MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

tot verlenging van de overgangsperiode die is vastgesteld in de richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen wat betreft regionale luchthavens

1.In de richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen 1 (“de richtsnoeren”) zijn de voorwaarden vastgesteld waaronder overheidsfinanciering voor luchthavens en luchtvaartmaatschappijen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie kan vormen, en – wanneer het inderdaad om staatssteun gaat – de voorwaarden waaronder deze steun verenigbaar met de interne markt kan worden verklaard.

2.In beginsel is exploitatiesteun een zeer verstorende vorm van steun die alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan worden toegestaan. De Commissie is van mening dat luchthavens en luchtvaartmaatschappijen in de regel hun eigen exploitatiekosten moeten dragen. Niettemin hebben regionale luchthavens van oudsher vaak gebruik gemaakt van overheidssteun om hun activiteiten te financieren. In de richtsnoeren staat dan ook dat bepaalde categorieën exploitatiesteun voor luchthavens onder bepaalde voorwaarden nog steeds te rechtvaardigen zijn, om regionale luchthavens in staat te stellen hun bedrijfsmodellen aan te passen.

3.De richtsnoeren luchtvaartsteun voorzien in een overgangsperiode van tien jaar vanaf 4 april 2014. In die periode kunnen luchthavens met een jaarlijkse gemiddelde passagiersstroom van ten hoogste 3 miljoen passagiers exploitatiesteun ontvangen. Tegen het einde van de overgangsperiode, in 2024, moeten alle luchthavens de volledige dekking van hun exploitatiekosten hebben bereikt en vanaf dat tijdstip zal voor luchthavens exploitatiesteun niet langer als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd, behalve wanneer het gaat om exploitatiesteun die in overeenstemming met de algemene staatssteunregels wordt verleend, zoals de regels die gelden voor de financiering van diensten van algemeen economische belang 2 .

4.In de richtsnoeren wordt erkend dat luchthavens met een jaarlijkse passagiersstroom van minder dan 700 000 passagiers het moeilijker kunnen hebben om hun kosten volledig gedekt te krijgen in de overgangsperiode van tien jaar. Daarom voorzien ze in een specifieke regeling voor dergelijke luchthavens voor een initiële periode van vijf jaar, tot en met 3 april 2019. In de mededeling van de Commissie betreffende de verlenging van de specifieke regeling voor exploitatiesteun aan luchthavens met maximaal 700 000 passagiers per jaar als bedoeld in de richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen 3 van 18 december 2018 (“de mededeling van 2018”), is die specifieke regeling verlengd tot het einde van de overgangsperiode, dat wil zeggen tot en met 3 april 2024.

5.Sinds de vaststelling van de richtsnoeren en de mededeling van 2018 heeft de luchtvaartsector te maken gehad met een grote crisis als gevolg van de COVID-19-pandemie en de agressie van Rusland tegen Oekraïne. De pandemie en de daaruit voortvloeiende gezondheids- en reisbeperkingen hebben de luchtvaartsector zwaar getroffen en hebben geleid tot een sterke daling van het verkeer op luchthavens in de Unie 4 . Bovendien heeft de energiecrisis als gevolg van de agressie van Rusland tegen Oekraïne de negatieve economische gevolgen voor de Europese luchtvaartsector nog verergerd, met name door aanzienlijk hogere energiekosten van luchthavenexploitanten, in het bijzonder in 2022. Luchthavens hebben dus minder inkomsten en hogere kosten, wat een negatief effect heeft gehad op hun winstgevendheid en tot sluitingen zou kunnen leiden. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de connectiviteit in de Unie. Daarom moet de overgangsperiode waarin regionale luchthavens met exploitatiesteun hun exploitatiekosten volledig zelf moeten kunnen dekken, worden verlengd om rekening te houden met de buitengewone gebeurtenissen, met name de COVID-19-crisis.

6.Om deze situatie aan te pakken, is het passend de richtsnoeren te wijzigen en de bestaande regels inzake exploitatiesteun voor regionale luchthavens te verlengen. De verlenging van de overgangsperiode zal zorgen voor continuïteit en rechtszekerheid bij de behandeling van dit soort steun. Daarom is de Commissie van oordeel dat de regeling van de punten 13, 14, 17, punt d), en 112 tot en met 137 van de richtsnoeren, alsook de specifieke regeling die van toepassing is op luchthavens met maximaal 700 000 passagiers per jaar als bedoeld in punt 130 van de richtsnoeren, moeten worden verlengd tot en met 3 april 2027.

7.Gezien het bovenstaande moeten de richtsnoeren worden aangepast zoals aangegeven in de punten 8) tot en met 16).

8.Punt 17, d), van de richtsnoeren wordt vervangen door: “gedurende een overgangsperiode van 13 jaar kan exploitatiesteun voor regionale luchthavens op grond van artikel 107, lid 3, punt c), van het Verdrag verenigbaar met de interne markt worden verklaard”.

9.Punt 112 van de richtsnoeren wordt vervangen door: “Exploitatiesteun voor luchthavens - in de vorm van individuele steun of in het kader van een steunregeling - zal gedurende een overgangsperiode van 13 jaar te rekenen vanaf 4 april 2014 als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd overeenkomstig artikel 107, lid 3, punt c), van het Verdrag indien de in punt 79 genoemde cumulatieve voorwaarden zijn vervuld als uiteengezet in de punten 113 tot en met 134.”

