TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
Overeenkomstig artikel 23, lid 1, van Verordening (EU) nr. 649/2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen moet de Commissie op basis van de ontwikkelingen op het gebied van het recht van de Unie en van het Verdrag van Rotterdam de lijst van chemische stoffen in bijlage I bij die verordening ten minste jaarlijks opnieuw beoordelen. Sinds de laatste beoordeling van bijlage I zijn een aantal definitieve regelgevende maatregelen met betrekking tot bepaalde chemische stoffen genomen op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast moest rekening worden gehouden met de wettelijke vereisten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 528/2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden en Verordening (EG) nr. 1907/2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach). Op de tiende vergadering van de Conferentie van de partijen bij het Verdrag van Rotterdam, die van 6 tot en met 17 juni 2022 in Genève is gehouden, zijn besluiten genomen om nieuwe chemische stoffen in bijlage III bij het verdrag op te nemen.
2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING
Op 20 oktober 2022 werd een deskundigengroep geraadpleegd (de “PIC DNA-bijeenkomst”) over de ontwerpwijziging en er werd rekening gehouden met de opmerkingen van deze groep. De groep bestaat uit vertegenwoordigers van alle relevante belanghebbenden (vertegenwoordigers van de lidstaten, het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de chemische industrie en het maatschappelijk middenveld).
Van 20 maart 2023 tot en met 17 april 2023 is over de ontwerphandeling een openbare raadpleging gehouden; in het kader daarvan zijn zes opmerkingen ontvangen. In de opmerkingen wordt het belang van invoercontroles onderstreept om met name consumenten te beschermen tegen chemische stoffen die niet in de Unie mogen worden gebruikt, maar die de Unie via ingevoerde producten kunnen binnenkomen. Bovendien werd gevraagd de industrie voldoende tijd te geven om een dergelijke wijziging door te voeren, wat al een aantal jaren de gangbare praktijk is.
3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
De gedelegeerde handeling wijzigt de lijsten van chemische stoffen in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012 op basis van de ontwikkelingen op het gebied van het recht van de Unie en van het Verdrag van Rotterdam, zoals vereist op grond van artikel 23, lid 1, van die verordening. De rechtsgrondslag voor de gedelegeerde handeling is artikel 23, lid 4, punt a), van Verordening (EU) nr. 649/2012.
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 16.6.2023
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vermelding van pesticiden en industriële chemische stoffen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen, en met name artikel 23, lid 4, punt a),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Verordening (EU) nr. 649/2012 is uitvoering gegeven aan het Verdrag van Rotterdam inzake de procedure met betrekking tot voorafgaande toestemming ten aanzien van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen en pesticiden in de internationale handel (hierna “het Verdrag van Rotterdam” genoemd).
(2)Bij de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2021/1379 en (EU) 2022/94 heeft de Commissie besloten de goedkeuring van respectievelijk de stoffen famoxadone en fosmet als werkzame stoffen krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad niet te verlengen. Dit besluit heeft tot gevolg dat het gebruik van famoxadone en fosmet in de categorie “bestrijdingsmiddelen” wordt verboden, omdat zij niet voor een ander gebruik in die categorie zijn goedgekeurd. Famoxadone en fosmet moeten daarom worden toegevoegd aan de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(3)Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2081 heeft de Commissie besloten de goedkeuring van de stof indoxacarb als werkzame stof krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 niet te verlengen. Dat besluit komt neer op een strenge beperking van het gebruik van die stof op het niveau van de categorie “bestrijdingsmiddelen”, aangezien indoxacarb voor gebruik in biociden van productsoort 18 op grond van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad enkel is goedgekeurd in de subcategorie “andere bestrijdingsmiddelen met inbegrip van biociden”. Indoxacarb moet daarom worden toegevoegd aan de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(4)Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/795 heeft de Commissie besloten de goedkeuring van de stof alfa-cypermethrin als werkzame stof krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 in te trekken. Dit besluit heeft tot gevolg dat het gebruik van alfa-cypermethrin in de subcategorie “bestrijdingsmiddel in de groep gewasbeschermingsmiddelen” verboden is. Bovendien is de geharmoniseerde indeling van alfa-cypermethrin op grond van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad voldoende bewijs dat de stof aanleiding geeft tot bezorgdheid wat betreft de menselijke gezondheid of het milieu. Alfa-cypermethrin moet daarom aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EU) nr. 649/2012 worden toegevoegd.
(5)De werkzame stof bromadiolon is door de industrie uit de goedkeuringsprocedure uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 teruggetrokken. Deze terugtrekking heeft tot gevolg dat het gebruik van bromadiolon in de subcategorie “bestrijdingsmiddel in de groep gewasbeschermingsmiddelen” verboden is. Bovendien is de geharmoniseerde indeling van bromadiolon op grond van Verordening (EG) nr. 1272/2008 voldoende bewijs dat de stof aanleiding geeft tot bezorgdheid wat betreft de menselijke gezondheid of het milieu. Bromadiolon moet daarom aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EU) nr. 649/2012 worden toegevoegd.
(6)De werkzame stof metam-natrium is door de industrie uit de goedkeuringsprocedure uit hoofde van Verordening (EU) nr. 528/2012 teruggetrokken. Deze terugtrekking heeft tot gevolg dat elk gebruik van metam-natrium in de subcategorie “andere bestrijdingsmiddelen met inbegrip van biociden” verboden is. Bovendien is de geharmoniseerde indeling van die stof op grond van Verordening (EG) nr. 1272/2008 voldoende bewijs dat de stof aanleiding geeft tot bezorgdheid wat betreft de menselijke gezondheid of het milieu. Metam-natrium moet daarom aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EU) nr. 649/2012 worden toegevoegd.
(7)Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/782 heeft de Commissie besloten de goedkeuring van de stof isopyrazam als werkzame stof krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 in te trekken. Dit besluit heeft tot gevolg dat het gebruik van isopyrazam in de categorie “bestrijdingsmiddelen” wordt verboden, omdat die stof niet voor een ander gebruik in die categorie is goedgekeurd. Isopyrazam moet daarom worden toegevoegd aan de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(8)De werkzame stof diuron is door de industrie uit de goedkeuringsprocedure uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 teruggetrokken. Deze terugtrekking heeft tot gevolg dat het gebruik van diuron op het niveau van de categorie “bestrijdingsmiddelen” streng beperkt wordt, aangezien diuron voor gebruik in biociden van productsoorten 7 en 10 krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 enkel is toegestaan in de subcategorie “andere bestrijdingsmiddelen met inbegrip van biociden”. Bovendien is de geharmoniseerde indeling van diuron op grond van Verordening (EG) nr. 1272/2008 voldoende bewijs dat de stof aanleiding geeft tot bezorgdheid wat betreft de menselijke gezondheid of het milieu. Diuron moet daarom worden toegevoegd aan de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(9)De werkzame stoffen azimsulfuron, carbetamide, carboxin, cyproconazool, ethametsulfuron-methyl, etridiazool, fenbuconazool, fluquinconazool, lufenuron, metosulam, myclobutanil, pencycuron, prochloraz, profoxydim, spirodiclofen en triflumizool zijn door de industrie teruggetrokken uit de goedkeuringsprocedure overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009. Deze terugtrekking heeft tot gevolg dat het gebruik van deze stoffen in de categorie “bestrijdingsmiddelen” wordt verboden, omdat zij niet voor een ander gebruik in die categorie zijn goedgekeurd. Bovendien is de geharmoniseerde indeling van die stoffen op grond van Verordening (EG) nr. 1272/2008 voldoende bewijs dat de stoffen aanleiding geven tot bezorgdheid wat betreft de menselijke gezondheid of het milieu. Die stoffen moeten daarom worden toegevoegd aan de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(10)Bij de Uitvoeringsbesluiten (EU) 2018/622, (EU) 2020/1765 en (EU) 2021/98 heeft de Commissie besloten de stoffen chlorofeen en esbiothrin niet goed te keuren als werkzame stoffen krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012. Die besluiten hebben tot gevolg dat het gebruik van chlorofeen en esbiothrin in de categorie “bestrijdingsmiddelen” wordt verboden, omdat die stoffen niet voor een ander gebruik in die categorie zijn goedgekeurd. Chlorofeen en esbiothrin moeten daarom worden toegevoegd aan de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(11)De werkzame stof fenoxycarb is door de industrie teruggetrokken uit de goedkeuringsprocedures uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en Verordening (EU) nr. 528/2012. Deze terugtrekking heeft tot gevolg dat het gebruik van fenoxycarb in de categorie “bestrijdingsmiddelen” verboden is. Bovendien is de geharmoniseerde indeling van fenoxycarb op grond van Verordening (EG) nr. 1272/2008 voldoende bewijs dat de stof aanleiding geeft tot bezorgdheid wat betreft de menselijke gezondheid of het milieu. Fenoxycarb moet daarom worden toegevoegd aan de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(12)Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/172 van de Commissie is de stof triflumuron toegevoegd aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EU) nr. 649/2012 op basis van een verbod in de subcategorie “andere bestrijdingsmiddelen met inbegrip van biociden”. Bovendien is de werkzame stof triflumuron door de industrie uit de goedkeuringsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 1107/2009 teruggetrokken en vormen de conclusies van de risicobeoordeling uit hoofde van Verordening (EU) nr. 528/2012 voldoende bewijs dat de stof aanleiding geeft tot bezorgdheid voor de gezondheid van de mens of het milieu, wat neerkomt op een verbod in de subcategorie “bestrijdingsmiddel in de groep gewasbeschermingsmiddelen”. Bijgevolg is het gebruik van triflumuron in de categorie “bestrijdingsmiddelen” verboden en moet deze stof worden toegevoegd aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 2, bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(13)Bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1078/2014 van de Commissie is de stof cyfluthrin toegevoegd aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 1, bij Verordening (EU) nr. 649/2012 op basis van een verbod in de subcategorie “bestrijdingsmiddel in de groep gewasbeschermingsmiddelen”. Dat verbod komt neer op een strenge beperking van het gebruik van die stof op het niveau van de categorie “bestrijdingsmiddelen”, aangezien cyfluthrin voor gebruik in biociden van productsoort 18 krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012 enkel is goedgekeurd in de subcategorie “andere bestrijdingsmiddelen met inbegrip van biociden”. Cyfluthrin moet daarom aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 2, bij Verordening (EU) nr. 649/2012 worden toegevoegd.
