NL

INT/980

Digitale soevereiniteit: een cruciale pijler voor de digitalisering en groei

ADVIES

Afdeling Interne Markt, Productie en Consumptie

Digitale soevereiniteit: een cruciale pijler voor de digitalisering en groei van de EU

(initiatiefadvies)

Contact

int@eesc.europa.eu

Administrateur

Silvia STAFFA

Datum document

11/10/2022

Rapporteur: Philip VON BROCKDORFF

Besluit van de voltallige vergadering

20/01/2022

Rechtsgrond

Artikel 52, lid 2, van het reglement van orde

Initiatiefadvies

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

07/10/2022

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

57/0/0

Goedkeuring door de voltallige vergadering

DD/MM/YYYY

Zitting nr.

...

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

.../.../...



1.Conclusies en aanbevelingen

1.1Ondanks aanzienlijke vooruitgang bij het versterken van de digitale soevereiniteit van de EU is er nog steeds een grote afhankelijkheid van buiten de EU gevestigde technologiebedrijven. Dit beperkt het leiderschap en de strategische autonomie van de EU in de digitale wereld en beperkt op zijn beurt het economische groeipotentieel van de EU.

1.2In een onlineomgeving die nog steeds door buiten de EU gevestigde technologiebedrijven wordt gedomineerd, rijst de vraag in hoeverre EU-burgers, bedrijven en overheden zeggenschap over hun digitale gegevens hebben. Dit lijkt in de huidige crisis misschien geen prioriteit, maar de noodzaak om het gebrek aan evenwicht in de digitale soevereiniteit aan te pakken, mag niet worden gebagatelliseerd.

1.3Tegen deze achtergrond is het EESC van mening dat de EU haar afhankelijkheid van techreuzen van buiten de EU moet verminderen door haar inspanningen te verdubbelen om een veilige, inclusieve en op waarden gebaseerde digitale economie te ontwikkelen die in staat is te concurreren met techreuzen van buiten de EU en de nadruk op betrouwbare connectiviteit, gegevensbeveiliging en artificiële intelligentie (AI) te leggen.

1.4Het EESC dringt er derhalve op aan dat investeringen in de digitale sector in aanzienlijke mate op een open strategische autonomie in de digitale economie worden gericht. Dit moet investeringen in digitale capaciteit, onderwijs en beroepsopleiding, infrastructuur en technologieën omvatten. Het EESC pleit ook voor gelijke concurrentievoorwaarden in de digitale transformatie, waarbij de rechten van werknemers worden beschermd en bedrijven van elke omvang naast elkaar kunnen bestaan en kunnen gedijen zonder overregulering.

1.5Het EESC merkt op dat innovaties zoals cloudcomputing en AI belangrijke strategische troeven binnen de EU zijn geworden en een positieve bijdrage aan de potentiële groei van de EU-economie hebben geleverd. De EU verliest echter terrein in de wereldwijde wedloop om nieuwe technologieën in de digitale wereld te ontwikkelen, en voor sommige technologieën lopen de particuliere investeringen van de EU achter bij vergelijkbare investeringen in de VS en China.

1.6Het EESC dringt aan op hernieuwde inspanningen voor publiek-private partnerschappen op het gebied van digitale technologieën en op de ondersteuning van grootschalig EU-onderzoek op het gebied van nieuwe technologieën, met als specifiek doel gelijke tred te houden met de Amerikaanse en Chinese onderzoekscapaciteiten.

1.7Het EESC is van mening dat de bestaande onevenwichtigheden op het gebied van digitale soevereiniteit deels te wijten zijn aan nationale belemmeringen die de totstandbrenging van een echte eengemaakte markt in de weg blijven staan. Zoals de zaken er nu voor staan, is de eengemaakte markt in wezen een samenvoegsel van verschillende kleinere nationale markten, en ontbeert zij de schaalgrootte die een in de EU gevestigde onderneming nodig heeft om te kunnen concurreren met de digitale reuzen van deze wereld. Daarnaast zijn er binnen de EU verschillende niveaus van digitale ontwikkeling, infrastructuur en capaciteit.

1.8Het EESC verzoekt de Commissie werk te maken van haar digitale regelgevingskader dat erop gericht is de EU-burgers te beschermen tegen de excessen van de digitale wereld en tegelijkertijd een kader voor een meer mensgerichte en ethische omgeving te bieden.

1.9Even belangrijk is dat onlineplatforms, ecosystemen en onlineactiviteiten opener, eerlijker en voorspelbaarder worden gemaakt, waarbij regels inzake transparantie en neutraliteit van algoritmen en het delen van gegevens en interoperabiliteit worden overwogen.

