NL

Europees Economisch en Sociaal Comité

NL

REX/498

Screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie

ADVIES

Europees Economisch en Sociaal Comité

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie 
[COM(2017) 487 final – 2017/0224 (COD)]

Rapporteur: Christian BÄUMLER (DE-II)

Corapporteur: Gintaras MORKIS (LT-I)

Raadpleging

Raad, 15/11/2017

Rechtsgrondslag

Art. 207 VWEU

Bevoegde afdeling

Afdeling Externe Betrekkingen

Goedkeuring door de afdeling

28-3-2018

Goedkeuring door de voltallige vergadering

19/04/2018

Zitting nr.

534

Stemuitslag
(voor/tegen/onthoudingen)

203/1/3



1.Conclusies en aanbevelingen

1.1Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) benadrukt dat buitenlandse directe investeringen een belangrijke bron van groei, werkgelegenheid en innovatie zijn. Buitenlandse directe investeringen zijn sinds jaar en dag een essentiële voorwaarde voor een positieve economische en sociale ontwikkeling van de Europese Unie. Het EESC bepleit een open investeringsklimaat en verwelkomt buitenlandse directe investeringen.

1.2Het EESC stelt vast dat buitenlandse investeringen niet alleen nuttig kunnen zijn, maar in één of meer lidstaten ook risico's met zich meebrengen en de nationale veiligheid en de openbare orde in gevaar kunnen brengen.

1.3Het EESC dringt erop aan dat de Unie haar open houding tegenover buitenlandse directe investeringen begeleidt met krachtige en doeltreffende beleidsmaatregelen.

1.4Het EESC verwelkomt het Commissievoorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie, maar wijst erop dat de omvang van het probleem nog niet volledig bekend is, daar de Commissie de investeringsstromen en het effect ervan bij het inleiden van het wetgevingsproces niet heeft geanalyseerd

1.5De evaluatie van investeringen in bedrijven en activa die van strategisch belang zijn voor de nationale veiligheid en de openbare orde van de EU is onvolledig en ongecoördineerd: sommige landen hebben een screeningproces, andere niet, zodat de investeringen daar helemaal niet onder de loep worden genomen. Een systeem op EU-niveau moet deze tekortkoming verhelpen, de verschillen tussen de lidstaten uit de weg ruimen en de bescherming van de nationale en Europese belangen waarborgen.

1.6Het zou zo moeten zijn dat lidstaten waar procedures bestaan voor de verificatie van buitenlandse directe investeringen en lidstaten waar deze ontbreken, even betrouwbare informatie kunnen uitwisselen en ontvangen, ook in de vorm van jaarverslagen die aan de Europese Commissie worden voorgelegd als lidstaten of de Commissie vaststellen dat geplande of reeds uitgevoerde buitenlandse directe investeringen in een lidstaat de veiligheid of de openbare orde kunnen schaden.

1.7Het EESC juicht het toe dat het verordeningsvoorstel de procedurele basisvereisten voor de verificatiemechanismen vaststelt, zoals transparantie, non-discriminatie tussen derde landen en rechterlijke toetsing, en zo de investerings- en rechtszekerheid vergroot.

1.8Opgemerkt zij dat de Europese Unie exclusief bevoegd is voor buitenlandse directe investeringen. Als er in de lidstaten nationale toetsingssystemen bestaan, moet voor deze systemen een rechtsgrondslag worden gecreëerd om rechtsonzekerheid te voorkomen.

1.9Het geeft te denken dat de Commissie zich het recht voorbehoudt om investeringen alleen te evalueren voor activiteiten die van invloed kunnen zijn op projecten of programma's die in het belang van de Unie zijn. Als buitenlandse directe investeringen grensoverschrijdende effecten hebben in de gehele of delen van de EU, moet de EU haar bevoegdheid uitoefenen om investeringen te toetsen.

1.10De betekenis van de begrippen "veiligheid" en "openbare orde" wordt in het ontwerp van de Commissie ontoereikend omschreven. Het EESC wijst erop dat in de economische sectoren die misschien geëvalueerd worden, onzekerheid heerst wat betreft de vraag of ook strategische sectoren en sleuteltechnologieën onder deze begrippen vallen. Het EESC verzoekt de Europese Commissie meer te doen om dit probleem op te lossen.

