|
ADVIES
|
|
Europees Economisch en Sociaal Comité
|
|
Monitoring van buitengewone maatregelen en veerkracht van de EU op energiegebied
|
|
_____________
|
|
Monitoring van buitengewone maatregelen en veerkracht van de EU op energiegebied
(verkennend advies op verzoek van het Spaanse voorzitterschap)
|
|
|
|
TEN/799
|
|
|
|
Rapporteur: Andrés BARCELÓ DELGADO
|
|
|
|
Raadpleging
|
Spaans voorzitterschap van de Raad van de EU, 08/12/2022
|
|
Rechtsgrond
|
Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
|
|
Besluit van de voltallige vergadering
|
13/12/2022
|
|
Bevoegde afdeling
|
Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij
|
|
Goedkeuring door de afdeling
|
16/05/2023
|
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering
|
14/06/2023
|
|
Zitting nr.
|
579
|
|
Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)
|
198/2/5
|
1.Conclusies en aanbevelingen
1.1Het herstel na de COVID-19-pandemie en de ongerechtvaardigde agressie van Rusland tegen Oekraïne hebben de Europese energievoorziening danig verstoord en ertoe geleid dat de bezorgdheid omtrent energiezekerheid is toegenomen, de energieprijzen de pan uit gerezen zijn en duidelijk is geworden dat de EU veel te afhankelijk is van Russisch gas, olie en steenkool.
1.2Dat heeft onrust veroorzaakt in de Europese samenleving en er wordt dan ook naarstig gezocht naar een antwoord op de vraag hoe deze problemen kunnen worden aangepakt, zodat substantiële duurzame groei en sociale cohesie in de EU mogelijk worden. Maar niet alleen de energievoorziening is een uitdaging, ook de veerkracht en de open strategische autonomie van de EU, de bezorgdheid in de samenleving en het concurrentievermogen van de Europese industrie verdienen aandacht.
1.3Toen de gas- en elektriciteitsprijzen tot recordniveau stegen als gevolg van de energiecrisis en er grote bezorgdheid ontstond over de continuïteit van de energievoorziening, hebben de Europese Commissie en de Raad meteen allerlei instrumenten uit de kast getrokken en noodmaatregelen genomen om de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen te verminderen en de stijging van de energieprijzen te beperken.
1.4De buitengewone maatregelen van de EU zijn doeltreffend gebleken wat de diversificatie van fossiele energiebronnen betreft en helpen om af te stappen van Russische fossiele brandstoffen, maar hebben minder effect gehad op de hoogte van de energierekening, met als gevolg dat de vraag naar energie is afgenomen (wat ook kwam door de zachte winter). Bovendien hebben de hoge gas- en elektriciteitsprijzen vooral invloed gehad op de energievraag van de industrie en huishoudens met een laag inkomen, die gevoeliger zijn voor volatiele marktprijzen.
1.5Het zou doeltreffender zijn en bovendien voor een gelijk speelveld zorgen als de lidstaten uniforme maatregelen zouden nemen, behalve wanneer het gaat om essentiële voorzieningen of infrastructuur. De maatregelen die op nationaal niveau worden getroffen lopen sterk uiteen, met als gevolg dat er verschillende belastingtarieven, subsidies en regels gelden terwijl de energieprijzen op een hoog niveau blijven.
1.6Wegens de ineffectiviteit van de maatregelen tegen de hoge energieprijzen wordt zowel het concurrentievermogen van de industrie als het beschikbare inkomen van huishoudens uitgehold door hoge inflatiecijfers. Zo wordt het bijzonder lastig om duurzame economische groei, werkgelegenheid en sociaal welzijn te waarborgen.
