61979J0125

ARREST VAN HET HOF VAN 21 MEI 1980. - B. DENILAULER TEGEN SNC COUCHET FRERES. - (" EXECUTIEVERDRAG - IN AFWEZIGHEID VAN EEN PARTIJ TOEGESTANE VOORLOPIGE MAATREGELEN "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET OBERLANDESGERICHT FRANKFURT / MAIN). - ZAAK NO. 125/79.

Jurisprudentie 1980 bladzijde 01553
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00149
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00197
Finse bijz. uitgave bladzijde 00201
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00525


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . VERDRAG BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - BEPALINGEN VAN TITEL II ( BEVOEGDHEID ) EN TITEL III ( ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING ) - INACHTNEMING VAN DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING - GEVOLGEN - BESLISSINGEN WELKE HET VERDRAG VOOR OGEN HEEFT - BESLISSINGEN DIE IN DE STAAT VAN HERKOMST HET ONDERWERP KUNNEN ZIJN VAN EEN PROCEDURE OP TEGENSPRAAK

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , TITELS II EN III )

2 . VERDRAG BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN - BESLISSINGEN WAARBIJ VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN WORDEN TOEGESTAAN - UITSLUITING VAN DE IN TITEL III VOORZIENE REGELING - VOORWAARDEN

( VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , TITEL III )

Samenvatting


1 . DE VERDRAGSBEPALINGEN VAN TITEL II , INZAKE DE BEVOEGDHEID , EN TITEL III , BETREFFENDE DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING , DRUKKEN GEZAMENLIJK DE BEDOELING UIT ERVOOR TE ZORGEN DAT , IN HET KADER VAN DE DOELSTELLINGEN VAN HET EXECUTIEVERDRAG , DE PROCEDURES DIE TOT HET GEVEN VAN RECHTERLIJKE BESLISSINGEN LEIDEN , MET INACHTNEMING VAN DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING VERLOPEN . OP GROND VAN DE GARANTIES DIE DE VERWEERDER IN DE OORSPRONKELIJKE PROCEDURE ZIJN VERLEEND , IS HET VERDRAG IN TITEL III ZEER SOEPEL VOOR WAT DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING BETREFT . IN HET LICHT VAN DEZE OVERWEGINGEN WORDT DUIDELIJK , DAT HET VERDRAG HOOFDZAKELIJK DIE RECHTERLIJKE BESLISSINGEN VOOR OGEN HEEFT WELKE , VOORDAT IN EEN ANDERE STAAT DAN IN DE STAAT VAN HERKOMST OM HUN ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING WORDT VERZOCHT , IN DIE STAAT VAN HERKOMST OP DIVERSE WIJZEN HET ONDERWERP ZIJN GEWEEST OF KONDEN ZIJN VAN EEN PROCEDURE OP TEGENSPRAAK .

2 . DE VOORWAARDEN DIE TITEL III VAN HET VERDRAG AAN DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING VAN RECHTERLIJKE BESLISSINGEN VERBINDT , ZIJN NIET VERVULD IN HET GEVAL VAN DOOR EEN RECHTER BEVOLEN OF TOEGESTANE VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN , INDIEN DE PARTIJ TEGEN WIE ZIJ ZIJN GERICHT , NIET IS OPGEROEPEN TE VERSCHIJNEN EN ZIJ TEN UITVOER MOETEN WORDEN GELEGD ZONDER VOORAFGAANDE BETEKENING AAN DIE PARTIJ . BIJGEVOLG KOMEN DERGELIJKE RECHTERLIJKE BESLISSINGEN NIET IN AANMERKING VOOR DE IN GENOEMDE TITEL III VOORZIENE REGELING VOOR DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING .

Partijen


IN ZAAK 125/79 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS HET PROTOCOL VAN 3 JUNI 1971 BETREFFENDE DE UITLEGGING DOOR HET HOF VAN JUSTITIE VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN , VAN HET OBERLANDESGERICHT FRANKFURT/MAIN , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

B . DENILAULER , TE TAUNUSSTEIN , BONDSREPUBLIEK DUITSLAND ,

VERWEERDER , TEVENS OPPOSANT ,

EN

SNC COUCHET FRERES , TE ANDREZIEUX-BOUTHEON , FRANKRIJK ,

VERZOEKSTER , TEVENS GEOPPOSEERDE ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 24 , 27 , 34 , 36 , 46 EN 47 VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 ( PB L 299 VAN 1972 , BLZ . 32 ),

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 25 JULI 1979 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 6 AUGUSTUS DAAROPVOLGEND , HEEFT HET OBERLANDESGERICHT FRANKFURT/MAIN KRACHTENS HET PROTOCOL BETREFFENDE DE UITLEGGING DOOR HET HOF VAN JUSTITIE VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN ( HIERNA : HET EXECUTIEVERDRAG ) ( PB L 299 VAN 1972 , BLZ . 32 ) VIER VRAGEN GESTELD BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 24 , 27 , SUB 2 , 34 , TWEEDE ALINEA , 36 , EERSTE ALINEA , 46 , SUB 2 , EN 47 , SUB 2 , VAN GENOEMD VERDRAG .

2 BIJ HET TRIBUNAL DE GRANDE INSTANCE TE MONTBRISON ( FRANKRIJK ) WERD IN 1978 EEN GEDING TUSSEN EEN SCHULDEISER ( COUCHET FRERES ) EN DIENS SCHULDENAAR ( DENILAULER ) AANHANGIG GEMAAKT . KRACHTENS DE HEM BIJ ARTIKEL 48 VAN DE FRANSE CODE DE PROCEDURE CIVILE VERLEENDE BEVOEGDHEDEN , GAF DE PRESIDENT VAN GENOEMD TRIBUNAL OP 7 FEBRUARI 1979 OP VERZOEK VAN DE SCHULDEISER EN ZONDER DAT DE TEGENPARTIJ WAS UITGENODIGD TE VERSCHIJNEN , EEN UITVOERBAAR BIJ VOORRAAD VERKLAARDE BESCHIKKING , WAARBIJ DE SCHULDEISER WERD GEMACHTIGD CONSERVATOIR BESLAG TE LEGGEN OP DE REKENING VAN ZIJN SCHULDENAAR BIJ EEN BANK TE FRANKFURT/MAIN , TOT ZEKERHEID VAN EEN OP FF 130 000 GESCHATTE VORDERING . VOLGENS FRANS RECHT KAN HET CONSERVATOIR BESLAG WAARTOE DE SCHULDEISER ALDUS IS GEMACHTIGD , TEN UITVOER WORDEN GELEGD ZONDER DAT DE BESCHIKKING TEVOREN IS BETEKEND AAN DE SCHULDENAAR TEGEN WIE ZIJ IS VERLEEND .

3 DE AAN HET HOF VOORGELEGDE VRAGEN ZIJN GESTELD IN HET KADER VAN EEN PROCEDURE , BIJ DE DUITSE RECHTER AANHANGIG GEMAAKT TER VERKRIJGING VAN VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING VAN DE FRANSE BESCHIKKING EN TEVENS VAN EEN ' ' PFANDUNGSBESCHLUSS ' ' VOOR HET BESLAG OP HET BANKSALDO . DEZE PROCEDURE WAS EERST AANHANGIG BIJ DE PRESIDENT VAN HET LANDGERICHT WIESBADEN , DIE OP 23 MAART 1979 HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING VERLEENDE , MET ALS GEVOLG DAT OP 28 MAART BESLAG WERD GELEGD . AAN DIE PROCEDURES NAM DE SCHULDENAAR GEEN DEEL . NAAR HET SCHIJNT WERD DE BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT VAN HET LANDGERICHT WIESBADEN DE SCHULDENAAR EERST OP 3 MEI 1979 BETEKEND . DEZE DEED ONMIDDELLIJK VERZET TEGEN DE BESCHIKKING BIJ HET OBERLANDESGERICHT FRANKFURT/MAIN , DAT DE AAN HET HOF VOORGELEGDE VRAGEN HEEFT GESTELD .