1.11Het EESC steunt de verplichte oprichting van contactpunten in de lidstaten en pleit voor de oprichting van een coördinatiegroep voor het screenen van investeringen in de EU. De rol van deze twee organen is echter, evenals het niveau van vertegenwoordiging en de onderlinge relatie niet geheel duidelijk. De Commissie moet een en ander verduidelijken.

1.12Het EESC raadt aan om de sociale partners en het maatschappelijk middenveld adequaat bij een en ander te betrekken.

1.13Voorgesteld wordt om de controle van investeringen uit te breiden tot gevoelige gebieden van infrastructuur en instellingen die sociale functies in stand houden. Hiertoe behoren de energie- en watervoorziening, vervoer, digitale infrastructuur, financiële diensten en markten, alsook de gezondheidszorg.

1.14Gepleit wordt voor uitbreiding van de controle op investeringen tot cruciale technologieën indien investeerders door de overheid van een derde land gecontroleerd worden of er nauwe banden mee onderhouden. Het EESC stelt voor om in de verordening een aparte screeningsprocedure op te nemen voor buitenlandse directe investeringen door overheidsinvesteerders of investeerders die met de overheid nauwe banden onderhouden uit derde landen.

1.15Het EESC is ervan overtuigd dat de evaluatie doeltreffender is als ze wordt toegepast op geplande buitenlandse directe investeringen en niet op voltooide buitenlandse directe investeringen. Het verzoekt de Commissie deze suggestie in het verordeningsvoorstel op te nemen. In de eerste plaats beveelt het Comité een monitoring achteraf van de investeringen aan.

1.16Aangeraden wordt om in het belang van de investeringszekerheid termijnen vast te leggen, zowel voor de vraag of een investering gescreend zal worden als voor de gehele screening.

1.17Om potentiële investeerders niet af te schrikken, moet de vertrouwelijkheid van bedrijfsgegevens bij de screening worden gewaarborgd.

1.18Het EESC pleit wat het screenen van investeringen betreft voor samenwerking met de VS en andere handelspartners en voor internationale harmonisatie van de regels inzake de beoordeling van buitenlandse directe investeringen. Het comité voor buitenlandse investeringen (CFIUS) van de Verenigde Staten kan hiervoor als model dienen.

1.19Hoewel wederkerigheid in het voorstel voor de verordening niet aan de orde komt, dringt het EESC er bij de Commissie op aan om dit beginsel toe te passen in alle onderhandelingen tussen de EU en derde landen over buitenlandse directe investeringen, aangezien meer investeerders uit derde landen EU-bedrijven en -entiteiten kopen, terwijl EU-investeerders vaak worden geconfronteerd met belemmeringen om in andere landen te investeren. Het Comité dringt er vooral op aan dat het tempo van de onderhandelingen over de investeringsovereenkomst met China wordt opgevoerd.

2.Algemene opmerkingen

2.1In beginsel onderschrijft het EESC de centrale standpunten van het voorstel van de Commissie voor een verordening tot vaststelling van een procedure voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie, waarin wordt gesteld dat de Europese Unie openstaat voor buitenlandse investeringen en dat directe buitenlandse investeringen bijdragen aan de groei in de Unie door het concurrentievermogen te verbeteren, banen te scheppen, kapitaal, technologie, innovatie en expertise in te brengen en nieuwe markten voor de export van de Unie open te stellen.

2.2Zorgwekkend is echter dat buitenlandse investeerders, met name staatsbedrijven, om strategische redenen Europese bedrijven met sleuteltechnologieën verwerven en zich voorbereiden op de overname van infrastructuren, sleuteltechnologieën van de toekomst en andere activa die belangrijk zijn voor het waarborgen van de veiligheid van de lidstaten en de EU als geheel.

