TOELICHTING

Deze verordening is onderdeel van een breder initiatief van de Commissie rond duurzame ontwikkeling. Dat initiatief legt de basis voor een EU-raamwerk dat duurzaamheidsoverwegingen centraal stelt in het financiële bestel, om zo de transformatie van de Europese economie naar een groener, veerkrachtiger en circulairder systeem te ondersteunen, in lijn met de doelstelling van de Europese Green Deal 1 .

Na de goedkeuring van het klimaatakkoord van Parijs van 2016 en de Agenda 2030 van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) heeft de Commissie in het Actieplan: duurzame groei financieren 2 haar voornemen aangekondigd om duurzaamheid te integreren bij financiële adviesverlening en om duidelijkheid te verschaffen over de integratie van duurzaamheid in zogenaamde fiduciaire verplichtingen uit sectorale wetgeving. De mededeling over de Europese Green Deal bevestigt dat “er op de lange termijn gerichte signalen nodig zijn om financiële en kapitaalstromen in de richting van groene investeringen te sturen en gestrande activa te voorkomen”. Deze gedelegeerde verordening zal aan deze specifieke doelstelling bijdragen.

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358 3 vult Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad 4 (“IDD”) aan door nadere invulling te geven aan vereisten inzake producttoezicht en -governance voor verzekeringsondernemingen en verzekeringsdistributeurs, terwijl met Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2359 5 Richtlijn (EU) 2016/97 wordt aangevuld door nadere invulling te geven aan informatievereisten en gedragsregels die van toepassing zijn op de distributie van verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten. Deze verordening wijzigt de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2017/2358 en (EU) 2017/2359 Commissie op twee punten.

Allereerst integreert zij de voorkeuren van klanten op het gebied van duurzaamheid als een extra element in de geschiktheidsbeoordeling. In het bestaande IDD-raamwerk moeten verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, de nodige informatie inwinnen over de kennis en ervaring van hun klanten op beleggingsgebied, hun financiële situatie, met inbegrip van hun vermogen om verlies te dragen, en hun beleggingsdoelstellingen, met inbegrip van hun risicotolerantie, zodat de verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen de verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten kunnen aanbevelen die voor de klant geschikt zijn (“geschiktheidsbeoordeling”). De informatie betreffende de beleggingsdoelstellingen omvat informatie over voorkeuren met betrekking tot het nemen van risico, het risicoprofiel en de doelstellingen van de belegging. De informatie over beleggingsdoelstellingen heeft echter over het algemeen betrekking op financiële doelstellingen, terwijl andere, niet-financiële doelstellingen van de klant, zoals duurzaamheidsvoorkeuren, meestal niet aan bod komen. Bestaande geschiktheidsbeoordelingen bevatten doorgaans geen vragen over duurzaamheidsvoorkeuren van klanten, terwijl het merendeel van de klanten deze voorkeuren niet zelf ter sprake brengt. Daardoor zouden verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, bij het selectieproces beter rekening kunnen houden met duurzaamheidsfactoren.

Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad (“SFDR”) 6 verlangt dat de documentatie van een financieel product beschrijft hoe de vermelde duurzaamheidsniveaus of duurzaamheidsambities zullen worden behaald of zijn behaald. Aangezien het hier geen regeling met een label betreft, kunnen diverse duurzaamheidsambities worden beschreven. Hoewel in artikel 9 SFDR bedoelde financiële producten de doelstelling van duurzame investeringen moeten nastreven, zonder daaraan ernstige afbreuk te doen, in de zin van artikel 2, punt 17, SFDR, kunnen financiële producten die onder artikel 8 SFDR vallen, verschillende strategieën integreren, zelfs strategieën die, ook al beweren zij uit ecologisch, sociaal en governanceoogpunt maatschappelijk verantwoord te ondernemen of op duurzaamheid in te zetten, misschien niet substantieel duurzaam zijn. Gelet daarop en op het feit dat uiteenlopende producten worden bestreken door IDD, SFDR en Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad 7 (“taxonomieverordening”), zorgt deze ontwerp-verordening ervoor dat financiële instrumenten die in bepaalde mate substantieel duurzaam zijn, in aanmerking komen om te worden aanbevolen aan de klanten of potentiële klanten die duidelijke duurzaamheidsvoorkeuren hebben geformuleerd. Duurzaamheidsvoorkeuren omvatten dus financiële instrumenten die belegd zijn in ofwel – ten minste in zekere mate – volgens de taxonomieverordening taxonomieconforme activiteiten, ofwel duurzame beleggingen in de zin van artikel 2, punt 17, SFDR, die ook taxonomieconforme activiteiten omvatten, dan wel rekening houden met negatieve externaliteiten van beleggingen voor het milieu of de samenleving in termen van belangrijkste ongunstige effecten op de duurzaamheid. De regels inzake duurzaamheidsvoorkeuren ondersteunen en versterken de beleidsdoelstelling om greenwashing en mis-selling minder te laten voorkomen, en om de transitie van het financiële bestel aan te moedigen, zodat dit ondernemingen daadwerkelijk ondersteunt op hun transitietraject naar duurzaamheid, alsmede op het blijven ondersteunen van ondernemingen die al duurzaam zijn.

De regels inzake duurzaamheidsvoorkeuren garanderen consistentie met de SFDR en de taxonomieverordening en versterken de doelmatigheid van duurzaamheidsrapportage in het kader van die verordeningen. De taxonomieverordening verlangt dat wordt gerapporteerd in hoeverre beleggingen sporen met de EU-taxonomie.