4 DEZE VRAGEN KOMEN IN DE EERSTE PLAATS HIEROP NEER , OF RECHTERLIJKE BESLISSINGEN VAN EEN VERDRAGSLUITENDE STAAT , WAARBIJ VOORLOPIGE EN BEWARENDE MAATREGELEN WORDEN TOEGESTAAN , ZONDER DAT DE PARTIJ TEGEN WIE DIE MAATREGELEN ZIJN GERICHT IS UITGENODIGD TE VERSCHIJNEN EN WAARVAN DEZE EERST KENNIS ZAL NEMEN NA HUN TENUITVOERLEGGING , IN EEN ANDERE VERDRAGSLUITENDE STAAT KUNNEN WORDEN ERKEND EN TEN UITVOER GELEGD ZONDER DAT ZIJ TEVOREN AAN DE WEDERPARTIJ ZIJN BETEKEND ( VRAGEN 1 EN 2 ). IN DE TWEEDE PLAATS WENST DE VERWIJZENDE RECHTER DUIDELIJKHEID TE VERKRIJGEN OMTRENT DE VERWEERMIDDELEN DIE DE PARTIJ WAARTEGEN DE TENUITVOERLEGGING IS GEVRAAGD , KAN AANVOEREN , WANNEER ZIJ TEGEN HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING HET IN ARTIKEL 36 EXECUTIEVERDRAG BEDOELDE VERZET DOET ( VRAGEN 3 EN 4 ).

DE EERSTE EN DE TWEEDE VRAAG

5 DE EERSTE TWEE VRAGEN , DIE TEZAMEN MOETEN WORDEN BEANTWOORD , LUIDEN ALS VOLGT :

' ' 1 . HEBBEN DE ARTIKELEN 27 , SUB 2 , EN 46 , SUB 2 , EXECUTIEVERDRAG TEVENS BETREKKING OP PROCEDURES WAARIN , ZONDER DAT DE TEGENPARTIJ WORDT GEHOORD , HET NEMEN VAN VOORLOPIGE BEWARENDE MAATREGELEN WORDT TOEGESTAAN?

2 . MOET ARTIKEL 47 , SUB 1 , EXECUTIEVERDRAG ALDUS WORDEN VERSTAAN , DAT DE PARTIJ DIE OM DE TENUITVOERLEGGING VERZOEKT , DE DOCUMENTEN WAARUIT DE BETEKENING VAN DE TEN UITVOER TE LEGGEN BESLISSING KAN WORDEN VASTGESTELD , OOK DAN MOET OVERLEGGEN INDIEN DEZE BESLISSING EEN VOORLOPIGE , LOUTER BEWARENDE MAATREGEL VORMT?

' '

6 VOLGENS DE COMMISSIE , DE ITALIAANSE REGERING EN VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING MOETEN DERGELIJKE BESLISSINGEN IN DE AANGEZOCHTE VERDRAGSLUITENDE STAAT WORDEN ERKEND EN VAN HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING WORDEN VOORZIEN , ZONDER EERST AAN DE PARTIJ TEGEN WIE ZIJ ZIJN GERICHT , TE ZIJN BETEKEND .

HET SPECIFIEKE DOEL VAN DIT SOORT VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN BESTAAT IN HET BEREIKEN VAN EEN VERRASSEND EFFECT TER BESCHERMING VAN DE BEDREIGDE BELANGEN VAN DE VERZOEKENDE PARTIJ , DOORDAT DE PARTIJ TEGEN WIE ZIJ ZIJN GERICHT , WORDT VERHINDERD HAAR VERMOGEN TE DOEN VERDWIJNEN , OF DIT NU HET ONDERWERP VAN HET GESCHIL VORMT DAN WEL TOT ZEKERHEID VAN DE SCHULDEISER DIENT . DOOR AAN DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING VAN DERGELIJKE BESLISSINGEN DE VOORWAARDE TE VERBINDEN , DAT ZIJ NOG TIJDENS DE PROCEDURE IN DE VERDRAGSLUITENDE STAAT VAN HERKOMST AAN DE TEGENPARTIJ ZIJN BETEKEND , ZOU MEN HUN UITEINDELIJK IEDERE BETEKENIS ONTNEMEN .

DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK IS DAARENTEGEN VAN MENING , DAT DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING VAN DEZE BESLISSINGEN AAN DE IN DE ARTIKELEN 27 , 46 , EN 47 EXECUTIEVERDRAG NEERGELEGDE VOORWAARDEN BETREFFENDE DE BETEKENING AAN DE WEDERPARTIJ MOETEN WORDEN ONDERWORPEN . ZIJ GEEFT TOE DAT DOOR DIT VEREISTE HET VERRASSEND EFFECT VAN DEZE BESLISSINGEN TENIET WORDT GEDAAN WAARDOOR ZIJ IEDERE PRAKTISCHE BETEKENIS VERLIEZEN , HETGEEN NEERKOMT OP EEN WEIGERING VAN HUN ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING . DEZE CONSEQUENTIE MOET VOLGENS HAAR EVENWEL MINDER ERNSTIG WORDEN GEACHT DAN DE - HAARS INZIENS ONDRAAGLIJKE - RISICO ' S DIE VOOR ONDERNEMINGEN MET TEGOEDEN IN VERSCHILLENDE VERDRAGSLUITENDE STATEN VOORTVLOEIEN UIT EEN PROCEDURE , DIE DE RECHTERS VAN DE AANGEZOCHTE STAAT VERPLICHT MAATREGELEN TOE TE STAAN WAARBIJ BESLAG WORDT GELEGD OP IN DIE STAAT AANWEZIGE TEGOEDEN , ZONDER DAT DE EIGENAAR DAARVAN OOIT DE KANS HEEFT GEHAD TE WORDEN GEHOORD , HETZIJ VOOR DE RECHTER VAN DE STAAT VAN HERKOMST HETZIJ VOOR DIE VAN DE AANGEZOCHTE STAAT , EN ZULKS TERWIJL DIE TEGOEDEN OP GEOORLOOFDE WIJZE BESTEMD KUNNEN ZIJN GEWEEST VOOR DE NAKOMING VAN ANDERE VERPLICHTINGEN . SLECHTS DE BEVOEGDE RECHTER VAN DE STAAT WAARIN DIE TEGOEDEN ZICH BEVINDEN , ZOU , MET VOLLEDIGE KENNIS VAN ZAKEN , KUNNEN BEOORDELEN OF HET TOESTAAN VAN DIT SOORT VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN NOODZAKELIJK IS . DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK MERKT VOORTS OP , DAT HAAR STANDPUNT GEEN LEEMTEN IN HET SYSTEEM VAN HET VERDRAG DOET ONTSTAAN . IMMERS INGEVOLGE ARTIKEL 24 KAN IEDERE PARTIJ ZICH VOOR HET VERKRIJGEN VAN IN DE WETGEVING VAN EEN VERDRAGSLUITENDE STAAT VOORZIENE VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN , TOT DE GERECHTELIJKE AUTORITEITEN VAN DIE STAAT WENDEN , OOK INDIEN EEN GERECHT VAN EEN ANDERE VERDRAGSLUITENDE STAAT BEVOEGD IS VAN HET BODEMGESCHIL KENNIS TE NEMEN .

7 ARTIKEL 27 EXECUTIEVERDRAG SOMT DE VOORWAARDEN OP VOOR DE ERKENNING IN EEN VERDRAGSLUITENDE STAAT VAN IN EEN ANDERE VERDRAGSLUITENDE STAAT GEGEVEN BESLISSINGEN . VOLGENS ARTIKEL 27 , SUB 2 , WORDEN BESLISSINGEN NIET ERKEND ' ' INDIEN HET STUK DAT HET GEDING INLEIDT , NIET REGELMATIG EN ZO TIJDIG ALS MET HET OOG OP ZIJN VERDEDIGING NODIG WAS AAN DE VERWEERDER , TEGEN WIE VERSTEK WERD VERLEEND , IS BETEKEND OF IS MEDEGEDEELD ' ' . VOLGENS ARTIKEL 46 , SUB 2 , MOET DE PARTIJ DIE DE ERKENNING INROEPT OF DE TENUITVOERLEGGING VERZOEKT VAN EEN BESLISSING DIE IN EEN ANDERE VERDRAGSLUITENDE STAAT BIJ VERSTEK IS GEWEZEN , NAAST ANDERE DOCUMENTEN HET BEWIJS OVERLEGGEN , DAT HET STUK DAT HET GEDING HEEFT INGELEID , AAN DE NIET VERSCHENEN PARTIJ IS BETEKEND OF IS MEEGEDEELD .

