TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie, die sinds 1 januari 2021 van toepassing is, bevat voorschriften voor de wijze waarop marktdeelnemers certificaten kunnen verkrijgen voor de invoer van landbouwproducten in het kader van bestaande tariefcontingenten.

Met het oog op een degelijk beheer van bepaalde overvraagde tariefcontingenten wordt de maximumhoeveelheid van de certificaten waarvoor marktdeelnemers een aanvraag mogen indienen, vermeld in de vorm van een referentiehoeveelheid, die voor elke marktdeelnemer afzonderlijk wordt berekend op basis van de invoer van de producten die in de jaren voorafgaand aan de certificaataanvraag onder een bepaald tariefcontingent vielen. Voor de berekening van de referentiehoeveelheid van een bepaald tariefcontingent mogen de marktdeelnemers ook de invoer buiten dat contingent gebruiken indien deze betrekking heeft op producten van oorsprong uit een derde land die onder dat tariefcontingent vallen.

Voor sommige tariefcontingenten biedt Verordening (EU) 2020/760 marktdeelnemers echter de mogelijkheid om de referentiehoeveelheid te berekenen door ook de invoer uit landen die niet onder het betrokken contingent valt, mee te tellen. In dergelijke gevallen voegt Verordening (EU) 2020/760 diverse contingenten samen zodat marktdeelnemers eerst de referentiehoeveelheid voor de gehele groep kunnen berekenen en vervolgens de referentiehoeveelheid naar eigen goeddunken kunnen verdelen over de certificaataanvragen voor de verschillende contingenten van de groep. Bijgevolg kan een marktdeelnemer de referentiehoeveelheid berekenen op basis van de invoer van pluimvee uit Thailand en vervolgens een certificaat vragen voor de invoer van pluimvee uit Brazilië in het kader van een contingent van dezelfde groep.

Dit mechanisme werd opgezet om marktdeelnemers de mogelijkheid tot invoer uit het ene dan wel het andere land te bieden om zo het risico van ernstige invoerproblemen bij mondiale verstoringen van de handel, zoals een uitbraak van aviaire influenza, te voorkomen.

Na de tijdelijke liberalisering van de handel tussen de EU en Oekraïne overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2022/870 en (EU) 2023/1077 van het Europees Parlement en de Raad is de invoer van pluimvee uit Oekraïne duidelijk toegenomen. Deze invoer mag door marktdeelnemers worden gebruikt voor de berekening van de referentiehoeveelheid voor de groepen tariefcontingenten die onder Verordening (EU) 2020/760 vallen. Daarmee zouden marktdeelnemers die uit Oekraïne invoeren, echter worden bevoordeeld ten opzichte van hun concurrenten.

Daarom moet de verordening worden gewijzigd en het effect van deze invoer op de berekening van de referentiehoeveelheid voor groepen tariefcontingenten worden beperkt.

2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING

Deze gedelegeerde ontwerphandeling werd op de bijeenkomsten van de deskundigengroep voor horizontale GLB-vraagstukken van 24 april 2024 en 24 juni 2024 gepresenteerd en besproken.

De gedelegeerde handeling was onderdeel van het feedbackmechanisme (5 juni 2024 tot en met 3 juli 2024). Er werden twaalf reacties ontvangen van elf belanghebbenden (één belanghebbende reageerde tweemaal) uit verschillende lidstaten. Het ging om vijf particuliere ondernemingen, vijf verenigingen en een kamer van koophandel.

Zeven belanghebbenden waren tegen de uitsluiting van tariefcontingenten erga omnes (09.4213, 09.4216 en 09.4412) uit de groepen van artikel 9, leden 6 en 7, van Verordening (EU) 2020/760, op grond van de volgende hoofdargumenten:

— als gevolg van de wijziging kunnen importeurs hun referentiehoeveelheid minder flexibel verdelen over de invoer uit andere landen dan Brazilië, Thailand en Argentinië;

— als gevolg van de wijziging kunnen exporteurs in derde landen (Brazilië, Thailand en Argentinië) meer marktmacht krijgen ten opzichte van EU-importeurs;

— de invoer uit Oekraïne is slechts van belang voor een van de tariefcontingenten erga omnes die van de groepen worden uitgesloten, terwijl deze voor andere groepen vrij gering is;

— EU-importeurs moeten de referentiehoeveelheid voor deze groepen ook kunnen berekenen op basis van de invoer uit andere landen (bv. China);

— de wijziging kan gunstige gevolgen hebben voor pluimveeproducenten uit de EU, maar kan tegelijk de activiteiten van EU-importeurs belemmeren en resulteren in hogere prijzen voor de consument.