2.3In de afgelopen tien jaar zijn de investeringen van derde landen in de EU aanzienlijk toegenomen. De mededeling van de Commissie “Buitenlandse directe investeringen verwelkomen, maar vitale belangen beschermen” bevat statistische gegevens volgens welke de meeste investeringen afkomstig zijn uit de VS, Canada, Zwitserland, gevolgd door Brazilië, China en Rusland. Tijdens de financiële crisis van 2008 zijn de Chinese investeringen in de lidstaten vertienvoudigd! Zij zijn gestegen van 2 miljard euro in 2009 tot bijna 20 miljard euro in 2015. Alleen al in 2016 bedroegen de Chinese directe investeringen in de EU 35 miljard euro. Ten opzichte van 2015 was dat een stijging van 77 %, ten opzichte van 2010 een stijging van maar liefst 1 500 %. De investeringen van bedrijven uit de EU in China zijn in 2016 daarentegen met 25 % gedaald.

2.4In februari 2017 drongen drie lidstaten - Frankrijk, Duitsland en Italië - er bij de Commissie op aan om de regels voor buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie tegen het licht te houden. Aanleiding was de bezorgdheid over verdwijnende technologische kennis naar het buitenland zolang steeds meer niet-EU-investeerders EU-technologie kopen voor strategische doelstellingen van deze landen, terwijl EU-investeerders vaak met belemmeringen worden geconfronteerd voor investeringen in andere landen. De drie lidstaten wezen erop dat het wederkerigheidsbeginsel moet worden gehandhaafd als EU-investeerders slechts beperkte toegang hebben tot markten buiten de EU. De drie lidstaten hebben de Europese Commissie verzocht een Europees instrument te ontwikkelen om schade, veroorzaakt door unilaterale, strategische directe investeringen van buitenlandse kopers op veiligheids- of industriebeleidsgevoelige gebieden te voorkomen en wederkerigheid te waarborgen. De overheidsinstrumenten die momenteel op het niveau van de lidstaten beschikbaar zijn, volstaan niet om een dergelijke bescherming te garanderen.

2.5In de resolutie van het Europees Parlement van 5 juli 2017 worden de Commissie en de lidstaten verzocht buitenlandse directe investeringen van derde landen in de strategische industrie, infrastructuur en belangrijke technologieën voor de toekomst van de EU te screenen.

2.6De Europese Commissie heeft een voorstel voor een verordening ingediend dat een wettelijk kader bevat voor de verificatie van buitenlandse investeringen uit derde landen.

2.7De Europese Commissie heeft besloten dit voorstel te beperken tot de gebieden veiligheid en openbare orde om een minimale consensus tussen de lidstaten te bereiken. Volgens de toelichting van de Commissie behoren hiertoe onder meer elektronische communicatie, cyberbeveiliging, bescherming van de kritieke infrastructuur en industrieel concurrentievermogen met betrekking tot cyberbeveiligingsproducten en -diensten.

2.8Alleen al de betekenis van de begrippen "veiligheid" en "openbare orde" is in de gegeven context niet duidelijk genoeg om problemen en uiteenlopende interpretaties te vermijden. Het EESC wijst erop dat in de economische sectoren die misschien geëvalueerd worden, onzekerheid heerst wat betreft de vraag of ook strategische sectoren en sleuteltechnologieën onder deze begrippen vallen. Het EESC verzoekt de Europese Commissie meer te doen om dit probleem op te lossen.

2.9Het EESC stelt vast dat de Europese Commissie ten volle erkent dat de lidstaten bij de beoordeling van de buitenlandse directe investeringen de nodige flexibiliteit moeten behouden (zie COM(2017) 494). Dit zou betekenen dat alleen de lidstaten besluiten kunnen nemen over buitenlandse directe investeringen van derde landen.

2.10Het EESC was altijd al van oordeel dat het handels- en investeringsbeleid van de EU overeen dient te stemmen en verenigbaar dient te zijn met het EU-beleid op economisch gebied en op andere terreinen, met inbegrip van milieubescherming, fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, gezondheid en veiligheid op het werk. Een doeltreffende EU-investeringsstrategie vervult een cruciale rol bij het handhaven van het concurrentievermogen van de EU in een tijd van snelle economische veranderingen en grote verschuivingen in de economische machtsverhoudingen in de wereld.