1.7De EU moet beter aangeven hoe ze de dubbele transitie op lange termijn denkt te realiseren zonder dat er iemand buiten de boot valt, en moet meer doen dan het nemen van tijdelijke maatregelen om de stijging van de energieprijzen op korte termijn te verlichten. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) vindt het belangrijk dat er vaart wordt gezet achter de grootschalige inzet van koolstofvrije energiebronnen door vergunningsprocedures te vereenvoudigen, zodat het mogelijk wordt om snel minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen van derden, de afspraken op het gebied van klimaatverandering na te komen en het concurrentievermogen te versterken.
1.8De transitie naar een volledig koolstofvrij energieverbruik moet gepaard gaan met betaalbare en stabiele energieprijzen die het mogelijk maken om flink te investeren in het koolstofvrij maken van grote bedrijven, kleine en middelgrote ondernemingen en huishoudens. De vergoedingsregelingen voor hernieuwbare energie moeten daarom stabiel en voorspelbaar zijn, worden afgestemd op de reële productiekosten op lange termijn en worden losgekoppeld van de prijzen van fossiele brandstoffen. Zo’n strategie levert een positieve bijdrage aan de verbetering van de veerkracht en de autonomie op energiegebied.
1.9Met betaalbare prijzen zou het mogelijk worden om fossiele brandstoffen zo veel mogelijk te vervangen door elektriciteit of door hernieuwbaar gas in sectoren waarin emissievermindering moeilijk te verwezenlijken is.
1.10Toegang tot kritieke grondstoffen is essentieel, want alleen zo kunnen stabiele bedrijfsomstandigheden worden gewaarborgd, stappen worden gezet in de richting van decarbonisatie en leveringsproblemen worden voorkomen, waardoor de toeleveringsketen wordt beschermd.
2.Samenvatting van het verzoek van het voorzitterschap
2.1Het aanstaande Spaanse voorzitterschap heeft het EESC verzocht een verkennend advies op te stellen over de monitoring van buitengewone maatregelen en veerkracht van de EU op energiegebied.
2.2Dit verzoek houdt verband met de nasleep van de COVID-19-pandemie en de gevolgen van de Russische agressie tegen Oekraïne, waardoor de wereldwijde energievoorziening danig is verstoord, de bezorgdheid omtrent energiezekerheid is toegenomen, de energieprijzen de pan uit gerezen zijn en duidelijk is geworden dat de EU veel te afhankelijk is van Russisch gas, olie en steenkool.
2.3De kosten van producten die van buiten de EU komen, zoals energie, voedingsmiddelen en grondstoffen, waaronder kritieke grondstoffen, zijn gestegen en de vraag hoe deze uitdaging moet worden aangepakt om duurzame groei van de Europese economie mogelijk te maken, houdt de gemoederen in de samenleving momenteel bezig.
2.4In dit advies wordt ingegaan op de maatregelen die zijn genomen om de energiecrisis te bestrijden, evenals op de veerkracht en de open strategische autonomie van de EU, de bezorgdheid in de samenleving en het concurrentievermogen van de Europese industrie.
2.5De recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten zullen vrijwel zeker van invloed zijn op de inzet van hernieuwbare energiebronnen, en ook op hun industriële basis, maar dit zal in een apart advies worden behandeld.
2.6Het begrip ‘strategische autonomie’ is nu ruimer dan voorheen: behalve traditionele gebieden als veiligheid en defensie beslaat het inmiddels ook sectoren als industrie, energie, technologie en handel. Het EU-plan voor herstel en veerkracht, NextGenerationEU, zal ongetwijfeld een flinke impuls geven aan de ontwikkeling van de open strategische autonomie van de EU op al deze gebieden.
2.7In vergelijking met haar belangrijkste handelspartners is de EU een voorvechter van echte, effectieve en op regels gebaseerde vrije en eerlijke handel en is zij een uitgesproken voorstander van een open economie die wars is van protectionisme. In de huidige internationale context is het echter een hele toer om het nodige evenwicht te vinden tussen een autonoom industriebeleid en openstaan voor handel.
