Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 28 juli 2016 –

Tomana e.a./Raad en Commissie

(Zaak C‑330/15 P) ( *1 )

„Hogere voorziening — Beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten die deel uitmaken van de regering van Zimbabwe of daarmee banden onderhouden — Lijst van personen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen worden bevroren — Opname van de namen van rekwiranten op die lijst”

1. 

Hogere voorziening — Middelen — Middel dat voor het eerst wordt aangevoerd in hogere voorziening — Niet-ontvankelijkheid — Argumenten die slechts een aanvulling van een in het verzoekschrift aangevoerd middel zijn — Ontvankelijkheid (Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 33)

2. 

Hogere voorziening — Middelen — Noodzaak van precieze kritiek op een onderdeel van de redenering van het Gerecht [Art. 256, lid 1, tweede alinea, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 168, lid 1, d), en 169, lid 2] (cf. punt 34)

3. 

Handelingen van de instellingen — Keuze van de rechtsgrondslag — Criteria (cf. punt 37)

4. 

Recht van de Europese Unie — Beginselen — Rechten van de verdediging — Recht op een effectieve rechterlijke bescherming — Beperkende maatregelen tegen Zimbabwe — Bevriezing van de tegoeden van personen en entiteiten die deel uitmaken van de regering van Zimbabwe of daarmee banden onderhouden — Verplichting om de individuele en specifieke redenen voor de genomen besluiten mee te delen — Omvang — Verplichting om de belastende elementen mee te delen — Omvang (Verordening nr. 151/2012 van de Commissie; besluiten 2012/97/GBVB en 2012/124/GBVB van de Raad) (cf. punten 56, 61, 65‑67)

5. 

Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid — Beperkende maatregelen tegen Zimbabwe — Bevriezing van tegoeden en economische middelen — Beroep tot nietigverklaring ingesteld door een persoon die deel uitmaakt van de regering van Zimbabwe of daarmee banden onderhoudt, waarop een besluit houdende bevriezing van de tegoeden betrekking heeft — Verdeling van de bewijslast — Besluit gebaseerd op een geheel van aanwijzingen — Toelaatbaarheid — Voorwaarden (Verordening nr. 151/2012 van de Commissie; besluiten 2012/97/GBVB en 2012/124/GBVB van de Raad) (cf. punten 81, 82)

6. 

Hogere voorziening — Middelen — Onjuiste beoordeling van de feiten en het bewijsmateriaal — Toetsing door het Hof van de beoordeling van het bewijsmateriaal — Uitgesloten, behoudens het geval van onjuiste opvatting (Art. 256, lid 1, tweede alinea, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 88)

7. 

Gerechtelijke procedure — Motivering van de arresten — Omvang (Statuut van het Hof van Justitie, art. 36 en 53, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 81) (cf. punt 97)

Dictum

1)

De hogere voorziening wordt afgewezen.

2)

Johannes Tomana en de 120 andere rekwiranten wier namen in de bijlage bij het onderhavige arrest staan, worden verwezen in hun eigen kosten alsmede in die van de Raad van de Europese Unie en van de Europese Commissie.

3)

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland draagt zijn eigen kosten.


( *1 ) PB C 302 van 14.9.2015.