2.11Opgemerkt zij dat de EU tot de meest open economieën voor buitenlandse directe investeringen behoort. De inkomende investeringen in de EU nemen gestaag toe. Ze concentreren zich steeds meer op strategisch geselecteerde sectoren en op bedrijven van bovengemiddelde omvang. Zij worden in toenemende mate gedaan door overheidsbedrijven of investeerders met nauwe banden met de overheid.

2.12Daarentegen nemen volgens de Commissie sinds 2016 de beperkingen ten aanzien van buitenlandse directe investeringen op mondiaal niveau toe. Investeerders uit de EU krijgen in derde landen vaak niet dezelfde rechten als investeerders in de EU. Al in 2011 betreurde het EESC het dat de Commissie bij de uitwerking van een route naar een algemeen Europees internationaal investeringsbeleid zich niet heeft geuit over de overname van strategisch belangrijke ondernemingen en riep het op om na te denken over wederkerigheid.

2.13Het EESC benadrukt dat de drie genoemde lidstaten die de aanzet hebben gegeven om een Europees instrument voor de evaluatie van investeringen te ontwikkelen, erop hebben gewezen dat het wederkerigheidsbeginsel moet worden gehandhaafd als EU-investeerders slechts beperkte toegang krijgen tot markten buiten de EU. In het voorstel voor een verordening komt wederkerigheid niet aan de orde. Wat buitenlandse directe investeringen betreft, moet het wederkerigheidsbeginsel echter worden toegepast in alle gevallen van EU-onderhandelingen met derde landen over deze investeringen.

2.14De strategische focus van buitenlandse investeringen in de EU is bovendien gericht op de overname van Europese bedrijven die sleuteltechnologieën ontwikkelen of infrastructuur in stand houden die essentieel is voor het vervullen van onmisbare sociale en economische taken. De combinatie van die ontwikkelingen heeft geleid tot gegronde bezorgdheid bij de Europese burgers, ondernemingen en lidstaten. Deze bezwaren vergen passende maatregelen, zoals aangekondigd in de op 10 mei 2017 gepubliceerde discussienota van de Commissie over globalisering en in de toespraak over de Staat van de Unie van 13 september 2017.

2.15Het EESC dringt erop aan dat de Unie haar open houding tegenover buitenlandse directe investeringen begeleidt met krachtige en doeltreffende beleidsmaatregelen.

2.16Diverse lidstaten beseffen al geruime tijd dat buitenlandse investeringen niet alleen nuttig kunnen zijn, maar ook risico's met zich meebrengen en de nationale veiligheid en de openbare orde in gevaar kunnen brengen. Dit is met name het geval als het gaat om investeringen in ondernemingen en goederen van strategisch belang. Daarom hebben deze lidstaten nationale screeningsystemen voor buitenlandse investeringen opgezet.

2.17Opgemerkt zij dat de screening van investeringen in bedrijven en activa die van strategisch belang zijn voor de nationale veiligheid of de veiligheid van de EU onvolledig en ongecoördineerd is: sommige landen hebben een screeningproces, andere niet, zodat de investeringen daar helemaal niet onder de loep worden genomen. Het ligt voor de hand dat in zulke omstandigheden de lidstaten noch de EU beschermd kunnen worden tegen investeringen die gericht zijn op de overname van belangrijke bedrijven en goederen, als een derde land met politieke en economische intenties bij de planning van zijn opties om te manipuleren doelgericht te werk gaat. Een door de EU in te voeren systeem moet de verschillen tussen de lidstaten uit de weg ruimen en de bescherming van de nationale en Europese belangen waarborgen.

2.18De door de Europese Commissie voorgestelde "screening van investeringen" is volgens het EESC een eerste stap in de goede richting, maar voldoet niet aan alle vereisten. Het voorstel verplicht de lidstaten niet eens om een eigen doorlichting van investeringen uit te werken.

2.19Het EESC beseft dat de Commissie met deze verordening beoogt om de lidstaten die nationale mechanismen voor de evaluatie van investeringen hebben ingevoerd, rechtszekerheid te bieden.

