ADVIES

Europees Economisch en Sociaal Comité

Verordening Interoperabel Europa

_____________

a)    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit van de overheidssector in de Unie (verordening Interoperabel Europa)

[COM(2022) 720 final – 2022/0379 (COD)]

b)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende een versterkt beleid inzake de interoperabiliteit van de overheidssector — Overheidsdiensten koppelen, overheidsbeleid steunen en algemeen nut bieden op weg naar een “Interoperabel Europa”

[COM(2022) 710 final]

INT/1003

Rapporteur: Vasco de Mello

NL

Raadpleging

a) Europees Parlement, 21/11/2022

b) Raad van de Europese Unie, 25/11/2022

Rechtsgrond

a) artikel 172 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

b) artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

10/03/2023

Goedkeuring door de voltallige vergadering

22/03/2023

Zitting nr.

577

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

200/0/3

1.Conclusies en aanbevelingen

1.1Net als de Commissie is het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) van mening dat interoperabiliteit tussen overheidsdiensten een essentiële voorwaarde is voor de totstandbrenging van een digitale eengemaakte markt.

1.2Dit mag er echter niet toe leiden dat de lidstaten, om dit doel te halen, hun overheidsdiensten voortaan alleen nog maar digitaal gaan aanbieden en dat mensen niet meer persoonlijk worden geholpen. Er moet namelijk rekening worden gehouden met de meest kwetsbare groepen burgers. Hoewel iedereen de kans moet krijgen opleidingen op het gebied van digitale vaardigheden te volgen, geldt dat met name voor deze bevolkingsgroepen.

1.3De ontwikkeling en het gebruik van digitale diensten zal er in eerste instantie toe leiden dat meer personeel nodig is, en dus geen inkrimping van het personeelsbestand teweegbrengen. Om de digitale transformatie te doen slagen, is voldoende personeel nodig.

1.4Het EESC stelt met voldoening vast dat de digitalisering van overheidsdiensten tijdens de pandemie een hoge vlucht heeft genomen.

1.5Het EESC staat achter de invoering van een governancestructuur voor dit beleid, bestaande uit twee belangrijke organen: de Interoperabel Europa-raad en de Interoperabel Europa-gemeenschap.

1.6Het EESC juicht het toe dat de mededeling voorziet in experimentele oplossingen die partnerschappen tussen de publieke sector en innovatieve technologiebedrijven en start-ups mogelijk maken, met het oog op de ontwikkeling van innovatieve experimentele oplossingen die kunnen worden toegepast in en gedeeld door overheidsdiensten.

1.7Het EESC acht het van belang dat in toekomstige financieringsprogramma’s voor de interoperabiliteit van openbare diensten als voorwaarde wordt gesteld dat de beginselen en structuren van het Europees interoperabiliteitskader worden overgenomen.

1.8Hoewel dit initiatief naadloos aansluit bij de zogeheten dubbele transitie, wat een goede zaak is, waarschuwt het EESC ervoor dat sommige technologische oplossingen voor digitalisering zeer energie-intensief kunnen zijn.

1.8.1Het EESC is van mening dat gegevensbescherming weliswaar met de nodige omzichtigheid moet worden benaderd, maar geen belemmering mag vormen voor openbare diensten of particulieren om nieuwe interoperabele oplossingen te bedenken.

1.8.2Bovendien vindt het EESC dat er voor zowel burgers en bedrijven als andere openbare diensten verschillende autorisatieniveaus moeten gelden voor de toegang tot gegevens om de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen en ervoor te zorgen dat alleen strikt noodzakelijke gegevens openbaar worden gemaakt.

2.Achtergrond

2.1Voor de totstandbrenging van een interne markt, d.w.z. een ruimte van vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal, is het nodig dat alle bestaande nationale belemmeringen uit de weg worden geruimd.

2.2Sinds haar oprichting, en met name sinds het creëren van een gemeenschappelijke markt, probeert de Europese Unie alle soorten obstakels die de realisatie van een echte interne markt in de weg kunnen staan, te verwijderen.

