TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
In september 2018 hebben het Europees Parlement en de Raad Verordening (EU) 2018/1240 tot oprichting van een Europees reisinformatie en -autorisatiesysteem (Etias) vastgesteld.
Bij die verordening is bepaald dat de Europese Commissie gedelegeerde handelingen moet vaststellen voor de ontwikkeling en de technische uitvoering van het Europees reisinformatie en -autorisatiesysteem.
Met name is aan de Commissie krachtens artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1240, de taak gedelegeerd om “het veiligheidsrisico, het risico op het gebied van illegale immigratie of hoog epidemiologisch risico [nader te omschrijven]” op basis van de in artikel 33, lid 2, punten a) tot en met f), bedoelde statistieken en informatie.
2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING
Een deskundigengroep inzake informatiesystemen voor grenzen en veiligheid werd opgericht om te helpen bij de vaststelling van de gedelegeerde handeling. Alle lidstaten hebben de gelegenheid gekregen om deskundigen aan te wijzen, overeenkomstig artikel 89, lid 4, van Verordening (EU) 2018/1240 en de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Dit besluit van de Commissie is dan ook vastgesteld op basis van de input die de deskundigen van de lidstaten in de deskundigengroep hebben gegeven. Deze deskundigengroep werd geraadpleegd tussen 3 juli 2020 en 15 januari 2021, waarna het document door de deskundigen en de Commissie als definitief is aangemerkt. Ook zijn de deskundigen in die periode in de gelegenheid gesteld om mondelinge en schriftelijke opmerkingen in te dienen bij de Commissie.
Het Europees Grens- en kustwachtagentschap, waarbinnen de centrale Etias-eenheid wordt opgezet, en Europol zijn ook geraadpleegd.
Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (“eu-LISA”) heeft de Commissie ook geadviseerd met betrekking tot de technische vereisten en uitvoerbaarheid van de voorgestelde maatregel.
Voorafgaand aan de vaststelling is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd om te waarborgen dat de bepalingen inzake gegevensbescherming in het voorgestelde initiatief worden nageleefd.
3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
Om de specifieke risico-indicatoren vast te stellen die worden gebruikt in de screeningprocedure, is het noodzakelijk het veiligheidsrisico, het risico op het gebied van illegale immigratie of hoog epidemiologisch risico nader te omschrijven, door de in artikel 33, lid 2, punten a) tot en met f), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde statistieken, informatie en verslagen te verzamelen en te analyseren. Deze analyse moet reeksen kenmerken opleveren van specifieke groepen reizigers die met deze risico’s in verband worden gebracht. De interpretatie van deze reeksen kenmerken zal het mogelijk maken om specifieke risico’s te bepalen. Die zullen dan weer de basis vormen voor de ontwikkeling van specifieke risico-indicatoren.
Om te waarborgen dat risico’s kunnen worden omschreven op basis van de in artikel 33, lid 2, punten a) tot en met c), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde elementen, is het noodzakelijk te waarborgen dat het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem en het inreis-uitreissysteem dergelijke elementen controleren en verzamelen overeenkomstig Gedelegeerde Verordening C(2021) 4982 van de Commissie en op een manier die het mogelijk maakt voortdurend reeksen kenmerken te bepalen van specifieke groepen reizigers die de toegestane verblijfsduur overschrijden, aan wie de toegang wordt geweigerd of wie de reisautorisatie wordt geweigerd. Daartoe moet de centrale Etias-eenheid een schatting maken van het totale aantal gevallen dat met dergelijke praktijken in verband wordt gebracht, specifieke groepen reizigers identificeren waarbij deze praktijken buitengewoon vaak voorkomen, de reeksen kenmerken van de specifieke groepen reizigers in kwestie bepalen, alsook de correlatie met de informatie die via hun aanvraagdossiers wordt verzameld.
