EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022R2576

Verordening (EU) 2022/2576 van de Raad van 19 december 2022 inzake de bevordering van solidariteit via een betere coördinatie van de aankoop van gas, betrouwbare prijsbenchmarks en de uitwisseling van gas over de grenzen heen

ST/14065/2022/INIT

PB L 335 van 29/12/2022, p. 1–35 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 31/12/2023

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2576/oj

29.12.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 335/1


VERORDENING (EU) 2022/2576 VAN DE RAAD

van 19 december 2022

inzake de bevordering van solidariteit via een betere coördinatie van de aankoop van gas, betrouwbare prijsbenchmarks en de uitwisseling van gas over de grenzen heen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 122, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van de Russische Federatie tegen Oekraïne, zonder aanleiding of grond, en de ongekende beperking van aardgasleveringen van de Russische Federatie aan de lidstaten vormen een gevaar voor de voorzieningszekerheid van de Unie en haar lidstaten. Tegelijk hebben de inzet van de gastoevoer als wapen en de manipulatie van de markten door de Russische Federatie door opzettelijke verstoringen van de gasstromen de energieprijzen in de Unie omhoog doen schieten, waardoor niet alleen de economie van de Unie in gevaar komt maar ook de voorzieningszekerheid ernstig wordt ondermijnd.

(2)

De Unie moet krachtig en verenigd optreden om haar burgers en economie te beschermen tegen buitensporige en gemanipuleerde marktprijzen en te waarborgen dat gas over de grenzen heen blijft stromen naar alle consumenten die er behoefte aan hebben, ook in situaties van gasschaarste. Om de afhankelijkheid van de levering van aardgas vanuit de Russische Federatie te verminderen en de buitensporige prijzen te verlagen, is een beter gecoördineerde aankoop van gas bij externe leveranciers van cruciaal belang.

(3)

Volgens artikel 122, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) kan de Raad, op voorstel van de Commissie in een geest van solidariteit tussen de lidstaten, bij besluit de voor de economische situatie passende maatregelen vaststellen, met name indien zich bij de voorziening van bepaalde producten, in het bijzonder op energiegebied, ernstige moeilijkheden voordoen. Die ernstige moeilijkheden zijn er: het grote risico van een volledige stopzetting van de gastoevoer vanuit Rusland en de extreme stijging van de energieprijzen waardoor de economie van de Unie wordt ondermijnd.

(4)

In haar mededeling van 18 mei 2022 getiteld “REPowerEU-plan” kondigde de Commissie aan dat ze samen met de lidstaten een EU-Energieaankoopplatform zou oprichten voor de gezamenlijke aankoop van gas, vloeibaar aardgas (lng) en waterstof. Die aankondiging werd bekrachtigd door de Europese Raad van 30 en 31 mei 2022. Als onderdeel van het REPowerEU-plan presenteerde de Commissie ook de EU-strategie inzake externe betrokkenheid op energiegebied. Daarin wordt uitgelegd hoe de Unie een wereldwijde, schone en rechtvaardige energietransitie ondersteunt om voor duurzame, zekere en betaalbare energie te zorgen, onder meer door diversificatie van de energievoorziening in de Unie, met name door met bestaande of nieuwe gasleveranciers te onderhandelen over politieke toezeggingen om de gasleveringen te vergroten en aldus de Russische gasleveringen aan Europa te vervangen.

(5)

Het EU-Energieaankoopplatform kan een cruciale rol spelen bij het streven naar wederzijds voordelige partnerschappen die bijdragen tot de voorzieningszekerheid en leiden tot lagere invoerprijzen voor gas dat van derde landen wordt gekocht, waarbij het collectieve gewicht van de Unie ten volle wordt benut. Intensievere internationale contacten met gasleveranciers (van zowel leidinggas als lng) en toekomstige leveranciers van groene waterstof zijn daartoe van essentieel belang. Vooral een veel sterkere samenwerking met en tussen de lidstaten ten opzichte van derde landen via het EU-Energieaankoopplatform zou het collectieve gewicht van de Unie doeltreffender maken.

(6)

Indien er ernstige problemen bij het waarborgen van de voorzieningszekerheid blijven voortduren, moet gezamenlijke aankoop ertoe bijdragen dat ondernemingen in alle lidstaten en in de verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap gelijker toegang hebben tot nieuwe of aanvullende gasbronnen en dat lagere prijzen worden gewaarborgd voor diegenen die individueel gas kopen via de dienstverlener, ten voordele van de eindgebruikers.

(7)

Gezamenlijke aankoop zou kunnen leiden tot een gunstigere behandeling of steun voor de levering van duurzaam gas, zoals biomethaan en waterstof, voor zover die veilig in het gassysteem kunnen worden ingebracht, en voor de levering van gas dat anders zou worden afgeblazen of afgefakkeld. Bij gebrek aan een formele wettelijke verplichting in de relevante rechtspraak zullen ondernemingen die contracten sluiten op grond van deze verordening, in staat zijn om het rapportagekader van het Oil and Gas Methane Partnership 2.0 van de VN te gebruiken om de methaanuitstoot in de toeleveringsketen van de Unie te meten, te melden en te controleren.

(8)

Het nieuwe mechanisme dat in het kader van deze verordening is ontwikkeld, moet bestaan uit twee fasen. Eerst zouden aardgasbedrijven of gasverbruikende ondernemingen die in de Unie zijn gevestigd, hun vraag naar gas bundelen via een door de Commissie gecontracteerde dienstverlener. Daardoor zouden gasleveranciers een offerte kunnen doen op basis van grote gezamenlijke volumes, in plaats van de vele kleinere offertes voor afnemers die hen individueel benaderen. Daarna kunnen aardgasbedrijven of gasverbruikende ondernemingen die in de Unie zijn gevestigd, afzonderlijk of op gecoördineerde wijze met anderen, koopcontracten voor gas sluiten met aardgasleveranciers of -producenten die aan de gezamenlijke vraag voldoen.

(9)

Als de ernstige problemen bij het waarborgen van de voorzieningszekerheid aanhouden, moeten bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop ertoe bijdragen dat ondernemingen in alle lidstaten gelijker toegang hebben tot nieuwe of aanvullende gasbronnen en dat lagere prijzen worden gewaarborgd voor ondernemingen die gas kopen via de dienstverlener, ten voordele van de eindgebruikers. De mogelijkheid van een zeer beperkte vorm van gezamenlijke aankoop van gas voor balanceringsdoeleinden is al een eerste keer vermeld in het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof. Dat voorstel dateert echter van voor de aanvalsoorlog van de Russische Federatie tegen Oekraïne. Bovendien werd geen gedetailleerd concept opgenomen in dat voorstel, dat alleen betrekking had op de zeer specifieke behoeften van transmissiesysteembeheerders wat betreft balanceringsenergie. Aangezien er een onmiddellijke en veel uitgebreidere oplossing nodig is voor het probleem van ontbrekende structuren voor gecoördineerde gasaankoop, is het aangewezen een tijdelijke, versnelde oplossing voor te stellen.

(10)

Bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop zou derhalve de solidariteit van de Unie bij de aankoop en distributie van gas kunnen versterken. In een geest van solidariteit moet gezamenlijke aankoop voornamelijk ondernemingen ondersteunen die vroeger uitsluitend of hoofdzakelijk gas van Russische leveranciers kochten, door die ondernemingen te helpen zich bij andere aardgasleveranciers of -producenten te bevoorraden onder gunstige voorwaarden als gevolg van bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop.

(11)

Bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop moeten in de huidige noodsituatie bijdragen tot het bijvullen van de Europese gasopslaginstallaties indien de meeste daarvan na deze winter uitgeput zouden zijn. Die maatregelen moeten er bovendien toe bijdragen dat gas op meer gecoördineerde wijze en in een geest van solidariteit wordt aangekocht.

(12)

Het is derhalve noodzakelijk om dringend en op tijdelijke basis over te gaan tot snelle bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop. Er zou snel een dienstverlener kunnen worden aangesteld, zodat de vraag kan worden gebundeld. De door de Commissie gecontracteerde dienstverlener zou alleen enkele basisfuncties hebben en de procedure die hij opzet, zou alleen verplichte elementen met betrekking tot deelname aan de bundeling van de vraag bevatten, maar nog geen verplichte coördinatie van de contractuele voorwaarden of de verplichting bindende offertes voor de aankoop van gas via de dienstverlener in te dienen.

(13)

Aan aardgasbedrijven of gasverbruikende ondernemingen mag geen verplichting worden opgelegd om gas via de dienstverlener te kopen door gasleveringscontracten of memoranda van overeenstemming te sluiten met gasleveranciers of -producenten die voldoen aan de gezamenlijke vraag. Aardgasbedrijven of gasverbruikende ondernemingen worden echter sterk aangemoedigd om onderzoek te doen naar samenwerkingsvormen die verenigbaar zijn met het mededingingsrecht en om een beroep te doen op de dienstverlener om de voordelen van gezamenlijke aankoop ten volle te benutten. Er zou derhalve een mechanisme tussen de dienstverlener en de deelnemende bedrijven kunnen worden ontwikkeld waarbij de belangrijkste voorwaarden worden vastgelegd waaronder de deelnemende ondernemingen zich ertoe verbinden gas te kopen dat aan de gezamenlijke vraag voldoet.

(14)

Voor de Commissie en de lidstaten is het belangrijk dat zij een duidelijk beeld hebben van de geplande en gesloten gasleveringscontracten in de hele Unie, zodat zij kunnen beoordelen of de doelstellingen van voorzieningszekerheid en energiesolidariteit worden bereikt. Daarom moeten ondernemingen of autoriteiten van de lidstaten de Commissie en de lidstaten waarin die ondernemingen zijn gevestigd, in kennis stellen van grote geplande gasaankopen van meer dan 5 TWh/jaar. Het gaat dan met name om basisinformatie over nieuwe of verlengde contracten. De Commissie moet de mogelijkheid krijgen aanbevelingen te doen aan de aardgasbedrijven of autoriteiten van de betrokken lidstaten, met name wanneer verdere coördinatie de werking van gezamenlijke aankopen zou kunnen verbeteren of wanneer het uitschrijven van een aanbesteding voor de aankoop van gas of geplande gasaankopen negatieve gevolgen kan hebben voor de voorzieningszekerheid, de interne markt of energiesolidariteit. Het doen van een aanbeveling mag de aardgasbedrijven of de autoriteiten van de betrokken lidstaten in de tussentijd niet beletten de onderhandelingen voort te zetten.

(15)

De lidstaten moeten de Commissie helpen bij het beoordelen of de betrokken gasaankopen de voorzieningszekerheid in de Unie verbeteren en voldoen aan het beginsel van energiesolidariteit. Er moet een ad-hocstuurgroep worden opgericht met vertegenwoordigers van de lidstaten en de Commissie, die helpt bij de coördinatie van deze beoordeling.

(16)

De procedure voor het bundelen van de vraag met het oog op gezamenlijke aankoop moet worden uitgevoerd door een geschikte dienstverlener. De Commissie moet derhalve via een aanbestedingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (1) een dienstverlener contracteren die in staat is om een geschikt informatietechnologie-instrument (“IT-instrument”) te ontwikkelen en de procedure voor het bundelen van de vraag op te zetten. Om de exploitatiekosten te dekken, kan een vergoeding worden gevraagd van de deelnemers aan de gezamenlijke aankoop.

(17)

Bij de toewijzing van toegangsrechten voor levering aan ondernemingen die de vraag bundelen, moet de dienstverlener methoden toepassen die geen onderscheid maken tussen kleinere en grotere deelnemers van de vraagbundeling en die eerlijk zijn ongeacht de door individuele ondernemingen gevraagde gasvolumes. De dienstverlener moet bijvoorbeeld toegangsrechten toewijzen in verhouding tot de gasvolumes die individuele ondernemingen hebben aangegeven te kopen voor de gegeven leveringstermijn en bestemming. Dit kan relevant zijn in gevallen waarin het aanbod de vraag op de markt van de Unie onvoldoende dekt.

(18)

De bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankoop van aardgas zijn complexe processen waarbij rekening moet worden gehouden met verschillende elementen, niet alleen prijzen maar ook volumes, leveringspunten en andere parameters. Daarom moet de geselecteerde dienstverlener beschikken over de nodige ervaring met het beheren en bundelen van aankopen van aardgas of met bijbehorende diensten op Unieniveau. De bundeling van de vraag en de aankoop van aardgas zijn ook van cruciaal belang om de levering van gas te verzekeren en het beginsel van energiesolidariteit in de Unie te waarborgen.

(19)

De bescherming van commercieel gevoelige informatie is van het grootste belang wanneer informatie ter beschikking wordt gesteld aan de Commissie, de leden van de ad-hocstuurgroep of de dienstverlener die het IT-instrument voor bundeling van de vraag beheert. De Commissie moet daarom doeltreffende instrumenten toepassen om deze informatie tegen ongeoorloofde toegang en cyberbeveiligingsrisico’s te beschermen. Alle persoonsgegevens die in het kader van de bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop kunnen worden verwerkt, moeten worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (2) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (3).

(20)

Een gezamenlijke aankoop kan verschillende vormen aannemen. Hij kan worden verricht via aanbestedingen of veilingen die worden georganiseerd door de dienstverlener die de vraag van aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen bundelt, teneinde ze mogelijkerwijs af te stemmen op de offertes van aardgasleveranciers of -producenten, door middel van een IT-instrument.

(21)

Een van de doelstellingen van de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankoop is vermindering van het risico van onnodige prijsstijgingen als gevolg van biedingen op dezelfde gastranche door verschillende ondernemingen. Of gewaarborgd kan worden dat de voordelen van gezamenlijke aankoop de eindverbruikers ten volle bereiken, hangt uiteindelijk af van de beslissingen van de ondernemingen zelf. Grote ondernemingen moeten zich terughoudend opstellen, ook al kunnen zij het gas tegen hogere prijzen verkopen. Ondernemingen die door een gezamenlijke aankoop profiteren van lagere aankoopprijzen voor gas, moeten dat voordeel doorberekenen aan de consumenten. De doorberekening van lagere prijzen zou een belangrijke indicator voor het succes van gezamenlijke aankopen zijn; dat is van cruciaal belang voor consumenten.

(22)

Bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop moeten worden opengesteld voor aardgasbedrijven en in de Unie gevestigde ondernemingen die gas verbruiken. Met name industriële verbruikers die intensief gas gebruiken in hun productieprocessen, zoals producenten van meststoffen, staal, keramiek en glas, kunnen ook baat hebben bij een gezamenlijke aankoop, doordat zij daardoor hun vraag kunnen bundelen, contracten voor gas- en lng-ladingen kunnen sluiten en het aanbod naargelang van hun specifieke behoeften kunnen structureren. Bij de organisatie van de gezamenlijke aankoop moeten transparante regels gelden voor deelname aan de aankoop en ter waarborging van de openheid ervan.

(23)

Het ook openstellen van vraagbundeling en gezamenlijke aankoop voor de Westelijke Balkan en de drie geassocieerde oostelijke partnerlanden is een uitgesproken politieke doelstelling van de Unie. Daarom moeten ondernemingen die zijn gevestigd in de verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap de mogelijkheid krijgen deel te nemen aan de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankopen die bij deze verordening zijn vastgesteld, mits de nodige regelingen zijn getroffen.

(24)

De afhankelijkheid van de Unie van gas dat vanuit de Russische Federatie wordt geleverd, moet worden verminderd. Ondernemingen die onder zeggenschap staan van de Russische Federatie of een Russische natuurlijke of rechtspersoon, of ondernemingen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen die zijn vastgesteld op grond van artikel 215 VWEU, of die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van andere natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die onderworpen zijn aan dergelijke beperkende maatregelen, moeten derhalve worden uitgesloten van deelname aan gezamenlijke aankopen en van het organiseren van de procedure van gezamenlijke aankopen.