2.20Het EESC juicht het toe dat het verordeningsvoorstel de procedurele basisvereisten voor de verificatiemechanismen vaststelt, zoals transparantie, non-discriminatie tussen derde landen en rechterlijke toetsing, en zo de investeringszekerheid vergroot.

2.21Hoewel de verordening bedoeld is om in de EU meer informatie te verzamelen over buitenlandse directe investeringen en toezicht te houden op het gebruik van selectiemechanismen door de lidstaten zal het in de praktijk zeer moeilijk zijn om een geharmoniseerde uitvoering op EU-niveau te waarborgen. Het zou zo moeten zijn dat zowel lidstaten waar procedures bestaan voor de verificatie van buitenlandse directe investeringen als lidstaten waar deze ontbreken, even betrouwbare informatie uitwisselen en ontvangen, ook in de vorm van jaarverslagen die aan de Europese Commissie moeten worden voorgelegd als de lidstaten of de Commissie vaststellen dat geplande of reeds uitgevoerde directe buitenlandse investeringen in een lidstaat de veiligheid of de openbare orde kunnen beïnvloeden.

2.22Het EESC onderschrijft het voorstel van de Commissie om de lidstaten te verplichten contactpunten op te richten en een coördinatiegroep van vertegenwoordigers van de lidstaten te vormen. De rol van deze twee organen is echter, evenals het niveau van vertegenwoordiging en de onderlinge relatie niet geheel duidelijk. Het Comité raadt aan om de sociale partners en het maatschappelijk middenveld adequaat bij een en ander te betrekken.

2.23Het geeft te denken dat de Commissie het doorlichten van investeringen slechts beperkt tot activiteiten die van invloed kunnen zijn op projecten of programma's die in het belang van de Unie zijn. Als de verantwoordelijkheid voor het toezicht op buitenlandse directe investeringen grotendeels bij de lidstaten berust, bestaat het risico dat een buitenlandse investeerder die belangrijke ondernemingen en activa wil overnemen, het land met de zwakste bescherming tegen dergelijke investeringen als toegangspoort voor investeringen kiest en vervolgens via de interne markt toegang heeft tot landen met een betere investeringsbescherming.

2.24Het EESC wijst erop dat de Europese Unie exclusief bevoegd is voor directe buitenlandse investeringen, die onder de exclusieve bevoegdheid vallen voor het gemeenschappelijk handelsbeleid, zoals dat in het Verdrag van Lissabon is vastgelegd. Conform artikel 207 VWEU maken buitenlandse directe investeringen deel uit van het gemeenschappelijk handelsbeleid van de EU. Volgens artikel 206 VWEU draagt de Unie bij aan “geleidelijke afschaffing van de beperkingen (voor het internationale handelsverkeer en) voor buitenlandse directe investeringen.”

2.25Het EESC meent dat de EU haar bevoegdheid op het gebied van buitenlandse directe investeringen moet uitoefenen, als de investering grensoverschrijdende gevolgen heeft voor de hele EU of delen ervan. Zowel de doorlichting van de investeringen en het besluit of deze toelaatbaar zijn, moet een zaak van de Commissie zijn. De lidstaten moeten bindende raadplegingsrechten hebben en via de op te richten coördinatiegroep betrokken worden bij de besluitvorming over buitenlandse directe investeringen.

2.26Het EESC stelt vast dat de EU in de richtlijn kritieke Infrastructuren (ECI-richtlijn) en de richtlijn netwerk- en informatiesystemen (NIS-richtlijn) kwetsbare gebieden heeft afgebakend in verband met essentiële veiligheidsbelangen. “Kritieke” infrastructuur in de zin van de ECI-richtlijn omvat voorzieningen en systemen die essentieel zijn voor het behoud van vitale sociale functies, gezondheid, veiligheid en economisch en sociaal welzijn. De NIS-richtlijn heeft betrekking op dienstverleners die de voorwaarden scheppen voor "kritieke" sociale en economische activiteiten. Deze omvatten energie, vervoer, financiële diensten en financiële markten, alsmede gezondheidszorg en watervoorziening.

2.27In 2011 1 heeft het EESC al benadrukt dat handelspartners als Canada en de VS over mechanismen beschikken om buitenlandse directe investeringen te controleren en dat investeringen deel moeten uitmaken van een breder opgezet buitenlands beleid van de EU.

