NLLN

SOC/765

Europese gehandicaptenkaart

ADVIES

Afdeling Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap

Europese gehandicaptenkaart

(Verkennend advies op verzoek van de Europese Commissie)

Contact

valeria.atzori@eesc.europa.eu

Administrateur

Valeria ATZORI

Datum document

11/04/2023

Rapporteur: Ioannis VARDAKASTANIS

Adviesaanvraag

Verkennend advies op verzoek van de Commissie

Brief van Maroš Šefčovič, vicevoorzitter voor Interinstitutionele Betrekkingen en Prognoses — 20/01/2023

Rechtsgrond

Artikel 11 van het samenwerkingsprotocol tussen de Europese Commissie en het Europees Economisch en Sociaal Comité

Bevoegde afdeling

Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap

Goedkeuring door de afdeling

03/04/2023

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

59/2/1

Goedkeuring door de voltallige vergadering

DD/MM/YYYY

Zitting nr.

...

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

.../.../...



1.Conclusies en aanbevelingen

1.1Het EESC is ingenomen met het vlaggenschipinitiatief van de Europese Commissie voor de invoering van een Europese gehandicaptenkaart waarmee de wederzijdse erkenning van de gehandicaptenstatus van kaarthouders wordt vereenvoudigd en zij hun recht van vrij verkeer en verblijf in de hele EU kunnen uitoefenen. De Europese gehandicaptenkaart is een oude wens van en een topprioriteit voor de gehandicaptenbeweging. Het komt immers nog steeds voor dat handicaps niet worden erkend en het recht van vrij verkeer daardoor wordt beperkt.

1.2Het EESC benadrukt dat handicaps niet wederzijds worden erkend, waardoor er onvoldoende steunmaatregelen beschikbaar zijn voor personen met een handicap en hun het recht om naar andere EU-landen te reizen en/of te verhuizen wordt ontzegd.

1.3Het EESC begrijpt dat de verbetering van dit vrije verkeer van personen met een handicap als gevolg van de wederzijdse erkenning van handicaps zou bijdragen aan de totstandkoming van een gemeenschappelijke Europese identiteit en meer samenhang voor personen met een handicap, waardoor dienstverleners zich bewust worden van het gebrek aan toegankelijkheid en de toegang op lange termijn wordt verbeterd. Zij zullen daar tegelijkertijd profijt van hebben doordat het aantal bezoekers toeneemt.

1.4De Europese gehandicaptenkaart zal ook de samenwerking tussen verschillende nationale autoriteiten en overheidsinstanties versterken om het bewustzijn over gehandicaptenvraagstukken te vergroten. Daardoor zullen bepaalde personen met een onzichtbare handicap gemakkelijker toegang krijgen tot voordelen en diensten zonder dat zij hun handicap hoeven uit te leggen. Dankzij de kaart zal het ook gemakkelijker worden diensten te verlenen aan personen met een handicap uit lidstaten die geen nationale gehandicaptenkaart hebben. Zij krijgen dan een document dat zij ook op nationaal niveau als bewijs van handicap kunnen gebruiken.

1.5Het EESC benadrukt dat het belangrijk is om de invoering van de Europese gehandicaptenkaart aan te vullen met zowel Europese als nationale maatregelen ter verbetering van de algemene toegankelijkheid van de bebouwde omgeving, vervoer, diensten en goederen, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2019/882 1 , Richtlijn (EU) 2016/2102 2 , de verordeningen inzake de toegankelijkheid van het vervoer 3 en de bijbehorende toegankelijkheidsnormen.

1.6Het EESC is verheugd dat de Commissie een wetgevingsinitiatief voor de Europese gehandicaptenkaart voorstelt en dringt erop aan dat de Commissie een verordening voorstelt, aangezien dat een geschikter instrument is om ervoor te zorgen dat de kaart op soepele wijze wordt toegepast en om verschillen in de uitvoering op nationaal niveau te voorkomen.

