EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020PC0374

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht krachtens de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité en het reglement van orde van de speciale comités

COM/2020/374 final

Brussel, 13.8.2020

COM(2020) 374 final

2020/0175(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht krachtens de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité en het reglement van orde van de speciale comités


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel heeft betrekking op het besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité EU-Stille Oceaan dat is opgericht bij de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité en het reglement van orde van de speciale comités.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.De tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds

Op 30 juli 2009 heeft de EU de tussentijdse partnerschapsovereenkomst ondertekend 1 die een kader vaststelt voor een economische partnerschapsovereenkomst (hierna de “Overeenkomst” genoemd) tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds.

De Overeenkomst wordt sinds 20 december 2009 door Papoea-Nieuw-Guinea, sinds 28 juli 2014 door Fiji, sinds 31 december 2018 door Samoa en sinds 17 mei 2020 door de Salomonseilanden voorlopig toegepast.

De Overeenkomst heeft het volgende ten doel:

a)de Stille-Oceaanstaten in staat stellen gebruik te maken van de door de EU aangeboden verbeterde markttoegang;

b)een duurzame ontwikkeling en de geleidelijke integratie van de Stille-Oceaanstaten in de wereldeconomie bevorderen;

c)een vrijhandelszone tussen de partijen tot stand brengen die berust op gemeenschappelijke belangen, door de geleidelijke liberalisering van de handel op een wijze die in overeenstemming is met de toepasselijke WTO-regels en het beginsel van asymmetrie, met inachtneming, wat het niveau van en het tijdschema voor verbintenissen betreft, van de specifieke behoeften en de capaciteitsbeperkingen van de Stille-Oceaanstaten;

d)passende regelingen voor de beslechting van geschillen vaststellen; en

e)passende institutionele regelingen vaststellen.

2.2.Het Handelscomité EU-Stille Oceaan

Het Handelscomité, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de EU en van de Stille-Oceaanstaten (Fiji, Papoea-Nieuw-Guinea, Samoa en de Salomonseilanden), stelt zijn reglement van orde vast en wordt gezamenlijk voorgezeten door een vertegenwoordiger van de EU-partij en een vertegenwoordiger van de Stille-Oceaanstaten. De twee medevoorzitters zitten de vergaderingen beurtelings voor. De persoon die een vergadering voorzit wordt voor de toepassing van de Overeenkomst als de “medevoorzitter die het voorzitterschap bekleedt” aangemerkt totdat de volgende vergadering aanvangt en de rol van medevoorzitter die het voorzitterschap bekleedt door de andere partij wordt vervuld.

Het Handelscomité behandelt alle aangelegenheden die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst. In het kader van de uitoefening van zijn taken kan het Handelscomité a) alle speciale, voor de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst noodzakelijke comités en organen oprichten en daar toezicht op houden, b) op elk door de partijen overeengekomen tijdstip bijeenkomen, c) alle onder de Overeenkomst vallende aangelegenheden bespreken en in het kader van de uitoefening van zijn taken passende maatregelen nemen, en d) besluiten nemen of aanbevelingen doen in gevallen waarin hierin door de Overeenkomst wordt voorzien.

Het Handelscomité EU-Stille Oceaan delegeert in het kader van de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst specifieke beslissingsbevoegdheden aan de in de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst genoemde speciale comités, in het bijzonder aan het speciaal comité voor douanesamenwerking en oorsprongsregels.

2.3.De beoogde handeling van het Handelscomité EU-Stille Oceaan

In het laatste kwartaal van 2020 zal het Handelscomité EU-Stille Oceaan tijdens zijn achtste vergadering een besluit aannemen tot vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en van de speciale comités (“de beoogde handeling”).

De beoogde handeling heeft ten doel de voor de partijen bindende regels vast te stellen met betrekking tot de organisatie en de werking van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en de daarmee samenhangende substructuren zoals gespecificeerd in de bepalingen van de Overeenkomst (artikel 68).

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

Artikel 68 bepaalt dat het Handelscomité EU-Stille Oceaan zijn reglement van orde vaststelt.