1.10Het EESC steunt de oproep aan de EU om een cloud- en gegevensinfrastructuur te ontwikkelen om haar digitale soevereiniteit op te bouwen en het enorme gebrek aan evenwicht op de markt voor cloud- en gegevensopslag aan te pakken, aangezien die bijna volledig door bedrijven van buiten de EU wordt gedomineerd.

1.11Het EESC erkent ook dat de EU een wereldleider kan worden op het gebied van gegevensverzameling en -verwerking, wat de ruggengraat van de digitale economie vormt. Een EU-gegevenskader voor het verzamelen en delen van gegevens biedt een enorm potentieel in strategische sectoren zoals gezondheid, arbeidsmarkt en vervoer.

1.12Het EESC dringt aan op een actualisering van het mededingings- en consumentenbeleid op de eengemaakte markt. Dit moet ook op verstorende praktijken van buiten de EU gevestigde technologiebedrijven en op de toenemende invloed van Chinese digitale bedrijven in de EU zijn gericht. In dit verband is het EESC ingenomen met de ontwikkelingen op regelgevingsgebied, zoals de wet inzake digitale markten en de voorgestelde Europese chipwet.

1.13Het EESC erkent de rol van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) bij het vormgeven van de digitale soevereiniteit van de EU, met name door hun interactie met grote technologiebedrijven in de EU.

1.14Tot slot benadrukt het EESC het belang van onderwijs op alle niveaus (zowel academisch als beroepsonderwijs) voor de ontwikkeling van de digitale soevereiniteit van de EU.

2.Achtergrond

2.1Digitale soevereiniteit kan bij benadering worden omschreven als de autonomie van regeringen en ondernemingen om hun eigen gegevens, hardware en software te beheren en op te zetten. Al veel te lang wordt bezorgdheid geuit over het feit dat de EU sterk afhankelijk is van een klein aantal grote technologiebedrijven die grotendeels buiten de EU actief zijn.

2.2Deze sterke afhankelijkheid uit zich in het feit dat naar schatting 92 % van alle gegevens in de westerse wereld wordt opgeslagen op servers die eigendom zijn van de VS. Dit omvat onlinegegevens, gegevens uit sociale media en gegevens die door nationale overheden worden beheerd 1 .

2.3Het is niet verwonderlijk dat deze situatie heeft geleid tot toenemende bezorgdheid dat bedrijven en nationale overheden in de EU mogelijk geen volledige controle hebben over gegevens en sterk afhankelijk blijven van grote technologiebedrijven die buiten de EU zijn gevestigd, terwijl het voor in de EU gevestigde technologiebedrijven moeilijk is om de concurrentie aan te gaan met hun tegenhangers in de VS. Een ander punt van bezorgdheid is dat de EU langzaam maar zeker haar capaciteit verliest om de wetgeving in de digitale omgeving doeltreffend te handhaven.

2.4Zorgwekkend is dat deze sterke afhankelijkheid van in de VS gevestigde technologiebedrijven het leiderschap en de strategische autonomie van de EU in de digitale wereld beperkt, hetgeen op zijn beurt het economische groeipotentieel van de EU zou kunnen beperken. De economische invloed van niet in de EU gevestigde technologiebedrijven mag niet worden gebagatelliseerd. Hetzelfde geldt voor hun invloed op EU-burgers en hun consumptiepatronen, maar ook voor de manier waarop zij met medeburgers in de EU en daarbuiten omgaan.

2.5Vandaag weten grote technologiebedrijven van buiten de EU meer over ons dan misschien onze naaste familieleden en vrienden, en het gebrek aan privacy is zorgwekkend. In feite hebben we online geen controle over onze eigen gegevens: grote technologiebedrijven wel, en het web blijft grotendeels ongereguleerd. Met inspanningen zoals de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van de EU is geprobeerd nieuwe regels vast te stellen. Het probleem is dat technologiebedrijven sneller zijn dan de EU in het aanpakken van dit probleem. Grote technologiebedrijven zijn vaak actief in ruimten waar zij een aanzienlijk informatievoordeel hebben ten opzichte van de regelgevers en blijven over het algemeen vrij om onlinebewegingen van burgers te volgen, waarbij zij informatie verzamelen en de verkregen gegevens te gelde maken.