Vertaald in operationele termen betekent dit dat verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, om interne processen te faciliteren en met name het ontwikkelen van aanbevelingen aan klanten of potentiële klanten, op basis van een voorafgaande analyse van financiële instrumenten, de mogelijkheid hebben om bijvoorbeeld vooraf die producten te groeperen in termen van het percentage dat belegd is in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam kwalificeren, het percentage duurzame beleggingen, of de mate waarin rekening wordt gehouden met de belangrijkste ongunstige effecten, zoals categorieën belangrijkste ongunstige effecten, soorten toezeggingen en kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren. Aangezien beleggingen die met verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten worden nagestreefd, misschien verschillende belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren kunnen hebben, moeten verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen aan de klanten of potentiële klanten uitleggen dat de elementen waaruit blijkt dat met belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren rekening wordt gehouden, relevant kunnen zijn voor diverse ecologische, sociale, werknemers- of governancekwesties, moeten zij ruimte bieden om aan te tonen dat met die effecten rekening is gehouden en om de toezegging waar te maken om op termijn belangrijkste ongunstige effecten weg te werken, hetgeen kan worden weeregeven met kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren, met inbegrip van, doch niet beperkt tot die in overeenstemming met de SFDR.

In de tweede plaats integreert deze verordening duurzaamheidsrisico’s in de vereisten inzake producttoezicht en -governance en in de regels inzake belangenconflicten. In het kader van het bestaande IDD-raamwerk moeten verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen voor verkoop aan klanten, zorgen voor handhaving, toepassing en toetsing van een procedure voor de goedkeuring van elk verzekeringsproduct, en van significante aanpassingen van bestaande verzekeringsproducten, voordat het in de handel wordt gebracht of onder klanten wordt gedistribueerd. Het productgoedkeuringsproces moet voor elk verzekeringsproduct een doelmarkt afbakenen en moet waarborgen dat alle desbetreffende risico’s voor die afgebakende doelmarkt geëvalueerd zijn en dat de geplande distributiestrategie aansluit op de geïdentificeerde doelmarkt. Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358 legt nadere details inzake het producttoezicht en het governanceproces vast.

De voorwaarden die in de op grond van artikel 25, lid 2, IDD vastgestelde Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358 zijn vastgesteld om een doelmarkt af te bakenen, legden nog niet uitdrukkelijk vast hoe verzekeringsondernemingen, verzekeringstussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen en verzekeringsdistributeurs duurzaamheidsfactoren en duurzaamheidsdoelstellingen precies moeten integreren. Deze verordening maakt duidelijk dat duurzaamheidsfactoren en duurzaamheidsdoelstellingen in aanmerking moeten worden genomen in het producttoezicht en het governanceproces voor verzekeringsproducten.

Het deel over het duurzaamheidsrisico is gebaseerd op technisch advies van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) over de integratie van duurzaamheidsrisico’s en -factoren in op grond van Solvabiliteit II en IDD vastgestelde gedelegeerde handelingen 8 . Dit technische advies concludeert dat verdere verduidelijking nodig is ten aanzien van de integratie van duurzaamheidsrisico’s en duurzaamheidsfactoren in de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2017/2358 en (EU) 2017/2359, en dat advies noemt ook specifieke bepalingen op dat punt.

Deze verordening en andere, daarmee samen vastgestelde sectorale gedelegeerde handelingen die de voorschriften inzake fiduciaire verplichtingen aanpassen, zijn een verdere versterking van de SFDR, van Verordening (EU) 2019/2089 van het Europees Parlement en de Raad 9 en van de taxonomieverordening. Die voorschriften integreren, over de verschillende sectoren heen, duurzaamheidsoverwegingen op een coherente wijze in beleggings-, advies- en rapportageprocessen. Zij verankeren ecologische, sociale en governanceoverwegingen (“duurzaamheidsoverwegingen”) in het hart van het financiële bestel, om de transformatie van de Europese economie naar een groener, koolfstofarm, veerkrachtiger, hulpbronnenefficiënter en circulairder systeem te ondersteunen.

Deze verordening is gebaseerd op de bij artikel 25, lid 2, artikel 28, lid 4, en artikel 30, lid 6, IDD vastgestelde bevoegdheidsdelegatie.

2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE AANNEMING VAN DE HANDELING

In december 2016 heeft de Commissie de High-Level Expert Group on Sustainable Finance (HLEG) opgericht om via aanbevelingen een EU-strategie voor een duurzaam geldwezen te helpen ontwikkelen. Deze deskundigengroep heeft medio juli 2017 een tussentijds verslag over “Financing a Sustainable European Economy” gepubliceerd en op 18 juli 2017 op een bijeenkomst van belanghebbenden zijn eindverslag gepresenteerd, gevolgd door een vragenlijst voor een raadpleging.

Samen met het eindverslag van de HLEG over de financiering van een duurzame Europese economie is op 31 januari 2018 een feedbackverklaring gepubliceerd. De feedbackverklaring vat de antwoorden van de respondenten samen. In zijn eindverslag beveelt de HLEG aan om de beleggingsadviseurs te verplichten, als vast onderdeel van de financiële adviesverlening, te informeren naar en te reageren op de voorkeuren van niet-professionele beleggers inzake de duurzaamheidsimpact van hun beleggingen. Ook deed hij de aanbeveling om te overleggen over de governance van de benadering van langetermijn- en duurzaamheidsrisico’s.