(25)

Om te voorkomen dat de doelstelling om te diversifiëren en minder afhankelijk te zijn van het uit de Russische Federatie geleverde gas in gevaar wordt gebracht door deelname aan bundeling van de vraag en gezamenlijke aankopen van ondernemingen of andere lichamen die onder zeggenschap staan van Russische natuurlijke of rechtspersonen of ondernemingen die in de Russische Federatie zijn gevestigd, moet ook deelname van deze entiteiten worden uitgesloten.

(26)

Bovendien mag aardgas uit de Russische Federatie niet onder gezamenlijke aankoop vallen. Te dien einde mag aardgas dat via bepaalde plekken de lidstaten of de verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap binnenkomt, niet gezamenlijk worden aangekocht, aangezien aardgas uit de Russische Federatie waarschijnlijk via die plekken zijn weg vindt naar de lidstaten of de verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap.

(27)

Deelnemers aan de gezamenlijke aankoop van gas kunnen financiële garanties nodig hebben als een van de ondernemingen het uiteindelijke contractvolume niet zou kunnen betalen. De lidstaten of andere belanghebbenden kunnen de deelnemers aan een gezamenlijke aankoop financiële steun verlenen, met inbegrip van garanties. Financiële steun moet worden verleend overeenkomstig de staatssteunregels van de Unie, waaronder de tijdelijke kaderregeling voor crisissteun die de Commissie op 23 maart 2022 heeft vastgesteld, en die is gewijzigd op 28 oktober 2022, indien van toepassing.

(28)

Het vullen van gasopslaginstallaties is essentieel om de voorzieningszekerheid in de Unie te waarborgen. Door de daling van de aardgastoevoer vanuit de Russische Federatie kunnen de lidstaten problemen ondervinden bij het vullen van de opslaginstallaties om de gasleveringszekerheid voor de winter van 2023/2024 te waarborgen, zoals voorgeschreven in Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de Raad (4). De lidstaten zouden die problemen kunnen verkleinen door een beroep te doen op de dienstverlener om de vraag te bundelen. Binnen de grenzen van het mededingingsrecht zou met name een gecoördineerd vul- en opslagbeheer met het oog op het volgende vulseizoen kunnen worden ondersteund, waarbij buitensporige prijspieken als gevolg van onder meer het ongecoördineerd vullen van opslagplaatsen worden vermeden.

(29)

Om te waarborgen dat gezamenlijke aankoop bijdraagt tot het vullen van gasopslaginstallaties conform de tussentijdse vuldoelstellingen van Verordening (EU) 2022/1032, moeten de lidstaten passende maatregelen treffen om te garanderen dat aardgasbedrijven en bedrijven die gas verbruiken en die onder hun jurisdictie vallen, de door de dienstverlener georganiseerde procedure als een mogelijk middel aanwenden om de vuldoelstellingen te halen.

(30)

Volgens Verordening (EU) 2022/1032 moeten de lidstaten ten laatste op 1 november 2023 hun gasopslaginstallaties voor 90 % hebben gevuld. Die vuldoelstelling ligt hoger dan die voor 1 november 2022 (80 %). Gezamenlijke aankoop kan de lidstaten helpen die nieuwe doelstelling te halen. Daarbij moeten de lidstaten van binnenlandse ondernemingen verlangen dat zij een beroep doen op de dienstverlener om de vraag tot een voldoende groot gasvolume te bundelen, zodat het risico dat hun gasopslaginstallaties niet gevuld raken, wordt verkleind. De lidstaten moeten van hun bedrijven verlangen dat zij volumes die overeenkomen met ten minste 15 % van de vuldoelstelling voor volgend jaar opnemen in de procedure voor de bundeling van de vraag, wat overeenkomt met ongeveer 13,5 miljard m3 voor de hele Unie. Lidstaten die op hun grondgebied niet over ondergrondse gasopslaginstallaties beschikken, moeten aan de procedure voor de bundeling van de vraag deelnemen met volumes die overeenkomen met 15 % van hun verplichting inzake lastenverdeling krachtens artikel 6 quater van Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad (5).

(31)

Bundeling van de vraag en gezamenlijke aankoop omvatten geen voorschriften inzake het beheer van gasopslaginstallaties, inclusief strategische gasopslaginstallaties, en laten Verordening (EU) 2017/1938 en Verordening (EU) 2022/1032onverlet.

(32)

Om de gezamenlijke aankoop doeltreffend te benutten en om gasovereenkomsten te sluiten met leveranciers die gas aan de dienstverlener aanbieden, moeten ondernemingen de mogelijkheid hebben de aankoopvoorwaarden, zoals volume, gasprijs, leveringspunten en termijnen, te coördineren binnen de grenzen van het Unierecht. Bedrijven die deel uitmaken van een consortium voor gasaankopen, moeten echter garanderen dat de direct of indirect uitgewisselde informatie beperkt blijft tot wat strikt noodzakelijk is om het nagestreefde doel te bereiken, conform artikel 101 VWEU. Bovendien moeten de bepalingen inzake transparantie en governance in deze verordening ervoor zorgen dat de contracten van het consortium voor aankopen de voorzieningszekerheid of de energiesolidariteit niet in gevaar brengen, met name als lidstaten direct of indirect bij de aankoopprocedure betrokken zijn.

(33)

Hoewel er meer dan één consortium voor gasaankopen kan worden gevormd, zou de meest effectieve optie de oprichting van één enkel consortium voor gasaankopen zijn dat zoveel mogelijk ondernemingen bevat om de vraag via de dienstverlener te bundelen en dat zo is ontworpen dat het verenigbaar is met het mededingingsrecht van de Unie. Bovendien moet de bundeling van krachten in één consortium voor gasaankopen de onderhandelingspositie van de Unie op de markt versterken en gunstige voorwaarden mogelijk maken die nauwelijks zouden kunnen worden verkregen door kleinere ondernemingen of in geval van een meer versnipperd optreden.

(34)

De oprichting en uitvoering van consortia voor gasaankopen uit hoofde van deze verordening moet geschieden conform de mededingingsregels van de Unie, zoals van toepassing in het licht van de huidige uitzonderlijke marktomstandigheden. De Commissie heeft aangegeven dat zij bereid is om ondernemingen te begeleiden bij het opzetten van een consortium voor gasaankopen en om overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (6) een besluit te nemen over de niet-toepasselijkheid van de artikelen 101 en 102 VWEU indien relevante waarborgen worden opgenomen en geëerbiedigd. De Commissie heeft ook verklaard dat zij bereid is informele richtsnoeren te verstrekken voor zover de deelnemende ondernemingen in eventuele andere consortia worden geconfronteerd met onzekerheid over de toetsing van een of meer elementen van hun gezamenlijke aankoopregeling aan de mededingingsregels van de Unie.

(35)

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaan de maatregelen met betrekking tot de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankoop niet verder dan wat nodig is om het doel ervan te bereiken, aangezien die maatregelen zullen worden uitgevoerd op vrijwillige basis, met slechts een beperkte uitzondering wat betreft de verplichte deelname aan de bundeling van de vraag voor het vullen van gasopslaginstallaties, en particuliere ondernemingen partij blijven bij de gasleveringscontracten die in het kader van de gezamenlijke aankoop worden gesloten.

(36)

Om de opnamecapaciteit van lng-installaties in de Unie en het gebruik van gasopslaginstallaties te optimaliseren, zijn betere transparantieregelingen en een georganiseerde markt nodig die de secundaire handel in gasopslagcapaciteit en capaciteit van lng-installaties vergemakkelijken, vergelijkbaar met de regelingen voor het transport van gas via pijpleidingen. Dat is vooral belangrijk in tijden van nood en als gasstromen worden verlegd van leidinggas uit de Russische Federatie naar lng. De voorstellen van de Commissie voor een richtlijn betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof en voor een verordening inzake de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof bevatten bepalingen in die zin. Frontloaden van die bepalingen als onderdeel van de crisisrespons is van cruciaal belang om lng-installaties en gasopslaginstallaties efficiënter en met de nodige transparantie te gebruiken. Wat betreft een transparantieplatform voor heel Europa, moet het voor de lidstaten mogelijk zijn de bestaande Unietransparantieplatforms voor lng-installaties en gasopslaginstallaties te gebruiken om een snelle uitvoering van deze verordening te waarborgen. Wat het secundaire boekingsplatform betreft, moeten de beheerders van lng-installaties en gasopslaginstallaties hun bestaande platforms kunnen gebruiken door deze te verrijken met de nodige functionaliteiten.

(37)

Met betrekking tot langetermijnboekingen van gastransportcapaciteit voorzien de bestaande regels voor congestiebeheer in “use-it-or-lose-it”-procedures. Die procedures zijn echter langzaam aangezien het ten minste zes maanden duurt voor er enig resultaat merkbaar is, en er zijn de zware administratieve procedures van de nationale regelgevende instanties voor nodig. Die regels moeten derhalve worden aangescherpt en vereenvoudigd om de beheerders van gassystemen instrumenten te verschaffen waarmee ze snel kunnen reageren op veranderende gasstromen en eventuele congestie kunnen aanpakken. De nieuwe regels zouden er met name voor kunnen zorgen dat ongebruikte langetermijncapaciteit die anders onbenut zou blijven, sneller op de markt wordt gebracht waardoor pijpleidingen efficiënter worden gebruikt.

(38)

De transmissiesysteembeheerders moeten de beschikbare informatie over het gebruik van het transmissienet door de netgebruikers analyseren en bepalen of er sprake is van onderbenutting van de geboekte vaste capaciteit. Een dergelijke onderbenutting moet worden gedefinieerd als de situatie waarin een netgebruiker de afgelopen 30 dagen gemiddeld minder dan 80 % van de geboekte vaste capaciteit heeft gebruikt of aangeboden op de markt. In geval van onderbenutting moet de transmissiesysteembeheerder de beschikbare capaciteit bekendmaken voor de volgende maandelijkse veiling en die vervolgens veilen. Als alternatief moeten de nationale regelgevende instanties kunnen besluiten om in plaats daarvan een “use-it-or lose-it”-mechanisme voor vaste day-aheadcapaciteit te gebruiken. In dit laatste geval moet het mechanisme van toepassing zijn op alle interconnectiepunten, ongeacht of er sprake is van congestie.

(39)

Bedrijven die gas kopen of gas leveren aan vooraf bepaalde bestemmingen via gezamenlijke aankopen, moeten de transportcapaciteit van de plaats van levering van gas tot de bestemming verzekeren. De voor de interne markt geldende regels, met inbegrip van de gasnetcodes, moeten daarbij helpen. De nationale regelgevende instanties, transmissiesysteembeheerders, beheerders van lng-installaties en gasopslaginstallaties en boekingsplatforms moeten nagaan hoe het infrastructuurgebruik op betaalbare wijze kan worden verbeterd door mogelijkheden te onderzoeken om nieuwe transportcapaciteitsproducten te ontwikkelen die interconnectiepunten, lng-installaties en gasopslaginstallaties binnen de EU met elkaar verbinden, met inachtneming van de toepasselijke internemarktregels, met name Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie (7).

(40)

De buitengewone crisisomstandigheden leiden tot veranderingen in de stromingspatronen in de Europese gasnetten, met buitengewoon hoge congestieopbrengsten op bepaalde interconnectiepunten in de Unie tot gevolg, maar in overleg met de bevoegde regelgevende instanties van de getroffen lidstaten zou er binnen de bestaande regels enige flexibiliteit kunnen worden gevonden, zo nodig met de hulp van de Commissie.

(41)

De invasie van Oekraïne door de Russische Federatie heeft voor grote onzekerheid en verstoringen op de Europese aardgasmarkten gezorgd. Die onzekerheid over de levering en de daaruit voortvloeiende marktverwachtingen hebben zich de voorbije maanden vertaald in extreem hoge en volatiele aardgasprijzen. Dat heeft op zijn beurt de marktdeelnemers extra onder druk gezet en de goede werking van de energiemarkten in de Unie ondermijnd.

(42)

Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (8) bevat regels ter waarborging van de goede werking van handelsplatforms waarop ook energiegerelateerde grondstoffenderivaten worden verhandeld. Die richtlijn bepaalt dat de lidstaten moeten eisen dat een gereglementeerde markt over mechanismen beschikt om een billijke en ordelijke werking van de financiële markten te garanderen. Dergelijke mechanismen zijn echter niet bedoeld om de dagelijkse prijsontwikkeling te beperken en zijn er niet in geslaagd perioden van uitzonderlijke volatiliteit op de markten voor gas- en elektriciteitsderivaten te voorkomen.

(43)

Gezien de moeilijkheden waarmee marktdeelnemers worden geconfronteerd op de handelsplatforms waar energiegerelateerde grondstoffenderivaten worden verhandeld en aangezien dringend moet worden gewaarborgd dat markten voor energiederivaten hun rol blijven vervullen bij het voorzien in de indekkingsbehoeften van de reële economie, is het passend van handelsplatforms waar energiegerelateerde grondstoffenderivaten worden verhandeld te verlangen dat zij tijdelijke mechanismen voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit instellen om buitensporige prijsschommelingen doeltreffender te beteugelen. Om te waarborgen dat dergelijke mechanismes van toepassing zijn op de meest relevante contracten, moeten zij van toepassing zijn op energiegerelateerde derivaten met een looptijd van maximaal twaalf maanden.

(44)

Handelsplatforms die energiegerelateerde grondstoffenderivaten aanbieden, laten vaak verschillende energiebedrijven uit alle lidstaten deelnemen. Die energiebedrijven zijn sterk afhankelijk van derivaten die op dergelijke handelsplatforms worden verhandeld om cruciale gas- en elektriciteitsleveringen in de hele Unie te verzekeren. Buitensporige prijsschommelingen op handelsplatforms waar energiegerelateerde grondstoffenderivaten worden verhandeld, hebben dus gevolgen voor de activiteiten van energiebedrijven in de hele Unie en uiteindelijk ook negatieve gevolgen voor de eindverbruikers. Daarom moet in een geest van solidariteit tussen de lidstaten worden gezorgd voor een gecoördineerde invoering en toepassing van het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit, zodat exploitanten die essentieel zijn voor de voorzieningszekerheid in alle lidstaten worden beschermd tegen grote prijsschommelingen die nadelig zijn voor de voortzetting van hun activiteiten en ook nadelig zouden zijn voor de eindverbruikers.

(45)

De mechanismes voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit moeten ervoor zorgen dat buitensporige prijsschommelingen binnen een handelsdag vermeden worden. Die mechanismes moeten gebaseerd zijn op de met regelmatige tussenpozen waargenomen marktprijs. Gezien de grote verscheidenheid aan instrumenten op de markten voor energiederivaten en de typische kenmerken van de handelsplatforms die met die instrumenten verband houden, moeten de mechanismen voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit worden aangepast aan de specifieke kenmerken van die instrumenten en markten. De handelsplatforms moeten derhalve prijslimieten opstellen waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van elk relevant energiegerelateerd grondstoffenderivaat, het liquiditeitsprofiel van de markt voor dat derivaat en zijn volatiliteitsprofiel.

(46)

Bij het bepalen van de openingsprijs met het oog op de vaststelling van de eerste referentieprijs op een handelsdag moet het handelsplatform zich baseren op de methode die het gewoonlijk toepast om de prijs te bepalen waartegen een specifiek energiegerelateerd grondstoffenderivaat aan het begin van de handelsdag voor het eerst wordt verhandeld. Bij het bepalen van de openingsprijs na een eventuele onderbreking van de handel tijdens de handelsdag dient het handelsplatform de methode toe te passen die het het meest geschikt acht om te waarborgen dat de reguliere handel wordt hervat.

(47)

Handelsplatforms moeten het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit kunnen uitvoeren door het op te nemen in hun bestaande handelsonderbrekers die reeds overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU zijn ingesteld, of als een aanvullend mechanisme daarop.