8 DEZE BEPALINGEN ZIJN KLAARBLIJKELIJK NIET BEDOELD TE GELDEN VOOR RECHTERLIJKE BESLISSINGEN DIE , VOLGENS HET NATIONALE RECHT VAN EEN VERDRAGSLUITENDE STAAT , MOETEN WORDEN GEGEVEN IN AFWEZIGHEID VAN DE PARTIJ TEGEN WIE ZIJ ZIJN GERICHT EN DIE TEN UITVOER MOETEN WORDEN GELEGD ZONDER VOORAFGAANDE BETEKENING AAN DEZE LAATSTE . BLIJKENS EEN VERGELIJKING VAN DE VERSCHILLENDE TAALVERSIES VAN DE BETROKKEN BEPALINGEN , EN INZONDERHEID DE TER AANDUIDING VAN DE NIET VERSCHENEN PARTIJ GEBEZIGDE TERMEN , HEBBEN DIE BEPALINGEN BETREKKING OP EEN IN BEGINSEL CONTRADICTOIRE PROCEDURE , WAARIN DE RECHTER NIETTEMIN BEVOEGD IS UITSPRAAK TE DOEN INDIEN DE - REGELMATIG OPGEROEPEN - VERWEERDER NIET VERSCHIJNT .

9 HEZELFDE GELDT VOOR ARTIKEL 47 , SUB 1 , EXECUTIEVERDRAG , OP GROND WAARVAN DE PARTIJ DIE DE TENUITVOERLEGGING VERZOEKT , ENIG DOCUMENT MOET OVERLEGGEN WAARUIT KAN WORDEN VASTGESTELD DAT DE BESLISSING VOLGENS DE WET VAN DE STAAT VAN HERKOMST UITVOERBAAR IS EN BETEKEND IS GEWORDEN . DEZE BEPALING , KAN PER DEFINITIE NIET VAN TOEPASSING ZIJN OP BESLISSINGEN VAN ANDERE AARD ZOALS DE ONDERHAVIGE .

10 UIT DE OMSTANDIGHEID DAT DE ARTIKELEN 27 , SUB 2 , 46 , SUB 2 , EN 47 , SUB 1 , GEEN TOEPASSING KUNNEN VINDEN OP BESLISSINGEN ALS DE ONDERHAVIGE ZONDER DAT DEZE HUN BETEKENIS VERLIEZEN , KAN MEN EVENWEL NIET AFLEIDEN DAT DIE BESLISSINGEN DESONDANKS IN DE AANGEZOCHTE STAAT MOETEN WORDEN ERKEND EN TEN UITVOER GELEGD . ONDERZOCHT MOET WORDEN OF DERGELIJKE RECHTERLIJKE BESLISSINGEN , GEZIEN HET SYSTEEM EN DE DOELSTELLINGEN VAN HET VERDRAG , ONDER DE IN HET VERDRAG VOORZIENE VEREENVOUDIGDE REGELING VOOR DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING KUNNEN VALLEN .