In maart 2018 heeft de Commissie een doelgerichte vragenlijst uitgestuurd over de integratie van ecologische, sociale en governanceoverwegingen in de geschiktheidsbeoordeling. Uit die consultatie is gebleken dat slechts een minderheid van de klanten duurzaamheidskwesties proactief ter sprake brengt tijdens het adviesproces. Enkele van de redenen hiervoor zijn: i) de beschikbare informatie over duurzame financiële producten is niet transparant; ii) het risico op “greenwashing” in bestaande documenten is hoog, en iii) er is een gebrek aan educatie over de impact ervan op risico’s en prestaties. Een enkele keer lijken klanten tijdens het adviesproces stelselmatig belangstelling voor duurzaamheidfactoren aan de dag te leggen.

Daarnaast is een ontwerp voor een gedelegeerde verordening tot integratie van duurzaamheidsaspecten in het beleggingsadvies voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, in overeenstemming met de richtsnoeren voor betere regelgeving, met het oog op feedback gepubliceerd in de periode van 24 mei tot en met 21 juni 2018. De Commissie heeft 20 reacties ontvangen met betrekking tot deze gedelegeerde verordening tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2359. Stakeholders met een uiteenlopende achtergrond (bv. ngo’s, brancheorganisaties uit de financiële sector, overheidsinstanties) maakten opmerkingen over diverse aspecten van deze gedelegeerde verordening. Hoewel er doorgaans sterke steun was om binnen het beleggingsproces meer de focus op niet-financiële doelstellingen te leggen, toonden sommige stakeholders zich terughoudend om hun op de IDD gebaseerde processen die zij recentelijk hadden geïmplementeerd, aan te passen. Zoals hier reeds is aangegeven, is de Commissie niet alleen overtuigd van de dringende noodzaak dat voortgang moet worden gemaakt met haar agenda voor een duurzaam geldwezen, maar is zij ook van oordeel dat de recentelijk opgenomen verwijzing naar SFDR en het voor de toepassing van deze gedelegeerde handeling voorgestelde tijdschema (twaalf maanden na de inwerkingtreding) voldoende flexibiliteit bieden.

Wat betreft bepaalde doelstellingen binnen het proces van de geschiktheidsbeoordeling heeft de Commissie een aantal wijzigingen opgenomen dat de nodige differentiatie mogelijk moet maken tussen beleggingsdoelstellingen, enerzijds, en duurzaamheidsvoorkeuren, anderzijds. Deze differentiatie is belangrijk om mis-selling te voorkomen. Duurzaamheidsfactoren zouden geen voorrang moeten krijgen op een persoonlijke beleggingsdoelstelling van een klant. Daarom mogen duurzaamheidsvoorkeuren binnen het geschiktheidsproces pas aan bod komen nadat de beleggingsdoelstelling van de klant duidelijk is bepaald. Doel van de regels inzake duurzaamheidsvoorkeuren is potentiële klanten of klanten bewuster te maken van de beschikbaarheid van verzekeringsgebaseerde producten met een duurzaamheidsambitie. Gezien de regels inzake duurzaamheidsvoorkeuren hoeven verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten met verschillende ambitieniveaus wat betreft duurzaamheid niet te worden aangepast. Die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten zullen ofwel profiteren van de regeling inzake duurzaamheidsvoorkeuren of zullen nog steeds kunnen worden aanbevolen, zij het niet als verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten die voldoen aan de duurzaamheidsvoorkeuren van de klant of potentiële klant, in de zin van deze verordening. Vertaald in operationele termen betekent dit dat de duurzaamheidskenmerken van de verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten transparant moeten worden gepresenteerd zodat verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, met klanten of potentiële klanten in dialoog kunnen treden om een voldoende fijnmazig inzicht te krijgen in de individuele duurzaamheidsvoorkeuren van klanten. Om in het geval van bestaande klanten voor wie een geschiktheidsbeoordeling al is uitgevoerd, provisiejagen te voorkomen, moeten verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, de mogelijkheid krijgen om de individuele duurzaamheidsvoorkeuren van de klant in kaart te brengen bij de volgende regelmatige bijwerking van de bestaande geschiktheidsbeoordeling.

De regels inzake duurzaamheidsvoorkeuren versterken het gebruik van de EU-taxonomie voor duurzame activiteiten, d.w.z. economische activiteiten die kwalificeren als ecologisch duurzaam in de zin van artikel 3 van de taxonomieverordening, en het nastreven van duurzame investeringen van duurzame investeringen in de zin van artikel 2, punt 17, SFDR en omvatten ook beleggingen in de zo-even genoemde economische activiteiten die als ecologisch duurzaam kwalificeren. De regels stimuleren ook om financiële instrumenten aan te bevelen die met door die beleggingen veroorzaakte substantieel negatieve externaliteiten, d.w.z. de belangrijkste ongunstige effecten, rekening houden en deze verminderen.

De Commissie heeft de EIOPA gevraagd een technisch advies uit te brengen over eventuele wijzigingen van op grond van IDD vastgestelde gedelegeerde handelingen, wat betreft de integratie van duurzaamheidsrisico’s en duurzaamheidsfactoren in de sectoren organisatorische vereisten, productgovernance en toezichtsystemen.