(48)

Om transparantie te waarborgen bij de werking van het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit dat zij invoeren, moeten de handelsplatforms ongeacht wanneer zij een wijziging toepassen, zonder onnodige vertraging een beschrijving van de algemene kenmerken ervan bekendmaken. Om een billijke en ordelijke handel te waarborgen, mag van de handelsplatforms echter niet worden verlangd dat zij alle technische parameters bekendmaken van het mechanisme dat zij invoeren.

(49)

Indien uit de door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) verzamelde informatie over de toepassing van het mechanisme voor de beheersing van de volatiliteit door handelsplatforms waar energiegerelateerde grondstoffenderivaten in de Unie worden verhandeld, blijkt dat het mechanisme consistenter moet worden toegepast om buitensporige prijsvolatiliteit in de Unie doelmatiger te beheersen, moet de Commissie eenvormige voorwaarden voor de toepassing van het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit vaststellen, zoals de frequentie waarmee de prijslimieten worden verlengd, of de maatregelen die moeten worden genomen als de handel die prijslimieten overschrijdt. De Commissie moet rekening kunnen houden met de specifieke kenmerken van elk energiegerelateerd grondstoffenderivaat, het liquiditeitsprofiel van de markt voor dat derivaat en het volatiliteitsprofiel ervan.

(50)

Om handelsplatforms voldoende tijd te geven om het in deze verordening gespecificeerde mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit op degelijke wijze in te voeren, moeten ze tot en met 31 januari 2023 de tijd krijgen om dat mechanisme in te stellen. Om te verzekeren dat handelsplatforms reeds vóór de invoering van het mechanisme buitensporige prijsschommelingen kunnen aanpakken, moeten ze beschikken over een voorlopig mechanisme waarmee in grote lijnen dezelfde doelstelling kan worden bereikt als met het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit.

(51)

De verplichtingen en beperkingen die door de mechanismes voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit aan handelsplatforms en handelaren worden opgelegd, gaan niet verder dan wat nodig is om energiebedrijven in staat te stellen deel te blijven nemen aan gas- en elektriciteitsmarkten en te voldoen aan hun indekkingsbehoeften, en aldus bij te dragen aan de energievoorzieningszekerheid voor eindverbruikers.

(52)

Met het oog op een efficiënte toepassing van de mechanismes voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit moeten de bevoegde autoriteiten toezicht houden op de toepassing door handelsplatforms en daarover regelmatig verslag uitbrengen aan de ESMA. Met het oog op een consistente toepassing van het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit moeten de bevoegde autoriteiten er ook voor zorgen dat verschillen in de toepassing van die mechanismes door handelsplatforms naar behoren worden gemotiveerd.

(53)

Om eventuele verschillen in de toepassing van de mechanismes voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit tussen de lidstaten aan te pakken, en op basis van de door de bevoegde autoriteiten ingediende verslagen, moet de ESMA het optreden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten coördineren en alle geconstateerde verschillen in de wijze van toepassing van het mechanisme door handelsplatforms in de verschillende rechtsgebieden van de Unie documenteren.

(54)

Gezien de ongekende daling van de aardgastoevoer vanuit de Russische Federatie en het aanhoudende risico op nog meer plotselinge verstoringen van de voorziening, wordt de Unie geconfronteerd met de dringende noodzaak om haar gasvoorziening te diversifiëren. De lng-markt voor Europa is echter nog in opkomst en de nauwkeurigheid van de prijzen op die markt is moeilijk in te schatten. Om een nauwkeurige, objectieve en betrouwbare raming van de prijs voor lng-leveringen aan de Unie te verkrijgen, moet het bij Verordening (EU) 2019/942 van het Europees Parlement en de Raad (9) opgerichte Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) alle lng-marktgegevens verzamelen die nodig zijn om een dagelijkse lng-prijsraming vast te stellen.

(55)

De prijsraming moet worden uitgevoerd op basis van alle transacties met betrekking tot lng-leveringen aan de Unie. Het ACER moet de bevoegdheid krijgen om die marktgegevens te verzamelen bij alle deelnemers die betrokken zijn bij lng-leveringen aan de Unie. Al die deelnemers moeten worden verplicht al hun lng-marktgegevens, zo goed als technologisch mogelijk is, in bijna-realtime te rapporteren aan het ACER, hetzij na het sluiten van een transactie, hetzij na het doen van een bieding of offerte om een transactie aan te gaan. De prijsraming van het ACER moet de meest volledige dataset omvatten, waaronder transactieprijzen en, vanaf 31 maart 2023, prijzen van biedingen en offertes voor lng-leveringen aan de Unie. De dagelijkse publicatie van die objectieve prijsraming en van het verschil dat is vastgesteld in vergelijking met andere referentieprijzen op de markt in de vorm van een lng-benchmark, effent de weg voor het vrijwillige gebruik ervan door marktdeelnemers als de referentieprijs in hun contracten en transacties. Zodra de lng-prijsraming en de lng-benchmark zijn vastgesteld, kunnen die ook een referentietarief worden voor derivatencontracten die worden gebruikt om de prijs van lng of het prijsverschil tussen de lng-prijs en andere gasprijzen in te dekken. Gezien de dringende noodzaak om de lng-prijsraming in te voeren, moet de eerste raming uiterlijk 13 januari 2023 worden gepubliceerd.

(56)

De huidige bevoegdheden die aan het ACER zijn verleend bij Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad (10) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 (11) (samen “Remit” genoemd), volstaan niet om een volledige en uitgebreide dataset van alle lng-leveringen in de Unie te creëren. Een dergelijke uitgebreide en volledige dataset voor dagelijkse prijsraming is echter noodzakelijk opdat de Unie, in een geest van solidariteit, haar aanbestedingsbeleid voor de internationale lng-invoer kan beheren, met name tijdens de huidige crisissituatie. Relevante gegevens en informatie over lng-contracten zijn ook nodig om de prijsontwikkelingen te monitoren en de kwaliteit van de gegevens te controleren en te waarborgen. Met dit ad-hocinstrument moet het ACER alle marktgegevens kunnen verzamelen die nodig zijn voor een uitgebreide en representatieve raming van de prijs van lng-leveringen aan de Unie.

(57)

Hoewel de vaststelling van een dagelijkse lng-prijsraming en een permanente lng-benchmark in een later stadium moet worden opgenomen in een uitgebreidere herziening van de Remit, vereist de huidige crisissituatie nu al dringende maatregelen om de ernstige problemen bij de aanvoer en nauwkeurige prijsstelling van lng-leveringen aan de Unie tijdelijk aan te pakken totdat een dergelijke herziening kan worden goedgekeurd volgens de gewone wetgevingsprocedure.

(58)

Om de prijstransparantie en planningszekerheid op de invoermarkt voor lng onmiddellijk te vergroten, moet worden gespecificeerd dat de relevante dataset informatie moet bevatten over de prijzen en de hoeveelheden van voltooide lng-transacties, prijzen en hoeveelheden van biedingen en offertes met betrekking tot lng-leveringen naar de Unie, en de prijsformule in het langetermijncontract waaruit de prijs wordt afgeleid, indien van toepassing.

(59)

Aan een rapportageverplichting onderworpen lng-marktdeelnemers moeten worden gedefinieerd als marktdeelnemers die zich bezighouden met de aankoop of verkoop van lng-ladingen die bestemd zijn voor levering in de Unie. Die lng-marktdeelnemers moeten onderworpen zijn aan de verplichtingen en verbodsbepalingen die van toepassing zijn op marktdeelnemers uit hoofde overeenkomstig de Remit.

(60)

Het ACER moet, in samenwerking met de Commissie, een breed mandaat krijgen voor het specificeren van de kwaliteit en de inhoud van de marktgegevens die het verzamelt om een dagelijkse prijsraming voor lng-leveringen in de Unie vast te stellen. Het moet ook over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikken om het gewenste transmissieprotocol te kiezen. Met het oog op de hoogst mogelijke kwaliteit van de te rapporteren marktgegevens moet het ACER de bevoegdheid krijgen om alle parameters van de aan het ACER te rapporteren marktgegevens te specificeren. Die parameters moeten betrekking hebben op, zonder beperkt te zijn tot, de referentie-eenheden waarin prijsgegevens worden gerapporteerd, de referentie-eenheden waarin hoeveelheidsgegevens worden gerapporteerd, de transactietermijnen of de bied- en laatgegevens voorafgaand aan de transactie, alsmede de transmissieprotocollen die moeten worden gebruikt om de vereiste gegevens aan het ACER door te geven.

(61)

Het ACER moet ook de methode vaststellen die het gebruikt om een dagelijkse lng-prijsraming en lng-benchmark te verstrekken, alsmede de procedure voor een periodieke evaluatie van deze methode.

(62)

De krachtens deze verordening gepubliceerde prijsraming moet de lidstaten en andere marktdeelnemers meer transparantie bieden over de gangbare prijs van in Europa ingevoerd lng. Meer prijstransparantie moet de lidstaten en in de Unie gevestigde particuliere entiteiten op hun beurt in staat stellen op een meer geïnformeerde en gecoördineerde wijze te werk te gaan bij het aankopen van lng op de wereldmarkten, met name wanneer er een beroep wordt gedaan op de dienstverlener. Door meer coördinatie bij het aankopen van lng moeten de lidstaten kunnen voorkomen dat ze elkaar overbieden of dat ze prijzen bieden die niet in overeenstemming zijn met de gangbare marktprijs. Daarom zijn de krachtens deze verordening gepubliceerde prijsramingen en benchmarkspreads van cruciaal belang met het oog op meer solidariteit tussen de lidstaten bij de aankoop van beperkte lng-leveringen.

(63)

De verplichting voor marktdeelnemers om het ACER informatie over lng-transacties te verstrekken is noodzakelijk en evenredig met het oog op de doelstelling om het ACER in staat te stellen een lng-benchmark vast te stellen, met name omdat zij in overeenstemming is met de bestaande verplichtingen van de marktdeelnemers uit hoofde van de Remit en het ACER om gevoelige bedrijfsinformatie vertrouwelijk te behandelen.

(64)

Naast de handelsonderbreker en de lng-benchmark zijn er nog andere interventies beschikbaar, zoals een tijdelijke dynamische prijscorridor, zoals verzocht in de conclusies van de Europese Raad van 20 en 21 oktober 2022, rekening houdend met de volgende waarborgen: deze moet van toepassing zijn op aardgastransacties op het door Gasunie Transport Services B.V. geëxploiteerde virtuele handelspunt Title Transfer Facility (TTF), andere gashandelshubs in de Unie moeten via een tijdelijke dynamische prijscorridor aan de gecorrigeerde TTF-spotmarktprijs kunnen worden gekoppeld, en de over-the-counter gashandel moet onverlet blijven, de gasleveringszekerheid van de Unie mag er niet door in gevaar komen, en een en ander moet afhangen van de vooruitgang die wordt geboekt met het verwezenlijken van de gasbesparingsdoelstelling, mag niet leiden tot een algehele toename van het gasverbruik, moet zodanig zijn ontworpen dat marktgebaseerde gasstromen binnen de EU er niet door verhinderd worden, moet de stabiliteit en ordelijke werking van de markten voor energiederivaten onverlet laten, en de gasmarktprijzen op de verschillende georganiseerde markten in de Unie in aanmerking nemen.

(65)

Verordening (EU) 2017/1938 biedt de lidstaten reeds de mogelijkheid om gedurende een noodsituatie de gaslevering aan bepaalde cruciale gasgestookte energiecentrales te laten prevaleren, gezien het belang van die centrales om de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening te waarborgen en onevenwichtigheden op het net te voorkomen. De cruciale gasgestookte energiecentrales en de daarmee samenhangende gasvolumes kunnen belangrijke gevolgen hebben voor de gasvolumes die beschikbaar zijn in het kader van solidariteit tijdens een noodsituatie. In dat verband moeten de lidstaten in afwijking van artikel 13, leden 1, 3 en 8, van Verordening (EU) 2017/1938 tijdelijk om solidariteitsmaatregelen in noodsituaties kunnen verzoeken, ook wanneer ze niet in staat zijn de kritieke gasvolumes veilig te stellen die nodig zijn om de voortzetting van de elektriciteitsproductie in cruciale gasgestookte energiecentrales te waarborgen. Om dezelfde reden moeten lidstaten die solidariteit verstrekken ook het recht hebben ervoor te zorgen dat bij het verstrekken van solidariteit aan een andere lidstaat leveringen aan hun door solidariteit beschermde afnemers of andere essentiële diensten, zoals stadsverwarming, en de exploitatie van hun cruciale gasgestookte energiecentrales niet in gevaar komen.

(66)

Er moet een bovengrens worden vastgesteld voor de kritieke gasvolumes die in elke lidstaat nodig zijn om de elektriciteitsvoorzieningszekerheid te waarborgen, teneinde onnodige of onrechtmatige solidariteitsverzoeken of ongerechtvaardigde beperkingen van de solidariteit aan een lidstaat in nood te voorkomen. De in de Winter Outlook van het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (“ENTSB-E”) gebruikte methode biedt een basis voor het bepalen van het kritieke gasvolume voor de elektriciteitsvoorzieningszekerheid en voor die begrenzing. De door het ENTSB-E berekende kritieke gasvolumes voor de elektriciteitsvoorzieningszekerheid weerspiegelen de gasvolumes die absoluut nodig zijn om de pan-Europese toereikendheid van elektriciteit te waarborgen met gebruikmaking van alle marktbronnen, altijd ervan uitgaande dat gas op de laatste plaats in de merit order staat. De ENTSB-E-methode is gebaseerd op een groot aantal worstcasescenario’s op het gebied van klimaat en gedwongen niet-beschikbaarheid. Het feit dat de ENTSB-E-methode geen rekening houdt met warmte-krachtkoppeling, belet de lidstaten niet om installaties voor stadsverwarming van beschermde afnemers te beschouwen als beschermd overeenkomstig de definitie in Verordening (EU) 2017/1938. Voor lidstaten zonder aanzienlijke opslagcapaciteit die voor hun elektriciteitsopwekking uitsluitend afhankelijk zijn van lng-leveringen, moeten de kritieke gasvolumes voor de elektriciteitsvoorzieningszekerheid dienovereenkomstig worden aangepast. Het kritieke gasvolume voor de elektriciteitsvoorzieningszekerheid kan lager zijn dan het historische niveau van het gas dat wordt verbruikt voor elektriciteitsopwekking, aangezien de toereikendheid van elektriciteit op andere manieren kan worden gerealiseerd, onder meer door leveringen tussen de lidstaten.

(67)

Dit sluit echter niet uit dat de feitelijke minimumgasvolumes die worden verlangd door een lidstaat die om solidariteit verzoekt of door een solidariteit verstrekkende lidstaat hoger kunnen zijn dan de door het ENTSB-E gemodelleerde waarden om een elektriciteitscrisis te voorkomen. In dergelijke gevallen moet de om solidariteit verzoekende lidstaat of de solidariteit verstrekkende lidstaat de in deze verordening vastgestelde maximumwaarden kunnen overschrijden mits hij kan rechtvaardigen dat dit noodzakelijk is om een elektriciteitscrisis te voorkomen, zoals gevallen waarin een beroep moet worden gedaan op frequentieherstelreserves en alternatieve brandstoffen, of in uitzonderlijke scenario’s waarmee in de Winter Outlook van het ENTSB-E geen rekening is gehouden, met name vanwege de hydrologische niveaus of onverwachte ontwikkelingen. Een kritiek gasvolume voor de elektriciteitsvoorzieningszekerheid omvat per definitie al het gas dat nodig is om een stabiele elektriciteitsvoorziening te waarborgen, en omvat derhalve de elektriciteit die nodig is voor zowel de productie en het transport van gas, als cruciale sectoren van kritieke infrastructuur en installaties die van cruciaal belang zijn voor de werking van militaire, nationale veiligheids- en humanitaire hulpdiensten.