2.6Tegen deze achtergrond had de voorzitter van de Commissie digitaal beleid als een van de belangrijkste prioriteiten voor haar ambtstermijn 2019-2024 aangemerkt, en toegezegt zich te zullen inzetten voor technologische soevereiniteit. Dat is echter nog niet gerealiseerd, en de Commissie zelf heeft haar bezorgdheid geuit over grote technologiebedrijven van buiten de EU die de EU-regels en kernwaarden omzeilen. De afgelopen jaren heeft de interneteconomie zich opgebouwd rond deze techreuzen, die cookies gebruiken om gegevens te controleren en oligopolistische marktmacht te behouden. Het Europees Parlement heeft van zijn kant zijn bezorgdheid geuit over de veiligheidsbedreigingen in verband met de toenemende technologische aanwezigheid van China in de EU en heeft met name opgeroepen tot maatregelen op EU-niveau om de toenemende invloed van China op de 5G-infrastructuur te verminderen.

2.7Zorgwekkend is dat hele sectoren van de EU-economie nog steeds zeer afhankelijk zijn van grote, niet in de EU gevestigde online‑platforms. Dit ontneemt de lidstaten hun digitale soevereiniteit op belangrijke gebieden als auteursrecht, gegevensbescherming en belastingen. Dit punt van bezorgdheid is ook uitgebreid tot andere gebieden, zoals e-commerce en online-desinformatie.

2.8In een onlineomgeving die door technologiebedrijven van buiten de EU wordt gedomineerd, rijst de vraag of EU-burgers de controle over hun digitale gegevens kunnen terugkrijgen en of de EU het gebrek aan evenwicht in de digitale soevereiniteit doeltreffend en binnen een redelijke termijn kan aanpakken. Deze kwesties worden nader toegelicht in de paragrafen 3 en 4.

3.Algemene opmerkingen

3.1In eerste instantie moet de EU haar afhankelijkheid van techreuzen van buiten de EU verminderen door haar inspanningen te verdubbelen om een veilige, inclusieve en op waarden gebaseerde digitale economie te ontwikkelen die in staat is te concurreren met techreuzen van buiten de EU en de nadruk op betrouwbare connectiviteit, gegevensbeveiliging en artificiële intelligentie (AI) te leggen. Het EESC acht het feit dat de digitale economie op waarden moet zijn gebaseerd, van bijzonder belang en legt de nadruk op de sociale en ethische dimensie en de rechten van werknemers in een digitale economie.

3.2Naar aanleiding van de ontwikkelingen in de digitale economie heeft de Commissie in 2021 een digitaal kompas opgesteld: een Europese aanpak voor het digitale decennium waarbij de nadruk wordt gelegd op infrastructuur, overheid, bedrijven en vaardigheden. In dit kompas werden doelstellingen op EU- en nationaal niveau vastgesteld, werd een robuust gezamenlijk governancekader voorgesteld om de vooruitgang te monitoren en tekortkomingen aan te pakken, en werden verdere meerlandenprojecten voorgesteld waarin investeringen van de EU, de lidstaten en de particuliere sector worden gecombineerd. Vervolgens werd de wet inzake digitale markten vastgesteld: een wetgevingskader dat voor meer concurrentie op de Europese digitale markten moet zorgen door te voorkomen dat grote ondernemingen misbruik maken van hun marktmacht en door nieuwe spelers toe te staan de markt te betreden. De onlangs voorgestelde Europese chipwet is op haar beurt bedoeld om de productie van microchips in de hele EU te verhogen als reactie op de stijgende vraag en om de afhankelijkheid van leveranciers van buiten Europa te verminderen. Dit zou een tegenwicht vormen voor de dominante positie van China, met name bij de productie van halfgeleiderchips.

3.3Nu de economie van de EU na de pandemie weer aantrekt en de prijzen stijgen, dringt het EESC erop aan dat het digitale kompas met succes wordt uitgevoerd en dat de regeringen in de EU bedrijven gaan stimuleren om méér te investeren in digitale capaciteiten en personele middelen. Deze investeringen zouden de strategische autonomie bij de digitale transformatie van de EU-economie helpen versterken. Investeringen van de regeringen in de verbetering van de digitale capaciteit, infrastructuur en technologieën worden ook van vitaal belang geacht.

3.4Het EESC merkt op dat innovaties zoals cloudcomputing en AI belangrijke strategische troeven binnen de EU zijn geworden en een positieve bijdrage aan de potentiële groei van de EU-economie hebben geleverd. De EU verliest echter nog steeds terrein in de wereldwijde wedloop om nieuwe technologieën in de digitale wereld te ontwikkelen. Zo lopen de particuliere investeringen van de EU op het gebied van AI achter bij vergelijkbare investeringen in de VS en China. Hetzelfde geldt voor technologieën voor gegevensverzameling en gegevenstoegang en kwantumcomputing, waarbij de investeringen van de EU in blockchaintechnologieën en het internet der dingen ook bij soortgelijke investeringen in de VS en China achterblijven.

