. De Commissie heeft ook meer dynamische vormen van partnerschap met begunstigden en andere donoren ontwikkeld, haar procedures gestroomlijnd en de regels voor verstrekking en uitvoering van de hulp verduidelijkt.

In 2009 werden de maatregelen geconcentreerd op de volgende aspecten:

- Tenuitvoerlegging van de hervorming van de technische samenwerking van de Commissie met het oog op grotere doeltreffendheid van de hulp. De cruciale elementen in deze fase waren het ontwikkelen van begeleiding en het vaststellen van een systeem voor controle van de resultaten van de hervorming;

- Goedkeuring in 2009 van een aantal methodologische instrumenten om de tenuitvoerlegging van de externe bijstand van de EU te vereenvoudigen en te stroomlijnen;

- Ontwikkeling van vaardigheden en capaciteit van het personeel dat zich bezighoudt met externe bijstand op het niveau van de Commissiediensten in Brussel en de delegaties;

- Herziening van het belangrijkste kwaliteitsinstrument dat wordt gebruikt in de uitwerkingsfase van de projectcyclus, namelijk een collegiale toetsing door de kwaliteitsondersteuningsgroep (KOG), die in 2009 bijna 100% van de subsidiabele projecten en programma's bestreek.

De Commissie heeft een actief evaluatieprogramma, dat in 2009 negentien nieuwe evaluaties omvatte. De belangrijkste conclusie van de voltooide evaluaties is dat programmering, uitvoering en doeltreffendheid in de meeste gevallen goed zijn. Efficiency en duurzaamheid worden nog steeds als zwakste elementen genoemd. De EU-steun heeft positieve effecten, maar de eigen verantwoordelijkheid van de partnerlanden moet worden versterkt.

In 2009 zijn in totaal 1 548 resultaatgerichte controleverslagen opgesteld, wat ten opzichte van 2008 een toename met 24% vertegenwoordigt. Uit de resultaten voor 2009 blijkt dat de projectresultaten er vergeleken met 2008 op vooruitgegaan zijn.

Samengevat heeft de Commissie snel gehandeld om de problemen als gevolg van de crisissituaties in 2008-2009 aan te pakken en ervoor te zorgen dat de ingezette middelen een maximaal effect hebben. De EU heeft getoond dat zij in staat is te innoveren en haar steuninstrumenten aan nieuwe problemen aan te passen. De dynamiek van dit proces heeft geleid tot nieuwe synergie en meer doeltreffende resultaten.

De Commissie zal zich blijven inzetten om de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te bereiken, die in 2010 aan een grote internationale toetsing zullen worden onderworpen.

[pic]

[pic][pic]

[1] Vervat in het document "Steun aan de ontwikkelingslanden bij de aanpak van de wereldwijde crisis".

[2] COM(2009) 475 definitief van 10.9.2009.

[3] COM(2009) 84 definitief van 4.3.2009.

[4] De Consensus is in december 2005 goedgekeurd door de voorzitters van de Commissie, de Raad en het Parlement.

[5] Coherentie van het ontwikkelingsbeleid – vaststelling van een beleidskader dat de hele Unie omvat, COM(2009) 458 definitief.

[6] De lidstaten van de EU-15 die lid zijn van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling/de Commissie voor ontwikkelingsbijstand (OESO/DAC) nemen 56% van de officiële ontwikkelingshulp van alle DAC-leden voor hun rekening.

[7] COM(2008) 626 van 8.10.2008.

[8] Dit omvat uitsluitend de steun die wordt beheerd door het Bureau voor samenwerking EuropeAid.

Top