De Europese Unie moet investeringen aantrekken om de industriële productie te verhogen, de energievoorziening en levering van kritieke grondstoffen veiligstellen en tegelijkertijd de transitie naar een koolstofvrije industrie en samenleving bevorderen, het technologisch leiderschap op strategische gebieden in stand houden en de eengemaakte markt — de waardevolle hoeksteen van de Europese Unie — intact houden als de beste manier om een welvarender samenleving in de EU te waarborgen en hoogwaardige werkgelegenheid in de EU te beschermen en te bevorderen.
2.8De noodzakelijke dubbele — groene en digitale — transitie van de industrie en de samenleving moet het Europese model beschermen en ervoor zorgen dat burgers centraal blijven staan: behoud van banen en bevordering van nieuwe, kwaliteitsvolle banen betekent dat de beroepsbevolking moet worden omgeschoold en bijgeschoold, steeds vanuit de gedachte dat niemand buiten de boot mag vallen.
2.9De huidige, door de Commissie gestimuleerde industriële allianties moeten investeringen en innovatie in goede banen leiden, zodat de beschikbaarheid van grondstoffen wordt gewaarborgd, recycling wordt gestimuleerd en technologische ontwikkeling op specifieke gebieden wordt bevorderd. Tegelijkertijd moet er te allen tijde op worden toegezien dat in de noodzakelijke mondiale toeleveringsketens volgens de regels en richtsnoeren van de EU en de OESO wordt gewerkt.
2.10Kortom, in dit nieuwe geopolitieke scenario blijken deze drie kwesties — kritieke afhankelijkheid, strategische autonomie en het veiligstellen van de toeleveringsketens voor strategische hulp- en energiebronnen — strategische kwesties te zijn die de betrekkingen tussen staten en handelsblokken zullen bepalen. Europa moet autonomer worden wat de toegang tot duurzame energiebronnen en grondstoffen betreft, zodat er een competitief gelijk speelveld voor de industrie ontstaat.
2.11Daarom heeft het Spaanse voorzitterschap om een advies gevraagd over veerkracht, strategische autonomie, de bezorgdheid in de samenleving en het concurrentievermogen van de industrie, met als uiteindelijke doel productie terug te halen naar de eengemaakte markt, de coördinatie te verbeteren en een industriebeleid te voeren dat meer is toegespitst op strategische afhankelijkheden, waardoor een solide basis wordt gelegd voor de dubbele transitie.
2.12Dit streven naar versterking van de industriesector moet echter hand in hand gaan met inspanningen ter verdediging van een vrije en eerlijke internationale handel met sociale minimumnormen. Het is van essentieel belang dat het gelijke speelveld in de EU wordt gewaarborgd door het instrumentarium van de EU voor het aanpakken van de verstorende effecten van buitenlandse subsidies op de eengemaakte markt te verbeteren.
2.13Tot slot moet de veerkracht op energiegebied worden gemonitord evenals het huidige regelgevingsmodel voor energie, dat geen rekening houdt met de vraag van consumenten (huishoudens en bedrijven) naar schone en betaalbare energie waarvan de levering gegarandeerd is.
3.Achtergrond
3.1Europa maakt een nooit eerder geziene energiecrisis door die wordt gekenmerkt door extreem hoge gas- en elektriciteitsprijzen en grote bezorgdheid over de continuïteit van de energievoorziening. Aangezien er voor de productie van de meeste goederen en diensten enorm veel energie nodig is, heeft die crisis gevolgen voor de hele economie, die nog worden verergerd door het gebrek aan toegang tot grondstoffen. De Russische agressie tegen Oekraïne heeft de impact van de hoge energieprijzen nog vergroot, waardoor het concurrentievermogen van de Europese industrie en de inkomens en bestaansmiddelen van huishoudens onder druk zijn komen te staan.