Vier belanghebbenden waren juist voorstander van de door de Commissie aangedragen oplossing, hoewel twee van hen benadrukten dat zij de voorkeur gaven aan een oplossing om alleen de invoer uit Oekraïne uit te sluiten van de berekening van de referentiehoeveelheid of anders alle invoer in de EU uit derde landen buiten tariefcontingenten tegen een nulrecht uit te sluiten.

De Commissie heeft nota genomen van de ontvangen reacties en is tot de slotsom gekomen dat zij de verordening om de volgende redenen niet wil wijzigen:

— sinds de vaststelling van Verordening (EU) 2022/870 1 is de invoer van pluimvee uit Oekraïne duidelijk toegenomen en zijn de ingevoerde hoeveelheden gebruikt voor de berekening van de referentiehoeveelheid van de tariefcontingenten voor de betrokken producten;

— daardoor werden importeurs van pluimvee uit Oekraïne duidelijk bevoordeeld, omdat zij ook voor de invoer uit andere landen een referentiehoeveelheid konden opbouwen en tegelijk grote hoeveelheden uit Oekraïne konden invoeren;

— de referentiehoeveelheid wordt berekend op basis van de invoer van de twee jaren vóór de aanvraag van certificaten, zodat importeurs van producten uit Oekraïne hun hogere invoer konden gebruiken voor de berekening van hun referentiehoeveelheid totdat, twee jaar daarna, de afschaffing van de rechten van invoer uit Oekraïne geen invloed meer heeft en de ingevoerde hoeveelheden terugkeren naar een normaal niveau;

— de Commissie schat in dat de door sommige belanghebbenden voorgestelde wijziging van slechts een van de groepen van artikel 9, leden 6 en 7, van Verordening (EU) 2020/760 kan resulteren in een maatregel die speciaal gericht is op individuele ondernemingen. Daarom kiest zij niet voor deze aanpak;

— evenzo is de Commissie van mening dat als alle invoer uit derde landen tegen een nulrecht niet wordt meegeteld bij de berekening van de referentiehoeveelheid, er sprake zou zijn van onevenredigheid omdat dit gevolgen zou hebben voor alle tariefcontingenten in alle sectoren waar de referentiehoeveelheid van toepassing is. Bovendien zouden dan niet alleen de invoer die het gevolg is van de afschaffing van de rechten van invoer uit Oekraïne, maar ook alle maatregelen van bilaterale overeenkomsten tussen de EU en derde landen en de invoer in het kader van speciale EU-programma’s (zoals Posei) niet meetellen.

3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

De onderhavige gedelegeerde handeling schrapt de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4213, 09.4216 en 09.4412 uit artikel 9, leden 6 en 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760.

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE

van 30.7.2024

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 wat betreft de regels inzake de referentiehoeveelheid voor groepen tariefcontingenten in de pluimveesector

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad 2 , en met name artikel 186,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie 3 vult Verordening (EU) nr. 1308/2013 aan wat betreft de voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten voor de invoer en uitvoer van landbouwproducten waarvoor een certificaat verplicht is.

(2)Op grond van artikel 9, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 mogen marktdeelnemers in het kader van een bepaald tariefcontingent slechts certificaataanvragen indienen voor een beperkte hoeveelheid, die is berekend op basis van de hoeveelheden die zij in het verleden hebben ingevoerd (“referentiehoeveelheid”). In artikel 9, lid 2, van die gedelegeerde verordening is bepaald dat de referentiehoeveelheid betrekking moet hebben op in de Unie in het vrije verkeer gebrachte producten die onder hetzelfde tariefcontingentnummer vallen en dezelfde oorsprong hebben.