2.28In de VS bestaat een breed scala aan zeer flexibele screeningsinstrumenten voor investeringen. De evaluatie van buitenlandse investeringen in de VS wordt op federaal niveau uitgevoerd door een interministerieel comité, CFIUS genaamd. Dit comité kan een door hem afgewezen transactie opschorten, verbieden of voorwaarden opleggen. Zijn belangrijkste taak is het bepalen van het risico voor de nationale veiligheid na fusies en overnames die kunnen leiden tot buitenlandse zeggenschap over een Amerikaanse onderneming. Het nationale veiligheidsrisico wordt gedefinieerd als aantasting van de Amerikaanse veiligheid door de overname van kritieke technologie of onderdelen van de infrastructuur. De controle wordt door het comité in zijn eigen regels gedefinieerd, zodat CFIUS deze definitie kan aanpassen. Deze vorm van doorlichting van investeringen kan ook voor de EU interessant zijn.

2.29In China zijn buitenlandse investeringen gebonden aan sectorale beperkingen. De Chinese Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie (NDRC) en het ministerie van Handel (MOFCOM) hebben de versie 2017 van de catalogus voor het beheer van buitenlandse investeringsbedrijven in werking gesteld. Deze bevat een nationale negatieve lijst van sectoren waarin buitenlandse investeringen beperkt of verboden zijn. “Beperkt” betekent dat voorafgaande toestemming nodig is van het ministerie van handel. Op grond van deze lijst kan de regering beperkingen en voorwaarden afdwingen. Op deze negatieve lijst staan zowel politiek gevoelige gebieden zoals de gedrukte media, als de gehele automobielindustrie, waarbij een speciale regel geldt voor joint ventures. Voor de sectoren zonder beperking eist de overheid slechts registratie van de buitenlandse investeringsprojecten.

2.30Het EESC wijst erop dat China in zijn strategische document "Made in China 2025” belangrijke sectoren heeft aangewezen: “Informatietechnologieën van de volgende generatie, geavanceerde numerieke besturing en robotica, apparatuur voor de lucht- en ruimtevaart, uitrusting voor de scheepsbouw en de bouw van hightech zeeschepen, hoogtechnologisch spoorwegmaterieel, energiebesparende voertuigen en voertuigen met nieuwe aandrijvingstechniek, elektrisch materieel, machines en apparatuur voor de landbouw, nieuwe materialen, geavanceerde biomedische en medische apparatuur". Verwacht wordt dat in deze branches meer Europese bedrijven zullen worden overgenomen.

2.31Het EESC merkt op dat er niet alleen ten aanzien van China sprake is van beperkingen bij buitenlandse directe investeringen. De investeringen van Rusland, met name in de energiesector, baren in de betrokken landen zorgen over mogelijke afhankelijkheid in deze strategisch belangrijke sector.

2.32Het EESC acht de reikwijdte van de voorgestelde investeringsscreening te beperkt en stelt voor de controle op investeringen uit te breiden tot strategische gebieden, met name tot cruciale technologieën. Bij het bepalen van deze strategische gebieden moet gekeken worden naar "Made in China 2025”.

2.33Volgens het EESC is een dergelijke screening van investeringen, die ook betrekking heeft op strategische sleuteltechnologieën, verenigbaar met de WTO-voorschriften. De EU heeft de overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen (Agreement on Subsidies and Countervailing Measures – ASCM) omgezet. Het is dus mogelijk buitenlandse directe investeringen af te wijzen als het gaat om wezenlijke veiligheidsbelangen. Dergelijke belangen zijn volgens het EESC in het geding als de instandhouding van de waarden van een samenleving op het spel staat. Verdergaande beperking van buitenlandse directe investeringen is mogelijk als de investeerder gecontroleerd wordt door de overheid of er nauwe banden mee onderhoudt.

2.34Het EESC is het eens met de Commissie dat bij de screeningprocedures moet worden nagegaan of de buitenlandse investeerder door de overheid van een derde land wordt gecontroleerd, met inbegrip van aanzienlijke financiële middelen. Het EESC stelt voor om in de verordening een aparte screeningsprocedure op te nemen voor buitenlandse directe investeringen door overheidsinvesteerders of investeerders die met de overheid nauwe banden onderhouden uit derde landen.

