UITVOERINGSVERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 31.10.2019
houdende wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1217/2009 van de Raad tot oprichting van een boekhoudkundig informatienet betreffende de inkomens en de bedrijfseconomische positie van de landbouwbedrijven in de Europese Unie
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1217/2009 van de Raad van 30 november 2009 tot oprichting van een boekhoudkundig informatienet betreffende de inkomens en de bedrijfseconomische positie van de landbouwbedrijven in de Europese Unie, en met name artikel 5, lid 1, derde alinea, artikel 5 bis, lid 2, artikel 5 ter, lid 7, artikel 6, lid 5, artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 3, derde en vierde alinea, en artikel 19, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Vanwege de vaststelling van Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad en Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874 van de Commissie, waarbij de geïntegreerde landbouwstatistieken (IFS) zijn ingevoerd, moet de typologie van de Unie voor landbouwbedrijven zoals vervat in Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 van de Commissie, worden aangepast.
(2)De productierichting en de economische bedrijfsomvang moeten worden bepaald aan de hand van een economisch criterium. Daartoe moet de in artikel 5 ter, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1217/2009 bedoelde standaardopbrengst worden gebruikt en het concept “standaardopbrengstcoëfficiënt” worden ingevoerd. Deze standaardopbrengstcoëfficiënten moeten worden vastgesteld per product en overeenkomstig de lijst van variabelen van de IFS zoals vervat in bijlage III bij Verordening (EU) 2018/1091 en omschreven in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874, en er moet een tabel van overeenstemming tussen de variabelen van de IFS en de rubrieken van het bedrijfsformulier van het informatienet inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen (“ILB”) worden opgesteld. De relevante producten waarvoor een standaardopbrengstcoëfficiënt vereist is, moeten niet worden gespecificeerd in Verordening (EU) 2018/1091, maar in Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220.
(3)De artikelen 11 tot en met 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 bevatten gedetailleerde procedures voor de forfaitaire vergoeding. Om de werkzaamheden van het boekhoudkundig informatienet betreffende de inkomens en de bedrijfseconomische positie van de landbouwbedrijven in de Unie te vergemakkelijken, moeten de verplichtingen in het kader van het naar behoren invullen van de bedrijfsformulieren en in het kader van de forfaitaire vergoeding worden verduidelijkt. Daarnaast moet overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1217/2009 nader worden bepaald dat de kosten voor de oprichting en de werking van het Nationaal Comité, de Streekcomités en de verbindingsorganen een zaak van de lidstaten zijn.
(4)Omwille van een eerdere beschikbaarheid, de volledigheid en de kwaliteit van de door de lidstaten in te dienen boekhoudkundige gegevens zijn de termijnen voor de toezending van de gegevens en de procedure voor de betaling van de forfaitaire vergoeding door de Commissie geëvalueerd en er is gebleken dat deze moeten worden gewijzigd. Ze worden gekoppeld aan de termijn van levering en de volledigheid van de aan de Commissie toegezonden ILB-gegevens.
(5)Naar aanleiding van het verzoek van Tsjechië en Denemarken om het aantal bedrijven met boekhouding en de drempelwaarde van de economische omvang vanwege structurele wijzigingen in de landbouw te wijzigen, moet het die lidstaten worden toegestaan hun keuzeschema of drempelwaarde van de economische omvang voor het boekjaar 2020 te herzien en het aantal bedrijven met boekhouding dienovereenkomstig te herverdelen of aan te passen.
(6)Bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 bevat een tabel van overeenstemming tussen Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874 en de ILB-bedrijfsformulieren. In deze bijlage moeten de termen “standaardopbrengst” en “standaardopbrengstcoëfficiënt” worden gedefinieerd. De overeenstemmingstabel van die bijlage moet in lijn worden gebracht met de omschrijving van variabelen in Verordening (EU) 2018/1091 en Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874.
(7)In bijlage VI bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 moet de wijze van berekening van de “standaardopbrengst” en de “standaardopbrengstcoëfficiënt” worden gedefinieerd. De lidstaten moeten deze berekenen voor elk relevant product en voor elke regio. De lidstaten moeten worden verplicht om hun methodiek(en) voor de berekening van hun standaardopbrengstcoëfficiënten in te dienen bij de Commissie, zodat mogelijke fouten worden voorkomen en de basis wordt gelegd voor de discussie over een gemeenschappelijke methodiek.
(8)Bijlage VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 bevat de vorm en opmaak van de in de bedrijfsformulieren opgenomen boekhoudkundige gegevens. Duidelijkheidshalve moet die bijlage worden aangepast vanwege de afschaffing van de suikerquota en de daaruit voortvloeiende wijzigingen in de kennisgevingsverplichtingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1185 van de Commissie, vanwege de noodzaak om de afschrijving op “Biologische activa — gewassen” aan te passen aan de internationale standaarden voor jaarrekeningen, vanwege de noodzaak om de namen van de standaardopbrengstcoëfficiënten aan te passen aan de namen die in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874 worden gebruikt, en vanwege de nieuwe codes die bij Verordening (EU) 2017/2393 van het Europees Parlement en de Raad zijn ingevoerd.
(9)Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(10)Gezien de aard van de wijzigingen moet deze verordening met ingang van boekjaar 2020 van toepassing zijn.
(11)De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van het informatienet inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 wordt als volgt gewijzigd:
(1)
Artikel 6 wordt vervangen door:
“Artikel 6
Standaardopbrengstcoëfficiënt en totale standaardopbrengst van een bedrijf
(1) De methode voor de berekening van de standaardopbrengstcoëfficiënt van elk kenmerkend onderdeel als bedoeld in artikel 5 ter, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1217/2009, en de procedure voor het verzamelen van de overeenkomstige gegevens zijn vastgesteld in de bijlagen IV en VI bij de onderhavige verordening.
De standaardopbrengstcoëfficiënt van de verschillende kenmerkende onderdelen van een bedrijf als bedoeld in artikel 5 ter, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1217/2009 wordt vastgesteld voor de gewas- en veekenmerken als vermeld in bijlage IV, deel B, punt I, bij de onderhavige verordening en voor elke geografische eenheid als bedoeld in bijlage VI, punt 2, onder b), bij de onderhavige verordening.
(2)
De totale standaardopbrengst van een bedrijf wordt berekend door de standaardopbrengstcoëfficiënt van elke gewas- en veevariabele te vermenigvuldigen met het desbetreffende aantal eenheden.”.
(2)
Aan artikel 11 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:
“Bureaus voor bedrijfsboekhouding en administratieve diensten die taken van deze bureaus uitvoeren, zijn ervoor verantwoordelijk dat de bedrijfsformulieren naar behoren en tijdig worden ingevuld, zodat ze binnen de in artikel 14, leden 3 en 4, van deze verordening genoemde termijnen kunnen worden ingediend bij de verbindingsorganen”.
(3)
Aan artikel 13 worden de volgende derde, vierde en vijfde alinea toegevoegd:
“De forfaitaire vergoeding vormt een bijdrage in de kosten voor het naar behoren invullen van de bedrijfsformulieren en voor verbeteringen van de termijnen, processen, systemen en procedures voor de gegevenslevering en van de algehele kwaliteit van de bedrijfsformulieren, met name door de bureaus voor bedrijfsboekhouding en administratieve diensten die taken van deze bureaus ter zake uitvoeren.
De forfaitaire vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald voor het in aanmerking komende aantal naar behoren ingevulde bedrijfsformulieren dat aan de Commissie is toegezonden, valt onder de middelen van de lidstaat en niet meer onder de middelen van de Unie.
De financiering van de kosten voor de oprichting en werking van het Nationaal Comité, de Streekcomités en de verbindingsorganen is een zaak van de lidstaten.”.
(4)
In artikel 14, lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:
“4. Aan de verhoging van de forfaitaire vergoeding op grond van lid 3, onder a) en b), kan 2 EUR worden toegevoegd voor het boekjaar 2018, 5 EUR voor de boekjaren 2019 en 2020 en 10 EUR vanaf het boekjaar 2021 indien de boekhoudkundige gegevens door de Commissie overeenkomstig artikel 13, eerste alinea, onder b), van deze verordening zijn geverifieerd en worden geacht naar behoren te zijn ingevuld overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1217/2009, hetzij op het moment van de indiening ervan bij de Commissie, of binnen veertig werkdagen vanaf de datum waarop de Commissie de indienende lidstaat ervan in kennis heeft gesteld dat de ingediende boekhoudkundige gegevens niet naar behoren zijn ingevuld.”.
(5)
De bijlagen I, II, IV, VI en VIII worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van het boekjaar 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31.10.2019
Voor de Commissie
De Voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
NL
BIJLAGE
De bijlagen I, II, IV, VI en VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/220 worden als volgt gewijzigd:
(1)in bijlage I worden de vermeldingen betreffende Tsjechië en Denemarken vervangen door:
“
|
Tsjechië
|
15 000
|
|
Denemarken
|
25 000
|
”;
(2)in bijlage II worden de vermeldingen betreffende Tsjechië en Denemarken vervangen door:
“
|
745
|
TSJECHIË
|
1 282
|
|
370
|
DENEMARKEN
|
1 600
|
”;
(3)bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:
a) vóór deel A worden de volgende definities ingevoegd:
“De volgende definities zijn van toepassing:
a) standaardopbrengst (SO): de standaardwaarde van de brutoproductie. De SO wordt gebruikt voor de indeling van landbouwbedrijven overeenkomstig de typologie van de Unie voor landbouwbedrijven (waarin de productierichting wordt bepaald op basis van de hoofdproductie) en voor de bepaling van de economische omvang van landbouwbedrijven.
b) standaardopbrengstcoëfficiënt (SOC): de gemiddelde geldwaarde van de brutoproductie van elke landbouwvariabele als bedoeld in artikel 6, lid 1, die overeenstemt met de gemiddelde situatie in een bepaalde regio, per productie-eenheid. SOC’s worden berekend tegen de prijs af boerderij, in EUR per hectare gewas of in EUR per stuk vee (uitzonderingen zijn paddenstoelen (in EUR per 100m2), pluimvee (in EUR per 100 stuks) en bijen (in EUR per volk)). Btw, belastingen en subsidies zijn niet inbegrepen in de prijs af boerderij. SOC’s worden ten minste telkens geactualiseerd wanneer een Europese enquête naar de structuur van de landbouwbedrijven wordt gehouden.
c) totale SO van een bedrijf: de som van de afzonderlijke productie-eenheden van een specifiek bedrijf, die telkens worden vermenigvuldigd met de desbetreffende SOC.”;
b) de delen A en B worden vervangen door:
“A. GESPECIALISEERDE BIJZONDERE PRODUCTIERICHTINGEN
Aan de bepaling van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen liggen twee uitgangspunten ten grondslag, namelijk:
(a)De aard van de betrokken variabelen
De variabelen zijn ontleend aan de lijst van variabelen waarvoor bij de telling van 2020 gegevens worden verzameld: ze worden aangeduid met de code die is vermeld in de overeenstemmingstabel in deel B.I van deze bijlage, of met een code waaronder een aantal van die variabelen is gegroepeerd, voor welke codes wordt verwezen naar deel B.II van deze bijlage
.