3.2Als reactie hierop zijn er op zowel Europees als nationaal niveau verschillende beleidsmaatregelen genomen om de sociale en economische gevolgen van de stijging van de energieprijzen te verzachten. Daarnaast heeft de energiecrisis een publiek debat aangezwengeld, niet alleen over energieafhankelijkheid maar ook over strategische autonomie.
3.3De algemene opvatting dat Europa vaart moet zetten achter de “groene” en “rechtvaardige” transitie naar een volledig koolstofvrije economie en samenleving, zodat het minder afhankelijk wordt van externe energieleveranties, was een van de uitgangspunten van de in 2022 genomen maatregelen. Als hernieuwbare energiebronnen op grote schaal worden ingezet, zal dit als direct voordeel hebben dat de energieprijzen zullen stabiliseren op een betaalbaar niveau en dat de EU haar leiderschap kan tonen op het gebied van technologie voor hernieuwbare energie, wat ook weer voordelen heeft omdat de gecreëerde waarde binnen de EU blijft, waardoor duurzame economische groei en sociale cohesie worden bevorderd.
3.4De energieprijzen begonnen in de tweede helft van 2021 fors te stijgen, toen de Europese economie aantrok en de bedrijvigheid in de EU langzaam herstelde tot het niveau van vóór de pandemie. De EU ondervindt echter ook de gevolgen van de agressie van Rusland tegen Oekraïne, die ongewenste effecten heeft op kritieke terreinen als de continuïteit van de energievoorziening. Deze agressie werkt ook door in de energiemarkten, zeker sinds Rusland de gasleveringen aan verschillende EU-lidstaten heeft opgeschort.
3.5De EU heeft daarop meteen gereageerd en eind maart 2022 besloten om haar externe afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen geleidelijk te verminderen. In mei 2022 kwam de Raad uiteindelijk overeen om vóór het einde van dat jaar bijna 90 % van alle invoer van Russische olie te verbieden. Dit verbod ging gepaard met een oproep tot diversificatie van de energieleveranties en -bronnen, versnelling van de grootschalige inzet van hernieuwbare energiebronnen, verbetering van de energie-efficiëntie en optimalisering van de energie-infrastructuur, zoals omschreven in het REPowerEU-plan.
3.6Een van de eerste afspraken die werd gemaakt was dat de EU-lidstaten in het geval van gastekorten onderling solidair zouden zijn. Ook werd de weg bereid voor gezamenlijke gasaankopen om de gasvoorziening te diversifiëren en veilig te stellen, met als doel de impact van de gasprijzen op zowel de gas- als elektriciteitsmarkt te beperken met een nieuwe gasprijsreferentie waarin de overschakeling van gaspijpleidingen naar LNG-terminals beter tot uiting komt. De algemeen aanvaarde virtuele gasmarkt Title Transfer Facility (TTF) werd niet langer doeltreffend geacht.
3.7Een andere, meer rechtstreekse manier om de afhankelijkheid van externe gasleveranciers te verminderen is de vraag naar gas te laten dalen; dat heeft niet alleen gevolgen voor het conventionele gasverbruik, maar ook voor de elektriciteitsproductie afkomstig van marginale eenheden met een gecombineerde cyclus. Daarom werd overeenstemming bereikt over een vermindering van de vraag naar gas met 15 %.
3.8Tot slot was een cruciale actie om de gasvoorziening veilig te stellen, het vullen van de gasopslagfaciliteiten met het oog op het waarborgen van de energievoorziening tijdens het winterseizoen. Uiteindelijk werd voor de winter van 2022/2023 een vullingsgraad van 80 % vastgesteld en voor toekomstige winterseizoenen een graad van 90 %.