2.35Het EESC is ervan overtuigd dat de evaluatie doeltreffender is als ze wordt toegepast op geplande buitenlandse directe investeringen en niet op voltooide buitenlandse directe investeringen. Het verzoekt de Commissie deze suggestie in het verordeningsvoorstel op te nemen. In de eerste plaats beveelt het Comité een monitoring achteraf van de investeringen aan.

2.36Het EESC is ingenomen met het Commissievoorstel voor een verordening, maar het is duidelijk dat de omvang van het probleem niet volledig bekend is. De Commissie heeft de investeringsstromen en de impact hiervan niet bij de inleiding van de wetgevingsprocedure geanalyseerd, maar pas in een later stadium.

3.Bijzondere opmerkingen

3.1Het EESC bepleit samenwerking met de VS en andere handelspartners. Een internationale harmonisatie van de screeningsvoorschriften voor buitenlandse directe investeringen kan helpen om conflicten te beperken en de investeringszekerheid te bevorderen. Er moet op zijn minst een dialoog worden gezocht met landen als China over hun binnenlands en buitenlands investeringsbeleid. Er moet gestreefd worden naar overeenkomsten voor investerings- en handelsbescherming op basis van EU-normen en het wederkerigheidsbeginsel. Het Comité dringt er vooral op aan dat het tempo van de onderhandelingen over de investeringsovereenkomst met China wordt opgevoerd.

3.2De duur van het lopende screeningproces kan een belangrijke belemmering worden voor potentiële investeerders en het algehele concurrentievermogen van het land aantasten. Om deze negatieve effecten te beperken, mag de duur van de investeringsscreening van de EU niet langer zijn dan de duur die in de nationale procedures is vastgesteld.

3.3Om extra administratieve lasten te voorkomen, moet worden onderzocht of een minimuminvesteringsbedrag moet worden vastgesteld waarbij een evaluatie geboden is. Daarbij mag niet worden vergeten dat ook startende ondernemingen van groot belang kunnen zijn voor een sleuteltechnologie.

3.4Hoewel de verordening bedoeld is om meer informatie te verzamelen over buitenlandse directe investeringen in de EU en toezicht te houden op het gebruik van screeningmechanismen door de lidstaten zal het in de praktijk zeer moeilijk zijn om een geharmoniseerde uitvoering op EU-niveau te waarborgen. Dit is het gevolg van het verschil tussen lidstaten die mechanismen hebben om buitenlandse directe investeringen te toetsen en lidstaten die zulke mechanismen ontberen. Het systeem mag niet leiden tot ongelijke rechten en plichten ten aanzien van de samenwerking tussen de landen en de Europese Commissie bij de uitwisseling van informatie in gevallen waarin bepaalde voorgenomen of voltooide buitenlandse investeringen gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid of de openbare orde.

3.5De verordening verplicht de lidstaten die opmerkingen van andere lidstaten ontvangen er niet toe hiermee naar behoren rekening te houden. Hetzelfde geldt voor de adviezen van de Commissie aan een lidstaat die deze adviezen niet noodzakelijkerwijs kon volgen. Deze gevallen behoeven nadere toelichting. Het is niet duidelijk welke gevolgen (als die er al zijn) te verwachten zijn indien de Commissie de verklaring van de lidstaat als ongepast beschouwt.

3.6Bij de toekomstige ontwikkeling van het instrument voor de screening van investeringen moet ten minste ook gekeken worden naar andere factoren die de veiligheid en de openbare orde kunnen beïnvloeden: praktijken die de eerlijke handel verstoren, verminderde concurrentie, ontbrekende transparantie van investeringen. Investerings- en handelsbeleid moeten deel uitmaken van het industriebeleid van de EU.

Brussel, 19 april 2018

Luca JAHIER
Voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

_____________

(1)      Advies van het EESC over het Europees internationaal investeringsbeleid ( PB C 318 van 29.10.2011, blz. 150 ).