11 VOLGENS DE COMMISSIE EN DE ITALIAANSE REGERING PLEIT HET VOOR EEN BEVESTIGEND ANTWOORD OP DE EERSTE VRAAG , DAT HET EXECUTIEVERDRAG VOLGENS ARTIKEL 25 VAN TOEPASSING IS OP ALLE DOOR DE RECHTERS VAN DE VERDRAGSLUITENDE STATEN GEGEVEN BESLISSINGEN , ZONDER TE ONDERSCHEIDEN TUSSEN BESLISSINGEN , GEGEVEN IN EEN PROCEDURE OP TEGENSPRAAK , EN DIE WELKE WORDEN GEGEVEN ZONDER DAT DE WEDERPARTIJ IS OPGEROEPEN TE VERSCHIJNEN . BLIJKENS ARTIKEL 24 ZOU ZIJN TOEPASSINGSGEBIED ZICH UITSTREKKEN TOT BEWARENDE EN VOORLOPIGE MAATREGELEN , DIE VOLGENS HET RECHT VAN DE DIVERSE VERDRAGSLUITENDE STATEN , NAAR HUN AARD OF OP GROND VAN HUN DRINGEND KARAKTER , DIKWIJLS WORDEN GENOMEN ZONDER DAT EERST DE WEDERPARTIJ WORDT GEHOORD . DE VERDRAGSLUITENDE STATEN ZOUDEN NIET DE BEDOELING KUNNEN HEBBEN GEHAD , HET TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG OP DIT PUNT TE BEPERKEN ZONDER DIT IN DE TEKST UITDRUKKELIJK TE VERMELDEN . TEN SLOTTE ZOU ARTIKEL 34 EXECUTIEVERDRAG , VOLGENS HETWELK IN DE PROCEDURE TER VERKRIJGING VAN HET VERLOF TOT TENUITVOERLEGGING ' ' DE PARTIJ TEGEN WIE DE TENUITVOERLEGGING WORDT GEVRAAGD , . . . IN DEZE STAAT VAN DE PROCEDURE NIET ( WORDT ) GEHOORD ' ' , DUIDELIJK AANTONEN DAT VOLGENS HET VERDRAG ZELF NIET-CONTRADICTOIRE PROCEDURES VERENIGBAAR ZIJN MET HET FUNDAMENTELE BEGINSEL VAN DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING , INDIEN ZIJ HUN RECHTVAARDIGING VINDEN IN DE OMSTANDIGHEDEN .

12 DIT BETOOG KAN DE AAN HET EXECUTIEVERDRAG TEN GRONDSLAG LIGGENDE BEGINSELEN EN HET SYSTEEM ERVAN NIET OPZIJ ZETTEN .

13 DE VERDRAGSBEPALINGEN VAN TITEL II , INZAKE DE BEVOEGDHEID , EN TITEL III , BETREFFENDE DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING , DRUKKEN GEZAMENLIJK DE BEDOELING UIT ERVOOR TE ZORGEN DAT , IN HET KADER VAN DE DOELSTELLINGEN VAN HET EXECUTIEVERDRAG , DE PROCEDURES DIE TOT HET GEVEN VAN RECHTERLIJKE BESLISSINGEN LEIDEN , MET INACHTNEMING VAN DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING VERLOPEN . OP GROND VAN DE GARANTIES DIE DE VERWEERDER IN DE OORSPRONKELIJKE PROCEDURE ZIJN VERLEEND , IS HET VERDRAG IN TITEL III ZEER SOEPEL VOOR WAT DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING BETREFT . IN HET LICHT VAN DEZE OVERWEGINGEN WORDT DUIDELIJK , DAT HET VERDRAG HOOFDZAKELIJK DIE RECHTERLIJKE BESLISSINGEN VOOR OGEN HEEFT WELKE , VOORDAT IN EEN ANDERE STAAT DAN IN DE STAAT VAN HERKOMST OM HUN ERKENNING EN TENUITVOERLEGGING WORDT VERZOCHT , IN DIE STAAT VAN HERKOMST OP DIVERSE WIJZEN HET ONDERWERP ZIJN GEWEEST OF KONDEN ZIJN VAN EEN PROCEDURE OP TEGENSPRAAK . UIT HET ALGEMENE SYSTEEM VAN HET VERDRAG KAN DERHALVE NIET WORDEN AFGELEID , DAT EEN FORMELE WILSUITING NOODZAKELIJK WAS OM BESLISSINGEN ALS DE ONDERHAVIGE VAN DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING UIT TE SLUITEN .