1.7Het EESC acht het van belang dat de Europese gehandicaptenkaart betrekking heeft op de toegang tot alle vormen van diensten, voordelen en kortingen die reeds op nationaal niveau worden toegekend en die worden aanvaard door alle diensten die preferentiële voorwaarden of aanpassingen voor personen met een handicap bieden, ongeacht of deze door openbare of particuliere entiteiten worden verstrekt.

1.8Het EESC beveelt aan dat de Europese gehandicaptenkaart voorziet in de mogelijkheid om tijdelijk toegang te verlenen tot uitkeringen in het kader van sociaal overheidsbeleid en/of nationale socialezekerheidsstelsels wanneer een persoon met een handicap naar een lidstaat is verhuisd om te studeren of te werken, ten minste gedurende het hele proces waarin de handicap opnieuw wordt beoordeeld en gecertificeerd.

1.9Hoewel de erkenning van handicaps via de Europese gehandicaptenkaart niet betekent dat de modellen voor de beoordeling van handicaps in de lidstaten worden gelijkgetrokken, worden de lidstaten er wel toe verplicht de huidige, hoofdzakelijk op een medische benadering gebaseerde stelsels te verbeteren en meer in overeenstemming te brengen met de modellen van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

1.10Volgens het EESC moet de kaart fysiek zijn en digitale mogelijkheden hebben, volledig toegankelijk zijn, een gestandaardiseerd ID-formaat hebben en informatie bevatten over de persoonlijke bijstand en/of begeleider van de eigenaar van de kaart.

1.11Het EESC stelt voor dat de wetgeving inzake de Europese gehandicaptenkaart voorziet in een volledig toegankelijke website op EU-niveau, met een gemakkelijk leesbare versie en beschikbaarheid van gebarentaal, in alle EU-talen, met praktische informatie over elk land. In dit verband zouden er in de hele EU en op nationaal niveau bewustmakingscampagnes in alle EU-talen moeten worden opgezet ten behoeve van het grote publiek, potentiële kaartgebruikers en dienstverleners.

1.12Het EESC steunt, naast het voorstel voor een Europese gehandicaptenkaart, het voorstel om nieuwe wetgeving voor de Europese parkeerkaart te ontwikkelen. Het verzoekt de Commissie er echter rekening mee te houden dat het hoe dan ook twee aparte kaarten moeten blijven.

1.13Het EESC wijst erop dat de EU-instellingen bij de ontwikkeling, uitvoering en daaropvolgende beoordeling van de Europese gehandicaptenkaart nauw moeten blijven samenwerken met personen met een handicap evenals nationale, regionale en lokale vertegenwoordigende organisaties van personen met een handicap.

1.14Het EESC begrijpt dat de Europese gehandicaptenkaart volledig in overeenstemming is met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) 4 en de persoonsgegevens van de gebruiker beschermt. Het verzoekt de Commissie om bij het ontwerp en het gebruik van de Europese gehandicaptenkaart door middel van de voorgestelde wetgeving een hoog niveau van bescherming van deze gegevens te waarborgen en veiligheidsmaatregelen en maatregelen tegen vervalsing te nemen.

2.Algemene opmerkingen

2.1Het EESC wijst erop dat de status van burger van de EU, zoals vastgelegd in artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het recht inhoudt om zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven 5 . Voor personen met een handicap wordt dit recht beschermd door het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD), dat door de Europese Unie en de 27 lidstaten is bekrachtigd, in artikel 18, waarin de vrijheid van verkeer, de vrijheid om hun woonplaats en nationaliteit te kiezen, op voet van gelijkheid met anderen worden vastgesteld. Aangezien een handicap bestaat uit een reeks beperkingen die in wisselwerking met diverse belemmeringen de volledige en effectieve participatie in de samenleving op voet van gelijkheid met anderen kunnen belemmeren 6 , is het de verantwoordelijkheid van de samenleving als geheel, met name door middel van nationaal en Europees overheidsbeleid, om de verwezenlijking van dit recht te beschermen en daadwerkelijk mogelijk te maken.