(b)De voorwaarden voor de bepaling van de klassengrenzen
Tenzij anders vermeld, worden deze voorwaarden aangegeven als breuken van de totale SO van het bedrijf.
Het bedrijf mag alleen onder de desbetreffende gespecialiseerde bijzondere productierichting worden ingedeeld als aan alle voor de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen aangegeven voorwaarden cumulatief is voldaan.
Gespecialiseerde bedrijven — gewassen
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
(D1)
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
1
|
Gespecialiseerde akkerbouwbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
15
|
Bedrijven gespecialiseerd in de teelt van granen, oliehoudende zaden en eiwithoudende gewassen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
151
|
Bedrijven gespecialiseerd in de teelt van granen (andere dan rijst), oliehoudende zaden en eiwithoudende gewassen
|
Granen, uitgezonderd rijst, oliehoudende zaden, drooggeoogste peulvruchten en eiwithoudende gewassen voor korrelwinning > 2/3
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 > 2/3
|
P151 + P16 + SO_CLND014 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
152
|
Gespecialiseerde rijstbedrijven
|
Rijst > 2/3
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 > 2/3
|
SO_CLND013 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
153
|
Bedrijven met gecombineerde teelt van granen, oliehoudende zaden, eiwithoudende gewassen en rijst
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 151 en 152
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 > 2/3
|
|
|
|
|
16
|
Andere akkerbouwbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
161
|
Gespecialiseerde hakvruchtenbedrijven
|
Aardappelen, suikerbieten en andere hakvruchten, niet elders genoemd > 2/3
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 ≤ 2/3
|
P17 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
162
|
Bedrijven met gecombineerde teelt van granen, oliehoudende zaden, eiwithoudende gewassen en hakvruchten
|
Granen, oliehoudende zaden en drooggeoogste peulvruchten en eiwithoudende gewassen voor korrelwinning > 1/3 EN hakvruchten > 1/3
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 ≤ 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 > 1/3 EN P17 > 1/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
163
|
Gespecialiseerde akkerbouwgroentebedrijven
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien - akkerbouwmatig geteeld > 2/3
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 ≤ 2/3
|
SO_CLND045 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
164
|
Gespecialiseerde tabakbedrijven
|
Tabak > 2/3
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 ≤ 2/3
|
SO_CLND032 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
165
|
Gespecialiseerde katoenbedrijven
|
Katoen > 2/3
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 ≤ 2/3
|
SO_CLND030 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
166
|
Bedrijven met diverse combinaties van akkerbouwgewassen
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 161, 162, 163, 164 en 165
|
P1 > 2/3
|
P15 + P16 + SO_CLND014 ≤ 2/3
|
|
|
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
2
|
Gespecialiseerde tuinbouwbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
21
|
Gespecialiseerde glastuinbouwbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
211
|
Gespecialiseerde glasgroentebedrijven
|
Groenten (inclusief meloenen) en aardbeien onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking > 2/3
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND081 + SO_CLND082 > 2/3
|
SO_CLND081 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
212
|
Gespecialiseerde bedrijven bloemen en sierplanten onder glas
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking > 2/3
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND081 + SO_CLND082 > 2/3
|
SO_CLND082 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
213
|
Gespecialiseerde bedrijven gemengde tuinbouw onder glas
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 211 en 212
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND081 + SO_CLND082 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
22
|
Gespecialiseerde opengrondstuinbouwbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
221
|
Gespecialiseerde opengrondsgroentebedrijven
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien - tuinbouwmatig geteeld > 2/3
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND044 + SO_CLND046 > 2/3
|
SO_CLND044 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
222
|
Gespecialiseerde bedrijven bloemen en sierplanten in de open grond
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) > 2/3
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND044 + SO_CLND046 > 2/3
|
SO_CLND046 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
223
|
Gespecialiseerde bedrijven gemengde tuinbouw in de open grond
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 221 en 222
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND044 + SO_CLND046 > 2/3
|
|
|
|
|
23
|
Andere tuinbouwbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
231
|
Gespecialiseerde paddenstoelbedrijven
|
Paddenstoelen > 2/3
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND044 + SO_CLND046 ≤ 2/3 EN SO_CLND081 + SO_CLND082 ≤ 2/3
|
SO_CLND079 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
|
|
|
|
232
|
Gespecialiseerde boomkwekerijbedrijven
|
Boomkwekerijgewassen > 2/3
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND044 + SO_CLND046 ≤ 2/3 EN SO_CLND081 + SO_CLND082 ≤ 2/3
|
SO_CLND070 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
233
|
Bedrijven met diverse tuinbouwteelten
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 231 en 232
|
P2 > 2/3
|
SO_CLND044 + SO_CLND046 ≤ 2/3 EN SO_CLND081 + SO_CLND082 ≤ 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3
|
Gespecialiseerde bedrijven blijvende teelten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
35
|
Gespecialiseerde bedrijven wijnbouw en druiventeelt
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
351
|
Gespecialiseerde wijnbouwbedrijven — kwaliteitswijn
|
Druiven voor de productie van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB) en druiven voor de productie van wijn met een beschermde geografische aanduiding (BGA) > 2/3
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND062> 2/3
|
SO_CLND064 + SO_CLND065 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
352
|
Gespecialiseerde wijnbouwbedrijven — andere wijn dan kwaliteitswijn
|
Druiven voor de productie van andere wijn, niet elders genoemd (exclusief BOB/BGA) > 2/3
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND062> 2/3
|
SO_CLND066 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
353
|
Gespecialiseerde bedrijven tafeldruiven
|
Tafeldruiven > 2/3
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND062> 2/3
|
SO_CLND067 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
354
|
Andere bedrijven wijnbouw en druiventeelt
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 351, 352 en 353
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND062> 2/3
|
|
|
|
|
36
|
Gespecialiseerde fruit- en citrusteeltbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
361
|
Gespecialiseerde fruitteeltbedrijven (andere vruchten dan citrusfruit, tropisch en subtropisch fruit en noten)
|
Fruit van gematigde breedten en kleinfruit (uitgezonderd aardbeien) > 2/3
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND055+ SO_CLND061> 2/3
|
SO_CLND056_57 + SO_CLND059 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
362
|
Gespecialiseerde citrusteeltbedrijven
|
Citrusfruit > 2/3
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND055+ SO_CLND061> 2/3
|
SO_CLND061> 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
|
|
|
|
363
|
Gespecialiseerde notenteeltbedrijven
|
Noten > 2/3
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND055 + SO_CLND061> 2/3
|
SO_CLND060 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
364
|
Gespecialiseerde bedrijven tropisch en subtropisch fruit
|
Fruit van subtropische en tropische breedten > 2/3
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND055 + SO_CLND061> 2/3
|
SO_CLND058 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
365
|
Gespecialiseerde bedrijven fruit, citrusfruit, tropisch en subtropisch fruit en noten: gemengde productie
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 361, 362, 363 en 364
|
P3 > 2/3
|
SO_CLND055 + SO_CLND061> 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
37
|
Gespecialiseerde olijventeeltbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
370
|
Gespecialiseerde olijventeeltbedrijven
|
Olijfboomgaarden > 2/3
|
P3 > 2/3
|
SO__CLND069 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
38
|
Bedrijven met diverse combinaties van blijvende teelten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
380
|
Bedrijven met diverse combinaties van blijvende teelten
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 351 tot en met 370
|
P3 > 2/3
|
|
|
Gespecialiseerde bedrijven — veeteelt
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
(D1)
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
4
|
Gespecialiseerde graasdierbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
45
|
Gespecialiseerde melkveebedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
450
|
Gespecialiseerde melkveebedrijven
|
Melkkoeien > 3/4 van alle graasdieren EN graasdieren > 1/10 van de graasdieren en voedergewassen
|
P4 > 2/3
|
SO_CLVS009 + SO_CLVS011 > 3/4 GL EN GL > 1/10 P4
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
46
|
In jong- en vleesvee gespecialiseerde rundveebedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
460
|
In jong- en vleesvee gespecialiseerde rundveebedrijven
|
Alle runderen (d.w.z. runderen jonger dan een jaar, runderen van een tot twee jaar oud en runderen van twee jaar en ouder (mannelijke dieren, vaarzen, melkkoeien, andere koeien en buffelkoeien))
> 2/3 van de graasdieren EN melkkoeien ≤ 1/10 van de graasdieren EN
graasdieren > 1/10 van de graasdieren en voedergewassen
|
P4 > 2/3
|
P46 > 2/3 GL EN SO_CLVS009 + SO_CLVS011 ≤ 1/10 GL EN GL > 1/10 P4
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
47
|
Rundveebedrijven: melk en jong- en mestvee gecombineerd
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
470
|
Rundveebedrijven: melk en jong- en mestvee gecombineerd
|
Alle runderen > 2/3 van de graasdieren EN melkkoeien > 1/10 van de graasdieren EN graasdieren > 1/10 van de graasdieren en voedergewassen; uitgezonderd de bedrijven van klasse 450