Het voorgestelde besluit van de Raad stelt het standpunt van de Unie vast dat moet worden ingenomen met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en van de speciale comités, waarmee aan de verplichtingen van de EU uit hoofde van de bepalingen van de tussentijdse Overeenkomst wordt voldaan.

Dat standpunt wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Handelscomité EU-Stille Oceaan dat aan het ontwerpbesluit van de Raad is gehecht. In de bijlage bij het besluit van het Handelscomité EU-Stille Oceaan zijn de vereisten vastgelegd voor de rol en de naam van het Handelscomité EU-Stille Oceaan, de samenstelling en het voorzitterschap, het secretariaat, de vergaderingen, de delegaties, de documenten, de correspondentie, de agenda voor de vergaderingen, de uitnodiging van deskundigen, de notulen, de besluiten en aanbevelingen, de transparantie, de talen, de uitgaven, de speciale comités of organen en de wijzigingen van het reglement van orde.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.    Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”.

4.1.2.    Toepassing op het onderhavige geval

Het Handelscomité is een orgaan dat is opgericht bij de economische partnerschapsovereenkomst.

De door het Handelscomité EU-Stille Oceaan vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig artikel 68 van de Overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de Overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.    Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

4.2.2.    Toepassing op het onderhavige geval

De materiële rechtsgrondslag voor het besluit van de EU van 15 februari 2011 tot sluiting van de Overeenkomst is artikel 207 VWEU. Voorts hebben de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling in de eerste plaats betrekking op de gemeenschappelijke handelspolitiek. Derhalve betreft het onderwerp van de beoogde handeling een gebied waarop de Unie exclusieve externe bevoegdheid heeft krachtens artikel 3, lid 2, VWEU.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5.Bekendmaking van de beoogde handeling

Aangezien het besluit van het Handelscomité EU-Stille Oceaan strekt tot uitvoering van de economische partnerschapsovereenkomst, is het passend dat besluit na de vaststelling ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken.

2020/0175 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht krachtens de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité en het reglement van orde van de speciale comités

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 30 juli 2009 heeft de Unie de tussentijdse partnerschapsovereenkomst ondertekend die een kader vaststelt voor een economische partnerschapsovereenkomst (hierna de “overeenkomst” genoemd) tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds 2 . De Overeenkomst wordt sinds 20 december 2009 door Papoea-Nieuw-Guinea, sinds 28 juli 2014 door Fiji, sinds 31 december 2018 door Samoa en sinds 17 mei 2020 door de Salomonseilanden voorlopig toegepast.

(2)Bij artikel 68 van de Overeenkomst wordt een Handelscomité EU-Stille Oceaan opgericht dat alle aangelegenheden behandelt die voor de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst noodzakelijk zijn.

(3)Artikel 68 bepaalt dat het Handelscomité EU-Stille Oceaan zijn reglement van orde vaststelt en in het kader van de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst specifieke beslissingsbevoegdheden delegeert aan de in de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst genoemde speciale comités.

(4)Het Handelscomité EU-Stille Oceaan zal tijdens zijn achtste vergadering zijn reglement van orde en dat van de speciale comités vaststellen.

(5)De Europese Unie moet het standpunt bepalen dat moet worden ingenomen aangaande de vaststelling van die reglementen van orde,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in de achtste vergadering van het Handelscomité EU-Stille Oceaan in te nemen standpunt met betrekking tot het reglement van orde van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en van de speciale comités wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Handelscomité EU-Stille Oceaan.