Evenzo, met betrekking tot personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden, of aan wie de toegang is geweigerd, moeten de lidstaten verantwoordelijk voor het verstrekken van de in artikel 33, lid 2, punt e), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde gegevens via hun nationale Etias-eenheden op bewijs gebaseerde reeksen kenmerken verstrekken van specifieke groepen reizigers die met het overschrijden van de toegestane verblijfsduur of toegangsweigeringen in verband worden gebracht. Daartoe moeten de lidstaten buitengewone percentages bepalen van personen die de toegestane verblijfsduur in een (specifiek gebied van een) lidstaat hebben overschreden, of van toegangsweigeringen door een lidstaat voor specifieke groepen reizigers, vergeleken met andere specifieke groepen reizigers. Deze analyse moet om de 6 maanden worden geëvalueerd.
Om te waarborgen dat de risico’s kunnen worden omschreven op basis van de in artikel 33, lid 2, punt d), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde elementen, moeten de lidstaten verantwoordelijk voor het verstrekken van de in deze bepaling bedoelde gegevens via hun nationale Etias-eenheden reeksen kenmerken verstrekken van specifieke groepen reizigers die met bepaalde veiligheidsrisico’s in verband worden gebracht, op basis van gekende feiten en bewijzen. Deze analyse moet om de 6 maanden worden geëvalueerd.
Ten slotte moeten, om te waarborgen dat de risico’s kunnen worden omschreven op basis van de in artikel 33, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde elementen, de door de lidstaten verstrekte epidemiologische risicobeoordelingen, met name via het netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten en het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en reactie, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en de Wereldgezondheidsorganisatie, een minimum aan details bevatten dat het mogelijk maakt om reeksen kenmerken te bepalen van specifieke groepen reizigers die met hoge epidemiologische risico’s in verband worden gebracht.
GEDELEGEERD BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 23.11.2021
tot nadere omschrijving van veiligheidsrisico’s, risico’s op het gebied van illegale immigratie en hoge epidemiologische risico’s
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en ‑autorisatiesysteem (Etias) en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1077/2011, (EU) nr. 515/2014, (EU) 2016/399, (EU) 2016/1624 en (EU) 2017/2226, en met name artikel 33, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Verordening (EU) 2018/1240 is het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) opgericht, dat van toepassing is op niet-visumplichtige onderdanen van derde landen die het grondgebied van de lidstaten willen binnenkomen.
(2)Autorisatieaanvragen moeten worden onderworpen aan screeningsregels die het mogelijk maken de in de aanvraag geregistreerde gegevens te analyseren op basis van specifieke risico-indicatoren voor vooraf bepaalde veiligheidsrisico’s, risico’s op het gebied van illegale immigratie of hoge epidemiologische risico’s.
(3)Om de specifieke risico-indicatoren vast te stellen die worden gebruikt in de screeningprocedure, is het noodzakelijk deze risico’s nader te omschrijven, door de in artikel 33, lid 2, punten a) tot en met f), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde statistieken en informatie te verzamelen en te analyseren. Deze analyse moet reeksen kenmerken opleveren van specifieke groepen reizigers die met veiligheidsrisico’s, risico’s op het gebied van illegale immigratie of hoge epidemiologische risico’s in verband worden gebracht. De interpretatie van deze reeksen kenmerken zal het mogelijk maken om specifieke risico’s te bepalen. Die zullen dan weer de basis vormen voor de ontwikkeling van specifieke risico-indicatoren.
(4)Om te waarborgen dat risico’s kunnen worden omschreven op basis van de in artikel 33, lid 2, punten a) tot en met c), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde elementen, is het noodzakelijk te waarborgen dat het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem en het inreis-uitreissysteem dergelijke elementen controleren en verzamelen overeenkomstig Gedelegeerde Verordening C(2021) 4982 van de Commissie en op een manier die het mogelijk maakt voortdurend reeksen kenmerken te bepalen van specifieke groepen reizigers die met het overschrijden van de toegestane verblijfsduur, toegangsweigeringen of geweigerde reisautorisaties in verband worden gebracht. Daartoe moet de centrale Etias-eenheid een schatting maken van het totale aantal gevallen dat met dergelijke praktijken in verband wordt gebracht, specifieke groepen reizigers identificeren waarbij deze praktijken buitengewoon vaak voorkomen, de reeksen kenmerken van de specifieke groepen reizigers in kwestie bepalen, alsook de correlatie met de informatie die via hun aanvraagdossiers wordt verzameld.