14 HET AAN ARTIKEL 34 EXECUTIEVERDRAG ONTLEENDE ARGUMENT INZAKE ANALOGISCHE TOEPASSING KAN EVENMIN DOORSLAGGEVEND ZIJN . DAT DE PROCEDURE WAARIN DE TENUITVOERLEGGING WORDT GEVRAAGD , ALTHANS VOORLOPIG NIET CONTRADICTOIR IS , MOET JUIST WORDEN GEZIEN IN VERBAND MET DE SOEPELHEID VAN HET VERDRAG TEN AANZIEN VAN DE TENUITVOERLEGGING , WELKE HAAR RECHTVAARDIGING VINDT IN DE ZEKERHEID , DAT IN DE STAAT VAN HERKOMST EEN CONTRADICTOIRE BEHANDELING HEEFT PLAATSGEVONDEN OF HEEFT KUNNEN PLAATSVINDEN . WELISWAAR WORDT HET NIET-CONTRADICTOIRE KARAKTER VAN DE PROCEDURE WAARIN OM TENUITVOERLEGGING WORDT VERZOCHT , VOLGENS ARTIKEL 34 TEVENS GERECHTVAARDIGD DOOR HET VERRASSEND EFFECT DAT VAN DEZE PROCEDURE DIENT UIT TE GAAN , OM TE VERHINDEREN DAT DE SCHULDENAAR DE KANS HEEFT ZIJN VERMOGEN AAN IEDERE TENUITVOERLEGGING TE ONT TREKKEN , DOCH HET BETREFT HIER EEN AFGEZWAKT VERRASSEND EFFECT OMDAT WORDT UITGEGAAN VAN EEN CONTRADICTOIRE BEHANDELING IN DE STAAT VAN HERKOMST .

15 EEN ANALYSE VAN DE FUNCTIE IN HET GEHELE SYSTEEM VAN HET EXECUTIEVERDRAG VAN HET BIJZONDERLIJK AAN VOORLOPIGE EN BEWARENDE MAATREGELEN GEWIJDE ARTIKEL 24 , LEIDT VOORTS TOT DE CONCLUSIE DAT VOOR DERGELIJKE MAATREGELEN IN EEN BIJZONDERE REGELING IS VOORZIEN . PROCEDURES ALS DE ONDERHAVIGE , WAARIN HET NEMEN VAN VOORLOPIGE BEWARENDE MAATREGELEN WORDT TOEGESTAAN , ZIJN WELISWAAR IN DE RECHTSORDES VAN ALLE VERDRAGSLUITENDE STATEN BEKEND EN KUNNEN ONDER BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN WORDEN GEACHT GEEN INBREUK TE MAKEN OP DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING , DOCH OPGEMERKT MOET WORDEN , DAT HET TOESTAAN VAN DERGELIJKE MAATREGELEN VAN DE RECHTER BIJZONDERE BEHOEDZAAMHEID VEREIST ALSMEDE EEN MAATREGEL HAAR GEVOLGEN MOET DOEN GEVOELEN . AL NAAR GELANG HET GEVAL , EN MET NAME DE HANDELSGEBRUIKEN , MOET HIJ ZIJN TOESTEMMING KUNNEN BEPERKEN IN DE TIJD OF , MET HET OOG OP DE AARD VAN DE TEGOEDEN OF GOEDEREN DIE DOOR DE VOORGENOMEN MAATREGELEN WORDEN GETROFFEN , BANKGARANTIES EISEN OF EEN SEKWESTER AANWIJZEN EN , IN HET ALGEMEEN AAN ZIJN TOESTEMMING ALLE VOORWAARDEN VERBINDEN DIE HET VOORLOPIGE OF BEWARENDE KARAKTER VAN DE DOOR HEM BEVOLEN MAATREGELEN GARANDEREN .

16 ONGETWIJFELD IS DE PLAATSELIJKE RECHTER OF IN IEDER GEVAL DE RECHTER VAN DE VERDRAGSLUITENDE STAAT WAARIN ZICH DE DOOR DE GEVRAAGDE MAATREGELEN GETROFFEN TEGOEDEN BEVINDEN , HET BESTE IN STAAT DE OMSTANDIGHEDEN TE BEOORDELEN OP GROND WAARVAN DE GEVRAAGDE MAATREGELEN MOETEN WORDEN TOEGESTAAN OF GEWEIGERD , DAN WEL DE MODALITEITEN EN VOORWAARDEN MOETEN WORDEN VASTGESTELD DIE DE VERZOEKER IN ACHT ZAL HEBBEN TE NEMEN OM HET VOORLOPIGE EN BEWARENDE KARAKTER VAN DE TOEGESTANE MAATREGELEN TE GARANDEREN . HET VERDRAG HEEFT MET DIE BEHOEFTEN REKENING GEHOUDEN DOOR IN ARTIKEL 24 TE BEPALEN , DAT IN DE WETGEVING VAN EEN VERDRAGSLUITENDE STAAT VOORZIENE VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN BIJ DE RECHTERLIJKE AUTORITEITEN VAN DIE STAAT KUNNEN WORDEN AANGEVRAAGD , ZELFS INDIEN EEN GERECHT VAN EEN ANDERE VERDRAGSLUITENDE STAAT KRACHTENS HET VERDRAG BEVOEGD IS VAN HET BODEMGESCHIL KENNIS TE NEMEN .