2.2In dit kader zijn steun, bijstand, toegankelijkheidsmaatregelen, specifieke diensten, redelijke aanpassingen, positieve acties en andere uitkeringsvormen voor personen met een handicap de instrumenten waarmee het gelijke genot van hun rechten wordt verwezenlijkt en belemmeringen worden weggenomen. Het feit dat handicaps niet worden erkend, waardoor de beschikbaarheid van deze steunmaatregelen wordt belemmerd, houdt dus in dat de 87 miljoen personen met een handicap die in de EU wonen rechtstreeks het recht wordt ontzegd om naar andere EU-landen te reizen en/of te verhuizen.

2.3Het EESC is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een wetgevingsinitiatief voor de Europese gehandicaptenkaart en dringt er met klem op aan dat de Europese gehandicaptenkaart wordt ingevoerd door middel van een verordening, die in alle lidstaten snel, doeltreffend en op homogene wijze van toepassing is. Een verordening is een geschikter instrument om ervoor te zorgen dat de kaart op soepele wijze wordt toegepast en om verschillen in de uitvoering op nationaal niveau te voorkomen. De wetgeving kan niet het karakter van een aanbeveling hebben, omdat de kaart dan niet universeel en homogeen toepasbaar zou zijn. In het geval van een richtlijn zou er een hoog risico zijn dat de voor de omzetting benodigde tijd onbepaald is, met mogelijke situaties tot gevolg waarin Europese gehandicaptenkaarten in sommige lidstaten een actieve status hebben, maar andere EU-landen geen goede wetgeving hebben om de voordelen ervan toe te passen. Een verordening zou daarentegen in alle lidstaten onmiddellijk effect sorteren.

2.4De Europese gehandicaptenkaart, die het voor personen met een handicap gemakkelijker maakt zich vrij in de EU te bewegen, zou dus werken als en de kenmerken hebben van een Europees gehandicaptenpaspoort, dat de identificatie van en vervolgens de toegang tot alle rechtmatige diensten en uitkeringen mogelijk maakt.

2.5Volgens het EESC heeft het proefproject dat tussen 2016 en 2019 in acht lidstaten van start is gegaan, de haalbaarheid van de kaart en de mogelijkheden ervan voor de gebruikers aangetoond, alsook hoe daarmee de mobiliteit wordt vergemakkelijkt door toegang te verlenen tot gunstige voorwaarden voor bepaalde diensten die reeds beschikbaar zijn voor personen met een handicap uit de gastlidstaat.

2.6In de beoordeling van het in 2021 ontwikkelde proefproject 7 werd deze doeltreffendheid gedetailleerd beschreven. Zo werd door het gebruik van de kaart de deelname van personen met een handicap aan de sectoren cultuur en vrije tijd gestimuleerd, nam de grensoverschrijdende mobiliteit toe en zijn de toeristische ervaringen in het buitenland voor veel gebruikers verbeterd.

2.7Uit de beoordeling bleek echter ook dat de gebruikers vroegen om meer ambitie aan de dag te leggen en het toepassingsgebied uit te breiden tot meer sectoren, waaronder de vervoerssector, die maar in beperkte mate werd bestreken. Ook werden bewustmakingscampagnes zeer noodzakelijk geacht, zodat potentiële gebruikers de nieuwe mogelijkheden beter begrijpen en dienstverleners de kaart en de daarmee gepaard gaande kortingen en diensten erkennen.

2.8In het beoordelingsverslag worden de mogelijkheden, maar ook de verzoeken van personen met een handicap en de mogelijke lacunes die de Europese gehandicaptenkaart aan het licht kan brengen indien de door de kaart bestreken sectoren beperkt zijn, duidelijk aangegeven. Het EESC acht het dan ook van belang dat de gebruikers van de Europese gehandicaptenkaart toegang krijgen tot alle vormen van diensten, uitkeringen en kortingen die op nationaal niveau reeds worden toegekend en die worden aanvaard door alle diensten die preferentiële voorwaarden of aanpassingen voor personen met een handicap bieden, ongeacht of deze door openbare of particuliere entiteiten worden verstrekt. Het is van mening dat in de wetgeving geen beperkte lijst van sectoren moet worden opgenomen, maar dat deze op alle diensten van de interne markt van de EU van toepassing moet zijn, aangezien een opsomming veel uitzonderingen zou inhouden, waardoor de meeste van de huidige belemmeringen zouden blijven bestaan en de doeltreffendheid ervan zou worden beperkt.