Op 30 april 2019 heeft de EIOPA haar technische advies uitgebracht over de integratie van duurzaamheidsrisico’s en -factoren in op grond van Solvabiliteit II en IDD vastgestelde gedelegeerde handelingen. In dat advies is rekening gehouden met de standpunten die belanghebbenden kenbaar hebben gemaakt tijdens de publieke consultatie die tussen 28 november 2018 en 28 februari 2019 heeft plaatsgevonden. Dit advies bevat ook een kosten-batenanalyse. Het advies gaat in op de integratie van duurzaamheidsrisico’s en -factoren in de vereisten inzake producttoezicht en -governance en in de regels inzake belangenconflicten. De aanbevelingen die door de EIOPA zijn uitgewerkt en waarover zij een openbare raadpleging organiseerde, zijn in deze gedelegeerde verordening meegenomen.

In overeenstemming met de beginselen voor beter regelgeven is dit concept-voorstel voor een tweede consultatie gepubliceerd tussen 8 juni 2020 en 6 juli 2020. Na zorgvuldige afweging van de ontvangen feedback zijn verdere aanpassingen doorgevoerd in de tekst.

3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING

De rechtsgrondslag voor deze richtlijn wordt gegeven in artikel 25, lid 2, artikel 28, lid 4, en artikel 30, lid 6, van Richtlijn (EU) 2016/97.

Deze verordening betreft de volgende wijzigingen in de Verordening (EU) 2017/2358 en (EU) 2017/2359:

Artikel 1 wil duidelijk maken dat verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen voor verkoop aan klanten, terdege met duurzaamheidsdoelstellingen rekening moeten houden wanneer zij groepen klanten afbakenen voor wie het verzekeringsproduct verenigbaar is met hun behoeften, kenmerken en doelstellingen. De beoordeling van de doelmarkt aan de hand van het risico-/rendementsprofiel en de productkenmerken van het betrokken product, dient ook de doelstelling van duurzame beleggingen of de ecologische of sociale kenmerken van het instrument te omvatten. In het kader van deze herziening moeten verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen, ook uitdrukkelijk rekening houden met de duurzaamheidsdoelstellingen van de klanten die tot de doelmarkt behoren.

Voorts moeten verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen, duurzaamheidsfactoren van hun producten transparant rapporteren zodat verzekeringsdistributeurs met klanten of potentiële klanten in dialoog kunnen treden om een voldoende fijnmazig inzicht te krijgen in de individuele duurzaamheidsvoorkeuren van klanten, zoals bepaald in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358 van de Commissie. Voor duurzame beleggingen zal geen negatieve doelmarkt hoeven te worden afgebakend.

Artikel 2 moet duidelijk maken dat verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, rekening moeten houden met eventuele belangenconflicten die zich met betrekking tot duurzaamheidsfactoren kunnen voordoen. Voorts dienen verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen bij het verlenen van advies over verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, een verplichte beoordeling uitvoeren van de duurzaamheidsvoorkeuren van hun klanten of potentiële klanten. Zij moeten met deze duurzaamheidsvoorkeuren rekening houden bij de selectie van de verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten die deze klanten worden aanbevolen. Drie categorieën verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten moeten integrerend deel uitmaken van duurzaamheidsvoorkeuren. De eerste categorie is die van de producten die een minimumpercentage aan duurzame beleggingen nastreven in economische activiteiten die op grond van artikel 3 van de taxonomieverordening als ecologisch duurzaam kwalificeren, terwijl de tweede categorie die van de producten is die een minimumpercentage aan duurzame beleggingen in de zin van artikel 2, punt 17, SFDR nastreven, waarbij het minimumpercentage door de klant of potentiële klant wordt bepaald. De derde categorie verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten die voor individuele duurzaamheidsvoorkeuren in aanmerking komt, zijn dan weer de producten die rekening houden met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren, waarbij de klanten of potentiële klant de elementen bepaalt waaruit moet blijken dat met die effecten rekening wordt gehouden.

Zo zullen bijvoorbeeld “verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten die een minimumpercentage aan duurzame beleggingen nastreven” steeds in artikel 9 SFDR bedoelde financiële producten en in artikel 8 SFDR bedoelde financiële producten omvatten, mits die financiële producten, ten minste in zekere mate, duurzame beleggingen nastreven. Dat minimumaandeel wordt door klanten of potentiële klanten bepaald, zodat de regels inzake duurzaamheidsvoorkeuren ten volle rekening houden met hun duurzaamheidsambities. Andere voorbeelden zijn verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten met ecologische of sociale kenmerken die onder meer zijn gebaseerd op een uitsluitingsstrategie en die onder duurzaamheidsvoorkeuren kunnen vallen, op voorwaarde dat zij, ten minste in zekere mate, duurzame beleggingen nastreven of aantonen dat de belangrijkste ongunstige effecten in aanmerking worden genomen en weggewerkt of gemitigeerd, in lijn met minimumbeleggingspercentages of elementen waaruit blijkt dat met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren rekening wordt gehouden, al naar gelang, zoals bepaald door de klant of potentiële klant. Een en ander betekent ook dat verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten die ecologische of sociale kenmerken bevorderen zonder een percentage duurzame investeringen of zonder percentage beleggingen in taxonomieconforme activiteiten of die geen rekening houden met de belangrijkste ongunstige effecten, niet in aanmerking komen om te worden aanbevolen aan de klanten of potentiële klanten op basis van hun individuele duurzaamheidsvoorkeuren. Dergelijke verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten kunnen echter nog steeds worden aanbevolen binnen de geschiktheidstest, zij het niet als producten die voldoen aan individuele beleggingsvoorkeuren.