(68)

De door de uitbreiding van de solidariteitsbescherming tot kritieke gasvolumes aan de marktdeelnemers opgelegde beperkingen zijn noodzakelijk om de gasvoorzieningszekerheid te waarborgen in een situatie van verminderde gaslevering en een toegenomen vraag tijdens het winterseizoen. Die beperkingen zijn gebaseerd op bestaande maatregelen in respectievelijk Verordening (EU) 2017/1938 en Verordening (EU) 2022/1369 (12) en zijn erop gericht die maatregelen in de huidige omstandigheden doeltreffender te maken.

(69)

Deze verordening doet geen afbreuk aan de vrijheid van de lidstaten om rekening te houden met de mogelijk langdurige schade aan industriële installaties bij het prioriteren van de vraag die moet worden verminderd of ingeperkt om solidariteit te kunnen bieden aan een andere lidstaat.

(70)

Bepaalde afnemers, waaronder huishoudens en afnemers die essentiële sociale diensten verlenen, zijn bijzonder gevoelig voor de negatieve effecten van verstoringen van de gaslevering. Daarom is bij Verordening (EU) 2017/1938 een solidariteitsmechanisme tussen de lidstaten ingesteld om de gevolgen van een ernstige noodsituatie binnen de Unie te beperken en de gastoevoer naar door solidariteit beschermde afnemers te waarborgen. In bepaalde gevallen zou ook het verbruik van gas door beschermde afnemers als niet-essentieel kunnen worden beschouwd. De beperking van dit soort verbruik dat de behoeften duidelijk overschrijdt, zou de doelstellingen van Verordening (EU) 2017/1938 niet ondermijnen, met name omdat gastekorten als gevolg van verbruik voor niet-essentiële doeleinden tot ernstige schade in andere particuliere of commerciële sectoren zouden kunnen leiden. De lidstaten moeten daarom de mogelijkheid hebben ook gasbesparingen te realiseren door het niet-essentiële verbruik van beschermde afnemers in specifieke omstandigheden te beperken, voor zover het daadwerkelijk haalbaar is om dat te beperken zonder gevolgen voor het essentiële verbruik. Beperkingsmaatregelen van de lidstaten moeten echter strikt beperkt blijven tot niet-essentieel verbruik en mogen in geen geval het basisverbruik van beschermde afnemers beperken noch hen verhinderen om hun woning adequaat te verwarmen.

(71)

De lidstaten en hun bevoegde autoriteiten moeten vrij kunnen bepalen welke beperkingsmaatregelen van toepassing zijn en welke activiteiten overeenkomen met niet-essentieel verbruik, zoals verwarming buitenshuis, verwarming van particuliere zwembaden en andere aanvullende particuliere faciliteiten. Dankzij de mogelijkheid om niet-essentieel verbruik te beperken, moeten de lidstaten de waarborgen kunnen versterken en ervoor kunnen zorgen dat gas wordt geleverd aan andere essentiële sectoren, diensten en industrieën, zodat deze hun activiteiten tijdens een crisis kunnen voortzetten.

(72)

Elke maatregel om het niet-essentiële verbruik van beschermde afnemers te beperken, moet noodzakelijk en evenredig zijn, en moet met name van toepassing zijn in situaties waarin een crisis is afgekondigd op grond van artikel 11, lid 1, en artikel 12 van Verordening (EU) 2017/1938 of waarin een Unie-alarm is afgekondigd op grond van Verordening (EU) 2022/1369. Ondanks de toepassing van maatregelen tot beperking van niet-essentieel verbruik moeten beschermde afnemers bescherming blijven genieten tegen afsluiting. De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat dergelijke maatregelen geen beperking inhouden van de bescherming die vereist is voor kwetsbare afnemers van wie het huidige verbruik als essentieel moet worden beschouwd onverminderd de onderbreking van leveringen om technische redenen.

(73)

Het staat de lidstaten vrij te beslissen of en hoe zij een onderscheid maken tussen essentieel en niet-essentieel verbruik door beschermde afnemers. Een lidstaat die om solidariteitsmaatregelen verzoekt en die besluit dit onderscheid niet te maken, mag niet worden verplicht om vóór het solidariteitsverzoek aan te tonen dat het niet-essentiële verbruik verminderd kan worden. Een solidariteit verstrekkende lidstaat mag niet worden verplicht een onderscheid te maken tussen essentiële en niet-essentiële afnemers om het voor de solidariteitsmaatregelen beschikbare gasvolume te bepalen.

(74)

In noodgevallen moeten de lidstaten en de Unie de gasstromen binnen de interne markt veiligstellen. Dit betekent dat maatregelen op nationaal niveau geen aanleiding mogen geven tot problemen met de voorzieningszekerheid in een andere lidstaat en dat de toegang tot grensoverschrijdende infrastructuur te allen tijde veilig en technisch mogelijk moet blijven. Het huidige wetgevingskader voorziet niet in een procedure voor het doeltreffend oplossen van conflicten tussen twee lidstaten over maatregelen die een negatieve invloed hebben op grensoverschrijdende stromen. Aangezien de gas- en elektriciteitsnetten van de Unie onderling verbonden zijn, zou dit niet alleen tot ernstige problemen op het gebied van de voorzieningszekerheid kunnen leiden, maar ook de eenheid van de Unie ten aanzien van derde landen kunnen verzwakken. In afwijking van artikel 12, lid 6, van Verordening (EU) 2017/1938 moet de Commissie daarom de bevoegdheid worden verleend om de nationale maatregelen te evalueren en zo nodig binnen een redelijke termijn tot arbitrage over te gaan. Daartoe moet de Commissie om wijziging van dergelijke nationale maatregelen kunnen verzoeken wanneer zij bedreigingen voor de gasvoorzieningszekerheid van andere lidstaten of de Unie constateert. Gezien de uitzonderlijke aard van de huidige energiecrisis moet het besluit van de Commissie worden nageleefd zonder vertraging die de gasvoorziening van de Unie zou kunnen belemmeren. Daarom moeten bemiddelingsprocedures voor de periode waarin deze verordening van toepassing is, worden opgeschort om de werking van de interne markt veilig te stellen.

(75)

Het beginsel van energiesolidariteit is een algemeen beginsel van het Unierecht (13) dat geldt voor alle lidstaten, en niet alleen voor aangrenzende lidstaten. Bovendien is efficiënt gebruik van de bestaande infrastructuur, met inbegrip van grensoverschrijdende transmissiecapaciteit en lng-installaties, belangrijk om de gasvoorzieningszekerheid in een geest van solidariteit veilig te stellen. In tijden waarin de gasvoorziening op Unie-, regionaal of nationaal niveau is verstoord en er in aanzienlijke mate wordt overgeschakeld van pijpleidinggas via naar lng, moeten lidstaten in een ernstige crisissituatie niet alleen kunnen profiteren van leveringsmogelijkheden via naburige pijpleidingen, maar ook van leveringen uit landen die over een lng-installatie beschikken. Sommige lidstaten moeten in staat zijn solidariteit te verstrekken aan andere lidstaten, ook al zijn ze niet rechtstreeks verbonden via een gaspijpleiding of via een derde land of andere lidstaten, op voorwaarde dat de om solidariteit verzoekende lidstaat alle marktgebaseerde maatregelen in zijn noodplan heeft uitgeput, met inbegrip van lng-aankopen op de wereldmarkt. Daarom moet de solidariteitsverplichting worden uitgebreid tot niet-verbonden lidstaten met lng-installaties, en moet bij het opleggen van verplichtingen aan exploitanten rekening worden gehouden met de verschillen tussen de markten en infrastructuur voor leidinggas en lng, met inbegrip van lng-vaartuigen en -tankers, en met een gebrek aan handhavingsbevoegdheden met betrekking tot lng-activa zoals lng-tankers, en moet worden voorzien in mogelijkheden om te schakelen tussen aardgas en lng wanneer er op het grondgebied van een solidariteit verstrekkende lidstaat geen installatie voor het vloeibaar maken van gas aanwezig is.

(76)

Een lidstaat met lng-faciliteiten mag, wanneer hij solidariteit verstrekt aan een andere lidstaat, niet verantwoordelijk worden gesteld voor knelpunten of andere mogelijke problemen die zich kunnen voordoen buiten zijn eigen grondgebied, of het gevolg zijn van een gebrek aan handhavingsbevoegdheden met betrekking tot lng-vaartuigen en -tankers die eigendom zijn van een exploitant van een derde land, wanneer dergelijke knelpunten of andere problemen invloed kunnen hebben op de werkelijke gasstroom en uiteindelijk kunnen verhinderen dat het benodigde gasvolume de om solidariteit verzoekende lidstaat bereikt. Als de solidariteit verstrekkende lidstaat geen handhavingsbevoegdheden heeft, mag hij niet aansprakelijk worden gesteld voor het niet omruilen van een LNG-lading voor aardgas.

(77)

Voor de toepassing van het beginsel van energiesolidariteit is bij Verordening (EU) 2017/1938 een solidariteitsmechanisme ingevoerd dat de samenwerking en het vertrouwen tussen de lidstaten in geval van een ernstige crisis moet versterken. Om de uitvoering van het solidariteitsmechanisme te vergemakkelijken, zijn de lidstaten krachtens artikel 13, lid 10, van Verordening (EU) 2017/1938 verplicht overeenstemming bereiken over een aantal technische, juridische en financiële aspecten in hun bilaterale regelingen.

(78)

Ondanks een wettelijke verplichting om uiterlijk op 1 december 2018 bilaterale solidariteitsregelingen te sluiten, zijn slechts enkele van dergelijke regelingen afgerond, waardoor de uitvoering van de wettelijke verplichting om in noodsituaties solidariteitssteun te verlenen, in gevaar komt. Het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de interne markten voor hernieuwbare gassen, aardgas en waterstof bevatte een eerste model voor een solidariteitsovereenkomst. Aangezien dat model echter is ontwikkeld vóór de invasie van Oekraïne door de Russische Federatie, is het, gelet op de huidige situatie van extreme gasschaarste en exploderende prijzen en de dringende noodzaak om reeds voor de komende winter over tijdelijke standaardregels te beschikken, passend om een tijdelijk kader van standaardregels te creëren voor het verstrekken van de vereiste solidariteitsmaatregelen in afwijking van artikel 13, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2017/1938 die doeltreffend en snel uitvoerbaar zijn, die niet afhankelijk zijn van lange bilaterale onderhandelingen en die zijn aangepast aan de huidige situatie van buitensporige prijzen en sterk schommelende gasprijzen. Er moeten met name duidelijkere standaardregels worden ingevoerd voor de compensatie van de kosten van het geleverde gas en, vanuit solidariteit tussen de lidstaten, voor de beperking van potentiële extra kosten die de solidariteit verstrekkende lidstaat eventueel in rekening brengt. De regels inzake solidariteitsmaatregelen uit hoofde van artikel 13 van Verordening (EU) 2017/1938 moeten van toepassing blijven, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

(79)

De solidariteit moet in beginsel worden verstrekt op basis van een billijke compensatie die rechtstreeks door de om solidariteit verzoekende lidstaat of zijn gedelegeerde entiteiten wordt betaald. De compensatie moet de gasprijs, de werkelijke/potentiële opslagkosten, het grensoverschrijdend transport of de daaraan verbonden kosten dekken. De compensatie moet billijk zijn, zowel voor de om solidariteit verzoekende als voor de solidariteit verstrekkende lidstaten.

(80)

De huidige crisis leidt tot prijsniveaus en regelmatige prijspieken die veel verder gaan dan de situatie van een mogelijke voorzieningscrisis ten tijde van de vaststelling van Verordening (EU) 2017/1938. Bij het bepalen van het compensatiebedrag voor solidariteit verstrekkende lidstaten moet daarom rekening worden gehouden met de dagelijkse prijsvolatiliteit die de gasmarkt momenteel kenmerkt als gevolg van de bestaande gascrisis. Op basis van solidariteit en om te vermijden dat de prijs wordt bepaald in extreme marktomstandigheden, zou het problematisch zijn om de standaardprijs van de solidariteitsmaatregel te baseren op de schommelende dagelijkse marktprijs. De gasprijs moet de gemiddelde day-aheadmarktprijs van de dag voorafgaand aan het solidariteitsverzoek in de solidariteit verstrekkende lidstaat weerspiegelen. Daarmee rekening houdend is de compensatie nog steeds gebaseerd op de “marktprijs”, zoals bepaald in Aanbeveling (EU) 2018/177 van de Commissie (14). De gemiddelde day-aheadmarktprijs wordt minder beïnvloed door de volatiliteit en de zeer hoge spotmarktprijzen in crisissituaties, en beperkt als zodanig mogelijke averechtse prikkels.

(81)

Zoals benadrukt in Aanbeveling (EU) 2018/177, kunnen de kosten van de schade die is geleden door de ondernemingen waaraan beperkingen zijn opgelegd, alleen worden gedekt door compensatie indien ze niet zijn verrekend in de gasprijs die moet worden betaald door de om solidariteit verzoekende lidstaat, en de lidstaat zou niet tweemaal compensatie moeten betalen voor dezelfde kosten. Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden met ongekend hoge gasprijzen mag een solidariteit ontvangende lidstaat niet automatisch worden verplicht andere kosten die in de solidariteit verstrekkende lidstaat ontstaan, zoals schadevergoedingen of kosten van gerechtelijke procedures, volledig te dekken, tenzij in een solidariteitsovereenkomst anders is overeengekomen. De ervaring heeft geleerd dat de verplichting voor de ontvangende lidstaat om het volledige financiële risico te dragen voor alle directe of indirecte compensatiekosten die kunnen voortvloeien uit de verstrekking van solidariteitsmaatregelen, een belangrijke belemmering vormt voor het sluiten van solidariteitsovereenkomsten. De onbeperkte aansprakelijkheid moet daarom worden verminderd in de standaardregels voor solidariteitsovereenkomsten, zodat de nog uitstaande overeenkomsten zo spoedig mogelijk kunnen worden gesloten, aangezien die overeenkomsten een hoeksteen vormen van Verordening (EU) 2017/1938 en het beginsel van energiesolidariteit van de Unie weerspiegelen. Voor zover de compensatie van indirecte kosten niet meer dan 100 % van de gasprijs bedraagt, gerechtvaardigd is en niet door de gasprijs wordt gedekt, moeten die kosten door de ontvangende lidstaat worden gedekt.

Bedragen de gevraagde kosten echter meer dan 100 % van de gasprijs, dan moet de Commissie na raadpleging van de relevante bevoegde autoriteiten een billijke kostencompensatie vaststellen en derhalve de mogelijkheid hebben na te gaan of de beperking van de kostencompensatie passend is. De Commissie moet daarom in individuele gevallen een andere compensatie dan in Verordening (EU) 2017/1938 kunnen toelaten, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van de zaak, inclusief maatregelen om gas te besparen en de vraag naar gas te verminderen, en het beginsel van energiesolidariteit. Bij de beoordeling moet de Commissie de nodige aandacht besteden aan het vermijden van buitensporige indirecte kosten als gevolg van beperking of loskoppeling van afnemers van gas.

(82)

De regels van deze verordening met betrekking tot de betaling van compensatie voor solidariteitsmaatregelen tussen lidstaten laten de beginselen van schadevergoeding uit hoofde van het nationale constitutionele recht onverlet.