3.9Parallel aan de maatregelen om de gasvoorziening veilig te stellen, was ook actie vereist om het verlies aan concurrentievermogen van de industrie en de daling van het beschikbare inkomen van huishoudens als gevolg van de ongehoorde stijging van de energieprijzen te compenseren. Op 6 oktober 2022 heeft de Raad drie maatregelen aangenomen om de hoge energieprijzen aan te pakken. De eerste maatregel had betrekking op de vraag naar elektriciteit: een vrijwillige vermindering van de vraag met 10 % en een verplichte vermindering van de vraag met 5 % tijdens piekuren tot het einde van het winterseizoen. Ten tweede werd een prijsplafond van 180 EUR per MWh vastgesteld voor inframarginale technologie om uitzonderlijke winsten als gevolg van de hoge gasprijzen te voorkomen; eventuele extra inkomsten boven het prijsplafond moeten worden herverdeeld onder eindgebruikers om hun energierekening te verlichten. Ten derde werd besloten dat ondernemingen in de sector fossiele brandstoffen die sinds 2018 gemiddeld meer dan 20 % winst maken, een solidariteitsheffing moeten betalen. Tot slot werden al deze maatregelen om de pijn van de hoge energierekeningen te verzachten aangevuld met een op 19 december 2022 goedgekeurd mechanisme om de TTF-gasprijzen onder bepaalde voorwaarden te beperken tot 180 EUR per MWh, in combinatie met een prijsplafond voor Russische olie van 60 USD per vat.
3.10De lidstaten mochten doorgaans tot op zekere hoogte zelf bepalen hoe ze deze afspraken in de praktijk zouden brengen.
3.11Dat de externe energieafhankelijkheid het best kan worden verminderd door over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen, is een gedachte die ook tot uiting komt in de inspanningen om de vergunningsprocedures voor het opwekken van hernieuwbare energie te vereenvoudigen. Aldus is tijdelijk toestemming verleend voor versnelde vergunningsprocedures voor hernieuwbare energie. Verder is er al een brede discussie op gang gebracht over de huidige opzet van de elektriciteitsmarkt en de vraag of deze de juiste stimulansen kan bieden om investeringen aan te trekken en tegelijkertijd de energievoorziening tegen betaalbare prijzen voor eindgebruikers veilig te stellen. Tot slot is dit alles aangevuld met het voorstel voor een verordening voor een nettonulindustrie met als doel het Europese ecosysteem voor het vervaardigen van producten met behulp van CO2-neutrale technologie te versterken.
4.Voorzieningszekerheid, energievraag en -prijzen
4.1Toen de gas- en elektriciteitsprijzen door het dak gingen als gevolg van de energiecrisis, besloten de Commissie en de Raad een beroep te doen op de noodmaatregelen die worden genoemd in de artikelen 122 en 194 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en riepen zij allerlei instrumenten en noodmechanismen in het leven. Die hadden een gering effect op de volatiliteit van de energieprijzen in de lidstaten. In de praktijk wordt de blootstelling aan extreme marktvolatiliteit volledig geabsorbeerd door de energieprijzen voor de eindgebruikers, aangezien de meeste contracten op de markt een periode van een jaar bestrijken.
4.2De CO2-markt is sinds 2020 geëxplodeerd: in 2020 bedroeg de gemiddelde prijs 24,84 EUR/EUA; in 2022 werd dat 80,87 EUR/EUA en in maart 2023 liep de gemiddelde prijs op tot 89,23 EUR/EUA. Het maandgemiddelde van 91,82 EUR/EUA in februari 2022, een hoogterecord, staat in schril contrast met het laagterecord van gemiddeld slechts 19,83 EUR/EUA in maart 2020 tijdens de COVID-19-lockdown. Er zijn geen buitengewone maatregelen genomen om het effect hiervan op de energieprijzen voor de eindgebruikers aan te pakken.
4.3Het EESC staat achter de initiatieven die worden genomen om de energievoorziening, en meer bepaald de gasvoorziening, veilig te stellen. Het is dan ook zeer te spreken over de wijze waarop met prioriteit is getracht om de belangrijkste zorgen omtrent gasleveranties weg te nemen door te kijken naar de mogelijkheid om de aanvoer van Russisch gas via pijpleidingen op korte termijn te vervangen door de invoer van LNG.