2.9Het EESC begrijpt dat de Europese gehandicaptenkaart, wat betreft de dekking van de uitkeringen in het kader van sociaal overheidsbeleid en/of nationale socialezekerheidsstelsels, zoals directe economische steun, persoonlijke bijstand, steun voor studenten of werkgerelateerde voordelen voor ondernemingen bij het in dienst nemen van werknemers met een handicap, moet voorzien in de mogelijkheid om tijdelijk dergelijke diensten toe te kennen wanneer een persoon met een handicap naar een lidstaat is verhuisd om te studeren of te werken, ten minste gedurende het hele proces waarin de handicap opnieuw wordt beoordeeld en gecertificeerd. Dit betekent dat personen met een handicap die naar een andere lidstaat verhuizen voor een baan of om te studeren (bv. het Erasmus+-programma), toegang zullen hebben tot alle steun die nodig is om op voet van gelijkheid te werken of te studeren.

2.10Het EESC benadrukt dat de Europese gehandicaptenkaart volledig in overeenstemming is met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) 8 en de persoonsgegevens van de gebruiker beschermt, aangezien het gebruik van dit document om toegang te krijgen tot diensten en uitkeringen de persoon vrijwaart van de verplichting om persoonsgegevens te tonen en mede te delen, met name de beoordeling van de handicap en persoonlijke gezondheidsinformatie.

2.11Het voorstel voor een Europese gehandicaptenkaart moet de invoering van een handhavings- en monitoringsysteem omvatten om de vlotte en doeltreffende uitvoering ervan te waarborgen, samen met een structuur om klachten en verzoeken van gebruikers te kanaliseren en te beheren.

2.12Het EESC begrijpt dat de erkenning van handicaps via de Europese gehandicaptenkaart niet betekent dat de modellen voor de beoordeling van handicaps in de lidstaten homogeen zijn. Niettemin worden de lidstaten ertoe verplicht de huidige, hoofdzakelijk op een medische benadering gebaseerde stelsels te verbeteren en meer in overeenstemming te brengen met de modellen van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Volgens het recente onderzoek van het Europees Parlement “Disability assessment, mutual recognition and the EU Disability Card” bestaat er een sterke consensus over de noodzaak van een betere toepassing van gemeenschappelijke beginselen en meer harmonisatie inzake de beoordeling van handicaps, definities van handicaps en wederzijdse erkenning. Ook wordt ingezien dat de bestaande beoordelingssystemen meer gericht zijn op individuele kenmerken dan op omgevingskenmerken, en sterk leunen op medische kennis over of tests bij personen die niet goed functioneren naar maatschappelijke maatstaven, in plaats van een meer holistische benadering die rekening houdt met de feitelijke levenssituatie van personen 9 .

3.Specifieke opmerkingen

3.1Wat het formaat betreft, is het EESC voorstander van een fysieke kaart met digitale mogelijkheden – een QR-code en/of een elektronische chip die gekoppeld is aan de gegevens van de beoordeling van handicaps zou bijvoorbeeld een positieve toevoeging zijn. Deze fysieke kaart moet volledig toegankelijk zijn, met een opschrift in braille en een gestandaardiseerd ID-formaat.

3.2Voor het project van de Europese gehandicaptenkaart moet er ook een website op EU-niveau komen waarop voor elk land praktische details te vinden zijn, zoals informatie over waar de kaart kan worden verkregen, en hoe deze werkt. De EU-website zou in elke taal beschikbaar moeten zijn en toegankelijk moeten zijn op het hoogste niveau van conformiteit (AAA) van de richtsnoeren inzake toegankelijkheid van webinhoud 10 , in een gemakkelijk leesbaar format en met beschikbaarheid van gebarentaal, net als de nationale websites en de volledige procedure voor het verkrijgen van de kaart.