3.5Het EESC neemt ook kennis van de verschillende financiële instrumenten die zijn ingesteld om de kloof met de Amerikaanse en Chinese investeringen in digitale technologieën te verkleinen. Deze instrumenten zouden onderzoek en innovatie op het gebied van digitale technologieën zeker kunnen ondersteunen, maar, zoals aangegeven in paragraaf 3.3, er zijn verdere investeringen nodig. Het EESC dringt aan op hernieuwde inspanningen voor publiek-private partnerschappen op het gebied van digitale technologieën en op de ondersteuning van grootschalig EU-onderzoek op het gebied van nieuwe technologieën, met als specifiek doel gelijke tred te houden met de onderzoekscapaciteiten van de VS en China.

3.6Het EESC is van mening dat het er bij digitale soevereiniteit niet alleen om gaat dat de EU verloren terrein terugwint of op digitaal gebied vooroploopt. Het gaat er ook niet om of digitale soevereiniteit betekent dat de EU protectionistisch van aard is. Het gaat erom een gelijk speelveld te creëren voor in de EU gevestigde technologiebedrijven om, zoals aangegeven in de titel van dit initiatiefadvies, het economische groeipotentieel van de EU te vergroten en zo de samenleving in de EU in haar geheel ten goede te komen.

3.7Er zijn gegronde redenen waarom in de EU gevestigde technologiebedrijven wellicht gunstiger moeten worden behandeld dan buiten de EU gevestigde bedrijven om tot de wereldtop op digitaal gebied te behoren. Het EESC is echter van mening dat de bestaande onevenwichtigheden op het gebied van digitale soevereiniteit deels te wijten zijn aan nationale belemmeringen die de totstandbrenging van een echte eengemaakte markt in de weg blijven staan. Zoals de zaken er nu voor staan, is de eengemaakte markt in wezen een samenvoegsel van meerdere kleinere nationale markten, en ontbeert zij de schaalgrootte die een in de EU gevestigde ondernemingnodig heeft om te concurreren met de Microsofts van deze wereld. Daarnaast zijn er binnen de EU verschillende niveaus van ontwikkeling en infrastructuur. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de digitale markt nog steeds door bedrijven van buiten de EU wordt gedomineerd.

3.8Het EESC is bovendien van mening dat meer aandacht voor digitale soevereiniteit zal helpen om problemen op het gebied van privacy en persoonsgegevens, belastingen, gegevens en overheidsopdrachten aan te pakken. Dit zal niet van de ene op de andere dag gebeuren, ondanks een robuuster regelgevingskader. Met name belastingheffing is tot een gebied van controverse uitgegroeid, omdat in de VS gevestigde technologiebedrijven inkomsten uit interacties met klanten in de EU kunnen halen, waardoor de vraag rijst of er sprake is van fysieke aanwezigheid, hetgeen doorgaans leidt tot belastbaarheid.

3.9Tot slot heeft het EESC in een vorig advies 2 reeds benadrukt dat digitale soevereiniteit belangrijk is als cruciale pijler van de economische, sociale en ecologische ontwikkeling van Europa en dat deze soevereiniteit op het mondiale concurrentievermogen en op krachtige samenwerking tussen de lidstaten moet zijn gebaseerd. Dit is een conditio sine qua non, wil de EU op het internationale toneel wereldleider worden, met name wat de betrouwbaarheid van digitale technologieën betreft.

4.Specifieke opmerkingen

4.1Het EESC roept de lidstaten op om het digitale regelgevingskader dat erop gericht is de EU-burgers te beschermen tegen de excessen van de digitale wereld en tegelijkertijd een kader voor een meer mensgerichte en ethische omgeving te bieden, daadwerkelijk toe te passen. Het is van mening dat het regelgevingskader moet bijdragen tot een doeltreffender beheer van de digitale sector in de EU. Ook moeten de bescherming van werknemers en het recht op collectieve onderhandelingen de digitale transitie vergemakkelijken. Tegelijkertijd moeten technologiebedrijven in de EU voldoende ruimte krijgen om te innoveren en de techbedrijven van buiten de EU bij te benen, en moeten internationale partnerschappen waar mogelijk worden aangemoedigd.