Artikel 2

Het besluit van het Handelscomité EU-Stille Oceaan wordt na de vaststelling ervan bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit 2009/729/EG van de Raad van 13 juli 2009 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds (PB L 272 van 16.10.2009, blz. 1).
(2)    PB L 272 van 16.10.2009, blz. 1.
Top

Brussel, 13.8.2020

COM(2020) 374 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een Besluit van de Raad

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Handelscomité dat is opgericht krachtens de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité en het reglement van orde van de speciale comités


ONTWERP

BESLUIT NR. XX/2020 VAN HET HANDELSCOMITÉ DAT IS OPGERICHT KRACHTENS DE TUSSENTIJDSE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP, ENERZIJDS, EN DE STILLE-OCEAANSTATEN, ANDERZIJDS,

van ...

betreffende de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en van de speciale comités

HET HANDELSCOMITÉ EU-STILLE OCEAAN,

Gezien de tussentijdse partnerschapsovereenkomst die een kader vaststelt voor een economische partnerschapsovereenkomst (hierna de “Overeenkomst” genoemd) tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds 1 , die is ondertekend in Londen op 30 juli 2009, en met name artikel 68,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Artikel 68 van de Overeenkomst voorziet in de oprichting van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en bepaalt dat het Handelscomité EU-Stille Oceaan zijn reglement van orde vaststelt.

(2)Voorts bepaalt artikel 68 dat het Handelscomité EU-Stille Oceaan in het kader van de tenuitvoerlegging van de Overeenkomst specifieke beslissingsbevoegdheden delegeert aan de in de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst genoemde speciale comités,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Het reglement van orde van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en van de speciale comités wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage.

Gedaan te …,

Voor het Handelscomité EU-Stille Oceaan

Namens de Unie

Namens de Stille-Oceaanstaten



Bijlage

REGLEMENT VAN ORDE VAN HET HANDELSCOMITÉ EU-STILLE OCEAAN

dat is opgericht bij artikel 68 van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds

Artikel 1

Rol en naam van het Handelscomité EU-Stille Oceaan

1.Het comité dat is opgericht overeenkomstig artikel 68 van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Stille-Oceaanstaten, anderzijds (hierna de “Overeenkomst” genoemd), is verantwoordelijk voor alle in artikel 68 van de Overeenkomst bedoelde aangelegenheden.

2.Dit comité wordt in de documenten van het comité, met inbegrip van besluiten en aanbevelingen, “Handelscomité EU-Stille Oceaan” genoemd.

Artikel 2

Samenstelling en voorzitterschap

1.Overeenkomstig artikel 68, lid 1, van de Overeenkomst bestaat het Handelscomité EU-Stille Oceaan uit vertegenwoordigers van de Europese Unie en van de Stille-Oceaanstaten.

2.De partijen worden normaliter vertegenwoordigd op het niveau van hoge ambtenaren of in uitzonderlijke gevallen op ministerieel niveau wanneer de partijen het erover eens zijn dat de omstandigheden zulks vereisen.

3.Het Handelscomité EU-Stille Oceaan op ministerieel niveau wordt gezamenlijk voorgezeten door het lid van de Europese Commissie dat verantwoordelijk is voor handel en door de vertegenwoordiger van een van de Stille-Oceaanstaten op ministerieel niveau, of door hun respectieve vertegenwoordigers. De Stille-Oceaanstaten oefenen deze functie uit door om de 12 maanden volgens alfabetische volgorde te rouleren. Het rouleringssysteem vangt aan op de datum van vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en eindigt op 31 december van het volgende jaar.

4.Het Handelscomité EU-Stille Oceaan op het niveau van hoge ambtenaren wordt gezamenlijk voorgezeten door een hoge ambtenaar van de Europese Commissie die de Europese Unie vertegenwoordigt en door een hoge ambtenaar van de Stille-Oceaanstaat die de Stille-Oceaanstaten vertegenwoordigt. De Stille-Oceaanstaten oefenen deze functie uit door om de 12 maanden volgens alfabetische volgorde te rouleren. Het rouleringssysteem vangt aan op de datum van vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en eindigt op 31 december van het volgende jaar.

5.De medevoorzitters van elke partij hebben de bevoegdheden die noodzakelijk zijn om de Europese Unie respectievelijk de Stille-Oceaanstaten te vertegenwoordigen.

6.Elke partij stelt de andere partij in kennis van de naam, de functie en de contactgegevens van de hoge ambtenaar die voor die partij medevoorzitter is van het Handelscomité EU-Stille Oceaan. Die hoge ambtenaar wordt geacht bevoegd te zijn de partij te vertegenwoordigen tot de datum waarop de partij de andere partij in kennis heeft gesteld van een nieuwe medevoorzitter.

