TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van de verordening bemestingsproducten() is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 44 van die verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II bij die verordening teneinde die bijlage aan te passen aan de technische vooruitgang en met het oog op het faciliteren van de toegang tot de interne markt en het vrije verkeer voor EU-bemestingsproducten waarin mogelijk aanzienlijk zal worden gehandeld op de interne markt, en waarvoor er wetenschappelijk bewijs bestaat dat zij geen risico inhouden voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, en dat zij agronomische efficiëntie waarborgen. Bij Verordening (EU) 2019/1009, die van toepassing is met ingang van 16 juli 2022, wordt Verordening (EG) nr. 2003/2003() ingetrokken.
Voorts verplicht artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1009 de Commissie ertoe om zonder onnodige vertraging na de datum van inwerkingtreding van die verordening STRUviet, BIochar en uit AS verkregen producten (hierna gezamenlijk “strubias” genoemd) te beoordelen en gedelegeerde handelingen vast te stellen ter opneming van die materialen in bijlage II bij die verordening indien aan de bovengenoemde criteria met betrekking tot wetenschappelijk bewijs is voldaan.
De Commissie heeft een dergelijke beoordeling afgerond op basis van een verslag van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) van de Commissie over technische en marktvoorwaarden voor een mogelijk rechtskader voor de vervaardiging en het in de handel brengen van specifieke veilige en doeltreffende bemestingsproducten die zijn afgeleid van strubias. Het verslag bevat technische voorstellen over in aanmerking komende uitgangsmaterialen en procesomstandigheden voor strubias-productietrajecten, kwaliteitseisen voor strubias-materialen en kwaliteitsbeheersystemen. Het verslag bevat ook informatie over de toegevoegde waarde die strubias-materialen kunnen bieden voor voedselzekerheid, voedselveiligheid, milieubescherming en de EU-bemestings- en landbouwsector.
Overeenkomstig artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1009 kan de Commissie op grond van dat artikel gedelegeerde handelingen slechts vaststellen om materialen die na een nuttige toepassing geen afval meer zijn, in bijlage II bij die verordening op te nemen, indien de voorschriften inzake de behandeling voor nuttige toepassing in die bijlage, uiterlijk vastgesteld bij de opneming, waarborgen dat de materialen aan de in artikel 6 van Richtlijn 2008/98/EG() gestelde voorwaarden voldoen. Bij deze gedelegeerde verordening worden nuttige toepassingen vastgesteld voor thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan, waarmee wordt gewaarborgd dat die materialen aan de in Richtlijn 2008/98/EG gestelde voorwaarden voldoen. Daarmee is aan het vereiste van artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1009 voldaan.
In dit verband wordt bij deze gedelegeerde verordening bijlage II bij Verordening (EU) 2019/1009 gewijzigd door thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan als nieuwe bestanddelencategorie toe te voegen, bijlage III bij die verordening door etiketteringsvoorschriften toe te voegen voor EU-bemestingsproducten die thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan bevatten, en bijlage IV bij die verordening door voor dergelijke producten het rechtskader voor de desbetreffende conformiteitsbeoordeling vast te stellen.
2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING
Overeenkomstig artikel 44, lid 4, van Verordening (EU) 2019/1009 zijn de door elke lidstaat aangewezen deskundigen geraadpleegd in de deskundigengroep van de Commissie inzake bemestingsproducten (E01320) overeenkomstig de regels van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
Nadere bijzonderheden over deze raadplegingen zijn te vinden in de notulen van de vergaderingen van 7 november 2019 en 24 november 2020, alsook in de verschillende standpuntnota’s van belanghebbenden die op de CIRCABC-pagina van de groep openbaar beschikbaar zijn, via de volgende link:
https://circabc.europa.eu/ui/group/36ec94c7-575b-44dc-a6e9-4ace02907f2f/library/b8e01334-4d39-445d-bf4e-589356d55b1f
De lidstaten en belanghebbenden stonden grotendeels achter de vaststelling van deze gedelegeerde verordening.
Het ontwerp van gedelegeerde verordening is op het portaal voor betere regelgeving gepubliceerd met het oog op feedback van het publiek. Het twintigtal ontvangen bijdragen was grotendeels positief. Er werd echter bezorgdheid geuit ten aanzien van een aantal vereisten voor de uitgangsmaterialen en de verwerkingsmethoden daarvan, alsook over een aantal vereisten voor het eindmateriaal (de thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan of de EU-bemestingsproducten die dergelijke materialen bevatten).
Wat de uitgangsmaterialen betreft, was een punt van zorg dat, gezien het limitatieve karakter van de lijst, de mogelijkheid onbenut zou blijven om afvalstoffen uit belangrijke afvalstromen nuttig toe te passen (met name slib uit de agrovoedingsmiddelenindustrie en industrieel slib). Daar staat tegenover dat sommige respondenten de lijst van uitgangsmaterialen te breed en te vaag vonden, wat volgens hen het risico met zich meebrengt dat materialen zouden kunnen worden opgenomen zonder grondig te zijn beoordeeld. Daarnaast werd gesteld dat uitgangsmaterialen met biomassa in de eerste plaats zouden moeten worden gebruikt in processen die het zo broodnodige organische materiaal niet vernietigen (zoals compostering of vergisting).
De limitatieve lijst van uitgangsmaterialen is een belangrijk element geweest bij het vaststellen van de criteria inzake veiligheid en agronomische efficiëntie voor thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan. Die lijst bevat de afvalstromen waarvoor voldoende informatie beschikbaar is over de mogelijke risico’s en de te controleren veiligheidsparameters. De lijst omvat onder meer belangrijke afvalstromen en bekende uitgangsmaterialen voor dergelijke processen. Zij kan niet worden uitgebreid zonder een aanvullende gedetailleerde analyse die vergelijkbaar is met de analyse die het JRC voor de voorgestelde uitgangsmaterialen heeft uitgevoerd.
Gezien de facultatieve harmonisatie op het gebied van bemestingsproducten waardoor de verordening bemestingsproducten en nationale regelgeving naast elkaar kunnen bestaan, valt te verwachten dat sommige krachtens nationaal wetgeving toegelaten uitgangsmaterialen niet in de limitatieve lijst van de harmonisatieregels zijn opgenomen en omgekeerd. Het is de bedoeling dat deze verordening van toepassing is op materialen waarin mogelijk aanzienlijk zal worden gehandeld op de interne markt, en waarvoor er betrouwbare wetenschappelijke gegevens zijn die de veiligheid en de agronomische efficiëntie ervan staven.
Slib uit de agrovoedingsmiddelenindustrie en industrieel slib kunnen worden gebruikt als uitgangsmaterialen voor thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan.
Wat betreft het argument met betrekking tot andere processen waarbij organisch materiaal wel behouden blijft, bestaat de opdracht van de Commissie bij de aanpassing van de verordening bemestingsproducten aan de technische vooruitgang en met het oog op het vergemakkelijken van de markttoegang voor bemestingsproducten er alleen in te waarborgen dat deze producten een aanzienlijk handelspotentieel hebben en veilig en efficiënt zijn. De vraag of een ander gebruik van de grondstof beter zou zijn, maakt in het algemeen geen deel uit van die beoordeling. Alternatieve toepassingen worden alleen beoordeeld wanneer dat nodig is om na te gaan of de procedure voor nuttige toepassing verenigbaar is met Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad(). Daarom staat deze gedelegeerde handeling biofval dat gescheiden wordt ingezameld voor verbranding alleen toe als uitgangsmateriaal indien verbranding het beste milieuresultaat oplevert.
Wat de procesomstandigheden betreft, kwam in de publieke feedback ter sprake dat een lagere temperatuur en een kortere minimumtijd bij het gebruik van dierlijke bijproducten en afgeleide producten risico’s zouden kunnen opleveren in verband met ziekteverwekkers. Het doel van deze verordening is echter de minimale omstandigheden vast te stellen op basis waarvan een proces als een thermisch oxidatieproces kan worden beschouwd. Bij het bepalen van het eindpunt in de productieketen kunnen in de voorschriften voor dierlijke bijproducten strengere verwerkingseisen worden opgenomen.
Wat de vereisten voor de eindmaterialen betreft, hadden de meeste ontvangen bijdragen betrekking op de invoering van een grenswaarde voor totaal chroom en vanadium, waarbij deze grenswaarden werden ondersteund of juist werden betwist. Om deze grenswaarden te betwisten werden voornamelijk indirecte redenen aangevoerd. Zo werd bijvoorbeeld aangevoerd dat tijdens de onderhandelingen over de verordening bemestingsproducten de grenswaarden voor contaminanten op het niveau van de productfunctiecategorieën waren vastgesteld en dat dergelijke grenswaarden daarom niet ook nog in de bestanddelencategorieën zouden moeten worden vastgesteld. Daarnaast werd eraan herinnerd dat tijdens diezelfde onderhandelingen was besloten alleen chroom (VI), en niet totaal chroom, op te nemen in de grenswaarden voor productfunctiecategorieën. Ook werd beweerd dat vanadium geen zorgwekkende contaminant is.
Alle vereisten in deze verordening zijn voorgesteld op basis van een gedetailleerde analyse door het JRC, zoals opgenomen in het verslag. Algemene en vastgestelde risico’s worden inderdaad behandeld op het niveau van de productfunctiecategorie in bijlage I bij de verordening bemestingsproducten, maar er kunnen wel degelijk nog aanvullende waarborgen nodig zijn voor producten die materialen bevatten die zijn verkregen uit uitgangsmaterialen uit de ijzer- en staalindustrie. In de bestaande bestanddelencategorieën zijn dergelijke uitgangsmaterialen niet toegestaan. Producten die daarvan afgeleide materialen bevatten, kunnen daarom niet in aanmerking zijn genomen bij de vaststelling van de algemene veiligheidseisen in die bijlage I. Er kan niet worden aangenomen dat de reeds vastgestelde algemene veiligheidscriteria in die bijlage I zouden volstaan om ervoor te zorgen dat producten die van uitgangsmaterialen uit de ijzer- en staalindustrie verkregen thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan bevatten, ook veilig zijn.
Het lijdt geen twijfel dat het gebruik van chroom en vanadium op landbouwgrond geen voordelen oplevert. De bezorgdheid ten aanzien van chroom en vanadium betreft de mogelijke metaalaccumulatie in de bodem als gevolg van de toepassing van bemestingsproducten op de lange termijn.
Van het ontwerp van gedelegeerde verordening is ook kennisgeving gedaan op grond van punt 2.9.2 van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen. Er zijn geen opmerkingen ontvangen.
3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
Verordening (EU) 2019/1009 wordt bij de rechtshandeling gewijzigd. De rechtsgrondslag voor deze gedelegeerde handeling is artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1009.
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 6.7.2021
tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad met het oog op de toevoeging van thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan als bestanddelencategorie voor EU-bemestingsproducten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003(), en met name artikel 42, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Verordening (EU) 2019/1009 bevat voorschriften voor het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten. EU-bemestingsproducten bevatten bestanddelen van een of meer van de in bijlage II bij die verordening vermelde categorieën.
(2)Artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1009, in samenhang met artikel 42, lid 1, eerste alinea, punt b), van die verordening, verplicht de Commissie ertoe om zonder onnodige vertraging na 15 juli 2019 uit as verkregen producten te beoordelen en in bijlage II bij die verordening op te nemen indien die beoordeling tot de conclusie leidt dat EU-bemestingsproducten die die materialen bevatten geen risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu inhouden en de agronomische efficiëntie waarborgen.
(3)Uit as verkregen producten kunnen afval zijn en kunnen overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2019/1009 niet langer als afval worden beschouwd indien vervat in een conform EU-bemestingsproduct. Overeenkomstig artikel 42, lid 3, van die verordening, in samenhang met artikel 6 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad(), kan de Commissie uit as verkregen producten derhalve slechts in bijlage II bij Verordening (EU) 2019/1009 opnemen indien de voorschriften inzake de behandeling voor nuttige toepassing in die bijlage waarborgen dat de materialen bestemd zijn om te worden gebruikt voor specifieke doelen, dat er een markt voor of vraag naar is, en dat het gebruik ervan niet leidt tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.
(4)Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) van de Commissie is zijn beoordeling van uit as verkregen producten begonnen in afwachting van de vaststelling van Verordening (EU) 2019/1009 en heeft deze in 2019 afgerond. In de loop van de beoordeling werd het toepassingsgebied uitgebreid tot het brede spectrum aan thermische-oxidatiematerialen, alsmede derivaten daarvan.
(5)In het beoordelingsverslag van het JRC() wordt geconcludeerd dat thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan, indien geproduceerd volgens de in het verslag voorgestelde voorschriften inzake de behandeling voor nuttige toepassing, planten nutriënten verschaffen of hun voedingsefficiëntie verbeteren en aldus agronomische efficiëntie waarborgen.
(6)In het beoordelingsverslag van het JRC wordt voorts geconcludeerd dat er op de markt een vraag naar thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan bestaat, die nog verder toeneemt, en dat die materialen waarschijnlijk zullen worden gebruikt voor de toevoer van nutriënten voor de Europese landbouw. In het verslag wordt verder geconcludeerd dat het gebruik van thermische-oxidatiematerialen, en derivaten daarvan, die volgens de in het rapport voorgestelde voorschriften inzake de behandeling voor nuttige toepassing worden geproduceerd, niet leidt tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.
(7)De in het boordelingsverslag van het JRC voorgestelde voorschriften inzake de behandeling voor nuttige toepassing omvatten maatregelen om de risico’s in verband met de recycling of productie van contaminanten te beperken, zoals het opstellen van een limitatieve lijst van in aanmerking komende uitgangsmaterialen en het uitsluiten van bijvoorbeeld gemengd stedelijk afval, en het vaststellen van specifieke verwerkingsomstandigheden en productkwaliteitseisen. In dat beoordelingsverslag wordt ook geconcludeerd dat voor bemestingsproducten die thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan bevatten, specifieke etiketteringsvoorschriften moeten gelden en dat de voorschriften voor de conformiteitsbeoordeling van dergelijke producten een door een aangemelde instantie beoordeeld en goedgekeurd kwaliteitssysteem moeten omvatten.
(8)Op basis van het bovenstaande concludeert de Commissie dat thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan, indien geproduceerd volgens de in het verslag van het JRC voorgestelde voorschriften inzake de behandeling voor nuttige toepassing, agronomische efficiëntie waarborgen in de zin van artikel 42, lid 1, eerste alinea, punt b), ii), van Verordening (EU) 2019/1009. Bovendien voldoen zij aan de criteria van artikel 6 van Richtlijn 2008/98/EG. Tot slot zouden zij, indien zij voldoen aan de andere vereisten van Verordening (EU) 2019/1009 in het algemeen en van bijlage I bij die verordening in het bijzonder, geen risico inhouden voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, in de zin van artikel 42, lid 1, eerste alinea, punt b), i), van Verordening (EU) 2019/1009. Thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan moeten derhalve in bijlage II bij Verordening (EU) 2019/1009 worden opgenomen met inachtneming van die voorschriften inzake de behandeling voor nuttige toepassing.
(9)Met name moeten dierlijke bijproducten of afgeleide producten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad() slechts dan worden toegestaan als uitgangsmateriaal voor thermische-oxidatiematerialen, en derivaten daarvan, die onder Verordening (EU) 2019/1009 vallen, indien hun eindpunten in de productieketen overeenkomstig artikel 5, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 zijn vastgesteld en uiterlijk aan het einde van het productieproces van het EU-bemestingsproduct dat thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan bevat, zullen worden bereikt.
(10)Aangezien thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan kunnen worden beschouwd als nuttig toegepast afval of als bijproduct in de zin van Richtlijn 2008/98/EG, moeten dergelijke materialen overeenkomstig artikel 42, lid 1, derde alinea, van Verordening (EU) 2019/1009 worden uitgesloten van de bestanddelencategorieën 1 en 11 in bijlage II bij die verordening.
(11)Het is belangrijk ervoor te zorgen dat voor bemestingsproducten die thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan bevatten, aanvullende etiketteringsvoorschriften gelden en dat die producten onderworpen worden aan een conformiteitsbeoordelingsprocedure, met inbegrip van een door een aangemelde instantie beoordeeld en goedgekeurd kwaliteitssysteem. Het is daarom nodig de bijlagen III en IV bij Verordening (EU) 2019/1009 te wijzigen om te voorzien in etiketteringsvoorschriften en in een passende conformiteitsbeoordeling voor dergelijke bemestingsproducten.
(12)Aangezien de vereisten in de bijlagen II en III bij Verordening (EU) 2019/1009 en de in bijlage IV bij die verordening opgenomen conformiteitsbeoordelingsprocedures van toepassing zijn met ingang van 16 juli 2022, moet de toepassing van deze verordening tot dezelfde datum worden uitgesteld,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) 2019/1009 wordt als volgt gewijzigd:
1)bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening;
2)bijlage III wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening;
3)bijlage IV wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 16 juli 2022.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 6.7.2021
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
BIJLAGE I
Bijlage II bij Verordening (EU) 2019/1009 wordt als volgt gewijzigd:
1)In deel I wordt het volgende punt toegevoegd:
“CMC 13: thermische-oxidatiematerialen en derivaten daarvan”.
2)Deel II wordt als volgt gewijzigd:
a)in CMC 1, punt 1, wordt het volgende punt j) toegevoegd:
“j) thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan die uit afval zijn teruggewonnen of bijproducten zijn in de zin van Richtlijn 2008/98/EG, of”;
b)in CMC 11, punt 1 wordt het volgende punt f) toegevoegd:
“f) thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan die uit afval zijn teruggewonnen of bijproducten zijn in de zin van Richtlijn 2008/98/EG, of”;
c)de volgende categorie CMC 13 wordt toegevoegd:
“CMC 13: THERMISCHE-OXIDATIEMATERIALEN OF DERIVATEN DAARVAN
1.Een EU-bemestingsproduct mag thermische-oxidatiematerialen bevatten die zijn verkregen door thermochemische omzetting onder niet-zuurstoflimiterende omstandigheden van uitsluitend een of meer van de volgende uitgangsmaterialen:
a)levende of dode organismen of delen daarvan, onbewerkt of enkel bewerkt met de hand, met mechanische hulpmiddelen of met behulp van de zwaartekracht, door oplossing in water, door flotatie, door extractie met water, door stoomdistillatie of door verhitting uitsluitend om water te onttrekken, of die met enig hulpmiddel aan de lucht zijn onttrokken, met uitzondering van (*):
–materialen die afkomstig zijn van gemengd stedelijk afval,
–zuiveringsslib, industrieel slib, of baggerslib, en
–dierlijke bijproducten of afgeleide producten die onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen;
b)plantaardig afval uit de voedingsmiddelenindustrie en plantaardig, vezelachtig afval afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit ruwe pulp, indien niet chemisch gewijzigd;
c)de bioafvalfractie die het resultaat is van verdere verwerkingsstappen van bioafval dat gescheiden is ingezameld voor recycling in de zin van Richtlijn 2008/98/EG, waarvoor verbranding het beste milieuresultaat oplevert overeenkomstig artikel 4 van die richtlijn, met uitzondering van dierlijke bijproducten of afgeleide producten die onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen;
d)materialen die het resultaat zijn van een gecontroleerd microbieel of thermochemisch omzettingsproces waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de in de punten a), b) en c) bedoelde uitgangsmaterialen;
e)zuiveringsslib afkomstig van stedelijke afvalwaterzuiveringsinstallaties, met uitzondering van dierlijke bijproducten of afgeleide producten die onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen;
f)materialen verkregen van de niet onder het toepassingsgebied van Richtlijn 91/271/EEG van de Raad (**) vallende zelfstandig geëxploiteerde behandeling van afvalwater, afkomstig van de voedingsmiddelen-, huisdiervoeder-, diervoeder-, melk- en drankenindustrie, met uitzondering van dierlijke bijproducten of afgeleide producten die onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen;
g)afvalstoffen in de zin van Richtlijn 2008/98/EG, met uitzondering (*) van:
–de in de punten a) tot en met f) bedoelde uitgangsmaterialen,
–gevaarlijke afvalstoffen in de zin van artikel 3, punt 2, van Richtlijn 2008/98/EG,
–materialen die afkomstig zijn van gemengd stedelijk afval,
–bioafval in de zin van artikel 3, punt 4, van Richtlijn 2008/98/EG, afkomstig uit de gescheiden inzameling van bioafval aan de bron, en
–dierlijke bijproducten of afgeleide producten die onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen;
h)hulpbrandstoffen (aardgas, vloeibaar gemaakt gas, aardgascondensaat, procesgassen en bestanddelen daarvan, ruwe olie, steenkool of cokes, alsmede daarvan afgeleide materialen), wanneer deze worden gebruikt voor de verwerking van de in de punten a) tot en met g) bedoelde uitgangsmaterialen;
i)stoffen die worden gebruikt in productieprocessen van de ijzer- en staalindustrie; of
j)stoffen en mengsels, met uitzondering (*) van:
–de in de punten a) tot en met i) bedoelde uitgangsmaterialen,
–afvalstoffen in de zin van artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG,
–stoffen of mengsels die in een of meer lidstaten niet langer als afvalstoffen worden aangemerkt krachtens de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 6 van Richtlijn 2008/98/EG,
–stoffen gevormd uit precursoren die in een of meer lidstaten niet langer als afvalstoffen worden aangemerkt krachtens de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 6 van Richtlijn 2008/98/EG, of mengsels die dergelijke stoffen bevatten, en
–dierlijke bijproducten of afgeleide producten die onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen.
2.Onverminderd punt 1 mag een EU-bemestingsproduct thermische-oxidatiematerialen die zijn verkregen door thermochemische omzetting onder niet-zuurstoflimiterende omstandigheden van materialen uit categorie 2 of 3 of afgeleide producten daarvan bevatten, overeenkomstig de voorwaarden van artikel 32, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en van de in artikel 32, lid 3, van die verordening bedoelde maatregelen, als zodanig of gemengd met in punt 1 bedoelde uitgangsmaterialen, op voorwaarde dat beide volgende voorwaarden zijn vervuld:
a)het eindpunt in de productieketen is bepaald overeenkomstig artikel 5, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009;
b)er is voldaan aan de voorwaarden van de punten 3, 4 en 5.
3.De thermische oxidatie vindt plaats onder niet-zuurstoflimiterende omstandigheden, op zodanige wijze dat, zelfs in de meest ongunstige omstandigheden, het door het thermochemische omzettingsproces ontstane gas na de laatste toevoer van verbrandingslucht op beheerste en homogene wijze wordt verhit tot een temperatuur van ten minste 850 °C gedurende ten minste twee seconden. Deze voorwaarden zijn van toepassing op alle uitgangsmaterialen, met uitzondering van:
a)de in punt 1, a), b) en h), bedoelde uitgangsmaterialen, of uitgangsmaterialen die het resultaat zijn van een gecontroleerd microbieel of thermochemisch omzettingsproces waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van die materialen, en
b)de in punten 2 bedoelde uitgangsmaterialen,
waarvoor een temperatuur van ten minste 450 °C gedurende ten minste 0,2 seconden geldt.
4.De thermische oxidatie vindt plaats in een stook- of verbrandingskamer. De kamer mag alleen uitgangsmaterialen verwerken die niet verontreinigd zijn met andere materiaalstromen, of uitgangsmaterialen, met uitzondering van dierlijke bijproducten of afgeleide producten die onder het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen, die onopzettelijk zijn verontreinigd met andere materiaalstromen bij een eenmalig incident dat slechts heeft geleid tot de aanwezigheid van sporen van exogene verbindingen.
In de installatie waar de thermische oxidatie plaatsvindt, moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
a)de productielijnen voor de verwerking van de in de punten 1 en 2 bedoelde uitgangsmaterialen worden duidelijk gescheiden van de productielijnen voor de verwerking van andere uitgangsmaterialen,
b)het uitgangsmateriaal wordt op zodanige wijze geoxideerd dat het totale gehalte aan organische koolstof (Corg) van de resulterende slakken en bodemas minder dan 3 % bedraagt van de droge stof van het materiaal,
c)na het thermochemische omzettingsproces, ook tijdens de opslag, moet fysiek contact tussen uitgangsmaterialen en eindmaterialen worden vermeden.
5.De thermische-oxidatiematerialen zijn as of slakken en mogen niet meer bevatten dan:
a)6 mg/kg droge stof PAK16(***),
b)20 ng WHO-toxiciteitsequivalenten (****) PCDD/F (*****)/kg droge stof.
6.Een EU-bemestingsproduct mag derivaten van thermische-oxidatiematerialen bevatten die zijn geproduceerd uit de in de punten 1 en 2 bedoelde uitgangsmaterialen die voldoen aan de voorwaarden van punt 5 en die zijn vervaardigd door middel van een thermochemisch omzettingsproces overeenkomstig de punten 3 en 4.
Het proces voor de fabricage van derivaten wordt op zodanige wijze uitgevoerd dat de chemische samenstelling van het thermische-oxidatiemateriaal doelbewust wordt gewijzigd.
Het proces voor de fabricage van derivaten voldoet aan de volgende voorwaarden:
a)chemische fabricage: de derivaten worden geproduceerd door middel van een of meer chemische fabricagestappen waarin thermische-oxidatiematerialen reageren met de in punt 1, j), bedoelde uitgangsmaterialen, die worden verbruikt bij of gebruikt voor de chemische verwerking, waarbij het gebruik van niet biologisch afbreekbare polymeren niet is toegestaan;
b)thermochemische fabricage: de derivaten worden geproduceerd door middel van een of meer fabricagestappen waarin thermische-oxidatiematerialen thermochemisch reageren met de in de punten 1 en 2 bedoelde reactieve stoffen die worden verbruikt bij of gebruikt voor de chemische verwerking.
Thermische-oxidatiematerialen die een of meer van de in bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG vermelde gevaarlijke eigenschappen bezitten, mogen niet worden vermengd of in een reactie worden gebruikt, noch met afval, noch met stoffen, noch met materialen, om gevaarlijke stoffen te reduceren tot niveaus die lager zijn dan de grenswaarden voor de gevaarlijke eigenschap zoals vastgesteld in bijlage III bij die richtlijn. Met behulp van een massabalansmethode moeten fabrikanten die thermische-oxidatiematerialen met gevaarlijke eigenschappen gebruiken, aantonen dat de contaminanten zijn verwijderd of omgezet tot niveaus die onder de grenswaarden van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG liggen.
7.Contaminanten in een EU-bemestingsproduct dat geheel of gedeeltelijk uit thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan bestaat, mogen de volgende grenswaarden niet overschrijden:
a)totaal chroom (Cr): 400 mg/kg droge stof, indien de thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan zijn geproduceerd uit de in punt 1, e), g) of i), bedoelde uitgangsmaterialen;
b) thallium (Tl): 2 mg/kg droge stof, indien de thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan zijn geproduceerd uit de in punt 1, e), g), h) of i), bedoelde uitgangsmaterialen.
Het gehalte aan chloor (Cl-) mag niet meer bedragen dan 30 g/kg droge stof. Deze grenswaarde is echter niet van toepassing op EU-bemestingsproducten die zijn geproduceerd door middel van een fabricageproces waarbij een Cl- bevattende verbinding is toegevoegd met de bedoeling zouten van alkalimetalen of van aardalkalimetalen te produceren, en die verbinding overeenkomstig bijlage III is aangegeven.
Het gehalte aan vanadium mag niet meer bedragen dan 600 mg/kg droge stof, indien de thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan zijn geproduceerd uit de in punt 1, g) of i), bedoelde uitgangsmaterialen;
8.De thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan wordt op grond van Verordening (EG) nr. 1907/2006 geregistreerd, in de vorm van een registratiedossier dat de volgende elementen bevat:
a)de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, en
b)een chemischeveiligheidsrapport op grond van artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct,
tenzij de stof expliciet onder een van de vrijstellingen van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 of in punt 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening.
______________________________________________________________
(**) Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PB L 135 van 30.5.1991, blz. 40).
(*****) Polychloordibenzo-p-dioxinen en polychloordibenzofuranen.
BIJLAGE II
In deel I van bijlage III bij Verordening (EU) 2019/1009 wordt het volgende punt ingevoegd:
“7 bis. Als het EU-bemestingsproduct geheel of gedeeltelijk bestaat uit thermische-oxidatiematerialen of derivaten daarvan zoals bedoeld in CMC 13 in deel II van bijlage II en het een gehalte aan mangaan (Mn) van meer dan 3,5 massaprocent heeft, wordt het mangaangehalte opgegeven.”.
BIJLAGE III
In deel II van bijlage IV bij Verordening (EU) 2019/1009 wordt module D1 (Kwaliteitsborging van het productieproces) als volgt gewijzigd:
1)Punt 2.2 wordt als volgt gewijzigd:
a)punt d) wordt vervangen door:
“d)
tekeningen, schema’s, beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn om het productieproces van het EU-bemestingsproduct te begrijpen en, met betrekking tot materialen van de CMC’s 3, 5, 12 of 14, zoals omschreven in bijlage II, een schriftelijke beschrijving en een diagram van het productieproces, waarin alle behandelingen, opslagvaten en ruimtes duidelijk worden aangeduid;”;
b)het volgende punt g bis) wordt ingevoegd:
“g bis) berekeningen met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen voor EU-bemestingsproducten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit materialen van CMC 13; de in punt 6 van CMC 13 in deel II van bijlage II bedoelde tests worden ten minste eenmaal per jaar uitgevoerd, of eerder dan gepland in geval van een belangrijke wijziging die van invloed kan zijn op de veiligheid of kwaliteit van het EU-bemestingsproduct (bijvoorbeeld verwerking van charges van de uitgangsmaterialen met verschillende samenstelling, wijziging van de procesomstandigheden). Voor een representatieve charge van de uitgangsmaterialen die in de installatie wordt verwerkt, worden de (overeenkomstig punt 5.1.3.1) geïdentificeerde gevaarlijke eigenschap en de totale massa gemeten voor de verschillende uitgangsmaterialen (1, …, n) en voor het eindmateriaal dat in het EU-bemestingsproduct zal worden verwerkt. Vervolgens wordt het vermengingspercentage van de gevaarlijke eigenschap in het eindmateriaal als volgt berekend:
waarbij:
HPC = de concentratie van de gevaarlijke eigenschap (mg/kg),
M = de totale massa (kg), en
i (1-n) = de verschillende uitgangsmaterialen die in het productieproces worden gebruikt.
De verwijdering van de gevaarlijke eigenschap tijdens het productieproces is zodanig dat het vermengingspercentage, vermenigvuldigd met de concentratie van de gevaarlijke eigenschap van elk afzonderlijk uitgangsmateriaal, lager is dan de grenswaarden die in bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG voor die gevaarlijke eigenschap zijn vastgesteld.”.
2)In punt 5.1.1.1 wordt de aanhef vervangen door:
“5.1.1.1. Voor materialen van de CMC’s 3, 5, 12 en 13, zoals omschreven in bijlage II, moet het hoger leidinggevend personeel van de organisatie van de fabrikant:”.
3)Punt 5.1.2.1 wordt vervangen door:
“5.1.2.1. Voor materialen van de CMC’s 3, 5, 12 en 13, zoals omschreven in bijlage II, waarborgt het kwaliteitssysteem dat de vereisten zoals in die bijlage vastgesteld, worden nageleefd.”.
4)Punt 5.1.3.1 wordt als volgt gewijzigd:
a)de aanhef wordt vervangen door:
“5.1.3.1. Voor materialen van de CMC’s 3, 5, 12 en 13, zoals omschreven in bijlage II, bestrijken de onderzoeken en tests de volgende elementen:”;
b)de punten b) en c) worden vervangen door:
“b) gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending van uitgangsmaterialen en verifieert de overeenstemming ervan met de specificaties van de uitgangsmaterialen in de CMC’s 3, 5, 12 en 13 in bijlage II;
c) de fabrikant weigert elke zending van een bepaald uitgangsmateriaal indien de visuele controle het vermoeden doet rijzen van ten minste één van de volgende zaken:
i)de aanwezigheid van stoffen die gevaarlijk of schadelijk zijn voor het proces of voor de kwaliteit van het uiteindelijke EU-bemestingsproduct;
ii)niet-overeenstemming met de specificaties van de CMC’s 3, 5, 12 en 13 in bijlage II, met name door de aanwezigheid van kunststof waardoor de grenswaarde voor macroscopische onzuiverheden wordt overschreden;”;
c)punt e) wordt vervangen door:
“e) de eindmaterialen worden bemonsterd om na te gaan of zij voldoen aan de specificaties vervat in de CMC’s 3, 5, 12 en 13, zoals omschreven in bijlage II, en of de eigenschappen van het eindmateriaal de conformiteit van het EU-bemestingsproduct met de relevante eisen van bijlage I niet in gevaar brengen;”;
d)in punt f bis) wordt de aanhef vervangen door:
“f bis) voor materialen van de CMC’s 12 en 13 worden de monsters van de eindmaterialen met ten minste de volgende standaardfrequentie genomen, of eerder dan gepland in het geval van een belangrijke wijziging die van invloed kan zijn op de kwaliteit van het EU-bemestingsproduct:”;
e)punt f ter) wordt vervangen door:
“f ter) voor materialen van de CMC’s 12 en 13 wordt aan elke charge of ieder productiegedeelte een unieke code toegekend voor kwaliteitsbeheerdoeleinden; ten minste één monster per 3 000 ton van deze materialen of één monster per twee maanden, naargelang wat zich het eerst voordoet, wordt gedurende ten minste 2 jaar in goede staat bewaard;”;
f)punt g), iv), wordt vervangen door:
“iv) voor materialen van de CMC’s 12 en 13, metingen uitvoeren van de in punt f ter) bedoelde bewaarde monsters en de nodige corrigerende maatregelen nemen om mogelijk verder vervoer en gebruik van dat materiaal te voorkomen.”.
5)In punt 5.1.4.1 worden de inleidende zinnen vervangen door:
“5.1.4.1.
Voor materialen van de CMC’s 3, 5, 12 en 13, zoals omschreven in bijlage II, blijkt uit de kwaliteitsdossiers dat uitgangsmaterialen, productie, opslag en conformiteit van uitgangs- en eindmaterialen met de desbetreffende vereisten van deze verordening doeltreffend worden gecontroleerd. Alle documenten zijn goed leesbaar en staan ter beschikking op de desbetreffende plaats(en) van gebruik, en eventuele verouderde versies worden onmiddellijk verwijderd van alle plaatsen waar het document wordt gebruikt, of worden in ieder geval als verouderd gemarkeerd. De documentatie van het kwaliteitsmanagement bevat ten minste de volgende gegevens:”.
6)In punt 5.1.5.1 wordt de aanhef vervangen door:
“5.1.5.1.
Voor materialen van de CMC’s 3, 5, 12 en 13, zoals omschreven in bijlage II, stelt de fabrikant een jaarlijks programma voor interne audit op om de conformiteit van het kwaliteitssysteem met de volgende elementen te controleren:”.
7)In punt 6.3.2 wordt de aanhef vervangen door:
“6.3.2.
Voor materialen van de CMC’s 3, 5, 12, en 13, zoals omschreven in bijlage II, neemt de aangemelde instantie tijdens elke audit monsters van de eindmaterialen en analyseert deze; die audits worden uitgevoerd met de volgende frequentie:”.