2.3Wil er sprake zijn van een echte interne markt, dan moeten burgers en bedrijven zich snel en gemakkelijk toegang kunnen verschaffen tot de overheidsdiensten in de lidstaten, zowel op lokaal, regionaal als nationaal niveau, en met hen kunnen communiceren.

2.4Los daarvan is het in een open ruimte als de Europese noodzakelijk dat overheidsinstanties op alle niveaus gegevens kunnen uitwisselen en kunnen samenwerken.

2.5Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw streeft de Commissie naar interoperabiliteit 1 of, beter nog, interconnectiviteit tussen de verschillende overheidsdiensten van de lidstaten 2 .

2.6Deze behoefte is in de loop der tijd alleen maar groter geworden, aangezien de interne markt is overgegaan op een nieuwe, digitale manier van werken 3 .

2.7Digitalisering is een ware revolutie, die grote veranderingen teweegbrengt in zowel de gewoonten van mensen als de manier waarop bedrijven en overheidsdiensten werken.

2.8Sinds een paar jaar worden diverse openbare diensten in de lidstaten die vroeger alleen persoonlijk werden verleend, ook digitaal aangeboden. Dat heeft enorme voordelen voor zowel burgers en bedrijven als voor de openbare diensten zelf, en heeft tot enorme besparingen geleid, zowel qua tijd als qua kosten.

2.9De COVID-19-crisis heeft deze trend versneld door aan te tonen dat interoperabiliteit tussen de verschillende Europese overheidsdiensten een nuttig instrument kan zijn om het vrije verkeer van personen te bevorderen, zoals bijvoorbeeld is gebeurd met het covidcertificaat.

2.10De Europese Unie erkent dat de digitalisering van de overheidssector, gezien zijn gewicht in het bbp 4 , een belangrijke factor kan zijn in het Europese digitaliseringsproces, niet alleen vanwege het mogelijke hefboomeffect ervan ten opzichte van andere sectoren, maar ook vanwege de toonaangevende rol die dit proces kan spelen in de Europese economie.

2.11Alle plannen voor herstel en veerkracht voorzien dan ook in overheidsinvesteringen ten behoeve van de digitalisering van het openbaar bestuur voor een bedrag van in totaal 47 miljard EUR.

2.12De Europese Unie, bij monde van de Commissie, en de regeringen van de lidstaten hebben in de loop der jaren erkend dat de interoperabiliteit en interconnectiviteit tussen de nationale overheidsdiensten onderling en tussen de nationale en Europese diensten moeten worden verbeterd 5 , zodat burgers en bedrijven in de hele Unie toegang hebben tot deze diensten, ongeacht waar zij zich bevinden.

2.13Hoewel interoperabiliteit van overheidsdiensten geen nieuw thema is 6 , wordt met deze mededeling beoogd een formeler, stabieler en veiliger samenwerkingskader tot stand te brengen, dat moet leiden tot verbetering van de bestaande interconnectiviteit tussen de digitale systemen van de verschillende nationale overheidsdiensten onderling en tussen deze systemen en die van de Europese Unie 7 . Dit moet een katalysatoreffect hebben op het uiteindelijke doel om tegen 2030 honderd procent van de openbare diensten in de Europese Unie in digitale vorm aan te bieden, zoals voorgesteld in de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium [COM(2021) 118 final].

2.14Daarom wordt in deze mededeling een aantal elementen genoemd die fundamenteel zijn om tot een coherente aanpak op dit gebied te komen:

·de totstandbrenging van een governancestructuur voor interoperabiliteit, bestaande uit twee organen (de “Interoperabel Europa-raad” en de “Interoperabel Europa-gemeenschap”), die overheidsdiensten in staat moet stellen samen te werken, zowel op algemeen (Europees, nationaal, regionaal en lokaal) niveau als op sectoraal niveau (justitie, vervoer, binnenlandse zaken, gezondheid, milieu enz.), alsook met particuliere belanghebbenden, met een mandaat om overeenstemming te bereiken over gemeenschappelijke interoperabiliteitsoplossingen (bijv. kaders, open specificaties, open normen, toepassingen of richtsnoeren);