10.Punt 113 van de richtsnoeren wordt vervangen door: “Zoals in punt 13 is gesteld, zal, om luchthavens de tijd te geven zich aan een nieuwe marktrealiteit aan te passen en om verstoringen in het luchtverkeer en de ontsluiting van de regio’s te voorkomen, gedurende een overgangsperiode van 13 jaar exploitatiesteun voor luchthavens worden geacht bij te dragen aan de verwezenlijking van een doelstelling van gemeenschappelijk belang, indien deze steun:

(a)de mobiliteit van burgers in de Unie verbetert en regio’s beter helpt te ontsluiten door het oprichten van toegangspunten voor vluchten binnen de Unie, of

(b)de congestie in het vliegverkeer op belangrijke hubs in de Unie bestrijdt, of

(c)de regionale ontwikkeling bevordert.”

11.Punt 121 van de richtsnoeren wordt vervangen door: “Om de correcte prikkels te geven voor een doelmatig beheer van de luchthaven, dient het steunbedrag - in beginsel - vooraf te worden bepaald als een vast bedrag dat de verwachte financieringskloof voor de exploitatiekosten (die zijn vastgesteld aan de hand van een vooraf opgesteld ondernemingsplan) overbrugt voor een overgangsperiode van maximaal 13 jaar. Om die redenen dient een verhoging achteraf van het steunbedrag in beginsel niet als verenigbaar met de interne markt te worden beschouwd. De lidstaat kan het vooraf bepaalde bedrag als een vast, eenmalig bedrag uitkeren of in tranches, bijvoorbeeld op jaarbasis.”

12.Punt 128 van de richtsnoeren wordt vervangen door: “Hoe dan ook zal het totale toegestane steunbedrag gedurende de volledige overgangsperiode beperkt blijven tot 50 % van de initiële financieringskloof gedurende een periode van 13 jaar. Indien bijvoorbeeld in de periode 2009-2013 de gemiddelde jaarlijkse financieringskloof van een luchthaven 1 miljoen EUR bedraagt, zou het totale toegestane bedrag dat die luchthaven aan exploitatiesteun als een vast bedrag vooruit kan krijgen, 6,5 miljoen EUR (50 % x 1 miljoen EUR x 13) belopen over een periode van 13 jaar. Voor die luchthaven zal geen verdere exploitatiesteun verenigbaar worden verklaard.”

13.Voetnoot 93 van de richtsnoeren wordt vervangen door: “De intensiteit van 50 % stemt overeen met de financieringskloof over 13 jaar voor een luchthaven die, uitgaande van de initiële dekkingsgraad van de exploitatiekosten bij het begin van de overgangsperiode, na 13 jaar tot een volledige dekking van de exploitatiekosten komt.”

14.Punt 129 van de richtsnoeren wordt vervangen door: “Uiterlijk 13 jaar na het begin van de overgangsperiode moeten alle luchthavens de volledige dekking van hun exploitatiekosten hebben bereikt en vanaf dat tijdstip zal voor luchthavens geen exploitatiesteun als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd, behalve wanneer het gaat om exploitatiesteun die in overeenstemming met de algemene staatssteunregels wordt verleend, zoals de regels die gelden voor de financiering van DAEB’s.”

15.Punt 130 van de richtsnoeren wordt vervangen door: “In de huidige marktomstandigheden kunnen luchthavens met een jaarlijkse passagiersstroom van maximaal 700 000 passagiers met toenemende moeilijkheden te maken krijgen om in de overgangsperiode van 13 jaar hun kosten volledig gedekt te krijgen. Om die reden zal het maximaal toegestane steunbedrag voor luchthavens met maximaal 700 000 passagiers per jaar 80 % bedragen van de initiële financieringskloof voor de exploitatiekosten over een periode van 13 jaar na het begin van de overgangsperiode. Indien bijvoorbeeld in de periode 2009-2013 de gemiddelde jaarlijkse financieringskloof van een kleine luchthaven 1 miljoen EUR bedraagt, zou het maximumbedrag dat die luchthaven aan exploitatiesteun als een vast bedrag vooruit kan krijgen, 10,4 miljoen EUR (80 % x 1 miljoen EUR x 13) over een periode van 13 jaar belopen.”

16.Punt 134 van de richtsnoeren wordt vervangen door: “Voorts zal de Commissie, om de negatieve effecten op de mededinging en het handelsverkeer te beperken, goedkeuring verlenen voor exploitatiesteun voor luchthavens gedurende een overgangsperiode van 13 jaar te rekenen vanaf 4 april 2014.”

(1)    Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen ( PB C 99 van 4.4.2014, blz. 3 ).
(2)    Zie Besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen ( PB L 7 van 11.1.2012, blz. 3 ); Mededeling van de Commissie “EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2011)” ( PB C 8 van 11.1.2012, blz. 15 ).
(3)    Mededeling van de Commissie betreffende de verlenging van de specifieke regeling voor exploitatiesteun aan luchthavens met maximaal 700 000 passagiers per jaar als bedoeld in de richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen, PB C 456 van 18.12.2018, blz. 27 .
(4)    Zo waren er in 2020 op Europese luchthavens 1,7 miljard minder passagiers en 6,1 miljoen minder vluchten dan in 2019 (bron: Eurocontrol).