|
P4 > 2/3
|
P46 > 2/3 GL EN SO_CLVS009 + SO_CLVS011 > 1/10 GL EN GL > 1/10 P4; uitgezonderd 450
|
|
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
(D1)
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
|
|
48
|
Graasdierbedrijven: schapen, geiten en andere graasdieren
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
481
|
Gespecialiseerde schapenbedrijven
|
Schapen > 2/3 van de graasdieren EN graasdieren > 1/10 van de graasdieren en voedergewassen
|
P4 > 2/3
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 450, 460 en 470
|
SO_CLVS012 > 2/3 GL EN GL > 1/10 P4
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
482
|
Bedrijven met schapen en rundvee gecombineerd
|
Alle runderen > 1/3 van de graasdieren EN schapen > 1/3 van de graasdieren EN graasdieren > 1/10 van de graasdieren en voedergewassen
|
P4 > 2/3
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 450, 460 en 470
|
P46 > 1/3 GL EN SO_CLVS012 > 1/3 GL EN GL > 1/10 P4
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
483
|
Gespecialiseerde geitenbedrijven
|
Geiten > 2/3 van de graasdieren EN graasdieren > 1/10 van de graasdieren en voedergewassen
|
P4 > 2/3
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 450, 460 en 470
|
SO_CLVS015 > 2/3 GL EN GL > 1/10 P4
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
484
|
Bedrijven met diverse graasdieren
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 481, 482 en 483
|
P4 > 2/3
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 450, 460 en 470
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
5
|
Gespecialiseerde hokdierbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
51
|
Gespecialiseerde varkensbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
511
|
Gespecialiseerde fokvarkensbedrijven
|
Fokzeugen > 2/3
|
P5 > 2/3
|
P51 > 2/3
|
SO_CLVS019 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
512
|
Gespecialiseerde vleesvarkensbedrijven
|
Biggen en andere varkens > 2/3
|
P5 > 2/3
|
P51 > 2/3
|
SO_CLVS018 + SO_CLVS020 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
513
|
Bedrijven met fok- en vleesvarkens gecombineerd
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 511 en 512
|
P5 > 2/3
|
P51 > 2/3
|
|
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
|
|
52
|
Gespecialiseerde pluimveebedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
521
|
Gespecialiseerde legkippenbedrijven
|
Legkippen > 2/3
|
P5 > 2/3
|
P52 > 2/3
|
SO_CLVS022 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
522
|
Gespecialiseerde slachtpluimveebedrijven
|
Mesthoenders en ander pluimvee > 2/3
|
P5 > 2/3
|
P52 > 2/3
|
SO_CLVS021 + SO_CLVS023 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
523
|
Bedrijven met combinaties van legkippen en slachtpluimvee
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 521 en 522
|
P5 > 2/3
|
P52 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
53
|
Andere gespecialiseerde hokdierbedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
530
|
Andere gespecialiseerde hokdierbedrijven
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd die van de klassen 511 tot en met 523
|
P5 > 2/3
|
|
|
Gemengde bedrijven
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
(D1)
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
6
|
Bedrijven met combinaties van gewassen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
61
|
Bedrijven met combinaties van gewassen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
611
|
Bedrijven met combinaties van tuinbouw en blijvende teelten
|
Tuinbouw > 1/3 EN meerjarige teelten > 1/3
|
(P1 + P2 + P3) > 2/3 EN P1 ≤ 2/3 EN P2 ≤ 2/3 EN P3 ≤ 2/3
|
P2 > 1/3 EN P3 > 1/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
612
|
Bedrijven met combinaties van akker- en tuinbouw
|
Akkerbouw > 1/3 EN tuinbouw > 1/3
|
(P1 + P2 + P3) > 2/3 EN P1 ≤ 2/3 EN P2 ≤ 2/3 EN P3 ≤ 2/3
|
P1 > 1/3 EN P2 > 1/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
613
|
Bedrijven met combinaties van akkerbouw en wijnbouw/druiventeelt
|
Akkerbouw > 1/3 EN wijngaarden > 1/3
|
(P1 + P2 + P3) > 2/3 EN P1 ≤ 2/3 EN P2 ≤ 2/3 EN P3 ≤ 2/3
|
P1 > 1/3 EN SO_CLND062> 1/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
614
|
Bedrijven met combinaties van akkerbouw en blijvende teelten
|
Akkerbouw > 1/3 EN meerjarige teelten > 1/3 EN wijngaarden ≤ 1/3
|
(P1 + P2 + P3) > 2/3 EN P1 ≤ 2/3 EN P2 ≤ 2/3 EN P3 ≤ 2/3
|
P1 > 1/3 EN P3 > 1/3 EN SO_CLND062 ≤ 1/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
615
|
Bedrijven met combinaties van gewassen (accent op akkerbouw)
|
Akkerbouw > 1/3 EN geen enkele andere productietak > 1/3
|
(P1 + P2 + P3) > 2/3 EN P1 ≤ 2/3 EN P2 ≤ 2/3 EN P3 ≤ 2/3
|
P1 > 1/3 EN P2 ≤ 1/3 EN P3 ≤ 1/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
616
|
Andere bedrijven met combinaties van gewassen
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 611, 612, 613, 614 en 615
|
(P1 + P2 + P3) > 2/3 EN P1 ≤ 2/3 EN P2 ≤ 2/3 EN P3 ≤ 2/3
|
|
|
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
7
|
Bedrijven met combinaties van veeteelt
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
73
|
Bedrijven met veeteeltcombinaties, accent op graasdieren
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
731
|
Bedrijven met veeteeltcombinaties, accent op melkvee
|
Melkvee > 1/3 van de graasdieren EN melkkoeien > 1/2 van het melkvee
|
P4 + P5 > 2/3 EN P4 ≤ 2/3; P5 ≤ 2/3
|
P4 > P5
|
P45 > 1/3 GL EN SO_CLVS009 + SO_CLVS011 > 1/2 P45
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
732
|
Bedrijven met veeteeltcombinaties, accent op graasdieren andere dan melkvee
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van klasse 731
|
P4 + P5 > 2/3 EN P4 ≤ 2/3 EN P5 ≤ 2/3
|
P4 > P5
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
74
|
Bedrijven met veeteeltcombinaties, accent op hokdieren
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
741
|
Bedrijven met veeteeltcombinaties: hokdieren en melkvee
|
Melkvee > 1/3 van de graasdieren EN hokdieren > 1/3 EN melkkoeien > 1/2 van het melkvee
|
P4 + P5 > 2/3 EN P4 ≤ 2/3 EN P5 ≤ 2/3
|
P4 ≤ P5
|
P45 > 1/3 GL EN P5 > 1/3 EN SO_CLVS009 + SO_CLVS011 > 1/2 P45
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
742
|
Bedrijven met veeteeltcombinaties: hokdieren en graasdieren andere dan melkvee
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van klasse 741
|
P4 + P5 > 2/3 EN P4 ≤ 2/3 EN P5 ≤ 2/3
|
P4 ≤ P5
|
|
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
8
|
Bedrijven met combinaties van gewassen en veeteelt
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
83
|
Bedrijven met combinaties van akkerbouw en graasdieren
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
831
|
Bedrijven met combinaties van akkerbouw met melkvee
|
Melkvee > 1/3 van de graasdieren EN melkkoeien + buffelkoeien > 1/2 van het melkvee EN melkvee < akkerbouw
|
Bedrijven die niet in de klassen 151-742 of 999 vallen
|
P1> 1/3 EN P4 > 1/3
|
P45 > 1/3 GL EN SO_CLVS009 + SO_CLVS011 > 1/2 P45 EN P45 < P1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
832
|
Bedrijven met combinaties van melkvee met akkerbouw
|
Melkvee > 1/3 van de graasdieren EN melkkoeien + buffelkoeien > 1/2 van het melkvee EN melkvee ≥ akkerbouw
|
Bedrijven die niet in de klassen 151-742 of 999 vallen
|
P1> 1/3 EN P4 > 1/3
|
P45 > 1/3 GL EN SO_CLVS009 + SO_CLVS011 > 1/2 P45 EN P45 ≥ P1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
833
|
Bedrijven met combinaties van akkerbouw met graasdieren andere dan melkvee
|
Akkerbouw > graasdieren en voedergewassen; uitgezonderd de bedrijven van klasse 831
|
Bedrijven die niet in de klassen 151-742 of 999 vallen
|
P1> 1/3 EN P4 > 1/3
|
P1 > P4; uitgezonderd 831
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
834
|
Bedrijven met combinaties van graasdieren andere dan melkvee met akkerbouw
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 831, 832 en 833
|
Bedrijven die niet in de klassen 151-742 of 999 vallen
|
P1> 1/3 EN P4 > 1/3
|
|
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
|
|
84
|
Bedrijven met diverse gewassen- en veeteeltcombinaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
841
|
Bedrijven met combinaties van akkerbouw en hokdieren
|
Akkerbouw > 1/3 EN hokdieren > 1/3
|
Bedrijven die niet in de klassen 151-742 of 999 vallen
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 831, 832, 833 en 834
|
P1> 1/3 EN P5 > 1/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
842
|
Bedrijven met combinaties van blijvende teelten en graasdieren
|
Meerjarige teelten > 1/3 EN graasdieren en voedergewassen > 1/3
|
Bedrijven die niet in de klassen 151-742 of 999 vallen
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 831, 832, 833 en 834
|
P3 > 1/3 EN P4 > 1/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
843
|
Bijenteeltbedrijven
|
Bijen > 2/3
|
Bedrijven die niet in de klassen 151-742 of 999 vallen
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 831, 832, 833 en 834
|
SO_CLVS030 > 2/3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
844
|
Bedrijven met andere gewassen- en veeteeltcombinaties
|
Bedrijven die aan de voorwaarden C1 en C2 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 841, 842 en 843
|
Bedrijven die niet in de klassen 151-742 of 999 vallen
|
Bedrijven die aan voorwaarde C1 voldoen, uitgezonderd de bedrijven van de klassen 831, 832, 833 en 834
|
|
Niet-geclassificeerde bedrijven
Productierichting (PR)
(* omwille van de leesbaarheid zijn de eerste zes kolommen van deze rubriek opnieuw opgevoerd in deel C van deze bijlage)
|
Methode voor de berekening van de gespecialiseerde bijzondere productierichtingen
INDIEN (C1) EN (C2) EN (C3), DAN (S1)
|
|
Algemeen
|
Omschrijving
|
Hoofd-PR
|
Omschrijving
|
Bijzondere specialisatie
|
Omschrijving
(S1)
|
Omschrijving van de berekening
|
Code van de variabelen en voorwaarden
(zie deel B van deze bijlage)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Voorwaarde 1 (C1)
|
Voorwaarde 2
(C2)
|
Voorwaarde 3
(C3)
|
|
9
|
Niet-geclassificeerde bedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
99
|
Niet-geclassificeerde bedrijven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
999
|
Niet-geclassificeerde bedrijven
|
Totale SO = 0
|
|
|
|
B. OVEREENSTEMMINGSTABEL EN GROEPERINGSCODES
I.Vergelijking tussen de rubrieken van de enquête 2020 van de Unie naar geïntegreerde landbouwstatistieken (“IFS 2020”) als bedoeld in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874, de rubrieken van de voor 2017 te verzamelen SOC’s en het bedrijfsformulier van het ILB.