3.3De Europese gehandicaptenkaart moet ook informatie bevatten over de persoonlijke bijstand en/of begeleiders van de eigenaar van de kaart, zodat zij in voorkomend geval ook in aanmerking komen voor de voordelen en steun. Deze informatie kan worden weergegeven met een concreet symbool of een vermelding op de fysieke kaart.

3.4Het EESC is van mening dat het gebruik van de Europese gehandicaptenkaart vrijwillig moet zijn en dat in de wet moet worden vastgelegd dat elke persoon met een handicap zelf kan beslissen of hij/zij de kaart wil aanvragen en dat het nooit een verplichting mag zijn om een dergelijke kaart te bezitten om een handicap aan te tonen.

3.5Het EESC dringt er bij de Commissie op aan een financieringsinstrument in het leven te roepen om de Europese gehandicaptenkaart en de desbetreffende website in alle EU-lidstaten in te voeren. Daarna moet worden gezorgd voor verdere financiering voor het drukken en uitgeven van de kaart, personeel, communicatie en onderhoud van de website en bijbehorende instrumenten zoals eventuele mobiele applicaties. Dat zou kunnen worden bewerkstelligd door de voortzetting van het EU-financieringsinstrument en/of nationale financieringsstromen.

3.6Communicatie en bewustmaking over de Europese gehandicaptenkaart zijn van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat alle potentiële begunstigden en dienstverleners worden bereikt. De invoering van de kaart moet gepaard gaan met EU-brede en nationale bewustmakingscampagnes voor het grote publiek, zodat mogelijke kaartgebruikers een aanvraag indienen en dienstverleners zich aansluiten bij de regeling, waardoor het potentieel ervan ten volle kan worden benut. Deze campagnes moeten zijn opgesteld in alle EU-talen, in een gemakkelijk leesbaar format en in gebarentaal, om de toegankelijkheid voor iedereen te waarborgen. Bijzondere inspanningen moeten worden geleverd om personen met een handicap te bereiken die moeilijker toegang hebben tot informatie over het bestaan en de voordelen van de kaart en de procedures voor het verkrijgen ervan, zoals personen met een psychosociale of verstandelijke handicap en personen met een beperkt vangnet, zoals vluchtelingen met een handicap. Om Oekraïense vluchtelingen met een handicap beter te bereiken, moet de communicatie ook in het Oekraïens worden opgesteld. Deze campagnes moeten worden gevolgd door regelmatige communicatie om kaarthouders en het grote publiek op de hoogte te houden van nieuwe toevoegingen aan de kaart en de voordelen van de kaart in het algemeen, zodat dit EU-project goed zichtbaar is.

3.7Het EESC benadrukt dat de EU-instellingen nauw moeten blijven samenwerken met personen met een handicap en met Europese, nationale, regionale en lokale vertegenwoordigende organisaties van personen met een handicap. Het project moet worden uitgevoerd met volledige betrokkenheid van personen met een handicap en hun vertegenwoordigende organisaties. Dit moet zowel op beleidsniveau gebeuren, voor de ontwikkeling van de kaart, als op uitvoerend niveau, voor de invoering en verspreiding van de kaart en de communicatie erover. De Commissie moet jaarlijks uitwisselingen over uitdagingen, vorderingen en goede praktijken organiseren tussen de lidstaten, waarbij ook personen met een handicap en de hun vertegenwoordigende organisaties moeten worden betrokken, teneinde het toepassingsgebied en het gebruik van de kaart mettertijd te verbeteren.

3.8De invoering van de Europese gehandicaptenkaart moet een proces van gegevensverzameling omvatten voor geanonimiseerde informatie over begunstigden, uitgesplitst naar geslacht en leeftijd.

