TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

De doelstelling van Verordening (EU) 2019/1021 (de “POP-verordening”), als vastgesteld in artikel 1 ervan, is de mens en het milieu te beschermen tegen persistente organische verontreinigende stoffen (Persistent Organic Pollutants of POP’s) door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van stoffen die vallen onder het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen (“het verdrag”) te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken.

Hexachloorbenzeen (HCB) is in bijlage I bij de POP-verordening opgenomen zonder een grenswaarde voor “onopzettelijke sporenverontreiniging” (Unintentional Trace Contaminant of UTC). HCB werd in de EU voornamelijk gebruikt als pesticide. In 2004 ten tijde van de opname van de stof in de POP-verordening werd geoordeeld dat er geen grenswaarde nodig was omdat HCB naar verwachting niet in stoffen, mengsels en voorwerpen zou worden aangetroffen. Onlangs is bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) informatie gevraagd over een grenswaarde voor de aanwezigheid van HCB als onzuiverheid in stoffen. HCB is ook bekend als bijproduct bij de vervaardiging van andere chemische stoffen (voornamelijk gechloreerde oplosmiddelen) en bestrijdingsmiddelen, en in de afvalstromen van chlooralkalifabrieken en houtconserveringsprocessen. Uit Reach-registratiedossiers blijkt bovendien dat stoffen die HCB als bestanddeel of onzuiverheid bevatten, vooral worden gebruikt in inkt, coatings, verf en toner, bij toepassingen op hout, in textiel en in kunststoffen.

Het ontbreken van een gespecificeerde UTC-grenswaarde leidt tot rechtsonzekerheid, aangezien belanghebbenden niet weten of een grenswaarde van toepassing is en zo ja, welke. Het ontbreken van een geharmoniseerde grenswaarde zou worden geïnterpreteerd alsof de aantoonbaarheidsgrens van toepassing is, wat als een onevenredige beperking zou kunnen worden beschouwd, aangezien dit het in de handel brengen van stoffen, mengsels of voorwerpen die HCB bevatten, zou verhinderen. In artikel 4, lid 1, punt b), van de POP-verordening is vastgelegd dat het verbod op de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de in bijlage I opgenomen stoffen, als zodanig, in mengsels of voorwerpen, niet van toepassing is in het geval van een stof die als onopzettelijke sporenverontreiniging, zoals gespecificeerd in de desbetreffende vermeldingen in bijlage I, in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomt. De aanwezigheid van HCB als UTC in stoffen, mengsels of voorwerpen moet daarom in bijlage I worden gespecificeerd.

Gezien de momenteel beschikbare informatie wordt de vaststelling van een grenswaarde voor de aanwezigheid van HCB als UTC in stoffen, mengsels of voorwerpen passend geacht. Een dergelijke UTC-grenswaarde zou de juridische situatie verduidelijken en een geharmoniseerde handhaving in de hele Unie vergemakkelijken.

Op basis van de beschikbare informatie moet die grenswaarde worden vastgesteld op 10 mg/kg (0,001 gewichtsprocent) voor de aanwezigheid van HCB als UTC in stoffen, mengsels en voorwerpen.

2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING

Tijdens twee vergaderingen op 8 juni en 23 november 2021 (de “POP CA-bijeenkomst”) is de deskundigengroep inzake POP’s geraadpleegd over het ontwerp van gedelegeerde handeling en er is rekening gehouden met de opmerkingen van deze groep. De groep bestaat uit vertegenwoordigers van alle relevante belanghebbenden (vertegenwoordigers van de lidstaten, het ECHA, de chemische industrie en het maatschappelijk middenveld).

Van 8 november tot en met 6 december 2021 is over de ontwerphandeling een openbare raadpleging gehouden. Er zijn drie opmerkingen van belanghebbenden ontvangen. De opmerkingen stonden haaks op elkaar, d.w.z. twee belanghebbenden vroegen om een hogere UTC-grenswaarde, terwijl één belanghebbende om een lagere UTC-grenswaarde verzocht. Rekening houdend met alle beschikbare informatie, met inbegrip van de informatie die tijdens de verschillende raadplegingen is ontvangen, en na nadere bespreking met de deskundigengroep inzake POP’s op 2 juni 2022, heeft de Commissie besloten de oorspronkelijk voorgestelde grenswaarde te handhaven.

3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

De gedelegeerde handeling wijzigt de vermelding voor hexachloorbenzeen in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1021 teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. De rechtsgrondslag voor de voorgestelde gedelegeerde handeling is artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1021.

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE

van 8.9.2022

tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen wat betreft de vermelding voor hexachloorbenzeen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen 1 , en met name artikel 15, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Verordening (EU) 2019/1021 geeft uitvoering aan de verbintenissen die de Unie is aangegaan in het kader van het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen 2 en het Protocol inzake persistente organische verontreinigende stoffen bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand 3 .

(2)Krachtens artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1021 zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik, als zodanig, in mengsels of als bestanddeel van voorwerpen, van de in bijlage I bij die verordening opgenomen stoffen verboden, met inachtneming van artikel 4 van die verordening.

(3)Hexachloorbenzeen is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1021 zonder een grenswaarde voor onopzettelijke sporenverontreiniging (Unintentional Trace Contaminant of UTC).

(4)De Commissie is op grond van artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1021 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om bestaande vermeldingen in bijlage I te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

(5)De Commissie heeft vastgesteld dat hexachloorbenzeen in bepaalde stoffen, mengsels en voorwerpen als onzuiverheid aanwezig is, onder andere in bestrijdingsmiddelen, gechloreerde oplosmiddelen, inkt, coatings, verf en toner, bij toepassingen op hout, in textiel en in kunststoffen.

(6)Om de juridische situatie te verduidelijken en de handhaving betreffende het gebruik van stoffen, mengsels of voorwerpen die hexachloorbenzeen als onopzettelijke sporenverontreiniging bevatten, te vergemakkelijken, moet voor hexachloorbenzeen een UTC-grenswaarde van 10 mg/kg (0,001 % in gewicht) worden vastgesteld.

(7)Verordening (EU) 2019/1021 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1021 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8.9.2022

   Voor de Commissie

   De voorzitter
   Ursula VON DER LEYEN

(1)    PB L 169 van 25.6.2019, blz. 45.
(2)    PB L 209 van 31.7.2006, blz. 3.
(3)    PB L 81 van 19.3.2004, blz. 37.

BIJLAGE

In deel A van bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1021 wordt aan de vierde kolom (“Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie”) van de vermelding voor hexachloorbenzeen de volgende tekst toegevoegd:

“In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties hexachloorbenzeen van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer de stof in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomt.”.