4.4Uit de maandelijkse statistieken over de gastoevoer in de EU blijkt duidelijk dat de levering van Russisch gas via pijpleidingen sinds mei 2022 een historisch dieptepunt heeft bereikt en meer en meer wordt vervangen door LNG, voornamelijk uit de VS. Het handelen van de marktdeelnemers sluit daarmee perfect aan op de buitengewone maatregelen van de EU die erop gericht zijn het Russische gas op korte termijn volledig te vervangen door andere bronnen.
4.5Het EESC stelt echter ook vast dat de vraag naar gas en elektriciteit sinds het begin van de oorlog aanzienlijk is afgenomen. Deze afname is wellicht toe te schrijven aan de gestegen energieprijzen in Europa en de grote bezorgdheid over de continuïteit van de energievoorziening, aangezien de verminderde vraag samenviel met extreem hoge prijspieken in het derde kwartaal. Ook de zachte weersomstandigheden in het winterseizoen hebben invloed gehad op deze daling van de vraag.
4.6De vraag naar elektriciteit is verhoudingsgewijs hoger in het midden- en kleinbedrijf, terwijl de vraag naar conventioneel gas voornamelijk verband houdt met industriële doeleinden en verwarming. Dit impliceert dat de hoge gas- en elektriciteitsprijzen vooral impact hebben gehad op de energievraag van de industrie, die gevoeliger is voor volatiele marktprijzen. In het geval van huishoudens zijn vooral kwetsbare groepen zwaar getroffen door de prijsstijgingen van gas en stroom.
4.7Het EESC concludeert dat de buitengewone maatregelen van de EU doeltreffend zijn gebleken wat de diversificatie van de gasbronnen betreft, maar minder effect hebben gehad op de hoogte van de energierekening, met alle gevolgen van dien voor de vraag naar energie.
4.8Nu het winterseizoen 2022/2023 ten einde loopt, realiseert het EESC zich ten volle dat het waarborgen van de gasvoorziening een enorme uitdaging is. De vereiste vullingsgraad van 90 % voor gasopslag in toekomstige winterseizoenen is van essentieel belang om de energievoorziening veilig te stellen. De gasopslagcapaciteit in de EU ligt momenteel op een voor het eerste kwartaal historisch hoog niveau. Het initiatief voor gezamenlijke gasinkoop kan dit risico helpen beperken. Maar eerst moet de EU ervoor zorgen dat de afhankelijkheid van aardgas wordt teruggebracht naar nul.
4.9Volgens het EESC zou het beter zijn en bovendien voor een gelijk speelveld zorgen als de lidstaten uniforme maatregelen zouden nemen, behalve wanneer het gaat om essentiële voorzieningen of infrastructuur. De maatregelen die op EU-niveau worden genomen om de pijn van de energierekening te verzachten, zijn niet afgestemd op de nationale maatregelen, met als gevolg dat er verschillende belastingtarieven, subsidies en regelgeving gelden terwijl de energieprijzen op een hoog niveau blijven.
5.Veerkracht, energieautonomie en de rol van de industrie
5.1De energieprijzen zijn de belangrijkste aanjagers van de inflatie in de EU. Hierdoor wordt zowel het concurrentievermogen van de industrie als het beschikbare inkomen van huishoudens uitgehold, waardoor het vermogen om duurzame economische groei, werkgelegenheid en sociaal welzijn te waarborgen ernstig wordt aangetast.
5.2Door snel te reageren en buitengewone maatregelen te nemen is het de EU gelukt om de stijging van de energieprijzen in de hele economie te beperken. Een goed voorbeeld van een nationaal initiatief is de verlaging van de groothandelsprijzen op het Iberisch schiereiland met 18 % in 2022. Als gevolg daarvan heeft Spanje momenteel een van de laagste inflatiepercentages. Gebleken is echter dat de tijdelijke maatregelen niet afdoende zijn geweest om de stijgende inflatie, die wordt opgezweept door de energieprijzen, een halt toe te roepen.
