NL

ECO/670

Mededeling over een spaar- en investeringsunie

ADVIES

Afdeling Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s
over een

Spaar- en investeringsunie

Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren

(COM(2025) 124 final)

Contact

eco@eesc.europa.eu

Administrateur

Sergio LORENCIO MATALLANA

Datum document

8/7/2025

Rapporteur: Petru Sorin DANDEA

Adviseur

Christian M. STIEFMUELLER (van de rapporteur)

Raadpleging

Europese Commissie, 13/05/2025

Rechtsgrond

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang

Goedkeuring door de afdeling

4/7/2025

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

45/0/1

Goedkeuring door de voltallige vergadering

D/M/2025

Zitting nr.

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

…/…/…



1.Conclusies en aanbevelingen

1.1Het EESC is ingenomen met de mededeling van de Commissie over een spaar- en investeringsunie en is van mening dat de voltooiing daarvan een aanzienlijk deel van het onbenutte potentieel van de eengemaakte markt zou kunnen ontsluiten. Het EESC merkt op dat eerdere pogingen om een kapitaalmarktenunie tot stand te brengen geen bevredigende vooruitgang hebben opgeleverd. Wil de spaar- en investeringsunie succesvol zijn, dan moet de opzet ervan duidelijk tot doel hebben EU-burgers en -bedrijven echte, tastbare voordelen op te leveren en de reële economie te financieren, een eerlijke transitie te bevorderen, een eerlijke verdeling van kosten, opbrengsten en risico’s tot stand te brengen en de stabiliteit van de financiële markt te waarborgen.

1.2Het EESC merkt op dat de versnippering van de kapitaalmarkten in de EU een van de belangrijkste belemmeringen voor een efficiënte kapitaalstroom op de eengemaakte markt vormt. Het is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de nadruk te leggen op het verbeteren van de interoperabiliteit, interconnectie en efficiëntie van de infrastructuur voor effectentransacties en de verwerking daarvan in de EU door gebruik te maken van geavanceerde technologie. Het is van mening dat geïntegreerde markten ook geïntegreerd toezicht vereisen. Exploitanten van belangrijke grensoverschrijdende financiële infrastructuren in de EU moeten onder pan-Europees toezicht worden geplaatst van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), die over voldoende middelen moet beschikken om deze ruimere rol te vervullen. Het EESC stelt voor om de bevoegdheden en capaciteiten van de ESMA dienovereenkomstig te versterken.

1.3Het EESC stelt voor dat de EU zich met name richt op de aanzienlijke kloof op het gebied van aandelenfinanciering, die ertoe leidt dat enerzijds ondernemingen geen toegang hebben tot risicodragend langetermijnkapitaal en anderzijds beleggers niet de kans krijgen om deel te nemen in waardecreatie. Particuliere bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen, moeten worden aangemoedigd om hun financieringsbronnen te diversifiëren en veerkrachtigere kapitaalstructuren met een minder grote hefboomwerking in te voeren, die van cruciaal belang zijn om het nemen van risico’s en innovatie mogelijk te maken. Aandelenmarkten, zowel beursgenoteerde als niet-beursgenoteerde, moeten worden versterkt door verdere harmonisatie van de desbetreffende vennootschaps-, insolventie- en belastingwetgeving op een zo hoog mogelijk niveau.

1.4De EU moet beter gebruikmaken van haar nog altijd enorme potentieel aan getalenteerde en hoogopgeleide burgers, wereldwijd toonaangevende instellingen op het gebied van onderzoek en onderwijs, en dynamische, innovatieve bedrijven, en zij moet de braindrain van hoogopgeleide, innovatieve onderzoekers en ondernemers zien te keren door ondernemers en werknemers aantrekkelijke stimulansen te bieden om in Europa te blijven en te werken.

