Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 19 maart 2014 – Grimal

(zaak C‑550/13)

„Prejudiciële verwijzing — Beginsel van verbod van discriminatie op grond van de nationaliteit — Rijbewijs — Burger van de Europese Unie — Afgifte van twee rijbewijzen door twee lidstaten aan een zelfde persoon — Schorsing van het rijbewijs — Strafvervolging — Feitelijke en juridische context van het hoofdgeding — Onvoldoende precisering — Motivering van de noodzaak van een antwoord op de prejudiciële vraag — Onvoldoende precisering — Kennelijke niet-ontvankelijkheid”

Prejudiciële vragen — Ontvankelijkheid — Verzoek dat geen enkele precisering van het feitelijke en juridische kader verstrekt en de redenen voor de verwijzing naar het Hof niet uiteenzet — Kennelijke niet-ontvankelijkheid (Art. 267 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 23; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 53, lid 2, en 94) (cf. punten 12‑25, 33, 34)

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing – Cour d’appel de Poitiers – Uitlegging van artikel 18 VWEU – Beginsel van verbod van discriminatie op grond van de nationaliteit – Rijbewijs – Burger met twee rijbewijzen die in twee verschillende lidstaten zijn afgegeven – Burger wiens rijbewijs door een van de lidstaten van afgifte is geschorst – Nationale regeling die het rijden door een persoon tijdens de periode van schorsing van zijn rijbewijs strafbaar stelt – Onmogelijkheid voor die burger om zich op het in een andere lidstaat afgegeven rijbewijs te beroepen – Praktijk van de nationale autoriteiten om een burger van een andere lidstaat in dezelfde situatie niet te vervolgen

Dictum

Het door de Cour d’appel de Poitiers (Frankrijk) bij beslissing van 17 oktober 2013 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing is kennelijk niet‑ontvankelijk.