(83)

Het sluiten van solidariteitsregelingen met naburige lidstaten, zoals vereist krachtens artikel 13, lid 10, van Verordening (EU) 2017/1938, is het geschiktste instrument om uitvoering te geven aan de verplichting om solidariteitsmaatregelen te treffen krachtens artikel 13, leden 1 en 2, van die verordening. Het moet de lidstaten derhalve worden toegestaan af te wijken van de in deze verordening vastgestelde standaardregels voor compensatie, indien zij in een solidariteitsovereenkomst andere regels overeenkomen. De lidstaten moeten met name de mogelijkheid behouden om bilateraal aanvullende compensatie overeen te komen ter dekking van andere kosten, zoals de volledige kosten die voortvloeien uit een verplichting om compensatie te betalen in de solidariteit verstrekkende lidstaat, ook voor de schade die is geleden door ondernemingen waaraan beperkingen zijn opgelegd. In bilaterale solidariteitsovereenkomsten kunnen dergelijke kosten worden opgenomen in de compensatie indien het nationale rechtskader voorziet in de verplichting om een schadevergoeding te betalen aan de ondernemingen waaraan beperkingen zijn opgelegd, met inbegrip van compensatie voor de economische schade, bovenop de gasprijs.

(84)

Als een laatste redmiddel mag het standaardsolidariteitsmechanisme alleen in werking worden gesteld door een om solidariteit verzoekende lidstaat indien de markt niet in staat is de benodigde gasvolumes aan te bieden, met inbegrip van lng en de volumes die op vrijwillige basis worden aangeboden door niet-beschermde afnemers, om te voldoen aan de vraag van de door solidariteit beschermde afnemers. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1938 zijn de lidstaten verplicht alle maatregelen in hun noodplan te hebben uitgeput, met inbegrip van de gedwongen beperkingen tot op het niveau van de door solidariteit beschermde afnemers.

(85)

Gezien het dringende karakter en de gevolgen van een mogelijke activering van het solidariteitsmechanisme moet nauw worden samengewerkt tussen de betrokken lidstaten, de Commissie en de bevoegde crisismanagers die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt g), van Verordening (EU) 2017/1938. Het verzoek moet daarom tijdig aan alle partijen worden meegedeeld en een minimumaantal elementen bevatten dat de solidariteit verstrekkende lidstaten in staat stelt onverwijld te reageren. Het antwoord van de solidariteit verstrekkende lidstaat moet informatie bevatten over gasvolume dat aan de om solidariteit verzoekende lidstaat kan worden geleverd, met inbegrip van de volumes die kunnen worden vrijgemaakt wanneer niet-marktgebaseerde maatregelen worden toegepast. De lidstaten kunnen aanvullende technische en coördinatieregelingen overeenkomen die een tijdige reactie op een solidariteitsverzoek vergemakkelijken. Bij het verstrekken van solidariteit moeten de lidstaten en hun bevoegde autoriteiten de operationele veiligheid en betrouwbaarheid van het netwerk waarborgen.

(86)

De om solidariteit verzoekende lidstaat moet solidariteit van meerdere lidstaten kunnen ontvangen. Het standaardsolidariteitsmechanisme mag alleen in werking worden gesteld wanneer de solidariteit verstrekkende lidstaat geen bilaterale regeling met de om solidariteit verzoekende lidstaat heeft gesloten. In geval van een bilaterale regeling tussen de om solidariteit verzoekende en de solidariteit verstrekkende lidstaat moet die regeling prevaleren en tussen hen van toepassing zijn.

(87)

De Commissie moet de toepassing van het standaardsolidariteitsmechanisme kunnen monitoren en, indien dat nodig wordt geacht, de matching van verzoeken om solidariteit kunnen vergemakkelijken. Daartoe moet de Commissie voorzien in een interactief platform, dat als model moet dienen en het mogelijk moet maken voortdurend en in real time verzoeken om solidariteit in te dienen en deze te koppelen aan de respectieve beschikbare volumes.

(88)

De lidstaten en de verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap kunnen voor de toepassing van solidariteitsmaatregelen ook vrijwillige regelingen sluiten.

(89)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (15).

(90)

Daar de doelstelling van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijk, maar beter op Unieniveau kan worden verwezenlijk, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening worden tijdelijke regels vastgesteld voor:

a)

het versneld opzetten van een dienst voor het bundelen van de vraag en gezamenlijk aankopen van gas door in de Unie gevestigde ondernemingen;

b)

secundaireboekings- en transparantieplatforms voor lng-installaties en voor gasopslaginstallaties, en

c)

congestiebeheer in gastransmissienetten.

2.   Bij deze verordening worden tijdelijke mechanismen ingevoerd om de burgers en de economie te beschermen tegen buitensporig hoge prijzen, door middel van een tijdelijk mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit in het geval van buitensporige prijsbewegingen en een door het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) te ontwikkelen ad-hocbenchmark voor lng.

3.   Bij deze verordening worden tijdelijke maatregelen vastgesteld om in geval van een gasnoodsituatie het gas eerlijk over de grenzen heen te verdelen, gasleveringen voor de meest cruciale afnemers veilig te stellen en grensoverschrijdende solidariteitsmaatregelen te waarborgen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

1)

“aardgasbedrijf”: natuurlijke persoon of rechtspersoon die ten minste een van de volgende functies vervult: productie, transmissie, distributie, levering, aankoop of opslag van aardgas, met inbegrip van vloeibaar aardgas (lng), en die verantwoordelijk is voor de met deze functies verband houdende commerciële, technische of onderhoudswerkzaamheden, maar die geen eindafnemer is;

2)

“lng-installatie”: terminal die wordt gebruikt voor het vloeibaar maken van aardgas of de invoer, de verlading en de hervergassing van lng, met inbegrip van ondersteunende diensten en installaties voor tijdelijke opslag die nodig zijn voor de hervergassing en de daaropvolgende doorlevering aan het transmissiesysteem, met uitsluiting van alle gedeelten van de lng-terminals die voor opslag worden gebruikt;

3)

“gasopslaginstallatie”: installatie die wordt gebruikt voor de opslag van aardgas en die eigendom is van of geëxploiteerd wordt door een aardgasbedrijf, met inbegrip van het gedeelte van lng-installaties dat voor opslag wordt gebruikt, maar met uitzondering van het gedeelte dat in gebruik is voor productiedoeleinden en met uitzondering van installaties die uitsluitend ten dienste staan van transmissiesysteembeheerders bij de uitoefening van hun functies;

4)

“dienstverlener”: een in de Unie gevestigde onderneming die door de Commissie via een aanbestedingsprocedure overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 is gecontracteerd om de gezamenlijke aankoop te organiseren en de in artikel 7 van deze verordening vastgestelde opgesomde taken te vervullen;

5)

“IT-instrument”: een IT-instrument aan de hand waarvan de dienstverlener optreedt door de vraag van aardgasbedrijven en ondernemingen die gas verbruiken, te bundelen en offertes van aardgasleveranciers of -producenten aan te vragen om aan die gebundelde vraag tegemoet te komen;

6)

“handel in lng”: biedingen, aanbiedingen of transacties voor de aankoop of verkoop van lng:

a)

die levering in de Unie specificeren, of

b)

die leiden tot levering in de Unie, of

c)

waarbij één tegenpartij het lng in een terminal in de Unie hervergast;

7)

“lng-marktgegevens”: registraties van biedingen, aanbiedingen of transacties voor de handel in lng met de bijbehorende informatie als gespecificeerd in artikel 21, lid 1;

8)

“lng-marktdeelnemer”: elke natuurlijke of rechtspersoon, ongeacht de plaats van oprichting of woonplaats, die zich bezighoudt met de handel in lng;

9)

“lng-prijsraming”: de bepaling van een dagelijkse referentieprijs voor de handel in lng volgens een door het ACER vast te stellen methode;

10)

“lng-benchmark”: de bepaling van een spread tussen de dagelijkse lng-prijsraming en de dagelijkse afwikkelingsprijs voor het TTF Gas Futures front month-contract die ICE Endex Markets B.V. dagelijks vaststelt;

11)

“handelsplatform”: een van de volgende begrippen:

a)

“gereglementeerde markt” zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 21, van Richtlijn 2014/65/EU;

b)

“multilaterale handelsfaciliteit” zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 22, van Richtlijn 2014/65/EU;

c)

“georganiseerde handelsfaciliteit” zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 23, van Richtlijn 2014/65/EU;

12)

“energiegerelateerd grondstoffenderivaat”: een grondstoffenderivaat, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 30, van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (16), dat op een handelsplatform wordt verhandeld met als onderliggende waarde elektriciteit of gas en waarvan de looptijd niet langer is dan twaalf maanden;

13)

“bevoegde autoriteit”: tenzij anders bepaald, een bevoegde autoriteit zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 26, van Richtlijn 2014/65/EU;

14)

“kritiek gasvolume voor de elektriciteitsvoorzieningszekerheid”: het maximale gasverbruik dat in de elektriciteitssector nodig is om de toereikendheid te waarborgen in een worstcasescenario als gesimuleerd in de wintertoereikendheidsbeoordeling op grond van artikel 9 van Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad (17);

15)

“beschermde afnemer”: een beschermde afnemer zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5), van Verordening (EU) 2017/1938;

16)

“door solidariteit beschermde afnemer”: een door solidariteit beschermde afnemer zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 6), van Verordening (EU) 2017/1938.

HOOFDSTUK II

BETERE COÖRDINATIE VAN GASAANKOPEN

AFDELING 1

Coördinatie van gasaankopen in de Unie

Artikel 3

Transparantie en informatie-uitwisseling

1.   In de Unie gevestigde aardgasbedrijven of gasverbruikende ondernemingen of autoriteiten van de lidstaten die voornemens zijn een aanbesteding uit te schrijven voor de aankoop van gas of de onderhandelingen te openen met aardgasproducenten of -leveranciers van derde landen over de aankoop van gas met een volume van meer dan 5 TWh/jaar, stellen uitsluitend ter wille van een betere coördinatie de Commissie en, indien van toepassing, de lidstaat waarin die ondernemingen gevestigd zijn in kennis van de sluiting van een gasleveringscontract of memorandum van overeenstemming of van de uitschrijving van een aanbesteding voor de aankoop van gas.

De in de eerste alinea bedoelde kennisgeving wordt minstens zes weken voor de voorgenomen sluiting of uitschrijving gedaan, of binnen een kortere termijn voor zover de onderhandelingen korter voor de datum van ondertekening van het contract worden geopend, maar wel uiterlijk twee weken op voorhand. Deze kennisgeving bevat uitsluitend de volgende basisinformatie:

a)

de identiteit van de contractpartner of -partners of het voorwerp van de aanbesteding voor de aankoop van gas;

b)

de betrokken volumes;

c)

de betrokken data, en

d)

in voorkomend geval, de dienstverlener die deze aankopen of aanbestedingen namens een lidstaat organiseert.

2.   Indien de Commissie van oordeel is dat verdere coördinatie met betrekking tot het uitschrijven van een aanbesteding voor de aankoop van gas of geplande gasaankopen van in de Unie gevestigde aardgasbedrijven of gasverbruikende ondernemingen of van autoriteiten van de lidstaten de werking van gezamenlijke aankopen zouden kunnen verbeteren of dat het uitschrijven van een aanbesteding voor de aankoop van gas of geplande gasaankopen negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor de interne markt, de voorzieningszekerheid of de energiesolidariteit, kan de Commissie de in de Unie gevestigde aardgasbedrijven of gasverbruikende ondernemingen of de autoriteiten van de lidstaten aanbevelen passende maatregelen te overwegen. In dat geval stelt de Commissie, indien van toepassing, de lidstaat waar de onderneming is gevestigd daarvan in kennis.

3.   Voordat de Commissie een in lid 2 bedoelde aanbeveling doet, brengt zij de in artikel 4 bedoelde ad-hocstuurgroep daarvan op de hoogte.

4.   Een entiteit die overeenkomstig de lid 1 informatie verstrekt aan de Commissie, mag aangeven of er een gedeelte van de informatie, commerciële of andere, waarvan de bekendmaking schade zou toebrengen aan de activiteiten van de betrokken partijen, vertrouwelijk behandeld moet worden en of de verstrekte informatie gedeeld kan worden met andere lidstaten.

5.   Verzoeken om vertrouwelijke behandeling in het kader van dit artikel houden geen beperking in van de toegang van de Commissie zelf tot vertrouwelijke informatie. De Commissie garandeert dat de toegang tot vertrouwelijke informatie strikt beperkt blijft tot de Commissiediensten die absoluut over deze informatie moeten kunnen beschikken. De vertegenwoordigers van de Commissie behandelen dergelijke informatie met de nodige vertrouwelijkheid.

6.   Onverminderd artikel 346 VWEU wordt vertrouwelijke informatie alleen met de Commissie en andere bevoegde autoriteiten uitgewisseld wanneer zulks noodzakelijk is voor de toepassing van deze verordening. De uitgewisselde informatie wordt beperkt tot hetgeen relevant is voor en evenredig is met het doel van die uitwisseling. Bij een dergelijke uitwisseling van informatie wordt de vertrouwelijkheid van die informatie gewaarborgd, worden de veiligheids- en de commerciële belangen van de onder deze verordening vallende entiteiten beschermd en wordt gebruikgemaakt van doeltreffende instrumenten om de gegevens fysiek te beschermen. Alle servers en gegevens bevinden zich fysiek en worden opgeslagen op het grondgebied van de Unie.

Artikel 4

Ad-hocstuurgroep

1.   Er wordt een ad-hocstuurgroep opgericht om de coördinatie van de vraagbundeling en gezamenlijke aankopen te vergemakkelijken.

2.   De Commissie richt de ad-hocstuurgroep op binnen zes weken na de inwerkingtreding van deze verordening. De groep wordt samengesteld uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat en van de Commissie. De vertegenwoordigers van de verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap kunnen op uitnodiging van de Commissie aan de ad-hocstuurgroep deelnemen voor aangelegenheden van wederzijds belang. De ad-hocstuurgroep wordt voorgezeten door de Commissie.

3.   De ad-hocstuurgroep stelt binnen een maand na haar oprichting met gekwalificeerde meerderheid van stemmen zijn reglement van orde vast.

4.   De Commissie raadpleegt de ad-hocstuurgroep over de op grond van artikel 3, lid 2, door de Commissie verstrekte ontwerpaanbeveling, met name met betrekking tot de vraag of de betrokken gasaankopen of een aanbesteding voor de aankoop van gas de voorzieningszekerheid in de Unie vergroten en verenigbaar zijn met het beginsel van energiesolidariteit.

5.   De Commissie stelt de ad-hocstuurgroep in kennis van de gevolgen van de deelname van de ondernemingen aan de door de dienstverlener georganiseerde gezamenlijke aankoop voor de voorzieningszekerheid in de Unie en de energiesolidariteit, indien van toepassing.

6.   Wanneer vertrouwelijke informatie aan hen wordt toegezonden overeenkomstig artikel 3, lid 6, behandelen de leden van de ad-hocstuurgroep dergelijke informatie met de nodige vertrouwelijkheid. De uitgewisselde informatie wordt beperkt tot de informatie die relevant is voor en evenredig is met het doel van die uitwisseling.

AFDELING 2

Bundeling van de vraag en gezamenlijke aankopen

Artikel 5

Tijdelijk dienstencontract met een dienstverlener

1.   In afwijking van artikel 176 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 sluit de Commissie via een aanbestedingsprocedure op grond van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 een contract met een in de Unie gevestigde entiteit, die als dienstverlener optreedt om de in artikel 7 van deze verordening genoemde taken uit te voeren.

2.   Het dienstencontract met de geselecteerde dienstverlener bepaalt de eigendom van de door de dienstverlener verkregen informatie en voorziet in de eventuele overdracht van die informatie aan de Commissie bij de beëindiging of afloop van het dienstencontract.

3.   De Commissie stelt in het dienstencontract de praktische aspecten vast inzake de activiteiten van de dienstverlener, waaronder het gebruik van het IT-instrument, de beveiligingsmaatregelen, de valuta of valuta’s, de betalingsregeling en de aansprakelijkheid.

4.   Het dienstencontract met de dienstverlener doet geen afbreuk aan het recht van de Commissie om controles en audits van die contractant te verrichten. Daartoe krijgt de Commissie volledige toegang tot de informatie waarover de dienstverlener beschikt.

5.   De Commissie kan de dienstverlener verzoeken alle informatie te verstrekken die nodig is voor de uitvoering van de in artikel 7 vastgestelde taken en om haar in staat te stellen na te gaan of de aardgasbedrijven en gasverbruikende bedrijven hun verplichtingen uit hoofde van artikel 10.

Artikel 6

Criteria voor de selectie van de dienstverlener

1.   De dienstverlener wordt door de Commissie geselecteerd op basis van de volgende toelatingscriteria:

a)

de dienstverlener is gevestigd en heeft zijn operationele zetel op het grondgebied van een lidstaat;

b)

de dienstverlener heeft ervaring met grensoverschrijdende transacties;

c)

de dienstverlener mag niet:

i)

het voorwerp uitmaken van door de Unie krachtens artikel 215 VWEU vastgestelde beperkende maatregelen, met name beperkende maatregelen die de Unie heeft vastgesteld naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, of met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen;

ii)

direct of indirect eigendom zijn of onder zeggenschap staan van, of handelen namens of onder leiding van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen waarop beperkende maatregelen van de Unie van toepassing zijn, of

iii)

direct of indirect eigendom zijn of onder zeggenschap staan van, of handelen namens of onder leiding van de Russische Federatie of haar regering of van een Russische natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam met zetel in Rusland.

2.   Onverminderd andere zorgvuldigheidsverplichtingen, worden contractuele verplichtingen tussen de Commissie en de dienstverlener vastgesteld om ervoor te zorgen dat de dienstverlener bij de uitvoering van zijn taken overeenkomstig artikel 7 niet op directe of indirecte wijze tegoeden of economische middelen beschikbaar stelt van of ten behoeve van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die:

a)

het voorwerp uitmaken van door de Unie krachtens artikel 215 VWEU vastgestelde beperkende maatregelen, met name beperkende maatregelen die de Unie heeft vastgesteld naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, of met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen;

b)

direct of indirect eigendom zijn of onder zeggenschap staan van, of handelen namens of onder leiding van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen waarop beperkende maatregelen van de Unie van toepassing zijn, of

c)

direct of indirect eigendom zijn of onder zeggenschap staan van, of handelen namens of onder leiding van de Russische Federatie of haar regering of van een Russische natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam met zetel in Rusland.

3.   De dienstverlener maakt geen deel uit van een verticaal geïntegreerd bedrijf dat actief is in de productie of levering van aardgas zoals bedoeld in artikel 2, punt 20), van Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad (18), met uitzondering van een entiteit die ontvlochten is in de zin van hoofdstuk IV van die richtlijn.

4.   De Commissie stelt haar selectie- en gunningscriteria vast met inachtneming van onder meer de volgende in de aanbesteding te specificeren criteria:

a)

ervaring met het opzetten en organiseren van aanbestedings- of veilingprocessen voor aardgas of aanverwante diensten, zoals transportdiensten, met behulp van specifieke IT-instrumenten;

b)

ervaring met het afstemmen van aanbestedings- of veilingprocessen op verschillende behoeften, zoals geografische focus of timing;

c)

ervaring met de ontwikkeling van IT-instrumenten om de vraag van meerdere deelnemers te bundelen en te koppelen aan het aanbod;

d)

de kwaliteit van de beveiliging van het informatiesysteem, met name op het gebied van gegevensbescherming en internetbeveiliging, en

e)

de mogelijkheid om de deelnemers te identificeren en te accrediteren, zowel wat de juridische entiteit als de financiële draagkracht betreft.

Artikel 7

Taken van de dienstverlener

1.   De dienstverlener organiseert de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankoop en met name:

a)

bundelt de vraag van aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen met de steun van het IT-instrument;

b)

vraagt offertes van aardgasleveranciers of -producenten aan om, ondersteund door het IT-instrument, tegemoet te komen aan de gebundelde vraag;

c)

verleent toegangsrechten voor levering, rekening houdend met een evenredige verdeling tussen kleinere en grotere deelnemers van aangeboden gasvolumes over de aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen die deelnemen aan de bundeling van de vraag. Wanneer de gebundelde vraag groter is dan de ontvangen leveringsaanbiedingen, staat de toewijzing van toegangsrechten in verhouding tot de vraag die de deelnemende ondernemingen tijdens de fase van bundeling van de vraag voor een bepaalde levertijd en locatie hebben aangegeven;

d)

verifieert, accrediteert en registreert de gebruikers van het IT-instrument, en

e)

verleent aan de gebruikers van het IT-instrument alle ondersteunende diensten, met inbegrip van diensten om het sluiten van contracten te faciliteren, of aan de Commissie, alle ondersteunende diensten die nodig zijn voor de correcte uitvoering van de verrichtingen waarin het in artikel 5 bedoelde dienstencontract voorziet.

2.   De voorwaarden omtrent de taken van de dienstverlener, met name voor registratie van gebruikers, publicatie en rapportage, worden in het in artikel 5 bedoelde dienstencontract vastgelegd.

Artikel 8

Deelname aan de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankoop

1.   Deelname aan de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankoop staat open en is transparant voor alle aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen die in de Unie zijn gevestigd, ongeacht het gevraagde volume. Aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen worden uitgesloten van deelname als leverancier, producent of aankoper aan de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankopen indien zij:

a)

het voorwerp uitmaken van door de Unie krachtens artikel 215 VWEU vastgestelde beperkende maatregelen, met name beperkende maatregelen die de Unie heeft vastgesteld naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, of met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen;

b)

direct of indirect eigendom zijn of onder zeggenschap staan van, of handelen namens of onder leiding van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen waarop beperkende maatregelen van de Unie van toepassing zijn, of

c)

direct of indirect eigendom zijn of onder zeggenschap staan van, of handelen namens of onder leiding van de Russische Federatie of haar regering of van een Russische natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam met zetel in Rusland.

2.   Er worden contractuele verplichtingen vastgesteld om ervoor te zorgen dat geen tegoeden of economische middelen die uit de deelname aan het door de dienstverlener georganiseerde gezamenlijke aankoopproces voortvloeien, direct of indirect ter beschikking worden gesteld van of ten behoeve van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die:

a)

het voorwerp uitmaken van door de Unie krachtens artikel 215 VWEU vastgestelde beperkende maatregelen, met name beperkende maatregelen die de Unie heeft vastgesteld naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, of met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen;

b)

direct of indirect eigendom zijn of onder zeggenschap staan van, of handelen namens of onder leiding van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen waarop beperkende maatregelen van de Unie van toepassing zijn, of

c)

direct of indirect eigendom zijn of onder zeggenschap staan van, of handelen namens of onder leiding van de Russische Federatie of haar regering of van een Russische natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam met zetel in Rusland.

3.   De lidstaten of andere belanghebbenden kunnen aan partijen die aan het door de dienstverlener georganiseerde proces van gezamenlijke aankoop deelnemen liquiditeitssteun, met inbegrip van garanties, verlenen, met inachtneming van de staatssteunregels. Dit kan garanties omvatten ter dekking van zekerheidsbehoeften of ter dekking van het risico van extra kosten na insolventie van andere kopers in het kader van dezelfde gezamenlijke aankoopovereenkomst.

4.   Aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen die in de partijen van de Energiegemeenschap zijn gevestigd, kunnen deelnemen aan de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankoop op voorwaarde dat de nodige maatregelen of regelingen zijn getroffen die hun deelname aan de bundeling van de vraag en de gezamenlijke aankoop op grond van deze afdeling mogelijk maken.

Artikel 9

Van gezamenlijke aankoop uitgesloten aardgasleveringen

Aardgasleveringen vanuit de Russische Federatie vallen niet onder de gezamenlijke aankoop, met inbegrip van aardgasleveringen die de lidstaten of verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap via de volgende entrypunten binnenkomen:

a)

Greifswald

b)

Lubmin II

c)

Imatra

d)

Narva

e)

Värska

f)

Luhamaa

g)

Sakiai

h)

Kotlovka

i)

Kondratki

j)

Wysokoje

k)

Tieterowka

l)

Mozyr

m)

Kobryn

n)

Sudzha (RU)/Oekraïne

o)

Belgorod (RU)/Oekraïne

p)

Valuyki (RU)/Oekraïne

q)

Serebryanka (RU)/Oekraïne

r)

Pisarevka (RU)/Oekraïne

s)

Sokhranovka (RU)/Oekraïne

t)

Prokhorovka (RU)/Oekraïne

u)

Platovo (RU)/Oekraïne

v)

Strandzha 2 (BG)/Malkoclar (TR)

Artikel 10

Verplicht beroep op de dienstverlener

1.   De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen de onder hun jurisdictie vallende aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen deelnemen aan het door de dienstverlener georganiseerde proces voor het bundelen van de vraag als een van de mogelijke middelen om de in artikel 6 bis en artikel 20 van Verordening (EU) 2017/1938 bedoelde vuldoelstellingen te halen.

2.   Lidstaten die over ondergrondse gasopslaginstallaties beschikken verplichten de onder hun jurisdictie vallende aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen om deel te nemen aan de door het dienstverlener georganiseerde proces voor het bundelen van de vraag met volumes die gelijk minstens zijn aan 15 % van het totale volume dat nodig is om te voldoen aan de in artikel 6 bis en artikel 20 van Verordening (EU) 2017/1938 bedoelde grensoverschrijdende vuldoelstellingen.

3.   Lidstaten die niet over ondergrondse gasopslaginstallaties beschikken verplichten de onder hun jurisdictie vallende aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen om deel te nemen aan de door het dienstverlener georganiseerde proces voor het bundelen van de vraag met volumes die gelijk minstens zijn aan 15 % van de volumes die overeenstemmen met de in artikel 6 quater en artikel 20 van Verordening (EU) 2017/1938 bedoelde grensoverschrijdende vuldoelstellingen.

4.   De aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen die verplicht zijn aan de vraagbundeling deel te nemen, kunnen beslissen na de bundelingsprocedure het gas niet aan te kopen. Het aangekochte gas mag voor andere doeleinden dan het aanvullen van voorraden worden gebruikt.

Artikel 11

Consortium voor gasaankopen

Aardgasbedrijven en gasverbruikende ondernemingen die deelnemen aan de door de dienstverlener georganiseerde bundeling van de vraag kunnen, op transparante wijze, elementen van de voorwaarden van het aankoopcontract coördineren of gebruikmaken van gezamenlijke aankoopcontracten om betere voorwaarden te bedingen bij hun leveranciers, mits zij voldoen aan het Unierecht, met inbegrip van het mededingingsrecht van de Unie, met name de artikelen 101 en 102 VWEU, zoals door de Commissie kan worden gespecificeerd in een besluit overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1/2003, alsook aan het transparantievereiste uit hoofde van artikel 3 van deze verordening.

AFDELING 3

Maatregelen om het gebruik van lng-installaties, gasopslaginstallaties en pijpleidingen te bevorderen

Artikel 12

Secundair boekingsplatform voor gebruikers van lng-installaties en gasopslaginstallaties

Gebruikers van lng-installaties en gasopslaginstallaties die hun gecontracteerde capaciteit wensen door te verkopen op de secundaire markt, als gedefinieerd in artikel 2, punt 6, van Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad (19), hebben het recht dat te doen. Uiterlijk op 28 februari 2023 zetten beheerders van lng-installaties en gasopslaginstallaties, afzonderlijk of op regionaal niveau, een transparant en niet-discriminerend boekingsplatform op of gebruiken een bestaand platform voor gebruikers van lng-installaties en gasopslaginstallaties om hun gecontracteerde capaciteit op de secundaire markt door te verkopen.

Artikel 13

Transparantieplatforms voor lng-installaties en gasopslaginstallaties

1.   Uiterlijk op 28 februari 2023 publiceren beheerders van lng-installaties en gasopslaginstallaties op transparante en gebruikersvriendelijke wijze alle overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 715/2009 vereiste informatie over respectievelijk een Europees lng-transparantieplatform en een Europees transparantieplatform voor opslag. Regelgevende instanties kunnen die beheerders verzoeken aanvullende informatie die relevant is voor systeemgebruikers te publiceren.

2.   Lng-installaties die overeenkomstig artikel 36 van Richtlijn 2009/73/EG zijn vrijgesteld van de regels inzake de toegang voor derden en beheerders van gasopslaginstallaties in het kader van de in artikel 33, lid 3, van die richtlijn bedoelde regeling voor de toegang van derden op basis van onderhandelingen maken definitieve infrastructuurtarieven uiterlijk op 31 januari 2023 openbaar.

Artikel 14

Doeltreffender gebruik van transmissiecapaciteit

1.   Transmissiesysteembeheerders bieden onderbenutte gecontracteerde vaste capaciteit op interconnectiepunten en virtuele interconnectiepunten aan als maandcapaciteitsproduct en als dagcapaciteits- en within-day-capaciteitsproduct voor die maand in geval van onderbenutting overeenkomstig lid 2.

2.   Gecontracteerde vaste capaciteit wordt als onderbenut beschouwd als een netgebruiker de voorgaande kalendermaand op een interconnectiepunt of een virtueel interconnectiepunt gemiddeld minder dan 80 % van de geboekte vaste capaciteit heeft gebruikt of aangeboden. De transmissiesysteembeheerder monitort de ongebruikte capaciteit en stelt de netgebruiker uiterlijk vóór de kennisgeving van de hoeveelheid capaciteit die zal worden aangeboden voor de komende doorlopende maandcapaciteitsveiling overeenkomstig Verordening (EU) 2017/459 in kennis van de hoeveelheid capaciteit die op het betrokken interconnectiepunt of virtueel interconnectiepunt moet worden ingetrokken.

3.   De hoeveelheid capaciteit die moet worden aangeboden is gelijk aan het verschil tussen de gemiddelde benuttingsgraad in de voorgaande kalendermaand en 80 % van de vaste capaciteit die voor een periode van meer dan een maand is gecontracteerd.

4.   Beschikbare capaciteit die overeenkomstig Verordening (EU) 2017/459 op een veiling wordt aangeboden, heeft bij de toewijzing van capaciteit voorrang op onderbenutte capaciteit die op grond van het in lid 2 bedoelde veiling is opgenomen.

5.   Indien de door de transmissiesysteembeheerder aangeboden onderbenutte capaciteit wordt verkocht, wordt deze aan de oorspronkelijke houder van de gecontracteerde capaciteit onttrokken. De oorspronkelijke houder mag de ingetrokken vaste capaciteit op afschakelbare basis gebruiken.

6.   De netgebruiker behoudt zijn rechten en verplichtingen overeenkomstig het capaciteitscontract totdat de capaciteit door de transmissiesysteembeheerder wordt geheralloceerd en voor zover de capaciteit door de transmissiesysteembeheerder niet is geheralloceerd.

7.   Alvorens overeenkomstig dit artikel onderbenutte vaste capaciteit aan te bieden, analyseert de transmissiesysteembeheerder op elk interconnectiepunt dat hij exploiteert de potentiële effecten en stelt hij de bevoegde nationale regelgevende instantie daarvan in kennis. In afwijking van de leden 1 tot en met 6 van dit artikel kunnen nationale regelgevende instanties besluiten om voor alle interconnectiepunten, ongeacht of die overbelast zijn, een van de volgende mechanismen in te voeren:

a)

een “use-it-or-lose-it”-mechanisme voor vaste day-aheadcapaciteit overeenkomstig Verordening (EU) 2017/459, rekening houdend met punt 2.2.3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009;

b)

een overboekings- en terugkoopregeling overeenkomstig punt 2.2.2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2009, waarbij ten minste 5 % extra capaciteit wordt geboden ten opzichte van de technische capaciteit op het betrokken interconnectiepunt, of

c)

ten minste aanvankelijk niet-nominale capaciteit op day-ahead- en within-daybasis aanbieden om als afschakelbare capaciteit te worden toegewezen.