1.5Het EESC acht het van het grootste belang dat er een overtuigend voorstel komt om spaarders in de EU aan te moedigen retailbeleggers te worden en zich actief op de kapitaalmarkten te begeven. De deelname van retailbeleggers aan kapitaalmarkten moet vraaggestuurd zijn. Daartoe moeten beleggers toegang hebben tot een zo breed mogelijk scala aan veilige, kosteneffectieve, transparante en goed presterende beleggingsopties. Een open, levendige en concurrerende markt voor grensoverschrijdende beleggingsdiensten, met inbegrip van betaalbaar, hoogwaardig beleggingsadvies, is een eerste vereiste. Nieuwe instrumenten, zoals een spaar- en beleggingsrekening, moeten worden onderzocht, maar mogen pas worden ingevoerd indien aan deze voorwaarden is voldaan.

1.6Het EESC is van mening dat de spaar- en investeringsunie alleen kans van slagen heeft indien er duidelijke en transparante kernprestatie-indicatoren (KPI’s) worden bepaald en verzoekt de Commissie een KPI-dashboard op te stellen en te publiceren om de vooruitgang bij de invoering van de spaar- en investeringsunie in het oog te houden. Het EESC beveelt aan om een ambitieuze maar realistische streefdatum vast te stellen voor de voltooiing van de spaar- en investeringsunie, aan de hand waarvan de vooruitgang kan worden gemeten.

2.Algemene opmerkingen

2.1Het EESC is ingenomen met de mededeling van de Commissie over een spaar- en investeringsunie en is van mening dat de voltooiing van een dergelijke unie een aanzienlijk deel van het onbenutte potentieel van de eengemaakte markt zou kunnen ontsluiten. Momenteel staat er in Europa meer dan 10 biljoen EUR aan spaargeld op de bank 1 . Het EESC merkt op dat eerdere pogingen om een kapitaalmarktenunie tot stand te brengen geen bevredigende vooruitgang hebben opgeleverd. Wil de spaar- en investeringsunie deze keer succesvol zijn, dan moet de opzet ervan duidelijk tot doel hebben EU-burgers en -bedrijven in Europa echte, tastbare voordelen op te leveren en de reële economie te financieren, een eerlijke transitie te bevorderen, een eerlijke verdeling van kosten, opbrengsten en risico’s tot stand te brengen en de stabiliteit van de financiële markt te waarborgen.

2.2Het EESC herhaalt zijn standpunt, zoals verwoord in verschillende eerdere adviezen 2 , dat verdieping van de kapitaalmarkten van de EU zou kunnen helpen voorzien in de benodigde investeringen voor het digitaliserings-, vergroenings- en defensiebeleid. Volgens het kompas voor concurrentievermogen 3 moet er in de EU jaarlijks honderden miljarden euro’s extra geïnvesteerd worden. Het EESC wijst er echter op dat het hier in de eerste plaats om spaargeld van Europese burgers gaat en dat de nodige zorgvuldigheid moet worden betracht om te waarborgen dat deze middelen i) op verantwoorde wijze worden belegd, in overeenstemming met het vermogen van elk individu om het financiële risico te beoordelen en te dragen, en geflankeerd worden door maatregelen op het gebied van financiële geletterdheid en educatie en adequate beleggersbescherming; ii) kosteneffectief worden belegd, met eerlijke en transparante kosten- en prestatiemaatstaven, en een concurrerend rendement opleveren; iii) vrij worden belegd, door een zo breed mogelijk scala aan grensoverschrijdende beleggingsopties te bieden; iv) worden belegd in overeenstemming met de algemene doelstelling om een eerlijke transitie te bevorderen, voor een eerlijke verdeling van kosten, opbrengsten en risico’s te zorgen en de stabiliteit van de financiële markt te waarborgen.

2.3Het EESC merkt op dat de versnippering van de kapitaalmarkten in de EU een van de belangrijkste belemmeringen voor een efficiënte kapitaalstroom op de eengemaakte markt vormt. Het is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de nadruk te leggen op het verbeteren van de interoperabiliteit, interconnectie en efficiëntie van de infrastructuur voor effectentransacties en de verwerking daarvan in de EU door gebruik te maken van geavanceerde technologie 4 . Het EESC merkt op dat de invoering van pan-Europese technologieplatforms, zoals Target2 Securities (T2S) of het slim middleware platform (SIMPL), moet worden aangemoedigd ten behoeve van de totstandbrenging van gefedereerde structuren die exploitanten van financiële infrastructuren in staat stellen grensoverschrijdend samen te werken. Het EESC verwijst naar zijn eerdere advies 5 en herhaalt zijn aanbeveling om T2S verder uit te breiden tot een volwaardige pan-Europese centrale effectenbewaarinstelling (CSD).