Artikel 3

Secretariaat

1.Een ambtenaar van de Europese Commissie en een ambtenaar van de Stille-Oceaanstaten treden gezamenlijk op als secretaris van het Handelscomité EU-Stille Oceaan. De Stille-Oceaanstaten oefenen deze functie uit door om de 12 maanden volgens alfabetische volgorde te rouleren. Het rouleringssysteem vangt aan op de datum van vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité EU-Stille Oceaan en eindigt op 31 december van het volgende jaar.

2.Elke partij stelt de andere partij in kennis van de naam, de functie en de contactgegevens van de ambtenaar die voor die partij secretaris is van het Handelscomité EU-Stille Oceaan. Die ambtenaar wordt geacht te blijven fungeren als secretaris voor de partij tot de datum waarop de partij de andere partij in kennis heeft gesteld van een nieuwe secretaris.

Artikel 4

Vergaderingen

1.Het Handelscomité EU-Stille Oceaan vergadert, tenzij de medevoorzitters anders besluiten, eenmaal per jaar, of in dringende gevallen op verzoek van een van de partijen.

2.De vergaderingen vinden op basis van een rouleringssysteem afwisselend in Brussel en in een van de hoofdsteden van de Stille-Oceaanstaten plaats, tenzij de medevoorzitters anders overeenkomen.

3.De vergaderingen worden bijeengeroepen door de fungerende medevoorzitter van de partij die de vergadering organiseert.

4.Een vergadering kan worden bijgewoond in persoon of worden gehouden per videoconferentie of teleconferentie.

5.Landen die officieel blijk hebben gegeven van hun voornemen om tot de Overeenkomst toe te treden, kunnen als waarnemer aan de vergaderingen deelnemen indien de partijen hiermee instemmen.

Artikel 5

Delegaties

30 dagen voor de vergadering stelt de secretaris van het Handelscomité EU-Stille Oceaan voor elke partij de secretaris van de andere partij in kennis van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van respectievelijk de Europese Unie en de Stille-Oceaanstaten. De lijst vermeldt de naam en functie van elk lid van de delegatie.

Artikel 6

Documenten

Wanneer de besprekingen van het Handelscomité EU-Stille Oceaan gebaseerd zijn op schriftelijke documenten, worden deze door de secretaris genummerd en als document van het Handelscomité EU-Stille Oceaan verspreid.

Artikel 7

Correspondentie

1.Alle aan het Handelscomité EU-Stille Oceaan gerichte correspondentie wordt naar de secretaris gestuurd.

2.De correspondentie van het Handelscomité EU-Stille Oceaan wordt door de secretaris aan de partijen verstrekt.

Artikel 8

Agenda van de vergaderingen

1.De secretaris van het Handelscomité EU-Stille Oceaan stelt binnen een redelijke termijn van niet minder dan zestig dagen voorafgaand aan een vergadering, een voorlopige agenda op, op basis van een voorstel van de partij die de vergadering organiseert, met een termijn van ten minste veertien kalenderdagen waarbinnen elke partij opmerkingen kan indienen.

2.De agenda wordt aan het begin van elke vergadering door het Handelscomité EU-Stille Oceaan goedgekeurd. Punten die niet op de voorlopige agenda staan, kunnen bij consensus op de agenda worden geplaatst.

Artikel 9

Uitnodiging van deskundigen

De medevoorzitters van het Handelscomité EU-Stille Oceaan kunnen in onderling overleg deskundigen (d.w.z. personen die geen ambtenaar zijn) uitnodigen om de vergaderingen van het Handelscomité EU-Stille Oceaan bij te wonen om informatie te verstrekken over specifieke onderwerpen en alleen voor de delen van de vergadering tijdens welke die specifieke onderwerpen worden besproken.