De leden 1 tot en met 6 van dit artikel zijn automatisch van toepassing indien een van de alternatieve mechanismen uit hoofde van de eerste alinea niet uiterlijk op 31 maart 2023 wordt toegepast.

8.   Alvorens het in lid 7 bedoelde besluit te nemen, raadpleegt de nationale regelgevende instantie de nationale regelgevende instantie van de aangrenzende lidstaat en houdt zij rekening met de adviezen van die instantie. Indien het entry-exitsysteem betrekking heeft op meer dan één lidstaat waar meer dan één transmissiesysteembeheerder actief is, nemen de nationale regelgevende instanties van de betrokken lidstaten gezamenlijk een besluit over de toepassing van lid 7.

HOOFDSTUK III

MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN BUITENSPORIGE GASPRIJZEN EN BUITENSPORIGE DAGELIJKSE VOLATILITEIT OP DE MARKTEN VOOR ENERGIEDERIVATEN

AFDELING 1

Tijdelijk intra-day-instrument voor het beheer van buitensporige volatiliteit op de markten voor energiederivaten

Artikel 15

Mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit

1.   Elk handelsplatform waarop energiegerelateerde gondstoffenderivaten worden verhandeld, zet zo snel mogelijk, maar niet later dan 31 januari 2023 voor elk energiegerelateerd grondstoffenderivaat dat op het handelsplatform wordt verhandeld een mechanisme op voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit op basis van een boven- en onderprijsgrens (“prijslimieten”) dat de prijzen definieert waaronder en waarboven geen orders mogen worden uitgevoerd (“mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit”). Handelsplatforms zorgen ervoor dat het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit voor energiegerelateerde grondstoffenderivaten buitensporige prijsbewegingen binnen een handelsdag voorkomt. Bij het opzetten van het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit zorgen handelsplatformen er ook voor dat de uitvoering van die maatregelen de vorming van betrouwbare slotkoersen aan het einde van de dag niet in de weg staat.

2.   Voor elk energiegerelateerd grondstoffenderivaat dat op die handelsplatforms wordt verhandeld, bepalen die platforms de toepasselijke berekeningsmethode om de prijslimieten ten opzichte van een referentieprijs te bepalen. De eerste referentieprijs van de dag is gelijk aan de prijs die bij de opening van de desbetreffende handelssessie is bepaald. Daarna is de referentieprijs de laatste marktprijs die met regelmatige tussenpozen wordt genoteerd. In het geval dat de handel tijdens de handelsdag wordt onderbroken, is de eerste referentieprijs na de onderbreking de openingsprijs bij de hervatting van de handel.

3.   De prijslimieten worden uitgedrukt in absolute waarde of in relatieve termen als procentuele afwijking ten opzichte van de referentieprijs. Handelsplatforms passen die berekeningsmethode aan aan de specifieke kenmerken van elk energiegerelateerd grondstoffenderivaat, aan het liquiditeitsprofiel van de markt voor dat derivaat en aan het volatiliteitsprofiel daarvan. Het handelsplatform stelt de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van die methode.

4.   Handelsplatforms herzien de prijslimieten met regelmatige tussenpozen tijdens de handelstijden, op basis van de referentieprijs.

5.   Handelsplatforms maken onverwijld de kenmerken openbaar van het door hen ingestelde mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit, alsook latere wijzigingen daaraan.

6.   Handelsplatforms voeren het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit uit door het op te nemen in hun bestaande handelsonderbrekers die reeds overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU zijn ingesteld of als een aanvullend mechanisme.

7.   Wanneer een handelsplatform voornemens is de berekeningsmethode voor de prijslimieten die van toepassing zijn op een bepaald energiegerelateerd grondstoffenderivaat te wijzigen, stelt het de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van de voorgenomen wijzigingen.

8.   Indien uit de overeenkomstig artikel 16, lid 3, door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) verzamelde informatie blijkt dat verdere samenhang bij de uitvoering van het mechanisme nodig is om te zorgen voor een efficiënter beheer van buitensporige prijsvolatiliteit in de Unie, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere bepaling van de eenvormige beginselen voor de toepassing van het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elk energiegerelateerd grondstoffenderivaat, het liquiditeitsprofiel van de markt voor dat derivaat en het volatiliteitsprofiel daarvan. Met name kan de Commissie, om de soepele werking van handelsplatforms waarop energiegerelateerde grondstoffenderivaten worden verhandeld te waarborgen, bepalen met welke intervallen de prijslimieten worden herzien of welke maatregelen moeten worden genomen indien de handel die prijslimieten overschrijdt, alsook voorzien in bepalingen om de vorming van betrouwbare slotkoersen te waarborgen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 29 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 16

Rol van de bevoegde autoriteiten

1.   De bevoegde autoriteiten houden toezicht op de uitvoering van de mechanismes voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat verschillen in de toepassing van de mechanismen voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit door in hun lidstaat gevestigde handelsplatforms naar behoren worden gerechtvaardigd door de specifieke kenmerken van de betrokken handelsplatforms of van de betrokken energiegerelateerde grondstoffenderivaten.

2.   Totdat het in artikel 15, lid 1, derde zin, bedoelde mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit is opgezet, zorgen de bevoegde autoriteiten ervoor dat handelsplatforms passende voorlopige mechanismen invoeren om ervoor te zorgen dat buitensporige volatiliteit in de markten voor energiegerelateerde grondstoffenderivaten wordt beperkt.

3.   De bevoegde autoriteiten brengen binnen drie weken na de in artikel 15, lid 1, genoemde datum en ten minste eenmaal per kwartaal aan de ESMA verslag uit over de toepassing van het mechanisme voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit door handelsplatforms waarop zij toezicht uitoefenen.

Artikel 17

Coördinerende rol van de ESMA

1.   De ESMA coördineert en monitort de toepassing van de mechanismen voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit op basis van de verslagen die de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 16, lid 3, hebben ingediend.

2.   De ESMA documenteert alle verschillen in de toepassing van de mechanismen voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit tussen rechtsgebieden in de Unie op basis van de verslagen van de bevoegde autoriteiten. Uiterlijk op 30 juni 2023 dient de ESMA bij de Commissie een verslag in waarin de efficiency van de mechanismen voor de beheersing van de dagelijkse volatiliteit wordt geëvalueerd. Op basis van dat verslag bekijkt de Commissie of een voorstel tot wijziging van deze verordening moet worden ingediend bij de Raad.

AFDELING 2

Het ACER in staat stellen objectieve prijsgegevens te verzamelen en te publiceren

Artikel 18

Taken en bevoegdheden van het ACER om prijsramingen en benchmarks uit te voeren

1.   Bij hoogdringendheid worden dagelijkse lng-prijsramingen verricht en gepubliceerd door het ACER, vanaf uiterlijk 13 januari 2023. Met het oog op de raming van de lng-prijs verzamelt en verwerkt het ACER systematisch lng-marktgegevens over transacties. Bij de prijsraming wordt in voorkomend geval rekening gehouden met regionale verschillen en marktomstandigheden.

2.   Uiterlijk op 31 maart 2023 wordt door het ACER een dagelijkse lng-benchmark opgesteld en gepubliceerd die wordt bepaald door de spread tussen de dagelijkse lng-prijsraming en de afwikkelingsprijs voor het TTF Gas Futures front month-contract die ICE Endex Markets B.V. dagelijks vaststelt. Met het oog op de lng-benchmark verzamelt en verwerkt het ACER systematisch lng-marktgegevens.

3.   In afwijking van artikel 3, lid 4, punt b), van Verordening (EU) nr. 1227/2011, zijn de in die verordening opgenomen verplichtingen en verbodsbepalingen voor marktdeelnemers van toepassing op lng-marktdeelnemers. De bij Verordening (EU) nr. 1227/2011 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 aan ACER verleende bevoegdheden zijn ook van toepassing op lng-marktdeelnemers, ook de bepalingen over vertrouwelijkheid.

Artikel 19

Publicatie van de lng-prijsraming en de lng-benchmark

1.   De lng-prijsraming wordt dagelijks gepubliceerd, uiterlijk om 18.00 uur MET, voor de raming van de prijzen van rechtstreekse transacties. Uiterlijk op 31 maart 2023, bovenop de publicatie van de lng-prijsraming, publiceert het ACER ook dagelijks de lng-benchmark, uiterlijk om 19.00 uur MET, dan wel zo snel als technisch mogelijk.

2.   Voor de toepassing van dit artikel kan het ACER een beroep doen op de diensten van een derde partij.

Artikel 20

Verstrekking van lng-marktgegevens aan het ACER

1.   Lng-marktdeelnemers verstrekken het ACER dagelijks lng-marktgegevens overeenkomstig de specificaties van artikel 21, in een gestandaardiseerd formaat, middels een hoogwaardig transmissieprotocol en zo dicht mogelijk bij realtime als technologisch haalbaar is vóór de publicatie van de dagelijkse lng-prijsraming (18.00 uur MET).

2.   De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere bepaling van het tijdstip waarop lng-marktgegevens moeten worden ingediend vóór de dagelijkse publicatie van de in lid 1 bedoelde lng-prijsraming. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 29 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   In voorkomend geval verstrekt het ACER, na raadpleging van de Commissie, richtsnoeren over:

a)

de bijzonderheden van de te rapporteren informatie, naast de huidige bijzonderheden van te rapporteren transacties en fundamentele gegevens uit hoofde van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014, met inbegrip van biedingen en aanbiedingen, en

b)

de procedure, het standaardformaat en het elektronisch formaat en de technische en organisatorische vereisten voor het indienen van gegevens die moeten worden gebruikt om de vereiste lng-marktgegevens te verstrekken.

4.   Lng-marktdeelnemers verstrekken het ACER de vereiste lng-marktgegevens kosteloos en via de door het ACER opgezette rapportagekanalen, waar mogelijk met gebruikmaking van reeds bestaande en beschikbare procedures.

Artikel 21

Kwaliteit van lng-marktgegevens

1.   De lng-marktgegevens omvatten:

a)

de partijen bij het contract, met inbegrip van de aan-/verkoopindicator;

b)

de rapporterende partij;

c)

de transactieprijs;

d)

het contractuele volume;

e)

de waarde van het contract;

f)

het aankomstvenster voor de lng-lading;

g)

de leveringsvoorwaarden;

h)

de leveringspunten;

i)

de tijdstempelinformatie op alle volgende punten:

i)

de datum en het tijdstip waarop de bieding of de aanbieding wordt gedaan;

ii)

de datum en het tijdstip van de transactie;

iii)

de datum en het tijdstip van melding van de bieding, de aanbieding of de transactie;

iv)

de ontvangst van lng-marktgegevens door het ACER.

2.   Lng-marktdeelnemers verstrekken het ACER lng-marktgegevens in de volgende eenheden en valuta’s:

a)

de transactie-, bied- en eenheidsprijzen worden gerapporteerd in de in het contract gespecificeerde valuta en in EUR/MWh en omvatten, indien van toepassing, de toegepaste omrekenings- en wisselkoersen;

b)

de contractuele volumes worden gerapporteerd in de eenheden als gespecificeerd in de contracten en in MWh;

c)

aankomstvensters worden gerapporteerd als leveringsdata, uitgedrukt in UTC-formaat;

d)

een geldige in de lijst van het ACER opgenomen identificatiecode voor het leveringspunt (zoals vermeld in de lijst van lng-installaties die onderworpen zijn aan rapportage op grond van Verordening (EU) nr. 1227/2011 en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014); de tijdstempelinformatie wordt gerapporteerd in UTC-formaat;

e)

indien relevant, wordt de prijsformule in het langetermijncontract waarvan de prijs is afgeleid, integraal vermeld.

3.   Het ACER verstrekt richtsnoeren met betrekking tot de criteria op grond waarvan één indiener een aanzienlijk deel van de binnen een bepaalde referentieperiode ingediende lng-marktgegevens voor zijn rekening neemt en hoe die situatie moet worden aangepakt in zijn dagelijkse lng-prijsraming en lng-benchmarks.

Artikel 22

Bedrijfscontinuïteit

Het ACER evalueert, actualiseert en publiceert regelmatig zijn methode voor de raming van de lng-referentieprijzen en voor de vaststelling van de lng-benchmark, alsook de methode die wordt gebruikt voor de rapportage van lng-marktgegevens en de publicatie van zijn lng-prijsramingen en lng-benchmarks, rekening houdend met de standpunten van de partijen die marktgegevens verstrekken.

HOOFDSTUK IV

MAATREGELEN IN GEVAL VAN EEN GASNOODSITUATIE

AFDELING 1

Gassolidariteit voor de elektriciteitsvoorziening, essentiële sectoren en beschermde afnemers

Artikel 23

Uitbreiding van de solidariteitsbescherming tot kritieke gasvolumes voor de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening

1.   In afwijking van artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1938 is een solidariteitsmaatregel uit hoofde van artikel 13, leden 1 en 2, van die verordening alleen van toepassing als de om solidariteit verzoekende lidstaat niet in staat was:

a)

het tekort in de gaslevering aan zijn door solidariteit beschermde afnemers te dekken of, indien een lidstaat tijdelijke maatregelen heeft genomen om het niet-essentiële verbruik van beschermde afnemers te verminderen overeenkomstig artikel 24 van deze verordening, te voorzien in de essentiële volumes van het gasverbruik voor zijn door solidariteit beschermde afnemers;

b)

het kritieke gasvolume voor de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening te dekken, ondanks de toepassing van de in artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1938 bedoelde maatregel. De voorwaarden van artikel 13, lid 3, punten b), c) en d), van Verordening (EU) 2017/1938 zijn van toepassing.

2.   De lidstaten die op grond van lid 1 verplicht zijn solidariteit te verstrekken, kunnen het volgende uitsluiten van het solidariteitsaanbod:

a)

leveringen aan hun door solidariteit beschermde afnemers indien deze leveringen deel uitmaken van de essentiële volumes of, indien een lidstaat overeenkomstig artikel 24 tijdelijke maatregelen heeft genomen om het niet-essentiële verbruik van beschermde afnemers te verminderen, leveringen uit de essentiële volumes van het gasverbruik van zijn door solidariteit beschermde afnemers;

b)

leveringen van kritieke gasvolumes voor de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening;

c)

leveringen van gasvolumes voor de elektriciteit die nodig is voor de productie en het transport van gas, en

d)

gasvolumes die nodig zijn voor de exploitatie van voor de voorzieningszekerheid kritieke infrastructuur als bedoeld in bijlage II, en van andere installaties die van cruciaal belang zijn voor het functioneren van militaire, nationale veiligheids- en humanitaire hulpdiensten.

3.   De in lid 1, punt b), en lid 2, punten b) en d), bedoelde kritieke gasvolumes voor de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening mogen niet groter zijn dan de in bijlage I vermelde volumes. Indien een lidstaat kan aantonen dat een groter gasvolume nodig is om een elektriciteitscrisis van een lidstaat te voorkomen, kan de Commissie in antwoord op een naar behoren gemotiveerd verzoek besluiten om de uitsluiting van grotere volumes toe te staan.

4.   Indien lidstaten waarvan het elektriciteitssysteem alleen synchroon gekoppeld is aan het elektriciteitssysteem van een derde land, wordt verzocht solidariteitsmaatregelen te treffen, kunnen zij bij wijze van uitzondering grotere gasvolumes uitsluiten wanneer het elektriciteitssysteem wordt losgekoppeld van het systeem van dat derde land zolang de beheerder van het elektriciteitstransmissiesysteem diensten voor geïsoleerde elektriciteitssystemen of andere diensten nodig heeft om de veilige en betrouwbare werking van het elektriciteitssysteem te waarborgen.