(3)Artikel 9, leden 6 en 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 bevat een afwijking van de regel dat de referentiehoeveelheid moet worden berekend op basis van de invoer van producten van dezelfde oorsprong. Voor bepaalde groepen tariefcontingenten wordt de referentiehoeveelheid cumulatief berekend voor de in artikel 9 vermelde gehele groep en niet voor één tariefcontingent. Bijgevolg mag deze groepsreferentiehoeveelheid worden gebruikt om certificaten aan te vragen voor elk tariefcontingent van de betrokken groep.

(4)De afwijking van artikel 9, leden 6 en 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 biedt importeurs daarmee de mogelijkheid om de tariefcontingenten in het kader van de groepsreferentiehoeveelheid met een zekere flexibiliteit aan te vragen.

(5)Het gebruik van die afwijking zou echter tot marktverstoringen kunnen leiden omdat een beperkt aantal ondernemingen als gevolg van recente wetgevings- en marktontwikkelingen een wezenlijk deel van de invoercertificaten in het kader van de betrokken tariefcontingenten kunnen verkrijgen. Dat risico nam nog toe door de afschaffing van rechten op invoer uit Oekraïne, zoals bepaald in de Verordeningen (EU) 2022/870 4 , (EU) 2023/1077 5 en (EU) 2024/1392 6 van het Europees Parlement en de Raad.

(6)Om dit risico van marktverstoringen tot een minimum te beperken en ervoor te zorgen dat alle belanghebbende marktdeelnemers invoercertificaten kunnen aanvragen in het kader van de betrokken tariefcontingenten, moeten de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4213, 09.4216 en 09.4412 worden geschrapt uit de in artikel 9, leden 6 en 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 vermelde groepen.

(7)Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)Met het oog op een degelijk beheer van die groepen tariefcontingenten en rekening houdend met het feit dat de tariefcontingentperioden niet voor alle groepen tariefcontingenten dezelfde zijn, moeten de bij deze verordening ingevoerde wijzigingen van toepassing zijn vanaf de tariefcontingentperioden die ingaan na de inwerkingtreding van deze verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760

In artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 worden de leden 6 en 7 vervangen door:

“6. In afwijking van lid 2 wordt de referentiehoeveelheid berekend door optelling van de hoeveelheden producten die in de Unie in het vrije verkeer zijn gebracht in het kader van elk van de volgende groepen van twee of drie contingentvolgnummers als bedoeld in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761:

a) 09.4211, 09.4212 en 09.4290;

b) 09.4214 en 09.4215;

c) 09.4410, 09.4411 en 09.4289.

7. Voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4211, 09.4212 en 09.4290 is de totale hoeveelheid producten waarvoor in de tariefcontingentperiode een certificaataanvraag is ingediend voor die drie tariefcontingenten, in afwijking van lid 3, niet groter dan de totale referentiehoeveelheid van de aanvrager voor deze tariefcontingenten. De aanvrager mag zelf kiezen hoe hij de totale referentiehoeveelheid verdeelt over de tariefcontingenten waarvoor de aanvrager certificaataanvragen heeft ingediend. Deze regel geldt eveneens voor de tariefcontingenten met de volgnummers 09.4214 en 09.4215 en met de volgnummers 09.4410, 09.4411 en 09.4289.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf de tariefcontingentperioden die ingaan na de inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30.7.2024

   Voor de Commissie

   De voorzitter
   Ursula VON DER LEYEN

(1)    Verordening (EU) 2022/870 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 inzake tijdelijke handelsliberaliseringsmaatregelen bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 103, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/870/oj).
(2)    PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1308/oj.
(3)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten voor invoer en uitvoer waarvoor een certificaat verplicht is, en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stellen van zekerheden bij het beheer van tariefcontingenten (PB L 185 van 12.6.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/760/oj).
(4)    Verordening (EU) 2022/870 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 inzake tijdelijke handelsliberaliseringsmaatregelen bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 103, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/870/oj).
(5)    Verordening (EU) 2023/1077 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 inzake tijdelijke handelsliberaliseringsmaatregelen bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L 144 van 5.6.2023, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1077/oj ).
(6)    Verordening (EU) 2024/1392 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 inzake tijdelijke handelsliberaliseringsmaatregelen bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L, 2024/1392, 29.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1392/oj ).