·de invoering van een verplichte beoordeling van het effect op de grensoverschrijdende interoperabiliteit van de invoering of wijziging van een informatiesysteem voor overheidsdiensten;

·de gezamenlijke oprichting van een ecosysteem van interoperabiliteitsoplossingen voor de publieke sector in de EU (invoering van erkende actieve interoperabiliteitscatalogi, die door overheden en bij beleidsvorming kunnen worden gebruikt, zoals digitale instrumenten, specificaties of oplossingen) om ervoor te zorgen dat overheidsdiensten op alle niveaus in de EU en andere belanghebbenden kunnen bijdragen aan de totstandbrenging, de verbetering en het hergebruik van dergelijke oplossingen, zodat ze samen kunnen innoveren en publieke waarde kunnen creëren;

·het verbinden van een voorwaarde aan de toekenning van bepaalde EU-middelen voor het opzetten of versterken van nationale informatiesystemen, nl. dat gebruik moet worden gemaakt van vooraf door de Europese Unie vastgestelde oplossingen en beginselen 8 .

3.Algemene opmerkingen

3.1Net als de Commissie is het EESC van mening dat interoperabiliteit tussen overheidsdiensten een essentiële voorwaarde is voor de totstandbrenging van een digitale eengemaakte markt en voor het wegnemen van de resterende belemmeringen op de fysieke markt 9 .

3.2Het doel om tegen 2030 honderd procent van de openbare diensten in de Europese Unie in digitale vorm aan te bieden, impliceert dat er haast moet worden gemaakt met het opzetten en doorontwikkelen van een trans-Europees netwerk dat deze diensten met elkaar verbindt en gebruik maakt van gemeenschappelijke elementen op technisch, semantisch, juridisch en organisatorisch niveau.

3.3Dit mag er echter niet toe leiden dat het voortaan, om dit doel te halen, nationaal beleid wordt om overheidsdiensten alleen nog maar digitaal aan te bieden en mensen niet meer persoonlijk te helpen. Er moet namelijk rekening worden gehouden met de meest kwetsbare groepen burgers en iedereen moet een beroep kunnen blijven doen op persoonlijke dienstverlening. Hoewel iedereen de kans moet krijgen opleidingen op het gebied van digitale vaardigheden te volgen, geldt dat met name voor deze bevolkingsgroepen.

3.4De ontwikkeling en het gebruik van digitale diensten zal er in eerste instantie toe leiden dat meer personeel nodig is, en dus geen inkrimping van het personeelsbestand teweegbrengen. Om de digitale transformatie te doen slagen, is voldoende personeel nodig.

3.5Digitalisering moet bijdragen tot een betere openbare dienstverlening.

3.6Zoals het EESC in een eerder advies heeft opgemerkt, gaat het niet aan “om mensen door informatica te vervangen: integendeel, er moet werktijd van overheidspersoneel worden vrijgemaakt die voor de vervulling van taken met een grotere meerwaarde kan worden gebruikt (...)” 10 .

3.7Digitalisering en het gebruik van kunstmatige intelligentie vormen geen rechtvaardiging voor massale ontslagen. Het verdwijnen van routinetaken als gevolg van de digitalisering moet ertoe leiden dat werknemers meer tijd krijgen voor veeleisende en adviserende taken.

3.8Bovendien zal er in 2030 ook zeker nog een kleine groep digitaal uitgesloten burgers zijn die alleen gebruik kunnen maken van persoonlijk verleende openbare diensten 11 . De digitalisering mag het niet lastig of onmogelijk maken om via analoge weg gebruik te maken van openbare diensten.

3.9Het EESC juicht het dan ook toe dat de Commissie met deze mededeling het niveau van interoperabiliteit van de publieke sector wenst te verbeteren en te vervolmaken door op EU-niveau een rechtskader vast te stellen 12 .