2.4Het EESC is het ermee eens dat de integratie van het toezicht op de kapitaalmarkten op Europees niveau een essentieel onderdeel van de spaar- en investeringsunie is. Het toezicht op exploitanten van marktinfrastructuren met aanzienlijke grensoverschrijdende activiteiten, zoals centrale effectenbewaarinstellingen en centrale tegenpartijen, moet geleidelijk aan de ESMA worden overgedragen. De ESMA zal deze taak alleen geheel of gedeeltelijk over kunnen nemen als zij de beschikking krijgt over de nodige financiële en personele middelen. Er moeten hervormingen in het bestuur van de ESMA en in de relatie tussen ESMA en de bevoegde nationale autoriteiten worden doorgevoerd om de weg vrij te maken voor een mogelijke verdere stap in de integratie van het toezicht wanneer eenmaal aan de juiste voorwaarden is voldaan.

2.5Het EESC stelt voor dat de EU zich met name richt op de aanzienlijke kloof op het gebied van aandelenfinanciering, die ertoe leidt dat enerzijds ondernemingen geen toegang hebben tot risicodragend langetermijnkapitaal en anderzijds beleggers niet de kans krijgen om deel te nemen in waardecreatie. Maatregelen zullen alleen succesvol zijn als ze tekortkomingen aan zowel de vraag- als de aanbodzijde verhelpen. Aan de aanbodzijde moeten de uitgifte en de grensoverschrijdende toegang tot de kapitaalmarkten van de lidstaten minder omslachtig worden en soepeler verlopen en moeten eigenvermogensinstrumenten van EU-ondernemingen vrij over de grenzen van de lidstaten heen verhandeld kunnen worden. Verdere harmonisatie van het vennootschaps-, insolventie- en belastingrecht kan nodig zijn, evenals verdere harmonisatie van de regels inzake financiële verslaglegging in het kader van de wettelijke rapportage — een stap die in alle lidstaten moet worden bevorderd door de invoering van de internationale standaard voor financiële verslaglegging. Beide soorten harmonisatie moeten plaatsvinden op het hoogst mogelijke niveau en moeten gezien het economisch en sociaal gevoelige karakter ervan op een op transparantie en democratische verantwoordingsplicht gebaseerde wijze overeengekomen worden. Aan de vraagzijde moeten Europese burgers en huishoudens toegang hebben tot een breder scala aan goed gereguleerde, kosteneffectieve, transparante en goed presterende beleggingsproducten die beleggingskeuzes op pan-Europese basis bieden. Specifieke instrumenten, zoals een spaar- en beleggingsrekening, moeten worden onderzocht, maar mogen pas worden ingevoerd indien aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan.

2.6Wanneer hun niveau van financiële geletterdheid onvoldoende is, zouden retailbeleggers aan aanzienlijke verliezen kunnen worden blootgesteld als zij plotseling rechtstreeks op de kapitaalmarkten gaan beleggen. De financiële geletterdheid van retailbeleggers moet daarom verder worden verbeterd, bijvoorbeeld door gebruik te maken van nationale en EU-fondsen. Wettelijke informatie over financiële producten, zoals prospectussen en essentiële-informatiedocumenten (EID’s), moet uitgebreid zijn — en onder meer informatie over de rechten van mensen als beleggers en consumenten omvatten — en in een toegankelijk en gebruiksvriendelijk format zijn opgesteld. De strategie moet gericht zijn op het vergroten van de kennis van retailbeleggers over de verschillende risicoklassen, verschillende financiële instrumenten en prudente beleggingspraktijken. Financiële geletterdheid mag echter niet worden beschouwd als een vervanging voor het behoud van een sterke rechtsbescherming voor spaarders, retailbeleggers en consumenten in het algemeen.