Artikel 10

Notulen

1.De secretaris van de partij die de vergadering organiseert, stelt binnen dertig kalenderdagen na het einde van de vergadering ontwerpnotulen daarvan op, tenzij de medevoorzitters anders besluiten. De ontwerpnotulen worden voor commentaar toegezonden aan de secretaris van de andere partij.

2.Wanneer het onderhavige reglement van toepassing is op de vergadering van subcomités, worden de notulen van de vergadering van het subcomité beschikbaar gesteld voor eventuele latere vergaderingen van het Handelscomité.

3.De notulen geven in de regel een samenvatting van elk agendapunt, met in voorkomend geval vermelding van:

a)alle bij het Handelscomité EU-Stille Oceaan ingediende documenten;

b)alle verklaringen die een lid van de delegaties die deelnemen aan de vergadering van het Handelscomité EU-Stille Oceaan heeft gevraagd in de notulen op te nemen; en

c)de besluiten, aanbevelingen, overeengekomen verklaringen en conclusies met betrekking tot specifieke punten.

4.De notulen bevatten een lijst van alle besluiten van het Handelscomité EU-Stille Oceaan die sinds de laatste vergadering van het comité zijn genomen volgens de schriftelijke procedure van artikel 11, lid 2.

5.Een bijlage bij de notulen omvat tevens een lijst van deelnemers aan de vergadering van het Handelscomité EU-Stille Oceaan.

6.De secretaris past de ontwerpnotulen aan op basis van de ontvangen opmerkingen; de herziene ontwerpnotulen worden door de partijen goedgekeurd binnen zestig dagen na de datum van de vergadering of op een andere door de medevoorzitters overeengekomen datum. Na de goedkeuring worden door de secretaris twee originelen van de notulen ondertekend, waarvan de Europese Unie en de Stille-Oceaanstaten er elk een ontvangen.

7.De secretaris van het Handelscomité EU-Stille Oceaan bereidt tevens door de partijen aan het einde van de vergadering goed te keuren gemeenschappelijke conclusies en communiqués voor.

Artikel 11

Besluiten en aanbevelingen

1.Het Handelscomité EU-Stille Oceaan kan besluiten aannemen en aanbevelingen doen betreffende alle aangelegenheden waarvoor de Overeenkomst daarin voorziet. Het Handelscomité EU-Stille Oceaan neemt besluiten en doet aanbevelingen bij consensus.

2.In de periode tussen twee vergaderingen kan het Handelscomité EU-Stille Oceaan, indien de medevoorzitters daarmee instemmen, besluiten of aanbevelingen volgens de schriftelijke procedure vaststellen. Daartoe legt een medevoorzitter de andere medevoorzitter schriftelijk de tekst van het voorgestelde besluit of de voorgestelde aanbeveling voor. De andere partij heeft twee maanden, of een in het voorstel van de medevoorzitter bepaalde langere termijn, om haar instemming te betuigen met het voorgestelde besluit of de voorgestelde aanbeveling. Indien de andere partij haar instemming niet betuigt, wordt het voorgestelde besluit of de voorgestelde aanbeveling tijdens de volgende vergadering van het comité besproken en eventueel aangenomen. De ontwerpbesluiten of -aanbevelingen worden geacht te zijn goedgekeurd zodra de andere partij haar instemming heeft betuigd en worden overeenkomstig artikel 10, lid 4, opgenomen in de notulen van de volgende vergadering van het comité.

3.In de gevallen waarin het Handelscomité EU-Stille Oceaan krachtens de Overeenkomst gemachtigd is besluiten of aanbevelingen vast te stellen, worden de desbetreffende documenten voorzien van het opschrift “Besluit” dan wel “Aanbeveling”. Het secretariaat van het Handelscomité EU-Stille Oceaan besluit of aanbevelingen voorzien van een oplopend volgnummer, de datum van vaststelling vermelden en een beschrijving geven van het onderwerp. In elk besluit en in elke aanbeveling wordt de datum van inwerkingtreding vermeld.

4.De door het Handelscomité EU-Stille Oceaan goedgekeurde besluiten en aanbevelingen worden gewaarmerkt door de medevoorzitters.