Artikel 24

Vraagreductiemaatregelen met betrekking tot beschermde afnemers

1.   De lidstaten kunnen bij wijze van uitzondering tijdelijke maatregelen nemen om het niet-essentiële verbruik van beschermde afnemers, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van Verordening (EU) 2017/1938, te verminderen, met name wanneer een van de crisisniveaus overeenkomstig artikel 11, lid 1, en artikel 12 van die verordening of het Unie-alarm uit hoofde van Verordening (EU) 2022/1369 is afgekondigd. Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend betrekking hebben op niet-essentieel gebruik van gas en moeten rekening houden met de elementen van artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) 2022/1369. Dergelijke uitzonderlijke maatregelen mogen alleen worden genomen nadat de bevoegde instanties zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 7, van Verordening (EU) 2017/1938 de voorwaarden voor het bepalen van dergelijke niet-essentiële gasvolumes hebben beoordeeld.

2.   Als gevolg van de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen wordt het verbruik van kwetsbare afnemers, zoals door de lidstaten gedefinieerd overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2009/73/EG in geen geval verminderd en mogen de lidstaten beschermde afnemers niet loskoppelen als gevolg van de toepassing van lid 1 van dit artikel.

Artikel 25

Waarborgen voor grensoverschrijdende stromen

In het geval dat de Commissie op grond van artikel 12, lid 6, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/1938 verzoekt om een einde te maken aan onnodige beperkingen van grensoverschrijdende gasstromen of van toegang tot gasinfrastructuur, of aan maatregelen die de gaslevering in een andere lidstaat in gevaar brengen, wijzigt de bevoegde instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 7, van Verordening (EU) 2017/1938 of de betrokken lidstaat, zoals bedoeld in artikel 12, lid 6, eerste alinea, van die verordening, in plaats van de procedure van artikel 12, lid 6, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/1938 te volgen, haar of zijn maatregelen of neemt zij of hij maatregelen om ervoor te zorgen dat artikel 12, lid 5, van die verordening wordt nageleefd.

AFDELING 2

Regels voor de toepassing van solidariteitsmaatregelen

Artikel 26

Tijdelijke uitbreiding van solidariteitsverplichtingen tot lidstaten met lng-installaties

1.   De verplichting om solidariteitsmaatregelen toe te passen overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1938 geldt niet alleen voor lidstaten die rechtstreeks verbonden zijn met de om solidariteit verzoekende lidstaat, maar ook voor lidstaten met lng-installaties, mits de nodige capaciteit in de relevante infrastructuur, met inbegrip van lng-vaartuigen en -tankers, beschikbaar is.

2.   Artikel 13, leden 2 tot en met 9, van Verordening (EU) 2017/1938 is van toepassing op lidstaten met lng-installaties, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

3.   Lidstaten met lng-installaties die niet rechtstreeks verbonden zijn met een om solidariteit verzoekende lidstaat kunnen bilateraal met andere lidstaten afspraken maken over de nodige technische, juridische en financiële solidariteitsregelingen die van toepassing zijn op het verstrekken van solidariteit.

4.   De standaardregels voor de toepassing van solidariteitsmaatregelen overeenkomstig artikel 27 zijn ook van toepassing op de niet-verbonden lidstaten, voor zover die op het tijdstip van ontvangst van een solidariteitsverzoek geen bilaterale overeenkomst hebben gesloten.

Artikel 27

Standaardregels voor solidariteitsmaatregelen

1.   Als twee lidstaten geen overeenstemming bereiken over de nodige technische, juridische en financiële regelingen overeenkomstig artikel 13, lid 10, van Verordening (EU) 2017/1938 (“solidariteitsovereenkomst”), is de levering van gas uit hoofde van de verplichting van artikel 13, lid 1, van die verordening in geval van een noodsituatie onderworpen aan de voorwaarden van dit artikel.

2.   De compensatie voor de solidariteitsmaatregel mag niet meer bedragen dan de redelijke kosten en omvat, in afwijking van artikel 13, lid 8, van Verordening (EU) 2017/1938, in elk geval:

a)

de prijs voor gas in de solidariteit verstrekkende lidstaat;

b)

de kosten voor opslag en transport, met inbegrip van mogelijke kosten voor het omleiden van lng-ladingen naar het gevraagde interconnectiepunt;

c)

proceskosten voor daarmee verband houdende gerechtelijke of arbitrageprocedures waarbij de solidariteit verstrekkende lidstaat betrokken is;

d)

andere indirecte kosten die niet door de gasprijs worden gedekt, zoals de vergoeding van financiële of andere schade als gevolg van gedwongen afschakeling van afnemers in verband met het verstrekken van solidariteit, mits die indirecte kosten niet hoger zijn dan 100 % van de gasprijs.

3.   Indien een lidstaat overeenkomstig lid 2, punt d), verzoekt om compensatie voor indirecte kosten van meer dan 100 % van de gasprijs, besluit de Commissie na raadpleging van de relevante bevoegde autoriteiten, of een hogere compensatie passend is, rekening houdend met de specifieke contractuele en nationale omstandigheden van het geval en het beginsel van energiesolidariteit.

4.   Tenzij de om solidariteit verzoekende lidstaat en de solidariteit verstrekkende lidstaat een andere prijs overeenkomen, komt de prijs voor het aan de om solidariteit verzoekende lidstaat geleverde gas overeen met de day-aheadmarktprijs in de solidariteit verstrekkende lidstaat op de dag voorafgaand aan het verzoek om solidariteit of de overeenkomstige day-aheadmarktprijs op het dichtstbijzijnde toegankelijke virtuele handelspunt, of op een overeengekomen hub op de dag voorafgaand aan het verzoek om solidariteit.

5.   De compensatie voor de gasvolumes die worden geleverd in het kader van een solidariteitsverzoek overeenkomstig artikel 28 wordt rechtstreeks door de om solidariteit verzoekende lidstaat betaald aan de solidariteit verstrekkende lidstaat of aan de entiteit die beide lidstaten vermelden in hun antwoord op het solidariteitsverzoek en in de bevestiging van ontvangst en van het af te nemen volume.

6.   De lidstaat waaraan het verzoek om een solidariteitsmaatregel is gericht, verstrekt de solidariteitsmaatregelen zo spoedig mogelijk en uiterlijk drie dagen na het verzoek. Een lidstaat kan alleen weigeren solidariteit te verstrekken aan een om solidariteit verzoekende lidstaat indien hij aantoont dat:

a)

hij niet voldoende gas heeft voor de in artikel 23, lid 2, bedoelde volumes, of

b)

hij niet over voldoende interconnectiecapaciteit beschikt, zoals bepaald in artikel 13, lid 7, van Verordening (EU) 2017/1938, en hij niet in staat is voldoende volumes lng te leveren.

7.   Naast de standaardregels waarin dit artikel voorziet, kunnen lidstaten afspraken maken over technische regelingen en coördinatie van het verstrekken van solidariteit.

8.   Dit artikel doet geen afbreuk aan de bestaande regelingen voor de veilige en betrouwbare werking van het gassysteem.

Artikel 28

Procedure voor solidariteitsmaatregelen als er geen solidariteitsovereenkomst is gesloten

1.   De lidstaat die om toepassing van de solidariteitsmaatregelen verzoekt, richt een solidariteitsverzoek aan een andere lidstaat; in dat verzoek wordt ten minste de volgende informatie vermeld:

a)

de contactgegevens van de bevoegde autoriteit van de lidstaat;

b)

de contactgegevens van de betrokken transmissiesysteembeheerders van de lidstaat (indien van toepassing);

c)

de contactgegevens van de derde partij die namens de lidstaat optreedt (indien van toepassing);

d)

de leveringstermijn, het moment van de eerst mogelijke levering en de verwachte duur van de leveringen;

e)

de leverings- en interconnectiepunten;

f)

het gasvolume in kWh voor elk interconnectiepunt;

g)

de gaskwaliteit.

2.   Het solidariteitsverzoek wordt tegelijkertijd gericht aan de lidstaten die potentieel solidariteitsmaatregelen kunnen toepassen, aan de Commissie en aan de overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt g), van Verordening (EU) 2017/1938 aangewezen crisismanagers.

3.   De lidstaten die een solidariteitsverzoek ontvangen, sturen een antwoord waarin zij de in lid 1, punten a), b) en c), bedoelde contactgegevens vermelden en aangeven welk volume en kwaliteit zij aan de interconnectiepunten en op het in lid 1, punten d) tot en met g), bedoelde gevraagde tijdstip kunnen leveren. Het antwoord vermeldt het volume dat het gevolg is van een eventuele beperking of, waar dat strikt noodzakelijk is, de vrijgave van strategische voorraden indien het volume dat met vrijwillige maatregelen kan worden geleverd, ontoereikend is.

4.   Solidariteitsverzoeken worden ten minste 72 uur vóór de aangegeven leveringstermijn ingediend. Solidariteitsverzoeken worden binnen 24 uur beantwoord. De ontvangstbevestiging en het door de om solidariteit verzoekende lidstaat af te nemen volume worden binnen 24 uur na de benodigde leveringstermijn gedaan.

5.   Het verzoek kan worden ingediend voor een periode van één dag of meerdere dagen, en het antwoord komt overeen met de gevraagde duur.

6.   Indien er verscheidene solidariteit verstrekkende lidstaten zijn en er met één of meer daarvan bilaterale regelingen bestaan, prevaleren die regelingen tussen de lidstaten die een bilaterale regeling hebben gesloten. De standaardregels waarin dit artikel voorziet, zijn alleen van toepassing op de andere solidaire lidstaten.

7.   De Commissie kan de uitvoering van solidariteitsovereenkomsten faciliteren, met name door middel van een model dat toegankelijk is op een beveiligd onlineplatform waarmee verzoeken en aanbiedingen in realtime kunnen worden verzonden.

HOOFDSTUK V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 29

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 30

Evaluatie

Uiterlijk 1 oktober 2023 voert de Commissie een evaluatie uit van deze verordening in het licht van de algemene stand van de gasleveringen aan de Unie en brengt zij verslag uit aan de Raad van de belangrijkste bevindingen van die evaluatie. Op basis van dat verslag kan de Commissie voorstellen de geldigheidsduur van deze verordening te verlengen.

Artikel 31

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Na haar inwerkingtreding geldt zij voor een termijn van één jaar.

Artikel 14 wordt van toepassing met ingang van 31 maart 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten.

Gedaan te Brussel, 19 december 2022.

Voor de Raad

De voorzitter

J. SÍKELA


(1)  Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).

(2)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(4)  Verordening (EU) 2022/1032 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) 2017/1938 en (EG) nr. 715/2009 wat betreft gasopslag (PB L 173 van 30.6.2022, blz. 17).

(5)  Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 (PB L 280 van 28.10.2017, blz. 1).

(6)  Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1).

(7)  Verordening (EU) 2017/459 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende capaciteitstoewijzingsmechanismen in gastransmissiesystemen en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 984/2013 (PB L 72 van 17.3.2017, blz. 1).

(8)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (herschikking) (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

(9)  Verordening (EU) 2019/942 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 22).

(10)  Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 326 van 8.12.2011, blz. 1).

(11)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie van 17 december 2014 inzake de informatieverstrekking overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 6, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 363 van 18.12.2014, blz. 121).

(12)  Verordening (EU) 2022/1369 van de Raad van 5 augustus 2022 inzake gecoördineerde maatregelen ter reductie van de gasvraag (PB L 206 van 8.8.2022, blz. 1).

(13)  Arrest van het Hof van Justitie van 15 juli 2021, Duitsland/Polen, C-848/19 P, ECLI:EU:C:2021:598.

(14)  Aanbeveling (EU) 2018/177 van de Commissie van 2 februari 2018 over de elementen die moeten worden opgenomen in de technische, juridische en financiële regelingen tussen de lidstaten voor de toepassing van het solidariteitsmechanisme overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid (PB L 32 van 6.2.2018, blz. 52).

(15)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(16)  Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).

(17)  Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 1).

(18)  Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 94).

(19)  Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 36).


BIJLAGE I

a)

Maximale kritieke gasvolumes voor elektriciteitsvoorzieningszekerheid uit hoofde van artikel 23 voor de periode van december 2022 tot en met maart 2023 (waarden in miljoen kubieke meter) (1)

Lidstaat

December 2022

Januari 2023

Februari 2023

Maart 2023

AT

74,24

196,83

152,20

139,35

BE

399,05

458,77

382,76

398,99

BG

61,49

71,26

61,55

63,29

CY

CZ

17,26

49,64

34,80

28,28

DE

2 090,53

2 419,56

2 090,59

1 863,77

DK

249,48

295,56

254,87

268,09

EE

5,89

5,78

5,00

1,05

EL

209,95

326,68

317,18

232,80

ES

1 378,23

1 985,66

1 597,27

1 189,29

IE

372,76

375,29

364,26

375,74

FI

28,42

39,55

44,66

12,97

FR

876,37

875,58

802,53

771,15

HR

10,95

66,01

59,99

48,85

HU

82,13

133,97

126,44

93,72

IT

2 166,46

3 304,99

3 110,79

2 774,67

LV

89,26

83,56

84,96

66,19

LT

16,13

20,22

18,81

4,21

LU

MT

32,88

34,84

31,43

33,02

NL

684,26

762,31

556,26

480,31

PL

158,14

158,64

136,97

148,64

PT

409,97

415,22

368,54

401,32

RO

130,35

179,35

162,41

159,71

SI

12,98

15,15

13,35

12,80

SK

33,99

47,26

34,80

34,76

SE

18,05

18,61

17,71

15,76

b)

Maximale kritieke gasvolumes voor elektriciteitsvoorzieningszekerheid uit hoofde van artikel 23 voor de periode van april 2023 tot en met december 2023 (waarden in miljoen kubieke meter)

Lidstaat

Maandelijkse waarde

AT

140,66

BE

409,89

BG

64,40

CY

CZ

32,50

DE

2 116,11

DK

267,00

EE

4,43

EL

271,65

ES

1 537,61

IE

372,01

FI

31,40

FR

831,41

HR

46,45

HU

109,06

IT

2 839,23

LV

80,99

LT

14,84

LU

MT

33,03

NL

620,79

PL

150,60

PT

398,76

RO

157,96

SI

13,57

SK

37,70

SE

17,53


(1)  De cijfers in bijlage I, punten a) en b), zijn gebaseerd op gegevens van de wintertoereikendheidsbeoordeling uit hoofde van artikel 9 van Verordening (EU) 2019/941 door het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB-E), behalve voor Malta dat niet over aanzienlijke opslagcapaciteit beschikt en waar de elektriciteitsopwekking volledig afhankelijk is van lng-leveringen. Gezien de specifieke kenmerken van laagcalorisch gas moeten de waarden voor Nederland in deze tabel worden vermenigvuldigd met een omrekeningsfactor van 37,89 gedeeld door 35,17. Bijlage I , punt a), geeft de individuele maandelijkse volumes weer die door ENTSB-E zijn berekend voor de maanden december 2022 tot en met maart 2023; de cijfers in bijlage 1, punt b), voor de maanden april 2023 tot en met december 2023 geven het gemiddelde weer van de waarden in de periode tussen december 2022 en maart 2023.


BIJLAGE II

Voor de voorzieningszekerheid kritieke infrastructuur overeenkomstig artikel 23, lid 2, punt d)

Sector

Deelsector

I. Energie

1.

Elektriciteit

Infrastructuren en voorzieningen voor elektriciteitsproductie en -transmissie, met het oog op elektriciteitsvoorziening

2.

Olie

Olieproductie, -raffinage, -behandeling, -opslag en -transmissie via pijpleidingen

3.

Gas

Gasproductie, -raffinage, -behandeling, -opslag en -transmissie via pijpleidingen

Lng-terminals

II. Vervoer

4.

Wegvervoer

5.

Spoorvervoer

6.

Luchtvervoer


Top