3.10Het EESC erkent dat deze verbetering van de interoperabiliteit enorme voordelen zal opleveren, zowel voor burgers, met name grensarbeiders, als voor bedrijven en voor de openbare dienstverlening in de lidstaten zelf.

3.11Maar willen deze voordelen ook echt iets voorstellen, dan volstaat het niet, zoals de Commissie terecht opmerkt, om alleen te kijken naar de technische aspecten van de koppeling tussen diensten. Dan zijn er ook voldoende nationale overheidsinvesteringen nodig, op alle niveaus.

3.12Er is behoefte aan coördinatie, zowel op het niveau van regelgeving als op het niveau van netwerken van sectorale diensten, om enerzijds te voorkomen dat de resultaten van de interoperabiliteit teniet worden gedaan door onnodige bureaucratie en anderzijds te verhinderen dat dezelfde gegevens door burgers of bedrijven aan verschillende overheidsdiensten worden verstrekt, met dubbele procedures en onnodige kosten tot gevolg.

3.13Ook moet worden voorkomen dat er nationale obstakels zijn in de digitale publieke dienstverlening die, vanwege problemen met de connectiviteit of interoperabiliteit, de grensoverschrijdende uitwisseling van gegevens met burgers en bedrijven van andere lidstaten of met overheidsdiensten van andere lidstaten in de weg zitten 13 .

3.14Het EESC stelt met voldoening vast dat de digitalisering van overheidsdiensten tijdens de pandemie en de lockdowns een hoge vlucht heeft genomen.

3.15Het is dan ook een goede zaak dat met deze mededeling wordt gestreefd naar samenhang tussen alle beleidsmaatregelen op het gebied van interoperabiliteit, zowel op het niveau van het nationale beleid als op het niveau van het Europese sectorale beleid, door het gebruik van gemeenschappelijke modellen en het delen van technische specificaties en andere deelbare oplossingen aan te moedigen.

3.16Om dezelfde redenen steunt het EESC het beginsel van hergebruik en doorgifte van elementen en gegevens door de verschillende overheidsdiensten, zowel op Europees als op nationaal niveau.

3.17Waar het gaat om de interoperabiliteit van overheidsdiensten, maakt het EESC zich ook zorgen over het gebruik van verschillende talen. Het taalregime mag geen bureaucratische belemmering vormen en er moet voor worden gezorgd dat de uitwisseling van gegevens en informatie plaatsvindt in een taal die door iedereen wordt begrepen.

3.18Het EESC staat achter de invoering en institutionalisering van een governancestructuur voor dit beleid, bestaande uit twee belangrijke organen, namelijk de Interoperabel Europa-raad, die wordt voorgezeten door de Commissie en bestaat uit vertegenwoordigers van alle lidstaten, een vertegenwoordiger van het Comité van de Regio’s en een vertegenwoordiger van het Europees Economisch en Sociaal Comité, en de Interoperabel Europa-gemeenschap, waarin afgevaardigden van het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector zetelen 14 15 .

3.19Het EESC vindt het belangrijk dat het maatschappelijk middenveld, met name de sociale partners, worden betrokken bij het uitstippelen van het beleid op het gebied van interoperabiliteit, niet alleen omdat burgers en bedrijven de uiteindelijke doelgroep zijn van dit beleid, maar ook omdat het maatschappelijk middenveld nieuwe technologische oplossingen kan aandragen die buiten het bestek van de publieke sector vallen.

3.20Het EESC is van mening dat het maatschappelijk middenveld op verschillende niveaus moet worden betrokken en dat de Commissie de lidstaten moet aanmoedigen en prikkels moet geven om deze betrokkenheid op verschillende niveaus — nationaal, regionaal en lokaal — te bevorderen.

3.21Het is een goede zaak dat de Commissie één toegangspunt wil creëren om alle kennis en oplossingen op het gebied van interoperabiliteit, die zowel door publieke als private entiteiten kunnen worden aangereikt, te bundelen en te centraliseren.