Artikel 3 van de onderhavige verordening stelt de toepassingsdatum van de voorgestelde verordening vast, met inbegrip van de overgangsperiode van twaalf maanden.

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE

van 21.4.2021

tot wijziging van Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2017/2358 en Verordening (EU) 2017/2359 wat betreft de integratie van duurzaamheidsfactoren, -risico’s en -voorkeuren in de vereisten inzake producttoezicht en -governance voor verzekeringsondernemingen en verzekeringsdistributeurs en in de regels inzake bedrijfsvoering en beleggingsadvies voor verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie 10 , en met name artikel 25, lid 2, artikel 28, lid 4, en artikel 30, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De transitie naar een koolstofarme, duurzamere, meer hulpbronnenefficiënte en circulaire economie in lijn met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) is van cruciaal belang om het concurrentievermogen van de economie van de Unie op lange termijn te waarborgen. In 2016 heeft de Unie de Overeenkomst van Parijs 11 afgesloten. In artikel 2, lid 1, punt c), van de Overeenkomst van Parijs wordt als doelstelling gesteld om de reactie op de dreiging van klimaatverandering te versterken, onder meer door geldstromen in lijn te brengen met een traject naar broeikasgasarme emissies en klimaatbestendige ontwikkeling.

(2)In het licht van die uitdaging is de Commissie in december 2019 met de Europese Green Deal 12 gekomen. De Green Deal is een nieuwe groeistrategie die de Unie moet omvormen tot een eerlijke en welvarende samenleving met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie, waar vanaf 2050 netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten en de economische groei is losgekoppeld van het gebruik van hulpbronnen. Om die doelstelling te verwezenlijken, moeten beleggers duidelijke signalen krijgen wat betreft hun beleggingen, om gestrande activa te vermijden en duurzame financiering op te halen.

(3)In maart 2018 is de Commissie met haar actieplan “Duurzame groei financieren” gekomen 13 , waarin zij een ambitieuze en brede strategie voor een duurzaam geldwezen uittekent. Een van de doelstellingen uit dat actieplan is het heroriënteren van kapitaalstromen in de richting van duurzame beleggingen om zo duurzame en inclusieve groei te bewerkstelligen.

(4)Een correcte uitvoering van het Actieplan stimuleert de vraag van beleggers naar duurzame beleggingen. Daarom moet worden verduidelijkt dat duurzaamheidsfactoren en duurzaamheidsvoorkeuren in aanmerking dienen te worden genomen binnen de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358 van de Commissie 14 uiteengezette vereisten inzake productgovernance.

(5)Verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen, moeten bij het productgoedkeuringsproces van elk verzekeringsproduct en bij de overige regelingen inzake productgovernance en -toezicht duurzaamheidsfactoren in aanmerking nemen voor elk verzekeringsproduct dat is bedoeld om te worden gedistribueerd aan klanten die naar producten met een duurzaamheidsprofiel op zoek zijn.

(6)Aangezien de doelmarkt voldoende fijnmazig moet worden afgebakend, kan niet worden volstaan met een algemene verklaring dat een verzekeringsproduct een duurzaamheidsprofiel heeft. De verzekeringsonderneming of de verzekeringstussenpersoon die het verzekeringsproduct ontwikkelt, moet integendeel nader aangeven bij welke groep klanten met specifieke duurzaamheidsdoelstellingen het de bedoeling is dat het verzekeringsproduct wordt gedistribueerd.

(7)Om ervoor te zorgen dat verzekeringsproducten met duurzaamheidsfactoren ook voor klanten die geen duurzaamheidsvoorkeur hebben, gemakkelijk beschikbaar blijven, hoeft van verzekeringsondernemingen en verzekeringstussenpersonen die verzekeringsproducten ontwikkelen, niet te worden verlangd dat zij groepen klanten afbakenen voor wie het verzekeringsproduct niet verenigbaar is met hun behoeften, kenmerken en doelstellingen.

(8)De duurzaamheidsfactoren van een verzekeringsproduct moeten transparant worden gepresenteerd zodat verzekeringsdistributeurs de betrokken informatie aan hun klanten of potentiële klanten kunnen verschaffen.

(9)De effectbeoordeling op basis waarvan nadien wetgevingsinitiatieven zijn genomen, is in mei 2018 gepubliceerd 15 en liet zien dat er duidelijkheid moet komen over duurzaamheidsfactoren die verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, in het kader van hun verplichtingen ten aanzien van hun klanten en potentiële klanten in aanmerking moeten nemen.

(10)Om een hoog niveau van beleggersbescherming aan te houden, moeten verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, bij het bepalen van de soorten belangenconflicten die de belangen van een klant of potentiële klant kunnen schaden, ook die soorten belangenconflicten opnemen die kunnen ontstaan doordat de duurzaamheidsvoorkeuren van een klant worden opgenomen. Bij bestaande klanten voor wie een geschiktheidsbeoordeling al is uitgevoerd, moeten verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen de mogelijkheid krijgen om de individuele duurzaamheidsvoorkeuren van de klant in kaart te brengen bij de volgende regelmatige bijwerking van de bestaande geschiktheidsbeoordeling.