17 ARTIKEL 24 SLUIT NIET UIT , DAT VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN DIE IN DE STAAT VAN HERKOMST IN EEN - ZIJ HET BIJ VERSTEK GEVOERDE - PROCEDURE OP TEGENSPRAAK ZIJN BEVOLEN , ONDER DE IN DE ARTIKELEN 25 TOT EN MET 49 EXECUTIEVERDRAG NEERGELEGDE VOORWAARDEN KUNNEN WORDEN ERKEND EN TEN UITVOER GELEGD . EVENWEL ZIJN DE VOORWAARDEN DIE TITEL III VAN HET VERDRAG AAN DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING VAN RECHTERLIJKE BESLISSINGEN VERBINDT , NIET VERVULD IN HET GEVAL VAN DOOR EEN RECHTER BEVOLEN OF TOEGESTANE VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN , INDIEN DE PARTIJ TEGEN WIE ZIJ ZIJN GERICHT , NIET IS OPGEROEPEN TE VERSCHIJNEN EN ZIJ TEN UITVOER MOETEN WORDEN GELEGD ZONDER VOORAFGAANDE BETEKENING AAN DIE PARTIJ . BIJGEVOLG KOMEN DERGELIJKE RECHTERLIJKE BESLISSINGEN NIET IN AANMERKING VOOR DE IN TITEL III VAN HET VERDRAG VOORZIENE VEREENVOUDIGDE TENUITVOERLEGGING . NAAR DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK EVENWEL TERECHT OPMERKT , STELT ARTIKEL 24 DE JUSTITIABELEN EEN PROCEDURE TER BESCHIKKING DIE DE NADELEN VAN DIE UITSLUITING VOOR EEN GROOT DEEL WEGNEEMT .

18 DE TWEE EERSTE VRAGEN MOETEN DERHALVE ALDUS WORDEN BEANTWOORD , DAT RECHTERLIJKE BESLISSINGEN WAARBIJ VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN WORDEN TOEGESTAAN , DIE WORDEN GEGEVEN ZONDER DAT DE PARTIJ TEGEN WIE ZIJ ZIJN GERICHT , IS OPGEROEPEN TE VERSCHIJNEN , EN DIE TEN UITVOER MOETEN WORDEN GELEGD ZONDER VOORAFGAANDE BETEKENING , NIET ONDER DE IN TITEL III VAN HET VERDRAG VOORZIENE REGELING VOOR DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING VALLEN .

DE DERDE EN DE VIERDE VRAAG

19 GEZIEN HET ANTWOORD OP DE EERSTE TWEE VRAGEN , BEHOEVEN DE DERDE EN DE VIERDE VRAAG NIET MEER AAN DE ORDE TE KOMEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

20 DE KOSTEN DOOR DE REGERING VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK , DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP DE VRAGEN , DOOR HET OBERLANDESGERICHT FRANKFURT/MAIN GESTELD BIJ ZIJN BESCHIKKING VAN 25 JULI 1979 , VERKLAART VOOR RECHT :

RECHTERLIJKE BESLISSINGEN WAARBIJ VOORLOPIGE OF BEWARENDE MAATREGELEN WORDEN TOEGESTAAN , DIE WORDEN GEGEVEN ZONDER DAT DE PARTIJ TEGEN WIE ZIJ ZIJN GERICHT , IS OPGEROEPEN TE VERSCHIJNEN , EN DIE TEN UITVOER MOETEN WORDEN GELEGD ZONDER VOORAFGAANDE BETEKENING , VALLEN NIET ONDER DE IN TITEL III VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN VOORZIENE REGELING VOOR DE ERKENNING EN DE TENUITVOERLEGGING .