3.22Net als de Commissie is het EESC van mening dat de Europese overheidsdiensten minder afhankelijk moeten worden van digitale infrastructuur die door derde landen ter beschikking wordt gesteld, omdat dat de Europese digitale soevereiniteit in gevaar brengt.

3.23In verband hiermee zij erop gewezen dat volgens de Commissie gebruik moet worden gemaakt van open systemen, bij voorkeur open source software, waardoor oplossingen kunnen worden gedeeld tussen ontwikkelaars.

3.24Het EESC juicht het dan ook toe dat de mededeling voorziet in en pleit voor experimentele oplossingen die partnerschappen tussen de publieke sector en innovatieve technologiebedrijven en start-ups mogelijk maken, met het oog op de ontwikkeling van innovatieve experimentele oplossingen die na een succesvolle testfase kunnen worden toegepast in en gedeeld door overheidsdiensten.

3.25Het EESC acht het van belang dat in toekomstige financieringsprogramma’s voor de interoperabiliteit van openbare diensten als voorwaarde wordt gesteld dat de beginselen en structuren van het Europees interoperabiliteitskader worden overgenomen.

3.26Dit is een goede manier om overheidsdiensten er met zachte dwang toe te bewegen gemeenschappelijke normen vast te stellen op het gebied van interoperabiliteit.

3.27Het EESC verbaast zich erover dat in deze mededeling 16 , anders dan in eerdere mededelingen, geen melding wordt gemaakt van de voordelen die interoperabele Europese overheidssystemen kunnen opleveren op het gebied van fraudebestrijding, waardoor de lidstaten aan efficiëntie en inkomsten winnen.

3.28In dit verband wijst het EESC erop dat de interoperabiliteit van systemen gepaard moet gaan met het gebruik van kunstmatige intelligentie, die overheidsdiensten kan helpen bij het analyseren van gegevens en het bovendien mogelijk maakt om de verschillende overheidsdiensten in de lidstaten alert te maken en te waarschuwen.

3.29Tot slot nog twee opmerkingen over de groene transitie en gegevensbescherming:

3.29.1Een van de doelstellingen van de mededeling is de strategie voor de interoperabiliteit van overheidssystemen niet alleen op te nemen in de strategie voor de digitale transitie, maar ook in die voor de groene transitie.

3.29.2Het EESC wijst erop dat sommige zeer doeltreffende IT-oplossingen ook zeer energie-intensief kunnen zijn.

3.29.3Dit geldt voor de blockchaintechnologie, die weliswaar zeer doeltreffend is in het beveiligen van bijvoorbeeld gevoelige gegevens, maar ook veel energie verbruikt.

3.29.4Het EESC is zeer te spreken over de manier waarop regels zijn vastgesteld voor het opzetten van testomgevingen voor regelgeving.

3.29.5Het EESC is van mening dat gegevensbescherming weliswaar met de nodige omzichtigheid moet worden benaderd, maar geen belemmering mag vormen voor openbare diensten of particulieren om nieuwe interoperabele oplossingen te bedenken.

3.29.6Bovendien vindt het EESC dat er voor zowel burgers en bedrijven als andere openbare diensten verschillende autorisatieniveaus moeten gelden voor de toegang tot gegevens om de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen en ervoor te zorgen dat alleen strikt noodzakelijke gegevens openbaar worden gemaakt.

3.29.7Op die manier kunnen problemen worden voorkomen, zoals die welke zich onlangs hebben voorgedaan met betrekking tot de toegankelijkheid van gegevens in het Centrale Register van uiteindelijke begunstigden, waarover het Hof van Justitie van de Europese Unie zich inmiddels heeft uitgesproken.

Brussel, 22 maart 2023.