(11)Verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die advies verlenen over verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, moeten hun klanten of potentiële klanten verzekeringsgebaseerde producten kunnen aanbevelen en moeten dus vragen kunnen stellen om individuele duurzaamheidsvoorkeuren van een klant in kaart te kunnen brengen. Overeenkomstig de verplichting om distributieactiviteiten in overeenstemming met het beste belang van klanten uit te voeren, moeten aanbevelingen aan klanten of potentiële klanten zowel de financiële doelstellingen als duurzaamheidsvoorkeuren tot uiting brengen die door deze klanten zijn geformuleerd. Daarom moet worden verduidelijkt dat de integratie van duurzaamheidsfactoren in het adviesproces niet mag leiden tot prakijken van mis-selling of tot de foutieve voorstelling dat verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten duurzaamheidsvoorkeuren vervullen wanneer dat niet het geval is. Om dergelijke praktijken of foutieve voorstellingen te vermijden, moeten verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die advies verlenen over verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, allereerst andere beleggingsdoelstellingen en individuele omstandigheden van een klant of potentiële klant nagaan voordat zij naar haar of zijn duurzaamheidsvoorkeuren vragen.

(12)Tot dusver zijn verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten ontwikkeld met een uitlopend ambitieniveau wat betreft duurzaamheid. Om klanten of potentiële klanten inzicht te kunnen geven in die verschillende mate van duurzaamheid en om weloverwogen beleggingsbeslissingen in termen van duurzaamheid te kunnen nemen, moeten verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, het verschil uitleggen tussen, enerzijds, verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten die – geheel of ten dele – duurzame beleggingen nastreven in economische activiteiten die kwalificeren als ecologisch duurzaam in de zin van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad 16 , duurzame investeringen in de zin van artikel 2, punt 17, van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad 17 en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten die rekening houden met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren en in aanmerking kunnen komen om te worden aanbevolen als beantwoordend aan individuele duurzaamheidsvoorkeuren van klanten, en, anderzijds, andere verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten zonder die specifieke kenmerken die niet in aanmerking mogen komen om te worden aanbevolen aan de klanten of potentiële klanten die individuele duurzaamheidsvoorkeuren hebben.

(13)De zorg moet worden weggenomen over “greenwashing”, met name de praktijk om een oneerlijk concurrentievoordeel te verkrijgen door een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct als milieuvriendelijk of duurzaam aan te bevelen, terwijl dat verzekeringsgebaseerde beleggingsproduct niet aan elementaire milieu- of andere duurzaamheidsnormen voldoet. Om mis-selling en greenwashing te voorkomen, mogen verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, geen verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten aanbevelen als zouden deze aan individuele duurzaamheidsvoorkeuren voldoen wanneer die producten niet aan die voorkeuren voldoen. Verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, moeten hun klanten of potentiële klanten uitleggen waarom zij dat niet doen en moeten die redenen documenteren.

(14)Duidelijk moet worden gemaakt dat verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten die niet voor individuele duurzaamheidsvoorkeuren in aanmerking komen, nog steeds door verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, kunnen worden aanbevolen, maar niet als zouden deze aan individuele duurzaamheidsvoorkeuren voldoen. Om verdere aanbevelingen aan klanten of potentiële klanten te kunnen doen, moet de klant, wanneer verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten aan haar of zijn duurzaamheidsvoorkeuren voldoen, informatie over haar of zijn duurzaamheidsvoorkeuren kunnen aanpassen. Om mis-selling en greenwashing te voorkomen, moeten verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen die verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten distribueren, de beslissing van de klant, samen met de verklaring van de klant voor die aanpassing, documenteren.

(15)De bepalingen van deze verordening houden nauw verband onderling en met die van Verordening (EU) 2019/2088, omdat daarmee een omvattend stelsel van rapportage van duurzaamheidsaspecten tot stand wordt gebracht. Om een coherente uitlegging en toepassing van deze bepalingen mogelijk te maken en om ervoor zorgen dat marktdeelnemers en bevoegde autoriteiten, maar ook beleggers daarvan een goed begrip en daartoe gemakkelijke toegang krijgen, is het wenselijk deze in één enkele rechtshandeling op te nemen.

(16)De Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2017/2358 en (EU) 2017/2359 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)De bevoegde autoriteiten, verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen moeten voldoende tijd krijgen om zich aan de nieuwe vereisten uit deze verordening aan te passen. Daarom moet de toepassing ervan worden uitgesteld,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358 wordt als volgt gewijzigd:

1.    In artikel 4, lid 3, onder a), wordt punt i) vervangen door:

“i)    het neemt de doelstellingen, belangen en kenmerken van klanten in aanmerking, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen;”.

2.    De artikelen 5 en 6 worden vervangen door:

“Artikel 5

De doelmarkt

1.    Met het productgoedkeuringsproces wordt voor elk verzekeringsproduct de doelmarkt en de groep verenigbare klanten afgebakend. De doelmarkt wordt voldoende fijnmazig afgebakend, rekening houdende met de kenmerken, het risicoprofiel, de complexiteit en de aard van het verzekeringsproduct, alsmede de duurzaamheidsfactoren ervan zoals omschreven in artikel 2, punt 24, van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad*.