5.3Het enige doel van deze tijdelijke maatregelen was de stijging van de energieprijzen op korte termijn af te remmen; om de weg effenen voor de dubbele transitie is echter een EU-beleidsvisie voor de lange termijn nodig.
5.4Het EESC benadrukt dat er dringend vaart moet worden gezet achter de grootschalige inzet van koolstofvrije energiebronnen door vergunningsprocedures te vereenvoudigen. In de praktijk moet dit ertoe leiden dat de EU snel minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen van derden, haar afspraken op het gebied van klimaatverandering nakomt en het concurrentievermogen verbetert.
5.5Het EESC beklemtoont dat de transitie naar een volledig koolstofvrij energieverbruik gepaard moet gaan met betaalbare energieprijzen die grootschalige investeringen in het koolstofvrij maken van grote bedrijven, kleine en middelgrote ondernemingen en huishoudens mogelijk maken.
5.6Betaalbare prijzen zullen alleen haalbaar zijn als er stimulansen worden geboden voor grootschalige investeringen in rijpe technologie voor hernieuwbare energie en als er meer wordt ingezet op flexibiliteit door middel van een concurrerend kader. Zo’n strategie levert een positieve bijdrage aan de verbetering van de veerkracht en de autonomie op energiegebied.
5.7Om een dergelijke strategie ten volle te benutten, moeten de vergoedingsregelingen voor hernieuwbare energie volgens het EESC worden afgestemd op de reële productiekosten op lange termijn. Het loslaten van de koppeling tussen de elektriciteitsprijzen en de prijzen van fossiele brandstoffen is dan ook van groot belang om betaalbare prijzen te garanderen. Bovendien komt het wegnemen van de belemmeringen voor langetermijncontracten de stabiliteit en voorspelbaarheid ten goede.
5.8Binnen dit nieuwe kader zouden huishoudens en industrieën beter in staat moeten zijn om de kosten in verband met de verwezenlijking van de doelstellingen van de energietransitie te dragen. Waar het hier vooral om gaat, is dat fossiele brandstoffen zo veel mogelijk worden vervangen door elektriciteit of door hernieuwbaar gas in sectoren waarin emissievermindering moeilijk te verwezenlijken is.
5.9Voor nieuwe toepassingen van elektriciteit en hernieuwbaar gas in tal van kritieke processen, niet alleen ten aanzien van energieproductie en -verbruik maar in de hele toeleveringsketen, is de beschikbaarheid van kritieke grondstoffen vereist. Het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor bedrijven om leveringsproblemen te voorkomen, moet dan ook een speerpunt van het EU-beleid zijn.
5.10De rol van de industrie is in twee opzichten essentieel: ten eerste moet ze toezien op een verstandig gebruik van kritieke grondstoffen om de productie van energie en andere essentiële goederen voor de economie veilig te stellen en ten tweede moet ze als een van de belangrijkste uitstoters van broeikasgas gebruikmaken van koolstofarme energie voor haar interne processen. In dit verband moet het beginsel “energie-efficiëntie eerst” altijd vooropstaan.
5.11Tot slot gelden er twee aanvullende eisen voor de transformatie van de industrie, om de groene, de digitale en de rechtvaardige transitie, die niet kunnen worden uitgesteld, te realiseren. Ten eerste moet, zoals gezegd, de toeleveringsketen worden beschermd; ten tweede moeten werknemers voldoende gekwalificeerd blijven om zich te kunnen aanpassen aan voortdurende veranderingen, waarbij specifiek moet worden gedacht aan opleidings- en kwalificatieprogramma’s, alsook aan baangaranties en mogelijkheden tot om- en bijscholing.
Brussel, 14 juni 2023.
Oliver Röpke
Voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité
_____________