5.De Europese Unie en de Stille-Oceaanstaten ontvangen een originele authentieke versie van elk besluit en elke aanbeveling.

Artikel 12

Transparantie

1.De partijen kunnen besluiten in het openbaar te vergaderen.

2.Elke partij kan besluiten de besluiten en aanbevelingen van het Handelscomité EU-Stille Oceaan in haar publicatieblad of staatsblad bekend te maken.

3.Alle door een partij ingediende documenten moeten als vertrouwelijk worden beschouwd, tenzij die partij anders besluit.

4.De voorlopige agenda’s van de vergaderingen worden openbaar gemaakt voordat de vergaderingen van het comité plaatsvinden. De gemeenschappelijke conclusies en communiqués worden openbaar gemaakt nadat zij overeenkomstig artikel 10 zijn goedgekeurd.

5.De bekendmaking van de in de leden 2 tot en met 4 bedoelde documenten geschiedt overeenkomstig de toepasselijke gegevensbeschermingsregels van elke partij.

Artikel 13

Talen

1.De werktaal van het Handelscomité EU-Stille Oceaan is het Engels.

2.Het Handelscomité EU-Stille Oceaan stelt besluiten of aanbevelingen betreffende de wijziging of de uitlegging van de Overeenkomst vast in de talen waarin de tekst van de Overeenkomst authentiek is. Alle andere besluiten en aanbevelingen van het Handelscomité EU-Stille Oceaan, met inbegrip van het besluit waarbij het onderhavige reglement van orde wordt vastgesteld, worden vastgesteld in de in lid 1 bedoelde werktaal.

3.Elke partij is verantwoordelijk voor de vertaling van besluiten, aanbevelingen en andere documenten in haar eigen officiële taal of talen, indien dit op grond van dit artikel vereist is, en draagt de kosten in verband met die vertalingen.

Artikel 14

Kosten

1.Elke partij draagt haar eigen kosten in verband met deelname aan vergaderingen van het Handelscomité EU-Stille Oceaan, en met name haar personeels-, reis- en verblijfskosten alsmede haar eigen kosten voor video- of teleconferenties, post en telecommunicatie.

2.Uitgaven in verband met de organisatie van de vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die de vergadering organiseert.

3.Uitgaven in verband met vertolking van en naar de werktaal tijdens vergaderingen van het Handelscomité EU-Stille Oceaan komen ten laste van de partij die de vergadering organiseert.

Artikel 15

Speciale comités en organen

1.Speciale comités en organen worden opgericht en daarop wordt toezicht gehouden overeenkomstig artikel 68, lid 4, onder a), van de Overeenkomst voor de behandeling van alle aangelegenheden die door het Handelscomité EU-Stille Oceaan aan hen zijn gedelegeerd.

2.Het Handelscomité EU-Stille Oceaan wordt schriftelijk in kennis gesteld van de contactpunten die zijn aangewezen door de speciale comités of andere organen die krachtens de Overeenkomst zijn opgericht. Alle relevante correspondentie, documenten en mededelingen tussen de contactpunten van elk speciaal comité in verband met de uitvoering van de Overeenkomst worden tegelijkertijd toegezonden aan het secretariaat van het Handelscomité EU-Stille Oceaan.

3.De speciale comités en organen brengen aan het Handelscomité EU-Stille Oceaan verslag uit over de resultaten, besluiten of aanbevelingen en conclusies van elk van hun vergaderingen.

4.Dit reglement van orde is mutatis mutandis van toepassing op de speciale comités en andere organen die krachtens de Overeenkomst zijn opgericht, tenzij op grond van de bepalingen van de Overeenkomst anders wordt besloten door elk speciaal comité of orgaan.

Artikel 16

Wijzigingen van het reglement van orde

Dit reglement van orde kan schriftelijk worden gewijzigd bij besluit van het Handelscomité EU-Stille Oceaan overeenkomstig artikel 11.

(1)    Besluit 2009/729/EG van de Raad van 13 juli 2009 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de tussentijdse partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de staten in de Stille Oceaan, anderzijds (PB L 272 van 16.10.2009, blz. 1).
Top