4.Europese parkeerkaart

4.1Het EESC begrijpt dat het belangrijk is de wetgeving ter harmonisering van de kenmerken en de werking van de Europese parkeerkaart te actualiseren. De verschillende formaten van de kaart die op nationaal, regionaal of zelfs lokaal niveau worden toegepast, brengen nog steeds belemmeringen en storingen voor de gebruikers met zich mee. Toch is het gebruik ervan voor veel personen met een handicap van het grootste belang, vooral omdat het vaak de enige oplossing is om toegang te krijgen tot bepaalde stedelijke gebieden. Het openbaar vervoer is immers vaak geen alternatief vanwege de gebrekkige toegankelijkheid.

4.2Het EESC is van mening dat het formaat, de kenmerken en de afgifteprocedure van de Europese parkeerkaart moeten worden geharmoniseerd. Dit moet gebeuren in een voor de lidstaten bindende vorm en duidelijk worden medegedeeld aan de gebruikers van de kaart. Ook moeten de controles op frauduleus gebruik van de kaart en illegaal gebruik van gehandicaptenparkeerplaatsen worden verscherpt, en moeten er strengere veiligheidsmaatregelen en maatregelen tegen vervalsing worden genomen. De boetes tegen misbruik en vervalsing moeten ten slotte hoger en doeltreffender worden. De bewustmakingscampagne om het illegale gebruik van gereserveerde parkeerplaatsen tegen te gaan moet ook gericht zijn op het grote publiek.

4.3In de wetgeving inzake de Europese parkeerkaart moeten de voorwaarden voor het verkrijgen van de kaart en de afgifteprocedure verder worden geharmoniseerd, in een voor de lidstaten bindende vorm, en duidelijk worden medegedeeld aan de gebruikers van de kaart. Daarnaast kan de uitwisseling van goede praktijken tussen de nationale autoriteiten worden vergemakkelijkt door hiervoor een werkgroep van de Commissie op te richten die de ontwikkeling van ideeën op EU-niveau mogelijk maakt.

4.4Bij de ontwikkeling van nieuwe wetgeving voor de Europese parkeerkaart en het voorstel voor een Europese gehandicaptenkaart moet er rekening mee worden gehouden dat het hoe dan ook twee aparte kaarten moeten blijven. Niet alle personen met een handicap die potentieel houder van een gehandicaptenkaart zijn, besturen ook een voertuig en om praktische redenen moet de parkeerkaart in het geparkeerde voertuig blijven, terwijl de Europese gehandicaptenkaart door de gebruiker moet worden gedragen.

Brussel, 3 april 2023.

Aurel Laurenţiu PLOSCEANU

Voorzitter van de afdeling Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap

_____________

(1)       PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70 .
(2)     PB L 327 van 2.12.2016, blz. 1 .
(3)       PB L 204 van 26.7.2006, blz. 1 ; PB L 46 van 17.2.2004, blz. 1 ; PB L 334 van 17.12.2010, blz. 1 ; PB L 123 van 17.5.2003, blz. 18 ; PB L 315 van 3.12.2007, blz. 14 ; PB L 356 van 12.12.2014, blz. 110 ; PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1 ; PB L 42 van 13.2.2002, blz. 1 .
(4)     PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1 .
(5)       PB L 115 van 9.5.2008, blz. 47 , (artikel 20, lid 2, punt a)).
(6)      Verenigde Naties. (2006). Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Treaty Series, vol. 2515, 3.
(7)      Europese Commissie. 2021. Study assessing the implementation of the pilot action on the EU Disability Card. Final Report https://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=738&langId=en&pubId=8407&furtherPubs=yes
(8)     PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1 .
(9)      Europees Parlement, “Disability assessment, mutual recognition and the EU Disability Card. Progress and opportunities”. Beleidsondersteunende afdeling Rechten van de burger en Constitutionele Zaken, directoraat-generaal Intern Beleid PE 739.397 – november 2022.
(10)      Richtsnoeren inzake toegankelijkheid van webinhoud (WCAG) 2.0 http://www.w3.org/TR/WCAG20/