|
|
Voor de toepassing van de SOC’s gelijk te stellen rubrieken
|
|
IFS-code
|
IFS 2020 (Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874)
|
SOC-code
|
SOC-rubriek 2017
|
ILB-bedrijfsformulier
(bijlage VIII bij deze verordening)
|
|
|
I. Gewassen
|
|
CLND004
|
Zachte tarwe en spelt
|
SOC_CLND004
|
Zachte tarwe en spelt
|
10110. Zachte tarwe en spelt
|
|
CLND005
|
Harde tarwe (durum)
|
SOC_CLND005
|
Harde tarwe (durum)
|
10120. Harde tarwe (durum)
|
|
CLND006
|
Rogge en mengsels van wintergranen (mengkoren)
|
SOC_CLND006
|
Rogge en mengsels van wintergranen (mengkoren)
|
10130. Rogge en mengsels van wintergranen (mengkoren)
|
|
CLND007
|
Gerst
|
SOC_CLND007
|
Gerst
|
10140. Gerst
|
|
CLND008
|
Mengsels van haver en zomergranen (andere graanmengsels dan mengkoren)
|
SOC_CLND008
|
Mengsels van haver en zomergranen (andere graanmengsels dan mengkoren)
|
10150. Mengsels van haver en zomergranen (andere graanmengsels dan mengkoren)
|
|
CLND009
|
Korrelmaïs en zaad-spil-mengsel
|
SOC_CLND009
|
Korrelmaïs en zaad-spil-mengsel
|
10160. Korrelmaïs en zaad-spil-mengsel
|
|
CLND010
CLND011
CLND012
|
Triticale
Kafferkoren
Andere granen, niet elders genoemd (boekweit, gierst, kanariezaad enz.)
|
SOC_CLND010_011_012
|
Triticale, kafferkoren en andere granen, niet elders genoemd (boekweit, gierst, kanariezaad enz.)
|
10190. Triticale, kafferkoren en andere granen, niet elders genoemd (boekweit, gierst, kanariezaad enz.)
|
|
CLND013
|
Rijst
|
SOC_CLND013
|
Rijst
|
10170. Rijst
|
|
CLND014
|
Drooggeoogste peulvruchten en eiwithoudende gewassen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad en mengsels van granen en peulvruchten)
|
SOC_CLND014
|
Drooggeoogste peulvruchten en eiwithoudende gewassen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad en mengsels van granen en peulvruchten)
|
10210. Erwten, bonen en niet-bittere lupinen
10220. Linzen, kekers en wikke
10290. Overige eiwithoudende gewassen
|
|
CLND015
|
Erwten, bonen en niet-bittere lupinen
|
SOC_CLND015
|
Erwten, bonen en niet-bittere lupinen
|
10210. Erwten, bonen en niet-bittere lupinen
|
|
Voor de toepassing van de SOC’s gelijk te stellen rubrieken
|
|
IFS-code
|
IFS 2020 (Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874)
|
SOC-code
|
SOC-rubriek 2017
|
ILB-bedrijfsformulier
(bijlage VIII bij deze verordening)
|
|
CLND017
|
Aardappelen (inclusief pootaardappelen)
|
SOC_CLND017
|
Aardappelen (inclusief pootaardappelen)
|
10300. Aardappelen (inclusief primeurs en pootaardappelen)
|
|
CLND018
|
Suikerbieten (exclusief zaaizaad)
|
SOC_CLND018
|
Suikerbieten (exclusief zaaizaad)
|
10400. Suikerbieten (exclusief zaaizaad)
|
|
CLND019
|
Andere hakvruchten, niet elders genoemd
|
SOC_CLND019
|
Andere hakvruchten, niet elders genoemd
|
10500. Andere hakvruchten, niet elders genoemd
|
|
CLND022
|
Kool- en raapzaad
|
SOC_CLND022
|
Kool- en raapzaad
|
10604. Kool- en raapzaad
|
|
CLND023
|
Zonnebloemzaad
|
SOC_CLND023
|
Zonnebloemzaad
|
10605. Zonnebloemzaad
|
|
CLND024
|
Sojabonen
|
SOC_CLND024
|
Sojabonen
|
10606. Sojabonen
|
|
CLND025
|
Lijnzaad
|
SOC_CLND025
|
Lijnzaad
|
10607. Lijnzaad
|
|
CLND026
|
Andere oliehoudende gewassen, niet elders genoemd
|
SOC_CLND026
|
Andere oliehoudende gewassen, niet elders genoemd
|
10608. Andere oliehoudende gewassen, niet elders genoemd
|
|
CLND028
|
Vezelvlas
|
SOC_CLND028
|
Vezelvlas
|
10609. Vezelvlas
|
|
CLND029
|
Hennep
|
SOC_CLND029
|
Hennep
|
10610. Hennep
|
|
CLND030
|
Katoen
|
SOC_CLND030
|
Katoen
|
10603. Katoen
|
|
CLND031
|
Andere vezelgewassen, niet elders genoemd
|
SOC_CLND031
|
Andere vezelgewassen, niet elders genoemd
|
10611. Andere vezelgewassen, niet elders genoemd
|
|
CLND032
|
Tabak
|
SOC_CLND032
|
Tabak
|
10601. Tabak
|
|
CLND033
|
Hop
|
SOC_CLND033
|
Hop
|
10602. Hop
|
|
CLND034
|
Aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen
|
SOC_CLND034
|
Aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen
|
10612. Aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen
|
|
CLND035
CLND036
|
Energiegewassen, niet elders genoemd
Andere handelsgewassen, niet elders genoemd
|
SOC_CLND035_036
|
Energiegewassen en andere handelsgewassen, niet elders genoemd
|
10613. Suikerriet
10690. Energiegewassen en andere handelsgewassen, niet elders genoemd
|
|
CLND037
|
Groen geoogste akkerbouwgewassen
|
SOC_CLND037
|
Groen geoogste akkerbouwgewassen
|
|
|
CLND038
|
Tijdelijk grasland en begrazing
|
SOC_CLND038
|
Tijdelijk grasland en begrazing
|
10910. Tijdelijk grasland en begrazing
|
|
CLND039
|
Groen geoogste peulgewassen
|
SOC_CLND039
|
Groen geoogste peulgewassen
|
10922. Groen geoogste peulgewassen
|
|
CLND040
|
Voedermaïs
|
SOC_CLND040
|
Voedermaïs
|
10921. Voedermaïs
|
|
CLND041
CLND042
|
Andere groen geoogste granen (exclusief snijmaïs) Andere groen geoogste akkerbouwgewassen, niet elders genoemd
|
SOC_CLND041_042
|
Andere groen geoogste akkerbouwgewassen en granen (exclusief maïs), niet elders genoemd
|
10923. Andere groen geoogste akkerbouwgewassen en granen (exclusief snijmaïs), niet elders genoemd
|
|
Voor de toepassing van de SOC’s gelijk te stellen rubrieken
|
|
IFS-code
|
IFS 2020 (Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874)
|
SOC-code
|
SOC-rubriek 2017
|
ILB-bedrijfsformulier
(bijlage VIII bij deze verordening)
|
|
CLND043
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien
|
SOC_CLND043
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien – in de openlucht
|
|
|
CLND044
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (tuinbouwmatig geteeld)
|
SOC_CLND044
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (tuinbouwmatig geteeld)
|
10712. Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (tuinbouwmatig geteeld)
|
|
CLND045
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (akkerbouwmatig geteeld)
|
SOC_CLND045
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (akkerbouwmatig geteeld)
|
10711. Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (akkerbouwmatig geteeld)
|
|
CLND046
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen)
|
SOC_CLND046
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) – in de openlucht
|
10810. Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen)
|
|
CLND047
|
Zaai- en plantgoed
|
SOC_CLND047
|
Zaai- en plantgoed
|
11000. Zaaizaad en zaailingen op bouwland
|
|
CLND048
CLND083
|
Andere gewassen op bouwland, niet elders genoemd
Andere gewassen op bouwland onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
SOC_CLND048_083
|
Andere gewassen op bouwland, niet elders genoemd, inclusief onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
11100. Andere gewassen op bouwland, niet elders genoemd, inclusief onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
|
CLND049
|
Braakland
|
SOC_CLND049
|
Braakland
|
11200. Braakland
|
|
CLND050
|
Blijvend grasland
|
SOC_CLND050
|
Blijvend grasland
|
|
|
CLND051
|
Grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst
|
SOC_CLND051
|
Grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst
|
30100. Grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst
|
|
CLND052
|
Weiden met geringe opbrengst
|
SOC_CLND052
|
Weiden met geringe opbrengst
|
30200. Weiden met geringe opbrengst
|
|
CLND053
|
Blijvend grasland dat niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt en voor financiële steun in aanmerking komt
|
SOC_CLND053
|
Blijvend grasland dat niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt en voor financiële steun in aanmerking komt
|
30300. Blijvend grasland dat niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt en voor financiële steun in aanmerking komt
|
Voor de toepassing van de SOC’s gelijk te stellen rubrieken
|
|
IFS-code
|
IFS 2020 (Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874)
|
SOC-code
|
SOC-rubriek 2017
|
ILB-bedrijfsformulier
(bijlage VIII bij deze verordening)
|
|
CLND055
|
Fruit, kleinfruit en noten (exclusief citrusvruchten, druiven en aardbeien)
|
SOC_CLND055
|
Fruit, kleinfruit en noten (exclusief citrusvruchten, druiven en aardbeien)
|
|
|
|
|
SOC_CLND056_057
|
Fruit van gematigde breedten
|
|
|
CLND056
|
Pitvruchten
|
SOC_CLND056
|
Pitvruchten
|
40101. Pitvruchten
|
|
CLND057
|
Steenvruchten
|
SOC_CLND057
|
Steenvruchten
|
40102. Steenvruchten
|
|
CLND058
|
Fruit van subtropische en tropische breedten
|
SOC_CLND058
|
Fruit van subtropische en tropische breedten
|
40115. Fruit van subtropische en tropische breedten
|
|
CLND059
|
Kleinfruit (exclusief aardbeien)
|
SOC_CLND059