4.2Het vaststellen van regels voor EU-gegevens zal ertoe bijdragen dat de EU in nominale zin meer soeverein wordt, maar zal niet volstaan voor technologiebedrijven in de EU om gelijke tred te houden met het wereldwijde bereik van buiten de EU gevestigde bedrijven. Dit kan alleen worden bereikt met politieke sturing, investeringen in onderzoek en innovatie en het aanpakken van de bestaande tekortkomingen van de eengemaakte markt.

4.3Dit impliceert een meer toekomstgerichte benadering van het regelgevingskader dat de komende jaren de digitale economie zal vormgeven. Even belangrijk is dat onlineplatforms, ecosystemen en onlineactiviteiten opener, eerlijker en voorspelbaarder worden gemaakt, waarbij regels inzake transparantie en neutraliteit van algoritmen, en het delen van gegevens en interoperabiliteit worden overwogen.

4.4Bij de opbouw van de digitale soevereiniteit van de EU dringt het EESC aan op meer coördinatie tussen de nationale rechtsgebieden en met name de regelgevende instanties op dit gebied. De bestaande governancestructuren moeten opnieuw worden bekeken teneinde de interactie tussen de lidstaten te versterken en gezamenlijke besluitvorming op digitaal gebied te vergemakkelijken. Volgens het EESC zal dit van cruciaal belang zijn voor het ondersteunen van de inspanningen om een bepaalde vorm van digitale soevereiniteit tot stand te brengen. Tegelijkertijd waarschuwt het EESC voor overregulering, die de potentiële economische groei zou kunnen schaden.

4.5Het EESC steunt de oproep aan de EU om een cloud- en gegevensinfrastructuur te ontwikkelen om haar digitale soevereiniteit op te bouwen en het enorme gebrek aan evenwicht op de markt voor cloud- en gegevensopslag aan te pakken, aangezien die bijna volledig door bedrijven van buiten de EU wordt gedomineerd. Dit zou ook de veiligheidsrisico’s voor EU-burgers helpen verminderen. In dit verband herhaalt het EESC zijn steun voor het EU-initiatief Gaia-X, dat tot doel heeft burgers, bedrijven en overheden een veilige omgeving voor het beheer van gegevens te bieden.

4.6Het EESC erkent ook dat de EU een wereldleider kan worden op het gebied van gegevensverzameling en -verwerking, de ruggengraat van de digitale economie. Een EU-gegevenskader voor het verzamelen en delen van gegevens biedt een enorm potentieel in strategische sectoren zoals gezondheid, arbeidsmarkt en vervoer. Dit zou burgers en bedrijven toegang tot gegevens in de hele EU geven (in overeenstemming met de regels inzake privacy en gegevensbescherming) en de efficiëntie van de eengemaakte markt vergroten.

4.7In dit verband dringt het EESC erop aan het mededingingsbeleid op de eengemaakte markt te actualiseren en de bestaande onevenwichtigheden aan te pakken. Dit moet ook op verstorende praktijken van buiten de EU gevestigde technologiebedrijven en op de toenemende invloed van Chinese digitale bedrijven in de EU zijn gericht.

4.8Het EESC erkent dat het bereiken van digitale soevereiniteit zal afhangen van i) de manier waarop in de EU gevestigde technologiebedrijven zich aanpassen aan het wetgevingskader, ii) maatregelen om de tekortkomingen van de eengemaakte markt aan te pakken, en iii) EU-onderzoek en -innovatie op digitaal gebied, en investeringsmogelijkheden. Tegelijkertijd kan het EESC niet voorbijgaan aan de rol die kmo’s bij het vormgeven van de digitale soevereiniteit van de EU kunnen spelen. Kmo’s beschikken misschien niet over de financiële middelen om de digitale economie rechtstreeks vorm te geven, maar zij kunnen zeker een bijdrage leveren door interactie met grote technologiebedrijven in de EU.

4.9Tot slot wijst het EESC op het belang van onderwijs op alle niveaus (zowel beroeps- als academisch) voor de ontwikkeling van de digitale soevereiniteit van de EU: onderwijsinstellingen moeten investeren in relevant onderzoek en relevante innovatie en er moet worden gezorgd voor de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel dat in staat is de digitale strategie van de EU te ondersteunen. Ook wordt een gecoördineerde aanpak van alle onderwijsinstellingen in de EU aanbevolen.

Brussel, 7 oktober 2022.

Alain COHEUR

Voorzitter van de afdeling Interne Markt, Productie en Consumptie

_____________

(1)     https://www.weforum.org/agenda/2021/03/europe-digital-sovereignty/
(2)    Advies van het EESC over Beginselen voor het digitale decennium, nog niet verschenen in het PB.