2.    Ontwikkelaars kunnen, met name waar het gaat om verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten, groepen klanten afbakenen voor wie het verzekeringsproduct in de regel niet verenigbaar is met hun behoeften, kenmerken en doelstellingen, behalve wanneer verzekeringsproducten rekening houden met de in lid 1 bedoelde duurzaamheidsfactoren.

3.    Ontwikkelaars ontwerpen en brengen alleen verzekeringsproducten op de markt die verenigbaar zijn met de behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van de tot de doelmarkt behorende klanten. Bij het beoordelen van de vraag of een verzekeringsproduct met een doelmarkt verenigbaar is, houden ontwikkelaars rekening met de mate waarin voor de tot die doelmarkt behorende klanten informatie beschikbaar is en met hun financiële geletterdheid.

4.    Ontwikkelaars zorgen ervoor dat het personeel dat betrokken is bij het ontwerp en de ontwikkeling van verzekeringsproducten over de nodige vaardigheden, kennis en deskundigheid beschikt om het verkochte product en de belangen, doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, en kenmerken van de tot de doelmarkt behorende klanten te kunnen begrijpen.

Artikel 6

Producttests

1.    Ontwikkelaars voeren passende tests uit voor hun verzekeringsproducten, met inbegrip van, voor zover relevant, scenarioanalyses, voordat ze dat product op de markt brengen of het significant wijzigen, of ingeval de doelmarkt ingrijpend is veranderd. Bij dat testen van producten wordt nagegaan of het verzekeringsproduct gedurende zijn hele levensduur voldoet aan de vastgestelde behoeften, doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, en kenmerken van de tot de doelmarkt behorende klanten. Ontwikkelaars testen hun verzekeringsproducten kwalitatief en, afhankelijk van het type en de aard van het verzekeringsproduct en het daaraan verbonden risico van schade voor klanten, kwantitatief.

2.    Ontwikkelaars brengen verzekeringsproducten niet op de markt indien uit de resultaten van de producttests blijkt dat de producten niet zijn afgestemd op de vastgestelde belangen, doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, en kenmerken van de doelmarkt.

_____________________

*    Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1).”.

3.    In artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:

“1.    Ontwikkelaars monitoren door hen op de markt gebrachte producten voortdurend en evalueren deze op regelmatige basis, om gebeurtenissen op te sporen die wezenlijke invloed kunnen hebben op de belangrijkste kenmerken, de risicodekking of de garanties van die producten. Zij beoordelen of de verzekeringsproducten blijven beantwoorden aan de behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van de afgebakende doelmarkt en of die producten worden gedistribueerd op de doelmarkt dan wel klanten buiten de doelmarkt bereiken.”.

4.    In artikel 8 wordt lid 3 vervangen door:

“3.    Aan de hand van de in lid 2 genoemde informatie zijn verzekeringsdistributeurs in staat om:

a)    de verzekeringsproducten te begrijpen;

b)    inzicht te krijgen in de voor de verzekeringsproducten afgebakende doelmarkt;

c)    klanten te identificeren voor wie het verzekeringsproduct niet verenigbaar is met hun behoeften, kenmerken en doelstellingen, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen;

d)    voor de betrokken verzekeringsproducten distributieactiviteiten uit te voeren in overeenstemming met het beste belang van hun klanten, zoals verlangd in artikel 17, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/97.”.

5.    In artikel 10 wordt lid 2 vervangen door:

“2.    De regelingen voor productdistributie:

a)    zijn gericht op het voorkomen en limiteren van nadelige gevolgen voor de klant;

b)    ondersteunen een correct beheer van belangenconflicten;

c)    zorgen ervoor dat de doelstellingen, belangen en kenmerken van klanten, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, terdege in aanmerking worden genomen.”.

6.    Artikel 11 wordt vervangen door:

“Artikel 11

Informatieverschaffing aan de ontwikkelaar

Verzekeringsdistributeurs die tot de bevinding komen dat een verzekeringsproduct niet in overeenstemming is met de belangen, doelstellingen en kenmerken, met inbegrip van duurzaamheidsdoelstellingen, van de daarvoor afgebakende doelmarkt of die kennis krijgen van andere productgerelateerde omstandigheden die ongunstig kunnen uitwerken voor de klant, stellen de ontwikkelaar onverwijld daarvan in kennis en passen, waar nodig, hun distributiestrategie voor dat verzekeringsproduct aan.”.

Artikel 2
Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2359

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2359 wordt als volgt gewijzigd:

1.    Aan artikel 2 worden de volgende punten 4 en 5 toegevoegd:

“4.    „duurzaamheidsvoorkeuren”: de keuze van een klant of potentiële klant ten aanzien van de vraag of, en zo ja, in welke mate een of meer van de volgende financiële producten in haar of zijn beleggingsstrategie moet worden geïntegreerd:

a)    een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct waarvoor de klant of potentiële klant bepaalt dat een minimumpercentage moet worden belegd in ecologisch duurzame beleggingen in de zin van artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad**;

b)    een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct waarvoor de klant of potentiële klant bepaalt dat een minimumpercentage moet worden belegd in duurzame beleggingen in de zin van artikel 2, punt 17, van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad***;

c)    een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct dat rekening houdt met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren waarbij de klant of potentiële klant de kwantitatieve of kwalitatieve elementen bepaalt waaruit moet blijken dat met die effecten rekening wordt gehouden;

5.    „duurzaamheidsfactoren”: duurzaamheidsfactoren in de zin van artikel 2, punt 24, van Verordening (EU) 2019/2088.