|
Kleinfruit (exclusief aardbeien)
|
40120. Kleinfruit (exclusief aardbeien)
|
|
CLND060
|
Noten
|
SOC_CLND060
|
Noten
|
40130. Noten
|
|
CLND061
|
Citrusvruchten
|
SOC_CLND061
|
Citrusvruchten
|
40200. Citrusvruchten
|
|
CLND062
|
Druiven
|
SOC_CLND062
|
Druiven
|
|
|
CLND063
|
Druiven voor de productie van wijn
|
SOC_CLND063
|
Druiven voor de productie van wijn
|
|
|
CLND064
|
Druiven voor de productie van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB)
|
SOC_CLND064
|
Druiven voor de productie van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB)
|
40411. Wijnen met beschermde oorsprongsbenaming (BOB) 40451. Druiven voor de productie van wijn met een beschermde oorsprongsbenaming (BOB)
|
|
CLND065
|
Druiven voor de productie van wijn met een beschermde geografische aanduiding (BGA)
|
SOC_CLND065
|
Druiven voor de productie van wijn met een beschermde geografische aanduiding (BGA)
|
40412. Wijnen met beschermde geografische aanduiding (BGA)
40452. Druiven voor de productie van wijn met een beschermde geografische aanduiding (BGA)
|
|
CLND066
|
Druiven voor de productie van andere wijn, niet elders genoemd (exclusief BOB/BGA)
|
SOC_CLND066
|
Druiven voor de productie van andere wijn, niet elders genoemd (exclusief BOB/BGA)
|
40420. Overige wijnen
40460. Druiven voor overige wijn
|
|
CLND067
|
Tafeldruiven
|
SOC_CLND067
|
Tafeldruiven
|
40430. Tafeldruiven
|
|
CLND068
|
Druiven voor de productie van rozijnen
|
SOC_CLND068
|
Druiven voor de productie van rozijnen
|
40440. Druiven voor de productie van rozijnen
|
|
CLND069
|
Olijven
|
SOC_CLND069
|
Olijven
|
|
|
|
|
SOC_CLND069A
|
waar gewoonlijk tafelolijven worden geproduceerd
|
40310. Tafelolijven
|
|
|
|
SOC_CLND069B
|
waar gewoonlijk olijven voor de oliewinning worden geproduceerd
|
40320. Olijven voor oliewinning (verkocht in de vorm van vruchten) 40330. Olijfolie
|
|
Voor de toepassing van de SOC’s gelijk te stellen rubrieken
|
|
IFS-code
|
IFS 2020 (Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874)
|
SOC-code
|
SOC-rubriek 2017
|
ILB-bedrijfsformulier
(bijlage VIII bij deze verordening)
|
|
CLND070
|
Boomkwekerijgewassen
|
SOC_CLND070
|
Boomkwekerijgewassen
|
40500. Boomkwekerijgewassen
|
|
CLND071
|
Andere meerjarige teelten met inbegrip van andere meerjarige teelten voor menselijke consumptie
|
SOC_CLND071
|
Andere meerjarige teelten
|
40600. Andere meerjarige teelten
|
|
CLND072
|
Kerstbomen
|
SOC_CLND072
|
Kerstbomen
|
40610. Kerstbomen
|
|
CLND073
CLND085
|
Tuinen voor eigen gebruik
Andere OCG onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking, niet elders genoemd
|
SOC_CLND073_085
|
Tuinen voor eigen gebruik en andere OCG onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking, niet elders genoemd
|
20000. Tuinen voor eigen gebruik
|
|
CLND079
|
Gekweekte paddenstoelen
|
SOC_CLND079
|
Gekweekte paddenstoelen
|
60000. Gekweekte paddenstoelen
|
|
CLND081
|
Groenten (inclusief meloenen) en aardbeien onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
SOC_CLND081
|
Groenten (inclusief meloenen) en aardbeien onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
10720. Groenten (inclusief meloenen) en aardbeien onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
|
CLND082
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
SOC_CLND082
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
10820. Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
|
CLND084
|
Meerjarige teelten onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
SOC_CLND084
|
Meerjarige teelten onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
40700. Meerjarige teelten onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
|
Voor de toepassing van de SOC’s gelijk te stellen rubrieken
|
|
IFS-code
|
IFS 2020 (Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874)
|
SOC-code
|
SOC-rubriek 2017
|
ILB-bedrijfsformulier
(bijlage VIII bij deze verordening)
|
|
|
II. Vee
|
|
CLVS001
|
Runderen jonger dan een jaar
|
SOC_CLVS001
|
Runderen jonger dan een jaar
|
210. Runderen jonger dan een jaar
|
|
CLVS003
|
Mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud
|
SOC_CLVS003
|
Mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud
|
220. Mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud
|
|
CLVS004
|
Vaarzen tussen een en twee jaar oud
|
SOC_CLVS004
|
Vaarzen tussen een en twee jaar oud
|
230. Vaarzen tussen een en twee jaar oud
|
|
CLVS005
|
Mannelijke runderen van twee jaar en ouder
|
SOC_CLVS005
|
Mannelijke runderen van twee jaar en ouder
|
240. Mannelijke runderen van twee jaar en ouder
|
|
CLVS007
|
Vaarzen van twee jaar en ouder
|
SOC_CLVS007
|
Vaarzen van twee jaar en ouder
|
251. Fokvaarzen
252. Mestvaarzen
|
|
CLVS008
|
Koeien
|
SOC_CLVS008
|
Koeien
|
|
|
CLVS009
|
Melkkoeien
|
SOC_CLVS009
|
Melkkoeien
|
261. Melkkoeien
|
|
CLVS010
|
Andere koeien
|
SOC_CLVS010
|
Andere koeien
|
269. Andere koeien
|
|
CLVS011
|
Buffelkoeien
|
SOC_CLVS011
|
Buffelkoeien
|
262. Buffelmelkkoeien
|
|
CLVS012
|
Schapen (alle leeftijden)
|
SOC_CLVS012
|
Schapen (alle leeftijden)
|
|
|
CLVS013
|
Vrouwelijke schapen voor de voortplanting
|
SOC_CLVS013
|
Vrouwelijke schapen voor de voortplanting
|
311. Vrouwelijke schapen voor de voortplanting
|
|
CLVS014
|
Andere schapen
|
SOC_CLVS014
|
Andere schapen
|
319. Andere schapen
|
|
CLVS015
|
Geiten (alle leeftijden)
|
SOC_CLVS015
|
Geiten (alle leeftijden)
|
|
|
CLVS016
|
Vrouwelijke geiten voor de voortplanting
|
SOC_CLVS016
|
Vrouwelijke geiten voor de voortplanting
|
321. Vrouwelijke geiten voor de voortplanting
|
|
CLVS017
|
Andere geiten
|
SOC_CLVS017
|
Andere geiten
|
329. Andere geiten
|
|
Voor de toepassing van de SOC’s gelijk te stellen rubrieken
|
|
IFS-code
|
IFS 2020 (Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1874)
|
SOC-code
|
SOC-rubriek 2017
|
ILB-bedrijfsformulier
(bijlage VIII bij deze verordening)
|
|
CLVS018
|
Biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg
|
SOC_CLVS018
|
Biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg
|
410. Biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg
|
|
CLVS019
|
Fokzeugen met een levend gewicht van 50 kg of meer
|
SOC_CLVS019
|
Fokzeugen met een levend gewicht van 50 kg of meer
|
420. Fokzeugen met een levend gewicht van 50 kg of meer
|
|
CLVS020
|
Andere varkens
|
SOC_CLVS020
|
Andere varkens
|
491. Mestvarkens
499. Andere varkens
|
|
CLVS021
|
Mesthoenders
|
SOC_CLVS021
|
Mesthoenders
|
510. Pluimvee — slachtkuikens
|
|
CLVS022
|
Legkippen
|
SOC_CLVS022
|
Legkippen
|
520. Legkippen
|
|
CLVS023
|
Ander pluimvee
|
SOC_CLVS023
|
Ander pluimvee
|
530. Ander pluimvee
|
|
CLVS029
|
Vrouwelijke konijnen voor de voortplanting
|
SOC_CLVS029
|
Vrouwelijke konijnen voor de voortplanting
|
610. Vrouwelijke konijnen voor de voortplanting
|
|
CLVS030
|
Bijen
|
SOC_CLVS030
|
Bijen
|
700. Bijen
|
II. Codes waaronder diverse variabelen van de IFS 2020 worden gegroepeerd:
P45.
Melkvee = SO_CLVS001 (runderen jonger dan een jaar) + SO_CLVS004 (vaarzen tussen een en twee jaar oud) + SO_CLVS007 (vaarzen van twee jaar en ouder) + SO_CLVS009 (melkkoeien) + SO_CLVS011 (buffelkoeien)
P46.
Runderen = P45 (melkvee) + SO_CLVS003 (mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud) + SO_CLVS005 (mannelijke runderen van twee jaar en ouder) + SO_CLVS010 (andere koeien)
GL
Graasdieren = P46 (runderen) + SO_CLVS013 (vrouwelijke schapen voor de voortplanting) + SO_CLVS014 (andere schapen) + SO_CLVS016 (vrouwelijke geiten voor de voortplanting) + SO_CLVS017 (andere geiten)
Indien GL = 0, DAN
FCP1 Voor verkoop bestemde voedergewassen = SO_CLND019 (andere hakvruchten, niet elders genoemd) + SO_CLND037 (groen geoogste akkerbouwgewassen) + SO_CLND051 (grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst) + SO_CLND052 (weiden met geringe opbrengst)
EN
FCP4
Voedergewassen voor graasdieren = 0
EN
P17
Hakvruchten = SO_CLND017 (aardappelen (inclusief pootaardappelen)) + SO_CLND018 (suikerbieten (exclusief zaaizaad)) + SO_CLND019 (andere hakvruchten, niet elders genoemd)
Indien GL > 0, DAN
FCP1
Voor verkoop bestemde voedergewassen = 0
EN
FCP4
Voedergewassen voor graasdieren = SO_CLND019 (andere hakvruchten, niet elders genoemd) + SO_CLND037 (groen geoogste akkerbouwgewassen) + SO_CLND051 (grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst) + SO_CLND052 (weiden met geringe opbrengst)
EN
P17
Hakvruchten = SO_CLND017 (aardappelen (inclusief pootaardappelen)) + SO_CLND018 (suikerbieten (exclusief zaaizaad))
P151.