Christa SCHWENG

Voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

_____________

(1)    De interoperabiliteit van de overheidssector wordt gedefinieerd als “dat wat overheden in staat stelt samen te werken en waardoor overheidsdiensten over landsgrenzen, in verschillende sectoren en over organisatorische grenzen heen kunnen functioneren”. Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende een versterkt beleid inzake de interoperabiliteit van de overheidssector — Overheidsdiensten koppelen, overheidsbeleid steunen en algemeen nut bieden op weg naar een “Interoperabel Europa”.
(2)    Met Besluit nr. 1719/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad lanceerde de Commissie een initiatief om de interoperabiliteit van overheidsdiensten te bevorderen door middel van een reeks richtsnoeren en de vaststelling van projecten van gemeenschappelijk belang voor trans-Europese netten voor elektronische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten.
(3)    Bij de totstandbrenging van een digitale interne markt moeten niet alleen de bestaande belemmeringen worden weggenomen, maar moeten ook mechanismen in het leven worden geroepen om het ontstaan van nieuwe belemmeringen te voorkomen.
(4)    Volgens cijfers van Eurostat over 2022 is de publieke sector goed voor 53,1 % van het Europese bbp - Government finance statistics - Statistics Explained (europa.eu) .
(5)    Zie bijvoorbeeld de slotverklaringen van de interministeriële bijeenkomsten in Tallinn (2017), Berlijn (2020) en Straatsburg (2022).
(6)    In 2010 publiceerde de Commissie de mededeling Naar interoperabele Europese overheidsdiensten (COM (2010) 744 final), waarover het EESC advies uitbracht (TEN/448-449). De voorstellen hierin werden uitgevoerd bij Besluit nr. 922/2009/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten (ISA), in 2015 gevolgd door Besluit 2015/2240/EU van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het ISA2-programma en in 2021 door Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Digitaal Europa.
(7)    De Commissie erkent in dit voorstel dat de tot dusver gehanteerde vrijwillige aanpak ontoereikend is om de voorgestelde interoperabiliteitsdoelstellingen te verwezenlijken.
(8)    Zie de toelichting bij het voorstel voor een verordening, evenals de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende een versterkt beleid inzake de interoperabiliteit van de overheidssector — Overheidsdiensten koppelen, overheidsbeleid steunen en algemeen nut bieden op weg naar een “Interoperabel Europa”.
(9)    In zijn advies over het Europees interoperabiliteitskader — Implementatiestrategie (TEN/635) heeft het EESC al gewezen op het belang van interoperabiliteit voor de voltooiing van de digitale eengemaakte markt PB C 81 van 2.3.2018, blz. 176 .
(10)    Zie het EESC-advies over de “Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Het Europese actieplan inzake e-overheid 2011-2015 — Benutten van de ICT om een slimme, duurzame en innovatieve overheid te bevorderen”, en de “Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Naar interoperabele Europese overheidsdiensten” PB C 376 van 22.12.2011, blz. 92 .
(11)    Dit is een terugkerend thema in de adviezen van het EESC: PB C 81 van 2.3.2018, blz. 176 .
(12)    Het EESC heeft in eerdere adviezen zijn steun uitgesproken voor alle projecten van de Europese Unie die gericht zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van de digitale transitie van de Europese Unie – PB C 365 van 23.9.2022, blz. 13 .
(13)    Persoonsgegevens kunnen een belemmering vormen voor de grensoverschrijdende interoperabiliteit van overheidsdiensten.
(14)    De Interoperabel Europa-raad houdt zich bezig met het uitwerken van maatregelen en het ondersteunen, adviseren en monitoren van het Europese interoperabiliteitsbeleid, terwijl de Interoperabel Europa-gemeenschap afgevaardigden van het maatschappelijk middenveld samenbrengt die de Interoperabel Europa-raad kunnen helpen bij het vinden en vaststellen van eventuele nieuwe oplossingen.
(15)    De optie die door de Commissie is gekozen, strookt met de aanbevelingen die het EESC in eerdere adviezen heeft gedaan – PB C 81 van 2.3.2018, blz. 176 .
(16)    Zie de bijlage bij de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s — Europees interoperabiliteitskader — Implementatiestrategie.