_______________________________________________________________

**    Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13).

***    Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1).”.

2.    In artikel 3 wordt lid 1 vervangen door:

“1.    Met het oog op het identificeren, overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn (EU) 2016/97, van de soorten belangenconflicten die zich voordoen in de loop van het uitvoeren van verzekeringsdistributieactiviteiten in verband met verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten en die een risico meebrengen van schade aan de belangen van een klant, met inbegrip van haar of zijn duurzaamheidsvoorkeuren, beoordelen verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen of zijzelf, een relevante persoon of een persoon die direct of indirect met hen is verbonden door een zeggenschapsband, bij het resultaat van de verzekeringsdistributieactiviteiten een belang hebben dat aan het volgende criteria voldoet:

a)    het onderscheidt zich van het belang van de klant of potentiële klant bij het resultaat van de verzekeringsdistributieactiviteiten;

b)    het heeft het potentieel om het resultaat van de distributieactiviteiten ten koste van de klant te beïnvloeden.

Verzekeringstussenpersonen en verzekeringsondernemingen gaan op dezelfde manier te werk voor de identificatie van belangenconflicten tussen een klant en een andere klant.”.

3.    Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)    in lid 2 wordt punt a) vervangen door:

“a)    de transactie voldoet aan de beleggingsdoelstellingen van de betrokken klant of potentiële klant, met inbegrip van de risicotolerantie en duurzaamheidsvoorkeuren van die persoon;”;

b)    lid 4 wordt vervangen door:

“4.    De informatie over de beleggingsdoelstellingen van de klant of potentiële klant bevat, voor zover van toepassing, gegevens over de duur van de periode waarvoor de klant of potentiële klant de belegging wil aanhouden, haar of zijn voorkeur wat betreft het nemen van bepaalde risico’s, het risicoprofiel, de bedoeling van de belegging en, daarnaast, haar of zijn duurzaamheidsvoorkeuren. Het niveau van verzamelde informatie is aangepast aan het specifieke type product of dienst dat in aanmerking wordt genomen.”;

c)    lid 6 wordt vervangen door:

“6.    Bij het verstrekken van advies over een verzekeringsgebaseerd beleggingsproduct overeenkomstig artikel 30, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/97, doet een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming geen aanbeveling indien geen van de producten geschikt is voor de klant of potentiële klant.

Een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming beveelt geen verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten aan als zouden deze aan de duurzaamheidsvoorkeuren van een klant of potentiële klant voldoen indien die verzekeringsgebaseerde producten niet aan die voorkeuren voldoen. De verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming legt de klant of potentiële klanten uit waarom zij dat niet doen en documenteren die redenen.

Wanneer geen verzekeringsgebaseerde product aan de duurzaamheidsvoorkeuren van de klant of potentiële klant voldoet, en de klant besluit haar of zijn duurzaamheidsvoorkeuren aan te passen, documenteert de verzekeringstussenpersoon of de verzekeringsonderneming de beslissing van de klant, samen met de redenen voor die beslissing.”.

4.    Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

a)    lid 1, onder b), punt i), wordt vervangen door:

“i)de beleggingsdoelstellingen van de klant, met inbegrip van de risicotolerantie van die persoon, en de vraag of de beleggingsdoelstellingen van de klant worden behaald door haar of zijn duurzaamheidsvoorkeuren in aanmerking te nemen;”;

b)aan lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De vereisten om aan de duurzaamheidsvoorkeuren van klanten of potentiële klanten te voldoen, laten, in voorkomend geval, de in de eerste alinea bepaalde voorwaarden onverlet.”.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van [Publicatiebureau: datum invoegen – 12 maanden na de publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21.4.2021

   Voor de Commissie

   De voorzitter
   Ursula VON DER LEYEN

(1)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – De Europese Green Deal, COM(2019) 640 final.
(2)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s – Actieplan: duurzame groei financieren, COM(2018) 97 final.
(3)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358 van de Commissie van 21 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot vereisten inzake producttoezicht en -governance voor verzekeringsondernemingen en verzekeringsdistributeurs (PB L 341 van 20.12.2017, blz. 1).
(4)    Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).
(5)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2359 van de Commissie van 21 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van informatievereisten en gedragsregels die van toepassing zijn op de distributie van verzekeringsbeleggingsproducten (PB L 341 van 20.12.2017, blz. 8).
(6)    Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1).
(7)    Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13).
(8)    EIOPA-BoS-19/172 van 30 april 2019.
(9)    Verordening (EU) 2019/2089 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1011 inzake EU klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks en informatieverschaffing over duurzaamheid over benchmarks (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 17).
(10)    PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19.
(11)    Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad van 5 oktober 2016 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie van de Overeenkomst van Parijs, die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (PB L 282 van 19.10.2016, blz. 1).
(12)    COM(2019) 640 final.
(13)    COM(2018) 97 final.
(14)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2358 van de Commissie van 21 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot vereisten inzake producttoezicht en -governance voor verzekeringsondernemingen en verzekeringsdistributeurs (PB L 341 van 20.12.2017, blz. 1).
(15)    SWD(2018) 264 final.
(16)    Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13).
(17)    Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1).