Granen, uitgezonderd rijst = SO_CLND004 (zachte tarwe en spelt) + SO_CLND005 (harde tarwe (durum)) + SO_CLND006 (rogge en mengsels van wintergranen (mengkoren)) + SO_CLND007 (gerst) + SO_CLND008 (mengsels van haver en zomergranen (andere graanmengsels dan mengkoren)) + SO_CLND009 (korrelmaïs en zaad-spil-mengsel) + SO_CLND010_011_012 (triticale, kafferkoren en andere granen, niet elders genoemd (boekweit, gierst, kanariezaad enz.))
P15.
Granen = P151 (granen, uitgezonderd rijst) + SO_CLND013 (rijst)
P16.
Oliehoudende zaden = SO_CLND022
(kool- en raapzaad) + SO_CLND023 (zonnebloemzaad) + SO_CLND024 (sojabonen) + SO_CLND025 (lijnzaad) + SO_CLND026 (andere oliehoudende gewassen, niet elders genoemd)
P51.
Varkens = SO_CLVS018 (biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg) + SO_CLVS019 (fokzeugen met een levend gewicht van 50 kg of meer) + SO_CLVS020 (andere varkens)
P52.
Pluimvee = SO_CLVS021 (mesthoenders) + SO_CLVS022 (legkippen) + SO_CLVS023 (ander pluimvee)
P1.
Akkerbouw = P15 (granen) + SO_CLND014 (drooggeoogste peulvruchten en eiwithoudende gewassen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad en mengsels van granen en peulvruchten)) + SO_CLND017 (aardappelen (inclusief pootaardappelen)) + SO_CLND018 (suikerbieten (exclusief zaaizaad)) + SO_CLND032 (tabak) + SO_CLND033 (hop) + SO_CLND030 (katoen) + P16 (oliehoudende zaden) + SO_CLND028 (vezelvlas) + SO_CLND029 (hennep) + SO_CLND031 (andere vezelgewassen, niet elders genoemd) + SO_CLND034 (aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen) + SO_CLND035_036 (energiegewassen en andere handelsgewassen, niet elders genoemd) + SO_CLND045 (verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (akkerbouwmatig geteeld)) + SO_CLND047 (zaai- en plantgoed) + SO_CLND048_083 (andere gewassen op bouwland, niet elders genoemd, inclusief onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking) + SO_CLND049 (braakland) + FCP1 (voor verkoop bestemde voedergewassen)
P2.
Tuinbouw = SO_CLND044 (verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (tuinbouwmatig geteeld)) + SO_CLND081 (groenten (inclusief meloenen) en aardbeien onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking) + SO_CLND046 (bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen)) + SO_CLND082 (bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking) + SO_CLND079 (gekweekte paddenstoelen) + SO_CLND070 (boomkwekerijgewassen)
P3.
Meerjarige teelten = SO_CLND055 (fruit, kleinfruit en noten (exclusief citrusvruchten, druiven en aardbeien)) + SO_CLND061 (citrusvruchten) + SO_CLND069 (olijven) + SO_CLND062 (druiven) + SO_CLND071 (andere meerjarige teelten) + SO_CLND084 (meerjarige teelten onder glas)
P4.
Graasdieren en voedergewassen = GL (graasdieren) + FCP4 (voedergewassen voor graasdieren)
P5.
Hokdieren = P51 (varkens) + P52 (pluimvee) + SO_CLVS029 (vrouwelijke konijnen voor de voortplanting)”;
(4)Bijlage VI wordt vervangen door:
“BIJLAGE VI
STANDAARDOPBRENGSTCOËFFICIËNTEN (SOC’S) ALS BEDOELD IN ARTIKEL 6
1. DEFINITIE EN WIJZE VAN BEREKENING VAN DE SOC’s
a)
Bijlage IV bij deze verordening bevat de definitie van standaardopbrengst (SO), standaardopbrengstcoëfficiënt (SOC) en totale SO van een bedrijf.
b) Productieperiode
De SOC’s hebben betrekking op een productieperiode van twaalf maanden
Voor de plantaardige en de dierlijke producten waarbij de productieduur minder of meer dan twaalf maanden bedraagt, wordt een SOC berekend die betrekking heeft op de aanwas of productie over een periode van twaalf maanden.
c)
Basisgegevens en referentieperiode
De SOC’s worden bepaald op basis van de productie per eenheid en de prijs af boerderij als omschreven in de definitie van SOC in bijlage IV. De daarvoor benodigde basisgegevens worden in de lidstaten verzameld over een referentieperiode als omschreven in artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1198/2014 van de Commissie (*).
d)
Eenheden
1) Fysieke eenheden
a)
De SOC’s voor de variabelen van de plantaardige productie worden bepaald per hectare van het betrokken areaal.
b)
Voor paddenstoelen worden de SOC’s bepaald op basis van de bruto-opbrengst van alle opeenvolgende oogsten in de loop van het jaar en uitgedrukt per 100 m2 oppervlak van de bedden. Voor gebruik in het kader van het ILB worden dergelijke SOC’s voor paddenstoelen gedeeld door het krachtens artikel 8 van deze verordening aan de Commissie mee te delen aantal opeenvolgende oogsten per jaar.
c)
De SOC’s voor de variabelen van de dierlijke productie worden bepaald per dier.
d)
Uitzonderingen zijn pluimvee, waarvoor de SOC’s per honderd stuks worden bepaald, en bijen, waarvoor de SOC’s per volk worden bepaald.
2) Munteenheden en afronding
De basisgegevens voor de bepaling van de SOC’s en de berekende SOC’s dienen te luiden in EUR. Voor de lidstaten die niet deelnemen aan de economische en monetaire unie, worden de SOC’s in EUR omgerekend met behulp van de gemiddelde wisselkoersen in de referentieperiode als omschreven in punt 1, onder c), van deze bijlage. Deze gemiddelde wisselkoersen worden berekend op basis van de door de Commissie (Eurostat) gepubliceerde officiële wisselkoersen.
In passende gevallen mogen de SOC's op het naaste veelvoud van 5 EUR worden afgerond.
2. UITSPLITSING VAN DE SOC’s
a) per variabele van de plantaardige en de dierlijke productie
De SOC’s worden bepaald voor alle landbouwvariabelen van de rubrieken voor de toepassing van SOC’s zoals opgenomen in tabel B, deel I, van bijlage IV bij deze verordening.
b) geografisch
—
De SOC’s worden op zijn minst bepaald op basis van geografische eenheden die bruikbaar zijn voor de IFS en voor het ILB. Deze geografische eenheden zijn alle gebaseerd op de nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) als omschreven in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad(**). Deze eenheden worden beschreven als een hergroepering van de NUTS 3-regio's. Gebieden met natuurlijke beperkingen worden niet als een geografische eenheid beschouwd.
—
Er wordt geen SOC bepaald voor variabelen die in de betrokken regio niet van belang zijn.
3. VERZAMELING VAN GEGEVENS VOOR DE BEPALING VAN DE SOC’s
a)
De basisgegevens voor de bepaling van de SOC’s worden ten minste telkens vernieuwd wanneer een Europese enquête naar de structuur van de landbouwbedrijven wordt gehouden in de vorm van een telling als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) 2018/1091.
b)
Wanneer de IFS wordt gehouden in de vorm van een steekproefenquête als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) 2018/1091, worden de SOC’s geactualiseerd:
i)
hetzij door de basisgegevens te vernieuwen op soortgelijke wijze als vermeld onder a),
ii)
hetzij door een wijzigingscoëfficiënt toe te passen waarbij de SOC’s worden geactualiseerd op basis van door de lidstaat geraamde veranderingen in de geproduceerde hoeveelheden per eenheid en in de prijzen voor elke variabele en elke regio die zich hebben voorgedaan sinds de meest recente referentieperiode als bedoeld in artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1198/2014.
4. UITVOERING
De lidstaten hebben tot taak overeenkomstig het bepaalde in deze bijlage de basisgegevens voor de berekening van de SOC’s te verzamelen, de SOC’s te berekenen en in EUR om te rekenen en in voorkomend geval de voor de toepassing van de actualisatiemethode benodigde gegevens te verzamelen. Met het oog op een harmonisatie van de SO-berekeningsmethodiek moeten de lidstaten hun verzamelings- en berekeningsmethodiek bij de Commissie indienen en zo nodig nader toelichten.
5. BEHANDELING VAN BIJZONDERE GEVALLEN
Voor de berekening van de SOC’s voor bepaalde variabelen en voor de berekening van de totale SO van het bedrijf gelden de volgende bijzondere voorschriften:
a)
Braakland
De SOC voor braakland wordt slechts meegerekend in de totale SO van het bedrijf wanneer er op dat bedrijf andere positieve SOC’s zijn.
b)
Tuinen voor eigen gebruik
Aangezien de producten van tuinen voor eigen gebruik normaliter bestemd zijn voor consumptie door de bezitter en niet voor verkoop, worden de SOC’s van dergelijke tuinen geacht gelijk te zijn aan nul.
c)
Vee
Voor rundvee wordt bij de variabelen onderscheid gemaakt naar leeftijdscategorie. De opbrengst komt dan overeen met de waarde van de aanwas van het dier tijdens zijn verblijf in de betrokken categorie. Met andere woorden, de opbrengst komt overeen met het verschil tussen de waarde van het dier wanneer het de categorie verlaat en zijn waarde wanneer het de categorie binnenkomt (ook vervangingswaarde genoemd).
d)
Runderen jonger dan een jaar
SOC’s voor runderen jonger dan een jaar tellen bij de berekening van de totale SO van het bedrijf alleen mee als er op het bedrijf meer runderen jonger dan een jaar zijn dan koeien. Alleen de SOC’s voor de boventallige runderen jonger dan een jaar worden meegerekend. Voor runderen jonger dan een jaar is er slechts één SOC, ongeacht het geslacht van het dier.
e)
Andere schapen en andere geiten
De SOC’s voor andere schapen worden slechts meegerekend in de totale SO van het bedrijf wanneer er op het bedrijf geen vrouwelijke schapen voor de voortplanting zijn.
De SOC’s voor andere geiten worden slechts meegerekend in de totale SO van het bedrijf wanneer er op het bedrijf geen vrouwelijke geiten voor de voortplanting zijn.
f)
Biggen
De SOC’s voor biggen worden slechts meegerekend in de totale SO van het bedrijf wanneer er op het bedrijf geen fokzeugen zijn.
g)
Voedergewassen
Wanneer er geen graasdieren (d.w.z. runderen, schapen of geiten) op het bedrijf zijn, worden de voedergewassen (d.w.z. voederhakvruchten, groen geoogste gewassen en grasland) beschouwd als bestemd voor verkoop en maakt de opbrengst ervan deel uit van de opbrengst van de akkerbouw.
