UITVOERINGSVERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 19.3.2025
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/632 tot verlenging van de tijdelijke maatregelen met betrekking tot bepaalde vruchten van oorsprong uit Argentinië, Brazilië, Zuid-Afrika, Uruguay en Zimbabwe om het binnenbrengen in en de verspreiding binnen het grondgebied van de Unie van het plaagorganisme Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa te voorkomen
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad 1 , en met name artikel 41, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/632 van de Commissie 2 zijn maatregelen vastgesteld met betrekking tot vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf. en hybriden daarvan, met uitzondering van vruchten van Citrus aurantium L. en Citrus latifolia Tanaka (“de vruchten in kwestie”), van oorsprong uit Argentinië, Brazilië, Zuid-Afrika, Uruguay en Zimbabwe, om het binnenbrengen en de verspreiding binnen het grondgebied van de Unie van Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa (“het plaagorganisme in kwestie”) te voorkomen. Die verordening vervalt op 31 maart 2025.
(2)Sinds 2022 hebben de lidstaten melding gemaakt van verschillende gevallen van niet-naleving als gevolg van de aanwezigheid van het plaagorganisme in kwestie bij invoer in de Unie van de vruchten in kwestie van oorsprong uit Argentinië, Zuid-Afrika, Uruguay en Zimbabwe. Uit Brazilië zijn sinds dat jaar geen citrusvruchten in kwestie in de Unie ingevoerd. Daarom kon niet worden beoordeeld in hoeverre Brazilië de maatregelen van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/632 heeft nageleefd.
(3)Bijgevolg moeten de in Uitvoeringsverordening (EU) 2022/632 vastgestelde maatregelen voor de vruchten in kwestie voor elk van die derde landen worden gehandhaafd, aangezien die maatregelen nodig blijven om het respectieve fytosanitaire risico voor het grondgebied van de Unie op een aanvaardbaar niveau te houden.
(4)Het fytosanitaire risico dat wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van het plaagorganisme in kwestie in Argentinië, Brazilië, Zuid-Afrika, Uruguay en Zimbabwe, en door de invoer van de vruchten in kwestie uit die derde landen in de Unie, varieert voor de vruchten in kwestie elk jaar en voor elk derde land van oorsprong. Dat risico moet daarom verder worden beoordeeld op basis van de meest recente technische en wetenschappelijke ontwikkelingen ten aanzien van de preventie en bestrijding van het plaagorganisme in kwestie.
(5)De maatregelen van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/632 moeten daarom tot en met 31 maart 2028 worden gehandhaafd.
(6)Aangezien Uitvoeringsverordening (EU) 2022/632 op 31 maart 2025 vervalt, moet deze verordening met ingang van 1 april 2025 van toepassing zijn zodat er geen juridische lacunes ontstaan.
(7)De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/632
In Uitvoeringsverordening (EU) 2022/632 wordt artikel 11 vervangen door:
“Artikel 11
Vervaldatum
Deze verordening vervalt op 31 maart 2028.”.