(14)De stoffen chloorfenvinfos en terbufos zijn niet goedgekeurd als werkzame stoffen krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en die stoffen zijn niet goedgekeurd als werkzame stoffen krachtens Verordening (EU) nr. 528/2012. Bijgevolg zijn chloorfenvinfos en terbufos verboden voor gebruik in de categorie “bestrijdingsmiddelen” en moeten zij in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012 worden opgenomen. Aangezien chloorfenvinfos en terbufos reeds in deel 1 zijn opgenomen, moeten zij worden toegevoegd aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 2, bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(15)De stoffen 1‑broompropaan, diisopentylftalaat, 1,2‑benzeendicarbonzuur, di-C6-8-vertakte alkylesters, C7‑rijk, 1,2‑benzeendicarbonzuur, di‑C7‑11-vertakte en niet-vertakte alkylesters, 1,2‑benzeendicarbonzuur, dipentylester, vertakt en niet-vertakt, bis(2-methoxyethyl)ftalaat, dipentylftalaat en n‑pentyl-isopentylftalaat zijn opgenomen in bijlage XIV bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad, aangezien zij eerder als zeer zorgwekkende stoffen zijn geïdentificeerd. Bijgevolg is voor die stoffen een autorisatie vereist overeenkomstig titel VII van Verordening (EG) nr. 1907/2006. Aangezien geen autorisaties zijn verleend, zijn die stoffen aan strenge beperkingen voor industrieel gebruik onderworpen. Die stoffen moeten daarom worden toegevoegd aan de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012.
(16)Tijdens de tiende vergadering van de Conferentie van de partijen bij het Verdrag van Rotterdam, van 6 tot en met 17 juni 2022, is besloten decabroomdifenylether en perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante verbindingen op te nemen in bijlage III bij dat verdrag, met als gevolg dat deze chemische stoffen onderworpen zijn aan de procedure van voorafgaande geïnformeerde toestemming uit hoofde van dat verdrag. Bijgevolg moeten die chemische stoffen worden toegevoegd aan de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 3, bij Verordening (EU) nr. 649/2012. Aangezien decabroomdifenylether en perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante verbindingen reeds in bijlage I, deel 2, bij die verordening zijn opgenomen, moeten die chemische stoffen uit de lijst van chemische stoffen in bijlage I, deel 2, bij Verordening (EU) nr. 649/2012 worden geschrapt.
(17)De vermeldingen voor bromoxynil, epoxiconazool en nonylfenolethoxylaten die zijn opgenomen in de lijsten van chemische stoffen in delen 1 en 2 van bijlage I moeten worden gewijzigd door het toepassingsgebied te verduidelijken of aanvullende numerieke identificatoren toe te voegen om de uitvoering van Verordening (EU) nr. 649/2012 te vergemakkelijken.
(18)Verordening (EU) nr. 649/2012 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(19)Er moet worden voorzien in een redelijke termijn voor de belanghebbende partijen om de nodige maatregelen te kunnen nemen om aan deze verordening te voldoen en voor de lidstaten om de nodige maatregelen te kunnen nemen voor de uitvoering van deze verordening,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 649/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van ... [PB: gelieve de datum in te voegen: de eerste dag van de eerste maand na de 44e dag na de bekendmaking van deze verordening].
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16.6.2023
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN