UITVOERINGSVERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 6.6.2023
inzake interoperabiliteitsvoorschriften en niet-discriminerende en transparante procedures voor toegang tot meter- en verbruiksgegevens
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU, en met name artikel 24, lid 2,
Na raadpleging van het Comité voor Grensoverschrijdende elektriciteitsvoorziening,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Met Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU werd een aantal regels ingevoerd om de positie van de consument te versterken en hen de instrumenten te bieden om toegang te krijgen tot gegevens over verbruik en kosten. Slimme-metersystemen die consumenten toegang geven tot objectieve en transparante verbruiksgegevens moeten met name interoperabel zijn en gegevens kunnen leveren die nodig zijn voor energiebeheersystemen voor afnemers. Daartoe vereist Richtlijn (EU) 2019/944 dat de lidstaten terdege rekening houden met het gebruik van beschikbare normen op dit gebied, waaronder normen die interoperabiliteit op het niveau van het gegevensmodel en de applicatielaag mogelijk maken, met beste praktijken en het belang van de ontwikkeling van gegevensuitwisseling, met toekomstige en innovatieve energiediensten, met de invoering van slimme energienetten en met de interne markt voor elektriciteit.
(2)Deze verordening is de eerste van een reeks te ontwikkelen uitvoeringshandelingen waarin interoperabiliteitsvoorschriften en niet-discriminerende en transparante procedures voor toegang tot gegevens worden vastgelegd om artikel 24 van Richtlijn (EU) 2019/944 volledig uit te voeren. De regels van deze verordening zijn bedoeld om de interoperabiliteit te vergemakkelijken en de doeltreffendheid te vergroten van transacties die betrekking hebben op de toegang tot en uitwisseling van gegevens door marktdeelnemers, en uiteindelijk van energiediensten, de concurrentie op de retailmarkt te bevorderen en buitensporige administratieve kosten voor de in aanmerking komende partijen te helpen voorkomen.
(3)Deze verordening is van toepassing op de meter- en verbruiksgegevens in de vorm van gevalideerde historische meter- en verbruiksgegevens en niet-gevalideerde meter- en verbruiksgegevens in bijna-realtime. Zij bevat regels die eindafnemers op de retailmarkt voor elektriciteit en in aanmerking komende partijen in staat stellen tijdig, eenvoudig en veilig toegang te krijgen tot deze gegevens. Bovendien zorgt de verordening ervoor dat leveranciers en aanbieders van diensten, op voorwaarde dat de afnemers hiertoe de vereiste toestemming hebben gegeven, transparante en naadloze toegang hebben tot de gegevens van eindafnemers, zodanig dat de gegevens voor hen gemakkelijk te begrijpen en te gebruiken zijn. Na ontvangst van die toestemming verstrekt de meetgegevensbeheerder de relevante gegevens waarop deze autorisatie betrekking heeft aan de in aanmerking komende partij die door de eindafnemer is gekozen. Bovendien kan deze specifieke autorisatieprocedure gekoppeld zijn aan een contractuele overeenkomst, of aan een expliciete clausule in de contractuele overeenkomst met de in aanmerking komende partij. Op deze manier wordt de interoperabiliteit gewaarborgd op een manier die de rechten van consumenten met betrekking tot hun gegevens respecteert, en hebben marktdeelnemers een gedeeld inzicht in welke soorten gegevens en werkstromen vereist zijn voor specifieke diensten en processen. Afnemers kan in het kader van hun contractuele overeenkomsten worden gevraagd om leveranciers of andere marktdeelnemers, zoals aggregatoren, toestemming te geven. Wanneer een afnemer het contract met een leverancier of andere marktdeelnemer beëindigt, moet de leverancier of marktdeelnemer toegang blijven hebben tot de metergegevens die nodig zijn voor facturerings- of balanceringsdoeleinden. De lidstaten kunnen eisen dat bepaalde metergegevens worden gedeeld voor legitieme openbare doeleinden, bijvoorbeeld met milieu- of statistische instanties en met systeembeheerders of andere marktdeelnemers.
(4)Voor de toepassing van deze verordening moeten bijna-realtimegegevens betrekking hebben op meterstanden afkomstig van slimme-metersystemen waarvoor de start van de werkzaamheden na 4 juli 2019 is begonnen, of die na deze datum systematisch in gebruik zijn genomen, overeenkomstig artikel 19, lid 6, en artikel 20 van Richtlijn (EU) 2019/944. Dergelijke gegevens kunnen worden verkregen voor verder gebruik en verdere verwerking door een energiebeheersysteem, een display in huis of een ander systeem dat voor de toepassing van deze verordening een “verbruikssysteem met bijna-realtimegegevens” wordt genoemd.
(5)De praktijk in de industrie is om interoperabiliteit in vijf lagen te verdelen. De bedrijfslaag heeft betrekking op de bedrijfsdoelstellingen en -rollen voor bepaalde diensten of processen. De functielaag heeft betrekking op gebruiksscenario’s, gegevensuitwisseling en toestemmingsbeheer. De informatielaag heeft betrekking op datamodellen en informatiemodellen, zoals CIM. De communicatielaag heeft betrekking op de communicatieprotocollen en gegevensformaten, zoals CSV of XML. De componentlaag heeft betrekking op platforms, toepassingen en hardware voor gegevensuitwisseling, zoals meters en sensoren.
(6)Deze verordening bevat een reeks regels voor interoperabiliteit voor de toegang tot meter- en verbruiksgegevens, waarbij rekening wordt gehouden met bestaande nationale praktijken. Het in deze verordening beschreven “referentiemodel” definieert gemeenschappelijke regels en procedures op het niveau van de Unie voor de bedrijfs-, functie- en informatielagen, in overeenstemming met nationale praktijken.
(7)De naleving van deze interoperabiliteitsvoorschriften en de naleving van de procedures voor de toegang tot gegevens is afhankelijk van het feit of de lidstaten hetzelfde referentiemodel gebruiken voor meter- en verbruiksgegevens. Door een referentiemodel vast te stellen, beoogt deze verordening ervoor te zorgen dat marktdeelnemers een wederzijds en duidelijk begrip hebben van de rollen, verantwoordelijkheden en procedures voor de toegang tot gegevens. Tegelijkertijd stelt de implementatie van het referentiemodel de lidstaten in staat om de communicatie- en componentlagen te bepalen in overeenstemming met nationale specifieke kenmerken en praktijken.
(8)Het referentiemodel beschrijft de werkstromen die vereist zijn voor specifieke diensten en processen op basis van een minimale reeks voorschriften, om ervoor te zorgen dat een bepaalde procedure correct kan worden uitgevoerd en tegelijkertijd nationale aanpassingen mogelijk blijven. Het bestaat uit i) een “rolmodel” met een reeks rollen/verantwoordelijkheden en de interacties hiertussen; ii) een “informatiemodel” dat informatieobjecten, hun kenmerken en de relaties tussen deze objecten bevat; en iii) een “procesmodel” waarin de procedurele stappen worden beschreven.
(9)Het referentiemodel is technologieneutraal en niet rechtstreeks gekoppeld aan specifieke implementatiedetails. Het referentiemodel geeft echter voor zover mogelijk de definities en terminologie weer die worden gebruikt in de beschikbare normen en de Europese initiatieven die er betrekking op hebben, zoals het geharmoniseerde rolmodel voor de elektriciteitsmarkt en het gemeenschappelijk informatiemodel van de Internationale Elektrotechnische Commissie2. Waar mogelijk moet het referentiemodel gebruikmaken van beschikbare Europese normen.
(10)Deze verordening beschrijft de rollen en verantwoordelijkheden van marktdeelnemers bij de uitwisseling van informatie in het kader van het referentiemodel, met inbegrip van de rollen en verantwoordelijkheden van de meetgegevensbeheerder, de meetpuntbeheerder, de aanbieder van gegevenstoegang en de toestemmingsbeheerder. Marktdeelnemers die informatie uitwisselen volgens de specifieke procedures die in deze verordening worden beschreven, moeten de rollen en verantwoordelijkheden die door het referentiemodel zijn toegewezen, afzonderlijk of gezamenlijk op zich kunnen nemen, en kunnen ook meer dan één rol vervullen.
(11)Het is belangrijk dat in aanmerking komende partijen de mogelijkheid krijgen om hun producten en procedures te testen voordat ze worden ingezet. Meetgegevensbeheerders en toestemmingsbeheerders, inclusief een centrale entiteit indien aangewezen door de lidstaat, moeten in aanmerking komende partijen toegang bieden tot faciliteiten om hun producten en diensten zo veel mogelijk te testen voordat ze worden ingezet, teneinde technische uitvoeringsproblemen te vermijden en hun activiteiten af te stemmen, zodat hun producten en diensten soepel werken in overeenstemming met de procedures van deze verordening.
(12)In het kader van deze uitvoeringsverordening en om te helpen bij de identificatie en authenticatie van partijen die om toegang tot gegevens vragen, wordt de lidstaten aanbevolen aanbieders van gegevenstoegang en toestemmingsbeheerders aan te moedigen om, voor zover mogelijk, digitale oplossingen te ondersteunen die voldoen aan Verordening (EU) nr. 910/2014 (“de eIDAS-verordening”) om eindafnemers en/of in aanmerking komende partijen elektronisch te identificeren en authenticeren. Aanbieders van gegevenstoegang en toestemmingsbeheerders moeten daarbij de reeds bestaande nationale infrastructuur goed benutten. Het gebruik van digitale oplossingen moet helpen om de doeltreffendheid van energiegerelateerde onlinediensten en -transacties en van elektronisch zakendoen en elektronische handel in de Unie te vergroten.
(13)Het is belangrijk dat niet alleen in aanmerking komende partijen, maar ook afnemers toegang hebben tot hun eigen gegevens, waaronder gegevens afkomstig van slimme meters. Daarom zorgt deze verordening ervoor dat eindafnemers ook toegang hebben tot niet-gevalideerde meter- en verbruiksgegevens van slimme-metersystemen in bijna-realtime, indien zij daarom verzoeken overeenkomstig artikel 20, punt e), van Richtlijn (EU) 2019/944.
(14)De lidstaten kunnen kiezen hoe ze de interoperabiliteitsvoorschriften in hun nationale stelsel implementeren, rekening houdend met nationale praktijken, in het bijzonder met betrekking tot aspecten die verband houden met de communicatie- en componentlaag. Dit zorgt ervoor dat het implementatiemodel gebaseerd is op bestaande nationale praktijken, maar maakt het ook moeilijker voor in aanmerking komende partijen om te begrijpen hoe het referentiemodel in de lidstaten in de Unie wordt geïmplementeerd, met name wat betreft de communicatie- en componentlaag. Dit zou kunnen leiden tot een toetredingsdrempel voor in aanmerking komende partijen die actief willen zijn in andere lidstaten. Daarom moet een gemeenschappelijk register van nationale praktijken worden opgezet en openbaar beschikbaar worden gemaakt met betrekking tot hoe het referentiemodel wordt geïmplementeerd in de nationale praktijken van de lidstaten. De publicatie van deze verslagen maakt deel uit van de transparante en niet-discriminerende procedures die bij deze verordening worden geïntroduceerd, omdat dit zal bijdragen aan het verbeteren van de toegang tot meter- en verbruiksgegevens in de hele EU door het bewustzijn te vergroten, duidelijkheid te verschaffen over de toepasselijke regels en de toetredingsdrempels voor nieuwkomers op de markt te helpen verlagen. Bovendien zal het de marktdeelnemers ook in staat stellen overeenkomsten, verschillen en relaties tussen nationale regelingen van de lidstaten te herkennen en beter te begrijpen. Bovendien zal het ook helpen om beste praktijken tussen de lidstaten uit te wisselen en de interoperabiliteit te verbeteren.
(15)Om de transparantie van de procedures voor toegang tot gegevens effectief te waarborgen, zou het nodig zijn om de door de lidstaten verstrekte verslagen over nationale praktijken te verzamelen en deze verslagen op EU-niveau beschikbaar te maken, en tegelijkertijd de lidstaten te helpen bij de rapportage over nationale praktijken. In dit verband zouden het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (het “ENTSB voor elektriciteit”) en de Europese entiteit van distributiesysteembeheerders (de “EU-DSB-entiteit”) bijdragen tot het waarborgen van de transparantie van de procedures voor de toegang tot gegevens binnen de EU, door middel van hun voortdurende samenwerking en in het kader van hun taken met betrekking tot gegevensbeheer en gegevensinteroperabiliteit, overeenkomstig artikel 30, lid 1, punten g) en k), en artikel 55, lid 1, punten d) en e), van Verordening (EU) 2019/943. Deze samenwerking zou gebaseerd zijn op de bestaande verantwoordelijkheden van de twee organen, namelijk de verantwoordelijkheid van de EU-DSB-entiteit om bij te dragen aan de digitalisering van distributiesystemen en om, in samenwerking met de autoriteiten en gereglementeerde entiteiten op dit gebied, deel te nemen aan de ontwikkeling van gegevensbeheer, en de verantwoordelijkheid van het ENTSB voor elektriciteit om bij te dragen aan de vaststelling van interoperabiliteitsvoorschriften en niet-discriminerende en transparante procedures voor de toegang tot gegevens, zoals bepaald in artikel 24 van Richtlijn (EU) 2019/944 en artikelen 30 en 55 van Verordening (EU) 2019/943 (“de elektriciteitsverordening”).