(5)Evenzo, met betrekking tot personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden of aan wie de toegang is geweigerd, moeten de lidstaten verantwoordelijk voor het verstrekken van de in artikel 33, lid 2, punt e), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde gegevens via hun nationale Etias-eenheden reeksen kenmerken verstrekken van specifieke groepen reizigers die met het overschrijden van de toegestane verblijfsduur of toegangsweigeringen in verband worden gebracht. Daartoe moeten de lidstaten buitengewone percentages bepalen van personen die de toegestane verblijfsduur in een (specifiek gebied van een) lidstaat hebben overschreden, of van toegangsweigeringen door een lidstaat voor specifieke groepen reizigers, vergeleken met andere specifieke groepen reizigers. Deze analyse moet om de 6 maanden worden geëvalueerd.
(6)Om te waarborgen dat de risico’s kunnen worden omschreven op basis van de in artikel 33, lid 2, punt d), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde elementen, moeten de lidstaten verantwoordelijk voor het verstrekken van de in deze bepaling bedoelde gegevens via hun nationale Etias-eenheden reeksen kenmerken verstrekken van specifieke groepen reizigers die met bepaalde veiligheidsrisico’s in verband worden gebracht, op basis van gekende feiten en bewijzen. Deze analyse moet om de 6 maanden worden geëvalueerd.
(7)Om te waarborgen dat de risico’s kunnen worden omschreven op basis van de in artikel 33, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde elementen, moeten de door de lidstaten verstrekte epidemiologische risicobeoordelingen, met name via het netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten en het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en reactie, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en de Wereldgezondheidsorganisatie, een minimum aan details bevatten dat het mogelijk maakt om reeksen kenmerken te bepalen van specifieke groepen reizigers die met hoge epidemiologische risico’s in verband worden gebracht.
(8)Bij het bepalen van reeksen kenmerken van specifieke groepen reizigers die met een specifiek risico in verband worden gebracht, moeten de centrale Etias-eenheid en de lidstaten rekening houden met de leeftijdsgroep, het geslacht, de nationaliteit, het land en de plaats van verblijf, het niveau van opleiding en het huidige beroep van de personen in de specifieke groep reizigers die werd geïdentificeerd.
(9)Aangezien Verordening (EU) 2018/1240 voortbouwt op het Schengenacquis, heeft Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het Protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, kennis gegeven van de omzetting van Verordening (EU) 2018/1240 in zijn nationale wetgeving. Denemarken is derhalve door dit besluit gebonden.
(10)Dit besluit houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt; Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en dit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.
(11)Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt dit besluit een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad.
(12)Wat Zwitserland betreft, vormt dit besluit een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad.
(13)Wat Liechtenstein betreft, vormt dit besluit een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad.
(14)Wat Cyprus, Bulgarije, Roemenië en Kroatië betreft, vormt dit besluit een handeling die op het Schengenacquis voortbouwt of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van respectievelijk artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte van 2003, artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte van 2005, en artikel 4, lid 1, van de Toetredingsakte van 2011.
(15)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad, heeft op 7 juni 2021 een advies uitgebracht,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Voorwerp
Dit besluit zorgt voor de nadere omschrijving van veiligheidsrisico’s, risico’s op het gebied van illegale immigratie en hoge epidemiologische risico’s, op basis van de gedetailleerde statistische gegevens en informatie bedoeld in artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1240.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
(a)“specifieke groep reizigers”: een groep onderdanen van derde landen waarvan de omvang en samenstelling bekend is en waaraan bepaalde reeksen kenmerken zijn toegekend;
(b)“reeksen kenmerken”: onderscheidende reeksen waarneembare kenmerken of eigenschappen die zijn bepaald op basis van de informatie en statistieken bedoeld in artikel 33, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1240 en rekening houdend met de gegevens bedoeld in artikel 33, lid 4, punten a) tot en met d), van die verordening;
(c)“ernstige grensoverschrijdende bedreiging van de gezondheid”: overeenkomstig artikel 3 van Besluit nr. 1082/2013/EU, een levensbedreigend of anderszins ernstig gevaar voor de gezondheid van biologische, chemische, ecologische of onbekende oorsprong dat de externe grenzen van de lidstaten overschrijdt of een belangrijk risico daarop inhoudt, en dat coördinatie op het niveau van de Unie kan vereisen om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen;
(d)“overdraagbare ziekte”: overeenkomstig artikel 3 van Besluit nr. 1082/2013/EU, een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een besmettelijk agens en die van mens tot mens wordt overgedragen door direct contact met een besmet persoon of door indirect contact, zoals blootstelling aan een vector, dier, fomiet, product of omgeving, of door de uitwisseling van een met het besmettelijke agens besmette vloeistof;
(e)“epidemiologische surveillance”: overeenkomstig artikel 3 van Besluit nr. 1082/2013/EU, het systematisch verzamelen, registreren, analyseren, interpreteren en verspreiden van gegevens en analysen inzake overdraagbare ziekten en gerelateerde bijzondere gezondheidsvraagstukken;
(f)“statistische gegevens”: de verzameling van statistieken gegenereerd door het inreis-uitreissysteem of het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem en zoals nader omschreven in artikel 1, punt 1, van Gedelegeerde Verordening C(2021) 4982 van de Commissie;
(g)“statistische verslagen”: de verslagen zoals omschreven in artikel 1, punt 2, van Gedelegeerde Verordening C(2021) 4982 van de Commissie;
(h)“op maat gesneden verslagen”: de verslagen zoals omschreven in artikel 1, punt 3, van Gedelegeerde Verordening C(2021) 4982 van de Commissie.
Artikel 3
Analyse van statistische gegevens over overschrijding van de toegestane verblijfsduur, toegangsweigering of weigering van een reisautorisatie
1.De centrale Etias-eenheid houdt toezicht op de in artikel 33, lid 2, punten a) tot en met c), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde statistische gegevens die in het centraal register voor rapportage en statistieken zijn opgeslagen, overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EU) 2019/817.
2.Voor de toepassing van lid 1 stelt het centraal register voor rapportage en statistieken de centrale Etias-eenheid in staat om, overeenkomstig artikel 6 van Gedelegeerde Verordening C(2021) 4982 van de Commissie, statistische gegevens en verslagen te verkrijgen, alsook op maat gesneden verslagen aan de hand waarvan die gegevens en verslagen kunnen worden geanalyseerd, om de risico’s op overschrijding van de toegestane verblijfsduur, toegangsweigering of weigering van een reisautorisatie nader te omschrijven, onder meer door het volgende te bepalen:
(a)het totale aantal gevallen van respectievelijk overschrijding van de toegestane verblijfsduur, toegangsweigeringen of geweigerde reisautorisaties, op basis van historische gegevens,
(b)specifieke groepen reizigers die in verband worden gebracht met respectievelijk overschrijding van de toegestane verblijfsduur, toegangsweigering of weigering van een reisautorisatie, waarbij gebruik wordt gemaakt van gegevens die afkomstig zijn van respectievelijk de buitengewone percentages en absolute aantallen van personen die de toegestane verblijfsduur overschrijden of aan wie de toegang of een reisautorisatie worden geweigerd, in vergelijking met andere specifieke groepen;
(c)de reeksen kenmerken van specifieke groepen reizigers bepaald bij punt b);
(d)de reeksen kenmerken die overeenkomen met de correlaties tussen de bij punt b) geïdentificeerde specifieke groepen reizigers en de via hun aanvraagdossier verzamelde informatie.
3.Indien dat nodig is voor de analyse van de redenen voor specifieke buitengewone percentages en absolute aantallen, die overeenkomstig lid 2, punt b), zijn bepaald, kan de centrale Etias-eenheid de nationale Etias-eenheden van de betrokken lidsta(a)t(en) raadplegen.
Artikel 4
Analyse door de lidstaten van specifieke veiligheidsrisico’s of -dreigingen
1.Via de nationale Etias-eenheden verstrekken de lidstaten de in artikel 33, lid 2, punt d), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde analyse aan de centrale Etias-eenheid. De lidstaten evalueren hun analyse ten minste om de zes maanden, of wanneer nieuwe informatie opduikt waardoor het nodig is de analyse aan te passen, en verstrekken, wanneer van toepassing, de herziene analyse via hun nationale Etias-eenheid aan de centrale Etias-eenheid. De analyse en beoordelingen ervan bevatten ten minste:
(a)een beschrijving van de veiligheidsrisico’s of -dreigingen die werden bepaald, met inbegrip van de frequentie, de ontwikkelingen en de invloed van incidenten uit het verleden, en een uniek referentienummer voor elk risico of elke dreiging;
(b)een lijst van de gekende feiten en bewijzen in verband met de veiligheidsrisico’s of -dreigingen die werden bepaald;
(c)de reeksen kenmerken van specifieke groepen reizigers die in verband worden gebracht met de veiligheidsrisico’s of -dreigingen die werden bepaald.
2.Wanneer een of meer van de in lid 1, punt a), bedoelde elementen niet beschikbaar zijn, verstrekken de lidstaten via hun nationale Etias-eenheid een verantwoording aan de centrale Etias-eenheid.
3.De lidstaten ontvangen een voorafgaande melding van de centrale Etias-eenheid wanneer zij de in lid 1 bedoelde analyse moeten evalueren en updaten.
4.De centrale Etias-eenheid beoordeelt, in overleg met de nationale Etias-eenheid van de lidstaat die de betrokken informatie heeft verstrekt, de relevantie ervan voor de specificatie van de betrokken risico’s.
Artikel 5
Analyse door de lidstaten van buitengewone percentages van personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden of aan wie de toegang is geweigerd
1.Via de nationale Etias-eenheden verstrekken de lidstaten de in artikel 33, lid 2, punt e), van Verordening (EU) 2018/1240 bedoelde analyse aan de centrale Etias-eenheid. De lidstaten evalueren hun analyse ten minste om de zes maanden, of wanneer nieuwe informatie opduikt waardoor het nodig is de analyse aan te passen, en verstrekken, wanneer van toepassing, de herziene analyse via hun nationale Etias-eenheid aan de centrale Etias-eenheid. De analyse en beoordelingen ervan bevatten ten minste:
(a)een beschrijving van de risico’s die verband houden met de bepaalde buitengewone percentages personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden of aan wie de toegang is geweigerd, en een uniek referentienummer voor elk risico;
(b)bewijsmateriaal dat wijst op:
–een buitengewoon percentage en absoluut aantal personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden voor een specifieke groep reizigers die aanwezig zijn in een (specifiek gebied van een) lidstaat, vergeleken met andere specifieke groepen reizigers die aanwezig zijn in een (specifiek gebied van een) lidstaat; of
–een buitengewoon percentage en absoluut aantal toegangsweigeringen die door een lidstaat werden geregistreerd voor een specifieke groep reizigers, vergeleken met het aantal toegangsweigeringen dat door een lidstaat werd geregistreerd voor andere specifieke groepen reizigers;
(c)de reeksen kenmerken van specifieke groepen reizigers die met het overschrijden van de toegestane verblijfsduur of toegangsweigeringen in verband worden gebracht.
2.Wanneer een of meer van de in lid 1, punt a), bedoelde elementen niet beschikbaar zijn, brengen de lidstaten de centrale Etias-eenheid hiervan op de hoogte via hun nationale Etias-eenheid, met opgave van redenen.
3.De lidstaten ontvangen een voorafgaande melding van de centrale Etias-eenheid wanneer zij de in lid 1 bedoelde analyse moeten evalueren en updaten.
4.De centrale Etias-eenheid beoordeelt, in overleg met de nationale Etias-eenheid van de lidstaat die de betrokken informatie heeft verstrekt, de relevantie en bruikbaarheid ervan voor de specificatie van de betrokken risico’s.
Artikel 6
Analyse van specifieke hoge epidemiologische risico’s
1.Bij de nadere omschrijving van specifieke hoge epidemiologische risico’s, zoals bedoeld in artikel 33, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2018/1240, baseert de centrale Etias-eenheid haar analyse op:
(a)door de lidstaten verstrekte informatie over gevallen van hoge epidemiologische risico’s, met name wanneer deze een ernstige grensoverschrijdende bedreiging van de gezondheid in de Unie vormen, verstrekt via het netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten en het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en reactie, overeenkomstig de artikelen 6, 8, en 9, van Besluit nr. 1082/2013/EU;
(b)door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding verstrekte informatie in verband met epidemiologisch toezicht en risicobeoordelingen van de potentiële ernst van de bedreiging voor de volksgezondheid, overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt a), van Besluit nr. 1082/2013/EU;
(c)door de Wereldgezondheidsorganisatie gemelde uitbraken van ziekte via de protocollen van de Internationale Gezondheidsregeling en het Disease Outbreak News.
2.De centrale Etias-eenheid houdt rekening met:
(a)de erkenning van een noodsituatie voor de volksgezondheid, overeenkomstig artikel 12 van Besluit nr. 1082/2013/EU;
(b)een gecoördineerde reactie, overeenkomstig artikel 11 van Besluit nr. 1082/2013/EU;
(c)de uitroeping door de Wereldgezondheidsorganisatie van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang.
In gevallen waarin de in artikel 6, lid 2, bedoelde informatie betrekking heeft op een van de overdraagbare ziekten bedoeld in bijlage I bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/945 van de Commissie, zijn de specifieke criteria en gevalsdefinities in bijlage II bij dat uitvoeringsbesluit van de Commissie van toepassing.
3.De analyse wordt uitgevoerd door de centrale Etias-eenheid, in overleg met de nationale Etias-eenheden van de betrokken lidsta(a)t(en) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding. Zij bevat ten minste de bepaling van de reeksen kenmerken van specifieke groepen reizigers die met het bepaalde risico in verband worden gebracht.
Artikel 7
Communicatie
1.Voor de toepassing van artikel 3, lid 3, de artikelen 4 en 5, en artikel 6, lid 3, stelt het EU-agentschap voor grootschalige IT-systemen een softwarefunctionaliteit in, zoals bedoeld in artikel 6, lid 2, punt m), van Verordening (EU) 2018/1240, die de nationale Etias-eenheden en de centrale Etias-eenheid in staat stelt informatie uit te wisselen.
2.Voor de toepassing van de in de artikelen 4 en 5 bedoelde uitwisseling van informatie, vereist de in lid 1 bedoelde functionaliteit dat de informatie in een specifiek formaat wordt verstrekt, rekening houdend met Uitvoeringsbesluit C(2021) 1840 van de Commissie en Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/916 van de Commissie.
Artikel 8
Gegevensbescherming
De verschillende in dit besluit bedoelde analysen bevatten geen persoonsgegevens.
Artikel 9
Adressaten
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden.
Gedaan te Brussel, 23.11.2021
Voor de Commissie
Ylva JOHANSSON
Lid van de Commissie