2.7Bijzondere aandacht moet uitgaan naar jongeren; doel is dat zij op jonge leeftijd het vermogen ontwikkelen om gezonde financiële besluiten te nemen en dus wordt voorkomen dat ze buitensporig hoge schulden aangaan, dat een verantwoorde financiële planning wordt bevorderd opdat ze ook op langere termijn hun financiële zaken op orde hebben, en dat wordt gezorgd voor hoogwaardige financiële educatie die is afgestemd op de unieke positie van jongeren in beleggingsecosystemen. Jonge beleggers staan meer open voor het benutten van nieuwe financiële kansen, maar zij zijn ook kwetsbaar en worden onevenredig blootgesteld aan financiële misinformatie en producten met een hoog risico. Om hen te beschermen moet de EU zorgen voor een robuuste consumentenbescherming, met inbegrip van waarborgen op platformniveau, educatieve introductie voor beginnende beleggers en beperkingen op het promoten van speculatieve financiële instrumenten. Gezien de grote belangstelling van jonge Europeanen voor maatschappelijke en groene beleggingen moeten deze prioriteiten prominenter tot uiting komen in de voorstellen van de Commissie. Bovendien is het van essentieel belang dat in de hele EU gegevens worden verzameld over het spaar- en beleggingsgedrag van jongeren met het oog op een toekomstige empirisch onderbouwde regelgeving en een zinvolle respons op de behoeften van jongeren.

2.8Het EESC is van mening dat institutionele beleggers, met name vermogensbeheerders, verzekeraars en pensioenfondsen, een essentiële rol zullen blijven spelen bij het kanaliseren van geld van huishoudens naar de kapitaalmarkten. Dankzij hun schaalvoordelen kunnen institutionele beleggers in een breder scala aan kapitaalmarkten en -instrumenten beleggen en beleggers dus een zekere mate van diversificatie bieden. Institutionele beleggers vallen onder adequate regulering en toezicht en moeten de deelnemers die zij vertegenwoordigen ook het noodzakelijke beschermingsniveau bieden. Het EESC merkt echter op dat hoge kosten, ontoereikende productinformatie en teleurstellende beleggingsprestaties retailbeleggers er vaak van hebben weerhouden zich op de kapitaalmarkten te begeven. Het EESC steunt daarom de oproep die het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) heeft gedaan 6 om het regelgevingskader voor deze producten te herzien, om te zorgen voor meer transparantie en veiligheid voor beleggers en om de regels voor productdistributie verder te harmoniseren.

2.9Het EESC kan zich vinden in het voorstel van de Commissie om retailbeleggers een fiscale voorkeursbehandeling te geven, maar wijst erop dat deze maatregel moeilijk uitvoerbaar zou zijn vanwege de zeer uiteenlopende belastingstelsels in de EU. Belastingstelsels zijn versnipperd in de EU en met name de directe belastingen zijn gereguleerd op nationaal niveau. De haalbaarheid van en het draagvlak voor geharmoniseerde maatregelen zouden op een beperkte en gerichte manier kunnen worden onderzocht. Het EESC is ingenomen met Finance Europe, een initiatief dat in juni 2025 door zes lidstaten is opgezet om Europese investeringen door middel van een pan-Europees label voor spaarproducten te bevorderen. Het initiatief is bedoeld om de integratie op de gefragmenteerde financiële markten van de EU te bevorderen en het ondersteunt het reeds lang bestaande streven om een spaar- en investeringsunie op te richten.

2.10Het EESC onderschrijft de doelstelling om de ontwikkeling van aanvullende pensioenen onder prudente voorwaarden te bevorderen, maar is wel van mening dat deze pensioenen niet als vervanging van openbare pensioenstelsels gepositioneerd mogen worden. Automatische aansluiting bij aanvullende regelingen moet worden bevorderd, maar er moet wel sprake zijn van adequaat gereguleerde en transparante kostenstructuren en deelnemers moeten zeggenschap over hun pensioengeld blijven houden en voortdurend zicht hebben op de beleggingsresultaten. De regelgeving inzake aanvullende particuliere pensioenregelingen moet de betrokken deelnemers voldoende bescherming bieden, met name tegen blootstelling aan risicovolle of andere ongeschikte beleggingen. Het EESC benadrukt dat het pensioenbeleid in de eerste plaats tot doel heeft werknemers op hun oude dag optimale sociale zekerheid te bieden. Openbare pensioenregelingen zijn de beste manier om deze sociaal-politieke opdracht in te vullen. Met dit in gedachten is het EESC van mening dat de uitbreiding en versterking van bedrijfspensioenregelingen (pijler 2), overeengekomen middels collectieve onderhandelingen, waarbij de werkgever een minimumbijdrage inlegt en waarbij toezicht wordt uitgeoefend door een overheidsinstantie die bindende en duurzame beleggingsrichtsnoeren toepast, een stap in de goede richting zou kunnen zijn, mits dit zo gebeurt dat de openbare pensioenstelsels aangevuld en niet ondermijnd worden.

2.11De aantrekkelijkheid en houdbaarheid van aanvullende pensioenregelingen met kapitaaldekking voor individuele spaarders hangt uiteindelijk en vooral af van de prestaties van een belegging, die wordt bepaald door de wijze waarop de belegging wordt beheerd en de kosteneffectiviteit ervan. Met het oog op een bredere aanvaarding van met kapitaaldekking gefinancierde pensioenregelingen in de EU is het van cruciaal belang meer aandacht te besteden aan herstructurering van de aanbodzijde, die momenteel versnipperd is langs nationale scheidslijnen. In sommige lidstaten worden verplichte premies voor aanvullende pensioenregelingen gebruikt om een speciale pool van individuele pensioenpotten te creëren waarbij de overheidssector gecentraliseerde diensten verleent, bijvoorbeeld door de vraag te bundelen en gecentraliseerde toegang tot een breed scala aan beleggingsproducten te bieden. Het EESC roept de Commissie en de lidstaten op om dergelijke modellen op gestructureerde wijze te onderzoeken en maatregelen te overwegen om de lidstaten aan te moedigen “beste praktijken” op dit gebied toe te passen.

2.12Het EESC herhaalt dat het mobiliseren van publieke financiële middelen hand in hand moet gaan met het mobiliseren van particuliere financiële middelen. Het beveelt daarom aan om in het kader van het volgende meerjarig financieel kader (MFK) een EU-investeringsfonds voor concurrentievermogen en veerkracht op te richten. Het is van mening dat een dergelijk EU-investeringsfonds moet worden gefinancierd met een mix van middelen, waaronder bijdragen van de lidstaten, nieuwe eigen middelen en de gemeenschappelijke uitgifte van EU-schuldpapier; EU-schuldpapier is tijdens de COVID-19-pandemie met succes geïntroduceerd als innovatief instrument en zou in de toekomst opnieuw kunnen worden ingezet om het duurzame concurrentievermogen en de veerkracht van de eengemaakte markt te financieren. In dit verband dringt het EESC, net als de Commissie, er bij de Raad op aan om “de werkzaamheden met betrekking tot nieuwe eigen middelen met spoed te hervatten” 7 .

2.13Volgens het EESC kunnen projecten met een hoger risico en langlopende transitieprojecten worden ondersteund door voort te bouwen op de capaciteit van de Europese Investeringsbank (EIB), het Europees Investeringsfonds en nationale stimuleringsbanken en instellingen, en deze capaciteit uit te breiden. Met name aandelenbeleggingen door publieke en private entiteiten vormen een belangrijk financieringsalternatief voor start-ups, scale-ups en gevestigde ondernemingen, en blijven een onderbenutte bron die het concurrentievermogen van de EU kan versterken. Het EESC is van mening dat zowel de EU als haar lidstaten de ontwikkeling van pan-Europese durfkapitaalfondsen kunnen aanmoedigen door garanties en, belangrijker nog, directe investeringen beschikbaar te stellen. De ervaring in sommige lidstaten heeft geleerd dat overheidssteun, waaronder directe investeringen en een solide garantiesysteem, de ontwikkeling van de durfkapitaalsector kan versnellen. Er moeten echter maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat de risico’s eerlijk worden verdeeld tussen beleggers uit de publieke sector en beleggers uit de private sector zodat de publieke sector geen onevenredig deel van het risico op zich neemt.

2.14De bestaande belastingwetgeving en solvabiliteitsvereisten van de lidstaten bevorderen de financiering van ondernemingen door middel van krediettransacties ten koste van de financieringstransacties op de kapitaalmarkten. Het EESC is van mening dat dit de ontwikkeling en integratie van de Europese kapitaalmarkten ontmoedigt. Om de bevoordeling van schuldfinanciering weg te nemen, dringt het aan op invoering van evenwichtigere belastingstelsels, zonder afbreuk te doen aan de billijke verdeling van de belastingdruk noch aan de integriteit van de belastinggrondslagen van de lidstaten in het algemeen. Als onderdeel van dit proces zou de Commissie met een herziene versie van het DEBRA-initiatief (Debt-Equity Bias Reduction Allowance) moeten komen waarbij de lidstaten worden aangemoedigd de nodige hervormingen te bevorderen. Bovendien vormen lokale regels inzake financiële verslaglegging een belemmering voor grensoverschrijdende investeringen en voor de financiering van grotere, middelgrote en kleinere ondernemingen door middel van aandelenfinanciering. Door in alle lidstaten gemeenschappelijke regels voor financiële verslaglegging te hanteren zouden de financieringsmogelijkheden voor lokale bedrijven verruimd kunnen worden, bijvoorbeeld door grensoverschrijdende kapitaalbeleggers aan te trekken.

2.15Om herhaling van de problemen met de kapitaalmarktenunie en de bankenunie te voorkomen beveelt het EESC de lidstaten en het Europees Parlement aan om de initiatieven van de Commissie inzake de spaar- en investeringsunie te steunen. Gezien de mondiale geopolitieke context en de dringende noodzaak om het kapitaal te genereren dat nodig is voor de financiering van Europese ondernemingen en het ReArm Europe/Readiness 2030-plan moet een nieuw gevoel van urgentie aan de dag worden gelegd wat de invoering van de spaar- en investeringsunie betreft.

3.Specifieke opmerkingen

3.1Eind 2022 waren er 310 effectenhandelsplatforms in de EER, waaronder 128 gereglementeerde markten, 152 multilaterale handelsfaciliteiten (MTF’s) en 30 georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF’s). Voor posttransactionele verrichtingen telde de EU 18 clearing- en 21 afwikkelingsmarkten. Deze versnippering staat de oprichting van diepe en liquide kapitaalpools in de weg, die nodig zouden zijn om EU-bedrijven tegen gunstige, internationaal concurrerende voorwaarden te financieren en aantrekkelijke beleggingsmogelijkheden voor EU-beleggers te creëren. Het EESC erkent de vooruitgang die reeds is geboekt met initiatieven zoals TARGET2-effecten, het “consolidated tape”-systeem en het Europees centraal toegangspunt (ESAP), en is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de nadruk te leggen op het verbeteren van de interoperabiliteit, interconnectie en efficiëntie van de handels- en transactieverwerkingsinfrastructuur van de EU door gebruik te maken van geavanceerde technologieën.

3.2Een van de belemmeringen waarmee Europese spaarders worden geconfronteerd wanneer zij toegang tot de markt willen krijgen, is het ontbreken van financiële instrumenten die kleine kapitaalbeleggingen mogelijk maken. Diversificatie van beleggingsinstrumenten is geboden om retailbeleggers toegang te geven. Het EESC merkt op dat een pan-Europese spaar- en beleggingsrekening, gebaseerd op succesvolle beproefde modellen in sommige lidstaten, een belangrijke bijdrage kan leveren aan het vergemakkelijken van de toegang tot kapitaalmarkten voor retailbeleggers, mits dergelijke producten goed gereguleerd, kosteneffectief en transparant zijn, goed presteren en gelijke toegang bieden tot een zo breed mogelijk scala aan Europese en andere markten en mits beleggers — en meer in het algemeen — consumenten — adequaat beschermd worden.

3.3Het EESC is het met de Commissie eens wat betreft de belemmeringen die de integratie van kapitaalmarkten in de weg staan. Geen enkele strategie zal significante resultaten kunnen opleveren als zij niet gericht is op de specifieke behoeften van startende ondernemingen in innovatieve sectoren die afhankelijk zijn van het aantrekken en behouden van gespecialiseerd, hooggekwalificeerd personeel. De EU moet de braindrain van hoogopgeleide, innovatieve onderzoekers en ondernemers naar andere rechtsgebieden zien te keren en moet daarom een afzonderlijk model ontwikkelen. Beginnende ondernemingen moeten worden aangemoedigd om ook anderen volledig en eerlijk deel te laten nemen in de waarde die door collectieve inspanningen wordt gecreëerd, door alle werknemers met een vast en voltijds dienstverband aandelen aan te bieden. Het is een feit dat het arbeidsrecht en de belastingwetgeving een zaak van de lidstaten zijn en blijven. Geharmoniseerde belastingprikkels, bijvoorbeeld met betrekking tot vermogenswinst op aandelen van werknemers, zouden echter wel overwogen moeten worden.

3.4De ontwikkeling — in het kader van een publiek-privaat project — van een Europese onderneming die geïntegreerde clouddiensten aanbiedt en een veerkrachtige, autonome technische infrastructuur voor de spaar- en investeringsunie biedt, kan van cruciaal belang zijn voor een betere integratie van de kapitaalmarkten en het bankwezen. Het is algemeen bekend dat bedrijven of projecten waarvoor Europese staten gezamenlijk middelen hebben uitgetrokken, succesvol zijn gebleken. Momenteel maken zelfs de grootste kredietverstrekkende instellingen, de Europese systeembanken, gebruik van clouddiensten die worden aangeboden door mondiale, voornamelijk Amerikaanse platformexploitanten. Dat kan ook een veiligheidsprobleem vormen.

3.5Het EESC is van mening dat de spaar- en investeringsunie alleen kans van slagen heeft indien er duidelijke en transparante kernprestatie-indicatoren (KPI’s) worden bepaald en verzoekt de Commissie een KPI-dashboard op te stellen en te publiceren om de vooruitgang bij de invoering van de spaar- en investeringsunie in het oog te houden. Potentiële KPI-maatstaven zijn o.a.: i) de groei van het volume aan grensoverschrijdende retailbeleggingen; ii) de verlaging van de gemiddelde transactiekosten op de kapitaalmarkt; iii) het aantal start-ups dat gebruikmaakt van pan-Europese eigenvermogensinstrumenten; iv) het kapitaal dat door kmo’s via publieke en durfmarkten wordt aangetrokken; en v) het tempo waarin vooruitgang wordt geboekt met de harmonisatie van de wetgeving op het gebied van insolventie en bronbelasting. Het EESC beveelt aan om een ambitieuze maar realistische streefdatum vast te stellen voor de voltooiing van de spaar- en investeringsunie, aan de hand waarvan de vooruitgang kan worden gemeten.

Brussel, 4 juli 2025.

De voorzitter van de afdeling Economische en Monetaire Unie, Economische en Sociale Samenhang

Ioannis VARDAKASTANIS

_____________

(1)    Europese Commissie, Mededeling over een spaar- en investeringsunie , 19 maart 2025.
(2)     PB C 155, 30.4.2021, blz. 20 en advies van het EESC over Investeringen en hervormingen voor het concurrentievermogen en een kapitaalmarktenunie , (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(3)    Europese Commissie, Het EU-kompas voor concurrentievermogen , mededeling, 29 januari 2025.
(4)    Europese Commissie, Mededeling over een spaar- en investeringsunie , 19 maart 2025.
(5)     PB C 443 van 22.11.2022, blz. 87 .
(6)    Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, “Call for advice on PRIIPs: ESA advice on the review of the PRIIPs Regulation”, JC 2022/20, 29 april 2022.
(7)    Europese Commissie, De weg naar het volgende meerjarig financieel kader , mededeling, COM(2025) 46 final , 11 februari 2025.