Wanneer er wel graasdieren op het bedrijf zijn, worden de voedergewassen beschouwd als bestemd voor vervoedering aan de graasdieren en maakt de opbrengst ervan deel uit van de opbrengst van de graasdieren en voedergewassen.
(*) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1198/2014 van de Commissie van 1 augustus 2014 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1217/2009 van de Raad tot oprichting van een boekhoudkundig informatienet betreffende de inkomens en de bedrijfseconomische positie van de landbouwbedrijven in de Europese Unie (PB L 321 van 7.11.2014, blz. 2).
(**) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).”;
(5)bijlage VIII wordt als volgt gewijzigd:
(a)tabel E wordt vervangen door:
“Tabel E
Quota en andere rechten
|
Categorie quota of rechten
|
Code (*)
|
|
|
|
|
|
|
Kolommen
|
|
Informatiegroep
|
Quota in eigendom
|
Gehuurde quota
|
Verhuurde quota
|
Belastingen
|
|
|
N
|
I
|
O
|
T
|
|
QQ
|
Hoeveelheid aan het einde van het boekjaar
|
|
|
|
-
|
|
QP
|
Aangekochte quota
|
|
-
|
-
|
-
|
|
QS
|
Verkochte quota
|
|
-
|
-
|
-
|
|
OV
|
Begininventaris
|
|
-
|
-
|
-
|
|
CV
|
Eindinventaris
|
|
-
|
-
|
-
|
|
PQ
|
Betalingen voor geleasete of gehuurde quota
|
-
|
|
-
|
-
|
|
RQ
|
Ontvangsten uit het leasen of verhuren van quota
|
-
|
-
|
|
-
|
|
TX
|
Belastingen
|
-
|
-
|
-
|
|
|
Code (*)
|
Omschrijving
|
|
50
|
Organische mest
|
|
60
|
Betalingsrechten in het kader van de basisbetalingsregeling
|
De hoeveelheden quota (quota in eigendom, gehuurde en verhuurde quota) zijn verplicht in te vullen rubrieken. Alleen de hoeveelheid aan het einde van het boekjaar wordt geregistreerd.
De waarden van quota die los kunnen worden verhandeld van de grond waaraan zij zijn gekoppeld, worden in deze tabel geboekt. Quota die niet los kunnen worden verhandeld van de grond waaraan zij zijn gekoppeld, worden uitsluitend in tabel D “Activa” geboekt. Ook quota die oorspronkelijk kosteloos zijn verkregen, moeten met hun huidige marktwaarde worden vermeld als zij los van grond verhandeld kunnen worden.
Sommige in te vullen gegevens zijn tegelijk ook, afzonderlijk of als deel van een groter geheel, begrepen in andere groepen of categorieën in de tabellen D “Activa”, H “Productiemiddelen” en/of I “Gewassen”.
De volgende categorieën moeten worden gebruikt:
50.
Organische mest
60.
Betalingsrechten in het kader van de basisbetalingsregeling
De volgende informatiegroepen moeten worden gebruikt:
E.QQ. Hoeveelheid (uitsluitend de kolommen N, I en O)
De volgende eenheden moeten worden gebruikt:
–categorie 50 (organische mest): aantal dieren omgerekend met standaardomrekeningsfactoren voor de mestuitscheiding
–categorie 60 (basisbetalingsregeling): het aantal rechten/are.
E.QP. Aangekochte quota (uitsluitend kolom N)
Het bedrag dat is betaald voor de aankoop tijdens het boekjaar van quota of andere rechten die los kunnen worden verhandeld van de grond waaraan zij zijn gekoppeld.
E.QS. Verkochte quota (uitsluitend kolom N)
Het bedrag dat is ontvangen voor de verkoop tijdens het boekjaar van quota of andere rechten die los kunnen worden verhandeld van de grond waaraan zij zijn gekoppeld.
E.OV. Begininventaris (uitsluitend kolom N)
De waarde op de begininventaris (huidige marktwaarde) van de hoeveelheden die het bedrijfshoofd in eigendom heeft, ongeacht of deze hoeveelheden oorspronkelijk kosteloos zijn verkregen dan wel zijn aangekocht, moet worden ingevuld indien de quota los van de betrokken grond kunnen worden verhandeld.
E.CV. Eindinventaris (uitsluitend kolom N)
De waarde op de eindinventaris (huidige marktwaarde) van de hoeveelheden die het bedrijfshoofd in eigendom heeft, ongeacht of deze hoeveelheden oorspronkelijk kosteloos zijn verkregen dan wel zijn aangekocht, moet worden ingevuld indien de quota los van de betrokken grond kunnen worden verhandeld.
E.PQ. Betalingen voor geleasete of gehuurde quota (uitsluitend kolom I)
Bedrag aan leasing- of huurkosten voor het quotum of ander recht. Ook begrepen in categorie 5070 (betaalde pacht) van tabel H “Productiemiddelen”.
E.RQ. Ontvangsten uit het leasen of verhuren van quota (uitsluitend kolom O)
Ontvangsten uit het leasen of verhuren van quota of andere rechten. Ook begrepen in categorie 90900 (“Overige”) van tabel I “Gewassen”.
E.TX. Belastingen, extra heffing (kolom T)
Betaald bedrag
KOLOMMEN IN TABEL E
Kolom N verwijst naar quota in eigendom, kolom I naar gehuurde quota, kolom O naar verhuurde quota en kolom T naar belastingen.”;
(b)in tabel H wordt de vierde alinea vervangen door:
“Als de vermelde kosten het totale “verbruik” van productiemiddelen gedurende het boekjaar betreffen, maar niet zijn gemaakt voor productie in dat jaar, moeten de voorraadmutaties voor de productiemiddelen worden aangegeven in tabel D onder de code 1040. “Voorraden”, behalve de kosten van de veldinventaris meerjarige teelten en gewassen op stam, die moeten worden geregistreerd onder 2010. Biologische activa — gewassen”;
(c)in tabel I wordt de tweede tabel met de gewasgroepcodes vervangen door:
“
|
Code (*)
|
Omschrijving
|
|
Granen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad)
|
|
10110
|
Zachte tarwe en spelt
|
|
10120
|
Harde tarwe (durum)
|
|
10130
|
Rogge en mengsels van wintergranen (mengkoren)
|
|
10140
|
Gerst
|
|
10150
|
Mengsels van haver en zomergranen (andere graanmengsels dan mengkoren)
|
|
10160
|
Korrelmaïs en zaad-spil-mengsel
|
|
10170
|
Rijst
|
|
10190
|
Triticale, kafferkoren en andere granen, niet elders genoemd (boekweit, gierst, kanariezaad enz.)
|
|
Drooggeoogste peulvruchten en eiwithoudende gewassen voor korrelwinning (inclusief zaaizaad en mengsels van granen en peulvruchten)
|
|
10210
|
Erwten, bonen en niet-bittere lupinen
|
|
10220
|
Linzen, kekers en wikke
|
|
10290
|
Overige eiwithoudende gewassen
|
|
10300
|
Aardappelen (inclusief primeurs en pootaardappelen)
|
|
10310
|
- waarvan aardappelen voor zetmeelproductie
|
|
10390
|
- waarvan overige aardappelen
|
|
10400
|
Suikerbieten (exclusief zaaizaad)
|
|
10500
|
Andere hakvruchten, niet elders genoemd
|
|
Handelsgewassen
|
|
10601
|
Tabak
|
|
10602
|
Hop
|
|
10603
|
Katoen
|
|
10604
|
Kool- en raapzaad
|
|
10605
|
Zonnebloemzaad
|
|
10606
|
Sojabonen
|
|
10607
|
Lijnzaad
|
|
10608
|
Andere oliehoudende gewassen, niet elders genoemd
|
|
10609
|
Vezelvlas
|
|
10610
|
Hennep
|
|
10611
|
Andere vezelgewassen, niet elders genoemd
|
|
10612
|
Aromatische planten, geneeskrachtige kruiden en specerijen
|
|
10613
|
Suikerriet
|
|
10690
|
Energiegewassen en andere handelsgewassen, niet elders genoemd
|
|
Verse groenten, meloenen en aardbeien, waarvan:
|
|
Verse groenten, meloenen en aardbeien — In de openlucht of onder lage (niet-betreedbare) beschermingsafdekking
|
|
10711
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (akkerbouwmatig geteeld)
|
|
10712
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien (tuinbouwmatig geteeld)
|
|
10720
|
Verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
|
Gegevens voor alle subcategorieën van “verse groenten (inclusief meloenen) en aardbeien”
|
|
10731
|
Bloemkool en broccoli
|
|
10732
|
Sla
|
|
10733
|
Tomaten
|
|
10734
|
Suikermaïs
|
|
10735
|
Uien
|
|
10736
|
Knoflook
|
|
10737
|
Wortelen
|
|
10738
|
Aardbeien
|
|
10739
|
Meloenen
|
|
10790
|
Overige groenten
|
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen)
|
|
10810
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen)
|
|
10820
|
Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen) onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
|
Gegevens voor alle subcategorieën van “Bloemen en sierplanten (exclusief boomkwekerijgewassen)”
|
|
10830
|
Bloembollen en -knollen
|
|
10840
|
Snijbloemen, bloesems en bloemknoppen
|
|
10850
|
Bloemen en sierplanten
|
|
Groen geoogste gewassen
|
|
10910
|
Tijdelijk grasland en begrazing
|
|
Andere groen geoogste gewassen
|
|
10921
|
Voedermaïs
|
|
10922
|
Groen geoogste peulgewassen
|
|
10923
|
Andere groen geoogste akkerbouwgewassen en granen (exclusief snijmaïs), niet elders genoemd
|
|
Zaai- en plantgoed en andere gewassen op bouwland
|
|
11000
|
Zaai- en plantgoed
|
|
11100
|
Andere gewassen op bouwland
|
|
Braakland
|
|
11200
|
Braakland
|
|
Tuinen voor eigen gebruik
|
|
20000
|
Tuinen voor eigen gebruik
|
|
Blijvend grasland
|
|
30100
|
Grasland, exclusief weiden met geringe opbrengst
|
|
30200
|
Weiden met geringe opbrengst
|
|
30300
|
Blijvend grasland dat niet langer voor productiedoeleinden wordt gebruikt en voor financiële steun in aanmerking komt
|
|
Blijvende teelten
|
|
Fruit, waarvan:
|
|
40101
|
Pitvruchten
|
|
40111
|
- waarvan appelen
|
|
40112
|
- waarvan peren
|
|
40102
|
Steenvruchten
|
|
40113
|
- waarvan perziken en nectarines
|
|
40115
|
Fruit van subtropische en tropische breedten
|
|
40120
|
Kleinfruit (exclusief aardbeien)
|
|
40130
|
Noten
|
|
Citrusvruchtaanplantingen
|
|
40200
|
Citrusvruchten
|
|
40210
|
- waarvan sinaasappelen
|
|
40230
|
- waarvan citroenen
|
|
Olijfboomgaarden
|
|
40310
|
Tafelolijven
|
|
40320
|
Olijven voor oliewinning (verkocht in de vorm van vruchten)
|
|
40330
|
Olijfolie
|
|
40340
|
Bijproducten van de olijventeelt
|
|
Wijngaarden
|
|
40411
|
Wijnen met beschermde oorsprongsbenaming (BOB)
|
|
40412
|
Wijnen met beschermde geografische aanduiding (BGA)
|
|
40420
|
Overige wijnen
|
|
40430
|
Tafeldruiven
|
|
40440
|
Druiven voor de productie van rozijnen
|
|
40451
|
Wijndruiven voor wijn met beschermde oorsprongsbenaming (BOB)
|
|
40452
|
Wijndruiven voor wijn met beschermde geografische aanduiding (BGA)
|
|
40460
|
Druiven voor overige wijn
|
|
40470
|
Diverse producten van de wijnbouw: druivenmost, sap, brandewijn, wijnazijn e.a. voor zover zij op het bedrijf worden geproduceerd
|
|
40480
|
Bijproducten van de wijnbouw (druivenmoer, droesem enz.)
|
|
Boomkwekerijgewassen, andere meerjarige teelten, meerjarige teelten onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking en jonge aanplantingen
|
|
40500
|
Boomkwekerijgewassen
|
|
40600
|
Andere meerjarige teelten
|
|
40610
|
- waarvan kerstbomen
|
|
40700
|
Meerjarige teelten onder glas of andere betreedbare beschermingsafdekking
|
|
40800
|
Aanwas van jonge aanplantingen
|
|
Overig areaal
|
|
50100
|
Oppervlakte niet in gebruik zijnde cultuurgrond
|
|
50200
|
Bosareaal
|
|
50210
|
- waarvan hakhoutbosjes
|
|
50900
|
Andere gronden (gebouwen, erven, wegen, vijvers, steengroeven, onvruchtbare gronden, rotsen enz.)
|
|
60000
|
Gekweekte paddenstoelen
|
|
Overige producten en ontvangsten
|
|
90100
|
Ontvangsten uit het verpachten van landbouwgrond
|
|
90200
|
Door oogstverzekeringen betaalde vergoedingen die niet aan een specifiek gewas kunnen worden toegerekend
|
|
90300
|
Plantaardige bijproducten, andere dan die van de olijventeelt en de wijnbouw
|
|
90310
|
Stro
|
|
90320
|
Suikerbietenkoppen
|
|
90330
|
Andere bijproducten
|
|
90900
|
Overige
|
”;
(d)tabel J wordt vervangen door:
“Tabel J
Dieren
Structuur van de tabel
|
Categorie dieren
|
Code (*)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Kolommen
|
|
Informatiegroep
|
Gemiddeld aantal
|
Aantal
|
Waarde
|
|
|
A
|
N
|
V
|
|
AN
|
Gemiddeld aantal
|
|
-
|
-
|
|
OV
|
Begininventaris
|
-
|
|
|
|
CV
|
Eindinventaris
|
-
|
|
|
|
PU
|
Aankopen
|
-
|
|
|
|
SA
|
Totaal van de verkopen
|
-
|
|
|
|
SS
|
Verkopen voor de slacht
|
-
|
|
|
|
SR
|
Verkopen voor verdere opfok/fokdoeleinden
|
-
|
|
|
|
SU
|
Verkopen met onbekende bestemming
|
-
|
|
|
|
FC
|
Verbruik in de huishouding
|
-
|
|
|
|
FU
|
Intern verkeer
|
-
|
|
|
|
Code (*)
|
Omschrijving
|
|
100
|
Paardachtigen
|
|
210
|
Mannelijke en vrouwelijke runderen, jonger dan een jaar
|
|
220
|
Mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud
|
|
230
|
Vaarzen tussen een en twee jaar oud
|
|
240
|
Mannelijke runderen van twee jaar en ouder
|
|
251
|
Fokvaarzen
|
|
252
|
Mestvaarzen
|
|
261
|
Melkkoeien
|
|
262
|
Buffelmelkkoeien
|
|
269
|
Andere koeien
|
|
311
|
Vrouwelijke schapen voor de voortplanting
|
|
319
|
Andere schapen
|
|
321
|
Vrouwelijke geiten voor de voortplanting
|
|
329
|
Andere geiten
|
|
410
|
Biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg
|
|
420
|
Fokzeugen met een levend gewicht van 50 kg of meer
|
|
491
|
Mestvarkens
|
|
499
|
Andere varkens
|
|
510
|
Pluimvee — slachtkuikens
|
|
520
|
Legkippen
|
|
530
|
Ander pluimvee
|
|
610
|
Vrouwelijke konijnen voor de voortplanting
|
|
699
|
Andere konijnen
|
|
700
|
Bijen
|
|
900
|
Andere dieren
|
Categorie dieren
De volgende categorieën dieren worden onderscheiden:
100.
Paardachtigen
Inclusief ren- en rijpaarden, ezels, muildieren, muilezels enz.
210.
Mannelijke en vrouwelijke runderen, jonger dan een jaar
220.
Mannelijke runderen tussen een en twee jaar oud
230.
Vaarzen tussen een en twee jaar oud
Niet inbegrepen zijn vrouwelijke runderen die reeds hebben gekalfd.
240.
Mannelijke runderen van twee jaar en ouder
251.
Fokvaarzen
Vrouwelijke runderen die ten minste twee jaar oud zijn, nog niet hebben gekalfd en voor de fokkerij zijn bestemd.
252.
Mestvaarzen
Vrouwelijke runderen die ten minste twee jaar oud zijn, nog niet hebben gekalfd en niet voor de fokkerij zijn bestemd.
261.
Melkkoeien
Vrouwelijke runderen die hebben gekalfd (inclusief die jonger dan twee jaar) en die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gehouden voor de productie van melk, bestemd voor menselijke consumptie of voor verwerking tot zuivelproducten. Omvat afgemolken koeien.
262.
Buffelmelkkoeien
Vrouwelijke buffels die hebben gekalfd (inclusief die jonger dan twee jaar) en die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gehouden voor de productie van melk, bestemd voor menselijke consumptie of voor verwerking tot zuivelproducten. Omvat afgemolken buffelkoeien.
269.
Andere koeien
1.
Vrouwelijke runderen die hebben gekalfd (inclusief die jonger dan twee jaar) en die uitsluitend of hoofdzakelijk voor het zogen van kalveren worden gehouden en waarvan de melk niet voor menselijke consumptie of voor verwerking tot zuivelproducten is bestemd.
2.
Werkkoeien.
3.
Uitstootkoeien (die al dan niet vóór het slachten worden gemest) uitgezonderd afgemolken koeien.
In de categorieën 210 tot en met 252 en 269 worden ook de overeenkomstige categorieën buffels opgenomen.
311.
Vrouwelijke schapen voor de voortplanting
Vrouwelijke schapen die ten minste een jaar oud zijn en voor de fokkerij zijn bestemd.
319.
Andere schapen
Schapen van alle leeftijden met uitzondering van vrouwelijke schapen voor de voortplanting
321.
Vrouwelijke geiten voor de voortplanting
329.
Andere geiten
Andere geiten dan vrouwelijke geiten voor de voortplanting.
410.
Biggen met een levend gewicht van minder dan 20 kg
Biggen van minder dan 20 kg, uitgedrukt in levend gewicht.
420.
Fokzeugen met een levend gewicht van 50 kg of meer
Fokzeugen van ten minste 50 kg. Niet inbegrepen zijn uitgeschifte zeugen (zie categorie 499 “andere varkens”).
491.
Mestvarkens
Mestvarkens met een levend gewicht van ten minste 20 kg. Niet inbegrepen zijn uitgeschifte zeugen en beren (zie categorie 499 “Andere varkens”).
499.
Andere varkens
Varkens met een levend gewicht van ten minste 20 kg met uitzondering van fokzeugen (zie categorie 420) en van mestvarkens (zie categorie 491).
510.
Pluimvee — slachtkuikens
Slachtkuikens. Niet inbegrepen zijn legkippen en oudere legkippen. Niet inbegrepen zijn eendagskuikens.
520.
Legkippen
Inbegrepen zijn jonge hennen, leghennen, oudere leghennen en fokhanen voor leghennen die als leghennen zijn gestald. Jonge hennen zijn hennen die nog niet legrijp zijn. Niet inbegrepen zijn eendagskuikens.
530.
Ander pluimvee
Omvat eenden, kalkoenen, ganzen, parelhoenders, struisvogels en fokhanen (uitgezonderd fokhanen voor leghennen). Inbegrepen zijn vrouwelijke fokdieren. Niet inbegrepen zijn eendagskuikens.
610.
Vrouwelijke konijnen voor de voortplanting
699.
Andere konijnen
700.
Bijen
Wordt uitgedrukt in bijenvolken (aantal bezette kasten of korven).
900.
Andere dieren
Omvat eendagskuikens, herten en vissen. Ook inbegrepen zijn andere voor boerderijtoerisme gebruikte dieren. Niet inbegrepen zijn de producten van deze andere dieren (zie tabel K, categorie 900).”;
(e)in tabel M worden aan het eind van de tabel met de categorieën waaruit een keuze moet worden gemaakt, de volgende drie rijen toegevoegd:
“
|
Code (*)
|
Groep
|
Omschrijving van de categorieën
|
|
Kolommen
|
|
|
|
|
|
N
|
V
|
T
|
|
10320
|
AI
|
Arealen met Miscanthus
|
|
|
-
|
-
|
|
10321
|
AI
|
Arealen met Silphium perfoliatum
|
|
|
-
|
-
|
|
10322
|
AI
|
Braakland met drachtplanten (bestaande uit soorten die veel pollen en nectar bevatten)
|
|
|
-
|
-
|
”.