(16)In het kader van de procedures die zijn beschreven in het referentiemodel voor meter- en verbruiksgegevens dat bij deze verordening en de bijlage daarbij wordt ingevoerd, ontvangen en verwerken in aanmerking komende partijen gegevens. Elke verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze uitvoeringshandeling, zoals identificatienummers van meters of aansluitpunten, die worden uitgewisseld volgens de procedures van deze uitvoeringshandeling, moet voldoen aan Verordening (EU) 2016/679, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de verwerkings- en bewaarvereisten in artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 1, van de bovengenoemde verordening. Bovendien is, aangezien slimme meters als eindapparatuur worden beschouwd, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de privacy in de elektronische communicatiesector eveneens van toepassing. De desbetreffende in aanmerking komende partijen moeten bijgevolg voldoen aan hun verplichtingen die voortvloeien uit deze richtlijn, waaronder artikel 5, lid 3.
(17)Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 24 augustus 2022 heeft deze een advies uitgebracht,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
1.Hoofdstuk 1 — Onderwerp en definities
Artikel 1
Onderwerp
1.Deze uitvoeringsverordening bevat interoperabiliteitsvoorschriften en regels voor niet-discriminerende en transparante procedures voor de toegang tot meter- en verbruiksgegevens voor elektriciteit door eindafnemers en in aanmerking komende partijen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2019/944. Zij bevat ook niet-discriminerende en transparante procedures voor de toegang tot gegevens die de rapportage over en publicatie van nationale praktijken vereisen waarbij het referentiemodel wordt toegepast.
2.Om de toepassing van de interoperabiliteitsvoorschriften te waarborgen, wordt in deze verordening een referentiemodel voor meter- en verbruiksgegevens vastgesteld dat de regels en procedures beschrijft die de lidstaten moeten toepassen om interoperabiliteit mogelijk te maken. De verordening bevat een lijst van de deelnemers aan de elektriciteitsmarkt waarop deze handeling betrekking heeft en de rollen en verantwoordelijkheden die zij individueel of gezamenlijk vervullen, zoals beschreven in de artikelen 5, 6, 7 en 8 en in de bijlage bij deze verordening, waarbij één deelnemer aan de elektriciteitsmarkt meer dan één rol kan vervullen.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze uitvoeringsverordening wordt verstaan onder:
(1)“referentiemodel”: de procedures die nodig zijn voor de toegang tot gegevens en die de minimaal vereiste informatie-uitwisseling tussen marktdeelnemers beschrijven;
(2)“meter- en verbruiksgegevens”: de meterstanden van het elektriciteitsverbruik van het net, van elektriciteit die aan het net wordt geleverd, of van het verbruik van installaties voor opwekking ter plaatse die op het net zijn aangesloten, met inbegrip van gevalideerde historische gegevens en niet-gevalideerde bijna-realtimegegevens;
(3)“gevalideerde historische meter- en verbruiksgegevens”: de historische meter- en verbruiksgegevens verzameld via een meter, een conventionele meter of een slimme meter, of een slimme-metersysteem, of aangevuld met vervangende waarden die anders worden bepaald in geval van onbeschikbaarheid van een meter;
(4)“slimme meter”: een elektronisch meetapparaat dat wordt ingezet in een slimme-metersysteem zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 23, van Richtlijn (EU) 2019/944;
(5)“meter- en verbruiksgegevens in bijna-realtime”: de meter- en verbruiksgegevens die continu door een slimme meter of een slimme-metersysteem op korte termijn worden verstrekt, gewoonlijk enkele seconden tot maximaal de onbalansverrekeningsperiode op de nationale markt, die niet gevalideerd zijn en beschikbaar worden gesteld via een gestandaardiseerde interface of via toegang op afstand, overeenkomstig artikel 20, punt a), van Richtlijn (EU) 2019/944 (“de elektriciteitsrichtlijn”);
(6)“in aanmerking komende partij”: een entiteit die energiegerelateerde diensten aanbiedt aan eindafnemers, zoals leveranciers, transmissie- en distributiesysteembeheerders, gedelegeerde beheerders en andere derden, aggregatoren, leveranciers van energiediensten, hernieuwbare-energiegemeenschappen, energiegemeenschappen van burgers en aanbieders van balanceringsdiensten, voor zover zij energiegerelateerde diensten aanbieden aan eindafnemers;
(7)“meetgegevensbeheerder”: een partij die verantwoordelijk is voor het opslaan van gevalideerde historische meter- en verbruiksgegevens en voor de distributie van deze gegevens aan eindafnemers en/of in aanmerking komende partijen;
(8)“toestemming”: de autorisatie die een eindafnemer geeft aan een in aanmerking komende partij op basis van een contractuele overeenkomst die hij met deze partij heeft gesloten, om toegang te krijgen tot zijn meter- en verbruiksgegevens die worden beheerd door de meetgegevensbeheerder voor de levering van een specifieke dienst;
(9)“actieve toestemming”: een toestemming die niet is ingetrokken of verlopen;
(10)“toestemmingsbeheerder”: een partij die verantwoordelijk is voor het beheer van een register van toestemmingen voor gegevenstoegang voor een reeks meetpunten, waarbij deze informatie op verzoek beschikbaar wordt gesteld aan eindafnemers en in aanmerking komende partijen in de sector;
(11)“toegangslog”: een van een tijdstempel voorzien overzicht van gegevensitems waartoe toegang is verkregen, dat ten minste de identiteit omvat van de eindafnemer of de in aanmerking komende partij die toegang heeft gekregen tot de gegevens en, indien van toepassing, de identificatie van de toestemming die is gebruikt om toegang te krijgen tot de gegevens;
(12)“meetpuntbeheerder”: een partij die verantwoordelijk is voor het beheer en de beschikbaarstelling van de kenmerken van een meetpunt, met inbegrip van de registraties van in aanmerking komende partijen en eindafnemers die gekoppeld zijn aan het meetpunt;
(13)“aanbieder van gegevenstoegang”: een partij die ervoor verantwoordelijk is de toegang tot gevalideerde historische meter- en verbruiksgegevens door de eindafnemer of door in aanmerking komende partijen te vergemakkelijken, ook in samenwerking met andere partijen;
(14)“toestemmingslog”: een van een tijdstempel voorzien overzicht van wanneer de toestemming voor een in aanmerking komende partij of eindafnemer werd verleend, ingetrokken of beëindigd, met inbegrip van een toestemmingsidentificator en een partij-identificator;
(15)“aanbieder van identiteitsdiensten”: een partij die identiteitsinformatie beheert, identiteitsinformatie voor een natuurlijke persoon of rechtspersoon verstrekt, bewaart, beschermt, actueel houdt en beheert; en authenticatiediensten aanbiedt aan in aanmerking komende partijen en eindafnemers;
(16)“authenticatie”: een elektronische procedure die de elektronische identificatie van een natuurlijke persoon of rechtspersoon mogelijk maakt;
(17)“meterbeheerder”: een partij die verantwoordelijk is voor de installatie, het onderhoud, het testen en de ontmanteling van fysieke meters;
(18)“verbruikssysteem met bijna-realtimegegevens”: een systeem of apparaat dat de stroom van niet-gevalideerde gegevens in bijna-realtime aangeleverd krijgt van een slimme-metersysteem als bedoeld in artikel 20, eerste alinea, punt a), van Richtlijn (EU) 2019/944.
2.Hoofdstuk 2 — Interoperabiliteitsvoorschriften en transparante en niet-discriminerende procedures voor de toegang tot gegevens
2.1.Afdeling 1: Interoperabiliteitsvoorschriften — referentiemodel
Artikel 3
Implementatie van het referentiemodel
Om aan de interoperabiliteitsvoorschriften te voldoen, passen elektriciteitsbedrijven op de retailmarkt voor elektriciteit het referentiemodel toe dat is uiteengezet in dit hoofdstuk en in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 4
Referentiemodel en informatie over de marktordening
1.De lidstaten brengen verslag uit over de nationale praktijken met betrekking tot de implementatie van de interoperabiliteitsvoorschriften en de procedures voor de toegang tot gegevens, overeenkomstig artikel 10, en zorgen ervoor dat deze voldoen aan de verplichtingen van deze verordening.
2.De lidstaten zorgen ervoor dat de informatie over de ordening van de nationale markt met betrekking tot specifieke rollen en verantwoordelijkheden, zoals uiteengezet in tabel I van de bijlage, gemakkelijk beschikbaar is voor alle in aanmerking komende partijen en eindafnemers.
3.De in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie omvat de identificatie van de partijen die op de nationale markt actief zijn als meetgegevensbeheerder(s), meetpuntbeheerder(s), aanbieder(s) van gegevenstoegang en toestemmingsbeheerder(s), van wie de verantwoordelijkheden worden uiteengezet in de artikelen 5, 6, 7 en 8 van deze verordening.
Artikel 5
Verantwoordelijkheden van de meetgegevensbeheerder
1.Om te zorgen voor een naadloze toegang tot gegevens voor eindafnemers en in aanmerking komende partijen, moet de meetgegevensbeheerder:
(a)overeenkomstig deze verordening op verzoek, op niet-discriminerende wijze en zonder onnodige vertraging gevalideerde meter- en verbruiksgegevens beschikbaar stellen aan eindafnemers en in aanmerking komende partijen via een online-interface of een andere geschikte interface;
(b)ervoor zorgen dat eindafnemers i) toegang hebben tot hun gevalideerde meter- en verbruiksgegevens; ii) deze beschikbaar kunnen stellen aan in aanmerking komende partijen en iii) ze kunnen ontvangen in een gestructureerd, algemeen gebruikt, machineleesbaar en interoperabel formaat;
(c)een toegangslog actueel houden en gratis, zonder onnodige vertraging en op verzoek van de eindafnemer beschikbaar stellen via een online-interface of een andere geschikte interface;
(d)er bij de overdracht van gegevens aan in aanmerking komende partijen voor zorgen, met inachtneming van de relevante wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en waar van toepassing in samenwerking met de toestemmingsbeheerder, dat er een actieve toestemming of een andere wettelijke basis is voor de rechtmatige overdracht of verwerking van de gegevens, waaronder, indien relevant, in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679.
2.Meetgegevensbeheerders bewaren aanvullende informatie over historische meter- en verbruiksgegevens overeenkomstig bijlage I.4, punten a) en b), bij Richtlijn (EU) 2019/944. Gedurende de bewaartermijn worden de historische meter- en verbruiksgegevens, samen met de bijbehorende loginformatie, beschikbaar gehouden voor eindafnemers en, op verzoek van de eindafnemer, in aanmerking komende partijen.
3.Meetgegevensbeheerders geven in aanmerking komende partijen toegang tot testfaciliteiten waar de in aanmerking komende partij de compatibiliteit van haar systemen kan testen met de systemen van de meetgegevensbeheerder die de procedures in deze verordening uitvoert. De testfaciliteit moet beschikbaar zijn voordat de procedures worden geïmplementeerd en zolang zij worden gehanteerd.
1.Indien de lidstaten dit hebben bepaald, kan een aangewezen entiteit de in de leden 1 tot en met 3 bedoelde verplichtingen delen met de meetgegevensbeheerder.
Artikel 6
Verantwoordelijkheden van de meetpuntbeheerder
De meetpuntbeheerder stelt de toestemmingsbeheerder en, indien relevant op nationaal niveau, de meetgegevensbeheerder, onverwijld in kennis van eventuele wijzigingen in de toewijzing van eindafnemers aan meetpunten, en van alle andere externe gebeurtenissen waardoor actieve toestemmingen die op hun verantwoordelijkheidsgebied zijn verleend, ongeldig worden.
Artikel 7
Verantwoordelijkheden van de aanbieder van gegevenstoegang
1.Overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Richtlijn (EU) 2019/944 stellen aanbieders van gegevenstoegang via een online-interface het volgende openbaar beschikbaar:
(a)alle relevante procedures die zij gebruiken om toegang te verlenen tot de gegevens, zoals beschreven in het referentiemodel in dit hoofdstuk en de bijlage, waarin het specifieke geval van toegang door eindafnemers wordt beschreven;
(b)de middelen voor eindafnemers om zonder onnodige vertraging toegang te krijgen tot hun historische meter- en verbruiksgegevens, indien van toepassing in samenwerking met de meetgegevensbeheerder. Dit is mogelijk zoals beschreven in de bijlage in de procedures voor de toegang tot gevalideerde historische meter- en verbruiksgegevens door de eindafnemer.
2.Aanbieders van gegevenstoegang bewaren hun loginformatie en stellen deze beschikbaar aan eindafnemers, met inbegrip van het tijdstip waarop een in aanmerking komende partij of een eindafnemer toegang tot gegevens heeft gekregen, en het betrokken soort gegevens. Deze informatie wordt gratis en zonder onnodige vertraging online beschikbaar gesteld wanneer een eindafnemer om toegang vraagt.
1.Indien de lidstaten dit hebben bepaald, kan een aangewezen entiteit de in de leden 1 en 2 bedoelde verplichtingen delen met de aanbieder van gegevenstoegang.
Artikel 8
Verantwoordelijkheden van de toestemmingsbeheerder
1.De toestemmingsbeheerder:
(a)verleent toestemming voor de toegang tot gevalideerde historische meter- en verbruiksgegevens aan in aanmerking komende partijen en trekt deze toestemming zonder onnodige vertraging in op verzoek van de eindafnemer, overeenkomstig de in de bijlage beschreven procedures;
(b)geeft eindafnemers op verzoek een overzicht van de actieve en historische toestemmingen voor gegevensuitwisseling, overeenkomstig artikel 5, lid 2;
(c)verwerkt de meldingen over ongeldigverklaringen van toestemmingen die zijn ontvangen in overeenstemming met de procedures in deze verordening;
(d)informeert de meetgegevensbeheerder (stappen 3.5 en 4.9 in de bijlage), de in aanmerking komende partij (stap 4.11), indien nodig, en de eindafnemer (stappen 3.4 en 4.13) zodra de toestemmingsbeheerder op de hoogte wordt gesteld van een ongeldigverklaring van een toestemming;
(e)houdt een toestemmingslog bij voor de eindafnemers en stelt deze informatie online, gratis, zonder onnodige vertraging en op hun verzoek beschikbaar;
(f)maakt de relevante procedures die zij gebruiken om toegang te verlenen tot gegevens, zoals beschreven in het referentiemodel en verduidelijkt in de bijlage, openbaar beschikbaar, overeenkomstig artikel 23, lid 2, van Richtlijn (EU) 2019/944.
2.Toestemmingsbeheerders werken met in aanmerking komende partijen en meetgegevensbeheerders samen om het testen van de processen voor de implementatie van het referentiemodel te vergemakkelijken. Deze samenwerking vindt plaats vóórdat de processen worden geïmplementeerd en zolang zij gehanteerd worden.
1.Indien de lidstaten dat hebben bepaald, kan een aangewezen entiteit de in de leden 1 en 2 bedoelde verplichtingen delen met de toestemmingsbeheerder.
Artikel 9
Interoperabiliteitsvoorschriften en procedures voor de toegang tot meter- en verbruiksgegevens in bijna-realtime
Om ervoor te zorgen dat eindafnemers toegang hebben tot niet-gevalideerde meter- en verbruiksgegevens in bijna-realtime, via een gestandaardiseerde interface of via toegang op afstand, passen de lidstaten de methoden toe die zijn vastgesteld volgens de procedures 5 en 6 in de bijlage bij deze verordening.
2.2.Afdeling 2: Transparante en niet-discriminerende procedures voor de toegang tot gegevens — verslaglegging en een register van nationale praktijken
Artikel 10
Verslaglegging van nationale praktijken
1.Om de transparantie en non-discriminatie van nationale procedures voor toegang tot gegevens te waarborgen, moeten de lidstaten, in overeenstemming met artikel 23 van Richtlijn (EU) 2019/944:
(a)nationale praktijken op nationaal niveau inventariseren en actueel houden, met inbegrip van een gedetailleerde beschrijving en uitleg van de wijze waarop de procedurele stappen van de tabellen III.1 tot en met III.6 in de bijlage bij deze verordening worden uitgevoerd, waarbij, indien van toepassing, wordt aangegeven welke stappen zijn gecombineerd en in welke volgorde de stappen worden uitgevoerd; en
(b)aan de Commissie verslag uitbrengen over de in punt a) bedoelde inventarisatie van nationale praktijken, die wordt gepubliceerd in een openbaar toegankelijk register dat overeenkomstig artikel 12 wordt opgezet.
2.Het verslag bevat informatie over de nationale implementatie van het referentiemodel en over de verschillende rollen, informatie-uitwisselingen en procedures.
3.Bij deze verslaglegging wordt rekening gehouden met de door de Commissie ontwikkelde richtsnoeren als bedoeld in artikel 13.
4.De lidstaten verstrekken het in lid 1 bedoelde verslag over nationale praktijken uiterlijk [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] aan de Commissie.
5.Indien een lidstaat vóór [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] is overgestapt op een nieuw nationaal gegevensbeheersysteem, kan de verslaglegging worden beperkt tot de nieuwe regelingen, op voorwaarde dat dit systeem binnen [36 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] meer dan 90 % van de eindafnemers omvat.
Artikel 11
Samenwerking op het gebied van gegevenstransparantie tussen de EU-DSB-entiteit en het ENTSB voor elektriciteit
1.De samenwerking tussen het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (het “ENTSB voor elektriciteit”) en de Europese entiteit van distributiesysteembeheerders (de “EU-DSB-entiteit”), zoals voorzien in artikel 30, lid 1, punten g) en k), en artikel 55, lid 1, punten d) en e), van Verordening (EU) 2019/943, kan de vorm aannemen van een gezamenlijke werkgroep die een proces opzet om nationale praktijken van de lidstaten te verzamelen en te publiceren. Het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit kunnen op die manier ook samenwerken om de Commissie te adviseren en te ondersteunen bij het toezicht op de implementatie en de verdere ontwikkeling van de uitvoeringshandelingen betreffende gegevensinteroperabiliteit overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Richtlijn (EU) 2019/944.
2.Bij de voorbereiding van hun aanbevelingen en het uitvoeren van hun ondersteunende activiteiten voor de Commissie, werken het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit nauw samen met vertegenwoordigers van nationale regelgevende instanties, bevoegde instanties en gereglementeerde entiteiten met institutionele rollen op nationaal niveau met betrekking tot het recht op toegang tot meter- en verbruiksgegevens, en met alle belanghebbenden, waaronder consumentenverenigingen, elektriciteitsdetailhandelaren, Europese normalisatieorganisaties, leveranciers van diensten en technologie, en fabrikanten van apparatuur en componenten.
Artikel 12
Taken in het kader van de samenwerking op het gebied van gegevenstransparantie voor de EU-DSB-entiteit en het ENTSB voor elektriciteit
1.Om de transparantie van de toegang tot gegevens in de hele EU te waarborgen, zijn de belangrijkste taken die het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit in het kader van hun samenwerking op het gebied van gegevenstransparantie uitvoeren, onder meer:
(a)het ontwikkelen van richtsnoeren om de lidstaten te helpen bij de verslaglegging over nationale praktijken, zoals uiteengezet in artikel 13;
(b)het verzamelen van de verslagen over nationale praktijken die door de lidstaten zijn verstrekt met betrekking tot de implementatie van het referentiemodel, zoals uiteengezet in artikel 10;
(c)het publiceren van de verslagen over de nationale praktijken in een openbaar toegankelijk register dat up-to-date wordt gehouden.
2.Het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit kunnen ook samenwerken om de Commissie volgens het in artikel 11, lid 2, beschreven proces te ondersteunen bij het toezicht op de implementatie van het referentiemodel dat is opgenomen in deze verordening en de verdere ontwikkeling ervan als gevolg van veranderingen op het gebied van regelgeving, de markt of technologie, en kunnen de Commissie op verzoek ondersteunen bij de ontwikkeling, als onderdeel van toekomstige uitvoeringshandelingen, van interoperabiliteitsvoorschriften en niet-discriminerende en transparante procedures voor de toegang tot gegevens die nodig zijn voor afnemers die willen overstappen, voor vraagrespons en voor andere diensten als bedoeld in artikel 23, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/944.
Artikel 13
Richtsnoeren voor de verslaglegging over nationale praktijken
Uiterlijk [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] ontwikkelt en publiceert de Commissie, bijgestaan door het ENTSB voor elektriciteit en de EU-DSB-entiteit, richtsnoeren voor de verslaglegging over nationale praktijken en maakt deze openbaar.
3.Hoofdstuk 3 — Slotbepalingen
Artikel 14
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 3 is van toepassing met ingang van [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening].
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6.6.2023
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN