TOELICHTING

ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

Op grond van artikel 7 van Verordening (EU) 2018/956 moet de Commissie de resultaten monitoren van tests op de weg die in het kader van Verordening (EG) nr. 595/2009 zijn uitgevoerd ter verifiëring van de CO2‑emissies en het brandstofverbruik van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen. Deze verordening vult Verordening (EU) 2018/956 aan overeenkomstig artikel 7, lid 2, van die verordening.

RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING

De Commissie heeft belanghebbenden om feedback gevraagd door middel van:

a)een openbare onlineraadpleging van vier weken op het portaal voor betere regelgeving “Geef uw mening”, van 18.2.2021 tot en met 18.3.2021. Twee reacties werden ontvangen: één waarin werd verzocht om een “van bron tot wiel”-benadering en één waarin werd gepleit voor energiebesparing;

b)overleg met de deskundigengroep CO2‑emissies van motorvoertuigen, met inbegrip van instanties van de lidstaten, voertuigfabrikanten, leveranciers, sociale partners en ngo’s, op 23.2.2021.

JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

De Commissie is bij artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2018/956 bevoegd deze gedelegeerde handeling vast te stellen.

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE

van 31.5.2021

tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad door specificatie van de door de lidstaten te rapporteren gegevens ter verifiëring van de CO2‑emissies en het brandstofverbruik van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende de monitoring en de rapportering van de CO2‑emissies en het brandstofverbruik van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen 1 , en met name artikel 7, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad 2 stelt regels vast voor de conformiteit van voertuigen en motoren tijdens het gebruik, de duurzaamheid van emissiebeperkingssystemen, boorddiagnosesystemen (OBD-systemen) van een voertuig en de meting van het brandstofverbruik en CO2‑emissies.

(2)Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) 2018/956 monitort de Commissie indien beschikbaar de resultaten van tests op de weg die in het kader van Verordening (EG) nr. 595/2009 zijn uitgevoerd ter verifiëring van de CO2‑emissies en het brandstofverbruik van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen.

(3)Bij Verordening (EU) 2017/2400 van de Commissie 3 wordt het bij Verordening (EU) nr. 582/2011 4 vastgestelde wettelijk kader voor de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren wat emissies en reparatie- en onderhoudsinformatie betreft, aangevuld. Met name zijn in Verordening (EU) 2017/2400 regels vastgesteld voor de verlening van licenties voor het gebruik van een simulatietool ter bepaling van de CO2‑emissies en het brandstofverbruik van nieuwe voertuigen voordat deze in de Unie verkocht, geregistreerd of in het verkeer gebracht worden, voor het gebruik van die simulatietool en voor het opgeven van de aldus bepaalde CO2‑emissie‑ en brandstofverbruikswaarden.

(4)Voor een volledig begrip van test op de weg ter verifiëring van de CO2‑emissies en het brandstofverbruik van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen is een analyse van de testrapporten nodig.

(5)Indien een voertuig een controletestprocedure op de weg niet doorstaat, is nadere informatie nodig over de oorzaken daarvan, de follow-up daarvan en de resultaten van onderzoeken om de oorzaak daarvan vast te stellen.

(6)Er is ook informatie nodig over de wijze waarop verschillende testrapporten aan dezelfde onderzochte voertuigfamilie verbonden zijn.

(7)Om de Commissie in staat te de gegevens die nodig zijn voor de monitoring van de resultaten van tests op de weg overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) 2018/956 en voor het opstellen van het jaarverslag overeenkomstig artikel 10 van die verordening, tijdig te ontvangen, moet worden gespecificeerd wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die gegevens moeten rapporteren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Te rapporteren gegevens

Voor de toepassing van artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) 2018/956 rapporteren de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de volgende gegevens:

a)testrapporten als bedoeld in artikel 20, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2400 van de Commissie, uiterlijk één maand nadat de voertuigfabrikant die rapporten aan de goedkeuringsinstantie heeft verstrekt;

b)informatie over een onderzoek om de oorzaak van het niet doorstaan van een controletestprocedure als bedoeld in artikel 20, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2400 vast te stellen, uiterlijk één maand na de start van het onderzoek;

c)de resultaten van een onderzoek als bedoeld in artikel 20, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2400, met inbegrip van informatie over de oorzaken van de non-conformiteit die overeenkomstig de tweede alinea van dat lid zijn vastgesteld in verband met de certificering van onderdelen, technische eenheden of systemen of de werking van de simulatietool, uiterlijk één maand nadat de goedkeuringsinstantie de oorzaak van de non-conformiteit heeft vastgesteld;

d)testrapporten als bedoeld in artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2400 met het nummer van het certificaat betreffende de CO2‑emissie- en brandstofverbruikseigenschappen van een luchtweerstandfamilie waarvoor zij zijn vastgesteld, uiterlijk één maand nadat de fabrikant die verslagen aan de goedkeuringsinstantie heeft verstrekt;

e)voor elk certificaat betreffende de CO2‑emissie- en brandstofverbruikseigenschappen van een luchtweerstandfamilie dat wordt verleend, uitgebreid, geweigerd of ingetrokken, de in bijlage VIII, aanhangsels 1 en 2, bij Verordening (EU) 2017/2400 beschreven documenten, met inbegrip van de bijlagen, uiterlijk één maand nadat die documenten door de goedkeuringsinstantie zijn opgesteld of ontvangen.

Artikel 2
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31.5.2021

   Voor de Commissie

   De voorzitter
   Ursula VON DER LEYEN

(1)    PB L 173 van 9.7.2018, blz. 1.
(2)    Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1).
(3)    Verordening (EU) 2017/2400 van de Commissie van 12 december 2017 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van zware bedrijfsvoertuigen betreft, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie (PB L 349 van 29.12.2017, blz. 1).
(4)    Verordening (EU) nr. 582/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en tot wijziging van de bijlagen I en III bij Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 167 van 25.6.2011, blz. 1).